Tag: water

  • Colombia verklaart Stille Oceaan tot beschermd gebied

    Colombia verklaart Stille Oceaan tot beschermd gebied

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » DRC: blauwhelmen openen vuur aan de grens met Oeganda

    » Libanon: beschadigde silo’s in geplaagde haven van Beiroet storten in

    Visserij en oliewinning zullen verboden worden

    De Colombiaanse president Iván Duque heeft vlak voor zijn aftreden aangekondigd dat zijn land als eerste op het westelijk halfrond 30 procent van zijn oceaangebied tot beschermd gebied zal verklaren, wat betekent dat visserij en oliewinning verboden zullen worden, meldt Axios.

    Oceanen produceren de helft van alle zuurstof in de wereld

    Die stap is belangrijk, want volgens wetenschappers worden de oceanen aangetast door overbevissing, vervuiling, verblekende koraalriffen, zeespiegelstijging en hogere temperaturen als gevolg van klimaatverandering. De kans op sterfte, overstromingen en verlies van voedselbronnen gaat daardoor drastisch omhoog. Oceanen produceren de helft van alle zuurstof in de wereld en absorberen 31 procent van door de mens geproduceerde kooldioxide.

    Negen landen die grenzen aan de Stille Oceaan (VS, Mexico, Chili, Peru, Ecuador, Canada, Panama, Costa Rica en Colombia) hebben in juni op de top van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika een verklaring ondertekend waarin ze beloven meer samen te werken en sneller maatregelen te nemen voor de bescherming van oceaangebieden.

    Lees ook:

  • Het bewogen leven van een zandkorrel

    Het bewogen leven van een zandkorrel

    In het zand krioelt het van de kleine wezens, vaak maar tienden van millimeters groot. Maar onder de microscoop worden het ‘komkommerachtige en geschubde gasten met uitstulpende interne organen’.

    Vakantie aan zee: halfnaakte mensen liggen te zonnen op bontgekleurde handdoeken, kinderen bouwen zandkastelen en slotgrachten, sportievelingen joggen of worstelen met de golven. Maar op het strand is er nog meer aan de hand. Want niet alleen op, maar ook onder het badlaken krioelt het van leven. In het vochtige labyrint van zandkorrels kruipen, kronkelen en woelen piepkleine beestjes, zo klein dat het blote oog de meeste niet kan zien.

    ‘In een handvol zand kunnen honderden, soms duizenden organismen leven,’ zegt Andreas Schmidt-Rhaesa, conservator bij het Centrum voor Natuurkunde in Hamburg en specialist in ongewervelde dieren. De samenstelling van die populatie is zeer divers: de rand van de zee wordt bevolkt door tienduizenden soorten. In microscopisch kleine ruimten die zijn achtergelaten door minerale deeltjes, die zelf vaak slechts een fractie van een millimeter groot zijn, wonen ze in poriën die gevuld zijn met water dat een wijdvertakt systeem van minikanaaltjes heeft gevormd. De bewoners hebben zich goed aangepast aan deze ongewone habitat. Vooral in het gebied met hoog- en laagwater hebben zij voortdurend te kampen met temperatuurschommelingen en een wisselend gehalte aan voedingsstoffen, maar ook met stormen die hun habitat kunnen wegvagen en de kolkende zee, die soms met tonnen wegende brekers op het strand neerklettert.

    Complexe structuur

    Deze interstitiële fauna, oftewel de dierenwereld die tussen de zandkorrels leeft, is een van de meest fascinerende gemeenschappen op de planeet. Een wereldwijde inventarisatie ervan is nog in volle gang. Telkens weer vinden biologen nieuwe, onbekende familieleden, zoals onlangs nog op de stranden van Italië. Onderzoekers willen weten welke rol elk afzonderlijk dier speelt in de zeer complexe structuur. Ze willen ook weten hoe de minder mobiele wezens erin zijn geslaagd om biotopen in de hele wereld te veroveren en hoe milieuveranderingen, zoals vervuiling van de zee, de gemeenschappen beïnvloeden. Er zijn nog veel leemten in de kennis over het rijk der zandkloofjes.

    De wezens die de kuststrook bevolken zien er bizar uit. Ze zijn vaak slechts tienden van millimeters groot, maar onder de elektronenmicroscoop groeien ze uit tot vreemde en angstaanjagende monsters. Voor het oog van de waarnemer verschijnen borstelige wezens zonder ogen, komkommerachtige en geschubde gasten, soms met zuigende proboscisorganen [langwerpige, multifunctionele snuiten], soms met uitstulpende interne organen.

    In de kuststrook wonen ook dinoflagellaten, organismen die normaal gesproken uit slechts één cel bestaan

    In de kuststrook wonen ook dinoflagellaten, organismen die normaal gesproken uit slechts één cel bestaan. Zij kunnen noch bij dieren, noch bij planten worden ingedeeld en vormen een zelfstandige tak in de stamboom van het leven. Omdat veel soorten een schild van cellulose dragen, worden ze ook wel ‘gepantserde flagellaten’ genoemd.

    De meeste hebben twee lange flagellen [zweepharen]: ranke aanhangsels die hen helpen door de waterige poriën te roeien en van richting te veranderen. Sommige dinoflagellaten kunnen de energie die ze nodig hebben zelf produceren met behulp van chlorofyl, dat in hun cellen wordt opgeslagen en van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het licht dat ze nodig hebben voor fotosynthese halen ze uit de bovenste, zonovergoten zandlagen, en koolstof komt uit het zeewater.

    Buikharigen

    Ook gastrotricha of buikharigen bevolken de zandbodem. Met trilhaartjes aan de buikzijde kruipen of glijden ze door de fijne gangenstelsels, terwijl zintuigharen op hun kop de omgeving scannen. Hun favoriete voedsel bestaat uit kiezelalgen en bacteriën. Die zuigen ze op met hun slokdarm in het darmkanaal dat door hun hele lichaam loopt. Wanneer ze dreigen weg te spoelen, scheiden ze uit klieren aan hun achterste een soort lijm af waarmee ze zich in een oogwenk aan een zandkorrel kunnen hechten; andere klieren produceren dan weer een soort oplosmiddel, dat hen helpt om los te komen. ‘Bovendien lijken gastrotricha verdedigingsstoffen te produceren waarmee ze zich beschermen tegen roofdieren zoals platwormen,’ zegt Alexander Kieneke van het Duitse Centrum voor Onderzoek naar Mariene Biodiversiteit in Wilhelmshaven, dat onderzoek doet naar deze diertjes. Hij en zijn collega’s kennen tot nu toe bijna duizend soorten. Toch is dat maar een fractie van de werkelijke diversiteit. ‘In zandkloofjes leven ongeveer vijfduizend tot achtduizend soorten in totaal,’ schat de bioloog.

    Andere specialisten in de jungle van zandkorrels:

    Tardigrades oftewel beerdiertjes. Deze soorten die in het zand leven, zijn ongeveer een millimeter groot en hun mollige lichaam verplaatsen ze met acht pootstompjes. Daarmee klauteren ze over minerale deeltjes, waaraan ze zich met klauwen of kleefschijfjes kunnen vasthouden. Ze voeden zich met algen of gaan op jacht. Ze vangen rotifera oftewel raderdieren, draadwormen of andere beerdiertjes, die ze uitzuigen. Dat doen ze door de kegel van hun bek tegen hun prooi aan te drukken, waarna er scherpe stekels naar buiten schieten om het slachtoffer te steken. Om actief te kunnen zijn is een dun laagje water al genoeg voor ze. Soortgenoten die op korstmossen en mossen leven, weten zelfs hoe ze zich moeten behelpen als hun territorium opdroogt. Dan trekken ze hun poten in, scheiden een groot deel van hun lichaamsvocht uit en verschrompelen tot een tonnetje. In die doodse toestand kunnen deze overlevingskunstenaars het jaren uithouden – totdat de omgeving weer vochtig wordt.

    Dan zijn er dieren die oorspronkelijk in grotere maten in het water of op het land leefden en in de loop van de evolutie zijn gekrompen tot dwergformaat om zich te kunnen aanpassen aan de omstandigheden op de bodem: slakken, krabben en kwallen. De Parhedyle cryptophthalma bijvoorbeeld, een piepklein, schelploos slakje, of de Pleurocope dasyura, een schaaldier. De Halammohydra, een 1,3 millimeter grote medusa, is tijdens deze verkleining zelfs zijn schild kwijtgeraakt; daarmee had hij onmogelijk vooruit kunnen komen in het nauwe kanalenstelsel. Naast deze organismen, die hun hele bestaan doorbrengen in het verborgene, zijn er ook andere, tijdelijke gasten. ‘Dat zijn jongere stadia van dieren die uiteindelijk groter worden; ze maken alleen gebruik van deze ruimtes zolang ze erin passen,’ zegt Kieneke. Daaronder bevinden zich de nakomelingen van veel mariene anneliden, oftewel ringwormen.

    Bedrijvigheid

    De bedrijvigheid in de kuststrook is ongelijk verdeeld: landinwaarts, waar ook bij het hoogste getij geen golven meer zijn, wordt die steeds minder. Daar is alleen nog iets te vinden in zeer diepe, vochtige lagen. Dichter bij de zee, in het gebied van eb en vloed, gedijt alles weelderig, tot in zee, waar zand de bodem bedekt. ‘Sommige bewoners migreren ook, hetzij in een jaarlijkse cyclus, hetzij in de loop van hun leven, hetzij met de getijden,’ zegt Schmidt-Rhaesa. Zo hebben tardigrades de neiging om in de zomer en de herfst in de bovenste lagen te blijven, en in de winter en de lente naar grotere diepten weg te kruipen.

    Tot hun verbazing vonden ze soms dezelfde soorten op plekken die ver van elkaar verwijderd zijn

    Op alle continenten hebben biologen inmiddels op stranden gegraven. Tot hun verbazing vonden ze soms dezelfde soorten op plekken die ver van elkaar verwijderd zijn. Sommige soorten lijken zelfs kosmopoliet te zijn, en dat ondanks het feit dat de meeste van hen nauwelijks in staat zijn hun woonplek te verlaten. Evenmin laten ze in het water larven los, die naar nieuwe kusten zouden kunnen drijven. ‘We hebben nu met behulp van genetische analyses kunnen aantonen dat de soorten waarvan we aanvankelijk dachten dat ze identiek waren, vaak niet meer dan zeer nauwe verwanten zijn,’ zegt Kieneke. ‘Maar toch moeten hun gemeenschappelijke voorouders ooit enorme afstanden hebben afgelegd voordat zij nieuwe populaties op verre kusten konden vestigen.’

    De onderzoeker uit Wilhelmshaven wilde samen met een internationaal expeditieteam te weten komen hoe de diertjes dat voor elkaar kregen. Aan boord van het Duitse onderzoeksschip Meteor voeren ze in 2018 naar de Azoren. Daar namen ze monsters van de zandgronden in de ondiepe wateren voor de eilanden en van nabijgelegen onderwaterbergen. Ze zijn nog steeds aan het evalueren wat ze mee naar huis hebben genomen, maar het is nu al duidelijk dat er soorten voorkomen die voorheen alleen bekend waren van de kusten op het vasteland. ‘Blijkbaar speelden oceanische eilanden in de uitgestrekte diepzee een belangrijke rol als bruggenhoofd voor geleidelijke verspreiding,’ zegt Kieneke. Hij wil nu met genetische analyses duidelijk krijgen in hoeverre het genetisch materiaal van de levende soorten die ver uit elkaar leven met elkaar overeenkomt.

    Koloniseren

    En hoe overbrugden deze kleine dieren de modderige, bijna zandloze bodem van de uitgestrekte oceanen om vervolgens eerst eilanden op volle zee en daarna verre kusten te koloniseren? ‘Plukjes bruine algen die op het water drijven of zwemmende zeeschildpadden kunnen ze hebben vervoerd,’ zegt Kieneke. ‘Kloofbewoners voelen zich thuis op planten en de pantsers van dieren.’

    Andere wetenschappers onderzoeken wat menselijk ingrijpen in de natuur voor de kleintjes in de kloof betekent. Olielozingen op stranden en grootschalige zandwinning brengen grote en langdurige schade toe aan het onderaardse volk. Uit studies blijkt dat klimaatverandering het ecosysteem aantast door verzuring en stijging van de watertemperatuur. Biologen houden bij hoe het aantal en de diversiteit van de strandbewoners verandert.

    Ook fijngemalen plastic afval uit zee is in de zandkloofjes terechtgekomen. ‘We vinden nanodeeltjes en nanovezels in de diertjes. Ze verwarren die vreemde dingen met voedsel en krijgen ze binnen,’ zegt Andreas Schmidt-Rhaesa uit Hamburg. ‘We weten echter nog niet of en hoe dit schadelijk is voor individuele organismen.’ Effecten op de wereld van deze kleine wezens zijn uiterst moeilijk te meten en het onderzoek ernaar is nog maar net begonnen.

    _____

    Uit studies is gebleken dat sommige tardigrades bestand zijn tegen kou van min 200 graden en hitte van 148,9 graden. Ze wonen niet alleen in het zand, maar in een verscheidenheid van extreme habitats. Omdat ze zo veerkrachtig zijn, konden ze zelfs op de maan landen: onderzoekers vermoeden dat enkele duizenden exemplaren de crash van een Israëlische sonde daar in 2019 hebben overleefd.

    In 1933 werd de term ‘interstitiële fauna’ voor het eerst gebruikt door de Duitse zoöloog Adolf Reman, voor kleine diertjes met een lengte tussen ongeveer 30 micro- en 1 millimeter die zich tussen zandkorrels kunnen voortbewegen zonder dat de korrels verschuiven.

  • Kraanwater moet weer cool worden

    Kraanwater moet weer cool worden

    Waarom wordt overal ter wereld water uit flessen gedronken, zelfs in gebieden waar kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is? Antwoord: omdat water uit de kraan niet het gigantische marketingbudget heeft waar multinationals 217 miljard dollar per jaar mee omzetten.

    Het Penrose Recreation Center in het noorden van Philadelphia heeft een nieuwe lik verf gekregen. Na de onthulling afgelopen september zien de omwonenden nu op een van de muren een helblauw portret van een heuse buurtgenote die met een grijns op haar gezicht een slok neemt uit haar navulbare drinkfles. Het is een van de twee muurschilderingen die het drinkwaterbedrijf van Philadelphia heeft laten maken om het plaatselijke kraanwater te promoten, toen aan het licht kwam dat veertig procent van de inwoners thuis uitsluitend flessenwater dronk. Ook bleek dat flessenwater vooral werd gekocht door mensen met een Afro-Amerikaanse of Zuid-Amerikaanse achtergrond en uit de lagere inkomensklasse.

