Tag: witte suprematie

  • Ook in democratische landen worden mensen ingedeeld op huidskleur of afkomst

    Ook in democratische landen worden mensen ingedeeld op huidskleur of afkomst

    In democratische landen worden mensen nog altijd getagd, gelabeld of bestempeld op basis van hun huidskleur of afkomst. In Mexico is het palet wel erg uitgebreid. ‘Hoe leggen we deze figuren uit dat er witte Latijns-Amerikanen, Duitsers met een donkere huid en Europese moslims bestaan?’

    ‘Kom binnen, güerita, wat zal het zijn, wat is er van je dienst?’ Het woord güera/o wordt niet in alle landen gebruikt, maar in het mijne, Mexico, worden er blonde personen of personen met een witte huid mee bedoeld. De enige uitzondering zijn de marktkooplieden, die de gewoonte hebben iedere vrouw güerita (‘blondje’) te noemen, of ze er nou uitziet als een Barbie met platinablond haar of een chocoladekleurige huid heeft. Ik neem aan dat deze gewoonte oorspronkelijk een vorm van vleierij was, want eeuwenlang, en nog steeds, worden mensen met een lichte huid gezien als mensen met macht, als bazen en eigenaren. Als je op de markt in Mexico deel uitmaakt van de clientèle ben je dus vanzelf güerita

    Deze merkwaardige uitzondering daargelaten beschikt de Mexicaanse kleurenwaaier, net als die in andere landen van Latijns-Amerika, over enkele hulpmiddelen om onze kleurverschillen aan te geven, waarbij de lichte huid, die wij ‘wit’ noemen, altijd als vertrekpunt geldt. Wie over een lichte huid beschikt is güera/o, al ben je óók güera/o als je al dan niet geverfd blond haar hebt. En van wit naar boven – of naar beneden, het is maar hoe je het bekijkt – beschrijven de mensen zichzelf aan de hand van bepaalde schakeringen: je kunt een gezonde roze, een tarwekleurige, een kastanjebruine of een gebronsde huidskleur hebben. Het woord moreno wordt doorgaans afgezwakt met de toevoeging ‘licht’. Met de donkere huid heeft men meer moeite, vandaar dat de verkleinvorm wordt gebruikt: de pasgeboren baby is morenito; net iets donkerder en het wordt prietito, en alleen iemand met een heel donkere huid is mulato. In bepaalde kringen, met name als je behoort of wilt behoren tot een sociaal-economische of culturele middenklasse of bovenlaag, typeren maar weinigen zichzelf als moreno of ‘zwart’. Nu ja, in grappen en beledigingen komt het woord ‘zwart’ veelvuldig voor.

    Ik ben opgegroeid in een geschoold arbeidersgezin in het Mexico van de jaren zeventig en ging dus op de markt door voor güerita, op school – een nonnenschool met veel meisjes uit Spaanse gezinnen – voor wit, en bij de kapper voor kastanjebruin. Eigenlijk ben ik het een noch het ander, ik ben wit noch güera: ik heb donker kastanjekleurig haar en een kaneelkleurige huid. Maar in de denkbeeldige klasse uit mijn kindertijd en jeugd was ik een wit Mexicaans meisje dat op een particuliere school zat, een buitenlandse naam had en bovendien Engels sprak. 

    Brown, white en latina

    Om te profiteren van die twee laatste eigenschappen pakte ik in 2004 mijn biezen en ging in de Verenigde Staten wonen. Eenmaal in Los Angeles duurde het geen jaar voor het tot me doordrong dat ik helemaal niet was wat ik dacht dat ik was en dat ik ook nog eens van alles was waarvan ik me niet bewust was. Al stond het in mijn Mexicaanse paspoort – in die tijd werd in je paspoort je huidskleur vermeld –, wit was ik niet, want in de VS is white voorbehouden aan Angelsaksische Noord-Amerikanen. Ik was niet güera, wat dat staat gelijk aan blonde, en ik heb mijn haar nooit willen blonderen. Ik had niet langer een buitenlandse naam – al bleven ze hem bij Starbucks verkeerd spellen – en wat ik beschouwde als een behoorlijk goed niveau Engels viel vies tegen, want één ding is films zonder ondertiteling begrijpen, schrijven over het uitgavenbudget van Californië is andere koek. Wat nog het meeste indruk op me maakte was dat het feit dat ik Mexicaans was niet zo belangrijk leek, want toen ik in de Verenigde Staten kwam, veranderde ik prompt in ‘brown’ en in ‘latina’: Brown, immigrant, latina, who writes in Spanish and speaks English with a funny heavy accent.’

    Yup, that was me.

    Terwijl ik bezig was me een nieuwe identiteit aan te meten, had ik vooral moeite om de vinger achter het etiket ‘latina’ te krijgen. Strikt genomen is iedereen latino – voornamelijk mensen afkomstig uit Europa en Midden- en Zuid-Amerika – die een van het Latijn afgeleide taal spreekt. Spanjaarden, Italianen en Fransen zijn dus latinos, en natuurlijk ook Mexicanen, Colombianen, Argentijnen en Peruanen. En omdat we met zovelen zijn kwam iemand op het idee om de latinos van het Amerikaanse continent onder één noemer te brengen en ons Latijns-Amerikanen te noemen. Tot zover is het min of meer duidelijk. Het wordt pas problematisch als het etiket daadwerkelijk wordt gebruikt.  

