Tag: Xinjiang

  • China: oudste kaas ter wereld gevonden

    China: oudste kaas ter wereld gevonden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Grootste banken ter wereld spreken zich uit voor kernenergie

    » Egypte levert wapens aan Somalië tijdens spanningen met Ethiopië

    Ontdekking schijnt nieuw licht op de herkomst van kefir

    Chinese wetenschappers zeggen dat ze ’s werelds oudste kaas hebben ontdekt. De kaasblokjes zijn ongeveer 3500 jaar oud en lagen begraven naast mummies in het Tarimbekken in het uiterste westen van China. Dat schrijft South China Morning Post.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het team vond het DNA van geiten en fermenterende microben uit zuivelmonsters uit de bronstijd verspreid rond de nek van mummies in doodskisten op de Xiaohe-begraafplaats, een bekende archeologische vindplaats, in de autonome regio Xinjiang. Het zou gaan om een soort kefirkaas.

    Tot nu toe werd gedacht dat kefir uitsluitend afkomstig was uit de Noordelijke Kaukasus in het huidige Rusland en zich van daaruit naar Europa en Azië verspreidde. Volgens de wetenschappers achter deze nieuwe ontdekking suggereren de aangetroffen sporen van de melkdrank in Xinjiang dat dat ook een mogelijke verspreidingsroute van kefir zou kunnen zijn. Volgens de onderzoekers was de Xiaohe-bevolking daarnaast lactose-intolerant en hielp het fermentatieproces van de kefir om het lactosegehalte in hun melk te verlagen.

  • Zo onderdrukt China de Oeigoeren: detentiecentra en ‘shoot to kill’-beleid

    Zo onderdrukt China de Oeigoeren: detentiecentra en ‘shoot to kill’-beleid

    Onlangs lekten politiedossiers met foto’s van Oeigoerse gevangenen in zogenaamde ‘heropvoedingscentra’ uit. Ze geven een ontluisterend beeld van de massale vervolging van de islamitische minderheid in China. ‘De kampen zijn bedoeld om de Oeigoerse cultuur, geschiedenis en religie uit te roeien.’

    China’s brute en grootschalige onderdrukking van de Oeigoerse islamitische minderheid in Xinjiang heeft voor het eerst een gezicht gekregen. Tienduizenden politiedossiers, foto’s en officiële documenten van hoge ambtenaren van de Communistische Partij van China (CPC), waar El País toegang toe had, leveren een ongekend bewijs van de omvang van het gevangenissysteem in deze westelijke regio van China en van het paranoïde beleid van Beijing ten aanzien van etnische minderheden. 

    Het journalistieke onderzoek van dit archief vond plaats onder leiding van de Duitse wetenschapper Adrian Zenz, expert in het analyseren van de Chinese onderdrukking in de regio, in samenwerking met nog dertien media in elf landen. Het onderzoek, dat De Politiedossiers van Xinjiang is genoemd, maakte het mogelijk om duizenden gevangenen, onder wie minderjarigen, in de door China gebouwde heropvoedingscentra te identificeren. De aanklachten op basis waarvan mensen gevangen worden gehouden en die doorgaans weinig consistent zijn, konden worden geclassificeerd; dankzij beelden die in de inrichtingen zijn gemaakt kunnen detentie-, ondervragingsmethoden en mishandeling van bewakers tegen gevangenen worden getoond.

    Ook werden transcripties geanalyseerd van openbare toespraken door de hoogste leiders van de CPC in Xinjiang. Waarom ook toespraken van secretaris-generaal Chen Quanguo die, overeenkomstig de instructies van Beijing, de doctrine van maximale veiligheid verkondigde en verklaarde dat gevangenen zelfs zullen worden doodgeschoten als zij in opstand komen of proberen te ontsnappen.

    Systematische repressie

    ‘Achter deze systematische repressie,’ zegt Zenz in een telefoongesprek, ‘schuilen de angst en paranoia van president Xi Jinping vanwege het verzet van de Oeigoeren tegen pogingen van de staat om hen te controleren.’ Volgens onderzoek van Zenz, die lid is van de in Washington gevestigde Victims of Communism Memorial Foundation, is de opsluiting van Oeigoeren in heropvoedingskampen de ‘meest omvangrijke internering van een etnische religieuze minderheid sinds de Holocaust’. Ten minste 1 miljoen burgers, van wie de meesten Oeigoeren, zijn opgesloten in heropvoedingskampen verspreid over Xinjiang. Over dat aantal bestaat consensus onder journalisten, academici en de Verenigde Naties.

    Een anonieme externe bron kwam aan De politiedossiers van Xinjiang via geraffineerde hacks van de computersystemen van het Bureau voor Openbare Veiligheid van de Chinese politie (afgekort de PSB), in de districten Konasheher in de prefectuur Kashgar en Tekes in het district Ili Kazachstan. De hacker, die om veiligheidsredenen anoniem wil blijven, handelde op eigen initiatief, zonder enige betrokkenheid bij of steun van onderzoekers die bij het project betrokken zijn. De documenten, beelden en de aanwezigheid van drie heropvoedingscentra waarop de dossiers betrekking hebben, zijn door de groep journalisten geverifieerd middels geolokalisatie op basis van foto’s die door agenten zijn genomen. Hany Farid, expert en professor aan de universiteit van Berkeley op het gebied van forensische beeldanalyse, heeft verklaard dat er geen bewijs is dat de fotoarchieven zijn gemanipuleerd.

    Het district Kashgar op de grens met Kazachstan en Kirgizië, die officieel de Autonome Oeigoerse Regio Xinjiang heet, is een van de geplande haltes tijdens de officiële reis die de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, de voormalige Chileense president Michelle Bachelet, afgelopen maandag is begonnen. Bezoek aan de heropvoedingscentra voor Oeigoeren, de grootste etnische groep in deze regio met ongeveer 25 miljoen inwoners, was een van de fundamentele eisen die mensenrechtenorganisaties bij Bachelet hadden neergelegd. In een en referentiedocument voor overheidsbeleid erkende de regering van Xi in oktober 2018 voor het eerst het bestaan van deze faciliteiten. Beschuldigingen van onderdrukking van minderheden in Xinjiang wijst Beijing echter van de hand, en de regering houdt vol dat deze faciliteiten zijn bestemd voor onderwijs en vorming van ‘studenten’, die zich vrijelijk kunnen bewegen. Het regime noemt dergelijke gevangenisinternaten ‘onderwijs- en vormingscentra voor beroepsvaardigheden’.

    12 procent van de volwassen bevolking is geïnterneerd in heropvoedingscentra, detentiecentra of gevangenissen

    De politiedossiers van Xinjiang tonen een heel andere werkelijkheid. Zo blijkt uit een analyse van duizenden politiedocumenten in Konasheher (het register van de veiligheidsdiensten telt zo’n 286.000 burgers, bijna de complete bevolking van dit district) dat in de periode 2017-2018 ten minste 12,3 procent van de volwassen bevolking op de een of andere manier is geïnterneerd in heropvoedingscentra, detentiecentra (voor mensen die zijn opgepakt en die een veroordeling afwachten) of gevangenissen.

