Volgens de Keniaanse opinieschrijver Patrick Gathara heeft ontwikkelingshulp altijd in dienst gestaan van een wereldwijd koloniaal systeem. De implosie van deze bedrijfstak, waar de ontmanteling van USAID een voorbeeld van is, biedt de kans om een nieuwe wereldorde te scheppen met meer onafhankelijkheid en gelijkheid.
De bliksemcampagne van Donald Trump tegen het US Agency for International Development (USAID) heeft deze organisatie, die als ‘grootste donor ter wereld’ te boek staat, te gronde gericht. Aan de betrokkenen de ondankbare taak het internationale systeem voor ontwikkelings- en humanitaire hulp van de totale ondergang te redden. Velen betreuren de ernstige gevolgen van dit ongeëvenaarde besluit van de Amerikaanse president, die hierin overigens niet helemaal alleen staat, want ook andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, willen bezuinigen op ontwikkelingshulp.
Ontwikkelingswerker Luca Crudeli, naar eigen zeggen sinds 2003 gepassioneerd bezig met zijn vak, schreef op LinkedIn dat hij gebukt gaat onder het gevoel ‘dat de morele kern van ons werk geruisloos uit onze handen glipt’ en onder het verontrustende besef ‘dat de humanistische essentie van ontwikkelingshulp zoek kan raken in een wirwar van contracten en strategische statistieken’.
Maar die omschrijving van ontwikkelingshulp als iets essentieel humanistisch zal veel mensen in het Globale Zuiden nogal wrang in de oren klinken. Ongetwijfeld zijn veel ontwikkelingswerkers fatsoenlijke mensen met moreel besef die zich oprecht bekommeren om het welzijn van hun medemensen wereldwijd. Ook staat vast dat de hulpindustrie ervoor zorgt dat miljoenen mensen kunnen overleven.
Desalniettemin is de essentie van ontwikkelingshulp altijd al veel minder humanistisch geweest dan de pleitbezorgers ervan beweren. In werkelijkheid is de hulpindustrie een instrument voor geopolitiek beheer geweest, een middel om wereldwijde ongelijkheid en de onttrekking van middelen die deze voedt in stand te houden in plaats van tegen te gaan. De afgelopen dagen, na de teloorgang van USAID, heeft deze realiteit steeds meer aandacht gekregen – bewust of onbewust.
Amerikaanse belangen
Een verklaring van InterAction, een alliantie die ‘de stemmen van Amerika’s leidende humanitaire en ontwikkelingsorganisaties bundelt en versterkt’, maakte dat heel duidelijk. Deze organisaties, zo stond er vóór een haastige herschrijving, ‘werken onvermoeibaar om levens te redden en de Amerikaanse belangen wereldwijd te bevorderen’. Met de toevoeging dat de aanval op USAID ‘programma’s ter ondersteuning van Amerikaans mondiaal leiderschap’ heeft opgeschort en ‘gevaarlijke vacuüms heeft gecreëerd die China en onze tegenstanders snel zullen opvullen’. Klinkt dit ‘humanistisch’?
Marina Kobzeva, die bijna twintig jaar als hulpverlener heeft gewerkt, schreef in een reactie hoe verschillend er op de verklaring is gereageerd. Collega’s uit het Globale Noorden repten van een ‘slechte formulering’ en ‘een oprechte vergissing’, terwijl die uit het Globale Zuiden een soort genoegdoening leken te voelen: ‘Eindelijk laten ze hun ware aard zien.’
Goed beschouwd was de hulpindustrie een rechtstreeks vervolg op de ‘beschavingsmissie’ van het kolonialisme
Het westerse humanitarisme is vanaf het begin nauw verbonden geweest met westers kolonialisme. Zo werd de Berlijnse Conferentie van 1884-1885, die de opmaat vormde voor de verovering van Afrika door Europa, als een humanitaire aangelegenheid gepresenteerd. En hoewel de eerste humanitaire organisaties werden opgericht om de gruwelijke gevolgen van conflicten in Europa aan te pakken toen wederopbouwprojecten na de Tweede Wereldoorlog op een lager pitje kwamen te staan, begonnen veel organisaties zich te roeren in het Globale Zuiden, waar ze het westerse hegemonisme actief ondersteunden.
Goed beschouwd was de hulpindustrie een rechtstreeks vervolg op de ‘beschavingsmissie’ van het kolonialisme. Het weldoenersimago verdoezelt de uitbuitende natuur van het internationale systeem, en probeert de ergste excessen te verzachten zonder daadwerkelijk aan dat systeem te tornen. Feitelijk is er sprake van een symbiotische relatie. De hulpindustrie legitimeert wereldwijd op exploitatie gerichte handels- en bestuursstelsels, en wat die opleveren legitimeert weer het bestaan van hulporganisaties.
Structurele transformatie
Hierdoor is de geracialiseerde wereldorde nauwelijks veranderd en blijft er diepe ongelijkheid bestaan, ondanks de groei van hulp- en ontwikkelingsorganisaties. Een onderzoek uit 1997 van het Amerikaanse Congressional Budget Office concludeerde dat buitenlandse hulp hooguit een marginale rol speelde in economische ontwikkeling en het menselijk welzijn, en die ontwikkeling zelfs kon belemmeren, afhankelijk van plaats en omstandigheden.
Het is daarom niet verrassend dat nu de hulpsector bezig is om te vallen, sommige zogenaamde begunstigden daar niet zo rouwig om zijn. Heba Aly, voormalig directeur van het persbureau The New Humanitarian, merkte op dat tijdens een recente bijeenkomst ‘sommige activisten uit het Globale Zuiden zich minder zorgen maakten over bezuinigingen op hulp dan de donoren. Het zou hun eigen leiders misschien dwingen verantwoordelijkheid te nemen en niet langer afhankelijk te zijn van ondersteuning.’ Hieruit blijkt hoe hulpverlening fundamentele hervormingen van zowel mondiale als nationale systemen van koloniale exploitatie vervangt door liefdadigheid.
‘Als dit het begin is van het einde van hulp, moeten we ons richten op een structurele transformatie’
De uitholling van westerse hulp zal ongetwijfeld tragisch en pijnlijk zijn. Sommige van ’s werelds meest kwetsbaren zullen lijden, velen zullen sterven. Dit aspect verdient een belangrijke plaats in discussies over de rechtvaardigheid of kwalijkheid van hulp in het algemeen. We moeten de wereld tegemoet treden zoals die is, niet zoals we willen dat die is, en al het mogelijke in het werk stellen om ongunstige effecten te verzachten.
Maar dit is ook een kans om een wereld zonder ontwikkelingshulp op te bouwen. ‘Als dit het begin is van het einde van hulp,’ schrijft Aly, ‘moeten we ons richten op een structurele transformatie’: de hervorming van mondiale handels- en financiële systemen die ervoor hebben gezorgd dat de armsten hebben betaald voor de levensstijl van de rijken.
Dat betekent niet dat we een Hobbesiaanse wereld krijgen zonder solidariteit. Wel een wereld waarin liefdadigheid geen dekmantel is voor onrechtvaardigheid. Het einde van hulp betekent idealiter ook het einde van ’ontwikkeling’, een verderfelijke ideologie die ervan uitgaat dat de ‘ontwikkelde wereld’, waarvan de welvaart stoelt op de ruïnering van andere samenlevingen en van de aarde, een voorbeeld is dat navolging verdient. We moeten werken aan een wereldorde die werkelijk humanistisch is.
De overgang naar een wereldorde die niet door westerse krachten wordt beheerst, vraagt om nieuwe grenzen. ‘Ineens lijkt, door de ontregelende werking van alle oorlogen, het ondenkbare te gebeuren: de herdefiniëring van de inkaartbrenging.’
