Tag: WhatsApp

  • Hoe WhatsApp de politiek hervormt

    Hoe WhatsApp de politiek hervormt

    Tegenwoordig domineren smartphones en apps de politieke communicatie. Dit heeft geleid tot nieuwe uitdagingen voor transparantie en ethiek. ‘Of het nu gaat om immigratiebeleid, inflatiebeleid of Israëlbeleid, de hamvraag zal zijn welke WhatsApp-groep de leiding heeft.’

    De uitoefening van openbaar gezag is altijd mede vormgegeven door de beschikbare technologieën. Van de drukpers tot de telegraaf, van radio tot e-mail, nieuwe uitvindingen drukten hun stempel op de manier waarop beslissingen worden genomen en door wie. Dit patroon zet zich voort in het tijdperk van de smartphone, die onmisbaar lijkt te zijn in het professionele leven van de hedendaagse ambtenaren en politici. ‘Je kunt tegenwoordig niet meer zonder,’ merkte de toenmalige premier Boris Johnson op tijdens de covid-19-pandemie, ‘ik moet in contact blijven met mensen.’ Zijn stijl van communiceren zou aan het licht komen toen Dominic Cummings zijn berichten lekte, waaronder een bericht waarin hij de minister van Volksgezondheid tijdens de pandemie Matt Hancock beschreef als ‘totaal f***ing kansloos’. Latere onthullingen uit die periode wekken de indruk dat het land wordt bestuurd via WhatsApp.

    Groot-Brittannië staat hierin niet alleen. De bezorgdheid over de macht van appjes reikt tot ver buiten de landsgrenzen. In Brussel hangt de schaduw van ‘Pfizergate’ boven de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni. Het schandaal gaat terug tot een artikel in The New York Times van april 2021, waarin werd beweerd dat de covid-vaccindeal van de EU met Pfizer tot stand was gekomen door een reeks berichten en telefoontjes tussen haar en de directeur van het bedrijf. ‘Die persoonlijke diplomatie speelde een grote rol in een deal,’ zei de krant. Het gerucht van één-op-éénonderhandelingen over zo’n belangrijke kwestie leidde tot oproepen, met name van de Europese Ombudsman, om de berichten openbaar te maken. Het verzuim van de Commissie om dit te doen leidde ertoe dat de ombudsman concludeerde dat er sprake was van wanbeheer, en er lopen nog altijd rechtszaken tegen de EC.

    Kritische discussies over bestuur door middel van berichten spitsen zich vooral toe op toegankelijkheid. Ambtenaren, zo lijkt het, doen belangrijke zaken op een manier die nauwelijks transparant zijn voor het publiek. Deze zorgen zijn terecht. Dat IM-diensten in handen zijn van grote particuliere bedrijven is een ander deel van het probleem. En dan zijn er nog de veiligheidskwesties die aan de orde zijn gesteld sinds president Barack Obama zijn Blackberry meenam naar het Witte Huis. 

    Maar het gaat er ook om hoe belangrijke beslissingen op het moment zelf worden genomen. Als discussies zich verplaatsen van de vergaderzaal naar de virtuele ruimte van de chatgroep, begeven ze zich in een wereld van verhoogde informaliteit en vage ethische grenzen.

    Gênante details

    Laten we eens kijken naar bepaalde kenmerken van de technologie. In tegenstelling tot een fysieke vergadering is communicatie via berichten een vorm van interactie zonder vast begin of einde. Gesprekken beginnen op initiatief van één partij en worden gekenmerkt door snelle reacties. Een voorbeeld in Spanje op het hoogtepunt van de pandemie maakte de risico’s duidelijk. De burgemeester van Madrid, José Luis Martínez-Almeida, zou in een korte WhatsApp-uitwisseling rond 1 uur ’s nachts op 24 maart 2020 overeenstemming hebben bereikt over medische benodigdheden. Eén raadslid werd uitgesloten omdat hij zijn telefoon niet controleerde, anderen klaagden dat overhaast tot de overeenkomst was gekomen. Gênante details over het overleg kwamen al snel aan het licht: bij de deal was een familielid van de burgemeester betrokken, de leveringen waren te duur en er werden exorbitante commissies in rekening gebracht, redenen waarom het contract werd gehekeld als ‘oplichting’ ten koste van de stad. Almeida gaf toe dat het een vergissing was, maar verdedigde de acties van de raadsleden in een tijd waarin het zo moeilijk was om aan schaarse middelen te komen. Een anticorruptiezaak tegen de leveranciers werd later door de rechtbank onderzocht.

    Het spontane karakter van instant messaging betekent dat de betrokkenen vaak uit een andere activiteit worden gehaald of op een informeel moment worden benaderd. Deze manier van communiceren is direct en afleidend. Natuurlijk hangt veel af van hoe de technologie wordt gebruikt. Niet iedereen sms’t in zijn pyjama of kijkt tegelijkertijd tv, maar je weet het simpelweg niet van elkaar.

    Instant messaging stelt leiders bovendien in staat zich los te maken van de ondersteunende ambtenaren en ambtenaren die hun acties zouden kunnen reguleren. Lastige individuen kunnen buitengesloten worden en vertrouwde adviseurs of favoriete verslaggevers kunnen worden binnengehaald. Bedrijfsbelangen kunnen zich laten gelden. De technologie is zeer geschikt om hiërarchieën te omzeilen en invloedrijke schaduwnetwerken creëren, vaak zonder dat dat wordt opgemerkt. Degenen die in een fysieke omgeving aan de deur zouden worden tegengehouden, kunnen in een virtuele omgeving ‘in de kamer’ zijn, afwezigen die in persoon zouden opvallen, worden gemakkelijker over het hoofd gezien.

    De standaardreactie van ambtenaren is om te zeggen dat op deze manier niets belangrijks wordt beslist. In haar antwoord aan de Europese Ombudsman in de zomer van 2022 verklaarde de Europese Commissie het volgende: ‘Vanwege hun kortstondige en vluchtige aard bevatten sms- en instantberichten over het algemeen geen belangrijke informatie met betrekking tot beleid, activiteiten en besluiten van de Commissie.’ Je kunt je een spectrum van gebruiksmogelijkheden van messaging voorstellen: als het nemen van beslissingen de ene pool vormt, kan de andere worden gekarakteriseerd als ‘onschuldig geklets’, met een reeks praktijken in het grijze gebied daartussenin (informatie delen, overleggen, meningsvorming, cultiveren van contacten, privékritiek op collega’s). Maar we hebben genoeg gezien om te weten dat niet alles aan die onschuldigere kant valt. Op deze manier worden wel degelijk belangrijke beslissingen voorbereid en genomen.

    Als de technologie ondanks de risico’s toch wordt omarmd, dan laat dat iets zien over de prioriteiten van de machthebbers

    Dergelijke technologieën hebben het vervagen van grenzen tot gevolg – tussen het formele en het informele, tussen verschillende instellingen, en tussen de zaken van de overheid en de wereld daarbuiten. De politiek is altijd afhankelijk geweest van rituelen om de scheiding tussen ambten en personen te versterken. Of het nu gaat om de kroon van een monarch of de inrichting van een parlement, kledingvoorschriften en de inrichting van een ruimte dienen om gewicht te geven aan een situatie en deelnemers bewust te maken van een breder belang. Sommige rituelen kunnen gerepliceerd worden in gemediatiseerde communicatie, maar de meeste niet. Degenen die elkaar op deze manier, zijn verstoken van de contextuele aanwijzingen die elders bedoeld zijn om hun ontmoeting te depersonaliseren. Gezelligheid troef.

    Het regeren via instant messaging is emblematisch voor iets breders – voor een wereld waarin belangrijke politieke beslissingen informeel worden genomen en de macht geconcentreerd is in de handen van sleutelfiguren en de netwerken die zij vormen. We hebben de neiging om over politiek te denken in termen van droge instellingen en bureaucratische logica, maar dit beeld kan behoorlijk misleidend zijn. Van binnenlands tot buitenlands beleid is er een breder verhaal van de ‘de-institutionalisering’ van macht, naarmate ambtenaren handelen met persoonlijke discretie en vertrouwensbanden de formele definitie van rollen overrulen. Zo ziet de vorming van een heersende elite eruit. Lockdowns hebben deze trend misschien een bijzondere impuls gegeven, maar de patronen zullen waarschijnlijk blijven bestaan. Of het nu gaat om immigratiebeleid, inflatiebeleid of Israëlbeleid, de hamvraag zal zijn welke WhatsApp-groep de leiding heeft.

    Valkuilen

    Hoeveel hiervan is echt nieuw? In de politiek heerst al lang de zorg dat de belangrijke gesprekken in de wandelgangen worden gevoerd, waar geen openbare notulen worden gemaakt. Je kunt ervan uitgaan dat instant messaging deels aantrekkelijk is omdat het de gezagsdragers in staat stelt te doen wat ze al geneigd zijn te doen. Dus hoeveel waarde moeten we hechten aan de technologie? Is het gewoon de nieuwste manier om te doen wat al lang gedaan wordt en dus ook zonder deze middelen gedaan kan worden?

    Eén manier waardoor de technologie zich onderscheidt, is dat ze deze gedragspatronen beter traceerbaar maakt. Berichten kunnen worden verwijderd, wat een gevoel van controle kan geven, maar niemand kan er zeker van zijn dat ze niet inmiddels zijn gekopieerd of gedeeld door hun gesprekspartner(s). Er bestaat, zoals we hebben gezien, een groot potentieel voor lekken – met soms rampzalige gevolgen.

    Uiteraard is het gebruik van deze technologie handig. Het kan ook sociaal en psychologisch lonend zijn; deel uitmaken van een ‘inner circle’ kan prestige betekenen, de kans om je superieur te voelen ten opzichte van de buitenwereld. Maar de traceerbaarheid van de berichten betekent dat er duidelijke risico’s aan verbonden zijn. Want wanneer ze onder de aandacht van het publiek komen – wanneer kranten verhalen kunnen publiceren over de ‘persoonlijke diplomatie’ van een ambtenaar – veroorzaken ze ontevredenheid en reputatieschade. Von der Leyen was eerder betrokken bij een schandaal in Duitsland dat te maken had met de transparantie van haar mobiele telefoongebruik toen ze minister van Defensie in Berlijn was. Hoewel ze werd vrijgesproken van verantwoordelijkheid in dat eerdere geval, zal ze niet onwetend zijn geweest van de valkuilen van messaging.

    Als de technologie ondanks de risico’s toch wordt omarmd, dan laat dat iets zien over de prioriteiten van de machthebbers. Informele methoden zijn aantrekkelijk omdat de betrokkenen meer geïnteresseerd zijn in het behalen van tastbare ‘resultaten’ dan in het naleven van de democratische regels. Ze vinden dat het genoeg is om dingen gedaan te krijgen, de manier waarop maakt niet veel uit. Politicologen maken onderscheid tussen de legitimiteit van goede resultaten en die van goede methoden – tussen output en procedurele legitimiteit. Het overwicht van instant messaging weerspiegelt de dominantie van de eerste over de tweede.

    Maak één technologie transparant en er zal worden overgestapt op andere technologieën die hetzelfde mogelijk maken

    De legitimiteit van de output heeft altijd centraal gestaan bij transnationale instellingen. Dit komt overeen met de centrale rol van technocratie in instellingen zoals de EU, waar een instrumentalistische, oplossingsgerichte visie centraal staat in het openbaar gezag. In de loop der tijd is deze visie echter ook centraal komen te staan in het gezag in de nationale context. De verzwakking van partijen, en van georganiseerde ideologische politiek in het algemeen, heeft ertoe geleid dat vertegenwoordigers zichzelf minder definiëren op basis van normatieve verbintenissen dan op basis van hun vermogen om besluitvaardig op te treden. In het besef dat een aanzienlijk deel van hun electoraat zich aangetrokken voelt tot technocratische, populistische of ‘techno-populistische’ stijlen van politiek bedrijven die zonder bemiddeling het algemeen belang nastreven, kunnen ook zij ongeduldig worden met procedures en erop gebrand zijn hun probleemoplossend vermogen te tonen. Op de lange termijn hangt die aanspraak op legitimiteit af van het behalen van goede resultaten, maar in eerste instantie hangt het gewoon af van resultaten – beslissingen die kunnen worden aangehaald als teken van activiteit.

