Tag: West-Europa

  • 2. Saksen komt in actie

    2. Saksen komt in actie

    Vrachtwagenchauffeurs op de West-Europese wegen komen steeds vaker uit Oost-Europa. Ze zijn maanden van huis en krijgen ver onder West-Europese norm betaald. Dat is niet alleen slecht voor hen, maar ook voor de branche.

    ’s Middags om vier uur is het nog tamelijk rustig op de Raststätte langs de A4 vlak voor Chemnitz. Van de zeventig parkeerplaatsen voor vrachtwagens zijn er maar een stuk of tien bezet. Personenauto’s zijn er ook nauwelijks. Voor het restaurant maakt een reusachtig hobbelpaard reclame voor het nabijgelegen Ertsgebergte naast een vlag met daarop een ‘knapperige schnitzel met patat voor € 10,49’. Een goed trefpunt voor mensen die hebben afgesproken op dit uitgestrekte oord.

    Deze woensdag komt er een bonte verzameling mensen bijeen: vier jonge vrouwen en een man in neonkleurige hesjes, naast politici en vakbondslui in pak. Wat hen bindt is de wens tot eerlijke arbeidsomstandigheden en rechtvaardige lonen voor vrachtwagenchauffeurs, waar ze ook vandaan komen. Tijdens een vier uur durende actie willen ze gesprekken voeren en folders uitdelen.

    Stefan Brangs, staatssecretaris van Economische Zaken van Saksen, stelt zich voor als ‘de geldschieter’ van de actie. Zijn deelstaatministerie financiert het vijfkoppige team van het adviesbureau voor buitenlandse werknemers in Saksen (BABS) met 500.000 euro. ‘We willen af van de zwarte schapen’, zegt hij. Het adviesbureau hoopt via voorlichting ertoe te kunnen bijdragen ‘dat de Duitse normen ten aanzien van het minimumloon en de loondoorbetaling bij ziekte de norm worden voor alle vrachtwagenchauffeurs op onze wegen’.

    Oost-Europese lonen

    Op het neongroene hesje van Michael Wahl staat: ‘Eerlijk werk, eerlijke betaling, eerlijke mobiliteit’. Wahl is van de Deutscher Gewerkschaftsbund (DGB), de Berlijnse koepelorganisatie van acht Duitse vakbonden. Hij werkt al meer dan een jaar voor het project ‘Eerlijke mobiliteit’ en heeft naar eigen zeggen gesproken met meer dan drieduizend chauffeurs. Bij de internationale cabotage, binnenlands vervoer door buitenlandse transporteurs, heersen volgens hem ‘wildwesttaferelen’: ‘De chauffeurs zitten meestal twee, drie weken aan één stuk achter het stuur. Roemenen en Bulgaren worden met een minibusje aangevoerd, gaan meteen op de bok zitten en zijn twee, drie maanden onderweg. Veel chauffeurs moeten zelfs in hun pauzes nog laden.’

    Hoewel het leven van de chauffeurs zich afspeelt op de autosnelwegen van West-Europa worden ze vaak afgescheept met loon op Oost-Europees niveau: € 1,57 is het minimumuurloon in Bulgarije, in Roemenië € 2,50, in Slowakije € 2,76 en in Polen € 2,85. En dat terwijl de financiële rechtbank van Baden-Württemberg twee weken geleden nog heeft bepaald dat het Duitse minimumuurloon van € 8,84 ook voor buitenlandse transportbedrijven en hun hier slechts tijdelijk ingezette chauffeurs geldt.

    Bij ziekte wordt deze chauffeurs stelselmatig een groot deel van de loondoorbetaling onthouden, zegt het Saksische deelstaatministerie van Economische Zaken. Veel chauffeurs krijgen bovendien de laatste maand van hun arbeidscontract niet betaald. Verder moeten ze vaak onder mensonterende omstandigheden werken. De werkgevers sturen de chauffeurs dwars door Europa met amper 8 euro per dag voor maaltijden. De chauffeurs slapen in de cabine, hoewel ze recht hebben op een hotel. Maar omdat de kosten daarvoor afgaan van de onkostenvergoeding, blijven ze liever in de vrachtwagen – ook uit zorg om de lading, want elk jaar worden 26 duizend vrachtwagens opengebroken.

    Ze krijgen wel salaris, maar weten niet of het bedrag klopt en of de wettelijke bijdragen voor de zorgverzekering en de volksverzekeringen worden betaald

    Naast een truck met oplegger uit Macedonië zijn twee chauffeurs op een gasbrandertje aardappels met spek aan het bakken. Een van hen – gelet op zijn zwart-wit gestreepte voetbalshirt een fan van Juventus – zegt dat ze vijf dagen onderweg zijn, tweeduizend kilometer hebben afgelegd en nu de dag aan het afsluiten zijn. De idylle is bedrieglijk. Met informatie zijn ze karig en in de krant willen ze al helemaal niet. De voorlichters hebben het niet eenvoudig. Veel chauffeurs zijn onzeker, sommigen gluren door een spleet tussen de gordijntjes. Angst voor controle, niet vermoedend dat daarbuiten mensen zijn die willen helpen.