    Alle hispanos zijn latinos, maar niet alle latinos zijn hispanos

    In het dagelijks leven van de Verenigde Staten gebruikt men ‘latino’ voor iedereen die uit een Latijns-Amerikaans land afkomstig is. De bepaling ‘Amerikaans’ wordt uiteraard weggelaten, want degenen die in de VS wonen beschouwen alleen zichzelf als Amerikanen. (Bolívar draait zich om in zijn graf.) ‘Latino’ wordt ook gebruikt als synoniem voor ‘brown’: je bent ‘moreno’, je bent ‘latino’. En het wordt door elkaar gehaald met ‘hispano’, wat de benaming is voor degenen die afkomstig zijn uit landen die het Spaans als officiële taal hebben: alle hispanos zijn latinos, maar niet alle latinos zijn hispanos. Op officiële papieren vallen beide categorieën onder het kopje ‘etnische groepering’. 

    Wat het kopje ‘race’ betreft bieden genoemde formulieren vier opties: wit, zwart, Aziatisch of Native American, die laatste om de inheemse volkeren van het continent aan te duiden. Wat een onzin, opnieuw. Want ik ben niet wit, maar ook niet zwart of een van de andere opties. Als het om kleur gaat past brown me het best. Maar brown geldt als synoniem van latino, wat een etnische categorie is. Toen ik in 2010 mijn bedenkingen kenbaar maakte aan de mensen van het Census Bureau, opperden ze om Race: white. Ethnicity: latinain te vullen. Maar hoor eens: in dit land ben ik zelfs op de markt niet white

    Nationalisme en witte suprematie

    Als het voorgaande niet genoeg is om iemand in zijn identiteit te laten verstrikken, zal ik je vertellen wat me overkwam toen ik na 17 jaar Verenigde Staten besloot in Spanje te gaan wonen. Het eerste wat ze vragen als ze horen waar ik vandaan kom, is wat ik vind van de Amerikaanse politiek. Ik zou kunnen antwoorden: van welke van de 35 landen van Amerika? Ik doe het niet, want ik weet best wat ze bedoelen: Amerikanen, dat zijn de inwoners van de VS (Bolívar draait zich nog eens om). Ze zeggen toch dat zij, de Spanjaarden, Amerika, de Amerikanen dus, hebben ‘veroverd’? Denken ze soms dat Hernán Cortés tot Manhattan is gekomen? Maar het mooiste komt nog: als met ‘Amerikanen’ de inwoners van de Verenigde Staten worden bedoeld, wat zijn wij dan? Het antwoord: latinos. In Spanje gebruiken de Spanjaarden, dus de oorspronkelijke latinos die ons een Latijnse/Romaanse taal hebben opgelegd, het woord ‘latino’ om ons, de Mexicaanse, Ecuadoriaanse of Peruaanse immigranten, aan te duiden. En de Spanjaarden? Dat zijn witte Europeanen. 

    Het punt is dat deze Europeanen die Spaans spreken, en in veel gevallen niet blond zijn en ook geen blauwe ogen hebben, als ze in de Verenigde Staten aankomen, etiketten krijgen opgeplakt als immigrant, latino, en in sommige gevallen brown. Ook al zijn ze geboren in Europa. Ook al beheersen ze het Engels. Kunt u zich de verwarring voorstellen?

    Welkom in mijn wereld.

    Aan welke kant van de Atlantische Oceaan je je ook bevindt, nationalisme en witte suprematie plegen de troef van de kleurenkaart te spelen: zeg me hoe donker je huid is en ik zal je zeggen hoe weinig je waard bent voor je land en je samenleving. Dat is hetzelfde in Mexico ten aanzien van de inheemse bevolking uit Oaxaca of van immigranten uit Honduras of Haïti, en in de Verenigde Staten als er sprake is van Mexicanen, Midden-Amerikanen of Afro-Amerikanen, en in Spanje als er mensen ten Zuiden van de Sahara, moros oftewel Noord-Afrikanen of zigeuners in het spel zijn: in het dagelijks leven word je onophoudelijk geconfronteerd met uitingen van latent of expliciet, niet-aflatend, heftig racisme, waarin het wemelt van de etiketten. En dat in landen die er prat op gaan tot het democratische deel van de wereld te horen.

    Hoe kunnen we de diversiteit begrijpen als het onszelf al zo’n moeite kost om te weten wat wij zijn?

    Ik schrijf dit vanuit Barcelona, een paar uur na de Spaanse verkiezingscampagne die uiteindelijk in de media werd gedomineerd door een racistische belediging aan het adres van een zwarte voetballer, die ‘aap’ werd genoemd. Na afloop van de gemeenteraadsverkiezingen bleken rechts en extreemrechts in het hele land belangrijke winst te hebben geboekt, zowel wat het aantal zetels als het aantal gemeenten betreft. Heel wat leden van die partijen zinspelen heimelijk of zelfs openlijk op hun witte huid of Europese afkomst als een van de waarden die hun programma voorstaat. 

