Tag: woke

  • Moeten we bang zijn voor ‘woke’ AI?

    Moeten we bang zijn voor ‘woke’ AI?

    Het nieuwste orakel in de kunstmatige-intelligentierace, Gemini, blijkt nogal wat eigenaardigheden te bevatten in het genereren van goed gelijkende beelden. Hoe moeten we het wokisme van deze ‘waarheidsmachine’ duiden?

    Stel je een kort verhaal voor uit de bloeitijd van de sciencefiction, een verhaal dat in 1956 in een boulevardblad zou verschijnen. De titel is ‘De waarheidsmachine’ en de auteur voorziet een toekomst waarin computers, van die kolossen die tot aan het plafond reiken, krachtig genoeg worden om mensen antwoord te geven op elke vraag die er te stellen valt, van de hoofdstad van Bolivia tot de beste manier om een biefstuk te marineren.

    Hoe zou zo’n verhaal aflopen? Ongetwijfeld met de onthulling van een geheime agenda achter de belofte van allesomvattende kennis. Zoals dat er misschien een nog slimmere en creatievere machine is, de Waarheidsmachine 2.0, waarop iedereen zijn zinnen heeft gezet. Waarna een groep andersdenkenden erachter komt dat versie 2.0 fanatiek en krankzinnig is, dat de machine de mens voorbereidt op een totalitaire hersenspoeling of onvrijwillige uitsterving.

    Gebruikers meldden dat ze wel plaatjes van Vladimir Lenin mochten zien maar niet van Adolf Hitler

    Dit hersenspinsel is geïnspireerd op onze werkelijke versie van de Waarheidsmachine, het orakel Google, dat kortgeleden Gemini heeft gelanceerd als de nieuwste deelnemer aan de kunstmatige-intelligentierace. Het duurde niet lang voordat gebruikers bepaalde, nou ja, eigenaardigheden aan Gemini ontdekten. De opvallendste was dat het model moeite had om goed gelijkende beelden te genereren van Vikingen, oude Romeinen, willekeurige Duitse echtparen van rond 1820 en verschillende andere demografische types met een doorgaans wat blekere teint.

    Het probleem was misschien enkel dat het beeldmateriaal van de AI op raciale diversiteit was geprogrammeerd en dat de historische weergave daarvan op de een of andere manier (aldus Google zelf) haar doel voorbij was geschoten, met als gevolg dat een verzoek om een afbeelding van een Duitse soldaat anno 1943 Afrikaanse en Aziatische types in Werhrmachtsuniform opleverde. Maar door de manier waarop Gemini vragen beantwoordde, leek de niet-witte oriëntatie eerder te worden ingegeven door het wereldbeeld dat eraan ten grondslag lag. Gebruikers meldden dat hun de les werd gelezen over ‘schadelijke stereotypen’ wanneer ze om een afbeelding van Norman Rockwell vroegen, dat ze te horen kregen dat ze wel plaatjes van Vladimir Lenin mochten zien maar niet van Adolf Hitler, en dat ze nul op het rekest kregen als ze vroegen om afbeeldingen van groepen die als wit werden aangemerkt.

    Woke AI

    De Amerikaanse schrijver en statisticus Nate Silver meldde dat hij antwoorden kreeg die ‘uit de politieke koker van het gemiddelde gemeenteraadslid van San Francisco leken te komen’. Journalist Timothy Carey van Washington Examiner ontdekte dat Gemini voorstander was van een kinderloos bestaan en tegen het hebben van een groot gezin; het voorzag om ethische redenen niet in een recept voor foie gras, maar wist wel te vertellen dat er aan kannibalisme veel verschillende kanten zaten.

    Dit soort resultaten als ‘woke AI’ bestempelen is geen belediging. Het is een technische beschrijving van wat ’s werelds toonaangevendste zoekmachine besloot prijs te geven.

    Op deze ervaring zijn drie reacties mogelijk. De eerste is de typisch conservatieve reactie, zo van: zie je nou wel? Hier krijgen we een kijkje achter de schermen, wordt ons onthuld wat de mensen die verantwoordelijk zijn voor ons dagelijkse informatiedieet werkelijk geloven, namelijk dat alles waaraan ook maar iets wits kleeft verdacht is, dat alles wat ook maar naar niet-westers zweemt bijzonder respect verdient en dat de geschiedenis teruggekoppeld en gedekoloniseerd moet worden om aan de hedendaagse behoeften te kunnen voldoen. Google maakte het in dit geval misschien wel heel erg bont, maar we mogen er gevoeglijk van uitgaan dat de volledige architectuur van het moderne internet door eenzelfde, zij het iets subtielere vooringenomenheid wordt gekenmerkt.

    Spot gedreven

    De tweede reactie is nonchalanter. Ja, Gemini ademt vermoedelijk de denkbeelden van sommige mensen die in Silicon Valley verantwoordelijk zijn voor ideologische correctheid. Maar we leven niet in een sciencefictionverhaal met maar één Waarheidsmachine. Als de zoekbalk van Google Gemini-achtige resultaten zou opleveren, zouden gebruikers die voor gezien houden. En op internet wordt overal buiten Google de spot met Gemini gedreven, vooral op een concurrerend platform dat wordt gerund door een miljardair die befaamd is om zijn afkeer van wokisme. We kunnen beter meespotten dan bang zijn voor woke AI – of nóg beter, ons net als zangeres Grimes, ooit de geliefde van voornoemde unwoke miljardair, verbazen over wat het gekwelde algoritme van Gemini voortbrengt en de resultaten beschouwen als een ‘meesterwerk van performancekunst’, als ‘stralend hoogtepunt van zakelijk surrealisme’.

    De derde reactie weegt de twee eerdere zienswijzen tegen elkaar af en stelt dat veel afhangt van de kant die AI volgens jou op zal gaan. Blijft het hele project een opgepimpt zoekmodel, een machine die middelmatige verhandelingen en talloos veel nutteloze uitweidingen voortbrengt, dan zal iedere poging om er een fanatieke ideologische agenda mee af te dwingen vermoedelijk onder alle drek worden bedolven.

    Hoe serieuzer je die zienswijze neemt, hoe minder vermakelijk de Gemini-ervaring wordt

    Maar die kant zal het volgens de makers van modellen als Gemini niet opgaan met hun werk. Zij zien zichzelf als de architecten van iets goddelijks, iets wat kan uitgroeien tot de perfecte Waarheidsmachine – die op vooralsnog onvoorstelbare manieren problemen oplost – dan wel tot onze leermeester en opvolger die al onze vragen overbodig maakt.

    Hoe serieuzer je die zienswijze neemt, hoe minder vermakelijk de Gemini-ervaring wordt. Wanneer je het vermogen om een chatbot te creëren in handen speelt van dwazen en mensen die je de regels willen voorschrijven, bega je als bedrijf een komische blunder. Wanneer je dwazen en mensen die je de regels willen voorschrijven de opdracht geeft een halfgod of een duivel te creëren, zal het waarschijnlijk net zo aflopen als in het gemiddelde sciencefictionverhaal: slecht voor iedereen. 

  • Davos 2022 maakte duidelijk dat de industriële elite niet klaar is voor ‘woke kapitalisme’

    Davos 2022 maakte duidelijk dat de industriële elite niet klaar is voor ‘woke kapitalisme’

    Op het World Economic Forum van mei 2022 in Davos kwamen rechtse populisten en sceptici uit de industriële sector in het geweer tegen een visie op zakendoen die verdergaat dan winst maken. Maar is de kentering nog tegen te houden?

    Het World Economic Forum (WEF) dat afgelopen mei [2022] plaatsvond in Davos had een triomf moeten worden voor gastheer Klaus Schwab. Bijna een halve eeuw nadat deze econoom in Zwitserland zijn eerste bijeenkomst organiseerde voor wereldleiders, CEO’s en financiers, leek zijn overtuiging dat bedrijven het algemeen belang moeten dienen te hebben gezegevierd over het oude idee dat bedrijven alleen maar bestaan om winst te maken voor hun aandeelhouders.

    In een boek dat tijdens het forum gratis verkrijgbaar was, verklaarden Schwab en zijn coauteur er zeker van te zijn dat het idee van ‘stakeholder-kapitalisme’, kapitalisme in dienst van alle belanghebbenden, eindelijk ‘gemeengoed was geworden’.

    Maar veel Davos-gangers leken daar minder zeker van, ook al liepen ze van het ene naar het andere panel dat toezeggingen deed om de CO2-uitstoot te verminderen en bezochten ze cocktailparty’s waar werd gelobbyd voor steun aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN. Het baarde hun steeds meer zorgen dat de grondbeginselen van het stakeholderkapitalisme – en de toenemende investeringen op het gebied van milieu, maatschappij en governance die daarmee gepaard gaan – onder vuur komen te liggen van populistische politici, tegenstanders uit de financiële sector en een ander soort activisten dan Schwab zich had voorgesteld.