    Maar weinigen laten zich verleiden tot langere gesprekken of zijn bereid om over hun nomadenbestaan te vertellen. ‘Veel chauffeurs waren dankbaar voor de informatieflyer – die zelfs in hun moedertaal was – en het contact met het adviesbureau’, zegt BABS-adviseur Leona Bláhová. Haar collega Paulina Bukaiová praat vooral met Poolse chauffeurs. ‘Soms krijgen we echt vreselijke verhalen te horen’, zegt ze. Zo zijn er chauffeurs ‘die al jaren voor een expeditiebedrijf werken, maar nog nooit een salarisafrekening hebben gezien’. Ze krijgen wel salaris, maar weten niet of het bedrag klopt en of de wettelijke bijdragen voor de zorgverzekering en de volksverzekeringen worden betaald. ‘Maar er zijn ook goede verhalen’, zegt ze relativerend. Enkele chauffeurs zijn erg tevreden over hun werkgever.

    Volgens de federale dienst voor het goederenverkeer is het aandeel tolkilometers van West-Europese vrachtwagens sinds 2007 gedaald van 13 naar 10 procent. Het aandeel van de Oost-Europeanen is daarentegen gestegen van 18 naar 24 procent. De Polen lopen hierin voorop, zoals ze ook de parkeerplaatsen op de Raststätte vlak voor Chemnitz domineren.

    Een vrachtwagenparkeerplaats in Duitsland. Volgens het Federal Highway Research Institute (BASt) komt Duitsland meer dan 25,000 parkeerplaatsen voor vrachtwagens tekort. – © Andreas Arnold / dpa Photo via Newscom
    Een vrachtwagenparkeerplaats in Duitsland. Volgens het Federal Highway Research Institute (BASt) komt Duitsland meer dan 25,000 parkeerplaatsen voor vrachtwagens tekort. – © Andreas Arnold / dpa Photo via Newscom

    Onder druk van de prijzenoorlog trekken steeds meer Duitse ondernemingen zich na de internationale transport ook terug uit het nationale vervoer en rijden ze alleen nog maar regionaal. De vereniging voor goederenverkeer, logistiek en afvalverwerking maakt zich zorgen om de branche en de aantrekkingskracht van het chauffeursberoep en heeft de Europese Unie al opgeroepen om de wildgroei niet te legaliseren door het grensoverschrijdende verkeer uit de transportrichtlijn te schrappen.

    Maar Michael Wahl van de DGB weet: ‘Zwarte schapen zitten niet alleen in het buitenland. Ook Duitse ondernemingen doen aan loon- en sociale dumping’, zegt hij. ‘Wie als opdrachtgever zo weinig betaalt, is zich er heel goed van bewust dat die deal alleen maar door lage lonen tot stand kan komen.’ Ook Andreas Brosam van de vereniging van beroepschauffeurs in Chemnitz-Zwickau kent het klappen van de zweep. Hij rijdt op een 40-tonner voor Weck + Poller, een van de grootste expeditiebedrijven van Saksen. ‘60 procent van de buitenlandse vrachtwagens rijdt voor Duitse opdrachtgevers’, zegt hij. ‘De buitenlandse chauffeurs zijn niet de boosdoeners. Zij zijn collega’s die worden uitgebuit.’

    Zes uur, de parkeerplaats loopt vol. De vrachtwagens hebben Tsjechische, Slowaakse, Litouwse, Bulgaarse, Oekraïense en vooral Poolse kentekens. Maar dat laatste zegt niet veel, vanwege de kosten. ‘Er zitten steeds vaker Oekraïners op’, zegt Michael Wahl. De uitbuiting verschuift verder richting het Oosten.

    De voorlichters gaan naar de Raststätte aan de andere kant van de autosnelweg, richting Dresden. De 46-jarige Aleksei heeft er de laatste parkeerplaats weten te bemachtigen. De Oekraïner zit op een Slowaakse truck, waaraan een Tsjechische oplegger hangt. Hij komt van de Franse grens en is doodop. Maar hij draait het raampje omlaag. Hij moet naar Lichtenau, zegt hij. En hoewel hij in een kwartiertje op zijn bestemming zou zijn, beveelt de tachograaf pauze. Hij was ooit ingenieur in de vliegtuigindustrie en verdient sinds twee jaar de kost als vrachtwagenchauffeur. Hij moet geld verdienen voor zijn studerende dochter en zoon. Hij heeft heimwee en wil voor het paddenstoelenseizoen thuis zijn.

    Wanneer de zon ondergaat, maakt Leona Bláhová van BABS de balans op. ‘We hebben met 48 vrachtwagenchauffeurs uit acht landen gesproken’, zegt ze. ‘De meesten hebben in elk geval het informatiemateriaal aangenomen. De actie is een succes geweest.’

