Tag: Waarheid

  • Filosoof Byung-Chul Han: ‘Informatie gaat gepaard met fundamenteel wantrouwen’

    Filosoof Byung-Chul Han: ‘Informatie gaat gepaard met fundamenteel wantrouwen’

    We hebben een universeel narratief nodig om de stukjes informatie die we dagelijks tot ons nemen te kunnen duiden, aldus de Koreaans-Duitse filosoof. Dat narratief moeten we niet in de filosofie, maar in de kunsten zoeken.

    De uit Zuid-Korea afkomstige Duitse hoogleraar filosofie en cultuurtheorie Byung-Chul Han is de auteur van onder meer Müdigkeitsgesellschaft (De vermoeide samenleving) en Vom Verschwinden der Rituale (in het Engels vertaald als The Disappearance of Rituals). Hij sprak onlangs met Nathan Gardels, de hoofdredacteur van Noema.

    Nathan Gardels: Goethe heeft ooit gezegd: ‘Tijdperken van achteruitgang en verval zijn allemaal subjectief, terwijl alle tijdperken van vooruitgang een objectieve richting hebben. Elk capabel streven richt zich niet op de binnen- maar op de buitenwereld.’ 

    Volgens dat criterium leven wij in een tijd van verval, waarin belangstelling voor de buitenwereld plaatsmaakt voor de innerlijke obsessie met identiteit en ‘authenticiteit’, zowel individueel als tribaal, dit alles aangewakkerd door de digitale connectiviteit. Paradoxaal genoeg zijn de sociale media in dit opzicht juist asociaal, ze leiden tot het uiteenvallen van gemeenschapsbanden door een soort eenzaamheid in verbondenheid. Wat is de dynamiek en wat zijn de mechanismen achter wat u een ‘gemeenschapscrisis’ noemt? Wat zijn de gevolgen voor ons alledaagse doen en laten?

    Byung-Chul Han: Het in zichzelf gekeerde, narcistische ego dat alleen nog in subjectief contact met de wereld staat, is niet de oorzaak van de sociale desintegratie, maar het gevolg van een noodlottig proces op objectief niveau. Alles wat ons met elkaar verbindt is aan het verdwijnen. We hebben bijna geen gedeelde waarden of symbolen meer, geen gemeenschappelijke verhalen die mensen verenigen. 

    De waarheid, die zin en richting aan ons leven zou moeten geven, is nu ook maar gewoon een verhaal. We zijn heel goed geïnformeerd, maar kunnen op de een of andere manier geen richting vinden. De informatisering van de werkelijkheid leidt tot de verbrokkeling ervan, tot van elkaar gescheiden sferen van wat men voor waar houdt. 

    Maar waarheid heeft een middelpuntzoekende kracht, die houdt de samenleving bijeen, anders dan informatie. Informatie is een middelpuntvliedende kracht, met zeer schadelijke gevolgen voor de maatschappelijke samenhang. Als we willen begrijpen in wat voor maatschappij we leven, moeten we goed begrijpen wat het wezen van informatie is.

    Byung-Chul Han

    Byung-Chul Han heeft een brede aanhang in de kunstwereld, waar zijn oorspronkelijk in het Duits geschreven essays over moderne omstandigheden als vervreemding, eenzaamheid, de fragmentatie en desintegratie van de werkelijkheid en de rol van de technologie, met lof en scepsis zijn ontvangen. Zijn laatste boek Undinge (Nonobjects), werd eerder dit jaar gepubliceerd.

    Stukjes informatie kunnen geen zin of richting aan ons leven geven. Ze smelten niet samen tot een verhaal, ze zijn louter cumulatief. Vanaf een bepaald punt zijn ze niet langer aan het informeren, maar aan het deformeren, ze vervormen de werkelijkheid. Ze kunnen de wereld zelfs duisterder maken. Daarin zijn ze tegengesteld aan waarheid. Waarheid verlicht de wereld, terwijl informatie leeft op de aantrekkingskracht van verrassing, ons meesleept in één lange roes van vluchtige momenten. 

    Informatie onthalen we op fundamenteel wantrouwen: alles kan ook best anders zijn. Onzekerheid is een wezenskenmerk van informatie, en daarom is nepnieuws een niet weg te denken element van de informationele orde. Nepnieuws is dus ook maar gewoon een stukje informatie, en nog voordat het kan worden getoetst heeft het zijn werk al gedaan. Het snelt de waarheid voorbij en is door de waarheid niet meer in te halen. Nepnieuws is waarheidsbestendig. 

    Fundamenteel wantrouwen

    Informatie gaat gepaard met fundamenteel wantrouwen. Hoe meer we met informatie te maken krijgen, des te dieper ons wantrouwen wordt. Informatie is een januskop: ze brengt tegelijkertijd zowel zekerheid als onzekerheid voort. Fundamentele structurele ambivalentie is inherent aan de informatiemaatschappij. 

    Waarheid vermindert de onzekerheid juist. We kunnen geen stabiele samenleving of democratie bouwen op een massa onzekerheden. Democratie vereist waarden en idealen die ons verbinden en overtuigingen die we delen. Tegenwoordig maakt democratie plaats voor infocratie.

