Tag: windturbine

  • De Hollandse windmolen 2.0: duurzaam én esthetisch

    De Hollandse windmolen 2.0: duurzaam én esthetisch

    Zo gaat hij er ooit uitzien, de windturbine die de komende jaren in de haven van Rotterdam gebouwd moet worden. Want ook de energietransitie vraagt om esthetiek. ‘Wat we nu moeten formuleren, is een soort Futuristisch manifest 2.0.’

    Midden in de haven van Rotterdam moet de komende jaren een 174 meter hoge windturbine worden gebouwd waarin je ook kunt wonen. Maar het futuristische gebouw, in de vorm van een enorme ring die enerzijds een archaïsche indruk wekt, maar anderzijds doet denken aan het gigantische lanceerplatform uit de sciencefictionfilm Contact, gunt je vooral een blik in de toekomst. 

    De Windwheel Corporation, het consortium dat de windturbine in het land van de windmolens – waar anders? –symbolisch wil heruitvinden als spektakel van duurzaamheid, bestaat uit het team architecten rond Duzan Doepel en een ploeg investeerders die wordt aangevoerd door Johan Mellegers. De Technische Universiteit Delft levert knowhow in de vorm van een prototype, waarin de windturbine, die geen rotor of wieken heeft en dus niet het typische windgeluid en ook geen vibraties produceert, sinds 2013 proefdraait.

    Het Rotterdamse project is al een paar jaar bekend. De realisatie is, zeer optimistisch, op zijn vroegst gepland in 2025, en gaat tussen de 200 en 500 miljoen euro kosten, wat eveneens erg optimistisch lijkt. Het bouwwerk moet vooral als symbolische eco-architectuur dienen, maar ook als marktconform woongebouw, hotel, horecagelegenheid, uitkijktoren, hotspot voor toeristen en als een zichzelf bedruipende attractie voor selfies tegelijk. Op de tekening bestaat de gevel vrijwel geheel uit zonnepanelen. Ook elektrostatisch geladen waterdamp, binnen een elektrisch veld door wind in beweging gehouden, moet energie gaan produceren.

    Is hier ooit een deel van de oplossing of alleen een deel van het probleem te bewonderen?

    Tot zover de theorie. Of die in deze mate ook werkelijk functioneert, is nog niet te zeggen. En wat de vogels ervan vinden, weten we ook niet. Dat zouden we ze moeten vragen. Los van onze gevederde vrienden is het trouwens de vraag of hier iets futuristisch staat te gebeuren of dat er alleen sprake is van greenwashing, een project dat zich duurzamer voordoet dan het feitelijk is: is hier ooit een deel van de oplossing of alleen een deel van het probleem te bewonderen?

    Als dit visionaire, maar geenszins onrealistische project met succes wordt gerealiseerd, zou het een unieke hybride zijn: windkrachtcentrale en zonne-architectuur ineen. En zodoende precies wat Markus Söder (de Beierse minister-president) nu nodig heeft: een letterlijk bezienswaardige, zelfs blij stemmende oplossing voor twee actuele problemen. Want zowel met zonne- als met windenergie zitten we soms behoorlijk in onze maag.

    Groene wind

    Op deze twee natuurlijke energiebronnen is in de kwestie van het veranderende klimaat al onze hoop gevestigd. Maar veel deskundigen (zoals architecten) en hoeders van het stedenschoon houden niet van daken met zonnepanelen. En veel leken (zoals gewone mensen) en hoeders van het landschapsschoon houden niet van windturbines. Terwijl de politiek eindelijk wakker wordt en – met uitzondering van de gebruikelijke, bijna niet van idiotie te onderscheiden rechtse nostalgie – in alle verkiezingsprogramma’s een duidelijk groenere wind waait, heeft de samenleving moeite om akkoord te gaan met een energietransitie die aan hun kijkgewoonten raakt. En in die zin ook een kwestie van smaak is.

    Misschien biedt juist de waanzin waarin over het rationele op een irrationele en over het objectieve op een subjectieve manier wordt meebeslist, een uitweg uit het dilemma. Misschien heeft de energietransitie, waarvan de feitelijke noodzaak meer dan genoeg is aangetoond, niet nog meer feiten nodig. Maar moeten we die met eigen ogen kunnen zien. Misschien moet de push die nog nodig is niet zozeer uit de kracht van argumenten komen, maar uit de kracht van suggestie. Misschien heeft de klimaatverandering, die steeds sneller steeds apocalyptischer beelden produceert, ook symbolen van hoop en veelbelovende architectuur nodig.