    In een e-mail als antwoord op vragen over de inhoud van het lek schreef Liu Pengyu, woordvoerder van de Chinese ambassade in de Verenigde Staten: ‘De Xinjiang-kwesties hebben in wezen te maken met de strijd tegen gewelddadig terrorisme, radicalisering en separatisme, niet met mensenrechten of religie. Gezien de ernstige en complexe situatie aangaande terrorismebestrijding heeft Xinjiang een reeks doortastende, solide en effectieve maatregelen voor deradicalisering genomen. Als gevolg daarvan heeft zich in Xinjiang al verscheidene jaren achtereen geen enkel geval van gewelddadig terrorisme meer voorgedaan’.

    Na publicatie van de documenten deed de woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, Wang Wenbin, de berichten dinsdag af als ‘een nieuw voorbeeld van anti-Chinese krachten die China belasteren’, aldus correspondent Macarena Vidal Liy vanuit Beijing. ‘Het is gewoon een herhaling van een oude truc,’ zei hij op de dagelijkse persbriefing van zijn ministerie. ‘De wereld laat zich niet voor de gek houden door de verspreiding van geruchten en leugens die niet kunnen verhullen dat Xinjiang stabiliteit en welvaart kent en dat de inwoners een gelukkig en tevreden leven leiden,’ zei hij. Daarmee herhaalde hij het argument van Beijing in reactie op beschuldigingen van mensenrechtenschendingen in Xinjiang.

    5074 portretfoto’s

    De politiedossiers van Xinjiang bevatten, naast andere documenten, 5074 portretten die tussen 6 januari en 25 juli 2018 zijn gemaakt op politiebureaus of in gesloten centra in het district Konasheher. Het vormt een van de belangrijkste bijdragen van de analyse van de Chinese repressie. Van deze foto’s konden 4989 worden gekoppeld aan een persoon en worden voorzien van gedetailleerde informatie. El País analyseerde een steekproef van 2884 foto’s met specifieke gegevens van gedetineerden uit deze bestanden die afkomstig zijn uit het informatienetwerk van het Chinese PSB. De meerderheid van de gedetineerden, 2001 burgers, is jonger dan 30 jaar (69 procent). Mannen zijn in de meerderheid, 2490 (86 procent), tegenover 394 vrouwen (14 procent). Uit de analyse blijkt dat zich onder de gevangenen mensen bevinden van alle leeftijden (tussen 15 en 73 jaar) en van alle opleidingsniveaus (van ongeschoolden tot universitair gediplomeerden).

    Dit journalistieke onderzoek wordt bij een half dozijn andere onderzoeken gevoegd waarmee sinds 2019 wordt geprobeerd de omvang aan te tonen van de systematische onderdrukkingscampagne van het communistische regime tegen de Oeigoeren, een etnische groep die voornamelijk islamitisch is. Xinjiang, dat in het westen aan zeven Centraal-Aziatische landen grenst, is van bijzonder belang voor Beijing. Ten eerste omdat het een doorvoerpunt is op de Nieuwe Zijderoute, ten tweede om veiligheidsredenen: het zogenaamde binnen-China wordt sociaal, politiek en economisch gedomineerd door etnische Han-Chinezen, die er in de meerderheid zijn. Maar deze regio, gelegen in het oostelijke deel van het historische Turkestan, tussen de Kaspische Zee en de Gobiwoestijn, met een geschiedenis en een cultuur die verbonden zijn met de Turkse volkeren en waar de gelaatstrekken verschillen van die van de Han, heeft traditioneel altijd een verlangen naar autonomie gekend. Dit is door Beijing sterk verworpen en nu vrijwel vernietigd.

    De verhuizing van etnische Han-Chinezen in een poging om de demografie van Xinjiang te veranderen, leidde rond 2009 tot hevige botsingen. Een van de bloedigste episodes was de botsing tussen de Oeigoerse en de Han-gemeenschap in juli 2009 in Urumqi, de hoofdstad van de regio, waarbij ongeveer tweehonderd doden vielen. Na verschillende aanvallen door gewapende separatistische groeperingen gaf Xi in mei 2014 het groene licht voor een campagne onder de naam Een dreun tegen gewelddadig terrorisme, en die vormt nog steeds het kader voor het huidige keiharde optreden in de regio.

    Abdurahman Hasan herkende zijn vrouw op een van de foto’s

    Abdurahman Hasan, een Oeigoer, is een van de personen die de juistheid van de politiedossiers kon bevestigen; hij identificeerde zijn vrouw tijdens een interview in Istanboel met BBC News, dat ook deel uitmaakt van de journalistieke onderzoeksgroep. Hasan is een zakenman uit Kashgar die vaak naar het buitenland reisde, wat vaak argwaan wekt in Beijing. Hij verliet Xinjiang in januari 2017, op het hoogtepunt van de hardhandige repressie. In de zomer van dat jaar werd zijn destijds eenentwintigjarige vrouw Tunsagul Nurmemet gearresteerd, samen met zijn moeder. Volgens haar dossier werd Nurmemet veroordeeld wegens ‘het bijeenbrengen van een menigte om de maatschappelijke orde te verstoren, ruzies uit te lokken en problemen te veroorzaken’. ‘Haar leven draaide om haar familie en ze ging ook niet veel met anderen om,’ aldus Hasan tijdens het gesprek in de Turkse hoofdstad. ‘Ze ging alleen op bezoek bij familie, ik weet niet of ze veel vrienden had. Ze had geen groot sociaal netwerk, dus hoe kon ze een menigte bijeenbrengen?’ Ze kreeg zestien jaar hechtenis opgelegd.

    De Nurmemet op de foto in De Politiedossiers van Xinjiang is onherkenbaar vergeleken met de pasfoto die tot dusver beschikbaar was in de databanken met Oeigoerse slachtoffers van de Chinese repressie. Volgens informatie die Hasan in de zomer van 2017 kreeg, waren zijn vrouw en moeder ‘meegenomen om te studeren’.

