Het mantra ‘als je maar hard werkt, krijg je vanzelf een goede baan’ gaat gezien de onzekerheid op de arbeidsmarkt niet meer op. Volgens deze Britse schrijver moeten we ons daarom minder focussen op werk. ‘Misschien kunnen we onze kinderen helpen hun eigen weg naar “succes” te zoeken.’
Toen ik een kind was in de relatief zorgeloze jaren negentig van de vorige eeuw, kreeg ik het nodige voor mijn kiezen: vriendschapsproblemen, huiswerk, ruzietjes met broers en zussen en wanstaltige mode . Maar één ding stond als een paal boven water: hoe je het beste uit je leven kon halen.
Dat werd je in die predigitale dagen bijgebracht door een paar betrouwbare volwassenen: docenten, familieleden en ouders. En die zeiden maar zelden iets anders dan: ‘Volg een goede opleiding, kies een goede baan en beklim de ladder.’ Over het algemeen gold de regel dat als je tussen je kinderjaren en de volwassenheid door de vereiste hoepels sprong, succes en geluk je deel zouden worden.
Vandaag de dag is het allemaal minder overzichtelijk. De weg naar beoogd succes is bezaaid met valkuilen, en hoe je financiële stabiliteit en potentieel geluk bereikt is minder duidelijk dan voorheen. Huizenprijzen rijzen de pan uit en voor starters is het moeilijker dan ooit om de onroerendgoedmarkt te betreden. De huidige financiële crisis heeft de baanonzekerheid verhoogd en gezien de stijgende pensioenleeftijd is een comfortabel pensioen allerminst gegarandeerd.
Dus wat staat ons te doen, als ouders? Het lijkt verkeerd om te doen alsof de wereld niet is veranderd, of om onze kinderen aan te moedigen iets na te streven wat in de praktijk misschien onhaalbaar is. Maar als de doelen en dromen die het vuur van hun ambitie moeten aanjagen ontbreken, waar halen ze dan de motivatie vandaan die nodig is om vooruit te komen?
Roze bril
Kortgeleden begon mijn dertienjarige dochter zich af te vragen waarom ze naar school moet om vakken te leren die haar toch niet interesseren. Hoe kan ik haar uitleggen dat ze elke dag naar school moet terwijl ze twee jaar geleden nog thuis moest blijven voor haar eigen veiligheid? Hoe kan ik haar duidelijk maken dat ze zonder opleiding misschien geen ‘goede’ baan krijgt, terwijl ik er na mijn eigen ervaringen niet langer zeker van ben hoe een ‘goede baan’ eruit zou moeten zien? Is dat een baan die een hoger inkomen oplevert? Of persoonlijke voldoening? Zullen, met AI aan de horizon, banen waarin ze mogelijk geïnteresseerd is over vijf jaar überhaupt nog wel bestaan? En bovendien, hoe kan ze zelfs maar naar de toekomst kijken als we in allerijl op een klimaatramp afstevenen en er vlak bij huis een oorlog woedt?
In mijn eigen kinderjaren was mijn enige echte nieuwskennis afkomstig van het brave Britse jeugdjournaal. Het was zó beperkt, dat toen een klasgenootje me vertelde dat haar vader tijdens de Golfoorlog als piloot naar Bagdad was vertrokken, ik er gewoon van uitging dat vaders daar nu eenmaal soms naartoe gingen. Hoewel mijn kinderen over het algemeen geen nieuws lezen of zien, sijpelt er toch op de een of andere manier iets door. (‘Ik haat die bullebak!’ merkte mijn zoon kortgeleden op terwijl hij naar een scherm in een afhaalrestaurant keek. Ik wilde hem net de les lezen, totdat ik me omdraaide en zag dat hij het over Kim Jong-un had.)
Maar misschien moet ik die roze bril waardoor ik naar mijn eigen kinderjaren kijk eens afzetten. Ja, er werd me een gevoel van stabiliteit gegeven, maar aan het advies dat voor iedereen zou gelden, had ik steeds minder naarmate ik ouder werd. Na acht jaar lesgeven kreeg ik een totale burn-out en begon een nieuw leven in Frankrijk. Dit hielp me mijn idee van ‘succes ’opnieuw te definiëren.
Ik leerde dat een baan nooit boven je geestelijke gezondheid gaat; dat geld, hoe aantrekkelijk ook, niet alle problemen oplost. Naar Frankrijk verhuizen, waar de onroerendgoedprijzen lager zijn, gaf me financiële ademruimte, en ik was in staat een carrière als freelancer op te bouwen. Dat heeft verbluffend goed uitgepakt: ik doe nu wat ik leuk vind, bepaal mijn eigen werktijden en lijd nooit meer aan de ‘zondagavondstress’ die de laatste uren van mijn weekend placht te vergallen.
Een goede opleiding is nog altijd van het allergrootste belang, maar dat geldt ook voor relaties, vrije tijd, sport en begrip voor de wereld om je heen
Mijn vijf kinderen zijn allemaal hier geboren, ze hebben nooit meegemaakt dat hun ouders bij het krieken van de dag verdwenen en tot diep in de nacht proefwerken nakeken. In plaats daarvan zien ze hun vader maar zelden zonder penseel en hun moeder er lustig op los typen op de computer in haar werkkamer thuis (wat ze niet als ‘werk’ beschouwen omdat ik voor een scherm zit). Ik laat liever zien wat een evenwichtig en gelukkig leven is dan dat ik mijn kinderen van stabiele, onwrikbare toekomstadviezen voorzie die waarschijnlijk toch niet langer opgaan.
Daar komt nog bij dat niet alle veranderingen per definitie slecht zijn: banen worden flexibeler en jongere generaties zetten vraagtekens bij het idee dat werk voor alles gaat. Belangrijk is ook dat hoewel er misschien meer beren op de weg naar rijkdom zijn, het niet langer taboe is om over geestelijk welzijn te praten en dat voorrang te geven. (Toen ik op mijn vierentwintigste in de ziektewet ging met een depressie, bood mijn arts aan iets anders op het formulier te zetten zodat ik niet gestigmatiseerd zou raken.)
Misschien ben ik nu in staat een beter toekomstbeeld voor te spiegelen dan het smalle weggetje naar een ‘goed leven’ dat me in mijn eigen kinderjaren werd voorgespiegeld. Misschien kan ik mijn kinderen leren dat ze niet vanuit een teruggetrokken bestaan naar financieel succes moeten streven, maar moeten bedenken wat het betekent om voldaan en tevreden te zijn en volledig je draai te vinden. Een goede opleiding is nog altijd van het allergrootste belang, maar dat geldt ook voor relaties, vrije tijd, sport en begrip voor de wereld om je heen.
Welke weg je precies moet volgen is niet langer duidelijk, maar wellicht zijn de valkuilen minder diep dan gedacht. Misschien leiden er meer wegen naar Rome, die bij een ander soort leven passen, met andere doelen en andere maatstaven. En misschien kunnen we onze kinderen helpen hun eigen weg naar ‘succes’ te zoeken, een weg die niet alleen naar een mooie carrière leidt maar ook naar voldoening, veiligheid, geestelijk welzijn en een prettig leven.
De Spaanse economie lijkt zich onafhankelijk van de pandemie te ontwikkelen: vorig jaar werden er 776.000 nieuwe werkenden geregistreerd, bericht El País. Dat blijkt uit gegevens van de ministeries van Arbeid en Sociale Zekerheid die deze week werden gepubliceerd. Momenteel telt Spanje 19.824.911 werknemers, een historisch hoog niveau, en 3.105.905 werklozen. Op dit moment zijn er meer werkenden en minder werkzoekenden dan voor de uitbraak van corona. Sinds 2005 zijn er niet meer zoveel banen gecreëerd.
Spanje heeft samen met Griekenland weliswaar het hoogste werkloosheidspercentage in de EU, maar vergeleken met eerdere crises, zoals de kredietcrisis van 2008, zijn de cijfers opmerkelijk gunstig.
Libanon heeft veel geïnvesteerd in de landbouw om de bevolking in voedsel te voorzien. Het aantal inwoners is flink toegenomen door de zo’n 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen die het heeft opgevangen. Vooral plaatselijke injecties in kassen en de teelt van groenten en aardappelen hebben gezorgd voor meer inkomsten en werkgelegenheid.
Op een moment dat de corrupte en incompetente politieke elite de financiële en bancaire sector van Libanon heeft doen instorten, waardoor het land failliet is en een groot deel van de bevolking verstoken is van voedsel en de meest basale voorzieningen, heeft onderzoek naar een duurzaam economisch model de hoogste prioriteit. En een nieuwe kijk op de Libanese landbouw is daarbij van wezenlijk belang.
Al bijna een decennium lang heeft Libanon de grootste moeite om de voedselzekerheid van zijn bevolking te waarborgen, het gevolg van twee opeenvolgende crises, die overigens verschillende implicaties hebben gehad. Om te beginnen is de vraag naar voedingsmiddelen sterk toegenomen door de crisis in Syrië, die in 2011 begon en inmiddels voor een toestroom van anderhalf miljoen vluchtelingen heeft gezorgd. Maar deze extra druk op de voedselvoorziening heeft ook een positief gevolg gehad: om aan de toenemende vraag naar voedsel te voldoen, hebben de Libanezen steeds meer in de landbouw geïnvesteerd, met name in kassen en de teelt van groenten en aardappelen. Deze plaatselijke investeringen hebben voor nieuwe inkomsten gezorgd en de Syrische vluchtelingen aan werk geholpen. Ondanks een gebrek aan planning en politieke visie (een constante sinds het eind van de burgeroorlog) heeft de Libanese landbouwsector een antwoord weten te vinden op de problemen op het gebied van voedselzekerheid, voor een zekere mate van sociale stabiliteit gezorgd en het platteland veerkracht gegeven.