    Na de overstromingsramp in West-Duitsland werden de talkshows op tv overspoeld met mensen die de noodzaak van een radicaal andere klimaat- en milieupolitiek verkondigden. Alweer. Het onderwerp ligt allang waar het thuishoort: op straat, de straat die eigenlijk een weiland had moeten zijn. Alleen bestaat er voor groene oplossingen weliswaar veel ostentatief verkondigde goede wil, maar aan het einde van de verkiezingsdag blijkt merkwaardigerwijs dat er tot nu toe nog steeds geen politieke meerderheid voor is. Daarom krijgen windturbines en zonnedaken een betekenis die de functionele betekenis verre overstijgt. In het gunstigste geval worden ze het emblematische handelsmerk van de energietransitie. Betekenisvolle symbolen en daarmee transformatoren naar een nieuw tijdperk.

    Futuristisch manifest 

    De kritiek op alle pogingen om de energiehonger van de mensheid te stillen door een pact te sluiten met zon en wind, zodat de nu al levensbedreigende klimaatverandering niet nog erger wordt, is nog steeds opmerkelijk robuust. De energietransitie, van fossiele, CO2-uitstotende energiedragers naar regeneratieve, schone bronnen, is allang geen technisch vraagstuk meer, maar een probleem van maatschappelijke acceptatie. En precies op dat punt komt er een factor in het spel die er ogenschijnlijk niets mee te maken heeft: de esthetiek.

    Wat we nu moeten formuleren, is een soort Futuristisch manifest 2.0. Om het geheugen wat op te frissen: het oprichtingsmanifest van het Futurisme, op 20 februari 1909 gepubliceerd in Le Figaro, is te danken aan de enerzijds door het fascisme en anderzijds door het anarchisme beïnvloede, krankzinnige ideeën van Filippo Tommaso Marinetti, dichtend advocaat van beroep en daarnaast actief als revolutionair. In het manifest bezweert hij op eloquente wijze het moderne tijdperk: als een tijd waarin de overlevering wordt vervloekt en reikhalzend wordt uitgekeken naar het per se ‘nieuwe’. En dat zo allesomvattend dat het opkomende totalitarisme er net zozeer in zit als het verlangen naar een niet alleen nieuwe, maar ook betere wereld.

    Er is nu niet alleen behoefte aan een nieuw ecologisch evenwicht, maar ook aan een nieuwe esthetiek

    Vanuit hedendaags gezichtspunt moet de manifeste onzin in het manifest – waarin wordt geconcludeerd dat raceauto’s mooier zijn dan antieke beeldhouwwerken en dat musea moeten worden gesloopt en parkeergarages moeten worden gebouwd, en waarin dynamiek en versnelling de nieuwe middelen tegen alle kwalen zijn – niet al te serieus worden genomen. Maar het manifest maakte toch enorm veel los. Zowel in de doelstellingen van het Bauhaus van Walter Gropius als in veel andere op esthetiek gebaseerde stromingen in het begin van de twintigste eeuw zijn er elementen van terug te vinden. Futurisme, Bauhaus, rationalisme: ze waren (en zijn in principe nog steeds) allemaal succesvol mede omdat ze de stromingen van hun tijd een gemeenschappelijke en zichtbare noemer gaven. Het nieuwe denken was ook altijd een nieuw verlangen. En een nieuwe manier van kijken.

    Daarom is nu niet alleen behoefte aan een nieuw ecologisch evenwicht, maar ook aan een nieuwe esthetiek, aan nieuwe architecten, landschapsarchitecten en ontwerpers. Zij beheersen de kunst om zon en wind tot de beelddragers van een op zijn beurt vernieuwde tijd te maken. Het gaat niet alleen om ingenieurstechniek, het gaat ook om de overtuigingskracht van de vorm. De wind, zie Rotterdam, kan ook een beeldbepalend oriëntatiepunt zijn; de zon, zie Rotterdam, moet niet leiden tot stuitend gepruts op de daken. Ecologie kan ook een kracht worden, juist van de esthetiek. Goed leven is wellicht niet voldoende, het moet ook mooi leven zijn.