Tag: woestijn

  • In de Atacama-woestijn wordt de grootste telescoop ter wereld gebouwd

    In de Atacama-woestijn wordt de grootste telescoop ter wereld gebouwd

    Op een bergtop in de Atacama-woestijn in Chili wordt gewerkt aan de grootste sterrenkijker ter wereld: de Extremely Large Telescope. De 798 spiegels moeten door weer, wind en aardbevingen perfect gepositioneerd blijven.

    Als je aan Davide Deiana vraagt wat zijn werk zo bijzonder maakt, haalt hij zijn schouders op, glimlacht hij en zegt hij: ‘Ja, alles eigenlijk.’

    Het is laat in de middag en Deiana staat op de Cerro Armazones, een 3046 meter hoge berg in het noorden van Chili. Links kun je de Stille Oceaan zien liggen, rechts de besneeuwde toppen van de Andes en ertussenin het eindeloze niemandsland van de Ata­cama-woestijn. Daar is geen boom of plant te bekennen, alleen maar stenen en stof. Een maan- of Marslandschap dus, wat eigenlijk heel toepasselijk is aangezien hier de ELT wordt gebouwd, de Extremely Large Telescope: een telescoop om mee naar plekken in het heelal te kijken die nog geen mens ­eerder heeft gezien. 

    Over vier of vijf jaar, als de ELT eenmaal klaar is, zal het de grootste telescoop zijn die ooit is gebouwd. Een koepel van glimmend staal, zo hoog als een kathedraal, met de modernste technologie – sensoren, motoren, computers – en bovenal een gigantische spiegel. Die spiegel vormt het hart van de ELT, wetenschappers gaan hem gebruiken om licht uit het heelal mee op te vangen. Deze techniek is al lang bekend en wordt in observatoria over de hele wereld gebruikt. Isaac Newton gebruikte grote spiegels om het licht van verre sterren op te vangen en op een kleiner oppervlak te projecteren, zodat het beeld helderder wordt. 

    De ELT onderscheidt zich door zijn formaat. De telescoop met de grootste spiegel tot nu toe, met een diameter van 10,4 meter, bevindt zich op de Canarische Eilanden. Het nieuwe observatorium in de Atacama wordt meer dan drie keer zo groot: een koepelvormige constructie van 39 meter breed, samengesteld uit 798 zeshoekige segmenten. 

    Ontdekkingen

    Wetenschappers verwachten met de ELT nieuwe, baanbrekende ontdekkingen te kunnen doen. Bijvoorbeeld over het ontstaan van het heelal, over de donkere materie die de zwaartekracht van sterrenstelsels in balans houdt, over zwarte gaten of sterren buiten de Melkweg. Ook zal de telescoop op zoek gaan naar verre, rots­achtige planeten en hun atmosfeer onderzoeken om te kijken of daar ­misschien leven mogelijk is.

    Maar de ELT kan ook het leven hier op aarde veranderen, of verbeteren: hij kan zelfs helpen de wereld te redden, hoe dramatisch dat ook klinkt. Hoe dat precies werkt, daarover later meer, want eerst moet de telescoop af – en dus komen we weer bij Davide Deiana; hij is een van de bouwcoördinatoren van de ELT. Dus hoe staat het ervoor? Nou ja, zegt hij, problemen bestaan niet, ‘alleen uitdagingen’. En nee, hij verveelt zich zeker niet. 

    Deiana is een gemoedelijke man met een wit overhemd, een geel veiligheidshesje en lichte wallen onder zijn ogen. ‘Het werk,’ zegt hij en strijkt met zijn hand over zijn stoppelbaard. Achter hem reikt het geraamte van de nog onvoltooide telescoop tot aan de lichtblauwe hemel. Hijskranen draaien en vervoeren reusachtige stalen balken naar bouwvakkers die ze vervolgens op 40, 50 of 60 meter hoogte vastschroeven.

    Buon giorno!’ roept Deiana naar een van de mannen. Het bedrijf waarvoor hij werkt komt, net als hijzelf en veel anderen op de bouwplaats, uit Italië. De bouw wordt bekostigd door de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), een internationaal onderzoeksinstituut dat op zijn beurt door zestien Europese landen wordt gefinancierd, waaronder Frankrijk, Finland, Zwitserland, Portugal, Spanje, België en Duitsland.

    Eens in de paar maanden vliegt hij naar huis, maar in de tussentijd woont hij hier op de bouwplaats in een containergebouw

    De ESO werd in 1962 opgericht, het hoofdkwartier staat in Garching bei München. Omdat het doel van het instituut is om – zoals de naam al doet vermoeden – de hemel boven het zuidelijk halfrond te bestuderen, beheert de organisatie ook een aantal observatoria in Chili. De New Technology Telescope (NTL) bijvoorbeeld, en de ALMA, de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array. Er is al een VLT, een Very Large Telescope, en nu wordt er ook nog een ELT gebouwd, een Extremely Large Telescope. Kosten: rond de 1,3 miljard euro. Oplevering: 2028 – dat is tenminste het plan. 

    De Europese Zuidelijke Sterrenwacht is een internationale onderneming, en op de bouwplaats van het reusachtige nieuwe observatorium is het al net zo’n multiculturele mix. Veel werknemers spreken Italiaans, andere spreken Spaans, Albanees, Portugees, Duits, Frans, Turks of Engels. ‘Het is net Babylon,’ zegt Deiana, en zonder in detail te treden voegt hij eraan toe dat het soms niet makkelijk is om met al die cultuurverschillen om te gaan.

