Tag: woonbeleid

  • In Santiago nemen dakloze gezinnen het heft in eigen handen

    In Santiago nemen dakloze gezinnen het heft in eigen handen

    Tien procent van de Chileense bevolking heeft geen fatsoenlijk dak boven het hoofd. Tijdens de pandemie stichtten drieduizend gezinnen ten zuiden van hoofdstad Santiago illegaal een ministad, inmiddels de grootste nederzetting in het land.

    Op 13 juli, in de winter van 2020, rende Inés Fuentes op blote voeten haar huurhuis uit, om er nooit meer terug te keren. Haar precaire financiële situatie dwong haar haast te maken. Een groep buurtbewoners had zich verzameld om het privéterrein te bezetten aan de overkant van haar straat in een volksbuurt van Cerrillos, ten zuidwesten van de Chileense hoofdstad Santiago. Fuentes (54), een alleenstaande moeder van vijf kinderen, besteedde haar halve salaris, 250 dollar, aan de huur van haar huis. Vandaar dat ze deze ‘kans’ niet wilde laten lopen. Ze pakte vier palen en markeerde een vierkant op de vuilnisbelt. ’s Avonds zette ze een tent op en ontstak samen met haar nieuwe buurtgemeenschap een vreugdevuur. Die nacht waren ze met tachtig gezinnen. Drie dagen later waren het er al driehonderd, en een maand later vijftienhonderd. ‘De Haïtianen kwamen met hordes tegelijk,’ vertelt Fuentes in de woonkamer van haar huis van 49 vierkante meter, gebouwd van pallets.

    Fuentes is een van de frontvrouwen van de toma [bezet gebied] – zoals een nederzetting wordt genoemd voordat die formeel is opgenomen in het Kadaster. Er wonen tussen de acht- en tienduizend mensen, zo’n drieduizend gezinnen, aldus de kadastergegevens van de Fundación Techo Chile (‘Stichting Een dak voor Chili’), en is daarmee de grootste illegale nederzetting van het land. 

    In het Zuid-Amerikaanse land met negentien miljoen inwoners maken meer dan twee miljoen mensen – zeshonderdduizend gezinnen – geen kans op een fatsoenlijke woning. Tachtigduizend van die gezinnen wonen in tentenkampen, het hoogste aantal sinds 1996. Daarvan is 30 procent migrant, iets meer dan een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. ‘De tentenkampen vormen nog maar het topje van de ijsberg,’ zegt Sebastián Bowen, algemeen directeur van Déficit Cero (‘Nul Woningtekort’), een organisatie die als doel heeft voor 2030 het woningtekort op te lossen. ‘Veel gezinnen wonen bij familieleden en zitten op elkaars lip. Bovendien hebben Chilenen er weinig vertrouwen in dat de overheid hun probleem gaat oplossen, dus nemen ze het heft zelf in handen.’

    Ministad

    De toma Nuevo Amanecer (‘Nieuwe Dageraad’) staat bekend als ‘de ministad van de 10 procent’, sinds de Fundación de Centros de Estudios Públicos (‘Centra voor Maatschappelijke Studies’) een bijeenkomst belegde over dit onderwerp. Tot op zekere hoogte is het ook een stadje; op het ongeasfalteerde terrein van 11 hectaren verrijzen ijzerwinkels, kappers en restaurantjes van uiteenlopende nationaliteiten (de migrantenpopulatie ligt tussen de 70 en 80 procent). Maar ook is er criminaliteit. De bewoners vertellen dat sommige mensen misbruik maakten van de situatie door het terrein dat ze hadden bezet plus de huizen die ze daar hadden gebouwd voor wel 2500 dollar te verkopen.

    De burgemeester van Cerrillos, Lorena Facuse, vertelt via de telefoon dat er bij haar aantreden in mei 2021 bordelen en illegale discotheken waren. Samen met het departement voor Misdaadpreventie wisten ze de situatie onder controle te krijgen, ‘al zijn er ’s nachts nog steeds plekken waar in drugs en wapens wordt gehandeld’, aldus Facuse. Ze zegt erop te vertrouwen dat wanneer de toma binnen een paar weken de status van nederzetting krijgt, de regering-Boric voor betere basisvoorzieningen zal zorgen. ‘Gezien de omvang zal de nederzetting zeker tien jaar lang bestaan, er zal dus elektriciteit moeten komen. Als er brand uitbreekt sterven er honderden mensen, inclusief kinderen,’ waarschuwt ze.

