Tag: West-Afrika

  • Ze droomden van voetbalcarrières, maar werden slachtoffers van mensenhandel

    Ze droomden van voetbalcarrières, maar werden slachtoffers van mensenhandel

    Duizenden West-Afrikaanse voetballers worden opgelicht en uitgebuit door nepscouts die hun een plek beloven bij professionele voetbalteams in het buitenland. ‘De mensen uit mijn dorp verwachtten een succesvolle speler. In plaats daarvan kregen ze een persoon zonder geld die hen teleurstelde.’

    Op een drukke avond in januari rijdt de 31-jarige Serge’s witte Suzuki van het ene deel van Abidjan, de bruisende hoofdstad van Ivoorkust, naar het andere. Terwijl hij de Charles de Gaulle-brug oversteekt, die de arbeiderswijk Treichville met de welvarende Plateau-buurt verbindt, kijkt hij naar een wolkenkrabber niet ver van het Félix Houphouët-Boigny Stadion, een van de arena’s waar het Africa Cup of Nations (AFCON) voetbaltoernooi wordt gehouden, versierd met de vlaggen van de deelnemende landen. 

    De zon gaat onder en het verkeer neemt af, waardoor Serge iets ontspant. Langzaam maar zeker begint hij New Lines over zijn diepgaande en voortdurende passie voor het voetbal te vertellen. De wedstrijd tussen Congo en Zambia staat op het punt te beginnen; hij zal ernaar luisteren op zijn radio. Zo heeft hij veel wedstrijden weten te volgen, waaronder de tweede helft van de openingswedstrijd tussen Ivoorkust en Guinee-Bissau. Hoewel hij zelf een kaartje had gekocht en juichend op de tribune zat, lokte de werkgelegenheid – meer dan één miljoen voetbalfans waren voor het toernooi naar Ivoorkust gekomen – hem tijdens de rust terug naar zijn taxi. Met verdriet verliet Serge toen het stadion. Niet alleen had hij deze en andere wedstrijden graag willen bezichtigen vanaf de tribune, maar tot een paar jaar geleden was het zelfs zijn droom om op het veld te staan.

    ‘Ik hield van voetballen. Ik droomde van voetbal, at voetbal en ademde voetbal. Ik ben zelfs van school gegaan vanwege het voetbal. Het was mijn hele leven,’ vertelt Serge. Hij groeide op in de Abidjaanse gemeente Yopougon, beter bekend als Yop City: een mix van woonwijken en industrieel terrein waar meer dan 1,5 miljoen mensen dicht op elkaar leven in dikwijls chaotische, armoedige omstandigheden. In tegenstelling tot andere delen van Abidjan, die veel immigranten uit andere West-Afrikaanse landen aantrekken, bestaat de bevolking van Yop City voornamelijk uit geboren en getogen Ivorianen. De culturele obsessie met voetbal hangt hier in de lucht. Abidjan is dan ook de geboorteplaats van een uitzonderlijk aantal voetbaltalenten die hun weg naar de top vonden via lokale clubs en grasveldjes.

    Onmisbaar

    Een van deze talenten is de tweevoudige winnaar van de Afrikaanse Ballon d’Or, Didier Drogba. De voormalige sterspeler van het wereldberoemde Chelsea-team in Engeland was eveneens aanvoerder van het nationale team van Ivoorkust toen het land zich in 2006 voor het eerst kwalificeerde voor het WK. Drogba verliet de sport in 2018, maar blijft nog altijd een idool voor ambitieuze West-Afrikaanse spelers die dromen over Europa, waar zo’n 60% van de spelers die werden opgeroepen voor de laatste Afrika Cup speelden en trainden. Onder hen bevonden zich Mohamed Salah, de oogverblindende Egyptische spits van Liverpool in de Engelse Premier League, en de Nigeriaanse spits Victor Osimhen, die in 2023 topscorer was in de Italiaanse Serie A met Napoli en in december door de Afrikaanse voetbalbond werd uitgeroepen tot Afrikaans voetballer van het jaar.

    De rol van Afrikaanse spelers in Europees voetbal is de afgelopen tien jaar enorm gegroeid. Inmiddels spelen zo’n 500 Afrikanen bij Europese topclubs, en nog eens honderden in competities in het Midden-Oosten en Azië. Ze zijn inmiddels een onmisbaar onderdeel geworden van een van de grootste sportindustrieën ter wereld: alleen al de Europese voetbalmarkt had in 2023 een waarde van 31,8 miljard dollar. Terwijl deze industrie zoekt naar nieuwe supersterren, proberen tienduizenden jonge Afrikaanse spelers wanhopig gescout te worden en daarmee de armoede, werkloosheid en politieke instabiliteit van hun thuislanden achterwege te laten. Deze combinatie van hoop en wanhoop is helaas niet alleen een vruchtbare voedingsbodem voor voetbaltalent, maar ook voor vormen van uitbuiting zoals mensenhandel, waarbij oplichters zich voordoen als scouts en geld aannemen van de hoopvolle spelers en hun families.

    Op 13-jarige leeftijd werd Serge door zo’n nepscout overgehaald om naar Burkina Faso te reizen voor een proefwedstrijd in de stad Ouagadougou, waar Europese recruiters aanwezig zouden zijn. Vol enthousiasme verzamelden Serge en zijn familie het vereiste bedrag: ongeveer $165, een enorme som in een land waar het gemiddelde maandsalaris rond de $550 ligt en waar, volgens de Wereldbank, zo’n 40% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Andere jonge spelers vielen ook voor het trucje en maakten samen met Serge de lange, bloedhete busreis naar Ouagadougou, waar bij aankomst geen recruiter te bekennen was.

    ‘Ik weet niet of het om mensenhandel ging. Ik weet alleen dat er niemand was,’ zegt Serge. ‘We speelden uiteindelijk tegen kleine clubs en gingen weer naar huis.‘

    Naar schatting vallen elk jaar zo’n 15.000 jonge spelers ten prooi van mensenhandel – en niet alleen amateurs zoals Serge. Tijdens een euforische persconferentie na de finale waarin Ivoorkust de Afrika Cup-titel veroverde, onthulde de 23-jarige Simon Adingra – een van de beste jonge spelers van het hele toernooi – dat ook hij in het verleden slachtoffer was geworden.