    En hier wordt het opnieuw ingewikkeld. Hoe leggen we deze figuren uit dat er witte Latijns-Amerikanen, Duitsers met een donkere huid, Europese moslims, latinos die Spaans noch Amerikaans zijn of niet-nationalistische witten bestaan, als het ons soms moeite kost de anderen én onszelf te zien als zwarte Latijns-Amerikanen, als Noord-Amerikanen die Spaans spreken, als Latijns-Europeanen, als niet-witte Spanjaarden, als niet-Noord-Amerikaanse Amerikanen, als Native Americans? Hoe kunnen we de diversiteit begrijpen en recht doen als het onszelf al zo’n moeite kost om te weten – of te accepteren – wat wij zijn? 

  • Biden spreekt zich uit tegen het ‘gif’ van witte suprematie na terreuraanslag

    Biden spreekt zich uit tegen het ‘gif’ van witte suprematie na terreuraanslag

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Venezuela: VS versoepelt oliesancties in ruil voor dialoog met oppositie

    » Britse regering dreigt Noord-Ierlandprotocol te veranderen

    Aanslag kostte tien Afro-Amerikanen het leven

    President Joe Biden aarzelde dinsdag niet om de dodelijke massale schietpartij in Buffalo (staat New York) een daad van binnenlands terrorisme te noemen en veroordeelde de racistische ideologie van de vermoedelijke schutter, schrijft CNN. ‘Witte suprematie is een gif. Het is een gif dat door ons politieke lichaam stroomt,’ zei Biden tijdens een toespraak.

    De Amerikaanse president reisde af naar Buffalo om eer te betuigen aan de tien Afro-Amerikaanse slachtoffers van een racistische schietpartij. Tijdens zijn toespraak aldaar veroordeelde hij de omvolkingstheorieën die door de schutter werden verspreid en zei: ‘Ik roep alle Amerikanen op deze leugen te verwerpen en ik veroordeel iedereen die deze leugen verspreidt om macht, stemmen en geld te winnen.’

    Lees ook:

  • Waarom deze classicus klaar is met de Klassieken

    Waarom deze classicus klaar is met de Klassieken

    De Amerikaanse classicus Dan-el Padilla Peralta is niet de eerste, maar momenteel wellicht wel de meest uitgesproken criticaster van het nog steeds zeer breed gedragen idee dat de klassieke wereld van de Grieken en Romeinen een ‘zuivere’, witte wereld was, die het fundament legde voor onze ‘superieure’, witte westerse civilisatie. Dit idee, dat in extreemrechtse kringen gretig wordt omhelsd, is aan grondige revisie toe, vindt Peralta. Wat hem betreft gaat de studie van de Klassieken volledig op de schop.

    De 36-jarige Dan-el Padilla Peralta, een immigrant afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, is als zwarte man een witte raaf in de doorgaans roomwitte wereld van de klassieke wetenschap. Maar hij is niet zomaar een verdwaalde in het academische klassieke bolwerk: hij is professor aan de prestigieuze universiteit van Princeton en een autoriteit op het gebied van de Romeinse geschiedenis. Rachel Poser, plaatsvervangend hoofdredacteur van Harper’s Magazine, die vaak schrijft over de relatie tussen verleden en heden, schreef zijn verhaal op als longread voor The New York Times.

    Extreemrechts

    Lang bewierookt als de studie naar de grondslagen van de westerse beschaving, aldus Poser, probeert de klassieke wetenschap momenteel zijn ‘elitaire’ reputatie van zich af te schudden, evenals de notie dat het een domein is van voornamelijk witte mannen. ‘Die poging kreeg onlangs nieuwe urgentie, want de Klassieken worden omarmd door aanhangers van extreemrechts, die de oude Grieken en Romeinen beschouwen als de grondleggers van de zogenaamde witte cultuur. Relschoppers in Charlottesville, Virginia, droegen vlaggen met het symbool van de Romeinse staat; online reactionairen nemen klassieke namen als pseudoniem; de wit-racistische website Stormfront toont een afbeelding van het Parthenon naast de slogan “Elke maand is een witte-geschiedenismaand.”’

    Padilla spreekt sinds een aantal jaren openlijk over de schade die classici hebben aangericht in de twee millennia sinds de oudheid, door de Klassieken als rechtvaardiging te gebruiken voor slavernij, rassenwetenschap, kolonialisme, nazisme en andere twintigste-eeuwse vormen van fascisme. De wetenschap van de Klassieken was een discipline waaromheen de moderne westerse universiteit groeide, en Padilla gelooft dat daarmee racisme is gezaaid in het hoger onderwijs.