     

    Omdat de bewoners konden beschikken over extra pensioengeld, is Nuevo Amanecer anders dan soortelijke nederzettingen in Chili

    Die ‘10 procent’ uit de bijnaam van Nuevo Amanecer slaat op het feit dat de meeste bewoners hun huis hebben gebouwd van de 10 procent die ze van hun gespaarde pensioen mochten opnemen. Vanwege de impact op de economie was het een omstreden regeringsmaatregel, die desondanks door het Congres werd goedgekeurd om de Chilenen tijdens de pandemie financieel meer armslag te geven. Met het eerste deel heeft Fuentes haar huis ingericht, het tweede was bestemd voor een steviger dak en met het derde deel kon ze een krediet krijgen voor een auto. Fuentes is niet bang dat ze zonder geld komt te zitten als ze straks met pensioen gaat. ‘Mocht ik oud worden, dan hoop ik dat mijn kinderen, voor wie ik krom heb gelegen om ze groot te brengen, mij ondersteunen,’ zegt ze. Al haar vijf kinderen hebben een baan en een eigen huis. 

    Omdat de bewoners konden beschikken over extra pensioengeld, is Nuevo Amanecer anders dan soortelijke nederzettingen in Chili. Tussen de honderden huizen staan uit cement, hout of baksteen opgetrokken bouwwerken. Een aantal heeft twee verdiepingen en een veranda. Het elektriciteitsbedrijf Enel heeft een verbinding aangelegd, zodat het overgrote deel van de woningen een (instabiele) stroomvoorziening heeft. De bewoners hebben de elektriciteitskabels slordig doorgetrokken, wat de kans op brand vergroot. Ook hebben ze een systeem uitgedokterd om illegaal toegang te krijgen tot stromend water – dat in het weekend opraakt. Voor de badkamer en het toilet gebruiken ze septic tanks. 

    Falend woonbeleid

    Een van de steunpilaren van de bewonersorganisatie is kunstenaar Tomás Ives (41), die de taak van secretaris op zich heeft genomen. ‘Strikt genomen strookt Nueva Amanecer niet met het idee dat de elite van een nederzetting heeft,’ zegt hij. ‘Het gaat hier niet om vier palen met een zinken dak erop. Dit is een nederzetting van mensen die een baan hebben, die soms zelfs meer verdienen dan het minimumloon (430 dollar), maar die door falend woonbeleid genoodzaakt zijn zich hier te vestigen, ook al betalen ze belasting.’ 

    ‘Je kunt het probleem niet oplossen door meer van hetzelfde te doen, maar dan sneller’ 

    Om deze huizencrisis het hoofd te bieden heeft de nieuwe minister van Wonen en Ruimtelijke Ordening, Carlos Montes, begin april in het Congres een Noodplan Wonen afgekondigd, met als doel om de komende vier jaar 260.000 woningen te bouwen. Sebastián Bowen van Déficit Cero is het eens met het officiële standpunt over deze crisis, maar benadrukt dat ‘je het probleem niet kunt oplossen door meer van hetzelfde te doen, maar dan sneller’. 

    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.30.09
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.31.37
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.32.31
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.33.11
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.35.40

    Videostills van Nuovo Amanecer (Nieuwe Dageraad), ‘de ministad van de 10 procent’. Die bijnaam doelt op de 10 procent die de meeste bewoners van hun gespaarde pensioen mochten opnemen om een huis van te bouwen.

    Woonsubsidies

    De overheid verleent woonsubsidies, die onder meer afhankelijk zijn van het inkomen en de gezinssamenstelling. Het ministerie van Wonen en Ruimtelijke Ordening heeft de afgelopen vijf jaar jaarlijks twintig- à dertigduizend subsidies (van in totaal 30 miljoen dollar) voor nieuwe woningen verstrekt. De Chilenen die zo’n subsidie kregen, behoren tot de kwetsbaarste 40 procent van de bevolking. 

