Tag: Wapenbeurs

  • De wapenindustrie floreert: van oorlog houdt niemand, van veel verdienen wel

    De wapenindustrie floreert: van oorlog houdt niemand, van veel verdienen wel

    De internationale wapenbeurs in het Franse Villepinte profiteerde dit jaar van de oorlog in Oekraïne. ‘Natuurlijk wil niemand hier doden, maar men prijst wel de “veel hogere letaliteit” van het nieuwe model.’

    ‘Oorlog, oorlog, weet jij waar dat begint, een oorlog?’ De tong van Hanspeter Fäh is al een beetje zwaar. Het is de rode wijn, het zijn de lange dagen, de vele vragen. Soms verliest hij zijn geduld. Nu steekt hij een wijsvinger op. ‘De oorlog begint tussen de dorpelingen van boven en die van beneden. Dit hier is allemaal nodig omdat de mens zich nu eenmaal niet laat veranderen, begrijp je?’

    Om deze reden beheert Hanspeter Fäh uit Schaffhausen al tweeëntwintig jaar het paviljoen van de Zwitserse wapenindustrie op de wapenjaarbeurzen van deze wereld – Abu Dhabi, Brazilië, Kuala Lumpur, Parijs – omdat de mens zich op geen enkele manier laat veranderen. Maar Fäh verloor de laatste jaren met elke editie een beetje terrein, samen met de Zwitserse wapenindustrie. Ooit beschikte hij over 1300 vierkante meter tentoonstellingsruimte, nu is het misschien nog 125 vierkante meter. Oerlikon Contraves is nu onderdeel van het Duitse Rheinmetall, Vectronix uit Heerbrugg zie je bij de Franse stand van Safran helemaal niet meer. Mowag is van het Amerikaanse wapenconcern General Dynamics.

    Tenhemelschreiend is het, de vertegenwoordigers van de wapenindustrie zijn in Zwitserland de zondebokken, zegt Fäh. ‘Terwijl de meeste Zwitserse industrieën het leven alleen maar beschermen!’ Als hij deze woorden roept, klinkt hij een beetje versleten, alsof hij die al vele jaren lang heeft herhaald. Die luide verdediging van de wapenindustrie leek ooit haast als vanzelf in de reclamefolder van zijn tentoonstellingsaanbod te zijn geslopen. Fäh moest tweeënzestig jaar oud worden voordat alles nog een keer veranderde: dit jaar is het oorlog in Europa. Dit jaar kunnen alleen wapens nog een democratie beschermen. Hanspeter Fäh wint weer wat terrein.

    Sinds kort zonder vredesdemo’s

    Villepinte, een klein uurtje rijden buiten Parijs. De eerste dagen van de zomer beginnen erg warm te worden. De hotelprijzen in de hele regio zijn geëxplodeerd. Bijna honderdduizend bezoekers zijn deze week naar de wapenjaarbeurs Eurosatory afgereisd. 260 delegaties uit 92 landen. Discrete chauffeurs openen portiers met donkergetinte ruiten, op de uniformen van militaire vertegenwoordigers uit alle windstreken strekt zich een zee van eretekenen uit. Bagagecontroles, fouilleren, scannen, het is als de aankomst op een luchthaven. Met elke controle wordt het gewichtiger. Het tenue van de gebruikelijke jaarbeursbezoekers bestaat uit een pak, een wit overhemd, zwarte rugzak en leren schoenen – geen sneakers. Niemand mag op het idee komen dat men deze zaken niet serieus neemt. Het gaat hier om ‘veiligheid’ en niet om ‘oorlog’, om ‘verdediging’, niet om ‘aanval’.

    Oorlog wordt om te beginnen gevoerd in pak, en met juten tasjes

    Niemand verheugt zich over de toestand in Oekraïne, maar natuurlijk is die goed voor de business, al zal niemand dat zo openlijk zeggen. Men is hier om zich te informeren en mensen te ontmoeten, de contracten worden later getekend. Het Franse wapenconcern Arquus deelt juten tasjes uit met een opdruk van het nieuwste pantservoertuig ‘Scarabee’, hoe trendy wil je het hebben? De massa’s schuifelen door de entreesluizen en verspreiden zich over een tentoonstellingsruimte van 22 voetbalvelden groot: mortieren, tankcolonnes, apparaten om radar te verstoren en drones tussen kaaskoekjes en frisdrank. Oorlog wordt om te beginnen gevoerd in pak, en met juten tasjes.

