Elk jaar worden duizenden walvissen verwond of gedood door aanvaringen met schepen. Met een verviervoudiging van het commerciële scheepvaartverkeer sinds 1992, worden er steeds meer walvissen gedood in de scheepvaartroutes. ‘Nog angstaanjagender voor walvisachtigen’, schrijft Reasons to be Cheerful, ‘is dat een studie in Nature voorspelt dat er in 2050 tot twaalf keer zoveel schepen in de wereldzeeën zullen zijn als nu’. Het precieze aantal dodelijke aanvaringen is niet bekend, maar wetenschappers proberen de scheepvaartindustrie te helpen om het aantal fatale aflopen te beperken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Twee van de grootste redersverenigingen in het zuiden van Chili, ARMASUR en INTESAL, hebben samen met het Wereld Natuur Fonds een vrijwillig walviswaarschuwingssysteem opgezet. Hierdoor kunnen schepen langzamer varen om aanvaringen met walvisachtigen te voorkomen. ‘Je wilt altijd eerst voor de eenvoudigste oplossing gaan en dat is het afremmen van schepen of het verleggen van vaarroutes,’ zegt Marien bioloog Susannah Buchan tegen Reasons to be Cheerful.
Onderzoek heeft aangetoond dat afremmen tot 10 knopen of langzamer het gevaar voor grote walvissen aanzienlijk vermindert. Het afremmen van schepen beschermt niet alleen walvissen. Het vermindert ook de uitstoot van broeikasgassen door schepen. Bovendien vermindert het de geluidsoverlast die allerlei zeedieren verstoort. Om botsingen in de buurt van San Francisco en Zuid-Californië te beperken, voeren enkele van ’s werelds grootste rederijen – waaronder Maersk en Evergreen – van 1 mei tot 15 december vrijwillig een langzamer tijdschema in via het Protecting Blue Whales and Blue Skies Program. Dit heeft ook al geleid tot vermindering van de uitstoot van stikstofoxide met 1250 ton en van broeikasgassen met 45.000 ton.
Daarnaast wordt er op verschillende plekken in de wereld gebruikt gemaakt van geluidsdetectiesystemen op walvissen te spotten voordat ze in botsing kunnen komen met schepen. In de Noordelijke IJszee bij Noorwegen hebben onderzoekers onlangs aangetoond dat glasvezeltelecommunicatiekabels onder water het gezang van walvissen met een lage frequentie kunnen oppikken. Dit betekent dat het mogelijk zou kunnen zijn om bestaande glasvezelkabels om te zetten in een reeks hydrofoons om over de hele wereld naar walvissen te detecteren.
Mogelijk betekent dit de gehele afschaffing van de walvisvaart
De IJslandse regering kondigde dinsdag aan dat de walvisjacht wordt opgeschort tot ten minste eind augustus. Minister van Voedsel Svandís Svavarsdóttir nam de beslissing na de publicatie van een rapport van het voedselagentschap van het land, waarin wordt gesteld dat de walvisjacht niet in overeenstemming is met de wetten voor dierenwelzijn, bericht Vísir.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Hvalur, het laatste actieve walvisvaartbedrijf van het land, ‘heeft lang volgehouden dat walvissen onmiddellijk sterven nadat ze zijn geharpoeneerd’, aldus Reykjavik Grapevine. Maar het rapport onthult dat walvissen ‘er gemiddeld 11,5 minuut over doen om te sterven, waarbij sommige meer dan twee uur tegenstribbelen’.
Het is onwaarschijnlijk dat de walvisvangst na 31 augustus wordt hervat. De vangsten zijn de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald door een afname van de vraag naar walvisvlees. Het bedrijf Hvalur heeft al aangekondigd dat dit seizoen het laatste zal zijn vanwege de afnemende winstgevendheid van de walvisvisserij.
‘5-2’ moest in Myanmar geluk brengen voor demonstranten
In Myanmar heeft de regerende junta op zondag 21 februari aangekondigd ‘niet terug te schrikken voor dodelijk geweld als demonstranten de confrontatie met de veiligheidstroepen aangaan’, aldus CNN. Dit was een reactie op de oproep aan Myanmarezen om maandag massaal te protesteren tegen de militaire coup. Ook hebben veel lokale bedrijven en internationale ketens in het hele land hun deuren gesloten uit protest, meldt de Bangkok Post.
Enorme menigten van demonstranten stroomden naar verschillende steden in het land, meldt The Guardian. Ondanks wegversperringen rond de Amerikaanse ambassade in Yangon (de grootste stad van het land), verzamelden meer dan duizend demonstranten zich voor de instelling, terwijl twintig militaire vrachtwagens in de buurt van de locatie post vatten.