Mogelijke instorting
De voedselveiligheid van de Libanezen en de Syrische vluchtelingen wordt onmiskenbaar bedreigd door de financiële crisis en de val van het Libanese pond, vorig jaar. Tussen oktober 2019 en oktober 2020 is de consumentenprijsindex met 140 procent gestegen, terwijl de prijzen van voedingsmiddelen met een factor vier zijn vermenigvuldigd. Toch heeft een onderzoek dat we afgelopen september deden bij een grote supermarktketen ons geleerd dat ondanks deze prijsstijging de consumptie van versproducten zoals aardappels, tomaten en komkommers stabiel is gebleven ten opzichte van 2018 en 2019, in tegenstelling tot de consumptie van verwerkte producten. Maar daar blijkt alleen uit in hoeverre de stedelijke middenklasse de crisis financieel het hoofd weet te bieden, in een land waar volgens een schatting van de Wereldbank respectievelijk 45 procent en 22 procent van de huishoudens arm en extreem arm is. Bijna een kwart van die extreem arme Libanese huishoudens slaat een maaltijd per dag over.
Een ineenstorting van de lokale voedselproductie ligt op de loer. Want door de financiële crisis zijn niet alleen de voedselprijzen gestegen, maar wordt ook de Libanese voedselproductiecapaciteit bedreigd. Sinds halverwege de jaren negentig hebben de leveranciers van landbouwgrondstoffen de nadruk gelegd op een productiemodel dat sterk afhankelijk is van geïmporteerde zaden en planten, kunstmest, pesticiden en irrigatiesystemen. Het model werd gesteund door de centrale bank en de bancaire sector van Libanon, die deze grondstoffenleveranciers kredieten verschaften die zij op hun beurt weer omzetten in leningen aan agrariërs. Dit systeem is nu in ingestort, met als gevolg dat de landbouwproductiecapaciteit in Libanon gevaar loopt.
Zo zijn de productiekosten van groenten volgens onze berekeningen in 2020 met 40 procent toegenomen ten opzichte van 2019. Tegelijkertijd hebben de leveranciers van grondstoffen en andere landbouwproductiemiddelen een gemiddelde verkoopdaling van 40 procent gesignaleerd, wat erop duidt dat hun klanten op kosten besparen, bijvoorbeeld door af te zien van voorgenomen investeringen, hun landbouwgrond in te krimpen of over te stappen op minder kostbare gewassen als tarwe. Globaal heeft de landbouwsector de eerste klappen van de financiële crisis gedeeltelijk kunnen opvangen door de verhoogde productiekosten te compenseren met prijsverhogingen.
Desondanks is er een groot risico dat de productie in de loop van 2021 zal instorten: wanneer de wisselkoers van het Libanese pond op het huidige niveau blijft, zullen de exploitatiekosten volgens onze berekeningen met 175 procent toenemen en die van nieuwe investeringen in de groenteproductie met 350 procent. Bovendien zouden de hoge grondstoffenprijzen de grote, op export gerichte landbouwbedrijven bevoordelen, terwijl het land vooral behoefte heeft aan kleine duurzame bedrijven, in de vorm van coöperaties, die voor de plaatselijke markten produceren.
Coherente hervorming
Tot dusver zijn het vooral niet-statelijke actoren, zoals de civil society en Hezbollah (de laatste via een oproep tot een ‘agrarische en industriële jihad’) die op deze situatie hebben gereageerd, al heeft het Libanese ministerie van Landbouw er afgelopen september enige aandacht aan besteed in zijn strategieplan voor de komende vijf jaar. Dit strategieplan richt zich op vijf pijlers, waarvan voedselzekerheid er voor de eerste keer één is. De andere pijlers zijn technische verbeteringen ter verhoging van de agrarische en agro-industriële productiviteit, versterking van de concurrentiepositie van de agro-alimentaire ketens, betere aanwending van natuurlijke hulpbronnen en vergroting van de sectorcapaciteit.
De Libanese regering neigt ernaar strategieën te ontwikkelen die op donateurs zijn gericht, donateurs die kieskeurig te werk gaan bij het kiezen van hun financieringsdoelen. Terwijl de Libanese landbouw meer behoefte heeft aan een coherente en nationale wetgevende en institutionele hervormingsstrategie, met een omvang die vergelijkbaar is met die van de regering van Foead Shebab in de jaren zestig.
Een van de belangrijkste aspecten van deze hervorming zou het uitvaardigen zijn van een wet die bedrijven op het gebied van landbouw en veeteelt een officiële status geeft, evenals het werk in die sectoren. Ongeveer 90 procent van de Libanezen – en bijna alle Syriërs – die in de landbouw werkzaam zijn, doet dat op informele basis. Agrarische arbeid is niet aan regels gebonden, en dientengevolge bestaat er geen enkele wettelijke omschrijving van agrarische beroepen of bedrijfsuitoefening, wat vooral impliceert dat werknemers in de sector geen enkele sociale bescherming genieten. De wet zou dus moeten voorzien in regels en aanvaardbare arbeidsvoorwaarden voor Libanese en buitenlandse werknemers in de agrarische sector, waaronder een zorg- en pensioenverzekering.
De meeste landbouwgrond in Libanon is in handen van rijkste 10 procent
Een tweede maatregel zou moeten voorzien in heldere en rechtvaardige regelingen op het gebied van het grondbezit en -gebruik. Tweederde van de landbouwgrond is momenteel in handen van de rijkste 10 procent grootgrondbezitters, die sterke politieke banden hebben. Maar de landbouwsector zelf bestaat enerzijds uit een handjevol grote bedrijven en aan de andere kant uit tienduizenden gefragmenteerde boerderijtjes met weinig kapitaal, vooral ook omdat het erfrecht verbrokkeling in de hand werkt. Dit productiepatroon heeft niet alleen bepaalde gevolgen voor schaalgrootte en productiviteit, maar ook voor het milieu, omdat het leidt tot overmatig gebruik van producten die de bodem en het water vervuilen. Een derde maatregel zou het wettelijk makkelijker moeten maken om coöperaties te vormen en voor regels moeten zorgen die de autonomie en de groei daarvan bevorderen.
Meer in algemene zin zouden er ook structurele hervormingen moeten worden doorgevoerd die de concurrentiedynamiek in de sector versterken en een einde maken aan de kartels. Ook zouden er heldere regels moeten komen voor de verkoop van landbouwproducten wanneer die eenmaal zijn geoogst, zoals transparante prijsinformatie, prijzen die zijn gebaseerd op de kwaliteit van de producten en fytosanitaire keuring. Door dit soort hervormingen zouden de agrariërs voor hun afzet minder afhankelijk worden van commerciële partijen. Want die laatste zijn in grote mate verantwoordelijk voor wat er na de oogst met de producten gebeurt, zoals sortering, koeling, transport et cetera, en bepalen als gevolg daarvan voor een groot deel de toegevoegde waarde van de producten, zodat producenten vaak genoodzaakt zijn die in de oogsttijd, wanneer er een overmatig aanbod is, tegen een lage prijs te verkopen.
Tot dusver heeft zowel de politiek als een deel van de civil society vooral op de huidige crisis gereageerd door de landbouw en de herwaardering van de aarde de hemel in te prijzen, vooral tijdens de lockdown. Kortom, door de burgers zelf verantwoordelijk te stellen voor hun voedselveiligheid. Dit ideaal van zelfvoorziening is niet alleen onrealistisch maar ook funest, omdat het de staat ontheft van zijn verantwoordelijkheid. Terwijl stijgende grondstoffenprijzen de kloof vergroten tussen kleine bedrijfjes en de grote, op export gerichte ondernemingen, loopt Libanon het risico dat er een nieuwe belangrijke bevolkingsgroep in de armoede wordt gestort en dat er een sector verloren gaat die heeft bewezen werkgelegenheid te scheppen en bij te dragen tot vrede onder de bevolking.
Op social media heeft hij meer volgers dan Madonna en Oprah Winfrey, maar u hebt waarschijnlijk nog nooit van hem gehoord. Opiniemaker Kai-Fu Lee, ex-chef van Google in China, is hét gezicht van de Chinese techsector. Zijn naam is synoniem met een opkomende economie die staat te popelen om de rest van de wereld te veroveren.
In zijn beginjaren hielp Kai-Fu Lee bedrijven als Microsoft en Apple hun innovatiestrategie uit te stippelen. Maar pas toen onder zijn aanvoering een poging om Google naar de Chinese markt te brengen mislukte, veranderde alles. Hij verliet Google in 2009 om ter bevordering van de Chinese techsector zijn eigen durfkapitaalfonds Sinnovation op te zetten. Lee, in eigen land machtig en invloedrijk, heeft zo’n 50 miljoen volgers die op de microblogsite Weibo aan zijn lippen hangen. Het China dat hij promoot bruist van innovatie. Maar het Westen staat nog weifelend tegenover dit mysterieuze, economisch reusachtige land, dat druk doende is zijn rol in de wereld te bepalen.
Volgens Lee hoeven we ons over China echter geen zorgen te maken. Hij wil zijn invloed juist aanwenden om te waarschuwen voor een naderende ‘AI-ramp’. Hij schat dat kunstmatige intelligentie wereldwijd zo’n 40 tot 50 procent van de banen overbodig zal maken, maar dat we dat gedeeltelijk kunnen afwenden als we genoeg creativiteit en compassie inzetten. Volgens Lee is het menens. Regeringen wereldwijd zijn gewaarschuwd, maar zouden met goed beleid maatschappelijke onrust kunnen voorkomen.
