China vermaalt rotsen om aan grote zandvraag te voldoen
Volgens een nieuw onderzoek wordt ongeveer 80 procent van het zand dat tegenwoordig in de Chinese bouwsector wordt gebruikt, geproduceerd en niet uit de natuur gewonnen, dat schrijft South China Morning Post. ‘Dit markeert een keerpunt in de menselijke ingenieurskunst en biedt hoop om een grote crisis in de wereld op te lossen.’
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Natuurlijke zandreserves raken namelijk op en de grote honger naar zand heeft een verwoestend effect op het milieu. Het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) schat dat er jaarlijks 50 miljard ton zand en grind – stenen groter dan zand – wordt gewonnen voor de bouw. ‘We kunnen geen 50 miljard ton per jaar van welk materiaal dan ook winnen zonder dat dit enorme gevolgen heeft voor de planeet en dus voor het leven van mensen,’ vertelde UNEP-onderzoeker Pascal Peduzzi in 2019 aan de BBC.
Volgens een recent onderzoek dat vorige maand in het tijdschrift Nature Geoscience is gepubliceerd, is de totale zandaanvoer van China – die tussen 1995 en 2020 ongeveer vervijfvoudigd is – echter grotendeels afkomstig van kunstmatig zand, dat wordt geproduceerd door rotsen of mijnafval mechanisch te vermalen en te zeven. Het onderzoek was een samenwerking tussen internationale onderzoekers van instituten als het Research Centre for Eco-Environmental Sciences van de Chinese Academie van Wetenschappen, de Universiteit Leiden in Nederland en de Universiteit van Cambridge in Groot-Brittannië.
In het zand krioelt het van de kleine wezens, vaak maar tienden van millimeters groot. Maar onder de microscoop worden het ‘komkommerachtige en geschubde gasten met uitstulpende interne organen’.
Vakantie aan zee: halfnaakte mensen liggen te zonnen op bontgekleurde handdoeken, kinderen bouwen zandkastelen en slotgrachten, sportievelingen joggen of worstelen met de golven. Maar op het strand is er nog meer aan de hand. Want niet alleen op, maar ook onder het badlaken krioelt het van leven. In het vochtige labyrint van zandkorrels kruipen, kronkelen en woelen piepkleine beestjes, zo klein dat het blote oog de meeste niet kan zien.
‘In een handvol zand kunnen honderden, soms duizenden organismen leven,’ zegt Andreas Schmidt-Rhaesa, conservator bij het Centrum voor Natuurkunde in Hamburg en specialist in ongewervelde dieren. De samenstelling van die populatie is zeer divers: de rand van de zee wordt bevolkt door tienduizenden soorten. In microscopisch kleine ruimten die zijn achtergelaten door minerale deeltjes, die zelf vaak slechts een fractie van een millimeter groot zijn, wonen ze in poriën die gevuld zijn met water dat een wijdvertakt systeem van minikanaaltjes heeft gevormd. De bewoners hebben zich goed aangepast aan deze ongewone habitat. Vooral in het gebied met hoog- en laagwater hebben zij voortdurend te kampen met temperatuurschommelingen en een wisselend gehalte aan voedingsstoffen, maar ook met stormen die hun habitat kunnen wegvagen en de kolkende zee, die soms met tonnen wegende brekers op het strand neerklettert.
Complexe structuur
Deze interstitiële fauna, oftewel de dierenwereld die tussen de zandkorrels leeft, is een van de meest fascinerende gemeenschappen op de planeet. Een wereldwijde inventarisatie ervan is nog in volle gang. Telkens weer vinden biologen nieuwe, onbekende familieleden, zoals onlangs nog op de stranden van Italië. Onderzoekers willen weten welke rol elk afzonderlijk dier speelt in de zeer complexe structuur. Ze willen ook weten hoe de minder mobiele wezens erin zijn geslaagd om biotopen in de hele wereld te veroveren en hoe milieuveranderingen, zoals vervuiling van de zee, de gemeenschappen beïnvloeden. Er zijn nog veel leemten in de kennis over het rijk der zandkloofjes.
De wezens die de kuststrook bevolken zien er bizar uit. Ze zijn vaak slechts tienden van millimeters groot, maar onder de elektronenmicroscoop groeien ze uit tot vreemde en angstaanjagende monsters. Voor het oog van de waarnemer verschijnen borstelige wezens zonder ogen, komkommerachtige en geschubde gasten, soms met zuigende proboscisorganen [langwerpige, multifunctionele snuiten], soms met uitstulpende interne organen.
In de kuststrook wonen ook dinoflagellaten, organismen die normaal gesproken uit slechts één cel bestaan
In de kuststrook wonen ook dinoflagellaten, organismen die normaal gesproken uit slechts één cel bestaan. Zij kunnen noch bij dieren, noch bij planten worden ingedeeld en vormen een zelfstandige tak in de stamboom van het leven. Omdat veel soorten een schild van cellulose dragen, worden ze ook wel ‘gepantserde flagellaten’ genoemd.
De meeste hebben twee lange flagellen [zweepharen]: ranke aanhangsels die hen helpen door de waterige poriën te roeien en van richting te veranderen. Sommige dinoflagellaten kunnen de energie die ze nodig hebben zelf produceren met behulp van chlorofyl, dat in hun cellen wordt opgeslagen en van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het licht dat ze nodig hebben voor fotosynthese halen ze uit de bovenste, zonovergoten zandlagen, en koolstof komt uit het zeewater.