    Haar collega Paulina Sokolowska gokt net als na de eerste actie in februari op de aansluitende mond-tot-mondreclame. ‘Wie vrijwillig naar ons toekomt, staat open voor advies’, zegt de 34-jarige Poolse. Ze benadrukt: ‘We zijn geen babysitters en geven alleen maar een voorzet. Uiteindelijk moet iedereen voor zichzelf zorgen.’

    Kwart voor acht. Op de Raststätte valt de schemering. Maar bij sommige vrachtwagenchauffeurs begint het misschien juist te dagen.

    Auteur: Michael Rothe
    Vertaler: Pieter Streutker

    Sächsische Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 205.565

    Regionale krant die sinds 1946 in Oost-Saksen wordt verspreid, en daar de nummer één is.

  • Voor een hongerloon Europa door

    Voor een hongerloon Europa door

    Het rommelt in de transportsector. Vrachtwagenchauffeurs klagen over slechte arbeidsomstandigheden en marktinflatie. Over de West-Europese snelwegen rijden Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs ver onder West-Europees minimumloon en soms weken achtereen.

    Het onderwerp staat op de agenda van de Europese Unie, maar de vraag is hoe hoog. ‘De sector heeft behoefte aan duidelijke regels, die rechtvaardig zijn en stroken met de aard van de activiteit,’ bepleitte enkele maanden geleden de Europese commissaris van Transport Violeta Bulc. Desondanks lijkt de herziening van het sociaal statuut voor vrachtwagenchauffeurs niet klaar te zijn voor de Europese verkiezingen van mei 2019. Begin juli hebben de leden van het Europees Parlement diverse teksten verworpen, waardoor een gemeenschappelijk standpunt nog altijd op zich laat wachten.

    De afgevaardigden bestrijden het feit dat chauffeurs op internationale routes als ‘tijdelijke arbeidskrachten’ worden beschouwd en eisen regels die de beroepsgroep beter beschermen. Het herzieningsproject waarmee de Europese Commissie in mei 2017 is begonnen, stuit op weerstand. Enerzijds bij lidstaten als Frankrijk, die zich zorgen maken over de concurrentie van transporteurs uit landen met minder hoge kosten. Anderzijds bij Oost-Europese lidstaten, gesteund door Spanje en Portugal, die de beoogde maatregelen te kostbaar vinden voor hun transportondernemingen.

    1. Niet langer een droombaan

    2. Saksen komt in actie

    Beeld: Een vrachtwagenrustplaats aan de A2 in Magdeburg, Duitsland. – © Klaus-Dietmar Gabbert / dpa-Zentralbild / dpa Photo via Newscom

  • Dossier – Europa: de breuk tussen Oost en West

    Dossier – Europa: de breuk tussen Oost en West

    De vluchtelingencrisis heeft een groeiende kloof aan het licht gebracht tussen de oude en nieuwe leden van de Europese Unie. Wiens schuld is dat? Had Brussel te weinig oog voor de geschiedenis, de mentaliteit en de wensen van Oost-Europa? Of leiden de Oost-Europese landen aan een slachtoffersyndroom, zoals Slavenka Drakulić schrijft?

    Het Duitse weekblad Der Spiegel trekt in elk geval een sombere conclusie: de EU-uitbreiding naar het oosten was een fout.

    1. De EU-uitbreiding naar het oosten was een fout

    2. Oorzaken voor de breuk

    3. Het slachtoffersyndroom

    Beeld bovenaan: Migranten rusten aan de Servisch-Hongaarse grens in de buurt van Morahalom. – © Laszlo Balogh / Reuters

  • 3. Het slachtoffersyndroom

    3. Het slachtoffersyndroom

    Waarom weigeren de Oost-Europese landen vluchtelingen op te vangen? Omdat ze nog steeds leiden aan een collectief trauma uit de communistische tijd, schrijft Slavenka Drakulić.

    Tot voor kort leek het erop dat de landen in Oost- en West-Europa naar elkaar toe groeiden en dat de mentaliteit in de nieuwe lidstaten van de Europese Unie zich steeds meer aanpaste aan de democratische normen. Maar de vluchtelingencrisis heeft een hardnekkige kloof blootgelegd. Hongarije, de Tsjechische Republiek en Slowakije verzetten zich tegen de verdelingsquota’s, Bulgarije heeft zijn grens gesloten, ook Roemenië voelt niets voor vluchtelingenopvang en Slovenië en Kroatië zeggen dat ze te weinig opvangcapaciteit hebben. Na de laatste verkiezingen heeft Polen zich bij hen aangesloten. Solidariteit? Nee, dank u.

    In het Westen verbaast men zich over de weigering van de Oost-Europese landen om hun verantwoordelijkheid te nemen. Gisteren vroegen ze nog hulp aan Europa, en die hebben ze gekregen ook. Vanwaar dan deze huidige houding? Daar zijn diverse historische redenen voor.