    ‘Ons woningbeleid richt zich op het subsidiëren van de vraag naar woningen. Dat is niet afdoende,’ aldus Bowen. De oud-directeur van Techo Chile vindt dat het beleid moet worden uitgebreid met maatregelen die het huren, zelf bebouwen en intensiever gebruiken van bebouwde percelen stimuleren. Een van de prioriteiten zou het creëren van tijdelijke opvang moeten zijn voor wie geen subsidie kan krijgen en illegaal wonen als enige optie ziet. 

    Zij was de enige met werk: ze verdiende 280 dollar per maand en de huur bedroeg 300 dollar

    De Peruaanse Pamela Santisteban (33) loopt door de nederzetting en groet bijna iedereen die ze tegenkomt: Haïtianen, Dominicanen, Colombianen. Onder het aanhoudende lawaai van bouwwerkzaamheden en vrachtwagens die gasflessen verkopen vertelt ze dat ze vroeger met zes mensen op een ‘postzegel’ woonde. Zij was de enige met werk: ze verdiende 280 dollar per maand en de huur bedroeg 300 dollar. ‘Ik kwam niet rond, dus moest ik wel met mijn moeder en dochters hiernaartoe komen.’ Ze vroegen 600 dollar per perceel (ze kocht er twee, haar moeder woont in het huis naast haar). 

    In de afgelopen drie jaar, met onder meer de protesten van 2019 en de pandemie, is het aantal nederzettingen bijna verdubbeld. De stijgende vraag naar woningen, grotendeels als gevolg van een toename van het aantal vluchtelingen en de stijging van de grondprijs doordat er meer in woningen wordt geïnvesteerd, heeft de droom van een eigen huis – een diep in de Chileense cultuur verankerd verlangen – voor de kwetsbaarste gezinnen in rook doen opgaan. Met een gestage stijging van de inflatie (9,4 procent), duurdere hypotheken en een gefrustreerde arbeidsmarkt wijst alles erop dat een steeds groter deel van de bevolking zonder huis zal komen te zitten. 

  • ‘Yimby’ pikt de woningnood niet langer

    ‘Yimby’ pikt de woningnood niet langer

    Na de nimby’s heb je nu ook de yimby’s (yes, in my backyard). Deze snelgroeiende beweging van boze millennials eist dat er betaalbare woningen worden gebouwd. Oók als daarvoor een moestuintje moet sneuvelen.

    Toen een vrouw deze zomer tijdens een gemeenteraadsvergadering van de stad Berkeley opstond en met een courgette zwaaide, terwijl ze klaagde dat haar moestuin door een nieuw woningbouwproject geen zonlicht meer zou krijgen, ging 
ze er waarschijnlijk van uit dat haar medeburgers aan haar kant zouden staan. Het waren tenslotte haar soort klachten – kleinschalig, zinnig, herkenbaar – die overal ter wereld jarenlang stedelijke woningbouwprojecten hadden tegengehouden.

    De toorn van de yimby’s viel haar koud op haar dak. ‘Hebt u het over courgettes? Echt waar? Want ik kan mijn huur nauwelijks opbrengen,’ foeterde een verontwaardigde Victoria Fierce tijdens die vergadering op 13 juni. Fierce voegde eraan toe dat juist door het tekort aan nieuwe woningen de huren in San Francisco de pan uit rijzen, zodat ze het zich nauwelijks nog kan permitteren in de Bay Area te wonen.

    Victoria Fierce leidt een afdeling van een nieuwe beweging die in tal van steden de kop opsteekt, van Seattle tot Sydney en van Austin tot Oxford, en die niet tégen nieuwbouw lobbyt maar ervóór. Ze zeggen dat hun leven wordt bedreigd door de woningnood en de torenhoge huurprijzen. Ze noemen zichzelf ‘yimby’s’, een afkorting van ‘yes, in my backyard’. En aan courgettes hebben ze maling.

    Schreeuwen

    De beweging teert op de woede van jongeren van de millenniumgeneratie, van wie velen nu achter in de twintig of begin dertig zijn. In plaats van lijdzaam te zwijgen terwijl ze uit alle macht betaalbare woonruimte proberen te vinden, bezoeken ze en masse inspraakbijeenkomsten om te betogen voor meer huisvesting – bij voorkeur het soort opvulprojecten in dichtbebouwde binnensteden waartegen 
dikwijls heftig werd geprotesteerd 
door nimby’s (‘not in my backyard’).