    Dat was een zorgwekkende ontdekking, ‘vooral in een stad als Philadelphia, waar het kraanwater van verbazingwekkend goede kwaliteit is’, zegt Maura Jarvis van het plaatselijke drinkwaterbedrijf. De drinkwatervoorziening in de Verenigde Staten als geheel behoort tot de veiligste ter wereld en het water in Philadelphia voldoet aan de officiële veiligheidsnormen en valt binnen de geadviseerde grenzen voor bepaalde synthetische stoffen waarvoor nog geen regels bestaan. Het drinkwaterbedrijf heeft zich ten doel gesteld het vertrouwen in het plaatselijke kraanwater te herstellen. Maar dat zal niet meevallen.

    ‘Het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen’

    ‘We moeten concurreren met een gigantische flessenwaterindustrie die haar status quo wil behouden,’ zegt Jarvis. ‘Maar het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen.’

    De flessenwaterindustrie is wereldwijd goed voor een omzet van 217 miljard dollar, een bedrag dat jaarlijks 11 procent stijgt. En van de 29 miljard waterflessen die Amerikanen jaarlijks kopen wordt maar een op de zes gerecycled. De rest heeft duizend jaar nodig om te vergaan, waarbij de nodige vervuilende stoffen in de watersystemen terechtkomen. Volgens het Barcelona Institute for Global Health is de impact van het drinken van flessenwater op onze ecosystemen veertienhonderd keer hoger dan die van kraanwater en zijn er alleen om aan de vraag in de VS te voldoen al zeventien miljoen vaten olie per jaar nodig. Een zaak dus met grote gevolgen voor zowel milieu en volksgezondheid als sociale gelijkheid.

    Maar hoewel we weten dat flessenwater een aanslag is op onze portemonnee, onze gezondheid en onze planeet blijven we het kopen, zelfs in gebieden waar de toevoer van kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is. Dus hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen voor het alternatief kiezen?

    Hoe massaal werd overgestapt op flessenwater

    Het idee om water te bottelen en naar nieuwe bestemmingen te transporteren ontwikkelde zich tot een commercieel fenomeen in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen Perrier agressief reclame begon te maken voor haar flessen bruisend H₂O als een chic, ambitieus alternatief voor kraanwater. In de jaren negentig volgden Coca-Cola en Pepsi, die hun distributienetwerken gebruikten om de markt te overspoelen met hun eigen merken flessenwater.

    Wat er in deze flessen zit is niet per se beter, zoals tests uitwijzen. Maar flessenwater heeft iets heel belangrijks wat kraanwater mist: een gigantisch marketingbudget. Richard Wilk, hoogleraar antropologie aan Indiana University, schreef in 2006 in het Journal of Consumer Culture dat de alomtegenwoordigheid van flessenwater te danken is aan marketeers, of zoals hij het uitdrukt, ‘tovenaars die alledaagse en in overvloed aanwezige zaken in exotische kostbaarheden veranderen’. Tegenwoordig zijn er zelfs chique hotels en restaurants die watersommeliers aanstellen.

    ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben’

    Door lyrische verhalen op te hangen over natuurlijke bronnen en hun flessen te versieren met plaatjes van gletsjers en bossen, hebben ze ons ervan overtuigd dat wat zij verkopen gezonder, smakelijker en natuurlijker is dan wat via leidingen ons huis binnenkomt. Die strategie is zo succesvol dat velen zich niet realiseren dat de bron van hun water veelal dezelfde is als die van ons. ‘Deze bedrijven kunnen miljarden dollars aan reclame besteden,’ zegt Wilk. ‘Een staats- of gemeentebestuur dat met zijn beperkte middelen ook nog duizend andere dingen moet doen, kan met geen mogelijkheid op tegen de marketing van een softdrinkbedrijf.’

    Sam Höller werkt voor a tip: tap, een non-profitorganisatie die kraanwater promoot in Duitsland. Hij zegt: ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben. Dat is geweldig nieuws, zeg ik dan. Ik ken meer mensen zoals jullie.’ Toch is flessenwater een bloeiende bedrijfstak die aan veel mensen werk biedt, zodat het promoten van een gratis alternatief minder makkelijk is dan je zou denken. Maar a tip: tap doet zijn best. In Berlijn heeft de organisatie sinds 2010 het aantal openbare waterfonteintjes helpen groeien van zestien tot meer dan tweehonderd.

    Hoe de kraan terrein wint

    Langzaam maar zeker worden consumenten zich bewuster van het afval dat flessenwater produceert en stappen ze over op navulbare waterflessen of eisen ze betere verpakkingsalternatieven. Toen Kim Kardashian haar Instagramvolgers in 2020 een rondleiding gaf in haar keuken, zullen ze hebben gezien dat haar koelkast uitsluitend water bevatte van merken die glas of karton als verpakking gebruiken en geen plastic. In 2019 promootte Gwyneth Paltrow gebotteld water van Flow, een B-merk dat recyclebare Tetra Pak-verpakkingen gebruikt.

    PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt

    Ook grote bedrijven beginnen zich aan te passen aan de veranderende consumentenvoorkeur. Volgens Euromonitor is de verkoop van flessenwater in Duitsland (de op een na grootste Europese consument van het product) in 2021 met drie procent gedaald. Dit leidde ertoe dat Coca-Cola in 2021 zijn merk Apollinaris uit de Duitse supermarkten haalde, nadat de verkoop van hun segment ‘hydrateringsproducten’ met 11 procent was gedaald. PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt. Ondertussen lanceert zowel Danone als Nestlé zijn eigen systeem om thuis kraanwater een smaakje te geven, te laten bruisen en te filteren.

    Maar de Europese campagnegroep Break Free From Plastic klaagt dat de reactie van de grote bedrijven op het plasticprobleem meestal voorbijgaat aan de kern van de zaak. In plaats daarvan besteden ze de meeste energie aan het hypen van onbewezen technieken, het verleggen van de verantwoordelijkheid naar de consument of het simpelweg aankondigen van projecten die nooit zullen worden gerealiseerd. Wat echt nodig is, is een transitie naar nieuwe systemen die zijn gebaseerd op hergebruik, aldus de campagnegroep.

    Hoe de regels worden veranderd

    Vorig jaar heeft de Europese Unie verscheidene plastic items voor eenmalig gebruik in de ban gedaan, maar geen flessen. De VN hebben zich voorgenomen een eind te maken aan de plasticvervuiling, maar een bindende overeenkomst laat nog op zich wachten. Toch is er op plaatselijk niveau al een aantal succesverhalen. In Cape Cod, Massachusetts, heeft de campagnegroep Sustainable Practices actie gevoerd om de verkoop van flessenwater binnen de gemeentegrenzen te verbieden. Negen gemeenten hebben het idee inmiddels overgenomen en toegepast. ‘Flessenwater komt uit een bron in iemands gemeente. Het komt niet van een andere planeet,’ zegt Madhavi Venkatesan, verbonden aan de economische faculteit van Northeastern University in Boston en directeur van Sustainable Practices. ‘Dus zitten er dezelfde vervuilende stoffen in als in je plaatselijke water, maar met een plastic fles vererger je die vervuiling.’

    Het verbieden van plastic flessen is een voortdurende strijd: zo gaat het dorp Sandwich in Massachusetts binnenkort voor de derde keer over de kwestie stemmen, nadat het verbod vorig jaar tot tweemaal toe door de gemeenteraad was goedgekeurd en vervolgens weer verworpen. Volgens Venkatesan maken tegenstanders van het verbod (dat tijdens de laatste campagne 38 van de 300 stemmen tekortkwam) zich vooral zorgen over de gevolgen voor winkeliers of willen ze het gemak behouden van het kopen van flessenwater.

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik. Voor 95 procent van de in plastic gebottelde waterproducten kon de luchthaven een geschikte alternatieve verpakking bieden. ‘De winstmarge voor onze verkopers is nagenoeg gelijk gebleven,’ zegt Erin Cooke, directeur duurzaamheid van de luchthaven. ‘En we hebben ze de mogelijkheid geboden meer premiumproducten te verkopen, zoals herbruikbare flessen van glas of ander materiaal.’ Om het makkelijker voor consumenten te maken om hun eigen waterfles mee van huis te nemen, heeft de luchthaven honderd navullocaties geïnstalleerd en wordt reizigers meegedeeld dat ze met een lege waterfles moeiteloos door de security komen.

    Waar San Francisco een ongebruikelijk verbod op plastic flessen heeft ingesteld, ondernemen veel andere luchthavens stappen om alternatieven aan te bieden. De luchthaven van Manchester in het VK heeft zich aangesloten bij het landelijke programma Refill, dat mensen met behulp van een app helpt de dichtstbijzijnde plek te vinden om hun fles te vullen.

    Terug naar Philadelphia, waar het drinkwaterbedrijf blijft peilen hoe inwoners over kraanwater denken, om te zien of de boodschap doorkomt. Het is nog te vroeg om de effectiviteit van de campagne te kunnen beoordelen, zegt Maura Jarvis, maar de houding is al een klein beetje positiever geworden. ‘Mensen moeten zelf kiezen wat het beste is voor hun gezin en hun huishouden,’ zegt ze. ‘Maar ik wil niet dat ze voor flessenwater kiezen zonder dat ze de feiten kennen.’

  • Duizenden aangespoelde dolfijnen door oorlog Oekraïne, aldus wetenschappers

    Duizenden aangespoelde dolfijnen door oorlog Oekraïne, aldus wetenschappers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Soedan: na drie jaar nog geen gerechtigheid voor slachtoffers politiegeweld

    » Onderzoek: steeds minder besneeuwde bergtoppen in Alpen

    Gevechten langs Oekraïense kustlijn zorgen voor milieuschade

    De duizenden aangespoelde dolfijnen op de kusten van de Dode Zee zijn waarschijnlijk het gevolg van de oorlog in Oekraïne, zo meldt The New York Times. De gevechten langs de Oekraïense kustlijn hebben onnoemelijke milieuschade aangericht en hebben de habitat van de dolfijnen verstoord, aldus wetenschappers.

    Recente studies uit Bulgarije, Turkije en Oekraïne tonen aan dat door de oorlog de biodiversiteit in zee in toenemende mate wordt bedreigd: er vallen bommen in voedselrijke gebieden aan de kust, olie lekt uit gezonken schepen, en uit de rivieren stroomt water naar zee dat vervuild is door chemicaliën die in munitie worden gebruikt.

    Ivan Roesev, een milieuwetenschapper verbonden aan het nationaal park Toezly in Oekraïne, zei dat uit gegevens die sinds het begin van de oorlog door zijn organisatie zijn verzameld, blijkt dat enkele duizenden dolfijnen zijn gedood. Volgens Roesev kunnen het toegenomen lawaai van schepen en het gebruik van krachtige sonarsystemen ook de dolfijnen desoriënteren, die geluid gebruiken om te navigeren. ‘Sommige dolfijnen hadden brandwonden van bom- of mijnexplosies en konden niet meer navigeren en natuurlijk ook niet meer naar voedsel zoeken’, schrijft Roesev.

    Voor de oorlog lag het aantal dolfijnen in de Zwarte Zee op 253.000

    Ook de Turkse organisatie voor zeeonderzoek meldt ‘een uitzonderlijke toename’ van dode dolfijnen die aanspoelen aan de Turkse kust.

    De Russische marine domineert de Zwarte Zee voor de kust van Oekraïne en heeft een blokkade opgelegd aan alle Oekraïense scheepvaart. Daardoor is het onmogelijk om gedetailleerde wetenschappelijke informatie te verzamelen, zodat de massale dolfijnensterfte vooralsnog een mysterie blijft.

    Vóór de oorlog hebben honderd wetenschappers van een internationale verdragsgroep voor het behoud van walvisachtigen met behulp van tien vliegtuigen en zes schepen onderzoek gedaan naar het zeeleven in de Zwarte Zee en het Middellandse Zeegebied. Zij stelden vast dat de Zwarte Zee meer dan 253.000 dolfijnen herbergde, een gezond aantal, dat volgens de wetenschappers een positieve ecologische indicator was van het totale ecosysteem. Het valt nu echter nog te bezien wat de uiteindelijke tol van de oorlog zal zijn voor dolfijnen en ander zeeleven.

    Lees ook:

  • Verhit droogte de gemoederen in Centraal-Azië?

    Verhit droogte de gemoederen in Centraal-Azië?

    Eind april laaide het grensconflict tussen Kirgizië en Tadzjikistan weer op. De inzet: een lokaal waterreservoir. In hoeverre is de aanhoudende droogte de aanleiding voor het conflict? Bellingcat zocht het uit.

    Eind april vielen er tientallen doden en honderden gewonden en sloegen duizenden mensen op de vlucht tijdens een grensconflict tussen Kirgizië en Tadzjikistan. Het was niet voor het eerst dat de twee buurlanden strijd leverden over de vraag waar precies hun grens loopt, maar dit was wel de ernstigste confrontatie in jaren.

    De directe aanleiding schijnt dit keer onenigheid te zijn geweest over de plaatsing van beveiligingscamera’s bij het waterdistributiepunt Golovnaja, in het grensgebied tussen Tadzjikistan en Kirgizië. Vandaar verspreidde de onrust zich naar andere gebieden, sommige op meer dan honderd kilometer van Golovnaja.

    De volgende kaart toont een wirwar van grenzen en wegen. Distributiepunt Golovnaja ligt op de smalle strook Kirgizisch grondgebied die de Tadzjiekse enclave Voroech scheidt van de rest van Tadzjikistan.

    image1 1
    De enclave Voroech linksonder en het grotere gebied linksboven zijn deel van Tadzjikistan. Het gebied rechts erboven en de enclave rechts van het midden horen bij Oezbekistan. De rest is onderdeel van Kirgizië. – © Google Maps

    Interne politieke strubbelingen in Kirgizië en Tadzjikistan zijn genoemd als achterliggende oorzaak van de botsingen van afgelopen april. Daarnaast spelen er sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ingewikkelde grensgeschillen.

    Uit satellietbeelden komt echter nog een mogelijke oorzaak van de oplopende spanningen in de regio naar voren: klimaatverandering en schaarste aan water en landbouwgrond als gevolg daarvan. In de jaren voorafgaand aan de botsingen, zo blijkt uit data, viel er minder regen dan gewoonlijk, daalde de temperatuur en ging de toestand van de vegetatie achteruit. Deze veranderingen hoeven natuurlijk niet de directe oorzaak van de crisis te zijn geweest, maar de correlatie is opvallend en vraagt om nadere inspectie.

    Gelukkig stellen vrij toegankelijke bronnen ons in staat een mogelijk verband te onderzoeken. Zo kunnen we het oplaaiende conflict tussen Kirgizië en Tadzjikistan in de context plaatsen van een veranderend klimaat.

