Tag: winkels

  • Beijing pakt ‘plaag’ kleine bedrijfjes aan

    Beijing pakt ‘plaag’ kleine bedrijfjes aan

    Binnen enkele maanden werden van meer dan zesduizend bedrijfjes die de Chinese hoofdstad zo charmant maakten, de deuren dichtgemetseld. Winkeliers en stedenbouwkundigen denken dat de autoriteiten dat doen om de grond weer in bezit te krijgen.

    In een mum van tijd zijn in de straten van Beijing tal van bedrijfjes op slag verdwenen. Ontbijtzaakjes, makelaardijen, groente- en fruitkramen, bazaars, cafés, manicure-pedicures, masseurs, bloemisten… De uithangborden zijn verwijderd en de deuren geblokkeerd met dreigende muren van baksteen.

    Bij de deur van een van mijn favoriete restaurants trof ik de eigenaar gehurkt aan langs de kant van de straat, terwijl hij een sigaret rookte om de verveling te verdrijven. ‘Wat doet u hier?’ vroeg ik. ‘Ik wacht op klanten om ze via de achterdeur binnen te laten,’ legde hij uit. Zijn restaurant is getroffen door een ‘herzieningsmaatregel’ en zijn hoofdingang is dichtgemetseld. Van buiten kun je onmogelijk nog zien wat zich afspeelt in het restaurant dat gespecialiseerd is in de keuken van Hunan, een provincie in het midden van het land, en pittig gekruid varkensvlees verkoopt. De klanten kunnen alleen nog maar binnenkomen via het achterdeurtje dat normaal voor leveranciers is bestemd. Dat scheelt natuurlijk omzet.

    Maar liefst zesduizend bedrijfjes hebben in drie maanden tijd hetzelfde lot ondergaan als onze restaurateur, en dat is nog maar het begin! De stad Beijing heeft aangekondigd binnen een jaar zo’n zestienduizend kleine bedrijven te willen sluiten. Deze maatregel beperkt zich niet tot de hoofdstad: Shanghai, Guangzhou en Wuhan volgen op de voet. Shanghai heeft zich ten doel gesteld ‘minstens vijftig miljoen vierkante meter aan illegale bebouwing’ te saneren.

    Een beveiliger voor een gesloten winkelpand in een hutong in Beijing. – © Getty
    Een beveiliger voor een gesloten winkelpand in een hutong in Beijing. – © Getty

    Deze opzienbarende campagne om weer orde te scheppen in het stedelijk landschap luistert naar de naam ‘Strijd tegen de illegale openingen in muren’. Inderdaad zijn er in het verleden talrijke bedrijfjes geopend in ruimtes op de begane grond en zijn in de muren aan de straatkant gaten gehakt voor ramen of glazen deuren. Tot nu toe tolereerden de autoriteiten dit soort zaakjes, die net als andere bedrijven gewoon gemeentelijke belastingen moesten betalen. Maar nu waait er een andere wind en worden ze als een ware stedelijke plaag beschouwd.

    Volgens de commissie die is belast met huisvesting en planning in de stad Beijing ‘is het ongeoorloofd wijzigen van de oorspronkelijke constructie van een gebouw schadelijk voor de soliditeit en aardbevingsbestendigheid’. Daarom worden nu al die illegale gaten en openingen gedicht en verdwijnen de pal aan de straat gelegen bedrijfjes in rap tempo. Toen ik hem vroeg waar zo’n ingrijpende campagne voor nodig was, antwoordde de eigenaar van het restaurant zonder aarzelen: ‘Om de mensen weg te jagen die niet van hier zijn.’ Veel mensen denken dat deze ‘opschoningsoperatie’ een bewijs is dat de stad Beijing zijn centrum wil ontdoen van de onderste lagen van de bevolking om zo meer ruimte te creëren.

    ‘Het Algemeen Stedenbouwkundig Plan van Beijing (2016-2030)’ zegt ‘de bevolking van Beijing blijvend te willen beperken tot rond de 23 miljoen’. Maar volgens statistieken uit 2015 telde de hoofdstad in dat jaar al 21,5 miljoen permanente inwoners. Uit noodzaak om zijn inwonersaantal binnen te perken te houden is Beijing ‘voornemens een nieuwe poging te doen om de kleine niet-plaatselijke middenstand weg te saneren en her en der kleine lokale bedrijfjes te behouden’, nadat eerst al de groothandels in kleding en landbouwproducten tot verhuizing waren gedwongen. Veel Chinese media vinden dit een goede stap.