De BRP Sierra Madre van de Filipijnse marine is een wrak uit de Tweede Wereldoorlog dat opzettelijk gestrand ligt op een rif in de Chinese Zuidzee; met een handvol mariniers aan boord en de nationale vlag in top bezorgt het Beijing hoofdpijn. De erbarmelijke staat van het schip contrasteert met het stoere van zijn missie. Met haar roestige platen en krakkemikkige dek doet de Sierra Madre denken aan het legendarische spookschip de Vliegende Hollander, maar dan in oorlogsgedaante. Het schip moet de hegemonie van de machtigste vloot ter wereld op de Spratly-eilanden beteugelen, een eilandengroep die in zijn geheel door China wordt geclaimd, ondanks protesten van Taiwan, Vietnam, Maleisië en de Filipijnen. De bemanning, blootgesteld aan tyfoons en een brandende zon, leeft onder benarde omstandigheden terwijl de bevoorrading door de Filipijnse marine keer op keer wordt verhinderd door het Chinese leger, dat afwacht tot het schip kraakt en de mannen van boord gaan.
Begin maart waren vier boten van de Filipijnse kustwacht via internationale wateren onderweg naar de Sierra Madre, toen ze werden onderschept door een konvooi van de Chinese Maritieme Militie. Ze werden omringd en bestookt met waterkanonnen, waarbij vier mariniers gewond raakten. Een televisieploeg van CNN die aan boord was, registreerde en verspreidde de beelden van de confrontatie, een van de ernstigste tussen beide landen tot dan toe.
Kritieke tijd
Het incident zou normaal gesproken een van de vele recente schermutselingen zijn geweest, ware het niet dat we in zo’n kritieke tijd leven: twee jaar oorlog in Oekraïne en het verwoestende antwoord van Israël op de aanval van Hamas van 7 oktober. Oorlogen die tot voor kort ondenkbaar waren en een extra dimensie krijgen vanwege het algehele, met de coronapandemie begonnen gevoel dat ‘alles mogelijk is’. Zelfs de schending van het heilige beginsel dat internationaal erkende, wettelijk vastgelegde grenzen onaantastbaar zijn. Ineens lijkt, door de ontregelende werking van alle oorlogen, het ondenkbare te gebeuren: de herdefiniëring van de inkaartbrenging.
Daarnaast is het een buitenkans voor degenen die het systeem van na de Koude Oorlog beschouwen als een baatzuchtig bedenksel van de liberale democratieën waar eindelijk barsten in komen, net als in de hegemonie van de VS en hun Europese bondgenoten, wier rol steeds geringer wordt – een onmiskenbaar teken van de niet te stuiten overgang naar een wereldorde die door niet-westerse krachten wordt beheerst. Bij wie deze visie zijn toegedaan leeft de overtuiging dat met het einde van de Noord-Amerikaanse unipolariteit de gelegenheid komt om de status quo te herzien. Het zou het steeds openlijker gezicht van de multipolariteit blootleggen; het zou de hoop betekenen een paar knellende, beperkende naden los te tornen. Ondertussen biedt de oorlog in Oekraïne Rusland de kans bevriende landen aan te steken met een revisionisme dat een ongekende historische fase zou inluiden, als bijdrage aan de vorming van een nieuwe internationale orde.
Het Midden-Oosten belandt in een vacuüm
De regio, die een van de ergste crises in zijn geschiedenis doormaakt, is niet unipolair of multipolair, maar ‘apolair’, aldus het Amerikaanse magazine Foreign Affairs.
‘Vergeet al die verhalen over uni- of multipolariteit, het Midden-Oosten is non-polair. De Verenigde Staten zijn een ongeïnteresseerde en inefficiënte grootmacht, en hun rivalen zijn dat zo mogelijk nog meer,’ schrijft Foreign Affairs in een lange analyse. Tot 7 oktober vorig jaar beschouwde het Midden-Oosten zichzelf als multipolair. De VS, die druk waren met Oekraïne en met hun rivaliteit met China, leken hun interesse te verliezen. Washington vestigde zijn hoop op een nieuwe veiligheidsconstructie op basis van een verbond tussen Israël en de Arabische staten in de regio. Maar toen brak ‘de ergste crisis uit die die de regio in tientallen jaren heeft meegemaakt’. En nu houdt de ‘mythe’ van een multipolair Midden-Oosten niet langer stand. Want terwijl de Amerikaanse invloed ontegenzeggelijk afneemt, zijn China en Rusland er nog geen machthebbers van betekenis. Beijing en Moskou waren er weliswaar als de kippen bij om de oorlog tussen Israël en Hamas toe te schrijven aan ‘de westerse hypocrisie’, maar China noch Rusland werd vervolgens gevraagd om ‘diplomatieke actie te ondernemen om de veiligheid in de regio te versterken’. Uiteindelijk is de Russische interventie in Syrië voor Moskou het hoogtepunt geweest van zijn invloed in de regio. En wat China betreft was het ‘enige noemenswaardige diplomatieke succes’ de toenadering tussen Iran en Saoedi-Arabië onder Chinese leiding in 2023. Het machtsvacuüm is voelbaar, want de Golfstaten noch Israël noch Iran kunnen aanspraak maken op de alleenheerschappij, aldus het magazine. En van dit strategisch vacuüm was ‘al voor 7 oktober sprake. De oorlog heeft die landen enkel een illusie armer gemaakt.’
Dit idee wordt verwoord door onderzoeker Vjatsjeslav Sjoeper van de Russische denktank Valdai: ‘Wij (…) vechten met vreemde geografische kaarten; wij hanteren het wereldbeeld dat door de westerse landen in hun eigen belang is geschapen. Alleen door een diepgaande herziening zullen we met succes de confrontatie met het Westen kunnen aangaan en de sympathie kunnen winnen van niet-westerse landen die dringend behoefte hebben aan een alternatief wereldbeeld, maar niet beschikken over de nodige intellectuele middelen om het tot stand te brengen.’
In deze onomwonden intentieverklaring wordt de nederlaag van Oekraïne gezien als een overwinning die verder gaat dan alleen territoriale genoegdoening voor een nationale grief. Hier krijgt de overwinning het karakter van een historisch feit dat nodig is voor de stap naar een nieuw tijdperk, een beuk tegen de sluitsteen die de internationale structuur overeind houdt. Een dreun die Rusland trouwens al uitdeelde toen het met de inval in Oekraïne op flagrante wijze de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties schond, als permanent lid van de Veiligheidsraad nog wel.
En terwijl de aandacht van de wereld is gericht op Oekraïne en Gaza, wijzen ook conflicten op andere plaatsen erop dat we mogelijk een tijdperk van geopolitiek revisionisme aan het betreden zijn. Afgelopen jaar maakte Azerbeidzjan in het zuiden van de Kaukasus met politieke en economische hulp van Turkije via een gewapend conflict een einde aan de Armeense enclave Nagorno-Karabach. Daaruit bleek, volgens Mira Milosevich-Juaristi van het Elcano Royal Institute [een Spaanse denktank], duidelijk het fiasco van de internationale rol van de EU, de tanende invloed van Rusland in post-Sovjet-gebied en de bloei van nieuwe imperialistische ambities in Turkije, een sleutelspeler waarvan de invloed zich uitstrekt tot de Zwarte Zee en het Midden-Oosten.
In Oost-Azië bewegen twee belangrijke bondgenoten van Poetin in dezelfde richting
In Oost-Azië bewegen twee belangrijke bondgenoten van Poetin in dezelfde richting. In Noord-Korea wees Kim Jong-un een vreedzame hereniging van het Koreaans Schiereiland af. In januari schoot Pyongyang tweehonderd artilleriegranaten af naar Zuid-Korea en noemde het de banden met Seoel ‘een relatie tussen vijandige landen (…), twee strijdende partijen, volop in oorlog’. En China is bezig te land, ter zee en in de lucht een politiek van voldongen feiten te voeren. Een work in progress dat neerkomt op de annexatie van grondgebied, internationale wateren en luchtruim, wat het land in conflict brengt met minder machtige landen, maar ook met een grootmacht als India. In de praktijk komt het beleid erop neer dat China eenzijdig en onverwachts de territoriale en maritieme afbakeningen in kaart brengt, met inlijving van wat het eigenmachtig aanmerkt als soevereine ruimte, waarna het overgaat tot dwangmaatregelen. Bij het laatste voorval met de Filipijnen in de op zich al verhitte Chinese Zuidzee komt het recente protest van Vietnam vanwege de nieuwe demarcatie vanuit Beijing in de Golf van Tonkin, die de exclusieve economische zone van Vietnam aantast.
