Tag: Wolff

  • ‘Niemand wist hoe je over Trump moest schrijven. Ik wel’

    ‘Niemand wist hoe je over Trump moest schrijven. Ik wel’

    Deze week verscheen de Nederlandse vertaling van Fire and Fury, de onverbiddelijke bestseller over Donald Trump. Het Duitse weekblad Die Zeit sprak met auteur Michael Wolff over zijn toegang tot het Witte Huis, 
de kritiek op zijn boek en de wraakzucht van Trump.

    U beschrijft in uw boek de eerste maanden van Donald Trump in het Witte Huis, en u beweert dat hij mentaal niet in staat is om zijn werk te doen. U zet daarmee fundamentele vraagtekens bij het presidentschap van Donald Trump. Was dat uw opzet?

    ‘Het was niet mijn bedoeling Trump 
te beschadigen. Ik had met plezier een ander boek geschreven, over Trump 
als succesvol president. Eigenlijk had 
ik dat zelfs heel graag gedaan, want 
dat zou pas een bijzonder boek zijn geweest. Maar ik heb daar geen enkele aanwijzing voor gevonden.’

    Klopt het dat president Trump na het 
verschijnen van uw boek informatie heeft 
ingewonnen over uw afspraken met de pers? Houdt hij u in de gaten?

    (lacht) ‘Ja, blijkbaar wel. Als hij dat serieus meent, dan zal hij de afgelopen tijd veel tijd voor de televisie hebben doorgebracht.’

    Uw boek heeft enorme gevolgen. Trump heeft zijn voormalige chef-adviseur Steve Bannon zo goed als buitenspel gezet en 
probeert via Twitter te bewijzen dat hij mentaal stabiel is. Wat mogen we allemaal nog meer verwachten?

    ‘Dat weet ik eerlijk gezegd ook niet. Ik had dit allemaal totaal niet verwacht. Het gaat tenslotte maar over een boek. En veel van wat ik schrijf is absoluut niet nieuw.’

    U geeft heel wat voorbeelden die erop wijzen dat Trump geestelijk gestoord zou zijn. U schrijft dat hij oude vrienden van 
zijn golfclub niet meer herkent, dat hij voortdurend en steeds vaker hetzelfde 
zegt. Lijdt de president aan dementie?

    ‘Dat kan ik niet zeggen, ik ben geen arts. Maar als je een gesprek voert met iemand die voortdurend alles herhaalt, dan vind ik dat toch alarmerend.’

    ‘Toen ik zei dat ik een boek wilde schrijven, zei hij: ‘Een boe-oek?’ En verloor onmiddellijk zijn interesse’

    Kunt u iets meer vertellen over een van 
de keren dat u Trump in het Witte Huis hebt ontmoet?

    ‘Nee.’

    Waarom niet?

    ‘Omdat die ontmoetingen niet on the record waren, ze waren niet voor publicatie bedoeld. Hij begon telkens weer over de media. Als ik hem in de wandelgangen tegenkwam, begon hij bijvoorbeeld te klagen over de latenightshows… ik zei dus net dat ik niet over deze ontmoetingen zou praten en nu doe ik het toch, maar goed. Er was een grappig voorval toen hij eens begon te klagen over de uitzendingen van Saturday Night Live. Hij zei: “Die zijn slecht, die zijn zeer, zeer slecht.” En ik antwoordde: “Ach, dat is toch gewoon wat de mensen van dit programma verwachten.” Waarop hij antwoordde: “Maar ze zijn zeer, zeer slecht.” En ik zei: “Trekt u zich dat toch niet zo aan. Negeert u dat toch gewoon.” En hij keek me aan en zei: “Maar Michael, ze zijn zeer, zeer, zeer slecht.” En ik dacht: Okééé…’

    Hoe vaak hebt u hem ontmoet?

    ‘Niet zo vaak. Maar dat hoefde ook niet, want het boek gaat over wat mensen die elke dag met hem samenwerken over hem denken.’

    U kon de eerste maanden van zijn presidentschap bijna ongehinderd het Witte Huis binnenlopen. Hoe heeft u het voor elkaar gekregen om Trump van uw boekproject te overtuigen?