    Dodelijke drones

    ‘Sneller, minder duur en dodelijker.’ Het tijdschrift bij Financial Times wijdt de voorpagina van zijn editie van 27 en 28 augustus aan ‘goedkope drones die overal ter wereld de oorlogsvoering veranderen’, en met name aan de Turkse drone Bayraktar TB2, ‘de voorbode van een verontrustend nieuw tijdperk‘.

    ‘Hij is er, hij is er.’ Twee leden van het marketingteam van de wapenbeurs turen naar de stands van het Franse ministerie van Defensie. President Macron is er. Een dag later al reist hij naar Roemenië, en vandaar per trein naar Oekraïne. Het is de eerste keer dat een Franse president deze tentoonstelling bezoekt. Het is ook voor het eerst dat er bij de ingang geen vredesdemonstraties plaatsvinden. ‘Er bestaat geen vrede zonder grondtroepen,’ zegt Macron, en het is alsof de pacifisten dat hebben geaccepteerd. Hij bezweert de aanwezige industrie dat het een sector is met toekomst: ‘Ga zo door, blijf je verbeteren!’ roept hij de bazen, onderzoekers, exposanten en oprichters van start-ups toe. Macron wil een weerbaar Frankrijk, met militaire innovatie. Meteen daarna maken beveiligers ruim baan voor hem. Met ogen die niets uitdrukken, maar desondanks zeer alert zijn.

    Defensiebudget

    Europa bewapent zich. Duitsland wil de komende vijf jaar 100 miljard euro meer uitgeven aan de Bundeswehr, Frankrijk maakt plannen om het jaarlijkse defensiebudget tot 2025 met 50 miljard te verhogen. In Zwitserland besluit de Nationalrat tot een stapsgewijze verhoging van de militaire uitgaven met ongeveer 7 miljard frank per jaar. Bij de bedrijven hier zullen de regeringen hun geld uitgeven. De VS zijn vertegenwoordigd met een enorm oppervlak, Duitsland ook, Israël is gekomen met talloze drones, de landen van het Oosten willen verkopen omdat ze geld nodig hebben voor nieuwe wapens en meer dan een kwart van de stands is Frans. Oekraïne is zeer aanwezig. Rusland was hier voor het laatst in 2014, voor de crisis in de Donbas.

    Achter beurshal 5B begint de woestenij. Wie de shows wil komen zien, moet minstens twintig minuten lopen. Hier verkennen drones als insecten het vijandelijke gebouw voor het grote filmscherm. Stof waait op de tribunes, een Leclerc-tank van het Franse wapenbedrijf Nexter davert bijna loodrecht van een heuvel naar beneden. Een Caesar-houwitser simuleert een schot. De mensen in het publiek halen hun smartphones tevoorschijn; ze maken geen geluid, willen zich niet al te enthousiast tonen. Toch heeft Frankrijk juist een dozijn van deze houwitsers geleverd voor de echte oorlog. Ze treffen tot op 40 kilometer afstand nauwkeurig ieder doel.

    Natuurlijk wil niemand hier doden, maar men looft toch de ‘veel hogere letaliteit’ van het nieuwe model

    Een zweem van dezelfde terughoudendheid glijdt over het gezicht van Armin Papperger, de topman van Rheinmetall, als hij op het terrein tussen de hallen staat te midden van de rook van het vuurwerk. Misschien wenst hij op dit moment dat men de show toch iets ingetogener had gemaakt. De Panther, het nieuwste lid van de tankfamilie van Rheinmetall, werd zojuist met een dreunende bas onthuld vanonder een blauwsatijnen doek. Dienbladen vol prosecco wiegen vanuit het wit-blauwe paviljoen naar buiten. Rheinmetall heeft een heel gebouw meegebracht naar de jaarbeurs. Natuurlijk wil niemand hier de oorlog vieren, maar deze tanks toch wel. Natuurlijk wil niemand hier doden, maar men looft toch de ‘veel hogere letaliteit’ van het nieuwe model. Natuurlijk is de Panther het antwoord op de Russische T-14 Armata – je moet er toch iets tegen doen. Die uit het bovendorp tegen die uit het benedendorp – misschien tonen de tegenstrijdigheden van het menselijk bestaan zich nergens duidelijker dan op een wapenjaarbeurs.