    Haar verhaal komt overeen met dat van veel andere families van mensen die zijn verdwenen. Zo ging het bijvoorbeeld ook met Nursiman Abdureshid, drieëndertig, die door El País eveneens in Istanboel werd geïnterviewd. Haar familieleden komen voor in politiedossiers van de prefectuur van Kashgar. In de zomer van 2017 hoorde Abdureshid, die toen al twee jaar in Turkije woonde, via een telefoontje van familieleden dat haar vader en jongere broer naar een ‘onderwijsprogramma’ waren gebracht. De oudste van haar broers zat sinds 2016 gevangen wegens een vermeend niet-afbetaalde schuld. Ze werd verzocht niet meer te bellen en kreeg te horen dat haar familie in orde was. In juni 2020 slaagde Abdureshid erin de Chinese ambassade in Turkije te laten bevestigen dat haar familieleden straffen van meer dan tien jaar waren opgelegd. ‘Ik vroeg wat de redenen waren voor hun veroordeling,’ vertelt Abdureshid tijdens het interview, ‘en ik kreeg te horen dat het ging om “verstoring van de openbare orde” en dat ze mogelijk van plan waren terroristische activiteiten te ontplooien.’ Haar vader was een voormalig staatsambtenaar en lid van de CPC. Zij meent dat zijn vertrek uit Xinjiang, samen met dat van haar andere zuster, die in de VS woont, achterdochtig maakte en tot de onderdrukking van haar familie heeft geleid.

    In De politiedossiers van Xinjiang bevinden zich ook tientallen foto’s die door de autoriteiten en veiligheidsdiensten zijn gemaakt in het district Tekes, in de prefectuur Illi Kazachstan. Ongeveer dertig van de beelden, gemaakt tussen april 2017 en september 2018, lijken te zijn gemaakt in het heropvoedingscentrum in het district. Het optreden van de officieren in die inrichting, hun bewapening en de manier waarop gevangenen worden behandeld, staan haaks op wat je in een centrum voor beroepsopleiding zou verwachten en ook haaks op publiekelijke berichten uit Beijing.

    Martelingen

    Op de foto’s worden gedetineerden met kappen over hun hoofd en met handboeien om van de ene plek naar de andere gebracht. Agenten gewapend met stokken zijn meestal etnische Oeigoeren, maar er zijn ook agenten met aanvalsgeweren en oproeruitrusting; dat zijn meestal etnische Han. Volgens de foto’s die in Tekes gemaakt zijn, vinden de verhoren plaats op zogenaamde tijgerstoelen, die volgens Human Rights Watch deel uitmaken van het repertoire van martelwerktuigen dat China gebruikt. Verscheidene reeksen van deze documenten tonen praktijken die in 2017 ook in de zogenoemde Secret China Cables, andere gelekte officiële documenten, aan het licht kwamen. Het gaat om het injecteren van gevangenen, in dit geval van mannen, meestal voor voedselvoorziening of voor analyse. Andere praktijken betreffen de verplichting om dagelijks de doctrine van het kamp te reciteren of in groepen te luisteren naar de propaganda van de lokale autoriteiten.

    Naar schatting hebben al een miljoen burgers in deze heropvoedingscentra gezeten, maar dat cijfer zou wel eens zeer conservatief kunnen zijn, blijkens een van de meest onthullende politieke toespraken die door het lek aan het licht zijn gekomen. Het document is een transcriptie van een toespraak die Zhao Kezhi, minister van Openbare Veiligheid, hield tijdens zijn bezoek aan Urumqi op 15 juni 2018 en geclassificeerd als ‘geheim document’. De transcriptie klopt met plaatselijke persberichten en foto’s van de communistische leider gedurende zijn verblijf in de hoofdstad van Xinjiang. Volgens het document sprak Zhao in zijn toespraak van 2 miljoen burgers van Xinjiang die ‘beïnvloed’ waren door ideeën over onafhankelijkheid, en nog eens 2 miljoen mensen die religieuze extremistische gedachten koesterden. Daarmee noemde hij twee van de drie ‘demonen’ die Beijing nadrukkelijk in de as van het kwaad plaatst: terrorisme, separatisme en radicaal islamisme.

    De CPC-minister meldde tijdens zijn toespraak dat twintigduizend ‘terroristen’ waren ‘vernietigd‘

    Zhao toont zich verheugd over de stabilisering van Xinjiang dankzij de ‘dreun tegen gewelddadig terrorisme‘ die in werking treedt zodra zij hun gezicht laten zien’. De CPC-minister meldde tijdens zijn toespraak dat twintigduizend ‘terroristen’ waren ‘vernietigd‘, waarbij hij niet specificeerde wie zij waren of wat er met hen is gebeurd. Het aantal is meer dan vijf keer zo groot als het totaal in de voorafgaande tien jaar. Zhao feliciteerde in zijn toespraak ook Chen Quanguo, de algemeen secretaris van de CPC in de regio tussen 2016 en 2021 en leider van de campagne om Xinjiang te ‘stabiliseren’. Diezelfde Chen staat op de Amerikaanse sanctielijst wegens schending van mensenrechten van etnische minderheden in Xinjiang.

    Chen was al een rolmodel in Beijing vanwege zijn optreden in Tibet voordat hij in Xinjiang aantrad. Hij wordt beschouwd als het brein achter het hardhandige optreden tegen de Oeigoeren en, in het bijzonder, de wildgroei aan heropvoedingscentra sinds 2017. Chens woorden in de toespraken in De politiedossiers van Xinjiang geven een nauwkeurig beeld van de mate van onderdrukking in deze straf- en detentiecentra. In een van zijn toespraken voor zijn mensen op 28 mei 2017 noemt hij de opsluiting in deze faciliteiten ‘humaan’, alleen al vanwege de airconditioning, de dagelijkse voedselrantsoenen en de mogelijkheid voor gevangenen om bezoek te ontvangen.

    ‘Eerst doden, dan rapporteren’

    Een analyse van de documenten in de uitgelekte Secret China Cables leidde tot de conclusie dat de gebruikelijke duur van detentie in de heropvoedingscentra één jaar was, maar de gezant van Beijing in de regio zette met zijn woorden in mei 2017 vraagtekens bij de vrijlating van enkele gevangenen. ‘Als ze weggaan,’ zei Chen, ‘keren de problemen onmiddellijk terug, dat is de realiteit in Xinjiang.’ In een nieuwe transcriptie van 18 juni 2018 is zijn toon radicaler. ‘Niemand zal ooit plannen moeten smeden om de inrichtingen voor internering aan te vallen,’ verklaarde Chen. ‘Zodra iemand toch een stap in die richting doet, moet vastberaden het vuur worden geopend.’ In diezelfde toespraak, waarin hij herinnerde aan het geweld in Urumqi in 2009, betoogde Chen dat veiligheidstroepen tegen degenen die de wet overtreden moeten optreden onder het motto ‘eerst doden, dan rapporteren‘.