    Bovendien zijn veel werknemers hier vaak duizenden kilometers van hun gezin vandaan. Deiana’s gezin woont bijvoorbeeld op Sardinië. Eens in de paar maanden vliegt hij naar huis, maar in de tussentijd woont hij hier op de bouwplaats in een containergebouw op 3000 meter hoogte, tussen de stenen en het stof. Overdag brandt de zon en ’s nachts giert de wind. Best lastig, zegt Deiana. Hij loopt over de bouwplaats, de onvoltooide koepel in, de ­ladder op naar de steiger, steeds verder omhoog. Helemaal bovenaan zijn de dragers te zien waarop uiteindelijk alle spiegels zullen worden vastgeschroefd, die dan één reusachtig, glanzend oppervlak zullen vormen van bijna vier tennisbanen groot.

    En daar begint voor Deiana de pret. Want om de ELT uiteindelijk soepel te laten functioneren moet elke steen perfect worden geplaatst en elke stalen drager op de millimeter nauwkeurig worden bevestigd. De onderdelen, die veelal in Europa worden gemaakt, moeten de halve wereld over worden vervoerd naar hun bestemming op een bergtop in de Atacama. Vervolgens moeten de bouwvakkers ze hier passend maken, miljoenen schroeven aandraaien en honderden kilometers aan kabels aanleggen. Vermoeiend? Zenuwslopend? Nagenoeg onmogelijk? Integendeel, vindt Deiana. ‘Dit is ­Disneyland voor ingenieurs,’ roept hij tegen de wind in. 

    Weersomstandigheden

    De problemen die hier dagelijks moeten worden opgelost, maken alle ontberingen goed. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat een koepel van 6000 ton om zijn eigen as kan draaien? Dan komen daar ook nog weersomstandigheden bij kijken: de kou boven op de berg, de wind, de niet zelden voor­komende aardbevingen.

    Natuurlijk zijn er makkelijkere plekken om een gigantische telescoop te bouwen. Maar nergens anders ter wereld zijn de sterren zo goed zichtbaar als hier. Door de gunstige lucht- en zeestromingen aan de ene zijde en de bergtoppen van de Andes aan de andere is het in de Atacama-woestijn bijna nooit bewolkt. De zon schijnt er meer dan driehonderd dagen per jaar en ’s nachts heb je er vrijwel onbelemmerd zicht op de sterrenhemel. De lucht is helder en droog, en omdat er in de omgeving nauwelijks steden, dorpen of zelfs huizen zijn, is er geen enkel licht dat de waarneming verstoort: geen straatlantaarns, geen lampen, geen kaarsen. Alleen duisternis en sterren, verder niets. 

    GettyImages 2202968529
    De bouwplaats van de Extremely Large Telescope (ELT) van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), op de Cerro Armazones in Chili. – © Getty Images

    Dit is de donkerste sterrenwachtlocatie ter wereld. Meer dan een halve eeuw geleden begon de ESO hier met het bouwen van observatoria: eerst op La Silla, een berg aan de rand van de Atacama-woestijn, en daarna op de Cerro Paranal. De Atacama wordt daarom ook wel ‘het venster op het heelal’ genoemd. Maar er dient zich een bedreiging aan: het Amerikaanse energiebedrijf AES wil op enkele kilometers van de bouwplaats van de ELT een industrieterrein aanleggen. Het stof, het licht en de atmosferische turbulentie die dat tot gevolg heeft, zouden het einde betekenen voor deze unieke sterrenwachtlocatie. 

    Op de Cerro Paranal, op hemelsbreed ongeveer 20 kilometer van de ELT-bouwplaats, staat al een hele rij telescopen. Hier bevindt zich ook de Residencia Paranal, in de volksmond ook wel bekend als het ESO Hotel: een futuristisch gebouw van bruin-beige geverfd beton met 120 kamers voor onderzoekers en werknemers. Het heeft een zwembad onder een glazen koepel, die ’s avonds wordt verduisterd zodat er geen licht naar buiten dringt. In 2008 werden hier scènes voor de James Bondfilm Quantum of Solace opgenomen, en daarom hangt er bij de ingang naast foto’s van ruimtenevels ook, heel down to earth, een ingelijste handtekening van hoofdrolspeler Daniel Craig met daarbij de tekst: ‘Voor alle sterrenkijkers van de ESO – heel erg bedankt!’

    Sesamzaadje

    Een verdieping lager zit Paula Sánchez Sáez in de kleine bibliotheek van het hotel. Op de planken: vakliteratuur en sciencefictionboeken. Drakenei, de roman uit 1980 van schrijver en natuurkundige Robert L. Forward, is haar favoriet. Het gaat over een neutronenster op een lichtjaar afstand van de aarde, bewoond door kleine wezens die amper groter zijn dan een sesamzaadje en zich een miljoen keer sneller ontwikkelen dan mensen. ‘Vond ik leuk,’ zegt Sánchez. Ze draagt een smartwatch en een spijkerbroek; naast haar ligt een rugzak met daarin haar laptop, notitieblokken en boeken. 