    ‘Ik heb hem na de verkiezingen gevraagd of ik een boek mocht schrijven over zijn eerste honderd dagen als president. Hij dacht eerst dat ik op zoek was naar werk. Maar toen ik zei, nee, nee, ik zoek geen baan, ik wil een boek schrijven, zei hij – ik herinner me dat nog heel goed: “Een boe-oek?” Toen verloor hij onmiddellijk zijn interesse. Daarna zei ik nog dat ik heel graag een boek wilde schrijven, en hij zei alleen nog: “Ach, ach, ja natuurlijk.” Ik heb Kellyanne Conway [een van Trumps belangrijkste adviseurs] daarvan op 
de hoogte gebracht en vervolgens dook ik op geregelde tijdstippen op in het Witte Huis.’

    Hoe moeten we ons dat precies voorstellen?

    ‘Ik liet gewoon afspraken maken voor mezelf. Ik zei dat ik met goedkeuring van de president aan een boek bezig was, en omdat niemand precies wist hoe de vork in de steel zat, kon ik daar bij momenten hele middagen gewoon gaan zitten en kijken hoe het er toegaat. Hoe vaker ze me zagen zitten, 
hoe meer ze me als een deel van het meubilair gingen beschouwen. Soms kwam iemand me zomaar iets vertellen en soms hing ik gewoon wat rond in de West Wing.’

    Kan dat zomaar? Is die niet streng beveiligd?

    (lacht) ‘Je kunt daar inderdaad zomaar rondlopen.’

    Wat deed u anders dan de andere journalisten in het Witte Huis?

    ‘Om heel eerlijk te zijn, stelde ik niet eens vragen. Ik zat daar op een bank in de hal te wachten op mijn afspraak en ik hield mijn ogen en oren open. Ik was als een spons die alles opzoog.’

    Waar was u het bangst voor?

    ‘Dat Rupert Murdoch, de grote mediabaas, lucht zou krijgen van mijn boek en Trump zou vertellen dat hij me eruit moest gooien. Ik vreesde dat Murdoch mijn achilleshiel was.’

    *Murdoch heeft u ooit lange tijd uitgebreid toegelaten tot zijn inner circle, waarna u een heel kritisch boek over hem hebt geschreven. *

    ‘Ja, en toch heeft hij Trump vreemd genoeg nooit voor mij gewaarschuwd. Hoewel ze regelmatig met elkaar telefoneren.’

    Afgezien van Trump zelf is het bijna onvoorstelbaar dat zoveel medewerkers openlijk met u over de president hebben gepraat.

    ‘Ik had het gevoel dat niemand wakker lag van een boek dat pas over een jaar of zo zou verschijnen. Soms hadden 
we een gesprek off the record, waarna 
ik vroeg om bepaalde uitspraken te mogen gebruiken voor het boek. Toen ze vroegen wanneer het zou verschijnen en hoorden dat dat pas over een jaar zou zijn, leek dat zo ver weg dat 
ze het allemaal prima vonden.’

    Michael Wolff. © Nathan Congleton / Getty Images
    Michael Wolff. © Nathan Congleton / Getty Images

    U schrijft dat de medewerkers van Trump heel anders over hem zijn gaan denken in 
de zes maanden dat u daar was. Hoezo?

    ‘In het begin vond iedereen het leuk om die eigenaardige, maar door het volk verkozen president bij te staan. De meesten kenden hem helemaal niet. 
Bij andere regeringen hadden de medewerkers al twee of drie jaar samengewerkt met de presidentskandidaat, voor hij het Witte Huis introk, maar Trump had niet zo’n ingewerkt team. Tijdens mijn laatste weken in het Witte Huis, toen Trumps medewerkers hem bij het dagelijkse werk hadden leren kennen, waren ze allemaal compleet gedesillusioneerd door zijn woedeaanvallen, zijn koppigheid en door het feit dat zijn kinderen uiteindelijk meer gezag hadden dan zijn ervaren medewerkers.’

    U schrijft dat alle medewerkers er inmiddels van overtuigd zijn dat er aan hun baas iets schort en dat hij niet voldoet aan de hoge eisen van het presidentschap. Waarom houden de meesten er dan niet mee op?