    De harde realiteit drong tot Adingra door: er was niet alleen geen academie

    Nadat een zogenaamde coach hem had zien spelen bij een lokale club, betaalde de ouders van Adingra de man ongeveer $300 om hun getalenteerde zoon naar een voetbalacademie in Benin te sturen. Toen de ‘coach’ daar eenmaal met het geld verdween, drong de harde realiteit tot Adingra door: er was niet alleen geen academie, maar ook geen onderdak. Samen met negen andere voetballers was Adingra aan zijn lot overgelaten. 

    De jongens bleven bij elkaar en deden klusjes in ruil voor voedsel of geld. Ondanks hun omstandigheden, hoopten ze nog altijd op een kans: een echte kans. Hulp arriveerde enkele maanden later in de vorm van een in Ivoorkust opgeleide Beninese man die Adingra en de anderen zowel fatsoenlijk onderdak gaf als de mogelijkheid om te voetballen. Uiteindelijk wist Adingra de aandacht te trekken van de Right to Dream-voetbalacademie in Accra, Ghana, waar hij trainde voordat hij – dit keer op legitieme wijze – werd gerekruteerd om in Europa te spelen bij de Deense club Nordsjaelland, die de academie sponsort.

    De internationale voetbalorganisatie FIFA hanteert een strikt reglement voor het rekruteren van spelers over landsgrenzen, zowel op amateur- als professioneel niveau. Spelers krijgen een elektronische ID-kaart die bij de voetbalbond is geregistreerd. Daarnaast moeten ze ook een uitnodigingsbrief ontvangen van de geïnteresseerde club, die via de lokale federatie moet worden verstuurd, zegt Alexandre Kouakou, een gerespecteerde scout in het Ivoriaanse voetbalmilieu die spelers helpt om nepbrieven te identificeren.

    De regels zijn nóg strenger voor minderjarigen die het tot prof willen schoppen. Hoewel jonge spelers al voor hun 18e verjaardag gescout kunnen worden in het land waar ze wonen – een veelvoorkomende zaak in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, waar kinderen en tieners regelmatig contracten sluiten met binnenlandse teams – zijn internationale transfers voor spelers onder de 18 alleen enkel in uitzonderlijke gevallen toegestaan. Zo mogen minderjarigen alleen een proefperiode meelopen bij een club. Daarnaast moet de club schriftelijke toestemming ontvangen van ouders, zorgen voor geschikte huisvestingen en levensomstandigheden, alle kosten dekken en een persoonlijke begeleider inschakelen. Bovenal is het vragen naar of innen van vergoedingen voor een proefperiode ten strengste verboden. ‘Het spreekt voor zich dat elke operatie die buiten de officiële kanalen van de voetbalwereld staat op zijn minst verdacht is, zo niet volledig illegaal,’ zegt Kouakou.

    Bedrog

    Hoewel de meeste jonge voetbaltalenten de statistieken van hun favoriete clubs en spelers moeiteloos opdreunen en de spelregels door en door kennen, weten maar weinigen iets over de statuten van het officiële rekruteringsproces. Wanneer een vermeende coach of scout opduikt met grote interesse en een verleidelijk aanbod, wagen velen daarom de sprong.

    Het bedrog begint meestal in het thuisland van de speler wanneer een coach of scout opduikt met de kans van zijn leven: een proefperiode bij een grote club in het buitenland. Er zit echter een addertje onder het gras; de nepscout heeft eerst een bemiddelings- of transportvergoeding nodig, of geld om een visum of accommodatie te regelen.

    In zijn studies beschrijft de onderzoeker James Easson wat er vervolgens gebeurt: veel families verkopen hun bezittingen, halen jongere kinderen van school of lenen geld om de benodigde fondsen bij elkaar te sprokkelen. Bij aankomst in het nieuwe land – meestal op een kortlopend toeristenvisum – biedt de nepscout aan hun paspoorten en geld ergens veilig op te bergen. Voor sommigen eindigt het avontuur daar: de oplichter verdwijnt met hun kostbaarheden zonder hen naar de beloofde club of wedstrijd te brengen. Anderen krijgen wel een kans om te spelen, en sommigen worden zelfs een contract aangeboden. Maar deze contracten zijn vaak net zo uitbuitend, met gigantische commissies voor de scout en weinig bescherming voor de speler. Als een speler weigert te tekenen, verdwijnt de scout met zijn resterende geld en documenten.

    Soms gaat het niet alleen om geld. Begin jaren 2000 werd de toekomstige Premier League-speler Alhassan Bangura vanuit Sierra Leone naar het Verenigd Koninkrijk gehaald door een Fransman die hem een proefperiode beloofde. Kort na aankomst werd de 16-jarige Bangura seksueel misbruikt door twee mannen in de accommodatie die de Fransman voor hem had geregeld. Andere spelers raken verzeild in dwangarbeid. Zo werd een voormalige Nigeriaanse voetballer die wij spraken, gelokt met de belofte van een proefperiode in Europa maar belandde hij uiteindelijk in Kaapverdië, waar hij als onderbetaalde ober moest werken in een restaurant.

    Sommige oplichters weten zelfs de meest waakzame spelers om de tuin te leiden.

    ‘Ik voelde me wanhopig, helemaal vanwege de situatie van mijn familie thuis. Ze rekenden op mij’

    Toen David Kevin Kouassi, een 22-jarige speler uit Yopougon, een uitnodigingsbrief van een Filipijnse club ontving van een Marokkaanse man die beweerde een FIFA-scout te zijn, was hij aanvankelijk achterdochtig; hij had immers genoeg verhalen gehoord van mensen die waren opgelicht met valse brieven. Maar zijn twijfels verdwenen toen de scout videogesprekken regelde met een man die zich voordeed als een clubvertegenwoordiger, en een snelle internetzoektocht naar de naam van de scout een pagina op de FIFA-website opleverde. Overtuigd van het aanbod betaalde Kouassi de man $270 en vertrok naar Manilla.