    Sánchez werkt bij de ESO als User Support Astronomer, wat betekent dat ze aanvragen van astronomen van over de hele wereld behandelt. Die willen bijvoorbeeld voor een onderzoek een bepaald sterrenbeeld laten observeren of hebben informatie nodig over de omgeving van verre sterren. De ESO ontvangt jaarlijks duizenden van dit soort verzoeken, die vervolgens worden beoordeeld, gesorteerd en afgehandeld. 

    Sánchez woont momenteel in Garching, waar het hoofdgebouw van de ESO zich bevindt. Oorspronkelijk komt ze uit Chili; ze groeide op in een arbeiderswijk in Santiago. Haar vader werkte in een laboratorium en haar moeder was kapper. Niemand in haar familie was wetenschapper, zegt Sánchez, laat staan astronoom. Toen ze acht jaar was, ging het gezin op vakantie naar een plaats in de buurt van de sterrenwacht van La Silla. Daar zag ze bij een toeristisch informatiepunt een aantal ansichtkaarten met foto’s van de Melkweg en de Paardenkopnevel, een donkere wolk interstellaire materie in het sterrenbeeld Orion. ‘Toen wist ik: ik wil astronoom worden,’ zegt Sánchez. Een dwaze droom, maar ze liet hem niet los. Ze deed extra haar best op wiskunde, natuurkunde en Engels en zodra ze geslaagd was, schreef ze zich in voor een studie sterrenkunde aan de universiteit.

    ‘Er zijn nog zo veel onbeantwoorde vragen’

    Ze is altijd gefascineerd geweest door objecten die zich op grote afstand bevinden. Sánchez haalt haar laptop uit haar rugzak, klapt hem open en zoekt op internet naar een foto van een zwart gat. Omdat zoiets zo ver van de aarde ligt, kunnen we er niet zomaar met een ruimteschip of satelliet heen om te kijken waar het uit bestaat. Om het te onderzoeken moeten wetenschappers gebruikmaken van elektromagnetische straling, waarvan een deel zichtbaar is met het blote oog, maar waarvan een ander deel alleen met speciale apparatuur kan worden opgemeten. Dus bestaan er telescopen voor lange en voor korte golflengtes en alles ertussenin. 

    Je zou het kunnen zien als verschillende talen, zegt Sánchez, als bouwstenen die één gezamenlijk beeld vormen van een planeet, een hemelgebied of zelfs een zwart gat. ‘Veel mensen geloven dat wij wetenschappers overal een antwoord op hebben,’ zegt ze. Maar dat is niet zo, integendeel: ‘Er zijn nog zo veel onbeantwoorde vragen.’

    Ze wijst op een foto van het zwarte gat op haar scherm. ‘Wat is er bijvoorbeeld in die kern allemaal aan de hand?’ Om dat te kunnen begrijpen, zegt Sánchez, hebben we een geheel nieuwe natuurkunde nodig. ‘En om die te kunnen ontwikkelen hebben we data nodig, die door telescopen worden verzameld.’ Hoe meer en hoe preciezer, hoe beter. 

    Preciezer dan ooit

    Ook daarom is de ELT zo belangrijk: omdat je daarmee verder en vooral preciezer dan ooit in het heelal kunt kijken. 

    Alleen: waar hebben we dit allemaal voor nodig? Waarom zouden we zo veel geld uitgeven aan onderzoek naar sterrenstelsels en zwarte gaten op lichtjaren hiervandaan, als we die ­middelen ook hier kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, voor de strijd tegen klimaatverandering of voor innovaties in duurzame energie?

    GettyImages 2202968378
    De ELT krijgt een spiegel met een diameter van 39 meter waarmee men meer te weten hoopt te komen over verre sterrenstelsels, exoplaneten en het vroege heelal.– © Getty Images

    Sánchez knikt: dit hoort ze als astronoom vaker. En ja, zegt ze, natuurlijk wordt het onderzoek naar het heelal vooral gedreven door wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Maar die nieuwsgierigheid leidt ook tot de ontwikkeling van nieuwe technieken. Sensoren, satellieten, medische en computertechnologie: ‘Dat was zonder de astronomie allemaal niet mogelijk geweest,’ zegt ze.

    En natuurlijk is er ook een onderzoeksrichting die op zoek is naar buitenaards leven, of in elk geval naar planeten waar dat mogelijk zou kunnen zijn. Daar moeten we overigens niet al te hoge verwachtingen van hebben. Want ook al is de kans groot dat er vroeg of laat een bewoonbare planeet wordt gevonden, dan nog ligt die waarschijnlijk zo ver van de aarde dat een bezoek, laat staan het bewonen ervan, onwaarschijnlijk is. ‘Zo zie je maar: we moeten onze planeet beschermen,’ zegt ze. ‘We hebben alleen deze.’ Daar kan de ELT misschien aan bijdragen door nieuwe inzichten te bieden en mensen ervan te overtuigen om alles voor de aarde te doen. 

    Soms, als ze ’s avonds naar buiten gaat en naar de sterrenhemel kijkt, bekruipt haar nog steeds hetzelfde gevoel als toen ze klein was: ‘Dan denk ik: wow, ik ben een deel van dit enorme geheel.’ En toch, hoe klein de mens ook mag zijn, hij begrijpt het universum en weet dankzij onderzoek en de modernste technologieën door te dringen tot in de diepste geheimen van de ruimte. ‘Is dat niet ongelooflijk?’

