Ook twaalf Hamas-functionarissen vallen onder deze sancties
De zevenentwintig lidstaten hebben maandag een politiek akkoord bereikt om nieuwe sancties op te leggen aan personen of organisaties die zich schuldig maken aan geweld tegen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever. Het akkoord omvat een bevriezing van hun bezittingen in de EU en een verbod op toegang tot Europees grondgebied. Ook twaalf Hamas-functionarissen vallen onder deze sancties.
‘Dit is een van de eerste tastbare gevolgen van de machtswisseling in Hongarije voor het buitenlands beleid van de EU’, aldus La Libre Belgique, die opmerkt dat de goedkeuring van deze sancties ‘maandenlang door Boedapest was geblokkeerd – voormalig premier Viktor Orbán stond dicht bij zijn Israëlische ambtgenoot Benjamin Netanyahu’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Belgische krant benadrukt dat deze sancties ‘slechts een beperkt aantal mensen betreffen’ van wie de identiteit ‘zal worden onthuld zodra het politieke akkoord is geformaliseerd en de sancties van kracht worden’.
Sommige lidstaten willen verder gaan: met name Frankrijk en Zweden pleiten voor maatregelen om de export van producten uit Israëlische nederzettingen naar de EU te beperken, of zelfs volledig te verbieden, omdat zij deze illegaal achten vanuit het oogpunt van het internationaal recht.
De Amerikaanse vicepresident JD Vance heeft scherpe kritiek geuit op de stemming in het Israëlische parlement, die in eerste lezing de oplegging van Israëlische soevereiniteit over de Westelijke Jordaanoever goedkeurt. Tijdens een bezoek aan Tel Aviv zei hij dat hij ‘beledigd’ was door de wettekst, die hij ‘dom’ vond, en bevestigde hij dat ‘het beleid van de Trump-regering erop gericht is dat de Westelijke Jordaanoever niet door Israël zal worden geannexeerd’. Donald Trump herhaalde vervolgens de opmerkingen van Vance en vertelde verslaggevers in het Witte Huis dat Israël ‘niets met de Westelijke Jordaanoever zou doen’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In Jeruzalem probeerde het kantoor van Benjamin Netanyahu de brand te blussen door te beweren dat de stemming niets meer was dan ‘een opzettelijke politieke provocatie van de oppositie’ en dat hij ‘geen steun van de Likoed’ had. De stemming werd gesponsord door de extreemrechtœse partij Noam, die tot voor kort deel uitmaakte van de rechtse regeringscoalitie, en gesteund door de ultranationalisten Itamar Ben-Gvir, minister van Nationale Veiligheid, en Bezalel Smotrich, minister van Financiën.
De stemming werd aangenomen met 25 tegen 24 stemmen van de 120 parlementsleden, meldt Al-Jazeera. Hoewel de stemming in de tweede lezing ‘weinig kans van slagen’ heeft, ‘vindt er langzaam een feitelijke annexatie plaats op de Westelijke Jordaanoever, terwijl Israël illegale nederzettingen op Palestijns grondgebied blijft uitbreiden’, benadrukt de Qatarese zender.
Zijn docu No Other Land stelt misdaden van Israël aan de kaak
Hamdan Ballal, de Palestijnse regisseur van de Oscar-winnende documentaire No Other Land, is onlangs aangevallen door een menigte gewapende kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en gearresteerd door Israëlische soldaten, zo maakte zijn Israëlische mederegisseur Yuval Abraham maandag bekend, aldus Haaretz.
Abraham schrijft op X dat Hamdan Ballal was ‘gelyncht’ en wonden had aan zijn hoofd en buik en dat er sinds zijn arrestatie niets meer van hem vernomen is. Het is onbekend waar hij is en of hij medische behandeling krijgt. Het Israëlische leger beweerde later drie Palestijnen en een Israëliër te hebben gearresteerd.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De film No Other Land, die in 2024 werd uitgebracht en het debuut was van Abraham en Ballal, ‘documenteert het leven in de regio Masafer Yatta op de Westelijke Jordaanoever, onder het geweld van de Israëlische autoriteiten en kolonisten’, aldus Haaretz. De documentaire zorgde voor ophef in Israël nadat de winnaars in hun toespraken op het Internationale Filmfestival van Berlijn opriepen tot een staakt-het-vuren in Gaza en de Duitse regering vroegen om te stoppen met het leveren van wapens aan Israël.
‘De eerste drie gijzelaars die door Hamas zijn vrijgelaten als onderdeel van hun wapenstilstandsovereenkomst met Israël, zijn zondagavond vanuit Gaza overgebracht naar Israël,’ meldt Haaretz. Emily Damari, Romi Gonen en Doron Steinbrecher werden naar ontvangstpunten in Israël gebracht, ‘waar ze de eerste medische verzorging kregen en herenigd werden met hun moeders’, aldus het dagblad. Daarna werden ze per helikopter naar het Sheba medisch centrum in Tel Hashomer gebracht, waar ze herenigd werden met de rest van hun familie.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens het Rode Kruis, dat ervoor zorgde dat ze door Hamas werden overgedragen aan de Israëlische soldaten, zijn de drie vrouwen in ‘stabiele toestand’. Enkele uren later liet Israël, in overeenstemming met de voorwaarden van het bestand, negentig Palestijnse gevangenen vrij uit de militaire gevangenis van Ofer op de bezette Westelijke Jordaanoever en uit een detentiecentrum in Jeruzalem. Volgens Hamas zal de volgende vrijlating op zaterdag 25 januari plaatsvinden.
Bij het geweld zijn zeker elf Palestijnen om het leven gekomen
Een grootscheepse militaire operatie door de Israëlische strijdkrachten in de stad Jenin op de bezette Westelijke Jordaanoever heeft aan zeker elf Palestijnen het leven gekost. Dat schrijft Al Jazeera.De operatie begon in de nacht van zondag op maandag en is de grootste aanval door Israël op de Westelijke Jordaanoever in decennia.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Nadat het leger het vluchtelingenkamp in Jenin binnenviel zijn duizenden Palestijnen op de vlucht geslagen. Volgens Israël is de stad, net als de stad Nablus, een broeinest van terrorisme van waaruit aanslagen door Palestijnse militanten worden voorbereid. Bij de operatie heeft Israël onder meer helikopters en gepantserde voertuigen ingezet.
In Israël en bij buitenlandse bondgenoten is de angst groot dat het geweld de komende tijd zal toenemen door de agressie van Israël. Ministers in de radicaalrechtse regering van het land hebben aangekondigd voorlopig niet te stoppen met de militaire operaties en zeggen dat steden als Nablus en Jenin geannexeerd zouden moeten worden door Israël.
Israëlische militairen deden maandag een inval in de stad Jenin
Bij een inval door Israëlische militairen in een vluchtelingenkamp in de stad Jenin op de bezette Westelijke Jordaanoever zijn maandag vijf Palestijnen om het leven gekomen. Dat bevestigt Al Jazeera.Een van hen was een minderjarige jongen. Daarnaast zijn er tientallen Palestijnen gewond geraakt.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens Israëlische media wilden de militairen Palestijnen oppakken die worden verdacht van banden met terroristische organisaties. Bij de inval werden ze beschoten en schoten ze terug. Israël zette vervolgens een legerhelikopter in om de soldaten te ontzetten. Aan de Israëlische kant zouden er zeven lichtgewonden zijn gevallen.
Het voorval zou de zwaarste vuurgevechten op de Westelijke Jordaanoever tussen Israëliërs en Palestijnen in jaren betekenen. Tussen Israël en de Palestijnse autoriteiten zijn de spanningen sinds de installatie van de nieuwe nationalistische regering van Israël opgelopen, met tot zover zeker honderdtwintig dode Palestijnen als gevolg, waaronder tientallen kinderen.
Sinds het aantreden van de meest rechtse regering in de geschiedenis van Israël, is het geweld tussen Israëliërs en Palestijnen opgelaaid. Opmerkelijk gebruiken beide partijen hetzelfde argument om hun gewelddadigheden te rechtvaardigen: zelfverdediging.
Volgens Richard Silverstein, zelf joods maar zeer kritisch op het Israëlische beleid, moet het aanhoudende geweld door Israël als terreur worden gezien en moet het land dan ook de status ‘terroristisch’ krijgen. ‘Als terrorisme staat voor het gebruik van geweld bij het nastreven van politieke doelen, dan moet het beleid van Israël ook gezien worden als staatsterrorisme’, schrijft hij.
Volgens Orly Goldschmidt, woordvoerder van de Israëlische ambassade in het Verenigd Koninkrijk, moet Israël zich wel verdedigen tegen de Palestijnse terreur. Zonder het antiterrorisme-apparaat van Israël ‘zou het totaal van vijfduizend [terreurslachtoffers] naar ik vrees nog heel wat meer nullen bevatten’, schrijft hij.
Lees hieronder hun betogen:
Waarom Israël als terroristische staat aangemerkt moet worden
Sinds de Nakba [de gedwongen emigratie van Arabische Palestijnen uit het Israëlisch grondgebied in 1947-1949, de tijd waarin de staat Israël ontstond] heeft Israël de Palestijnen onderdrukt met staatsterreur die goedgepraat werd als ‘zelfverdediging’, terwijl Palestijnen die zich verzetten weggezet worden als terroristen. Het geweld dat Israël gepleegd heeft op de Al-Aqsamoskee laat echter de waarheid zien, schrijft Richard Silverstein.
In mei 2021 leidde de onderdrukking van de islamitische eredienst in de Al-Aqsamoskee door Israël tot woede en verzet bij de Palestijnen. Vorig jaar april lokte de Likoed-regering tijdens de ramadan rellen uit in Oost-Jeruzalem door gelovigen de toegang tot de Damascuspoort te weigeren, waar zij na het gebed altijd bijeenkwamen voor de sociale contacten. De Israëlische grenspolitie, berucht om haar wreedheid, reageerde met een uitbarsting van geweld.
De woede van de Palestijnen sloeg al snel over naar alle Palestijnse gemeenschappen in Israël. Zo’n nationaal verzet was nog niet eerder voorgekomen in de geschiedenis van dit conflict dat, op een paar zeldzame momenten na, beperkt is gebleven tot de bezette gebieden.