    ‘Als de studenten niet luisteren naar de bevelen mag de gewapende politie een waarschuwingsschot lossen’

    De woorden van de algemeen secretaris van de CPC in Xinjiang waren tot vorig jaar niet aan dovemansoren gericht. Verschillende documenten uit het archief, afkomstig uit de computersystemen van de Chinese politie in de regio, laten zien dat de doctrine van Chen een fundamentele pijler in de actieprotocollen is geworden. Bijvoorbeeld als het gaat om ontsnappingspogingen door ‘studenten’ [lees: gevangenen] – een obsessie vanwege Beijings surveillanceparanoia. Een document beschrijft hoe moet worden gehandeld bij een ontsnapping: de plaatselijke autoriteiten moeten worden gewaarschuwd, wegen geblokkeerd en speciale troepen gestuurd. ‘Als de studenten niet luisteren naar de bevelen,’ aldus de instructie, ‘mag de gewapende politie een waarschuwingsschot lossen.’ Volharden ze in hun poging te ontsnappen, dan moet worden geschoten ‘om te doden’.

    ‘De heropvoedingskampen,’ concludeert Zenz, de academicus die vanwege zijn studie van de Chinese repressie in Xinjiang door de autoriteiten in Beijing op de zwarte lijst is gezet, ‘zijn bedoeld om de hoofden en harten van de Oeigoeren te veranderen, evenals hun cultuur, geschiedenis en Turkse erfenis, met inbegrip van hun religie uit te roeien. Dat alles zodat ze zich compleet aan de Communistische Partij van China zullen overgeven.’

    Lees ook:

  • Tesla bekritiseerd om openen showroom in Chinese regio Xinjiang

    Tesla bekritiseerd om openen showroom in Chinese regio Xinjiang

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » GitHub sluit Indiase website die moslima’s ‘ter veiling’ aanbiedt

    » Polen en Hongarije kochten Pegasus-spyware kort na bezoek Netanyahu

    Woede om Tesla-vestiging in controversiële regio

    De aankondiging van Tesla dat het een showroom heeft geopend in Urumqi, de regionale hoofdstad van Xinjiang, wordt fel bekritiseerd door Amerikaanse mensenrechten- en handelsorganisaties, schrijft Al Jazeera. Xinjiang is de afgelopen jaren een belangrijk conflictpunt tussen westerse regeringen en China; de VN en mensenrechtenorganisaties schatten dat meer dan een miljoen mensen, voornamelijk Oeigoeren en leden van andere moslimminderheden, er in kampen worden vastgehouden.

    De grootste Amerikaanse moslimorganisatie zegt dat Tesla met deze stap ‘genocide steunt’

    ‘Op de laatste dag van 2021 ontmoeten we elkaar in Xinjiang’, kondigde Tesla aan op zijn officiële Weibo-account. De Council on American-Islamic Relations, de grootste Amerikaanse belangenbehartigingsorganisatie voor moslims, zegt dat Tesla met deze stap ‘genocide steunt’.

    Lees ook:

  • Intel maakt excuses in China vanwege boycot Xinjiang

    Intel maakt excuses in China vanwege boycot Xinjiang

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kazachstan: president ontslaat regering na ‘zeldzame’ protesten

    » Balinese ondernemers willen duurzaam toerisme

    Boycot leidde tot woedende reacties in China

    Intel heeft zijn excuses aangeboden aan partners en klanten in China nadat het lokale leveranciers had laten weten niet langer arbeidskrachten of goederen uit Xinjiang te zullen gebruiken, bericht The Verge. Allerlei landen, waaronder de VS, beperken de handel met Xinjiang vanwege de manier waarop Beijing de islamitische Oeigoerse minderheid in de regio behandelt. Eerder deze maand stelden de VS een verbod in op invoer uit Xinjiang, tenzij kan worden aangetoond dat goederen zijn gemaakt zonder dwangarbeid.

    Het besluit zorgde voor woedende reacties op Chinese sociale media

    In een jaarlijkse brief aan leveranciers zei Intel dat het ‘verplicht’ was om deze beperkingen op de handel in Xinjiang te volgen en er daarom voor te zorgen dat het niet langer arbeid, goederen of diensten uit de regio betrekt. De brief zorgde voor woedende reacties op Chinese sociale media, en de Chinese popster Karry Wang, voormalig Intel-ambassadeur, verbrak de banden met het bedrijf.

    De Chinese markt bedraagt met 20 miljard dollar, een kwart van Intels wereldwijde omzet en er werken ruim tienduizend Chinezen voor het bedrijf.

    Lees ook:

  • Het bedrijf dat Oeigoeren in de gaten houdt, levert ook controlesoftware aan Iran

    Het bedrijf dat Oeigoeren in de gaten houdt, levert ook controlesoftware aan Iran

    Een nieuw rapport levert een van de weinige harde bewijzen voor iets wat deskundigen al langer vermoeden: dat Iran een systeem van digitale surveillance over zijn burgers probeert uit te rollen, naar voorbeeld van China en gebruikmakend van Chinese technologie.

    Het Chinese bedrijf Tiandy verkoopt zijn bewakingstechnologie aan de Revolutionaire Garde, de politie en het leger van Iran, zo blijkt uit een nieuw rapport van IPVM, een onderzoeksgroep op het gebied van surveillance.

    Tiandy is volgens Tate Ryan-Mosley, data- en audiojournalist voor MIT Technology Review, een van ’s werelds grootste bedrijven op het gebied van videobewaking, met een omzet van bijna 700 miljoen dollar in 2020. Het bedrijf verkoopt camera’s en bijbehorende kunstmatige-intelligentiesoftware, waaronder gezichtsherkenningstechnologie en software die naar eigen zeggen ‘het ras van iemand’ kan detecteren.

    Het bedrijf zegt zelf vestigingen te hebben in ongeveer zestig landen, maar IPVM schat dat Tiandy’s inkomsten voornamelijk afkomstig zijn uit China. Daar werkt het bedrijf, dat zeer loyaal is aan de Communistische Partij, nauw samen met de Chinese politie. Zo wordt onder meer ‘intelligent beheer’ verzorgd van zogenoemde ‘tijgerstoelen’, waarvan op grote schaal is vastgesteld dat ze worden gebruikt als instrument voor marteling. Ook levert het bedrijf technologie voor het tracken van Oeigoeren.

    Tiandy is een belangrijke leverancier van de Chinese regering

    Niet bepaald een bedrijf om vrolijk van te worden en het is dan ook niet verwonderlijk dat allerlei alarmbellen afgaan als blijkt dat het levert aan bijvoorbeeld Iran. Zoals Ryan-Mosley schrijft; ‘het rapport biedt een zeldzame blik op enkele specifieke aspecten van China’s strategische relatie met Iran en de manieren waarop het land surveillancetechnologie verspreidt aan andere autocratische staten in het buitenland’. 

    Volgens Ryan-Mosley is het ‘etniciteit-volgsysteem’ van Tiandy, dat door deskundigen als onnauwkeurig en onethisch wordt bestempeld, een van de vele AI-systemen die de Chinese regering gebruikt om de Oeigoerse minderheid in de provincie Xinjiang te onderdrukken. Dat gebeurt samen met gezichtsherkenningssoftware van Huawei – zoals The Washington Post berichtte – dat stellig elke betrokkenheid in de regio ontkend, en met AI-technologieën voor het opsporen van emoties – waarover BBC al eerder schreef – en nog veel meer.