    Elon Musk

    Elon Musk, misschien wel de meest prominente kapitalist van onze tijd, bestempelde de ESG-criteria voor duurzame beleggingen (milieu, maatschappij en governance) afgelopen mei als ‘zwendel’ nadat zijn bedrijf Tesla, baanbrekend producent van elektrische auto’s, was verwijderd uit de ESG-index van Standard and Poor’s (S&P). De scores van zulke indexen zijn afhankelijk van ‘hoe links een bedrijf is’, beweerde hij in een meme die op Twitter werd gedeeld.

    Tariq Fancy, in een vorig leven hoofd duurzaam beleggen van de Amerikaanse vermogensbeheerder BlackRock, noemt duurzaam beleggen nu ‘een gevaarlijke placebo’. Deze scepsis heeft overheden ertoe aangezet om strengere regels op te leggen. De Amerikaanse toezichthouder SEC stelt regels op om de ESG-referenties van beleggingsproducten kritisch door te lichten, en de ‘taxonomie voor duurzame financiering’ van de EU definieert inmiddels wat als groen geldt.

    ‘Ik werk hier al meer dan twee jaar aan en het voelde lange tijd alsof ik tegen de stroom in moest zwemmen’

    De conservatieve activisten die op jaarlijkse bijeenkomsten recordaantallen proteststemmen verzamelen, beijveren zich nu om de ESG-criteria en het stakeholderkapitalisme om te dopen tot iets wat holler, hypocrieter en zelfs schadelijker is: ‘woke kapitalisme’.

    Volgens Vivek Ramaswamy, een conservatieve ondernemer en auteur, is deze felle reactie veroorzaakt doordat de elite over de schreef is gegaan. Hij haalde deze maand meer dan 20 miljoen dollar op bij de libertaire techinvesteerder Peter Thiel en anderen om een anti-ESG-investeringsgroep te beginnen die volgens hem graag de olie- en gasaandelen zal kopen die grote vermogensbeheerders steeds meer mijden. ‘Ik werk hier al meer dan twee jaar aan en het voelde lange tijd alsof ik tegen de stroom in moest zwemmen,’ zegt hij. ‘Maar nu is het tij gekeerd.’

    Bekertje moraliteit

    Na de financiële crisis van 2008 werden de leiders van het bedrijfsleven en de financiële wereld gezien als ‘het tuig van de Amerikaanse richel’, zegt Ramaswamy, en hun wens om hun reputatie te herstellen viel samen met die van jongere werknemers om met hun werk een hoger doel te bereiken. ‘Bedrijven grepen die kans aan door ze naar Ben & Jerry’s te sturen, waar ze een bekertje ijs konden bestellen met een bekertje moraliteit erbij,’ zegt hij, verwijzend naar het merk van Unilever dat Black Lives Matter heeft gesteund en zich verzette tegen Israëlische nederzettingen in de Palestijnse gebieden. Het gevaar van dit soort activisme, zegt hij, is dat naarmate de stemmen uit het bedrijfsleven luider klinken, ‘een kleine elite daarvan gaat bepalen wat goed is voor de samenleving als geheel’. Volgens Ramaswamy gaat de bepalende culturele en politieke strijd van onze tijd niet tussen links en rechts, maar ‘tussen de kaste van managers en de moderne burger’. 

    Terwijl peilingen een scherpe daling laten zien van het Republikeinse vertrouwen in grote bedrijven, werken rechtse activisten aan het terugdraaien van veel veranderingen die zijn doorgevoerd onder de vlag van ESG en het stakeholderkapitalisme.

    De afgelopen twee maanden heeft een conservatieve belangengroep een rechtbank in Californië overgehaald om twee staatswetten tegen te houden die diversiteitsquota zouden hebben opgelegd aan raden van bestuur. Tijdens jaar-vergaderingen zijn tal van CEO’s, van Goldman Sachs tot Meta, door conservatieve aandeelhoudersgroepen onder druk gezet vanwege hun liefdadigheidsdonaties of gelijkheidsbeleid. Eén zo’n groep, het Free Enterprise Project, beweert het Amerikaanse bedrijfsleven te willen behoeden voor ‘de socialistische fundamenten van woke’.

    Sinds enkele jaren voelen CEO’s zich aangemoedigd door hun personeel en hun klanten (en door peilingen waaruit blijkt dat het bedrijfsleven meer vertrouwen geniet dan regeringen, non-profitorganisaties of media) om openbare standpunten in te nemen over onderwerpen die ze vroeger misschien hadden vermeden. Ook dit jaar kregen Davos-gangers van Edelman, een Amerikaans pr-bedrijf dat daar onderzoek naar doet, te horen dat de meeste mensen vinden dat CEO’s de verantwoordelijkheid hebben om zich uit te spreken over kwesties als klimaatverandering en discriminatie. Maar recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de calculus achter het innemen van het soort sociaal-liberale standpunten dat een kapitalist als ‘woke’ zou kunnen bestempelen, complexer is.

    Nadelen

    ‘Uit mijn onderzoek blijkt dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen,’ zegt Vanessa Burbano van de Columbia Business School in New York, die de reacties heeft bestudeerd van werknemers van bedrijven die zich uitspraken over de ‘wc-wetsvoorstellen’ van 2017, bedoeld om voor te schrijven van welke wc’s transgenders gebruik zouden moeten maken. Ze ontdekte dat CEO’s die een standpunt over de kwestie innamen werknemers die het niet met hen eens waren demotiveerden, terwijl werknemers die het wel met hen eens waren niet op een zinvolle manier werden gemotiveerd. 

    Sommige bedrijven lijken zulke risico’s al in te calculeren bij het nemen van beslissingen over hun politieke interventies. Swarnodeep Homroy, universitair hoofddocent finance aan de Rijksuniversiteit Groningen, ontdekte dat bedrijven in staten met een sterk gepolariseerd electoraat eerder geneigd waren om te stoppen met het doen van donaties aan Republikeinen die de verkiezingsoverwinning van Joe Biden in 2020 ontkenden. Ze waren minder geneigd om dit te doen als ze politieke risico’s liepen, zoals het verspelen van overheidscontracten. 

    In Davos zeiden Amerikaanse CEO’s dat ze pragmatische ‘probleemoplossers’ in het Congres wilden aanmoedigen, maar een van hen klaagde off the record dat hij momenteel niemand zag in het midden van een steeds sterker verdeeld politiek landschap.

    ‘Ik ben echt bang dat de ESG-criteria in een lippendienst zijn ontaard en dat het te veel een kwestie van afvinken is geworden’

    Die polarisatie zal er waarschijnlijk toe leiden dat meer CEO’s hun stem zullen laten horen bij de sociale geschillen die hun werknemers het meeste aan het hart gaan, zegt Vanessa Burbano. ‘Werknemers realiseren zich dat hun leiders voor een keuze staan over wat ze moeten zeggen en doen, en zijzelf kunnen daar mogelijk invloed op uitoefenen op een manier die vijf jaar geleden nog ondenkbaar was,’ zegt Burbano.

    Hoewel ze de motieven van hun critici wantrouwen, erkennen diverse voorstanders van duurzamere manieren van zakendoen de beperkingen van de ESG-criteria, die weliswaar ambitieus van opzet zijn, maar onduidelijk zijn omschreven.

    ‘Ik ben echt bang dat de ESG-criteria in een lippendienst zijn ontaard en dat het te veel een kwestie van afvinken is geworden,’ zegt lady Lynn Forester de Rothschild, wier Coalition for Inclusive Capitalism een invloedrijke groep op stakeholders gerichte CEO’s vertegenwoordigt.

    Bedrijven hebben geen andere keus dan milieuvriendelijker te worden

    Homroy op zijn beurt vermoedt dat bedrijven geen andere keus hebben dan milieuvriendelijker te worden, maar hij vreest ook dat ze steeds meer zullen terugschrikken voor een sociaal activisme dat hen kwetsbaar maakt voor aanvallen.

    De meeste Davos-gangers zijn nog steeds overtuigd van de commerciële kans die in elk geval door de ‘E’ in ESG wordt geboden, die van ‘environment’ oftewel ‘milieu’. De noodzaak om de overgang naar emissiearme technologieën te financieren is een aankondiging van wat McKinsey-consultants ‘de grootste herverdeling van kapitaal in de geschiedenis van de mensheid’ hebben genoemd. Sommigen geloven ook dat hun nieuwe sociale positionering zal helpen bij het aantrekken en vasthouden van talent.

    Vooralsnog, zegt Rothschild, zijn veel CEO’s vooral verbijsterd door de aanvallen op hun experimenten met een ander soort kapitalisme en weten ze niet wanneer ze opnieuw op de korrel zullen worden genomen. ‘Je weet nooit wanneer de piano op je hoofd zal vallen als je over straat loopt,’ zegt ze. En ook niet wie hem een zetje zal geven. 