Ze vielen Palestijnse buurten binnen en terroriseerden en mishandelden de bevolking
De Israëlische joden werden gealarmeerd. De ultrarechtse bendes van de Kahanisten begonnen sociale media in te zetten om groeperingen te organiseren die voor eigen rechter speelden. Ze vielen Palestijnse buurten binnen en terroriseerden en mishandelden de bevolking.
Hamas reageerde, in zijn rol als beschermer van de heilige islamitische plaatsen in Jeruzalem, door raketten op Israël af te vuren. Daarop lanceerde Israël een grootscheepse luchtaanval die elf dagen duurde en 250 slachtoffers maakte, van wie de meesten vrouwen en kinderen waren.
Dit jaar is de ramadan hard op weg om op net zo’n vechtpartij uit te lopen. Na vier Palestijnse terreuraanslagen binnen twee weken, waarbij elf Israëliërs omkwamen, zijn duizenden Israëlische troepen de Palestijnse dorpen binnengedrongen. Daarbij werden honderden gearresteerd en zijn bijna twintig mensen om het leven gekomen.
Hoewel de Palestijnse vechtlust sterker is geworden doordat er een religieuze dimensie aan het politieke conflict is toegevoegd, is er ook een gevaar
De reactie van de Israëlische grenspolitie, die op een dag in april 2022 vroeg in de morgen vijfhonderd kolonisten overbracht naar de binnenplaats recht tegenover de Al-Aqsamoskee, was nog schadelijker voor de stabiliteit van het land. De kolonisten stonden onder leiding van Itamar Ben Gvir, de meest gehate extremist van de Knesset [het Israëlisch parlement]. De aanval stond gepland voor de vroege morgen, het moment waarop gelovigen samenkwamen voor het dagelijks gebed. De politie viel het heiligdom binnen en gebruikte flitsgranaten, traangas en knuppels om de moskee onder controle te krijgen en iedere vorm van verzet de kop in te drukken. Bijna vierhonderd mensen werden gearresteerd en honderdvijftig raakten gewond.
Hoewel de Palestijnse vechtlust sterker is geworden doordat er een religieuze dimensie aan het politieke conflict is toegevoegd, is er ook een gevaar. Uit de geschiedenis blijkt dat de ijver van twee groepen gelovigen die tegen elkaar strijden snel kan escaleren.
De traditionele internationale reactie op gewapend Palestijns verzet was onvoorwaardelijke veroordeling ervan, terwijl men sympathie had voor de daden van Israël, dat handelde uit ‘zelfverdediging’. Maar de wereld begint de opruiing door de Israëliërs steeds meer te zien als een primaire aanstichter van het geweld.
Nu de kritiek op de Israëlische agressie toeneemt, is het tijd voor herbezinning op het conventionele begrip en de definitie van terrorisme.
Als terrorisme staat voor het gebruik van geweld bij het nastreven van politieke doelen, dan moet het beleid van Israël ook gezien worden als staatsterrorisme. Het Palestijnse geweld is dus niet langer het werk van ‘terroristen’, zoals Israël hen heeft bestempeld, maar een legitieme politieke reactie op de Israëlische apartheid en het massale geweld, waaronder de moord op tienduizenden Palestijnen sinds de oprichting van de staat in 1948.
Het is tijd voor herbezinning op het conventionele begrip en de definitie van terrorisme
Ter ondersteuning van dit standpunt heeft Israël sinds zijn oprichting terreur gebruikt om de Palestijnen te controleren, te overheersen en te onderdrukken. Zelfs vóór de oprichting van de staat riep David Ben Goerion al vaak ertoe op de ‘Arabieren’ uit Palestina te verdrijven om te zorgen voor een natie waar een Joodse meerderheid het voor het zeggen zou hebben.
De Joodse terreurmilities waren rivalen van het zionistische Yishuv-bestuur. Zij toonden hun minachting door terreuraanslagen te plegen om zo duidelijk te maken dat de Joden de overmacht hadden. Bij een van hun gezamenlijke militie-operaties in april 1948, die geleid werd door de toekomstige premier Menahem Begin en Yitzhak Shamir, werd het dorp Deir Yassin verwoest, waarbij honderd doden vielen, waaronder vrouwen en kinderen.
Joodse schutters onder leiding van Shamir vermoordden graaf Folke von Bernadotte, een VN-vredesonderhandelaar, omdat hij een territoriaal compromis voorstelde dat nadelig was voor de Joodse belangen. Tenslotte bombardeerden de troepen van Begin, als de meest gruwelijke terreurdaad van allemaal, het King David Hotel, het hoofdkwartier van het Britse Mandaatbestuur, waarbij meer dan negentig slachtoffers vielen.
Hoewel de Joodse ondergrondse terroristische beweging het meeste geweld gebruikte, deed de Yishuv dat nog systematischer: Plan Dalet verdreef een miljoen Palestijnen uit hun huizen in Gaza en voerde ze weg naar Syrië in ballingschap door ze als vluchtelingen in kampen op te sluiten. De Nakba was misschien wel Israëls eerste systematische daad van staatsterreur.
De Nakba was misschien wel Israëls eerste systematische daad van staatsterreur
In het licht van deze geschiedenis moet het huidige Israëlische beleid opnieuw onder de loep worden genomen: de herhaalde aanvallen op Gaza (2009, 2014, 2021) die de dood van duizenden en de vernietiging van tienduizenden huizen tot gevolg hadden, moeten ook worden gezien als terreurdaden. In 2018 stonden Israëlische sluipschutters oog in oog met tienduizenden vreedzame demonstranten tijdens de Grote Mars van de Terugkeer. Ze maaiden hen zonder pardon neer, alsof het niets was. Honderden ongewapende demonstranten werden vermoord en duizenden werden voor het leven verminkt.
Het inpikken van Palestijns land, de ontworteling van hele gemeenschappen, de onderdrukking van religieuze erediensten, de eindeloze cycli van gewelddadige invallen in huizen in het holst van de nacht, de arrestatie van duizenden mensen, waaronder kinderen: al die gebeurtenissen moeten worden gezien als nog meer gewelddadigheden van de staat.
Het verschil tussen het Palestijnse verzet en de Israëlische staatsterreur is dat de Palestijnen individuele gewelddaden plegen. Hoe gruwelijk het aantal doden ook is, het gaat om eenmansaanvallen of gewelddaden met een beperkte impact.
Het terrorisme van Israël daarentegen is een alomvattend beleid waarbij alle macht van het veiligheidsapparaat wordt ingezet ten behoeve van het staatsbelang. Het houdt veel meer in dan een schutter die door een straat in Tel Aviv rent. Het omvat een complete nationale politiemacht die wordt ingezet tegen aanhangers van een enkele religie. Het omvat honderden grenspolitieagenten die een heilige plaats bezoedelen door er een slagveld van te maken; en dat alles ten behoeve van messiaanse joden die de heilige plaatsen van de moslims willen vernietigen om de joodse tempel te herbouwen.
Het verschil tussen het Palestijnse verzet en de Israëlische staatsterreur is dat de Palestijnen individuele gewelddaden plegen
Het Internationaal Strafhof deelt veel van deze zorgen en heeft een onderzoek ingesteld naar mogelijke Israëlische oorlogsmisdaden. Dit garandeert niet dat het Israël schuldig zal bevinden. Maar voor een juiste beoordeling is het van cruciaal belang dat ons begrip van het Israëlische beleid wordt veranderd. Dit beleid is niet alleen onrechtvaardig. Zelfs de term apartheid, hoe juist die definitie ook is, doet geen recht aan de zeventig jaar waarin Israël systematisch Palestijnse rechten onderdrukt. Het is eenvoudigweg een alomvattend beleid van staatsterreur.
Tegenwoordig ziet de wereld een verband tussen de Russische invasie in Oekraïne, de doelbewuste aanvallen op burgerdoelen, de uitroeiing van de hele stad Marioepol en de executie van vastgebonden burgers enerzijds en de wreedheden van de nazi-Wehrmacht en de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog anderzijds. De wereld schreeuwt nu om verantwoording, eist dat Poetin en zijn generaals worden berecht voor oorlogsmisdaden.
Het terrorisme van Israël heeft veel langer geduurd en meer slachtoffers gemaakt dan dat van Rusland. Als we moreel consequent willen zijn, dan moeten de misdaden van de Israëlische staat hetzelfde worden behandeld als de misdaden van Rusland. De wereld kan niet langer aanvaarden dat Israël zich als slachtoffer of zelfverdediger beroept op zijn misdadig gedrag.
Terrorisme in de Israëlische context moet opnieuw worden gedefinieerd. De eeuwigdurende oorlogszuchtige verhouding van Israël tot zijn buren aan de frontlinie (Syrië, Libanon, Iran, enz.) en de Palestijnen destabiliseert de regio en schendt het internationaal recht. De wereld mag Israël niet langer het voordeel van de twijfel geven. Zij moet al die argumenten waarmee ze massaal geweld goedpraat verwerpen. We moeten Israël noemen zoals het is: een terreurstaat.
De staat Israël moet zichzelf verdedigen tegen Palestijnse terreur
Ik ben bang dat het totale dodental nog heel wat meer nullen zou tellen als Israël niet over een anti-terrorismeapparaat zou beschikken.
Het artikel van Jalal Abukhater van 7 februari, dat gepubliceerd werd enkele dagen nadat een Palestijnse terrorist op de herdenkingsdag van de Holocaust zeven onschuldige mensen vermoordde in een synagoge in Jeruzalem, onderwaardeert het leven van Israëliërs.
Zowel Palestijnen als Israëliërs lijden, en dat doet me pijn. Dat is precies de reden waarom dit artikel ingaat op een probleem dat in de bredere discussie over dit onderwerp speelt: de ontkenning en de weigering om te erkennen dat Israëliërs lijden.
Zowel Palestijnen als Israëliërs lijden, en dat doet me pijn
In 2022 werden Israëliërs getroffen door ruim vijfduizend Palestijnse terreuraanslagen; onschuldige mannen, vrouwen en kinderen werden op de straten van Israël doodgereden, doodgestoken of doodgeschoten, of ze kwamen door bombardementen om het leven. Zo is het leven op de grond.