    Een andere reden voor de crisis van onze samenleving, die een crisis van de democratie is, is gelegen in de digitalisering, zoals uw vraag al suggereert. Digitale communicatie verandert de loop van de communicatiestromen. Er wordt informatie verspreid zonder dat er een publiek domein wordt geschapen. Die informatie ontstaat in de privéruimte en wordt verzonden naar andere privéruimtes. Het wereldwijde web creëert geen publieke sfeer.

    Goethe

    Alle im Rückschreiten und in der Auflösung begriffenen Epochen sind subjektiv, dagegen aber haben alle vorschreitende Epochen eine objektive Richtung. (…) Jedes tüchtige Bestreben dagegen wendet sich aus dem Innern hinaus auf die Welt.

    Dat is bijzonder schadelijk voor het democratisch proces. De sociale media versterken deze vorm van communicatie zonder gemeenschap. Influencers en volgers kun je niet tot een publieke sfeer smeden. Digitale gemeenschappen hebben de vorm van commerciële producten, en zijn dat uiteindelijk ook.

    Vroeger had je natuurlijk ook al informatie. Maar die was niet zo bepalend voor de samenleving als tegenwoordig. In de Oudheid hadden verhalen uit de mythologie een bepalende invloed op het doen en laten van de mensen. In de middeleeuwen werd dat voor velen bepaald door het christelijke narratief. Maar informatie was in die verhalen ingebed. Een uitbraak van de pest was niet louter informatie. Die maakte deel uit van het christelijke verhaal over zonde en boete.

    Tegenwoordig hebben we geen verhalen meer om ons leven zin en richting te geven. De verhalen verbrokkelen en vallen uiteen in informatie. Met enige overdrijving zou je kunnen stellen dat er niets anders meer is dan informatie, zonder hermeneutische horizon voor de interpretatie ervan, zonder een methode om de informatie te duiden. De stukjes informatie klonteren niet samen tot kennis of waarheid, zoals in verhalen gebeurt.

    Die narratieve leemte van de informatiemaatschappij leidt tot ontevredenheid bij burgers, zeker in tijden van crisis, zoals de pandemie. Mensen gaan dan verhalen verzinnen om de vloedgolf aan verwarrende gegevens en cijfers te verklaren. Die verhalen worden vaak complottheorieën genoemd, maar ze kunnen niet simpelweg op het conto van collectief narcisme worden geschreven. Ze leveren panklare verklaringen van de wereld. Op internet ontstaan ruimtes waar het weer mogelijkheid is een ervaring van identiteit en collectieve verbanden te ondergaan. Zo krijgt het internet een tribaal karakter, vooral onder extreemrechtse groeperingen, die een sterke behoefte hebben aan een identiteitsgevoel. In die kringen worden complottheorieën gezien als mogelijkheden om een identiteit aan te nemen.

    Nietzsche heeft ooit gezegd dat geluk voor ons schuilt in het bezit van een onomstotelijke waarheid. Tegenwoordig beschikken we niet meer over zulke onomstotelijke waarheden. In plaats daarvan hebben we een overvloed aan informatie. Ik weet niet zeker of de informatiemaatschappij wel een voortzetting is van de Verlichting. Misschien zijn we toe aan een nieuwe verlichting. Daarover schreef Nietzsche: ‘Het is niet genoeg dat je beseft in welke onwetendheid mens en dier leven, je moet die onwetendheid ook nastreven en aanleren. Je moet beseffen dat zonder dit soort onwetendheid het leven zelf onmogelijk is, dat die voor al wat leeft een voorwaarde is om stand te houden en tot bloei te komen.’

    Narratieve banden

    Nathan Gardels: In uw laatste boek schrijft u dat de objectieve narratieve banden die een samenleving bijeenhouden vroeger gesmeed werden door maatschappelijke rituelen. Die ‘stabiliseerden het leven’, schrijft u. Nu worden die rituelen belaagd door de sloopkogel van de deconstructie, het zouden slechts de producten zijn van de bevoorrechte klasse die in het verleden de macht had om anderen deze rituelen op te leggen. In de horizontaal georganiseerde wereld van nu, die geen legitieme waardenhiërarchie meer kent, wordt die leemte gevuld door subjectieve projectie.

    Hoe kunnen uit de puinhopen van deze objectieve orde de stabiliserende ankers van het ritueel ooit weer in ere worden hersteld? Op welke grondslag? Op wiens gezag? En hoe zal het leven eruitzien als dat niet mogelijk blijkt?

    Byung-Chul Han: Ik pleit er niet voor om de rituelen uit het verleden nieuw leven in te blazen. Dat is simpelweg niet mogelijk, want de rituelen van de westerse cultuur zijn zeer nauw verbonden met het christelijk narratief. En dat is nu overal sterk op zijn retour. Daar is weinig meer van over dan de kerstviering.

    Rituelen geven een gemeenschap vorm. Anders dan uw vraag suggereert, is het niet onvermijdelijk dat rituelen bestaande machtsverhoudingen bestendigen. Integendeel. Met carnaval worden die verhoudingen omgedraaid, zodat de slaven hun meesters kunnen bekritiseren en zelfs bespotten. De rollen worden dan vaak omgedraaid: de meesters bedienen hun slaven en de nar bestijgt de troon als koning. Zo’n tijdelijke rituele opschorting van de heersende machtsverhoudingen houdt een gemeenschap in evenwicht.