    Na een zenuwslopend gesprek bij de grenscontrole op de luchthaven van Manilla legden de lokale autoriteiten Kouassi uit dat hij was opgelicht. De oplichter had de naam en gegevens van een echte scout gebruikt om zijn vertrouwen te winnen en was er vervolgens met zijn geld vandoor gegaan. Kouassi wist alsnog het land binnen te komen op een toeristenvisum en probeerde zelf contacten te leggen in het Filippijnse voetbal, maar de salarissen die hem door clubs uit de eerste en tweede divisie werden aangeboden, waren nauwelijks genoeg om zijn huur te dekken. ‘Ik voelde me wanhopig, helemaal vanwege de situatie van mijn familie thuis. Ze rekenden op mij,‘ zegt hij terwijl hij uit een tuk-tuk stapt, een paar meter van het appartement dat hij deelt met zijn zus in Songon, een buitenwijk ten oosten van Abidjan, waar half afgebouwde betonnen huizen tussen het wildgroei uitsteken. Toen zijn economische situatie in Manilla onverdraagbaar werd, verzamelde Kouassi de moed om zijn vader de waarheid te vertellen en wist hij genoeg geld bij elkaar te krijgen voor een terugvlucht.

    Vrijwel alle (naar schatting) 15.000 jaarlijkse slachtoffers van voetbalhandel komen uit West-Afrika, een regio waar instabiliteit en een ongeremde passie voor voetbal een vruchtbare voedingsbodem vormen voor mensenhandelnetwerken.

    ‘Elke keer als we bijeenkomsten hebben over voetbalhandel,‘ zegt Lerina Bright, voorzitter van Mission 89, een Zwitserse voetbalorganisatie die zich bezighoudt met mensenhandel, ‘steken minstens drie mensen hun hand op. Of ze zijn zelf slachtoffer geweest, of ze kennen een slachtoffer.’

    Financiering

    Zelfs als een voetballer op professioneel niveau speelt in West-Afrika is het verschil tussen zijn salaris – de gemiddelde profvoetballer in Ivoorkust verdient ongeveer $500 per maand – en de potentiële verdiensten van een Europese carrière groot genoeg om hem ertoe te drijven risico’s te nemen. Dit kan betekenen dat ze hun vertrouwen in een oplichter leggen of proberen op een klein bootje richting Europa te stappen. Als het niet lukt om Europa te bereiken, bieden veel teams in Noord-Afrika, waar de infrastructuur en competities verder ontwikkeld zijn, salarissen tussen de vier en zes cijfers per maand. 

    ‘Wat ontbreekt in Ivoorkust is financiering,‘ zegt Lakoun Ouattara, een activist uit Abidjan die bewustzijn creëert over voetbalhandel met de niet-gouvernementele organisatie Mousso Foot. ‘We hebben de staat en de clubvoorzitters nodig om te investeren in infrastructuur en het lokale voetbalmilieu te verbeteren. Tot dit gebeurt, zullen mensen naar meer ontwikkelde landen blijven reizen.’

    Wanneer Ivoriaanse spelers op legitieme wijze naar het buitenland worden gehaald, legt Ouattara uit, kan dat het lokale voetbal helpen zich te ontwikkelen. Zo kan geld dat met hun verkoop wordt verdiend, bijdragen aan de groei van binnenlandse teams. Bovendien kunnen de naar het buitenland gehaalde spelers tijdens internationale kampioenschappen hun ervaring gebruiken om het nationale team van Ivoorkust te versterken. 

    Daniele Canepa, een expert op het gebied van voetbalhandel en auteur van het boek ‘In welke mate? Internationale Handel in Jonge Atleten,’ voegt toe dat mensen die denken dat het mensenhandelprobleem begint en eindigt bij nepscouts, net zo kortzichtig zijn als mensen die drugsdealers de volledige schuld geven van drugsverslaving.

    ‘Het is een systemisch probleem,’ benadrukt Canepa. ‘De onderliggende vraag is hoe de mens wordt beschouwd als sportman. Aan de ene kant hebben we de neiging om atleten als machines te zien die moeten presteren. Aan de andere kant is er de commodificatie van de speler, die in deze sector meer wordt geaccepteerd dan in andere sectoren, waar het gegarandeerd verontwaardiging zou veroorzaken.’

    ‘Voetbalinstellingen en overheden over de hele wereld kunnen beter hun best doen om de voetbalhandel definitief uit te roeien’

    De website van de Fédération Internationale des Associations de Footballeurs Professionnels (FIFPRO) heeft een sectie gewijd aan — en voert regelmatig bewustwordingscampagnes over — voetbalhandel.

    ‘Toch doen we niet genoeg,’ zegt Bright, de voorzitter van Mission 89. ‘Voetbalinstellingen en overheden over de hele wereld kunnen beter hun best doen om de voetbalhandel definitief uit te roeien. Op dit moment is ons grootste project dan ook het pleiten voor de erkenning van de misdaad van sporthandel en het doorvoeren van beleid op Europees niveau. Echte politieke wilskracht is nodig, niet alleen verklaringen.’

    Simon Adingra is niet het enige Ivoriaanse slachtoffer van mensenhandel die het uiteindelijk toch tot profvoetballer wist te schoppen. In 2017 werden de toenmalige tieners Amad Diallo en Hamed Junior Traore, inmiddels middenvelders van Manchester United en Napoli, door een groep mensen die zich als familieleden voordeden naar Italië gesmokkeld. Toen de Italiaanse overheid hier enkele jaren later achter kwam, kregen beide voetballers $52.000 boete voor het vervalsen van reisdocumenten.

    Over hun ‘familie’ wilden Diallo en Junior Traore lange tijd niet praten, wat best logisch is. ‘In sommige gevallen beschouwen de slachtoffers de schimmige figuren die hen hebben opgelicht toch als een soort verlosser, omdat ze hen per slot van rekening naar Europa brachten,’ zegt Canepa. ‘En zodra spelers zich realiseren dat ze zijn verhandeld, waarom zouden ze aan de politie bekennen hoe ze het land zijn binnengekomen?’

    In afwachting op een kans

    In tegenstelling tot velen wil Armel Djaoum, 27, wel over zijn ervaring praten. ‘Ik denk dat God me deze ervaring heeft laten beleven zodat ik er getuige van kon zijn en heb daar dan ook beslist geen spijt van,’ zegt hij terwijl hij over een voetbalveld in Gravier, Songon loopt: een klein stuk grond met zandbodem gelegen tussen een bananenboomgaard en een bescheiden herberg waar een paar oude mannen kletsen en cola drinken. De doelen zijn gemaakt van roestige, met stukken net aan elkaar gebonden ijzeren buizen. Ongeknipt gras definieert de grenzen van het speelveld. 