We spraken met Kai-Fu Lee over het raadselachtige China, over waarom Google het moeilijk zal krijgen in dit grootste techland ter wereld en over waarom overheden AI serieus moeten nemen.
52 Insights: Om er maar geen doekjes omheen te winden: komt het betoog in uw boek AI Superpowers er niet op neer dat de Chinese techsector Silicon Valley voorbij zal streven omdat de Chinezen beter zijn in kopiëren en stelen?
Kai-Fu Lee: Nee, helemaal niet, ik denk dat u dat verkeerd hebt begrepen. Daar klopt niets van.
Kunt u me dan uitleggen waar uw betoog wél op neerkomt?
‘Volgens mij is wat China doet wel degelijk te danken aan kopiëren, maar geëvolueerd tot iets wat net zo goed is als Silicon Valley. Het zijn twee systemen die zich totaal anders hebben ontwikkeld. Het is alsof je aan iemand vraagt wat belangrijker voor hem is, lucht of water, of wat het meeste waard is, diamant of goud. Zowel Silicon Valley als het Chinese systeem heeft intrinsieke waarde, want beide zorgen voor enorme welvaart en beide zullen over een eeuw nog van groot belang zijn. Maar ik ga geen voorspellingen doen welke van de twee de ander gaat overschaduwen.
Het is geen wapenwedloop, ze functioneren in parallelle universums. Het Chinese model draait om het opwerpen van een hoge drempel om kopieergedrag en een prijzenoorlog te voorkomen. Het gaat om aandacht voor detail, operational excellence, werken voor een gigantische markt, directe feedback uit de markt en net zo vaak herhalen tot het innovatief wordt. Zo doe je dat. Ik denk wel dat het met kopiëren is begonnen.’
Ik wil de manier van denken van Chinese ondernemers proberen te doorgronden. U zegt dat die draait om herhalen en details. In het Westen hebben we meer waardering voor ideeën en het belang van innovatie. Is er een groot verschil?
‘Ik denk dat waarde in China het einddoel is. Hoe je daar komt, doet er minder toe. Of jij het idee bedacht hebt, is onbelangrijk. Dus je neemt een eigen idee, of dat van iemand anders, of van wie ook. Vaak hééft een beginnend bedrijf niet eens een idee; zodra je van start gaat en feedback krijgt van je gebruikers, verwerf je inzicht en krijg je uiteindelijk een wereldschokkend product.
‘De vijf beste Chinese apps zijn niet ontstaan doordat er bij iemand een lichtje opging: “Laat ik er daar eens een van gaan bouwen.” Na een jaar of vijf zes aanpassen zijn ze ongelooflijk krachtig en doen ze niet onder voor Amerikaanse apps. Het is lastig ze te beschrijven zonder ze te laten zien, maar ik heb een top drie in gedachten die u versteld zou doen staan, zoals toen u YouTube, Google Maps of Snapchat voor het eerst zag.’
Stelt het succes tegen elke prijs en het veel hogere arbeidsethos waarover u schrijft, Chinese techbedrijven in staat een hoge vlucht te nemen en het andere sectoren, zoals Silicon Valley, moeilijk te maken?
‘Omdat ze niet voor dezelfde markt werken, beconcurreren ze elkaar niet. Maar ik heb onlangs nog gezegd dat wanneer er internetgebruikers op Mars zouden zijn en Chinese én Amerikaanse bedrijven daar voet aan de grond zouden zetten, ik mijn geld op de Chinezen zou inzetten. In de echte wereld behoren Europa en de VS volledig tot het Amerikaanse “ecosysteem”. Hun mobieltjes zitten vol Amerikaanse apps, daar kun je niet zomaar een Chinese tussen zetten. Dat is niet alleen een kwestie van taal, maar ook van researchpatronen en betaalmethoden. Het heeft te maken met liefde voor een merk, geloof in je bedrijf, dat soort dingen.’
Sommige mensen denken daar heel anders over. Ze denken dat er een wapenwedloop gaande is, dat je alleen maar hoeft te kijken naar de grotere defensie-uitgaven van Amerikanen en naar China, dat zich op de borst slaat en beweert dat het in 2030 leider wil zijn op het gebied van AI. Er heerst ook iets van scepsis en ongerustheid als het gaat om China. Dat komt misschien doordat we niet zo veel van dat land weten, omdat het nog altijd achter zo’n zwaar gordijn schuilgaat.
‘Elk land heeft zijn ambities. Donald Trump werd tot president gekozen met zijn slogan “Make America great again”, Obama zei “Yes we can” en China zegt dat het tot de beste op AI-gebied wil behoren. Hopelijk wil de Chinese overheid dat het Chinese volk beter wordt van de vooruitgang op dat gebied. En Amerika zou van hetzelfde moeten dromen voor zijn burgers. Het gaat hier niet om een strijd om grondstoffen, olie of land. Elk land ontwikkelt zijn talenten. Verder is het ook niet alsof ze allebei hun waar aan Zuid-Amerika proberen te slijten en erover bakkeleien welk product Brazilië bijvoorbeeld zal kiezen. Het zijn echt twee naast elkaar bestaande ruimten, twee landen die het uitstekend doen op basis van verschillende methodologieën.’
Maar sommige mensen associëren China met een autoritaire overheid, met schendingen van mensenrechten. Staat dat volgens u ware innovatie en originaliteit niet in de weg?
‘Ik ben geen expert op het gebied van overheidsbeleid en mensen hebben uiteraard recht op hun mening. Het belangrijkste is volgens mij dat er innovatieve producten uit China komen. Dat is een realiteit die niet valt te ontkennen. Als ik u WeChat zou laten zien, zou u zeggen: “Wauw, dat is nog eens inno-vatief!” Heiligt het doel niet de middelen? Er is geen idee gestolen, alles is in China ontwikkeld. Daar was veel geld en ondernemingszin voor nodig. Het is gewoon een andere manier om een resultaat te bereiken.’
‘AI zal wereldwijd zo’n 40 tot 50 procent van de banen overbodig maken’
*U schrijft dat de Chinese overheid via een durfinvesteringsconstructie steeds meer geld in de techsector pompt; in acht jaar is dit bedrag gestegen van 7 miljard tot 27 miljard dollar. Wat verwacht de Chinese overheid van de techsector, aangezien ze er zo veel geld in investeert? *
‘Het Chinese durfkapitaalsysteem heeft zich min of meer op eigen kracht ontwikkeld, bijna zonder overheidssteun, dankzij kapitaal uit Amerika en Europa, die beseften dat China in de lift zat. Over het geheel genomen is 27 miljard dollar over vijftien jaar ook niet zo veel. Het helpt, je stookt het vuurtje ermee op, maar het is niet de ware katalysator. En het geld kwam laat; tegen de tijd dat de overheid ging meedoen, wás er al durfkapitaal. Maar ik geef toe dat de overheid bijdraagt aan het Chinese ondernemers-klimaat. Nieuwe technologieën worden niet met wetten aan banden gelegd, waardoor ze tot bloei kunnen komen. Betalen met je mobieltje is een goed voorbeeld.’
‘Nieuwe technologieën worden niet met wetten aan banden gelegd, waardoor ze tot bloei kunnen komen’
*Denkt u dat Chinese bedrijven tot de Amerikaanse en Europese markt willen doordringen? *
‘Amazon, Google en Facebook hebben zo’n sterke marktpositie dat het voor Chinese bedrijven heel moeilijk zal zijn om te concurreren. Maar China zou in opkomende economieën mogelijk in het voordeel kunnen zijn. Chinese bedrijven dringen tot Zuidoost-Azië, Afrika en het Midden-Oosten door via samenwerkingen en investeringen.’
Zou u iets zou willen zeggen over de terugkeer van Google op de Chinese markt na zo’n lange afwezigheid? Onlangs haalde hun zoekmachine Dragonfly alle kranten omdat de technologie het mogelijk maakt zoekopdrachten van gebruikers te koppelen aan hun telefoonnummer, waardoor ze op de radar van de overheid blijven. Wat vindt u daarvan?
‘Ik ben negen jaar geleden bij Google weggegaan. Het is voor Google heel moeilijk om naar China te komen. Om dezelfde redenen kunt u zich voorstellen dat Chinese bedrijven weinig succes zullen hebben in het Verenigd Koninkrijk. Het wordt een harde strijd voor Google. Ik stond dertien jaar geleden aan het hoofd van dat bedrijf en toen waren de parallelle universums lang niet wat ze nu zijn. Wat toen nog kon, is tegenwoordig heel moeilijk.’
In een opinieartikel in The New York Times schrijft u dat AI allerlei banen overbodig zal maken: bankemployees, medewerkers van klantenservices, telemarketeers. Hoe serieus moeten overheden die dreiging nemen?
‘Het begint waarschijnlijk pas echt over een paar jaar, omdat de technologie dan verder is. We horen bijvoorbeeld van bedrijven dat ze erover denken de operationele staf de komende drie jaar te halveren. Dat zijn voortekenen. Maar veel bedrijven moeten eerst nog aanpassings- en technische problemen oplossen. Ik denk dat het een jaar of vijftien duurt voordat grote aantallen banen overbodig zullen worden. Overheden moeten gaan beseffen wat er aan de hand is. Als ook maar 1 procent van de bevolking het slachtoffer wordt, is het te laat om over de kwestie na te gaan denken. Dat moeten we voor zijn.’
U schrijft: ‘Ik vrees dat er voor werknemers steeds minder vaste voet onder de grond overblijft, als dieren die zich moeten terugtrekken voor een overstroming, springend van de ene rots naar de andere.’ Dat is een beangstigend beeld.
