Tag: zaden

  • De zaadzoekers

    De zaadzoekers

    Zane Webber en Michelle Williamson verzamelen in opdracht van de Nieuw-Zeelandse overheid overal ter wereld zaden van grassen en andere weidegewassen. Hun archief moet de nationale vlees- en zuivelindustrie beschermen tegen rampen en de gevolgen van de klimaatverandering.

    We kunnen er alleen maar naar gissen 
wat die Russische boeren gedacht moeten hebben toen ze dat stel 
Nieuw-Zeelanders voorovergebogen in het groen zagen staan in een afgelegen gebied in de buurt 
van Mongolië. Ze zullen enige argwaan hebben gekoesterd, want niet lang nadat Zane Webber en Michelle Williamson werden opgemerkt door een man op een tractor, hoog in het schitterende 
Altajgebergte, kwam er iemand in een terreinwagen aanrijden die Williamson een identiteitsbewijs onder de neus duwde. ‘Ze spreken natuurlijk geen Engels, dus dan doe ik maar een koe na en maak ik kauwbewegingen,’ zegt Williamson.

    De taalbarrière is een van de redenen waarom Webber en Williamson altijd een tolk bij zich hebben. Dit keer lieten hun Russische collega’s de natuurambtenaar hun vergunningen zien, en dat leek voldoende. Hij vertrok weer. Toch moet hun expeditie een vreemde indruk hebben achtergelaten.

    Webber en Williamson zijn zaadzoekers. Zij en hun collega’s struinen rond in Tadzjikistan, Tunesië, Turkije, China, Spanje, Griekenland en Portugal, of waar er maar zeldzame en oude plantensoorten zijn te vinden. Dat is op zich nog niet zo vreemd. Veel genenbanken hebben verzamelaars in dienst die 
over de hele wereld op zoek zijn naar plantaardig materiaal voor wetenschappelijk onderzoek. Die reizen bijvoorbeeld naar een afgelegen gedeelte van Kazachstan en keren terug met een zak vol zaden 
in envelopjes.

    Elke keer zegt hij na afloop tegen Williamson dat dit écht de laatste keer was. 
“En vervolgens begin ik voorbereidingen te treffen voor de volgende expeditie”’

    Wat de Nieuw-Zeelanders onderscheidt is hun 
obsessie met koeien- en schapenvoer. Het merendeel van hun collega’s is uit op de wilde familieleden 
van gewassen die geschikt zijn voor menselijke consumptie, in de hoop er een sterkere en voedzamere soort tarwe, maïs, zoete aardappel, cassave of rijst mee te kweken. Als de wereld wordt getroffen door een ramp die alle gewassen verwoest, dan zullen 
de mensen die het overleven vermoedelijk proberen om naar het Noorse Svalbard (voorheen Spitsbergen) binnen de poolcirkel te komen, waar diep in de 
permafrost een opslagplaats is voor (inmiddels 
tweeënhalf miljard) zaden, bedoeld om de vruchten van vele eeuwen landbouw te beschermen tegen 
een eventuele ramp. Maar een uitgehongerde koe doet er beter aan om naar Palmerston North te gaan, 
op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland, en te 
proberen daar het imposante grasarchief binnen 
te dringen.

    Het Margot Forde Germplasm Centre is een 
overheidsinstelling op de Grassland-campus van AgResearch en heeft een opslagruimte met klimaatcontrole, waar zo’n 114.000 zaadmonsters worden bewaard. Het betreft vooral zaden van verschillende soorten weidegewassen, met name grassen en klaversoorten, die koeien en schapen helpen omzetten in lucratieve vlees- en zuivelproducten voor de export.

    Kaart en plantengids

    Een zadenzoekexpeditie begint vrijwel altijd met 
een kaart en een plantengids. Op de wereldkaart in het Margot Forde Centre zijn cirkels getrokken rond veelbelovende gebieden met een grote biodiversiteit. Sommige van die gebieden zijn nog niet eerder bezocht door zaadzoekers. Het centrum kan zich een of twee expedities per jaar veroorloven, dus geven 
de jagers de voorkeur aan plekken die waarschijnlijk de grootste lacunes in hun collectie kunnen opvullen. Daarbij moeten ze er ook op letten welke landen bereid zijn een vergunning te verstrekken. Er zijn landen die aanvankelijk wel buitenlandse verzamelaars toelieten, maar die zijn teruggekrabbeld nadat louche partijen, ook wel ‘biopiraten’ genoemd, zonder toestemming zaden meenamen en patent aanvroegen op hun producten, vertelt de Nieuw-Zeelandse specialist Kioumas Ghamkar.