Twee demonstranten werden zaterdag in Mandalay gedood nadat de politie het vuur opende om de menigte uiteen te drijven, en zondag werd er een begrafenis gehouden voor de jonge demonstrant die bezweek aan haar verwondingen nadat ze op 9 februari in het hoofd was geschoten.
‘In een land waar data worden geïnterpreteerd als gunstige tekens, heeft 22-2-2021 voor demonstranten een speciale betekenis’
Toch schrokken demonstranten hier niet voor terug. Bij de massale opkomst speelde ook mee dat velen in de datum gisteren een krachtig symbool zagen: ‘In een land waar data worden geïnterpreteerd als gunstige tekens, heeft 22-2-2021 voor demonstranten een speciale betekenis, zoals 8 augustus 1988 dat eveneens had; de dag waarop eerdere antimilitaire demonstraties bloedig werden onderdrukt’, schrijft de Bangkok Post. Het evenement wordt al ‘5-2’ genoemd.
Die staking werd gelanceerd door een groep genaamd Civil Disobedience Movement, die streeft naar een ‘Lenterevolutie’. ‘Het is niet precies bekend wie er achter deze staking zit, maar de oproep komt slechts twee dagen na de vorming van het Algemeen Stakingscomité, bestaande uit militante groeperingen die tot dusver in de voorhoede van de protesten hebben gestaan, waaronder studentenvakbonden, beroepsgroepen en politieke partijen, schrijft Frontier Myanmar. De Algemene stakingscommissie wil ‘de afschaffing van de grondwet van 2008’ en ‘het einde van de dictatuur’, aldus de Myanmarese krant.
Al Jazeera publiceerde vandaag op haar site een tijdslijn van gebeurtenissen in Myanmar sinds 1 februari, de dag van de coup.
Politie zou medeplichtig zijn aan moord op Malcolm X
De dochters van Malcolm X eisen heropening van het onderzoek naar zijn moord.‘Drie mannen werden schuldig bevonden in deze zaak, maar een neef van een undercoveragent genaamd Ray Wood presenteerde zaterdag nieuw bewijs’, aldus de politie van New York en de FBI volgens NBC News. In een handgeschreven brief beschuldigt de inmiddels overleden agent de politie van medeplichtigheid aan moord.
Ray Wood, die wilde dat zijn getuigenis pas na zijn dood openbaar zou worden, beweert ook dat de politie van New York en de FBI bepaalde aspecten van de zaak geheim hielden.
In februari 2020, na de uitzending van een documentaire op Netflix (Who Killed Malcolm X?), vroeg de aanklager van Manhattan, Cyrus Vance, zijn teams de zaak te herzien om te bepalen of het onderzoek al dan niet moest worden heropend.
Fathi Bachagha overleeft opnieuw vermeende moordaanslag
Een gepantserd voertuig opende zondag het vuur op het konvooi van Libische minister van Binnenlandse Zaken Fathi Bachagha’s toen hij terugkeerde naar zijn woonplaats in Janzour, ongeveer tien kilometer van Tripoli. Zijn bodyguards reageerden door terug te schieten. Een van zijn bewakers raakte gewond terwijl de anderen de aanvallers achtervolgden, een van hen doodden en twee anderen arresteerden.
Veiligheidstroepen beweren echter dat het konvooi niet werd aangevallen, maar dat er sprake was van een ongeluk, schrijft Libya Observer. Volgens hen is de processie in botsing gekomen met een veiligheidswagen van het ‘stabiliteitsondersteuningsorgaan’; een veiligheidsapparaat dat in januari is opgericht door de regering van nationale eenheid, waarna bewakers van de minister het vuur zouden hebben geopend.
Als zwaargewicht in de lokale politiek heeft Fathi Bachagha zich toegelegd op de strijd tegen corruptie. De verwachting was dat hij interim-premier van het land zou worden, maar die post ging op 5 februari opnieuw naar Abdel Hamid Dbeibah, schrijft La Presse. Op 16 december 2019 raakte hij gewond nadat hij was beschoten tijdens een moordaanslag door onbekende schutters.
Vleesloos menu op basisscholen zou belediging zijn voor de slager
Het besluit van het ecologische stadhuis van Lyon om na de wintervakantie, op maandag 22 februari, vleesloze menu’s aan te bieden aan basisscholen, veroorzaakte onmiddellijk controverse, aangewakkerd door verschillende leden van de regering.
De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Gerald Darmanin, noemde het besluit in een Tweet ‘Schandalige ideologie’ en een ‘onaanvaardbare belediging voor Franse boeren en slagers’. Hij beschuldigt milieuactivisten van een ‘moralistisch en elitair beleid’, aangezien, zo zegt hij, ‘veel kinderen alleen in de kantine vlees kunnen eten’.
