Tag: Yassin al-Haj Saleh

  • Hoe kan de Arabische wereld vrede vinden? ‘De term ontbreekt in onze gedachten’

    Hoe kan de Arabische wereld vrede vinden? ‘De term ontbreekt in onze gedachten’

    Volgens filosoof Yassin al-Haj Saleh ontbreekt het aan vredesdenken in de Arabische wereld. ‘Geen van onze hedendaagse intellectuelen heeft een boek of zelfs maar een artikel aan vrede gewijd.’

    In de jaren tachtig vroeg de Marokkaanse historicus Abdallah Laroui zich af waarom Arabische intellectuelen zich zo weinig bezighielden met het vraagstuk ‘oorlog’, terwijl oorlog zo’n groot deel uitmaakte van hun dagelijks leven. Maar waar we eigenlijk ook zelden over nadenken, is een ander en zeker niet minder belangrijk onderwerp: vrede.

    Niet dat de term niet voorkomt in gesprekken of in de media. Hij ontbreekt alleen in onze gedachten. Geen van onze hedendaagse intellectuelen heeft er een boek of zelfs maar een artikel aan gewijd. Misschien is dat te verklaren vanuit de beperkte aandacht van intellectuelen voor politiek en politieke theorie. En dat terwijl onze moderne geschiedenis één lange politieke crisis is. Hoe valt dit uit te leggen?

    In de eerste plaats waarschijnlijk doordat we geen vrede in onszelf kunnen vinden. Vrede maakt geen deel uit van onze persoonlijke ervaringen, en wij slagen er niet in de roep om vrede in onszelf te herkennen. Evenmin lukt het ons om een smalle brug te slaan tussen onze interne conflicten en die vrede, of dat nu in onszelf is, in onze samenleving of wereldwijd. Onze gedachten zijn slechts een weerspiegeling van de geest, onder constante invloed van lawaai, spanningen, woede, verbittering en dagelijkse beslommeringen.

    Onterecht toegeëigend

    Ten tweede moeten we niet vergeten dat het woord ‘vrede’ vaak op een twijfelachtige manier wordt gebruikt. Dat geldt vooral binnen het Israëlisch-Arabische conflict, het eerste onderwerp dat in je opkomt als je het woord ‘vrede’ gebruikt. De Israëliërs en de Amerikanen zijn zo handig geweest zich het woord toe te eigenen. Sinds tientallen jaren doet de agressor, de partij in de sterke positie, het voorkomen alsof hij voor de vrede vecht, terwijl de aangevallene, die zich in de zwakke positie bevindt, overkomt alsof vrede er voor hem niet toe doet, soms zelfs alsof hij voorstander van oorlog is.

    De Arabische wereld is er hooguit in geslaagd het beginsel van rechtvaardigheid als eerste vereiste voor de vrede te laten gelden. Maar dat idee is niet verder ontwikkeld of als theorie uitgewerkt. Erger nog, in geen enkel Arabisch land wordt dat beginsel door de politiek gerespecteerd – verre van dat.

    Onder degenen die ons regeren, en voor wie wij geen respect hebben, heeft een aantal zich onterecht de titel van vredesheld toegeëigend, op dezelfde lage en misleidende manier als waarop ze zichzelf uitriepen tot oorlogshelden. Zowel oud-president Anwar Sadat van Egypte als de Syrische oud-president Hafiz al-Assad deed zich voor als oorlogs- en vredesheld. Vooral in het geval van Assad is dit een grove verdraaiing van de werkelijkheid. Zijn zogenaamde heldhaftige pacifisme was nooit voor de Syriërs bedoeld, maar enkel voor hem persoonlijk, om zijn contacten met de Israëliërs en de westerse wereld te onderhouden.

    De islamitische verbeelding bestaat uit fantasieën over verovering, overheersing, macht en weelde

    Misschien heeft de afwezigheid van de gedachte over vrede er ook mee te maken dat de islamitische verbeelding bestaat uit fantasieën over verovering, overheersing, macht en weelde. Die denkwijze komt ook terug in het islamitische onderwijs, waarin de wereld wordt verdeeld in dar al-harb (‘het huis van de oorlog’, de niet-moslimlanden) en dar al-islam (‘het huis van de islam’) – in plaats van dar al-salam (‘het huis van de vrede’).

    Wel hebben de woorden islam en salam dezelfde oorsprong, en begroeten moslims elkaar met salam aleikum (‘dat de vrede met u is’). Maar de krijgszuchtige structuur van de islam, die voortvloeit uit de imperialistische erfenis en de laatste decennia is versterkt door de opkomst van het salafisme, heeft deze twee symbolische pijlers bijna compleet ondermijnd. Voor salafistische jihadisten is oorlog niet alleen iets wat je in de praktijk brengt, het is een identiteit.

    In het dar al-salam zou in principe geen oorlog moeten bestaan. Maar een afwezigheid van oorlog betekent nog geen vrede. Wij hebben altijd geleden onder regimes die de macht grijpen en die vervolgens drie generaties lang vasthouden, totdat hun asabiyyah, de gemeenschapszin binnen de clan, uitdooft; een manier van heersen die is gebaseerd op de leer van Ibn Khaldun, een moslimhistoricus uit de veertiende eeuw. Vervolgens verschijnt een andere clan, die op zijn beurt de macht grijpt. 