Buikharigen
Ook gastrotricha of buikharigen bevolken de zandbodem. Met trilhaartjes aan de buikzijde kruipen of glijden ze door de fijne gangenstelsels, terwijl zintuigharen op hun kop de omgeving scannen. Hun favoriete voedsel bestaat uit kiezelalgen en bacteriën. Die zuigen ze op met hun slokdarm in het darmkanaal dat door hun hele lichaam loopt. Wanneer ze dreigen weg te spoelen, scheiden ze uit klieren aan hun achterste een soort lijm af waarmee ze zich in een oogwenk aan een zandkorrel kunnen hechten; andere klieren produceren dan weer een soort oplosmiddel, dat hen helpt om los te komen. ‘Bovendien lijken gastrotricha verdedigingsstoffen te produceren waarmee ze zich beschermen tegen roofdieren zoals platwormen,’ zegt Alexander Kieneke van het Duitse Centrum voor Onderzoek naar Mariene Biodiversiteit in Wilhelmshaven, dat onderzoek doet naar deze diertjes. Hij en zijn collega’s kennen tot nu toe bijna duizend soorten. Toch is dat maar een fractie van de werkelijke diversiteit. ‘In zandkloofjes leven ongeveer vijfduizend tot achtduizend soorten in totaal,’ schat de bioloog.
Andere specialisten in de jungle van zandkorrels:
Tardigrades oftewel beerdiertjes. Deze soorten die in het zand leven, zijn ongeveer een millimeter groot en hun mollige lichaam verplaatsen ze met acht pootstompjes. Daarmee klauteren ze over minerale deeltjes, waaraan ze zich met klauwen of kleefschijfjes kunnen vasthouden. Ze voeden zich met algen of gaan op jacht. Ze vangen rotifera oftewel raderdieren, draadwormen of andere beerdiertjes, die ze uitzuigen. Dat doen ze door de kegel van hun bek tegen hun prooi aan te drukken, waarna er scherpe stekels naar buiten schieten om het slachtoffer te steken. Om actief te kunnen zijn is een dun laagje water al genoeg voor ze. Soortgenoten die op korstmossen en mossen leven, weten zelfs hoe ze zich moeten behelpen als hun territorium opdroogt. Dan trekken ze hun poten in, scheiden een groot deel van hun lichaamsvocht uit en verschrompelen tot een tonnetje. In die doodse toestand kunnen deze overlevingskunstenaars het jaren uithouden – totdat de omgeving weer vochtig wordt.
Dan zijn er dieren die oorspronkelijk in grotere maten in het water of op het land leefden en in de loop van de evolutie zijn gekrompen tot dwergformaat om zich te kunnen aanpassen aan de omstandigheden op de bodem: slakken, krabben en kwallen. De Parhedyle cryptophthalma bijvoorbeeld, een piepklein, schelploos slakje, of de Pleurocope dasyura, een schaaldier. De Halammohydra, een 1,3 millimeter grote medusa, is tijdens deze verkleining zelfs zijn schild kwijtgeraakt; daarmee had hij onmogelijk vooruit kunnen komen in het nauwe kanalenstelsel. Naast deze organismen, die hun hele bestaan doorbrengen in het verborgene, zijn er ook andere, tijdelijke gasten. ‘Dat zijn jongere stadia van dieren die uiteindelijk groter worden; ze maken alleen gebruik van deze ruimtes zolang ze erin passen,’ zegt Kieneke. Daaronder bevinden zich de nakomelingen van veel mariene anneliden, oftewel ringwormen.
De bedrijvigheid in de kuststrook is ongelijk verdeeld: landinwaarts, waar ook bij het hoogste getij geen golven meer zijn, wordt die steeds minder. Daar is alleen nog iets te vinden in zeer diepe, vochtige lagen. Dichter bij de zee, in het gebied van eb en vloed, gedijt alles weelderig, tot in zee, waar zand de bodem bedekt. ‘Sommige bewoners migreren ook, hetzij in een jaarlijkse cyclus, hetzij in de loop van hun leven, hetzij met de getijden,’ zegt Schmidt-Rhaesa. Zo hebben tardigrades de neiging om in de zomer en de herfst in de bovenste lagen te blijven, en in de winter en de lente naar grotere diepten weg te kruipen.
Tot hun verbazing vonden ze soms dezelfde soorten op plekken die ver van elkaar verwijderd zijn
Op alle continenten hebben biologen inmiddels op stranden gegraven. Tot hun verbazing vonden ze soms dezelfde soorten op plekken die ver van elkaar verwijderd zijn. Sommige soorten lijken zelfs kosmopoliet te zijn, en dat ondanks het feit dat de meeste van hen nauwelijks in staat zijn hun woonplek te verlaten. Evenmin laten ze in het water larven los, die naar nieuwe kusten zouden kunnen drijven. ‘We hebben nu met behulp van genetische analyses kunnen aantonen dat de soorten waarvan we aanvankelijk dachten dat ze identiek waren, vaak niet meer dan zeer nauwe verwanten zijn,’ zegt Kieneke. ‘Maar toch moeten hun gemeenschappelijke voorouders ooit enorme afstanden hebben afgelegd voordat zij nieuwe populaties op verre kusten konden vestigen.’
De onderzoeker uit Wilhelmshaven wilde samen met een internationaal expeditieteam te weten komen hoe de diertjes dat voor elkaar kregen. Aan boord van het Duitse onderzoeksschip Meteor voeren ze in 2018 naar de Azoren. Daar namen ze monsters van de zandgronden in de ondiepe wateren voor de eilanden en van nabijgelegen onderwaterbergen. Ze zijn nog steeds aan het evalueren wat ze mee naar huis hebben genomen, maar het is nu al duidelijk dat er soorten voorkomen die voorheen alleen bekend waren van de kusten op het vasteland. ‘Blijkbaar speelden oceanische eilanden in de uitgestrekte diepzee een belangrijke rol als bruggenhoofd voor geleidelijke verspreiding,’ zegt Kieneke. Hij wil nu met genetische analyses duidelijk krijgen in hoeverre het genetisch materiaal van de levende soorten die ver uit elkaar leven met elkaar overeenkomt.
Koloniseren
En hoe overbrugden deze kleine dieren de modderige, bijna zandloze bodem van de uitgestrekte oceanen om vervolgens eerst eilanden op volle zee en daarna verre kusten te koloniseren? ‘Plukjes bruine algen die op het water drijven of zwemmende zeeschildpadden kunnen ze hebben vervoerd,’ zegt Kieneke. ‘Kloofbewoners voelen zich thuis op planten en de pantsers van dieren.’