    Uit een analyse van data van Landsat 8, Sentinel 2 en andere satellieten blijkt dat door de ongewone weerpatronen van de laatste paar jaar de watervoorraad in het Kirgizisch-Tadzjiekse grensgebied kleiner werd, gewasopbrengsten terugliepen en planten het zwaar hadden.

    image7
    Een veelhoek rond de belangrijkste landbouwgebieden in Kirgizië en Tadzjikistan, zoals te zien op de afbeelding hierboven, diende als analysegebied voor de grafieken en afbeeldingen in dit artikel.

    Laten we, met dat in het achterhoofd, onze blik richten op de belangrijkste landbouwgebieden. De grafieken en kaarten in dit artikel hebben betrekking op de belangrijkste landbouwgebieden in de regio, die op de kaart rood gemarkeerd zijn.

    Het droge seizoen

    Het grootste deel van het water in het grensgebied stroomt door de rivier de Isfara, een netwerk van kanalen en het waterbekken Tortkoel. Dit reservoir is zichtbaar als een blauwe vlek in het op de kaart gemarkeerde gebied. Het is uitermate belangrijk voor boeren aan beide kanten van de grens.

    Volgens de Kirgizische regering is het Tortkoelbekken niet alleen een ‘object van strategisch belang’, maar irrigeert het tevens duizenden hectaren landbouwgrond. Ook boerderijen aan de Tadzjiekse kant van de grens zijn afhankelijk van het water uit het bekken, dat via de Isfara, kanalen en waterdistributiepunt Golovnaja het land binnenkomt.

    image3
    Jaarlijkse regenval 1981-2020. Gegevens van de Universiteit van Californië in Santa Barbara en het programma van de Climate Hazards Group InfraRed Precipitation with Stations (CHIRPS) van de Geologische Dienst van de Verenigde Staten.

    In 2020 namen de zware seizoensregens die normaliter het Tortkoelbekken vullen drastisch af, tot het laagste niveau sinds 1995. Een anomalie was dit niet: het extreme regentekort in 2020 volgde op een periode van drie jaar waarin het in het gebied sowieso minder had geregend.

    Als gevolg van deze droge periode daalde het waterniveau in het Tortkoelbekken aanzienlijk. Ook deze verandering is duidelijk op satellietbeelden te zien. Hieronder tonen we een satellietfoto uit juli 2018, genomen in de zomer na de meest recente periode met zware lenteregens, en een andere uit juli 2020, het hoogtepunt van het laatste droge jaar. Het wateroppervlak is duidelijk kleiner geworden.

    image4 1
    image10

    Alhoewel het water uit het Tortkoelbekken ook als drinkwater wordt gebruikt, blijkt uit een rapport van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties dat het bekken in de eerste plaats dient voor de ‘opslag van irrigatiewater’.

    Aangezien het water uit het bekken dus vooral naar gewassen stroomt en minder naar huishoudens, kunnen we een andere meeteenheid gebruiken om na te gaan of de planten in de regio voldoende water krijgen. De NDMI (Normalized Difference Moisture Index) wordt afgeleid uit infraroodmetingen door satellieten van het watergehalte in het bladweefsel van planten. Hoge waarden duiden op vochtigere planten, terwijl lagere waarden duiden op droogte. Het twaalfmaandelijks voortschrijdend gemiddelde van de NDMI-waarden, afgeleid uit Sentinel-2-beelden, laat in de zomer van 2019 een lichte stijging zien van het watergehalte van de vegetatie in de regio, gevolgd door een neergang in 2020.

    image9
    Gemiddelde van de NDMI-waarden over twaalf maanden

    Op timelapsebeelden van Sentinel 2 van de NDMI-index is deze afname nog duidelijker. De volgende drie foto’s, genomen rond de oogsttijd in oktober 2018, 2019 en 2020, laten een snelle daling zien van de vochtigheid van de vegetatie. Op de beelden staat donkerblauw voor meer vocht en rood voor minder. Het verschil in deze kleuren in de loop van drie jaar is opmerkelijk. En zorgwekkend, aangezien watergebrek uiteraard slecht is voor planten. Het vermindert de opbrengst en kan leiden tot vraat, plantenziekten en misoogsten.

    Een ander interessant gegeven om naar te kijken is de NDVI (Normalized Difference Vegetation Index), niet te verwarren met de eerdergenoemde NDMI. Dit is een serie metingen van de veranderingen in de groenschakeringen op satellietbeelden, die laten zien hoe gezond planten op een bepaalde locatie zijn. Aangezien de onderzochte regio vooral bestaat uit landbouwgrond, geeft de NDVI een redelijk idee van hoe de gewassen in het gebied ervoor staan.

    Een NDVI-analyse van Landsat-8-beelden van deze landbouwregio laat een aantal opeenvolgende jaren met een gezonde vegetatie zien, gevolgd door een verrassende periode van groei, en daarna in 2020 opeens een steile duik.

    image2

    De toestand van de landbouwgewassen was van 2013 tot 2015 vrij stabiel, van 2015 tot 2017 ging het zelfs iets beter met ze en in 2018 en 2019 weer wat minder goed. Maar in 2020 duikelden de gemiddelde NDVI-waarden opeens sterk, tot onder het niveau van 2015.

    Timelapsebeelden laten eenzelfde verschraling van de landbouw zien in de periode 2019-2020. Twee foto’s, genomen met een tussenpoos van een jaar, laten in 2019 nog dichtbegroeide akkers zien, maar in 2020 pluksgewijze, dunnere vegetatie. Het verschil springt vooral in het oog in de linkerbovenhoek van de foto (westelijk van de rivier de Isfara op Tadzjieks grondgebied), middenboven (ook in Tadzjikistan) en rechts onderaan (op Kirgizisch grondgebied oostelijk van het reservoir).

    Deze variatie is ook terug te zien op de thermische bandbreedte van Landsat 8, die de temperatuur aan de grond meet aan de hand van infraroodstraling. In feite is het een thermische satellietfoto. Een grafiek van deze waarden laat vanaf 2019 een scherpe temperatuurdaling zien. De temperatuur aan de grond in de enclave Voroech bleef van begin 2017 tot eind 2019 nagenoeg gelijk, om tussen eind 2019 en eind 2020 ineens een stuk lager te worden.

    image6

    Samen duiden de NDVI- en de thermale metingen erop dat de gewassen in deze landbouwregio in 2020, het laatste jaar waarvoor data beschikbaar is, het zwaar te verduren hadden en de temperatuur aan de grond sterk daalde.

    Beide kanten van de gecompliceerde grens tussen de twee landen zijn voor hun watertoevoer sterk van elkaar afhankelijk. Eén enkele onderbreking, laat staan een combinatie van een lagere waterstand en een koeler klimaat, kan voor Kirgizische en Tadzjiekse boeren een catastrofe betekenen.

    Voedselzekerheid

    Het zou te ver voeren om te beweren dat voornoemde veranderingen de directe oorzaak waren van de botsingen in april dit jaar. De aanleiding voor het conflict was een ruzie over beveiligingscamera’s bij waterdistributiepunt Golovnaja. Dat neemt niet weg dat milieuverandering en waterschaarste hier in de toekomst voor problemen in de landbouw kunnen gaan zorgen en nieuwe conflicten kunnen uitlokken. 

    Zelfs op papier zijn veel van de territoriale conflicten nog niet beslecht. Hoewel Kirgizië de controle heeft over de Golovnaja-installatie, houdt de Tadzjiekse grenspolitie vol dat Golovnaja ‘volledig gelegen’ is op Tadzjieks grondgebied, zich baserend op Sovjetkaarten uit de jaren twintig en tachtig.

    Een recent artikel van de nieuwsservice Eurasianet beschreef de installatie als ‘feitelijk een sluis in de Isfara’, die het water doorsluist ‘naar bewoond gebied stroomafwaarts in zowel Kirgizië als Tadzjikistan’. Ook de Tadzjiekse grenspolitie noemt Golovnaja van levensbelang voor de irrigatie van niet alleen Tadzjiekse maar ook Kirgizische en Oezbeekse akkers.

    De controle over de Golovnaja-sluis kan van doorslaggevend belang worden voor de lokale voedselzekerheid

    Als de meteorologische trend doorzet en de boeren in elk van deze landen in 2021 minder water zullen ontvangen en hun opbrengsten zien dalen, kan de controle over de Golovnaja-sluis, en het water dat erdoorheen stroomt, van doorslaggevend belang worden voor de lokale voedselzekerheid.

    Een paar vragen blijven echter onbeantwoord. Ten eerste: was er een relatie tussen de lagere temperatuur in 2020 en de waterschaarste? Zo niet, kunnen andere milieukwesties dan tot de gevechten hebben geleid?

    Ten tweede: hoewel er in 2020 zeker minder water beschikbaar was, wordt het resterende water uit het Tortkoelbekken en het netwerk van kanalen nog steeds door mensen gecontroleerd. Waren er soms menselijke factoren, naast het klimaat, die de watertoevoer naar boeren in 2019 en 2020 ten goede of ten slechte hebben beïnvloed? Kreeg Kirgizië bijvoorbeeld minder water dan gebruikelijk uit het bekken? Heeft een ongewoon kleine hoeveelheid Tadzjikistan bereikt, en zo ja, waarom?

    Ten slotte moeten andere, lokale factoren worden meegewogen. Weliswaar laaiden de gevechten op bij de Golovnaja-installatie, maar politieke en sociale onenigheid verhoogden de spanning.

    Een kleine provocatie kan tot botsingen leiden die een hele regio kunnen destabiliseren

    Open source-beeldmateriaal alleen kan geen licht werpen op deze complexe gebeurtenissen. Wel blijkt duidelijk uit satellietbeelden dat de boeren in het gebied in de periode sinds 2019 niet alleen te kampen hadden met waterschaarste voor de bevloeiing van hun akkers, maar ook met lagere temperaturen dan gebruikelijk. Samen kan dat hebben bijgedragen aan de zeer magere oogsten in 2020, en het stemt tot zorgen voor 2021.

    Het lijdt geen twijfel dat broeikasgassen en menselijke activiteiten het klimaat op aarde steeds sterker beïnvloeden, met als gevolg een verhoogde kans op misoogsten en droogte. Hierdoor krijgen historische geschillen over de controle van schaarse hulpbronnen een nieuwe urgentie. In zo’n situatie kan een kleine provocatie, zoals de plaatsing van beveiligingscamera’s, tot botsingen leiden die een hele regio kunnen destabiliseren.

  • 4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    Om de druk op zijn stratennetwerk te verlichten en meer ruimte te bieden aan fietsers en voetgangers, wil de Thaise hoofdstad zijn historische waterwegen in ere herstellen.

    Lopen in Bangkok is een ramp. Autorijden is er ook geen pretje, maar altijd nog beter dan dat je de vieze, slecht onderhouden hindernisbanen moet trotseren die hier voor trottoirs doorgaan. Bovendien heb je in de auto iets minder last van de lucht die steeds zwaarder vervuild is – mede door al die auto’s.

    Hoe valt die vicieuze cirkel te doorbreken? Stel dat je voor een afstandje van een kilometer of twee niet de motor of de taxi hoeft te pakken, maar gewoon kunt lopen of fietsen langs stromend water omzoomd door vegetatie. Het mag klinken als een sprookje, maar het kan: door terug te keren naar Bangkoks verleden en de historische waterwegen in ere te herstellen die zijn verwaarloosd of gedempt om ruimte te scheppen voor de auto.

    Dat is de gedachte achter een proefproject voor het herstel van het uitgebreide netwerk van khlongs (grachten), waaraan de Thaise hoofdstad ooit zijn bijnaam ‘Venetië van het Oosten’ dankte. Door deze waterwegen op te knappen en in de infrastructuur te integreren hoopt het Cycling-Canal-Community Project een eind te maken aan de vervoersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok een onleefbare, dystopische smogstad wordt. ‘Bangkok is gebouwd rond een netwerk van grachten en rivieren,’ zegt projectleidster Kanjanee Budhimedhee. ‘Die grachten waren een uniek stadskenmerk, maar we hebben ze gedempt om wegen aan te leggen. De resterende grachten veroorzaken nu vooral problemen. Die zijn een vergaarbak van afval en een bron van stank.’


    Een watertaxi in Bangkok.
    Een watertaxi in Bangkok.

    Kanjanees eerste doel is een autovrije looproute langs 10 kilometer grachtkant in het zuidwesten van Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat lukt, is het een potentiële verbindingsroute voor tienduizend bewoners in tien wijken. ‘Dit soort grachten liggen overal in Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt ze. Als die kanalen weer op elkaar kunnen worden aangesloten en op de grote openbaarvervoersnetwerken in de stad – boten, bussen en treinen – kan het volgens Kanjanee ‘een geweldig alternatief worden, en een reële optie’ voor mensen die niet afhankelijk willen zijn van auto’s. Het kan ook een uitbreiding betekenen van het aantal vervoersopties, mensen aanmoedigen om meer te lopen en te fietsen, en zodoende het aantal auto’s op straat terugdringen. Bovendien zal het helpen de stank van de khlongs te verminderen.

    Elders ter wereld heeft de methode haar succes al bewezen. Er zijn meer steden waar verwaarloosde grachten en rivieren ‘herontdekt’ en gerestaureerd zijn, met verhoging van de levenskwaliteit – en de vastgoedprijzen – als gevolg. Tien jaar geleden werd de zwaar vervuilde stadsbeek Cheonggyecheon in Seoul omgetoverd tot een groene oase die de inwoners van deze betonjungle wat natuur biedt. De groenstrook biedt verkoeling en zorgt voor minder vervuiling en meer stadsfauna.

    Dat effect streeft Kanjanee met haar initiatief ook na. In 2016 is het project goedgekeurd en gefinancierd, maar het team is nog steeds met lokale bestuurders in onderhandeling over de precieze uitvoering. ‘We hebben wel geprobeerd om het in een of twee wijken door te drukken, maar we stuiten steeds op verzet. Dat de bewoners langs de grachten bijvoorbeeld bezwaar maken tegen de route,’ zegt Kanjanee. ‘Maar we hebben de overheid al gezegd dat wij desnoods bij iedereen willen langsgaan om erover te praten.’

    Vergeten en verwaarloosd

    De oude waterwegen van Bangkok ‘waren niet berekend op straten en voetpaden’ en tegenwoordig ‘is er geen ruimte meer voor wegen,’ zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaand landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in de stedenbouw. Straten beslaan maar 7 procent van het oppervlak van Bangkok, terwijl het gemiddelde in de meeste steden tussen de 20 en 25 procent ligt, volgens een studie door het Centrum voor Stedenbouw en ontwikkeling van de Chulalongkorn-universiteit. Yossapon zegt dat lopen en reizen met het openbaar vervoer in de hoofdstad ontmoedigd worden door de infrastructuur, zodat mensen veel te lang opgesloten zitten in hun auto. Dat verhindert ‘dat we andere mensen ontmoeten’ en in harmonie met de stad leven, zegt hij: ‘We missen kansen op betrokkenheid.’