    Grote verwachtingen

    Op het moment dat ze zich aansloten bij de EU hadden de Oost-Europese landen grote verwachtingen, groter dan kon worden waargemaakt. Naast vrijheid, democratie en respect voor de mensenrechten hoopten de burgers op een beter leven. Voor hun verwachtingen van ‘Europa’ (of van het ‘Westen’) hadden ze verschillende argumenten. Om te beginnen het feit dat zij ook Europeanen waren, die na de Sovjet-bezetting eindelijk in het Europa werden opgenomen waar ze ontegenzeglijk bij hoorden.

    Maar het belangrijkste argument was het leed dat hun bevolking was aangedaan tijdens tientallen jaren Sovjettotalitarisme. Dit leed gaf hun de status van slachtoffers. Dat was iets wat het Westen, dat zich in deze periode had ontwikkeld en steeds rijker was geworden, nooit mocht vergeten. De Oost-Europese landen hadden niet alleen recht op deze erkenning, maar ook op een soort schadevergoeding voor alles wat ze hadden ondergaan. Zo dacht men in Oost-Europa over de hulp en de solidariteit van het Westen, waaraan sommigen niet vergaten toe te voegen dat ze ook nog eeuwenlang onder Turkse bezetting hadden geleefd.


    De psychologie van het slachtoffer heeft altijd een grote rol gespeeld in deze voormalige communistische landen, vooral omdat de slachtofferstatus materiële winst kon opleveren. Maar toen ze eenmaal onafhankelijk waren en deze status werd erkend, kwamen er plotseling nieuwe slachtoffers, die nog meer slachtoffer waren!

    Volgens de totalitaire mentaliteit hoeven slachtoffers zich niet verantwoordelijk te voelen, omdat ze niet verplicht zijn andere slachtoffers te helpen. Daar komt nog bij dat deze landen zich niet alleen solidair moeten tonen met de Europeanen, maar ook met moslimimmigranten met een andere cultuur, andere gewoonten en zelfs een andere huidskleur! De burgers van de voormalige communistische landen zijn niet alleen ondankbaar, ze zijn ook xenofoob geworden.

    Terwijl de EU steeds multicultureler werd, sloten de Oost-Europese landen zich steeds meer van de buitenwereld af

    Nog niet zo lang geleden werd er oorlog gevoerd in ex-Joegoslavië om onafhankelijke staten te creëren, en de Tsjechische Republiek en Slowakije gingen uiteen. Roemenië heeft voortdurend problemen met zijn Hongaarse en Romaminderheid. Bulgarije heeft geprobeerd zijn Turkse minderheid Slavisch te maken. De houding van Hongarije tegenover de Roma is nog schandaliger omdat er niet tegen wordt opgetreden.

    Dit alles valt te verklaren vanuit de wil van deze landen om nationale, liefst etnisch zuivere staten te stichten. Terwijl de EU steeds multicultureler werd, sloten de Oost-Europese landen zich steeds meer van de buitenwereld af.

    We mogen niet de rol vergeten die het nationale bewustzijn, de taal en de godsdienst hebben gespeeld bij de verdediging van de nationale en culturele identiteit, die door de totalitaire regimes werd bedreigd. Daarom roept het idee om vreemdelingen op te vangen en te laten integreren angsten op die de xenofobie aanwakkeren. De vraag die dan rijst is de volgende: waarom zou je oorlog hebben gevoerd met je buren en neven als je nu volstrekte vreemdelingen moet opnemen? Waarom zou je, nu je je staat hebt gesticht, omwille van solidariteit afstand moeten doen van je slachtofferstatus en je nationale homogeniteit?

    Hoogtepunt

    Deze weigerachtige houding is dus niet verbazingwekkend. ‘Ondanks alle druk zullen de Hongaren niet bereid zijn hun culturele model te veranderen, omdat ze binnen hun staat geen parallelle samenleving willen creëren, zoals het geval was toen het Westen een groot aantal migranten uit moslimlanden opving,’ heeft Viktor Orbán openlijk verklaard. Ook al is ze moreel onaanvaardbaar, zijn reactie komt niet helemaal uit de lucht vallen.

    In de huidige crisis wenden ook steeds meer West-Europese burgers zich tot conservatieve partijen. De populariteit van de conservatieve en rechts-radicale partijen beleeft een hoogtepunt. In Letland verwijt men de EU dat ze quota’s oplegt en zich gedraagt als Moskou toen dat tienduizenden Russen naar Letland en Estland stuurde. Om vooruitgang te boeken in de vluchtelingenproblematiek zullen we dus enig begrip moeten tonen voor de reacties en het collectieve trauma van de voormalig socialistische landen.

    Auteur: Slavenka Drakulić
    Vertaler: Peter Bergsma

    Slavenka Drakulić is een veel vertaald Kroatisch journalist en auteur die m.n. schrijft over feminisme, communisme en postcommunisme.

    Beeld bovenaan: Migranten rusten aan de Servisch-Hongaarse grens in de buurt van Morahalom. – © Laszlo Balogh / Reuters

    Jutarnji List
    Kroatië, dagblad, oplage 53.000
    Opgericht na de onafhankelijkheid van Kroatië in 1991. De ‘Ochtendkrant’ is de op een na grootste krant van het land, liberaal georiënteerd en biedt veel ruimte voor columns van nieuw Kroatisch schrijftalent.