    Zodra alle paperassen in orde zijn, stuurt Webber 
een verlanglijstje met soorten naar een groep lokale medewerkers, die vervolgens een route samenstellen. De afgelopen jaren heeft Webber ook zijn collega Williamson uit de zaadopslag van Palmerston North meegevraagd, zodat zij het een en ander zou kunnen leren over het verzamelen.

    Het team stapt in twee identieke witte busjes, die er haast antiek uitzien, 
al houdt Williamson bij hoog en bij laag vol dat ze nieuw zijn. De Russische busjes blijken het verrassend goed te doen op de steile hellingen in het 
Altajgebergte, en Webber heeft pas één keer gevreesd voor zijn leven. ‘Op zeker moment was de weg heel erg smal en waren we allemaal bang dat ons laatste uur had geslagen. Ik zat op de passagiersstoel en keek recht een ravijn in.’ Elke keer zegt hij na afloop tegen Williamson dat dit écht de laatste keer was. 
‘En vervolgens begin ik voorbereidingen te treffen voor de volgende expeditie.’

    Telkens wanneer ze een veelbelovend stukje groen zien, zetten de verzamelaars de auto neer, stappen uit en verzamelen de zaden die ze later die avond zullen drogen en schoonmaken. De Nieuw-Zeelandse wetgeving verbiedt het aarde en ander uitheems materiaal in te voeren. Zelfs voor de zaden moet speciaal dispensatie worden aangevraagd. In 
Rusland, in augustus, hebben ze zaden geplukt van zevenhonderd populaties, 56 keer de auto aan de kant gezet en bij elke stap een verscheidenheid aan soorten geplukt.

    Aan het einde van de tocht delen ze de buit met de plaatselijke botanisten, die gebruikmaken van de door Nieuw-Zeeland gefinancierde tochten om hun eigen collectie aan te vullen. Ghamkar is ervan 
overtuigd dat zowel het gastland als de bezoekende landen baat hebben bij deze expedities, en daarom weet hij ook zo goed andere landen over te halen 
om mee te werken. De Russische connectie was het werk van zijn voorganger, maar hij probeert nieuwe landen over de streep te trekken. Hij hoopt op een dag een Nieuw-Zeelandse expeditie te kunnen 
regelen naar zijn geboorteland Iran. ‘Ik wil niet dat Iran er schade van ondervindt, maar het gaat hier om internationale schatten,’ zegt hij.

    Een kampement van de zaadzoekers in Rusland. – © Josephine Piggin
    Een kampement van de zaadzoekers in Rusland. – © Josephine Piggin

    Eenmaal terug in Palmerston North kweekt het team in afgeschermde tuinen de zaden van elke variëteit op, totdat er per variëteit ten minste 
honderd exemplaren zijn. Dat is voldoende om 
genetische diversiteit te garanderen, en ook om 
iets aan een andere genenbank af te staan, mocht daartoe een verzoek komen.

    In Palmerston North gaan de zaden naar een droge ruimte, die wel wat doet denken aan de bierkoeling van een supermarkt. Daar blijven de zaden zeker twintig jaar vers, en ze hoeven pas na honderd jaar opnieuw te worden geplant. ‘We hebben hier zaden uit 1940, die nog altijd levensvatbaar zijn,’ zegt Ghamkar.

    De koeling waarin de zaden worden bewaard is 
afgesloten, maar het is bepaald geen fort. Toen Ghamkar vorig jaar aantrad als directeur, kwam hij er tot zijn ontzetting achter dat Nieuw-Zeeland geen reservevoorraad heeft in Svalbard, de noodopslag 
op Spitsbergen, die ooit is aangelegd voor het geval zich een grote ramp zou voordoen. Svalbard is zo gebouwd dat het ook een nucleaire winter kan 
doorstaan. ‘Zelfs Noord-Korea heeft daar wat liggen.’

    Ghamkar heeft er met zijn team negen maanden voor uitgetrokken om te beslissen welke soorten absoluut niet verloren mogen gaan, en dit jaar 
heeft hij een selectie gemaakt voor opslag onder de permafrost. ‘Svalbard is een kluis. Nieuw-Zeelandse grassen en klaversoorten worden daar bewaard voor het geval het Margot Forde Centre getroffen zou worden door een brand of een aardbeving.’