Andere wetenschappers onderzoeken wat menselijk ingrijpen in de natuur voor de kleintjes in de kloof betekent. Olielozingen op stranden en grootschalige zandwinning brengen grote en langdurige schade toe aan het onderaardse volk. Uit studies blijkt dat klimaatverandering het ecosysteem aantast door verzuring en stijging van de watertemperatuur. Biologen houden bij hoe het aantal en de diversiteit van de strandbewoners verandert.
Ook fijngemalen plastic afval uit zee is in de zandkloofjes terechtgekomen. ‘We vinden nanodeeltjes en nanovezels in de diertjes. Ze verwarren die vreemde dingen met voedsel en krijgen ze binnen,’ zegt Andreas Schmidt-Rhaesa uit Hamburg. ‘We weten echter nog niet of en hoe dit schadelijk is voor individuele organismen.’ Effecten op de wereld van deze kleine wezens zijn uiterst moeilijk te meten en het onderzoek ernaar is nog maar net begonnen.
_____
Uit studies is gebleken dat sommige tardigrades bestand zijn tegen kou van min 200 graden en hitte van 148,9 graden. Ze wonen niet alleen in het zand, maar in een verscheidenheid van extreme habitats. Omdat ze zo veerkrachtig zijn, konden ze zelfs op de maan landen: onderzoekers vermoeden dat enkele duizenden exemplaren de crash van een Israëlische sonde daar in 2019 hebben overleefd.
In 1933 werd de term ‘interstitiële fauna’ voor het eerst gebruikt door de Duitse zoöloog Adolf Reman, voor kleine diertjes met een lengte tussen ongeveer 30 micro- en 1 millimeter die zich tussen zandkorrels kunnen voortbewegen zonder dat de korrels verschuiven.
Beurswaarde start-up Rivian mogelijk 50 miljard dollar
Rivian, een startup voor elektrische voertuigen (EV) en een van de belangrijkste potentiële concurrenten van Tesla, overweegt een beursgang die het bedrijf een waarde van ongeveer 50 miljard dollar zal geven, bericht Markets Insider.
Rivian heeft met 8 miljard dollar sinds 2019 meer geld opgehaald dan concurrenten, en heeft al overeenkomsten met Amazon en Ford voor de levering van onder meer bestelwagens.
Frankrijk verplicht repareerindex voor elektronische apparaten
Elektronisch afval vormt een zware belasting voor het milieu. Een manier om die belasting te beperken, is door apparaten zo lang mogelijk te gebruiken voordat ze worden vervangen. Maar de levensduur van een apparaat is moeilijk in te schatten als je niets weet over reparatiemogelijkheden. Als eerste land ter wereld verplicht Frankrijk fabrikanten van elektronische apparaten daarom te vermelden hoe ‘repareerbaar’ hun producten zijn, meldt Grist, een nieuwsplatform dat zich richt op duurzaamheid.
Daartoe moeten producten worden voorzien van een ‘herstelbaarheidsindex’. Die is gebaseerd op allerlei criteria, zoals hoe gemakkelijk het product uit elkaar is te halen, hoe beschikbaar reserveonderdelen zijn en of technische documenten voorhanden zijn. Met de herstelbaarheidsindex wil Frankrijk het opzettelijk creëren van snel verouderende producten tegengaan en de overgang naar een circulaire economie bespoedigen.
De index, die in eerste instantie van toepassing is op smartphones, laptops, tv’s, wasmachines en grasmaaiers, kent een maximale score van 10. Hoe hoger het cijfer des te beter het apparaat is te repareren. Het ontbreken van een indexcijfer zal vanaf volgend jaar worden beboet.
Eerste geprinte huis in de VS in de verkoop
In de VS staat voor het eerst een 3D-geprint huis te koop. Het staat in Riverhead in de staat New York en heeft een vraagprijs van 299.999 dollar, ruim 247.000 euro. Het huis heeft een oppervlakte van 130 vierkante meter, telt drie slaapkamers, twee badkamers en heeft een vrijstaande garage voor 2,5 auto, aldus CNN.
‘We hebben dit huis op een van de moeilijkste plekken neergezet, dus we kunnen het nu overal doen’
‘Zonder twijfel is dit de toekomst’, aldus de woordvoerder van SQ4D Inc., het bedrijf dat het huis heeft gefabriceerd. SQ4D werkt met een zogenoemd Autonoom Robot Constructie Systeem, dat in zes tot acht uur op een bouwplaats kan worden geïnstalleerd. Dat systeem print vervolgens laag voor laag de betonnen fundering en de betonnen binnen- en buitenmuren van het huis.
Volgens SQ4D liggen de bouwkosten 50 procent lager dan die van vergelijkbare, conventionele huizen in Riverhead en gaat de bouw tien keer sneller. ‘We hebben dit huis op een van de moeilijkste plekken neergezet, dus we kunnen het nu overal doen’, aldus SQ4D.
Donateur schenkt 11 miljoen pond voor historisch onderzoek
Een anonieme filantroop heeft meer dan 11 miljoen pond, ruim 12 miljoen euro, geschonken aan het University College London (UCL) voor onderwijs en onderzoek naar het erfgoed, de geschiedenis en de talen van het oude Mesopotamië. Het geld gaat naar het zogenoemde Nahrein-netwerk van UCL, dat ernaar streeft een einde te maken aan de systematische verwaarlozing van onderzoek naar de geschiedenis van Irak en omgeving. Met de donatie kan Nahrein de komende tien jaar vooruit, schrijft de krant The Nationaluit Dubai.