    Spiegels

    De ELT zal vanaf 2028 zijn blik op de nachtelijke hemel richten. ‘First light’, zo noemen astronomen het moment waarop het licht van een ster voor de eerste keer in de telescoop valt en via een heleboel spiegels weerkaatst wordt naar allerlei sensoren en meetinstrumenten. De spiegels worden in Duitsland geproduceerd, in Frankrijk gepolijst en vervolgens in speciale beschermende containers naar Chili vervoerd. Dit zijn geen simpele bad­kamerspiegels, zegt Tobias Müller, integendeel: ‘Als je daarin kijkt, blijft je mond openhangen.’

    Müllers officiële functie is IT Assembly Integrations Manager, maar je zou hem beter de ‘spiegelbaas’ kunnen noemen: na hun lange reis naar de Atacama-woestijn moet Müller met zijn team elke spiegel een voor een op schade controleren. Daarna krijgen ze een speciale coating en worden ze opgeslagen. ‘We zitten nu op honderdtachtig,’ zegt Müller, en hij wijst naar de planken achter hem. Daar staan de kisten met daarin de spiegels netjes op een rij. 

    Müller, in jeans en ruitjesoverhemd, gaat mij voor naar een kamer. ‘Wilt u zich even omkleden?’ vraagt hij en hij overhandigt mij een labjas, een haarnet en een paar schoenovertrekken. Er mag geen enkel stofje in de hal belanden waar de spiegels worden uitgepakt en bewerkt. Achter de deur staat er al een overeind: een zeshoekige plaat, zo groot als een eettafel, zo dik als twee telefoonboeken, en bedekt met een zilveren laag die maar één nanometer dik is, maar extreem reflecterend. Müller gaat voor een van de spiegels staan. Soms, zegt hij, denkt hij nog steeds dat hij voor een open raam staat. ‘Dat is toch bizar?’ Hij beweegt zijn hand op en neer en kijkt naar zijn spiegelbeeld. 

    ‘We zitten hier op de grens van wat er technisch mogelijk is’

    Elke plaat is voorzien van allerlei motoren en sensoren die de spiegel minimaal kunnen vervormen. Hiermee wordt elke vertekening door temperatuurschommelingen gecompenseerd en wordt het beeld nog scherper.

    Per maand kunnen Müller en zijn team 28 spiegels bewerken, ongeveer driehonderd per jaar, dus het zal nog wel even duren voordat alle spiegels klaar zijn. En dan moeten ze uiteindelijk ook nog in de gigantische stalen constructie van de reusachtige nieuwe telescoop worden geïnstalleerd. Het is duidelijk, zegt Müller, ‘we zitten hier op de grens van wat er technisch mogelijk is.’ En ja, dat hij aan zoiets mag deelnemen, ‘daar ben ik best wel een beetje trots op!’

    Buiten, voor de hal, brandt de zon. Die volgt langzaam zijn baan en zakt dan, bloedrood, tot onder de horizon. Er verschijnt een ster, Venus, en dan komt de maan op, nu nog maar een sikkel, die snel weer verdwijnt om plaats te maken voor de hoofdattractie: miljoenen en nog eens miljoenen sterren, lichtjaren ver weg. Een eindeloze diepte waarin de mens misschien wel nooit zal kunnen doordringen. Maar dankzij de ELT zullen we er binnenkort in elk geval wel een blik in kunnen werpen. 

  • Festival Burning Man valt in het water door noodweer

    Festival Burning Man valt in het water door noodweer

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kim Jong-un bezoekt Rusland dit jaar

    » Generaal in Gabon beëdigd als president na staatsgreep

    Duizenden bezoekers strandden in de modder in de woestijn

    Aanhoudend noodweer heeft de droge woestijn in Nevada in een gigantische modderpoel getransformeerd. Voor de duizenden bezoekers van het festival Burning Man betekent dat een domper: sinds dit weekend proberen zij weg te komen van het festivalterrein, maar de meeste pogingen stranden. Voertuigen komen vast te zitten in de blubber. Zeker 70.000 mensen zouden het terrein niet kunnen verlaten, meldt CNN.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Door de zware regenval in Nevada probeerden veel bezoekers al eerder weg te komen. Toen dat niet lukte, adviseerde de organisatie van Burning Man hen om zuinig om te gaan met voedsel en water. Het festival wordt op ruim acht kilometer van de snelweg georganiseerd, wat vertrekken onder de huidige omstandigheden bemoeilijkt.

    Hoewel de meeste regen inmiddels voorbij is, is het festivalterrein nog steeds moeilijk begaanbaar. Daarom wil de organisatie dat de meeste bezoekers pas vertrekken als het festival voorbij is, op dinsdag. Op maandag vond het hoogtepunt van Burning Man plaats, toen een enorme houten man in brand werd gestoken.

    Lees ook:

  • Expo moet Aboriginalcultuur levend houden

    Expo moet Aboriginalcultuur levend houden

    In de Australische hoofdstad Canberra is een unieke expositie te zien over songlines: gezongen routekaarten die een van de pijlers vormen van de Aboriginalcultuur.

    De twee jonge Aboriginal mannen achter in de 4WD waarmee een onderzoeksgroep over het zanderige woestijnspoor reed, begonnen te neuriën. Het was een geneurie dat telkens ophield en dan weer verder ging, zoals je doet wanneer je alleen op de tekst van het lied kunt komen door het te zingen.