    De geboorteplaats van de yimby-beweging, de San Francisco Bay Area, kent de hoogste huurprijzen van Amerika. Volgens schattingen van de staat Californië kwamen er tussen 2010 en 2013 circa 307.000 banen bij in het gebied, maar nog geen 40.000 nieuwe woningen. ‘Er is duidelijk een woningtekort, en het antwoord is nieuwbouw,’ zegt Lara Foote Clark, die leiding geeft aan het in San Francisco gevestigde Yimby Action. ‘Beleid dwing je af als je over dingen gaat schreeuwen.’

    Clark en andere leden van yimby-bewegingen beschouwen zichzelf als progressief en milieubewust, maar ze zijn niet bang om af en toe de knuppel in het gebruikelijke linkse hoenderhok te gooien. Ze richten hun pijlen veelvuldig op eigenaren van ruimteslurpende eengezinswoningen en brengen antikapitalistische groeperingen in verwarring door de kant van projectontwikkelaars te kiezen, zelfs ontwikkelaars van luxeprojecten. Ze zijn een ‘klaag de buitenwijken aan’-campagne begonnen tegen steden die geen grote woningbouwprojecten goedkeuren.

    San Francisco, de geboorteplaats van de yimby-beweging, kent de hoogste huurprijzen van de VS. – © David Paul Morris / Getty Images
    San Francisco, de geboorteplaats van de yimby-beweging, kent de hoogste huurprijzen van de VS. – © David Paul Morris / Getty Images

    Door hun bereidheid om te lobbyen voor vrijesectorwoningen in traditionele minderheidswijken zijn ze afgeschilderd als loopjongens van projectontwikkelaars. Ook heeft hun voorkeur voor vrijesectoroplossingen hun een reputatie opgeleverd van ‘libertariërs’ die uitgaan van het ‘economische doorsijpeleffect’ [een theorie die zegt dat belastingvoordeel voor de rijken uiteindelijk ten goede komt aan iedereen].

    Tijdens een yimby-conferentie, afgelopen zomer in Oakland, werd geprotesteerd door Gay Shame, een radicale groep homoactivisten. Een stuk of tien van hen stonden buiten leuzen te roepen als ‘Homo’s vermoorden tech-yuppen’ en ‘Het is jullie achtertuin niet’. Maar van dat gescheld trekken de yimby’s zich niets aan. Na die gemeenteraadsvergadering in Berkeley hebben ze de courgette als mascotte voor 
hun woede gekozen. Ze maken online courgettegrappen, geven tips voor het kweken van courgettes in de schaduw en deelden zelfs een foto van een jager met een geweer op ‘de openingsdag van het courgetteseizoen’.

    ‘De reden van onze huidige woningnood 
is honderd procent politiek’

    Sonja Trauss (35), een voormalige 
wiskundelerares die in San Francisco woont, zegt dat de woningnood waarmee veel grote westerse steden kampen niet financieel, technisch of het gevolg van materiële tekorten is. ‘De reden van onze huidige woningnood 
is honderd procent politiek’, schreef Trauss in 2015 in een bericht op internet, wat haar hielp een leger volgelingen op te bouwen die spreken tijdens inspraakbijeenkomsten, brieven sturen en online steun verwerven voor woningbouw.

    Het idee verspreidde zich razendsnel. De yimby-beweging, die Trauss in 2013 startte als een brievenschrijfcampagne, heeft overal ter wereld navolging gevonden. In Oakland hielpen plaatselijke yimby-organisatoren om plannen goedgekeurd te krijgen voor een 24 verdiepingen hoge woontoren in de buurt van het metrostation MacArthur, waar alleen maar laagbouw stond. In Seattle hebben activisten het stadsbestuur er mede toe gedwongen dichtere bebouwing toe te staan in bepaalde wijken, zoals het University District.

    In Vancouver organiseren yimby-groeperingen rondleidingen langs delen van de stad waar de meeste ruimte wordt verspild, zoals een chique wijk waar maar vierhonderd mensen wonen op 60 hectare. Engeland kent inmiddels groepen in Londen, Oxford en Cambridge die kijken hoe de overheid ertoe kan worden bewogen meer nieuwbouw toe te staan. In Australië proberen pas opgerichte yimby-groepen wetten te veranderen zodat mensen de vliering boven hun garage kunnen verhuren.