Voorzitter Michael Spence van UCL noemt de donatie ‘een baanbrekend moment in de dekolonisatie van kennis over Irak en andere regio’s in het Zuiden’. Het oude Mesopotamië kreeg namelijk pas in de 19e eeuw echt academische belangstelling, maar de meeste studies hebben een westers perspectief. ‘Door deze buitengewoon genereuze schenking krijgen Irakezen hun oude erfgoed terug als lokale geschiedenis, met alle sociale, culturele, economische en educatieve voordelen van dien’, aldus Eleanor Robson, hoofd geschiedenis van de UCL.
China steelt zand van Taiwan
Voor de kust van Taiwan ligt permanent een armada van Chinese schepen. In plaats van militaire vaartuigen betreft het zandzuigers, bagger- en transportschepen. Volgens de Taiwanese kustwacht vallen ze zonder toestemming de Taiwanese territoriale wateren binnen. Het conflict speelt zich af rond de Matsu-archipel, enkele kilometers uit de Chinese kust. De eilandengroep is Taiwanees sinds 1949, toen Taiwan zich onafhankelijk verklaarde. Beijing beschouwt Taiwan echter nog steeds als provincie van China.
Vorig jaar heeft de kustwacht bijna 4000 keer schepen terug naar de Chinese wateren moeten begeleiden, ruim vijf keer zo vaak als in 2019, bericht Der Spiegel. Er zijn dagen dat 9 boten van de Taiwanese kustwacht 100 tot 200 Chinese baggerschepen tegenover zich zien. Volgens de Taiwanese autoriteiten halen de baggerschepen zand weg van de Taiwanese zeebodem dat wordt gebruikt voor bouwprojecten op het vasteland van China. Het gaat om enorme hoeveelheden; sommige schepen kunnen tot 3000 ton vervoeren. Pure diefstal, vindt Taiwan.
Notturno op shortlist Oscars
De documentaire Notturno (Nocturne) van de Italiaanse regisseur Gianfranco Rosi heeft de shortlist voor de Oscars gehaald, schrijft het Italiaanse persbureau ANSA. De documentaire, die Rosi in de loop van drie jaar draaide in Syrië, Irak, Koerdistan en Libanon, toont de dagelijkse worsteling van gewone mensen in oorlogsgebieden in het Midden-Oosten, terwijl ze hopen op een vreedzamer leven.
Rosi zei ‘diep geschokt’ te zijn door wat hij aantrof tijdens het draaien van de film. Hij hoopt dat Notturno, die vorig najaar in première ging, ‘de ogen zal openen voor de gevolgen van oorlog bij mensen die zijn afgestompt door wat ze krijgen voorgeschoteld op tv’.
Egyptenaren boos over reuzenrad
Egyptenaren zijn woedend over plannen voor een nieuwe toeristische attractie in het centrum van hoofdstad Caïro, bericht Al Jazeera. Vorige maand lanceerde de gouverneur van Caïro plannen voor een 120 meter hoog reuzenrad langs de Nijl in Zamalek, een chique wijk op het eiland Gezira in het hart van Caïro, dat er in 2022 moet staan.
Ondanks de ronkende beloften van de regering, wekt het project woede bij inwoners, parlementariërs en voormalige ministers. Zo noemt een voormalig minister van Toerisme het voornemen ‘catastrofaal’. Een voormalige minister van Buitenlandse Zaken schreef op Facebook dat een ‘historisch groengebied’ als Zamalek ‘beschermd en behouden moet worden’.
We denken er nauwelijks over na, maar onze beschaving is gebouwd op zand. Het wordt onder meer gebruikt in de bouw, wasmiddelen en cosmetica. Nergens is de strijd om zand zo hevig als in India. Daar gaat de zandwinning niet alleen ten koste van de natuur, maar ook van mensenlevens.
Keuze uit het archief
Zand is niet weg te denken uit de geschiedenis van de mensheid. De oude Egyptenaren gebruikten het reeds om pyramides van te bouwen en ook beton – een mengsel van grind, zand en cement – was al in de oudheid bekend. Zand is niet alleen geschikt als bouwmateriaal, maar zit ook verstopt in producten als tandpasta, glas, cosmetica en microchips.
Het natuurproduct wordt echter steeds schaarser, omdat er door de wereldwijde bouwhausse steeds grotere hoeveelheden zand nodig zijn. Zandwinning is alleen wel schadelijk voor ecosystemen en daarom niet overal toegestaan. Zo zijn er in India meerdere gebieden waar het illegaal is, maar waar zandwinners de regels aan hun laars lappen omdat er enorm veel te verdienen valt aan de zandexport. Mensen die ze erop aanspreken, doen dat met gevaar voor eigen leven. Zandwinning kost dus niet alleen het leven aan vogels en vissen, maar ook aan mensen, zoals blijkt uit dit artikel van het Amerikaanse maandblad WIRED.
De moordenaars reden langzaam het steegje door, drie op één motorfiets gepropte mannen. Het was even na elf uur ’s ochtends op 31 juli 2013 en de zon brandde op de lage, eenvoudige huizenblokken langs een achterafstraatje van het Indiase boerendorp Raipur Khadar. Vage geuren van specerijen, stof en rioolwater kruidden de lucht. De mannen zetten de motor stil voor de oranje deur van een twee verdiepingen hoog huis van baksteen en pleisterkalk. Twee van hen stapten af, duwden de niet-afgesloten deur open en slopen de verduisterde slaapkamer aan de andere kant binnen. De onderkant van hun gezicht was met een witte sjaal bedekt. Een van hen had een pistool.
In de slaapkamer lag Paleram Chauhan, een 52-jarige boer, een dutje te doen na een vroege lunch. In de aangrenzende kamer waren zijn vrouw en schoondochter aan het schoonmaken, terwijl Palerams zoon met zijn neefje van drie speelde. Schoten daverden door het huis. Preeti Chauhan, Palerams schoondochter, stormde de kamer binnen, met Ravindra op haar hielen. Door de open deur zag ze de moordenaars weer op hun motorfiets springen en wegscheuren.