    Meer wegen aanleggen is geen oplossing, maar ruimte afpakken van de auto ook niet, zegt Kanjanee. Dat heeft ze in haar tien jaar als stadsontwikkelaar wel gemerkt: voetgangers en fietszones instellen door ruimte ‘in te pikken’ die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, dat ‘werkt niet’. Vandaar dat ze de oplossing zoekt in de vergeten en verwaarloosde stukjes van het 2200 kilometer lange netwerk van 1161 grachten. Het project vordert traag, maar Kanjanee blijft hopen dat ze dankzij de evidente voordelen – en de lage kosten – bewoners over de streep kan trekken. Naarmate mensen minder in de auto zitten en meer gebruikmaken van de openbare ruimte, zal daarin ook meer worden geïnvesteerd, denkt Yossapon. ‘Als mensen er veel gebruik van maken, is de overheid wel verplicht om er goed voor te zorgen,’ zegt hij. ‘Dat heeft uiteindelijk invloed op de hele leefomgeving van de stad, die er alleen maar beter van zal worden.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai
    Vertaler: Frank Lekens

    Dit artikel verscheen eerder in iets andere vorm in 360 # 139.

    Khao Sod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khao Sod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • China gaat regen maken

    China gaat regen maken

    China heeft meer water nodig. Daarom wil het hoog in de Tibetaanse bergen een reusachtig netwerk van kleine verbrandingsovens aanleggen die de regenval moeten stimuleren.

    Met behulp van geavanceerde militaire technologie probeert China een krachtig en toch relatief goedkoop systeem voor de beïnvloeding van het weer te ontwikkelen. Dat moet leiden tot een aanzienlijke toename van de neerslag op het Tibetaans Hoogland, het grootste zoetwaterreservoir van Azië. Met deze methode, een reusachtig netwerk van kleine verbrandingsovens hoog in de Tibetaanse bergen, kan de regenval in de regio volgens betrokken wetenschappers worden verhoogd met wel tien miljard kubieke meter per jaar – zo’n 
7 procent van China’s totale waterverbruik. Tienduizenden van deze ovens moeten daar de regenval 
stimuleren in een gebied van 1,6 miljoen vierkante kilometer, drie keer zo groot als Spanje: het grootste project in zijn soort ter wereld.

    De ovens verstoken vaste brandstof en stoten zilverjodide uit, zoutkristallen met een op ijs lijkende structuur die wolkvorming bevorderen. De ovens staan op steile berghellingen waar de vochtige moessonwind uit Zuid-Azië tegenaan waait. Die wind kan de zilverjodidedeeltjes naar boven voeren, om wolken te vormen waar regen en sneeuw uit valt. ‘Er zijn al proeven gedaan met meer dan vijfhonderd ovens 
op berghellingen in Tibet, Xinjiang en elders. De 
uitkomst daarvan is veelbelovend,’ aldus een van 
de betrokken wetenschappers.
    Het systeem wordt ontwikkeld door de China Aerospace Science and Technology Corporation, een staatsbedrijf dat ook ambitieuze nationale projecten uitvoert op het gebied van defensie en ruimtevaart, waaronder maanreizen en de bouw van een ruimtestation. Bij het ontwerp van de ovens is gebruikgemaakt van de nieuwste militaire rakettechnologie. Daardoor kunnen ze zelfs in zuurstofarme lucht op grote hoogte (meer dan vijfduizend meter) vaste brandstof met een hoge energiedichtheid efficiënt verbranden, zegt de wetenschapper, die vanwege de vertrouwelijke aard van het project niet met naam genoemd wil worden.

    Watertoren van Azië

    Het idee voor zo’n project is niet nieuw: andere landen, zoals de Verenigde Staten, hebben op kleinere schaal soortgelijke proeven uitgevoerd. Maar China is het eerste land dat deze technologie op zo’n grote schaal probeert toe te passen. De verbrandingsinstallaties moeten worden aangestuurd op basis van nauwkeurige meteorologische data afkomstig uit een netwerk van dertig kleine weersatellieten 
die de moessonactiviteiten in de Indische Oceaan volgen. Ter aanvulling worden voor een optimaal resultaat ook andere regenbevorderende technieken ingezet, zoals vliegtuigen, drones en artillerie.

    Met zijn gigantische gletsjers en enorme ondergrondse waterreservoirs is het Tibetaans Hoogland, ook wel de watertoren van Azië genoemd, de bron van de meeste grote rivieren in dit werelddeel, waaronder de Gele Rivier, de Jangtsekiang, de Mekong, de Salween en de Brahmaputra. Die rivieren, die door China, India, Nepal, Laos, Myanmar en nog enkele landen stromen, zijn van levensbelang voor bijna de helft van de wereldbevolking. En omdat overal op het continent tekorten heersen, wordt het Tibetaanse Hoogland ook gezien als een mogelijke bron van 
conflicten tussen de verschillende landen die hun watertoevoer veilig willen stellen.

    Hoewel er dagelijks grote hoeveelheden waterrijke luchtstromen over het plateau trekken, is het een van de droogste plekken op aarde. Op de meeste 
plekken valt nog geen 10 centimeter regen per jaar: 
een gebied waar jaarlijks minder dan 25 centimeter regen valt is volgens de definitie van de Amerikaanse geologische dienst een woestijn.

    Tibetaans Hoogland. – © Hollandse Hoogte
    Tibetaans Hoogland. – © Hollandse Hoogte

    Regen ontstaat wanneer vochtige lucht afkoelt en op zwevende deeltjes in de atmosfeer botst, zodat zich zware waterdruppels vormen. Het zilverjodide uit de Chinese ovens levert de benodigde deeltjes om dit proces te stimuleren. Volgens onze zegsman bleek uit radargegevens dat een lichte bries de deeltjes 
tot meer dan duizend meter boven de bergtop kan voeren. Zo kan één enkele oven een strook zware wolken van meer dan vijf kilometer vormen. ‘Soms begon er bijna meteen nadat we de oven hadden aangestoken al sneeuw te vallen. Alsof je bij een 
goochelaar op het podium stond,’ zegt hij.

    De technologie werd ontwikkeld voor het weerbeïnvloedingsprogramma van het Chinese leger. Landen als China, Rusland en de Verenigde Staten zoeken al langer naar manieren om natuurrampen zoals overstromingen, droogtes en tornado’s kunstmatig op te wekken, om daarmee de vijand in een eventueel conflict te kunnen verzwakken. Meer dan tien jaar geleden begon men volgens de wetenschapper te kijken of deze technologie ook geschikt was voor civiele toepassingen.

    Welzijn van de mensheid

    Een van de grootste uitdagingen voor de regenmakers was hoe je de ovens aan de gang houdt in een van de meest afgelegen en onherbergzame omgevingen ter wereld. ‘In het begin vielen ze vaak uit,’ zegt de wetenschapper: door gebrek aan zuurstof in de lucht. Maar verbeteringen aan het ontwerp zouden ertoe hebben geleid dat ze nu bijna zonder zuurstof maanden of zelfs jarenlang kunnen functioneren, zonder dat er onderhoud nodig is. De verbranding is bovendien even schoon en efficiënt als van raketmotoren, die alleen waterdamp en kooldioxide uitstoten. Daardoor zijn ze zelfs geschikt voor gebruik in gebieden met een beschermd milieu. De communicatieapparatuur en andere elektronica draait op zonne-energie en de ovens kunnen van duizenden kilometers afstand met een smartphone worden bediend op 
basis van de data van de satellietvoorspellingen.

    De ovens hebben één duidelijk voordeel boven andere methoden om regen op te wekken met zilverjodide in de atmosfeer, zoals vliegtuigen, kanonnen en drones: ‘Bij andere methoden moet je een no-flyzone instellen. Dat kost in ieder land veel tijd en moeite, en zeker in China,’ zegt de wetenschapper. Het netwerk is ook relatief goedkoop: de bouw en installatie van één oven kost circa 50.000 yuan (8000 dollar), en door massaproductie zullen die kosten waarschijnlijk nog dalen. Ter vergelijking: een vliegtuig om wolken met zilverjodide te bestrooien kost miljoenen yuan en bestrijkt een kleiner gebied. Een nadeel van de ovens is dan weer dat ze onbruikbaar zijn als er 
geen wind staat of de windrichting verkeerd is.

    Deze maand heeft de China Aerospace Science and Technology Corporation met de Tsinghua University en de provincie Qinghai een overeenkomst gesloten voor een grootschalig systeem voor weersverandering op het Tibetaans Hoogland. Onderzoekers van de vooraanstaande Tsinghua-universiteit kwamen in 2016 voor het eerst met een voorstel genaamd Tianhe, ‘Rivier in de Lucht’, om het droge noorden van China van meer water te voorzien door het klimaat te manipuleren. De vochtige lucht die de Indiase moesson over het Tibetaans Hoogland aanvoert, willen ze afvangen en omzetten in water, om zo de noordelijke regio’s vijf tot tien miljard kubieke meter extra water per jaar te bezorgen.

    © South China Morning Post
    © South China Morning Post

    Lei Fanpei, de baas van het ruimtevaartbedrijf, zei vervolgens in een toespraak dat de Chinese ruimtevaartindustrie haar kennis over weerbeïnvloeding zou inzetten voor het Tianhe-project van de universiteit. ‘Dit is een cruciale innovatie voor de oplossing van China’s watertekort,’ zei Lei. ‘Het wordt niet alleen een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van China en de welvaart in de wereld, maar aan het welzijn van de hele mensheid.’ Volgens rector Qiu Yong van de Tsinghua-universiteit toont de overeenkomst aan dat de overheid de nieuwste militaire technologieën wil inzetten voor civiele doeleinden. Deze technologie zal een belangrijke stimulans geven aan de ontwikkeling van westelijk China, zegt hij. De precieze inhoud van de overeenkomst is nog geheim, omdat er gevoelige informatie in staat die de autoriteiten nog niet geschikt achten voor publicatie, aldus een hoogleraar van de Tsinghua-universiteit die van de inhoud op de hoogte is.

    Volgens klimaatmodellen is er grote kans dat het Tibetaans Hoogland de komende decennia te maken krijgt met grote droogte, omdat de natuurlijke regenval niet zal opwegen tegen het verlies van water als gevolg van stijgende temperaturen. ‘Het satellietnetwerk en het programma om de regenval te beïnvloeden zijn voorzorgsmaatregelen tegen het slechtst denkbare scenario,’ zegt de anonieme hoogleraar. Hij weet ook te melden dat de precieze omvang en startdatum van het programma nog wachten op goedkeuring van de centrale regering. Bovendien wordt binnen het projectteam nog gediscussieerd over de beste aanpak, voegt hij eraan toe. Sommigen geven de voorkeur aan ovens, anderen achten de inzet van vliegtuigen minder schadelijk voor het milieu.

    Volgens Ma Weiqiang, een wetenschapper aan het Tibetan Plateau Research Institute van de Chinese Academie van Wetenschappen, is dit een experiment van ongekende omvang, dat kan helpen bij het beantwoorden van veel intrigerende wetenschappelijke vragen. Als er genoeg ovens worden neergezet, kunnen ze in theorie het weer en zelfs het klimaat in de regio beïnvloeden. Maar Ma waarschuwt dat ze in de praktijk misschien niet zo perfect werken. ‘Ik heb mijn twijfels over de hoeveelheid regen die ze kunnen opwekken. Weersystemen kunnen zo reusachtig zijn dat iedere menselijke inspanningen erbij in het niet zinkt,’ zegt hij. En misschien geeft Beijing niet eens toestemming voor het project, voegt hij eraan toe. Het stimuleren van regen boven Tibet kan er immers toe leiden dat de regenval in andere delen van China weer afneemt.

    Auteur: Stephen Chen
    Vertaler: Frank Lekens

    South China Morning Post
    China (Hongkong) | dagblad | oplage 261.000

    Deze Engelstalige krant, die banden heeft met het zakenmilieu van de Britse oud-kolonie, geeft een goed beeld van met name Zuid-China en de economische 
ontwikkelingen in de regio.

  • Iran, kampioen drooglegger

    Iran, kampioen drooglegger

    Door incompetentie van het regime op het gebied van waterbeheer, draagt de islamitische republiek bij aan de ernstige waterschaarste, stelt deze journalist uit Iraaks Koerdistan.

    De helft van de Iraanse steden kampt met een gebrek aan water. In honderden steden en dorpen, met name in het midden en zuiden van het land, hebben de inwoners last van een droge keel. De hoofdstad Teheran inbegrepen, waar vier dammen de nood moeten lenigen.

    De situatie is zelfs zo ernstig dat er volksverhuizingen van een nog niet eerder in de geschiedenis van het land vertoonde omvang worden verwacht. De Iraanse gezagsdragers winden er geen doekjes meer om: ze zijn bang dat tientallen miljoenen mensen zich in krioelende sloppenwijken aan de randen van de grote stedelijke centra zullen vestigen, of dat er een massaemigratie op gang komt. Beide gebeurtenissen kunnen leiden tot interne en regionale conflicten.

    In de provincie Oermia, in het noordwesten van het land, zijn inmiddels zo veel putten geslagen – vijftigduizend – dat het Oermiameer is uitgeput. Er is niet meer dan een vijver van over en het lijkt hetzelfde lot te zijn beschoren als het Aralmeer, het grote zoutwatermeer dat gedeeld werd door de voormalige Sovjetrepublieken Oezbekistan (in het noorden) en Kazachstan (in het zuiden), en in de jaren zestig verdween door de beslissingen van het Sovjetregime.

    Geen geheim

    Lange tijd werden degenen die zich bekommerden om het milieu ervan beschuldigd dat ze buitenlandse belangen dienden, maar tegenwoordig valt de publieke opinie niet meer te misleiden. De waarheid openbaart zich in het volle daglicht, en toont de incompetentie van het regime op het gebied van waterbeheer pijnlijk aan.

    Teheran maakt er geen geheim van dat zijn beleid er in de toekomst op gericht zal zijn om zo veel mogelijk water in het land te houden. Dat wil zeggen: om waterlopen zo goed mogelijk te benutten voordat ze de grenzen van het land bereiken, of om ze om te leiden naar door droogte getroffen gebieden. Dit zette de viceminister van Buitenlandse Zaken, Abbas Araghchi, onlangs uiteen op een conferentie over water(diplomatie) in Teheran. Probleem is dat een dergelijk beleid stroomafwaarts gelegen landen berooft van het water waar ze recht op hebben. Een en ander is bovendien in strijd met het internationaal recht inzake het delen van waterbronnen. En het werkt politieke, economische en ecologische crises in de hand, in plaats van dat ze de kans hierop vermindert.