  • 2. Oorzaken voor de breuk

    2. Oorzaken voor de breuk

    De Europese Unie heeft zich te lang blindgestaard op economische doelstellingen, en te weinig oog gehad voor de geschiedenis, de mentaliteit en de wensen van Oost-Europa, aldus de Oostenrijkse krant Der Standard.

    Op 1 mei 2014 vierden de leiders van de belangrijkste EU-instellingen niet de Dag van de Arbeid, zoals hun burgers. Ze herdachten ‘een succesverhaal, zowel van de oude als van de nieuwe lidstaten’. Dat waren de woorden van Herman Van Rompuy, de toenmalige voorzitter van de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders. Het was de tiende verjaardag van de grootste uitbreiding in de geschiedenis van de EU, met de toetreding van onder andere Oost- en Midden-Europese landen. Tijdens bliksembezoeken aan Tsjechië en Slowakije werd Van Rompuy onderscheiden.

    Eén jaar en de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog later ziet de ‘volmaakte’ wereld van de vreedzame hereniging na de val van communistische dictaturen er ietwat anders uit. En niet alleen in Praag en Bratislava. In veel West-Europese hoofdsteden neemt de verbittering toe omdat partnerregeringen weigeren op basis van een eerlijke verdeelsleutel vluchtelingen uit Syrië op te nemen.

    De Hongaarse premier Viktor Orbán stelt zich hierbij keihard op. Hij blies de kwestie op tot een Kulturkampf om zijn christelijk-nationalistische wereldbeeld te versterken; hij, die in 1989 als student de charismatische leider van een liberale Fidesz-partij was. De Tsjechische president Milos Zeman, een oud-communist, maakte onlangs duidelijk waarom hij de immigratie van moslims afwijst: ‘Zodra ze in Europa zijn, botsen twee culturen die niet met elkaar te verenigen zijn.’

    In het hoofd van de mensen bestaat het IJzeren Gordijn nog

    De Hongaarse dominee en Europarlementariër László Tökés had deze situatie voorzien. Sinds de toetredingen tot de EU heeft er in Oost-Europa een grote ontnuchtering plaatsgevonden, zei hij een jaar geleden tegen Der Standard. ‘Mentaal, sociaal en in de structuren is er niet veel veranderd. In het hoofd van de mensen bestaat het IJzeren Gordijn nog, dus je kunt spreken van een virtuele deling van Europa.’ Hij klonk treurig. De integratie was helemaal op de economie gericht, men had zich niet bezig willen houden met de mentaliteit van samenlevingen uit een voormalige communistische dictatuur.

    Interessant parcours

    Dominee Tökés legde zelf ook een interessant parcours af. Als lid van de Hongaarse minderheid in Roemenië werd hij vervolgd door het regime van de gevreesde dictator Nicolae Ceausescu. Maar hij zwichtte nooit voor de druk van de Securitate, de geheime dienst. Zijn diensten op zondag werden een verzamelplaats van de oppositie. In de herfst van 1989 escaleerde de situatie in Roemenië toen het regime in Timisoara op demonstranten liet schieten. Enkele weken later was dictator Ceausescu dood, neergeschoten door soldaten van zijn eigen leger, dat tijdens de revolutie een dubieuze rol speelde.

    Tökés werd een van de helden van de revolutie, en bleef in de jaren daarna altijd politiek geëngageerd. In 2007 kreeg hij na de toetreding van Roemenië tot de EU een zetel in het Europarlement als onafhankelijk lid en mensenrechtenactivist. Hij sloot zich aan bij de Europese Groene Partij, maar koos later voor de christendemocraten van de Europese Volkspartij (EVP). In mei 2014 nam hij, met een Hongaars paspoort op zak, zitting in het parlement namens Orbáns Fidesz-partij.

    Het leven van Tökés lijkt op dat van Viktor Orbán en Milos Zeman: een verhaal met meerdere facetten dat een weerspiegeling is van het heterogene ‘nieuwe Europa’ van Donald Rumsfeld [de Amerikaanse minister van Defensie onder George Bush]. Het is zeker niet eenvoudig om alle tegenstellingen en breuklijnen in Europa te begrijpen, of om alle vouwen recht te strijken. Maar toch moeten we een poging doen om te verwijdering tussen West- en Oost-Europa, die door de vluchtelingenkwestie op scherp is gesteld, te verklaren.


    Veel West-Europeanen leven al sinds jaar en dag in een postmateriële maatschappij. Ze hechten waarde aan het algemeen belang en een schoon geweten, en vinden een kopje biologische Fair Trade-koffie belangrijker dan een salarisverhoging. In de meeste Oost-Europese landen daarentegen worstelen brede lagen van de bevolking nog altijd om in het eigen levensonderhoud te voorzien en een bescheiden welvaart te bewerkstelligen.