Zonder vlees maar met eieren en vis, dat is een ‘evenwichtig’ menu dat ‘geen enkel kind uitsluit’
De ecologische burgemeester van Lyon, Grégory Doucet, verdedigde zijn keuze, die volgens hem rekening houdt met gezondheidafwegigen. Zonder vlees maar met eieren en vis, dat is een ‘evenwichtig’ menu dat ‘geen enkel kind uitsluit’.
‘Volgens voedingsdeskundigen is het vegetarische dieet niet gevaarlijk voor de gezondheid van kinderen, zolang het menu maar voldoende eiwitten, ijzer en mineralen bevat’, schrijft ook de BBC.
‘De teer die de afgelopen dagen aan de Israëlische kust aanspoelde, is de ergste maritieme vervuiling in het land in decennia’, schrijft Haaretz. Het dagblad spreekt van tonnen stookolie die zichtbaar zijn over een lengte van 170 kilometer, oftewel 40 procent van de Israëlische kustlijn.
Yediot Aharonot spreekt zelfs van de ergste ecologische ramp die het land ooit heeft gekend. De krant maakt zich zorgen over het zeeleven en in het bijzonder over schildpadden, krabben en zeesterren. ‘In sommige gevallen zal de schade onherstelbaar zijn, in andere zal het jaren duren’, aldus het Israëlische dagblad.
Onder de eerste slachtoffers lijkt een kalf te zijn wiens lichaam op 18 februari op het strand van Nitzanim in het zuiden van Israël aanspoelde. The Times of Israel meldt dat de autopsie op de 10 meter lange walvisachtige uitwees dat deze aanzienlijke hoeveelheden stookolie had binnengekregen.
‘Alarmsignaal’
Haaretzbeschuldigt overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor milieubescherming van een gebrek aan voorbereiding, en hoopt dat deze olieramp zal dienen als een ‘alarmsignaal’ voor mogelijke toekomstige rampen.
‘Het strand dat je de komende zomer bezoekt zal ik niks lijken op het strand dat je kent’
Autoriteiten proberen ondertussen de oorsprong van de olieramp te herleiden. Op zaterdag 20 februari zei minister van Milieubescherming Gila Gamliel, op basis van informatie van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, dat de bron van de olieramp 50 kilometer uit de Israëlische kust lag. ‘We hebben tien schepen geïdentificeerd die door dit gebied zijn gevaren en een of meer van hen zouden hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn’, zei ze, geciteerd door Haaretz in weer een ander artikel.
Het opruimen van de kust zal jaren duren. Yediot Aharonot waarschuwt haar lezers: ‘Het strand dat je de komende zomer bezoekt zal in niks lijken op het strand dat je kent.’
De cruise-industrie groeit als kool, zelfs op de noordpool. Zo vaar je met de Akademik loffe acht dagen lang door de met ijs bedekte wateren van de Noordwestelijke Doorvaart. De plaatselijke Inuitbevolking ziet de toeristen met gemengde gevoelens komen.
De zeevogels in de Straat Davis zijn niet gewend aan het geluid van wapens. Wanneer op een koude, heldere middag in augustus de schoten over het water echoën, reageren de rondcirkelende meeuwen nauwelijks op alle onbekende commotie – geen gealarmeerd gekrijs en geen wild geklap met vleugels. In plaats daarvan blijven de vogels rustig boven het ranke, witte schip in hun midden zweven.
Onder hen, op het achterschip van de Akademik loffe, staat een handjevol mannen in donskleding en Gore-Tex, in een slordige halve cirkel, allemaal met een 12 kaliber halfautomatisch geweer over de schouder. De loffe is een in Finland gebouwd schip, oorspronkelijk bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek, dat nu in Russische handen is en is omgetoverd tot een 117 meter lang cruiseschip dat wordt verhuurd. Het schip biedt plaats aan honderdtwee passagiers, en een crew van een stuk of zestig man, bestaande uit reisleiding en bemanning. Er is een eetzaal, een bar, een bibliotheek, een cadeauwinkel, een ziekenboeg, een bescheiden gym, een sauna en een bubbelbad in de open lucht.
Morgen zal het schip de oostelijke grens bereiken van Canada’s afgelegen Arctische Eilanden. Vanaf daar zal het schip acht dagen lang in westelijke richting varen, door de met ijs bedekte wateren van de beruchte Noordwestelijke Doorvaart. Telkens wanneer de passagiers van de loffe voet aan wal zetten op een eilandje op de noordpool, gaat er een gewapend escorte mee. In het land van de ijsbeer kun je geen risico’s nemen.
Legendarische doorgang
Jimmy MacDonald, een ervaren hydroloog en gids, die de vorige dag een praatje heeft gehouden voor de passagiers over het onderzoek naar ijsformaties, richt zijn wapen op het water voor de boeg. Pang, klik-klik, pang, klik-klik, pang! De zee slokt de kogels binnen enkele tellen op, de golven vlakken al snel de rimpelingen uit.
