Tag: west

  • 2. Nieuw model van internationale betrekkingen

    2. Nieuw model van internationale betrekkingen

    Volgens de ‘oosterse’ SCO-top verschuift het beeld van een wereldorde van het Westen naar het Oosten.

    De Shanghai Cooperation Organisation (SCO), in 2001 zonder veel tromgeroffel opgericht met ‘regionale veiligheid’ als doel, wint aan belang. ‘Sommige politieke waarnemers spreken van een nieuw niet-westers platform voor wereldwijd bestuur, of kwalificeren de organisatie als een nieuw model van internationale betrekkingen,’ schrijft de voorzitter van de journalistenvereniging in Tasjkent (Oezbekistan) in het digitale magazine The Diplomat.

    Zijn land behoorde tot de eerste zes lidstaten van de SCO, samen met China, Rusland, Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan.

    Met de toetreding van India en Pakistan in 2017 vertegenwoordigt de SCO nu ‘bijna de helft van de wereldbevolking, een kwart van het bij elkaar opgetelde mondiale bruto nationaal product, en bijna 80 procent van het Euraziatische grondgebied’. Die toetreding van de twee rivaliserende kernmachten werd overigens door de secretaris-generaal van de VN, António Guterres, destijds begroet als ‘een nieuw forum bij het zoeken naar een oplossing voor hun conflict’, zo merkt de Oezbeekse journalist op.

    De mogelijkheid van een verdere uitbreiding doet zich voor met de kandidatuur van Afghanistan en Iran. Dat laatste land was overigens al vertegenwoordigd door zijn president Hassan Rouhani tijdens de top in Qingdao, in de Chinese provincie Shandong, in juni jongstleden.

    Herschikking

    In tegenstelling tot de G7, die op hetzelfde moment bijeen was in Canada, een ‘westerse’ top waar de onderlinge onenigheid voor het oog van de hele wereld breed werd geëtaleerd, bood de samenkomst in Qingdao het beeld van ‘een wereldorde die van het Westen naar het Oosten schuift’, schrijft Catherine Putz, de hoofdredactrice van The Diplomat. ‘Het samenvallen van beide topontmoetingen heeft de volgende discrepantie aan het licht gebracht: het Westen valt uiteen terwijl het Oosten zich versterkt.’

    In de slotverklaring van Qingdao, gekneed uit overeenstemmende meningen over wederzijde samenwerking en het oplossen van conflicten langs vreedzame weg, werd de nadruk gelegd op het idee van de ‘herschikking’ van het geopolitieke landschap.

    Maar het blijft een feit dat India, in tegenstelling tot alle andere lidstaten van de SCO, zich niet kon vinden in het Chinese initiatief voor nieuwe ‘zijderoutes’. En dat de uitbreiding van vorig jaar de SCO niet immuun maakt voor onderlinge conflicten. ‘Ongetwijfeld kan de G7 het mandaat van Trump wel uitzitten,’ zo schrijft Putz. ‘Maar kan de SCO een ernstige wrijving tussen India en Pakistan overleven, of een verslechtering van de betrekkingen tussen India en China?’

    Openingsbeeld: President Poetin ontvangt een Amerikaanse delegatie met onder anderen ambassadeur Jon Huntsman Jr en Trumps naaste adviseur Fiona Hill, 23 oktober 2018. – © Getty Images

    Foreign Affairs
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | 110.000

    Handboek voor iedereen die de bewegingen op het wereldtoneel wil begrijpen. In deze pagina’s ontstaan meestal de contouren voor het Amerikaanse buitenlandse beleid.

  • De kopie is het origineel

    De kopie is het origineel

    In China en Japan mogen tempels worden herbouwd en oeroude strijders opnieuw worden gegoten. Er is niets ‘heiligs’ aan het origineel.

    In 1956 was er in het Parijse Musée Cernuschi, gespecialiseerd in Aziatische kunst, een tentoonstelling van Chinese meesterwerken. Algauw bleek dat alle schilderijen vervalsingen waren. Wat in dit geval gevoelig lag, was dat de vervalser niemand anders was dan de beroemdste Chinese schilder van de twintigste eeuw, Chang Dai-chien, wiens eigen werk tegelijkertijd in Parijs werd tentoongesteld in het Musée d’Art Moderne. Hij werd als de Pablo Picasso van China beschouwd. En zijn ontmoeting met Picasso datzelfde jaar werd gevierd als een top van de meesters van de westerse en oosterse kunst. Toen eenmaal bekend werd dat de oude meesterwerken vervalsingen van zijn hand waren, beschouwde de westerse wereld hem als een ordinaire oplichter. Maar in de ogen van Chang zelf waren het helemaal geen vervalsingen. In elk geval waren de meeste van deze oude schilderijen geen kopieën, maar replica’s van verloren gegane schilderijen die alleen uit beschrijvingen bekend waren.

    In China waren verzamelaars vaak zelf schilder. Ook Chang was een hartstochtelijk verzamelaar, die meer dan vierduizend schilderijen bezat. Zijn collectie was geen dood archief maar een verzameling oude meesters waarbinnen levendig werd gecommuniceerd en getransformeerd. Hij was zelf een metamorfosekunstenaar. Hij mat zich moeiteloos de rol aan van oude meesters en creëerde een soort origineel. In Challenging the Past: The Paintings of Chang Dai-chien (1991) schreven Shen Fu en Jan Stuart: ‘Het genie van Chang garandeert waarschijnlijk dat zijn vervalsingen nog lang onontdekt zullen blijven. Door “oude” schilderijen te creëren aan de hand van beschrijvingen in catalogi van verloren gegane meesterwerken kon Chang vervalsingen schilderen die verzamelaars dolgraag wilden “ontdekken”. In sommige werken transformeerde hij beelden op een volstrekt onverwachte manier; hij kon een schilderij uit de Ming-dynastie op een werk uit de Song-dynastie laten lijken.’

    Zijn schilderijen zijn originelen voor zover ze het ‘echte spoor’ van de oude meesters vervolgen en hun oeuvre uitbreiden en veranderen in retrospectief. Alleen wie er nadrukkelijk van uitgaat dat het origineel onherhaalbaar, onschendbaar en uniek is doet ze af als vervalsingen. Deze speciale praktijk van de doorgaande creatie (Fortschöpfung) is alleen denkbaar in een cultuur die niet in het teken staat van revolutionaire breuken en onderbrekingen, maar van continuïteit en kalme transformatie, niet van zijn en wezen, maar van proces en verandering.