‘Ja, op basis van onderzoek voorspel ik dat dat zal gebeuren.’
U zegt dat China zich niet druk maakt over die kwestie.
‘Amerikanen en Europeanen denken het meest over deze kwestie na. Dat doen maar heel weinig Chinezen. Ze vertrouwen op de Chinese overheid, die zich meestal met dit soort zaken bezighoudt. De belangrijkste reden waarom Chinezen zich niet druk maken, is omdat de Chinese overheid de transitie van landbouw naar maakindustrie effectief heeft aangepakt door die van bovenaf op te leggen. Dat is een verschil met de westerse aanpak. Ik zeg niet of dat goed of slecht is. Maar omdat de overheid het eerder goed heeft gedaan, geloven mensen dat ze zich ook wel weer over een volgende grote verandering zal ontfermen.
‘Chinezen zijn veel meer gericht op geld verdienen. De “goudkoorts” is begonnen toen Deng Xiaoping een aantal jaren geleden zei: “Laat sommige mensen eerst maar eens rijk worden.” We bevinden ons nu in het vierde decennium van die zucht naar rijkdom. Er zijn nog steeds veel mensen uit families die al tien of twintig generaties lang rijk of arm zijn, en de verwachting is nog altijd groot dat het volgende kind de familie zal opstoten naar de middenklasse of naar een zeker welvaartspeil. Die verwachting zet het Chinese volk aan tot hard werken en tot die genoemde manier van ondernemen. Het zorgt er ook voor dat mensen materiële welvaart hoger aanslaan. Die cultuur verdwijnt over een jaar of vijftig vanzelf, wanneer de middenklasse zal zijn gegroeid.’
Zonder twijfel is China voor het Westen een interessant land. Wij kijken ernaar met een mengeling van nieuwsgierigheid, angst en fascinatie. Wat zijn de grote uitdagingen voor China? Het land telt bijna 1,4 miljard inwoners, de middenklasse rijst de pan uit en wordt steeds veeleisender, terwijl sommigen waarschuwen voor een uiteindelijke economische terugval.
‘Het onderwijs is verbeterd, maar er bestaat nog steeds een grote kloof tussen onze universiteiten en de beste in de VS en het Verenigd Koninkrijk. Vooral de VS weet fantastische jonge mensen aan zich te binden die er willen studeren, er geweldig onderzoek doen en er vervolgens blijven hangen. China heeft dat voordeel niet. De VS trekt mensen van heinde en verre, China heeft bijna alleen Chinezen. En hoe groot het land ook is, het is maar een fractie van de wereld. Dus om een wereldspeler te zijn en ervoor te zorgen dat Chinezen willen blijven, moet China mensen uit andere landen trekken.’
Wat zal er gebeuren wanneer technologie zo diep in onze samenleving doordringt dat alle fabrieksbanen sneuvelen?
‘Als we daarop willen anticiperen, komt het aan op twee dingen: creativiteit en compassie. Bij crea- tiviteit draait het om onderwijsbeleid voor slimme, talentvolle mensen: die moet je al vroeg laten specialiseren en hun passie laten volgen, zodat ze optimaal presteren in hun creatieve domein. Maar dat is maar voor een klein percentage weggelegd, waardoor het banenprobleem niet wordt opgelost. Dan blijft compassie als enige oplossing over. Daarmee bedoel ik compassie in brede zin: in staat zijn een band met iemand aan te gaan. Daarbij denk ik aan banen als au pair, leraar, verpleegkundige, sociaal werker en psychiater, waarbij veel menselijke interactie komt kijken.
‘Overheden moeten er alles aan doen om het aantal banen in die sector te vergroten. Zelfs al kunnen machines ze nabootsen – denk aan een robot- verpleegkundige – dan willen mensen ze niet echt. Ik denk dat AI aan dat soort banen kan bijdragen als analytische machine die mensen in staat stelt te doen waar ze het beste in zijn: andere mensen aandacht geven. Daarom is die sector waarschijnlijk de enige die groot genoeg is om de verschuiving op de arbeidsmarkt op te vangen. In de komende 15 tot 25 jaar zijn sociaal ondernemerschap, maatschappelijk verantwoord investeren en vrijwilligerswerk noodzakelijk.
‘Als we over tachtig jaar terugkijken, als routine-matige banen zijn overgenomen door machines, kunnen we doen waar we goed in zijn, waar we van houden, dan kunnen we bijvoorbeeld nadenken over de zin van het leven. Maar eerst moeten we door de komende 25 jaar heen, waarin ons een uitdagende transitie staat te wachten.’
Opgericht in 2015 vanuit de behoefte om mensen te informeren over fundamentele veranderingen in de wereld door middel van diepgaande discussies. Het format bestaat uit een interview per week met een schrijver, designer, onderzoeker, leider of anderszins innoverende persoon die onze visie op de wereld kan veranderen.
In 2009 telde Elkhart, een stadje in Indiana waar vooral campers worden gemaakt, nog twintig procent werklozen. Nu is vrijwel iedereen aan het werk.
De zelfbenoemde camperhoofdstad van de wereld geeft een kijkje in hoe de Amerikaanse economie eruit zal zien als die op stoom is.
Jongeren gaan hier na de middelbare school niet studeren maar werken in de fabriek omdat die een geweldig salaris en uitstekende arbeidsvoorwaarden biedt. Reclameborden waarop personeel wordt gevraagd schieten als bermonkruid uit de grond. En arbeiders zijn zó goed bij kas dat autodealers vertellen dat nieuwe pick-ups bijna niet aan te slepen zijn.
Maar dat brengt ook spanningen met zich mee. Werkgevers kunnen werknemers niet aan zich binden en de huizenprijzen schieten omhoog. Het tekort aan personeel noodzaakte een filiaal van Kentucky Fried Chicken om 150 dollar tekenbonus aan te bieden. Een filiaal van McDonald’s kon afgelopen herfst niet open met de lunch omdat de managers niet genoeg personeel konden vinden voor acht dollar per uur om de rijen wachtenden aan de deur te helpen.
Wat ons te wachten staat
Nergens in de VS heeft zich zo’n ommekeer op de arbeidsmarkt voorgedaan als in deze stedelijke regio met 110.000 arbeiders, een mix van blanke fabrieksarbeiders, Mexicaanse immigranten en Amish. ‘Het is net 1955,’ zegt Michael Hicks, econoom aan de Ball State University. ‘Ook als je minimaal geletterd bent, vind je hier zo een baan.’
De economische omstandigheden in Elkhart zijn uniek: de voorspoed heeft te maken met Elkharts centrale rol in de wederopleving van de campermarkt, waar automatisering noch buitenlandse concurrentie een bedreiging vormt. Maar nu de VS de periode van tien jaren werkloosheid achter zich heeft gelaten, breekt in de regio een toekomst aan van tekorten op de arbeidsmarkt en vechten om personeel.
Het werkloosheidscijfer in de regio Elkhart daalde van twintig procent in 2009, het slechtst in de VS, naar net iets boven de twee procent in januari, de helft van het nationale gemiddelde. Het plaatselijke werkloosheidscijfer is nog dichter bij nul: zo’n 9500 openstaande vacatures. Dagelijks forenzen 25.000 arbeiders naar Elkhart, dat zelf 50.000 inwoners telt. Een economisch ontwikkelingsbureau van de county is in heel Appalachia en zelfs tot in Porto Rico op zoek naar kandidaten voor de vacatures.
De toename in banen is in Elkhart het grootst van alle 403 stedelijke gebieden die door Moody’s Analytics zijn onderzocht. Terwijl het nationale werkloosheidscijfer naar de vier procent aan het zakken is, zit de Elkhart-regio al vierendertig achtereenvolgende maanden op dat niveau of lager. De rest van de VS zal waarschijnlijk nooit die duizelingwekkende ontwikkeling kunnen evenaren, maar de regio laat wel zien wat ons te wachten staat.
In het derde kwartaal van 2017 was het gemiddelde weekloon met 6,3 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder, meldt het Labor Department, terwijl nationaal sprake was van een daling van 0,6 procent. In de camperindustrie van Elkhart, waar twaalf procent van de lokale arbeiders werkt, steeg het gemiddelde jaarsalaris met zeventien procent naar 68.000 dollar. En het stijgt nog steeds.
LCI, een bedrijf dat camperonderdelen maakt, heeft vier “dream managers” in dienst, adviseurs die arbeiders helpen bij het plannen van hun vakantie of bij het aanpakken van gezinsproblemen
Sommige arbeidsvoorwaarden klinken meer naar Silicon Valley dan naar de Rust Belt. LCI, een bedrijf dat camperonderdelen maakt, heeft vier ‘dream managers’ in dienst, adviseurs die arbeiders helpen bij het plannen van hun vakantie of bij het aanpakken van gezinsproblemen. ‘We willen dat de mensen een hoger doel in hun leven hebben,’ vertelt een manager, John Ferguson, een vroegere dominee.
Een ander bedrijf, dat planken maakt, adverteert met een gratis gezondheidscentrum om nieuwe krachten te lokken.
De jacht op de arbeider heeft elders de inflatie opgestuwd. De prijzen van woningen in het middensegment zijn in de afgelopen twee jaar jaarlijks met 6,5 procent gestegen, aldus Gary Decker, de vroegere voorzitter van de makelaarsvereniging van Elkhart County, meer dan twee keer zo snel als in eerdere herstelperiodes.
Jayco Factory 44 ziet eruit als een reusachtige timmermanswerkplaats, compleet met het geratel van nietpistolen en het gezoem van elektrische zagen. Het bedrijf, dat Entegra-kampeerauto’s produceert van 475.000 dollar per stuk, is onderdeel van Thor Industries Inc.
