Tag: zee

  • De aardse aliens van de marianentrog

    De aardse aliens van de marianentrog

    Bepaalde delen van de wereld zijn naar menselijke maatstaven zeer vreemd. De diepzee bijvoorbeeld; we beginnen nog maar net te ontdekken wat zich daar bevindt.

    Wij mensen willen graag dat alles om ons draait. Dieren worden met ons vergeleken en beoordeeld op hoe goed of slecht ze het doen ten opzichte van de mens. Zijn ze nuttig? Kunnen we ze opeten, berijden of hun lichamen in kleren, wapens, vervoermiddelen of huizen veranderen? Hetzelfde geldt voor onze omgeving: kunnen we er leven? Is het er prettig? Zo niet, hoe kunnen we er dan voor zorgen dat dat wel zo is? Als we ons voorstellen hoe het is om er te leven gebruiken we menselijke standaarden.

    Zelfs als we objectief proberen te blijven, als we het over wezens of habitats hebben die mensonvriendelijk zijn, gebruiken we nog steeds menselijke termen. Het moet herkenbaar zijn. Een walvis is twee keer zo groot als een bus of er passen er een x aantal op een voetbalveld. De diepzee is verschrikkelijk donker en koud en de waterdruk is verpletterend hoog. Het is een wezensvreemde en onherbergzame omgeving. Sciencefiction kan ons ertoe aanzetten om onze manier van denken te veranderen, onze aannames in twijfel te trekken, ons open te stellen voor een andere wereld, het vreemde te omarmen en het onbevooroordeeld te bestuderen.

    Als we het woord alien horen, denken we vaak aan buitenaardse wezens. Schepsels van een andere planeet. Toch zijn bepaalde delen van de wereld naar menselijke maatstaven zeer vreemd. De aarde is voor meer dan twee derde bedekt met water, dat op veel plekken kilometers diep is. We beginnen er nog maar net achter te komen wat zich daar allemaal bevindt. Het diepste stukje oceaan is de Marianentrog in de Stille Oceaan, met een diepte van 11 kilometer. 365 meter onder het oppervlak is er geen zonlicht meer en onder de 1000 meter is er helemaal geen licht, behalve van dieren die het zelf produceren, een verschijnsel dat bioluminescentie heet. Naarmate je dieper daalt, stijgt de waterdruk enorm. Er groeien geen planten meer. Er zijn alleen nog maar dieren, helemaal tot op de bodem.

    Zeenettel
    Zeenettel (Chrysaora) © Unsplash

    Het leven in de diepzee heeft zich aan deze omstandigheden aangepast. Organismen eten elkaar of ze leven van het bezinksel van organisch materiaal: van micro-organismen tot dode walvissen die de diepte in zinken, waar ze voedsel vormen voor een scala aan fascinerende dieren. De Osedax-worm, in het Engels ook wel de zombieworm genoemd, leeft van het vet in botten. Vanuit menselijk perspectief zitten er daar in de diepte allerlei nachtmerrieopwekkende beesten, enger nog dan geheime overheidsinstallaties, prehistorische megahaaien of buitenaardse indringers.

    Op de website die voorheen bekendstond als Twitter kwam ik een meme tegen uit 2023 van iemand genaamd Victoria:

    In de diepzee heb je twee soorten dieren:
    Moordbek: een vis van een meter lang met lichtgevende tanden die eruitziet alsof hij rechtstreeks uit de film Alien komt.

    Zeeliefje: een kwalletje van drie centimeter dat zichzelf met schattige scheetjes voortstuwt. Het lacht altijd en is Gods lievelingetje.

    Waarop een gebruiker genaamd gravityeyelids reageerde:

    Moordbek is overigens compleet ongevaarlijk, maar als je zeeliefje zelfs maar voor een honderdste seconde aanraakt kan hij vijfhonderd mensen doden.

    Dit is misschien ietwat overdreven (of niet…) maar er bevinden zich daarbeneden zeker angstaanjagende wezens, en de dieren die er het engste uitzien zijn niet per se het gevaarlijkst. Neem de diepzeehengelvis, die op 2 kilometer diepte leeft: een vis met een lantaarntje op haar kop, enorme uitstekende tanden en een kleine poliep die ooit haar man was, voordat hij letterlijk met haar vergroeide om nageslacht te verwekken. Ze is dodelijk voor andere vissen, maar niet voor al wat leeft. Onder het niveau van de diepzeehengelvissen zwemmen geen dodelijke maar schattige rare snuiters. Van alle diepzeeoctopussen leeft de Dombo-octopus op de grootste diepte, wel op tien tot dertien kilometer, en hij is zelfs een keer op 23 kilometer gesignaleerd. Deze octopussensoort heeft een andere mondvorm dan zijn verwanten; hij slokt zijn prooi volledig op zonder te bijten of te kauwen. Zijn lichaam heeft een skelet van kraakbeen waarmee hij bestand is tegen de immense waterdruk; in tegenstelling tot andere octopussen kan hij zich niet door kleine openingen wurmen. Hij beweegt zich voort met behulp van twee oorachtige vinnen (vandaar dat hij is vernoemd naar het Disney-olifantje dat zijn oren als vleugels gebruikt).

    Slakdolf

    De Dombo-octopus leeft op hetzelfde niveau als een ander snoezig dier, de slakdolf. Slakdolven komen voor op nog grotere diepte dan alle andere vissen die we tot nu toe in de diepzee zijn tegengekomen. Ze zijn aangetroffen op wel 8 kilometer diepte. Het zijn zachte, kikkervisachtige vissen met een gladde of bobbelige huid en een grote kop met een zuignap aan de onderkant, waarmee ze zich aan de zeebodem of een ander oppervlak kunnen hechten. Ze zijn niet zo groot, maximaal 30 centimeter. En er zijn er veel van, meer dan honderd verschillende soorten. De wetenschappers die de diepste krochten van de zee onderzoeken, ontdekken er steeds meer. Vanuit ons gezien leven al deze wezens in een donkere, koude hel met een ongelooflijk hoge waterdruk. Maar als we ze bij toeval op camera krijgen, zien ze er opgewekt uit; ze zwemmen rustig rond in een wereld die voor ons even buitenaards is als de stormen van Jupiter. Voor hen is het thuis. Ze hebben zich aangepast. Ze horen daar.