Op 10 februari reed een Palestijn bijvoorbeeld met zijn auto in op een overvolle bushalte, met drie doden tot gevolg, waaronder twee broers van zes en acht jaar oud. Stel je eens voor dat jij of je dierbaren het slachtoffer worden van zo’n weerzinwekkende terreuraanslag terwijl je op weg bent naar je werk. Dit is precies de reden waarom Israël beschikt over een anti-terrorismeapparaat: als het land dat niet had, zou het totaal van vijfduizend naar ik vrees nog heel wat meer nullen bevatten.
Israël heeft door de jaren heen laten zien dat het vrede wil sluiten met de Palestijnen
Israël heeft door de jaren heen laten zien dat het vrede wil sluiten met de Palestijnen. Zo heeft het land in 1993, 2000, 2008 en 2014 geprobeerd om vredesakkoorden te sluiten en streven we nog altijd de vrede na. Geweld is echter aan de orde van de dag. Deze maand nog pleegden drie Palestijnse tieners drie terreuraanslagen op Israëlische burgers.
Deze aanslag staat niet op zichzelf. Helaas krijgen mensen in de Palestijnse samenleving de afkeer van Israël met de paplepel ingegoten. Schoolboeken, sociale media en het beleid van de Palestijnse Autoriteit zijn allemaal toegespitst op geweld tegen onschuldige Israëliërs. Ik hoop dat er vrede zal komen. Om dat te bereiken, zullen de Palestijnse leiders moeten erkennen dat er een eind moet komen aan het opruien van de bevolking en het geweld.
Israël en de Palestijnse Autoriteit praten over de-escalatie
Op de Westelijke Jordaanoever is het dit weekend in meerdere steden tot confrontaties gekomen tussen Israëlische kolonisten en Palestijnen, meldt het Israëlische Haaretz. Het epicentrum van het geweld lag in de stad Hawara, waar het leger eraan te pas moest komen om rellen door Israëliërs onder controle te krijgen. Het geweld ontstond op zondag als wraakactie na een schietpartij eerder op de dag in Hawara, waarbij een Palestijn twee mensen van Israëlische komaf had doodgeschoten.
Kolonisten in Hawara organiseerden vervolgens een protestmars, waarbij gebouwen, woningen en auto’s in brand werden gestoken. Ook werden Palestijnen aangevallen. Elders in het gebied, in de stad Nablus, was het ook onrustig. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft zijn landgenoten opgeroepen niet voor eigen rechter te gaan spelen.
Het geweld op de Westelijke Jordaanoever is de afgelopen dagen flink toegenomen. Om deze reden kwamen afgevaardigden van Israël en de Palestijnse Autoriteit zondag in Jordanië bijeen om te praten over manieren om de situatie onder controle te krijgen. Israël heeft daarbij enkele concessies gedaan, waaronder de belofte de komende maanden in ieder geval geen nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te bouwen. Ook zullen de gesprekken de komende tijd voortgezet worden.
De inval vond plaats op de Westelijke Jordaanoever
Bij een inval door Israëlische militairen in de stad Nablus op de Westelijke Jordaanoever zijn woensdag zeker tien Palestijnen om het leven gekomen. Volgens Al Jazeera gaat het onder meer om een veertienjarige jongen. Ruim honderd mensen zijn gewond geraakt bij de gewelddadigheden.
De Israëlische operatie was gericht op een huis waar Palestijnse militante strijders zich zouden verschuilen. Er ontstond een vuurgevecht, waarbij drie Palestijnen omkwamen. Vervolgens kwamen er Palestijnen op het tumult af die de Israëlische militairen bestookten met stenen en explosieven. De meeste doden en gewonden vielen door rondvliegende kogels.
Sinds de nieuwe, zeer nationalistische regering is aangetreden in Israël is het geweld in de Palestijnse gebieden toegenomen. Militaire operaties en invallen komen steeds meer voor, vaak met dodelijk geweld. Zo zijn dit jaar al zestig Palestijnen, waaronder dertien kinderen, vermoord door Israëlische militairen. De aanvallen door Israël worden vaak beantwoord met nieuwe aanslagen door Palestijnse groeperingen.
Het Witte Huis uitte donderdag ‘zeldzame kritiek’ op Israël, schrijft Middle East Eye. Volgens de VS creëert het besluit van Israël om negen nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever te legaliseren en er nieuwe woningen te bouwen een situatie ‘die de kansen op een vreedzame oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict vermindert’.
‘We zijn zeer ontzet over de aankondiging van de Israëli’s,’ aldus de perswoordvoerder van het Witte Huis. ‘De Verenigde Staten zijn sterk gekant tegen deze unilaterale maatregelen die de spanningen verergeren, het vertrouwen tussen de partijen schaden en de geografische levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing ondermijnen.’
Washington weigerde echter een ontwerpresolutie van de VN-Veiligheidsraad te steunen waarin wordt opgeroepen tot een ‘onmiddellijke stopzetting’ van Israëls nederzettingsactiviteiten in de Palestijnse gebieden. ‘Ons standpunt is dat de invoering van de resolutie weinig nut heeft voor de ondersteuning van de onderhandelingen over de tweestatenoplossing,’ aldus het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Palestijnse slachtoffers woonden in een kamp bij Jenin
Israëlische militairen hebben zeker tien Palestijnen gedood tijdens een inval in een vluchtelingenkamp op de Westelijke Jordaanoever. De aanval vond plaats in het kamp in Jenin, schrijft Al Jazeera. Volgens het Israëlische leger ging het om een antiterreuroperatie tegen militante Palestijnen die zich in het kamp zouden hebben schuilgehouden.
De operatie is een van de dodelijkste Israëlische aanvallen op Palestijnse doelen in jaren. Dit jaar zijn er al 29 Palestijnen gedood door Israëlische militairen op de Westelijke Jordaanoever, waar vorig jaar met 172 dodelijke slachtoffers ook al een triest record werd gebroken. De weinige samenwerkingen die er nog waren tussen de Palestijnen en Israëliërs zijn na de aanval verbroken.
Israël heeft sinds kort de meest rechtse regering uit de geschiedenis en de vrees is dat de repressie tegen Palestijnen de komende tijd alleen maar zal toenemen. Daarnaast wordt het als een zorgwekkend signaal gezien dat de internationale gemeenschap de inval in Jenin amper heeft veroordeeld.
Het bloederige ingrijpen van het Israëlische leger bij de protestmars in de Gazastrook onlangs heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu internationaal veel kritiek opgeleverd. Corruptiezaken tegen hem worden met de dag substantiëler. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – laat hij een diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld land achter. En toch, als er vandaag verkiezingen worden gehouden zou hij waarschijnlijk nog steeds winnen.
Keuze uit het archief
In 2018 publiceerden we dit artikel uit Newsweek, dat de val van Benjamin Netanyahu voorspelt. Hij hield het daarna nog ruim drie jaar lang vol, en is na een jaar weg nu weer terug; uit voorlopige uitslagen van de Israëlische verkiezingen woensdag 1 november komt zijn Likoed-partij als overduidelijke winnaar naar voren. Zoals Midden-Oostenverslaggever van The Economist Gregg Carlstrom het hier raak verwoordt: ‘Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft.’
Toen Benjamin Netanyahu in maart 2018 een bezoek bracht aan Washington, had dat een politieke triomf moeten worden, een jubelmoment. Het grootste deel van de twaalf jaar dat hij aan de macht was moest de havikachtige Israëlische premier noodgedwongen samenwerken met presidenten die hem verachtten, naar links neigende Democraten die het over nederzettingen en een Palestijnse staat hadden.
En toch was de hele reis van begin af aan mislukt. Enkele uren voor Netanyahu’s ontmoeting met Trump vernamen de Israëliërs dat een van de meest vertrouwde adviseurs van de premier zich tegen hem had gekeerd. Nir Hefetz, een voormalig journalist, is wel omschreven als ‘Netanyahu’s spindoctor’, de man die verantwoordelijk was voor het masseren van de persberichten over het premiersechtpaar. Maar na zijn arrestatie in februari toonde Hefetz zich bereid namens de staat te getuigen en opnamen over te leggen van de Netanyahu’s die een mogelijke criminele samenzwering bespraken. Hij was voor zover bekend de derde vertrouweling van de premier in enkele maanden tijd die met de autoriteiten samenwerkte.
Netanyahu deed alsof er niets aan de hand was. Hij heeft al vaker politieonderzoeken overleefd, al vanaf zijn eerste termijn in de jaren negentig. ‘Er zal niets naar boven komen omdat er niets is,’ zo deed hij de jongste vloedgolf van corruptieonderzoeken af. En critici hebben hem om het hardst onderschat. Vóór de verkiezingen in 2015, waren de Israëliërs ervan overtuigd dat het met Netanyahu gedaan was. Die verkiezingen zouden om de economie draaien, zo voorspelden ze, en de premier had wat dat betrof weinig te bieden (hij nam niet eens de moeite met een economisch programma te komen). Desondanks won hij, op overtuigende wijze.
Toch begonnen zelfs zijn medestanders in 2018 te fluisteren dat zijn juichende bezoek aan Washington zijn laatste was geweest. Na jarenlang onderzoek begon het politienet zich te sluiten; de zaken tegen hem worden met de dag substantiëler. De procureur-generaal zou de komende maanden besluiten of hij een massa aanklachten tegen hem zou indienen, variërend van komisch en absurd tot doodserieus. De man die door Time ooit ‘koning Bibi’ werd gedoopt, domineerde het politieke toneel van Israël al tien jaar en was van plan dat nog veel langer te blijven doen. Nu leek hij opeens kwetsbaar.
Bye bye Bibi
Dit is een bewerking van het artikel dat we publiceerden in april 2018, toen de val van Netanyahu al werd voorspeld. Hij heeft het nog ruim drie jaar volgehouden, tot hij op 16 juni dit jaar de verkiezingen verloor van Naftali Bennett, volgens wie het tijd is om ‘het land te genezen’. Desalniettemin wordt een comeback niet uitgesloten.
Tweedeling
Zijn toespraak tot de AIPAC had de gebruikelijke politieke lading. Netanyahu praatte over de veiligheid van Israël, over de ontkiemende diplomatieke banden met voorheen onvriendelijke delen van de wereld, de benijdenswaardige hightechindustrie. Dat zijn onmiskenbare wapenfeiten, maar ze vormen niet Netanyahu’s echte erfenis. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – zal hij een land achterlaten dat diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld is.