    Mythen over de Oudheid

    In de afgelopen jaren hebben gelijkgestemde classici zich verenigd om schadelijke mythen over de Oudheid aan te pakken, schrijft Poser. ‘Op sociale media, in tijdschriftartikelen en blogposts leggen ze uit dat, in tegenstelling tot rechtse propaganda, de Grieken en Romeinen zichzelf niet als ‘wit’ beschouwden, en dat hun marmeren sculpturen, waarvan de bleke huid sinds de achttiende eeuw is gefetisjeerd, in de oudheid vaak beschilderd waren. Ze wijzen erop dat in Athene, bejubeld als de geboorteplaats van de democratie in de vijfde eeuw voor Christus, deelname aan de politiek was beperkt tot mannelijke burgers; dat duizenden slaven werkten en stierven in zilvermijnen ten zuiden van de stad, en dat de regels dicteerden dat vrouwen uit de hogere klasse het huis niet mochten verlaten tenzij ze gesluierd waren en vergezeld werden door een mannelijk familielid. Ze hebben aangetoond dat het concept van de westerse beschaving een eufemisme werd voor ‘witte beschaving’ in de geschriften van mannen als Lothrop Stoddard, eugeneticus en lid van de Ku Klux Klan. Sommige classici zijn tot het inzicht gekomen dat hun vakgebied deel uitmaakt van het schavot van witte suprematie, maar ze beginnen daarin ook kansen te zien.’ Omdat de Klassieken een rol speelden bij de constructie van de witte mythe, kan de discipline misschien ook een rol spelen bij de ontmanteling ervan.

    Witte suprematie

    Volgens Poser is Padilla ‘compromisloos’ in zijn visie op de medeplichtigheid van classici aan systemisch onrecht, ‘zelfs volgens de normen van sommige van zijn bondgenoten. Hij betitelt het vakgebied als ‘gelijke delen vampier en kannibaal’, als een gevaarlijke kracht die is gebruikt om te moorden, tot slaaf te maken en te onderwerpen. ‘Hij zegt niet zeker te weten of het vakgebied een toekomst verdient,’ aldus Denis Feeney, een Latinist aan Princeton. Padilla gelooft dat de Klassieke wetenschap zo verweven is met witte suprematie dat ze er onafscheidelijk van is.

    Tijdens een congres in 2019 was Padilla panellid van het onderdeel ‘De toekomst van de Klassieken’. Tijdens het vragenrondje na Padilla’s toespraak, betoogde Mary Frances Williams, een classica uit Californië: ‘We moeten opkomen voor ons vakgebied.’ Volgens haar is het absoluut noodzakelijk om te staan voor de Klassieken als de politieke, literaire en filosofische basis van de Europese en Amerikaanse cultuur: ‘Het is westerse beschaving. Het doet ertoe omdat het over het Westen gaat.’ De Klassieken hebben ons immers de begrippen vrijheid, gelijkheid en democratie gegeven, aldus Williams.

    Padilla had een dergelijke reactie verwacht en antwoordde: ‘Dit is wat ik te zeggen heb over de visie op de Klassieken die je schetst. Ik wil er niets mee te maken hebben. Ik hoop dat het veld dat je hebt geschetst sterft, en dat dat zo snel mogelijk gebeurt.’ Die opmerking kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

    Athene van de Nieuwe Wereld

    In zijn vroege jeugd noemden Padilla’s ouders Santo Domingo, de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek, trots het ‘Athene van de Nieuwe Wereld’, een cultureel en educatief centrum. Dat idee werd gevoed door Rafael Trujillo, de dictator die het land regeerde van 1930 tot hij werd vermoord in 1961. Net als andere twintigste-eeuwse fascisten zag Trujillo zichzelf en zijn volk als erfgenamen van een grootse Europese traditie die zijn oorsprong vond in Griekenland en Rome. In een toespraak uit 1932 prees hij het oude Griekenland als de ‘meesteres van schoonheid, eeuwig weergegeven in de onberispelijke witheid van haar marmer’. Trujillo’s verering van witheid stond centraal in zijn boodschap. Door een beroep te doen op de klassieke erfenis, kon hij de inwoners van buurland Haïti wegzetten als inferieur, want hun huidskleur was donkerder. Dit leidde in 1937 tot een moorddadig hoogtepunt met het Parsley-bloedbad, ofwel El Corte (‘het snijden’) in het Spaans, waarbij Dominicaanse troepen volgens sommige schattingen zeker dertigduizend Haïtianen en zwarte Dominicanen vermoordden.

    Padilla’s familie sprak niet veel over hun leven onder de dictatuur. Ze leefden in wat Padilla beschrijft als ‘verlammende armoede’, maar genoten door hun lichtere huidskleur een zekere mate van privilege in de Dominicaanse samenleving. Ze woonden generaties lang in Pimentel, een stad in de buurt van het bergachtige noordoosten waar tot slaaf gemaakte Afrikanen in de zestiende en zeventiende eeuw marrongemeenschappen hadden gesticht.

    Net als hun tegenhangers in de Verenigde Staten gaven slavenhouders in de Dominicaanse Republiek hun slaven soms klassieke namen als bewijs van hun ‘beschavingsideaal’. Daarom is de verstrengeling van de Klassieken met het slavernijverleden vandaag de dag nog steeds terug te vinden in de namen van veel Dominicanen. ‘Waarom zijn er Dominicanen die Themístocles heten?’ vroeg Padilla zich af als kind. ‘Waarom is Aristides de tweede naam van honkballer Manny Ramirez?’ De tweede naam van dictator Trujillo was Leónidas, naar de Spartaanse koning die met driehonderd van zijn soldaten martelaar werd in Thermopylae. Leónidas is inmiddels een icoon van extreemrechts geworden.