    Misschien komen we ooit buitenaards leven tegen en vinden we nog meer geweldige en fascinerende soorten. Maar tot dan zijn er nog hele werelden te ontdekken op onze eigen planeet, nieuwe levensvormen, nieuwe soorten of variaties op de organismen die we eerder ontdekten. Sommige leven in omgevingen waarvan we ons nooit een voorstelling hadden gemaakt, in omstandigheden die we voorheen onleefbaar achtten: de bodem van de zee, de gebieden rondom hydrothermale bronnen. Het inspireert en stemt nederig om te bedenken hoe weinig we eigenlijk weten van wat er zich daar beneden allemaal afspeelt, en hoeveel we nog te weten kunnen komen.

  • Om de biodiversiteit te beschermen hebben we een Antarctische dierentuin nodig

    Om de biodiversiteit te beschermen hebben we een Antarctische dierentuin nodig

    De zachte koralen, zeespinnen en andere fauna die zich hebben aangepast aan ijskoude temperaturen, lopen het risico uit te sterven als het zeewater verder opwarmt. Tijd om een Antarctische dierentuin op te zetten om het ecosysteem te behouden, aldus bioloog Lloyd Peck.

    Stel je een Antarctische dierentuin voor. Getooid met winterjassen, mutsen en handschoenen betreden bezoekers het van airconditioning voorziene vogelhuis en worden getrakteerd op het schorre geschreeuw van keizerspinguïns. Op rotswanden in de buurt van zee-ijs zijn adeliepinguïns op een komische manier steentjes aan het verzamelen terwijl sneeuwstormvogels over ze heen vliegen. Op de afdeling zeezoogdieren gaan Weddellzeehonden, gevlekte blubberige wezens, langzaam kopje onder in kristalhelder water. Een dreumes in skioverall drukt haar handjes tegen het dikke glas, een paar onzichtbare centimeters verwijderd van het Zuidpoolgebied.

    Deze schepsels behoren tot zo’n andere wereld dat je als bezoeker wordt gedwongen je kijk op het leven te herzien

    Ook al zijn pinguïns en zeehonden hier de grootste dieren, het zijn de bewoners van de zeebodem, de benthische fauna, die de meeste indruk maken. Deze schepsels behoren tot zo’n andere wereld dat je als bezoeker wordt gedwongen je kijk op het leven te herzien. Er zijn zeeanemonen zo groot als een emmer, twaalfarmige zeesterren die zo groot worden als deksels van vuilnisbakken en zogeheten zeespinnen – geen familie van de op aarde levende spinachtigen – met lichamen zo klein dat hun voortplantingsorganen en spijsverteringskanaal tot in hun poten reiken. En dan zijn er de vissen, waaronder zestien soorten Antarctische ‘ijsvissen’ die in water van 2 graden onder nul leven en hun organen ijsvrij houden door hun lichaam vol antivriesproteïnen te pompen.

    Als bezoekers de hoofdzaal van deze gekoelde dierentuin verlaten, lopen ze onder een replica door van het skelet van een spitssnuitdolfijn, een soort waarmee de mens voor het eerst kennismaakte toen er in 1846 een schedel van aanspoelde op de kust van Nieuw-Zeeland. Er is hier geen ruimte voor zulke omvangrijke walvisachtigen, maar deze replica licht een tipje op van de sluier van de Zuidelijke Oceaan, die zo onmetelijk en zo weinig verkend is dat scholen van tien meter lange zoogdieren zich er moeiteloos kunnen schuilhouden.

    Wonderen 

    Helaas, zo’n centrum vol Antarctische wonderen bestaat niet. Het is een visioen van Lloyd Peck, een Britse bioloog bij de British Antarctic Survey die al drie decennia onderzoek doet naar het leven in Antarctica en de omringende Zuidelijke Oceaan. Nu delen van het continent snel opwarmen, ziet hij dat dat leven er in gevaar verkeert. Dieren die voor het broeden afhankelijk zijn van zee-ijs, zoals keizers- en adeliepinguïns en Weddellzeehonden, trekken zich terug in zuidelijke richting, het geleidelijk verdwijnende ijs achterna. De tere zachte koralen, zeespinnen en andere benthische fauna die zich hebben aangepast aan ijskoude temperaturen, lopen het risico uit te sterven als het warmere water grotere metabolische eisen stelt.

    Door Pecks ogen bekeken lijkt het visioen van een Antarctische dierentuin geen luchtkasteel maar pure noodzaak

    Door Pecks ogen bekeken lijkt het visioen van een Antarctische dierentuin geen luchtkasteel maar pure noodzaak. Maar hoewel milieuorganisaties en overheidsinstellingen geld besteden aan het beschermen van enkele charismatische soorten, blijft de dreigende ineenstorting van een uniek ecosysteem grotendeels buiten beeld. Een dierentuin kan een kwakkelend ecosysteem in leven helpen houden en, als de menselijke CO2-emissies een halt wordt toegeroepen, bijdragen aan het herstel van Antarctica. ‘We hebben zaadbanken voor de landbouw en we hebben elders dierentuinen om de afnemende biodiversiteit op peil te houden,’ zegt Peck. ‘Maar voor Antarctica ontbreekt zoiets.’

    Antarctisch dier

    Pas halverwege de negentiende eeuw beschreven wetenschappers voor het eerst een Antarctisch dier. Een van de eerste was een vlokreeft, een lid van een schaaldierenfamilie waartoe ook de strandvlooien ter grootte van een tic tac behoren die op het strand onder je voeten uiteenstuiven. Maar deze, de Glyptonotus antarcticus, wordt zo groot als je hand, een gigantisme dat je vaak aantreft bij schepsels op dit continent. Hun uitzonderlijke formaat is vermoedelijk het gevolg van het hogere zuurstofniveau van koud water, waardoor dieren meer metabolische brandstof krijgen om te groeien.