Thor koopt het stalen chassis en arbeiders bij Jayco bouwen de camper verder af. Werknemers duwen met de hand vijftien meter lange campers over een railsysteem. De voertuigen worden verplaatst van werkeenheid naar werkeenheid, waar specialisten de verscheidene onderdelen met de hand monteren: kastjes, bedrading, wanden en daken. Om vijf uur ’s morgens komen Amish aan en om een uur ’s middags keren ze weer terug naar hun boerderij. Thor, de grootste werkgever van de regio, is al via allerlei onconventionele manieren op zoek naar personeel. Het bedrijf zoekt gegadigden in Youngstown, Ohio en andere steden in het Midwesten met hoge werkloosheid. Het neemt ook gedetineerden uit de countygevangenis in dienst in het kader van scholingsverlofprogramma’s.
Met het oog op de toekomst nodigt het bedrijf brugklassers uit om zijn vestigingen te bezoeken, en stuurt het mooi afgewerkte campers op tournee langs basisscholen in de streek.
De lonen in de camperindustrie zijn op een niveau waar andere sectoren niet tegenop kunnen: acht van de tien grootste werkgevers in Elkhart maken campers of camperonderdelen. Het personeel wordt betaald op basis van geproduceerde eenheden. Bij een volle werkweek betekent dat 90.000 dollar per jaar voor assembleurs in camperfabrieken en 100.000 dollar voor voormannen.
Het werk is zwaar. In de personeelsadvertentie voor een baan als assembleur bij LCI staat dat het werk betekent dat je de hele dag moet lopen, bukken, knielen, voorover buigen, kruipen, hurken en klimmen, plus dat je voorwerpen van meer dan vijfentwintig kilo moet tillen.
Oudere arbeiders zoeken wat minder eisende banen bij camperbedrijven die onderdelen maken en waar het basisloon vijftien tot twintig dollar per uur is.
Lamont Blackwell, de manager van het plaatselijke filiaal van McDonald’s, vertelt dat hij vroeger voor meer geld bij LCI werkte. ‘Ik heb overwogen om terug te gaan, maar ik kan het niet meer aan,’ zegt hij. ‘Ik ben veertig en mijn lichaam laat het afweten.’
Werknemers wisselen in deze arbeidsmarkt vaak van baan. Volgens lokale fabrikanten is het verloop in de camperindustrie grofweg honderd procent. Nieuwe werknemers worden bonussen van vijfhonderd tot duizend dollar geboden als ze negentig dagen blijven.
De stedelijke regio Elkhart functioneert als een olie-economie – een Koeweit te midden van de maisvelden – aldus Enrico Moretti, econoom aan de Universiteit van Californië in Berkeley. De lonen in de camperindustrie zijn op een niveau waar maar weinig concurrenten tegenop kunnen, en daarom is er weinig verscheidenheid.
Toen president Barack Obama met een stimuleringsplan van 800 miljard dollar kwam, reisde hij twee keer af naar Elkhart ter illustratie van hoe dramatisch de recessie was. “Bij ons was de situatie het slechtst van het hele land”
Als er slechte tijden komen, zijn ze ook echt slecht. In 2009 liep de verkoop van campers met de helft terug en dat gold ook voor het aantal banen. De campershow van Elkhart werd voor het eerst in meer dan vijftig jaar afgezegd.
De Britse krant The Independent noemde Elkhart ‘de stad zonder banen’. In het district Elkhart stonden op de scholen duizend kinderen minder ingeschreven, ongeveer zeven procent, omdat gezinnen de stad uit gingen op zoek naar werk, vooral de mensen uit Mexico, die in 1990 nog twee procent van de bevolking van Elkhart City uitmaakten en in 2010 al vierentwintig procent.
Velen die in Elkhart bleven raakten hun huis kwijt. Meer dan een derde van de verkochte huizen in 2010 waren executieverkopen, vertelt Decker, de vastgoedmakelaar. Toen president Barack Obama met een stimuleringsplan van 800 miljard dollar kwam, reisde hij twee keer af naar Elkhart ter illustratie van hoe dramatisch de recessie was. ‘Bij ons was de situatie het slechtst van het hele land,’ zegt Jason Lippert, directeur bij LCI Industries.
Langzaam krabbelde Elkharts economie weer op. Het stimuleringsplan sloeg aan, hoewel ook een aantal projecten mislukten. Drie bedrijven vestigden zich er, kregen van de overheid meer dan 50 miljoen dollar steun en produceerden slechts twee elektrische voertuigen voordat ze over de kop gingen.
Vanaf 2012 begon de camperindustrie – en bij uitbreiding Elkhart – sterk te groeien, voornamelijk vanwege de verbeterende economie in de VS. De productie van campers en stacaravans verdrievoudigde ten opzicht van 2009 tot 500.000, aldus de Recreational Vehicle Industry Association.
Herinneringen
Shelley Moore, een stadsplanoloog, zegt dat de stad in een race tegen de klok is gewikkeld om een diversere en duurzamere economie op te bouwen. Dat streven wordt gefrustreerd door het succes van de camperindustrie.
Een baan is nu zo makkelijk te krijgen dat niemand in de regio doorleert, wat een risico betekent bij een volgende crisis. Elkhart staat qua aantal inwoners met een afgeronde vervolgopleiding op de 335ste plaats van de 380 stedelijke gebieden, meldt het Brookings Institution.
De inschrijvingen bij de vestiging van het Ivy Tech Community College in Elkhart zijn sinds de recessie met de helft afgenomen. ‘We moeten opboksen tegen een florerende economie,’ zegt Kyle Hannon, directeur van de plaatselijke campus. ‘Het is een beetje maf.’
Maar zelfs in goede tijden bepalen herinneringen aan de laatste recessie – en angsten voor de volgende – zakelijke en persoonlijke beslissingen in Elkhart. Inwoners leggen spaarpotjes aan, onzeker of ze de economische opbloei wel kunnen vertrouwen. Dat is logisch, zegt Hicks, econoom aan de Ball State University. Bij de volgende recessie worden ze volgens hem hard getroffen.
Weinig camperfabrikanten willen investeren in automatisering, vanwege de pieken en dalen in de bedrijfstak in het verleden. Zonder grote investeringen ‘zijn we heel flexibel’, legt Robert Martin uit, de algemeen directeur van Thor. ‘We kunnen inkrimpen als er slechte tijden aanbreken.’
Er is bijna geen woning meer te huur in en om Elkhart, maar weinig bouwers zullen het wagen om huizen of appartementen neer te zetten die leeg komen te staan in een economie die zo sterk fluctueert.
Matt Stump, assembleur bij Jayco, vertelt dat hij in januari naar Elkhart is teruggekeerd nadat hij vijftien jaar met zijn gezin in Peoria, Illinois, had gewoond, waar hij bij Caterpillar werkte. Hij kon in Elkhart geen huurhuis voor zijn gezin vinden, dus hij zit nu alleen in een B&B en in de weekenden rijdt hij naar huis, een rit van 4,5 uur.
De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.
Het land dat al een half miljoen inwoners zag vertrekken, staat te springen om arbeidskrachten. De Hongaarse pers ziet het somber in.
Zes van de tien bouwondernemingen, bijna vier op de tien fabrieken – om welke sector het ook gaat, de Hongaarse economie kampt met een tekort aan werknemers. Het ligt voornamelijk aan de naar Europese normen lage salarissen, die ertoe hebben geleid dat bijna een half miljoen Hongaren hun land hebben verlaten om in het Westen een beter belegde boterham te verdienen. Of hij nu ober is in Wenen, informaticus in Berlijn of kok in Engeland, een Hongaar verdient er minstens twee tot drie keer zo veel als in eigen land. Het gevolg: meer dan 200.000 vacatures in Hongaarse bedrijven, volgens het statistisch bureau. Afgezien van de aantrekkelijkere salarissen, verlaten de meer gekwalificeerde werknemers Hongarije ook omdat ze op zoek zijn naar erkenning en onafhankelijkheid, die hun amper worden geboden in een economie die gegijzeld wordt door de machthebbers en hun vertrouwelingen.
Mislukking
Volgens Tamás Torba van de krant Magyar Nemzet symboliseert deze situatie de mislukking van het Hongaarse model: ‘Dit probleem valt niet op te lossen met een simpele salarisverhoging. Er is tenminste een verhoging van 50 procent nodig om de kloof met het Westen maar enigszins te dichten. Hongarije had ooit een gekwalificeerde beroepsbevolking die fiscaal werd gekoesterd. Die neemt nu massaal de benen. De regering gelooft zelf niet in haar propaganda van een economisch succesverhaal. Laat niemand zich illusies maken: de situatie is extreem ernstig.’
Zo ernstig dat zelfs de directeur van bouwgigant BTP Market ZRT, die krachtig door de staat wordt gesteund, in de komende drie tot vijf jaar Chinese, Indiase, Pakistaanse, Vietnamese en Indonesische werknemers wil laten overkomen om te voorzien in het tekort. ‘Als je naar Hongarije komt, kun je het werk komen doen waar Hongaren niet om zitten te springen,’ merkt Dávid Dercsényi van weekblad HVGWorld Economy Weekly ironisch op. Het is een verwijzing naar de overheidscampagne van 2015 tegen de vluchtelingen, die gesommeerd werden ‘niet het werk van Hongaren in te pikken’. ‘Maar dreigen de migranten nou echt onze banen in te pikken? Waarschijnlijk wel, want de vluchtelingen zijn bereid werk te verrichten waar de Hongaren hun neus voor ophalen,’ aldus de journalist van HVG.