Paleram lag op zijn bed, terwijl het bloed uit zijn buik, keel en hoofd borrelde. ‘Hij probeerde iets te zeggen, maar dat lukte niet’, zegt Preeti, en haar stem wordt door tranen gesmoord. Ravindra leende de auto van een buurman en reed zijn vader in allerijl naar het ziekenhuis, maar het was te laat. Bij aankomst was Paleram dood.
Zand is een eindige grondstof, net als alle andere
Ondanks de maskers twijfelde de familie geen moment wie er achter de moorden zat. Al tien jaar lang drong Paleram er bij de plaatselijke autoriteiten op aan om een machtige criminele bende op te rollen die zijn hoofdkwartier in Raipur Khadar had. De ‘maffia’, zoals de mensen hen noemden, beroofde het dorp al jaren van een felbegeerde natuurlijke hulpbron, een van de meest gewilde grondstoffen van de 21ste eeuw: zand.
Precies. Paleram Chauhan werd vermoord vanwege zand. En hij was niet de eerste, noch de laatste.
Onze beschaving is letterlijk op zand gebouwd. Al zeker sinds de oude Egyptenaren gebruiken mensen het voor de bouw. In de vijftiende eeuw vond een Italiaanse handwerksman uit hoe je van zand doorzichtig glas kunt maken, wat de weg effende voor microscopen, telescopen en andere technologische vindingen, zoals betaalbare ramen, die mede tot de wetenschappelijke revolutie van de Renaissance leidden. Verscheidene zandsoorten zijn een essentieel bestanddeel van wasmiddelen, cosmetica, tandpasta, zonnepanelen, microchips en vooral gebouwen; elke betonconstructie bestaat in wezen uit tonnen zand en grind die met cement aan elkaar zijn gelijmd.
Zand – kleine, losse korrels steen en ander hard materiaal – kan worden gemaakt door gletsjers die stenen vermalen, door oceanen die schelpen verpulveren en zelfs door lava dat afkoelt en vergruist bij contact met de lucht. Maar bijna zeventig procent van alle zandkorrels op aarde is kwarts, gevormd door verwering. De tijd en de elementen knagen aan rotsen, boven en onder de grond, en schuren er korrels af. Rivieren transporteren tonnen van deze korrels tot in de verre omtrek, hopen ze op op hun beddingen en op plekken waar ze in zee uitmonden.
Naast water en licht is zand een van de natuurlijke hulpbronnen die het meest door de mens worden aangewend. Mensen gebruiken jaarlijks meer dan 40 miljard ton zand en grind. Er is zoveel vraag naar dat overal ter wereld rivierbeddingen en stranden worden afgegraven. Woestijnzand is over het algemeen ongeschikt voor de bouw: omdat ze niet door water, maar door lucht zijn gevormd, zijn woestijnkorrels te rond om zich goed te binden. De hoeveelheid zand die wordt gewonnen, stijgt exponentieel.
In India heeft de oorlog tussen en tegen de ‘zandmaffia’ al honderden levens gekost
Hoewel de voorraad misschien eindeloos lijkt, is zand een eindige grondstof, net als alle andere. De wereldwijde bouwhausse van de laatste jaren – al die megasteden die uit de grond schieten, van Lagos tot Beijing – verslindt ongekende hoeveelheden; in de zandindustrie gaat 70 miljard dollar om. In Dubai hebben enorme landwinningsprojecten en duizelingwekkende wolkenkrabbers alle nabije bronnen uitgeput. Australische exporteurs verkopen letterlijk zand aan Arabieren.
Op sommige plekken baggeren multinationals zand op met enorme machines; op andere haalt de plaatselijke bevolking het weg met scheppen en pick-uptrucks. Naarmate groeves en rivierbeddingen uitgeput raken, richten zandwinners zich op de zee, waar duizenden schepen nu enorme hoeveelheden van de oceaanbodem opzuigen. Dit is dikwijls funest voor rivieren, delta’s en zee-ecosystemen. De zandwinning in de VS wordt verantwoordelijk gehouden voor stranderosie, water- en luchtvervuiling en ander onheil, van de Californische kust tot de meren in Wisconsin. Het Indiase hooggerechtshof heeft onlangs gewaarschuwd dat zandwinning op de oevers overal in het land bruggen ondermijnt en ecosystemen verstoort doordat vissen en vogels worden uitgeroeid. Maar de verordeningen zijn schaars en de bereidheid om er gevolg aan te geven is nog schaarser, vooral in ontwikkelingslanden.
Zandwinning heeft sinds 2005 minstens twee dozijn Indonesische eilanden weggevaagd. Het zand van die eilanden kwam meestal terecht in Singapore, dat reusachtige hoeveelheden nodig heeft voor zijn kunstmatige gebieduitbreidingsprogramma om land op de zee te winnen. De stadstaat heeft de afgelopen veertig jaar 130 vierkante kilometer land toegevoegd en gaat daar onverdroten mee door, waardoor de Singaporezen veruit de grootste zandimporteurs ter wereld zijn. De indirecte milieuschade is zo extreem dat Indonesië, Maleisië en Vietnam de export van zand naar Singapore allemaal aan banden hebben gelegd of verboden.
Illegale zandwinning
Dit alles heeft wereldwijd tot een illegale zandwinningshausse geleid. In het binnenland van het Indonesische eiland Bali, ver van de toeristenstranden, bezoek ik een zandwinningsgebied. Het ziet eruit als Shangri-La na een meteoorinslag. Midden in een prachtige vallei die zich tussen groene bergen door kronkelt, omgeven door jungle en rijstvelden, gaapt een onregelmatig gevormde, zes hectare grote groeve van blootgelegd zand en steen. Op de bodem zijn mannen in korte broek en op teenslippers met mokers en scheppen bezig om zand en grind in ratelende, rook uitbrakende sorteermachines te laden.