    ANP 348812670
    Reuze Antarctische zeespin (Decolopoda australis). Deze spin wordt tot wel 30 cm in diameter groot en heeft tussen de tien en twaalf poten. – © ANP

    Aan de manier waarop het continent is ontstaan dankt Antarctica zijn kustlijnen met een heel divers leven. Nadat de circumpolaire stroom het continent zo’n dertig miljoen jaar geleden had losgemaakt van Zuid-Amerika, vormde deze snelle en krachtige stroom in de Zuidelijke Oceaan een barrière voor vrijwel alle zeedieren, behalve de allersterkste. De circumpolaire stroom scheidde Antarctica ook van het warmere water van naburige oceanen, wat tot een geleidelijke afname van de temperatuur leidde. Zeventig miljoen jaar geleden bereikte de oppervlaktetemperatuur van de Zuidelijke Oceaan een tropische 21 graden; nu komt ze zelden boven de 1 graad uit.

    Er leven naar schatting zo’n twintigduizend soorten in het diepe water dat het Antarctische continent omringt

    Afkoeling was de algemene trend. Maar terwijl de aarde om haar as schommelde, waren er ook periodes van opwarming. Naargelang koude en gematigdere temperaturen elkaar afwisselden, werden zeebodems door zee-ijs en gletsjers bedekt en weer blootgelegd. Dit regelmatige sluiten en openen van habitats, zo stelt één theorie, werkte als een ‘biodiversiteitspomp’ die de benthische fauna creëerde die in beschutte hoekjes kan uitgroeien tot een onderwaterregenwoud van sponzen, zachte koralen en reusachtige zeeanemonen.

    Er leven naar schatting zo’n twintigduizend soorten in het diepe water dat het Antarctische continent omringt, een mate van diversiteit die vergelijkbaar is met andere mariene omgevingen, tropische koraalriffen uitgezonderd – en daarover is maar weinig bekend. ‘Voor maar achtduizend soorten hebben we namen,’ zegt Melody Clark, moleculair bioloog bij de British Antarctic Survey. En een naam is nog maar het beginpunt van de meeste wetenschappelijke studies; van deze achtduizend soorten, aldus Clark, kennen we alleen de levenscyclus en de ecologische relaties van een handjevol van de meest voorkomende soorten die het dichtst in de buurt van onderzoekscentra leven. Het overgrote merendeel is dus nog onbekend.

    Aanpassingen aan kou

    Clark is met name geïnteresseerd in moleculaire aanpassingen aan kou, een verschijnsel waarvan ijsvissen een schoolvoorbeeld zijn. Anders dan alle andere gewervelde dieren hebben ijsvissen geen rode bloedcellen of hemoglobine, de eiwitten in onze bloedsomloop die voor het transport van zuurstof zorgen. Hun bloedvaten zijn een derde groter dan die van even grote vissen uit gematigder regionen, zodat de zuurstof uit hun omgeving vrijelijk door hun lichaam kan circuleren. 

    ‘Ze zijn in biologisch opzicht unieker dan olifanten, leeuwen, tijgers, arenden, ouistiti’s en alle andere dieren die ons lief zijn,’ zegt Clark. ‘IJsvissen leven anders.’

    Die andere manier van leven kan nu verloren gaan. Sinds 1950 is de lucht die rond Antarctica circuleert met 3 graden opgewarmd, vijf keer zo snel als het mondiale gemiddelde. Naar verwachting zal de temperatuur van het oppervlaktewater van de Zuidelijke Oceaan de komende vijftig jaar met 1 graad stijgen. Voor dieren die zijn aangepast aan water waarvan de temperatuur onveranderlijk onder nul is, kan zo’n kleine verhoging reusachtige gevolgen hebben. Warmer water bevat minder zuurstof; de helderbloedige ijsvissen zijn evolutionair gezien misschien ten dode opgeschreven, zegt Clark.

    Volgens sommige schattingen zal het aantal landdieren op het continent met twee derde afnemen als Antarctica opwarmt en het zee-ijs terugtrekt

    Hun precaire situatie is niet uniek. Volgens sommige schattingen zal het aantal landdieren op het continent met twee derde afnemen als Antarctica opwarmt en het zee-ijs terugtrekt; de prognose voor zeedieren is al even rampzalig. Uit experimenten van Peck en Clark zelf blijkt dat zelfs de geringste opwarming ertoe leidt dat mosdiertjes en borstelwormen, de belangrijkste kolonisatoren van zeebodems langs de kust, metabolische veranderingen ondergaan waardoor ze niet langer genoeg voedingsstoffen binnenkrijgen tijdens de vier maanden lange poolnacht, waarin de planktonpopulatie waarmee ze zich gewoonlijk voeden van nature afneemt.

    Aanpassingsvermogen aan kou

    Maar waarom zouden we proberen al die soorten te redden? Wat is de waarde van een soort? Wie ligt er wakker van als een ijsvis waarvan je nog nooit hebt gehoord in de krochten van de diepe tijd verdwijnt? Eén veelgehoord argument is dat deze dieren met hun aanpassingsvermogen aan kou ons veel kunnen leren over weefselbehoud, of over enzymen die industriële processen bij lage temperaturen mogelijk zouden maken. Vanuit een minder utilitair oogpunt beschouwd zijn deze schepsels de evolutionaire producten van een natuurlijk experiment dat waarschijnlijk nooit meer herhaald zal worden. Omdat het continent door de circumpolaire stroom van de rest van de wereld is gescheiden, biedt Antarctica plaats aan een groot aantal endemische soorten waarvan je ruwweg de helft nergens anders op aarde aantreft.

    Als een endemische soort in Antarctica verloren gaat, gaat hij overal verloren. Een stukje erfgoed van de aarde verdwijnt dan. Er zijn geen populaties waardoor het misschien gereproduceerd zal worden – voorlopig niet, tenminste.