    Immigranten

    Toen Padilla vier was, vloog het gezin naar New York omdat zijn moeder medische zorg nodig had vanwege zwangerschapscomplicaties. Maar nadat zijn broer, Yando, was geboren, besloot het gezin te blijven. Ze verhuisden naar de Bronx en hoopten stilletjes hun immigratiestatus te kunnen normaliseren, hetgeen hen al hun spaargeld kostte. Zonder papieren was het moeilijk om vast werk te vinden. Zijn vader ging terug naar de Dominicaanse Republiek en de rest van het gezin belandde in een daklozenopvang.

    In zijn memoires Undocumented uit 2015 omschreef Padilla de opvang als uiterst goor. Een plek van rust was voor hem de kleine bibliotheek. Sinds hun vertrek uit de Dominicaanse Republiek was hij nieuwsgierig geworden naar de Dominicaanse geschiedenis, maar hij kon in de bibliotheek geen boeken vinden over het Caribisch gebied. Wat hij wel vond, was een boekje met de titel Hoe mensen leefden in het oude Griekenland en Rome.

    ‘De westerse beschaving is ontstaan uit de vereniging van vroege Griekse wijsheid en het sterk georganiseerde juridische denken van het vroege Rome’, zo begon het boek. ‘Het Griekse geloof in iemands vermogen om zijn verstand te gebruiken, in combinatie met het Romeinse geloof in militaire kracht, leidde tot een resultaat dat tot ons is gekomen als erfenis, als een geschenk uit het verleden.’ Dertig jaar later kan Padilla die openingszinnen nog steeds opdreunen. Hij nam het leerboek mee naar de kamer die hij deelde met zijn moeder en broer en bracht het nooit meer terug naar de bibliotheek.

    De familie verhuisde naar een opvangcentrum in Bushwick. In 1994 trof Jeff Cowen, een fotograaf die daar kunstlessen gaf, de negenjarige Padilla aan, weggedoken in een hoekje met een biografie over Napoleon. ‘Terwijl de kinderen na de lunch rondrenden als gekken, zat in de hoek een jongen met dat enorme boek,’ aldus Cowen. ‘Hij stond op en schudde mijn hand als een kleine heer, sprekend alsof hij een soort Ivy League-professor was.’ Cowen was verbouwereerd. ‘Binnen vijf minuten was het duidelijk dat deze jongen de beste opleiding verdiende die hij kon krijgen. Het voelde als een verantwoordelijkheid.’

    Princeton

    Cowen werd mentor van Padilla en later ook zijn peetvader. Hij bracht boeken en puzzels mee, ging rolschaatsen in Central Park met Padilla en Yando en hielp Padilla uiteindelijk met de aanmelding voor Collegiate, een New Yorkse particuliere school voor de elite. Padilla werd toegelaten met een volledige beurs en raakte er bevangen door de emotionele kracht van klassieke teksten in het Latijn en Grieks, door de Griekse filosofie, en door de vurigheid en actie van het epos.

    Daarna werd hij met een volledige studiebeurs aangenomen op Princeton, waar hij vaak de enige zwarte was tijdens cursussen Latijn en Grieks. ‘In de tijd dat ik me als student verloor in de Klassieken, was eenzaamheid het moeilijkste’, aldus Padilla. Toen het tijd werd om een hoofdvak te kiezen, kwam het krachtigste verzet tegen zijn keuze van zijn goede vrienden, van wie velen ook immigranten waren, of kinderen van immigranten. Ze stelden Padilla vragen die hij niet kon beantwoorden. Waarom dit wittengedoe? Hoe helpt dit ons?

    Padilla meende dat hij bepaalde keuzes niet moesten schuwen enkel omdat de buitenwereld vond dat ze niet voor zwarte en bruine mensen waren. Maar hij merkte dat hij niet helemaal tevreden was met zijn eigen argumenten. De vraag over het nut van de Klassieken was niet triviaal. Zou hij een opleiding Latijn en Grieks kunnen doen en er iets bevrijdends van kunnen maken? ‘Die urgente vraag vergezelde me door het begin van mijn studie en daarna’, zo zegt Padilla.

    Padilla studeerde in 2006 als een van de besten af aan Princeton en behaalde daarna een masterdiploma aan Oxford en een doctoraat aan Stanford. In die tijd probeerden steeds meer wetenschappers niet alleen de elite te begrijpen die de Griekse en Latijnse literatuur hadden geschreven, maar ook de mensen uit de oudheid zonder stem: vrouwen, de lagere klassen, slaven en immigranten. Leergangen over gender en ras in de oudheid werden gemeengoed en bleken populair, maar het was nog onduidelijk of ze blijvend hun stempel zouden drukken. 