    De mannen wezen elkaar op kenmerken in het 
landschap en hun geneurie ging op en neer, tot een van hen opeens riep dat de auto stil moest houden.

    ‘Daar is water,’ zei hij stellig, ‘vlak over die heuvel.’

    De hoofdcurator inheemse kunst van het National Museum of Australia, Margo Neale, zat ook in de auto en zij vond het bijzonder dat hij zo zeker van zijn zaak was daar op die droge woestijnweg. Nergens was water te zien en niets wees op de aanwezigheid van water. Ze vroeg de man of hij hier eerder was geweest.

    ‘Nee,’ zei hij. ‘Ik ben hier nog nooit geweest.’

    Hoe kon hij dan weten dat er water was?

    ‘O, dat heeft mijn tante me geleerd in het lied.’

    Dat lied was een soort muzikale kaart, een van die verhalen uit de Aboriginalcultuur, waarin geschiedenis, topografie, spiritualiteit, wetenschap, overlevingskunst, navigatieaanwijzingen en familie-wetten met elkaar verweven zijn tot de zogenaamde songlines (zangpaden), die de inheemse hoeders van het verhaal door het land en door het leven leiden.

    De songlines zijn in de loop van millennia samengesteld en vormen routes van kennis die heel Australië doorkruisen. Het zijn paden door het land en door de hemel, die het landschap beschrijven en de kosmos in kaart brengen en die via gezongen allegorische verhalen de reis van elke nieuwe generatie begeleiden en de cultuur levend houden. Die dag op die woestijnweg volgden de reizigers de instructies uit het lied en reden de heuvel over. En ja: de zangers leidden hun reisgenoten naar een waterbron – die precies lag waar ze hadden voorspeld, net uit het zicht, zoals het oude lied had gezegd.



    Deze reis maakte deel uit van een breder onderzoek dat zou leiden tot Songline – Tracking the Seven Sisters, een unieke, vernieuwende tentoonstelling in het National Museum of Australia in Canberra die nog tot 28 februari te zien is. Het begon allemaal zeven jaar geleden, toen een groep oudere leden van het Anangu-volk bij het museum en de Australian National University aanklopte voor hulp bij het verzamelen en conserveren van deze oude verhaalliederen, zodat ze die ook met de rest van Australië konden delen.

    Er kwam subsidie voor uitgebreid onderzoek en zo ontstond de magische multimediale expositie, ingericht door het ‘curatorium’ waarin Neale samenwerkte met de ouderen. De bejaarde hoeders van de Seven Sisters-songlines wilden deze levend houden voor 
het moment dat de jongeren van hun gemeenschap oud genoeg waren om over hun geschiedenis en cultuur te leren, ook als de ouderen er dan zelf niet meer zouden zijn. En, zo dachten ze, de 
enige manier om te voorkomen dat de songlines 
verdwijnen is dat het hele land zich mede-eigenaar voelt van die gezongen routekaarten. Dat betekende 
dat ze de westerse en de inheemse methode van geschiedschrijving en kennisoverdracht moesten combineren.

    De westerse manier houdt in dat er onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende disciplines 
en alles wordt opgeschreven. In de traditionele inheemse cultuur komt alles samen in één levend verhaal, een droomspoor of songline. Kunst zorgt voor de fysieke afbeelding daarvan, als een kaart. 
De Songlinestentoonstelling omvat al die dimensies, en gebruikt beide communicatievormen.

    De ouderen zeiden: “Oké, we moeten dit verhaal bevriezen 
tot die jongeren verstandig worden – en dat worden ze heus wel, alleen zijn wij er dan niet meer”

    ‘Het Aboriginalarchief is een organisch, dynamisch geheel en de geschiedenis staat geschreven in het land,’ legt Margo Neale uit. ‘Elke vorm, elk silhouet, elke uitstulping, elke kleur maakt deel uit van het verhaal en al die dingen lees je. Het is een geheugensteun.’

    Het westerse systeem om kennis te archiveren is erop gericht die kennis ‘te bevriezen in de tijd’. 
‘Ze wordt altijd ondergebracht in een gebouw op 
een plek die niets te maken heeft met de verhalen die het bevat,’ zegt Neale over westerse kennis. ‘Zo is er geen relatie met de omgeving. Het inheemse kennissysteem – de songlines – is een fysiek systeem. 
Dus wat deden deze slimme, vooruitziende ouderen? 
Ze zeiden: “Oké, we moeten dit verhaal bevriezen 
tot die jongeren verstandig worden – en dat worden ze heus wel, alleen zijn wij er dan niet meer.”’

    Vijf jaar is er gewerkt aan de tentoonstelling, die niet bedoeld is om de cultuur en geschiedenis van de 
Aboriginals af te zonderen van de rest, maar die 
juist voorstelt als integraal onderdeel van alles. 
De hoeders van de songlines willen de rest van de Australiërs laten begrijpen dat dit ook hún verhaal is.

    ‘De kwaliteit en het karakter van een tentoonstelling worden bepaald door de kwaliteit en het karakter van de reis die eraan voorafgaat,’ zegt Neale.

    Voor de fysieke reis legden Neale en anderen, samen met de Anagu-ouderen, zo’n 7000 kilometer af door het hele land; ze reisden delen van de songlines na, van Roebourne aan de West-Australische kust naar de zuidelijke kust van Queensland, met aftakkingen noord- en zuidwestelijk van het midden.