Misschien zijn schietoefeningen niet het eerste waaraan je denkt bij een cruise – maar de Noordelijke IJszee is dan ook geen doorsneevakantiebestemming. Desondanks zetten elk jaar meer en meer kleine cruiseschepen koers naar het gebied, en de Noordwestelijke Doorvaart – de legendarische doorgang waar honderden ontdekkingsreizigers het leven hebben gelaten – oefent een ongekende aantrekkingskracht uit.
De Noordwestelijke Doorvaart bestaat niet uit één enkele doorgang. Het is de verzamelnaam van een reeks zee-engten en zeestraten die in een bepaald seizoen bevaarbaar zijn. Ze kronkelen tussen de 36.563 Canadese Arctische Eilanden door en verbinden zo de wateren van de Davis Straat in het oosten met de Beaufortzee in het westen. De eilanden vormen een van de meest onontgonnen en afgelegen gebieden op aarde. Op de bijna anderhalf miljoen vierkante kilometer – bijna het oppervlak van Mongolië – wonen nog geen twintigduizend mensen.
De meeste eilanden maken deel uit van het Canadese territorium Nunavut, dat in 1999 onafhankelijk werd van zijn oudere, westelijke buur, de Northwest Territories. Nunavut betekent ‘ons land’ in het Inuktitut, de taal die van oudsher in het gebied wordt gesproken, en het ontstaan van het territorium was het resultaat van vele tientallen jaren onderhandelen tussen Inuitleiders en de Canadese overheid.
De Inuit [de naam waarmee eskimo’s in Groenland en Canada zichzelf aanduiden] hebben een oude cultuur, maar Nunavut is een jonge jurisdictie: de mensen zeggen dat ze in de afgelopen jaar ‘vanuit hun iglo het internet op zijn geslingerd’. Het groeiende aantal schepen dat het gebied aandoet trekt passagiers met het spannende verleden van het territorium, de adembenemende natuur, de wilde dieren en de eeuwenoude tradities van de bevolking. Maar de schepen bezoeken gemeenschappen die hebben gezien hoe zich in een onvoorstelbaar tempo veranderingen voltrokken – en nog altijd voltrekken.
De passagiers van de loffe, allemaal gestoken in een rood regenpak, gewapend met een telelens als een bazooka, en onder gewapend escorte, zijn getuige van enkele van die veranderingen – die ze tegelijkertijd zelf belichamen.
Pond Inlet, een Inuitdorp, lijkt op te rijzen uit het water. Op de glooiende heuvels zie je vervaalde huizen en lage overheidsgebouwen, met daarachter weer nieuwe rijen huizen en gebouwen. Er slingeren een paar onverharde wegen tussendoor, en er zijn enkele vissersboten het kiezelstrand op getrokken.
Overal zie je terreinwagens en kinderen die op hun fietsje rondscheuren. Achter het laatste gebouw begint de kale, boomloze woestenij, die zich uitstrekt tot de zwartblauwe schaduwen van de bergen in de verte.
Het overwegend Inuitdorp (ook wel Mittimatalik genoemd), heeft zo’n vijftienhonderd inwoners, en de Engelse naam is ontleend aan de inlet, de baai waaraan het is gelegen; een smalle waterweg die de noordelijke kust van het immense Baffineiland scheidt van een kleiner eiland met gletsjer.
Een Barbie die ergens op de toendra ligt; de huid van een ijsbeer die over een fiets is gedrapeerd; een Ford F-150 met een bloederige, afgehakte walvisstaarten in de laadbak
De loffe vaart de baai in en gooit het anker uit op een heldere, besneeuwde ochtend in augustus, omgeven door steile bergtoppen met kronkelige, blauwe tongen van smeltwater in de valleien ertussen.
Geen van de stadjes en dorpen van Nunavut, die oorspronkelijk nederzettingen werden genoemd, zijn over de weg bereikbaar. Vele liggen ten noorden van de poolcirkel en het zijn allemaal nietige stipjes die getuigen van menselijke aanwezigheid in een immense, ruige wildernis. Er lopen geen telefoonlijnen, glasvezelkabels of pijplijnen naar het zuiden. De gehuchten zijn afhankelijk van dieselgeneratoren, de brandstof is opgeslagen in tanks die worden geleverd door een schip dat de gehuchten aandoet in de krappe ijsvrije periode tussen eind augustus en begin september. De enige toegang tot internet, televisie en telefoonverkeer wordt geleverd door satelliet- en microgolfsignalen; in de grotere plaatsen is inmiddels mondjesmaat mobiel bereik.