    Dit heeft gevolgen voor een eventuele poging tot inperking. Hervormers pleiten meestal voor een betere regulering van de technologie. De Europese Ombudsman heeft verschillende aanbevelingen gedaan: dat instant messages erkend worden als EU-documenten, bewaard worden als archiefdocumenten en beschikbaar zijn voor inspectie wanneer er verzoeken voor publieke toegang worden gedaan. Er bestaan strengere regels voor het gebruik van communicatietechnologie op gebieden zoals financiële regulering, wat suggereert dat ze kunnen worden opgesteld als de politieke wil er is.

    Dergelijke stappen gaan er echter aan voorbij dat de technologie aansluit bij de bredere aantrekkingskracht van onregelmatige manieren van regeren. Maak één technologie transparant en er zal worden overgestapt op andere technologieën die hetzelfde mogelijk maken. Positieve verandering zou betrekking moeten hebben op het veranderen van de bredere voorwaarden die ongepast gebruik van de technologie aantrekkelijk maken, met name het opnieuw in evenwicht brengen van de normen van legitimiteit waaraan ambtenaren worden gehouden. In plaats van een technocratische nadruk op outputs alleen, zou dit betekenen dat er een nieuw bestuursmodel moet komen waarin bredere participatie en controle gewaardeerd worden. Het zou betekenen dat grondwettelijke mechanismen worden versterkt en dat leiders meer worden gebonden aan democratische instellingen en organisaties die hen kunnen straffen voor hun overtredingen.

    Regeren via berichtgeving maakt de neigingen van de hedendaagse politiek extremer en beter traceerbaar, maar vormt niet de kern van het probleem. Het zal niet worden tegengehouden door regels, noch door al dan niet moedwillig lekken. Alleen structuren die minder discretionaire macht overlaten aan het individu zullen iets structureels kunnen veranderen aan het probleem.

  • Techbedrijven staan te springen om getalenteerde vluchtelingen uit Oekraïne

    Techbedrijven staan te springen om getalenteerde vluchtelingen uit Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duurste restaurant VS verhoogt menuprijs naar 1000 dollar per persoon

    » Vier Russische regeringshackers beschuldigd van wereldwijde aanvallen

    Techtalent uit Oekraïne is zeer gewild

    Veel technologie die we dagelijks gebruiken werd gemaakt of ontworpen door ingenieurs en softwareontwikkelaars uit Oekraïne. Apps als WhatsApp, Grammarly, Gitlab en Solana zijn opgericht of mede opgericht door Oekraïners; Google en Samsung hebben onderzoeks- en ontwikkelingscentra in het land. Oekraïne heeft in de techwereld een reputatie vanwege de hooggekwalificeerde techies en daarom staan westerse bedrijven momenteel in de rij om talenten op te vangen die door de Russische invasie het land moeten ontvluchten, aldus CNBC.

    Tientallen bedrijven hebben meer dan vijfhonderd vacatures voor technische functies geplaatst op een website genaamd Remote Ukraine, die is opgezet om bedrijven in de hele wereld te helpen Oekraïners in dienst te nemen. Veel van die bedrijven komen uit Europa, enkele zijn Amerikaans of Canadees. Technologiebedrijven zoals Modular Automation en WarDucks in Ierland, Sportradar in Zwitserland en Drive System Design in Engeland, hebben op Remote Ukraine vacatures met functies variërend van een web3-ontwikkelaar tot een senior 3D-ontwerper.

    alex kotliarskyi QBpZGqEMsKg unsplash 2
    Oekraïense programmeurs aan het werk, Kyiv 2017. – © Alex Kotliarskyi / Unsplash

    Lees ook:

  • Amerikaanse rechter: rechtszaak om Facebook op te splitsen kan doorgaan

    Amerikaanse rechter: rechtszaak om Facebook op te splitsen kan doorgaan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Colombia: gevechten tussen oud-FARC-leden en ELN om grens met Venezuela

    » Duitsland kampt met tekort aan vakmensen

    Waakhond wil verkoop van Instagram en WhatsApp afdwingen

    Mark Zuckerbergs Meta, het moederbedrijf van Facebook, Instagram en WhatsApp, had een rechter gevraagd om een antitrustklacht van de Amerikaanse mededingingswaakhond, de Federal Trade Commission (FTC), voor de tweede keer te verwerpen. Rechter James Boasberg zei dinsdag echter dat de rechtszaak van de FTC doorgang kan vinden, bericht The Guardian.

    De FTC, onder leiding van de nieuwe voorzitter, Lina Khan, wil Meta dwingen haar foto- en videodeelapp Instagram en haar berichtendienst WhatsApp te verkopen in een van de grootste zaken die de overheid in decennia tegen een techbedrijf heeft aangespannen. In de rechtszaak wordt Meta beschuldigd van ‘concurrentiebeperkend gedrag’.

    Lees ook:

  • Berichtenapp Telegram is flink gegroeid door Facebook-storing

    Berichtenapp Telegram is flink gegroeid door Facebook-storing

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peru vervangt premier en gaat gematigdere koers varen

    » Hongarije: Oppositie kiest conservatief om Orbán van de troon te stoten

    Telegram kreeg er 70 miljoen gebruikers bij toen WhatsApp stillag

    Berichtenapp Telegram registreerde 70 miljoen nieuwe gebruikers gedurende de Facebook-storing van 4 oktober, schrijft The Guardian. ‘De groei van Telegram overschreed de gebruikelijke dagelijkse toename en we verwelkomden op één dag meer dan 70 miljoen vluchtelingen van andere platforms’, zo schreef oprichter Pavel Doerov op zijn Telegram-kanaal. Volgens Sensor Tower, een bedrijf dat ontwikkelingen rond apps bijhoudt, steeg Telegram daardoor met 55 plaatsen naar de top van de Amerikaanse lijst van meest gedownloade iPhone-apps.

    Telegram, dat zegt prioriteit te geven aan de privacy en veiligheid van gebruikers, werd in 2013 opgericht door Doerov. Eerder richtte hij met zijn broer Nikola Vkontakte op, dat uitgroeide tot het grootste sociale netwerk van Rusland, maar onder druk van de Russische regering vertrokken ze naar Dubai, waar ze Telegram oprichtten. De broers uitten herhaaldelijk kritiek op de veiligheid van WhatsApp, dat eigendom is van Facebook, en sporen aan om die app niet langer te gebruiken.

    Lees ook:

  • Hoe Telegram een (duister) universum op zich werd

    Hoe Telegram een (duister) universum op zich werd

    Telegram is een van de populairste chatapps ter wereld. Het platform is nauwelijks gereguleerd en is daarom populair bij zowel criminelen als extremistische organisaties, waaronder IS. De oprichter is een geniale Russische miljardair die inmiddels naar Dubai is gevlucht. Wat drijft hem?

    Pavel Doerov (36) zit op het dak van een hotel, lotuszit, ontbloot bovenlichaam, zijn blik op de verte gericht, met op de achtergrond vaag de skyline van Dubai. Zijn foto op Instagram ziet er precies zo uit als de duizenden selfies van andere influencers en is een van de weinige tekenen van leven van een van de rijkste en invloedrijkste internetondernemers ter wereld. Hij wordt ook wel ‘de Zuckerberg van Rusland’ genoemd, omdat hij in 2006 het sociale netwerk VKontakte oprichtte, een Russische kloon van Facebook. Nog veel indrukwekkender is zijn laatste investering: Telegram, misschien wel de gevaarlijkste berichtendienst ter wereld.

    Over de Russische miljardair, die als de rijkste man van zijn tweede vaderland Dubai wordt gezien, is bijna niets bekend. En wat hij in het openbaar over zichzelf vertelt, klinkt nogal raadselachtig. ‘De buitenwereld is een weerspiegeling van de binnenwereld’, schreef hij onder zijn portret op Instagram.

    Doerovs app is een supermacht, hij staat inmiddels op 570 miljoen smartphones. Sinds het begin van de corona-epidemie is hij populairder dan ooit, de messengerdienst is een van de weinige communicatieplatforms die de producten van Silicon Valley kan bijbenen. Miljoenen gebruikers zijn dit jaar van WhatsApp overgestapt op Telegram, ook in Europa.

    Maar Telegram is niet alleen een soort WhatsApp met andere wortels. Het wil uitdrukkelijk een platform zijn dat zich onttrekt aan het toezicht van staten en autoriteiten, en waarop iedereen kan schrijven en beweren wat hij wil. Dat trekt dwarsdenkers, rechts-extremisten, drugshandelaars en oplichters aan. Zonder lang zoeken vind je er een ‘dodenlijst’ met de namen van Duitse parlementsleden. Vervalsers verkopen via de app vaccinatiebewijzen, dealers bieden alle soorten drugs aan. Op Telegram worden openlijk strafbare feiten gepland en begaan. De app is een darknet voor in je broekzak geworden.

    ‘Tot op de dag van vandaag hebben wij 0 kB gebruikersgegevens aan derden ter beschikking gesteld, met inbegrip van alle regeringen’

    Elk internetplatform staat voor de vraag waar het de lijn trekt tussen de vrijheid van meningsuiting en verboden content. Twitter besloot Donald Trump na de Amerikaanse presidentsverkiezingen voorgoed te blokkeren; Facebook trad steviger op tegen volksopruiing. Op het Telegram van Pavel Doerov wordt content slechts sporadisch verwijderd.

    De autoriteiten moeten machteloos toezien, ook al omdat Doerov hun geen gegevens over gebruikers ter beschikking stelt. Hij heeft een haast ondoordringbaar vlechtwerk van bedrijven rond zijn onderneming gesponnen. Hier is de oude, maar zelden kloppende formule van toepassing dat internet een terrein is waar geen enkel recht geldt. Doerovs ondernemingen zijn geregistreerd op de Maagdeneilanden en in Belize. ‘Ik ben geen groot fan van het concept “land”,’ zei hij in 2014 tegen The New York Times. Andere internetdiensten werken bij een gerechtelijk verzoek samen met de autoriteiten. Bij Telegram wist het Duitse Openbaar Ministerie lange tijd niet eens op welk adres ze het bedrijf konden bereiken.

    Inmiddels bestaat er een adres in Dubai, maar opsporingsambtenaren hebben Der Spiegel laten weten dat het geen enkele zin heeft daar een verzoek naartoe te sturen. Elke keer als ze in verband met strafbare feiten willen weten wie er achter een account zit, krijgen ze van Telegram domweg geen antwoord. ‘Tot op de dag van vandaag hebben wij 0 kB gebruikersgegevens aan derden ter beschikking gesteld, met inbegrip van alle regeringen’, schrijft de onderneming daarover op haar website.

    Juridisch is Telegram tot nu toe vrijwel ongrijpbaar. Ook al probeert de politiek al jaren overal ter wereld internetconcerns te reguleren, messenger-apps worden door die wetten nauwelijks geraakt. De wet die internetbedrijven als Facebook, YouTube en Twitter in Duitsland verplicht strafbare content aan de federale recherche te melden, gold tot nu toe niet voor Telegram. 

    Dat moet veranderen. Volgens informatie van Der Spiegel eist het Duitse ministerie van Justitie van Telegram dat het zich aan de wet houdt. Zo moet het platform bereikbaar zijn voor de autoriteiten, strafbare content onmiddellijk verwijderen en gebruikersgegevens actief aan de opsporingsdiensten ter beschikking stellen. Het Bundesamt für Justiz, een onderdeel van het ministerie van Justitie, eist in twee procedures ook geldboetes van Telegram, omdat de onderneming geen aanspreekpunt voor de autoriteiten bekendgemaakt heeft en geen bezwarenprocedure voor strafbare content aanbiedt, wat in Duitsland wettelijk verplicht is. Het bedrijf kan een boete tot 55 miljoen euro krijgen. Het Bundesamt in Bonn heeft daartoe twee brieven voor hoorzittingen naar Dubai verzonden. Op 20 mei zijn ze als vertrouwelijke diplomatieke nota’s door de Duitse ambassade overhandigd aan het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Emiraten.