Er zijn meer potentiële scenario’s, zoals de structureel ontregelde Sahel, waar Rusland probeert zijn ‘multipolaire’ wereldvisie in de praktijk te brengen. In Ethiopië aast premier Abiy Ahmed op een vurig gewenste zeehaven door een akkoord te sluiten met Somaliland, dat zich twintig jaar geleden van Somalië afscheidde, in ruil voor een beetje diplomatieke erkenning die het internationaal ontbeert. Soedan zakt weg in oorlogschaos en hongersnood, met een humanitaire crisis en vluchtelingenstroom tot gevolg die de al zo instabiele regio verder zal destabiliseren.
Irredentisme
Het verhitte Midden-Oosten zou ook kunnen profiteren: Iran, de Houthi’s of Netanyahu en zijn extreemrechtse aanhangers met hun versie van een Groot-Israël. En vergeet niet de gevallen van irredentisme [het streven naar hereniging] die zich op Europees grondgebied voordoen. Onlangs nog woonde Victor Orbán een voetbalwedstrijd bij met een sjaal waarop de historische kaart van Hongarije was afgebeeld, die van voor de Eerste Wereldoorlog dus, inclusief delen van Oostenrijk, Kroatië, Roemenië, Servië, Slowakije en Oekraïne. Of neem Maduro in Venezuela, die onlangs een referendum heeft gehouden over de inlijving van Essequibo, een deel van Guyana dat rijk is aan natuurlijke bronnen.
De Russische invasie in Oekraïne heeft een precedent geschapen voor de vraag hoe geldig de internationale grenzen zijn. Daardoor is de hoop bij het irredentistisch nationalisme aangewakkerd. Het vindt voedsel voor zijn aspiraties in de post-Amerikaanse wereld en acht de tijd rijp om alle al tientallen jaren slepende conflicten voorgoed op te lossen en de wereldkaart opnieuw te tekenen. Feiten die Europa in een bij uitstek lastige situatie plaatsen, die alleen maar zal verergeren als Donald Trump de komende verkiezingen in de Verenigde Staten wint. Het is zaak voor ogen te houden dat de expansiegolf van de oorlog in Oekraïne ver reikt en dat Europese steun bepalend is voor het scenario dat we na afloop zullen aantreffen.
‘Het is verbijsterend om te zien hoe westerse democratieën van hun keizerlijke zetel zijn afgedaald en zich nu als gladiatoren in de arena staande proberen te houden’, schrijft voormalig Portugees staatssecretaris Bruno Maçães. ‘De oorlog in Gaza spreekt wat dat betreft boekdelen.’
Tijdens een besloten diner, een paar maanden geleden, zette een hoge Europese minister uiteen wat er zal gebeuren als Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november wint en alle steun aan Oekraïne intrekt. Tenzij de grote Europese landen in het gat springen dat de Amerikanen achterlaten – wat onwaarschijnlijk is – zou zijn land, een NAVO-lid, geen andere keus hebben dan zij aan zij met Oekraïne te vechten – in Oekraïne zelf welteverstaan. Waarom zou zijn land, betoogde hij, wachten op een Oekraïense nederlaag en vervolgens op de gedwongen mobilisatie van een veroverde natie, ter aanvulling van de gelederen van een Russisch leger dat uit is op nieuwe avonturen?
Sommige dinergasten stelden zich gerust met de gedachte dat niet iedereen in Europa zich al voorbereidt op het noodgedwongen slachtofferen van Oekraïne. Anderen vreesden juist dat een dergelijke solidariteit zou leiden tot een oorlog in het hele werelddeel. Maar dat was nu net het punt dat de minister wilde maken: kunnen we zeggen dat deze oorlog ons niets aangaat? Misschien zijn alle Europeanen, of ze het beseffen of niet, al verwikkeld in een conflict dat veel groter is dan het twee jaar geleden leek.
Tegenwoordig overvleugelen de krachten die conflicten voeden de krachten die orde nastreven
Het afgelopen jaar hebben Rusland en Oekraïne zware versterkingen gebouwd langs de contactlinie in de Donbas-regio, ter voorbereiding op een lange oorlog. Hun buren hebben ook voorbereidingen in die richting getroffen. In januari keurden Litouwen, Letland en Estland een plan goed om een gemeenschappelijke Baltische verdedigingslinie te bouwen langs hun grenzen met Rusland en Wit-Rusland, geïnspireerd op de uiterst doeltreffende verdedigingssystemen die in Oekraïne worden ingezet.
Tegenwoordig overvleugelen de krachten die conflicten voeden de krachten die orde nastreven. Misschien dat daarom zo veel gewapende conflicten onopgelost blijven. Ze kunnen uit zicht raken, zoals de oorlogen in Syrië en Jemen, maar dat is alleen omdat er geen progressie in zit, door de min of meer constante herhaling van dagelijkse verschrikkingen. Er is nog hoop dat Oekraïne en het grotere Midden-Oosten zich aan dit lot zullen onttrekken; maar er bestaat ook een grote angst dat deze conflicten zich zullen ontwikkelen tot een uitslaande brand.
Na de beperkte aanval van Israël op Iran op 19 april heerste er opluchting alom. Het gevaar van een totale oorlog tussen de twee staten leek te zijn afgewend. Of was de oorlog al begonnen? De spectaculaire raket- en drone-aanval van Iran op Israël op 13 april zou twee weken ervoor nog ondenkbaar zijn geweest. Juist de terughoudendheid die zowel Israël als Iran nu aan de dag legde, betekende misschien niets anders dan een zorgvuldige voorbereiding op een langdurig conflict en nog veel meer conflicten. In deze nieuwe tijd vol gevaar hebben conflicten misschien geen duidelijk begin of einde meer.
Verwoesting
Ondertussen breidt de verwoesting zich uit van de periferie naar het machtscentrum binnen het mondiale systeem, en brokkelt het onderscheid tussen centrum en periferie af. Neem Oekraïne. De historische betekenis van het conflict is deels dat het westerse democratieën heeft gedegradeerd van ‘politieagent’ in de wereld – bemiddelaars die proberen de orde te herstellen in allerhande brandhaarden – naar die van actief deelnemer. Zelfs de westerse militaire bemoeienissen met Irak en Afghanistan werden veeleer voorgesteld als een soort politieoptreden tegen terrorisme dan als gewone oorlogen. De Russische invasie van Oekraïne leek vanaf het begin iets opvallend nieuws en gevaarlijks, niet omdat het hier het eerste grote conflict in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog betrof – dat was het niet – maar omdat meerdere wereldmachten erbij betrokken waren, waardoor er niemand overbleef voor conflictbeheersing.
Zijn de Verenigde Staten dan rechtstreeks betrokken bij de oorlog in Oekraïne? Ik ben bang van wel. Washington raakte direct betrokken op het moment dat Poetin besloot zijn nucleaire arsenaal te gebruiken als chantagemiddel om westerse militaire steun aan Kyiv aan banden te leggen. Misschien was een andere politiek mogelijk geweest, maar de regering-Biden kwam al snel tot de conclusie dat een ineenstorting van Russische linies kon betekenen dat het Kremlin een kernwapen in Oekraïne zou inzetten, wat zelfs de veiligheid van Amerikaanse burgers zou kunnen bedreigen. Biden en zijn topfunctionarissen zijn ervan overtuigd dat het risico op nucleaire escalatie reëel is. Op dat risico zijn alle politieke berekeningen gebaseerd, dus ook de keuze van het soort geavanceerde militaire technologische steun aan Oekraïne. Kernwapens zijn veeleer offensief dan defensief geworden, en maken derhalve veroveringsoorlogen mogelijk: ze beschermen een binnenvallend leger tegen het risico van een nederlaag. Uitsluitend door kernwapens is een ooit voor mogelijk gehouden Oekraïense overwinning steeds onwaarschijnlijker geworden.