    ‘Wat Beijing zo waardevol maakt, is dat de stad zelfs onder extreme spanning in staat lijkt cultuur voort te brengen en een culturele specificiteit en vruchtbaarheid uit te dragen die zowel decent als mateloos is’

    Een mooi voorbeeld van het fenomeen is de wijk Sanlitun in het noorden van Beijing, het centrum van het hoofdstedelijke nachtleven. Behalve dat zich hier de ambassades en winkelcentra bevinden en de bars die massa’s jongeren trekken en waar de hele nacht muziek wordt gedraaid, stond Sanlitun ook bekend om zijn ‘smerige straat’.

    Het gaat daarbij om Sanlitun Nanjie, de Zuid-Sanlitunstraat. Op nummer 42 bood een woonblok van vijf etages van een jaar of vijftig oud plaats aan een amalgaam van winkeltjes die illegale dvd’s, gekruide soep, gepaneerde varkenslapjes, brochettes, sigaretten en ‘artikelen voor volwassenen’ (seksartikelen) verkochten, evenals aan tattooshops, bars et cetera, waarvoor te hooi en te gras gaten in de muren waren gehakt. Sommige middenstanders hadden zelfs dakterrassen of brandtrappen geïnstalleerd.

    Zhu Qipeng, architect in Beijing, vergelijkt nummer 42 met de burcht Kowloon in Hongkong, een in 1994 afgebroken enclave die buiten Britse jurisdictie viel, of met de Chungking Mansions in diezelfde stad, die uitsluitend door bedrijven, hotels en restaurants worden bevolkt: een plek die, ‘hoe smerig en verouderd hij ook is, een andere vorm van menselijke cultuur laat zien’.

    ‘Achter de chaotische façade bood Sanlitun Nanjie 42 veel meer mogelijkheden dan andere plekken: het was een “republiek” die door diverse gemeenschappen was gesticht, waar iedereen bij gebaat was en die leerde samenleven dankzij de nauwe contacten,’ licht Zhu Qipeng toe, om eraan toe te voegen: ‘Wat Beijing zo waardevol maakt, is dat de stad zelfs onder extreme spanning in staat lijkt cultuur voort te brengen en een culturele specificiteit en vruchtbaarheid uit te dragen die zowel decent als mateloos is. Maar nu voel je een duidelijke tendens om daar een eind aan te maken.’

    Arbeiders slepen zand naar een nieuwbouwproject in een hutong, een traditionele woonwijk in Beijing. – © Gideon Mendel / Getty
    Arbeiders slepen zand naar een nieuwbouwproject in een hutong, een traditionele woonwijk in Beijing. – © Gideon Mendel / Getty

    En inderdaad, op 24 april jongstleden is de ‘smerige straat’ gesaneerd. Wijkagenten hebben de gaten in de muren gedicht, drieëndertig middenstanders zijn beboet en bijna duizend vierkante meter aan illegale bebouwing is met de grond gelijk gemaakt. Het merendeel van de kleine zaakjes heeft zijn deuren moeten sluiten.

    Begin 2017 lanceerde de stad Beijing een nieuw herinrichtingsbeleid om een eind te maken aan de ‘grootstedelijke kwalen’ en een aangename woonomgeving te creëren. Daarvoor werd een bedrag van tien miljard yuan (1,27 miljard euro) vrijgemaakt. Eind februari riep Xi Jinping de stad tijdens een inspectiebezoek op ‘de pogingen tot ordeherstel te intensiveren en de regels van de stedenbouwkundige plannen te doen naleven’.

    Ware gezicht

    Na deze interventie heeft de strijd tegen illegale muurgaten zich van Sanlitun naar de hele stad Beijing uitgebreid. Daarvoor had de operatie een nieuwe politieke rechtvaardiging nodig: ‘De oude hoofdstad zijn ware gezicht teruggeven.’