    Het verhaal in deze tentoonstelling overspant 
drie woestijnen in het centrale westelijke deel van het land en doorkruist het land van het Martu-, 
het Anangu-, het Pitjantjara-, het Yankunytjatjara- 
en het Ngaanyatjarra-volk. Het volgt de mythische reis van de zeven zusters en een mannelijke figuur, de ‘voortdurende achtervolger’, die hen over het land en door de hemel najaagt.

    Ten diepste seksueel

    ‘Het is een archetypische overlevering over een “vormveranderaar” die de zeven zusters achtervolgt om hen te bezitten en zichzelf daarbij voortdurend transformeert in een hele reeks vermommingen, zoals verleidelijk eten, water, een schaduwboom waaronder hij hen probeert te lokken om hen in bezit te krijgen,’ legt Neale uit. ‘Het is een en al metafoor, zoals elk groot epos van elke beschaving.’

    Sommige aspecten van die overlevering zijn ten diepste seksueel. De curatoren hebben ervoor gekozen om die seksuele lading meer als onderstroom aanwezig te laten zijn dan als openlijke 
afbeeldingen, want die zouden anders 
misschien het volledige verhaal overschaduwen en vooral ‘giechelde tieners’ aantrekken, zoals Neale het zegt.

    ‘Eet het voedsel, ga het lichaam binnen’, zo vat zij de jacht samen. Maar het 
verhaal over de jacht is meer dan dat, eigenlijk moet het gelezen worden als een schatkaart: ‘Zo ken je het verhaal, je weet waar het water is, je weet waar de schaduw is, je weet waar het voedsel is.’ Dat verhaal omvat ook een verklaring van de sterrenbeelden, met een alternatieve versie van de westerse mythe die meestal wordt gebruikt 
om Orion en zijn ‘riem’ te beschrijven.

    De songlines zijn oeroud en levend tegelijk. Op een bepaald punt in de audiotour van de tentoonstelling heeft de verteller het over de zusters die worden achtervolgd in een Toyota. 
Dat deel van hun verhaal wordt verteld alsof het vandaag gebeurt.

    Omdat de kunst op de tentoonstelling zelf een vehikel is voor een groter 
verhaal, werkte Neale met de ouderen samen om hun kennis en haar vaardigheden als curator te combineren. Om cultuur ‘cool’ 
te maken, er het performance-element in op te nemen dat van levensbelang is om de songlines over te brengen en om het gevoel op te roepen dat de hoeders van de songlines fysiek aanwezig zijn, plaatste ze levensgrote videoschermen waarop telkens een van de ouderen uitleg geeft over de tentoonstelling. Zo wordt de bezoeker uitgenodigd om zich in te 
leven in hun manier van de wereld begrijpen.

    Twee kunstwerken met songlines als onderwerp. 1: Onder: Yarrkalpa. – © National Museum of AustraliaKungkarrangkalpa (Seven Sisters Dreaming); 2. © Judith Yinyika Chambers / National Museum of Australia.
    Twee kunstwerken met songlines als onderwerp. 1: Onder: Yarrkalpa. – © National Museum of AustraliaKungkarrangkalpa (Seven Sisters Dreaming); 2. © Judith Yinyika Chambers / National Museum of Australia.

    In het hart van de tentoonstelling staat het ‘domelab’, een 360 graden-videobeleving waarin de bezoekers op een gepolsterde plank liggen en omhoogkijken langs de gebogen wanden. Er zijn twee cycli 
van elk een kwartier en ze zijn bijna meditatief.

    Zo zijn er verschillende manieren om deze tentoonstelling op je in te laten werken. Je kunt er puur naartoe gaan om de kunstwerken te zien, die deels speciaal hiervoor zijn gemaakt en deels uit bestaande collecties komen, of je kunt de kunst ervaren als onderdeel van alle andere lagen.

    ‘Wil je alleen maar rondlopen en naar mooie dingen kijken, dan kan dat,’ zegt Neale. ‘Wil je hightech ervaren en daarvan genieten, dan kan dat. Wil je dieper graven en iets leren over het belang van 
familiebanden, verbondenheid met het land, de manier waarop de Aboriginals omgingen met ecologie of de rol van performance in het doorgeven van kennis, dan kan dat. Hier gebeurt het allemaal, 
dankzij de hoeders van de songlines.’

    Heb je het gevoel dat je nooit helemaal hebt begrepen wat de songlines – ook wel droompaden genoemd – inhouden en welke rol ze spelen in de Aboriginalcultuur, dan kan deze tentoonstelling heel verhelderend zijn.

    Auteur: Karen Middleton

    The Saturday Paper 
    Australië | oplage 60.000

  • Saoedi-Arabië is ons vijgenblad

    Saoedi-Arabië is ons vijgenblad

    Saoedi-Arabië wordt vaak gezien als bron van alle kwaad in de islamitische wereld. Maar wie van het land een zondebok maakt, ontslaat moslims van zelfkritiek, vindt een Marokkaanse journalist.