    En dan kunnen we over vijfhonderd jaar misschien een ecosysteem herbouwen’

    Maar zolang er vloeibare stikstof voorhanden is, kan genetische data eindeloos worden bewaard. Voordat er faciliteiten voor levende dieren worden gebouwd, zou zowel Clark als Peck graag een ‘bevroren dierentuin’ zien voor genetisch materiaal dat afkomstig is van de fauna van het continent. Dit zou niet alleen een basis leggen voor het bestuderen van de biologische grondslag van de aanpassing aan kou, maar het ook mogelijk maken, als we Pecks toekomstvisie voor de lange termijn mogen geloven, om soorten zelfs na hun uitsterving te herintroduceren. ‘Als het dan weer afkoelt, heb je tenminste de informatie om te herscheppen wat er was,’ zegt hij. ‘En dan kunnen we over vijfhonderd jaar misschien een ecosysteem herbouwen.’

    Het opslaan van DNA is veel eenvoudiger dan het huisvesten van pinguïns, zeehonden en de duizenden schepsels waarvan we bijna niets afweten, maar toch zou het een enorme toer zijn. Om genoeg van hun diversiteit te conserveren zouden van alle twintigduizend Antarctische soorten minstens twintig tot vijftig individuen moeten worden verzameld. En die twintigduizend soorten staan alleen voor dieren die groot genoeg zijn om met het blote oog te worden waargenomen.

    Raderdiertje

    Ook de microscopisch kleine wezens van Antarctica zijn uniek en in extreme mate aangepast aan de kou; niet alleen de gewervelde dieren van Antarctica zijn bijzonder, ook het beerdiertje, het raderdiertje en de draadworm verschillen sterk van hun verwanten uit gematigder regionen. En dan zijn er nog de bacteriën die bijvoorbeeld leven op plekken waar het vaste gesteente kaal is als gevolg van bergwinden en de temperaturen tijdens de donkere winters zakken tot 55 graden onder nul. Ook die zouden gesampled moeten worden.

    Hoe omvangrijk en ingewikkeld zo’n onderneming ook zou zijn, onvoorstelbaar is die niet, vooral niet omdat de kosten van DNA-sequencing elk jaar dalen. ‘Als er geld beschikbaar was, zouden we zoiets vrij makkelijk voor elkaar kunnen krijgen,’ zegt Clark. ‘Er is gewoon nog nooit een initiatief toe genomen.’

    Met nog meer financiële middelen zouden er voor de Antarctische fauna ook projecten voor voortplanting in gevangenschap kunnen worden ontwikkeld; misschien niet op de enorme schaal die Pecks visioen van een gesloten ecosysteem impliceert – al zou dat er uiteindelijk wel uit kunnen voortvloeien – maar voldoende om te zorgen dat een handvol Antarctische endemische wezens de flessenhals van de klimaatverandering doorkomt. Maar om dat te laten gebeuren moet er nu wel een begin worden gemaakt.

    ‘We weten minder van het beheer van die soorten dan bij enige andere diersoort,’ zegt Peck. Van de meeste soorten reusachtige zeespinnen weten wetenschappers niet eens wat ze eten, laat staan dat ze in staat zijn ze tot paren aan te sporen of in leven te houden in gevangenschap. ‘Ook al zouden we hier nu serieus mee beginnen, dan nog zal het waarschijnlijk drie decennia duren voordat we echt goede faciliteiten hebben,’ vervolgt Peck. ‘We hebben misschien nog hooguit vijf decennia voordat we in het Zuidpoolgebied significante aantallen soorten beginnen te verliezen. Als we zo’n vorm van natuurbehoud niet op poten zetten, zullen we onvermijdelijk soorten kwijtraken.’

    Maar als er geen koude gebieden zijn, wat moet je dan?

    Zoals een stad zich niet alleen laat definiëren door de mensen die er wonen, zo is Antarctica meer dan zijn fauna alleen. Het is een oord van rust en onmetelijke leegte. Miljoenen jaren lang zijn enorme brokken ijs door wind en golven tot een eindeloze variëteit van flonkerende blauwe vormen gebeeldhouwd. Naast het gekraak en geknal daarvan is het uitademen van een walvis het enige andere geluid. Het is onmogelijk zo’n ruimte te simuleren.

    Of hij nu levende dieren of hun DNA-sequenties bevat, een Antarctische dierentuin is een manier om een ecosysteem voor de ondergang te behoeden. Het is beslist een deprimerend vooruitzicht: een continent dat is gereduceerd tot een paar in gevangenschap levende bubbels. Een herinnering aan een wereld die verloren is gegaan. Maar toch, zou een herinnering niet beter zijn dan helemaal niets? In een ideale wereld zou de ergste klimaatverandering worden voorkomen en zou de unieke fauna van Antarctica er zonder kleerscheuren afkomen, maar nu is het tijd om ons op het ergste voor te bereiden.

    ‘Ik vraag vaak aan mijn studenten: als er iets opwarmt, wat verdwijnt er dan?’ zegt Peck. ‘Dat zijn de koude gebieden. Er zullen hete gebieden zijn voor hete dingen. Er zullen warme gebieden zijn voor warme dingen. Maar als er geen koude gebieden zijn, wat moet je dan?’

  • De nazaten van 15e-eeuwse Chinese zeelui in Kenia houden hun geschiedenis in leven

    De nazaten van 15e-eeuwse Chinese zeelui in Kenia houden hun geschiedenis in leven

    Terwijl China zijn invloed in Afrika met het ene na het andere infrastructuurproject blijft uitbreiden, zijn er maar weinig culturele banden tussen Beijing en het continent. Toch lijken ontdekkingsreiziger Zheng He en zijn zeelui uit de vijftiende eeuw hun sporen in Kenia te hebben achtergelaten.

    Het huis van Mama Baraka, met zijn gebarsten lemen muren en slecht verlichte kamers met muggennetten aan het plafond, verscholen in een labyrint van smalle steegjes in het dorpje Siyu op het eiland Pate, is zelf niet opzienbarend. Maar één object in dit traditionele huis op het piepkleine eilandje voor de kust van Kenia heeft nieuwsgierige bezoekers van ver getrokken: een porseleinen kom die van generatie op generatie is doorgegeven, een artefact dat volgens Baraka bewijst dat haar voorouders honderden jaren geleden uit China kwamen.

    ‘We hebben de kom generatieslang als een familieschat bewaard,’ vertelt de 75-jarige Baraka. ‘Mijn grootouders hebben me van jongs af aan verteld dat we Chinees bloed hebben en dat we onze afkomst nooit moeten vergeten.’

