De Turkse president wil wraak nemen voor de aanslag in Istanboel
De Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft gezegd dat hij zo snel mogelijk grondtroepen naar Syrië wil sturen, zo schrijft TRT World. De afgelopen dagen voerden Turkse vliegtuigen en drones al grootschalige aanvallen uit in het noorden van Syrië en Irak, gericht op Koerdische milities van de PKK en de YPG. Daar kwamen zeker 184 Koerdische militanten bij om het leven.
Aanleiding voor de Turkse aanvallen is de bomaanslag eerder deze maand in Istanboel. Bij een ontploffing in het centrum van de stad kwamen zes mensen om het leven. Volgens autoriteiten was de Koerdische PKK hoofdschuldige, hoewel deze militante beweging zelf alle betrokkenheid ontkent. In de afgelopen jaren heeft Turkije vaker grondoorlogen gevoerd in Syrië, meestal gericht op Koerdische bewegingen.
De PKK zegt geen burgers aan te vallen en benadrukt alleen aanslagen te plegen op politiebureaus en grensposten. Volgens de beweging zijn bij de bombardementen door Turkse vliegtuigen de afgelopen tijd kinderen en vrouwen in de grensregio omgekomen.
Met de verovering van de Koerdische stad Afrin heeft Turkije de Syrische crisis nog onontwarbaarder gemaakt, schrijft de Turkse oppositiesite Gazete Duvar.
Het tiende leger ter wereld – het tweede van de NAVO – veroverde op 19 maart het stadje Afrin in Syrisch Koerdistan, vlak over de Turkse grens. Als we de Turkse propaganda mogen geloven, had de verovering zelfs maar een dag hoeven duren. Dat zou betekenen dat het stadje 59 dagen de tijd had gekregen om zich over te geven.
Naar goed gebruik werd de zege gevierd door huizen en bedrijven grondig te plunderen. Degenen die in de gelegenheid waren auto’s, tractoren, motorfietsen of generatoren te bemachtigen, hadden geluk. Anderen moesten genoegen nemen met koeien, geiten, dekens en bedden; nog anderen met conservenblikken en flessen ketchup. De foto’s van de plundering laten een onuitwisbare indruk na van deze ‘Operatie Olijftak’.
Holle woorden
De opdrachtgevers van de operatie kunnen nu wel hun afkeuring betuigen over het wangedrag, en de rechtbanken kunnen een aantal plunderaars veroordelen, dat alles neemt niet weg dat hier geen sprake is van een incident. We zijn teruggekeerd naar de aloude traditie van roofmoorden, van het binnenslepen van buit, en van de religieuze sanctionering van dit alles binnen de jihadistische traditie waarop de daders zich beroepen. Maar wat zij hebben aangericht zal voor altijd in het geheugen van hun slachtoffers gegrift staan.
Ongeveer 200.000 mensen moesten van Afrin naar Tell Rifaat, Manbij of Aleppo vluchten. Hun dierbaren werden gedood, hun bezittingen geplunderd, hun levens verminkt. Een bijkomstigheid voor de architecten van de operatie, waarvan de demagogische speeches nochtans worden opgesmukt door humanistische en barmhartige woorden die iedere geloofwaardigheid ontberen.
Door de verovering van Afrin vormt het Syrische gebied tussen Azaz en Idlib nu een door jihadistische groepen bezette halvemaan, bedoeld als Turks schild. Land dat de krijgsheren zullen willen koloniseren en bezetten en dat ze elkaar ongetwijfeld zullen betwisten zodra de plunderingen voorbij zijn. Vanaf het begin van de Syrische crisis hebben sommigen verklaard dat ze Damascus zullen bevrijden en het bewind van Sultan Erdogan de Eerste zullen uitroepen. Op dit moment is alles zo onzeker dat zij zich voorlopig wellicht tevreden zullen stellen met Afrin.
Nu is het zaak ‘Afrin terug te geven aan zijn werkelijke eigenaren’, zoals onlangs werd meegedeeld door de Turkse president, die wil dat er zich families van de aan hem gelieerde Syrische rebellen vestigen. Maar wie zijn deze ‘werkelijke’ eigenaren precies? Het feit dat de ‘bevrijding van Afrin’ wordt toegejuicht door een handjevol naar voren geschoven Koerden die gekant zijn tegen de PYD (de grootste Koerdische partij in de regio), doet niets af aan de lokale werkelijkheid. Mensen die hun huizen hebben moeten verlaten zullen de nieuwe bewoners als bezetters blijven zien.
Ongetwijfeld zullen zich binnenkort in een hotel aan de grens enkele mensen afkomstig uit Afrin verzamelen om deze politiek van bezetting te legitimeren. Maar zij zullen even representatief zijn voor de lokale bevolking als de plunderaars – door Ankara voor de gelegenheid tot ‘Syrisch nationaal leger’ bestempeld – representatief zijn voor de Syrische bevolking.