    ‘In wezen beschouwt Doerov zichzelf als de ingenieur van zijn eigen universum’

    Op Pavel Doerov zal het weinig indruk maken. Een aanwijzing voor hoe hij op verzoeken van landen reageert, vinden we in een procedure uit 2011. In Rusland vonden destijds de grootste anti-Kremlin-demonstraties plaats sinds het einde van de Sovjet-Unie. Ook in Doerovs geboortestad Sint-Petersburg demonstreerden tienduizend mensen tegen verkiezingsfraude en Poetins terugkeer als president. In die tijd was Doerov nog de baas van het sociale netwerk VKontakte, zijn Russische kopie van Facebook met meer dan 100 miljoen gebruikers. Dat de oppositie via dat netwerk opriep om te demonstreren, viel slecht bij de Russische regering. De binnenlandse geheime dienst FSB eiste van Doerov dat hij de accounts van die groepen verwijderde. In plaats van dat bevel op te volgen, publiceerde hij de brief van de geheime dienst op Twitter met daarnaast een foto van een hond in een hoodie die zijn tong uitsteekt naar de kijker. Drie dagen later stonden er gewapende mannen van de Omon, de speciale eenheid van de Russische politie, voor de deur van zijn luxeappartement. ‘Ze wekten de indruk dat ze de deur wilden forceren’, herinnerde Doerov zich later in een interview met The New York Times. Via de monitor van zijn intercom observeerde hij de agenten, maar hij deed niet open. Na een uur verdwenen ze weer.

    Deze geschiedenis is het begin van Doerovs gevecht met de Russische staat, de strijd van het moderne digitale Rusland tegen de oude machtselites. Dat is de legende achter de oprichting van Telegram: terwijl de veiligheidspolitie voor zijn deur stond, werd hem duidelijk dat hij geen veilig communicatiekanaal met zijn broer had, zegt hij. Dus moest hij er een creëren. Kort daarna begon het werk aan Telegram, en in augustus 2013 was de app startklaar.

    Maar Doerov was nog niet van de Russische staat af. Eerst werd er een onderzoek tegen hem ingesteld, zogenaamd vanwege een incident bij een verkeerscontrole. Daarna kocht een Kremlin-getrouwe ondernemer zich in VKontakte in. Doerov weigerde data over Oekraïense gebruikers die tegen de toenmalige Oekraïense president Viktor Janoekovitsj protesteerden te overhandigen aan de geheime dienst FSB. Hij werd door zijn eigen bedrijf op straat gezet en verliet een paar dagen later zijn vaderland. Met een paspoort van het Caribische staatje Saint Kitts en Nevis, dat hij voor 250.000 dollar had gekocht, trok hij als een nomade over de wereld. Op internet postte hij foto’s van de plaatsen waar hij verbleef, van een Telegram-feestje in Barcelona tot een werkconferentie in een Italiaans kasteel. Hij was regelmatig in Duitsland, waar hij toespraken hield op techconferenties in München en Berlijn. 

    Jaren later vestigde hij zich in Dubai. Ondernemers als hij zijn daar vrijgesteld van belasting, wat hij al in de oprichtingsfase van Telegram belangrijk vond. Aan de andere kant wordt de metropool gecontroleerd met alle instrumenten van de moderne controlestaat. Ngo’s bekritiseren de mensenrechtensituatie. Desondanks voelt Doerov zich er veilig, hij maakt kennis met de kroonprins van Dubai en laat zich samen met hem filmen op het dak van een torenflat. 

    Maar op het officiële kantoor van de firma is hij niet te vinden. Een autoritje van het hotel waar hij zichzelf in lotuszit heeft gekiekt naar de Al Kazim Towers duurt maar een paar minuten. De twee torens van 53 verdiepingen hoog staan in de buurt van de populaire Marina-boulevard, waar volop wordt geflaneerd. Telegram is gevestigd op de 23ste etage van toren A. De met marmer beklede verdieping telt zes deuren, achter de bruine deur met nummer 2301 bevindt zich het kantoor van Telegram. Naambordje noch bel vermelden de naam van de huurder, en ook na herhaald kloppen komt er geen reactie en blijft de deur dicht. De receptioniste beneden zegt dat ze in de drie jaar dat ze hier werkt nog nooit iemand het kantoor heeft zien binnengaan. ‘Het is heel vreemd, we hebben niet eens een contactpersoon van ze. Niets.’ Gelukkig staat Telegram wel in het systeem. Ook veel andere aspecten blijven een raadsel, zelfs het aantal medewerkers was lang onduidelijk. In het kernteam van Telegram werken vijfentwintig tot dertig mensen, zei Doerov in 2020 in een videoboodschap voor een Amerikaanse rechtbank. Voormalige medewerkers die nog contact hebben met het team bevestigen dat. Slechts weinig namen zijn openbaar, zogenaamd uit veiligheidsoverwegingen. 

    Eén belangrijk iemand is bekend: Pavels oudere broer Nikolaj Doerov, die verantwoordelijk is voor de techniek. Een wonderkind dat op zijn derde al kon lezen. Hij promoveerde twee keer in de wiskunde, waarvan één keer in Bonn. Zijn Duitse hoogleraar heeft de Fieldsmedaille gewonnen, een soort Nobelprijs voor wiskunde. Net als Pavel is Nikolaj al sinds zijn jeugd geïnteresseerd in programmeren. De broers groeiden grotendeels op in Sint-Petersburg, waar hun vader hoogleraar was en hun moeder docent.

    Sekte

    Andrej Lopatin, een voormalig medewerker, kent Nikolaj al van school. Samen wonnen ze programmeerwedstrijden op de universiteit en werkten ze eerst bij VKontakte en later bij Telegram. Lopatin herinnert zich hoe hij samen met Nikolaj in de datsja van de familie Doerov zat, waar ze de technische basis legden voor de berichtendienst. Veilig en snel moest de app worden.

    Lopatin, die later bij het bedrijf zou weggaan, is een van de weinige oud-medewerkers die bereid is openlijk opheldering te geven. Als het over de Doerovs gaat, kiest hij zijn woorden zorgvuldig. De relatie tussen de broers is altijd heel hecht geweest, alle strategische beslissingen werden door Pavel genomen. Vanbuiten zag Telegram eruit als een jongensclub, Doerov had het niet zo op vrouwen als programmeur. 

    Ex-medewerker Anton Rosenberg beschrijft het Telegram-team als een ‘sekte’. Rosenberg zorgde in 2017 voor opschudding door zich te beklagen over zijn ontslag als leidinggevend programmeur. Pavel Doerov kent de meeste medewerkers van Telegram al jaren, zegt Rosenberg in een videogesprek. Het is een samenzweerderige, gesloten gemeenschap waar Doerov het voor het zeggen heeft. 

    In gesprekken met voormalige medewerkers ontstaat het beeld van een directeur die niet wordt gedreven door geld, maar door invloed en wereldwijde erkenning. Doerov wil dat de app een platform is waarmee zo veel mogelijk mensen kunnen communiceren en vrijelijk informatie kunnen uitwisselen. En waar niemand zich mee kan bemoeien, zelfs regeringen niet. Dit beeld wordt gedeeld door verschillende mensen die Doerov hebben gekend.

    ‘In wezen beschouwt Doerov zichzelf als de ingenieur van zijn eigen universum,’ zegt Nikolaj Kononov, auteur van een boek over Doerov. Dat past bij Doerovs fascinatie voor de film The Matrix en de hoofdpersoon daaruit, de hacker Neo. Zijn enthousiasme gaat zo ver dat hij zich op een gegeven moment, net als Neo, geheel in het zwart ging kleden. Toen Doerov in 2001 eindexamen deed, antwoordde hij op de vraag hoe hij zichzelf over tien jaar zag: ‘Ik word een interneticoon.’ 

    Interviews geeft hij inmiddels niet meer. E-mails en berichten van Der Spiegel laten Doerov en de leden van zijn team onbeantwoord, net als een uitvoerige vragenlijst. Naar de buitenwereld communiceert hij uitsluitend via zijn Telegram-kanaal of met sporadische posts op Instagram. De broers hebben een wereldsucces gecreëerd, met Pavel als strateeg en Nikolaj als geniale programmeur op de achtergrond, en ze vormen een goed team. Telegram biedt gebruikersfuncties, zoals vrolijke stickers, vaak eerder en beter aan dan de concurrentie. Lang voor WhatsApp had Telegram al een buitengewoon veilige end-to-endversleuteling, waardoor het een tijdlang de favoriete chatapp van Islamitische Staat zou zijn geweest.

    Er circuleren zogenaamde dodenlijsten met de namen en soms ook adressen van politici

    Voor de groei van de afgelopen jaren zijn vooral de groepen en de kanalen erg belangrijk geweest. In de besloten of openbare groepen kunnen maximaal tweehonderdduizend mensen met elkaar chatten. Via de kanalen kunnen beheerders hun berichten aan een onbeperkt aantal leden sturen. Op WhatsApp hebben groepen maximaal 256 leden, wat past bij de strategie van deze Facebookdochter om geen openbare ruimte te willen zijn.

    Deze eigenschappen zorgen ervoor dat Telegram veel meer is dan een messengerdienst voor privécommunicatie. De QuerdenkenBewegung bijvoorbeeld [de Duitse beweging van coronaontkenners en antivaxers] coördineerde haar protestacties in talrijke steden meteen via meerdere Telegram-groepen. Haar oprichter Michael Ballweg noemde de app ‘een van de belangrijke succesfactoren’ van zijn beweging.

    In Duitsland is op Telegram een heel netwerk ontstaan, waar berichten van coronaontkenners, complotdenkers, neonazi’s en extreemrechtse terroristen door elkaar staan. Dat blijkt uit een evaluatie van de online-monitoringorganisatie Cemas, waarover Der Spiegel beschikt. Volgens deze evaluatie was op het Telegram-kanaal van Attila Hildmann [een auteur van veganistische kookboeken die nu vooral actief is als complotdenker] te zien hoe kritiek op de coronamaatregelen via complotverhalen radicaliseerde tot extreemrechtse berichtgeving. Meer dan duizend keer deelde Hildmann content van een kanaal dat overliep van ‘antisemitisme, vernietigingsfantasieën en het verheerlijken van geweld en het nationaalsocialisme’, schrijven de data-analisten. Op het laatst voerde hij op Telegram een hetze tegen de cabaretière Carolin Kebekus, nadat die een satirisch coronalied had uitgebracht met SPD-gezondheidsdeskundige Karl Lauterbach. Een van de leden gaf als commentaar dat Kebekus ‘onder Hitler in een werkkamp terecht zou zijn gekomen’. Drie uur later maakte Hildmann reclame voor kruisbogen. ‘Je hebt het recht je te verdedigen,’ schreef hij en voegde er ook nog een kortingscode voor een webshop aan toe.

    De dinsdagmiddag erna was het kanaal van Hildmann niet meer bereikbaar voor mobiele telefoons die gebruikmaken van een besturingssysteem van Apple of Google.

    Dat zo’n extreemrechts kanaal door Telegram wordt geblokkeerd, is een ‘absolute uitzondering’, zegt Fleming Ipsen van Jugendschutz.net. ‘Dit is voor het eerst dat we een actief en systematisch optreden van Telegram tegen strafbare content konden waarnemen.’

    De deskundigen van Cemas delen dat oordeel. ‘Omdat de beheerders praktisch nooit ingrijpen, is Telegram verworden tot de centrale plek voor complottheorieën en extreemrechtse content op internet,’ zegt Miro Dittrich, die samen met politicoloog Josef Holnburger de data-analyse maakte. Er circuleren zogenaamde dodenlijsten met de namen en soms ook adressen van politici. Na de stemming in de Bondsdag over de coronanoodrem in april duurde het slechts tweeënhalf uur voordat er een ‘dodenlijst’ opdook met de namen van alle afgevaardigden die voor de wet hadden gestemd. ‘Potentiële daders kunnen zich door zulke lijsten gesteund voelen, omdat ze geloven dat de meerderheid achter hen staat,’ zegt Dittrich. Telegram haalt de lijsten niet weg. Ook het kanaal van [r&b-zanger] Xavier Naidoo laat zien hoe vaak er geweld wordt gepredikt. Volgens de analyse heeft deze musicus sinds het begin van de pandemie meer dan honderdvijftig keer content van buitengewoon extremistische kanalen gedeeld. ‘Hun koppen eraf’, wordt gezegd in een door Naidoo gedeelde bijdrage over het Vaticaan, de Verenigde Naties en ‘Joodse vrijmetselaars’.