    ‘Moeder heette Safina, het Arabische woord voor “schip”,’ vertelt Baraka, die in de schaduw van de overhangende dakrand wat verkoeling zoekt in de zinderende hitte. ‘Mijn oma wilde dat ze niet zou vergeten dat haar voorouders met een schip helemaal vanuit China hierheen waren gekomen.’

    Volgens de historische consensus ondernam de Chinese ontdekkingsreiziger Zheng He tussen 1405 en 1433 zeven zeereizen, waarbij hij meer dan dertig landen bezocht. Zheng keerde terug naar China, zo is opgetekend, met ‘ontelbare schatten met onbekende namen’.

    De grootste vloot ter wereld

    Met meer dan 26.000 zeelieden aan boord van 300 of meer schepen, waaronder zich 63 zogeheten ‘schatschepen’ bevonden en waarvan het grootste meer dan 120 meter lang was, was dit tot de Eerste Wereldoorlog de grootste vloot ter wereld. (De vloot van Christoffel Columbus aan het einde van de vijftiende eeuw bestond uit drie schepen waarvan het grootste, de Santa María, ongeveer 36 meter lang was.)

    Volgens de Mao Kun-kaart, ook wel bekend als Zheng He’s navigatiekaart en ’s werelds oudste zeeatlas, zeilden de vijfde, zesde en zevende expeditie door de Straat Malakka, via het zuidelijkste puntje van het Indiase schiereiland naar de Swahili-kust, helemaal tot aan het zuiden van het huidige Mozambique.

    ‘We waren wel een erg gesloten gemeenschap, dus ze werden misschien niet meteen met open armen ontvangen’

    Steden als Mombassa, de oudste zeehaven van Kenia, stonden op de kaart gemarkeerd. De lokale legende wil dat een van Zhengs schepen voor de kust van Pate in een storm belandde, op een rots liep en naar de bodem van de Indische Oceaan zonk. Dit zou tussen 1417 en 1433 moeten zijn gebeurd, de enige periode waarin Zheng He en zijn zeelieden volgens de meeste kenners de Oost-Afrikaanse kust bereikten.

    Baraka’s gezicht licht op als ze over de zeemannen vertelt die bij het plaatsje Shanga op Pate aanspoelden. ‘Daar is onze familiegeschiedenis begonnen.’ Maar, voegt ze eraan toe, ‘we waren wel een erg gesloten gemeenschap, dus ze werden misschien niet meteen met open armen ontvangen.’

    Pythons

    ‘Destijds bezorgden een paar pythons de dorpelingen een hoop last, dus als de Chinese zeelui dat probleem konden verhelpen, werd hun verteld, dan mochten ze blijven. En inderdaad slaagden ze erin de pythons te doden, en zo werden ze alsnog verwelkomd. Ze bekeerden zich tot de islam, trouwden met lokale vrouwen en stichtten gezinnen.’

    De overlevering vermeldt niet hoeveel zeemannen gezinnen vormden in Shanga, en Baraka weet niet hoeveel er die dag zijn aangespoeld, maar ‘we wonen al eeuwenlang in dit huis; ik ben hier opgegroeid en heb mijn kinderen hier grootgebracht’.

    GettyImages 1291392250
    Historische graftombes op het eiland Pate, Kenia. © Getty Images

    Met de publicatie van het boek When China Ruled the Seas, geschreven door Louise Levathes, bereikte dit verhaal in 1994 voor het eerst een groter publiek. De auteur noemt de vermeende nazaten van de Chinese zeelui op Pate in haar epiloog. Het verhaal vergaarde nog meer bekendheid door een artikel in The New York Times van journalist Nicholas Kristof, die het eiland naar aanleiding van Levathes’ boek in 1999 bezocht. In China haalde deze mogelijke geschiedenis pas in 2003 het nieuws, toen Li Xinfeng, verslaggever voor het Volksdagblad, naar Pate afreisde en het verhaal toegankelijk maakte voor het Chinese publiek.

    Een van de doelen was absoluut om een oude schakel te vinden

    Dit wakkerde de Chinese aandacht aan en al snel volgden bezoeken van staatsomroep CCTV, China Daily en staatspersbureau Xinhua, die allemaal op zoek waren naar een Chinese link met Kenia die ouder was dan de door China aangelegde spoorweg van Nairobi naar Mombassa (waar op het eindpunt aan de kust een buste van Zheng He prijkt met de inscriptie: ‘Zhengs vloot bracht vier bezoeken aan Mombassa, wat heeft bijgedragen aan het wederzijdse begrip tussen China en Kenia en de vriendschappelijke uitwisselingen tussen beide landen heeft bevorderd’).

    Een van de doelen was absoluut om een oude schakel te vinden, een aanknopingspunt dat Afrika tot een van de hoofdbestemmingen zou verheffen voor het Belt and Road Initiative, het Chinese megaproject waar president Xi Jinping in 2013 het startsein voor gaf.

    China heeft gigantische sommen geld in de infrastructuurontwikkeling gepompt, van de spoorweg tussen Tanzania en Zambia tot Entebbe International Airport in Oeganda. Op zee introduceerde China de maritieme zijderoute, die kustlanden van Zuidoost-Azië tot aan de Afrikaanse kust met elkaar verbindt, om zo de economische samenwerking tussen deze landen te stimuleren. Deze zeebrug overlapt grotendeels de route die Zheng zeshonderd jaar geleden bevoer.

    Porselein

    ‘Ik had een paar vrienden, helaas inmiddels allemaal overleden, die een lichte huidskleur en kleinere ogen hadden,’ vertelt Walid Bihala, een tachtigjarige inwoner van Siyu. ‘We waren er allemaal van overtuigd dat ze van de Chinezen afstamden, en dat was ook wat er in hun familie werd gezegd.’

    Sinds vijftiger Manour Ile, een andere dorpeling, een paar decennia terug voor het eerst van de Chinese schipbreuk hoorde, heeft hij langs de kust struinen en aangespoelde porselein jutten tot hobby verheven. Hij zegt dat hij nog altijd dingen vindt. Vol trots laat hij zijn verzameling scherven en brokstukken zien, die inderdaad afkomstig lijken van traditionele Chinese porseleinen kommen.