Het heeft geen zin om lang stil te staan bij de overwinning van een staat met de omvang van Turkije op een militie als de Volksbeschermingseenheden (YPG, de gewapende vleugel van de PYD). Wat veel meer aandacht verdient is het feit dat dit gevaarlijke avontuur er alleen maar toe heeft geleid dat Turkije zich weer van de Koerden heeft vervreemd, dat de jihadisten die een vloek zijn voor de regio nieuw territorium is geschonken, dat nieuwe humanitaire crises in het verschiet liggen en dat de Syrische crisis nog onontwarbaarder is geworden. Waar we ons zorgen om moeten maken is het feit dat nationalisme, racisme en opgeblazen retoriek vaste waarden zijn geworden voor het behalen van binnenlands politiek voordeel.
Deze vraag behoort nu op ieders lippen te liggen: waarom heeft de YPG, die bereid was een zware prijs te betalen in de strijd om Raqqa, Tabka en Deir ez-Zor – ver van de overwegend Koerdische regio – zich zo snel teruggetrokken uit een plaats die zo belangrijk voor ze is en zo veel symbolische betekenis heeft als Afrin? Om de vernietiging van de stad te voorkomen, stelt de YPG zelf, om burgers te sparen. Het zou niet gaan om een volledige terugtrekking, maar om het begin van een guerrilla. Was het verlaten van de stad simpelweg onvermijdelijk, of de vrucht van afwegingen die ons onbekend zijn? Zit achter deze terugtrekking iets anders dan de eenvoudige uitkomst van de militaire machtsverhoudingen ter plaatste? De tijd zal het leren.
In Afrin hebben de Koerden de tol betaald voor hun blinde vertrouwen in en hun afhankelijkheid van de Verenigde Staten. Door hun eigen verlangens ondergeschikt te maken aan hun bondgenootschap met de Amerikanen, hebben ze grote risico’s genomen. In de strijd tegen IS die ze onder Amerikaanse supervisie voerden, raakten de Koerden in de omstandigheid verzeild dat ze overwegend Arabische, op IS veroverde gebieden moesten besturen. Sommige van deze gebieden hebben aanzienlijke olie- en gasreserves. Ze moesten ook de bouw aanvaarden van Amerikaanse kazernes en bases. De andere spelers in het conflict vatten een en ander op als provocaties. Dat gold voor Turkije, dat de Amerikaanse NAVO-bondgenoten het ultimatum stelde: de Koerden of wij? En het gold voor het Syrië van Assad, dat zich om zijn territoriale integriteit bekommerde, en voor zijn Russische bondgenoot, die de Koerden met Afrin een lesje wilden leren.
Ze stelden het zich zo voor dat deze samenwerking hun politieke erkenning, bescherming tegen Turkije, en een belangrijk aandeel in de onderhandelingen met het Syrische regime zou opleveren. Het bleek een misrekening
Daarom heeft Moskou de Turkse operatie mogelijk gemaakt door de Turkse luchtmacht toestemming te geven Afrin te bestoken. De Russen hebben de Turken ook toezeggingen gedaan in ruil voor Ankara’s medewerking en stilzwijgen ten aanzien van de operaties van de Syrische en Russische legers in Ghouta [ten oosten van Damascus] en de regio Idlib [in het noorden van Syrië]. Tezelfdertijd zaaiden de Russen hiermee tweedracht tussen Ankara en Washington en hopen ze de Koerden van de Amerikanen los te weken en in de armen van Damascus te drijven. De Koerden zetten hun kaarten op de Amerikanen door deel te nemen aan operaties tegen de Islamitische Staat in Raqqa en Deir ez-Zor. Ze stelden het zich zo voor dat deze samenwerking hun politieke erkenning, bescherming tegen Turkije, en een belangrijk aandeel in de onderhandelingen met het Syrische regime zou opleveren. Het bleek een misrekening.
Samenvattend: de verovering van Afrin zal Turkije op den duur slecht bekomen. En de Koerden zullen zich nog achter de oren krabben over hun strategische keuzes.
Internetkrant van linkse signatuur met als motto ‘principieel, onafhankelijk, objectief nieuws’. Wordt gepubliceerd door advocaat en media-ondernemer Ali Duran Topuz.
De Syrische Koerden hielpen de VS om IS te verslaan. Maar nu de Amerikanen hen niet meer nodig hebben als bondgenoot, dreigen ze zoals zo vaak aan het kortste eind te trekken.
Met de val van Raqqa is het lot van IS praktisch bezegeld. De beweging is bezig haar laatste stedelijke bolwerken in Syrië en Irak te verliezen en zal veroordeeld worden tot de rol van een guerrillagroep die verrassingsaanvallen uitvoert vanuit de woestijn. Tijdens het beleg van Raqqa, dat op 6 juni begon, verdedigde IS zich met verve, maar zag de groep zich voor een overmacht geplaatst.