    Lees ook:

    Uit het rapport, dat is gebaseerd op een analyse van openbaar beschikbare berichten van Tiandy in sociale media en van marketingmateriaal op het web, blijkt dat het bedrijf een vijfjarig contract heeft gesloten met Iran, waar het acht lokale personeelsleden in dienst wil nemen. Het rapport vermeldt ook dat Tiandy weliswaar een particulier bedrijf is, maar dat de CEO, Dai Lin, publiekelijk een pleitbezorger is van de regerende Communistische Partij in China, en dat het bedrijf een belangrijke leverancier is van de Chinese regering.

    Tiandy verklaart samen te werken met de Islamitische Revolutionaire Garde en de Iraanse politie

    Hoewel het precieze pakket van bewakingsmaterieel dat Tiandy aan Iran zal verkopen onbekend is, trof IPVM Tiandy-camera’s aan bij het Iraanse bedrijf Sairan, een ‘militaire elektronicaleverancier in staatshanden’, en op een niet nader genoemde militaire basis. Tiandy vermeldt deelname aan verschillende projecten in Iran waaronder samenwerking met een afdeling van de Islamitische Revolutionaire Garde en met de politie in de noordelijke stad Khomam.

    Belangrijk, aldus Ryan-Mosley, ‘is dat het rapport onthult dat Tiandy’s netwerkvideorecorders (NVR’s) worden gebruikt door het Iraanse leger en worden aangedreven door chips die zijn geproduceerd door de Amerikaanse fabrikant Intel, hetgeen de vraag oproept of het bedrijf de Amerikaanse sancties tegen Iran heeft overtreden’. Penny Bruce, een woordvoerder van Intel, heeft daarover tegen Ryan-Mosley gezegd: ‘We hebben geen kennis van de beschuldigingen en we onderzoeken de situatie.’

    Een ontluikend partnerschap

    ‘Het nieuwe rapport is een van de weinige harde bewijzen voor iets wat deskundigen al langer vermoeden: dat Iran probeert een systeem van digitale surveillance over zijn burgers uit te rollen, naar voorbeeld van China en met gebruikmaking van Chinese instrumenten’, schrijft Ryan-Mosley. Ze haalt Saeid Golkar aan, een expert in Iraanse beveiliging en professor aan de Universiteit van Tennessee, die zegt dat censuur en toezicht de centrale punten zijn in dat model. ‘De Islamitische Republiek wil een internet zoals China heeft, door massale connectiviteit te creëren en die vervolgens te controleren,’ zegt hij.

    Lees ook:

    Volgens Ryan-Mosley loopt Iran al een tijdje mee met China op het gebied van surveillance. ‘Iran was een van de eerste gebruikers van het Chinese systeem voor “sociaal krediet”, een uitgebreid overzicht van de financiële, maatschappelijke en sociale activiteiten van burgers. In 2010 sloot het in Shenzhen gevestigde bedrijf ZTE een overeenkomst ter waarde van 130 miljoen dollar met staatsbedrijf Telecommunication Company of Iran (TCI), waarbij een ZTE-surveillancesysteem werd gekoppeld aan een door de Iraanse overheid beheerde telefoon- en internetinfrastructuur.’

    ‘Iran heeft al een schokkende staat van dienst als het gaat om het opsluiten en martelen van dissidenten’

    In maart van dit jaar sloten China en Iran een akkoord over een vijfentwintigjarig strategisch partnerschap, berichtte The New York Times. Veel details daarvan zijn niet bekend, maar duidelijk is dat het akkoord voorziet in meer militaire en commerciële samenwerking tussen de twee landen. Het IPVM-rapport bevestigt enkele van die details, en laat zien hoe Iran zijn vermogen om burgers te volgen moderniseert.

    Volgens Golkar werd een groot deel van het Iraanse veiligheidsapparaat tot voor kort gerund door moderatoren en informanten die sociale mediasites in de gaten hielden, maar dat is snel aan het veranderen. ‘Naarmate Iran meer gedigitaliseerd raakt, ben ik er zeker van dat we meer digitale vormen van onderdrukking en toezicht zullen zien,’ aldus Golkar. ‘Iran heeft al een schokkende staat van dienst als het gaat om het opsluiten en martelen van dissidenten, en de productlijn van Tiandy lijkt zeer geschikt voor het bevorderen van dergelijke praktijken’, voegt Ryan-Mosley daaraan toe.

    Golkar vindt het van essentieel belang om in de gaten te houden wat China probeert te verkopen aan andere landen, en aan autocratieën in het bijzonder. ‘Autoritaire regimes volgen China, omdat China het spel leidt. Alles wat China doet, zullen ze kopen of proberen te kopiëren.’

    Techno-autoritarisme

    ‘Het partnerschap tussen Tiandy en Iran markeert escalatie van een zorgwekkende trend’, schrijft Ryan-Mosley, ‘met autoritaire staten die steeds vaker technologieën gebruiken om controle over hun burgers uit te oefenen. Het partnerschap sluit in hoge mate aan bij de diplomatieke strategie van China, dat op agressieve wijze nauwere banden nastreeft met landen in Centraal-Azië, het Midden-Oosten en Afrika. Met de wens de mondiale invloed te versterken door middel van de Nieuwe Zijderoute, sluiten Chinese functionarissen en bedrijven deals om ambitieuze ontwikkelingsprojecten te realiseren, variërend van havens en snelwegen tot digitale infrastructuur. Huawei is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de aanleg van ongeveer 70 procent van de 4G-netwerken op het Afrikaanse continent.’

    Lees ook:

    Onderdeel van deze projecten, aldus Ryan-Mosley, is China’s visie om technologie te gebruiken om de bevolking nauwlettend te volgen. Huawei, Alibaba, ZTE en andere Chinese bedrijven voeren programma’s uit voor ‘veilige en slimme steden’, zoals Financial Times meldt; ze zeggen dat hun gebruik van ‘Internet of Things’-toepassingen en visuele technologieën politiediensten helpt.

    ‘Het exporteren van bewakingssystemen is een essentieel onderdeel van de geopolitieke strategie van China’

    Huawei beweert zelfs dat zijn technologieën sinds 2019 in meer dan zevenhonderd steden worden toegepast, schrijft Forbes, met een focus op Azië en Afrika. ‘Simpel gezegd’, vat Ryan-Mosley samen, ‘is het exporteren van bewakingssystemen een essentieel onderdeel van de geopolitieke strategie van China.’

    Rusland

    Ook Rusland beschikt inmiddels over geavanceerde binnenlandse surveillanceprogramma’s waarvan de export naar andere landen wordt opgevoerd. Moskou implementeerde vorig jaar een van de meest uitgebreide videosystemen ter wereld in openbaar vervoer, op scholen en bij wegen, inclusief gezichtsherkenning.