    ‘Op dit veld scoorde ik mijn eerste goal. Het was mijn hele wereld.’

    Djaoum vertelt dat hij op 19-jarige leeftijd werd benaderd door een Kameroense scout die spelers uit West-Afrikaanse landen rekruteerde en hen naar Marokko stuurde voor proefperiodes bij een club in de derde divisie. Djaoum betaalde de man $2.100, maar de training vond nooit plaats. Zonder geld om naar huis te komen, en nog altijd in afwachting op een kans om te kunnen spelen, bleef Djaoum illegaal in Marokko voor een paar jaar totdat zijn vader, die hem financieel had ondersteund, ziek werd. Djaoum deed een beroep op de Internationale Organisatie voor Migratie voor vrijwillige repatriëring, zodat hij aan zijn vaders zij kon staan voor hij stierf.

    Niet iedereen was even blij met Djaoums terugkomst. ‘De mensen uit mijn dorp verwachtten een succesvolle speler. In plaats daarvan kregen ze een persoon zonder geld die hen teleurstelde,’ herinnert hij zich terwijl hij in het bankstelsel van zijn spartaans ingerichte woning zakt. ‘Ze namen me niet langer serieus. Toen ik weer ging trainen, maakten ze zelfs grapjes. Dat deed me pijn: ze wisten niet wat ik had meegemaakt.’

    ‘Ik geloofde veel in die kans in Ghana, omdat mijn moeder mij alles had gegeven om te slagen’

    Schaamte en angst voor vergelding achtervolgen de slachtoffers van mensenhandel en dragen volgens Bright mogelijk bij aan ondergerapporteerde gevallen. Zo had Serge, die niet één maar twee keer slachtoffer werd van mensenhandel, zijn verhaal tot nu toe nooit eerder publiekelijk gedeeld.

    Het tweede misdrijf gebeurde toen hij 16 was en voor een amateurclub speelde in Noord-Abidjan. Af en toe verscheen er een Italiaanse man op het trainingsveld, die ballen, shirts en andere voetbalspullen met zich meebracht. Niemand wist wie hij was of waar hij vandaan kwam, tot hij Serge en zijn teamgenoten een voorstel deed om in Italië een proefwedstrijd te spelen in het bijzijn van recruiters. De kosten waren astronomisch, bijna $5.000 per persoon, maar de families van de spelers waren door het dolle en gingen snel op zoek naar financiering. Serge’s moeder vroeg verschillende familieleden om leningen, maar kon het gevraagde bedrag niet bij elkaar krijgen. Gelukkig had de Italiaan nóg een aanbod: een wedstrijd in Ghana voor een lagere prijs.

    Serge ging naar Ghana, maar de wedstrijden bleken niets meer dan vriendschappelijke wedstrijden tegen lokale teams te zijn. Ook waren er geen scouts aanwezig om de spelers te observeren. Serge’s familie slaagde er nooit in om hem naar Italië te sturen, en dus keerde hij wederom met lege handen terug.

    ‘Ik geloofde veel in die kans in Ghana, omdat mijn moeder mij alles had gegeven om te slagen,’ zegt Serge terwijl zijn ogen afdwalen naar twee teams van jonge jongens die strijden op een modderig veld in Yopougon waar soms scouts komen kijken.

    Zittend in een café legt hij uit dat zijn moeder hem vroeger naar training bracht voor ze naar haar werk ging en hem na afloop weer ophaalde, waarbij ze veel van haar geringe salaris aan vervoer uitgaf. ‘Voor ze overleed, zei ze dat ik naar Ghana moest gaan om vervolgens naar een ander land met betere kansen te reizen. Helaas kon ik haar droom niet waarmaken.’

    Steun

    De mensenhandel heeft een zware tol geëist, zowel financieel als emotioneel. En niet alleen van Serge, maar ook van zijn familie. Toen hij zijn eigen gezin startte, besloot hij met voetbal te stoppen en ging hij op zoek naar een veiligere, betrouwbaardere manier om zijn kinderen te ondersteunen.  

    Na zijn ontberingen in de Filippijnen keerde ook Kouassi met lege handen terug naar huis. Tot zijn verbazing werd hij echter niet belachelijk gemaakt, maar verwelkomd. De onafgebroken steun van zijn familie gaf hem de kracht zijn droom om professioneel voetballer te worden na te streven. Ondanks zijn jonge leeftijd gaat Kouassi zelden op stap en volgt hij een gezonde levensstijl. Hij is onlangs lid geworden van Yopougon F.C., een derde divisieclub waar hij speelt voor een kleine beurs die zelfs het vervoer naar training en wedstrijden niet dekt. Maar de intentie om op te geven, heeft hij niet. Zijn doel is en blijft Europa te bereiken.

    ‘Elke dag probeer ik mezelf op te vrolijken,’ zegt hij terwijl hij zich voorbereidt om te gaan hardlopen. Hij pakt zijn voetbalschoenen en wijst naar een op een rommelige plank geplaatste trofee die hij won toen hij een tiener was. Hij benadrukt dat, zolang zijn lichaam functioneert, hij op het veld zal staan.

    ‘Cristiano Ronaldo is 39 jaar oud en blijft ook spelen. Waarom zou ik hetzelfde niet kunnen doen? Ik wil blijven spelen totdat ik me zwak voel, totdat ik de bal niet meer kan schieten.’

  • Niger: junta sluit luchtruim vanwege dreigende militaire interventie

    Niger: junta sluit luchtruim vanwege dreigende militaire interventie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Indiase ruimtemissie op schema: Chandrayaan-3 in baan om de maan

    » Ten minste 34 doden bij treinongeluk in Pakistan

    Ultimatum van ECOWAS is verlopen

    De Nigerese coupplegers hebben het luchtruim van het land tot nader order gesloten vanwege de dreiging van een militaire interventie door buurlanden. Vliegverkeerwebsite Flightradar24 laat zien dat er op dit moment geen vliegtuigen in het luchtruim van Niger zijn, meldt de BBC. De West-Afrikaanse groep van landen, ECOWAS, had gewaarschuwd geweld te gebruiken als president Mohamed Bazoum zondagavond niet in zijn functie hersteld zou zijn.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het ultimatum is inmiddels verlopen en ‘nu zijn alle ogen gericht op de volgende beslissing van de West-Afrikaanse leiders,’ schrijft Al Jazeera. De coupplegers lijken vast te houden aan de macht: ze weigerden deze week bemiddelaars te ontmoeten die door ECOWAS waren gestuurd om te onderhandelen over een diplomatieke uitweg uit de crisis. Op zondagavond was er echter ‘geen militaire interventie in zicht,’ aldus de Qatarese zender. Een woordvoerder van de junta zegt dat het leger van Niger klaarstaat om het land te verdedigen.