    Hanspeter Fäh steekt zijn hand in een schotel met gehaktballen. Nu moet alles kloppen: Ghackets und Hörnli [Zwitserse specialiteit met gehakt en macaroni], fondue en Aziatische noedelsalade. Het is woensdagmiddag en zo dadelijk komt het hoofd Bewapening op bezoek in het Zwitserse paviljoen. ‘Een arme stakker’, als je het Fäh vraagt, omdat hij voor veel te veel moet opdraaien, terwijl hij er helemaal niets aan kan doen. In het paviljoen hebben nu de Zwitserse wapenbedrijven hun stands mooi gemaakt. De verkoopteams van Victorinox, Saltech, Huber+Suhner, IVF Hartmann, SSZ Camouflage en Symlab staan klaar. In totaal zijn er 22 bedrijven uit Zwitserland. Er zijn messen, munitie, kabels, drukverbanden, stoorzenders, camouflage en ook apparatuur om mijnen op te ruimen. Het Zwitserse paviljoen staat bij de jaarbeurs bekend om de kwaliteit en de goede sfeer, zegt Fäh.

    +434%

    bedroeg de toename van de militaire uitgaven van Qatar tussen 2010 en 2021.

    De militaire uitgaven van het emiraat bedroegen vorig jaar 10,9 miljard euro, waarmee het een van de grootste investeerders op dit gebied is in de Arabische wereld, meldt de Qatarese site Doha News. Inmiddels bezet het land qua militaire uitgaven de vijfde plaats in het Midden-Oosten, aldus het Internationaal Instituut voor Vredesonderzoek van Stockholm (SIPRI), dat dit als resultaat ziet van de regionale spanningen in 2017. Verscheidene Arabische landen, waaronder Saoedi-Arabië, hadden het emiraat destijdss een blokkade opgelegd vanwege de onenigheid over Iran en de Moslimbroederschap.

    Hij roert nog even in de fondue, als daar opeens Martin Sonderegger in het paviljoen staat, het hoofd van Armasuisse, het departement voor bewapening. Armasuisse kan hier in drie dagen twintig tot dertig bedrijven bezoeken. Dertig tot veertig minuten per afspraak. Sonderegger is ontspannen. Vandaag is een goede dag. Vanmorgen vroeg ging in Emmen een van de nieuwe verkenningsdrones uit Israël voor het eerst met succes het Zwitserse luchtruim in. Het is een van de vele projecten die jaren langer duurden dan oorspronkelijk gepland was. In Zwitserland vallen aankoopprojecten van Armasuisse steeds weer op door vertragingen of budgetoverschrijdingen. Sonderegger laat een filmpje op zijn telefoon zien: ‘Dat is echte innovatie,’ zegt hij, en hij glimlacht. Deze drone zou zich op een dag autonoom in het civiele luchtruim moeten bewegen. ‘U kunt zich niet voorstellen wat er nodig is om zoiets te certificeren.’ Op de vraag of het ongelofelijke geduld voor zulke aanschafprojecten hem gewoon is aangeboren, moet hij een beetje lachen. ‘Dat is ons systeem: elk land heeft zijn eigen procedures.’

    In Zwitserland hebben de dingen hun tijd nodig. Maar de oorlog in Oekraïne zet ook de Zwitsers onder druk. De NAVO oefent druk uit op de regering om met het oog op de strijd in Oekraïne de bepalingen voor de wapenexport te versoepelen. Indirect gaf Zwitserland toe. Duitsland mag bijvoorbeeld Leopard-tanks, die vroeger van het Zwitserse leger waren, verder exporteren. Maar Zwitserse munitie voor de Gepard-tank mag niet in Oekraïne terechtkomen. De neutraliteit roept plotseling vragen op: zou je niet ook Oekraïne moeten helpen, als je Rusland betaalt voor olie? En hoe neutraal kun je zijn ten aanzien van bedreigde democratieën?