    Productiemethodes

    Toen in 2007 bekend werd dat uit China ingevlogen terracottabeeldjes van strijders geen tweeduizend jaar oude kunstvoorwerpen waren maar kopieën, besloot het Museum für Völkerkunde in Hamburg de betreffende tentoonstelling geheel te sluiten. De museumdirecteur, die kennelijk optrad als voorvechter van waarheid en waarachtigheid, zei destijds: ‘We zijn tot de conclusie gekomen dat er geen andere optie is dan de tentoonstelling volledig te sluiten om de goede naam van het museum te redden.’ Het museum bood zelfs aan de entreekaartjes van alle bezoekers van de tentoonstelling te vergoeden.

    Van begin af aan ging de productie van replica’s van terracottabeeldjes van strijders gelijk op met de opgravingen. Op de opgravingsplek zelf werd een replicawerkplaats ingericht. Maar daar werden geen ‘vervalsingen’ geproduceerd. Je kunt beter zeggen dat de Chinezen de productie als het ware probeerden te herstarten – een productie die van meet af aan al reproductie was in plaats van creatie. De originelen waren inderdaad via massaproductie tot stand gekomen met gebruikmaking van modules of componenten, een proces dat moeiteloos had kunnen worden voortgezet als de productiemethodes beschikbaar waren geweest.

    De Chinezen kennen twee verschillende kopieconcepten. Fangzhipin (仿製品) zijn imitaties die duidelijk afwijken van het origineel. Het zijn kleinere modellen of kopieën die bijvoorbeeld in een museumwinkel kunnen worden aangeschaft. Het tweede kopieconcept is fuzhipin (複製品). Dit zijn exacte reproducties van het origineel, die voor Chinezen dezelfde waarde hebben als het origineel. Ze hebben absoluut geen negatieve connotaties. De verschillende opvattingen over wat een kopie is hebben dikwijls tot misverstanden en onenigheid geleid tussen China en westerse musea. De Chinezen sturen vaak kopieën naar het buitenland in plaats van originelen, in de vaste overtuiging dat die in wezen niet verschillen van de originelen. De afwijzende houding van de westerse musea komt dan op de Chinezen over als een belediging.

    De schrijn van Ise.
    De schrijn van Ise.

    Ondanks de globalisering lijkt het Verre Oosten nog altijd de bron van heel wat verbazing en verwarring. Ook de ideeën over identiteit in het Verre Oosten zijn voor westerlingen verwarrend. De grote schrijn van Ise, het belangrijkste shintoheiligdom op het eiland Honshu, is in de ogen van de miljoenen Japanners die er elk jaar op bedevaart gaan dertienhonderd jaar oud. Maar in werkelijkheid wordt het tempelcomplex om de twintig jaar van de grond af aan herbouwd.

    Deze religieuze praktijk is westerse kunsthistorici zo vreemd dat UNESCO deze shintotempel na verhitte debatten afvoerde van de Werelderfgoedlijst. In de ogen van UNESCO-experts is de schrijn hooguit twintig jaar oud. Wat is in dit geval het origineel en wat de kopie?

    Dit is een volledige omdraaiing van de relatie tussen origineel en kopie. Of het verschil tussen origineel en kopie verdwijnt in zijn geheel. In de plaats van een verschil tussen origineel en kopie komt een verschil tussen oud en nieuw. We zouden zelfs kunnen zeggen dat de kopie origineler is dan het origineel, of dat de kopie verwanter is aan het origineel dan het origineel zelf, want hoe ouder het gebouw wordt, des te verder is het verwijderd van zijn originele staat. Een reproductie zou het als het ware tot zijn ‘originele staat’ herstellen, vooral omdat het niet aan een specifieke kunstenaar is gelieerd.

    In het Oosten heeft men een volledig andere bewaartechniek ontwikkeld die weleens effectiever zou kunnen zijn dan conservatie of restauratie

    Niet alleen het gebouw zelf maar ook alle tempelschatten van Ise worden volledig vervangen. Er zijn altijd twee identieke verzamelingen schatten in de tempel aanwezig. De vraag naar origineel en kopie komt in het geheel niet op. Dit zijn twee kopieën die tegelijkertijd twee originelen zijn. Vroeger werd de oude verzameling vernietigd als er een nieuwe werd vervaardigd. Brandbare onderdelen werden verbrand en metalen onderdelen begraven. Maar sinds de laatste herbouw worden de schatten niet langer vernietigd maar tentoongesteld in een museum. Ze danken hun redding aan hun toegenomen tentoonstellingswaarde. Hun vernietiging hoort echter bij hun cultuswaarde, die het duidelijk steeds meer aflegt tegen hun waarde als tentoonstellingsobjecten in musea.

    Als in het Westen monumenten worden gerestaureerd worden oude sporen juist nadrukkelijk belicht. Oorspronkelijke elementen worden behandeld als relikwieën. In het Verre Oosten is men niet bekend met deze oorspronkelijkheidscultus. Men heeft er een volledig andere bewaartechniek ontwikkeld die weleens effectiever zou kunnen zijn dan conservatie of restauratie. Deze vindt plaats via continue reproductie. De techniek maakt volledig korte metten met het verschil tussen origineel en replica. We zouden ook kunnen zeggen dat originelen zichzelf conserveren via kopieën. De natuur is hier het voorbeeld. Ook het organisme vernieuwt zichzelf via continue celvervanging. Na verloop van tijd is het organisme een replica van zichzelf. De oude cellen worden simpelweg vervangen door nieuw celmateriaal. In dit geval doet de vraag van een origineel zich niet voor. Het oude sterft af en wordt vervangen door het nieuwe. Identiteit en vernieuwing sluiten elkaar niet uit. In een cultuur waar continue reproductie een techniek is voor conservatie en behoud, zijn replica’s allesbehalve alleen maar kopieën.

    De Munsterkathedraal van Freiburg in het zuiden van Duitsland staat bijna het hele jaar door in de steigers. Het zandsteen waarvan hij is gemaakt is heel zacht, poreus materiaal dat niet bestand is tegen natuurlijke erosie door regen en wind. Na een tijdje begint het te verkruimelen. Het gevolg is dat de kathedraal voortdurend op beschadigingen wordt onderzocht en geërodeerde stenen worden vervangen. En in de werkplaats van de kathedraal worden voortdurend kopieën van de beschadigde zandstenen beelden vervaardigd. Natuurlijk wordt geprobeerd de stenen uit de middeleeuwen zo lang mogelijk te conserveren. Maar op een gegeven moment worden ook die vervangen door nieuwe stenen.

