Tag: WOI

  • 4. Ook Israël eert omstreden figuren

    4. Ook Israël eert omstreden figuren

    Standbeelden kent Israël nauwelijks, maar verschillende straten, parken en monumenten dragen de naam van rechtsextremisten, stelt de krant Haaretz spijtig vast.

    Ook al ontbreekt het Israël niet aan controversiële figuren, ons land kent nog geen conflicten zoals die in de Verenigde Staten zijn uitgebroken rond de standbeelden van geconfedereerden. Dat komt vooral doordat het standbeeld in de Israëlische cultuur maar een marginale rol speelt. Dat wil niet zeggen dat degenen die hun stempel op ons land hebben gedrukt niet op waarde worden geschat, gezien het aantal scholen, ziekenhuizen, snelwegen, bruggen, parken, openbare plekken, militaire bases en, uiteraard, straten die hun naam dragen.

    Net als in de Verenigde Staten worden enkele ronduit omstreden figuren in de openbare ruimte geëerd. Meir Kahane, de van oorsprong Amerikaanse racistische rabbijn wiens partij door Israël verboden werd, heeft zijn naam aan een straat in de stad Or Akiva gegeven, evenals aan een park in de zionistisch-Joodse nederzetting Kiryat Arba op de Westelijke Jordaanoever. In dit park vind je ook het graf van een andere beruchte figuur, Baruch Goldstein, de Amerikaans-Joodse arts die negenentwintig Palestijnen vermoordde die aan het bidden waren in Tombe van de patriarchen in Hebron. Ook al is het geen officieel monument, het graf van Goldstein is een bedevaartsplek geworden voor extreemrechtse militanten.

    Rehavam Zeevi, voormalig generaal, minister van Toerisme en leider van een extreemrechtse partij die de uitzetting van alle Palestijnen voorstond, heeft zijn naam gegeven aan een brug, een autosnelweg, verscheidene monumenten, een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever en talrijke Israëlische straten. Toen hij in 2001 door een Palestijns commando werd vermoord op het hoogtepunt van de tweede intifada, was Zeevi niet alleen omstreden vanwege zijn politieke standpunten, maar ook vanwege talrijke beschuldigingen van verkrachting. Enkele maanden geleden heeft de regering-Netanyahu onder druk van belangrijke veteranen en president Rivlin (Likoed) moeten afzien van haar plan om een monument ter nagedachtenis aan de Onafhankelijkheidsoorlog naar Zeevi te vernoemen.

    Minister van Binnenlandse Zaken Arie Deri gaf de stad 48 uur om de borden te verwijderen. Wat onmiddellijk gebeurde

    In maart werd bekend dat de Arabisch-Israëlische stad Jatt in Galilei al meer dan tien jaar geleden een straat naar Yasser Arafat had vernoemd, die door veel Israëliërs als het archetype wordt beschouwd van de terrorist die de Joodse staat van de kaart wil vegen. Minister van Binnenlandse Zaken Arie Deri gaf de stad 48 uur om de borden te verwijderen. Wat onmiddellijk gebeurde.

    Toch is Arie Deri volgens Maoz Azaryahou, geograaf aan de Universiteit van Haifa en gespecialiseerd in toponymisch beleid, buiten zijn boekje gegaan. ‘In Israël zijn, net als in de Verenigde Staten, alleen de plaatselijke autoriteiten bevoegd op dit gebied.’ Vandaar dat een nederzetting als Kiryat Arba de nagedachtenis aan zo’n controversiële figuur als Meir Kahane heeft kunnen eren zonder door de regering op het matje te zijn geroepen. En vandaar dat de Arabische stad Kafr Manda in Galilei een openbare plek naar Gamal Abdel Nasser heeft kunnen vernoemen, de voormalige Egyptische president die een van de geduchtste vijanden van Israël was.

    Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de Israëlische gemeenten herdenkingsmonumenten begonnen op te richten, werd duidelijk verordonneerd dat de kunstenaars de Joodse traditie moesten respecteren en niemand mochten beledigen. Volgens professor Azaryahou ‘was dat een manier om het maken van figuratieve beelden te ontmoedigen, wat verklaart waarom de meeste Israëlische gedenktekens in de openbare ruimte abstract zijn’.

    Naar de racistische rabbijn Meir Kahane, hier omringd door fans, zijn een straat en een park vernoemd. – © David Rubinger / The LIFE Images Collection / Getty Images
    Naar de racistische rabbijn Meir Kahane, hier omringd door fans, zijn een straat en een park vernoemd. – © David Rubinger / The LIFE Images Collection / Getty Images

    Toch vind je hier en daar in het Israëlische landschap standbeelden. Een van de bekendste staat in de kibboets Yad Mordechai en is een levensgrote afbeelding van Mordechai Anielewicz, de leider van de opstand in het getto van Warschau. In Tel Aviv staat bij het Gedenkteken van de Onafhankelijkheid een standbeeld te paard van Meir Dizengoff, de eerste burgemeester van de stad. Het grootste plein van Tel Aviv, vroeger ‘het Plein van de koningen van Israël’ geheten, waar in november 1995 de aanslag op premier Yitzhak Rabin plaatsvond, is omgedoopt tot het Yitzhak Rabinplein en voorzien van een borstbeeld van hem. Op de internationale luchthaven Ben-Gurion in de voorstad Lod, ten slotte, zijn borstbeelden te vinden van David Ben-Gurion en Yitzhak Rabin.

    Azaryahou noemt het enige geval waarin een standbeeld is verwijderd voordat Israël een onafhankelijke staat werd. ‘In de jaren dertig van de vorige eeuw, tijdens de grote opstand tegen de Engelsen, haalden de Arabieren in Beër Sjeva een standbeeld neer van Edmund Allenby.’ Dat is de Engelse generaal die een eind had gemaakt aan het Ottomaanse regime tijdens de Eerste Wereldoorlog.

    Uitzondering

    Na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 werden veel straten die de naam van Britse persoonlijkheden droegen omgedoopt, met uitzondering van de Allenbystraat in Tel Aviv. ‘Maar in Haifa en Jeruzalem sloeg dat niet aan, en de twee steden hebben nog steeds een King George Avenue,’ zegt professor Azaryahou. ‘In Tel Aviv werd zelfs een inscriptie toegevoegd die eraan herinnert dat koning George V koning van Engeland was ten tijde van de Balfour-verklaring, een manier om een zionistisch tintje te geven aan deze toponymie die geërfd is van het Britse mandaat.’ En met reden. De Balfour-verklaring is het document dat in 1917 de steun van Groot-Brittannië bekrachtigde aan de vestiging van een ‘Joods nationaal tehuis’ in Palestina.

    Al zijn de plaatselijke autoriteiten in Israël als enige bevoegd om straatnamen te kiezen, er is één uitzondering, onderstreept Azaryahou. ‘Het is ze verboden een straat om te dopen die de naam van een volksheld draagt.’ Dat heeft de gemeente Bnei Brak, een ultraorthodoxe stad ten oosten van Tel Aviv, er niet van weerhouden de Herzlstraat, vernoemd naar de stichter van de zionistische beweging, de naam van rabbijn Eliezer Schach te geven, de geestelijk leider van de ultraorthodoxen van Israël en de diaspora. ‘Ze hebben een subtiele manier gevonden om het verbod te omzeilen en de naam “Herzl” voor een deel van de straat laten bestaan.’

    Auteur: Judy Maltz
    Vertaler: Peter Bergsma

    Haaretz
    Israël | dagblad | oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.