    Klimaatverandering

    Los daarvan is er de klimaatverandering, die de 
hele onderneming nog prangender maakt. Het duurt een jaar of tien om een nieuw gewas te ontwikkelen, en daarmee is de dramatische klimaatverandering, die voor veel plekken op aarde al is voorspeld voor 2030, nog maar twee kweekcycli verwijderd. 
Klimatologen in Nieuw-Zeeland voorzien dat in 2040 de frequentie van de droogten in de oostelijke en noordelijke regio’s van de aarde zal zijn verdubbeld 
of zelfs verdrievoudigd, terwijl het op andere plekken warmer en natter zal worden. Tegen het einde 
van de eeuw zullen bepaalde plekken op aarde vruchtbaarder zijn. Maar over het geheel genomen 
is de verwachting dat ten gevolge van de klimaatverandering de voedselproductie zal krimpen, terwijl de bevolking blijft groeien. Ondertussen zullen door veranderingen in temperatuur en de hoeveelheid neerslag mogelijk nieuwe ziekten en epidemieën 
om zich heen grijpen.

    De zoektocht naar wilde zaden richt zich meer en meer op extreme planten. Als een plant in leven kan blijven met weinig water, of juist tijdens een overstroming, dan zou die plant weleens goed kunnen gedijden in het klimaat van de toekomst. Zelfs als een wild gewas ongeschikt is voor consumptie, dan kan het worden gekruist met andere soorten om hybride gewassen te kweken die zijn bestand tegen droogte of hitte, of die met weinig stikstof toe kunnen.

    Voor wie het kweken van supersoorten nogal klinisch vindt klinken, heeft Ghamkar een mooi liefdesverhaal. Wetenschappers van AgResearch hebben de herkomst van witte klaver – een gewas dat voor Nieuw-Zeeland bij uitstek van belang is – genetisch weten te herleiden tot de verre voorouders. Deze oerklavers bleken geheel andere organismen dan de planten die wij nu kennen. De afstand tussen beide soorten was zo groot dat het een wonder mocht heten dat ze ooit iets met elkaar kregen. ‘Er werden een vader en een moeder ontdekt,’ zegt Ghamkar. ‘De een leeft in de bergen van Azerbeidzjan, de ander op de stranden van Portugal, dus vele duizenden kilometers verderop.’ Op de een of andere manier zijn die oude soorten elkaar ooit, lang geleden, zo dicht genaderd dat ze nageslacht hebben voortgebracht. ‘Misschien aan een Grieks strand. We weten het niet. Maar ze hebben elkaar leren kennen en een plantensoort voortgebracht. De ouders zijn nog altijd twee totaal verschillende individuen, die leven op een andere hoogte, op een andere bodem en in een ander klimaat.’

    Maar toch hebben de wetenschappers, met enige overredingskracht, de planten zo ver weten te krijgen dat ze weer nageslacht zijn gaan produceren. ‘Normaal gesproken zijn deze kruisingen steriel. Maar als we het embryo in het laboratorium houden, en extra voeding en zorg geven, zal een aantal exemplaren weten te overleven, en die zullen in staat zijn de soort te herstellen,’ zegt Ghamkar. ‘Als je wilde planten kruist, breng je de genen terug die voor weerstand en uithoudingsvermogen zorgen. En dat is precies wat we nodig hebben als het klimaat gaat veranderen.’ Versies van de hybride klaver worden op verschillende boerderijen uitgezet om te zien hoe ze het doen. Het beslissende woord is nog niet gesproken, ‘maar de aanvankelijke resultaten tonen planten met diepere wortels, die beter tegen droogte bestand zijn en minder fosfor gebruiken’, zegt Ghamkar.

    En daarom gaat Webber door met verzamelen. Over het algemeen staat hij ervan te kijken hoe gemakkelijk hij in Rusland, of elders, wordt geaccepteerd. 
‘Ik denk dat ze ons maar rare snuiters vinden. Maar zodra je mensen in een dorp uitlegt waar je nou 
precies mee bezig bent, zijn ze al snel bereid een helpende hand toe te steken, en vinden ze het geen enkel probleem dat je wat materiaal meeneemt,’ zegt hij. Hij vraagt zich af hoe hij zou reageren wanneer er ineens een Rus door zijn buurt zou struinen. ‘Het is wel interessant om je af te vragen hoe je zelf zou reageren als er ineens een vreemde over je tuinhek klimt en jouw bloemen plukt. Hoe zou je daar dan tegenaan kijken?’

    Auteur: Eloise Gibson
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Wilde bloemen in de buurt van Castro Verde, Portugal. – © Getty Images

    New Zealand Listener
    Nieuw-Zeeland | weekblad | oplage 61.000

    Het enige actualiteitenmagazine van Nieuw-Zeeland. Al vanaf 1939.