Zouden de door premier Orbán afgewezen migranten inderdaad nuttig kunnen zijn? Ongetwijfeld, aldus de site 24.hu, die onder andere een textielondernemer citeert en een grote horecaketen die moslims aanneemt. ‘Veel ngo’s en arbeidsmarktdeskundigen zijn het erover eens dat deze situatie gunstig zou kunnen zijn voor de migranten die zich in Hongarije komen vestigen. Het tekort aan werknemers is zo nijpend dat de bedrijven vluchtelingen rekruteren die de vacatures de facto al bezetten,’ aldus de reportage.
Hongarije, een belangrijke leverancier van gedetacheerde werknemers, wordt geconfronteerd met een massale exodus van plaatselijke werknemers. En dit ondanks de van origine Duitse trekpaarden van de Hongaarse economie (Audi in Györ, Mercedes in Kecskemét, Opel in Szentgotthárd, Bosch in Hatvan), de 10 miljoen forinten (33.000 euro) huisvestingssubsidie voor gezinnen die drie kinderen willen of het programma Gyere Haza (‘Kom naar huis’), met vacatures en praktische tips voor potentiële terugkeerkandidaten. En deze tendens lijkt zich alleen maar door te zetten, vooral als het gemiddelde salaris rond de 500 euro blijft hangen.
De Franse 360. Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.
Webgigant Amazon wil buiten thuishaven Seattle een tweede hoofdkantoor bouwen met plaats voor vijftigduizend werknemers. De kandidaten voor de ‘deal van het decennium’ staan in de rij.
Gezocht: een stad met een miljoen mensen, een gemengde bevolking, goede scholen en kneedbare wetgevers. Plek om maximaal vijftigduizend werknemers te huisvesten. Canadese provincies mogen ook meedingen. Amazon maakte op 7 september jl. bekend dat het bedrijf op zoek is naar een tweede hoofdkantoor, buiten Seattle, waardoor er ongetwijfeld een hevige biedingsstrijd zal losbranden om Amazon – en daarmee duizenden goedbetaalde banen – door middel van fiscale voordeeltjes en andere lokmiddelen binnen te halen. Aan het einde van de dag hadden de eerste geïnteresseerden, waaronder de steden Chicago, Dallas en San Diego en de staat Michigan, zich al gemeld. Amazon heeft tot in detail opgesteld wat ze zoeken, en zelfs openlijk uitgesproken dat er wellicht nieuwe wetten nodig zijn om de vereiste financiële prikkels te creëren waarmee de aandacht van het bedrijf kan worden vastgehouden.
‘Dit is dé deal van het decennium,’ zegt Greg LeRoy, directeur van Good Jobs First, een ngo die economische ontwikkelingen volgt. ‘Welke gouverneur of burgemeester wil niet samen met Jeff Bezos op het podium staan om zo’n deal aan te kondigen?’
Het plan is de nieuwste verrassing van Amazon-baas Bezos, die Seattle met zijn bedrijf in twintig jaar tijd heeft getransformeerd. Hij overschaduwt zelfs voormalig Microsoft-topman Bill Gates, die de stad op de kaart zette als gewilde locatie voor de techindustrie. Amazon is inmiddels de grootste werkgever in Seattle, het bedrijf bezet 19 procent van alle kantoorruimte in het topsegment van de stad – een ongeëvenaard percentage in Amerika, schreef The Seattle Times onlangs. Maar de afgelopen jaren heeft het management van Amazon zich hardop afgevraagd of Seattle zijn verzadigingspunt niet heeft bereikt. De huizenprijzen zijn omhooggeschoten, de strijd om talent wordt steeds venijniger en de verkeersaders zijn dichtgeslibd – factoren die allemaal meespelen in Amazons gedetailleerde wensenlijst voor haar nieuwe project, HQ2 gedoopt.
Filestatistieken
De locatie moet niet alleen in een metropoolregio met meer dan een miljoen inwoners liggen, ze moet tevens toegang bieden tot een uitgebreid openbaarvervoernet, binnen drie kwartier bereikbaar zijn vanaf een internationale luchthaven en zich in de nabijheid van een belangrijke verkeersslagader of snelweg bevinden. Gegadigden moeten aantonen dat er een glasvezelnetwerk is en een dekkingskaart overleggen waaruit blijkt dat telecomproviders goede dekking bieden. Amazon wil filestatistieken zien, lijsten van universiteiten en statistieken met betrekking tot de kwalificaties van lokale arbeidskrachten. De nieuwe locatie moet een gemengde bevolking hebben en recreatiemogelijkheden, met andere woorden: een soortgelijke levensstijl garanderen als Seattle, de door bergen en zee ingeklemde stad van Starbucks en Nordstrom. Amazon, dat al een van de grootste techgiganten is, schat dat er op het tweede hoofdkantoor plek zal zijn voor zo’n vijftigduizend werknemers.
De aangekondigde personeelsuitbreiding komt juist op het moment dat president Trump op Twitter het vuur heeft geopend op Amazon, met beschuldigingen dat het bedrijf de middenstand de nek omdraait en de werkgelegenheid schaadt. En in Seattle wijt een aantal stadsbestuurders lokale problemen, zoals het gebrek aan betaalbare woningen, aan Amazon. De gemeenteraad heeft onlangs eensgezind besloten belasting te heffen over topinkomens, een maatregel die werknemers van Amazon zal treffen – en die zeker juridisch zal worden aangevochten. De lokale antipathie tegen het bedrijf is samengebald in de graffitileus [‘Fuck Bezos’] die onlangs in een verkeerstunnel opdook.
Amazon zelf mikt op een warmer onthaal dan in Seattle. Voor het nieuwe hoofdkantoor zoekt het naar ‘een stabiele en bedrijfsvriendelijke omgeving’. ‘Als grote bedrijven het hebben over een “bedrijfsvriendelijk klimaat”, is dat een mooi woord voor selectieve belastingvoordelen en een agressief beleid om over de ruggen van werknemers zo veel mogelijk winst te maken,’ meent Kshama Sawant, socialistisch gemeenteraadslid in Seattle.
‘Seattle kan er simpelweg niet nog eens vijftigduizend techneuten en managers bij hebben’
Maud Daudon, directeur van de lokale Kamer van Koophandel, noemde de aankondiging van het bedrijf een wake-upcall voor de regio. ‘We hebben Amazon niet genoeg bedankt,’ zei Daudon. Amazon is niet van plan om Seattle, waar 40.000 van de in totaal 380.000 werknemers werken, te verlaten. Daarbij heeft het bedrijf zesduizend openstaande vacatures, een aanzienlijke hoeveelheid panden in het centrum en zijn er nog eens honderdduizenden vierkante meters aan nieuwe kantoorruimte in aanbouw. Voor de uitbreiding van haar magazijnen ontving Amazon flinke subsidies. Het Institute for Local Self-Reliance, een onafhankelijke onderzoeks- en belangenorganisatie, publiceerde afgelopen jaar een rapport waaruit blijkt dat Amazon ten minste 613 miljoen dollar aan subsidies heeft ontvangen voor 40 van de 77 magazijnen die het bedrijf tussen 2005 en 2014 heeft gebouwd, plus nog eens 147 miljoen dollar voor datacentra. Stacy Mitchell, co-directeur van het instituut, keek op van de eventueel vereiste ‘nieuwe incentive-regelgeving’ waar Amazon gewag van maakt. ‘Staten en steden hebben legio mogelijkheden om bedrijven belastingvoordelen en subsidies te geven,’ aldus Mitchell. ‘Dus het hele idee dat Amazon zo’n topdeal voor ogen heeft dat er speciale wetgeving voor moet komen, is vrij megalomaan.’
Econoom Timothy J. Bartik, verbonden aan het Upjohn Instituut voor Werkgelegenheidsonderzoek in Kalamazoo, Michigan, zegt dat het stimuleringspakket van een staat gemiddeld neerkomt op 2 à 3 procent van de loonkosten, hoewel er de laatste tijd om de haverklap megadeals worden gesloten. Zo bood de staat Wisconsin 3 miljard dollar aan belastingkredieten aan Foxconn, de Taiwanese elektronicafabrikant die levert aan Apple. Zulke enorme welkomstpakketten zijn mogelijk een winner’s curse, waarbij de kosten niet opwegen tegen de voordelen. ‘En hoogstwaarschijnlijk zijn zulke stimuli niet eens cruciaal,’ voegt hij eraan toe. ‘Je hebt wat ze zoeken of niet.’
Toen General Electric vorig jaar aankondigde het hoofdkantoor naar Boston te willen verplaatsen, zei het management dat het aantal hogescholen en universiteiten, de technisch geschoolde beroepsbevolking, de sfeer van ondernemerschap en innovatie en de kwaliteit van leven de belangrijkste ‘sellingpoints’ van de stad waren. Belastingvoordelen wogen mee, maar waren niet doorslaggevend.
Ed Lazowska, hoogleraar Computerwetenschappen aan de Universiteit van Washington, reageerde neutraal op het besluit van Amazon. ‘Nu krijgt een andere stad de kans om een technologiecentrum te worden, zegt hij. ‘Seattle kan er simpelweg niet nog eens vijftigduizend techneuten en managers bij hebben. Ik heb niks tegen Amazon, maar het lijkt me niet gezond wanneer één enkel bedrijf een hele stad domineert.’
In Denemarken is het even makkelijk om een baan te verliezen als om een nieuwe te vinden. Dat is de reden waarom de Denen wat werk betreft de meest optimistische Europeanen zijn.