    Momenteel is het oude Beijing in diverse zones verdeeld: allereerst de wijken die worden gedomineerd door moderne wolkenkrabbers, zoals rond de straten JinRong Jie (de financiële straat) in de westelijke wijk Xicheng of Jin Bao Jie in de oostelijke wijk Dongcheng; dan de wijken die beschermd zijn vanwege hun historische en culturele belang, zoals Dashala ten zuiden van het Tiananmenplein, waar vanouds tal van theaters, boekhandels en kunstwinkels gevestigd zijn, of Shichahai in het noordwesten van de Verboden Stad, met zijn straatjes vol traditionele gebouwen die rond de drie meren zijn gebouwd; en ten slotte de arme en vervuilde achterbuurten die hoewel ze zeer oud zijn niet als beschermenswaardig worden beschouwd maar eerder als reservegrond.

    Een nieuwe campagne richt zich vooral op de tweede categorie, de beschermde wijken waar nog maar weinig straatjes over zijn die de culturele specificiteit van Beijing belichamen. De vaak conflictueuze uitzetting van de oude bewoners vanaf het jaar 2000 heeft tot de komst van een nieuwe garde geleid, waarvan sommigen winkeltjes hebben geopend die inspelen op de historische sfeer in deze oude wijken. Door de toegenomen reislust van de afgelopen jaren en het feit dat de jonge consumenten van Beijing volwassen zijn geworden, hebben deze winkeltjes de wind in de rug. Naast filialen van grote merken vind je er tal van onooglijke kleine winkeltjes en restaurantjes van soms maar enkele vierkante meters, waarvan de openingstijden onzeker zijn maar die dankzij een trouwe klantenkring heel goed draaien.

    Volgens een onderzoeker die zich interesseert voor de stedenbouwkundige plannen van Beijing zijn de plaatselijke autoriteiten van mening dat de hutongs, de kleine straatjes waar de muren van de huizen meestal blind waren, weer de veilige havens van weleer moeten worden; daarom worden veel winkeltjes die direct aan de straat zijn gelegen als ‘onverenigbaar met het oude aanzicht van de hoofdstad’ aangemerkt. Of het nu gaat om kleine zaakjes, om panden die door beroemde architecten zijn gerestaureerd of zelfs om oude straatjes die met steun van de overheid zijn gerevitaliseerd, hun ramen en deuren zijn allemaal dichtgemetseld en sommige gebouwen die als ‘strijdig met het gezond verstand’ werden beschouwd zijn zelfs volledig afgebroken.

    De huidige campagne om illegale constructies dicht te metselen richt zich rechtstreeks tegen de middenklasse

    Degene die we meneer Chen zullen noemen, de Taiwanese eigenaar van een café in de Fangjia Hutong in de wijk Dongcheng, vertelt me dat hij vroeger in Taiwan werkzaam was in de stedenbouw en monumentenzorg; in 2012 besloot hij zich in Beijing te vestigen en er een café te openen omdat hij veel van de stad houdt. Maar half april heeft hij een ‘saneringsbevel’ ontvangen. Sindsdien hebben hij en zijn compagnon op alle mogelijke manieren geprobeerd de autoriteiten op andere gedachten te brengen door op het culturele belang van hun etablissement te wijzen, het belang voor het aanzien van het straatje, voor de economische dynamiek ervan, voor het gevoel van veiligheid dat vrouwen er ’s avonds aan ontlenen, voor de menselijke kant et cetera – maar ‘zonder veel resultaat’.

    ‘In het begin, toen we met het opknappen van de ruimte begonnen, hebben we overwogen een bouwvergunning aan te vragen, maar we wisten niet waar,’ zegt meneer Chen. ‘We zijn nu al zo veel jaren open zonder enig probleem… En nu wordt ons plotseling op brute wijze te verstaan gegeven dat we de stedenbouwkundige regels niet respecteren!’

    Naarmate er meer privékapitaal kwam zijn veel kleine ondernemers zoals meneer Chen zich in Beijing komen vestigen, waar ze zo goed geaccepteerd werden dat ze zichzelf als blije en trotse burgers van de stad gingen beschouwen. Maar deze saneringscampagne laat hun duidelijk zien wie het echt voor het zeggen heeft in de stad.

    Ten slotte heeft meneer Chen de handdoek in de ring moeten gooien: de hoofdingang van zijn café is dichtgemetseld, zijn toiletten zijn afgesloten en hij heeft nog maar de helft van zijn oorspronkelijke keuken over.