    In een wereld die volledig van rituelen verstoken is en volkomen seculier is, resteert alleen nog consumptie en behoeftebevrediging. Dat is de brave new world van Aldous Huxley, waarin elke behoefte onmiddellijk wordt bevredigd. De mensen worden monter gehouden met behulp van pret, consumptie en vertier. De overheid distribueert de drug ‘soma’ om het geluksgevoel van de bevolking te verhogen. In onze eigen brave new world krijgen mensen wellicht een universeel basisinkomen en onbeperkte toegang tot games. Dat zou de nieuwe versie van brood en spelen zijn.

    Nietzsche

    Es ist nicht genug, daß du einsiehst, in welcher Unwissenheit Mensch und Tier lebt: du mußt auch noch den Willen zur Unwissenheit haben und hinzulernen. Es ist dir nötig, zu begreifen, daß ohne diese Art Unwissenheit das Leben selber unmöglich wäre, daß sie eine Bedingung ist, unter welcher das Lebendige allein sich erhält und gedeiht: eine große, feste Glocke von Unwissenheit muß um dich stehen.

    Maar ik ben daar niet alleen maar pessimistisch over. Misschien ontwikkelen we wel nieuwe narratieven, verhalen zonder hiërarchie. We kunnen ons best een vlak narratief voorstellen. Elk narratief ontwikkelt zijn eigen rituelen met de bedoeling daar een gewoonte van te maken, ze in het fysieke lichaam te verankeren. Cultuur kweekt gemeenschap.

    Wat na de pandemie vooral aan herstel toe is, is de cultuur. Culturele evenementen zoals theater, dans en zelfs voetbal hebben een ritueel karakter. Alleen door middel van die rituele vormen kunnen we de gemeenschap nieuwe kracht geven. De cultuur wordt tegenwoordig alleen door instrumentele en economische relaties bijeengehouden. Maar zo creëer je geen gemeenschappen – zo isoleer je mensen juist. Vooral kunst moet een centrale rol gaan spelen bij het herbronnen van rituelen.

    Wat we vooral nodig hebben, zijn tijdelijke structuren om het leven te stabiliseren. Waar alleen nog de korte termijn bestaat, verliest het leven alle stabiliteit. Stabiliteit is iets van de lange duur: trouw, onderlinge banden, integriteit, toewijding, beloften, vertrouwen. Dat zijn de sociale praktijken die een gemeenschap bijeenhouden. Die hebben allemaal een ritueel karakter. Ze vergen allemaal veel tijd. De huidige terreur van de korte termijn – die we funest genoeg verwarren met vrijheid – is fnuikend voor de praktijken die tijd vergen. Om die terreur te bestrijden hebben we behoefte aan een heel andere tijdspolitiek.

    ​Vieringsruimtes

    In Le petit prince wil de vos dat de kleine prins elke dag op hetzelfde tijdstip bij hem langskomt, zodat zijn bezoek een ritueel wordt. De kleine prins vraagt de vos wat een ritueel is. ‘Dat is iets wat maar al te vaak vergeten wordt,’ zegt de vos dan. ‘Dat is wat een bepaalde dag anders maakt dan andere dagen, een uur anders dan andere uren.’

    Je zou rituelen kunnen definiëren als tijdstechnieken die onderdak bieden, die ‘in de wereld zijn’ veranderen in ‘thuis zijn’. Rituelen verhouden zich tot de tijd zoals dingen zich verhouden tot de ruimte. Ze stabiliseren het leven door structuur aan te brengen in de tijd. Ze geven ons als het ware vieringsruimtes: ruimtes die we kunnen betreden om iets te vieren. 

    Petit Prince

    – Qu’est-ce qu’un rite? dit le petit prince.
    – C’est quelque chose trop oublié, dit le renard. C’est ce qui fait qu’un jour est différent des autres jours, une heure, des autres heures.

    In hun hoedanigheid van tijdsstructuur leggen rituelen de tijd vast. Een tijdsruimte die je kunt betreden om iets te vieren gaat niet voorbij. Zonder zulke tijdsstructuren wordt de tijd één woeste stroom die ons uit elkaar rukt en van onszelf vervreemdt.

    Nathan Gardels: U hebt gezegd dat we voor de verlossing uit de door u beschreven toestand naar de kunsten moeten kijken, omdat de filosofie niet meer de levensveranderende kracht heeft die ze ooit had. Wat bedoelt u daarmee?

    Byung-Chul Han: Filosofie heeft de kracht om de wereld te veranderen. De wetenschap is in Europa pas begonnen met Plato en Aristoteles. Zonder Rousseau, Voltaire en Kant was de Europese Verlichting ondenkbaar geweest. Nietzsche wierp een volledig nieuw licht op de wereld. Het kapitaal van Marx luidde een nieuw tijdperk in. 

    Paul Klee

    Einer der meistzitierten Sätze von Paul Klee, vom frühen Tagebuchwort wurde es zu seiner Grabinschrift:Diesseitig bin ich gar nicht faßbar. Denn ich wohne grad so gut bei den Toten, wie bei den Ungeborenen. Etwas näher dem Herzen der Schöpfung als üblich. Und noch lange nicht nahe genug.

    Maar tegenwoordig heeft de filosofie die kracht volledig verloren. Ze is niet meer in staat een nieuw narratief voort te brengen. De filosofie is een academische, specialistische wetenschap geworden. Ze is niet meer op de wereld en op het heden gericht.