    ‘Ja, we zijn het eens met uw kritiek. Maar laten we nu maar weer precies gaan doen wat we altijd hebben gedaan’

    Classicus Ian Morris, adviseur van Padilla aan Stanford, zegt daarover: ‘Er zijn classici die zeggen: “Ja, we zijn het eens met uw kritiek. Maar laten we nu maar weer precies gaan doen wat we altijd hebben gedaan.” Er zijn ook tal van classici die weigeren om de rol van hun vakgebied in het ‘witwassen’ van de oudheid te erkennen. ‘Classici zien zichzelf over het algemeen als liberaal’, aldus Joel Christensen, professor Griekse literatuur aan de Brandeis University. ‘Maar ze kunnen dat alleen volhouden doordat ze meestal niet omgaan met mensen die dat liberalisme en de betekenis ervan bevragen.’

    Slavernij

    Denkend aan de geschiedenis van zijn eigen familie, raakte Padilla geïnteresseerd in Romeinse slavernij. Decennialang richtte onderzoek zich op het gegeven dat slaven vrij konden worden en dat dat veel vaker voorkwam in Rome dan in andere samenlevingen met slavenhouders. Maar er waren talloze slaven die geen kans maakten, vooral degenen die op het veld of in de mijnen werkten, ver weg van de machtscentra.

    ‘Er zijn zoveel getuigenissen van hoe diep vernederend slavernij was,’ vertelt Padilla in het interview met Poser. Slaven in het oude Rome konden worden gemarteld en gekruisigd; gedwongen tot een huwelijk; aan elkaar geketend in werkploegen; gedwongen om met gladiatoren of wilde dieren te vechten; naakt tentoongesteld worden op markten met borden om hun nek die hun leeftijd, karakter en gezondheid aan potentiële kopers vermeldden.

    Eigenaren konden hun voorhoofd laten tatoeëren zodat na een vluchtpoging zouden worden herkend. In graven van slaven hebben archeologen metalen kragen gevonden die om de nek van skeletten waren geklonken, zoals een ijzeren ring met een bronzen plaatje, nu in het Museo Nazionale in Rome. Daarop staat de tekst: ‘Ik ben weggelopen. Als je me terugbrengt naar mijn meester Zoninus, ontvang je een gouden munt.’

    In 2015 begon Padilla als postdoctoraal onderzoeker bij de Columbia Society of Fellows. Classici vergoelijkten niet langer de slavernij in de oudheid, maar velen betwijfelden wel of de werelden van slaven konden worden gereconstrueerd, omdat ooggetuigenverslagen over slavernij de eeuwen niet hadden overleefd. Dat bevredigde Padilla niet. In 2017 publiceerde hij een artikel in het tijdschrift Classical Antiquity, waarin hij bewijsmateriaal uit de oudheid en van de slaventransporten over de Atlantische Oceaan met elkaar vergelijkt om een meer samenhangend beeld te krijgen van het religieuze leven van de Romeinse slaven.

    Donald Trump

    Rond de tijd dat Padilla aan dat artikel werkte, maakte Donald Trump tijdens zijn presidentscampagne zijn eerste opmerkingen over Mexicaanse ‘criminelen, drugsdealers, verkrachters’ die de VS binnenkwamen. Padilla, die twintig jaar lang met een onzekere immigratiestatus had geleefd, had net een Green Card aangevraagd. Nu zag hij alt-rechtse figuren zoals Richard Spencer, die fantaseerde over het creëren van een ‘blanke etno-staat op het Noord-Amerikaanse continent’ die ‘een reconstructie van het Romeinse Rijk’ moest worden.

    Spencer groeide uit tot nationale bekendheid. Als reactie op het toenemende anti-immigrantengevoel in Europa en de VS, schreef Mary Beard, misschien wel de beroemdste classica ter wereld, in The Wall Street Journal dat de Romeinen ‘verbaasd zouden zijn over onze moderne problemen met migratie en asiel’, omdat hun rijk immers was gebaseerd op ‘principes van incorporatie en van het vrije verkeer van mensen’.

    Padilla raakte gefrustreerd door de manier waarop wetenschappers probeerden de trumpiaanse retoriek te bestrijden. Hij schreef een essay voor Eidolon waarin hij duidelijk maakt dat in Rome, net als in de VS, lofzangen op multiculturalisme samengaan met haat tegen buitenlanders. Padilla betoogt ook dat het signaleren van onwaarheden over de oudheid, hoewel belangrijk, niet voldoende is.

    ‘Ik ben niet geïnteresseerd in sloop omwille van de sloop. Ik wil iets bouwen’

    De uitleg dat er nooit een almachtig, leliewit Romeins Rijk heeft bestaan, zal witte nationalisten niet doen stoppen met hun hunkering naar die mythe. Het is niet de taak van classici om ‘de schreeuwers aan te wijzen’, zei hij op een panel van 2017. ‘De positie innemen van leraar, van de gekwalificeerde classicus die dingen weet en op fouten wijst, is niet voldoende.’ Het ontmantelen van machtsstructuren die de klassieke traditie gebruiken als ondersteuning, vereist meer dan alleen het toetsen van feiten; het vereist een geheel nieuw verhaal over de oudheid, en over wie we nu zijn.