    Lees ook:

  • Er is een derde manier om ‘woke’ te zijn

    Er is een derde manier om ‘woke’ te zijn

    We zouden ons meer zorgen moeten maken over economische en sociale structuren die leiden tot uitsluiting, dan over welke woorden je wel of niet mag gebruiken. Woke zou niet de cultuuroorlog van onze tijd moeten zijn.

    Wij, centrum-linkse liberalen, worden meestal niet gauw boos. Maar met het eindeloze debat over wat rechtse mensen ‘woke’ noemen ben ik helemaal klaar. In het gekibbel tussen rechts en de diverse identiteitsbewegingen komen liberalen nauwelijks aan bod. Wij moeten tussenbeide komen en tegen beide kanten schreeuwen: ‘Jullie hebben het allemaal mis! Luister naar ons!’

    Het debat over ‘wokeness’ is alleen al dwaas omdat niemand het erover eens is wat ‘woke’ nou eigenlijk betekent. De progressieve Amerikaanse schrijver James McAuley definieert het als ‘een verhoogd bewustzijn van rassenongelijkheid en sociale rechtvaardigheid’. De conservatieve Britse politicoloog Matthew Goodwin noemt het ‘de heiligverklaring van minderheden op raciaal, seksueel en gendergebied’. Het Democratische Amerikaanse Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez twitterde: ‘“Woke” is een term die experts tegenwoordig gebruiken als kleinerend eufemisme voor burgerrechten en rechtvaardigheid.’

    Derde weg

    Probleem nummer twee is dat de discussie van Amerikaanse makelij is, zoals zoveel debatten die op mondiale schaal worden gevoerd. En zoals alle hedendaagse Amerikaanse debatten is het tot in uitersten gepolariseerd. In algemenere zin kennen wij liberalen onze plaats op het Amerikaanse slagveld. We weten waar we staan tussen sociale rechtvaardigheid en de huidige Republikeinse Partij. In dat gevecht moet je nu eenmaal partij kiezen.

    Maar op het gebied van wokeness nemen wij liberalen een eigen positie in, noem het een ‘derde weg’. Soms zijn we het eens met strijders voor sociale rechtvaardigheid en soms met regelrechte conservatieven. (Alleen de trumpiaanse witte-identiteitsbeweging is op alle fronten fout.)

    Witte mannen moeten beseffen dat ze mogelijk alleen op een leidinggevende plek terecht zijn gekomen omdat ze witte mannen zijn

    Als liberaal sta ik achter de aanvallen van de zogeheten ‘wokesters’ op discriminatoire structuren. Witte mannen die vandaag de dag leidinggevende posities bekleden, moeten beseffen dat ze mogelijk alleen op die plek terecht zijn gekomen omdat ze witte mannen zijn. Onlangs gingen tijdens een Zoomgesprek twee succesvolle witte mannelijke vrienden tegen me tekeer over wokeness. De een klaagde dat vrouwen en zwarten in zijn vakgebied tegenwoordig moeiteloos opslag denken te krijgen, terwijl hij sinds de kostschool hard heeft moeten werken. Hij ziet zichzelf als slachtoffer. Ik denk dat hij woke moet worden waar het de werking van macht betreft. Nu verdienen anderen een kans.

    Wokesters

    Sociaal activisten hebben gelijk als ze vrouwen en minderheden een stem willen geven. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat oudere witte mannen vaak ‘woke’ roepen om hun eigen positie te beschermen. De wokesters hebben ook gelijk als ze standbeelden van racisten willen neerhalen. Dat is niet het ‘uitwissen van de geschiedenis’, maar het kiezen van andere mensen om te vereren.

    En als wokesters worden beschuldigd van het bevorderen van de ‘cancel-cultuur’, dan hebben ze gelijk als ze rechtse mensen hetzelfde verwijten. Een schooldistrict in Kansas heeft onlangs negentwintig boeken uit zijn bibliotheken verwijderd, onder meer van auteurs als Margaret Atwood en Toni Morrison. Een schoolbestuur in Virginia beval zijn bibliotheek ‘seksueel expliciete’ boeken te verwijderen – lees cancelen – en twee bestuursleden bepleitten een boekverbranding (het bevel werd later ingetrokken na een golf van kritiek).

    En dit zijn geen opzichzelfstaande incidenten of alleen maar voorbeelden van het ‘anekdotalisme’ dat het debat over wokeness vertekent. Van januari tot september 2021 zijn in de VS vierentwintig wetsvoorstellen ingediend om paal en perk te stellen aan wat opleidingsinstituten mogen onderwijzen over onderwerpen als racisme, gender en Amerikaanse geschiedenis, aldus non-profitorganisatie PEN America.

    Niemand verdient ‘emotionele bescherming’ tegen argumenten die hen niet bevallen

    Maar ik ben het eens met conservatieven als ze klagen over bepaalde strijders voor sociale rechtvaardigheid die de vrijheid van meningsuiting onderdrukken. Niemand verdient ‘emotionele bescherming’ tegen argumenten die hen niet bevallen. Het enige waartegen je beschermd moet worden is haatzaaien en bedreiging met geweld.

    Conservatieven hebben gelijk als ze zeggen dat witte mensen hetzelfde recht hebben om gehoord te worden als anderen. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat de witte arbeidersklasse vatbaar is voor discriminatie op grond van geografie, accent, kleding en religie. Ze hebben gelijk als ze klachten over ‘culturele toe-eigening’ verwerpen. Een witte zanger mag zich gerust door Afrikaanse muziek laten inspireren en een man mag gerust over een vrouw schrijven. En conservatieven hebben gelijk als ze zeggen dat onbewezen beschuldigingen nooit het einde van een carrière mogen betekenen. Zelfs standbeelden mogen alleen door verkozen organen worden neergehaald, niet door betogers.

    Een belangrijk liberaal standpunt is dat we mensen als individuele denkers beschouwen, niet als leden van identiteitsgroepen

    Een belangrijk liberaal standpunt is dat we mensen als individuele denkers beschouwen, niet als leden van identiteitsgroepen. Niemand wordt door zijn afkomst gedwongen om de regels te volgen die worden verstrekt door ‘leiders’ van hun zogenaamde genetisch bepaalde ‘gemeenschap’. Wanneer witte progressieven uitleggen wat de ‘Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap’ gelooft, wil ik vragen: ‘Behoren jullie tot de witte gemeenschap? Zo niet, waarom zou je zwarte mensen dan ook niet los zien van hun etniciteit?’

    Zwijgende meerderheid

    Dus wij liberalen moeten het debat op zijn kop zetten en alle anderen beledigen. Wij behoren waarschijnlijk tot de zwijgende meerderheid, zeker in het Verenigd Koninkrijk. We zouden tot de luidruchtige meerderheid moeten behoren.

    Wij zouden ernaar moeten streven het hele debat te marginaliseren. Woke zou niet de cultuuroorlog van onze tijd moeten zijn. De meeste levens worden er niet door bepaald. In Europa kom je het zelfs amper tegen, een enkele Britse universiteit daargelaten. We zouden ons meer zorgen moeten maken over discriminatoire economische en sociale structuren dan over lelijke woorden. Het is absurd dat sommige Amerikaanse universiteiten en media regels kennen tegen racistisch taalgebruik, terwijl er in het dagelijks leven een segregatie wordt getolereerd die niet onderdoet voor apartheid.

    Erik Bleich, verbonden aan Middlebury College in Vermont, zegt dat mensen twee eenvoudige ideeën in hun oren moeten knopen: vrijheid van meningsuiting is cruciaal. Begrijpen dat sommige mensen historisch in het nadeel zijn vanwege hun identiteit is ook cruciaal. Zo ingewikkeld is het niet.

  • Antiwoke-universiteit of noodzakelijke onderwijsvernieuwing?

    Antiwoke-universiteit of noodzakelijke onderwijsvernieuwing?

    De nieuwste universiteit van de VS was nog geen tien dagen oud of ze moest al in de verdediging. De instelling zou een uiterst rechts bastion zijn in plaats van een neutrale leerplek. Spraakmakende adviseurs van het eerste uur Steven Pinker en Robert Zimmer verlieten de raad van adviseurs, waar ze intellectuele steun gaven aan het idee van een op ‘vrij onderzoek’ gerichte plek.

    ‘We kunnen niet wachten tot universiteiten zichzelf herstellen. Dus beginnen we een nieuwe. Ik heb mijn positie als president van St. John’s College in Annapolis opgegeven om een universiteit in Austin te starten die is gewijd aan het onbevreesd nastreven van de waarheid.’ Zo kondigde Pano Kanelos op 8 november van dit jaar de oprichting aan van een splinternieuwe universiteit in Amerika, de ‘UATX’, University of Austin, Texas.

    Over de noodzaak voor deze nieuwe universiteit schreef hij: ‘Kunnen we echt beweren dat het nastreven van de waarheid – ooit het centrale doel van de universiteit – nog steeds de hoogste deugd is? Geloven we oprecht dat de cruciale middelen daarvoor, vrijheid van onderzoek en een open discours, nog de overhand hebben terwijl illiberalisme een alomtegenwoordig kenmerk van het universitair klimaat is geworden?’