Van het ‘mondiale Zuiden’ tot ‘the West vs the rest’
Hoe breng je een transformerende wereldorde onder woorden? Hoe verwoord je de wereldwijde ontwikkelingen, onder het oorverdovende lawaai van de oorlog in Oekraïne en Gaza? De wereld verandert, en de woorden om die wereld mee te beschrijven ook.
In de internationale pers kom je vaak de term ‘mondiale Zuiden’ tegen, die zou duiden op alles wat niet tot het Westen behoort. Er bestaat geen exacte definitie voor, schrijft Foreign Affairs, al wordt de term over het algemeen gebruikt om grote delen van Afrika, Azië en Zuid-Amerika mee aan te duiden. De meeste van die landen hebben gestreden tegen kolonialisme en waren tijdens de Koude Oorlog lid van de Beweging van Niet-Gebonden Landen. Maar zorgt die gedeelde ervaring ook voor eenheid, vraagt het tijdschrift zich af; dat ziet in deze lappendeken vooral een ‘verwantschap tussen landen die gefrustreerd zijn door een internationale orde die maar al te vaak tegen hun belangen ingaat’. Die frustratie maakt het dan ook niet tot een politiek coherent geheel, schrijft Nikkei Asia. Het weekblad benadrukt dat ‘het mondiale Zuiden allesbehalve een hechte eenheid is; en dat maakt de wereldorde er alleen maar kwetsbaarder en onvoorspelbaarder op’.
Behalve het ‘mondiale Zuiden’ hoor je ook vaak ‘the West versus the rest’, het Westen tegen de rest. Volgens The Washington Post laat die uitdrukking ‘de geopolitieke kloof’ zien die tussen het Westen en de rest van de wereld is ontstaan, waarbij die ‘rest’ steeds minder zin lijkt te hebben om zich te schikken naar de westerse kijk op de wereld. De oorlog die Israël in Gaza voert lijkt die kloof alleen maar te vergroten, waarschuwt Time. ‘We hebben in het Zuiden definitief de slag verloren (…) Vergeet die bestaande wereldorde maar. Ze zullen nooit meer naar ons luisteren’, klinkt het verontrust in het Amerikaanse weekblad.
Er was nog een ontwikkeling die de grenzen van de westerse macht aan het licht bracht: de door sancties getroffen Russische economie stortte niet in, zoals Biden daags na de invasie voorspelde. Integendeel, ze noteerde sinds 2022 betere groeicijfers dan Duitsland en Groot-Brittannië. Al zo’n tien jaar hebben veel commentatoren het over een herverdeling van de economische macht ten gunste van Aziatische reuzen als China en India. Poetin heeft eenvoudigweg op deze ontwikkeling ingespeeld om de Russische economie van het Westen af te wenden. De olie is blijven stromen en voedt de Russische oorlogsmachine. Je leest wel dat Europa niet langer afhankelijk is van Russische olie omdat het die niet meer koopt, maar in werkelijkheid is de afzet van Russische voorraden nog steeds belangrijk om de mondiale energieprijzen laag te houden – ook al is Europa zelf niet meer de koper. Twintig jaar geleden, toen Rusland werd geteisterd door een vernietigende schuldencrisis en massale opnamen van spaartegoeden bij banken, zou Poetin Oekraïne niet hebben durven binnenvallen.
Het is verbijsterend om te zien hoe westerse democratieën van hun keizerlijke zetel zijn afgedaald en zich nu als gladiatoren in de arena staande proberen te houden. Universele rechtsregels en waarden doen er niet meer toe, voortaan geldt alleen een fervente strijd tussen ‘wij’ en ‘zij’. De oorlog in Gaza spreekt wat dat betreft boekdelen. Ooit wierpen de VS zich op als bemiddelaar tussen Israëliërs en Palestijnen; een hardnekkig bevooroordeelde bemiddelaar weliswaar, maar wat er sinds 7 oktober is gebeurd, is wezenlijk anders.
Dagelijks etaleren Amerikaanse functionarissen hun onvermogen om een ander standpunt dan het hunne te begrijpen
In maart vertelde prins Turki al-Faisal, voormalig hoofd van de Saoedische inlichtingendienst, mij in een interview in Riyad dat het gevoel voor balans weg is. Washington heeft het idee dat het een oorlog voert aan de zijde van Israël, maar zoals altijd in oorlogen is de waarheid het eerste slachtoffer. De informatievoorziening wordt zorgvuldig gestuurd; de officiële woordvoerders in Washington doen mij vaak denken aan ‘Comical Ali’, de minister van Informatie onder Saddam Hoessein tijdens de oorlog tegen Irak in 2003. Op 2 april beweerde de veiligheidswoordvoerder van het Witte Huis, John Kirby, op vreemd zangerige toon dat de Israëlische strijdkrachten sinds oktober het internationaal recht niet één keer hadden geschonden.
De VS blijven een buitengewoon machtig land, maar hebben niet langer de economische middelen en de morele overtuigingskracht om een idee van universele orde uit te dragen. Dagelijks etaleren Amerikaanse functionarissen hun totale onvermogen om een ander standpunt dan het hunne te begrijpen. Maar zoals uit de stemmingen bij de Verenigde Naties over een onmiddellijk staakt-het-vuren in Gaza is gebleken, wordt de zienswijze van Washington steeds vaker betwist door een overweldigende meerderheid van landen.
Simplistische voorstelling
Wanneer een orde uiteenvalt, gebeurt dat snel en volledig. In sommige westerse landen wordt zelfs het bestuderen van tegengestelde standpunten al beschouwd als een milde vorm van verraad. Kwesties zijn niet meer complex, een simplistische voorstelling van zaken overheerst, met de vijand als kwaadaardige wereldmacht. Hebben Palestijnen rechten? Bestaan ze eigenlijk wel als volk? Nee, het zijn pionnen in de handen van Iran, Poetin en Xi Jinping. De intellectuele inspanning die het vergt om Palestijnen te zien als mensen met rechten is te hoog. Die zou veel westerse staten er immers toe dwingen hun benadering stevig op de schop te nemen. De Palestijnen kunnen dus beter van het toneel verdwijnen. Vandaar dat protesten en pro-Palestijnse stemmen op conferenties in Duitsland steeds vaker worden verboden. Wil de oorlog in Gaza de aandacht in de VS vasthouden, dan moet deze eerst transformeren tot de zoveelste editie van de Amerikaanse cultuuroorlog op campussen. Terwijl ik dit schrijf, worden massagraven blootgelegd door Palestijnse hulpdiensten in het Al-Shifa- en het Nasser-ziekenhuis in Gaza. Het bewijs op filmbeelden lijkt onbetwistbaar, maar de westerse media zijn niet geïnteresseerd.
Niet alleen het Westen dringt zijn visie op aan de rest van de wereld. Het gezag in Beijing deed niets anders na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, toen het Amerikaanse uitlokking suggereerde, een idee dat Kyiv vanaf het begin verwierp. India houdt zich afzijdig, hoewel het er wel blijk van geeft graag op het sterkste paard te wedden, oftewel op Rusland en Israël. Ondertussen heeft Iran in Syrië de afgelopen tien jaar nieuwe sjiitische nederzettingen gesticht om zijn invloed te vergroten. De voormalige soennitische bewoners, die vluchtten voor het oorlogsgeweld, mogen niet naar hun huizen terugkeren.