    Dat programma wordt aangestuurd door NTechLab, de oorspronkelijke makers van de app FindFace, een voorloper van moderne gezichtsherkenningssystemen waarmee gebruikers foto’s van gezichten kunnen nemen en die kunnen vergelijken met beelden op het internet. Die neurale netwerken kunnen nu ook met kenmerkende loopjes, silhouetten en auto’s overweg.

    ‘We willen over de hele wereld werken. We hebben veel projecten in Latijns-Amerika en het Midden-Oosten,’ zei NTechLab-oprichter Artem Kuharenko vorig jaar tegen MIT Technology Review. Hij zei toen ook dat de twee aandachtsgebieden van het internationale werk van NTechLab de detailhandel en ‘veilige en slimme steden’ zijn.

    ‘Surveillance is geenszins beperkt tot autoritaire staten, en projecten met “veilige en slimme steden” vind je terug in veel democratieën’, betoogt Ryan-Mosley. ‘Maar techno-autoritarisme zal moeilijk te controleren blijken.’ Zoals het rapport IPVM aantoont hebben zelfs uitgebreide sancties tegen Iran niet verhinderd dat de chips van Intel de camera’s van Tiandy aansturen.

    ‘Het laat zien hoe moeilijk het is om technologiestromen te controleren, vooral wat betreft chips’, zegt Charles Rollet, de auteur van het rapport. ‘De toeleveringsketens op dit gebied zijn complex en voor chipmakers is het moeilijk om precies te controleren waar al hun producten terechtkomen.’

    ‘Of Rusland en China concurreren of juist samenwerken bij de verspreiding van bewakingssystemen naar staten over de hele wereld is vooralsnog een raadsel’, aldus Ryan-Mosley tot slot. ‘Maar één ding is duidelijk: visuele bewakingstechnologieën zijn een prioriteit in de autoritaire gereedschapskist, en Rusland en China nemen andere landen daarin mee.’

    Lees ook:

  • De relatie VS-China verandert. ‘Een beetje respect graag als u met Chinezen spreekt’

    De relatie VS-China verandert. ‘Een beetje respect graag als u met Chinezen spreekt’

    Wie had gedacht dat de betrekkingen tussen de VS en China met het aantreden van president Biden in rustiger vaarwater terecht zouden komen, kwam bedrogen uit. De VS spreken zich duidelijk uit over de toenemende Chinese agressie. Maar China laat zich niet langer aan de kant zetten.

    Bij de eerste besprekingen tussen beide landen in Anchorage in Alaska op 18 maart was het meteen raak. Voor het oog van de wereld lazen de hoogste Chinese diplomaat Yang Jiechi en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Blinken elkaar heel beleefd maar bijzonder duidelijk de les. 

    Meestal is dit soort bijeenkomsten, in elk geval het deel waarbij de pers aanwezig is, erg saai. Zo niet in Anchorage. Wat er gezegd werd was niet nieuw, maar de toon waarop des te meer. Blinken sprak onder meer meer zijn zorgen uit over de mensenrechtensituatie in Xinjiang en Hongkong en China’s militaire intimidatie van Taiwan.

    De Chinese reactie kwam erop neer dat de VS zelf in eigen land de mensenrechten met voeten traden, dat Xinjiang, Hongkong en Taiwan interne aangelegenheden waren waar de VS niets mee te maken had en dat China met respect en op voet van gelijkheid behandeld wenste te worden. 

    Lees ook:

    Spel voor de bühne

    Natuurlijk was dit ook een spel voor de eigen bühne. De VS-delegatie wilde vooral niet te ‘soft’ overkomen bij het thuisfront, terwijl China deze eerste besprekingen na de machtswisseling in de VS aangreep voor een ‘reset’ van de relatie voor het oog van de natie. Na het diplomatieke vuurwerk ging het overleg achter gesloten deuren verder, en alle partijen leken best tevreden met het resultaat.

    Dat er na lange tijd überhaupt weer strategisch overleg had plaatsgevonden was volgens het staatsblad China Daily al een belangrijke stap voorwaarts, en ook volgens de Amerikaanse delegatie had de bijeenkomst aan de – niet al te hooggespannen – verwachtingen voldaan, zo schrijft The New York Times

    Feit blijft dat de machtsverhoudingen zijn veranderd, daar zijn alle analisten, van Oost tot West, het wel over eens. De Chinese Volksrepubliek heeft zich tientallen jaren de mindere geweten van de VS, zowel in economisch als in militair opzicht.

    President Xi Jinping: ‘Het Oosten komt op, en het Westen gaat onder’ 

    Het land is omringd door bondgenoten van de VS, die sinds de Tweede Wereldoorlog een enorme militaire presentie hebben in de regio. In Japan en Zuid-Korea zijn tienduizenden Amerikaanse troepen gelegerd, en de VS leveren wapens aan Taiwan, dat door China als een afvallige provincie wordt beschouwd, zodat het eiland zich het ‘Chinese moederland’ van het lijf kan houden.

    Maar inmiddels is China na de VS de grootste economie van de wereld, streeft het de VS voorbij op het gebied van technologie en infrastructuur, en heeft het zijn militaire apparaat versterkt en gemoderniseerd. En dat terwijl de VS, zeker in de jaren onder Trump, enorm aan prestige en invloed hebben ingeboet. Om met president Xi Jinping te spreken: ‘Het Oosten komt op, en het Westen gaat onder.’ 

    PhotoCollage 20210322 161417782

    In die wetenschap stelt China zich nu veel assertiever en zelfs agressiever op, niet alleen in Hongkong en tegenover Taiwan, maar ook in conflicten met Japan, India, Vietnam, Australië, Maleisië en de Filipijnen. China ontkent dat het van plan is de wereld te veroveren of een militair conflict uit te lokken, maar de machtsverhoudingen zijn veranderd, en de VS moeten zich dat volgens een commentator in de in Hongkong gevestigde South China Morning Post eindelijk eens realiseren. Chinese diplomaten hebben zich al jarenlang geërgerd aan de bemoeizucht en arrogantie van de VS. In Anchorage hebben ze laten zien dit niet niet langer te pikken.  

    Die houding vond weerklank bij miljoenen Chinese internetgebruikers. Dat bleek wel toen de grootste staatskrant Renmin Ribao (Volksdagblad) een afbeelding verspreidde die meteen een hype werd op sociale media, aldus het Singaporese onlinemagazine ThinkChina. Het gaat om twee foto’s: de bovenste toont de voor China vernederende onderhandelingen met de VS en andere westerse mogendheden na de Boxeropstand in 1901, die tevens het einde inluidden van het Keizerrijk.