    In Californië hebben yimby-activisten de Democraten geholpen om er een ingrijpend pakket nieuwe staatswetten door te drukken dat de bouw van betaalbare woningen mogelijk maakt. In San Francisco is zelfs een politieke yimby-partij opgericht; Sonja Trauss heeft zich voor 2018 kandidaat gesteld voor een plaats in de Raad van Toezichthouders van het gelijknamige district.

    Potentiële huizenkopers in San Francisco na een bezichtiging in de populaire wijk Castro. – © David Paul Morris / Getty Images
    Potentiële huizenkopers in San Francisco na een bezichtiging in de populaire wijk Castro. – © David Paul Morris / Getty Images

    David Chiu zegt dat toen hij nog voorzitter was van de Raad van Toezicht van het district San Francisco, bewoners maar zelden voorstander waren van plaatselijke woningbouwprojecten. ‘De enige stemmen die we hoorden waren vaak van buren die ertegen waren,’ zegt Chiu, die dit jaar de steun van de yimby-beweging inriep om wetten voor betaalbare woningbouw goedgekeurd te krijgen. ‘Ik denk dat 
ze een nieuw tegenwicht bieden. Ze hebben de discussie in andere banen geleid, zowel op plaatselijk niveau 
als op staatsniveau.’

    Yimby-groeperingen willen de behoefte aan auto’s verminderen door middel van geconcentreerde woningbouw in de buurt van het openbaar vervoer. 
Ze willen af van de weids opgezette buitenwijken. En vóór alles willen ze een plek om te wonen. Die eenvoudige roep om huisvesting kan in de praktijk allerlei complicaties met zich meebrengen. In de loopgraven van de 
lokale politiek kan elk gevecht om 
één enkel project in een genadeloze buurtoorlog ontaarden.

    Nergens zijn deze gevechten verbitterder geweest dan in het Mission District in San Francisco, traditioneel een buurt met voornamelijk latino’s met lage inkomens, die zich in hoog tempo heeft ontwikkeld tot een enclave voor voornamelijk blanke, gefortuneerde werknemers van de techindustrie. Het gigantische aantal techbanen dat in San Francisco en het nabije Silicon Valley is gecreëerd heeft de huren in het Mission District opgedreven tot gemiddeld 4250 dollar per maand. Deels als gevolg van huisuitzettingen en het gebrek aan betaalbare woningen is het aantal latino’s in de wijk drastisch gedaald. Volgens een studie uit 2014 zullen tussen 2000 en 2020 meer dan tienduizend latino’s, oftewel eenderde van de Latijns-Amerikaanse bevolking van de Mission, uit de wijk verdwenen zijn.

    Boze betogers

    Boze betogers hebben gezworen de gentrificatie een halt toe te roepen door alle nieuwbouwprojecten tegen 
te houden die niet in een aanzienlijk aantal sociale huurwoningen voorzien. Yimby-groeperingen hebben onmiddellijk op deze discussie ingespeeld door te betogen dat elk nieuwbouwproject beter is dan helemaal geen project. Op 14 september hebben Trauss en andere yimby-activisten bij de Commissie Ruimtelijke Ordening van San Francisco gepleit voor plannen voor de bouw van een project van 75 woningen in de Mission die voornamelijk voor de vrije sector bestemd zullen zijn. Latinoactivisten protesteerden daartegen. ‘Van de woningen die zullen worden gebouwd, zal 89 procent buiten het inkomensbereik vallen van de 
overgrote meerderheid van de latinobevolking van het Mission District,’ zei Carlos Bocanegra van La Raza Centro Legal, een organisatie die rechtsbijstand aan latino’s verleent.

    Maar Trauss wierp tegen dat niet bouwen geen antwoord op het woningtekort is. ‘Het honderdtal mensen met hogere inkomens dat niet in dit project gaat wonen als het niet wordt gebouwd, gaat ergens anders wonen,’ zei ze. ‘Ze zullen ergens anders iemand verjagen, want de vraag zal niet verdwijnen.’