    In wezen is dit dezelfde procedure als bij de Japanse schrijn, behalve dat de productie van een replica in dit geval heel langzaam verloopt en over een lange tijdsperiode. Maar uiteindelijk is het resultaat precies hetzelfde. Na een bepaalde tijd is er gewoonweg sprake van een reproductie. Mensen hebben het idee dat ze naar het origineel kijken, maar als de laatste oude steen van de Munster van Freiburg door een nieuwe is vervangen, wat is er dan nog origineel aan de kathedraal?

    Het origineel is iets denkbeeldigs. Het is in principe mogelijk een exacte kopie, een fuzhipin van de Munster van Freiburg te maken in een van de vele themaparken in China. Is dat dan een kopie of een origineel? Wat maakt het alleen maar een kopie? Wat karakteriseert de Munster van Freiburg als een origineel? Materieel gesproken verschilt zijn fuzhipin misschien op geen enkele manier van het origineel, dat zelf op een dag misschien ook geen oorspronkelijke onderdelen meer zal bevatten. Alleen door zijn plek en zijn cultuswaarde zou de Munster van Freiburg verschillen van zijn fuzhipin in een Chinees themapark. Maar als je hem geheel van zijn cultuswaarde ontdoet ten gunste van zijn tentoonstellingswaarde, zou ook ieder verschil met zijn dubbelganger misschien verdwijnen.

    De Munster van Freiburg-kathedraal.
    De Munster van Freiburg-kathedraal.

    Ook op kunstgebied heeft het idee van een onbetwistbaar origineel zich in de loop van de geschiedenis in de westerse wereld ontwikkeld. In de zeventiende eeuw werden opgegraven kunstwerken uit de klassieke oudheid heel anders behandeld dan nu. Ze werden niet gerestaureerd op een manier die trouw was aan het origineel. In plaats daarvan werden er tal van ingrepen gepleegd waardoor het uiterlijk van de kunstwerken veranderde. Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) voegde bijvoorbeeld zomaar een gevest toe aan Ares Ludovisi, het oude beeld van de god Mars, dat zelf al een Romeinse kopie was van een Grieks origineel. Tijdens het leven van Bernini werd het Colosseum zelf als marmergroeve gebruikt. De muren werden simpelweg ontmanteld en voor nieuwe gebouwen gebruikt.

    De conservatie van historische monumenten in de moderne zin van het woord begon met de musealisering van het verleden, waarbij cultuswaarde steeds meer plaatsmaakte voor tentoonstellingswaarde. Interessant genoeg ging dit hand in hand met de opkomst van het toerisme. De zogeheten Grand Tour die begon in de renaissance en zijn hoogtepunt bereikte in de achttiende eeuw, was een voorloper van het moderne toerisme. In de ogen van toeristen nam de tentoonstellingswaarde van gebouwen en kunstwerken uit de klassieke oudheid, die hun als attracties werden voorgeschoteld, alleen maar toe. In dezelfde eeuw dat het toerisme begon werden de eerste maatregelen genomen om oude bouwwerken te conserveren. De industrialisering wakkerde de behoefte aan conservatie en musealisering van het verleden verder aan. Bovendien ontdekten kunstgeschiedenis en archeologie, twee ontluikende takken van wetenschap, de ‘epistemologische waarde’ van oude gebouwen en kunstwerken en wezen ze iedere interventie af waardoor die zouden kunnen veranderen.

    De cultuur in het Verre Oosten is niet gewend dingen in hun tijd te plaatsen, iets wat waarschijnlijk verklaart waarom Aziaten veel minder bezwaar hebben tegen klonen dan Europeanen. De Zuid-Koreaanse kloonexpert Hwang Woo-suk, die in 2004 wereldwijd de aandacht trok met zijn kloonexperimenten, is een boeddhist. Hij verwierf veel steun en volgelingen onder boeddhisten, terwijl christenen opriepen tot een verbod op het klonen van mensen. Hoewel de onjuistheid van zijn bevindingen inmiddels is aangetoond, legitimeerde Hwang zijn kloonexperimenten met zijn religieuze overtuiging: ‘Ik ben een boeddhist en ik heb geen filosofisch probleem met klonen. Zoals u weet, vormt recycling van het leven door middel van reïncarnatie de basis van het boeddhisme. Ik denk dat therapeutisch klonen in sommige opzichten een herstart van de levenscyclus betekent.’

    Door de dood heen

    Ook in het geval van de schrijn van Ise is de conserveringstechniek gelegen in het telkens opnieuw laten beginnen van de levenscyclus en het leven niet ‘tegen de dood in’ te laten voortbestaan maar ‘door de dood heen’ en ‘tot voorbij de dood’. De dood zelf is ingebouwd in het conserveringssysteem. Op deze manier maakt het ‘zijn’ plaats voor het cyclische proces dat dood en verval impliceert. In de oneindige levenscyclus is niets meer uniek, origineel, uitzonderlijk of definitief. Alleen herhalingen en reproducties bestaan. In het boeddhistische idee van de oneindige levenscyclus is sprake van decreatie in plaats van creatie: geen creatie maar herhaling; geen revolutie maar terugkeer; de Chinese productietechnologie wordt niet door archetypes bepaald maar door modules.

    Zoals we weten, worden zelfs de terracottalegers vervaardigd met behulp van modules of voorraadcomponenten. Productie aan de hand van modules strookt niet met het idee van het origineel, omdat het van meet af aan om voorraadcomponenten gaat. Bij modulaire productie staat niet de oorspronkelijkheid of uniciteit voorop, maar de reproduceerbaarheid. Het gaat er niet om een uniek, oorspronkelijk voorwerp te creëren, maar een massaproduct dat desondanks ruimte laat voor variatie en modulering.
    Modulaire productie moduleert hetzelfde en creëert daarbij verschillen. Er wordt gemoduleerd en gevarieerd, wat een grote mate van variatie mogelijk maakt. Maar de uniciteit wordt opgeofferd aan reproductieve efficiëntie. Het is bijvoorbeeld niet toevallig dat de drukkunst in China is uitgevonden. Ook de Chinese schilderkunst gebruikt modulaire technologie. De mosterdzaadtuin, het grote Chinese handboek voor de schilderkunst, bevat een oneindige reeks componenten waarmee een schilderij kan worden samengesteld of zelfs in elkaar gezet.

    Het is geen kwestie van het zo realistisch mogelijk weergeven van de natuur maar van zo natuurlijk mogelijk te werk gaan

    In het licht van deze modulaire productievorm dient zich opnieuw de creativiteitsvraag aan. Het combineren en variëren van elementen wordt belangrijker. In dit opzicht werkt de Chinese culturele technologie net als de natuur. In zijn boek Ten Thousand Things (2000) schrijft de Duitse kunsthistoricus Lothar Ledderose: ‘Chinese kunstenaars verliezen nooit uit het oog dat het in grote aantallen produceren van werken ook een vorm van creativiteit is. Ze vertrouwen erop dat er, net als in de natuur, altijd enkele van de tienduizend dingen zullen zijn waaruit verandering voorkomt.’