    ‘Door die rots is het Chinese schip gezonken. Net zoals die ijsberg bij de Titanic

    ‘Professor Mark Horton uit het Verenigd Koninkrijk is bij me thuis geweest toen hij hier onderzoek deed,’ vertelt Ile. ‘Hij heeft me geholpen een aantal brokstukken te identificeren.’ Hij pakt een scherf op en zegt: ‘Deze, bijvoorbeeld, komt uit Europa.’ Hij pakt er nog een op, stoft hem af en zegt: ‘Deze komt uit China, maar ik weet niet precies van welke dynastie. Mijn buren zeggen alsmaar dat ik ze moet verkopen, misschien kan ik er wel een fortuin mee verdienen, maar ik peins er niet over. Dit is deel van ons erfgoed.’

    Ile stelt voor een bezoek te brengen aan het verlaten, volledig overwoekerde dorp Shanga, een brommerritje van een halfuur. Gezeten onder een flinke baobab, uitkijkend op twee vissersboten die op het zand zijn getrokken, wijst hij naar de punt van wat een grote rots lijkt, die honderden meters verderop boven het water uitsteekt. ‘Door die rots is het Chinese schip gezonken,’ zegt hij. ‘Net zoals die ijsberg bij de Titanic.’

    Pate werd na de eerste nieuwsberichten niet alleen bezocht door nieuwsgierige toeristen; in december 2002 stuurde de Chinese ambassade twee diplomaten op hun eerste officiële bezoek naar de Lamu-archipel, en vanaf 2010 volgden Chinese archeologen.

    Archeologische missies

    ‘Onze grootouders hebben ons dit verhaal verteld,’ zegt Baraka, die nog goed weet hoe opgetogen ze was om haar verhaal te kunnen doen tegen zowel Keniaanse als Chinese archeologen. ‘Het was heel bijzonder om van Chinezen te horen dat het klopt.’

    In december 2005 tekenden de Chinese Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Keniaanse regering een memorandum om de handen ineen te slaan voor archeologische missies op de Lamu-archipel. In 2010 stuurde China een team van archeologen van het Nationale Museum van China, de Provinciale Dienst voor het Cultureel Erfgoed van Henan en de Universiteit van Beijing naar Kenia om opgravingen te doen met lokale experts, waaronder die van de Nationale Musea van Kenia. Het was de eerste keer dat China een opgravingsteam over de landsgrenzen zond.

    Van 2010 tot 2013 werden drie archeologische missies uitgevoerd om te kijken of de zeelieden van Zheng He hier inderdaad waren geweest. Professor Herman Kiriama, voormalig hoofd kustarcheologie van de Nationale Musea van Kenia, gaf leiding aan de Keniaanse archeologen die in 2010 met hun Chinese collega’s samenwerkten bij een onderwatermissie.

    ‘Het zou best kunnen dat er een schip ligt, maar wij hebben het niet gevonden’

    ‘Zelfs na jaren zoeken zijn we niet op scheepsresten van Zheng He’s vloot gestuit,’ vertelt Kiriama in een telefoongesprek. ‘Er zijn sterke stromingen en de oppervlakte van de zeebodem is in de loop der tijd drastisch veranderd. Het zou best kunnen dat er een schip ligt, maar wij hebben het niet gevonden.’

    Toch leverde de expeditie een aantal veelbelovende vondsten op voor de kust van Malindi, een kustplaats die tussen de negende en vijftiende eeuw het hart vormde van het koninkrijk Malindi, een Bantoe-beschaving die op de navigatiekaart van Zheng He staat vermeld. Er werd intensief handelgedreven met de Arabieren. De teams vonden verschillende Chinese relikwieën, waaronder porselein, afkomstig van het Portugese fregat Santo Antonio de Tanna, ook wel bekend als het Mombassa-wrak, dat is gezonken in 1697 – meer dan tweehonderd jaar na Zhengs reis – tijdens het bewind van keizer Kangxi, de tweede heerser van de Qing-dynastie die over China regeerde.

    Vondsten

    Aan land deden archeologen van de Universiteit van Beijing en de Nationale Musea van Kenia opgravingen in Mambrui, vlak bij Malindi. Twee vondsten sprongen eruit: een aantal Yongle Tongbao, Chinese geldmunten uit de Ming-dynastie ten tijde van keizer Yongle, en blauw-wit porselein dat in de vroege Ming-dynastie uitsluitend voor keizerlijk gebruik was bedoeld.

    ‘Dit suggereert dat de site een van Zhengs landingsplaatsen was in de vroege Ming-dynastie,’ aldus een verklaring van het Instituut voor Archeologie van de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen, ‘en het biedt een aanknopingspunt voor verder onderzoek naar Zheng He’s reis en zijn contact met Oost-Afrika.’

    Maar deze theorie is niet waterdicht. De Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama was in 1498 om de Kaap de Goede Hoop via de Oost-Afrikaanse kust naar India gevaren. Nadat deze zeeroute in gebruik was genomen, bloeide de handel tussen Azië en Oost-Afrika op, en het is heel goed mogelijk dat de relikwieën die van Zheng He’s vloot afkomstig zouden zijn, pas nadien, tijdens de Portugese uitwisseling van goederen, in Kenia zijn beland.

    Mwamaka Sharifu, Mama Baraka’s dochter, weet nog goed dat mensen uit China haar moeder in 2002 bezochten om DNA te verzamelen. In opdracht van wie herinnert ze zich niet meer. ‘We waren benieuwd naar de uitslag, maar toen ik ernaar vroeg kreeg ik alleen te horen: “Het is in orde.” Het waren niet echt overheidsfunctionarissen, dus het zal wel alleen voor de documentaire zijn geweest,’ zegt Sharifu, waarmee ze doelt op 1405. The Voyages of Zheng He, die in 2002 in opdracht van CCTV en de provinciale overheid van Jiangsu werd gemaakt.