    Bazoum werd op 26 juli gearresteerd en generaal Abdourahmane Tchiani, commandant van de presidentiële garde, riep zichzelf later uit tot nieuwe leider. De militaire machtsovername is internationaal veroordeeld, onder andere door de voormalige koloniale mogendheid Frankrijk en de rest van de Europese Unie, maar ook door de Verenigde Naties en de Verenigde Staten.

    Lees ook:

  • West-Afrikaanse landen waarschuwen Niger, waar politici worden opgepakt

    West-Afrikaanse landen waarschuwen Niger, waar politici worden opgepakt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Koranverbrandingen in Denemarken en Zweden gaan door

    » Colombiaanse president Petro in het nauw na arrestatie zoon

    Woensdag vond er een staatsgreep plaats in Niger

    Het West-Afrikaanse economische samenwerkingsverband ECOWAS heeft zich op een top in Nigeria uitgesproken tegen de staatsgreep in Niger. Volgens Africa News eisen de landen dat de Nigerese president Mohamed Bazoum weer wordt geïnstalleerd. Zij stellen dat er in het uiterste geval een militaire interventie door de ECOWAS-landen kan volgen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Behalve de dreiging met een interventie worden er sancties voor de coupplegers, onder wie generaal Abdourahmane Tchiani, in het vooruitzicht gesteld. Alle tegoeden van Niger in West-Afrika zijn bevroren, de grenzen met het land zijn gesloten en er mogen geen commerciële in- en uitgaande vluchten plaatsvinden. In een reactie hebben de coupplegers gezegd geen buitenlandse interventie te zullen accepteren. Maandag zijn vervolgens drie prominente politici opgepakt.

    Ook riepen ze hun aanhangers op de straat op te gaan om te protesteren tegen de dreigementen van de ECOWAS-landen. Zondag gaven daar honderden mensen gehoor aan. Zij probeerden de ambassade van Frankrijk in hoofdstad Niamey te bestormen. Niger is een voormalige kolonie van Frankrijk en het Europese land krijgt de schuld van de economisch moeilijke tijden.

    Lees ook:

  • Ontvoerde Australiër in Burkina Faso na zeven jaar vrijgelaten

    Ontvoerde Australiër in Burkina Faso na zeven jaar vrijgelaten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bashar al-Assad aanwezig op top van Arabische Liga

    » Israël: Gespannen ‘vlaggenmars’ in Jeruzalem

    Ken Elliot runde een medische kliniek in Burkina Faso

    Ken Elliot (88), die meer dan zeven jaar gevangen werd gehouden in West-Afrika, is in veiligheid gebracht. Dat maakte de Australische minister van Buitenlandse Zaken Penny Wong vrijdag bekend, meldt The Sydney Morning Herald. De arts uit Perth is herenigd met zijn vrouw Jocelyn en hun kinderen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘We willen God bedanken en iedereen die voor ons is blijven bidden’, zei de familie Elliott in een verklaring van het ministerie. Het echtpaar werd in januari 2016 door terroristen ontvoerd in de buurt van de grens tussen Mali en Niger, waar ze een medische kliniek runden. Jocelyn Elliott ‘werd na drie weken vrijgelaten’, schrijft de Australische krant.

    Lees ook:

  • Wat apenpokken ons vertellen over hoe kwetsbaar we zouden zijn zonder vaccins

    Wat apenpokken ons vertellen over hoe kwetsbaar we zouden zijn zonder vaccins

    Mensen die tegen het uitgeroeide pokkenvirus zijn ingeënt, zijn tientallen jaren immuun, en deze bescherming strekt zich ook uit tot apenpokken. Maar aangezien de vaccinatiecampagnes van lang geleden zijn, neemt de immuniteit onder de bevolking af.

    Keuze uit het archief

    Deze week waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat het aantal besmettingen met mpox – ook bekend als apenpokken – binnen Europa de komende dagen en weken fors toe zou kunnen nemen. Aanleiding voor deze waarschuwing was het feit dat er in Zweden voor het eerst een gevaarlijkere en besmettelijkere variant van het virus bij iemand was aangetroffen.
    Dit artikel van El Diario van twee jaar geleden gaat in op de opkomst van het apenpokkenvirus en op de vraag of het vaccin dat het pokkenvirus uit de wereld heeft geholpen ook bescherming biedt tegen dit pokkenvirus. Uit onderzoek blijkt dat er ook op een pokkenvaccin een houdbaarheidsdatum zit.

    In het Verenigd Koninkrijk zijn de afgelopen maand negen gevallen van apenpokken vastgesteld, in Portugal vijf en in Spanje zijn er ten minste zeven positieve meldingen op een totaal van drieëntwintig verdachte gevallen [op 18 mei]. Wat de internationale verspreiding en het aantal besmettingen van mens op mens betreft, is deze uitbraken van apenpokken op weg de grootste te worden buiten Afrika. Het is niet voor het eerst dat deze zeldzame ziekte, die in West- en Centraal-Afrika voorkomt, zich naar andere landen verspreidt. Feitelijk komt het steeds vaker voor, zowel binnen als buiten Afrika. Hoe komt dat?

    De eerste en grootste uitbraak van apenpokken buiten Afrika vond plaats in 2003 in de Verenigde Staten: zevenenveertig mensen werden getroffen, maar er was geen sprake van overdracht van mens op mens. De schuldigen – of slachtoffers, afhankelijk van hoe je het bekijkt – waren prairiehonden van een dierenhandelaar. Zij waren in contact geweest met besmette knaagdieren uit Ghana.

    De besmette prairiehonden waren verkocht als huisdier. Later onderzoek wees uit dat degenen die een besmet dier hadden aangeraakt of er een beet of krab van hadden gekregen, een verhoogd risico op infectie hadden. Ook het schoonmaken van de kooi of van de ruimte waarin het dier verbleef, vormde een risico.