Die tweedeling is niet helemaal zijn schuld. Demografische en culturele veranderingen – van de snelle groei van de ultraorthodoxe Joodse bevolking tot de oorlogszuchtigheid van een jongere generatie die is ontstaan tijdens de tweede intifada, de gewelddadige Palestijnse opstand – spelen een belangrijke rol. Maar hij heeft het proces ontegenzeglijk versneld. Hij laat de Haredim (het Hebreeuwse woord voor ultraorthodoxe Joden) op tal van gebieden het beleid dicteren, variërend van het onderhoud aan spoorlijnen tot gebedsafspraken bij de westelijke muur. De wilde, rechtse beschuldigingen aan het adres van regering en leger heeft hij voornamelijk doodgezwegen. In plaats van de racistische en nationalistische flanken van zijn coalitie te beteugelen geeft hij ze meer macht. Tijdens zijn laatste campagnetoespraak in 2015, op de verkiezingsdag, waarschuwde hij bijvoorbeeld dat de Arabieren in groten getale naar de stembus zouden komen.
De schisma’s in de Israëlische samenleving zullen de komende tijd misschien sterk worden uitvergroot. Onder druk van de aanklachten kan Netanyahu nieuwe verkiezingen uitschrijven [uiteindelijk schreef hij vervroegde verkiezingen uit voor april 2019. Hij won en het duurde tot mei 2020 tot er een nieuwe regering was]. Dan zou hij zijn campagne beginnen met zo’n 30 procent van de Israëliërs die achter hem staan, terwijl de meerderheid zijn vertrek eist. Veel kiezers hebben het financieel moeilijk vanwege de hoge kosten van levensonderhoud, de lage lonen en het woningtekort. Het vredesproces met de Palestijnen is in het slop geraakt. En toch, als er vandaag verkiezingen zouden worden gehouden zou hij, ondanks zijn impopulariteit en de toenemende kans op gerechtelijke vervolging, waarschijnlijk nog steeds winnen.
Hij liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen
De Netanyahu’s worden al decennialang van kleinschalige corruptie beschuldigd, en de pers smult van de weelderige levensstijl waarop ze aanspraak maken. Gidi Weitz, correspondent van Haaretz en een van de belangrijkste onderzoeksjournalisten van Israël, beschreef eens hoe ze er zonder te betalen tussenuit knepen uit een Italiaans restaurant waar hij in de jaren negentig werkte. De douceurtjes werden groter nadat Netanyahu in 2009 herkozen was. Hij tekende een contract van 2500 dollar voor de levering van gourmetijs in de ambtswoning en liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen.
Klein spul
Toch was dit nog maar klein spul – een politicus die zijn positie te baat nam om wat luxueuzer te leven. Het hoogtepunt was misschien wat wel ‘Bottlegate’ wordt genoemd: jarenlang stak Sara Netanyahu de acht cent statiegeld in haar zak van lege wijnflessen die op staatskosten waren aangeschaft. (Sara speelt een belangrijke rol bij de ambtsuitoefening van haar man en is geregeld de oorzaak van zijn juridische problemen: twee voormalige werksters hebben haar met succes aangeklaagd wegens verbaal geweld.)
Op 13 februari [2018] werden de beschuldigingen veel ernstiger, toen er op aanwijzing van de politie twee aparte aanklachten tegen Netanyahu werden ingediend. In de eerste, bekend als ‘Case 1000’, wordt hij beschuldigd van het accepteren van giften van miljardairs in ruil voor gunsten, zoals hulp bij het vernieuwen van een Amerikaans visum. De gulheid van de miljardairs – sigaren, champagne en dergelijke – beliep naar verluidt een slordige miljoen sjekel, oftewel 288.000 dollar. (Een van zijn weldoeners was pikant genoeg Arnon Milchan, de producent van Pretty Woman.)
De andere aanklacht draait om Arnon Mozes, de uitgever van Yediot Aharonot, Israëls grootste betaalde dagblad. Het blad is al lange tijd kritisch over Netanyahu, een houding die eerder op een persoonlijke vete berust dan op politieke meningsverschillen. Sara Netanyahu vergeleek Mozes eens met Heer Voldemort, de schurk uit de Harry Potter-romans. Maar volgens de politie voerden de twee vijanden vriendschappelijke gesprekken om financiële afspraken te maken. Mozes bood aan zijn krant een toontje lager te laten zingen in de berichtgeving over de premier. In ruil bood Netanyahu naar verluidt aan een spaak in het wiel te steken van Israel Hayom, een populaire gratis krant die wordt gefinancierd door de Amerikaanse casinomagnaat Sheldon Adelson en die een flinke hap uit de advertentie-inkomsten van Yediot heeft genomen. Er is geen bewijs dat Netanyahu zijn belofte is nagekomen. Hij deed zelfs het tegenovergestelde: hij riep in 2014 vervroegde verkiezingen uit om een wet tegen te houden die de distributie van Adelsons krant zou hebben beperkt. Maar alleen de gesprekken met Mozes kunnen eventueel al als misdadig worden aangemerkt.
In vroeger jaren zouden zulke beschuldigingen een Israëlische politicus de kop hebben gekost. Yitzhak Rabin trad in 1977 af als premier, nadat een journalist had ontdekt dat zijn vrouw er een buitenlandse bankrekening op nahield, waarop zo’n tienduizend dollar aan eigen geld stond. Hoe bizar het nu ook klinkt, dat was verboden in Israël, in die tijd een betrekkelijk arm land dat dringend behoefte had aan buitenlandse valuta’s. Rabin gaf toe dat het een ‘fout’ was en zei dat hij zich niet ‘achter parlementaire onschendbaarheid zou verschuilen’. Er was geen vermoeden van omkoping of corruptie, maar zelfs dit kleine technische vergrijp was al voldoende om een premier afstand van zijn ambt te laten doen.
Niks goedkoper in Israël dan bloed van Palestijnen
Het dodencijfer liep op met de regelmaat van de klok. Elk half uur een slachtoffer. Israël was druk bezig met het voorbereiden van de seideravond. In Gaza ging het Israëlische leger door met doden in een afschuwwekkend ritme, terwijl Israël Pesach vierde.
Het doden van Palestijnen wordt in Israël lichter opgevat dan het doden van muggen. Niks goedkoper in Israël dan Palestijns bloed. Maar een leger dat zich op de borst klopt als het een boer op zijn land doodschiet en de video op zijn website zet om de mensen in Gaza te intimideren, een leger dat tanks inzet tegen burgers, dat er prat op gaat dat een honderdtal scherpschutters demonstranten opwachten, dat is een leger dat geen terughoudendheid meer kent.
Mahmoed Abbas is verantwoordelijk voor de toestand in Gaza. En Hamas, natuurlijk. En Egypte. En de Arabische wereld, de hele wereld eigenlijk. Alleen Israël niet. Dat heeft zich uit Gaza teruggetrokken. En Israëlische soldaten plegen geen massamoorden. Nooit.
Later op de avond werden de namen gepubliceerd. Die zeiden niemand wat.
(Gideon Levy, Haaretz)
Nu niet meer. Een land dat werd geromantiseerd vanwege zijn socialistische kibboetsen is een neoliberale economie geworden; binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van rijke landen, doet Israël qua economische ongelijkheid alleen onder voor de Verenigde Staten. ‘We waren altijd een zeer homogene samenleving waar niemand veel geld had,’ zegt Ifat Zamir, hoofd van de Israëlische tak van Transparency International. ‘En toen, in de jaren negentig, verdienden sommige mensen een beetje geld, en veranderde de wereld met hen. Evenals het algemene vertrouwen in de regering.’
Veel Israëliërs hebben apathisch op de beschuldigingen tegen Netanyahu gereageerd. Linkse activisten hebben wekelijkse betogingen tegen de premier georganiseerd, maar zelfs toen die in de zomer [van 2017] een hoogtepunt bereikten, namen er maar enkele duizenden mensen aan deel. In maart [2018] waren het er nog maar een paar honderd. En veel betogers hadden toch al een hekel aan Netanyahu. Zijn rechtse achterban heeft hem niet verlaten. Integendeel: volgens sommige peilingen is zijn populariteit gestegen. In de eerste dagen na de aanwijzingen van de politie kon je nog denken dat Netanyahu zijn baan zou behouden.
Maar de lijst beschuldigingen bleef groeien. Hij werd naar verluidt van nog een schimmige deal verdacht, ditmaal met de eigenaar van Bezeq, Israëls grootste telecombedrijf. Deze zakenman, Shaul Elovitch, is ook eigenaar van Walla, een populaire nieuwswebsite. In dit geval zouden de gunsten wel eens honderden miljoenen dollars kunnen belopen. De politie onderzocht ook of Netanyahu en zijn helpers hadden aangeboden een rechter tot procureur-generaal te promoveren als ze bereid was een zaak tegen de vrouw van de premier te seponeren. En op de achtergrond doemden beschuldigingen op dat topveiligheidsfunctionarissen steekpenningen hadden aangenomen van een Duits conglomeraat dat de kernonderzeeërs bouwt die door de Israëlische marine worden gebruikt. Zoals een lid van de Knesset, het Israëlische parlement, het uitdrukte, anoniem vanwege de gevoeligheid van de zaak: ‘We hebben nog steeds een paar rode draden, en een daarvan heeft met de nationale veiligheid te maken.’
Schaduwkabinet
Als Netanyahu op een dag in de Maasiyahu-gevangenis belandde, zou hij niet de eerste premier zijn. Zijn voorganger Ehud Olmert werd in februari 2016 ook tot deze open penitentiaire inrichting veroordeeld. Hij was twee jaar eerder aangeklaagd wegens omkoping en kreeg negentien maanden gevangenisstraf. Een ochtendprogramma op de Israëlische radio wilde de nieuwe gedetineerde wat advies geven. Dat was niet moeilijk te regelen. Er is een heus schaduwkabinet dat wel enige tijd in Israëlische gevangenissen heeft doorgebracht. De presentatoren vroegen voormalig minister van Gezondheid Shlomo Beniziri om wat tips. (‘De bewaarders doen niet sentimenteel over ministers,’ verklaarde hij.)