    De Karoun, een van de grootste rivieren in Iran (en de enige die, gedeeltelijk, bevaarbaar is), is een perfecte illustratie van wat er aan de hand is. Niet alleen zijn er tal van dammen in gebouwd, ook is een deel van het water omgeleid naar de rivier Zayandeh, in de provincie Isfahan, in het midden van het land. Sindsdien is de Karoen tot een beekje verworden, wat heeft geleid tot verzilting van de landbouwgrond in de regio Khoezistan, tegen de Iraakse grens.


    Toeristen op waterfietsen in het Oermiameer in Iran. Het grootste meer in het Midden-Oosten dreigt volledig op te drogen. – © Getty Images
    Toeristen op waterfietsen in het Oermiameer in Iran. Het grootste meer in het Midden-Oosten dreigt volledig op te drogen. – © Getty Images

    Feitelijk kopieert Iran het beleid van de voormalige Sovjet-Unie in Centraal-Azië in de jaren zestig. Moskou had destijds de Amu Darya en Syr Darya, zijrivieren van het Aralmeer in Kazachstan, naar Oezbekistan omgeleid, met het doel er de katoenproductie te vergroten. Oezbekistan werd de grootste katoenproducent ter wereld, maar betaalde een zware prijs: het verloor een vierde van een van de grootste meren ter wereld. De omleidingen die Iran al enige jaren geleden heeft aangelegd in internationale rivieren zoals de Sirwan, de Kleine Zab [twee zijrivieren van de Tigris], de Karoen en andere waterlopen, leiden niet alleen tot een verzilting van de bodem, ze beroven stroomafwaarts gelegen landen ook van hun deel van het water.

    Sinds de revolutie van 1979 heeft het Iraanse regime zich meer beziggehouden met de export van zijn politieke model naar andere landen in het Midden-Oosten dan met een fatsoenlijk beheer van zijn waterbronnen

    Sinds de revolutie van 1979 heeft het Iraanse regime zich meer beziggehouden met de export van zijn politieke model naar andere landen in het Midden-Oosten en het met tientallen miljarden dollars ondersteunen van organisaties en politieke en militaire bewegingen in de regio, dan met een fatsoenlijk beheer van zijn waterbronnen. Dat is er ook de oorzaak van dat het land zich nu ziet geplaatst voor zo’n catastrofale situatie van verwoestijning, verlies van landbouwgrond en schaarste aan drinkwater.

    Daar komen de overconsumptie en verspilling van water in de landbouw nog eens bij, die winsten op de korte termijn opleveren, maar schadelijke gevolgen hebben voor de lange termijn.

    Overigens verklaarde Rahim Safaoui, adviseur militaire zaken van opperste leider Ali Khamenei, tijdens de eerdergenoemde persconferentie dat de landbouw niet langer negentig procent van de waterbronnen kan verbruiken.

    Voorlopig gaat Iran echter door met de bouw van dammen en omleidingen van waterlopen op zijn grondgebied, wat bijzonder nadelig is voor Irak, dat aan de benedenstroom van alle Iraanse rivieren ligt. Tegelijkertijd bekritiseert Iran de bouw door Afghanistan van dammen, vooral de Kamal Khan-dam in de rivier de Helmand (de langste rivier in Afghanistan). Deze kan namelijk het debiet ervan verminderen in de provincie Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, met mogelijk grotere sociale spanningen tot gevolg in een regio die nu al een wankele economie heeft.
    Khaled Sulaiman

    Auteur: Khaled Sulaiman

    Daraj
    Beiroet | Libanon | daraj.com

    De website Daraj (‘Trap’) werd in 2017 in Beiroet opgericht en richt zich op alternatieve informatie. De redactie bestaat uit professionele journalisten uit Libanon en andere Arabische landen. Met zijn rubrieken onderscheidt de site zich van traditionele Arabische media. Onderzoek en reportage staan centraal. Bovendien zijn veel onderwerpen bij andere media in de regio ondergeschoven kindjes: burgerrechten, gender, homoseksualiteit.

  • Klimaatgidsland

    Klimaatgidsland

    Het gebeurt zelden of nooit dat we 360 openen met een stuk over Nederland, maar dit artikel wilden we u niet onthouden. Een verslaggever van The New York Times maakte in Rotterdam een jubelende reportage over het Nederlandse klimaatbeleid. ‘Vanuit Nederlands perspectief is de klimaatverandering geen hypothese of een rem op de economie, maar een kans.’

    De wind zorgt voor schuimkoppen op de rivier en laat de parasols op het terras klepperen. Roeiers roeien zwoegend naar de finish en toeschouwers staan langs het water. Henk Ovink, een tanige man met een kaal hoofd en scherpe gezichtstrekken, kijkt toe vanaf een VIP-steiger. Met één oog houdt hij de boten in de gaten en met het andere zoals gewoonlijk zijn telefoon.

    Ovink is de eerste internationale gezant voor de vermarkting van de Nederlandse expertise op het gebied van het stijgende water en de klimaatsverandering. Net zoals met kaas in Frankrijk of auto’s in Duitsland valt in Nederland aan de klimaatverandering geld te verdienen. Maand in, maand uit komen delegaties uit Jakarta, Ho Chi Minhstad, New York en New Orleans een kijkje nemen in de haven van Rotterdam. Vaak huren ze daarna Nederlandse bedrijven in, die de top vormen van de wereldmarkt in geavanceerde techniek en watermanagement.

    Nationale identiteit

    Sinds de eerste mensen die zich hier vestigden water begonnen weg te pompen om land voor hun boerderijen en huizen te creëren, is water in Nederland een realiteit geweest waar alles in het bestaan om draaide, een zaak van overleven en nationale identiteit. Geen plek heeft aan grotere gevaren blootgesteld gestaan dan dit waterland aan de rand van het vasteland van Europa. Het land ligt grotendeels onder de zeespiegel en zakt ook langzaam weg. En nu krijgt de aarde dankzij het broeikaseffect in de toekomst te maken met een hogere zeespiegel en heftigere stormen.

    Vanuit Nederlands perspectief is de klimaatverandering geen hypothese of een rem op de economie, maar een kans. Terwijl de Amerikaanse regering onder Trump zich terugtrekt uit het akkoord van Parijs, banen de Nederlanders zich verwoed een weg naar voren.

    Het komt erop neer dat ze het water willen toelaten, niet dat ze Moeder Natuur willen onderwerpen: dus om mét water te leven in plaats van het uit alle macht proberen te verslaan. De Nederlanders richten meren, garages, parken en pleinen niet alleen in voor de gemakken van het dagelijks leven, maar ook om als reusachtig reservoir te dienen als de zee en de rivieren overstromen. Je kunt natuurlijk net doen alsof de stijgende zeespiegel een grap is afkomstig van wetenschappers en de goedgelovige media. Of je kunt gigantische dijken gaan bouwen. Maar uiteindelijk bieden geen van beide voldoende bescherming, is de redenering van de Nederlanders.

    En wat geldt voor het managen van de klimaatverandering geldt ook voor de sociale structuur. De veerkracht van het milieu en van een sociale gemeenschap zouden hand in hand moeten gaan, is de mening van de overheid hier: verbeter wijken, spreid het risico en bedwing het water tijdens een ramp. Aanpassen aan het klimaat, als het tenminste rechtstreeks en vakkundig wordt aangepakt, zou een sterker en rijker land opleveren.

    ‘Je kan zeggen dat we onze expertise vermarkten, maar per jaar komen er duizenden mensen om vanwege het stijgende water en de wereldgemeenschap faalt collectief bij de aanpak van de crisis, wat zowel geld als levens kost’

    Dat is de boodschap die de Nederlanders uitdragen. Nederlandse consultants die de overheid van Bangladesh hebben geadviseerd over noodopvang en evacuatieroutes, hebben ertoe bijgedragen dat tijdens recente overstromingen het aantal doden enkele honderden bedroeg waar het er voorheen duizenden waren, zo vertelt Ovink ons.

    ‘Dat is precies wat we proberen te doen,’ zegt hij. ‘Je kan zeggen dat we onze expertise vermarkten, maar per jaar komen er duizenden mensen om vanwege het stijgende water en de wereldgemeenschap faalt collectief bij de aanpak van de crisis, wat zowel geld als levens kost.’ Hij somt de laatste feiten op: 2016 was het warmste jaar dat ooit was gemeten, de gemiddelde zeespiegel steeg tot recordhoogte.

    Trots laat hij de nieuwe roeibaan net buiten Rotterdam zien, waar vorig jaar zomer de wereldkampioenschappen roeien werden gehouden. De baan maakt deel uit van een gebied dat de Eendragtspolder heet, een negen hectare grote lappendeken van herwonnen land en sloten – een uitstekend voorbeeld van een plek die zowel voor recreatieve doeleinden is aangelegd als, in geval van nood, voor retentiedoeleinden. Het is bijna het laagst gelegen punt in Nederland, zo’n zeven meter beneden de zeespiegel. Met de fietspaden en alle gelegenheid voor watersport is de Eendragtspolder een populair toevluchtsoord geworden. Nu dient het ook als retentiebekken voor het stroomgebied van de Rotte als de naburige Rijn overstroomt, wat vanwege de klimaatverandering naar verwachting eens in de tien jaar zal gebeuren.

    Ontspannen aan het water bij de Wilhelminapier en de Erasmusbrug. – © Rotterdam Partners
    Ontspannen aan het water bij de Wilhelminapier en de Erasmusbrug. – © Rotterdam Partners

    Het project is een van de vele uit ‘Ruimte voor de rivier’, een nationaal programma waar al jaren geleden aan is begonnen en dat de eeuwenoude strategie waarbij land werd gewonnen van rivieren en meren door dammen en dijken te bouwen overboord gooide. Nederland ligt eigenlijk in de goot van Europa, laagland dat aan één kant aan de Noordzee grenst en waar grote rivieren als de Rijn en de Maas uit Duitsland en Frankrijk het land binnenstromen. De strategie van de Nederlanders is veranderd na de gedwongen evacuatie van honderdduizenden mensen tijdens de overstromingen in de jaren negentig van de vorige eeuw. Die overstromingen ‘hebben ons doen inzien dat we beter wat van de ruimte die we hadden gewonnen konden teruggeven aan de rivieren’, zoals Harold van Waveren, een belangrijke adviseur van de overheid, uitlegt.

    ‘We kunnen niet maar gewoon steeds de dijken blijven verhogen, want dan wonen we uiteindelijk achter tien meter hoge muren,’ zegt hij. ‘We moeten de rivieren meer ruimte geven om te stromen. De verdediging tegen de klimaatverandering is zo sterk als de zwakste schakel in de keten, en in ons geval bestaat die keten niet alleen uit grote sluizen en dammen bij de zee, maar uit een totale filosofie van ruimtelijke ordening, crisismanagement, onderwijs, apps en openbare ruimtes.’

    Van Waveren vertelt over een gps-gestuurde app waarop inwoners altijd precies kunnen zien hoe diep ze onder de zeespiegel zitten. Om vrij te kunnen zwemmen in een openbaar zwembad moeten Nederlandse kinderen eerst een diploma halen waarvoor ze met hun kleren en schoenen aan moeten kunnen zwemmen. ‘Dat behoort tot onze cultuur, net als fietsen,’ vertelt Rem Koolhaas, de Nederlandse architect.

    Geen paradijs

    In Nederland zorgen wetenschappelijke artikelen over de smeltende Noordpoolkap voor grote koppen in de krant. Lang voordat klimaatontkenners actie begonnen te voeren tegen de wetenschap in de VS, bereidden Nederlandse ingenieurs zich al voor op de apocalyptische eens-in-de-duizend-jaarstormen. ‘Voor ons staat klimaatverandering boven de politieke ideologie,’ vertelt Ahmed Aboutaleb, de burgemeester van Rotterdam. Op een ochtend heeft hij me meegenomen naar een nieuw oeverproject in een voormalig arme industriebuurt, om te laten zien hoe stadsvernieuwing aansluit bij strategieën om de effecten van klimaatverandering te verzachten.

    ‘Als er een schietpartij is geweest in een café, krijg ik talloze vragen,’ zegt Aboutaleb. ‘Maar als ik zeg dat iedereen een boot zou moeten hebben omdat we voorspellen dat er een enorme toename zal zijn in zware regenbuien, krijgt de politiek geen vragen. Rotterdam ligt in het kwetsbaarste deel van Nederland, zowel economisch als geografisch. Als het water komt, uit de rivier of uit zee, kunnen we misschien vijftien op de honderd mensen evacueren. Dus evacuatie is geen optie. We kunnen hoge gebouwen in vluchten. Een andere keuze hebben we niet. We moeten leren leven met water.’

    Aboutaleb is een in Marokko geboren moslim en een rijzende ster in de Nederlandse politiek, een man die godsdienstextremisten en reactionaire nationalisten gelijkelijk de mantel uitveegt. Hij bestuurt een traditioneel lastige arbeidersstad. Het huidige Rotterdam is absoluut geen paradijs.

    Er is een grote kloof tussen arm en rijk en er is veel onenigheid over immigratie. Maar de afgelopen tijd is er wel een verbetering in gang gezet: de stad is groener en diverser geworden. Als ik hem vraag naar de gevaren van de klimaatverandering, heeft de burgemeester het over het creëren van een minder verdeelde, aantrekkelijkere, gezondere stad – beter in staat om de spanning aan te kunnen die de klimaatverandering voor de maatschappij met zich mee zal brengen.

    ‘Een kwestie van logisch nadenken,’ zegt Aboutaleb. De Eendragtspolder is volgens hem een voorbeeld waar de investeringen van Rotterdam worden terugbetaald met groene ruimtes en een roeibaan, die nog wat extra gewicht in de schaal legt bij de kandidaatstelling van Nederland als organiserend land van de Olympische Spelen in 2028.

    Het Benthemplein in Rotterdam-Noord: het eerste grootschalige waterplein ter wereld, waar regenwater uit de omgeving kan worden opgevangen. – © David Rozing
    Het Benthemplein in Rotterdam-Noord: het eerste grootschalige waterplein ter wereld, waar regenwater uit de omgeving kan worden opgevangen. – © David Rozing

    Zwaar getroffen door de Duitse bombardementen in de Tweede Wereldoorlog is Rotterdam niet zo pittoresk en toeristisch als Amsterdam, maar bedrijvig en nuchter, een verrassend stijlvol succes onder Europa’s culturele centra, met een erfgoed aan hypermoderne architectuur die jonge ontwerpers en ondernemers aantrekt. Door de Rotterdamse vrijheidstraditie werd het een magneet voor mensen van buitenaf en kon het herstellen van de moeilijke jaren tijdens de jaren zeventig, tachtig en negentig, toen de misdaad er hoogtij vierde, de stad vervuilde en de rijken wegvluchten.