    In Bulgarije bedroeg het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking in 2014 circa 12.500 euro. Om toch nog iets van voorspoed te kunnen tonen, steken mensen zich in de schulden om statussymbolen als auto’s en smartphones te kopen, vertelt een IT-manager met wie Der Standard sprak, maar die niet met zijn naam in de krant wil. Uit onderzoek blijkt dat de postmaterialisten in India, China en Oost-Europa nog altijd een uiterst kleine minderheid vormen, terwijl er in West-Europa in de jaren negentig van de vorige eeuw op elke vier materialisten al drie postmaterialisten waren.

    Oost-Europa heeft het Holocaust-verleden nog niet verwerkt

    Net als Griekenland hebben veel Oost-Europese landen economisch het hoofd boven water gehouden met kredieten uit het buitenland. Tegelijkertijd hebben ze draconische bezuinigingen doorgevoerd, tot de massale onteigening van de eigen burgers aan toe. Zo is in 2011 in Hongarije tien miljard euro uit particuliere pensioenfondsen genationaliseerd om onder andere eerder geprivatiseerde energiebedrijven terug te kopen. Die bieden de burgers nu lage energietarieven, maar zijn daardoor nauwelijks winstgevend en moeten als de nood aan de man is zelfs door de staat worden gesubsidieerd. Door deze gang van zaken zijn de Hongaren steeds armer geworden, zodat velen zelf emigreren – over economische vluchtelingen gesproken. De website Pester Lloyd maakte laatst melding van circa 600.000 emigranten uit Hongarije (dat tien miljoen inwoners heeft) sinds de machtsovername van Viktor Orbán in 2010.

    Van communisme naar nationalisme

    De Oost-Europeanen hebben lange tijd in bezette communistische satellietstaten geleefd. Hierdoor zijn ze pas heel laat naties gaan vormen, met alle oprispingen van nationalisme van dien. In een essay met de titel ‘Het onzichtbare gordijn’ schreef cultuurwetenschapper Wolfgang Müller-Funk: ‘Tussen de claustrofobische structuur van de kleine familie en het verlangen om in een homogeen gebied met de naam “land” te wonen, bestaat een innerlijk verband, net als tussen het overleven van autoritaire communistische structuren en de “illiberale” democratie die afstevent op een eenpartijstaat, waarin de andere politieke groeperingen en partijen geen concurrenten maar vijanden zijn, die je het best eens en voor altijd kunt uitschakelen. Onze buurlanden zijn communistischer dan ze waarschijnlijk voor zichzelf willen toegeven.’

    Anders gezegd: terwijl West-Europa de moderne tijd al opgeruimd vaarwel heeft gezegd en van het voorvoegsel ‘post’ heeft voorzien, viert die in Oost-Europa hoogtij: communisme in een andere vorm, inclusief een vulgair nationalisme.


    Sommige historici denken dat veel Oost-Europese landen zich onvoldoende hebben beziggehouden met de rol die veel van hun burgers tijdens de Holocaust hebben gespeeld. De Poolse historicus Jan T. Gross schreef hierover eerder in Der Standard: ‘Alle bezette Europese samenlevingen hebben tot op zekere hoogte bijgedragen aan de inspanningen van de nazi’s om de joden uit te roeien. Iedere samenleving heeft dat weer op een andere manier gedaan, afhankelijk van de specifieke omstandigheden die in dat land onder de Duitse bezetter golden. Maar het ergst heeft de Holocaust gewoed in Oost-Europa, wat kwam door het grote aantal joden in die landen en de weergaloze wreedheid van de naziregimes. Na de oorlog had Duitsland – vanwege de denazificatie door de zegevierende mogendheden en zijn verantwoordelijkheid voor de planning en uitvoering van de Holocaust – geen andere keuze dan zich door zijn moorddadige verleden “heen te werken”. Oost-Europa moet zijn moorddadige verleden daarentegen nog verwerken. Alleen als dat gebeurt, kunnen de mensen gaan inzien dat ze de plicht hebben om anderen die voor het noodlot vluchten te redden.’

    Machismo

    Oost-Europese mannen staan gewoonlijk dichter bij het ‘macho-ideaal’ dan hun seksegenoten in West-Europa. Volgens televisiedirecteur Gerhard Zeiler bedienen in Oost-Europa mannen de afstandsbediening en in West-Europa vrouwen. Dat zou ook bijvoorbeeld de populariteit van keiharde actiefilms en vechtsportacteurs als Jean-Claude Van Damme in Oost-Europa verklaren.

    Dit leidt zo nu en dan tot ‘interessante’ percepties. Op de partijdag van Fidesz ontstond onlangs een rel omdat parlementsvoorzitter László Kövér zei: ‘Wij willen niet dat Hongarije een maatschappij wordt van vrouwen die mannen haten en verwijfde mannen die bang zijn voor vrouwen, en die in kinderen en gezinnen enkel een hindernis voor zelfverwezenlijking zien. Wij zouden blij zijn als onze dochters het als summum van zelfverwezenlijking zouden beschouwen om kleinkinderen voor ons te baren.’