Per Mortensen heeft nog de smoor in, want voor het achtste achtereenvolgende jaar kon hij niet weg tijdens de schoolvakantie omdat zijn chef die periode al voor zichzelf had opgeëist. ‘Terwijl hij niet eens kinderen heeft die op school zitten,’ zegt Mortensen verontwaardigd.
Hoewel hij dus geen vakantie had en het risico liep ontslagen te worden wegens werkverzuim en insubordinatie, vertrok hij naar Thailand met zijn vriendin en hun schoolgaande kinderen. ‘Ik heb genoten van mijn vakantie en we hebben niet veel aan mijn situatie gedacht. Ik wist zeker dat ik werk zou kunnen vinden dat gelijkwaardig was aan de baan die ik achterliet,’ zegt deze voormalige huismeester.
Hij is niet de enige die het zo luchtig opvat. Als het gaat om de kansen op een nieuwe baan na een eventueel ontslag, zijn de Denen de meest optimistische Europeanen. Ze gaan er zelfs van uit dat ze in hun nieuwe baan hetzelfde zullen blijven verdienen. Dat blijkt uit een analyse van het in Dublin gevestigde Eurofound, de Europese stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden.
‘De Deense werknemers weten dat er kansen op werk bestaan, omdat er voortdurend nieuwe banen worden gecreëerd. Dat was ook zo tijdens de crisis’
Eurofound heeft 43.000 Europeanen gevraagd of ze het eens waren met de volgende stelling: ‘Als ik mijn huidige baan zou verliezen, zou het me geen moeite kosten om een baan met een gelijkwaardig salaris te vinden.’ Daarmee was 53 procent van de Denen het eens. Na de Denen waren de Zweden en Britten het meest optimistisch, gevolgd door onder anderen de Nederlanders, de Finnen en de Ieren.
Michael Svarer, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Aarhus en toekomstig voorzitter van de Deense Economische Raad, kijkt hier nauwelijks van op. ‘De huidige economische situatie in Zweden en Groot-Brittannië is goed, en in Denemarken worden op dit moment veel nieuwe banen geschapen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de manier waarop mensen hun kansen inschatten om een nieuwe baan te vinden wanneer dat nodig zou zijn,’ bevestigt hij.
In oktober 2015 waren er volgens het Deense Bureau voor de Statistiek 3100 betaalde banen meer dan in september. Vergeleken bij het hoogtepunt van de werkloosheid, in het voorjaar van 2013, is het aantal betaalde banen in het land met 78.800 toegenomen. In oktober 2015 waren er 120.400 werklozen, met inbegrip van degenen die deelnamen aan herintredingsprogramma’s. Dat komt neer op 4,5 procent van de beroepsbevolking.
Ook de toekomstige voorzitter van de Deense Economische Raad, die tweemaal per jaar een onafhankelijk oordeel velt over de gezondheid van de economie, onderstreept het Deense optimisme over de werkgelegenheid. ‘De werkgevers kunnen gemakkelijk mensen ontslaan. Het ontslagrisico is in Denemarken dus relatief hoog. Maar tegelijkertijd is er grote kans op het vinden van een nieuwe baan. Werkgevers zijn niet bang om mensen aan te nemen, omdat ze weten dat ze hen gemakkelijk weer kunnen ontslaan als dat nodig is,’ legt Svarer uit.
In Denemarken, met een beroepsbevolking van nauwelijks 2,9 miljoen mensen, veranderen jaarlijks tussen de 700.000 en 800.000 mensen van baan. ‘De Deense werknemers weten dat er kansen op werk bestaan, omdat er voortdurend nieuwe banen worden gecreëerd. Dat was zelfs het geval tijdens de crisis, al waren er toen natuurlijk meer werkzoekenden,’ aldus Svarer.
Mogelijkheden
Volgens cijfers van het Deense ministerie van Economische Zaken vinden vier op de tien Denen binnen drie maanden nadat ze zich als werkloze hebben ingeschreven een nieuwe baan. De 58-jarige Per Mortensen past bijna binnen die statistieken. Toen hij eind juli terugkwam uit Thailand, zat hij ook zonder werk. ‘Ik wist zeker dat ik een nieuwe baan zou kunnen vinden, anders had ik niet met vakantie durven gaan,’ zegt hij. Na zijn terugkeer heeft hij zijn cv ingeleverd bij de uitzendbureaus Jobindex en Stepstone en zijn netwerk van kennissen en familieleden aangeboord.
‘Ik ben al heel wat jaren actief bij een sportclub, waar ik veel mensen ken. Er zijn heel vaak vacatures voor conciërges of schoonmakers, dus kansen genoeg,’ legt hij uit. Eind oktober had hij dankzij een relatie van zijn broer een gesprek met een bedrijf dat enkele duizenden panden beheert, en daar kreeg hij een baan.
‘Ik had nog een paar andere mogelijkheden, maar die heb ik niet eens geprobeerd,’ zegt Mortensen, die sinds november weer aan het werk is. Hij heeft nu de zorg voor een aantal panden in het centrum van Kopenhagen. Zijn salaris is vrijwel gelijk aan dat in zijn vorige baan. Wel is hij zijn toeslag voor werk in de weekeinden en avonduren kwijt, want dat is bij deze baan niet aan de orde.
‘Ik verdien dit jaar minder omdat ik een paar maanden werkloos ben geweest, en ik krijg minder betaald omdat ik geen overuren meer maak, maar ik ben tevreden met mijn nieuwe baan,’ besluit hij, terwijl hij peuken en ander klein afval verzamelt in een voetgangerspassage. ‘Dit moet ik twee keer per dag doen,’ legt hij uit. In de panden waarvoor hij verantwoordelijk is zijn grote advocatenkantoren, reclamebureaus en internationale ondernemingen gevestigd.
Het enige wat Per Mortensen verbaasde, was dat hij tot november moest wachten voordat hij weer aan de slag kon. Ondanks zijn leeftijd had hij gedacht eerder werk te vinden.
Met de Jobs Act van 2015 heeft de Italiaanse premier Matteo Renzi niet alleen de peilingen getrotseerd, maar ook de linkervleugel van zijn eigen partij. Moet zijn methode niet voor eens en voor altijd in marmer worden gebeiteld?
Waaraan dankt een regering haar succes? Over het algemeen aan drie factoren, die regeringen maar zelden weten te combineren. Ten eerste: de werkelijke impact van hervormingen op de economische prestaties van een land. Ten tweede: de handigheid om hervormingen die door het gezond verstand worden gedicteerd (en niet door de consensus) om te buigen tot hervormingen waarop een nieuwe consensus kan worden gebouwd. Ten derde: het vermogen om zowel de kiezers als de financiële wereld van de juistheid van deze hervormingen te overtuigen (want zonder kiezers kan een regering niet functioneren, en zonder steun van de markten kan ze niet voortbestaan).
De richting die Renzi eind 2014 is ingeslagen toont aan dat het belang van het volk verzoend kan worden met het belang van de markt
Ziedaar: twee jaar nadat Matteo Renzi zijn intrek heeft genomen in het Palazzo Chigi [de zetel van de premier], telt men in Italië maar één hervorming die aan deze drie basiseisen voldoet en die kan doorgaan voor een werkelijke overwinning voor de regering: de fameuze Jobs Act, de hervorming van de arbeidsmarkt die in maart 2015 in werking is getreden.
Dat de Jobs Act van essentieel belang is, komt niet alleen doordat deze wet in 2015 het aantal contracten voor onbepaalde tijd heeft doen stijgen, maar ook doordat hij ergens model voor staat. In alle opzichten is de Jobs Act een volmaakte mengeling geweest van doorbroken taboes, zoals het uitdagen van conservatief links, het vernederen van het corporatisme, het vergroten van het bereik van de Democratische Partij (PD) en van een consensus die niet op peilingen berust, dankzij een hervorming die eerst de markten voor zich heeft gewonnen en vervolgens de kiezers. En het is een model waaraan de premier zou moeten vasthouden om de komende maanden de hervormingen door te voeren zonder welke hij, wat de werkgelegenheid betreft, in 2016 weinig kans heeft dezelfde resultaten te boeken als het vorige jaar.
Laten we niet vergeten dat 2015 een jaar was dat lichtelijk was ‘opgepept’ door een verlaging van de sociale lasten: een vrijstelling voor bedrijven van maximaal 8000 euro voor elke vaste aanstelling – en dat bracht talrijke ondernemingen ertoe om in december snel nog nieuwe contracten te tekenen (272.000, oftewel het dubbele van de voorafgaande maand) voordat de regering haar steun in 2016 halveerde.
Het principe is dus bekend, maar het zou goed zijn om het voor eens en voor altijd in marmer te beitelen. Zonder radicale hervormingen van het arbeidsrecht zou er dit jaar geen significante groei zijn geweest en zouden bedrijven gestopt zijn met het aannemen van personeel. De methode van de Jobs Act – die Renzi in staat heeft gesteld een hervormingsmodel te ontwikkelen dat in heel Europa wordt geapprecieerd en dat uit de koker komt van een links dat volop in beweging is (net zoals het Franse links dat momenteel aan de macht is en waarvan het hervormingsprogramma ‘Code du travail’ overigens duidelijk geïnspireerd is op het Italiaanse model) – zou ook gehanteerd kunnen worden voor de hervorming van het rechtssysteem, voor de overheidsuitgaven, voor het privatiseringsprogramma, voor belastingverlaging, voor het industriebeleid…
De richting die Renzi eind 2014 is ingeslagen om de Jobs Act tot een goed einde te brengen, toont niet alleen aan dat het belang van het volk verzoend kan worden met het belang van de markt, maar ook dat de obstakels die Italië verhinderen om vooruitgang te boeken vooral door Italië zelf worden opgeworpen, en niet alleen door Europa.