Grote goederen worden over zee getransporteerd, maar alles wat in de winkels ligt is tegen schrikbarende prijzen per vliegtuig aangevoerd. Jagen en vissen blijven de voornaamste bezigheden – en dan gaat het niet alleen om vierpotige landdieren als de kariboe. Het betreft ook de omstreden jacht op dieren die in zee leven: zeehonden, walvissen en ijsberen.
Voor een buitenstaander zijn deze gehuchten fascinerende plekken, haast een andere wereld, vol beelden die schuren omdat ze vertrouwd en vreemd zijn tegelijk: een Barbie die moederziel alleen ergens op de toendra ligt; de huid van een ijsbeer die over een fiets is gedrapeerd; een Ford F-150 met een paar bloederige, afgehakte walvisstaarten die uit de laadbak hangen.
Maar voor de inwoners zelf zijn de gehuchten geen voer voor Instagramposts; het is hun thuis. Dat is iets waar de bewoners van Pond Inlet de bezoekers op vriendelijke, maar klemmende wijze aan herinneren.
Tijdens het ontbijt wordt in de scheepskantine een folder uitgedeeld:
Welkom in Pond Inlet.
Neem gerust foto’s van het schitterende landschap en ons lieflijke dorpje, maar vraag het alstublieft even voor u foto’s neemt van ons, onze kinderen en onze huizen. Doe gerust inkopen in onze winkels, maar wees u ervan bewust dat het de nodige moeite kost om onze winkels te bevoorraden, en dat verse levensmiddelen slechts één keer per week worden aangevuld, als het weer dat toelaat. Dus koop alleen wat u echt nodig heeft. Wanneer u zich buiten ons dorp begeeft, geniet dan van het landschap en de lokale fauna, maar realiseert u zich wel dat onze stenen en cultuurschatten geen souvenirs zijn, ze maken deel uit van onze eeuwenoude geschiedenis, dus laat ze alstublieft waar ze thuishoren!
Met deze waarschuwingen in het achterhoofd schuifelen de passagiers van de loffe door het smalle gangpad naar de zodiacs die al liggen te wachten om hen af te zetten op het strand van Pond Inlet, waar ze worden opgewacht door lokale gidsen voor een korte wandeling. De gidsen dragen bruin-witte amautis van zeehondenhuid – ponchoachtige kledingstukken met grote zakken op de rug, waar soms een klein kind in wordt gestopt.
De jongste gids, Alex, een achtentwintigjarige vrouw met een heel jong gezicht, die antropoloog wil worden, leidt haar groepje de heuvel op, terwijl ze opgewekt allerlei vragen beantwoord over het leven van een jonge vrouw in Pond Inlet.
Heeft ze een vriend?
‘Bijna iedereen hier is familie van elkaar, en ik wil geen relatie met een neef.’
Gaat ze dan ergens anders op zoek naar een man?
Misschien, maar ze vraagt zich wel af of een buitenstaander zich niet zal laten afschrikken door het leven dat ze hier leidt. ‘Ik moet wel een man hebben die kan jagen.’
Alex’ rondleiding voert door het plaatsje, langs twee kerken – een Anglicaanse en een katholieke –, het kantoor van Parks Canada en het hoofdkwartier van de Mittimatalik Hunters & Trappers Organization. Er staat een pick-up voor het gebouw. Het is een komen en gaan van mannen die plastic zakken uitladen met vers gevangen en in stukken gehakte tandwalvis, die verdeeld zullen worden over de gemeenschap. In de laadbak liggen twee brede, Y-vormige staarten, glinsterend in de zon. ‘Meestal eten we de staart ook op,’ zegt Alex. ‘Lekker knapperig.’ Sommige bezoekers werpen elkaar een snelle blik toe, weten niet goed of ze het serieus meent.
De groep doet de Arctic Co-op aan, een van de twee supermarkten, en de bezoekers dolen door de gangpaden, kijken met toegeknepen ogen en een uitgestoken vinger naar de prijzen: 2 dollar 69 voor een blikje tomatensoep, 7 dollar 99 voor een blikje babymais.
Weldra is het tijd voor het culturele deel van het programma en de toeristen steken de straat over naar het dorpshuis, waar ze plaatsnemen op een rij zwarte, metalen klapstoeltjes. Het programma begint met een Inuktitutuitvoering van ‘O Canada’, waarna de ceremoniemeester een kort praatje houdt over Pond Inlet: de mensen, de geschiedenis, de flora en fauna. Dan volgen demonstraties van traditionele spelen en krachtvertoon. Er wordt gezongen, getrommeld en gedanst, en daarna volgt het plechtige aansteken van een walvisvetlamp door een gerimpelde oudere inwoner.