    De foto daaronder is van de besprekingen in Alaska, met als toelichting een citaat van Yang Jiechi, die de delegatie in Anchorage leidde: ‘Een beetje respect graag als u met Chinezen spreekt.’ Dat er precies hondedrtwintig jaar zit tussen beide gebeurtenissen versterkt de symboliek: na twee volle cycli van zestig jaar is China in dit Jaar van de Os weer als herboren opgestaan, zo wordt gesuggereerd. 

    ‘Patriottische’ producten

    Een dag na de besprekingen kwam er ook een stortvloed aan knalrode, ‘patriottische’ producten op de markt, van T-shirts en paraplu’s tot telefoonhoesjes en bierflesjes, met citaten als: ‘Wij Chinezen pikken dit niet’, ‘Amerika is niet in een positie om neer te kijken op China’ en ‘Geen inmenging in Chinese interne aangelegenheden!’ De artikelen vonden volgens South China Morning Post gretig aftrek.

    ‘Geen woorden maar daden, ik heb meteen besteld. Ik wil al die dingetjes wel, T-shirts, tassen en telefoonhoesjes, alles’, schreef een klant op de site van de webwinkel Taobao. En iemand anders: ‘Wat een snelle actie van jullie! Keigoed, zo enthousiast en vaderlandslievend!’

    Dit is natuurlijk precies de reactie die de Chinese autoriteiten graag zien, en waar ze met een efficiënt propaganda-apparaat en strenge censuur van het internet graag voeding aan geven. Vaak wordt het startsein voor een dergelijke politiek gekleurde internethype gegeven door de staatsmedia of door andere aan de partij of overheid gerelateerde instellingen. 

    Dat was bijvoorbeeld ook zo rond 24 maart toen er een storm van kritiek losbarstte op westerse bedrijven die weigeren katoen af te nemen uit Xinjiang, omdat deze volgens mensenrechtenorganisaties met behulp van Oeigoerse dwangarbeid wordt geproduceerd.

    Op Weibo, het Chinese Twitter, werd de hashtag #我支持新疆棉花#, ‘Ik ondersteun katoen uit Xinjiang’ van de staatskrant Renmin Ribao in een paar dagen zes miljard keer bekeken, zo schrijft What’s on Weibo, en werden de gewraakte westerse ketens vervolgens radicaal geboycot. De directe aanleiding waren de petities aangenomen in een aantal parlementen, waaronder het Nederlandse. Hierin wordt gesteld dat China zich in Xinjiang schuldig maakt aan genocide – iets wat China ten stelligste ontkent.

    ‘Stop met het exporteren van democratie, straks heb je zelf niks meer’ 

    Met die mensenrechten is volgens China in de VS ook van alles mis. Op 24 maart bracht de Chinese Staatsraad haar jaarlijkse rapport uit over de schendingen van de mensenrechten in de VS, net als in andere jaren een paar dagen voordat het Amerikaanse rapport over de mensenrechten in China het licht zag, zo schrijft South China Morning Post.

    Het China Global Television Network maakt de belangrijkste bevindingen ook voor buitenlanders inzichtelijk met een comicstrip. De regering onder Trump vormt daarbij een uitstekend doelwit: de humanitaire ramp als gevolg van het falende coronabeleid en de gebrekkige gezondheidszorg; racisme en politiegeweld; de ondermijning van het multilaterale systeem waar de VS altijd van hebben gezegd de hoeder te zijn; het meten met twee maten inzake democratie – de bestorming van het Capitool werd als terrorisme veroordeeld en bestreden, terwijl de aanval op de overheidsgebouwen in Hongkong door de VS werd toegejuicht als ware democratische passie. De strip eindigt met het advies: ‘Stop met het exporteren van democratie, straks heb je zelf niks meer.’ 

    Kortom, in de communicatie tussen de VS en China zijn de jij-bakken niet van de lucht. De laatste weken zijn de spanningen verder toegenomen, met sancties over en weer, opzichtige internationale coalitievorming aan beide kanten, en toegenomen militaire activiteit in de Zuid-Chinese Zee en vooral in de Straat van Taiwan. Volgens The New York Times is de situatie rond Taiwan zo gespannen dat het wel eens tot een militair treffen zou kunnen komen tussen de VS en China, ook al is niemand daarop uit.  

    Orde op zaken

    Op 29 maart presenteerde president Biden zijn buitenlandbeleid. Hij benadrukte daarbij dat de VS er alles aan zullen doen om de democratie te laten zegevieren over autocratische regimes als dat van China en Rusland, zo schrijft The New York Times. Daarvoor moeten de VS ook de hand in eigen boezem steken.

    In dat verband citeert ThinkChina Jake Sullivan, de nieuwe nationale veiligheidsadviseur, die erkende dat de VS eerst zelf orde op moet zaken stellen. ‘Dan pas kan Amerika zijn positie versterken en de Chinese uitdaging het hoofd bieden. En pas dan kan het Amerikaanse democratische model zijn superioriteit bewijzen en “blijven stralen”.’

    President Biden voegde een paar dagen later de daad bij het woord met zijn opzienbarende voorstel voor de verbetering van de Amerikaanse infrastructuur, werkgelegenheid en sociale voorzieningen. Dit plan ter waarde van maar liefst 2,3 biljoen dollar is volgens hem cruciaal om de ideologische strijd met China te winnen.

    ‘Ze rekenen erop dat de Amerikaanse democratie te traag, te beperkt en te zeer verdeeld is om China bij te kunnen houden’, aldus Biden volgens South China Morning Post. ‘En dat mogen we niet laten gebeuren.’

    Niet alle analisten in de regio zijn blij met deze Amerikaanse retoriek. Een commentator in The Japan Times noemt zo’n zwart-wit onderscheid tussen de ‘alliantie van democratieën’ enerzijds en de ‘autocratieën’ anderzijds niet alleen gevaarlijk maar ook incorrect: de wereld is complexer, en de meeste landen willen of kunnen niet kiezen tussen beide grootmachten.

    Het is van groot belang dat China en de VS met elkaar blijven praten, hoe weinig er ook uitkomt, concludeert ook ThinkChina. Dat is altijd beter dan een nieuwe Koude Oorlog, of erger nog, een echte. Dan zijn de gevolgen niet te overzien.  

  • Chinese overwerkcultuur heeft dodelijke gevolgen

    Chinese overwerkcultuur heeft dodelijke gevolgen

    In China’s opkomende interneteconomie zijn werktijden zo extreem dat sommige werknemers zich letterlijk doodwerken. Een nieuwe generatie Chinese jongeren heeft een opmerkelijke manier gevonden om zich daartegen te verzetten.

    Dat in China geen negen-tot-vijfmentaliteit heerst is algemeen bekend, maar de werktijden in internetbedrijven zijn zelfs zo extreem dat men spreekt van een 996-cultuur. Veel Chinezen beginnen om 9 uur ’s ochtends en werken tot 9 uur ’s avonds, en dat 6 dagen per week. Het zal niemand verbazen dat dat ernstige gevolgen voor de gezondheid van werknemers kan hebben, zoals een tragedie op 4 januari opnieuw laat zien.