    De Chinese kunst heeft een functionele relatie met de natuur, geen mimetische. Het is geen kwestie van het zo realistisch mogelijk weergeven van de natuur maar van zo natuurlijk mogelijk te werk gaan. In de natuur brengen opeenvolgende variaties ook iets nieuws voort, duidelijk zonder dat daar een of andere vorm van ‘genie’ aan te pas komt. Zoals Ledderose schrijft: ‘Schilders als Zhen Xie streven ernaar de natuur in twee opzichten te evenaren. Ze produceren grote, bijna onbegrensde hoeveelheden werk en worden daartoe in staat gesteld door modulaire systemen van compositie, motieven en penseelstreken. Maar ze voorzien elk afzonderlijk werk ook van een eigen uniciteit en een onnavolgbare vorm, zoals ook de natuur oneindig veel vormen kan bedenken. Een leven in dienst van het ontwikkelen van zijn esthetische vaardigheden stelt de kunstenaar in staat de kracht van de natuur te benaderen.’

    Auteur: Byung-Chul Han
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Openingsbeeld: Repilica’s van terracottastrijders als deze zijn volgens Chinezen hetzelfde waard. © Ian Hitchcock / Getty Images

    Dit is een fragment uit Shanzhai: Deconstruction in Chinese van Byung-Chul Han, in 2017 in de Engelse vertaling van Philippa Hurd verschenen bij MIT Press. De in Seoel geboren Byung-Chul Han is hoogleraar filosofie en culturele studies aan de Universiteit voor de Kunsten in Berlijn.

  • 5. De Tsjechen zijn een geval apart

    5. De Tsjechen zijn een geval apart

    De landen van Midden-Europa proberen weliswaar hun gemeenschappelijke positie te verdedigen, maar vormen zeker geen ideologisch homogene groep.

    In een Hongaars dagblad poneerde historicus Márton Békés onlangs het idee dat Midden-Europa – natuurlijk met Hongarije aan het hoofd – Europa zou kunnen helpen om weer op het juiste pad te geraken, nu West-Europa de fundamentele waarden van zijn beschaving heeft verloren. Zijn collega Stefano Bottoni wees dit idee echter van de hand, en benadrukte zelfs dat waarden zoals religie, gezin en burgerlijke vrijheden tegenwoordig in de samenlevingen van Midden-Europa niet steviger verankerd zijn dan in het Westen.

    Het is goed om de herverkiezing in januari van Milos Zeman, de pro-Russische en eurosceptische president van Tsjechië, te bezien in de context van dit debat. Ook is het nodig dat deze discussie eindelijk breed wordt gevoerd, zoals dat al jaren gebeurt in Polen en Hongarije, waar ze een grote invloed heeft op de manier van denken van zowel de politici als de kiezers.

    In Slowakije is het debat uitgemond 
in een concrete conclusie: de meerderheid van de Slowaken is het erover eens dat ze zich liever verbinden aan wat het Westen hun te bieden heeft dan te proberen een alternatieve ideologie te vormen. Degenen die zich niet in die opstelling kunnen vinden, voelen zich aangetrokken tot de neonazi’s rond Marian Kotleba, de vroegere gouverneur van de regio Banská Bystrica (Centraal Slowakije) en leider van de Volkspartij Ons Slowakije.

    Migranten in een Tsjechisch detentiecentrum in september 2015. – © Getty Images
    Migranten in een Tsjechisch detentiecentrum in september 2015. – © Getty Images

    De Hongaarse premier werpt zich graag op als verdediger van de traditionele waarden, en heeft het over het gevaar dat de migranten met zich meebrengen, terwijl zijn eigen regering in het geheim asielverzoeken inwilligt. Ondanks de genegenheid 
die hij voelt voor Rusland en China heeft Victor Orbán de behoefte om een deur open te houden naar een Europa dat hij, samen met de Poolse conservatieven, wil veranderen in een Europa van sterke landen.

    Te midden van dat alles blijven de Tsjechen verbazingwekkend koersvast en nemen zij dus geen migranten op, ook niet in het geniep. Anders dan de Hongaren en de Polen, koesteren zij geen verlangen naar een nationale wederopstanding en luiden zij niet de noodklok in naam van zogenaamde verheven principes, net zomin als ze zich druk maken over de plek van hun land in Europa, zoals de Slowaken. Nee, de Tsjechen vertrouwen liever op ‘ervaren politici’, zoals Milos Zeman er een zou kunnen zijn, en op degenen die ‘in een team werken’, onder leiding van de populistische premier Andrej Babis.

    Deze afwezigheid van ideeën en het pragmatisme van de Tsjechen vormen een opvallend contrast met de debatten die in de omringende landen gaande zijn. Polen, bijvoorbeeld, begrijpen helemaal niets van het pragmatisme, dat voornamelijk voortkomt uit ervaringen in het verleden.

    Auteur: Martin Ehl
    Vertaler: Annemie de Vries

    Martin Ehl, een van de meest gerespecteerde kroniekschrijvers van de Tsjechische Republiek, is hoofd van de internationale sectie van het Tsjechische financieel-economische dagblad Hospodárské Noviny.Hij is gespecialiseerd in Midden-Europa, het Europese veiligheidsbeleid en trans-Atlantische verhoudingen. Voorheen werkte hij op het instituut voor internationale betrekkingen in Praag, en hij is auteur van een verzameling analyses en reportages onder de titel Het derde Decennium. Een essay over het leven, de politiek en de mensen tussen Brussel en Gazprom.

    Hospodárske Noviny
    Tsjechië | dagblad | oplage 68.000

    Deze kwaliteitskrant werd opgericht in 1957. Hij richt zich vooral op mensen uit de zakenwereld en biedt uitstekende politieke, economische en financiële berichtgeving. Er bestaat ook een Slowaakse versie van.

  • 4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    Warschau vertrouwt op de economische ontwikkeling, maar zonder democratische garanties. Een politiek die weerklank vindt onder de bevolking.

    In de tijd van de liberalen [die van 2007 tot 2015 de regering vormden] zou Polen een tweede Ierland worden. Dat paste in de ideologie in het land, die een combinatie was van economisch liberalisme, de klassieke instituties van de liberale democratie en een uiterst conservatieve katholieke traditie. Anders dan de voorgaande regering ziet de Partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS) het echter niet als haar enige doel om de maatschappij te voorzien van ‘warm water uit de kraan’. De partij wil van Polen een macht van betekenis maken en kiest daarom voor het Chinese model: een sterke economie die nationale trots wekt maar waarin burgerlijke vrijheden slechts schijn zijn.