Maar Netanyahu’s geval zou om één reden anders kunnen zijn: de Israëlische wet laat er geen twijfel over bestaan dat een minister die van ernstige strafbare feiten wordt beschuldigd moet aftreden, maar zegt niets over een éérste minister. Olmert trad af voordat hij werd aangeklaagd. Zijn opvolger is vastbesloten aan te blijven. De juridische consensus is dat hij dat kan doen, totdat hij wordt veroordeeld en niet verder in beroep kan. Dus zijn strijd is, althans voorlopig, een politieke strijd. Olmert vertrok nadat zijn coalitiepartners hem hadden laten weten, eerst privé en later in het openbaar, dat ze hem niet langer steunden. Hij kwam ook zwaar onder vuur van de oppositie te liggen: ‘Een premier die tot aan zijn nek in de gerechtelijke onderzoeken zit, heeft geen moreel en publiek mandaat,’ zei de oppositieleider destijds.
Die oppositieleider was Benjamin Netanyahu, die zijn eerdere banvloek lijkt te zijn vergeten. Hij stond niet echt onder druk om af te treden. Zijn bondgenoten stonden achter hem. Minister Naftali Bennett van Onderwijs, in Washington om het onderonsje van AIPAC bij te wonen, zei dat Netanyahu als onschuldig moest worden beschouwd totdat het tegendeel was bewezen. Miri Regev, de populistische minister van Cultuur, zei dat ze ‘niet onder de indruk’ was van de aanklachten tegen Netanyahu: ‘Ik ga niet overhaast mensen ophangen op het dorpsplein.’
In de Knesset werd over vervroegde verkiezingen gesproken – maar om de kracht van Netanyahu te bewijzen, niet zijn zwakte. Zijn coalitie leek onaantastbaar, hard op weg om de eerste sinds 1988 te worden die haar volledige vier jaar uitzat. Ze nam in december 2016 een begroting voor twee jaar aan, waarmee ze haar voortbestaan tot de volgende geplande verkiezingen praktisch garandeerde. (Volgens de Israëlische wet wordt een regering die er niet in slaagt een begroting te laten goedkeuren automatisch ontbonden.) Maar de ultraorthodoxe partijen dreigden tegen de vólgende begroting te stemmen als de Knesset geen wet goedkeurde die mannelijke haredim vrijstelt van dienstplicht. Hoewel die volgende begroting pas in december [2018] hoef te te worden goedgekeurd, kon Netanyahu dit als excuus gebruiken om vervroegde verkiezingen uit te schrijven.
Hij had goede redenen om zelfverzekerd te zijn. Peilingen onder het Israëlische electoraat zijn notoir onbetrouwbaar. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 had de Likoed-partij daarin nog een flinke achterstand op zijn belangrijkste centrumlinkse concurrent. Toch zijn ze een goede barometer voor de algemene stemming.
Sommige analisten schilderen Israël af als een land dat onverbiddelijk naar rechts overhelt. Dat is een te simpele voorstelling van zaken. In 1981 won het rechtse en religieuze blok 64 van de 120 zetels in de Knesset. In 2015 won het er 67. Centrumlinks verloor flink wat terrein – maar bijna uitsluitend aan de Arabische partijen, die in de jaren negentig zijn ontstaan. De omvang van het conservatieve, religieuze blok is een generatie lang bijna constant gebleven. De echte verschuiving vindt plaats binnen de blokken. In 1981 wonnen de twee grootste partijen – Likoed en Alignment, de voorganger van de Arbeidspartij – 95 stemmen, bijna vier vijfde van de Knesset. Geen enkele andere partij won meer dan 5 procent van de stemmen. Maar bij de laatste verkiezingen behaalden Likoed en de Arbeidspartij maar 54 zetels. Ook al zouden ze een eenheidsregering hebben willen vormen, dan nog hadden ze geen meerderheid gehad. Zeven andere partijen, aan weerszijden van het ideologische spectrum, haalden de grens van 5 procent.
Deze versplintering maakt het voor veel Israëlische politici moeilijk om coalities te vormen. Netanyahu zou met zijn huidige kunnen doorgaan, zij het met een kleinere meerderheid. Yair Lapid, de voorzitter van Yesh Atid, zou er een harde dobber aan hebben. Zelfs met een brede coalitie die zich zou uitstrekken van centrumrechts tot uiterst links zou hij geen meerderheid behalen. Om de drempel van zestig zetels te passeren zou hij ofwel de ultraorthodoxe partijen nodig hebben, ofwel de ultranationalistische factie Jisrael Beeténoe. Die laatste is een uiterst rechtse partij die in 2015 campagne voerde voor etnische zuivering en herinvoering van de doodstraf. En Lapid bouwde zijn politieke carrière op het agiteren tegen de orthodoxen door aan te dringen op beperking van hun sociale uitkeringen en beëindiging van hun vrijstelling van dienstplicht. In beide gevallen zou de schoen wringen.
De meeste potentiële vervangers van Netanyahu ter linker- en rechterzijde zien zich met een overeenkomstig dilemma geconfronteerd. Ook al gaat hij verder als oppositieleider, de impopulaire Isaac Herzog heeft het niet langer voor het zeggen bij de Arbeidspartij. Zijn opvolger, Avi Gabbay, werd in 2017 tot leider van de Arbeidspartij gekozen en begon onmiddellijk rechtse stemmers naar de mond te praten. Zijn populariteit kelderde al snel en is nog niet op het oude peil. De partij Het Joodse Huis van Naftali Bennett heeft te nauwe banden met de kolonisten in de nederzettingen en Jisrael Beeténoe, de partij van Avigdor Lieberman, met Russische immigranten.
Gedurende 29 van de afgelopen veertig jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch blijft Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen
Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft. Zijn critici noemen hem vaak spottend ‘Mr. Status Quo’. In 2011 werd Israël opgeschrikt door massale sociaal-economische betogingen. Die begonnen met een klein tentenkamp op een chique boulevard in Tel Aviv; in september gingen honderdduizenden mensen de straat op om te klagen over de hoge kosten van levensonderhoud. Tot belangrijke hervormingen heeft dat niet geleid. Mobiele telefoonabonnementen zijn goedkoper geworden. Supermarkten hebben de prijs van kwark drastisch verlaagd. Maar de economische grondslagen blijven onveranderd. Netanyahu heeft weinig gedaan om de landelijke woningnood aan te pakken waardoor appartementen onbetaalbaar zijn voor jonge Israëliërs. (Het kopen van een vijfkamerappartement kost de gemiddelde Israëliër bijna zestien jaarsalarissen, tegen zeven en een half in Frankrijk en vijf in de Verenigde Staten.) Ondertussen heeft de premier niets gedaan tegen het voortdurende gebakkelei over godsdienst en cultuur dat de Israëlische politiek verstoort, van beperkte winkeltijden tijdens de sabbat tot steeds fellere scheldkanonnades tegen progressieve activisten en academici. In de ogen van sommige buitenlanden is Netanyahu’s meest onvergeeflijke fout zijn laksheid ten aanzien van het vredesproces. Elke maand publiceert het gematigde Israëlische Democratie-instituut een peiling die ‘Vredesindex’ wordt genoemd. De eerste twee vragen zijn altijd dezelfde: ‘Steunt u vredesonderhandelingen met de Palestijnen? Denkt u dat die kans van slagen hebben?’ De laatste cijfers [in april 2018] zijn deprimerend. Bijna 60 procent van de Israëlische Joden staat achter het vredesproces, maar slechts 18 procent gelooft dat dat tot vrede zal leiden. Tel die cijfers bij elkaar op en nauwelijks een op de tien Joodse Israëliërs staat achter een tweestatenoplossing en gelooft daar ook in. Een overweldigende meerderheid vindt dat de situatie moet blijven zoals ze is. (De Palestijnen zijn even berustend.) ‘Netanyahu had twee voornemens toen hij premier werd,’ zegt een voormalige adviseur, die anoniem wil blijven om vrijelijk over zijn vroegere baas te kunnen spreken. ‘Een daarvan was het ontmantelen van de Oslo-akkoorden.’ De premier heeft het nooit zo ongezouten gezegd – althans niet in het openbaar. Maar hij heeft onmiskenbaar succes gehad. Bijna een decennium lang heeft hij tijd gerekt door in te stemmen met vredesonderhandelingen maar nooit wezenlijke concessies te doen die het proces zouden kunnen versnellen. Hij zegt in het Hebreeuws het een en in het Engels het ander. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 beloofde hij nooit een Palestijnse staat te zullen vestigen. Toen zijn overwinning was veiliggesteld – en na scherpe kritiek uit het Westen – probeerde hij die woorden te ontkennen. Toen Trump president werd en Netanyahu vroeg ‘terughoudend’ te zijn ten aanzien van de nederzettingen, was hij verbijsterd. ‘Hij gaat zijn belangstelling wel verliezen,’ voorspelde een medewerker van Netanyahu toen Trump Jeruzalem in 2017 bezocht. Zeker is dat de Amerikaanse president niet meer met de Palestijnen spreekt en betwijfelt of hij de ‘ultieme deal’ kan bewerkstelligen, zoals hij het ooit noemde.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zelfs een duifachtige premier moeite zou hebben om met de Palestijnen te onderhandelen, verdeeld als ze zijn tussen Fatah, de seculiere partij die de Westoever in handen heeft, en Hamas, de islamitische groepering die in 2007 de macht in Gaza greep. Evenmin zou hij veel hulp hoeven te verwachten uit het huidige Witte Huis. De Amerikaanse ambassadeur in Israël, David Friedman, staat pal achter de Israëlische nederzettingen. Jared Kushner, Trumps schoonzoon wiens familie geld aan kolonistengroeperingen heeft gedoneerd, had een belangrijke rol moeten spelen in het vredesproces. Maar hij raakte in tal van schandalen verwikkeld en zijn rol in het Witte Huis werd al snel een stuk kleiner.
Toch is er geen reden om te denken dat Netanyahu’s opvolgers bereid of in staat zullen zijn de tweestatenoplossing te realiseren. Bennett wil twee derde van de Westoever annexeren, een stap die een Palestijnse staat onmogelijk zou maken. Lieberman verwerpt het idee van een staat, net als de meeste toonaangevende figuren binnen Likoed. Toen journalisten van de nieuwswebsite Walla het kabinet polsten, waren maar vier ministers bereid een tweestatenplan te onderschrijven.