    Om dat verhaal te vinden, pleit Padilla voor hervormingen die ‘de canon doen exploderen’ en die ‘het vakgebied tot in de details herzien’, inclusief het volledig afschaffen van het label ‘Klassieken’. ‘Sommige studenten en collega’s hebben me verteld dat dit ofwel te deprimerend is, ofwel op een bepaalde manier bedreigend. Mijn enige antwoord is dat ik niet geïnteresseerd ben in sloop omwille van de sloop. Ik wil iets bouwen’, zegt Padilla.

    Hij werd doelwit van rechtse woede vanwege de verzengende taal die hij bezigt en, volgens velen, vanwege het lichaam dat hij bewoont. Hij kreeg racistische mails. ‘Wellicht past Afrikaanse Studies beter bij je als je niet kunt leven met de realiteit van hoe geavanceerd Europeanen waren’, schreef iemand. De extreemrechtse site Breitbart van Steve Bannon publiceerde een verhaal waarin Padilla wordt beschuldigd van het ‘vermoorden’ van de Klassieken. ‘Als er één leergebied was dat gegarandeerd nooit zou worden gekaapt door de krachten van onwetendheid, politieke correctheid, identiteitspolitiek, sociale rechtvaardigheid en domheid, zou je denken dat het de Klassieken waren’, aldus de site. Maar nee hoor: ‘Welkom, barbaren! De poorten van Rome staan wagenwijd open!’

    De Verlichting

    Hoe de Oudheid centraal kwam te staan in het Amerikaanse intellectuele leven, is een verhaal dat niet in de oudheid begint, en ook niet in de Renaissance, maar tijdens de Verlichting. De Klassieken zoals we die nu kennen, zijn een creatie van de achttiende en negentiende eeuw. In die periode, toen de Europese universiteiten zich bevrijdden van de controle van de kerk, bood de studie van Griekenland en Rome het continent een nieuw, seculier wordingsverhaal. Griekse en Latijnse geschriften tastten het morele gezag van de Bijbel aan en dat gaf ze een bevrijdende kracht. Denkers als Diderot en Hume ontleenden ideeën over vrijheid aan klassieke teksten, waarin ze verklaringen over politieke en persoonlijke vrijheden vonden.

    Een van de meest invloedrijke teksten werd de rede van Perikles bij de graven van de Atheense oorlogsslachtoffers in 431 v.Chr., opgetekend door Thucydides. Daarin prijst de staatsman zijn ‘glorieuze’ stad voor het garanderen van ‘gelijke gerechtigheid voor iedereen’. ‘Onze regering bootst onze buren niet na’, aldus Perikles, ‘maar fungeert juist als een voorbeeld voor hen. Het is juist dat we een democratie worden genoemd, want het bestuur is in handen van velen en niet van enkelen.’

    De bewondering voor de Oudheid nam grillige, manische vormen aan. Mannen kleedden zich in Romeinse toga’s om in het openbaar te spreken, ondertekenden hun brieven met de namen van beroemde Romeinen en vulden handleidingen, preken en schoolboeken met lessen van de Klassieken. Johann Joachim Winckelmann, een Duitse antiquair uit de achttiende eeuw, verzekerde zijn landgenoten dat ‘de enige manier waarop we groot kunnen worden, of zelfs onnavolgbaar indien mogelijk, is door de Grieken te imiteren.’

    Winckelmann, die wel de ‘vader van de kunstgeschiedenis’ wordt genoemd, vond dat de Griekse marmeren beeldhouwkunst het toppunt van menselijk kunnen was, onovertroffen door enige andere samenleving, oud of modern. Hij schreef dat de ‘nobele eenvoud en stille grootsheid’ van de Atheense kunst de ‘vrijheid’ weerspiegelde van de cultuur die haar voortbracht. Die verstrengeling van artistieke en morele waarden zou Over de esthetiek van Hegel beïnvloeden en zou ook terugkeren in de poëzie van de romantici. Zo schreef Keats in ‘Ode aan een Griekse vaas’: ‘Schoonheid is waarheid, waarheid schoon, dit is al wat gij op aarde weet, en hoeft te weten.’

    Hiërarchie

    Historici benadrukken dat dergelijke ideeën niet los kunnen worden gezien van de vertogen over nationalisme, colorisme en vooruitgang, die vorm kregen tijdens de koloniale periode, toen Europeanen in contact kwamen met andere volkeren en hun tradities. ‘Hoe witter het lichaam, hoe mooier het is’, schreef Winckelmann. Terwijl Renaissance-geleerden gefascineerd waren door de veelheid aan culturen in de antieke wereld, creëerden Verlichtingsdenkers juist een hiërarchie, met bovenaan Griekenland en Rome, gecodeerd als wit en de rest daaronder.

    ‘Die uitsluiting was de kern van de Klassieken als project’, volgens Paul Kosmin, Harvard-professor in oude geschiedenis. De overtuiging van Aristoteles dat sommige mensen ‘van nature’ slaven waren, werd gretig omarmd in het Amerikaanse Zuiden van vóór de Burgeroorlog, om het houden van slaven te verdedigen tegenover de kritiek van de voorstanders van afschaffing.