    Hoe op Telegram terroristen helden kunnen worden, is met name in de Verenigde Staten te zien. Daar wordt op verschillende kanalen de loftrompet gestoken over een 28-jarige inwoner van Texas die onlangs is gearresteerd. Via zijn mobieltje had hij een dreigement verstuurd dat rechercheurs als een urgent gevaar beschouwden. Ze waren ervan overtuigd dat de afzender een massamoord in een Walmart-supermarkt aan het beramen was. In zijn woning troffen ze wapens, munitie en vlaggen met nazisymbolen aan. Coleman B. had zijn Telegram-naam op het laatst zo veranderd dat die leek op de naam van de extreemrechtse massamoordenaar van Christchurch. ‘We hebben het “ondenkbare” nog net kunnen voorkomen,’ zei de verantwoordelijke sheriff. Maar op Telegram betuigden gebruikers hun solidariteit met de verdachte. Dat gebeurde vooral door de groep Injekt Division, die de verdachte kennelijk zelf had opgericht en waarvan hij ‘president’ was. ‘Ik bereid jullie voor op het terrorisme,’ postte hij aan hen. 

    ‘Terrorgram’

    Groepen en incidenten als deze hebben Doerovs app de bijnaam ‘Terrorgram’ bezorgd. Op meerdere kanalen wordt uitgelegd hoe je springstof kunt maken, wapens kunt fabriceren of dodelijk vergif kunt mengen. Een groep die ook een Duitse cel heeft, wordt in de Verenigde Staten in verband gebracht met vijf moorden. Leden van de extreemrechtse terreurgroepen Revolution Chemnitz en Oldschool Society wisselden in een Telegram-groep van gedachten. Anis Amri, die een aanslag pleegde op een kerstmarkt in Berlijn, waarbij twaalf doden vielen, chatte voor zijn daad via de app met IS-terroristen in Libië. 

    Op Telegram is nagenoeg elke denkbare misdaad te vinden die je via internet kunt begaan. Er zijn wapenhandelaars, aanbieders van vals geld en mensen die gehackte data beschikbaar stellen. De ledenaantallen van groepen die communiceren over het manipuleren van de financiële markten lopen soms in de honderdduizenden. Vanwege de talloze drugsgroepen heeft de politie van Berlijn inmiddels een speciale Messenger-eenheid ingesteld en al ruim honderd dealerbendes met soms wel twintigduizend leden geïdentificeerd, alleen al in Berlijn. Anders dan op het darknet, waar kopers de speciale adressen op de zwarte markt moeten kennen, is het verboden aanbod op Telegram vaak moeiteloos te vinden. 

    Officieel zegt Telegram dat illegale content niet is toegestaan, maar daar wordt niet op gehandhaafd, zoals een onderzoek van Jugendschutz.net afgelopen jaar aantoonde. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de dienst allang als probleemgeval geclassificeerd. ‘De wet, of het nu de Duitse of de Europese is, lijkt voor deze figuren geen enkele rol te spelen,’ zegt een hooggeplaatste ambtenaar. Als het bedrijf niet meewerkt, is het in extreme gevallen denkbaar dat het platform in Duitsland wordt geblokkeerd. De Duitse minister van Justitie Christine Lambrecht zegt: ‘Geen enkel platform dat in de EU door miljoenen mensen wordt gebruikt, mag zich aan onze rechtsorde onttrekken.’ Ze maakt zich sterk voor een regulering van dergelijke berichtendiensten op EU-niveau.

    Vanuit het oogpunt van de Duitse autoriteiten zou het platform juist in de periode voor de Bondsdagverkiezingen een bron van nepnieuws kunnen zijn, dat ook nog eens massaal wordt verspreid. In repressieve landen is Telegram daarentegen vaak een van de belangrijkste wapens van de prodemocratische beweging, bijvoorbeeld in Hongkong, Iran en Wit-Rusland. Toen in augustus 2020 tienduizenden mensen in Minsk uit protest tegen de verkiezingsfraude de straat op gingen, werd het Telegram-kanaal Nexta het belangrijkste instrument van de beweging. Dictator Aleksandr Loekasjenko liet websites en services dagenlang blokkeren, maar Pavel Doerov zorgde ervoor dat Telegram online bleef. Achter Nexta zat destijds onder anderen de blogger Roman Protasevitsj, de man wiens Ryanair-vlucht onlangs boven Wit-Rusland tot landen werd gedwongen.

    Het gespleten beeld van Telegram werpt de vraag op waar Pavel Doerov nu politiek gezien zelf staat. In het verleden had hij vooral een libertair gezicht: ‘De wereld verandert zo snel dat wetgevers daar niet op kunnen reageren’, schreef hij. In de eenentwintigste eeuw was het volgens hem daarom maar beter om in het geheel niet te reguleren. Dat past in zijn praktijk om illegale en extremistische content vergaand te accepteren en zich openlijk te verzetten tegen alle pogingen tot censuur. Zijn vroegere medewerker Anton Rosenberg gelooft dat er vooral financiële overwegingen achter zitten: ‘De strijd voor de vrijheid verkoopt goed en brengt nieuwe gebruikers binnen.’ In feite heeft Doerov altijd geprobeerd zich buiten de politiek te houden, zeggen andere mensen die hem kennen. ‘Neutraal’ blijven, noemt Ilja Perekopskij dat, zijn jarenlange collega en huidige plaatsvervanger bij Telegram. Ook toen de Russische oppositie Doerov in 2011 als haar held zag omdat hij zich publiekelijk tegen de FSB had gekeerd, zou hij dat vooral uit zakelijk oogpunt hebben gedaan: om geen gebruikers aan de concurrentie te verliezen.

    Hij liet biljetten van 5000 roebel uit de ramen van zijn kantoor op de zesde verdieping neerdwarrelen

    Hoe het met de financiën van Telegram is gesteld, blijft Doerovs geheim. Duidelijk is dat hij voor de app enorme kosten heeft gemaakt: tot 2017 had hij, volledig uit zijn privévermogen, 218 miljoen dollar geïnvesteerd, verklaarde hij in zijn videoboodschap. De verkoop van de resterende aandelen in VKontakte heeft hem volgens schattingen tussen de 300 en 400 miljoen dollar opgeleverd. Op zijn achtentwintigste beschikte Doerov naar eigen zeggen al over ‘honderden miljoenen’. ‘Ook al heeft me dat niet gelukkig gemaakt’, merkte hij in een van zijn blogs op. In zijn tijd bij VKontakte smeet hij nog letterlijk met geld. Samen met Perekopskij liet hij biljetten van 5000 roebel, destijds omgerekend 124 dollar, neerdwarrelen uit de ramen van zijn kantoor op de zesde verdieping van het prachtige Singergebouw, in het centrum van Sint-Petersburg. Oud-medewerker Rosenberg weet het nog goed. Het was de verjaardag van de stad en er waren veel mensen op straat. ‘Eerst gooiden ze de biljetten gewoon uit het raam, maar door de wind bleven die aan de ornamenten van de gevel hangen. Daarom maakten ze er vliegtuigjes van die naar beneden zeilden.’ De actie veroorzaakte veel tumult, en het logo van Telegram herinnert ons er nog altijd aan: een wit, papieren vliegtuigje, dat voor het idee van vrijheid heet te staan.

    Digitale munt

    In 2017 zetten de gebroeders Doerov vaart achter een gewaagd plan dat Telegram inkomsten moest opleveren zonder hun belofte van een gratis en advertentievrije app te breken. De dienst moest een eigen digitale munt krijgen en een blockchainsysteem dat Telegram Open Network heette, afgekort TON. Gebruikers moesten via de app geld aan elkaar kunnen overmaken en betalingen voor aankopen kunnen doen. Daarvoor haalde het team bij investeerders een bedrag van 1,7 miljard dollar op. Tot de belangstellenden behoorden Russische oligarchen, een fonds van Roman Abramovitsj en ook de inmiddels voortvluchtige manager van [het Duitse onlinebetaalsysteem] Wirecard, Jan Marsalek. Die was een uitgesproken fan van Telegram en verstuurde er gepersonaliseerde stickers met zijn eigen konterfeitsel mee. 

    Telegram had nauwe contacten met het door schandalen achtervolgde Duitse bedrijf. In Dubai hielden de twee bedrijven kantoor in dezelfde toren. In april 2019 kondigde Wirecard officieel aan met [ontwikkelaar] TON Labs te gaan samenwerken. In een mail aan zijn medewerkers schreef de toenmalige ceo van Wirecard, Markus Braun, dat het ‘in potentie een van de grootste deals uit onze geschiedenis’ was. Van echte samenwerking of gezamenlijke voorstellen is het nooit gekomen, vertelt een leidinggevende van TON Labs aan Der Spiegel. Hij had de naam Marsalek horen noemen, maar de man zelf had hij nooit ontmoet, er waren contacten op ontwikkelaarsniveau geweest. Alle gezamenlijke plannen met de Duitsers werden in oktober 2019 afgeblazen.

    De mislukte cryptovaluta-onderneming is wellicht het grootste fiasco van de gebroeders Doerov. De Amerikaanse toezichthouder SEC verordonneerde in oktober 2019 een onmiddellijke verkoopstop van de Telegram-valuta, de autoriteiten veroordeelden de verkoop als een illegale beursgang via de achterdeur. Telegram bestempelde dat als ‘onlogisch en volstrekt onnodig’, maar de rechter maakte het besluit niet ongedaan. Telegram moest zelfs een boete van 18,5 miljoen dollar betalen.

    Terwijl het met het zelfgecreëerde digitale geld niet lukte, verwierf Telegram in maart inkomstem met traditionele methoden: het gaf voor meer dan een miljard dollar aan leningen uit. Bovendien deden in Russische media geruchten de ronde over een mogelijke beursgang, met speculaties over een marktwaarde van 30 tot 50 miljard dollar. Ook zou er binnenkort reclame komen, weliswaar alleen in openbare kanalen en niet in privéchats. 

    Mogelijkerwijs zal het kapitaal de koers van de dienst meer bepalen dan alle politieke pogingen tot regulering. Voor adverteerders en investeerders is een beschaafde omgeving een voorwaarde. Ook kan Doerov niet helemaal om Apple en Google heen, want hij heeft hun appstores nodig om relevant te blijven. Wat Telegram anders te wachten staat, is te zien aan de chatapp Parler. Via die app werd de bestorming van het Capitool georganiseerd. In januari hebben Google en Apple Parler uit hun appstores gegooid, en daarmee de app van zijn bereik en betekenis beroofd. Zover zal Pavel Doerov het vast niet laten komen.

  • Hoe WhatsApp samenzweringstheorieën in de hand werkt

    Hoe WhatsApp samenzweringstheorieën in de hand werkt

    Naarmate sociale media onverdraagzamer worden, neemt de aantrekkingskracht van particuliere online groepen toe. Maar die hebben hun eigen gevaren. En niet alleen voor de deelnemers zelf.

    In het voorjaar, toen het virus zich over de wereld uitspreidde en miljarden mensen werden gedwongen thuis te blijven, steeg de populariteit van één sociale-media-app in het bijzonder. Eind maart was het gebruik van WhatsApp over de hele wereld met 40 procent gegroeid. In Spanje, waar de lockdown bijzonder streng was, steeg dit zelfs met 76 procent. In die eerste maanden was WhatsApp – dat het midden houdt tussen e-mail, Facebook en sms en waar groepen tekstberichten, links en foto’s met elkaar kunnen delen – een uitstekende manier om niet alleen nieuwsberichten en memes maar ook massale angst te verspreiden.

    Aanvankelijk waren veel van de nieuwe toepassingen bemoedigend. Er ontstonden onderlinge hulpgroepen om kwetsbaren te helpen. Families en vrienden gebruikten de app om contact te houden en hun angsten en zorgen in real time met elkaar te delen. Half april werd de rol die WhatsApp in de pandemie speelde al wat duisterder. Een complottheorie over de lancering van 5G, die al lang voordat Covid-19 opdook in omloop was, luidde nu dat de ziekte werd veroorzaakt door masten voor mobiele telefoons. Overal begonnen mensen 5G-masten in brand te steken steken. Alleen al in het paasweekend werden [in het VK] twintig branden gesticht.

    WhatsApp gold, samen met Facebook en YouTube, als een belangrijk kanaal om de complottheorie te verspreiden. Er werd gevreesd dat in diezelfde groepen die in maart massaal waren opgericht, nu de 5G-theorie volop werd gedeeld. Ondertussen werden via de app nepaudioclips verspreid, zoals de opname van iemand die in de zorg zei te werken en beweerde dat er niet langer ambulances zouden worden gestuurd om mensen met ademhalingsproblemen te helpen.