    Ingeënt

    De onderzoekers ontdekten dat drie mensen asymptomatisch besmet waren geraakt en hoge niveaus van antilichamen tegen het virus hadden aangemaakt. De reden daarvoor was dat zij respectievelijk dertien, negenentwintig en achtendertig jaar eerder waren ingeënt tegen het uitgeroeide pokkenvirus.

    Het apenpokkenvirus behoort tot het genus Orthopoxvirus, waartoe ook het pokkenvirus (Variolavirus) behoort dat in 1980 uitgeroeid werd verklaard. De twee lijken dus sterk op elkaar. 

    Het was al bekend dat het pokkenvaccin decennialang bescherming kan bieden. Uit gegevens die in Engeland werden verzameld tijdens een uitbraak aan het begin van de twintigste eeuw, bleek dat 93 procent van de vijftigplussers die in hun kinderjaren waren ingeënt niet ernstig ziek waren geworden. Ter vergelijking: de helft van de niet-gevaccineerden in die leeftijdsgroep stierf. 

    De bescherming kan dus een leven lang meegaan. ‘We ontdekten dat 90 procent van de vrijwilligers die tussen de vijfentwintig en vijfenzeventig jaar geleden waren gevaccineerd, nog steeds humorale (in de vorm van antilichamen) of cellulaire (in de vorm van T-lymfocyten) immuniteit hadden, of beide’, schreven onderzoekers in een artikel dat in 2003 in Nature Medicine werd gepubliceerd.

    ‘De omvang en de duur van epidemieën van apenpokken zullen toenemen naarmate de bescherming door [pokken]vaccins in de bevolking afneemt‘

    Daarom ontstond het vermoeden dat mensen die tegen pokken waren ingeënt, een zekere kruisimmuniteit tegen apenpokken hebben. Een waarnemingsstudie die tussen 1980 en 1984 werd uitgevoerd in Zaïre (nu de Democratische Republiek Congo), had al een bescherming van 85 procent aangetoond

    De auteurs van die studie waarschuwden toen dat ‘de omvang en de duur van epidemieën van apenpokken zullen toenemen naarmate de bescherming door [pokken]vaccins in de bevolking afneemt‘. Door verminderde overdraagbaarheid zouden pokken echter niet al te lang in menselijke populaties blijven bestaan, ‘ook niet als vaccinatie ontbreekt’.

    Vaccinschaarste

    De uitbraak bij de prairiehonden bood een unieke gelegenheid om deze bevindingen nader te bestuderen. Omdat een endemisch Orthopoxvirus in Noord-Amerika niet voorkomt, kon de mogelijkheid van kruisimmuniteit, ontstaan door blootstelling aan eerdere virussen, worden uitgesloten. De enige bescherming die de bevolking had was die tegen het pokkenvaccin. Inentingen tegen pokken werden tot 1972 toegediend; de helft van de Amerikaanse bevolking had het vaccin tegen die tijd gekregen.

    Bij de uitbraak van 2003 bleek de bescherming niet volledig te zijn: vijf gevaccineerden raakten wel besmet met symptomen, tegenover het asymptomatische drietal. Vanwege het lage aantal patiënten kon de beschermingsgraad niet worden berekend. Wel werd ondersteund wat eerdere studies hadden aangetoond, namelijk dat het pokkenvaccin decennialang tegen menselijke pokken beschermt, maar ook tegen vergelijkbare virussen als apenpokken.

    ‘Beide vaccins zijn momenteel schaars, en er zal op korte termijn niet op genoeg zijn voor iedereen’

    Maar de oorspronkelijke pokkenvaccins zijn niet meer in omloop. Een nieuw vaccin tegen mensen- en apenpokken op basis van levende verzwakte virussen, is respectievelijk in 2013 en 2019 goedgekeurd door het EMA en de FDA, maar het is niet beschikbaar voor het grote publiek. Volgens de CDC denken deskundigen dat toediening van deze vaccins na blootstelling aan het apenpokkenvirus zou kunnen helpen de ziekte te voorkomen of minder ernstig te maken.

    ‘Beide vaccins zijn momenteel schaars, en er zal op korte termijn niet op genoeg zijn voor iedereen, maar het is ook niet zo dat we vanaf nul moeten beginnen’, zegt Mar Faraco, voorzitter van de Vereniging van Internationale artsen.

    Makaken

    Apenpokken werden in 1958 in een laboratorium ontdekt bij makaken, vandaar de naam. In de praktijk wordt de ziekte meestal overgebracht door kleine zoogdieren als ratten en eekhoorns, maar apen kunnen ook een rol spelen. De ziekte werd voor het eerst bij mensen ontdekt in 1970 in de Democratische Republiek Congo (DRC) en is sindsdien in elf Afrikaanse landen waargenomen. De ware omvang van de ziekte is onbekend; accurate cijfers uit Afrika ontbreken.

    De laatste jaren is gebeurd wat de onderzoekers van de studie in 1988 vreesden: het aantal gevallen is toegenomen. In Nigeria zijn sinds 2017 558 gevallen en 8 sterfgevallen geconstateerd. In de DRC zijn dit jaar tot nu toe honderden gevallen gemeld, waarvan 704 in januari en februari; 37 daarvan hadden een dodelijke afloop. Sinds januari 2020 meldde DRC meer dan 10.000 infecties en 342 sterfgevallen.

    Een in 2010 gepubliceerde studie uit Congo kwam tot de conclusie dat het aantal gevallen van apenpokken in 2006-2007 was vertwintigvoudigd ten opzichte van de jaren tachtig. ‘Dertig jaar na het einde van massale vaccinatiecampagnes tegen pokken is er sprake van een dramatische toename van apenpokken bij mensen in de plattelandsgebieden van de Democratische Republiek Congo’, aldus het rapport. 

    ‘Mogelijk is er iets veranderd in de verspreiding van het virus onder wilde dieren in West-Afrika’

    De afname van immuniteit onder de bevolking is niet per se de enige factor die verantwoordelijk is voor de toename van het aantal gevallen. ‘Mogelijk is er iets veranderd in de verspreiding van het virus onder wilde dieren in West-Afrika, waardoor het verspreidingsgebied is vergroot en dat mensen besmet raken groter is,’ aldus viroloog Michael Skinner van het Imperial College in Londen.