    Meerdere stedenbouwkundigen die ik ontmoet onderstrepen dat Beijing al meer dan twintig jaar bezig is met de restauratie van zijn oude stad en dat de stad veel ernstiger afbraakprojecten heeft gekend dan deze strijd tegen illegale muuropeningen; het grootste deel van de hutongbuurten van de hoofdstad is afgebroken in aanloop naar de Olympische Spelen. Maar de vroegere afbraak betrof vooral wijken die meer aan de rand van de stad waren gelegen, waarvan de verjaagde bevolking bestond uit ‘overtallige inwoners’ met weinig inkomsten of ‘obstinate’ lieden die weigerden te vertrekken, terwijl de huidige campagne om illegale constructies dicht te metselen zich rechtstreeks tegen de middenklasse richt.

    ‘Deze zaak leert ons dat niemand veilig is,’ zegt een stedenbouwkundige die anoniem wil blijven.

    Zo waande het beroemde Caihuoche, een restaurant annex bioscoop en een letterlijke Chinese vertaling van titel van de Engelse film Trainspotting, eveneens in de Fangjia Hutong gevestigd, vlak bij meneer Chen, zich onaantastbaar. Het was de bekendste bioscoop voor onafhankelijke films van de hoofdstad. Het hele jaar door werden er debatten over de cinema gehouden, waaraan beroemde regisseurs deelnamen als Lai Sgengchuan, Wu Yusen en Tian Zhuangzhuang. Op de socialemedia-app WeChat presenteerden de eigenaars van het restaurant hun etablissement als ‘het werk van de beroemde, van oorsprong Chinese architect James Wei Ke’, als ‘een centrum van creativiteit in de hutong, een tuin van literaire creatie die een erkende verrijking van de omgeving vormt, een cultureel baken dat zijn vruchten al heeft afgeworpen’. Desondanks werd hun te verstaan gegeven dat ze hun activiteiten op 31 mei 2017 moesten beëindigen.

    Een andere verklaring voor deze campagne tegen inbreuk op de stedenbouwkundige regels is dat ze de autoriteiten in staat zou stellen het gebied bouwrijp te maken voor een reorganisatie van de oude stad. Elke campagne van dit genre betekent een verminderde interesse van privé-investeerders voor het onroerend goed in de oude wijken, zodat de autoriteiten het voor een aanzienlijk lagere prijs kunnen overnemen.

    Onderhuur

    Vóór het jaar 2000 bedroeg de huur van een oude ruimte in een hutong hooguit enkele honderden yuans. Maar sinds 2008, het jaar van de Olympische Spelen, zijn de prijzen de pan uit gerezen, en worden voor de meest gewilde locaties tienduizenden yuans gevraagd. Maar veel panden zijn eigendom van de staat. Degenen die ze huren, vaak al diverse generaties lang, betalen de staat elke maand een zeer bescheiden bedrag en verhuren de ruimtes onder voor een veel hogere prijs. De autoriteiten hebben geen enkel middel om deze praktijken een halt toe te roepen en kunnen evenmin belasting heffen, omdat de eigendomsrechten op deze panden in politiek woelige tijden van hand tot hand zijn gegaan en dus niet duidelijk omschreven zijn. Het geld van de onderhuur dient eveneens om ruimtes te renoveren en in te richten. De eigenaar van een bar van veertig vierkante meter vertrouwde me toe dat hij om alleen de mening van een binnenhuisarchitect te vragen al 270.000 yuan (bijna 35.000 euro) moest neertellen. ‘Een oud pand renoveren is niet makkelijk, vooral niet als je er iets karakteristieks van wilt maken.’ Bovendien zijn de mensen sinds het succes van realityseries als Mengxiang Gaizaojia (Droomrenovatie) gaan beseffen dat je oude huizen in iets heel moois kunt omtoveren, zodat de prijzen pijlsnel omhoog zijn gegaan.

    ‘Het “in de oude staat terugbrengen van de muren” heeft tot doel de marktprijs te drukken,’ zegt de eerder genoemde stedenbouwkundige; ‘door de commerciële activiteiten in de oude wijken te beteugelen worden de onroerendgoedprijzen weer op een acceptabel niveau gebracht. Het uiteindelijke doel is ervoor te zorgen dat de opbrengst van gewilde locaties, vooral als het publieke huisvesting betreft, weer in de buidel van staatsbedrijven belandt. Deze beschikken dan over de middelen om ze te renoveren en vervolgens weer te huur aan te bieden.’