    Het was niet de eerste keer dat WhatsApp in een controverse verwikkeld raakte. Hoewel de ‘nepnieuws’-schandalen rondom de verkiezingen in 2016 in het VK en de VS meer op Facebook waren gericht – dat eigenaar is van WhatsApp – waren de latere verkiezingsoverwinningen voor Jair Bolsonaro in Brazilië en Narendra Modi in India mede te danken aan opruiende WhatsApp-berichten, waarbij gretig gebruik werd gemaakt van het enorme bereik dat de app in deze landen heeft. In India waren er bovendien meldingen van rellen en vielen er minstens dertig doden als gevolg van geruchten die op WhatsApp circuleren. Het Indiase ministerie van Informatie en Media heeft naar manieren gezocht om de WhatsApp-inhoud te reguleren, maar dat leidde enkel tot een nieuwe controverse vanwege de schending van burgerlijke vrijheden door de regering.

    WhatsApp lijkt een ongewoon effectief middel te zijn om wantrouwen te wekken in openbare instellingen en procedures

    Zoals altijd bestaat het risico dat in een complexe politieke crisis te veel schuld wordt gelegd bij het euvel van een technologie. WhatsApp heeft ook enkele stappen ondernomen om het gebruik van de app als doorgeefluik voor verkeerde informatie te beperken. In maart vertelde een woordvoerder van het bedrijf aan The Washington Post dat het ‘met ministeries van Volksgezondheid over de hele wereld had samengewerkt om burgers eenvoudige manieren te bieden voor het vergaren van accurate informatie over het virus’. Maar ook los van de zichtbare ophef lijkt WhatsApp een ongewoon effectief middel te zijn om wantrouwen te wekken in openbare instellingen en procedures.

    Een WhatsApp-groep kan bestaan ​​zonder dat iemand buiten de groep op de hoogte is van zijn bestaan, wie zijn leden zijn of wat er wordt gedeeld, terwijl end-to-end-codering de groep immuun maakt voor toezicht van buitenaf. Terug in de pre-Covid-19-dagen van Groot-Brittannië, toen Brexit en Jeremy Corbyn de twee onderwerpen vormden die [in het VK] de hevigste politieke discussies veroorzaakten, waren speculatie en paranoia in zulke groepen aan de orde van de dag. Mediacommentatoren die Corbyn verdedigden, werden er vaak van beschuldigd deel uit te maken van een WhatsApp-groep van ‘outriders’, gecoördineerd vanuit Corbyns burelen, die hen zogenaamd had opgedragen hoe ze zich op moesten stellen. Ondertussen zou de pro-Brexit European Research Group van de Conservatieve partij steun krijgen van een WhatsApp-groep waarvan het lidmaatschap nooit openbaar was. Dergelijke theorieën, of ze nou waar zijn of niet, zijn weinig bevorderlijk voor het vertrouwen in de democratie.

    WhatsApp-groepen wekken niet alleen argwaan bij het publiek, maar kunnen ook hun eigen deelnemers wantrouwend maken. Zoals blijkt uit gesloten Facebook-groepen, waar verontwaardigde deelnemers elkaar soms zonder al te veel onderbouwing in de privésfeer opruien, waarna ze in het openbaar overkoken. De eigenschap van zulke groepen om verkeerde informatie en beschuldigingen te verspreiden, begint aanweziger te worden dan de eigenschap om die verspreiding tegen te gaan.

    Er ontstaat een nieuw soort ‘gezond verstand’, gebaseerd op een instinctief wantrouwen jegens de wereld buiten de groep

    De politieke dreiging van WhatsApp is de keerzijde van haar psychologische aantrekkingskracht. In tegenstelling tot zoveel andere socialemediaplatforms, is WhatsApp erop gericht de privacy te beschermen. Positief hieraan is de mogelijkheid tot intimiteit met onze dierbaren en het vermogen om vrij te spreken, maar het werkt ook een ethos van geheimhouding en van wantrouwen in de publieke sfeer in de hand. Nu Facebook, Twitter en Instagram steeds theatraler worden – elk gebaar is bedoeld om indruk te maken dan wel af te schrikken – is WhatsApp een toevluchtsoord geworden binnen een verwarrende, onbetrouwbare wereld, waar gebruikers openhartiger kunnen spreken. De groei van het vertrouwen in zulke groepen gaat ten koste van het vertrouwen in openbare instellingen en ambtenaren. Zo ontstaat een nieuw soort ‘gezond verstand’, gebaseerd op een instinctief wantrouwen jegens de wereld buiten de groep.

    De immer groeiende populariteit van WhatsApp, die ten koste gaat van zowel officiële instellingen als de open sociale media, stelt ons voor een diepgravende politieke vraag: hoe behouden openbare instellingen en discussies legitimiteit en vertrouwen als mensen eenmaal georganiseerd zijn in gesloten en onzichtbare gemeenschappen? Het risico is dat er een vicieuze cirkel ontstaat, waarin privégroepen steeds meer informatie en desinformatie verspreiden om ambtenaren en publieke informatie in diskrediet te brengen, waardoor onze vervreemding van de democratie escaleert.

    Het standaardmiddel voor digitale communicatie

    Toen WhatsApp in 2014 voor $19 miljard door Facebook werd gekocht, was dit de prijzigste technologie-acquisitie uit de geschiedenis. Destijds bracht WhatsApp 450 miljoen gebruikers met zich mee. In februari van dit jaar bereikte het aantal 2 miljard gebruikers wereldwijd – en dat was nog vóór de lockdowns – waarmee het verreweg de meest gebruikte messenger-app is en de op een na meest gebruikte app, na Facebook zelf. In veel landen is WhatsApp het standaardmiddel voor digitale communicatie en sociale coördinatie, vooral onder jongeren.

    De functies die maken dat WhatsApp zich leent als kanaal voor samenzweringstheorieën en politieke conflicten, waren geen onderdeel van sms en hebben meer gemeen met e-mail: het aanmaken van groepen en de mogelijkheid om berichten door te sturen. Die laatste mogelijkheid – die recentelijk is beperkt als reactie op Covid-19-gerelateerde desinformatie – vormt een krachtig informatief wapen. Waren groepen aanvankelijk beperkt tot 100 deelnemers, later werden dit er 256. Dat is klein genoeg om je exclusief te voelen, maar als 256 mensen een bericht doorsturen naar nog eens 256 mensen, hebben al 65.536 het ontvangen.

    Groepen ontstaan ​​voor allerlei doeleinden – een feestje, een sportevent, een gedeelde interesse – maar gaan vervolgens een eigen leven leiden. Dat kan voortkomen uit anarchistische speelsheid, aangezien iedere groep zijn eigen grappen en gewoontes heeft. In een artikel van vorig jaar uit New York Magazine, met als kop ‘Groepschats maken het internet weer leuk’, betoogde technologiecriticus Max Read dat groepen ‘een regelrechte vervanging zijn geworden voor de manier waarop we ons het afgelopen decennium sociaal organiseren: het platformgerichte, op commentaar gebaseerde sociale netwerk.’

    Het is begrijpelijk dat gebruikers alleen op hun gemak zijn als ze weten dat er niemand meekijkt – maar dat heeft ook een minder speelse kant. Als groepen worden gezien als een plek om te zeggen wat je echt denkt, waar de beperkingen van het publieke oordeel of ‘politieke correctheid’ geen rol spelen, dan volgt daaruit automatisch dat dit de plek is waar mensen veroordelingen of meer hatelijke uitingen met elkaar delen, die elders onaanvaardbaar zijn, of zelfs illegaal. Santiago Abascal, de leider van de Spaanse extreemrechtse partij Vox, heeft zich geprofileerd als iemand die bereid is te ‘verdedigen wat de Spanjaarden op WhatsApp beweren’.

    Zo verschilt een WhatsApp-groep van een andere groep waarvan de leden allemaal dezelfde dienst gebruiken, zoals een school, een woonblok of een trainingsprogramma. Negatieve solidariteit kan een rol gaan spelen, waarbij gemeenschapsgevoelens worden versterkt doordat leden zich tegen de betreffende dienst gaan keren. Groepen van dit soort beginnen doorgaans met de wens om informatie te bundelen – studenten die bijvoorbeeld contact houden over deadlines – maar kunnen snel uitmonden in een middel om de instelling waar ze samenkomen in diskrediet te brengen. Een eerste uiting van ontevredenheid kan al snel escaleren, net zolang tot de groep een identiteit heeft opgebouwd gebaseerd op wrok en vervreemding, die onmogelijk nog met tegenargumenten kan worden verdreven.

    De leider van de Spaanse extreemrechtse partij Vox heeft zich geprofileerd als iemand die bereid is te ‘verdedigen wat de Spanjaarden op WhatsApp beweren’

    Met de opkomst van nieuwe technologieën hebben officiële organisaties en verenigingen de mogelijkheid mensen op hun favoriete platform tegemoet te komen. In maart introduceerde de regering [van het VK] een op WhatsApp gebaseerde informatiedienst over Covid-19, met een geautomatiseerde chatbot. Maar deze groepen zijn niet altijd de beste manier om cruciale informatie bij mensen te krijgen. Lokale politieke organisatoren en vakbondsvertegenwoordigers merkten dat hun werkdruk ondanks de aanvankelijke efficiëntie van WhatsApp-groepen doorgaans toeneemt vanwege het groeiende aantal subgemeenschappen, die elk afzonderlijk moeten worden gecontacteerd. Scholen proberen wanhopig informatie aan ouders te verstrekken, maar ontdekken dat deze niet wordt geregistreerd, tenzij in de juiste WhatsApp-groep gedeeld. Het tijdperk van het prikbord, of het nu fysiek of digitaal is, waar informatie eenmalig wordt geplaatst voor ieder die het aangaat, is voorbij.

    De ‘broadcast list’-functie van WhatsApp, waarmee berichten kunnen worden verzonden naar meerdere ontvangers die voor elkaar onzichtbaar zijn (zoals de ‘bcc’-regel van e-mail), verlicht het probleem van groepen die een eigen leven gaan leiden enigszins. Maar ook die lijsten kunnen alleen mensen bevatten die al een contact zijn van de lijsteigenaar. Voor dergelijke instellingen is het probleem kortom dat WhatsApp vooral lijkt te worden gebruikt voor informele, privécommunicatie. Universitaire docenten zijn vaak verbijsterd door de ontdekking dat veel studenten geen e-mail lezen. Als e-mail in verval raakt, lijkt WhatsApp geen haalbaar alternatief om geverifieerde informatie zo breed en inclusief mogelijk te delen.

    Groepen zijn geweldig voor korte uitbarstingen van humor of frustratie, maar lenen zich van nature veel minder goed om de verspreiding van openbare informatie te ondersteunen. Om te begrijpen hoe dit komt, moeten we nadenken over de manier waarop individuen worden beïnvloed en meegesleept zodra ze deel gaan uitmaken van een groep.

    Faux pas

    Het internet heeft zijn eigen litanie van sociale pathologieën en bedreigingen met zich meegebracht. Trolling [iemand die berichten plaatst om emotionele reacties te veroorzaken], flaming [het plaatsen van berichten op het internet die aanvallend of beledigend zijn], doxing [het vergaren en publiceren van beledigende informatie over een individu] en pile-ons [mensen die zich massaal en vaak onrechtmatig tegen iets of iemand keren] zijn stuk voor stuk symptomen die horen bij de omgang op een enorme open ontmoetingsplek. ‘Open’ platforms als Twitter herinneren eraan dat sociale interactie gericht op een kleine en selecte gemeenschap al snel belachelijk of beschamend overkomt als ze aan een andere gemeenschap worden blootgesteld.

    Zoals iedere frequente gebruiker van WhatsApp of een gesloten Facebook-groep weet, is de morele angst die met groepen gepaard gaat weer anders. Bestaat de zorg in een open netwerk erin beoordeeld te worden door een externe waarnemer, of dat nu de baas is of een ver familielid, in een gesloten groep is dat om iets te zeggen dat indruist tegen de codes die de identiteit van de groep bepalen. Groepen kunnen snel gedomineerd worden door een bepaalde toon of een wereldbeeld dat beter niet kan worden tegengesproken en vrijwel onverwoestbaar is. Berichten die in de feed blijven hangen, wachtend op een reactie, kunnen gevoelens van faux pas opwekken.