Hoewel Lapid en Gabbay het plan steunen, blijven ze vaag over hoe ze het ten uitvoer zouden kunnen brengen – hoe ze de fouten zouden kunnen vermijden waaraan de ruim vijfentwintig jaar door de VS geleide onderhandelingen mank zijn gegaan. Ze komen alleen maar met vage verhalen over ‘regionale initiatieven’ en ‘het betrekken van de Arabische staten’. Er zijn weinig prikkels om het anders te doen. De kwestie levert niet veel stemmen op en speelt zelfs geen grote rol in de Israëlische politiek. Vóór de verkiezingen van 2015 kwamen de leiders van de grootste partijen bijeen voor een tweeënhalf uur durend debat op Kanaal 2. Het woord ‘vrede’ werd exact vijf keer uitgesproken, waarvan drie keer door Ayman Odeh, de leider van de partij die de Palestijnse burgers van Israël vertegenwoordigt. ‘Dit is geen zaak die de partijen scheidt,’ zegt Dani Dayan, een voormalige kolonistenleider die tegenwoordig consul-generaal is in New York. ‘Want de Israëliërs begrijpen dat, wie er ook premier wordt, er niets zal veranderen.’
Netanyahu’s eerste premierschap duurde maar drie jaar. Hij won in 1996 met een nipte marge, en de kiezers hadden snel genoeg van hem. Het vredesproces haperde. De bloedige bezetting van Zuid-Libanon leek eindeloos te duren. Er deden al corruptieverhalen de ronde over Netanyahu en sommige van zijn coalitiepartners. Het publiek gooide hem er in 1999 uit en gunde Ehud Barak de overwinning met een marge van 12 procent.
Maar voor Bibi waren al deze wezenlijke kwesties van secundair belang. Toen hij tijdens de verkiezingsavond zijn nederlaag evalueerde, zei hij tegen medewerkers: ‘Ik heb verloren omdat ik geen krant heb.’ Dat probleem loste hij op voordat hij tien jaar later een nieuwe gooi naar het premierschap deed. Israel Hayom deed geen enkele poging om een objectieve nieuwsbron te zijn. De verlieslijdende krant, zwaar gesubsidieerd door Adelson, was een onvervalste propagandamachine voor Netanyahu; naar verluidt dicteerde het kantoor van de premier zelfs de koppen.
Zijn ambitie reikte verder dan de dagelijkse koppenoorlog. Aan de vooravond van Israëls zeventigste verjaardag kan de politieke geschiedenis van het land grofweg in twee helften worden verdeeld. De eerste werd gedomineerd door de centrumlinkse voorgangers van de Arbeidspartij. Het politieke establishment was grotendeels progressief, seculiere afstammelingen van de Asjkenazim. Likoed won haar eerste verkiezingen pas in 1977, een gebeurtenis die door de belangrijkste nieuwslezer van Israël de mahapakh (revolutie) werd gedoopt. Sindsdien heeft links moeite de macht terug te winnen.
Gedurende 32 van de afgelopen 43 jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch bleef Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen. Als je Netanyahu en zijn bondgenoten moest geloven, vochten ze om de macht met de verschanste elites: het leger, de rechterlijke macht, de universiteiten. (Zijn vriend in het Witte Huis zou dit de ‘deep state’ noemen.)
Als je zijn adviseurs mag geloven, was dit Netanyahu’s tweede voornemen – de hervorming van de gevestigde orde van Israël. Zijn obsessie met het manipuleren van de media is daar een voorbeeld van. Hij heeft een ongekend aantal religieuze Israëliërs in de top echelons van de veiligheidsdiensten benoemd. Ayelet Shaked, de nationalistische minister van Justitie, probeerde de manier te veranderen waarop rechters worden benoemd en de bevoegdheid daartoe over te dragen aan de Knesset in plaats van aan een rechterlijke macht die als links wordt beschouwd. Regev, de minister van Cultuur, ging constant tekeer tegen kunstenaars en stelt zelfs voor degenen die een staatssubsidie krijgen aan een ‘loyaliteitstest’ te onderwerpen.
Ultraorthodox
Bijna een op de vier basisschoolleerlingen is ultraorthodox, tegen een op de tien een generatie geleden. Hoewel de meeste Israëliërs een grotere scheiding tussen synagoge en staat voorstaan, dringen ultraorthodoxe politici aan op het tegengestelde. In de herfst van 2016 kwamen ze in het geweer tegen het plan van de nationale spoorwegen om onderhoud te plegen op Sjabbat, de Joodse sabbat. Voor de timing van de spoorwegen viel veel te zeggen: er rijden geen treinen op zaterdag, er is weinig wegverkeer en de meeste werkenden hebben een vrije dag. Maar de haredim dreigden, onder druk van hun kiezers, de regering ten val te brengen als de onderhoudsplannen niet werden ingetrokken. Netanyahu treuzelde tot het laatst mogelijke moment – vrijdagmiddag, minder dan een uur voor de sabbat. Toen gelastte hij de werkzaamheden af, een beslissing die de staat miljoenen kostte en de zondag daarop voor een verkeersinfarct zorgde. En dat allemaal om religieuze kiezers niet van zich te vervreemden die zich steeds meer van de meerderheid van de Israëliërs vervreemden.
Onder de Israëlische Joden bestaan fundamenteel onverenigbare meningsverschillen over hoe Israël als een ‘Joodse en democratische staat’ moet worden gedefinieerd. 69 procent van de ultraorthodoxen en 46 procent van de nationaal-religieuzen (een meerderheid) vindt de staat te democratisch. 59 procent van de seculiere Joden vindt de staat te Joods. Een meerderheid van de Israëlische Joden vindt het ongepast dat Arabische politici deel uitmaken van de coalitie, en velen vinden het acceptabel dat de staat meer geld aan Joodse gemeenschappen geeft dan aan Arabische.
‘Mars uit Gaza’ [2018] gaat vooral over Palestijns leiderschap
De Palestijnse ‘Mars terug’ vanuit Gaza heeft niet tot doel Israël van de kaart te vegen, maar is eerder een gevecht om het Palestijnse leiderschap. Hamas bepaalt de duur en de omvang van het protest en stelt daarbij niet alleen Israël op de proef. De leiders van Hamas moeten aantonen dat zij de situatie in de hand hebben en de omvang van het protest op peil weten te houden voor zolang als zij nodig achten. Pas dan ligt internationale erkenning in het verschiet.
Het is een spel waarbij Egypte, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoed Abbas tegelijk ook partners van Israël tegen Hamas zijn. Caïro en Amman onderhouden over de situatie intensieve contacten, waarbij soms ook Israël betrokken wordt.
Egypte blijft inmiddels grote druk op beide Palestijnse kampen uitoefenen om tot een verzoening te komen. Daartoe is het een vereiste dat Abbas de sancties opheft die hij tegen Gaza heeft getroffen om Hamas te verzwakken. Met Jordanië is Caïro bevreesd dat de onrust overslaat naar Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever, maar evenzeer naar de Sinaï, waar Egypte samen met Israël de terreur bestrijdt die uitgaat van elementen van de Egyptische Moslimbroederschap en Hamas.
(Zvi Bar’el, Haaretz)
In de eerste decennia na 1948 werd Israël omringd door vijandige (en veel grotere) Arabische staten. Het besef van een gemeenschappelijk gevaar hielp een band te scheppen tussen Joden overal ter wereld, vooral omdat de Holocaust nog vers in het geheugen lag. Die band werd zwakker na de verdragen met Egypte en Jordanië. Nog altijd hield het vredesproces de Israëlische samenleving bijeen, zij het in twee helften: een ‘vredeskamp’ dat geloofde dat een tweestatenoplossing de enige manier was om de toekomst van het land veilig te stellen, en een groep die zich daar juist tegen verzette. Niettemin was er een gevoel van een gedeelde bestemming, het gevoel dat beide kanten over een gemeenschappelijk lot ruzieden.
Maar in 2018 is er geen werkelijke dreiging die Israëliërs bindt. Het land heeft vredesverdragen met twee van zijn vier buren; een derde buur, Syrië, ligt in puin; en de vierde, Libanon, is zo zwak dat Israël stelselmatig zijn luchtruim gebruikt om aanvallen in Syrië uit te voeren. (Hezbollah vormt een serieuze bedreiging, maar nauwelijks een die het land zou kunnen verwoesten, en de beweging kampt met zowel haar betrokkenheid in Syrië als de Israëlische afschrikking.) Noch het Iraanse nucleaire programma noch de pro-Palestijnse boycotsancties vormen momenteel een bedreiging voor de overleving van Israël. En de status quo met de Palestijnen lijkt, terecht of niet, voorlopig wel tegen een stootje te kunnen. Maar weinig Israëliërs staan er dagelijks bij stil. Hun samenleving kan niet worden bijeengehouden door de noodzaak om een blok te vormen tegen een levensgevaarlijke situatie, simpelweg omdat die niet bestaat. ‘Op dit moment, en in de voorzienbare toekomst, staat het bestaan van Israël niet wezenlijk op het spel,’ aldus Moshe Ya’alon, die tot 2016 minister van Defensie was.
Ofer Zalzberg, in Jeruzalem analist voor de International Crisis Group, lijkt het met hem eens te zijn. ‘We zitten in een identiteitscrisis. Mensen maken zich zorgen over globalisering, over het teloorgaan van tradities. Het is de autonomie van het individu versus de Joodse traditie. En niemand weet welke kant zal winnen,’ zegt hij.
Zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd
Het zal moeilijk zijn een kop te kiezen voor Netanyahu’s politieke necrologie. Menachem Begin tekende een duurzaam vredesakkoord met Egypte, en Rabin deed hetzelfde met Jordanië. Barak maakte een eind aan de decennialange bezetting van Libanon. Ariel Sharon trok zich terug uit Gaza. Shimon Peres zette belangrijke hervormingen in gang die de weg baanden voor Israëls hightech-economie. Zelfs Olmert kon, ondanks zijn smadelijke einde, aanvoeren dat hij een serieuze poging had gedaan om vrede te sluiten met zowel Syrië als de Palestijnen.