    Hoe kunnen we die ontwikkeling tenietdoen en ervoor zorgen dat de filosofie haar magische kracht om de wereld te veranderen herwint? Ik denk dat de kunsten, anders dan de filosofie, nog steeds in een positie verkeren waarin ze ons een glimp van een nieuwe vorm van leven kunnen voortoveren. Kunst heeft altijd nieuwe werkelijkheden geschapen, nieuwe manieren om naar de wereld te kijken. Zijn leven lang zei Paul Klee: ‘In het hiernumaals ben ik ongrijpbaar. Want ik woon evengoed bij de doden als bij de ongeborenen. Iets dichter bij het hart van de schepping dan gebruikelijk. En toch nog niet dichtbij genoeg.’

    Het zou best kunnen dat kunst dichter bij het hart van de schepping staat dan de filosofie. Daar kan dus iets totaal nieuws ontstaan. De revolutie kan beginnen met zoiets kleins als een ongekende kleur, een ongekend geluid. 

    Lees ook:

  • Christiane Amanpour: ‘Ik strijd voor de waarheid’

    Christiane Amanpour: ‘Ik strijd voor de waarheid’

    CNN-verslaggever Christiane Amanpour en voormalig oorlogscorrespondent is zich meer dan ooit bewust van de verantwoordelijkheid die zij heeft als journalist.  ‘Mijn aanwezigheid in Bosnië was zinloos geweest als ik niet bereid en in staat was de waarheid te laten zien.’

    ‘Toen CNN veertig jaar geleden begon, was de Koude Oorlog op zijn hoogtepunt. Onze oprichter Ted Turner wilde een internationale nieuwsorganisatie opzetten om in een van de angstigste periodes van de wereld mensen bijeen te brengen. De grootste angst in die tijd was de dreiging van een kernoorlog. Ik kwam in 1983 bij het team, rechtstreeks uit de collegebanken. Toentertijd dacht ik: “Geweldig, hier kan ik al doende het vak leren en dan zoek ik daarna een fatsoenlijke baan bij een echt netwerk.” Wist ik veel dat CNN tot de allergrootste zou gaan horen.

    Teds motto bij CNN was: “Leid, volg of ga uit de weg”. En ik heb altijd geprobeerd me daaraan te houden. Mijn eerste grote proef als buitenlandcorrespondent kwam toen ik in de zomer van 1990 op pad werd gestuurd. Binnen een paar maanden viel Saddam Hoessein Koeweit binnen, wat tot de eerste Golfoorlog leidde.

    Niemand is er ooit op voorbereid als een gewoon leven omslaat in een extreem leven. En een bestaan als oorlogs- en rampenverslaggever, dat is extreem. Je verkeert op de rand van het leven en dus op de rand van de dood. Het duurde even voordat ik als kersverse correspondent gewend was te leven tussen mensen die onder vuur lagen, op een plek waar iedereen slachtoffer kon zijn. Maar ik moest mijn werk doen, dus stap voor stap leerde ik en paste ik me aan.

    koshu kunii 6m9F6QrJskY unsplash
    Met de leus ‘No justice, no peace’ eisen Black Lives Matter- demonstranten gerechtigheid voor politiegeweld tegen zwarte Amerikanen. – © Koshu Kunii / Unsplash

    Lockdown

    Mijn volgende oorlog was in Bosnië, waar ik verslag deed vanuit Sarajevo, dat toen in volledige lockdown was.

    Je was ofwel aan het werk of je sliep in een soort slaapzaal in het enige hotel dat open was. Je kon elk moment door een sluipschutter op de korrel worden genomen of in een bombardement terechtkomen. En omdat de wereld niet wilde ingrijpen om een eind aan het geweld te maken, zeiden grootmachten als de Amerikanen, de Britten en de Fransen: “Alle strijdende partijen zijn even schuldig. En wij kunnen er niets aan doen.” Nou, ik kon ter plaatse met eigen ogen zien dat dat niet waar was. Er was een agressor en er waren slachtoffers. En ik realiseerde me al snel dat mijn aanwezigheid daar zinloos was als ik niet bereid en in staat was de waarheid te laten zien.

    Op dat moment heb ik geleerd dat het in de journalistiek niet om neutraliteit gaat. Je kunt niet neutraal zijn wanneer je getuige bent van iets als genocide. Het gaat om objectiviteit, bereid zijn alle kanten te onderzoeken. Maar je kunt niet alle partijen gelijk behandelen, als die duidelijk niet gelijk zijn. Het veranderde mijn hele kijk op mijn verantwoordelijkheid als verslaggever. En sindsdien is mijn mantra altijd gebleven: “wees waarheidsgetrouw, niet neutraal”.

    Deze manier van verslaggeving is niet zonder risico. Ik ben op plekken geweest waar werd geschoten, ik heb in malariagebieden gewoond, ik was in Rwanda toen daar de volkerenmoord plaatsvond en zwaar gedrogeerde mensen als gekken met machetes in het rond sloegen. En ook journalisten zijn soms doelwit.

    Lichtpuntjes

    Ja, het was vaak gevaarlijk, maar de andere kant van de medaille is dat ik heb geleerd om uit te kijken naar lichtpuntjes. Waar ik ook was, ik heb altijd geprobeerd dat kleine beetje menselijkheid te vinden. Ik put vreugde en troost uit de manier waarop mensen in tijden van narigheid bij elkaar komen. En zeker nu, met de coronapandemie, zien we dat volop gebeuren.