    De vertegenwoordigers van de wapenindustrie doen zich wat deze vragen betreft graag net zo apolitiek voor als verder alleen voetbalofficials dat kunnen. ‘Wij worden sterk gereguleerd en daar houden we ons aan,’ zegt bijvoorbeeld Roger Berger van de Ruag. ‘Misschien zijn een paar mensen wakker geworden, misschien zijn we nu wat minder verdacht. Maar ik verwacht niet dat die verandering lang blijft hangen.’ Wat dat betreft klinkt het hoofd Bewapening toch wat optimistischer: ‘Het zou mij natuurlijk heel wat waard zijn als er weer meer begrip komt voor veiligheid en de behoefte aan veiligheid,’ zegt Sonderegger. ‘Men heeft die thema’s lang verwaarloosd en ons ervan beschuldigd dat we ons voorbereiden op de scenario’s van gisteren.’ Nu is het leger plotseling weer iets van vandaag. En hoe zal het morgen zijn?

    Nieuw ontworpen drukverband

    Sonderegger schudt handen. Soms klopt men elkaar op de schouder. De bezoekers kennen elkaar deels al langer, en deels nog helemaal niet. Ze hechten beslist aan een zekere distantie, een nauwe band tussen leger en industrie zoals in Frankrijk zou in Zwitserland nauwelijks denkbaar zijn. Ten slotte blijft de Zwitserse delegatie lange tijd bij Hartmann hangen. Het bedrijf toont zijn nieuw ontworpen drukverband. Een weldadig simpel product, eenvoudig te gebruiken en onmiddellijk levensreddend. Ze krijgen bedankbrieven uit Oekraïne, zegt de verkoper. Zulk materiaal is uitgezonderd van de Wet op oorlogsmaterieel. En Hartmann kon direct leveren.

    ’s Avonds worden in het Zwitserse paviljoen schlagers gedraaid. De belangrijkste dag zit erop. De sfeer is ontspannen. Omdat we zo vaak vijandig behandeld worden, trekken we wellicht bijzonder naar elkaar toe, zegt een verkoopster van SSZ Camouflage. Misschien maakt Zwitserland in de wereld een beetje dezelfde indruk als de hier getoonde camouflageponcho: ze horen er wel bij, maar goed verdekt. Een beetje op de achtergrond, en daarom niet zo in het schootsveld. ‘En dat is toch ook goed.’

    In de jaarbeurshal wordt het langzaam stiller. Vanaf vijf uur is de airco uitgeschakeld, de natuurlijke warmte keert terug. Met de dag maken de wapens en de tanks in deze koele hallen een kunstmatigere indruk. Wat ontbreekt is de verschrikking van de oorlog, de geur, het geschreeuw van mensen. ‘Geen centimeter’ van haar territorium zal de NAVO opgeven, zei een generaal-majoor op het podium in een van deze hallen. De Franse commandant en de Ruslandkenners knikten geestdriftig. De wapenindustrieën van de landen zouden zich nu weer verregaand onafhankelijk moeten maken. Deglobalisering is het parool van de dag. De temperatuur in Europa is veranderd, dat merk je ook in het Zwitserse paviljoen.

    ‘Hoe meer wapens ze in deze oorlog pompen, des te meer de bevolking van Oekraïne er uiteindelijk onder lijdt’ 

    Iemand hier zegt dat hij zich eigenlijk helemaal niet interesseert voor al die spullen die ze iedere keer weer hebben uitgevonden om elkaar de hersens in te slaan. Uiteindelijk profiteren de VS het meest, omdat ze in Europa kunnen verkopen en olie kunnen leveren als het niet meer uit Rusland komt, zegt een ander. Hij zit in het Zwitserse leger en kwam hier als vip. ‘Hoe meer wapens ze in deze oorlog pompen, des te meer de bevolking van Oekraïne er uiteindelijk onder lijdt.’ 

    Je kunt het ook anders zien. De antwoorden zijn zelden eenvoudig. Hanspeter Fäh heeft er ook geen meer. Hij heeft een sigaret opgestoken en haalt nog een fles wijn. Alsof dat ook een antwoord is. Toch ziet hij er wel een beetje tevreden uit.