    ‘Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden’

    ‘De realiteit is dat veel universiteiten niet langer worden aangespoord een omgeving te creëren waarin intellectuele afwijkende meningen worden beschermd en modieuze meningen scherp worden bevraagd. Onze meest prestigieuze scholen dienen vooral als eindopleiding voor de aankomende nationale en mondiale elite. Te midden van baksteen en klimop houden deze studenten zich met steeds ontoegankelijkere theorieën bezig.’

    En dat is een groot probleem, aldus Kanelos. ‘Niet alleen worden studenten als individuen hiermee benadeeld; we laten de natie in de steek. Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden.‘

    ‘Universiteiten zijn plekken waar de samenleving denkt, waar de gewoonten en zeden van onze burgers worden gevormd. Als deze instellingen niet open en pluralistisch zijn, als ze uitspraken beperken en degenen met onpopulaire standpunten verbannen, als ze wetenschappers ertoe brengen complete onderwerpen te mijden uit angst, als ze voorrang geven aan emotionele troost boven het vaak ongemakkelijke streven naar de waarheid, wie is er dan nog over om het discours vorm te geven dat nodig is om vrijheid in een zelfsturende samenleving in stand te houden?’

    Ayaan Hirsi Ali

    Kanelos introduceerde een lijst met namen van docenten, betrokkenen en adviseurs. De rechtse tot uiterst rechtse signatuur die hieruit naar voren kwam, leidde in de Amerikaanse universitaire en journalistieke wereld tot opgetrokken wenkbrauwen.

    ‘Ons project begon met een kleine bijeenkomst van degenen die zich zorgen maakten over de staat van het hoger onderwijs’, schreef Kanelos. ‘Niall Ferguson, Bari Weiss, Heather Heying, Joe Lonsdale, Arthur Brooks en ik, en sindsdien hebben ook vele anderen zich aangesloten, zoals de dappere professoren Kathleen Stock, Dorian Abt en Peter Boghossian. Maar ook universiteitsvoorzitters: Robert Zimmer, Larry Summers, John Nunes en Gordon Gee, en vooraanstaande academici, zoals Steven Pinker, Deirdre McCloskey, Leon Kass, Jonathan Haidt, Glenn Loury, Joshua Katz, Vickie Sullivan, Geoffrey Stone, Bill McClay en Tyler Cowen.

    We worden ook vergezeld door journalisten, kunstenaars, filantropen, onderzoekers en publieke intellectuelen, waaronder Lex Fridman, Andrew Sullivan, Rob Henderson, Caitlin Flanagan, David Mamet, Ayaan Hirsi Ali, Sohrab Ahmari, Stacy Hock, Jonathan Rauch en Nadine Strossen.

    Aan die politieke diversiteit van de nieuwe universiteit wordt ernstig getwijfeld

    Wij zijn een toegewijd team dat met de dag groeit. Onze achtergronden en ervaringen zijn divers; onze politieke opvattingen verschillen.’

    En precies over dat laatste ontstond een polemiek in de pers en de universitaire wereld, want aan die politieke diversiteit wordt ernstig getwijfeld.

    Zo schreef columnist Will Bunch in The Philadelphia Inquirer: ‘De echte reden voor het creëren van hun nieuwe bastion van hoger onderwijs is “wokeness”, waarvan zij beweren dat die het intellectuele debat verstikt. Volgens een van de bondgenoten, de conservatieve Ayaan Hirsi Ali: “Ons onderwijssysteem faalt: in plaats van een plek om te leren, zijn universiteiten getransformeerd in plekken van angst”, waarbij ze verwijst naar wat ze beschrijft als obsessies met “micro-agressies” rond huidskleur, geslacht of seksualiteit, de zogenaamde “cancelcultuur”, of het gebruik van de juiste voornaamwoorden.’

    ‘Zeker’, schrijft Bunch, ‘er zijn serieuze problemen rond vrijheid van meningsuiting op de campussen, maar dat ligt veel genuanceerder en gecompliceerder dan ze doen voorkomen. Ze zouden eens een paar dagen op een echte universiteit moeten doorbrengen, in plaats van alleen maar te lezen over de selectieve Breitbart/Fox News-“campus snowflake”-verontwaardiging van de dag.‘

    Onafhankelijkheid

    Voor Politico ging Derek Robertson verder op de zaak in met het artikel ‘Het is de university of Austin tegen iedereen – inclusief zichzelf’. Hij plaatst vraagtekens bij de neutraliteit en onafhankelijkheid die de nieuwe universiteit zegt na te streven.

    ‘Toen UATX begin november werd gelanceerd‘, aldus Robertson, ‘zei oprichter Pano Kanelos, dat “de betekenis van oldskool motto’s terug zouden keren. Licht. Waarheid. De wind van vrijheid” tegenover “universiteiten die er buitengewoon goed in zijn om studenten alles te bieden wat ze nodig hebben… behalve intellectuele durf”. Het was zowel een uitleg van zijn missie als een impliciete kritiek: de University of Austin zal “fel onafhankelijk” zijn, in tegenstelling tot het academische establishment dat hopeloos gevangen wordt gehouden door progressieve, censurerende ideologen.

    De oprichtingsaankondiging ging gepaard met klinkende namen om het project intellectuele glans te geven, zoals historicus Niall Ferguson van de Hoover Institution in Stanford – een van de oprichters van UATX – en voorts voormalig minister van Financiën en voormalig Harvard-voorzitter Larry Summers en econoom Tyler Cowen.

    Steven Pinker van Harvard zwijgt over waarom hij zijn deelname aan UATX heeft beëindigd, maar Robert Zimmer van de Universiteit van Chicago was er duidelijk over: hij is absoluut voor vrije meningsuiting, maar staat niet achter de directe aanval op het bestaande hoger onderwijs. In een verklaring zegt hij dat “de nieuwe universiteit een aantal uitspraken deed over het hoger onderwijs in het algemeen, het merendeel behoorlijk kritisch, die heel sterk afwijken van mijn eigen opvattingen”.

    ‘Het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek’

    Gordon Gee, president van de West Virginia University, een andere adviseur, blijft wel betrokken, maar was nog directer: “Ik ben het er niet mee eens dat andere universiteiten niet langer de waarheid zouden zoeken en ik heb ook niet het gevoel dat het hoger onderwijs onherstelbaar beschadigd is.”

    Al deze onenigheid weerspiegelt de ongemakkelijke tegenstelling in het hart van het ambitieuze project: ondanks de claim van onafhankelijkheid van de University of Austin in het politieke mijnenveld dat hoger onderwijs in 2021 is, is het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek op zich.

    Kanelos, de voormalige president van het St. John’s College, kondigde de lancering aan via de Substack-nieuwsbrief van Bari Weiss, een medeoprichter die geen academicus is, maar een journalist gespecialiseerd in het prikken in de liberale consensus. Medeoprichter en trustee Joe Lonsdale, tevens met Peter Thiel medeoprichter van het data-analysebedrijf Palantir, verdedigde het project in de conservatieve New York Post, en Ferguson schreef zuur bij Bloomberg dat ‘academische vrijheid sterft in wokeness’.

    De expliciet uitgesproken ideologische toewijding van de University of Austin is gericht op een pluralistische, klassiek liberale vrijheid van meningsuiting. Maar, zoals Zimmer en anderen hebben opgemerkt, berust het project van de universiteit in haar huidige vorm op een inherent politieke kritiek op bestaande instellingen. Voor een intellectueel vehikel dat zo toegewijd is aan diversiteit van denken dat het niet eens zou kunnen bestaan ​​in het huidige academische landschap, vormen de erbij aangesloten denkers zelf bijna een monocultuur: het zijn bijna allemaal iconen van hetzelfde confronterende, niet-vooruitstrevende liberale rationalisme.’

    Morele superioriteit

    ‘Het claimen van een open blik en van meritocratische, rationele vrijheid van ideologische dogma’s, is in de Amerikaanse politiek hetzelfde als morele superioriteit claimen’, vervolgt Robertson zijn artikel. ‘Door precies dat te doen, heeft UATX ongewild de kritiek bevestigd van de meeste linkse cultuurcritici die luidkeels opperen dat waarheid of objectiviteit niet bestaat. Op basis van haar huidige intellectuele kliek lijkt de zelfverklaarde “onafhankelijkheid” van UATX veel op een poging de dominantie van de eigen waarden van haar betrokkenen opnieuw te onderstrepen.

    Je hoeft je niet volledig over te geven aan relativisme om te erkennen dat morele superioriteit meer een doel of aspiratie is dan een toestand die je ooit echt kunt bereiken. Wanneer conservatieve figuren zoals senatoren Ted Cruz of Josh Hawley roepen dat Amerikaanse instellingen ideologisch gevangen zijn genomen en moeten terugkeren naar een of ander Eden-achtig, pre-woke ideaal, of wanneer progressieve opiniemakers zoals Nikole Hannah-Jones een objectieve feitelijke basis denken te kunnen claimen voor een project dat fundamenteel ideologisch is, dan verdraaien ze idealen voor hun eigen politieke doeleinden. Dat alles maakt deel uit van de slingerbeweging van het Amerikaanse intellectuele leven. Maar door te beweren daar buiten te staan, leggen UATX en zijn pleitbezorgers de lat onmogelijk hoog voor hun project.