    In de afgelopen tijd heeft de stad die eraan gewend is om opnieuw te beginnen een nieuwe start gemaakt als stad van ondernemingszin en inventiviteit op het gebied van het milieu. De stad heeft als eerste parkeergarages gebouwd die noodreservoirs kunnen worden, waardoor de riolen alles toch nog kunnen verwerken als de stormen die één keer in de vijf of tien jaar worden verwacht zich gaan voordoen. Ook heeft Rotterdam pleinen met fonteinen aangelegd, parken en basketbalveldjes in achterstandswijken die kunnen dienen als retentiemeertjes. In de havens en op stukken oever waar voorheen industrie gevestigd was komen nu nieuwe ondernemingen, scholen, woningen en parken.

    Die plekken worden bij de standaardrondleiding van buitenlandse delegaties allemaal aangedaan: stedelijke proof-of-conceptinterventies, of beter gezegd totaaloplossingen, waarmee klimaatbedreigingen worden aangepakt op een manier die in toenemende mate de economie en de maatschappelijke behoeften dient.

    ‘Een op innovaties gerichte stad, een zogenaamde smart city, moet een holistische visie hebben die verder reikt dan dijken en sluizen,’ stelt Arnoud Molenaar, de klimaatbaas van de stad. ‘De uitdaging bij het aanpassen aan het klimaat is om daar veiligheid, riolering, woningen, wegen, rampen en hulpdiensten bij te betrekken. Je kunt niet zonder de aandacht van het publiek. Ook heb je een veilig internet nodig, want dat is de volgende uitdaging bij klimaatveiligheid. De systemen die zeesluizen, bruggen en riolen bedienen moeten niet kwetsbaar zijn. En je hebt goed beleid nodig, op hoog en op laag niveau.’

    ‘Het begint met kleine dingen, zoals mensen zover proberen te krijgen dat ze de tegels uit hun tuin weghalen waardoor de grond regenwater kan opnemen,’ zegt Molenaar. ‘Het eindigt bij de reusachtige stormvloedkering bij de Noordzee.’

    Maeslantkering

    Dat is dan de Maeslantkering, gebouwd aan de zeemonding, ongeveer een half uur rijden van het centrum van Rotterdam – de eerste verdedigingslinie. De buizenconstructie van de kering heeft de vorm van twee omgevallen Eiffeltorens.

    In de twintig jaar dat de kering bestaat, is de Maeslantkering nog niet nodig geweest om een overstroming te voorkomen, maar de sluis wordt natuurlijk wel regelmatig getest. Picknickers zitten op de kant toe te kijken. De proefsluitingen zijn een beetje de Nederlandse variant van Macy’s Thanksgiving Day Parade.

    Op een dag ben ik er met Van Waveren heen gereden om het zelf te zien. Het is niet ongebruikelijk om hier naar het spektakel van de hoog boven je uit torende zeeschepen te gaan kijken. Dit is een land waar de snelwegen vaak beneden de zeespiegel liggen.

    De Maeslantkering is het gevolg van een lange historie van rampen. In 1916 overspoelde de Noordzee de Nederlandse kust, wat de aanzet gaf tot de aanleg van extra bescherming, maar die bleek onvoldoende om het water tegen te houden in 1953 , toen ’s nachts een zuidwesterstorm meer dan 1800 mensen het leven kostte. De Nederlanders noemen het nog steeds de Watersnoodramp. Ze verdubbelden de nationale inspanningen en begonnen aan de Deltawerken waarbij twee grote waterwegen werden afgesloten en de Maeslantkering werd gebouwd – een reusachtige zeesluis, die klaar was in 1997, houdt de grote waterweg open die toegang verleent tot de hele haven van Rotterdam.

    De bescherming van de haven is prioriteit nummer een. Eens was het de drukste haven van de wereld, nu is Rotterdam de belangrijkste haven van Europa, waar ieder jaar tienduizenden schepen van overal ter wereld aankomen om staal te leveren voor Duitsland, petrochemicaliën voor Zuid-Amerika en wat al niet meer voor overal ter wereld. De haven is volgens de havenautoriteiten nog steeds de kernindustrie in deze stad met meer dan 600.000 inwoners, goed voor 90.000 banen, en nog eens werk voor 90.000 mensen wier werk eveneens afhankelijk is van de haven. De haven ondersteunt vijf olieraffinaderijen, die behoren tot bedrijven zoals Shell en Koch Industries en ook een grote kolencentrale. De haven zou goed zijn voor zeventien procent van Nederlands CO2-voetafdruk. In de zelfpromotie als milieustad schuilt een paradox – en voor sceptici de ultieme hypocrisie – namelijk dat het hart van de Rotterdamse economie nog steeds wordt gevormd door de fossiele brandstofindustrie.

    Hoe de haven uiteindelijk moet overstappen naar een groenere economie, zo geven de autoriteiten toe, is de grootste uitdaging die hun te wachten staat, samen met de klimaatverandering. Ze beschrijven plannen voor immense windmolenparken in de Noordzee en methodes om de warmte op te vangen in fabrieken die draaien op fossiele brandstoffen en daarmee de kassen te verwarmen die weer tuinbouwproducten voor het land opleveren. Nederland exporteert 100 miljard dollar aan tuinbouwproducten, alleen de VS exporteert meer.

    Wim Quist, de architect, ontwierp een constructie van een onvergetelijke schoonheid, een van de minder bekende wonderen van het moderne Europa

    Maar goed, de veiligheid van het transport van al die grondstoffen, maar ook de verantwoordelijkheid voor de droge voeten van de mensen in de stad zijn nu en ook in de toekomst afhankelijk van de Maeslantkering.

    Het idee erachter, dat tientallen jaren geleden voor het eerst ter tafel kwam, was uniek – een immense zeesluis met twee armen die aan beide kanten van de waterweg rusten, iedere arm zo lang als de Eiffeltoren maar twee keer zo zwaar. Het is een verbluffend staaltje ingenieurswerk. Wim Quist, de architect, ontwierp een constructie van een onvergetelijke schoonheid, een van de minder bekende wonderen van het moderne Europa.

    Van Waveren legt uit hoe de waterkering werkt. Als de sluis wordt gesloten drijven de armen de waterweg op en sluiten ze in elkaar; de buizen vullen zich met water, zinken op een betonnen bedding en vormen zo een ondoordringbare stalen muur tegen de Noordzee. Dat proces duurt tweeëneenhalf uur. De druk vanuit de zee wordt dan van de muur overgedragen op de grootste balscharnieren ter wereld, elk verankerd in een oever van de rivier.

    Computers, die een gesloten elektronisch systeem gebruiken om cyberaanvallen te voorkomen, monitoren ieder uur het zeeniveau en kunnen de sluisdeuren automatisch sluiten – of openen. Dat laatste is ook heel belangrijk: dertig pompen in de sluis zijn verbonden met een van de elektriciteitsnetten van het land. Ze pompen water uit de buizen als de Maeslantkering geopend moet worden.

    Als het elektriciteitsnet uitvalt, is er een reservenet en uiteindelijk is er ook nog een generator, want nog gevaarlijker dan een sluis die niet dichtgaat is een sluis die niet meer opengaat. In dat geval zou het water uit de Rijn en de Maas niet meer de zee in kunnen stromen en zou Rotterdam nog sneller onder water staan dan bij een stormvloed vanuit zee. Ontsnappen kan dan niet meer, zoals burgemeester Aboutaleb opmerkte.

    ‘In het uiterste geval moeten we de sluis opblazen,’ zegt Ovink half schertsend. De Maeslantkering is duidelijk gebouwd met een rampenfilmscenario voor ogen: overal zijn driedubbele beveiligingen ingebouwd en de kering is berekend op de extreemste klimaatveranderingsmodellen, met zeespiegels die stijgen boven de huidige voorspellingen.

    Desalniettemin hebben de Rotterdamse havenautoriteiten plannen klaarliggen om de sluis nog een halve meter hoger te maken.


    Achter de Maeslantkering liggen in de stad talloze versterkingen, groot en klein, weggewerkt in straten en pleinen. Op een zonnige middag heb ik in het Dakpark afgesproken met Wynand Dassen, manager van het Rotterdamse resilience-team, en Paul van Roosmalen, die toezicht houdt op de ontwikkelingen op daken in de stad. Het Dakpark is een dijk in een arme, voornamelijk door immigranten bewoonde wijk die grenst aan de industriële oever. Vroeger was het een spoorwegemplacement, een akelige verlaten plek vlak naast een wijk vol sociale woningbouw. Daar lag de rosse buurt, berucht vanwege de drugsdealers en misdaden.

    De dijk doet meer dan alleen het water tegenhouden. Er is ook een winkelcentrum, waar de buurt behoefte aan had, en een park op het dak. De winkels kijken uit op het water en dragen financieel bij aan het onderhoud van het park. Het park glooit van het dak naar de straten en de huizen, zodat er een grashelling ontstaat die park en buurt verbindt.

    Bij mooi weer liggen mensen te zonnebaden op het gras en zijn ze aan het frisbeeën. Het park is een kilometer lang. En schitterend. Het succes – niet alleen als kering maar ook als een toevoeging voor het bedrijfsleven en de buurt – heeft de gemeente overgehaald om buurtbewoners te raadplegen en geld opzij te zetten voor door de buurt geïnitieerde projecten. ‘We hebben ons tot doel gesteld om meer mensen te betrekken bij allerlei stedelijke problematiek,’ vertel Dassen. ‘En water zal onvermijdelijk integraal deel gaan uitmaken van dat proces. Wij zijn ervan overtuigd dat je de slimste oplossing krijgt als de buurten erbij betrokken worden en helpen de verbinding te maken tussen water en de ontwikkeling van de buurt.’

    Daar is Van Roosmalen het mee eens. ‘Dat is een voorbeeld van wat je kan doen als je het controleren van een stormvloed verbindt met het sociaal welzijn en met het aanbrengen van verbeteringen in de buurt,’ zegt hij. ‘Dat bedoelen we hier in Rotterdam met “resilience planning”.’

    In een buurt vlakbij, waar drugsverslaafden wonen die helemaal uit Frankrijk hierheen trokken om goedkoop heroïne te kunnen kopen, raak ik in gesprek met Marleen ten Vergert, een alleenstaande moeder met een dochtertje die moet leven van een bescheiden ambtenarensalaris. Vrouwen met hoofddoekjes sjouwen met boodschappen, oude mannen zitten op parkbankjes en kinderen zijn aan het skateboarden op brokkelige betonnen paden, langs oude huizenblokken. Een huizenblok omringt een waterplein dat is aangelegd om overtollig water op te vangen. Jonge gezinnen werden met spotprijsjes gelokt om leegstaande huizen eromheen te kopen. Veel gezinnen kwamen en gingen weer. Het waterpark had veel te verduren van vandalisme. Maar langzaam, heel langzaam, werd het plein toch door de buurt in de armen gesloten.
    ‘Nu werkt het grotendeels wel,’ vertelt Vergert. ‘De mensen willen het waterplein, dus ze zorgen er beter voor. Vlakbij is een kas die wordt beheerd door de Turkse gemeenschap. De waarde van de huizen in deze buurt is gestegen.’

    Als ik Van Wingerden vraag of het niet een beetje eng is om in een stad te wonen die grotendeels onder de zeespiegel ligt, zegt hij: “Het lijkt ons minder gevaarlijk dan om op de San Andreasbreuk te wonen”

    Een paar straten verderop is in een verbouwd industrieel gebouw aan de Maasoever een nieuw bedrijfje varende drones op zonne-energie aan het ontwikkelen die plastic afval uit de zee moeten gaan verzamelen, en in het centrum van de stad hebben een pakhuis met een Brooklynachtige mix aan ambachtelijke eetkraampjes, een circusschool en een flipperkastmuseum een voormalige vervallen pier nieuw leven ingeblazen. Waar het oude hotel New York, een honderd jaar oud statig herkenningspunt, vroeger het hoogste gebouw aan de Maasoever was, zijn nu wolkenkrabbers omhoog geschoten. Hier is een compleet nieuw zakendistrict gebouwd, met een fotomuseum tegenover de meest kenmerkende kantoortoren van de stad, De Rotterdam, van Remco Koolhaas, en de op een harp lijkende Erasmusbrug van Ben van Berkel.

    Rotterdam probeert duidelijk zichzelf te profileren als voorbeeld van inventief urbanisme. Een Rotterdamse zakenman, Peter van Wingerden, heeft een toekomstbeeld van drijvende zuivelboerderijen langs de Maasoever. Een op de drie vrachtwagens die de stad in komen, vervoert etenswaar. Drijvende boerderijen zouden het vrachtverkeer en de CO2-uitstoot verminderen door de stad van eigen melk te voorzien. Met subsidie van de stad bouwt hij een prototype van 2,2 miljoen dollar voor veertig koeien, die een half miljoen liter melk per jaar produceren. ‘De rivier is niet langer alleen voor de industrie,’ zegt hij. ‘We moeten nieuwe gebruiksmogelijkheden zoeken, die ons beveiligen tegen de klimaatverandering, en de stad helpen groeien en bloeien.’

    Dat is de mantra van de stad. Als ik Van Wingerden vraag of het niet een beetje eng is om in een stad te wonen die grotendeels onder de zeespiegel ligt, zegt hij: ‘Het lijkt ons minder gevaarlijk dan om op de San Andreasbreuk te wonen. Als er een overstroming dreigt, worden we tenminste gewaarschuwd voordat onze voeten nat worden.’

    Hij vertelt dat de Nederlanders echt niet begrijpen dat er in New York na de orkaan Sandy zo weinig actie wordt ondernomen om de inwoners te beschermen tegen de volgende ramp. Nederlanders vinden dat plekken waar de meeste mensen wonen en waar economisch het meest te verliezen valt, de beste bescherming moeten hebben. Het idee dat een mondiaal economisch centrum zoals Lower Manhattan, dat tijdens de orkaan Sandy overstroomd werd wat de gemeenschap miljarden dollars heeft gekost, toch zo weinig bescherming heeft, vinden klimaatdeskundigen hier verbijsterend.

    Arnoud Molenaar, de klimaatbaas van Rotterdam, vat de Nederlandse visie samen: ‘We hebben het aanpassen aan de klimaatverandering hoog op de publieke agenda kunnen zetten terwijl we al jaren geen ramp hebben gehad, omdat we de voordelen hebben kunnen aantonen van het verbeteren van de openbare ruimte – de toegevoegde economische waarde van het investeren in resilience.’

    ‘Het zit in onze genen,’ zegt hij. ‘Watermanagers waren de eerste bestuurders van het land. De stad zo inrichten dat we het water kunnen verwerken was onze eerste taak om hier te kunnen overleven, en dat bepaalt ook wie we zijn. Het is een proces, een beweging. Het is niet zomaar een stelletje dammen en dijken, het is een manier van leven.’

    Auteur: Michael Kimmelman
    Vertaler: Paul Bruijn

    Openingsbeeld: De Maeslantkering bij Rotterdam. – © Josh Haner /The New York Times

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium

  • In Tunesië dreigt 
een opstand der dorstigen

    In Tunesië dreigt 
een opstand der dorstigen

    Watertekorten leiden tot oplopende spanningen in Tunesië. Als de regering geen maatregelen neemt, kan het uit de hand lopen, waarschuwen deskundigen.