‘Degenen die een vergunning hebben om zand op te graven, moeten ook voor het herstel van het land betalen,’ zegt Nyoman Sadra, een voormalig lid van het regionale bestuur. ‘Maar 70 procent van de zandwinners heeft geen vergunning.’ Zelfs bedrijven met een vergunning strooien met steekpenningen om kuilen te kunnen graven die breder of dieper zijn dan toegestaan.
Op dit moment graven criminele bendes in minstens een tiental landen, van Jamaica tot Nigeria, tonnen zand per jaar op om op de zwarte markt te verkopen. De helft van het zand dat voor de bouw in Marokko wordt gebruikt, is naar schatting illegaal gewonnen; hele stukken strand verdwijnen. Een van de beruchtste gangsters van Israël, een man die van betrokkenheid bij een groot aantal recente aanslagen met autobommen wordt verdacht, begon zijn carrière met het stelen van zand van openbare stranden. Tientallen Maleisische ambtenaren werden in 2010 aangeklaagd omdat ze in ruil voor steekpenningen en seksuele gunsten hadden toegestaan dat illegaal gewonnen zand naar Singapore werd gesmokkeld.
Maar nergens wordt meedogenlozer om zand gestreden dan in India. De oorlog tussen en tegen de ‘zandmaffia’ daar heeft volgens berichten de afgelopen jaren aan honderden mensen het leven gekost, onder wie politiemensen, andere ambtenaren en gewone mensen als Paleram Chauhan.
De streek rond Raipur Khadar was vroeger voornamelijk landbouwgebied, vol tarwe en groente die op de schorren rond de rivier de Yamuna werden verbouwd. Maar Delhi, op minder dan een uur rijden noordwaarts, rukt snel op. Terwijl ik over een nieuwe zesbaanssnelweg door Gautam Budh Nagar rijd, het district waarin Raipur Khadar ligt, passeer ik de ene bouwplaats na de andere; nieuwe torens van glas en cement die naar de hemel groeien en het Indiase landschap kilometers lang beheersen alsof de credits aan het begin van Game of Thrones werkelijkheid zijn geworden. Naast talloze winkelcentra, flatgebouwen en kantoortorens is er een tweeduizend hectare grote ‘Sports City’ in de maak, inclusief diverse stadions en een Formule 1-circuit.
De bouwhausse is ongeveer tien jaar geleden op gang gekomen, en daarmee de zandmaffia. ‘Er was al eerder wat illegale zandwinning’, zegt Dushynt Nagar, hoofd van een plaatselijke boerenbond, ‘maar niet in die mate dat er land werd gestolen of mensen werden vermoord.’
De familie Chauhan
De familie Chauhan woont al eeuwen in het gebied, vertelt Palerams zoon Aakash me. Hij is een slanke jongeman met grote bruine ogen en wijkend zwart haar en draagt een spijkerbroek, een grijs sweatshirt en teenslippers. We zitten op plastic stoelen die op de kale betonnen vloer van de woonkamer van de familie zijn gezet, slechts een paar meter van de plek waar zijn vader werd vermoord.
De familie bezit ongeveer vier hectare land en deelt zo’n tachtig hectare gemeentegrond met de rest van het dorp – althans vroeger. Een jaar of tien geleden eigende een groep plaatselijke ‘bodybuilders’, zoals Aakash hen noemt, geleid door Rajpal Chauhan (geen familie, het is een veel voorkomende achternaam) en zijn drie zoons, zich de zeggenschap over de gemeentegrond toe. Ze schraapten de bovenste laag af en begonnen het zand op te graven dat daar eeuwenlang door de overstromende Yamuna was gedeponeerd. Om het nog erger te maken, remde het stof dat daarbij vrijkwam de groei van de gewassen eromheen af.
Als lid van de panchayat, de gemeenteraad van het dorp, leidde Paleram de campagne om een eind aan de zandwinning te maken. Dat had vrij simpel moeten zijn. Behalve dat de grond van het dorp werd gestolen, is zandwinning ten strengste verboden in het gebied rond Raipur Khadar omdat het dicht bij een vogelreservaat ligt. En de regering weet wat er gebeurt: in 2013 constateerde een onderzoeksteam van het federale ministerie van Milieu en Bosbeheer ‘overvloedige, onwetenschappelijke en illegale winning’ in heel Gautam Budh Nagar.
Desondanks konden Paleram en andere dorpelingen het geen halt toeroepen. Ze klaagden jarenlang bij politie, bestuursambtenaren en rechtbanken – maar er gebeurde niets. Naar verluidt accepteren veel plaatselijke overheden steekpenningen van de zandwinners om zich niet met hun zaken te bemoeien – en niet zelden zijn ze ook zelf bij die zaken betrokken.
De afgelopen drie jaar hebben zandwinners minstens twee politiemensen gedood en vele andere aangevallen
Voor degenen die geen steekpenningen aannemen, is de maffia niet zachtzinnig. ‘We doen regelmatig controles bij de illegale zandwinners,’ zegt Navin Das, die de leiding heeft over de zandwinning in Gautam Budh Nagar. ‘Maar het is erg moeilijk omdat we worden aangevallen en beschoten.’ De afgelopen drie jaar hebben zandwinners minstens twee politiemensen gedood en vele andere aangevallen, evenals bestuursambtenaren en klokkenluiders. Afgelopen maart nog, vlak na mijn terugkomst uit India, belandde een televisiejournalist in het ziekenhuis na een aanslag door illegale zandwinners.
Volgens gerechtelijke documenten hebben Rajpal en zijn zoons zowel Paleram en zijn familie als andere dorpelingen bedreigd. Aakash kent een van de zoons, Sonu, uit de tijd dat ze samen op school zaten. ‘Hij was altijd een keurige jongen,’ zegt Aakash. ‘Maar toen hij in de zandbusiness terechtkwam en snel geld begon te verdienen, ontwikkelde hij zich tot crimineel en werd hij erg agressief.’ Uiteindelijk arresteerde de politie Sonu in de lente van 2013 en legde beslag op enkele van zijn vrachtwagens. Maar hij kwam al gauw op borgtocht vrij.