    ‘Wat het project het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn’

    Dat wil niet zeggen dat de structurele of ideologische kritiek op de academische wereld inherent verkeerd is; het zal moeilijk zijn om iemand te vinden (die geen goedbetaalde universiteitsbestuurder is) die zal beweren dat het huidige systeem perfect werkt. Maar de lancering van UATX, en de luidruchtige reacties die daarop volgden, kunnen worden gezien als een waarschuwing over de notie van objectiviteit in het moderne Amerikaanse intellectuele leven; over hoe verleidelijk het is aanspraak te maken op neutraliteit, en hoe een krachtig maar gevaarlijk gereedschap dat is geworden in de gereedschapskist van de cultuuroorlog.

    Ook al zijn de oprichtingsadviseurs van de universiteit uniform in hun oppositie tegen een bepaald soort progressieve retoriek, het is wel een beetje een lastig te plaatsen club. Tegenover alle gal die Ferguson verzamelde in zijn Bloomberg-opiniestuk, is er de omzichtigheid van iemand als Cowen; tegenover de zwaarwichtigheid van eikenhouten lambriseringen die een figuur als Gordon Gee omgeeft, is er het blotevuistengepolemiseer van Andrew Sullivan. Dan heb je nog een toneelschrijver, Trump-aanhanger David Mamet, en een geofysicus; Dorian Abbot, die meeschreef aan een opiniestuk waarin positieve discriminatie wordt bekritiseerd en wiens uitnodiging voor een prestigieuze MIT-lezing vervolgens werd afgezegd.

    Wat het project echter het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn, namelijk iedereen van progressief links waarvan ze geloven dat die vrijheid van meningsuiting in de academische wereld zouden bedreigen. In een e-mail zei woordvoerder Hillel Ofek dat UATX ”geen enkele politieke of ideologische toegangstest zal doen. Wij zijn van mening dat het een fundamenteel onderdeel is van liberaal onderwijs om rigoureus om te gaan met radicaal alternatieve opvattingen en ideeën, inclusief die welke de vrijheid van meningsuiting in twijfel trekken. We zouden zeker iemand verwelkomen die een criticus is van de vrijheid van meningsuiting van links of rechts, zolang ze zich aan onze universitaire principes van open onderzoek en open en eerlijk debat houden.”’

    Vehikel tegen ‘wokeness’

    ‘Maar wat verklaart dan de rechtse signatuur van al die adviseurs van het eerste uur?’ vraagt Robertson zich af. ‘De meest barmhartige opmerking van critici zou kunnen zijn dat de oprichters van de universiteit progressieve censuur vrezen als een te grote bedreiging of belemmering (zie: Karl Poppers “paradox van tolerantie”). Maar, om Ockhams scheermes te gebruiken: het is veel gemakkelijker voor te stellen dat niemand ter linkerzijde, zeker niet in de moordende wereld van het hoger onderwijs waar reputatie goud waard is, bereid is om zich aan te melden voor een project dat door vakgenoten onvermijdelijk zal worden afgedaan als reactionair.

    “Ik betwijfel of iemand die, bij gebrek aan een betere terminologie, ‘progressief’ is, de kans zou verwelkomen om deel uit te maken van de raad van adviseurs”, denkt ook Nadine Strossen, professor aan de New York Law School en voormalig president van burgerrechtenorganisatie ACLU, die gelooft dat robuuste bescherming van de vrijheid van meningsuiting van het grootste belang is, niet alleen voor de bloei van het liberalisme, maar ook voor raciale rechtvaardigheid op zich.

    Strossen, een UATX-adviseur, zegt lange gesprekken te hebben gevoerd met universiteitsvoorzitter Pano Kanelos. “Ik twijfel er absoluut niet aan dat hij advies zou verwelkomen van iemand die zich uitspreekt en kritisch zou zijn over alles, inclusief de fundamentele missie.”

    En er is inderdaad iemand die de fundamentele missie van vrij onderzoek wil bekritiseren. Maar dat is geen criticus van links; het is Sohrab Ahmari, de aartsconservatieve katholiek die zichzelf omschreef als “postliberaal”. In een essay voor The American Conservative schreef Ahmari dat UATX het vooruitzicht verwelkomde van een traditionalistische interne dissident aan de tafel. “Ik denk dat het gewoon tijd wordt dat wij orthodoxe gelovigen de honneurs moeten gunnen aan liberale instellingen en onze aanwezigheid moeten gebruiken als een test van hun liberalisme, op grond van hun eigen principes.”

    Goedkeuring van iemand als Ahmari – bewonderaar van Viktor Orbans “illiberale democratie”, die ooit schreef dat conservatieve christenen “moeten proberen de waarden van beleefdheid en fatsoen te gebruiken om onze orde en orthodoxie af te dwingen, en nooit moeten doen alsof ze ooit neutraal kunnen zijn”  – is een vrij grimmig bewijs van de bewering van de school dat geen enkel idee te gevaarlijk is om niet ontgonnen te worden in de klas. Maar bij gebrek aan theoretische tegenhangers ter linkerzijde, maakt het van de universiteit ook een gemakkelijke schietschijf als niets meer dan een vehikel voor grieven tegen “wokeness”.’

    Neutraliteit

    ‘In 2018 schreef historicus David Greenberg voor Politico over “het einde van neutraliteit”, met het argument dat “als we niet kunnen vertrouwen op de regering en andere neutrale instanties om betrouwbare informatie te verstrekken en eerlijk te oordelen over verschillende standpunten, we het risico lopen een van de grootste deugden van onze democratie te verliezen, namelijk het vermogen om onze debatten vrij en controversieel te voeren, wetende dat de meesten van ons de uitkomsten uiteindelijk als legitiem zullen accepteren”’, schrijft Robertson tot slot.

    ‘Sommige grondleggers van de University of Austin proberen het type instelling te reconstrueren dat Greenberg beschrijft, maar dan wel naar hun eigen beeld, met alle inherente vooroordelen die dat met zich meebrengt, en met het uitgesproken streven om ze te bestrijden. En dat is uiteindelijk de reden waarom het project zoveel woede opwekt: in een wereld waar iedereen rationele en morele superioriteit claimt in dienst van hun ideologische verplichtingen, is het aannemen van een scheidsrechtersrol meer dan alleen overdreven hybris. Het is bedreigend.

    Daarom is het ook enigszins begrijpelijk dat links het project zoveel meer als een belediging ziet dan rechts. Iedereen houdt van vrijheid van meningsuiting totdat een eigen persoonlijke grens wordt overschreden, en bij afwezigheid van links in Austin heeft de beschuldiging van een intrarechtscentristisch feestje in ieder geval de schijn van waarheid.

    Maar voorlopig bestaat de University of Austin voornamelijk als een idee. Op een gegeven moment zal toewijding aan de kernmissie worden getest, zoals dat ook voor elke andere universiteit geldt, en het is onmogelijk te voorspellen of de verantwoordelijken dat zullen doen met de eerlijkheid en intellectuele gelijkmoedigheid die de oprichters zeggen na te streven.

    Als ze slagen, en daarmee bewijzen dat critici ongelijk hebben, zullen ze iets authentieks en nieuws hebben neergezet in het Amerikaanse intellectuele leven en met terugwerkende kracht het lawaai en de woede rond de aankondiging van de oprichting hebben gerechtvaardigd.’

  • Waarom deze classicus klaar is met de Klassieken

    Waarom deze classicus klaar is met de Klassieken

    De Amerikaanse classicus Dan-el Padilla Peralta is niet de eerste, maar momenteel wellicht wel de meest uitgesproken criticaster van het nog steeds zeer breed gedragen idee dat de klassieke wereld van de Grieken en Romeinen een ‘zuivere’, witte wereld was, die het fundament legde voor onze ‘superieure’, witte westerse civilisatie. Dit idee, dat in extreemrechtse kringen gretig wordt omhelsd, is aan grondige revisie toe, vindt Peralta. Wat hem betreft gaat de studie van de Klassieken volledig op de schop.

    De 36-jarige Dan-el Padilla Peralta, een immigrant afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, is als zwarte man een witte raaf in de doorgaans roomwitte wereld van de klassieke wetenschap. Maar hij is niet zomaar een verdwaalde in het academische klassieke bolwerk: hij is professor aan de prestigieuze universiteit van Princeton en een autoriteit op het gebied van de Romeinse geschiedenis. Rachel Poser, plaatsvervangend hoofdredacteur van Harper’s Magazine, die vaak schrijft over de relatie tussen verleden en heden, schreef zijn verhaal op als longread voor The New York Times.