    Zoals eerder gezegd beperkt de campagne tegen illegale muuropeningen zich niet tot Beijing, maar strekt ze zich ook uit tot steden als Shanghai, Guangzhou en Wuhan; het gaat dus om een nationale actie. Het feit dat de beroemde horecastraat Yongkang Lu in Shanghai zijn panden weer in de oorspronkelijke staat moest terugbrengen omdat ze ‘schadelijk waren voor het historische en culturele karakter van de Hengshan- en Fuxinstraat’, heeft heel wat stof doen opwaaien.

    Voor het renoveren van wijken is het een gouden regel dat je de werkzaamheden zo makkelijk mogelijk moet maken; dat heeft ertoe geleid dat van zo’n tienduizend bedrijfjes de deuren en ramen aan de straatkant zijn dichtgemetseld. Wil men daarmee afdwingen dat de regels worden nageleefd en dat de zwaarst getroffenen vertrekken, zodat de autoriteiten de panden weer in bezit kunnen nemen? Of gaat het om een arbitraire, onnadenkende beslissing van de hoogste instanties?

    Auteur: Xing Tai
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Duanchuanmei
    China | theinitium.com

    Duanchuanmei is een Chinese website, opgezet in 2015 door de advocaat Will Cai in Hongkong en gericht op Chinezen in zowel Hongkong als Taiwan en het Chinese vasteland én op de miljoenen Chinees sprekenden elders ter wereld. De naam betekent Het Begin en is afgeleid, zegt Cai, uit het werk van de Chinese filosoof Mencius, waarin dat begrip centraal staat. De site behoort tot het mediabedrijf dat dan ook The Initium heet en biedt een breed pakket aan programma’s: nieuws (gescheiden voor Hongkong, Taiwan en het vasteland), sport, cultuur et cetera.

    Cai, die ook nog steeds in dienst is van Skadden Arps, het grootste internationale advocatenkantoor ter wereld, krijgt in Hongkong de kritiek dat hij wel erg aanschurkt tegen de Arbeiderspartij in de Chinese Volksrepubliek en op al te goede voet zou staan met partijleider en staatshoofd Xi Jingpin.

    CONTEXT: Ook migranten moeten verhuizen

    De Chinese autoriteiten begonnen eind november met een grote uitzettingscampagne.

    Een grote brand in een buitenwijk van de hoofdstad is het excuus voor een grootscheepse uitzettingscampagne van migranten, die op een doeltreffende manier uit hun huizen worden verjaagd. Volgens het blad Apple Daily uit Hongkong ‘zijn meer dan 100.000 migranten hun woning kwijtgeraakt tijdens een ijzige kou van min vier tot min vijf graden’. De operatie begon op 21 november in diverse buitenwijken van Beijing. Foto’s van officiële affiches die een ‘dringende evacuatie’ aankondigden van huurders in de wijk Daxing, een buitenwijk ten zuiden van Beijing waar de brand plaatsvond, begonnen op de sociale netwerken te verschijnen, met als commentaar dat ‘water en elektriciteit [waren] afgesloten’. Dat veroorzaakte paniek bij deze bevolkingsgroep, die in officiële documenten van de stad Beijing vaak wordt omschreven als bestaande uit ‘laaggeschoolde arbeidskrachten’. Hetzelfde gold voor de wijk Fengtai, op zo’n twintig kilometer ten zuiden van Beijing. In het woonblok Jinglin ‘hebben binnen slechts twee dagen zo’n duizend mensen het verzoek gekregen hun woning te verlaten’, aldus Duanchuanmei, een nieuwssite uit Hongkong. Op 24 november ondertekende een honderdtal Chinese intellectuelen een petitie om te protesteren tegen de massale uitzetting van migranten uit buitenwijken van de hoofdstad. ‘In plaats van hun verantwoordelijkheid te nemen en met de slachtoffers te gaan praten, nemen de betrokken instanties van Beijing deze tragedie [de brand] te baat om een campagne te lanceren tegen eenvoudige en kwetsbare “migranten”,’ aldus de verontwaardigde intellectuelen.