Op een ochtend reed Paleram op zijn fiets naar zijn akkers, die vlak naast de zandgroeve liggen, en kwam hij Sonu tegen. ‘Hij zei: Het is jouw schuld dat ik de gevangenis in moest, aldus Aakash. ‘Hij zei dat mijn vader de zaak moest laten rusten.’ In plaats daarvan diende Paleram opnieuw een klacht in bij de politie. Een paar dagen later werd hij doodgeschoten.
Sonu, zijn broer Kuldeep en zijn vader Rajpal werden voor de moord gearresteerd. Ze zijn momenteel allemaal op borgtocht vrij. Aakash komt hen af en toe tegen. ‘Het is een klein dorp,’ zegt hij.
Duiken naar rivierzand
In de brede Thane Creek, een troebele inham even buiten Mumbai, wemelt het op een ochtend in februari van de houten bootjes. Honderden liggen er voor anker, romp tegen romp, in een onregelmatige rij die zich een kleine kilometer uitstrekt. De oevers zijn begroeid met groene mangroves, waar flatgebouwen bovenuit torenen. Er hangt een flauwe zweem van zout in de lucht van de nabije Arabische Zee, vermengd met diesel van de bootmotoren.
Elke boot heeft zes tot tien man aan boord. Een of twee van hen duiken naar de rivierbodem, vullen een metalen emmer met zand en komen weer boven, terwijl het water uit hun zwarte haar en snor stroomt. Daarna hijsen twee anderen, die met blote voeten op planken staan die uit de boot steken, de emmer op met touwen. Hun afgetrainde, gespierde lijven zouden elke sportschoolhipster jaloers maken als de pijs ervoor niet zo hoog was.
Pralhad Mhatre (41) duikt tweehonderd keer per dag, zegt hij. Hij doet het werk al zestien jaar. Hij verdient bijna het dubbele van de hijsers, maar het blijft niet veel, zo’n zestien dollar per dag. Hij wil dat zijn zoon en drie dochters een ander beroep kiezen, niet in de laatste plaats omdat hij denkt dat er weldra geen rivierzand meer zal zijn. ‘Toen ik begon, hoefden we maar zes meter diep te gaan,’ zegt hij. ‘Nu is het twaalf. We kunnen hoogstens vijftien meter diep duiken. Als het veel lager wordt, zijn we onze baan kwijt.’
De volgende dag neemt Sumaira Abdulali, India’s belangrijkste actievoerder tegen illegale zandwinning, me mee naar een ander soort groeve. Abdulali is een beschaafd, gefortuneerd lid van de bourgeoisie in Mumbai, met een zachte stem en een voorname manier van doen. Ze reist al jarenlang in een auto met leren bekleding en chauffeur naar afgelegen gebieden om foto’s te maken van het werk van de zandmaffia. Daarbij is ze beledigd, bedreigd, met stenen bekogeld, met hoge snelheid achtervolgd, zijn haar autoruiten kapotgeslagen en heeft ze zo’n harde klap gekregen dat er een tand afbrak.
‘Het fundamentele probleem is ongebreidelde cementbouw’
Abdulali raakte betrokken toen zandwinners een strand in de buurt van Mumbai begonnen te vernielen waar haar familie al generaties lang de vakanties doorbracht. In 2004 ondernam ze het eerste gerechtelijke burgerinitiatief tegen de zandwinning in India. Dat haalde de kranten, zodat Abdulali een stortvloed van telefoontjes uit het hele land kreeg van mensen die haar hulp zochten om hun eigen plaatselijke zandmaffia tegen te houden. Sindsdien heeft Abdulali tientallen mensen geholpen bij het opstellen van hun aangiften en blijft ze de plaatselijke ambtenaren en kranten bestoken met een gestage stroom goed gedocumenteerde klachten van eigen hand. ‘We kunnen de bouw niet tegenhouden. We willen de ontwikkeling geen halt toeroepen’, zegt ze in een Engels met een Brits-Indisch accent. ‘Maar we willen dat men zijn verantwoordelijkheid neemt.’
Abdulali neemt me mee naar het plattelandsstadje Mahad, waar zandwinners ooit haar auto kapotsloegen. Zandwinning is ten strengste verboden in die regio omdat vlakbij een beschermd kustgebied ligt. Desondanks komen we in de jungleheuvels niet ver buiten het stadje een grijsgroene rivier tegen waarop boten open en bloot zand van de rivierbodem opzuigen met dieselpompen. De oevers liggen bezaaid met enorme zandhopen, die mannen met graafmachines op vrachtwagens scheppen.
Kort daarna, weer op de hoofdweg, rijden we achter een klein konvooi van drie zandtrucks. Ze denderen ongestoord langs een politiebusje dat langs de weg staat geparkeerd. Een tweetal agenten staat er werkeloos naast en kijkt naar het passerende verkeer. Een derde doet binnen een dutje, met zijn stoel volledig naar achter geklapt. Dit is te veel voor Abdulali. We stoppen naast het busje. Een agent die de leiding lijkt te hebben, neemt er daarbinnen zijn gemak van, gekleed in een kaki-uniform, met sterren op zijn schouders en zwarte sokken aan zijn voeten. Zijn schoenen heeft hij uitgetrokken. ‘Heeft u die trucks met zand niet gezien die net zijn gepasseerd?’ vraagt Abdulali.
‘We hebben vanochtend een paar keer verbaal opgemaakt,’ antwoordt de agent vriendelijk. ‘Nu hebben we lunchpauze.’ Bij het wegrijden passeren we nog een zandtruck die een paar honderd meter verderop langs de weg staat geparkeerd.
Enige tijd later stel ik hierover vragen aan een plaatselijke ambtenaar. ‘De politie is twee handen op een buik met de zandwinners,’ zegt de ambtenaar, die me verzoekt zijn naam niet te noemen. ‘Als ik de politie bel om me te begeleiden bij een controle, tippen ze de zandwinners dat we eraan komen.’ Zelfs in de zaken die hij voor de rechter heeft gebracht, is er niemand veroordeeld. ‘Ze glippen er altijd door vanwege een vormfout.’