Netanyahu heeft alleen maar overleefd. Tijdens zijn derde regeringsperiode stemde hij in met een plan om de dienstplicht voor ultraorthodoxe mannen in te voeren; in zijn vierde stelde hij het uit. Hij kondigde met veel tamtam een gemengde gebedsruimte aan bij de westelijke muur, maar hij heeft die nooit geopend. Zijn belofte om de prijzen en huisvestingskosten te verlagen is nooit ingelost. Zelfs zijn oorlogen hebben tot niets geleid. ‘1973 was het laatste jaar dat beide partijen zeiden: “Oké, laten we een deal sluiten,”’ zegt Oded Eran, een Israëlische diplomaat met een lange staat van dienst. ‘Alle oorlogen nadien zijn geëindigd met een VN-resolutie, die maar ten dele effectief was, of met de schikking van 2012. Wat betekent het dat we er eenzijdig een eind aan maken? Het betekent dat Israël onder de huidige omstandigheden blijft voortploeteren. Het is onduidelijk wat er nu eindelijk eindigt.’
Een personage uit een Griekse tragedie
Een hoge officier in het Israëlische leger noemde Netanyahu ooit ‘een personage uit een Griekse tragedie’. (De officier is nog steeds in dienst en wenst anoniem te blijven.) Hij is zowel een getalenteerd politicus als een erudiet man, met grote belangstelling voor wereldgeschiedenis en contemporaine geopolitiek. Als vertegenwoordiger van rechts, zoon van een prominente revisionistische historicus en voormalig stoottroeper had hij alles in zich om een baanbrekend politicus te worden van het type Begin. Maar zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd. ‘Hij zit vol hybris,’ aldus de officier.
Of, zoals de Israëlische journalist Raviv Drucker in Haaretz schreef: ‘Als Netanyahu verdwijnt, zullen ook veel verknipte bestuursnormen verdwijnen. Het draait niet om corruptie, maar om normaliteit.’
Dat is maar al te waar. De volgende premier zal waarschijnlijk niet worden achtervolgd door verhalen over sigaren en champagne en verbaal geweld jegens huishoudelijk personeel in de ambtswoning. De vrouw van de premier zal geen statiegeld in haar eigen zak steken. Zijn zoon zal de zoons van rijke oligarchen niet vragen hem vierhonderd sjekel voor te schieten voor een prostituee, zoals Yair Netanyahu deed.
Maar over de meest brandende kwesties aangaande de toekomst van Israël – de relatie met de Palestijnen, en met zichzelf – zal de nieuwe premier misschien niet veel anders oordelen.
‘Zulke wonderen levert Heilige Land niet meer’
De Palestijnen kunnen hun hoop niet vestigen op hulp van hun buren. Het is duidelijk dat hoewel de statenlozen enorme sympathie ondervinden van de burgers in de Arabische wereld, hun lot sommige Arabische leiders mateloos verveelt. Die zijn er meer op gespitst de islamistische partijen in eigen land de nek om te draaien of de confrontatie met Iran aan te gaan.
Het geweld van vrijdag 30 maart moet ook worden gezien als een episode in de langdurige strijd om de macht tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit van Mahmoed Abbas. Pogingen tot verzoening hebben gefaald en beide partijen zijn verzwakt. Abbas is de verdwaalde hoeder van een vredesproces dat op sterven na dood is. Hamas is tussen Israël en Egypte platgedrukt en ziet zijn buitenlandse financiering opdrogen.
En onderwijl hebben de voortdurende blokkade en de beperkingen die aan Gaza zijn opgelegd, het leven voor de Palestijnen daar steeds moeilijker gemaakt. ’Ik wil doodgeschoten worden,’ zei een demonstrant van tweeëntwintig jaar tegen een van mijn collega’s. ‘Ik wil zo niet meer leven.’
‘Als er niet een enorme uitbarsting van geweld komt – vooral met Palestijnse leiders die in opperste wanhoop met vuur spelen, en Israël dat onmiddellijk naar dodelijk geweld grijpt tegen onbewapende demonstranten – zou dat een politiek wonder zijn’, schreef de commentator Hoessein Ibish in The National, een krant uit Abu Dhabi. ‘Maar zulke wonderen levert het Heilige Land niet meer.’
Dinsdagochtend zijn er minstens zes Palestijnen gedood en eenentwintig gewonden gevallen bij botsingen met Israëlische troepen op de bezette Westelijke Jordaanoever, aldus Palestijnse functionarissen, meldt Al Jazeera. Volgens een woordvoerder van de Palestijnse Fatah-beweging brak het geweld dinsdagochtend vroeg uit nadat een groot aantal Israëlische soldaten de stad Nablus was binnengedrongen en werd opgemerkt door Palestijnse veiligheidstroepen en gewapende strijders.
De Palestijnse president Mahmoud Abbas probeert ‘zo snel hij kan in contact te komen [met de Israëlische autoriteiten] om deze agressie tegen ons volk te stoppen’, zei zijn woordvoerder Nabil Abu Rudeineh in een verklaring. De Palestijnse Rode Halve Maan meldde dat het Israëlische leger haar medische teams verhinderde de wijk al-Qaryoun binnen te gaan om de gewonden te evacueren.
De Israëlische troepen zijn Nablus binnengevallen omdat ze geïnteresseerd zijn in het opsporen van een groep die zich de Lions’ Den noemt, aldus Al Jazeera. Die gewapende groep eiste onlangs de verantwoordelijkheid op voor een schietpartij waarbij een Israëlische soldaat werd gedood. Israëlische troepen voeren sinds maart nachtelijke invallen uit op de bezette Westelijke Jordaanoever, naar eigen zeggen om gewapende netwerken te ontmantelen en aanslagen te verijdelen.
Ten minste vier Palestijnen kwamen om bij Israëlische inval
Het Palestijnse vluchtelingenkamp in Jenin op de Westelijke Jordaanoever was woensdag het toneel van gewelddadige confrontaties en een Israëlische inval waarbij ten minste vier doden en tientallen gewonden vielen. In de ochtend trok het Israëlische leger het kamp Jenin binnen, waar afgelopen mei Al Jazeera-verslaggever Shireen Abu Akleh werd gedood. Het leger was erop uit de woning te vernietigen waar Abed Hazem woonde, de broer van Raed Hazem, die op 7 april drie mensen doodschoot in de Dizengoffstraat in het centrum van Tel Aviv. Het doodde twee van de gezochte personen. Twee anderen kwamen om bij gevechten met het Israëlische leger die uitbraken na aankomst in het kamp, bericht Times of Israel. In Hebron braken daarna hevige protesten uit, waarbij Palestijnse jongeren in conflict kwamen met het Israëlische leger.
Het geweld weerspiegelt de groeiende chaos in het noordelijke deel van de bezette Westelijke Jordaanoever, na maanden van Israëlische operaties en botsingen tussen jongeren en troepen van de Palestijnse Autoriteit die ervan worden beschuldigd het Israëlische leger toe te staan zijn acties in deze gebieden uit te voeren. Incidenten die het Witte Huis zorgen baren, merkt Times of Israel op. ‘De regering-Biden heeft woensdag bij drie afzonderlijke gelegenheden – op het ministerie van Buitenlandse Zaken, bij de Verenigde Naties en in het Witte Huis – haar bezorgdheid geuit over de verslechterende veiligheidssituatie op de Westelijke Jordaanoever.’
Hoe is het om homo te zijn in de Gazastrook? De Israëlische krant Haaretz sprak met Palestijnse homo’s over datingapps, Israëlische mannen, Hamas en de lokroep van het buitenland.
Jamils avatar op een berichtenapp ziet eruit als een gelukkige man, jong, met een bril en een trendy kapsel. Maar Jamil (niet zijn echte naam) zegt dat hij voortdurend in angst leeft en dat zijn ultieme droom is om zijn vaderland achter zich te laten en zich los te maken van zijn familie. De 21-jarige student uit de Gazastrook is homo en leidt een dubbelleven. In zijn publieke bestaan is hij een ijverige student, de jongste telg van het gezin, en helpt hij zijn ouders, die al aardig op leeftijd zijn, om het huishouden draaiende te houden (door boodschappen te doen, te zorgen dat de elektrische generator het doet en dat er water in huis is). Daarnaast leidt hij een geheim leven, waarvan hij een groot deel doorbrengt op datingapps en nepaccounts op sociale netwerken.
Jamil zegt dat hij zich op zijn veertiende voor het eerst realiseerde dat hij homo was. Hij was toen in het buitenland en ontmoette daar, voor het eerst van zijn leven, iemand die openlijk homo was. Bij thuiskomst ging hij, op internet en sociale netwerken, op zoek naar mensen zoals hijzelf. Naar eigen zeggen is hij er pas sinds een jaar of twee van overtuigd dat zijn homo- seksualiteit niet ‘een of andere psychologische afwijking is’. Een paar homovrienden hebben hem ervan weten te overtuigen dat hij zichzelf moet accepteren zoals hij is.
Op je tellen passen
‘Om te beginnen leg je contact op een nepaccount op social media, of op een app waar je identiteit geheim blijft,’ zegt Jamil tijdens een telefoongesprek. ‘Op zeker moment weet een van de twee voldoende moed bij elkaar te rapen om de eerste stap te zetten en wat foto’s te sturen. Nadat je een tijdje op die manier contact hebt, besluit je om elkaar al dan niet te ontmoeten. Maar degene met wie je contact hebt kan ook een [undercover]agent van Hamas in Gaza zijn. Je moet altijd op je tellen passen. Je moet zorgen dat je eerst met hem aan de praat raakt, bijvoorbeeld op Skype. En hij moet je ervan zien te overtuigen dat hij geen lid van Hamas is.’
Jamil legt uit dat het voor iemand uit Gaza niet al te moeilijk is om agenten van Hamas te herkennen. Hoewel Hamas altijd zeer is gespitst op homo’s en de sociale media strak in de gaten houdt, heeft de organisatie een paar blinde vlekken – zo veronderstelt Jamil dat Hamas geen weet heeft van bepaalde apps die homomannen in de Gazastrook kunnen gebruiken om contact te leggen en te chatten, soms ook met Joden in Israël of op de Westelijke Jordaanoever.