    Extreemrechts

    Lang bewierookt als de studie naar de grondslagen van de westerse beschaving, aldus Poser, probeert de klassieke wetenschap momenteel zijn ‘elitaire’ reputatie van zich af te schudden, evenals de notie dat het een domein is van voornamelijk witte mannen. ‘Die poging kreeg onlangs nieuwe urgentie, want de Klassieken worden omarmd door aanhangers van extreemrechts, die de oude Grieken en Romeinen beschouwen als de grondleggers van de zogenaamde witte cultuur. Relschoppers in Charlottesville, Virginia, droegen vlaggen met het symbool van de Romeinse staat; online reactionairen nemen klassieke namen als pseudoniem; de wit-racistische website Stormfront toont een afbeelding van het Parthenon naast de slogan “Elke maand is een witte-geschiedenismaand.”’

    Padilla spreekt sinds een aantal jaren openlijk over de schade die classici hebben aangericht in de twee millennia sinds de oudheid, door de Klassieken als rechtvaardiging te gebruiken voor slavernij, rassenwetenschap, kolonialisme, nazisme en andere twintigste-eeuwse vormen van fascisme. De wetenschap van de Klassieken was een discipline waaromheen de moderne westerse universiteit groeide, en Padilla gelooft dat daarmee racisme is gezaaid in het hoger onderwijs.

    Mythen over de Oudheid

    In de afgelopen jaren hebben gelijkgestemde classici zich verenigd om schadelijke mythen over de Oudheid aan te pakken, schrijft Poser. ‘Op sociale media, in tijdschriftartikelen en blogposts leggen ze uit dat, in tegenstelling tot rechtse propaganda, de Grieken en Romeinen zichzelf niet als ‘wit’ beschouwden, en dat hun marmeren sculpturen, waarvan de bleke huid sinds de achttiende eeuw is gefetisjeerd, in de oudheid vaak beschilderd waren. Ze wijzen erop dat in Athene, bejubeld als de geboorteplaats van de democratie in de vijfde eeuw voor Christus, deelname aan de politiek was beperkt tot mannelijke burgers; dat duizenden slaven werkten en stierven in zilvermijnen ten zuiden van de stad, en dat de regels dicteerden dat vrouwen uit de hogere klasse het huis niet mochten verlaten tenzij ze gesluierd waren en vergezeld werden door een mannelijk familielid. Ze hebben aangetoond dat het concept van de westerse beschaving een eufemisme werd voor ‘witte beschaving’ in de geschriften van mannen als Lothrop Stoddard, eugeneticus en lid van de Ku Klux Klan. Sommige classici zijn tot het inzicht gekomen dat hun vakgebied deel uitmaakt van het schavot van witte suprematie, maar ze beginnen daarin ook kansen te zien.’ Omdat de Klassieken een rol speelden bij de constructie van de witte mythe, kan de discipline misschien ook een rol spelen bij de ontmanteling ervan.

    Witte suprematie

    Volgens Poser is Padilla ‘compromisloos’ in zijn visie op de medeplichtigheid van classici aan systemisch onrecht, ‘zelfs volgens de normen van sommige van zijn bondgenoten. Hij betitelt het vakgebied als ‘gelijke delen vampier en kannibaal’, als een gevaarlijke kracht die is gebruikt om te moorden, tot slaaf te maken en te onderwerpen. ‘Hij zegt niet zeker te weten of het vakgebied een toekomst verdient,’ aldus Denis Feeney, een Latinist aan Princeton. Padilla gelooft dat de Klassieke wetenschap zo verweven is met witte suprematie dat ze er onafscheidelijk van is.

    Tijdens een congres in 2019 was Padilla panellid van het onderdeel ‘De toekomst van de Klassieken’. Tijdens het vragenrondje na Padilla’s toespraak, betoogde Mary Frances Williams, een classica uit Californië: ‘We moeten opkomen voor ons vakgebied.’ Volgens haar is het absoluut noodzakelijk om te staan voor de Klassieken als de politieke, literaire en filosofische basis van de Europese en Amerikaanse cultuur: ‘Het is westerse beschaving. Het doet ertoe omdat het over het Westen gaat.’ De Klassieken hebben ons immers de begrippen vrijheid, gelijkheid en democratie gegeven, aldus Williams.

    Padilla had een dergelijke reactie verwacht en antwoordde: ‘Dit is wat ik te zeggen heb over de visie op de Klassieken die je schetst. Ik wil er niets mee te maken hebben. Ik hoop dat het veld dat je hebt geschetst sterft, en dat dat zo snel mogelijk gebeurt.’ Die opmerking kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

    Athene van de Nieuwe Wereld

    In zijn vroege jeugd noemden Padilla’s ouders Santo Domingo, de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek, trots het ‘Athene van de Nieuwe Wereld’, een cultureel en educatief centrum. Dat idee werd gevoed door Rafael Trujillo, de dictator die het land regeerde van 1930 tot hij werd vermoord in 1961. Net als andere twintigste-eeuwse fascisten zag Trujillo zichzelf en zijn volk als erfgenamen van een grootse Europese traditie die zijn oorsprong vond in Griekenland en Rome. In een toespraak uit 1932 prees hij het oude Griekenland als de ‘meesteres van schoonheid, eeuwig weergegeven in de onberispelijke witheid van haar marmer’. Trujillo’s verering van witheid stond centraal in zijn boodschap. Door een beroep te doen op de klassieke erfenis, kon hij de inwoners van buurland Haïti wegzetten als inferieur, want hun huidskleur was donkerder. Dit leidde in 1937 tot een moorddadig hoogtepunt met het Parsley-bloedbad, ofwel El Corte (‘het snijden’) in het Spaans, waarbij Dominicaanse troepen volgens sommige schattingen zeker dertigduizend Haïtianen en zwarte Dominicanen vermoordden.

    Padilla’s familie sprak niet veel over hun leven onder de dictatuur. Ze leefden in wat Padilla beschrijft als ‘verlammende armoede’, maar genoten door hun lichtere huidskleur een zekere mate van privilege in de Dominicaanse samenleving. Ze woonden generaties lang in Pimentel, een stad in de buurt van het bergachtige noordoosten waar tot slaaf gemaakte Afrikanen in de zestiende en zeventiende eeuw marrongemeenschappen hadden gesticht.

    Net als hun tegenhangers in de Verenigde Staten gaven slavenhouders in de Dominicaanse Republiek hun slaven soms klassieke namen als bewijs van hun ‘beschavingsideaal’. Daarom is de verstrengeling van de Klassieken met het slavernijverleden vandaag de dag nog steeds terug te vinden in de namen van veel Dominicanen. ‘Waarom zijn er Dominicanen die Themístocles heten?’ vroeg Padilla zich af als kind. ‘Waarom is Aristides de tweede naam van honkballer Manny Ramirez?’ De tweede naam van dictator Trujillo was Leónidas, naar de Spartaanse koning die met driehonderd van zijn soldaten martelaar werd in Thermopylae. Leónidas is inmiddels een icoon van extreemrechts geworden.

    Immigranten

    Toen Padilla vier was, vloog het gezin naar New York omdat zijn moeder medische zorg nodig had vanwege zwangerschapscomplicaties. Maar nadat zijn broer, Yando, was geboren, besloot het gezin te blijven. Ze verhuisden naar de Bronx en hoopten stilletjes hun immigratiestatus te kunnen normaliseren, hetgeen hen al hun spaargeld kostte. Zonder papieren was het moeilijk om vast werk te vinden. Zijn vader ging terug naar de Dominicaanse Republiek en de rest van het gezin belandde in een daklozenopvang.

    In zijn memoires Undocumented uit 2015 omschreef Padilla de opvang als uiterst goor. Een plek van rust was voor hem de kleine bibliotheek. Sinds hun vertrek uit de Dominicaanse Republiek was hij nieuwsgierig geworden naar de Dominicaanse geschiedenis, maar hij kon in de bibliotheek geen boeken vinden over het Caribisch gebied. Wat hij wel vond, was een boekje met de titel Hoe mensen leefden in het oude Griekenland en Rome.

    ‘De westerse beschaving is ontstaan uit de vereniging van vroege Griekse wijsheid en het sterk georganiseerde juridische denken van het vroege Rome’, zo begon het boek. ‘Het Griekse geloof in iemands vermogen om zijn verstand te gebruiken, in combinatie met het Romeinse geloof in militaire kracht, leidde tot een resultaat dat tot ons is gekomen als erfenis, als een geschenk uit het verleden.’ Dertig jaar later kan Padilla die openingszinnen nog steeds opdreunen. Hij nam het leerboek mee naar de kamer die hij deelde met zijn moeder en broer en bracht het nooit meer terug naar de bibliotheek.