Een heersende gedachte is dat oorlogen worden uitgevochten om de orde te handhaven of te herstellen, waarbij twee partijen met elk een andere kijk op die orde tegenover elkaar staan. Het aanhoudende, meedogenloze conflict tussen de Soedanese strijdkrachten en de Rapid Support Forces (RSF) helpt ons uit de droom. De RSF werd in 2013 in Darfur opgericht, maar groeide uit tot een soort particuliere beveiligingsfirma die een oorlog in Jemen voerde, gefinancierd door oliedollars uit Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Een privéleger is aan geen enkele staat verantwoording verschuldigd en de doelstellingen ervan zijn vaak opzettelijk onduidelijk. Net als een bedrijf doet een particuliere militie er alles aan om de opbrengsten te maximaliseren. In dit geval worden die opbrengsten toevallig afgemeten aan dode lichamen en verbrande dorpen. Het is heel moeilijk om soldaten te ontslaan als een oorlog luwt, zoals dat het geval was in Jemen. Dus moeten er nieuwe slagvelden worden gevonden.
Dit model zal zich ongetwijfeld verspreiden – al was het maar omdat geen beginsel zo direct tot de verbeelding spreekt als het ‘maximaliseren van rendement’. Zoals de Soedanese academicus Magdi el-Gizouli betoogde, zijn milities het effectiefste machtsmiddel geworden in een reeks landen die zich uitstrekt van Jemen tot Syrië, Irak en Afghanistan. Het is een efficiënte manier gebleken om samenlevingen te laten functioneren in een marktsysteem met de gemilitariseerde arbeid van tieners als het eenvoudigst in te kopen product. El-Gizouli denkt dat deze tendens doorzet. Zou die algemeen ingang kunnen vinden?
Al in 2016 realiseerde de RSF zich dat een particuliere militie het monopolie zou kunnen verwerven over waardevolle grondstoffen zoals goud, waardoor handelsroutes en toegang tot buitenlandse markten veilig konden worden gesteld. De Russische Wagnergroep leerde het vak in 2017 van zijn tegenhanger in Soedan, om het vervolgens in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Mali in praktijk te brengen. In Noord-Afrika zijn de RSF-troepen ingezet om langs de grens met Libië te patrouilleren en de stroom migranten naar Europa in te dammen. Ook die branche is gegroeid.
Veiligheidslandschap
In een toespraak op 11 april voor het Amerikaanse Congres sprak de Japanse premier Fumio Kishida over één mondiaal veiligheidslandschap: ‘Het Oekraïne van nu kan het Oost-Azië van morgen zijn.’ Er is iets onontkoombaars aan de mondialisering van conflicten: elke actor zoekt naar partners en bondgenoten, waar hij die maar kan vinden, zeker als oorlog reëel in het verschiet ligt. Zo bezien doet het huidige veiligheidslandschap denken aan de manier waarop het in de vorige eeuw tot twee wereldoorlogen kwam. Misschien is een wereldoorlog gewoon een oorlog waarin niemand buiten de strijd valt, en zitten we dus al in een wereldoorlog.
Reizen naar Oost-Azië kan tegenwoordig aanvoelen als een terugkeer naar een verloren tijdperk, een wereld waarin militaire conflicten onwaarschijnlijk lijken omdat de sociale energie zo specifiek gericht is op technologische en economische ontwikkeling. Dat is voortaan een illusie. Ik beëindigde een bezoek aan Taiwan in 2023 tijdens de Nationale Dag, in de overtuiging dat, hoewel een oorlog misschien niet ophanden is, de basis voor een toekomstig conflict al is gelegd. De fragiele overeenkomst die Mao Zedong en Richard Nixon een halve eeuw geleden sloten over Taiwan, is ten einde. De status quo, waaraan de meeste Taiwanezen hechten, wordt door China niet langer geaccepteerd, en de VS zien zelfs een vreedzame hereniging met het vasteland als mogelijk onwenselijk, nu China een serieuze concurrent is geworden. Voor de New Statesman schreef ik in december 2023 dat je de situatie waarin Taiwan zich nu bevindt kunt vergelijken met die van Oekraïne in 2004, het jaar van de Oranjerevolutie, tien jaar voor de eerste Russische invasie en bijna twintig jaar voor de huidige, veel grotere oorlog. Kishida heeft een punt.
De mondialisering van conflicten betekent uiteindelijk dat het enige universele principe het conflict zelf is, en dat geen enkele afzonderlijke brand kan worden geblust door een beroep te doen op opvattingen over orde. Denktanks en adviesbureaus die graag over risico’s en bedreigingen praten, suggereren dat de wereld aan de rand van de afgrond staat. Dit is een tijd vol gevaar. Dat is misschien nog te optimistisch. Gevaar verwijst naar de toekomst. De puinhopen zijn al aangericht.
Verreweg de meeste landen ter wereld nemen een pragmatisch neutraal standpunt in en willen vooral uit politieke en economische overwegingen geen partij kiezen tussen de VS, China en Rusland. Een analyse van de zogeheten niet-gebonden landen.
Veel landen die gevangen zitten tussen Amerika, China en Rusland willen in geen geval partij kiezen. Nu de naoorlogse, door de VS geleide wereldorde uiteenvalt en economieën almaar verder losgekoppeld raken, proberen ze deals te sluiten die scheidslijnen overstijgen. Een transactiegerichte aanpak die de geopolitiek een nieuw aanzien geeft.
Wil je de niet-gebonden machten goed in kaart brengen, bekijk je ze dan eens door een Russische lens. Onze zusterorganisatie EIU [Economist Intelligence Unit, een organisatie die ontstaan is uit The Economist en analyses uitvoert voor het bedrijfsleven] heeft landen geanalyseerd op basis van hun economische en militaire banden met Moskou, hun diplomatieke standpunten zoals die blijken uit hun stemgedrag in de VN en hun steun aan en uitvoering van sancties. Er zijn 52 landen, goed voor 15 procent van de wereldbevolking, die het optreden van Rusland hekelen: het Westen en zijn bondgenoten. Slechts 12 landen staan achter Rusland. Dit betekent dat de overige 127 staten niet duidelijk voor een van beide kampen kiest.
Wat niet-gebonden landen gemeen hebben is een nietsontziend pragmatisme
Om een idee te krijgen van wat niet-gebondenheid precies inhoudt, heeft The Economist ook gekeken naar de 25 grootste economieën (t25) die de kat uit de boom hebben gekeken bij de Oekraïense oorlog, of die neutraal willen blijven in de Chinees-Amerikaanse confrontatie, of beide. Deze ‘transactiegerichte’ groep is in termen van welvaart en politieke organisatie buitengewoon gevarieerd van samenstelling: zowel het reusachtige India als dwergstaat Qatar behoren ertoe. Wat ze gemeen hebben is een nietsontziend pragmatisme.
Ze vertegenwoordigen nu 45 procent van de wereldbevolking. Hun aandeel in het mondiale bbp is gestegen van 11 procent in 1992 naar 18 procent in 2023, en is daarmee hoger dan dat van de EU. Hun strategie van neutraliteit brengt ernstige risico’s met zich mee, maar biedt ook grote kansen. Hun succes of falen zal de wereldorde tientallen jaren beïnvloeden. En zowel de VS als China zullen proberen deze landen voor zich te winnen.
Kloof
In de twintigste eeuw had niet-gebondenheid verschillende betekenissen voor verschillende landen op verschillende momenten. Tijdens conferenties in Bandung in Indonesië (1955) en Belgrado in Joegoslavië (1961) presenteerden leiders een ‘derde wereld’, naast het Westen en het Sovjetblok. Vanaf het einde van de jaren zestig richtten deze landen hun pijlen steeds meer op economische ongelijkheid tussen het ‘mondiale zuiden’ (een minder beladen term voor ‘derde wereld’) en het industriële noorden. De niet-gebonden beweging was een formele instelling waarvan bijna elke Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse staat lid werd. Toen de Koude Oorlog ten einde kwam werd ze, in de woorden van een Indiase academicus, ‘een zieltogende organisatie, die een waardige begrafenis behoefde’.