    Inwoners van Fernana – een stadje in het noordwesten van Tunesië – verzamelden zich op 12 september bij het pompstation dat water levert aan Tunis. Ze dreigden de toevoer naar de hoofdstad af te snijden. Veiligheidstroepen moesten in actie komen om dit te verhinderen. Aanleiding voor het incident was de dood van Wissem Nasri, een café-eigenaar die zich voor het gemeentehuis in brand had gestoken na ruzie met een hoge ambtenaar die hem geen toestemming wilde geven om zijn klanten waterpijpen aan te bieden.

    De zelfmoord doet onherroepelijk denken aan die van Mohamed Bouazizi in Sidi Bouzid, de fruithandelaar wiens wanhoopsdaad de Tunesische revolutie in december 2010 inluidde, waarop een keten van Arabische opstanden volgde. De jongste zelfverbranding leidde tot stakingen en betogingen in Fernana. In een tv-reportage in september hekelde een inwoner de marginalisering van 
zijn stad. Een marginalisering die vooral uit het watergebrek blijkt, want dat 
zou er helemaal niet moeten zijn: 
het gebied rond Fernana kent juist 
de hoogste regenval van het land en voorziet noordelijk Tunesië grotendeels van drinkwater.

    Een dode kameel in de Tunesische woestijn, vlak bij de grens met Libië. – © HH
    Een dode kameel in de Tunesische woestijn, vlak bij de grens met Libië. – © HH

    Storingen in de watervoorziening hebben sinds begin juli in Tunesië 
tot woede en protesten geleid. Een ‘opstand van dorstigen’ dreigde zelfs, aldus het Tunesische civiele waterobservatorium Watchwater. Vergeleken met 2015 kampt Tunesië met een neerslagtekort van 28 procent, verklaarde voormalige minister van Landbouw Saad Seddik in juli (hij werd een maand later vervangen). Hierdoor waren de stuwmeren in het noorden van het land niet naar behoren gevuld. De Tunesiërs leefden ‘onder de waterarmoedegrens’, stelde de bewindsman voorts. Volgens de VN ligt die grens op 1000 kubieke meter per persoon. In Tunesië is op dit moment slechts 460 kubieke meter per persoon beschikbaar.

    Watchwater wees erop dat de nieuwe Tunesische grondwet het recht op water waarborgt. De organisatie was van mening dat Sonede (het nationale waterbedrijf) en de minister van Landbouw zich voor het parlement moesten verantwoorden. Het was vergeefse moeite. Volgens Ala Marzougui van Watchwater lijden alle Tunesische regio’s onder storingen, zelfs in de winter. ‘Misschien dat er nu meer 
aandacht is van de media omdat 
deze zomer ook toeristische plaatsen werden getroffen.’

    De overheid blijft in gebreke, zo meent Larbi Bouguerra, auteur van het boek Water Under Threat. ‘Het is alom bekend dat de regenval onregelmatig is in het Middellandse Zeegebied en er droogteperiodes van vijf tot zes jaar optreden. En toch is er niets gedaan om het probleem aan te pakken. Er is niet geanticipeerd. Wel wordt er in Tunesië water verspild, omdat we niet langer traditionele methoden gebruiken zoals opvang van regenwater in tanks. De regimes van de voormalige presidenten Bourguiba en Ben Ali richtten zich vooral op de kust. Ze voerden al het water uit het noorden van Tunesië af naar de Sahel en de toeristische steden.’

    Recht op water

    De Tunesische revolutie begon in gebieden waar de watervoorziening het slechtst was, zo schreef Bouguerra in 2015 in een reeks artikelen over water en de Arabische Lente. Marzougui voegt daaraan toe: ‘De regio’s die het zwaarst zijn getroffen door watertekorten – Gafsa, Jendouba, Kasserine, Sidi Bouzid en Kairouan – gaan ook het meest gebukt onder marginalisering, werkloosheid, gebrek aan infrastructuur en toegang tot de gezondheidszorg.’

    Tunesië zal in 2040 een van de ernstigst door watertekort bedreigde landen ter wereld zijn, voorspelt het World Resources Institute. Waterschaarste is een ‘ontwikkelingsuitdaging’ voor Tunesië, zo meldde de Wereldbank in 2014, vanwege complicerende factoren als klimaatverandering, verstedelijking en de groeiende vraag vanuit industrie en landbouw.

    ‘Er is zeker sprake van overexploitatie en watervervuiling,’ aldus Habib Ayeb, een Tunesische geograaf die als onderzoeker en hoofddocent werkzaam is aan de Universiteit van Parijs VIII. ‘Het allerbelangrijkste is het recht op water. Het is een kwestie van ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Het echte probleem is voor mij: wie heeft recht op water en waarvoor wordt het gebruikt?’

    ‘Als we ervan uitgaan dat de laatste revolutie voortkwam uit sociale nood, dan kan water een nieuwe opstand ontketenen’

    In 2013, toen de grondwet werd opgesteld die een jaar later in werking trad, was Ayeb een van degenen die erop aandrongen het recht op water juridisch afdwingbaar te maken, ‘waardoor mensen die niet zijn aangesloten op schoon water juridische stappen tegen de staat kunnen ondernemen en financiële compensatie kunnen krijgen’. 
Het voorstel werd niet aangenomen.

    Ayeb benadrukt dat hij niet in de toekomst kan kijken. Hij zegt ook: ‘Als we ervan uitgaan dat de laatste revolutie voortkwam uit sociale nood, dan kan water een nieuwe opstand ontketenen. Tijdens de dictatuur waren er al storingen in de watervoorziening, maar niemand sprak erover. Zolang ons waterbeheermodel niet verandert, denk ik niet dat het probleem verdwijnt.’

    Auteur: Perrine Massy

    Al-Monitor
    Verenigde Staten | website | al-monitor.com

    Website die is opgericht door Jamal Daniel en zijn basis heeft in Washington D.C. Nieuws en analyses uit het Midden-Oosten in zowel eigenhandige als vertaalde artikelen. Werkt samen met de grootste nieuwsorganisaties in het Midden-Oosten.

  • 2. Klimaatverandering en conflict: een complexe relatie

    2. Klimaatverandering en conflict: een complexe relatie

    Het idee dat klimaatverandering automatisch tot conflicten leidt klopt niet, zeggen wetenschappers. ‘Wateroorlogen’ zoals in de Mad Max-films hoeven we op korte termijn niet te verwachten. Toch zijn er wel verbanden.

    Of drastische wijzigingen in het weerpatroon de oorzaak zijn van oorlog en geweld staat al heel lang ter discussie. Ging er begin vijftiende eeuw bijvoorbeeld een lange droogteperiode vooraf aan de ondergang van het Khmer-rijk? En was de Kleine IJstijd, halverwege de zeventiende eeuw, de voornaamste oorzaak van de hevige oorlogen in Europa, het Ottomaanse rijk en China? 

    De wereld van nu is zo complex dat zulke simplistische vergelijkingen en veronderstellingen niet opgaan, laat staan dat de toekomst valt te voorspellen. Toch waarschuwen wetenschappers dat een veel warmere aarde en rampzalige weersveranderingen de balans naar de verkeerde kant zouden kunnen laten doorslaan. Het vijfde rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (ipcc) spreekt van ‘de niet onterechte zorg’ dat klimaatverandering in bepaalde gevallen de kans op gewapende conflicten zal vergroten, ‘zelfs al is de omvang van het effect onduidelijk’. 

    In de meeste onderzoeken wordt klimaatverandering niet beschouwd als een rechtstreekse oorzaak van conflicten, maar als een van de vele met elkaar verband houdende factoren die de dreiging verhevigen, zoals armoede, uitsluiting van etnische bevolkingsgroepen, verkeerd overheidsbeleid, politieke instabiliteit en maatschappelijke afbraak. ‘Het ontbreekt ons nog aan het laatste puzzelstukje dat bewijst dat klimaatverandering conflicten veroorzaakt, maar we weten dat er een verband bestaat tussen de variabelen,’ zegt Koko Warner van het Institute for Environment and Human Security van de Universiteit van de Verenigde Naties (unu). ‘We zien nog niet dat mensen de wapens tegen elkaar opnemen omdat ze een gebrek aan zoet water hebben of dat het stijgende zeewater hele volken in elkaars armen drijft.’

    Lake Nakuru National Park. – © Reuters
    Lake Nakuru National Park. – © Reuters

    Klimaatverandering zorgt onmiskenbaar voor nieuwe spanningen tussen landen. Essentiële natuurlijke grondstoffen, zoals water, nemen af in landsgrenzen overschrijdende delta’s. Ook doen zich nieuwe mogelijkheden tot exploratie en ontginning voor in gebieden die ooit met ijs bedekt waren, zoals de Noordpool. Maar volgens deskundigen hebben dat soort spanningen tot nu toe meer verdragen dan conflicten opgeleverd. En toch. Het netwerk van Amerikaanse inlichtingendiensten heeft wereldwijde trends voor 2030 voorspeld en waarschuwt dat ‘schermutselingen niet vallen uit te sluiten tussen landen die rivierdelta’s in zwaar getroffen regio’s met elkaar delen, vooral niet gezien de andere spanningen die zich tussen hen voordoen’. 
Dergelijke regio’s – Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Midden- en Zuid-Azië en Noord-China – kennen tevens de grootste bevolkingsgroei, waardoor 
de schaarse bronnen nog meer onder druk komen te staan. 

    Wie geld heeft, vertrekt als eerste, terwijl anderen zweren op eigen bodem te zullen sterven

    De unu heeft het verband onderzocht tussen de opwarming van de aarde, ‘waterconflicten’ en veiligheid, met 
elf casussen in het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en de Sahel. Uit het onderzoek, Clico genaamd, bleek dat klimaatverandering ‘geen belangrijke bron van geweld en onveiligheid’ is, niet tússen landen en niet erbinnen. Wel wees het uit dat problemen zich kunnen voordoen of kunnen verergeren door de manier waarop een land met klimaatverandering omgaat.

    Julia Kloos, een Duitse onderzoekster van Clico, vindt dat we moeten oppassen met generaliserende uitspraken over klimaatverandering enerzijds en oorlog en geweld anderzijds en daar niet zonder meer een verband tussen moeten leggen. Elke situatie is anders: ‘We moeten het van geval tot geval bekijken.’ Volgens Kloos pakt de manier waarop landen op klimaatverandering reageren negatief uit voor kwetsbare bevolkingsgroepen. Zo claimen boeren in Niger die kampen met droogte, overstromingen en hitte soms met geweld grond en water, waardoor nomadische herders in hun voortbestaan worden bedreigd. Conflicten over water zijn 
er ook in Kenia en Ethiopië en treffen vooral marginale bevolkingsgroepen.

    Van droogte naar oorlog?

    In recent onderzoek wordt de droogte in Syrië van enkele jaren geleden – en de verkeerde manier waarop de regering daarmee omging – genoemd als katalysator van de opstand die tot de burgeroorlog heeft geleid.

    Of het conflict tussen Palestina en Israël zal verergeren doordat hun gedeelde watervoorziening slinkt, is in dit verband een cruciale vraag. Klimaatverandering bedreigt de watertoevoer in de Jordaandelta, die Israël deelt met het Palestijnse gebied op de Westelijke Jordaanoever en met delen van Libanon, Syrië en Jordanië. Hoe hevig het conflict ook is, het ontziltingsproject waar Israël aan werkt wordt beschouwd als een kans op vrede en samenwerking in de regio.

    Volgens het ipcc-rapport is het risico op klimaatgerelateerde conflicten het grootst in zwakke staten, in gebieden waar eigendomsrechten in het geding zijn en daar waar de ene bevolkingsgroep de andere overheerst. Vandaar dat de manier waarop Zuid-Soedan zich aan het broeikaseffect aanpast waarschijnlijk eerder tot problemen zal leiden dan de manier waarop een land als Italië dat doet, zoals Kloos opmerkt. 

    Ook proactieve maatregelen, bijvoorbeeld meer bossen aanleggen om de kooldioxide-uitstoot te verminderen, bomen kappen voor de productie van biobrandstoffen en waterkracht gebruiken als duurzame energievoorziening, kunnen tot conflicten leiden en bestaande conflicten verhevigen doordat mensen van hun land worden verdreven of niet meer in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

    Koko Warner van het unu: ‘We weten dat klimaatverandering de kwetsbaarste groepen het hardst raakt en dat is reden tot zorg. Wanneer mensen systematisch buiten het besluitvormingsproces worden gehouden, kan dat tot botsingen leiden.’ Volgens haar zijn goede maatschappelijke banden van groot belang om te kunnen overleven. ‘Toen de droogte in India hele gemeenschappen bedreigde, trokken de mensen eerst naar elkaar toe. Maar toen de 
toestand extreem begon te worden, gingen ze voedsel hamsteren. Conflicten ontstaan als mensen niet samenwerken en alle strategieën om risico’s in te dammen in rap tempo overboord worden gezet.’

    Afrikaanse troepen in Darfur, een regio die geregeld wordt getroffen door droogte én conflicten. –   
© Michael Kamber / HH
    Afrikaanse troepen in Darfur, een regio die geregeld wordt getroffen door droogte én conflicten. – 
© Michael Kamber / HH

    Waarschijnlijk zullen conflictsituaties zich ook voordoen wanneer klimaatverandering mensen ertoe dwingt te emigreren en gastlanden geen georganiseerde opvang en integratie kennen, aldus het ipcc-rapport.

    Volgens het door de unhcr opgezette Nansen Initiative zagen tussen 2008 en 2014 184 miljoen mensen zich door overstromingen, aardbevingen, droogte en zeespiegelstijging genoodzaakt huis en haard te verlaten. ‘Sommige berekeningen wijzen uit dat door een zeespiegelstijging van één meter 150 miljoen mensen op de vlucht zullen slaan, tenzij er dammen en zeeweringen worden gebouwd of vergelijkbare maatregelen worden genomen om kwetsbare gebieden te beschermen,’ aldus de organisatie.

    Maar Walter Kaelin, werkzaam bij Nansen, verklaart tegenover irin: 
‘Ik zou voorzichtig zijn met het idee dat het broeikaseffect overal tot onrust leidt. In veel regio’s die te lijden hebben van de opwarming van de aarde is daar helemaal niets van te merken. Er is meer voor nodig.’

    De droogte in de Hoorn van Afrika gaat gepaard met een toename van het aantal handvuurwapens

    Toch wijst onderzoek volgens Kaelin uit dat de droogte in de Hoorn van Afrika gepaard gaat met een toename van het aantal handvuurwapens. Ook zullen conflicten volgens hem ‘de humanitaire crises verergeren die zijn ontstaan door natuurrampen en vluchtelingenstromen’. Als voorbeeld noemt hij de bewoners van het vluchtelingenkamp in Dadaab in Kenia. Die ontvluchtten Somalië niet vanwege het geweld – hoewel de oorlog in hun land ze onbereikbaar maakte voor hulporganisaties – maar vanwege droogte en hongersnood.