Karen Nutarak is een van de zangers die voor de passagiers optreedt. Gekleed in een lange amauti, en met een hoofdband vol kralen, zingt en lacht ze met haar collega’s terwijl de toeristen voorovergebogen op hun stoel zitten en hun camera’s klikken.
Nutarak was nog een tiener toen ze zich aansloot bij een toneelgezelschap en voor de toeristen ging optreden. Inmiddels is Nutarak achtendertig en werkt op een plaatselijk community college, maar ’s zomers treedt ze ook nog altijd op voor de toeristen. ‘Ik vind het geweldig om te doen omdat er nog veel onbegrip is over een belangrijk deel van onze cultuur,’ zegt Nutarak. ‘En als wij de informatie geven, is die rechtstreeks afkomstig van de Inuit, niet van onderzoekers.’
Toch heeft ook zij, die al zo lang meedraait in de toerisme-industrie van Pond Inlet, gemengde gevoelens over de cruiseschepen. ‘Het levert de bevolking niet zo veel op,’ zegt ze. ‘De mensen proberen wel om de spullen die ze hebben gemaakt aan de man te brengen, maar het vindt betrekkelijk weinig aftrek.’ De gidsen sporen mensen aan om tekeningen, houtsnijwerk en andere handgemaakte spullen te kopen wanneer ze het plaatsje aandoen. Maar op een plek die zo ver afstaat van de consumptiemaatschappij – een plek waar een bezoeker die iets koopt in het winkeltje de gemeenschap misschien eerder schaadt dan vooruithelpt –, is het een ingewikkelde kwestie hoe men de economie het beste een impuls kan geven.
‘De opbrengst is zeer bescheiden,’ zegt Madeleine Redfern. Redfern is voorzitter van de Ajungi Group, een consultancy die vanuit Nunavut werkt, en in het verleden stond ze aan het hoofd van Nunavut Tourism. ‘Het aantal inwoners dat op de een of andere manier bij het cruiseschepentoerisme betrokken is, is betrekkelijk gering. Het wordt dan ook niet gezien als iets waar de gemeenschap in bredere zin baat bij heeft. Wanneer een cruiseschip zijn passagiers aan land zet, wordt de gemeenschap plots overspoeld door bezoekers. Je kunt dan het gevoel krijgen dat je van alle kanten wordt aangegaapt.’
Cruise-industrie
Maar Redfern is ervan overtuigd dat er, met enige inspanning, verandering in die situatie kan worden gebracht. De cruise-industrie in Nunavut is nog ‘in de ontwikkelingsfase’.
Redferns optimistische veronderstelling dat het cruisetoerisme zou kunnen uitgroeien tot een factor van economisch belang is niet onterecht. Het cruisewezen maakt een ongekende groei door: in 2014 ging er wereldwijd meer dan 120 miljard om in de bedrijfstak, en hoewel Nunavut nog lang niet is te vergelijken met Florida of de Cariben, waar de meeste cruises plaatsvinden, is dit een bedrijfstak die zich kenmerkt door een exponentiële groei in nieuwe markten.
Neem Antarctica als voorbeeld. Het massatoerisme op het bevroren continent is van relatief recente datum, en de overgrote meerderheid van de bezoekers arriveert per cruiseschip. In het toeristenseizoen 1992-1993 deden 6704 cruisepassagiers Antarctica aan, via een van de tien verschillende bedrijven die dit mogelijk maken. Nog geen vijftien jaar later hadden 48 bedrijven maar liefst 55 schepen in de vaart, die bijna 33.000 passagiers afzetten tussen de pinguïns en de zeeluipaarden.
Ook in Alaska heeft de cruise-industrie een snelle opmars gemaakt, en terwijl Antarctica voornamelijk wordt aangedaan door de kleinere cruiseschepen, ziet de meest noordelijke staat zich geconfronteerd met immense, moderne schepen, die elk duizenden passagiers vervoeren.
Vandaag de dag zijn de schepen niet meer weg te denken: afgelegen stadjes en dorpen zoals Skagway (inwoneraantal over het hele jaar: 1040) en Sitka (8929) zijn erop gebouwd om de dagelijkse instroom van toeristen te kunnen verwerken. Loop op een zomerse dag door de hoofdstraat van Skagway en je ziet tientallen bedrijfjes die rondleidingen proberen te slijten, of T-shirts, sieraden, gerookte zalm en nog veel meer. Maar zo is het niet altijd geweest. De eerste commerciële cruises naar Alaska dateren van eind jaren vijftig, en de grote, mondiale, cruisemaatschappijen gingen pas ergens begin jaren zeventig een rol spelen. Momenteel varen er jaarlijks zo’n miljoen cruiseschippassagiers naar de negenenveertigste staat. In 2014 was de cruise-industrie verantwoordelijk voor dik 18.500 banen en 953 miljoen dollar aan directe uitgaven binnen de staat.