    Yimby-groeperingen hebben financiële steun ontvangen van oprichters van diverse hightechbedrijven, waaronder 10.000 dollar van Jeremy Stoppelman, medeoprichter van Yelp, en van het Open Philantropy Project, dat mede gefinancierd wordt door Dustin Moskovits, een van de oprichters van 
Facebook.

    Deepa Varma, directeur van de Huurdersbond van San Francisco, zegt dat het frustrerend is geweest om latino’s die voor het behoud van hun buurt vochten, door een nieuwe groepering afgeschilderd te zien worden als nimby’s. ‘Ze hebben de zaak omgedraaid. Het zijn voornamelijk blanke, voornamelijk jonge, voornamelijk gezonde mensen die suggereren dat bewoners van arbeidersbuurten nimby’s zijn,’ zegt Varma.

    Wat tegenstanders van gentrificatie ook irriteert, is dat yimby’s vaak lobbyen voor projecten die ver van hun bed zijn. ‘Het helpt om je buurt een tijdje te kennen voordat je besluit hem te veranderen,’ zegt Andy Blue, een activist van Plaza 16 Coalition, een groepering die de latinocultuur van 
de Mission probeert te behouden. 
‘De mensen in de Mission voelen zich enorm geschoffeerd door die mensen die hun vertellen wat goed voor ze is.’


    Volgens Young Invincibles, een onderzoeks- en advocatenkantoor in Washington, is de nettorijkdom van de millennials in de VS momenteel ongeveer half zo groot als die van de generatie van hun ouders – de babyboomers – in 1989, toen die ongeveer net zo oud waren. De typische millennial heeft voor ongeveer 29.000 dollar aan bezittingen verzameld, terwijl babyboomers in 1989 gemiddeld 61.000 dollar bezaten. ‘Ze verdienen minder, hebben meer studieschuld en komen moeilijker aan een koophuis,’ zegt Tom Allison, adjunct-directeur Beleid en Onderzoek van Young Invincibles. Maar hij voegt eraan toe dat ze meer dan andere generaties bereid zijn om de wereld te veranderen. ‘Deze generatie is veerkrachtig. Ze reageren op tegenslagen door dingen te veranderen. Dat is de zonnige kant van het verhaal.’

    Greg Magofna (33), een werknemer van een non-profitorganisatie, is opgegroeid in de lommerrijke stad Alameda in de East Bay. Hij heeft zijn eigen yimby-afdeling opgericht in zijn geboortestad, omdat hij financieel het hoofd bijna niet meer boven water kon houden. Hij heeft het geluk dat de instanties in Berkeley erop toezien dat de huur van zijn minuscule appartementje van 28 vierkante meter beperkt blijft tot 1200 dollar per maand. Maar hij kan zich nog steeds geen auto permitteren en zijn fietsen, koelkast, ketel en lievelingsstoel vechten om ruimte langs één overvolle muur van zijn woning. ‘Er is een generatiekloof. Veel mensen van de oudere generatie zien niet in dat de wereld veranderd is,’ 
zegt hij, om eraan toe te voegen dat 
het nogal confronterend kan zijn voor yimby’s om naar een openbare bijeenkomst te gaan waar tegenstanders hen voor gentrificeerders of erger uitmaken. ‘De wereld verandert en er is veel om boos over te zijn,’ zegt hij. ‘De yimby’s zeggen: “Wij kunnen er wat aan doen.”’

    Auteur: Erin McCormick

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

    CONTEXT: Yimby’s in drie soorten

    Niet alle groepen die zich achter het vaandel van ‘yimby’ 
scharen (of die daar door de media toe worden gerekend) lijken op elkaar. Sommige lopen te hoop tegen ongelijkheid tussen 
de generaties, terwijl andere zich bezighouden met het lot van de meest kwetsbaren, los van hun leeftijd. Sommige richten zich vooral op de volkshuisvesting, andere willen op een breder front de problemen van de jeugd aanpakken.