    Terrorisme? IS? Vervolging van minderheden en cultureel conservatisme? Allemaal de schuld van Saoedi-Arabië. Het koninkrijk is de bron van alle kwaad, het kwaad dat we nog niet kennen inbegrepen, dat is welbekend. Je vraagt je bijna af hoe men het een eeuw geleden klaarspeelde om misstanden te verklaren, want in die tijd was Riyad [de hoofdstad] niet meer dan een door woestijn ingesloten vorstendom.

    Irrationele ‘saoedifobie’ en blinde ‘saoedifilie’ bestaan naast elkaar. Van dat laatste verschijnsel kennen we de oorzaak, of menen we die te kennen: oliedollars hebben Riyad wereldwijd trouwe volgelingen opgeleverd. Wat de haat betreft die alleen al het woord ‘Saoedi-Arabië’ opwekt: die zou voortkomen uit het bondgenootschap van de Saoedi’s met westerse imperialisten, en uit hun hardnekkige homofobie en onderdrukking van vrouwen.

    Islamitisch reveil

    Deze kijk op de wereld schiet op zijn zachtst gezegd ernstig tekort. Hoe rijk en ondernemend het koninkrijk ook is, niet alle gebreken van de huidige islamitische wereld kunnen eraan worden toegeschreven. Waarom wordt dat dan toch zo gretig te pas en te onpas gedaan?

    Omdat een zondebok ons vrijwaart van zelfkritiek. Wanneer we van het wahabisme de belangrijkste bron van neurotisch islamitisch hyperconservatisme maken, de Saoedische politiek als enige oorzaak opvoeren voor de depolitisering van omringende landen, het Saoedische geld als voornaamste reden noemen voor het succes van de politieke islam, dan kopen we ons voor een zacht prijsje vrij van alle schuld aan wat er mis met de huidige Arabisch-islamitische samenlevingen en hoeven we geen tijd te besteden aan pijnlijk zelfonderzoek.

    Het brede religieuze reveil en de daaropvolgende strijd om culturele en sociale hegemonie die de islamisten met overige politieke krachten uitvochten, staan los van Saoedi-Arabië. Want dat stelde In de negentiende eeuw, toen deze strijd grotendeels zijn beslag kreeg, nog bitter weinig voor. De islamitische heropleving voltrok zich in Caïro, Damascus, Tripoli, Libanon. Het wahabisme – de religieuze doctrine van Saoedi-Arabië – is dan alleen nog een primitief en aan de rand van de islamitische wereld werkzaam onderdeel van deze heropleving.

    Riyad, de hoofdstad van Saoedie-Arabië, was een eeuw geleden  nog een door woestijn ingesloten vorstendom. – © Wikimedia
    Riyad, de hoofdstad van Saoedie-Arabië, was een eeuw geleden nog een door woestijn ingesloten vorstendom. – © Wikimedia

    In de negentiende eeuw waren noch de Syrisch-Egyptische salafisten en hun volgelingen in de Maghreb en op het Indiase subcontinent, noch de politieke activisten van de Moslimbroederschap (in 1928 in Egypte opgericht) Riyad ook maar een beetje schatplichtig. Het pad was al lang en breed door anderen geëffend toen de Saoedi’s in de jaren tachtig op financieel, cultureel en diplomatiek gebied wat in de melk te brokkelen kregen. De Saoedische en Qatarese financiële steun aan conservatieve sociale bewegingen was welkom, maar de sterke invloed van de islamisten op de islamitische wereld bestond al, en dus veranderde er weinig. Als er van Saoedisch succes sprake is, dan komt dat door een reeds aanwezige rot in de landen die het koninkrijk probeert te beïnvloeden. Een diepe rot. Ja, onze samenlevingen zijn gecorrumpeerd door Saoedisch geld: niet alleen omdat ze corrumpeerbaar waren, ze waren reeds gecorrumpeerd. Conservatisme is een lokaal verschijnsel. Riyad bood alleen een helpende hand. Lang is Saoedi-Arabië gezien als de gewapende en rechtschapen arm van de islam tegen liberale of communistische machinaties. Nu vervult het een andere rol: dat van vijgenblad voor onze eigen ondeugden.

    Auteur: Omar Saghi
    Vertaler: Carl Stellweg

    TelQuel
    Marokko | weekblad | oplage 20.000

    Franstalig tijdschrift dat zich onderscheidt van zijn concurrenten door ruim baan te geven aan taboeonderwerpen als seksualiteit en door afstand te nemen van partijpolitiek.

  • In Tunesië dreigt 
een opstand der dorstigen

    In Tunesië dreigt 
een opstand der dorstigen

    Watertekorten leiden tot oplopende spanningen in Tunesië. Als de regering geen maatregelen neemt, kan het uit de hand lopen, waarschuwen deskundigen.

    Inwoners van Fernana – een stadje in het noordwesten van Tunesië – verzamelden zich op 12 september bij het pompstation dat water levert aan Tunis. Ze dreigden de toevoer naar de hoofdstad af te snijden. Veiligheidstroepen moesten in actie komen om dit te verhinderen. Aanleiding voor het incident was de dood van Wissem Nasri, een café-eigenaar die zich voor het gemeentehuis in brand had gestoken na ruzie met een hoge ambtenaar die hem geen toestemming wilde geven om zijn klanten waterpijpen aan te bieden.