De niet-gebonden landen van nu zijn niet te herkennen aan lidmaatschap van een instelling, maar aan gedrag. Middelgrote machten zijn het, die zich laten leiden door pragmatisme en opportunisme. In een recent boek betoogt de voormalige Chileense diplomaat Jorge Heine dat landen in de twintigste eeuw vaak per toeval in een van de invloedssferen van de supermachten terechtkwamen. Tegenwoordig is het meer zo dat ze mogelijkheden ‘actief’ evalueren om bepaalde doelen te bereiken, zo stelt hij. Sommigen noemen dit ‘minilateralisme’ (in tegenstelling tot multilateralisme) – het aansturen van discrete allianties of groeperingen, in plaats van je lot in handen van één blok te leggen.
‘Europa moet zich bevrijden van de mentaliteit dat de problemen van Europa de problemen van de wereld zijn, maar dat de problemen van de wereld niet de problemen van Europa zijn’
Niet-gebonden landen vinden westerse leiders meestal hypocriet. In het eerste jaar van de oorlog werd ongeveer 170 miljard dollar aan hulp toegezegd aan Oekraïne – ongeveer 90 procent van wat de ontwikkelingscommissie van de OESO, een groep van 31 westerse donoren, in 2021 aan mondiale hulp uitgaf. Voor het Westen is deze vrijgevigheid een uiting van solidariteit met een mededemocratie; voor anderen toont ze aan dat rijke landen vooral geld ophoesten als dit hun belangen dient. ‘Europa moet zich bevrijden van de mentaliteit dat de problemen van Europa de problemen van de wereld zijn, maar dat de problemen van de wereld niet de problemen van Europa zijn,’ zo stelde Subrahmanyam Jaishankar, de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, vorig jaar.
Deze stellingname komt in grote lijnen overeen met de publieke opinie. Uit een rapport van Cambridge University van vorig jaar bleek dat in liberale democratieën 75 procent een negatief beeld heeft van China en 87 procent ongunstig over Rusland oordeelt. Onder de 6 miljard mensen die elders wonen is het beeld nagenoeg omgekeerd. Er is dus een kloof tussen hoe het Westen de wereld ziet en hoe de rest van de wereld die ziet. In een opiniepeiling, eerder dit jaar gepubliceerd door de Europese Raad voor Buitenlandse betrekkingen (een denktank), stelde 48 procent van de Indiërs en 51 procent van de Turken dat multipolariteit of niet-westerse dominantie de toekomstige wereldorde zal bepalen. Slechts 37 procent van de Amerikanen, 31 procent van de EU-bevolking en 29 procent van de Britten waren het hiermee eens. Het Westen denkt dat het naar een vervolgaflevering van de Koude Oorlog kijkt, de rest van de wereld ziet een geheel nieuwe film.
Gemeenschappelijk doel
Wie zitten er dan allemaal in die t25? Het is, zoals gezegd, een diverse groep die bestaat uit landen met bevolkingen die tot de grootste ter wereld behoren, waarvan er twee – India en Indonesië – de grootste democratieën ter wereld zijn. Je hebt ook Vietnam, Saoedi-Arabië en Egypte, alle bestuurd door autocraten van uiteenlopende snit. Er zijn grote verschillen wat welvaartsniveau betreft. In Saoedi-Arabië is het bbp per persoon ruim 24.000 euro, ongeveer evenveel als dat van een aantal Europese landen, terwijl het in Pakistan op zo’n 1440 euro blijft steken.
Naarmate de globalisering zich uitbreidde, zijn de t25 een handel in vele richtingen gaan drijven. Zo’n 43 procent geschiedt met het westerse blok, 19 procent met het Chinees-Russische blok en 30 procent met landen uit geen van beide kampen. Misschien is het gezien de ligging van Mexico niet verrassend dat 77 procent van de totale handel van dat land met het Westen is, en dat ook Israël en Algerije voor meer dan 60 procent handel daarmee drijven. Geen ander t25-land kent zo’n intensief handelsverkeer met China als Chili (meer dan een derde), maar tegelijkertijd betreft 40 procent van dat handelsverkeer het Westen. Meer dan de helft van de Argentijnse handel, en bijna de helft van die van India, wordt met andere niet-gebonden landen gedreven.
De wapeninvoer toont ook een complex netwerk van loyaliteiten. India dekt zich slim in. Tussen 2018 en 2022 was Rusland de belangrijkste leverancier, die India voor 45 procent van zijn wapens voorzag, maar het land ontving van Europa nog eens 29 procent en waarschijnlijk zal het zich nog zelfredzamer maken met Amerikaanse hulp. Met het rivaliserende China, dat levert aan India’s aartsvijand Pakistan, kan geen sprake zijn van handel. Israël, Marokko, Saoedi-Arabië en Zuid-Afrika verlaten zich voor het overgrote deel op de Verenigde Staten als het om wapenimport gaat.
Geopolitieke allianties zijn sinds 2018 almaar belangrijker geworden bij het bepalen van directe buitenlandse investeringen
Er is geen bestuursorgaan dat niet-gebonden landen en hun belangen vertegenwoordigt. En dat zal er waarschijnlijk ook niet komen. In plaats daarvan zijn er uiteenlopende organisaties, zoals de G20, die platforms bieden die grote niet-gebonden landen in meer of mindere mate van nut zijn. De BRICS-groep – Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika – is een forum voor middelgrote machten die expansie nastreven: er is een discussie gaande over of Iran en Saoedi-Arabië mogen toetreden. Tijdens klimaatgesprekken in VN-verband is een brede groep van meer dan honderddertig landen, waaronder China, rond de tafel gaan zitten.
Ondanks hun verschillen hebben de niet-gebonden landen een gemeenschappelijk doel: gunstige overeenkomsten sluiten in een veranderlijke omgeving. Twintig jaar lang konden velen relaties opbouwen met zowel het Westen en China als Rusland. Dat is verleden tijd. Het Westen legt Rusland sancties op en beperkt China’s toegang tot technologie.
Voor veel landen betekent dit nu een ernstige bedreiging. Door de sancties tegen Rusland stegen de energie- en voedselprijzen wereldwijd, met ernstige gevolgen voor de niet-westerse wereld. Onlangs heeft Janet Yellen, de Amerikaanse minister van Financiën, Amerikaanse bedrijven aangespoord om hun toeleveringsketens naar bevriende staten over te hevelen. Ook investeringen verplaatsen zich. En ondertussen bloeit er iets moois op tussen Beijing en Moskou. Recent onderzoek van het IMF heeft uitgewezen dat geopolitieke allianties, zoals die blijken uit stemgedrag in de VN, sinds 2018 almaar belangrijker zijn geworden bij het bepalen van directe buitenlandse investeringen. De scenario’s van het IMF ten aanzien van gefragmenteerde handel voorspellen dat de impact in opkomende markten meer dan twee keer zo slecht kan zijn als in ontwikkelde markten.
Geen ‘automatische allianties’
Maar velen in de niet-gebonden wereld gokken er ook op dat ze voordeel kunnen putten uit deze economische en politieke fragmentatie door hun relaties met diverse grootmachten af te palen en zelf andere landen te beïnvloeden. Om deze transactiestrategie te begrijpen, is het goed te kijken naar de aanpak van enkele grote landen die tussen twee vuren zitten. Neem Brazilië. Dat verzet zich tegen wat Mauro Vieira, minister van Buitenlandse Zaken, ‘automatische allianties’ noemt. Luiz Inácio Lula da Silva, die in januari aan zijn tweede leven als president van Brazilië begon, ziet ambtsgenoot Biden als een bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering; op hun bijeenkomst in Washington DC in februari werden gezamenlijke milieu-instellingen, die door de vorige president Bolsonaro waren opgedoekt, in ere hersteld. De VS zien Brazilië als een ‘grote niet-NAVO-bondgenoot’, en die status geeft recht op robuustere samenwerking met de Amerikaanse strijdkrachten.