Op de vraag wat hij allemaal bespreekt met mensen uit Israël, antwoordt Jamil dat zij vaak van alles en nog wat willen weten over het leven in de Gazastrook, met name hoe het leven daar is voor een homo. Er komen natuurlijk ook politieke kwesties aan de orde. Een van degenen met wie hij contact heeft wil bijvoorbeeld weten wat Jamil ervan vindt dat Israël raketten afschiet op de Gazastrook. Jamil heeft gezegd het te betreuren dat er onschuldigen omkomen, vertelt hij.
‘Ik heb ooit iemand gesproken die me vertelde dat hij niet ver van Khan Yunis was geboren; dat was nog voor de Israëlische terugtrekking [uit Gaza] in 2005,’ zegt hij. ‘Hij vertelde me hoe dierbaar dat gebied hem was, en zei dat hij zich nog elk moment kon herinneren dat hij daar had doorgebracht. Hij zei dat hij nog altijd een geschenk had dat hij ooit van een vriend van zijn vader had gekregen, een Palestijn uit Gaza.’
Een jonge Israëlische Jood die via een van de apps contact heeft gelegd met Jamil (en die me ook heeft verzocht zijn anonimiteit te waarborgen), vertelt me dat Jamil en hij het hadden over politiek, over Jamils leven en de verhoudingen binnen zijn familie – maar niet alleen daarover. ‘We hebben het ook gehad over de erotische aantrekkingskracht van soldaten,’ herinnert de Israëli zich. ‘Ik had rekening gehouden met een zeer vijandige en afwijzende reactie, maar als ik het me goed herinner zei Jamil dat hij wel met een Israëlische soldaat naar bed zou willen. En dan zijn er nog de gebruikelijke dingen waar homo’s het op dergelijke apps over hebben, wat we lekker vinden in bed en zo. En misschien sturen we elkaar wel een paar ondeugende foto’s.’
Om maar vooral geen argwaan te wekken, beginnen homo’s in Gaza geen clubjes of groepen. Als ze elkaar ontmoeten, dan is het een op een, in een café of een restaurant, of op de promenade langs het strand. Ze zorgen dat ze niet vaker dan één keer op dezelfde plek worden gezien. Soms spreken ze ook thuis af – ervan uitgaande, natuurlijk, dat er geen familieleden in de buurt zijn.
Jamil zegt dat hij geen lesbische vrouwen kent; hij denkt ook dat het voor vrouwen in de Gazastrook nog lastiger is om iets met elkaar te beginnen. ‘Voor vrouwen gelden zoveel meer beperkingen, ze worden veel meer aan banden gelegd,’ zegt hij. ‘Vrouwen durven niet over dit soort dingen te praten, ook niet onderling.’
De negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit is niet per se terug te voeren op de islam, maar eerder op de cultuur en het beeld van mannelijkheid
Zoals in alle abrahamitische godsdiensten zijn homoseksuele relaties binnen de islam verboden. De sharia, de islamitische wet, die is gebaseerd op de Koran en de Hadith (de overlevering van uitspraken die worden toegeschreven aan de profeet Mohammed en enkele mensen uit zijn nabije omgeving) wantrouwt alle homoseksuele handelingen, aldus dr. Nesia Shemer, verbonden aan de faculteit voor de Geschiedenis van het Midden-Oosten van de Bar-Ilan Universiteit. ‘Al sinds jaar en dag,’ zo licht ze toe, ‘bestaat er onenigheid onder islamitische geleerden over de vraag welke straf een homoseksueel moet krijgen. Volgens sommigen dient hij zijn daden te bekopen met de doodstraf, volgens anderen is dat niet per se noodzakelijk en moeten ook de omstandigheden worden meegewogen.’
Tegenwoordig staat er volgens de meest invloedrijke islamitische soennigeleerde, sjeik Yusuf al-Qaradawi uit Qatar, dezelfde straf op homoseksualiteit als op prostitutie, benadrukt Shemer: de doodstraf. In veel moslimlanden, waaronder Iran en Saoedi-Arabië, worden homoseksuelen vervolgd. Wie schuldig wordt bevonden, wordt ter dood gebracht.
In de moderne Palestijnse samenleving wordt homoseksualiteit in sterke mate gestigmatiseerd en veroordeeld. M., een Palestijnse psycholoog die in Duitsland woont en werkt, is bereid om met Ha’aretz te praten op voorwaarde dat hij anoniem blijft. Hij zegt dat de negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit niet per se is terug te voeren op de islam, maar eerder op de cultuur en het beeld van mannelijkheid. ‘De islam speelt natuurlijk wel een rol,’ aldus M., ‘maar ook mensen die volstrekt seculier zijn, wijzen homoseksualiteit af.’
In geen enkele Arabische samenleving in het Midden-Oosten kun je openlijk homo zijn, en datzelfde geldt voor Gaza, de Westelijke Jordaanoever en de Arabische dorpen en steden binnen Israël. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat er in die samenlevingen geen homoseksuele mannen en vrouwen wonen.
Sterker nog, volgens M. zorgt het taboe op seksuele activiteit buiten het huwelijk ervoor dat veel jongens en mannen hun eerste seksuele ervaring opdoen met een leeftijdgenoot van hetzelfde geslacht. ‘Het wordt verdoezeld, en zodra het naar buiten dreigt te komen zet de familie vaart achter een gearrangeerd huwelijk,’ zegt hij. Hij haast zich eraan toe te voegen dat er ook gevallen zijn van polygame mannen die hun vrouwen ertoe aanzetten seks met elkaar te hebben, teneinde hun eigen seksuele fantasieën te bevredigen – iets wat natuurlijk ook wordt veroordeeld door het geloof.
In tegenstelling tot de Westelijke Jordaanoever, waar homoseksualiteit niet officieel bij wet verboden is, geldt in Gaza nog een wet die resteert uit de tijd van het Brits mandaatgebied, waarin homoseksualiteit officieel wordt verboden. Maar het sociale taboe, waardoor seksueel actieve homo’s zowel door hun familie als door de autoriteiten worden vervolgd, is veel sterker dan het wettelijke verbod. Vorig jaar werd een vooraanstaande Hamas-commandant, Mahmoud Ishtiwi, gemarteld en doodschoten nadat hij er onder meer van was beschuldigd homo te zijn.
Jamil vertelt over een vriend die drie jaar heeft vastgezeten omdat hij homo is, na valselijk te zijn beschuldigd van zowel samenzwering met de Palestijnse Autoriteit als spionage. Zelf heeft Jamil twee jaar geleden een maand in de gevangenis gezeten – nadat hij iets op Facebook had gezet om te pleiten voor homorechten in Gaza. Hij werd ervan beschuldigd antioverheidspropaganda te verspreiden, moest voor de rechter komen en werd uiteindelijk vrijgelaten nadat hij een boete had betaald van 500 sjekel [ca. 117 euro]. Tijdens zijn gevangenschap, zo vertelt Jamil, kreeg hij te maken met seksueel geweld. ‘Een bewaker schold me uit en probeerde me te misbruiken. Ik dreigde het aan de grote klok te hangen. Uiteindelijk liet hij me met rust.’
Ondanks de gevaren en de schande is er volgens Jamil een ‘immense’ homogemeenschap in Gaza. Hij zeg dat het aantal mensen dat in het geheim een homoseksuele relatie heeft, toeneemt. ‘Ik ken zo’n honderdvijftig homo’s in de Gazastrook. Ik heb ze in de afgelopen vier jaar allemaal ontmoet’, schrijft hij in een sms. Aan de telefoon vertelt hij er nog bij dat het moeilijk is om in Gaza iets geheim te houden; geruchten doen er snel de ronde en iedereen weet alles van iedereen. ‘In Gaza doet men niets liever dan roddelen. Het is een gesloten gemeenschap, mensen hebben weinig omhanden, dus ze zitten het grootste deel van de tijd over elkaar te kletsen,’ zegt Jamil.
Desondanks probeert hij zijn eigen voorkeur geheim te houden en is hij ervan overtuigd dat zijn familie van niets weet – behalve een van zijn broers, die een tijdje geleden argwaan begon te koesteren. ‘Je mag niet dat soort gedachten koesteren,’ citeert Jamil de waarschuwende woorden van zijn broer. ‘Die gedachten passen hier niet. Ik probeer je te beschermen. De situatie in Gaza is niet goed.’
‘Ik ben voor allebei even bang’
Uiteindelijk, vertelt Jamil verder, ging zijn broer hem bedreigen en pikte zijn mobieltje. Hij gaf het pas acht maanden later weer terug, nadat Jamil had moeten beloven dat hij alles wat homogerelateerd was eraf zou halen. De broer heeft het momenteel druk met zijn eigen leven en Jamil heeft het gevoel dat hij, in ieder geval voor even, wat meer ruimte heeft. Maar de situatie kan elk moment weer veranderen. ‘Ik probeer uit alle macht weg te komen uit Gaza,’ zegt Jamil. Op de vraag voor wie hij banger is – zijn broer of Hamas – antwoordt hij: ‘Ik ben voor allebei even bang.’
Jamil kent een stuk of acht mannen die de afgelopen jaren zijn gevlucht uit de Gazastrook. Voor zover Jamil weet is zeker de helft van hen in Rafah de grens met Egypte overgestoken, na duizenden dollars smeergeld te hebben betaald aan de grenswachten, waarna ze over zee naar Europa zijn gegaan, met behulp van mensensmokkelaars. ‘Daar heb ik de moed niet voor,’ bekent Jamil. Hij droomt ervan om te ontkomen via de Israëlische grens, en dan naar Jordanië te gaan, totdat hij klaar is voor de volgende stap.
Op de vraag of hij zich niet eenzaam en verloren zou voelen, zo ver van zijn familie en van alles wat hem vertrouwd is, legt hij uit dat zijn persoonlijke veiligheid zwaarder weegt dan het gevaar van eenzaamheid. ‘Het is zo triest dat mensen me niet kunnen accepteren,’ zegt hij. ‘Je krijgt bepaalde waarden mee van je familie en de samenleving waarin je opgroeit. Maar ik kan niet leven met waarden waarin ik niet als mens wordt beschouwd.’
Auteur: Liza Rozovsky
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.