    In bepaalde opzichten is het alsof de ervaringen die ik als buitenlandverslaggever heb opgedaan een soort training waren voor de moeilijke omstandig-heden waarmee we nu te maken hebben. Het was training voor een lockdown, voor noodmaatregelen, en voor het op afstand per telefoon vergaren van feiten en informatie. Die overlevingstactieken zijn des te belangrijker omdat we nu te maken hebben met een ander soort vijand, die misschien nog wel verwoestender is, aangezien hij ervoor heeft gezorgd dat de hele wereld knarsend tot stilstand is gekomen.

    Dit is iets totaal anders dan alle oorlogen, rampen, epidemieën en andere ellende waarvan ik verslag heb gedaan. Het is altijd mijn instinct geweest om snel op pad te gaan naar wat er ook gaande was. Maar dit is anders dan een oorlog of terrorisme, waarbij je zorgt dat je ter plaatse bent en laat zien dat je niet bang bent. Nu zitten we allemaal achter gesloten deuren. Ik woon alleen en werk vanuit huis, dus ik begrijp de stress die veel mensen nu doormaken. En als journalist in het tijdperk-Trump, dat één eindeloze aanval vanuit het Witte Huis op de media is, ben ik scherper dan ooit op waarheid en feiten.

    Mensen hebben hun vertrouwen in deskundigen en instituties verloren.
    Er zijn zelfs mensen die vraagtekens plaatsen bij de wetenschap. Dat is in mijn ogen verschrikkelijk gevaarlijk. Juist nu is wetenschap het verschil tussen leven en dood. De afgelopen jaren hebben gewetenloze leiders onophoudelijk campagne gevoerd om de journalistiek verdacht te maken, om feiten verdacht te maken, maar we hebben nu meer dan ooit deskundigen nodig. Ik strijd voor de waarheid. Dat zal ik absoluut blijven doen. Het kan me niet schelen of de machthebbers me aardig vinden. Ik zal tot mijn laatste snik blijven vechten.

    Gerechtigheid

    Als buitenlandcorrespondent heb ik ook talloze demonstraties, manifestaties en revoluties verslagen. Toen ik tijdens de Arabische Lente reportages maakte over de protesten in landen als Libië, Irak en Libanon, benoemde ik wat er gaande was: een beweging van mensen die de straat op gingen tegen onrecht en voor gelijkheid en vrijheid. En dat is precies wat we op dit moment, sinds de brute moord op George Floyd, in de Verenigde Staten en over de hele wereld zien: een opstand voor gerechtigheid en tegen het straffeloos vermoorden van zwarte mensen.

    Mijn hele carrière lang ging het erom mensen rekenschap te laten afleggen: voor oorlogsmisdaden, voor mensenrechtenschendingen, voor ongelijkheid van ras en gender. Vandaar dat ik me altijd sterk met het rechtssysteem heb beziggehouden. En in mijn ogen is de protestleus “No justice, no peace” niet zomaar een kreet. Hij is van groot, wezenlijk belang. En hij drukt precies uit waar dit moment in de geschiedenis om gaat.

    Deze protesten bevatten een zeer belangrijk politiek element. Ze zijn bedoeld om tot verandering te leiden, dus we moeten doorgaan en we moeten de grote vragen stellen.

    Institutioneel racisme bestaat en het moet worden uitgeroeid. Dit is daarvoor het moment. En onze politieke leiders moeten luisteren.

    Eindelijk zien we dat landen hun verantwoordelijkheid nemen voor hun racistische slavernijverleden. Sinds de moord op George Floyd heb ik veel mensen uit de zwarte gemeenschap geïnterviewd, maar ook vooraanstaande witte leiders die zeggen: “Wij hebben dit veroorzaakt, dus wij moeten ook deelnemen aan het oplossen ervan.” Die samenwerking is uiterst belangrijk, want gerechtigheid bereik je niet met maar één groep of met een andere, dit gaat de hele samenleving aan.

    Ik zal mijn schijnwerper blijven richten op de Black Lives Matter-beweging, want ik wil niet zien dat politici, bedrijven of individuen slechts een “hashtagmoment” hebben. Dit is geen kwestie van “en nu weer over tot de orde van de dag”. We moeten onze wereld verbeteren. Politiegeweld is een symptoom van structureel racisme, gebaseerd op structurele armoede.

    Het systeem is zo ingericht dat de ene groep wordt onderdrukt zodat een andere kan bloeien. Ik vind dat we op alle maatschappelijke terreinen onze deuren moeten openzetten en onderwijs-, economische en professionele kansen toegankelijker moeten maken. Anders is het allemaal alleen maar lippendienst. En we kunnen het ons niet veroorloven om dit moment onbenut te laten.

    De twee pandemieën, die van het coronavirus en die van het racisme, hebben ons een enorme kans geboden. Nu moeten we intelligent genoeg, dapper genoeg, empathisch genoeg en eerlijk genoeg zijn om die kans te grijpen en te doen wat nodig is. We moeten weer ergens zien te komen waar deze hyperpartijpolitieke polarisatie, die zo giftig is, begint te vervagen.

    Ik hoop dat er licht is na dit alles. Ik hoop dat we de uitdaging aankunnen. En ik hoop echt dat we dankzij deze periode onze menselijkheid met andere ogen gaan bezien, of het nu gaat om klimaatverandering, mensenrechten, kapitalisme of gewoon de kwaliteit van het leiderschap dat we kiezen. De waarheid is dat de donkerste dagen soms de juiste soort verandering brengen.’