Maar ook Brazilië laveert tussen de supermachten. Net als andere landen in de regio heeft het afwijzend gereageerd op westerse voorstellen om oud materieel van Russische makelij aan Oekraïne te leveren in ruil voor nieuwe wapens. Het bezoek van Lula aan Beijing in april onderstreept het economische belang van China. De handel tussen Brazilië en China bedroeg in 2022 een kleine 140 miljard euro, wat 37 keer zo veel is als twintig jaar geleden. Dit is onder meer te danken aan de wijze waarop Brazilië gebruik heeft gemaakt van de tarievenoorlog tussen China en de VS. Ten koste van Washington voerde het de export van landbouwproducten naar China op.
De angst van India voor China heeft in een aantal opzichten gezorgd voor toenadering tot het Westen
Brazilië gaat ook zelf op avontuur. Lula bezoekt binnenkort Afrika om de invloed van Brazilië daar nieuw leven in te blazen. Tijdens zijn eerste periode als president steeg de handel met Afrika van een kleine 5,5 miljard euro in 2003 naar ruim 23 miljard euro in 2012, en Zuid-Afrika mocht toetreden tot het brics-blok. Lula’s voorganger begaf zich niet naar Afrika. Hijzelf vindt duidelijk wel dat het de moeite loont.
De angst van India voor China heeft in een aantal opzichten gezorgd voor toenadering tot het Westen. In maart bracht de premier van Japan – dat net als India, de VS en Australië tot het ‘quadrilaterale’ Indo-Pacifische veiligheidsforum Quad behoort – een historisch bezoek aan Delhi. In het financiële jaar 2021-22 overtrof de handel van India met de VS die met China. Toch koopt India nog steeds wapens en goedkope olie van Rusland en is het onwaarschijnlijk dat het zijn jarenlange banden met dit land zal verbreken, tenzij het regime van Poetin kernwapens gaat inzetten.
Praktisch, niet partijdig
Net als Brazilië profileert India zich in het buitenland: alleen China zit dieper in de import en export met Afrika bezuiden de Sahara. Het gemiddelde jaarlijkse totaal aan directe buitenlandse investeringen van India bedroeg van 2004 tot 2008 0,7 miljard euro (minder dan de helft van die van Zweden), maar een decennium later 28 miljard (meer dan die van Duitsland en Japan samen). Vorige maand nodigde India vertegenwoordigers van 31 Afrikaanse landen uit voor war games. En India heeft beloofd zijn voorzitterschap van de G20 dit jaar te gebruiken om de ‘stem van het mondiale zuiden’ te laten horen.
Turkije wil zijn invloed in het mondiale zuiden eveneens vergroten. Het heeft veiligheidsovereenkomsten met dertig Afrikaanse staten gesloten. De militaire export naar Afrika vervijfvoudigde tussen 2020 en 2021. Adviseurs van de Turkse president Erdogan zeggen dat het ‘nieuwe Turkije’ zijn eigen partners kan uitkiezen. Dat kan verklaren waarom Turkije zich neutraal opstelt ten aanzien van de oorlog in Oekraïne. Ankara heeft zijn banden met Moskou recent aangehaald. De Turkse export naar Rusland kwam in 2022 uit op bijna 7 miljard euro, een stijging van 45 procent ten opzichte van het jaar ervoor.
Saoedi-Arabië verkleint zijn afhankelijkheid van zijn historische bondgenoot, de VS, door tegen China aan te schurken, dat nu de grootste handelspartner van het koninkrijk is. Kijk naar de besluiten, deze maand, en in oktober, door de OPEC, waarin Saoedi-Arabië het hoogste woord voert, om de olieproductie terug te dringen. Vorige maand ondertekende Saoedi-Arabië een overeenkomst met Iran, waarbij China had bemiddeld, en sloot het zich aan bij de Shanghai Co-operation Organization, een Euraziatische praatclub. China zegt zo snel mogelijk een vrijhandelsovereenkomst met de Golf te willen sluiten.
De betrekkingen van de Golfstaten met Afrika bleven ooit beperkt tot energie, landbouw en de politiek van de Hoorn van Afrika. Nu willen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten contracten voor de winning van delfstoffen in de wacht slepen; DP World, een havenexploitant uit Dubai, is bezig uit te groeien tot een cruciaal bedrijf op het Afrikaanse continent, en Qatar manifesteert zich op uiteenlopende manieren op het diplomatieke toneel. Vorige maand was het betrokken bij onderhandelingen over de vrijlating van Paul Rusesabagina, een gedetineerde Rwandese dissident (en inspirator voor de film ‘Hotel Rwanda’).
Zelden klonken westerse beloften om de veiligheid te garanderen in sommige delen van Afrika zo hol
Afrikaanse landen hebben zich lange tijd naar beide grootmachten gericht. Het Westen is door de bank genomen hun belangrijkste voorziener in ‘zachte‘ behoeften geweest: onderwijs, gezondheid en, mocht een regering dat willen, mensenrechten. China biedt ‘hardware’: bruggen, wegen, havens, en de leningen om die te bouwen. Voor infrastructuurprojecten ten zuiden van de Sahara bedroegen de leningen van het belangrijkste Amerikaanse ontwikkelingsbureau tussen 2007 en 2020 minder dan een tiende van de leningen die de twee grote ontwikkelingsbanken van China verstrekten (1,7 miljard tegen ruim 20 miljard euro).
Zelden klonken westerse beloften om de veiligheid te garanderen in sommige delen van Afrika zo hol. ‘De Amerikaanse troepen en agenten moeten ergens slapen. Maar de veiligheidsrelatie komt onze economische ontwikkeling helemaal niet ten goede,’ legt een voormalig adviseur van een Afrikaanse president uit. ‘Daarvoor hebben we China nodig.’ In augustus verlieten, na negen jaar, de laatste Franse troepen Mali; de Wagner-groep, bestaande uit Russische huurlingen, houdt de regerende junta nu overeind.
De niet-gebonden landen kiezen liever geen partij. Maar de grootmachten VS en China willen ze graag in hun invloedssfeer trekken. Beijing ziet zijn leiderschap over het mondiale zuiden als een manier om beter weerwerk te kunnen bieden aan de VS. Het positioneert zich als rolmodel binnen een brede familie van ontwikkelingslanden. Het zet zich af tegen het Westen, dat volgens Beijing meer waarde hecht aan exclusiever gezelschap, zoals dat van de G7. ‘China laat zich zien waar en wanneer het Westen dat niet doet,’ zegt Yemi Osinbajo, de vertrekkende vicepresident van Nigeria.
Oosterse vrienden, westerse vrienden
China is de belangrijkste handelspartner van ongeveer 120 landen en voor velen de geldschieter in eerste en laatste instantie. Tussen 2007 en 2020 stopte het meer geld in infrastructuur ten zuiden van de Sahara dan de volgende acht grootste geldschieters tezamen. Dit is van cruciaal belang voor het oplossen van staatsschuldcrises. Uit een analyse van 73 ontwikkelingslanden door het IMF blijkt dat China in 2006 slechts 2 procent van de externe schulden van deze groep bezat, waar de ‘club van Parijs’ – een groep grotendeels westerse crediteuren – 28 procent voor zijn rekening nam. In 2020 bedroegen deze percentages respectievelijk 18 en 10.
Westerlingen mogen hier terecht hun wenkbrauwen bij fronsen. China’s ‘win-win’-retoriek verdonkeremaant de meedogenloze houding van Beijing. In het boek Banking on Beijing (2022), van onder anderen Bradley Parks van AidData (een onderzoeksinstelling), valt te lezen hoe China zijn economische instrumenten gebruikt voor politieke doeleinden. Geldstromen worden vaak naar de thuisdistricten van zittende leiders omgebogen, en ook is China meer dan westerse landen bereid geld te lenen aan corrupte en autocratische landen. AidData ontdekte ook dat als een land 10 procent vaker met Beijing meestemt bij de VN, het ook meer Chinese projecten in dat land tegemoet mag zien. Chinese leningen gaan vergezeld van ongewoon strikte clausules betreffende vertrouwelijkheid en onderpand. Chinese ontwikkelingsprojecten zouden echter wel tot een verhoging van het bbp per persoon leiden, merkt Parks op.