    De familie verhuisde naar een opvangcentrum in Bushwick. In 1994 trof Jeff Cowen, een fotograaf die daar kunstlessen gaf, de negenjarige Padilla aan, weggedoken in een hoekje met een biografie over Napoleon. ‘Terwijl de kinderen na de lunch rondrenden als gekken, zat in de hoek een jongen met dat enorme boek,’ aldus Cowen. ‘Hij stond op en schudde mijn hand als een kleine heer, sprekend alsof hij een soort Ivy League-professor was.’ Cowen was verbouwereerd. ‘Binnen vijf minuten was het duidelijk dat deze jongen de beste opleiding verdiende die hij kon krijgen. Het voelde als een verantwoordelijkheid.’

    Princeton

    Cowen werd mentor van Padilla en later ook zijn peetvader. Hij bracht boeken en puzzels mee, ging rolschaatsen in Central Park met Padilla en Yando en hielp Padilla uiteindelijk met de aanmelding voor Collegiate, een New Yorkse particuliere school voor de elite. Padilla werd toegelaten met een volledige beurs en raakte er bevangen door de emotionele kracht van klassieke teksten in het Latijn en Grieks, door de Griekse filosofie, en door de vurigheid en actie van het epos.

    Daarna werd hij met een volledige studiebeurs aangenomen op Princeton, waar hij vaak de enige zwarte was tijdens cursussen Latijn en Grieks. ‘In de tijd dat ik me als student verloor in de Klassieken, was eenzaamheid het moeilijkste’, aldus Padilla. Toen het tijd werd om een hoofdvak te kiezen, kwam het krachtigste verzet tegen zijn keuze van zijn goede vrienden, van wie velen ook immigranten waren, of kinderen van immigranten. Ze stelden Padilla vragen die hij niet kon beantwoorden. Waarom dit wittengedoe? Hoe helpt dit ons?

    Padilla meende dat hij bepaalde keuzes niet moesten schuwen enkel omdat de buitenwereld vond dat ze niet voor zwarte en bruine mensen waren. Maar hij merkte dat hij niet helemaal tevreden was met zijn eigen argumenten. De vraag over het nut van de Klassieken was niet triviaal. Zou hij een opleiding Latijn en Grieks kunnen doen en er iets bevrijdends van kunnen maken? ‘Die urgente vraag vergezelde me door het begin van mijn studie en daarna’, zo zegt Padilla.

    Padilla studeerde in 2006 als een van de besten af aan Princeton en behaalde daarna een masterdiploma aan Oxford en een doctoraat aan Stanford. In die tijd probeerden steeds meer wetenschappers niet alleen de elite te begrijpen die de Griekse en Latijnse literatuur hadden geschreven, maar ook de mensen uit de oudheid zonder stem: vrouwen, de lagere klassen, slaven en immigranten. Leergangen over gender en ras in de oudheid werden gemeengoed en bleken populair, maar het was nog onduidelijk of ze blijvend hun stempel zouden drukken. 

    ‘Ja, we zijn het eens met uw kritiek. Maar laten we nu maar weer precies gaan doen wat we altijd hebben gedaan’

    Classicus Ian Morris, adviseur van Padilla aan Stanford, zegt daarover: ‘Er zijn classici die zeggen: “Ja, we zijn het eens met uw kritiek. Maar laten we nu maar weer precies gaan doen wat we altijd hebben gedaan.” Er zijn ook tal van classici die weigeren om de rol van hun vakgebied in het ‘witwassen’ van de oudheid te erkennen. ‘Classici zien zichzelf over het algemeen als liberaal’, aldus Joel Christensen, professor Griekse literatuur aan de Brandeis University. ‘Maar ze kunnen dat alleen volhouden doordat ze meestal niet omgaan met mensen die dat liberalisme en de betekenis ervan bevragen.’

    Slavernij

    Denkend aan de geschiedenis van zijn eigen familie, raakte Padilla geïnteresseerd in Romeinse slavernij. Decennialang richtte onderzoek zich op het gegeven dat slaven vrij konden worden en dat dat veel vaker voorkwam in Rome dan in andere samenlevingen met slavenhouders. Maar er waren talloze slaven die geen kans maakten, vooral degenen die op het veld of in de mijnen werkten, ver weg van de machtscentra.

    ‘Er zijn zoveel getuigenissen van hoe diep vernederend slavernij was,’ vertelt Padilla in het interview met Poser. Slaven in het oude Rome konden worden gemarteld en gekruisigd; gedwongen tot een huwelijk; aan elkaar geketend in werkploegen; gedwongen om met gladiatoren of wilde dieren te vechten; naakt tentoongesteld worden op markten met borden om hun nek die hun leeftijd, karakter en gezondheid aan potentiële kopers vermeldden.

    Eigenaren konden hun voorhoofd laten tatoeëren zodat na een vluchtpoging zouden worden herkend. In graven van slaven hebben archeologen metalen kragen gevonden die om de nek van skeletten waren geklonken, zoals een ijzeren ring met een bronzen plaatje, nu in het Museo Nazionale in Rome. Daarop staat de tekst: ‘Ik ben weggelopen. Als je me terugbrengt naar mijn meester Zoninus, ontvang je een gouden munt.’

    In 2015 begon Padilla als postdoctoraal onderzoeker bij de Columbia Society of Fellows. Classici vergoelijkten niet langer de slavernij in de oudheid, maar velen betwijfelden wel of de werelden van slaven konden worden gereconstrueerd, omdat ooggetuigenverslagen over slavernij de eeuwen niet hadden overleefd. Dat bevredigde Padilla niet. In 2017 publiceerde hij een artikel in het tijdschrift Classical Antiquity, waarin hij bewijsmateriaal uit de oudheid en van de slaventransporten over de Atlantische Oceaan met elkaar vergelijkt om een meer samenhangend beeld te krijgen van het religieuze leven van de Romeinse slaven.

    Donald Trump

    Rond de tijd dat Padilla aan dat artikel werkte, maakte Donald Trump tijdens zijn presidentscampagne zijn eerste opmerkingen over Mexicaanse ‘criminelen, drugsdealers, verkrachters’ die de VS binnenkwamen. Padilla, die twintig jaar lang met een onzekere immigratiestatus had geleefd, had net een Green Card aangevraagd. Nu zag hij alt-rechtse figuren zoals Richard Spencer, die fantaseerde over het creëren van een ‘blanke etno-staat op het Noord-Amerikaanse continent’ die ‘een reconstructie van het Romeinse Rijk’ moest worden.

    Spencer groeide uit tot nationale bekendheid. Als reactie op het toenemende anti-immigrantengevoel in Europa en de VS, schreef Mary Beard, misschien wel de beroemdste classica ter wereld, in The Wall Street Journal dat de Romeinen ‘verbaasd zouden zijn over onze moderne problemen met migratie en asiel’, omdat hun rijk immers was gebaseerd op ‘principes van incorporatie en van het vrije verkeer van mensen’.

    Padilla raakte gefrustreerd door de manier waarop wetenschappers probeerden de trumpiaanse retoriek te bestrijden. Hij schreef een essay voor Eidolon waarin hij duidelijk maakt dat in Rome, net als in de VS, lofzangen op multiculturalisme samengaan met haat tegen buitenlanders. Padilla betoogt ook dat het signaleren van onwaarheden over de oudheid, hoewel belangrijk, niet voldoende is.

    ‘Ik ben niet geïnteresseerd in sloop omwille van de sloop. Ik wil iets bouwen’

    De uitleg dat er nooit een almachtig, leliewit Romeins Rijk heeft bestaan, zal witte nationalisten niet doen stoppen met hun hunkering naar die mythe. Het is niet de taak van classici om ‘de schreeuwers aan te wijzen’, zei hij op een panel van 2017. ‘De positie innemen van leraar, van de gekwalificeerde classicus die dingen weet en op fouten wijst, is niet voldoende.’ Het ontmantelen van machtsstructuren die de klassieke traditie gebruiken als ondersteuning, vereist meer dan alleen het toetsen van feiten; het vereist een geheel nieuw verhaal over de oudheid, en over wie we nu zijn.

    Om dat verhaal te vinden, pleit Padilla voor hervormingen die ‘de canon doen exploderen’ en die ‘het vakgebied tot in de details herzien’, inclusief het volledig afschaffen van het label ‘Klassieken’. ‘Sommige studenten en collega’s hebben me verteld dat dit ofwel te deprimerend is, ofwel op een bepaalde manier bedreigend. Mijn enige antwoord is dat ik niet geïnteresseerd ben in sloop omwille van de sloop. Ik wil iets bouwen’, zegt Padilla.

    Hij werd doelwit van rechtse woede vanwege de verzengende taal die hij bezigt en, volgens velen, vanwege het lichaam dat hij bewoont. Hij kreeg racistische mails. ‘Wellicht past Afrikaanse Studies beter bij je als je niet kunt leven met de realiteit van hoe geavanceerd Europeanen waren’, schreef iemand. De extreemrechtse site Breitbart van Steve Bannon publiceerde een verhaal waarin Padilla wordt beschuldigd van het ‘vermoorden’ van de Klassieken. ‘Als er één leergebied was dat gegarandeerd nooit zou worden gekaapt door de krachten van onwetendheid, politieke correctheid, identiteitspolitiek, sociale rechtvaardigheid en domheid, zou je denken dat het de Klassieken waren’, aldus de site. Maar nee hoor: ‘Welkom, barbaren! De poorten van Rome staan wagenwijd open!’