    Dit betekent dat hoewel groepen een hoge mate van solidariteit kunnen genereren, wat in principe een krachtig politiek effect kan hebben, het ook moeilijker wordt om binnen de groep onenigheid te uiten. Als bijvoorbeeld een uitgesproken en populair lid van een WhatsApp-groep verkeerde informatie begint te verspreiden over gezondheidsrisico’s, zullen deze vanwege de algemene drang naar solidariteit waarschijnlijk met dank en instemming worden ontvangen. Als in een groep een stelling of artikel wordt gedeeld, kunnen er nog zoveel leden zijn die het beweerde in twijfel trekken, maar ze zullen het niet gauw over durven brengen. Ondertussen heeft iemand die minder kritisch is, het bericht allang doorgestuurd. Zodoende is WhatsApp een krachtige distributeur van ‘nepnieuws’ en complottheorieën.

    Net als op open sociale platforms wordt solidariteit binnen een WhatsApp-groep vooral opgebouwd door een of ander onrecht op te werpen, of een vijand die een bedreiging vormt. In het oog springende voorbeelden zijn de complottheorieën over politieke tegenstanders, bijvoorbeeld dat ze pedofiel zijn of samenspannen met buitenlandse machten. Dergelijke geruchten, die makkelijk te weerleggen zijn, gingen op verschillende platforms volop rond tijdens de succesvolle verkiezingscampagnes van Modi, Bolsonaro en Donald Trump.

    Het plotseling uitroepen van bedreigingen en onrecht in een groep verloopt vaak volgens een bepaald patroon. Het begint meestal met één deelnemer die speculeert dat de groep wordt gedupeerd of het doelwit is van een instelling of een concurrerende groep – of het nu een openbare dienst, een bedrijf of een culturele gemeenschap is. Een tweede deelnemer stemt ermee in. In deze fase wordt het voor een derde al riskant om de instelling of groep in kwestie te verdedigen, en daarmee zijn een nieuwe vijand en een nieuwe wrok in het leven geroepen. Vrijwel meteen krijgen de waarschuwingen en aanklachten die nu binnen de groep rondgaan een niveau van authenticiteit die niet kan worden weerlegd door de persoon, instelling of gemeenschap in kwestie.

    Veel groepen hebben een instinctief scepticisme ontwikkeld tegenover alles wat uit de “mainstream” komt

    Maar wat als de eerste deelnemer iets verkeerd heeft begrepen of gelezen, of een stressvolle dag heeft gehad en stoom moet afblazen? En wat als de tweede alleen maar instemt om de eerste beter te laten voelen? En wat als de andere leden te afgeleid zijn, dan wel te geremd of te moe om iets te zeggen om diens verontwaardiging tegen te gaan? Natuurlijk hoeft zo’n proces niet te leiden tot samenzweringstheorieën die rellen of brandstichtingen veroorzaken. Maar zelfs in mildere vormen maakt deze gang van zaken het verstrekken van officiële – soms levensreddende – informatie veel moeilijker dan tien jaar geleden. Informatie over openbare diensten en gezondheidsrisico’s moet in steeds grotere mate door een opeenhoping van overlappende groepen heen zien te dringen, waarvan vele bovendien een instinctief scepticisme hebben ontwikkeld tegenover alles wat uit de ‘mainstream’ komt.

    Instellingen lopen er onder andere tegen aan dat er vaak een vreemde emotionele troost zit in het gedeelde gevoel van vervreemding en passiviteit. ‘Daar zijn we nooit van op de hoogte gebracht’, ‘niemand heeft ons iets gevraagd’, ‘we worden genegeerd’. Dit zijn de heersende opvattingen van onze politieke tijdgeest. Nu nieuws en informatie steeds vaker via WhatsApp worden verspreid, dreigt er een vicieuze cirkel te ontstaan: de openbare wereld schijnt ons steeds verder weg, onpersoonlijker en onechter toe, terwijl de privégroep de plek wordt voor sympathie en authenticiteit.

    Dit is een nieuwe wending in de evolutie van het sociale internet. Sinds de jaren negentig belooft het internet connectiviteit, openheid en inclusiviteit, waarna het te maken kreeg met de onvermijdelijke bedreiging van privacy, veiligheid en identiteit. Groepen daarentegen zorgen ervoor dat mensen zich veilig en verankerd voelen, maar dragen ook bij aan de opsplitsing van het maatschappelijk middenveld in afzonderlijke, elkaar onbekende kliekjes. Dit is het resultaat van meer dan twintig jaar ideologische strijd over wat voor soort sociale ruimte het internet zou moeten zijn.

    Web 2.0

    Aan het begin van het millennium vormden de O’Reilly Emerging Technology Conferences (of ETech) een paar jaar lang dé plek waar een nieuwe digitale wereld werd vormgegeven en besproken. Deze conferenties, gelanceerd door mediaondernemer Tim O’Reilly en jaarlijks georganiseerd in Californië, trokken een mix van nerds, goeroes, ontwerpers en ondernemers die meer door nieuwsgierigheid dan vanuit commerciële overwegingen bijeen werden gedreven. In 2005 bedacht O’Reilly de term ‘web 2.0’ om een ​​nieuwe golf van websites te beschrijven die gebruikers met elkaar verbonden, in plaats van met bestaande offline instellingen. Later dat jaar werd de domeinnaam facebook.com gekocht door een 21-jarige student van Harvard en was het tijdperk van de reusachtige socialemediaplatforms aangebroken.

    Binnen deze korte periode bestonden er concurrerende ideeën over hoe een wenselijke online community eruit zou kunnen zien. De meer idealistische techgoeroes die ETech bijwoonden, drongen erop aan dat het internet een open openbare ruimte zou blijven, zij het een waarin bepaalde gemeenschappen konden clusteren voor hun eigen specifieke doeleinden, zoals het creëren van open-source softwareprojecten of het opstellen van Wikipedia-vermeldingen. Het onbenutte potentieel van internet lag volgens hen in de bevordering van de democratie. Maar voor bedrijven als Facebook bood internet de mogelijkheid om massaal gegevens over gebruikers te verzamelen, en bood het de potentie van meer toezicht. De opkomst van de gigantische platforms vanaf 2005 suggereerde dat deze laatste opvatting had gewonnen. Toch zijn we door een vreemde wending nu ineens getuige van een heropleving van anarchistische, zelforganiserende digitale groepen – die eveneens in handen zijn van Facebook. De twee concurrerende visies zijn met elkaar in botsing gekomen.

    Om te zien hoe dat zo is ontstaan, is het interessant om terug te gaan naar 2003. Tijdens de ETech-conferentie dat jaar werd een belangrijke speech gehouden door webfanaat en schrijver Clay Shirky, nu academicus aan de New York University, die zijn publiek verraste door te verklaren dat de taak om succesvolle online communities te ontwerpen vrijwel niets met technologie te maken had. De lezing, waarin Shirky terugkeek op een van de meest vruchtbare periodes in de geschiedenis van de sociale psychologie, had als titel ‘Een groep is haar eigen ergste vijand’.

    Shirky putte uit het werk van de Britse psychoanalyticus en psycholoog Wilfred Bion, die samen met Kurt Lewin een van de pioniers was van de bestudering van ‘groepsdynamiek’ in de jaren veertig. De centrale stelling van deze school was dat groepen psychologische eigenschappen bezitten die onafhankelijk van hun individuele leden bestaan. In groepen merken mensen dat ze zich gedragen op manieren waarop ze zich nooit zouden gedragen als ze in hun eentje handelden.

    Evenals door Stanley Milgrams beruchte reeks experimenten in de vroege jaren zestig om gehoorzaamheid te testen – waarbij sommige deelnemers werden overgehaald om anderen schijnbaar pijnlijke elektrische schokken toe te dienen – groeide de bezorgdheid over de groepsdynamiek halverwege de twintigste eeuw in de schaduw van de politieke verschrikkingen van de jaren dertig en jaren veertig, die ernstige vragen hadden opgeworpen over hoe een individu afstand doet van zijn moreel besef. Lewin en Bion stelden dat groepen hun eigen persoonlijkheden bezitten, die organisch ontstaan ​​door de interactie van hun leden, ongeacht welke regels ze hebben meegekregen of wat ze normaliter rationeel zouden doen.

    Met het aanbreken van de jaren zestig, het tijdperk van meer individualistische politieke verwachtingen, begon de belangstelling van psychologen voor groepen af ​​te nemen. De veronderstelling dat individuen door conformisme worden geregeerd verloor aan kracht. Toen Shirky het werk van Bion op de O’Reilly-conferentie in 2003 opbracht, was dat controversieel. Wat hij terecht opmerkte was dat, bij gebrek aan expliciete structuren of regels, veel online gemeenschappen vochten tegen de ontwrichtende dynamiek die de psychologen van de jaren veertig fascineerde.

    Shirky benadrukte in het bijzonder één gebied van Bions werk: hoe groepen spontaan hun eigenhandig vastgestelde doelen saboteren. Het mooie van vroege online communities, zoals listservs, message boards en wiki’s, was de geest van egalitarisme, humor en informaliteit. Maar deze zelfde eigenschappen werkten hen vaak tegen als het erom ging iets constructiefs gedaan te krijgen, en konden hinderlijk en ergerniswekkend worden. Als binnen de ene groep de andere groep eenmaal werd bespot of als tegenstander beschouwd, was het heel moeilijk daarvan terug te komen.

    Net als een goed ontworpen park of straat, kan een goed ontworpen online ruimte gezonde gezelligheid bevorderen

    Bion maakte zich zorgen over de duistere impulsen van de mensheid. De visie die Shirky die dag aan zijn publiek voorlegde, was optimistischer. Als de ontwerpers van online ruimtes verstorende ‘groepsdynamiek’ zouden kunnen voorkomen, betoogde hij, dan zou het mogelijk worden om samenhangende, productieve online gemeenschappen te creëren die zowel open waren als constructief. Net als een goed ontworpen park of straat, kan een goed ontworpen online ruimte gezonde gezelligheid bevorderen zonder dat er beleid, toezicht of uitsluiting van buitenstaanders aan te pas hoeft te komen. Tussen het ene uiterste van anarchistische chaos (trollen) en het andere uiterste van strikte moderatie en regulering van de gesprekken (bij wijze van autoriteitsfiguur), hield het denken in termen van groepsdynamiek voor hem de belofte in van een sociaal web dat nog grotendeels zelforganiserend was, maar ook relatief overzichtelijk.

    Maar er diende zich nog een andere oplossing aan voor hetzelfde probleem, waarvan de gevolgen de wereld zouden veranderen: de groepsdynamiek werd vervangen door de reputatiedynamiek. Als iemand online bepaalde offline kenmerken heeft, zoals een functie, een album met getagde foto’s, een lijst met vrienden en een e-mailadres, zal diegene zich gedragen op een manier die past bij deze openbare identiteitsgegevens. Voeg steeds meer toezicht toe aan de mix, zowel door collega’s als door bedrijven, en het probleem van spontane groepsdynamiek verdwijnt. Als je openbaar zichtbaar bent is het gemakkelijker om je zelfbeheersing te bewaren en gewetensvol te zijn, zelfs tegenover vrienden, familie en collega’s.

    Voor veel van de Californische pioniers op het gebied van cybercultuur, die online gemeenschappen koesterden als een ontsnapping aan de waarden en beperkingen van de kapitalistische samenleving, betekent de overwinning van Zuckerberg een regelrechte nederlaag. Het was nooit de bedoeling dat bedrijven de controle over deze ruimte zouden krijgen. In 2005 hoopte men nog dat het sociale web zou worden opgebouwd rondom democratische principes en gemeenschappen van onderaf. Facebook heeft dat hele idee opgegeven door van internet simpelweg een multimediale telefoongids te maken.

    De laatste ETech vond plaats in 2009. Minder dan tien jaar later zou Facebook ervan worden beschuldigd de liberale democratie tot het uiterste te hebben gedreven en de waarheid zelf te hebben vernietigd. Maar nu de eisen van sociale media, waarop we allemaal een profiel hebben samengesteld en een identiteit opgebouwd, steeds zwaarder op ons drukken, is de verleiding van de autonome groep weer opgedoken. In sommige opzichten is de optimistische bezorgdheid van Shirky de pessimistische bezorgdheid van vandaag geworden. Mede dankzij WhatsApp is het ongemodereerde, zelfbesturende, amorele collectief – groter dan een gesprek, kleiner dan een publiek – een dominante en ontwrichtende politieke macht geworden in onze samenleving, zoals figuren als Bion en Lewin reeds vreesden.