    De partij heeft het er zelfs over om een uniek Poolse versie van de democratie te creëren, die niet per se liberaal is. In de praktijk betekent dit dat ze de scheiding der machten afschaft, de rol van de inlichtingendiensten versterkt en controle wil hebben over het internet, onder andere door, net als in China, bepaalde sites te blokkeren. De partij centraliseert de staat, beknot de bevoegdheden van plaatselijke overheden en eist een overheersende rol op 
in maatschappelijke organisaties.

    Ook heeft de regering zeggenschap over de rechtbanken en komt er, net als in China, een systeem van ‘volkscontrole’, waarin zogenaamd gerechtelijke organen al vóór de zitting een oordeel op schrift geven.

    Brood in plaats van vrijheden

    Het Hooggerechtshof moet binnenkort een kamer accepteren die als volkstribunaal zal functioneren en vraagtekens kan plaatsen bij uitspraken van professionele rechters, die toch definitief zouden moeten zijn. Sinds ze de macht over het Constitutioneel Hof kreeg, heeft de PiS daarvan een instrument gemaakt voor wetgeving die haar goeddunkt. Afgelopen november hebben PiS-afgevaardigden het Hof gebruikt om de wetgeving over abortus [toch al een van de minst liberale in Europa] opnieuw te bezien.

    Het Chinese model biedt brood in plaats van vrijheden en is daarmee een succes geworden, dat economische macht combineert met individuele tevredenheid en nationale trots. Volgens een enquête uit juli 2017 in vier voormalige volksdemocratieën (Hongarije, Polen, de Tsjechische Republiek en Slowakije) hechten de Polen bijna twee keer zoveel belang aan materiële zaken als aan de democratie. Zo’n 22 procent van de ondervraagden beoordeelt een regering in de eerste plaats vanuit het gezichtspunt van ‘levensstandaard, de prijzen van producten en toegankelijkheid van diensten’, terwijl 12 procent ‘de vrijheid, de democratie en de mogelijkheid om zijn eigen mening te uiten’ op de eerste plaats zet. In de staten van ons ‘blok’ [de Visegradlanden] is de steun voor de democratie en de vrijheid gemiddeld 15 procent.

    Aanhangers van regeringspartij PiS doen armbanden om bij een demonstratie. – © HH
    Aanhangers van regeringspartij PiS doen armbanden om bij een demonstratie. – © HH

    Blijkbaar heeft de PiS met haar keuze voor het Chinese model de publieke opinie haarfijn aangevoeld. Natuurlijk, wij zijn (nog) geen economische macht, maar de regering onderstreept voortdurend dat alles prima gaat. Wij worden liever de schandvlek van Europa dan een politieke macht, en zijn daarmee 
het voorbeeld van de eeuwige ‘homo sovieticus’ [de stereotype inwoner van de communistische landen van Oost-Europa die passief is en niet in staat om individueel initiatief te nemen], maar we zijn er 
niet minder trots om.

    Zo voedt de PiS ook de verering van de ‘vergeten 
strijders’ [guerrillabewegingen die in de jaren na 
de Tweede Wereldoorlog tegen het communistische regime vochten], terwijl de staatstelevisie alleen maar macht en succes uitstraalt. Nu al volgt de jongere generatie nieuwe onderwijsprogramma’s ter bevordering van goed ‘burgerlijk en patriottisch gedrag’. De Europese Unie beklaagt zich over ons, maar wat hebben wij aan de Europese Unie? Wij kunnen een andere bondgenoot kiezen, en veel 
tekenen wijzen erop dat die bondgenoot China zal zijn. Wij bezetten een sleutelpositie in het Chinese project van de nieuwe zijderoutes, waarlangs Chinese producten naar de Europese markt zullen stromen. Daarom gaan de Chinezen een nieuw vliegveld voor ons aanleggen dat voldoet aan de eisen van het Europa van de eenentwintigste eeuw en zullen wij hun pakketjes over heel Europa gaan rondbrengen, volgens een contract dat afgelopen najaar tussen de beide nationale postbedrijven is gesloten.

    Polen heeft voor 400 miljoen euro aan staatsobligaties afgegeven in yuans, die we zullen terugbetalen in euro’s

    Bovendien steken we ons bij China in de schulden. Polen heeft voor 400 miljoen euro aan staatsobligaties afgegeven in yuans, die we zullen terugbetalen in euro’s. Tenslotte heeft een staatssecretaris afgelopen september nog verklaard dat wij zouden kunnen afzien van Europese subsidies als de EU ons zou helpen om de helft van de oorlogsherstelbetalingen van Duitsland te krijgen. De Europese fondsen maken deel uit van de EU, dus de suggestie dat wij daarvan kunnen afzien komt neer op zeggen dat de PiS-regering een ‘Polexit’ voor mogelijk houdt.

    Het versterken van de samenwerking met China kan betekenen dat dat land voor ons de EU zal vervangen. Niet een Europese maar een mondiale partner, die 15 procent van de economieën van Zuid-Amerika controleert en de helft van al het land in Siberië. Voor China kan Polen de poort zijn naar de overheersing van Europa. In hun dialoog met Beijing beschrijven de Poolse autoriteiten hun land zelf als ‘de poort tot Europa’.

    De geschiedenis is geneigd zich te 
herhalen en Big Brother kan opnieuw zorgen voor een eenpartijsysteem in Polen. Zoals het er nu uitziet werkt 
de westerse democratie niet.

    Auteur: Ewa Siedlecka
    Vertaler: Annemie de Vries

    Gazeta Wyborcza
    Polen | oplage 396.000

    ‘De Verkiezingsgazet’ is opgericht na de val van de Muur en uitgegroeid tot een grote krant. Doelstelling: nieuws brengen op informatieve en seculiere wijze.

  • 3. Laten we niet langer 
de boksbal van Europa zijn

    3. Laten we niet langer 
de boksbal van Europa zijn

    Hongarije en de andere Oost-Europese landen moeten niet langer 
het moreel ‘verrotte’ Westen volgen, maar een eigen koers kiezen, meent deze conservatieve chroniqueur.