Vergelijk die kolossale aantallen eens met de opkomende industrie in Nunavut zelf. Acht kleine bedrijven bieden boottochten aan van en naar het gebied, met ruwweg elf verschillende schepen. In 2015 stonden in het hele gebied dertig reizen gepland (waarvan er uiteindelijk negen werden afgelast vanwege het ijs), waarmee 2900 mensen naar Nunavut werden gebracht. In de Noordwestelijke Doorvaart zelf had Transport Canada in 2015 slechts twee volledige en één gedeeltelijke overtocht geregistreerd, door schepen met elk zo’n honderd tot driehonderd passagiers. Maar toen later in 2015 Crystal ten tonele verscheen, met een schip dat ruimte biedt aan zo’n duizend passagiers, werd in één klap, of liever gezegd in één cruise, dat aantal verdubbeld. Het economisch potentieel, de mogelijkheid voor een grootschalige verandering, is er. En dat stemt hoopvol – maar het is tevens beangstigend.
Aan het einde van de middag verlaat de loffe Pond Inlet. Het anker wordt gelicht en in de beginnende schemering zet het schip koers in westelijke richting, terwijl de passagiers hun dessert naar binnen werken: chocolat pot de crème, afgemaakt met een felgekleurde ananassalsa. De volgende ochtend vroeg ontwaakt men in Milne Inlet, een uitloper net ten zuiden van de grote doorgangsroute. Snel trekt iedereen warme laagjes aan en gaat naar het dek, voor wat een medewerker ‘Missie Narwal’ heeft gedoopt.
De schuchtere eenhoornvissen, die zich slechts zelden laten zien, trekken elk jaar met duizenden tegelijk door Lancaster Sound. Milne Inlet, een baai ten zuiden van Eclipse Sound, net ten westen van Pond Inlet, is een van hun meest geliefde plekken om de zomer door te brengen. De bedoeling is dat de loffe zo stilletjes mogelijk de baai binnenvaart, zodat opvarenden de walvissen kunnen zien zonder ze te verjagen. Zodra er een groep walvissen wordt gesignaleerd, worden de passagiers aan land gezet en gaan alle motoren uit, zodat er een grotere kans is dat de walvissen zich gedurende langere tijd vertonen.
Vandaag werken de narwals echter niet mee. Dat komt vaker voor: zelfs onder de meest gunstige omstandigheden laten ze zich soms nauwelijks zien. In Pond Inlet had men al eerder opgemerkt dat er dit jaar nog minder narwals te zien waren dan voorheen.
‘Er wordt geklaagd dat er geen walvissen meer komen, door alle schepen,’ zegt Nutarak. Ze doelt niet alleen op de cruiseschepen.
Milieuplan
Een paar dagen voor de komst van de loffe verscheepte de onlangs geopende ijzererstmijn, Baffinland, de eerste ladingen erts via Milne Inlet en Eclipse Sound. (De mijn mikt erop jaarlijks honderdvijftig van dit soort ladingen te verschepen.) In een aanvankelijk milieuplan was voorgesteld het vervoer via een minder precair gebied te laten verlopen, maar onder druk van de dalende prijzen is de route verlegd. Oceans North Canada, een milieuorganisatie die zich richt op het behoud van het zeeleven, heeft de krachten gebundeld met plaatselijke jagers, teneinde seizoensgebonden akoestische registratiestations op te zetten in Milne. Daartoe laat men vlak voor het aanbreken van de lente registratieapparatuur door kieren in het pakijs zakken, om dat in de herfst allemaal weer naar boven te halen, net voordat het ijs zich weer sluit. ‘We hebben heel erg hard gewerkt om alles in gereedheid te brengen voordat het intensieve cruiseverkeer op gang kwam,’ zegt Christopher Debicki, de projectcoördinator van Oceans North Canada.
De resultaten tot nog toe? ‘Duidelijk is dat we veel minder narwals horen wanneer er schepen aanwezig zijn,’ aldus Debicki. ‘Dat lijkt erop te duiden dat ze in ieder geval tijdelijk naar een andere plek zijn getrokken, in reactie op al het scheepsverkeer.’ (De gevolgen van de walviscruises zijn grondiger bestudeerd aan de beide kusten van Noord-Amerika, waar alles erop lijkt te wijzen dat het gedrag van de walvissen verandert door de aanwezigheid van bezoekers.)
De passagiers van de loffe mogen dan teleurgesteld zijn dat ze geen narwals hebben gezien, voor de inwoners van Pond Inlet is het wegblijven van de dieren veel ingrijpender
De passagiers van de loffe mogen dan teleurgesteld zijn dat ze geen narwals hebben gezien, voor de inwoners van Pond Inlet is het wegblijven van de dieren veel ingrijpender. Walvissen en zeehonden vormen een onmisbare bron van eiwit. Het jagen wekt de woede van vele buitenstaanders, en als een gevolg daarvan zijn de betrekkingen tussen een aantal grote milieuorganisaties – Greenpeace, Sea Shepherd – en de Inuit al vele jaren gespannen.