    ‘Aan de ene kant gaat het om hun carrière. Maar ik denk dat ze gewoon ook het ergste willen voorkomen. Ze zijn er om hem zoveel mogelijk op het goede spoor houden. Zijn medewerkers proberen Trump onder controle te houden, hoewel ze weten dat hij niet onder controle te houden is. Het zijn geen mensen die bewondering hebben voor de man voor wie ze werken. Ze zien het min of meer als hun taak het land voor Trump te beschermen.’

    Een van uw belangrijkste gesprekspartners in het Witte Huis was Steve Bannon, die u beschrijft als een briljant strateeg. Bannon moet toch precies geweten hebben met wie hij zo openlijk over Trump in gesprek ging en wat de risico’s daarvan waren.

    ‘Bannon raakte steeds gefrustreerder over Trump en hij zag hem in toenemende mate als een probleem voor zijn nationalistische project. Bannon was ervan overtuigd dat zijn kandidaat Roy Moore bij de tussentijdse verkiezingen voor de senaat in Alabama zou winnen en dat hij daarna afstand zou kunnen nemen van Trump. Want Moore had Bannon in zijn functie van kingmaker bevestigd. En Bannon zou mijn boek hebben gebruikt om zich te distantiëren van Trump, die hij steeds meer als een idioot begon te zien.’

    Bannon heeft intussen een van zijn 
uitspraken over Trumps oudste zoon, Donald Trump Junior, teruggenomen…

    ‘Nee, hij neemt die uitspraak niet terug, dat klopt niet. Hij zegt alleen dat zijn beschuldiging van landverraad niet tegen Donald Junior gericht was, maar tegen Paul Manafort [een andere Trump-adviseur]. Wat absurd is.’

    ‘Zijn medewerkers zien het als hun taak het land voor Trump te beschermen’

    Zou u Bannon die uitspraak op tape terug kunnen laten horen?

    ‘Hij weet dat ik dat opgenomen heb. En daarom heeft hij ook zijn andere uitspraken over Donald Trump Junior niet teruggenomen, bijvoorbeeld dat hij meteen zou breken bij een ondervraging door speciaal aanklager Robert Mueller. Bannon wil de schade beperken, maar hij kan zijn uitspraken niet terugnemen.’

    Veel journalisten hebben gepoogd Trump politiek te verklaren. Uw boek gaat bijzonder weinig over politiek…

    ‘Dat is puur en alleen omdat ik denk dat politiek Trump niet interesseert. Volgens mij moet je Trump niet proberen te verklaren door te beschrijven hoe hij de hervorming van het zorgstelsel aanpakt. Dat is niet het verhaal. De journalisten in Washington wisten van meet af aan niet hoe ze over Donald Trump moesten schrijven. Ik ontdekte hoe het moet. En het lijkt de lezers te overtuigen.’

    Volgens critici hebt u succes met uw boek omdat u Trumps tegenstanders bevestigt 
in hun afkeer.

    ‘Welnee, mijn boek bevestigt niets, 
het is Harry Potter!’

    ‘Hij is de eerste president in de geschiedenis van de Verenigde Staten die een klacht indient wegens smaad en schending van de morele levenssfeer’

    Eigenlijk komt uw argumentatie erop neer dat een man die zich gek en dom gedraagt, misschien gewoon gek en dom ís. Dat is gevaarlijk. The New York Times verwijt u dat uw kritiek niet gefundeerd is.

    ‘Ik denk dat The New York Times even verrast was door mijn boek als Trump zelf. De krant dacht dat het verhaal van Trump haar toebehoorde. En toen kwam ik op de proppen, een onafhankelijke journalist, een buitenstaander die niet tot de journalistieke en politieke kringen in Washington behoort. En nu zijn ze verontwaardigd dat ik er met de scoop van de eeuw vandoor ben gegaan.’

    Trump staat erom bekend dat hij erg wraakzuchtig kan zijn. Bent u niet bang voor bijvoorbeeld een onverwachte belastingcontrole?

    (lacht) ‘Ja, hij is echt heel wraakzuchtig. Hij heeft al een klacht tegen me ingediend! Hij is de eerste president in de geschiedenis van de Verenigde Staten die een klacht indient wegens smaad en schending van de morele levenssfeer. Naar mijn mening is dat een contradictie, als je president bent van de Verenigde Staten. Dus ja, hij is wraakzuchtig. Maar hij is ook incompetent, en daarom maak ik me niet echt zorgen.’