    De verschillen die het ‘oude’ en het ‘nieuwe’ Europa tegenover elkaar plaatsen zijn veel groter dan te verwachten was bij de val van het communisme of bij de uitbreiding van Europa in 2004. Het conflict dat voortkomt uit de migrantencrisis is nog maar het topje van een ijsberg die nog altijd aangroeit. Toch zijn er in de afgelopen vijfentwintig jaar legio samenwerkingsverbanden geweest en hebben de vroegere Oostbloklanden de enorme marktkansen soepel aangegrepen. Wat is er dan gebeurd? Antwoord: de voorstanders van geglobaliseerd geldverkeer hebben Europa systematisch verzwakt door de combinatie van verzorgingsstaat, nationaal bewustzijn en christelijke moraal die het fundament van Europa vormde, steeds verder aan te tasten. Het verlaten van de gouden standaard (1971) en de oliecrises van de jaren zeventig hebben een grote 
economische malaise veroorzaakt, waardoor de traditionele waarden zijn vervaagd. Zowel de ultraliberale genieters als de cultureel marxisten uit de Frankfurter Schule hebben hieraan meegewerkt.

    Nu is het Westen waar wij zo tegenop keken van binnenuit verrot en heeft het zichzelf verlamd door de traditionele waarden te offeren op het altaar van de links-liberale ideologie

    De ene groep verdedigde voortdurend de superioriteit van de markt, terwijl de andere pretendeerde de westerse mens te bevrijden van al die ‘ismes’ (dus ook van het patriottisme), in naam van een relativisme dat elk spoortje traditie en waarheid uitwiste. Het individualisme regeerde, voedde de studentenopstanden van 1968 en veranderde West-Europa voorgoed. Onze regio heeft die ontwikkeling lang als een voorbeeld gezien, maar nu is het tijd om een andere koers te kiezen, zodat we onze positie kunnen handhaven. Hoe? Door een solide eenheid te vormen, door mee te praten aan de tafel van de grote spelers en op te komen voor onze belangen. De verandering zal groot zijn, want Midden- en Oost-Europa hebben decennialang zonder morren de voorschriften van het Westen gevolgd, die ze als het evangelie beschouwden. Nu is het Westen waar wij zo tegenop keken van binnenuit verrot en heeft het zichzelf verlamd door de traditionele waarden te offeren op het altaar van de links-liberale ideologie. Die weg is niet de onze.

    Het Westen beschouwt zichzelf niet meer als katholiek, het gelooft niet meer in natiestaten en in nationale soevereiniteit. Het heeft het keynesianisme in de kerker gesmeten om achter de mooie rokken van de neoliberale economie aan te lopen en erkent niet langer het belang van een gezin dat berust op de 
verbintenis van een man en een vrouw. De landen van Midden- en Oost-Europa die lid van de EU zijn geworden of zich daarbij willen voegen, moeten de navelstreng met het Westen doorsnijden, maar zonder zich los te maken van de fundamentele zaken die het continent bijeenhouden. Er moet een federatie ontstaan die veel beter is dan het model van de 
EU met zijn constellatie van staten die onderworpen zijn aan het instituut. Zo’n federatie zou zich niet tegen het Westen keren, maar zich er juist op toeleggen de wortels van het verleden te redden. Midden-Europa kan zich inspannen om de waarden te redden die het zo belangrijk en waardevol vond in de tijd na de val van het IJzeren Gordijn, toen het zich opmaakte om de wereld 
in te gaan. Het kiest zijn eigen route, want dat is de enige manier om een gemeenschappelijk pad met het Westen te hervinden.

    screenshot 2018 03 21 14 18 38

    Uiteindelijk hebben wij er genoeg van om als tweederangs boksbal te dienen en alle mogelijke preken van bovenaf te incasseren. Deze regio neemt liever weer de rol van bemiddelaar op zich die haar op grond van haar verleden toekomt. Wij hebben altijd waardering gehad voor het Westen. Hongaarse politici weten precies hoe 
ze een gesprek moeten voeren met een Zweedse hoge piet of met een bureaucraat uit Brussel. Ze weten ook hoe ze de Duitsers tegemoet moeten treden en hoe ze kunnen omgaan met de beruchte prikkelbaarheid van mevrouw Merkel. Ze kennen en begrijpen ook de gevoelens en overwegingen van de Balkanlanden, van Oost-Europa of van Rusland, waarmee Hongarije veel historische lotgevallen en culturele kenmerken deelt. Wanneer de Servische premier Aleksandar Vucic op zijn Balkans een vurige omhelzing geeft aan Viktor Orbán, doet zijn Hongaarse collega tegenover hem hetzelfde, want hij kent de grote symbolische waarde van dat gebaar.

    Dat aanpassingsvermogen geeft deze regio des 
te meer geloofwaardigheid en verleent haar de noodzakelijke uitrusting om op te treden als gewaardeerd scheidsrechter tussen de twee 
partijen van het continent. Midden-Europa weet precies wat zijn plaats is. Het weet dat het geen keizerrijk is en al helemaal geen wereldmacht. Het weigert alleen om als boksbal te fungeren en wil eindelijk behandeld worden met het respect dat het verdient. Want vergeet niet: het is wel degelijk belangrijk. Met de tijd kunnen het Westen en het Oosten dat belang alleen maar erkennen.

    Auteur: Tamás Fricz
    Vertaling: Annemie de Vries

    Magyar Idők
    Budapest | dagblad | magyaridok.hu

    Dit dagblad, dat openlijk pro-Orbán is, werd in september 2015 opgericht door voormalige journalisten van Magyar Nemzet, Láncíd Rádió en HirTV, die het niet eens waren met het feit dat die media afstand hielden tot de gevestigde macht. Het noemt zich de voornaamste stem van de conservatieven in Hongarije, naast 
de conservatieve krant Magyar Hírlap.

  • 2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    Alleen in de postcommunistische landen van Oost-Europa verslaan de populisten bij verkiezingen geregeld de traditionele partijen, stelt deze Poolse socioloog vast.

    In zeven van de vijftien Oost-Europese landen zijn populistische partijen aan de macht, in twee maken zij deel uit van de regeringscoalitie en in drie vormen ze de belangrijkste oppositie. Haalden in 2000 de populistische partijen nog maar in twee landen 20 procent van de stemmen, nu is dat in tien landen gebeurd. In Polen haalden ze in 2000 slechts 0,1 procent van de stemmen, maar nu hebben ze de meerderheid in het parlement en regeert de Partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS). In Hongarije kon Fidesz, de partij van premier Viktor Orbán, op sommige momenten rekenen op een steun van meer dan 70 procent.

    Maar behalve naar de naakte cijfers moeten we ook kijken naar de sociale en politieke factoren die er de oorzaak van zijn dat het populisme in Oost-Europa zoveel sterker is geworden. Om te beginnen bestaat in deze regio niet de traditie van de scheiding der machten, die de westerse democratie lange tijd heeft weten te behouden. Anders dan Jaroslaw Kaczynski, voorzitter van de PiS en de facto leider van Polen, kan zelfs Donald Trump niet de beslissingen van de rechter negeren of de veiligheidsdiensten tegen de oppositie inzetten.