    De Hongaarse zanger Ákos Kovács deed er nog een schepje bovenop. Onlangs zei hij op de Hongaarse televisie dat het niet ‘de taak van vrouwen is om evenveel geld te verdienen als mannen, (…) wij zeggen juist dat de vrouw aan iemand toebehoort, hem kinderen moet schenken.’ Magyar Telekom [de Hongaarse aanbieder van telefoon- en internetdiensten] beëindigde hierop zijn sponsorcontracten, waarop de regering in Boedapest op haar beurt contracten met Telekom ontbond, met de verwijzing naar het ‘recht op vrijheid van meningsuiting’ van Kovács. Voor de overheid was het blijkbaar een principekwestie.


    West-Europa is veel meer geseculariseerd dan Oost-Europa, ondanks de tientallen jaren communisme. In landen als Oost-Duitsland en Polen waren juist de kerken anticommunistische verzetshaarden. De in dat verzet gesocialiseerde politici bekleden nu de hoogste posities. Ze verdedigen niet meer alleen de religie, en de vrijheid die deze schonk tegenover het communisme, ze verdedigen nu ook Europa tegen de vluchtelingen. László Kiss-Rigó, de bisschop van Szeged-Csanád, ging in deze strijd zelfs recht tegen de paus in en koos de kant van Orbán. Volgens hem ‘doorziet Franciscus de situatie niet’, namelijk dat de moslims momenteel Europa proberen ‘over te nemen’.

    Moeilijke en tijdrovende democratische processen worden als teken van zwakheid opgevat

    De meeste Oost-Europese landen hebben nauwelijks tijd gehad om ervaring op te doen met democratie. En vaak werden democratische principes als oorzaak gezien van de negatieve gevolgen van de ondergang van het communisme. Voor autoritaire leiders is het relatief eenvoudig om in een dergelijke omgeving succes te boeken. Hoe verder je in de ‘Atlas van Europese waarden’ naar het oosten kijkt, hoe meer steun je vindt voor een sterke leider, die weinig belang stelt in het parlement en verkiezingen. Moeilijke en tijdrovende democratische processen worden als teken van zwakheid opgevat. Gecompliceerde constructies zoals de EU beschouwt men als nutteloos, hoewel er via de Unie elk jaar miljarden naar Oost-Europa stromen.

    Geen toeval

    Maar is dit nu allemaal alleen maar een probleem van de Oost-Europeanen? Zeker niet, zo kunnen we wel stellen na de recente successen van West-Europese rechtspopulisten als de Volkspartij in Denemarken en de FPÖ in Wenen. Net als het Front National van Marine Le Pen, dat de extreemrechtse fractie in het Europarlement aanvoert, doen deze partijen wat EU-scepsis betreft niet onder voor veel leiders in Oost-Europa. Wat ze gemeen hebben is een zekere bewondering voor de autocratische Russische president Vladimir Poetin.

    Volgens de voormalige Tsjechische minister van Buitenlandse Zaken Karl Schwarzenberg is dat geen toeval. Hij zegt dat populisten, zowel die van links als die van rechts, niets geven om een EU-handvest, maar vooral op zoek zijn naar het autoritaire. Ook een zekere Adolf Hitler koos ‘heel bewust voor de naam “nationaalsocialistische arbeiderspartij”’.

    Auteurs: Thomas Mayer en Christoph Prantner
    Vertaler: Pieter Streutker

    Beeld bovenaan: Migranten rusten aan de Servisch-Hongaarse grens in de buurt van Morahalom. – © Laszlo Balogh / Reuters

    Der Standard
    Oostenrijk, dagblad, 103.000
    Profileert zich als liberaal en onafhankelijk. Aanvankelijk vooral nationaal gericht, maar geeft sinds 2005 ook The New York Times International Weekly uit, met zes pagina’s internationaal nieuws.

  • 1. De EU-uitbreiding naar het oosten was een fout

    1. De EU-uitbreiding naar het oosten was een fout

    Noord-Europa heeft heel wat te stellen met de zuidelijke landen en de Britten, schrijft Der Spiegel. Maar de rechts-radicale en nationalistische partijen in het Oosten vormen een veel groter probleem.

    De ontmoeting, begin januari, tussen de Hongaarse premier Viktor Orbán en Jaroslaw Kaczynski [leider van de conservatieve Poolse partij Recht en Gerechtigheid, die sinds oktober 2015 aan de macht is], markeert het begin van de volgende crisis in de Europese Unie: een hernieuwde wig tussen oost en west. De EU kent al twee grote crises: het noorden tegenover het zuiden en Groot-Brittannië tegenover de rest. Beide dateren niet van vandaag of gisteren, alleen de omvang is veranderd.