    Bloedlijn

    Moeder en dochter vernamen geen van beiden de uitslag, die ook nergens is gedocumenteerd. Het feit dat er een DNA-test was uitgevoerd, was voor sommige Chinese media voldoende om ermee aan de haal te gaan. De Nanjing Morning Post schreef in 2005 dat Baraka zou hebben gezegd dat ze de uitslag had ontvangen en dat ‘onomstotelijk’ vaststond dat ‘de bloedlijn van haar moeder Chinese genen bevat’.

    Volgens Mingqing Yuan, fellow aan de Internationale Postdoctorale Opleiding voor Afrikaanse Studies in Bayreuth, Duitsland, lijkt de DNA-test misschien een wetenschappelijk bewijs van bloedverwantschap, maar is die ‘niet echt wetenschappelijk verantwoord, of zelfs plausibel, gezien de heterogeniteit en ambiguïteit van Chinees DNA’.

    Afrika kaart

    Tot zover de wetenschap. Maar aan anekdotes geen gebrek. In de ruïnes van het overwoekerde dorp wijst Ile op de gelijkenis tussen de naam Shanga en Shangai, die inwoners van Siyu ook al was opgevallen.

    Andere dorpelingen, zoals Walid Bihala, beweren dat de tombes die over het eiland verspreid liggen, waaronder een oud uitziende koepel tussen Siyu en Shanga, van Chinese makelij zijn. ‘Kijk,’ zegt Ile terwijl hij van zijn brommer springt en uitsparingen op de koepel aanwijst. ‘Hier zat porselein, maar dat is gestolen omdat het geld waard is.’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Ze zijn gebouwd door de Chinezen.’ Volgens professor Qin Dashu, een van de archeologen verbonden aan de Universiteit van Beijing, zouden de uitsparingen waar het porselein zou hebben gezeten voor een Chinees kenmerk kunnen doorgaan, maar de inscripties op de grafmonumenten zijn grotendeels weggevaagd en er zijn maar drie stenen platen die nog tekst bevatten, allemaal in het Arabisch.

    De meeste mensen in de kustregio van Kenia en Tanzania zijn nog altijd soennitische moslims

    De Arabische invloed langs de Swahili-kust, van Somalië tot Mozambique, is goed gedocumenteerd. Moslimhandelaren, voornamelijk Arabieren, vestigden zich vanaf de achtste eeuw in de regio, in de twaalfde eeuw gevolgd door Perzen – een mogelijke verklaring voor de ‘lichtere huid’ en de ‘kleinere ogen’ van de inwoners van Pate. De meeste mensen in de kustregio van Kenia en Tanzania zijn nog altijd soennitische moslims.

    Behalve dit teleurstellende nieuws over de tombes vertelt Dashu ook dat de kom van Baraka ‘niets te maken heeft’ met de expeditie van Zheng He. Afgaande op de patronen en de technieken die bij het bakken van het porselein zijn gebruikt, is de kom op zijn vroegst in de late Qing-dynastie gemaakt, een paar eeuwen later.

    Maar dit gebrek aan bewijs stond een softpowerinitiatief niet in de weg. Dankzij de legendes die hier al eeuwenlang voortleefden werd Sharifu het middelpunt van het Chinese mediaoffensief van halverwege de jaren 2000. Met directe steun van de Chinese ambassade in Nairobi reisde ze af naar China.

    Staatssponsors

    ‘Ik was altijd de spraakzaamste van de familie, dus toen Chinese verslaggevers bij ons aanklopten, stond ik ze altijd vriendelijk te woord,’ vertelt ze. En al die door de staat gesponsorde berichtgeving kwam ook de staatssponsors zelf onder ogen, zodat Sharifu in 2005 werd uitgenodigd in Taicang, een stad in de provincie Jiangsu, ‘om de viering bij te wonen van de zeshonderdste verjaardag van Zheng He’s verkenningstochten’.

    Na de festiviteiten in de stad van waaruit de ontdekkingsreiziger zijn reizen had ondernomen, mocht ze als onverwachte beroemdheid haar opwachting maken in de Grote Hal van het Volk, in Beijing, als ‘levend bewijs’ van de lange, vriendschappelijke geschiedenis tussen China en Afrika – zelfs al viel dit helemaal niet te staven. In 2017 werd Zheng He door president Jinping geroemd als ‘vriendelijke afgezant’ die een brug ‘voor vrede en samenwerking tussen Oost en West’ had gebouwd – een mythe die volgens fellow Yuan is gecreëerd ‘door selectieve herinnering vanuit politieke en economische bedoelingen’.

    ‘Wo hui jia je’[‘Ik ben thuisgekomen’] waren de eerste woorden die Sharifu tijdens de viering in Taicang leerde schrijven

    Yuan zegt dat de Chinese overheid deze mythe over Zheng voortdurend aangrijpt om zichzelf ‘neer te zetten als de rechtmatige erfgenaam van de historische erfenis van Zheng He’ en als ‘woordvoerder van de Chinese etniciteit’. ‘Wo hui jia je’[‘Ik ben thuisgekomen’] waren de eerste woorden die Sharifu tijdens de viering in Taicang leerde schrijven en vervolgens omhooghield voor de camerahaag.

    ‘Wij zijn nazaten van Zheng He, en aangezien jij hier geen familie hebt en jij ook van Zheng He afstamt, ben je een van ons,’ zo zei het gezin dat het lokale bestuur als logeeradres voor haar had geregeld. ‘Vind je het leuk om in Kenia “China Girl” te worden genoemd?’ vroeg de presentator van Guests in juli 2005 op CCTV. ‘Jazeker,’ antwoordde Sharifu.

    ‘Hoe voelt het om thuis te komen?’ vroeg een verslaggever van staatspersbureau Xinhua toen Sharifu in Taicang was. ‘Het voelt goed,’ luidde haar antwoord.

    Gecastreerd

    Nog lang nadat de initiële media-aandacht was verslapt, bleven er artikelen over Sharifu’s reis naar China verschijnen. In 2017 publiceerde de site Overseas Chinese Network een verhaal over Sharifu’s etniciteit, waarin opnieuw werd beweerd dat een DNA-uitslag haar Chinese afkomst had bevestigd. Sharifu zegt dat ze tijdens haar Guests-interview heeft verteld dat zij de uitslag zelf nooit heeft gezien, maar dat deel was in de uitzending weggeknipt. In een artikel op nieuwsportaal 163 legde een journalist haar de woorden in de mond dat ze ‘altijd al naar China wilde omdat ze werd gepest omdat ze er anders uitzag’.