    Er bestaan twee stammen van het virus, de West-Afrikaanse en de Congolese. De dodelijkheid loopt uiteen van 1 procent voor de mildere, West-Afrikaanse stam, die werd aangetroffen bij de getroffenen in Groot-Brittannië, waarvan een uit Nigeria was teruggekeerd, tot 10 procent voor de Congo-stam, die waarschijnlijk ook besmettelijker is. Deze cijfers uit Afrikaanse landen zijn echter niet noodzakelijkerwijs toepasbaar op plekken met betere gezondheidsdiensten en een betere volksgezondheid.

    ‘Het risico van een grote uitbraak in Spanje is zeer klein,’ zegt eerdergenoemde Mar Faraco. Jacob Lorenzo, directeur van het Universitair Instituut voor Tropische Ziekten en Volksgezondheid van de Canarische Eilanden van de Universiteit van La Laguna, is het daarmee eens. ‘Grootschalige overdracht is onwaarschijnlijk, maar we moeten waakzaam zijn,’ zegt hij.

    Nauw contact

    Toch zijn gezondheidsdiensten wereldwijd verontrust vanwege de grote hoeveelheid besmette personen die niet recent een reis hebben gemaakt. Het vermoeden is dat er, ook als de uitbraken onder controle worden gehouden, nog meer gevallen zullen opduiken, ook in andere landen. Gezien de incubatietijd is het mogelijk dat transmissie heeft plaatsgevonden voordat er alarm werd geslagen.

    ‘Dit is zeldzaam en ongebruikelijk,’ zegt Susan Hopkins, hoofd medisch advies van de UK Health Safety Agency (UKSHA). ‘Er zijn aanwijzingen dat apenpokken binnen de gemeenschap zijn overgedragen door nauw contact.’

    Een Amerikaanse CDC-functionaris deelde haar zorgen met STAT: ‘Dit beeld is heel anders dan we gewoonlijk zien bij apenpokken. We zijn enigszins bezorgd over een mogelijke verspreiding buiten het VK.’

    Alle verdachte en bevestigde gevallen hebben zich voorgedaan bij mannen die seks hebben met mannen

    Om de zaak nog ingewikkelder te maken, hebben alle verdachte en bevestigde gevallen zich voorgedaan bij mannen die seks hebben met mannen, hoewel het onduidelijk is of er sprake is was van seksuele overdracht of van overdracht via nauw contact. 

    UKSHA-epidemioloog Mateo Prochazka erkent dat dit gegeven ‘mogelijk gevolgen heeft voor het bestrijden en controleren van uitbraken’, maar wees ook op het belang ‘te waken voor het versterken van stigma’s en ongelijkheid’.

    Om al deze redenen kan de verspreiding van de ziekte op veel niveaus worden geanalyseerd. Er komen veel maatschappelijke problemen in samen: zoönosen, opkomende ziekten, vaccinatie – of het gebrek daaraan –, handel in wilde dieren en het houden van wilde dieren als huisdier, stigmatisering van getroffen bevolkingsgroepen, beschadiging van ecosystemen en gezondheid als een mondiaal probleem. En bovenal herinnert het ons eraan dat we leven op een planeet die wemelt van de virussen. 

    Lees ook:

  • Ghana gaat ongevaccineerde reizigers beboeten

    Ghana gaat ongevaccineerde reizigers beboeten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Chili: verpletterende overwinning voor linkse presidentskandidaat Boric

    » Egypte: vijf jaar gevangenis voor mensenrechtenactivist Alaa Abdel Fattah

    Ongevaccineerde buitenlanders wordt ook de toegang geweigerd

    Ghana heeft aangekondigd dat luchtvaartmaatschappijen een boete van 3500 dollar, ruim 3000 euro, zullen moeten betalen voor elke passagier die niet volledig ingeënt tegen corona aankomt op Kotoka International Airport, de internationale luchthaven van hoofdstad Accra, bericht Al Jazeera. Volgens de maatregelen die aanstaande woensdag van kracht worden, zullen luchtvaartmaatschappijen met hetzelfde bedrag worden beboet voor reizigers die geen gezondheidsverklaring hebben ingevuld voordat ze aan boord zijn gegaan voor hun vlucht naar Accra.

    Ghanezen die invliegen zonder aan de vereisten te voldoen, moeten veertien dagen in quarantaine; buitenlanders kan de toegang worden geweigerd. Ghana hanteert enkele van de strengste coronabeperkingen in West-Afrika.

    Lees ook:

  • West-Afrika ruimt zijn fossielen op

    West-Afrika ruimt zijn fossielen op

    In West-Afrika nemen ze in rap tempo afscheid van dictators en andere langzittende machthebbers. Alleen de Togolese president Faure Gnassingbé houdt hardnekkig vast aan het pluche.

    Twee jaar geleden kwamen de leiders van vijftien West-Afrikaanse landen in de Ghanese hoofdstad Accra samen om de politieke toekomst van de regio te bespreken. Het was een bijeenkomst van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas), maar het was bepaald geen gewone top. Op de agenda stond een voorstel dat, indien geaccepteerd, de politiek in de regio – en uiteindelijk het hele continent – radicaal zou veranderen.

    Dat voorstel was simpel: alle Ecowas-leiders zouden onder alle omstandigheden niet meer dan twee ambtstermijnen aan de macht blijven. Geen dictators meer. Geen presidenten voor het leven meer. Gewoon regelmatige machtswisselingen, regelmatige verversing van het bewind, regelmatige cycli van politieke vernieuwing.

    Op een continent dat berucht is om machthebbers die hardnekkig aan het pluche kleven, was dit een revolutionair voorstel.

    En bijna werd het aangenomen.

    In het debat stemden dertien landen voor de motie: Benin, Burkina Faso, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Ivoorkust, Kaapverdië, Liberia, Mali, Niger, Nigeria, Senegal en Sierra Leone – vrijwel allemaal landen waar in de afgelopen tien jaar een vredige machtsoverdracht is geweest, na geloofwaardige verkiezingen. Van de staatshoofden van deze landen was Ernest Bai Koroma, de president van Sierra Leone, het langst aan de macht. Hij regeerde destijds pas acht jaar, en in maart 2018 treedt hij af. Geleidelijk aan, zonder veel ophef, is West-Afrika een democratisch bastion op het continent geworden. Maar er resten nog een paar politieke fossielen.