    Lobbyisten. Generation Squeeze (de ‘Uitgeperste Generatie’) wil ‘de problemen van de millennials (de generatie geboren tussen begin jaren tachtig en medio jaren negentig) onder de aandacht van de politiek brengen’, zo legt The Toronto Star uit. De oprichter van de beweging, Paul Kershaw, is lector aan de Universiteit van Brits-Columbia. Geïnspireerd door diens werk over de ongelijkheid tussen de generaties, wil Generation Squeeze vooral opkomen voor de belangen van de generatie onder de veertig op het gebied van huisvesting, maar ook met betrekking tot salaris, openbaar vervoer en kinderopvang. In 2015 was de beweging vooral bezig op Twitter om, onder de hashtag #donthaveonemillion, de exorbitant hoge huizenprijzen in Vancouver aan de kaak te stellen.

    Altruïsten. ‘Praten over manieren om wonen betaalbaarder te maken spoort mensen er niet noodzakelijkerwijs toe aan om maatregelen te steunen die de bouw stimuleren’, schrijft The Atlantic. Volgens het blad is de beweging voor betere huisvesting niet louter een optelsom van de individuele klachten van jongere werknemers die zich druk maken om hun eigen toekomst. Het gaat ook om het streven naar sociale rechtvaardigheid. Het blad citeert Clayton Nall, een politicoloog aan de Stanford-universiteit, die stelt dat er ‘een sterk verband is 
tussen mensen die menen dat de rijken zwaarder belast moeten worden, en mensen die streven naar voor iedereen betaalbare huisvesting’.

    Deze progressieve filosofie ligt bijvoorbeeld ten grondslag aan het project A Place for You, dat wordt uitgevoerd door Multnomah County in de Amerikaanse staat Oregon, waaronder de stad Portland valt. Het project financiert de bouw van kleine zelfstandige woningen op het terrein van een handvol grondbezitters, die zich vrijwillig hebben aangemeld. Die moeten in ruil daarvoor een dakloos gezin (doorgaans een eenoudergezin) vijf jaar lang gratis huisvesten, meldt de plaatselijke website Willamette Week. Als het project aanslaat, zal het worden uitgebreid.

    Festivalgangers. Yimby Town in Oakland (Californië), het Yimby Festival in Toronto en zelfs Yimby Con in de Finse hoofdstad Helsinki: de laatste jaren wemelt het van bijeenkomsten waar de schaarste aan betaalbare huisvesting centraal staat, met inbegrip van manieren om daar een einde aan te maken. Zoals de website Citylab meldt, trok de tweede versie van Yimby Town (de eerste werd in 2016 georganiseerd in Boulder in Colorado) in de voorbije zomer ‘honderden deelnemers uit alle landen, onder wie onderzoekers, mensen van techbedrijven en zelfs leden van de Senaat van Californië, die debatteerden over de politiek achter en de oplossingen voor de huidige crisis in de volkshuisvesting.

    ‘De term nymby wordt steeds vaker in ongunstige zin gebruikt’

    CONTEXT: ‘Niet in mijn achtertuin’

    Het acroniem ‘nimby’ (voor: not in my backyard – letterlijk: niet in mijn achtertuin) wordt in de Angelsaksische wereld gebezigd ter aanduiding van een bewonersgroep die wordt gevormd om een woningbouw- of infrastructuurproject tegen te houden. Zoals het Amerikaanse weekblad The Atlantic onderstreept wordt de term steeds vaker in ongunstige zin gebruikt om groepen aan te duiden die het erom te doen is ‘de waarde van vastgoedbezittingen hoog te houden, maar ook om via de huisvesting de scheiding tussen inwonersgroepen in stand te houden’ (bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat scholen in de buurt uitsluitend door kinderen uit eenzelfde milieu worden bezocht).

    Het letterwoord ‘yimby’ (voor: yes in my backyard) wordt gebruikt voor een nieuw soort actievoerders, die proberen een einde te maken aan wat zij beschouwen als plaatselijke vormen van egoïsme. Sommige schrijvers over het onderwerp zien desalniettemin positieve kanten aan bepaalde vormen van protest die als nimby worden bestempeld. In haar boek This Changes Everything: Capitalism vs The Climate (in het Nederlands verschenen onder de titel No Time: verander nu voordat het klimaat alles verandert) ziet de Canadese journaliste Naomi Klein lokale protestbewegingen tegen grote infrastructurele projecten die als een gevaar voor het milieu worden beschouwd ‘niet als een nimby-achtige uitdrukking van verontwaardiging, maar als een absoluut moreel gebod’, benadrukt de Canadese krant The Globe and Mail (Toronto).