  • 5. Het backfire-effect

    5. Het backfire-effect

    Waarom is 30 procent van het electoraat immuun voor rationele argumenten? De Duitse kunstenaar Wolfgang Tillmans – pleitbezorger voor de vrije uitwisseling van mensen en ideeën – wendde zich tot politici, activisten en zelfs tot MRI-scans.

    Het was geen aardverschuiving. De protagonisten van het rechtse populisme laten 
ons graag geloven dat hun kant van 
het politieke spectrum de laatste verkiezingen en referenda met een overweldigende meerderheid van stemmen heeft gewonnen. Maar in werkelijkheid was hun succes minder duidelijk. De uitslag van het Brexit-referendum, die de wereld zo had verrast, liet een nipte overwinning zien: slechts 51,8 procent van degenen die hadden gestemd kozen ervoor om uit de EU te stappen. Intussen won Recep Tayyip Erdogan het Turkse presidentschap met 51,4 procent van de stemmen en kreeg Donald Trump het presidentschap met maar 46,1 procent van de stemmen 
terwijl zijn tegenstandster 48,2 procent scoorde. In Duitsland gedraagt de partij Alternative für Deutschland zich alsof het een enorme beweging is en beroept men zich erop een grote achterban te hebben, terwijl 87 procent van de Duitse kiezers op een andere partij heeft gestemd.

    What Is Different?

    Toen ik werd uitgenodigd om de redacteur en vormgever van de vierenzestigste editie van de Jahresring te zijn, een jaarlijks verschijnende bundel essays over een thema uit de kunstgeschiedenis of de filosofie, wist ik meteen dat ik de focus wilde leggen op het backfire-effect; een fenomeen dat in 2006 voor het eerst is beschreven en geanalyseerd door de Amerikaanse politicologen Brendan Nyhan en Jason Reifer. In wezen komt het erop neer dat mensen die volledig overtuigd zijn van een bepaalde stelling, hoe incorrect die ook is, zich door feiten die het tegendeel aantonen niet meer laten overtuigen om van mening te veranderen. Dergelijk bewijs versterkt alleen hun geloof in de misvatting.

    We weten al een tijd dat er mensen 
zijn die zich aangetrokken voelen tot esoterische samenzweringstheorieën. Nieuw is echter dat harde feiten door grote delen van de bevolking niet meer worden geloofd. Tijdens de afgelopen twee jaar ben ik me gaan realiseren dat als 30 procent van het electoraat immuun is voor rationele argumenten, we ons op een hellend vlak bevinden. In het licht van dit alles wilde ik onderzoeken waarom het backfire-effect meer impact heeft dan toen – twintig of veertig jaar geleden. Wat is er veranderd? Wat is er anders? Dat laatste 
zinnetje werd de titel van het boek.

    What Is Different? is deels een boek 
met teksten, deels een kunstboek. De grenzen zijn fluïde en niet alles wordt op een conventionele manier aangeboden. Sommige teksten zijn afgedrukt als scan of fotokopie omdat ik geïnteresseerd ben in hoe taal eruitziet, 
hoe krantenartikelen eruitzien en hoe onderzoek eruitziet. Zo is een neurologisch artikel over MRI-scans voor de leek onmogelijk te begrijpen, maar 
ik heb hem in zijn geheel afgedrukt. 
De teksten worden afgewisseld met foto’s van mij, die zorgen voor lichte verschuivingen in de perceptie: beelden van de totale zonsverduistering vorig jaar in de VS of effecten van fotografische lenzen in vervormend licht.

    © Courtesy Sternberg Press
    © Courtesy Sternberg Press

    In 2005 exposeerde ik met de installatie ‘Truth Study Centre’ in de galerie van Maureen Paley in Londen. Mijn motief was het besef dat veel mondiale problemen het resultaat zijn van valse verkondigingen van absolute waarheden: De toenmalige Zuid-Afrikaanse minister van Gezondheid die ontkende dat hiv de oorzaak is van aids, of de fundamentalistische beweringen van islamisten, wier propaganda te lezen valt op stickers die overal in Londen zijn opgeplakt, of de bewering dat Saddam Hoessein toegang had tot massavernietigingswapens.

    Voor mijn installatie stalde ik foto-kopieën uit van onjuiste informatie en ernaast legde ik politieke teksten die met een grote analytische helderheid waren geschreven, en ook absurde dingen, humor en foto’s van religieuze en alledaagse situaties. Wetenschappelijke krantenartikelen en illustraties uit de astronomie waren terugkerende elementen – in het bijzonder de NASA Kepler telescoop, die in de ruimte op zoek ging naar op de aarde lijkende planeten.

    Ik was gefascineerd door de volgende gedachte: als het echt mogelijk is om het bestaan aan te tonen van een 
heel groot aantal op de aarde lijkende planeten en daarmee dat er een heel grote kans bestaat dat er buitenaards leven is, dan kunnen religieuze leiders op aarde niet langer vasthouden aan hun antropocentrische beeld van God. Dan moeten we ons een nieuwe nederigheid aanmeten, net als in de tijd 
van Copernicus, toen hij aantoonde dat de zon, en niet de aarde, het centrum van het bekende universum was, waarmee het heersende wereldbeeld werd gecorrigeerd en de nieuwe tijd werd aangekondigd.