    Dwarsliggers Togo en Gambia

    Twee landen waren tegen het plan van maximaal twee ambtstermijnen: Gambia en Togo. Dat mag nauwelijks een verrassing heten. Yahya Jammeh, de toenmalige president van Gambia, kwam in 1994 door een militaire coup aan de macht en weigerde categorisch de scepter uit handen te geven. Faure Gnassingbé ‘erfde’ het presidentschap van Togo in 2005 na de dood van zijn vader – die al sinds de onafhankelijkheid in 1967 in het zadel zat.

    Evenals de Afrikaanse Unie werkt Ecowas op basis van consensus. Door de tegenstemmen van Gambia en Togo vond de motie geen doorgang. Hoewel ze een kleine minderheid vormden, hadden de fossiele regimes deze ronde gewonnen. Maar de rest van Ecowas zou zich wreken.

    In december 2016 leed Jammeh een verrassende verkiezingsnederlaag, maar hij weigerde zijn functie neer te leggen. Zonder de massale opstand van de bevolking en het kordate optreden van Ecowas was hij er misschien zelfs mee weggekomen. Verscheidene Afrikaanse staatshoofden vlogen naar Banjul om Jammeh over te halen het veld te ruimen. Senegal, het land dat Gambia aan drie kanten omsluit, sloot zijn grenzen. In alle haast werd een regionale interventiemacht opgetrommeld – een paar duizend militairen uit Senegal, Nigeria en Ghana, om hem tot aftreden te dwingen. Op 21 januari vertrok Jammeh in het holst van de nacht met een privévliegtuig, verslagen en weggebonjourd. Niet langer president voor het leven. Weer een fossiel geruimd.

    Demonstranten in Togo eisen om hervormingen en blokkeren de straat met brandende banden, 8 september 2017. – © Alphonse Logo / Anadolu Agency
    Demonstranten in Togo eisen om hervormingen en blokkeren de straat met brandende banden, 8 september 2017. – © Alphonse Logo / Anadolu Agency

    Wat ons bij Togo brengt, de laatste dwarsligger. Togolezen zijn niet doof voor de roep om meer democratie die in de regio weerklinkt. Ze hebben gezien hoe Gambia zich van Jammeh heeft ontdaan. Ze hebben ook gezien hoe hun noordelijke buur, Burkina Faso, in opstand kwam tegen de dictator Blaise Compaore, die na een golf van protesten in 2014 uit het land werd verdreven, waarna een nieuw democratisch bestel werd ingeluid. Kan Togo hetzelfde doen?

    In september organiseerde de snel groeiende protestbeweging betogingen in een aantal steden. Niet afgeschrikt door de oproeppolitie, gingen tienduizenden Togolezen de straat op, gehuld in de oppositiekleuren rood, oranje en roze. ‘Vijftig jaar is te lang,’ scandeerden ze, doelend op de Gnassingbé-dynastie.

    ‘We zullen weer de straat op gaan,’ zegt de onvermoeibare oppositieleider Jean-Pierre Fabre. ‘Faure moet met ons in gesprek gaan over de voorwaarden van zijn vertrek.’ Bij zijn inspanningen om Gnassingbé uit het zadel te lichten wordt Fabre inmiddels bijgestaan door Tikpi Atchadan, leider van de Pan-Afrikaanse Nationale Partij (PNP), die zich aan de zijde van de oppositie heeft geschaard. In tegenstelling tot Fabre is Atchadan afkomstig uit het noorden van het land, van oudsher een stevig bolwerk van aanhangers van de president. Door deze aanwinst krijgt het protest in één klap meer gewicht.

    ‘Wij hielden een demonstratie. Enorme opkomst! Jullie hielden een tegendemonstratie. Niemand. Wij hielden een tegendemonstratie. Massa’s mensen! Jullie werden boos, haalden internet uit de lucht en sloegen ons neer’

    In een poging de demonstraties, die grotendeels via de sociale media worden georganiseerd, de kop in te drukken, legde de regering het internet plat, zodat het merendeel van de Togolezen geen toegang had tot Facebook of WhatsApp en het bijna onmogelijk werd om betogingen op poten te zetten. ‘Wij hielden een demonstratie. Enorme opkomst! Jullie hielden een tegendemonstratie. Niemand. Wij hielden een tegendemonstratie. Massa’s mensen! Jullie werden boos, haalden internet uit de lucht en sloegen ons neer,’ twitterde mensenrechtenactiviste Farida Nabourema.

    Een aantal voormalige leiders van buurlanden heeft er bij de Togolese president op aangedrongen de boodschap van de demonstranten ter harte te nemen. De Nigeriaanse oud-president Olusun Obasanjo zei dat Togo zijn grondwet moet herschrijven en opperde dat het misschien tijd werd voor een nieuw gezicht in het presidentiële paleis. ‘Gnassingbé heeft alle mogelijkheden om zijn land vooruit te helpen inmiddels uitgeput – of hij moet buiten ons medeweten iets nieuws achter de hand hebben.’

    Maar de West-Afrikaanse leiders hielden zich opvallend stil. Wellicht omdat Gnassingbé, ondanks al zijn tekortkomingen, eerder dit jaar tot voorzitter van Ecowas is verkozen, een ceremoniële positie. Maar dit zal hem niet beschermen als de protesten verder aanzwellen.

    ‘De positie van de president is erg wankel, en als het uit de hand loopt, zal geen van de bevriende regeringsleiders uit Ecowas of Europa hem te hulp schieten,’ zegt Francois Conradie, politiek analist in een interview met Al Jazeera.

    Kortom, Gnassingbé staat alleen. Dit in sterk contrast met andere regio’s in Afrika, waar langzittende machthebbers kunnen rekenen op de onbetwiste steun van collega-staatshoofden. Denk alleen al aan het stilzwijgen van het regionale samenwerkingsverband SADC over de talloze misstappen van Robert Mugabe, president van Zimbabwe, of de oogluikende instemming van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap met de derde ambtstermijn van zowel Burundi’s president Pierre Nkurunziza als Rwanda’s president Paul Kagama.

    Nee, dan West-Afrika, dat er ondanks alle gebreken in slaagt vreedzame machtswisselingen af te dwingen. Gnassingbé is de laatste antidemocratische fossiel die nog over is. De vraag is voor hoe lang.

    Auteur: Simon Allison
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.