    En hoe zit het met extremistische Trump-aanhangers? Het huis van de vrouw die Roy Moore in Alabama ten val heeft gebracht door hem ervan te beschuldigen dat hij haar als kind heeft aangerand, is onlangs in vlammen opgegaan.

    ‘Die arme vrouw woont in Alabama, ik woon in Greenwich Village in New York. Ik woon niet te midden van de Trump-aanhangers. Ik denk dat een Trump-fanaat op West 9th Street nogal zou opvallen.’

    Oprah Winfrey heeft laten weten dat ze er ‘serieus over nadenkt’ in 2020 op te komen als presidentskandidaat voor de Democraten. Hebt u haar al een nieuw boekproject voorgesteld?

    (lacht) ‘Goed idee!’

    Auteur: Kerstin Kohlenberg
    Vertaler: Els Snick

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

  • Vuur en woede

    Vuur en woede

    Eigenlijk draaide het de afgelopen weken natuurlijk maar om één journalist: Michael Wolff. Hij verpulverde in zijn boek Fire and Fury wat er nog over was van de reputatie van Donald Trump, en zorgde en passant voor een paar onthullingen die de wereldpers blauwe vingers bezorgden.

    Dankzij het snelle handelen van uitgever Mai Spijkers en zijn team van zes vertalers ligt de Nederlandse vertaling Vuur en woede intussen ook al in de schappen. In een interview dat 360 overnam uit Die Zeit legt Wolff uit hoe hij als ongevaarlijk geachte entertainmentjournalist een vlieg op de muur kon worden in het Witte Huis – hoewel hij eerder al een schandaalbiografie had geschreven over Rupert Murdoch. Of Wolffs relaas volledig accuraat is kun je gezien zijn reputatie betwijfelen. Maar dit was een fraai staaltje van ‘the art of hanging out’, zoals literair journalist Gay Talese het ooit omschreef.

    Behalve voor “hardcore” onderzoeksjournalistiek is er ook ruimte voor “lichtere” verhalen

    Complimenten voor Wolff dus. Maar veel dichter bij huis, in Brussel, gebeurt onder de radar ook van alles. In een winkelstraat vlak bij het populaire Flageyplein gingen we onlangs op bezoek bij Médor, een Franstalig tijdschrift voor onderzoeksjournalistiek. Het blad – eigenlijk een klein boekje – verschijnt eens in de drie maanden, en onthulde sinds de oprichting in 2015 verschillende schandalen. Behalve voor ‘hardcore’ onderzoeksjournalistiek is er ook ruimte voor ‘lichtere’ verhalen, en besteedt men veel aandacht aan vorm. Zo wordt elke editie gemaakt door een andere artdirector. De formule blijkt aan te slaan, want volgens directeur Laurence Jenard heeft Médor zo’n vierduizend leden – en dat aantal groeit.

    Een mooi voorbeeld van de werkwijze van Médor is het door maar liefst zes auteurs geschreven verhaal dat we vertaalden over biologisch eten in Franstalig België. Ook voor de Nederlandse lezer zeer inzichtelijk, want de trends in Wallonië zijn niet anders dan bij ons. Grote supermarktketens proberen een graantje mee te pikken van de lucratieve biomarkt, waardoor de waarden van de biopioniers in het gedrang komen. Ook de Nederlandse tuinbouwsector speelt in het verhaal trouwens een belangrijke rol.

    Een publicatie als Médor staat niet op zichzelf. Het past in een Franse traditie van slow journalism die eerder mooi vormgegeven bladen als XXI en 6Mois (over fotojournalistiek) voortbracht. De uitgevers daarvan brachten onlangs gewoon weer een nieuw blad (Ebdo) op de markt in een oplage van 200.000 exemplaren. Wat aanpak en stijl betreft verschillen deze bladen hemelsbreed van Michael Wolff. Maar wat ze allemaal laten zien is dat goede journalistiek tijd vraagt. En soms ook vuur en woede.

    Auteur: Han Ceelen
    ceelen@360international.nl