De VS bedrijft nu diplomatie op plekken die het eerder heeft verwaarloosd
De VS en bondgenoten proberen de Chinese inspanningen te ondervangen door hun boodschap aan de niet-gebonden wereld te verfijnen. Washington erkent dat de internationale orde die het leidt alleen legitiem is als andere landen er vrijwillig mee instemmen. ‘Landen willen niet gedwongen worden te kiezen, en dat willen wij ook niet,’ aldus Jake Sullivan, nationale veiligheidsadviseur van president Biden, eerder dit jaar in The Washington Post. De VS bedrijft nu diplomatie op plekken die het eerder heeft verwaarloosd. Kamala Harris, de Amerikaanse vicepresident, Janet Yellen en Antony Blinken, minister van Buitenlandse Zaken – allemaal hebben ze Afrika in 2023 bezocht. Biden volgt binnenkort.
De VS hebben ook de veiligheidssamenwerking met invloedrijke niet-gebonden landen versterkt. In november ontmoette minister van Defensie Lloyd Austin zijn Indonesische collega voor de vierde keer; in januari kwamen Amerikaanse en Indiase functionarissen overeen de samenwerking op het gebied van geavanceerde defensietechnologieën verder uit te bouwen. In totaal onderhoudt de VS 88 ‘defensiepartnerschappen’ (uitgezonderd formele allianties zoals die met de NAVO), al is een aantal vrij beperkt van aard.
Hoewel de VS en de EU de afgelopen jaren de Belt and Road Initiative, ofwel de door China geïnstigeerde Nieuwe Zijderoute, probeerden te pareren met concurrerende plannen, blijft de indruk bestaan dat je nog altijd beter bij Beijing kunt aankloppen voor geld om je infrastructuur te verbeteren en daarmee je economie te transformeren. Nadat Kamala Harris een soundtrack met Afrikaanse artiesten had uitgebracht om haar recente bezoek aan het continent luister bij te zetten, merkte een hoge Afrikaanse functionaris droogjes op dat de Chinezen met leningen en ingenieurs komen aanzetten en de Amerikanen met playlists.
Een politieke paradox
Alom wordt ervan uitgegaan dat de regering-Biden een buitenlands beleid op twee niveaus voert: op de eerste plaats komen de betrekkingen met de belangrijkste democratische bondgenoten in Europa en Azië (met de hoop dat India daarvan ooit deel zal uitmaken) – en daarna met rammelende mondiale instituties. Aan de bemiddelende rol van die instituties heeft een brede groep landen, waaronder de meeste niet-gebonden landen, behoefte, of het nu gaat om ontwikkeling, schuldverlichting, veiligheid of financiën.
Dat brengt drie uitdagingen met zich mee. In de eerste plaats moet de westerse eenheid standhouden. Dat is niet vanzelfsprekend. Tijdens zijn recente bezoek aan China zei de Franse president Emmanuel Macron dat de Europese staten het Amerikaanse beleid ten aanzien van Taiwan niet zomaar moeten volgen, noch een boodschap hoeven te hebben aan het Amerikaanse ‘ritme’.
Het risico van deze bundeling van krachten is dat het mondiale zuiden verder vervreemd raakt van de internationale orde
De tweede uitdaging is de mogelijkheid dat China de mondiale instellingen ondermijnt door bijvoorbeeld te kiezen voor bilaterale schuldenverlichting in plaats van zich volledig in te zetten voor gecoördineerde inspanningen op dat gebied. De halsstarrige houding van Chinese crediteuren bij het IMF vermindert de flexibiliteit die het kan bieden aan landen die met schulden worstelen.
De laatste uitdaging betreft het wantrouwen jegens het Westen vanwege al zijn verbroken beloften. Neem de klimaatfinanciering. In 2009 zeiden rijke landen dat ze in 2020 ruim 90 miljard euro per jaar naar arme landen zouden sluizen; het jaarlijkse totaal is nooit hoger geweest dan 77 miljard.
Op grond van hun gedeelde liberale waarden en geschiedenis schaarden westerse landen zich achter Oekraïne na de Russische invasie. Zij hebben ook hernieuwde vastberadenheid aan de dag gelegd jegens een autoritair China. Het risico van deze bundeling van krachten is evenwel dat het mondiale zuiden verder vervreemd raakt van de internationale orde. Het zou tragisch zijn als de VS, door het Westen te verenigen, het contact met de rest van de wereld verliest.
Volgens de ‘oosterse’ SCO-top verschuift het beeld van een wereldorde van het Westen naar het Oosten.
De Shanghai Cooperation Organisation (SCO), in 2001 zonder veel tromgeroffel opgericht met ‘regionale veiligheid’ als doel, wint aan belang. ‘Sommige politieke waarnemers spreken van een nieuw niet-westers platform voor wereldwijd bestuur, of kwalificeren de organisatie als een nieuw model van internationale betrekkingen,’ schrijft de voorzitter van de journalistenvereniging in Tasjkent (Oezbekistan) in het digitale magazine The Diplomat.
Zijn land behoorde tot de eerste zes lidstaten van de SCO, samen met China, Rusland, Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan.
Met de toetreding van India en Pakistan in 2017 vertegenwoordigt de SCO nu ‘bijna de helft van de wereldbevolking, een kwart van het bij elkaar opgetelde mondiale bruto nationaal product, en bijna 80 procent van het Euraziatische grondgebied’. Die toetreding van de twee rivaliserende kernmachten werd overigens door de secretaris-generaal van de VN, António Guterres, destijds begroet als ‘een nieuw forum bij het zoeken naar een oplossing voor hun conflict’, zo merkt de Oezbeekse journalist op.
De mogelijkheid van een verdere uitbreiding doet zich voor met de kandidatuur van Afghanistan en Iran. Dat laatste land was overigens al vertegenwoordigd door zijn president Hassan Rouhani tijdens de top in Qingdao, in de Chinese provincie Shandong, in juni jongstleden.
Herschikking
In tegenstelling tot de G7, die op hetzelfde moment bijeen was in Canada, een ‘westerse’ top waar de onderlinge onenigheid voor het oog van de hele wereld breed werd geëtaleerd, bood de samenkomst in Qingdao het beeld van ‘een wereldorde die van het Westen naar het Oosten schuift’, schrijft Catherine Putz, de hoofdredactrice van The Diplomat. ‘Het samenvallen van beide topontmoetingen heeft de volgende discrepantie aan het licht gebracht: het Westen valt uiteen terwijl het Oosten zich versterkt.’
In de slotverklaring van Qingdao, gekneed uit overeenstemmende meningen over wederzijde samenwerking en het oplossen van conflicten langs vreedzame weg, werd de nadruk gelegd op het idee van de ‘herschikking’ van het geopolitieke landschap.
Maar het blijft een feit dat India, in tegenstelling tot alle andere lidstaten van de SCO, zich niet kon vinden in het Chinese initiatief voor nieuwe ‘zijderoutes’. En dat de uitbreiding van vorig jaar de SCO niet immuun maakt voor onderlinge conflicten. ‘Ongetwijfeld kan de G7 het mandaat van Trump wel uitzitten,’ zo schrijft Putz. ‘Maar kan de SCO een ernstige wrijving tussen India en Pakistan overleven, of een verslechtering van de betrekkingen tussen India en China?’
Foreign Affairs
Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | 110.000
Handboek voor iedereen die de bewegingen op het wereldtoneel wil begrijpen. In deze pagina’s ontstaan meestal de contouren voor het Amerikaanse buitenlandse beleid.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.