    Het medium is de boodschap

    Conspiracytheorieën en paranoïde groepsdynamiek kenmerkten het politieke leven al lang voordat WhatsApp bestond. Het heeft geen zin om de app de schuld te geven van het bestaan ervan, net zo min als het logisch is om Facebook de schuld te geven van de Brexit. Maar door te kijken naar de soorten gedrag en sociale structuren die technologieën mogelijk maken en uitvergroten, krijgen we een beter beeld van bepaalde eigenschappen en kwalen van de samenleving. Wat zijn de neigingen die door WhatsApp worden versterkt?

    Allereerst is er het probleem van samenzweringen in het algemeen. WhatsApp is zonder twijfel een ongeëvenaard kanaal voor het circuleren van complottheorieën, maar we moeten ook onder ogen zien dat het een uitstekend hulpmiddel lijkt te zijn voor het faciliteren van echt samenzweringsgedrag. Een van de grote problemen bij het overwegen van een samenzweringstheorie in de wereld van vandaag is dat sommige samenzweringen waar blijken te zijn: denk aan het Libor-schandaal, het afluisteren van telefoons of de inspanningen van Labour-partijfunctionarissen om de electorale vooruitzichten van Jeremy Corbyn te dwarsbomen. Dat gebeurde allemaal echt, maar iemand die erover had gespeculeerd zou totdat het tegendeel werd bewezen als een complottheoreticus zijn weggezet.

    Een communicatiemedium dat groepen van maximaal 256 mensen verbindt, zonder enige publieke zichtbaarheid en wordt gebruikt op de telefoon in je zak, is van nature zeer geschikt om geheimhouding te ondersteunen. Uiteraard telt niet elke groepschat als een ‘samenzwering’. Maar het medium maakt dat de samenleving, wie met wie geassocieerd wordt, een kwestie wordt van speculatie – iets dat een zweem van samenzwering met zich meedraagt. In die zin is WhatsApp niet alleen een kanaal voor het verspreiden van complottheorieën, maar voedt het ze bovendien. Het medium is de boodschap.

    Het volledige politieke potentieel van WhatsApp is in het VK voor zover bekend nog niet benut. Tot op heden heeft het niet gediend als effectief instrument voor politieke campagnes, deels omdat gebruikers terughoudend lijken om zich aan te sluiten bij grote groepen mensen die ze niet kennen. De invloed – al dan niet reëel – van WhatsApp-groepen binnen Westminster en de media draagt ​​ongetwijfeld bij aan het gevoel dat het openbare leven een schijnvertoning is, waarachter onzichtbare netwerken schuilgaan die de macht coördineren. WhatsApp is een soort ‘backstage’ van het openbare leven geworden, waar mensen worden geacht onder woorden te brengen wat ze echt denken en heimelijk geloven. Dit is een kenmerk dat al lange tijd complottheorieën aanwakkert, vooral antisemitische. Onzichtbare WhatsApp-groepen kunnen in die zin dienen als een soort moderne variant op vrijmetselaarslodges of de Rothschilds.

    Binnen de veiligheid van de groep wordt het mogelijk om tegelijkertijd radicaal en orthodox te zijn, zowel sceptisch als volgzaam

    Voorbij de wereld van de partijpolitiek en nieuwsmedia, ligt een samenleving in het verschiet die een aaneenschakeling is van overlappende kliekjes, elk met hun eigen overtuigingen. Groepen zullen eerder geneigd zijn anders denken en het nemen van risico’s te ontmoedigen, en deelnemers aansporen tot conformiteit, zij het vaak aan de hand van normen die vijandig staan ​​tegenover die van de ‘mainstream’, of dat nu de media, de politiek of professionele ambtenaren zijn die gewoon hun werk doen. Binnen de veiligheid van de groep wordt het mogelijk om van beide walletjes te eten, om tegelijkertijd radicaal en orthodox te zijn, zowel sceptisch als volgzaam.

    Ondanks alle voordelen die WhatsApp biedt om mensen te helpen zich dicht bij anderen te voelen, is de snelle opkomst tegelijk een zoveelste teken van hoe een gemeenschappelijke openbare wereld – gebaseerd op geverifieerde feiten en erkende procedures – uit elkaar valt. WhatsApp is goed uitgerust om communicatie in de marge van instellingen en publieke discussie te ondersteunen: afkerigen die coups beramen, ouders die roddelen over leraren, vrienden die scherpe memes delen, journalisten die geruchten verspreiden, familieleden die onofficieel medisch advies doorsturen. Een samenleving die alleen in zulke marges eerlijk spreekt, zal het moeilijker vinden om de legitimiteit van deskundigen, ambtenaren en vertegenwoordigers die per definitie in de schijnwerpers staan, te erkennen. Ondertussen worden wantrouwen, vervreemding en samenzweringstheorieën de norm, waardoor de instellingen die ons bij elkaar zouden kunnen houden, steeds verder afbrokkelen.

  • De mysterieuze vrijgezellenclub die Ethiopië platlegde

    De mysterieuze vrijgezellenclub die Ethiopië platlegde

    Ze zijn jong, ongetrouwd en boos. De Ethiopische Qeerroo-beweging wist met stakingen en protestacties de premier van een van Afrika’s meest dictatoriale regimes ten val te brengen.

    Tegenwoordig is Desalegne bankier. Maar ooit was hij een Qeerroo: een jonge, energieke, ongetrouwde man afkomstig uit Ethiopiës grootste etnische groep, de Oromo, en gebonden aan wat hij noemt ‘een verantwoordelijkheid om het volk te verdedigen’.

    Twaalf jaar geleden hielp hij mee om massaprotesten te organiseren tegen een verkiezingsuitslag die volgens velen gemanipuleerd was door het regerende Ethiopian Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front (EPRDF). Hierdoor belandde hij in de gevangenis wegens terrorisme.

    Sindsdien is hij getrouwd en heeft hij, zoals velen van zijn generatie, de politiek grotendeels gemeden. Tot 12 februari, toen hij samen met vele anderen in Adama en de regio Oromia meedeed aan een staking voor de vrijlating van oppositieleiders en de beëindiging van het autoritaire regime.

    De boycot, die drie dagen duurde en een groot deel van Centraal-Ethiopië stillegde, resulteerde op 13 februari in de vrijlating van Bekele Gerba, een prominente Oromo-politicus die in Adama woont, en binnen 48 uur in het aftreden van Ethiopiës veel bekritiseerde premier, Haile Mariam Desalegne. De geschokte regering riep daarna op 15 februari voor de tweede keer in twee jaar de noodtoestand uit.

    ‘Alles lag plat,’ zegt Desalegne over de staking in Adama. ‘Bijna iedereen deed mee – zelfs ambtenaren.’ Voor hem en veel andere inwoners van Adama is er maar één verklaring waarom deze normaal zo rustige stad zich aansloot bij de opstand die zich sinds 2014 over delen van Ethiopië heeft verspreid: de Qeerroo.

    Jonge vrijgezellen

    Wie de Qeerroo precies zijn, en hoe ze hebben geholpen om een van Afrika’s sterkste en meest autocratische regeringen op de knieën te krijgen, is niet zo eenvoudig te begrijpen. In de traditionele Oromo-cultuur staat de term voor een jonge vrijgezel. Maar tegenwoordig staan de Qeerroo symbool voor zowel de Oromo-beweging – een strijd om meer politieke vrijheid en een grotere, etnische vertegenwoordiging in landelijke structuren – als voor een hele generatie Ethiopische jongeren die de laatste tijd assertiever is geworden.

    ‘Zij zijn de stem van het volk,’ verklaart Debela, een tweeëndertigjarige taxichauffeur in Adama. Hij zegt dat hij te oud is om een van hen te zijn, maar dat hij hun protest begrijpt. ‘Zij zijn de voorhoede van de Oromo-revolutie.’

    De identiteit van de Oromo is veel sterker geworden sinds het EPRDF in 1994 een model van etnisch gebaseerd federalisme instelde. ‘In het verleden was het een schande om als Oromo te worden beschouwd,’ zegt Desalegne, wijzend op de etnische assimilatiepolitiek van de twee voorgaande Ethiopische regimes, keizerlijk en communistisch. ‘Maar nu zijn mensen er trots op om Oromo te zijn. Dat heeft de Qeerroo aangemoedigd.’

    Naarmate de Oromo-beweging de afgelopen jaren een groter zelfvertrouwen kreeg, trok de rol van de Qeerroo in het organiseren van onrust steeds meer de aandacht van de staat. Begin dit jaar kondigde de politie plannen aan om hard op te treden tegen de Qeerroo, met het argument dat het een clandestiene groep was die het land wilde destabiliseren en controle wilde krijgen over lokale overheidskantoren. Ze werden zelfs beschuldigd van terrorisme. Hoewel veel mensen dat tegenspreken, twijfelen weinigen aan de huidige kracht van de Qeerroo als undergroundgroep.


    Sinds de vorige noodtoestand in augustus 2017 werd opgeheven, organiseerden Qeerroo-netwerken stakingen en protestacties in verschillende delen van Oromia. Dit ondanks het feit dat de overheid vanaf eind vorig jaar het complete mobiele internet heeft platgelegd in alle regio’s behalve de hoofdstad.

    Bekele Gerba, de oppositieleider, schrijft zijn vrijlating uit de gevangenis toe aan de Qeerroo. Zij stuurden ook honderden mensen naar zijn huis in Adama om hem geluk te wensen. Maar net als vele oudere activisten bekent hij dat hij maar weinig weet van hoe ze zich organiseren. ‘We weten niet wie de leiders zijn en we weten niet of ze een centraal commando hebben.’

    Maar in een recent interview met The Guardian lichtten twee lokale leiders in Adama, Haile en Abiy (niet hun echte namen), hun methoden toe. Volgens de twee mannen, beiden achter in de twintig, heeft elk district van de stad één Qeerroo-leider met minstens twintig ondergeschikten die allemaal verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van boodschappen en informatie over komende stakingen. Ze zeggen dat hun netwerken de afgelopen maanden beter georganiseerd zijn. Er is nu een hiërarchische commandostructuur en zelfs één enkele leider voor het hele Oromia. ‘Dat zorgt voor discipline en stelt ons in staat met één stem te spreken,’ zegt Abiy.

    Hun taak is moeilijker geworden door de afwezigheid van internet. ‘Via sociale media kun je een boodschap in enkele seconden verspreiden,’ zegt Abiy. ‘Nu kan het wel twee weken duren omdat we van deur tot deur moeten gaan.’ In plaats van WhatsApp en Facebook te gebruiken, distribueren ze nu papieren flyers, vooral op universiteitscampussen.

    ‘De Qeerroo zijn als een voetbalteam. Jawal is misschien de doelman, die helpt en aanwijzingen geeft, maar wij zijn de aanvallers’

    De rol van Oromo-activisten in de diaspora, vooral die in de VS, blijft eveneens van cruciaal belang, ondanks de stillegging van internet. Zecharias Zelalem, een in Canada wonende Ethiopische journalist, zegt dat de Qeerroo dankzij prominente socialemedia-activisten het politieke gewicht hebben gekregen waaraan het jeugdbewegingen in andere delen van het land nog steeds ontbreekt. Vooral het werk van Jawar Mohammed, de controversiële stichter van het in Minnesota gebaseerde Oromia Media Network (in Ethiopië verboden), heeft volgens hem de stem van de Qeerroo versterkt.

    ‘Jawar geeft ons politieke analyses en advies,’ legt Haile uit. ‘Hij kan toegang krijgen tot informatie, zelfs van binnen de regering, die hij deelt met de Qeerroo. Wij evalueren die informatie en beslissen dan of we er iets mee gaan doen.’

    Hij en Abiy ontkennen allebei dat Jawar vanuit het buitenland de protesten zou leiden, een vermoeden dat in Ethiopië wijdverbreid is. ‘De Qeerroo zijn als een voetbalteam,’ reageert Haile. ‘Jawal is misschien de doelman, die helpt en aanwijzingen geeft, maar wij zijn de aanvallers.’