    De zelfmoord doet onherroepelijk denken aan die van Mohamed Bouazizi in Sidi Bouzid, de fruithandelaar wiens wanhoopsdaad de Tunesische revolutie in december 2010 inluidde, waarop een keten van Arabische opstanden volgde. De jongste zelfverbranding leidde tot stakingen en betogingen in Fernana. In een tv-reportage in september hekelde een inwoner de marginalisering van 
zijn stad. Een marginalisering die vooral uit het watergebrek blijkt, want dat 
zou er helemaal niet moeten zijn: 
het gebied rond Fernana kent juist 
de hoogste regenval van het land en voorziet noordelijk Tunesië grotendeels van drinkwater.

    Een dode kameel in de Tunesische woestijn, vlak bij de grens met Libië. – © HH
    Een dode kameel in de Tunesische woestijn, vlak bij de grens met Libië. – © HH

    Storingen in de watervoorziening hebben sinds begin juli in Tunesië 
tot woede en protesten geleid. Een ‘opstand van dorstigen’ dreigde zelfs, aldus het Tunesische civiele waterobservatorium Watchwater. Vergeleken met 2015 kampt Tunesië met een neerslagtekort van 28 procent, verklaarde voormalige minister van Landbouw Saad Seddik in juli (hij werd een maand later vervangen). Hierdoor waren de stuwmeren in het noorden van het land niet naar behoren gevuld. De Tunesiërs leefden ‘onder de waterarmoedegrens’, stelde de bewindsman voorts. Volgens de VN ligt die grens op 1000 kubieke meter per persoon. In Tunesië is op dit moment slechts 460 kubieke meter per persoon beschikbaar.

    Watchwater wees erop dat de nieuwe Tunesische grondwet het recht op water waarborgt. De organisatie was van mening dat Sonede (het nationale waterbedrijf) en de minister van Landbouw zich voor het parlement moesten verantwoorden. Het was vergeefse moeite. Volgens Ala Marzougui van Watchwater lijden alle Tunesische regio’s onder storingen, zelfs in de winter. ‘Misschien dat er nu meer 
aandacht is van de media omdat 
deze zomer ook toeristische plaatsen werden getroffen.’

    De overheid blijft in gebreke, zo meent Larbi Bouguerra, auteur van het boek Water Under Threat. ‘Het is alom bekend dat de regenval onregelmatig is in het Middellandse Zeegebied en er droogteperiodes van vijf tot zes jaar optreden. En toch is er niets gedaan om het probleem aan te pakken. Er is niet geanticipeerd. Wel wordt er in Tunesië water verspild, omdat we niet langer traditionele methoden gebruiken zoals opvang van regenwater in tanks. De regimes van de voormalige presidenten Bourguiba en Ben Ali richtten zich vooral op de kust. Ze voerden al het water uit het noorden van Tunesië af naar de Sahel en de toeristische steden.’

    Recht op water

    De Tunesische revolutie begon in gebieden waar de watervoorziening het slechtst was, zo schreef Bouguerra in 2015 in een reeks artikelen over water en de Arabische Lente. Marzougui voegt daaraan toe: ‘De regio’s die het zwaarst zijn getroffen door watertekorten – Gafsa, Jendouba, Kasserine, Sidi Bouzid en Kairouan – gaan ook het meest gebukt onder marginalisering, werkloosheid, gebrek aan infrastructuur en toegang tot de gezondheidszorg.’

    Tunesië zal in 2040 een van de ernstigst door watertekort bedreigde landen ter wereld zijn, voorspelt het World Resources Institute. Waterschaarste is een ‘ontwikkelingsuitdaging’ voor Tunesië, zo meldde de Wereldbank in 2014, vanwege complicerende factoren als klimaatverandering, verstedelijking en de groeiende vraag vanuit industrie en landbouw.

    ‘Er is zeker sprake van overexploitatie en watervervuiling,’ aldus Habib Ayeb, een Tunesische geograaf die als onderzoeker en hoofddocent werkzaam is aan de Universiteit van Parijs VIII. ‘Het allerbelangrijkste is het recht op water. Het is een kwestie van ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Het echte probleem is voor mij: wie heeft recht op water en waarvoor wordt het gebruikt?’

    ‘Als we ervan uitgaan dat de laatste revolutie voortkwam uit sociale nood, dan kan water een nieuwe opstand ontketenen’

    In 2013, toen de grondwet werd opgesteld die een jaar later in werking trad, was Ayeb een van degenen die erop aandrongen het recht op water juridisch afdwingbaar te maken, ‘waardoor mensen die niet zijn aangesloten op schoon water juridische stappen tegen de staat kunnen ondernemen en financiële compensatie kunnen krijgen’. 
Het voorstel werd niet aangenomen.

    Ayeb benadrukt dat hij niet in de toekomst kan kijken. Hij zegt ook: ‘Als we ervan uitgaan dat de laatste revolutie voortkwam uit sociale nood, dan kan water een nieuwe opstand ontketenen. Tijdens de dictatuur waren er al storingen in de watervoorziening, maar niemand sprak erover. Zolang ons waterbeheermodel niet verandert, denk ik niet dat het probleem verdwijnt.’

    Auteur: Perrine Massy

    Al-Monitor
    Verenigde Staten | website | al-monitor.com

    Website die is opgericht door Jamal Daniel en zijn basis heeft in Washington D.C. Nieuws en analyses uit het Midden-Oosten in zowel eigenhandige als vertaalde artikelen. Werkt samen met de grootste nieuwsorganisaties in het Midden-Oosten.