    Volgens het Nansen Initiative was er twee maanden voor de klimaattop in Parijs ‘nog steeds geen passage in het conceptverdrag over mobiliteit als resultaat van klimaatverandering’. 
En dat terwijl Doelstelling 13 voor Duurzame Ontwikkeling gaat over 
de urgentie van maatregelen tegen klimaatverandering en de gevolgen ervan. Het idee achter de doelstellingen is ‘dat niemand achterblijft’. Toch is er geen plan dat de meest kwetsbare mensen beschermt tegen de verwoestingen die de opwarming van de aarde de komende twintig jaar naar verwachting zal aanrichten. 

    De eilandstaten in het zuidelijk deel van de Grote Oceaan worden wel de ‘kanarie in de mijn’ genoemd als het gaat om zeespiegelstijging en andere klimaatproblemen, zoals vloedgolven, verzuring van zeewater en steeds heviger orkanen en cyclonen. Die 
dreigen een einde te maken aan het bestaan van zo’n half miljoen inwoners van deze laaggelegen eilanden.

    17 procent

    Recent onderzoek van de UNU in de regio laat zien dat sommigen zijn vertrokken – vooral naar de Fiji-eilanden – omdat hun levensstandaard achteruitging. Van de ondervraagden bracht slechts 17 procent de reden voor vertrek in verband met klimaatverandering. Het onderzoeksrapport wees echter op ‘mogelijke toekomstige botsingen tussen migranten en gastlanden’ en riep op tot meer onderzoek naar ‘conflicten en migratie in de gebieden in de Grote Oceaan’. Meg Taylor, secretaris-generaal van het Pacific Islands Forum, overlegde onlangs nog met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, over de risico’s van migratie als gevolg van klimaatverandering.

    Cosmin Corendea, die aan het UNU-onderzoek heeft meegewerkt, zegt dat mensen zich aanpassen aan klimaatverandering wanneer die zich sluipend voltrekt, omdat ze het idee hebben dat ze die aankunnen. ‘Wie geld heeft, vertrekt als eerste, terwijl anderen zweren op eigen bodem te zullen sterven. Je weet nooit hoe mensen reageren. Ze leren met allerlei bedreigingen te leven.’ Hij voegt eraan toe dat dat niets afdoet aan de urgentie van de effecten van klimaatverandering: er kunnen conflicten tussen landen ontstaan over de opname van vluchtelingen, en wanneer migranten niets aan een gastland bijdragen, kunnen de spanningen binnen zo’n land telkens terugkeren.

    In de concepttekst van het klimaatverdrag van Parijs wordt niets gezegd over oorlog en geweld die het gevolg zijn van klimaatverandering. Corendea zegt dat de opstellers geen woorden vuil maken aan wat niet bestaat of geen internationaal ingrijpen vereist. ‘Het is nog niet zover,’ zegt hij. ‘Wat niet wil zeggen dat we conflicten mogen uitsluiten als we niet op de juiste manier met klimaatverandering omgaan.’

    Auteur: Philippa Garson
    Vertaler: Nico Groen

    Philippa Garson werkte lange tijd als correspondent in Zuid-Afrika, o.a. voor Mail & Guardian. Tegenwoordig werkt ze in New York als journalist en schrijft vooral over georganiseerde misdaad, drugsbeleid en milieukwesties.

    IRIN News
    Nairobi | irinnews.org

    Nieuwsportaal dat zich richt op gebieden die vergeten, onbegrepen dan 
wel genegeerd worden.

  • Zwart New Orleans heeft niet zo veel te juichen

    Zwart New Orleans heeft niet zo veel te juichen

    Onder de zwarte bevolking van New Orleans leeft veel wrok over de reactie van de autoriteiten op Katrina en de veranderingen die de stad sindsdien heeft ondergaan. Kunstenaars vertolken deze gevoelens van onvrede, en proberen de lokale tradities in ere te houden.

    New Orleans is een stad die onuitwisbaar getekend is door blanke suprematie. Reusachtige monumenten gewijd aan ‘helden’ van de Geconfedereerden, zoals Robert E. Lee, Jefferson Davis en P.G.T. Beauregard, zijn zowel geestelijk als geografisch lelijke littekens in de stad. Maar New Orleans is ook een zwarte stad. Een plek waar een cultuur van verzet is ontstaan tegenover de blanke minderheidsklasse. De tradities van de stad vinden hun oorsprong in de diaspora van Afrikanen die elkaar ontmoetten op Congo Square en daar kunst en magie uitwisselden, en in de oorspronkelijke indiaanse bevolking die in Louisiana leefde voordat het een kolonie werd. Deze ontmoeting en uitwisseling van Afrikaanse en indiaanse volkeren vormt de kern van de cultuur van het New Orleans dat ik ken.


    In 1977 werd Ernest ‘Dutch’ Morial tot burgemeester van New Orleans gekozen en daarmee werd een tijdperk van zwarte burgemeesters ingeluid dat tot 2010 zou duren, toen Mitch Landrieu aan de macht kwam. Landrieu, de eerste blanke burgemeester in dertig jaar, werd in 2014 herkozen voor een tweede termijn. De bevolking van de stad was radicaal veranderd. De orkaan Katrina, die duizenden mensen het leven had gekost, had ook gezorgd voor de gedwongen verhuizing van zwarte inwoners. De zwaar getroffen ‘Ninth Ward’ zag in de eerste tien jaar na Katrina zijn zwarte bevolking met 50 procent afnemen, terwijl in dezelfde buurt de blanke bevolking met meer dan 20 procent toenam.

    Geesten

    Er waren nog wel steeds veel geesten rond. Van onze voorouders, die vanuit de westkust van Afrika en later Haïti arriveerden, tot de slachtoffers van grote en kleine opstanden, waaronder de grootste Amerikaanse slavenopstand in 1811. In de dagen na Katrina werd Henry Glover vermoord door de politie van New Orleans, werd zijn lijk weggehaald van de moordplek en later door weer andere agenten verbrand. Zijn schedel is nooit teruggevonden. En dan de ernstigste gebeurtenis van allemaal: de autoriteiten van New Orleans, een van de grote steden in Amerika, hadden besloten tot een verplichte evacuatie, maar de 25 procent van de mensen die geen vervoer had, werd achtergelaten. Er waren geen bussen, geen treinen die de stad uit reden. Het zou vijf dagen duren voor er extra vervoer werd geregeld en de federale overheid ingreep, en toen gebeurde dat meteen ook onder bedreiging van vuurwapens.

    Het verhaal van een ‘nieuw’ Orleans is een macaber verhaal geworden

    In New Orleans leven we nog steeds met het trauma van die vijf dagen en de vele dagen die erop volgden. Om in de stad te blijven wonen moest je snel herstellen, vergeten zonder te rouwen. De waarheid bleef onder tafel, en je kreeg geen schadevergoeding voor wat je was kwijtgeraakt, voor wat je was afgenomen. Nooit werd toegegeven wat we allemaal weten: dat de ergste gevolgen van de orkaan Katrina niet 
de schuld waren van Moeder Natuur.

    Twee leden van The Max Band, een van de vele schoolfanfares in New Orleans. © Jamie James Medina / HH
    Twee leden van The Max Band, een van de vele schoolfanfares in New Orleans. © Jamie James Medina / HH

    Zwarte middenklasse

    Nooit zijn er meer blanke mensen en non-profitorganisaties nodig geweest om het tekort aan leraren en naschoolse programma’s op te vullen. Tegenwoordig is het leerlingenbestand in New Orleans voor 90 procent zwart. In 2005 was bijna 75 procent van de leraren ook zwart. Maar in 2013 zou volgens gegevens van het Cowen Institute van de Tulane-universiteit ongeveer 54 procent van de leraren aan charter schools – openbare scholen, maar onder onafhankelijk bestuur, tegenwoordig voor de meeste ouders in New Orleans de enige keuze – uit de zogenaamde ‘minderheden’ afkomstig zijn. Dat heeft tot veel onenigheid geleid tussen docenten, ouders en leerlingen, en ook kwamen er studentendemonstraties tegen het tekort aan zwarte onderwijzers dat steeds verder oploopt in de stad.


    Het massaontslag van 7500 onderwijzers, vooral zwarten, in december 2005 maakte de weg vrij voor de ontmanteling van het traditionele systeem van openbare scholen en het begin van het eerste schooldistrict in het land met alleen maar charter schools. Die ontslagen onderwijzers vormden een groot deel van de zwarte middenklasse van New Orleans, en velen van hen hebben sindsdien geen vergelijkbaar werk kunnen vinden. Een ‘prachtig’ sociaal experiment heeft de onafhankelijke, artistieke en politiek bewuste zwarte mensen in het nauw gebracht, mensen die New Orleans wereldwijde bekendheid verschaffen. In de bijna tien jaar na Katrina is het verhaal van een ‘nieuw’ Orleans een vertrouwd maar macaber verhaal geworden.

    We overleven en houden vol, gewoon omdat dat de traditie is

    Schone lei

    Het Downtown Development District – het bureau dat plannen maakt voor de ontwikkeling van de binnenstad – hangt in het zakenkwartier van de stad spandoeken op met de tekst: ‘Welkom op een schone lei’. Een verhaal waarin het leed en de dood van zwarten een onvermijdelijk en niet te betreuren gevolg is van de ‘vooruitgang’ wordt voor zoete koek aangenomen. Dat verhaal vertelt dat het ‘nieuwe’ New Orleans een plaats is waar creatieven en innovatieven van elders massaal naartoe trekken, een plaats die ‘diverser’ is dan ooit.

    Het verhaal van het ‘nieuwe’ New Orleans vertelt de nieuwkomers niets over de zwarte en Vietnamese wijken waar ik ben opgegroeid. Of over de avonden waarop we enkel indianen op straat zagen, geen enkele blanke. De tijd dat we recht hadden op onze identiteit en we niets tegenover iemand van buiten hoefden te bewijzen. Toen we elke gelegenheid te baat namen om uitbundig feest te vieren, en onze waardigheid en identiteit wisten te behouden.

    Maar het vermogen om te creëren in de woelige nasleep van een gedwongen verhuizing is ouder dan het rampenkapitalisme en onlosmakelijk verbonden met de cultuur van New Orleans. De orkaan Katrina is niet de eerste ramp die onze cultuur heeft overleefd.

    Succesvol toneelschrijver, artiest en sjamaan Geryll ‘Dr. G Love’ Robinson is zo’n kunstenaar die onze cultuur niet verloren laat gaan. Robinson heeft, samen met een groep die Category 5 Arts heet, na de verwoestingen van Katrina helende mandala’s gemaakt voor de stad. Robinson is ook een voorbeeld van iemand die gebruikmaakt van de traditie van de collectiviteit die vanuit Afrika over de oceaan naar New Orleans was meegenomen en ook bij de indiaanse volkeren van Noord- en Zuid-Amerika leefde.

    Het is een traditie die nog steeds springlevend is. Die vind je terug in Spirit House, een toneelstuk geschreven door Robinson en kunstenares en activiste LaKeesha J. Harris, in samenwerking met de Greater New Orleans Housing Foundation en de Cripple Creek Theatre Company. Met behulp van spirituele elementen zoals de orisha’s – bovennatuurlijke wezens afkomstig uit verschillende Afrikaanse religies – behandelt het toneelstuk de discriminerende huisvestingspolitiek en de huurpraktijken waar de zwarte inwoners van New Orleans zo veel last van ondervinden.

    Zwarte kunstenaars in New Orleans maken nog steeds kunst, zoals ze altijd hebben gedaan, creëren een nieuwe connectie met de diaspora en houden de oude drie-eenheid in ere: het optreden, de ceremonie en de traditie, die al sinds lange tijd de basis vormen van de cultuur van het zwarte New Orleans.

    Spirit House brengt de gedwongen verhuizing van de zwarte inwoners van New Orleans in verband met het patroon van verjagen en landjepik dat zo onlosmakelijk met de uitbreiding van de Verenigde Staten is verbonden. Het huis waar Spirit House zich afspeelt is de woning van Mama Celeste en Joe, en een groep pensiongasten die er voor korte of lange tijd verblijven en lijden onder de woningnood in New Orleans. De eigentijdse spanning komt vooral voort uit het feit dat Celeste en Joe uit hun woning gezet dreigen te worden vanwege een niet betaalde onroerendgoedbelasting. Er hangt een bittere ironie over dit conflict. Tremé is de oudste zwarte wijk van het land, opgebouwd en bewoond door vrije gekleurde mensen en later door bevrijde zwarten. Katrina heeft de economie van die wijk volledig ontwricht. Joe is een Mardi Gras-indiaan, afstammend van de oorspronkelijke inwoners van Louisiana. Ondanks die geschiedenis, zijn band met het land en het repressieve verleden van ons land, kan hun belastingschuld niet worden kwijtgescholden.

    De orkaan Katrina is niet de eerste ramp die onze cultuur heeft overleefd

    Recht op leven

    In Spirit House worden alle verliezen gecompenseerd door de vreugde die wordt ontleend aan het behoud van het gemeenschapsritueel en de wetenschap dat als mensen worden verjaagd, ze nog niet dood zijn. Het valt niet mee om je weer op te richten en te gaan creëren na zo’n heftige verwoesting, maar het gebeurt in New Orleans. Het verzet, de ceremonie, de traditie en de schoonheid blijken niet onverenigbaar in het werk dat wordt geproduceerd, die bijten elkaar niet, en dat doen wij ook niet. We werken samen in een gemeenschap om ervoor te zorgen dat het New Orleans dat we kennen in ere wordt gehouden. Zwarte kunstenaars laten zien dat er een recht op leven bestaat, en op het ervaren van vreugde los van het lijden. Het verlangen naar vreugde en het putten uit het machtige potentieel ervan vormt een krachtig onderdeel van het werk dat door zwarte kunstenaars in deze stad wordt verricht. We herdenken de doden en leiden in hun schaduw een groots leven, en we komen voor onszelf op in een tijd waarin niet wordt gerouwd om de moord op onze mensen. Het is een drastische keuze van ons om door te zetten, maar we komen uit New Orleans, en daar overleven we en houden we vol, gewoon omdat dat de traditie is.

    Guernica

    Verenigde Staten, guernicamag.com
    Tweewekelijks tijdschrift dat in 2004 in New York werd opgericht door twee 
vrienden met een hartstochtelijke belangstelling voor literatuur en journalistiek. 
In de afgelopen tien jaar slaagden zij erin een stevige reputatie op te bouwen bij lezers in meer dan honderd landen.