    De herinstelling van de noodtoestand heeft kwaad bloed gezet bij veel Qeerroo in Adama en elders in Oromia. Die stap wordt algemeen beschouwd als een tactloze poging om het protest te stoppen.

    Leden van de Oromo-beweging protesteren in de hoofdstad Addis Abeba tegen de regering in oktober 2017. – © Minasse Wondimu Hailu / Getty Images
    Leden van de Oromo-beweging protesteren in de hoofdstad Addis Abeba tegen de regering in oktober 2017. – © Minasse Wondimu Hailu / Getty Images

    Sommige analisten vrezen dat de leden van een nu nog voornamelijk vreedzame, politieke beweging door nog meer repressie hun toevlucht zullen nemen tot geweld en extremisme.

    Veel mensen binnen de regering, en ook elders in het land, maken zich zorgen over een toename van etnisch gemotiveerde aanvallen op mensen en gebouwen, en speciaal op etnische Tigray die zo’n zes procent van de bevolking vormen, maar toch de politiek en het zakenleven zouden domineren.

    Eind vorig jaar werden er staatstroepen naar universiteitscampussen gestuurd vanwege het escalerende etnische geweld waarbij meerdere doden vielen. Soortgelijke incidenten werden gemeld tijdens protesten in de afgelopen maand.

    Jibril Ummar, een plaatselijke zakenman en activist, zegt dat hij en anderen hebben geprobeerd de protesten in Adama vreedzaam te laten verlopen. Ze kalmeerden de verhitte jongeren die gebouwen wilden vernielen en mensen die geen Oromo’s waren wilden aanvallen. ‘Het baart me zorgen,’ geeft hij toe. ‘Die jongens zijn nog niet volwassen. Als je emotioneel bent, breng je de strijd in gevaar.’

    Ook Gerba zegt ongerust te zijn over geweld, inclusief dat van de etnische soort. ‘We weten met zekerheid dat Tigrays door het hele land het vaakst op de korrel worden genomen. Dat verontrust me zeer en daar moet iets aan gedaan worden.’

    In de komende tijd zal de EPRDF beslissen wie de nieuwe premier wordt, en velen hopen dat het iemand uit de Oromo Volksdemocratische Organisatie (OPDO) zal zijn, de Oromo-vleugel van de heersende coalitie. Dat zou sommige Qeerroo gunstiger stemmen, op de korte termijn tenminste. Maar waarschijnlijk is dat op zich niet genoeg om de woede te temperen.

    ‘Als we getrouwd zijn, trekken we ons terug uit de Qeerroo,’ zegt Haile. ‘Maar als we onze vrijheid niet krijgen, zal dat nooit gebeuren.’

    Auteur: Tom Gardner
    Vertaler: Astrid Staartjes

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 146.766

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Online een van de grootste kranten ter wereld.

    © Courrier International
    © Courrier International
  • Branden blussen met WhatsApp

    Branden blussen met WhatsApp

    Na de gigantische bosbranden in Indonesië in 2015 zijn overal in het land WhatsApp-groepen opgericht. Hun missie: het vuur doven voordat het zich verspreidt.

    Keuze uit het archief

    Naarmate de aarde opwarmt lijken bosbranden een steeds vaker terugkerend verschijnsel te worden. Dit jaar begon met branden in Los Angeles, in maart was Zuid-Korea aan de beurt, in april brak er brand uit op de Edese heide en begin mei ontstonden er bosbranden in de regio rond Jeruzalem. Afgelopen week kwamen er twee mensen om bij bosbranden in Canada.
    Wat kunnen we doen om de gevaren te minimaliseren en te voorkomen dat bosbranden ontstaan en zich verspreiden? In Indonesië vonden ze daar iets op. Na de gigantische bosbranden in 2015 is er een compleet WhatsApp-netwerk op touw gezet om brandhaarden te signaleren, zodat ze meteen in de kiem gesmoord kunnen worden. Dit artikel van Koran Tempo uit 2017 legt uit hoe dit surveillancesysteem in zijn werk gaat.

    Op 8 januari 2017 stuurt kolonel Refrizal, commandant van legerpost O42/Garuda Wit in Jambi, om exact vijf uur ’s ochtends het volgende bericht: ‘Mevrouw Ning, kunt u ons de gegevens zenden over de vanochtend door u gesignaleerde brandhaarden?’ Het antwoord volgt onmiddellijk: ‘Surveillancerapport van 5:00 uur West-Indonesische tijd [de archipel strekt zich uit over drie tijdzones]: in de provincie Jambi geen brandhaarden gedetecteerd.’

    De legercommandant coördineert de bosbrandsurveillance in de zwaarst getroffen regio’s. Minimaal drie keer per dag wisselen het hoofd van het Bureau voor Meteorologie, Klimatologie en Geofysica in Jambi en hoofd informatievoorziening Kurnianingsih van het weerstation Sultan Thaha in Jambi de relevante gegevens over elk van de potentiële brandhaarden uit. Die informatie wordt verzonden via de satelliet Terra-Aqua en bevat de dagelijkse weersvoorspelling, de temperatuur, evenals de kans op regen en storm. Daarna worden deze gegevens gedeeld in de WhatsApp-groep ‘rampensurveillance Jambi’.

    De leden van de WhatsApp-groep beantwoorden de berichten onmiddellijk; ze vragen bijvoorbeeld om de coördinaten van een gedetecteerde brandhaard. Ze snellen dan naar deze plek toe om de gegevens te verifiëren en delen dezelfde dag nog hun waarnemingen via hetzelfde netwerk. Als ze inderdaad een brand ontdekken, is het vaak niet meer dan een berg brandend afval of vuilnis. Toch doven ze ook deze branden, om overslaan te voorkomen.

    Praktisch medium

    De WhatsApp-groep is uitgegroeid tot een buitengewoon praktisch medium voor informatie-uitwisseling en discussie. Bij elke detectie van een bos- of veldbrand kan er op deze manier onmiddellijk worden gereageerd. De groep werd opgericht in 2015, het jaar waarin ongekende bosbranden de eilanden Sumatra en Kalimantan teisterden. Aanvankelijk had de groep maar 20 leden, maar nu zijn het er al 83. De leden zijn merendeels publieke diensten op regionaal, provinciaal en zelfs landelijk niveau. Er zijn burgemeesters bij, leger-, politie- en brandweercommandanten, ambtenaren die bosbouwvergunningen verstrekken en zelfs journalisten. De leden zijn verplicht om altijd te reageren. ‘Als een van ons niet alert is, wordt hij onmiddellijk door de andere leden tot de orde geroepen,’ zegt de coördinator van de groep Dalmanto, die hoofd is van de rampenbestrijdingsdienst van de regio Jambi.

    In de provincie Riau wordt met hetzelfde communicatiesysteem gewerkt en telt de WhatsApp-groep al bijna tweehonderd leden. Indien nodig schakelen de patrouille-eenheden op de grond het leger en de politie in. Elke patrouillemedewerker ontvangt dagelijks een premie van 150.000 roepia’s [11 euro]. Mochten de eenheden op de grond de vlammen niet meester worden, dan roepen ze de hulp in van de blusvliegtuigen van Canadair.

    Een brand in een veengebied in Pemulutan, Zuid-Sumatra, in 2015. Hier wordt nog ouderwets gecommuniceerd met de walkietalkie. – © AP Photo
    Een brand in een veengebied in Pemulutan, Zuid-Sumatra, in 2015. Hier wordt nog ouderwets gecommuniceerd met de walkietalkie. – © AP Photo

    Na de gebeurtenissen van 2015 begon men te beseffen hoe belangrijk dit soort netwerken zijn. De traagheid waarmee toen op de bosbranden werd gereageerd bleek fataal te zijn. Zeven Indonesische provincies, Singapore en gedeeltes van Maleisië stikten tussen juni en november 2015 in de rook van felle bosbranden. De schade bedroeg meer dan 200 biljoen roepia’s [14 miljard euro].

    Iedereen, zonder uitzondering, had eronder te lijden. ‘Toen ik mijn scriptiebegeleider te spreken wilde krijgen, lukte dat niet,’ vertelt de 23-jarige student Iliyin Toni, die momenteel stage loopt bij de Dienst Voorkoming Bosbranden van het ministerie van Milieu. In 2015 was hij nog student aan de Tanjungpura-universiteit in West-Kalimantan. Sinds juni 2016 bemant Toni elke vrijdag en zondag de surveillancepost voor bos- en veldbranden. Hij houdt de computerschermen in de gaten, alert op de eerste tekenen van vuur. Van hem en zijn collega’s wordt verwacht dat ze elke ochtend om zeven uur een observatierapport gereed hebben, dat via de satellieten Terra-Aqua en NOA A wordt verspreid. Zelfs de minister van Milieu en Bossen, Siti Nurbaya Bakar, ontvangt het dagelijks op zijn smartphone. Toni was eerder al getuige van de verschrikkelijke bosbranden die Indonesië in 1997 teisterden [in die tijd zuchtte Indonesië bovendien onder een economische crisis, die een jaar later de toenmalige dictatuur fataal werd]. Hij was toen nog een kind en had een zaklamp nodig om in de dichte rook de weg naar school te vinden.

    In 2015 was er in de provincie Jambi alleen al voor het bluswerk van het Canadair-vliegtuig 6,52 miljoen liter water nodig

    De afgelopen twintig jaar kwamen de bos- en veldbranden regelmatig in alle hevigheid weer terug. In 2015 was er in de provincie Jambi alleen al voor het bluswerk van het Canadair-vliegtuig 6,52 miljoen liter water nodig, en 6,7 ton zout voor de kunstmatige beregening. Om herhaling van deze desastreuze episodes te voorkomen, is de surveillance nu geïntensiveerd. President Joko Widodo riep op 23 januari jongstleden de regiohoofden en ook de commandanten van leger en politie bijeen om over de nationale coördinatie van preventie en bestrijding te overleggen. Hij hield hen voor dat voortaan bij evaluaties de prestaties van de troepen bij het bestrijden van branden meegewogen moesten worden. ‘Dat was ter motivatie bedoeld, niet als waarschuwing. Samen met de bevolking moeten we er alles aan doen om de branden te stoppen. En mocht dat voor jullie als soldaten een risico opleveren, dan moeten jullie bereid zijn dat te nemen,’ hield commandant Naudi Nurdika zijn troepen voor.

    Dankzij de intensieve communicatie via WhatsApp-groepen kunnen niet alleen de risico’s worden geminimaliseerd, maar bovendien de trauma’s van de branden en rookwolken van voorgaande jaren worden geheeld.

    CONTEXT: Veengebieden in gevaar

    Koran Tempo bericht dat een aantal organisaties fel protesteert tegen een wetsvoorstel over palmolieplantages, waarover dit jaar gestemd moet gaan worden. Deze wet kan een gevaar opleveren voor veenlandschappen. Deze ecosystemen, waarin enorme massa’s organisch, CO2-rijk materiaal liggen opgeslagen, hadden bijzonder te lijden onder de branden van 2015. Tijdens de klimaattop in Parijs had president Joko Widodo toegezegd om zich persoonlijk in te zetten voor het herstel en de bescherming van de veengebieden, waarvan Indonesië maar liefst zestig procent van het wereldwijde totaal herbergt. In 2016 werd een decreet aangenomen waarin dit geregeld werd.

    Syahrul Fitra, lid van de Koalisi Antimafia Hutan de antimaffiacoalitie voor de bossen) protesteert vooral tegen artikelen 23 en 24 van voornoemd wetsvoorstel, waarin staat: ‘Het is personen of rechtspersonen toegestaan om op minerale gronden of veengebieden oliepalmen te verbouwen. Indien de status van nationale bosgebieden of van onbebouwde grond verandert, mag de regering deze omvormen tot palmolieplantages.’

    Volgens vicedirecteur Andi Muttaquien van het Instituut voor Beleidsonderzoek en Belangenbehartiging (ELSAM) vormt het wetsvoorstel ook voor mensen een gevaar. Artikel 29 biedt conglomeraten allerlei mogelijkheden om concessies te verwerven. ‘Maar het welzijn van kleine exploitanten en plantagearbeiders is in het voorstel niet geregeld,’ legt hij uit.

    ‘Van de naar schatting 10,4 miljoen arbeiders op palmolieplantages in het land, zijn zeventig procent dagloners die geen enkele sociale bescherming genieten’, schrijft Koran Tempo.