    De dood van een 23-jarige vrouw zou onopgemerkt zijn gebleven als dit korte bericht niet op Maimai, het equivalent van LinkedIn in China, was verschenen: ‘Mijn goede vriendin, een medewerker van Pinduoduo in Xinjiang, stierf plotseling om 01.30 uur op weg naar huis van haar werk, op de leeftijd van slechts 23 jaar. Durft niemand hier iets over te zeggen?’ Het bericht, gedateerd op 4 januari, werd onmiddellijk verspreid via alle Chinese sociale netwerken.

    GettyImages 1229575662 1 1
    Werknemers van webwinkelgigant JD.com houden de verkoopstatistieken bij tijdens Vrijgezellendag, het Chinese equivalent van Black Friday op 11 november. – © Kevin Frayer / Getty

    Diezelfde middag publiceerde Pinduoduo, een beursgenoteerd e-commercebedrijf, een eerste officiële reactie, meldt de Shanghaise site Jiemian. ‘Geboren in 1998, kwam ze in juli 2019 in de bloei van haar leven bij Pinduoduo werken. Op 29 december om 1:30 uur Beijing-tijd [China hanteert maar één officiële tijdzone] viel ze plotseling flauw terwijl ze met een collega onderweg naar huis was (…) Ze stierf na bijna zes uur op de intensive care in het plaatselijke ziekenhuis van Urumqi [hoofdstad van Xinjiang, een autonome regio in het noordwesten van China met een grote Oeigoerse gemeenschap].’

    Dood door overwerk

    Dit is een van de vele gevallen van dood door overwerk in China. Op 19 december vorig jaar stierf een 47-jarige werknemer van Shanghai Shangtang Technology onverwacht toen hij de bedrijfssportschool verliet. En op 4 december overleed een 27-jarige werknemer van Gome Electric plotseling tijdens de eindejaarsbijeenkomst van het bedrijf. De families van beide slachtoffers verklaren dat de autopsierapporten op dood door overwerk wezen, meldt het Engelstalige televisiekanaal van de Chinese staatsmedia China Global Television Network.

    Volgens iemand die werknemer van Pinduoduo zegt te zijn is het gebruikelijk dat in Xinjiang de werkdag later begint en later eindigt vanwege de enige officiële tijdzone van China, wat betekent dat werknemers om 11 uur beginnen en doorgaans doorwerken tot ver na middernacht, meldt de Engelstalige website Caixing Tech.

    Nadat er in 2019 al discussie stond over de werkcultuur in Chinese internetbedrijven, vroeg TechNode, een website over technews in China, aan werknemers in de sector hun mening over de 996-cultuur.

    Naar aanleiding hiervan ontstond op de Chinese sociale media een discussie over het werkklimaat in het bedrijf en in het land in zijn geheel. Een commentaar op Pinduoduo’s officiële pagina op Zhihu (een ander Chinees sociaal netwerk) gooide nog meer olie op het vuur: ‘Kijk naar de mensen aan de onderkant; wie wil zijn leven niet geven voor rijkdom? Het is het tijdperk van hard werken. Je kunt kiezen voor een rustig leven, maar dan moet je de gevolgen daarvan onder ogen zien.’ Het bericht, dat onmiddellijk werd verwijderd, kwam ‘van een werknemer die het op persoonlijke titel plaatste’, verklaarde het bedrijf.

    Pinduoduo, dat door het weekblad Nandou Zhoukan uit Kanton wordt gevraagd om een reactie, verklaart dat veel werknemers werken van 11.00 tot 23.00 uur. Verschillende internetgebruikers die zich presenteren als ‘medewerkers van Pinduoduo’ spreken in getuigenissen op het online medium Jiupai Xinwen van eindeloze dagen: ‘Minimaal 10 uur per dag, met een maandelijkse aantal werkuren van minimaal 300 uur.’

    ‘Pinduoduo werkt al lange tijd met een 11-11-6-werkschema, dat wil zeggen 6 werkdagen per week van 11 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds, om ervoor te zorgen dat alles efficiënt verloopt’, aldus Baobian, een onlinemedium uit Beijing. Volgens Baobian is het dankzij deze ‘absolute efficiëntie’ dat Pinduoduo een omzet van 200 miljard yuan (26,3 miljard euro) heeft bereikt en China’s andere e-commercegigant Jingdong (JD.com) heeft overschaduwd. Pinduoduo’s oprichter Colin Huang werd in juni vorig jaar, vooral door de grote groei van het bedrijf tijdens de coronapandemie, de op één na rijkste man van China, schrijft Caixing Tech.

    Stille opstand

    Volgens de website van het Chineestalige tijdschrift Caixing is de beurswaarde van Pinduoduo sinds de onthulling van de affaire met 6 procent gedaald en is de officiële pagina op Zhihu voor twee weken geblokkeerd. Zelfs staatspersbureau Xinhua publiceerde een kort bericht op het sociale netwerk Weibo, waarin het schrijft dat ‘de excessen van extreem overwerk absoluut moeten worden ingedamd’. Maar uit talrijke reacties op sociale netwerken blijkt dat jonge Chinezen niet meer in die belofte geloven. Dat blijkt onder andere uit deze ontgoochelde opmerking: ‘Wat heeft het voor zin? Er wordt al zoveel jaren over gepraat, maar er is niets veranderd.’

    ‘Jonge werknemers komen in opstand tegen het Chinese werkklimaat door lui te zijn, overuren te weigeren en zich te verstoppen in de toiletten’

    Een aantal Chinese jongeren wacht dan ook niet op een verandering van bovenaf, maar probeert de werkdruk te verlagen met een wel heel bijzondere strategie. ‘Jonge werknemers komen in opstand tegen het Chinese werkklimaat door lui te zijn, overuren te weigeren en zich te verstoppen in de toiletten’, schrijft de Hongkongse krant South China Morning Post.

    Deze werkhouding is ook een uiting van ontevredenheid over het salaris, dat volgens veel Chinese jongeren verre van toereikend is om hun dromen te verwezenlijken, zoals het kopen van een huis. De salarisgroei in China loopt dan ook al jaren achter op de economische groei van het land, die zelfs in coronajaar 2020 nog met zo’n 2 procent toenam.

    ‘Waarom geeft mijn baas me maar 1 cent, maar verwacht hij dat ik 10 cent aan inspanningen betaal?’ citeert SCMP een Weibo-gebruiker. Een andere gebruiker schreef: ‘We doen niet langer ons best op ons werk. Zo houden we tijd en energie over om na werk bij te klussen. Is dat niet beter dan al je energie aan je baas te verspillen?’