Dat is weer aanleiding tot iets minder concrete zorgen omtrent de aanwezigheid van de cruiseschepen in Nunavut: men voelt zich bekeken, men is bang dat bezoekers die het Inuitbestaan vastleggen – ofwel: die foto’s maken van bloederige zeehonden of walviskarkassen – meer mensen ertoe zullen verleiden zich negatief over de Inuit uit te laten; men is bang dat organisaties als Greenpeace meer acties zullen gaan voeren; men is bang voor economische sancties uit de buitenwereld, zoals een importverbod in Europa en de Verenigde Staten op alle zeehondenproducten.
Maar de cruiseschepen symboliseren ook de mogelijkheid van een dialoog, ze bieden een kans om meer begrip te genereren voor de manier van leven van de Inuit, in de hoop de vertrekkende passagiers tot bondgenoten te maken, in plaats van vijanden.
Madeleine Redfern schat het positief in. Bezoekers zullen in het begin misschien geschokt of boos zijn omdat er zeehonden en andere zeezoogdieren worden gevangen en gegeten, maar ‘zodra ze het binnen de context zien, binnen de cultuur, hebben ze meer iets van: “Nou ja, ik vind het nog altijd niks, maar nu begrijp en respecteer ik dat het een wezenlijk onderdeel uitmaakt van jullie dieet. Ik begrijp dat de jacht is gebaseerd op respect, dat jullie je gezin te eten moeten geven, dat het een belangrijke bron is van essentiële voedingsstoffen. Dat er in het poolgebied geen efficiënte, haalbare, pragmatische landbouw mogelijk is.” We moeten deze kans aangrijpen om mensen te informeren en om alle clichés te ontkrachten, die een vertekend beeld geven van de waarheid.’
Poolzon
Op een middag, drie dagen nadat ze Milne Inlet achter zich hebben gelaten, staan de passagiers van de loffe klappertandend aan dek en kijken naar een ijsschots op enkele tientallen meters afstand, waar een ijsbeer over het kadaver van een ringelrob staat gebogen en met zijn kromme, gelige tanden de ingewanden eruit trekt. Ze horen het monotone schrapen van de ijsbeerpoten over het ijs terwijl hij het geronnen bloed weghaalt.
Twee nachten eerder hebben ze een stuk gletsjer zien afkalven en in zee zien storten, hun gejoel vermengd met het gebulder van honderden tonnen ijs die het water raken en in nieuwe ijsbergen uiteenvallen. Ze hebben door kiezelachtige maanlandschappen gelopen waar het enige leven bestaat uit een dun laagje korstmos op de stenen onder hun voeten. Ze hebben gezien hoe de poolzon onderging boven de Noordwestelijke Doorgang, het donkere water deed oplichten in zijn gloed, om enkele minuten later alweer op te komen.
Ze verlaten de loffe achter in Cambridge Bay, een gehucht helemaal aan de westkant van Nunavut, midden in het noordpoolgebied. Met zijn zestienhonderd inwoners is Cambridge Bay nauwelijks groter dan Pond Inlet.
De passagiers klauteren een laatste keer uit de rubberboten op het rotsachtige poolstrand, waar ze worden opgewacht door een plaatselijke ondernemer die plattegrondjes uitdeelt en iedereen eraan helpt herinneren wanneer de laatste bus naar het vliegveld vertrekt vanaf het kleine bezoekerscentrum.
De toeristen maken nog een laatste ommetje; door de stoffige, onverharde straten, tussen de kleine, kleurrijke huisjes, met aan de ene kant uitzicht op het donkere, koude, ijsvrije water van de Noordwestelijke Doorvaart, en aan de andere kant de onafzienbare, vlakke, kale toendra rondom Cambridge Bay. Vlak voor de kust ligt de loffe voor anker, de scherpe, slanke contouren oplichtend in de Arctische zomerzon, in afwachting van de volgende groep passagiers die inscheept.
Auteur: Eva Holland
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer
Pacific Standard
Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 100.000
Dit in 2008 opgerichte tijdschrift droeg tot 2012 de achternaam van oprichter Sara Miller McCune, die ook eigenaar is van de internationale uitgeverij Sage Publications. PS is onderdeel van de non-profitorganisatie Miller McCune Center for Research, Media and Public Policy. Vanuit de gedachte dat de wetenschap vaak oplossingen biedt op maatschappelijke problemen maakt deze publicatie belangrijke onderzoekresultaten inzichtelijk voor een breed publiek.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.