    Nog een belangrijk verschil is dat mensen in Oost-Europa meer naar materialisme neigen dan West-Europeanen, die de zorgen om hun fysieke welzijn veelal achter zich hebben gelaten en zich verbonden hebben met wat [de Amerikaanse politicoloog] Ronald Ingelhart ‘postmaterialistische waarden’ noemt.

    Kwetsbaarder

    Het effect is onder andere dat de Oost-Europese samenlevingen kwetsbaarder zijn voor aanvallen op abstracte liberale instituties zoals vrijheid van meningsuiting en een onafhankelijke rechtspraak.

    Dat hoeft ons niet al te zeer te verbazen. Per slot van rekening is het liberalisme een westers importproduct. Als je de fenomenen Trump en Brexit even buiten beschouwing laat, is de cultuur van het sociale en politieke liberalisme diep geworteld in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In Oost-Europa is het maatschappelijk middenveld niet alleen zwakker, het richt zich ook sterker op terreinen als liefdadigheid, religie en ontspanning dan op politieke vraagstukken. Daar komt bij dat in het buitengewoon diverse politieke landschap van de postcommunistische staten links zeer zwak is, zo niet 
geheel ontbreekt in het politieke leven.

    De demarcatielijn ligt dus niet tussen links en rechts, maar tussen goed en kwaad. Daarmee komt Oost-Europa veel dichter bij de tweedeling ‘vriend 
of vijand’ die is geformuleerd door de Duitse antiliberale politiek filosoof en rechtsgeleerde Carl Schmidt. Elk kamp ziet zichzelf als de enige ware vertegenwoordiger van de natie, en vindt dan ook dat elke oppositie onwettig is en niet alleen in verkiezingen verslagen, maar ook monddood gemaakt moet worden.

    Aanhangers van de regerende, rechtsnationalistische partij Fidesz luisteren naar een speech van premier Orban. – © Getty
    Aanhangers van de regerende, rechtsnationalistische partij Fidesz luisteren naar een speech van premier Orban. – © Getty

    En er is nog een onderscheid tussen de populisten in het Oosten en hun neven in het Westen. De eersten kunnen niet alleen rekenen op de steun van de arbeidersklasse, maar ook op die van de middenklasse. Volgens een onderzoek van de Universiteit van Warschau heeft politieke overtuiging niet te maken met wie wel of niet heeft geprofiteerd van de postcommunistische economische transformatie in het land. Onder het electoraat van de regeringspartij bevinden zich veel mensen die zich tevreden voelen over hun bestaan en bepaald niet achtergesteld zijn.

    Die kiezers voelen zich aangetrokken tot het populistische gedachtengoed omdat dat hun een raamwerk biedt waarin ze hun positieve en negatieve ervaringen een plaats kunnen geven. Hebben ze zo eenmaal een doel gevonden, dan voelen de kiezers zich sterk verbonden met de partij. In plaats van zich vanuit hun persoonlijke ervaring een mening te vormen over de rechtspraak, vluchtelingen of de oppositie, luisteren ze naar hun leider en voegen ze zich in hun mening naar diens politieke keuze.

    De arbeidersklasse wordt vooral gedreven door het verlangen om bij een gemeenschap te horen

    Het succes van de PiS valt dus niet te verklaren vanuit de economische frustratie van de kiezers. De arbeidersklasse wordt vooral gedreven door het verlangen om bij een gemeenschap te horen. Hun tegenhangers uit de middenklasse zoeken hun bevrediging niet in materiële rijkdom, maar in het uitsluiten van degenen die als minderwaardig worden gezien – of het nu gaat om vluchtelingen, de verderfelijke elite of rechters die alleen de belangen van die elite dienen. Orbán en Kaczynski weten maar al te goed munt te slaan uit dat verlangen.

    Je kunt je afvragen of het uiteindelijk niet het populisme zal zijn dat de werkelijke culturele – en vervolgens politieke – grenzen van de Europese Unie zal bepalen. Als de Poolse of Hongaarse politiek dichter bij die van Rusland blijkt te liggen dan bij die van Frankrijk of Oostenrijk, betekent dat dan dat de grenzen van de EU te ver zijn opgerekt? Kan het zijn dat hun plek aan de zijde van Rusland is, en niet aan die van West-Europa? Zijn de grenzen van de EU dan op de lange termijn niet meer te handhaven? Dit zijn netelige vragen, en alleen de Oost-Europeanen kunnen ze beantwoorden.

    Auteur: Slawomir Sierakowski
    Vertaler: Annemie de Vries

    Project Syndicate
    Tsjechië | project-syndicate.org

    Website die commentaren verzamelt. Tot de medewerkers behoren prominenten uit politiek, wetenschap en zakenleven.

  • 1. De diepste kloof is die tussen Oost en West

    1. De diepste kloof is die tussen Oost en West

    Achtentwintig jaar na de val van de Berlijnse muur kampen de landen van Oost-Europa nog steeds met de nasleep van hun geschiedenis. 
Dat verklaart waarom zij de Europese crises op een heel andere 
manier ervaren, volgens de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev.

    Wat kunnen collega’s in het Westen leren van een Oost-Europese politicoloog zoals u?

    Ivan Krastev: ‘Mijn boek After Europe is bedoeld als een Oost-Europese visie op de crisis, of misschien moet 
ik zeggen de crises, die de EU nu al tien jaar lang in hun greep houden. Ik wilde laten zien dat er in Europa niet alleen een scheidslijn loopt tussen links en rechts, tussen noord en zuid, tussen de grote en de kleine landen, tussen degenen die méér Europa willen en degenen die minder (of helemaal geen) Europa willen, maar ook tussen degenen die uit eigen ervaring weten wat desintegratie is en degenen die deze desintegratie alleen kennen uit de geschiedenisboeken. En dat een van de diepste scheidslijnen van Europa de kloof is tussen de mannen en vrouwen van Oost-Europa die de ineenstorting van het communisme en het uiteenvallen van het ooit zo machtige Warschaupact hebben 
meegemaakt – of ze nu blij waren met de val van het oude regime of niet – en de inwoners van West-Europa die deze traumatische gebeurtenissen niet hebben ondergaan.