Ook de overwinnaars zijn echter niet te benijden. De Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) is een Koerdisch-Arabische strijdmacht, maar de militaire slagkracht komt van de YPG, de zogeheten Volksverdedigingstroepen: zeer gemotiveerde, goed georganiseerde en ervaren Syrisch-Koerdische strijders die banden hebben met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in Turkije. De SDF hebben weliswaar bewezen over uitstekende grondtroepen te beschikken, maar danken hun grote successen niet alleen aan hun onmiskenbare militaire vaardigheden, maar ook aan de verwoestende vuurkracht van de door de VS geleide coalitie met haar bommen, raketten en drones.
De Koerden in Syrië hebben zich altijd angstig afgevraagd wat er met hen zou gebeuren als de Amerikanen hen niet meer nodig hadden als cruciale bondgenoot tegen IS. Zij vormen een gemeenschap van zo’n 2,2 miljoen mensen die werden gemarginaliseerd en vervolgd tot aan de opstand tegen het Syrische regime in 2011. Het Syrische leger trok zich in 2012 terug uit hun leefgebied, waarop de Koerden de republiek Rojava (‘Het Westen’) uitriepen, een reeks Koerdische enclaves op een strook land in het noordoosten van Syrië, ten westen van Iraaks-Koerdistan (vandaar de naam) en ten zuiden van Turkije.
In 2014 viel IS de Koerdische stad Kobani aan. Uiteindelijk schoot de Amerikaanse luchtmacht de Koerden te hulp met een grootschalige interventie. Het Pentagon was al lange tijd op zoek naar een plaatselijke bondgenoot en vond die in de YPG. De Amerikaans-Koerdische alliantie is ook zeer effectief gebleken, maar dreigt nu slachtoffer te worden van haar eigen succes.
Tegenwoordig zijn de Koerden actief in soennitisch-Arabische gebieden. Het is een illusie dat ze die gebieden kunnen behouden. Enkele SDF-eenheden zijn over de rivier de Eufraat doorgedrongen tot in de zuidelijke provincie Deir ez-Zor, waar de helft van de Syrische olie wordt geproduceerd en IS zich heeft teruggetrokken. Er dreigt echter ook een botsing tussen de Koerden en het Syrische leger, dat vanuit het westen oprukt.
In het Witte Huis klinken geluiden om de YPG en soennitische stammen te blijven gebruiken voor de verwezenlijking van het plan van president Trump om Iran en zijn bondgenoot – het Syrische regime – te verzwakken. Daaraan kleven evenwel ernstige nadelen: het is mosterd na de maaltijd, omdat het pleit in Syrië feitelijk al is beslecht door het bewind van president Bashar al-Assad en zijn bondgenoten: de Libanees-sjiitische beweging Hezbollah, de Iraanse Revolutionaire Garde en Iraaks-sjiitische paramilitaire groepen. De SDF hebben aanzienlijke versterking nodig van lokale Arabische bondgenoten om nog een kans te maken, waarbij hun rol van afstandsbediening van de VS tot een confrontatie met Rusland kan leiden.
Koerdische commandanten hebben het nu over onderhandelingen met Damascus, omdat het Assad-regime de Arabische oppositie grotendeels heeft verslagen en alleen de Koerdische minderheid als tegenstander overblijft. Trump sloeg onlangs een strijdlustige toon aan tegen Iran, maar het is twijfelachtig of hij verstrikt wil raken in een niet te winnen oorlog in Syrië die Washington mogelijk meer schade berokkent dan Teheran.
Vele spelers
De grootste bedreiging voor de Syrische Koerden komt van Turkije, dat de officieuze Koerdische staat langs zijn zuidgrens als een permanent gevaar ziet. Des te vervelender voor de Turken dat ze voorlopig weinig aan de situatie kunnen doen, zolang de VS en Rusland zich met de regio blijven bemoeien. Als Ankara zijn beperkte militaire activiteiten in Syrië wil uitbreiden, zal daarvoor luchtsteun nodig zijn. De Russen zullen geen Turkse vliegtuigen boven Syrië dulden.
Het Syrische politieke en militaire schaakbord is complex en kent vele spelers. Raqqa markeert de zoveelste van een reeks nederlagen van IS. De beweging zal het nog moeilijk krijgen om te overleven, al zal ze op de val van de stad hebben geanticipeerd en een vlucht naar afgelegen gebieden hebben voorbereid met de aanleg van bunkers en wapen- en voedselopslagplaatsen. Met dat bijltje heeft IS, toen het nog ISI ofwel Islamitische Staat in Irak heette, tussen 2008 en 2011 al gehakt, na op de knieën te zijn gedwongen door een coalitie van de VS en soennitische stammen.
In Syrië en Irak is de belangrijkste kwestie niet meer hoe IS te verslaan, maar wat te doen met de Koerden. Die zullen de grootste moeite hebben om de winst te behouden die zij in de oorlog hebben geboekt.
Auteur: Patrick Cockburn
Vertaler: Carl Stellweg
The Independent
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 75.600
Opgericht 1986 in het Thatcher-tijdperk, politiek neutraal. De kleinste kwaliteitskrant van Engeland.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.