    De Verlichting

    Hoe de Oudheid centraal kwam te staan in het Amerikaanse intellectuele leven, is een verhaal dat niet in de oudheid begint, en ook niet in de Renaissance, maar tijdens de Verlichting. De Klassieken zoals we die nu kennen, zijn een creatie van de achttiende en negentiende eeuw. In die periode, toen de Europese universiteiten zich bevrijdden van de controle van de kerk, bood de studie van Griekenland en Rome het continent een nieuw, seculier wordingsverhaal. Griekse en Latijnse geschriften tastten het morele gezag van de Bijbel aan en dat gaf ze een bevrijdende kracht. Denkers als Diderot en Hume ontleenden ideeën over vrijheid aan klassieke teksten, waarin ze verklaringen over politieke en persoonlijke vrijheden vonden.

    Een van de meest invloedrijke teksten werd de rede van Perikles bij de graven van de Atheense oorlogsslachtoffers in 431 v.Chr., opgetekend door Thucydides. Daarin prijst de staatsman zijn ‘glorieuze’ stad voor het garanderen van ‘gelijke gerechtigheid voor iedereen’. ‘Onze regering bootst onze buren niet na’, aldus Perikles, ‘maar fungeert juist als een voorbeeld voor hen. Het is juist dat we een democratie worden genoemd, want het bestuur is in handen van velen en niet van enkelen.’

    De bewondering voor de Oudheid nam grillige, manische vormen aan. Mannen kleedden zich in Romeinse toga’s om in het openbaar te spreken, ondertekenden hun brieven met de namen van beroemde Romeinen en vulden handleidingen, preken en schoolboeken met lessen van de Klassieken. Johann Joachim Winckelmann, een Duitse antiquair uit de achttiende eeuw, verzekerde zijn landgenoten dat ‘de enige manier waarop we groot kunnen worden, of zelfs onnavolgbaar indien mogelijk, is door de Grieken te imiteren.’

    Winckelmann, die wel de ‘vader van de kunstgeschiedenis’ wordt genoemd, vond dat de Griekse marmeren beeldhouwkunst het toppunt van menselijk kunnen was, onovertroffen door enige andere samenleving, oud of modern. Hij schreef dat de ‘nobele eenvoud en stille grootsheid’ van de Atheense kunst de ‘vrijheid’ weerspiegelde van de cultuur die haar voortbracht. Die verstrengeling van artistieke en morele waarden zou Over de esthetiek van Hegel beïnvloeden en zou ook terugkeren in de poëzie van de romantici. Zo schreef Keats in ‘Ode aan een Griekse vaas’: ‘Schoonheid is waarheid, waarheid schoon, dit is al wat gij op aarde weet, en hoeft te weten.’

    Hiërarchie

    Historici benadrukken dat dergelijke ideeën niet los kunnen worden gezien van de vertogen over nationalisme, colorisme en vooruitgang, die vorm kregen tijdens de koloniale periode, toen Europeanen in contact kwamen met andere volkeren en hun tradities. ‘Hoe witter het lichaam, hoe mooier het is’, schreef Winckelmann. Terwijl Renaissance-geleerden gefascineerd waren door de veelheid aan culturen in de antieke wereld, creëerden Verlichtingsdenkers juist een hiërarchie, met bovenaan Griekenland en Rome, gecodeerd als wit en de rest daaronder.

    ‘Die uitsluiting was de kern van de Klassieken als project’, volgens Paul Kosmin, Harvard-professor in oude geschiedenis. De overtuiging van Aristoteles dat sommige mensen ‘van nature’ slaven waren, werd gretig omarmd in het Amerikaanse Zuiden van vóór de Burgeroorlog, om het houden van slaven te verdedigen tegenover de kritiek van de voorstanders van afschaffing.

    De Klassieken zien zoals Padilla ze ziet, betekent dat die spiegel gebroken moet worden. Het betekent dat we de klassieke erfenis moeten afwijzen als een van de schadelijkste verhalen die we onszelf hebben verteld. Voor Padilla verdient de wetenschap van de Klassieken het alleen om te overleven als ze ‘een plek van polemiek’ kan worden voor de gemeenschappen die er in het verleden door zijn gekleineerd. Mocht dat niet lukken dan zijn Padilla en anderen bereid om het vakgebied op te geven.

    Instituten als Howard en Emory hebben de Klassieken nu geïntegreerd in Oude Mediterrane wetenschap, waarbij wordt gekeken naar Egypte, Anatolië, de Levant en Noord-Afrika

    ’Ik zou het helemaal opdoeken’, stelt Walter Scheidel, een andere voormalige adviseur van Padilla aan Stanford. ‘Ik denk niet dat het als academisch vakgebied zou moeten bestaan.’ Een mogelijke manier zou zijn de faculteiten op te heffen en onderdelen toe te wijzen aan afdelingen geschiedenis, archeologie en taal.

    Maar veel classicisten pleiten voor zachtere benaderingen om het vakgebied te hervormen, door vooral grenzen te verleggen. Instituten als Howard en Emory hebben de Klassieken nu geïntegreerd in Oude Mediterrane wetenschap, waarbij wordt gekeken naar Egypte, Anatolië, de Levant en Noord-Afrika. Het idee is het hiërarchische denken van de Verlichting te verlaten en terug te gaan naar het Renaissancemodel van de oude wereld als een plaats van diversiteit en vermenging. ‘Er is een interessanter verhaal te vertellen over de geschiedenis van wat wij het Westen noemen, zonder specifieke culturen erin te bejubelen’, meent Josephine Quinn, hoogleraar Oude Geschiedenis aan Oxford. ‘Het lijkt mij dat de cruciale aanjager in de geschiedenis altijd de relatie tussen mensen, tussen culturen is.’ Classicus Ian Morris stelt het wat botter. ‘De Klassieken is een Euro-Amerikaanse stichtingsmythe. Willen we die echt?’

    Molon labe

    Op 6 januari zette Padilla de televisie aan, enkele minuten nadat de ramen van het Capitool waren ingeslagen. In de menigte zag hij een man met een Griekse helm met daarop TRUMP 2020 in wit geschilderd. Hij zag een man in een T-shirt met daarop een steenarend op een fasces, symbolen van de Romeinse wet en bestuur, onder het logo 6MWE, ofwel ‘Six Million Wasn’t Enough’, een verwijzing naar het aantal vermoorde Joden in de Holocaust. Hij zag vlaggen met daarop de zin geborduurd die Leónidas zou hebben uitgesproken toen de Perzische koning hem beval zijn wapens neer te leggen: ‘Molon labe’, klassiek Grieks voor ‘Kom ze maar halen’. Het is de slogan geworden van Amerikaanse wapenrechtenactivisten. Afgevaardigde Marjorie Taylor Greene, een net gekozen Republikein uit Georgia die berichten om democraten te vermoorden ondersteunde op sociale media, droeg een week na de bestorming van het Capitool een masker met diezelfde zin erop, toen ze tegen impeachment van Trump stemde in het Huis van Afgevaardigden.

    Padilla vermoedt dat hij op een dag afscheid zal moeten nemen van de Klassieken en de academische wereld om harder te kunnen vechten voor de veranderingen die hij in de wereld wil zien. Hij heeft zelfs overwogen de politiek in te gaan.

    ‘Als kind had ik nooit gedacht dat de positie die ik nu bekleed haalbaar was,’ zegt hij. ‘Maar het gegeven dat dit een klein wonder is, doet niets af aan mijn diepere overtuiging dat dit ook tijdelijk is.’

    ‘Dan-el Padilla heeft veel mensen geprikkeld’, meent Rebecca Futo Kennedy, professor Klassieke Studies aan de Denison University. Joel Christensen, de professor Griekse literatuur aan Brandeis University, vindt het zijn ‘morele, ethische en intellectuele verantwoordelijkheid’ om de Klassieken te onderwijzen op een manier die de racistische geschiedenis blootlegt. ‘Anders doen we gewoon mee aan propaganda.’ Hij begrijpt de angst van veel classici om het verhaal van hun levenswerk te moeten herschrijven. Maar, zegt hij, ‘die toekomst komt er, met of zonder Dan-el’.

    Naschrift

    Padilla en de classici die hem steunen liggen al langer onder vuur. Niet alleen van extreemrechts maar ook van het meer behoudende deel van de classici. Ook op dit artikel volgde weldra kritiek. Slechts drie dagen na de publicatie in The New York Times, reageerde blogger Andrew Sullivan op The Weekly Dish met een artikel onder de kop ‘De Ondraaglijke witheid van de Klassieken’. De ondertitel is veelzeggend: ‘De woke beweren dat de studie van het oude Griekenland en Rome weggegooid moet worden’.