    Die ervaring verklaart het radicale verschil tussen 
de opvattingen over de huidige Europese crisis die 
in Parijs of in Boedapest te beluisteren zijn. Kort gezegd: de Oost-Europeanen volgen de ontwikkelingen met grote ongerustheid, zelfs een zekere angst, terwijl de West-Europeanen koppig blijven geloven dat alles wel goed zal komen. Maar de Oost-Europeanen kunnen vanuit hun persoonlijke ervaring niet 
de ogen sluiten en blijven hopen dat alles wel goed komt. Natuurlijk is het onzinnig om de huidige crisis van de EU te vergelijken met de crisis die het Sovjetblok indertijd heeft doorgemaakt, maar toch is het bijna onvermijdelijk dat wat er vandaag gebeurt veel Oost-Europeanen pijnlijk herinnert aan wat ze al eerder hebben meegemaakt. En dat gevoel van déjà vu verklaart de paradox dat de Oost-Europeanen het meest pro-Europa zijn en tegelijkertijd het meest pessimistisch over de kans dat de EU zichzelf uit de crisis zal kunnen redden.’

    Een Bulgaarse vrouw in het dorp Matochina. In 2050 zal de bevolking naar schatting met 27 procent zijn gekrompen. – © Getty Images
    Een Bulgaarse vrouw in het dorp Matochina. In 2050 zal de bevolking naar schatting met 27 procent zijn gekrompen. – © Getty Images

    Westerse lezers van uw boek worden getroffen door uw droefheid, vooral om die bejaarde ouders die eenzaam wegkwijnen in hun bouwvallige appartementje in Oost-Europa. Hebt u nog meer redenen om treurig en sceptisch te zijn?

    ‘Een van de dramatische gevolgen van de migratiecrisis voor de Oost-Europese samenlevingen is de demografische paniekgolf die is opgekomen. Neem Bulgarije: de afgelopen 25 jaar heeft zo’n 10 procent van onze medeburgers het land verlaten, op zoek naar werk in het buitenland. Volgens voorspellingen van de Verenigde Naties zal de Bulgaarse bevolking in 2050 met 27 procent zijn afgenomen. Deze vrees voor de ‘etnische verdwijning’ leeft ook in veel andere kleine Oost-Europese landen. Voor hen is de komst van de migranten een teken dat zijzelf uit de geschiedenis verdwijnen. Op televisie zien we oudere mensen protesteren tegen de komst van migranten in hun leeggelopen dorpen waar al decennialang geen kinderen meer worden geboren, en ons hart doet pijn voor beide partijen – voor de migranten, maar ook voor die oudjes, die hun wereld voor hun ogen uiteen zien vallen. Voor hen werkt de natie, net zoals God, als een buffer tegen de fysieke verdwijning.

    In Bulgarije heeft de massale emigratie van voornamelijk 25- tot 50-jarigen dramatische gevolgen gehad voor de economie, maar ook voor de politiek. Wat in 1989 begon als een democratische revolutie, is gevolgd door een demografische contrarevolutie. Als deze trend niet verandert zal het bbp van de landen van Midden- en Oost-Europa tussen 2015 en 2030 met zo’n 9 procent dalen, volgens schattingen van het IMF. De werkgevers in de regio beklagen zich voortdurend over het gebrek aan gekwalificeerde arbeidskrachten. Goed opgeleide verpleegkundigen gaan liever een veelvoud van hun salaris verdienen door in Londen voor één gezin te zorgen dan dat ze in hun eigen land hun vak uitoefenen. Wij blijven maar klagen dat Bulgarije de afgelopen jaren slechte leiders heeft gehad, maar we zouden ons eens moeten afvragen of dat niet ook een gevolg is van 
de massa-emigratie. Waarom zou iemand die wil vertrekken zich nog druk maken over het welslagen van hervormingen in zijn eigen land? Hij wil vooral de koers van zijn eigen leven veranderen en interesseert zich niet meer voor het leven van anderen.’

    In deze tijd van migratie functioneert de democratie steeds meer als een instrument van uitsluiting en niet van integratie

    Er wordt nu gesproken over de terugkeer van het fascisme in Europa.

    ‘De nieuwe revolutie van de eenentwintigste eeuw 
is de migratie. Dat is geen opstand van de massa’s, zoals die van de twintigste eeuw, maar een opstand van individuen en hun gezinnen tegen de grenzen. Die revolutie wordt niet aangewakkerd door ideologische discussies over een stralende toekomst, maar door foto’s op internet van het leven aan de andere kant van de grens. Verandering betekent voor een groeiend aantal mensen op de wereld niet meer veranderen van regering maar veranderen van land.

    Net als bij alle revoluties is ook bij deze het probleem haar vermogen om een contrarevolutie op te roepen. In ons geval heeft ze al de reacties opgeroepen van de “bedreigde meerderheden” in het hart van de Europese politiek. Die mensen vrezen dat de buitenlanders hun land overlopen en hun manier van leven bedreigen. Zij zijn ervan overtuigd dat de huidige crisis het gevolg is van een samenzwering tussen de geglobaliseerde elites 
en de migranten met hun stammencultuur.

    In deze tijd van migratie functioneert de democratie steeds meer als een instrument van uitsluiting en niet van integratie. Het belangrijkste kenmerk van de meeste rechts-populistische partijen in Europa is dat zij niet conservatief of nationalistisch zijn, maar reactionair. Dit offensief van de “bedreigde meerderheden” in Europa doet het meest vrezen voor een terugkeer naar de jaren dertig van de vorige eeuw.’

    Auteur: Iuliana Metodieva
    Vertaler: Annemie de Vries

    Marginalia.bg

    Niet-commerciële informatieve website die zich richt op mensenrechten, en dan vooral op de integratie van de Roma. 
De site wordt onderhouden door Iuliana Metodieva en Emil Cohen, die bekendstaan om hun betrokkenheid bij dit onderwerp.

  • Opening Dossier: De nasleep voor het Oostblok

    Opening Dossier: De nasleep voor het Oostblok

    Hongarije, Polen, Slowakije… herkennen zich niet in de democratische waarden van het Westen en varen een eigen koers, die pessimistisch en materialistisch is.

    De Polen kiezen voor het Chinese model, en populisten verslaan geregeld de traditionele partijen. Op de oostflank van de Europese Unie kampt men nog steeds met de nasleep van de geschiedenis.

    1. De diepste kloof is die tussen Oost en West

    2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    3. Laten we niet langer 
de boksbal van Europa zijn

    4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    5. De Tsjechen zijn een geval apart

    6. Context: Kroaië, Kurz, minipoetins en het IJzeren Gordijn

    Beeld: Aanhangers van de Hongaarse oppositiepartij Jobbik vieren de 170e verjaardag van de opstand tegen het Habsburgse Rijk op 15 maart 2018.
 – © Marton Monus / HH