    Vroeger waren er inkomensverschillen tussen het economisch sterkere noorden en het armere zuiden. Tegenwoordig zijn er economische onevenwichtigheden, wat niet hetzelfde is. Ook het conflict met Groot-Brittannië is al oud. Een kwart eeuw geleden onderhandelden de Britten al over een uitzonderingspositie binnen de Monetaire Unie. Dit jaar houden ze een referendum over het EU-lidmaatschap. Het oost-westconflict in deze vorm is echter nieuw.

    Het resultaat is een interessante geometrische constructie: een kloof tussen het noorden en het zuiden, tussen het westen en het oosten, en tussen het centrum en de periferie. Welkom in het nieuwe Europa.

    In West-Europa gaat de strijd tussen links en rechts, in Oost-Europa tussen rechts en extreemrechts

    Het conflict met de Britten zal dit jaar hoe dan ook worden beslecht. Het conflict tussen noord en zuid zal de EU misschien nog vijf of tien jaar verscheuren. Ik heb er steeds minder fiducie in dat Duitsland en Italië in één monetaire unie naast elkaar kunnen bestaan. Op een gegeven moment wordt de psychische druk gewoonweg te groot.

    Het oost-westconflict is daarentegen een politieke waterscheiding die zijn weerga in de EU niet kent. In West-Europa domineren normaal gesproken twee grote partijen het politieke spectrum, de ene centrumlinks, de andere centrumrechts. Maar in verscheidene Oost-Europese landen – zoals nu in Polen en Hongarije – gaat de strijd tussen rechts en extreemrechts. Van buitenaf lijkt het bijna onmogelijk Orbán nog rechts in te halen, ook al is zijn partij, Fidesz, in het Europese Parlement formeel aangesloten bij de fractie van de christendemocraten. Maar zijn gevaarlijkste tegenstander in Hongarije is de nationalistische partij Jobbik.

    Nieuw rechts in Oost-Europa veracht de liberale landen in het Westen. Vanuit hun optiek is Duitsland liberaal, en staat Merkel links van het midden. Een politiek van open grenzen voor vluchtelingen is wat hun betreft ondenkbaar. Orbán beveiligt zijn grenzen met prikkeldraad.

    Nieuw rechts in Oost-Europa is overigens niet volledig homogeen. Orbán bewondert Vladimir Poetin, Kaczynski haat de Russische president. Enkele rechtse politici, zoals de voormalige Tsjechische president Václav Klaus, zijn radicaal op het gebied van marktwerking. Kaczynski is dat bepaald niet.

    Ondemocratisch

    In Duitsland zouden Orbán en Kaczynski misschien als rechts-radicalen worden bestempeld en onder observatie van de binnenlandse veiligheidsdienst worden gesteld. Hun regeringen hebben de onafhankelijkheid van justitie, pers en zelfs de centrale banken aanzienlijk beperkt. Wat er in deze landen gebeurt, is absoluut niet verenigbaar met de democratische grondbeginselen van de EU.

    Vanuit onze optiek wekt echter nog iets anders verbazing. Hoe komt het dat in deze landen op dit moment nationalistische gevoelens bovenkomen, juist nu ze zijn toegetreden tot de EU? Als Orbán of de Kaczynski’s tien jaar eerder waren gekozen, dan was ons hun lidmaatschap bespaard gebleven. Nu is dat niet meer ongedaan te maken.

    Vergeleken met Oost-Europa zijn de Britten perfecte teamplayers

    En zelf willen ze niet uittreden, want het lidmaatschap van de EU is financieel aantrekkelijk. Dat is een belangrijk verschil met de Britten. De voorstanders van een Brexit verwachten duidelijke economische voordelen. Velen van hen zijn conservatief, maar er zitten ook veel linkse politici tussen. Als je naar Orbán en Kaczynski kijkt, zie je opeens dat we veel gemeen hebben met de Britten. Groot-Brittannië heeft weliswaar ook een rechts-conservatieve partij, UKIP, maar die is bij de laatste verkiezingen compleet geïmplodeerd. Nog meer dan bij ons bestaat politiek daar uit een klassieke strijd tussen een conservatieve en een sociaaldemocratische partij. Geschillen met EU-partners worden opgelost via onderhandelingen, niet met eenzijdige besluiten. De Britten respecteren geldend recht. Ze willen het veranderen, niet schenden.

    Het unilateralisme van het Oosten zal de volgende breuklijn zijn in de politieke geometrie van de EU. Met zo veel van die zwakke plekken moet je niet verbaasd staan als het vroeg of laat tot een echte breuk komt. Ikzelf beschouw de uitbreiding van de EU naar het Oosten achteraf als een grote fout. We hebben landen de EU binnengehaald die Europese integratie geen snars interesseert. Vergeleken met hen zijn de Britten altijd perfecte teamplayers geweest.

    Auteur: Wolfgang Münchau
    Vertaler: Pieter Streutker

    Beeld bovenaan: Migranten rusten aan de Servisch-Hongaarse grens in de buurt van Morahalom. – © Laszlo Balogh / Reuters

    Der Spiegel
    Duitsland, weekblad, oplage 976.000
    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.