    Omstreeks 2010 werd bekend dat er inderdaad een veelheid aan op de 
aarde lijkende exoplaneten waren. Die ontdekking werd breeduit vermeld in de media, maar resulteerde niet in een matiging van de religieuze geestdrift.

    De fragmentatie van de maatschappij heeft gezorgd voor een verlangen naar cohesie die door rechtse populisten en nationalisten gretig werd opgepakt

    Dit werd de grondslag voor het ontwikkelen en redigeren van What Is Different? Uit interviews met mensen – variërend van de cognitieve psycholoog Stephan Lewandowsky tot de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Sigmar Gabriel, van de in Berlijn woonachtige anti-extreem-rechts-activiste Bianca Klose tot redacteur van de Financial Times Lionel Barber – komt een gecompliceerd beeld naar voren met terug-kerende observaties.

    De fragmentatie van de maatschappij heeft gezorgd voor een verlangen naar cohesie die door rechtse populisten en nationalisten gretig werd opgepakt. Het verrassendste vond ik misschien wel de rol van sociale isolatie die, zoals Lewandowsky zegt, van het internet zo’n machtig medium maakt voor de post-truth-wereld, omdat aanhangers van marginale ideeën zich dan online onderdeel kunnen wanen van een reusachtige beweging: ‘De enorme 
discrepantie tussen de feitelijke gangbaarheid van een overtuiging en wat deze mensen denken dat anderen denken, maakt hun overtuiging immuun voor verandering.’

    Ik was ook geïnteresseerd in de vraag hoe politieke meningen en emoties verweven zijn met, en ook herleidbaar tot, neurologische activiteiten. Jonas Kaplan, Sarah Gimbel en Sam Harris laten dat precies zien in hun essay ‘Neural Correlates of Maintaining One’s Political Beliefs in the Face of Counterevidence’, dat ik in dit boek 
heb laten afdrukken. Met behulp van MRI-scans tonen ze aan dat politieke en non-politieke beweringen resulteren in verschillende neurale activiteiten: overtuigingen die onze politieke identiteit vormen zijn veel moeilijker te veranderen dan overtuigingen die niet met die identiteit verbonden zijn.

    The Power of Political Emotions

    In zijn essay ‘The Power of Political Emotions’ beschrijft filosoof Philipp Hübl de processen van de vorming en polarisering van linkse en rechtse kampen via schijnbaar non-politieke gevoelens zoals afschuw of afkeer tegen onzuiverheid. De bijdragen aan What Is Different? onthullen het belang van gevoelens in de politiek, iets wat zelden wordt erkend.

    Nu we weten dat het emotionele verzet tegen verandering ingebakken zit in 
de hersenen, hoe kunnen we zeloten dan met argumenten van positie doen veranderen? De Duitse auteur en journaliste Carolin Emcke vertelt: ‘Het meest veelbelovende middel tegen fanatici zijn de middelen die een ironisch, ambivalent of hybride element inbrengen. Dat zijn toonzettingen waar dogmatici moeilijk mee om kunnen gaan. Wie een democratische, open samenleving wil beschermen, zou zijn eigen ideeën met een zeker zelfvertrouwen, vreugde en plezier moeten proberen over te brengen.’

    Tijdens het werken aan het boek werd mijn vermoeden bevestigd dat de populistische revoltes van 2016-2017 niet zozeer een beweging waren die was begonnen door de verliezers van de 
globalisering dan wel het gevolg van het manipuleren van die groepen voor reactionaire en kapitalistische doeleinden. Terwijl ze de woede gebruiken van degenen die door het neoliberalisme in de steek zijn gelaten, zijn de doeleinden van Trump en de aanhangers van een harde Brexit helder: de economie verder dereguleren en tegelijk een autoritaire, patriarchale en nationalistische visie in de maatschappij implementeren.

    Volgens mij is het probleem de frustratie van een bepaald segment van de elite: de Jacob Rees-Moggs, de Alexander Gaulands – individuen die zichzelf voorbestemd achten om te leiden, maar die in een pluralistische samenleving het gevoel hebben dat ze van hun autoriteit om de wereld te interpreteren zijn beroofd. Het gevoel dat er niet langer naar hen wordt geluisterd zet hen ertoe aan om het huidige systeem in zijn geheel aan te vallen, waaronder de instituties: de EU, de pers, publieke omroepen enzovoort.

    © Courtesy Sternberg Press
    © Courtesy Sternberg Press

    Zoals Lewandowsky zegt over de miljardairs die het rechtse populisme steunen: ‘Hun motieven zijn heel persoonlijk en waarschijnlijk heel anders dan 
ze zouden willen toegeven.’ Er zijn maar heel weinig mensen die zeggen: ‘Ik ben hebberig en daar voel ik me goed bij.’ In plaats daarvan zeggen ze: ‘Ik heb de vrijheid hoog in het vaandel staan en ik geloof dat de maatschappij er het best bij gediend is als vrije individuen hun eigen belangen kunnen nastreven.’

    Ik heb veel mensen ontmoet, met 
een grote verscheidenheid aan denkbeelden. Ondanks onze verschillende meningen kan ik met de meesten een interessant gesprek voeren, omdat we allemaal toch wel iets gemeenschappelijks hebben. Maar soms spreek ik autoritaire, patriarchale nationalisten. Zij zijn niet geïnteresseerd in het zoeken naar oplossingen en blijven hangen in dezelfde retorische vragen over het systeem. Het zijn de nare 
figuren van onze tijd, eerder geïsoleerd dan dat ze populair zijn.