Utopie
Om de methode van de Jobs Act de komende maanden verder door te kunnen voeren is het van wezenlijk belang dat Renzi zich laat inspireren door wat zijn Franse collega, Manuel Valls, heel goed begrepen heeft toen hij bekeek hoe links Europa eraan toe is. In Frankrijk, stelt Valls, zijn er twee ‘onverzoenlijke’ vormen van links die een volstrekt tegengestelde kijk hebben op de problemen waarvoor een land dat wil hervormen zich gesteld ziet. En het is dus een utopie te denken dat je die twee kanten tegen elke prijs zou kunnen verenigen.
De Jobs Act heeft Renzi in staat gesteld een nieuwe ruimte te definiëren waarbinnen het land en de Democratische Partij zich kunnen ontwikkelen. Het verlaten van deze perimeter zou gevaarlijk kunnen zijn voor zowel de Democratische Partij als voor – het laat zich raden – Italië als geheel.
Il Foglio is een centrum-rechtse krant opgericht door de journalist en politicus Giuliano Ferrara, waarin het belangrijkste nieuws wordt samengevat en becommentarieerd.
De bewering dat een langdurig werkloze jarenlang niets heeft gedaan, is nogal boud. Neem Ella Haug, 44 jaar, die vijf kinderen opvoedde en opvoedt. Grotendeels alleen.
Als ze over de vader van de laatste drie kinderen spreekt, heeft ze het over ‘Herr Haug’. De man heeft zich zelden om hen bekommerd. Ella Haug (44) zit nu in een spreekkamer van het arbeidsbemiddelingsbureau in Neurenberg – felrood haar en een voor haar leeftijd sterk getekend gezicht.
Ze praat over haar arbeidsverleden.
Op het laatst waren het alleen nog 1 euro-jobs [baantjes voor uitkeringstrekkers, voor 1 euro per uur, bedoeld om ze aan het arbeidsproces te laten deelnemen]. Bleef ze weg omdat de achtjarige een astma-aanval had, dan dreigde de sociale dienst te korten op haar uitkering. Ze voelde zich een goedkope hulpkracht, met zinloze, tijdelijke bezigheden die tot niets leidden. Ze was niet meer in staat een beroep uit te oefenen, zoals zovelen van de 1 miljoen Duitsers die een jaar of langer werkloos zijn.
Ooit had Ella Haug een echte baan, waarin ze goed verdiende, en waar ze trots op was. Ze leidde het filiaal van een discounter. Dat was zeventien jaar geleden. Toen kwamen er nog drie kinderen, voor wie ze niet kon zorgen. Aan ‘Herr Haug’ had ze niets. Op zeker moment was ze te lang uit de running, waardoor geen bedrijf haar nog in dienst wilde nemen. Ze kwam terecht bij het postorderbedrijf Quelle, omdat weinig mensen zin hebben in nachtdiensten. Maar oma wilde na twee dagen niet meer bij de kleinkinderen overnachten. Ella wilde een vak leren, maar het arbeidsbemiddelingsbureau wilde geen opleiding voor haar betalen – vanwege haar onbetrouwbaarheid geloofde men niet dat zoiets een succes kon worden.
1 euro-jobs
Dus bleven alleen de 1 euro-jobs over, die bij haar slechts één gevoel losmaakten: ‘Je denkt: Dan kan ik net zo goed in de uitkering blijven.’ Daar liep het op uit: een Hartz IV-uitkering*, levenslang. Duur voor de samenleving, frustrerend voor haar. Het is een lot dat ze deelt met miljoenen Duitsers – en misschien wel doorgeeft aan haar kinderen. Oudgedienden onder de Neurenberger arbeidsbemiddelaars hebben cliënten wier ouders ze al zonder succes probeerden te helpen.
Dit leven, waarbij haar gezin meestal rondliep in gekregen, afgedragen kleren, wilde Ella Haug achter zich laten. In 2014 nam ze deel aan een proefproject van de deelstaat Beieren en de stad Neurenberg. Haar laatste echte baan lag toen al anderhalf decennium achter haar. Er bestaan tal van sociale projecten, maar dit project, ‘Perspectief voor gezinnen’, volgt een nieuwe logica. Bij langdurig werklozen is vaak sprake van meer dan één hindernis om een baan te krijgen. Gebrek aan opleiding, geringe kennis van het Duits, huiselijk geweld, drugs, passiviteit. Zo iemand aan een baan helpen lukt misschien alleen door intensieve begeleiding, door een opzet waarbij meerdere problemen tegelijk worden aangepakt en waarbij ook naar het hele gezin wordt gekeken.
Hoe noodzakelijk dat was in het geval van Haug, zag het gecombineerde team van arbeidsbemiddelaars en sociaal werkers snel in. Ze hadden een onbeduidend baantje voor haar gevonden, als een nieuw begin. Na een poosje gaf ze er de brui aan. Bij een tweede baantje idem dito. De ene keer viel de zoon van de trap, zegt ze, de andere keer ontsnapte er thuis hete stoom uit de gasoven, dat maakte de kinderen bang. Serieuze redenen misschien, maar ze bleef eenvoudig weg, zonder zich af te melden. Kwam dagenlang niet aan de telefoon. Ze kon of wilde niet werken, en tegelijkertijd schaamde ze zich daarvoor. Nu, twee jaar later, in de spreekkamer van het arbeidsbemiddelingsbureau, wil ze dat wel toegeven.
Het Duitse recht schrijft in zo’n geval voor dat de bemiddelaar moet korten op de Hartz IV-uitkering. Ella Haug kent dat. Maar sancties hielpen haar ook andere keren niet terug aan het werk.
Schäfer overtuigde de moeder om de puberende dochter een eigen kamer te geven. Haar naar bijles te sturen. En haar de hamster te beloven die ze zo graag wilde
In het gecombineerde team zit Andreas Schäfer, een sociaal werker. Hij ging ’s avonds gewoon langs bij de familie Haug. Hij trof een puberende dochter aan, die vaak uit haar vel springt, en twee andere kinderen met leermoeilijkheden die bijzonder onderwijs volgen en veel aandacht nodig hebben. ‘Als mevrouw Haug zich concentreerde op het ene kind, ging het fout met de andere,’ zegt de sociaal werker. ‘Mevrouw Haug was nog helemaal niet klaar voor een baan.’
Schäfer overtuigde de moeder om de puberende dochter een eigen kamer te geven. Haar naar bijles te sturen. En haar de hamster te beloven die ze zo graag wilde – maar alleen als ze zich meerdere maanden goed gedroeg. Toen de thuissituatie zich stabiliseerde, maakten de bemiddelaars het mogelijk dat Ella Haug de opleiding ging volgen die haar eerder was geweigerd. Ze leerde in een verzorgingstehuis ouderen te verzorgen. Gesprekken voeren, een valtraining. Ze hield het vol. Dat lukte alleen omdat ze de kinderen nu regels stelde.
Op 1 januari jongstleden kreeg ze een vaste aanstelling in het verzorgingstehuis. 1400 euro per maand. Het is haar eerste echte baan sinds zeventien jaar.
Tot voorbeeld dienen
In het project in Neurenberg, met zeshonderd gezinnen, hebben ze vaak te maken met langdurig werklozen die in het normale systeem buiten de boot vallen. Zoals Ella Haug. Zoals een Congolese vrouw die tien jaar zonder baan bleef. De normale arbeidsbemiddelaars voor moeilijke gevallen behandelen twee keer zoveel cliënten als in dit project en bekommerden zich weinig om deze vrouw. Als ze zich concentreren op makkelijkere cliënten, verbeteren ze hun score. Bemiddelaarster Gudrun Frank, die meer tijd heeft, ontdekte dat het bij de Congolese een kwestie van geschiktheid was. De dienst bood niets aan, en zijzelf durfde niets. Nu werkt ze als verzorgster en bloeit ze op.
‘De Neurenbergse opzet voorkomt Hartz IV-carrières en daarmee uitgaven en ouderdomsarmoede,’ zegt de Beierse minister van Sociale Zaken, Emilia Müller (CSU). ‘Ouders kunnen hun kinderen weer tot voorbeeld dienen.’ Müller heeft haar collega-ministers aangespoord om haar voorbeeld in de hele Bondsrepubliek te volgen. De sociale commissie van de Bondsraad stemde met 16 tegen 0 stemmen voor.
Als de Bondsregering die opzet in een wet vastlegt, kan elk arbeidsbemiddelingsbureau te werk gaan volgens het Neurenberger model. Gefinancierd door gemeenten en rijk. Maar daar zit de moeilijkheid. Het is duurder wanneer arbeidsbemiddelaars, zoals in het proefproject, maar half zoveel cliënten hebben. Emilia Müller brengt daartegen in: ‘Voor iedere uitgegeven euro komt minstens 4 euro terug.’ Zoals in de evaluatie van het project telt zij de lonen van de herintreders, de sociale premies en de belastingen bij elkaar op. 4:1. Maar pas op de lange termijn. Aanvankelijk zouden gemeenten en rijk meer geld moeten uitgeven.
Wellicht wordt het model nu aantrekkelijk omdat het vooral geschikt lijkt voor de grootste uitdaging waarvoor Duitsland juist nu staat: de integratie van miljoenen vluchtelingen.
Auteur: Alexander Hagelüken
Vertaler: Piet Meeuse
De Duitse variant van de bijstandsuitkering, genoemd naar Peter Hartz, de voorzitter van de commissie uit de Bondsdag die aan het begin van de eeuw wijzigingen in de Duitse sociale wetgeving voorbereidde.
Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.