    Gezag

    Maar het belangrijkste element dat de afwezigheid van het begrip ‘vrede’ in ons denken verklaart, blijft het feit dat onze sociaal-politieke structuren niet op vrede zijn gericht. Wij leven niet in pluralistische maatschappijen, waar mensen op vreedzame wijze samenleven. Onze politiek wordt gedomineerd door een gezag voor geweld, oorlog en terreur. Onze leiders doen er alles aan om de angst te laten regeren en de burgers de indruk te geven dat ze in gevaar zijn, ingesloten en slechts voorwaardelijk veilig.

    In Syrië is, toen de Baath-partij in 1963 aan de macht kwam, de noodtoestand afgekondigd, eerst onder voorwendsel van de oorlog tegen Israël, daarna van die tegen ‘het terrorisme’. Dat roept de vraag op of oorlog niet gewoon een middel is om die noodtoestand te kunnen verklaren; die is voor terroristische en nalatige regimes namelijk een manier om iedere legale en ethische beperking te omzeilen.

    In de memoires van de Syrische oud-minister van Buitenlandse Zaken Farouk Al-Sharaa, The Missing Account (2015), beschrijft de auteur zijn vredesonderhandelingen met Israël. Hij doet Syrië voorkomen als een land zonder maatschappij, volk of politieke strijd. Wat zeggen en denken de Syriërs eigenlijk over het zogenaamde vredesproces met Israël? Zulke vragen komen niet aan de orde, en wij weten waarom: vanwege het ontbreken van vredesdenken en vrijheid van meningsuiting in Syrië, dat sinds 1970, toen de Assad-clan aan de macht kwam, in een latente burgeroorlog verkeert.

    In het geval van Syrië is de situatie nog eens verergerd door tien jaar oorlog. Juist daarom moeten we nadenken over de juiste manier om onze politieke, sociale en intellectuele kaders vorm te geven, met als doel dat mensen zonder angst en geweld kunnen leven, ondanks een veelvoud aan tegenstrijdige overtuigingen en belangen.

    Zeker, nadenken over de vrede is niet voldoende om vrede te stichten. Maar dat kleine beetje vrede dat we op een dag misschien zullen kennen, zouden we met een minimum aan intellectuele bagage moeten ontvangen. Alleen op die manier kan de vrede haar weerslag hebben op de politiek en zou ze zelfs als basis kunnen dienen voor een nieuwe cultuur.

    Yassin al-Haj Saleh

    Yassin al-Haj Saleh (1961, Raqqa) is schrijver, en een kritische intellectuele stem in de huidige Syrische crisis.

    Toen Al Haj Saleh in 1980 medicijnen studeerde, werd hij gearresteerd wegens zijn lidmaatschap van een communistische, prodemocratische groepering. Hij zat zestien jaar gevangen. Om zijn geestelijke gezondheid te bewaren, las hij alles wat hij te pakken kon krijgen. Eenmaal vrij op z’n 35ste studeerde hij verder en werd arts. Maar hij besefte dat hij een grotere maatschappelijke bijdrage kon leveren als hij schrijvend zijn land zou volgen. Dat heeft hij gedaan en is hij onder bedreiging van opnieuw een gevangenisstraf blijven doen.

    In 2012 kreeg hij de Nederlandse Prince Claus Prijs, bedoeld voor personen ‘die een progressieve en hedendaagse benadering hebben binnen een bepaald thema in de cultuur of ontwikkeling’. ‘Al Haj Saleh’, zo schreef de commissie van het Prins Claus Fond, ‘bekritiseert het regime door de diepere sociaal-culturele aspecten van politieke conflicten in de regio te verklaren. Hij onthoudt zich van door de media gegenereerde geruchten en ontleedt in heldere bewoordingen het functioneren en de strategieën van het regime en de oppositie.’

    Yassin al Haj Saleh wordt verder geëerd voor de helderheid en diepgang van zijn werk over de complexe realiteit van sociale en politieke verandering in het hedendaagse Midden-Oosten; voor het volhouden van beredeneerde en zelfreflecterende analyse en een principiële visie te midden van gewelddadige conflicten en crises; voor het hooghouden van de rol van de intellectueel tegenover autoritaire macht en sensatiebeluste media; en voor zijn cruciale bijdragen tot een beter begrip van de Arabische wereld in de wereld.

    Saleh publiceerde vier boeken: Syrië from the Shadow: Glimpses Inside the Black Box (2010); Asateer al Akhireen (‘De mythe van de opvolgers’, 2010) met als ondertitel Een kritiek op de hedendaagse islam en een kritiek op de kritiek; Al-Sayr ala Qadam Waheda (‘Lopen op één been’, 2011).

    Hij leeft nu in ballingschap in Turkije en schrijft voor verschillende internationale Arabischtalige publicaties. Samen met een groep Syriërs en Turken heeft hij onlangs een Syrisch Cultureel Huis in Istanboel opgericht, genaamd Hamish.