Terug in Raipur Khadar, na mijn gesprek met de familie van Paleram Chauhan, is zijn zoon Aakash bereid mij en mijn tolk, Kumar Sambhav, de gemeentegrond te laten zien die de maffia in bezit heeft genomen. We hadden die ochtend een auto gehuurd in Delhi en Aakash wijst onze chauffeur de weg. Het is moeilijk te missen: recht tegenover het dorp aan de overkant van de weg ligt een stuk opengereten land met kraters van drie tot zes meter diep en huizenhoge bergen zand en steen. Her en der rijden trucks en grondverzetmachines rond en groepjes mannen, in totaal minstens vijftig, slaan stenen stuk met hamers en scheppen zand in trucks. Ze blijven naar onze auto staren terwijl we langzaam voorbijrijden over het onverharde pad met diepe voren dat door het winningsgebied loopt. Aakash wijst behoedzaam naar een lange, gezette man in spijkerbroek en overhemd: Sonu.
Even later, ver in het winningsgebied, stappen we uit om foto’s te maken van een uitzonderlijk grote krater. Na enkele minuten ziet Aakash drie mannen, van wie drie met een schep, doelbewust op ons af benen. ‘Sonu komt eraan,’ mompelt hij.
We beginnen terug te lopen naar de auto en proberen niet gehaast te lijken. Maar we zijn te langzaam. ‘Klootzak!’ brult Sonu, nu nog maar een paar meter van ons vandaan, tegen Aakash. ‘Wat moet je hier?’
Aakash zwijgt. Sambhav mompelt iets van dat we maar toeristen zijn, terwijl we allemaal in de auto stappen. ‘Ik zal jullie zusterneukers een rondleiding geven,’ zegt Sonu. Hij rukt het portier van onze chauffeur open en gebiedt hem uit te stappen. De chauffeur gehoorzaamt, zodat de rest van ons wel moet volgen. Aakash blijft wijselijk zitten. ‘We zijn journalisten,’ zegt Sambhav. ‘We zijn hier om te kijken hoe de zandwinning verloopt.’ (Dit gesprek ging geheel in het Hindi; Sambhav heeft het naderhand voor me vertaald.’) ‘Zandwinning?’ zegt Sonu. ‘We winnen helemaal geen zand. Wat hebben jullie gezien?’ ‘We hebben gezien wat we gezien hebben. En nu gaan we weg.’ ‘Nee, geen sprake van,’ zegt Sonu.
‘In ons systeem kun je alles gemakkelijk met geld kopen – getuigen, politie, bestuursambtenaren’
Zo gaat het gesprek enkele minuten door in een sfeer die steeds gespannener wordt, totdat een van Sonu’s bullebakken op de aanwezigheid van een buitenlander wijst – ik. Dit doet Sonu en zijn mannen aarzelen. Een westerling als ik iets aandoen zou ze veel meer problemen bezorgen dan een plaatselijke bewoner als Aakash aanpakken. We grijpen de kans om weer in de auto te stappen en rijden weg. Sonu kijkt ons woedend na.
De zaak tegen Sonu en zijn familie vindt moeizaam zijn weg door de trage gerechtelijke molens van India. De vooruitzichten zijn niet geweldig. ‘In ons systeem kun je alles gemakkelijk met geld kopen – getuigen, politie, bestuursambtenaren’, vertelt een jurist die nauw bij de zaak betrokken is, op voorwaarde van anonimiteit. ‘En die lui hebben een hoop geld dankzij de zandwinning.’
Aakash houdt contact met politierechercheurs en heeft geprobeerd de Indiase Nationale Commissie voor de Mensenrechten erbij te halen. Zijn moeder smeekt hem de zaak te laten rusten, vooral sinds haar andere zoon, Aakashs broer Ravindra – die de hoofdgetuige was in de zaak – vorig jaar dood is aangetroffen langs een spoorbaan, vermoedelijk overreden door een trein. Niemand weet precies hoe dat heeft kunnen gebeuren.
Vraag en aanbod
Ondertussen zet India met vallen en opstaan stappen om de zandwinning aan banden te leggen. Het Nationale Groene Tribunaal, een soort federaal gerechtshof voor milieuzaken, heeft zijn deuren geopend voor elke burger die een klacht wil indienen over illegale zandwinning. Op sommige plekken hebben burgers wegen geblokkeerd om zandtrucks tegen te houden, en bijna elke dag verklaart een plaatselijke of staatsambtenaar vastbesloten te zijn de zandwinning aan te pakken. Soms nemen ze zelfs trucks in beslag, leggen ze boetes op of verrichten ze arrestaties. Zelfs de pasbenoemde politierechter van Gautam Budh Nagar maakte vorige maand goede sier door tientallen zandtrucs te confisqueren en diverse mensen te arresteren.
Maar India is een onmetelijk land met meer dan een miljard mensen. Er wordt hoogstwaarschijnlijk op duizenden plekken illegaal zand gewonnen. Corruptie en geweld zullen zelfs de best bedoelde pogingen om dat tegen te gaan dwarsbomen. In wezen is het een kwestie van vraag en aanbod. Het aanbod van zand dat op een verantwoorde manier kan worden gewonnen is eindig. Maar de vraag ernaar niet.
Elke dag groeit de wereldbevolking. Steeds meer mensen in India – en overal elders – willen fatsoenlijke huizen om in te wonen, kantoren en fabrieken om in te werken, centra om in te winkelen en wegen om dat alles te verbinden. Volgens de klassieke opvatting vereist economische ontwikkeling beton en glas. En dus zand.
‘Het fundamentele probleem is de ongebreidelde cementbouw’, zegt Ritwick Dutta, een vooraanstaande Indiase milieuadvocaat. ‘Daarom is de zandmaffia zo gigantisch geworden. Zand is overal.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.