    De Klassieken zien zoals Padilla ze ziet, betekent dat die spiegel gebroken moet worden. Het betekent dat we de klassieke erfenis moeten afwijzen als een van de schadelijkste verhalen die we onszelf hebben verteld. Voor Padilla verdient de wetenschap van de Klassieken het alleen om te overleven als ze ‘een plek van polemiek’ kan worden voor de gemeenschappen die er in het verleden door zijn gekleineerd. Mocht dat niet lukken dan zijn Padilla en anderen bereid om het vakgebied op te geven.

    Instituten als Howard en Emory hebben de Klassieken nu geïntegreerd in Oude Mediterrane wetenschap, waarbij wordt gekeken naar Egypte, Anatolië, de Levant en Noord-Afrika

    ’Ik zou het helemaal opdoeken’, stelt Walter Scheidel, een andere voormalige adviseur van Padilla aan Stanford. ‘Ik denk niet dat het als academisch vakgebied zou moeten bestaan.’ Een mogelijke manier zou zijn de faculteiten op te heffen en onderdelen toe te wijzen aan afdelingen geschiedenis, archeologie en taal.

    Maar veel classicisten pleiten voor zachtere benaderingen om het vakgebied te hervormen, door vooral grenzen te verleggen. Instituten als Howard en Emory hebben de Klassieken nu geïntegreerd in Oude Mediterrane wetenschap, waarbij wordt gekeken naar Egypte, Anatolië, de Levant en Noord-Afrika. Het idee is het hiërarchische denken van de Verlichting te verlaten en terug te gaan naar het Renaissancemodel van de oude wereld als een plaats van diversiteit en vermenging. ‘Er is een interessanter verhaal te vertellen over de geschiedenis van wat wij het Westen noemen, zonder specifieke culturen erin te bejubelen’, meent Josephine Quinn, hoogleraar Oude Geschiedenis aan Oxford. ‘Het lijkt mij dat de cruciale aanjager in de geschiedenis altijd de relatie tussen mensen, tussen culturen is.’ Classicus Ian Morris stelt het wat botter. ‘De Klassieken is een Euro-Amerikaanse stichtingsmythe. Willen we die echt?’

    Molon labe

    Op 6 januari zette Padilla de televisie aan, enkele minuten nadat de ramen van het Capitool waren ingeslagen. In de menigte zag hij een man met een Griekse helm met daarop TRUMP 2020 in wit geschilderd. Hij zag een man in een T-shirt met daarop een steenarend op een fasces, symbolen van de Romeinse wet en bestuur, onder het logo 6MWE, ofwel ‘Six Million Wasn’t Enough’, een verwijzing naar het aantal vermoorde Joden in de Holocaust. Hij zag vlaggen met daarop de zin geborduurd die Leónidas zou hebben uitgesproken toen de Perzische koning hem beval zijn wapens neer te leggen: ‘Molon labe’, klassiek Grieks voor ‘Kom ze maar halen’. Het is de slogan geworden van Amerikaanse wapenrechtenactivisten. Afgevaardigde Marjorie Taylor Greene, een net gekozen Republikein uit Georgia die berichten om democraten te vermoorden ondersteunde op sociale media, droeg een week na de bestorming van het Capitool een masker met diezelfde zin erop, toen ze tegen impeachment van Trump stemde in het Huis van Afgevaardigden.

    Padilla vermoedt dat hij op een dag afscheid zal moeten nemen van de Klassieken en de academische wereld om harder te kunnen vechten voor de veranderingen die hij in de wereld wil zien. Hij heeft zelfs overwogen de politiek in te gaan.

    ‘Als kind had ik nooit gedacht dat de positie die ik nu bekleed haalbaar was,’ zegt hij. ‘Maar het gegeven dat dit een klein wonder is, doet niets af aan mijn diepere overtuiging dat dit ook tijdelijk is.’

    ‘Dan-el Padilla heeft veel mensen geprikkeld’, meent Rebecca Futo Kennedy, professor Klassieke Studies aan de Denison University. Joel Christensen, de professor Griekse literatuur aan Brandeis University, vindt het zijn ‘morele, ethische en intellectuele verantwoordelijkheid’ om de Klassieken te onderwijzen op een manier die de racistische geschiedenis blootlegt. ‘Anders doen we gewoon mee aan propaganda.’ Hij begrijpt de angst van veel classici om het verhaal van hun levenswerk te moeten herschrijven. Maar, zegt hij, ‘die toekomst komt er, met of zonder Dan-el’.

    Naschrift

    Padilla en de classici die hem steunen liggen al langer onder vuur. Niet alleen van extreemrechts maar ook van het meer behoudende deel van de classici. Ook op dit artikel volgde weldra kritiek. Slechts drie dagen na de publicatie in The New York Times, reageerde blogger Andrew Sullivan op The Weekly Dish met een artikel onder de kop ‘De Ondraaglijke witheid van de Klassieken’. De ondertitel is veelzeggend: ‘De woke beweren dat de studie van het oude Griekenland en Rome weggegooid moet worden’.