    Er zijn duidelijke overeenkomsten tussen rechtse populisten, islamisten en andere religieuze fundamentalisten. Als ‘echte mannen’ zijn ze gedreven door een verlangen naar gezag, 
een patriarchaat en de zuiverheid van een volk of een geloof. Ze saboteren 
de multiculturele samenleving om ons ervan te overtuigen dat verschillende mensen onmogelijk vreedzaam samen kunnen leven. Het is onze verantwoordelijkheid om te benadrukken dat 
multiculturele samenlevingen al 
eeuwenlang bestaan (van het Sassanidische Perzië tot het middeleeuwse Spanje), dat ze op veel plekken nog steeds bestaan en dat we van plan zijn die te behouden en te versterken.

    In 1990 fotografeerde ik de zijkant van een gebouw in Kreuzberg, dicht bij waar eens de Berlijnse Muur had gestaan. Iemand had er in graffiti op geschreven: ‘De grens loopt niet tussen mensen maar tussen boven en onder.’ Een slogan die destijds ietwat gedateerd en Marxistisch overkwam, lijkt nu weer hoogst relevant. Vijfentwintig jaar geleden kon niet worden voorspeld dat de vruchten die het einde van het communisme voortbracht, een bloeiende wereldhandel en het gedereguleerde kapitalisme van de jaren negentig, niet gelijk verdeeld zouden worden. Tegenwoordig is de wereld aanzienlijk rijker. In opkomende economieën 
ontworstelen miljoenen mensen zich aan de armoede – toch neemt de 
ongelijkheid toe, zowel in werkelijkheid als in de beleving van mensen.

    Hopelijk werpt het boek vragen op als: Wat wil ik niet over mezelf leren? 
Wat wil ik niet weten? De zoektocht naar onze eigen blinde vlekken zou nooit mogen stoppen.

    Auteur: Wolfgang Tillmans
    Vertaler: Paul Bruijn

    Wolfgang Tillmans. Presentation Eurolab
    De Balie, 3 juni, 16.00

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 148.169

    Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Wordt door 800.000 mensen mondiaal digitaal gelezen.

  • Redactioneel

    Redactioneel

    270 uur gespreksstof in 130 optredens door 250 genodigden uit 40 landen: het Italiaanse weekblad Internazionale, de grote en sterke broer van 360, liet ook dit weekend con i giornalisti 
di tutto il mondo weer zien hoeveel belangstelling er bestaat voor wat zich buiten ieders stadspoort afspeelt.

    In de middeleeuwse vesting Ferrara slingert de eindeloze rij voor gratis coupons als een gordel van hoop over het eeuwenoude plaveisel. Hoop, omdat hier het hedendaagse Grote Eigen Gelijk niet lijkt te bestaan, en omdat de onverdraagzaamheid, die is opgebouwd uit vooroordelen ‘die afhankelijk van de omstandigheden kunnen worden gemanipuleerd’, hier ver te zoeken is.

    Weinig aannames houden namelijk stand in discussies waarin men echt bereid is te luisteren naar een ander perspectief, 
zo blijkt uit bijna alle openbare ontmoetingen tussen de journalisten en schrijvers die vanuit de hele wereld naar Ferrara zijn gekomen. Luister naar de Zuid-Koreaanse romancier Kim Young-ha, en het van-horen-zeggen-en-schrijven-beeld van ‘rocketman’ Kim Jong-un kapseist. Niet dat die nu meteen een Nobelprijs verdient, maar in ieder geval tempert Kim Young-ha de westerse angst voor het roekeloze gedrag van de Noord-Koreaanse dictator. In een kristalhelder debat tussen de schrijver, de zeer deskundige correspondent in Zuid-Korea Anna Fifield (The Washington Post) en Chang Kyung-sup, professor aan de Universiteit van Seoul, wordt alweer duidelijk dat we – of beter gezegd: dat de Zuid-Koreanen – allereerst bang moeten zijn voor de irrationaliteit van één man: de huidige president van de Verenigde Staten (lees ook het interview met Hilary Clinton).

    Het is een weekeinde van essentiële inzichten, waarna het nogmaals zo klaar als een klontje is dat er geen onomstotelijke waarheid bestaat

    Het is een weekeinde van essentiële inzichten, waarna het nogmaals zo klaar als een klontje is dat er geen onomstotelijke waarheid bestaat. Waar in Noord-Korea gedachten en personen ondergeschikt gemaakt worden aan de collectiviteit, koesteren wij de onnoemelijke waarde van het individuele denken en daarmee van individuele verantwoordelijkheid. Gezegend zijn wij dan ook met het recht de eigen instituties en beleidskeuzes – openbaar of confidentieel – uit te dagen en te bekritiseren, de essentie van een democratie. Lees het interview met voormalig systeembeheerder Edward Snowden, die een boekje opendeed over de omstreden praktijken van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA, en geef hem eens ongelijk als hij zegt dat we de nieuwe politiek van angst moeten leren eten, zodat we hem vervolgens kunnen omzetten in een energie die de samenleving ten goede komt, in plaats van haar bang te maken en te verzwakken.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

    Beeld: © Studio Vonq