    ‘Dat klopt helemaal niet,’ zegt Sharifu lachend, terwijl ze in haar flat in Nairobi haar éénjarige zoontje wiegt. ‘Niemand deed lelijk tegen me, maar kennelijk wilden ze een beeld schetsen dat ik alleen maar in China terecht kon.’

    Maar na alle heisa en de manier waarop het verhaal is opgeklopt om een verband te leggen met de legendarische Zheng He staat één ding als een paal boven water: Zheng was op jonge leeftijd gecastreerd. Er zal geen directe afstamming van onze tot de verbeelding sprekende avonturier zijn, want de goede man was een eunuch. En hoewel Zheng He in China een begrip is, maakt hij zelden indruk in Kenia, zelfs niet op Pate.

    ‘Ja, ik heb gehoord dat een Keniaans meisje in China is gaan studeren omdat ze Chinees bloed heeft,’ zegt de bejaarde Bihala, ‘maar zij was een uitzondering, want volgens mij is er verder niemand meer gegaan.’

    En hoe graag Mama Baraka ook over haar Chinese geschiedenis praat, ze wuift elke suggestie dat ze zelf de pelgrimstocht zou willen maken weg. ‘Natuurlijk wil ik niet naar China,’ zegt ze lachend. ‘Ik wil niet eens naar Nairobi.’ 

    Lees ook:

  • Getraumatiseerd of speels? Wetenschappers onderzoeken waarom orka’s boten aanvallen

    Getraumatiseerd of speels? Wetenschappers onderzoeken waarom orka’s boten aanvallen

    Al twee jaar worden zeilers voor de kust van Andalusië, Galicië en Portugal geteisterd door orka’s die deel uitmaken van dezelfde clan en de omgeving onveilig maken. ‘Het is niet bekend waarom ze het doen en ook niet of ze er ooit mee zullen stoppen.’

    Als dit een misdaadroman was, zou er een mysterie in voorkomen. En verschillende scenario’s. En een bende met een leider, een bijnaam en een geschiedenis. En aan de andere kant uiteraard twee rechercheurs die de zaak proberen op te lossen, de daders willen opsporen en hen op de hielen zitten.

    Maar dit is geen roman. Dit is de dierenwereld. Eenvoudig en complex tegelijk. Dit is het raadsel van de orka’s in de Straat van Gibraltar. Waarom begonnen ze op een mooie dag in juli 2020 met het vernielen van zeilboten die hun pad kruisten? Nergens anders op de wereld gebeurt dit. De internationale wetenschappelijke gemeenschap is verbijsterd.

    In de eerste helft van dit jaar zijn er al meer dan vijfhonderd incidenten geregistreerd voor de kust van Andalusië, Galicië en Portugal. 20 procent daarvan eindigde met schade aan de boten die door orka’s waren gestalkt. Zeelieden die er last van hebben noemen het ‘aanvallen’. Voor wetenschappers en walvisexperts zijn het ‘interacties’. Zij geloven niet dat er opzet in het spel is, hoewel de schade duidelijk is: sommige zeilboten zijn zelfs gekapseisd nadat ze stuurloos werden door een gebroken roer.

    Andrea Fantini is een topzeiler. Het overkwam hem op zijn eigen jacht, toen hij voor de kust van Tanger zeilde. Uit zijn getuigenis, na aankomst in Mallorca, spreekt nog steeds de schrik: ‘We zeilden rond de wereld, het was onze eerste etappe, van Bretagne naar Tanger. Vanaf de Atlantische Oceaan voeren we de Straat van Gibraltar binnen. We wisten van het orkaprobleem, maar je denkt nooit dat het jou zal overkomen. Het was ochtend, het weer was goed, we zeilden rustig. Plotseling zagen we de eerste orka naderen, toen een tweede en toen een derde. En zo ging het door tot het er zeven waren. Ze begonnen op de twee roeren in te beuken, en ze bleven maar beuken… We wisten niet wat we moesten doen.’

    Op allerlei manieren probeerden Fantini en zijn crew de orka’s weg te jagen, door de motoren te starten, achteruit te varen, lawaai te maken. Maar niets hield ze tegen. ‘Het duurde maar even, maar het voelde lang…. Ze vraten het halve roer op. Letterlijk.’ Uiteindelijk vertrok de groep orka’s, waarbij ze de boot gehavend maar bruikbaar achterlieten.

    Zijn zeilboot, de Mirai (Japans voor ‘toekomst’), is om veiligheidsredenen uitgerust met een vaste onderwatercamera die op de kiel is gericht. Nadat hij de video had gedownload, zag Andrea wat nog niemand ooit had gezien: een aanval van orka’s op een zeilboot in de Straat van Gibraltar, gezien vanuit het water. Deze beelden, die voor het eerst werden gepubliceerd in Gaceta Náutica, laten duidelijk zien hoe drie orka’s gecoördineerd de twee roeren van de boot aanvallen en een ervan beschadigen. De romp raken ze niet aan.

    Voorteken

    Voorvallen als deze doen zich herhaaldelijk voor langs de Spaanse en Portugese Atlantische kust. De kwestie heeft internationaal zozeer de aandacht getrokken dat de Spaanse regering nu zelf actie heeft ondernomen. Er is onlangs een project van start gegaan om de actiefste orka’s te monitoren en hun routes en hun gewoonten in kaart te brengen. Op deze manier wil de regering voorkomen dat zeilschepen hun pad kruisen. Op dit moment weet niemand zeker waarom deze groep orka’s doet wat ze doet.

    Sinds 1996 bestudeert Renaud de Stephanis deze intelligente en mythische dieren. Hun aanwezigheid bij het Iberisch schiereiland werd al door de Romeinen genoemd en in de oudheid waren ze zelfs onderdeel van de smeekbedes van de inwoners van Zuid-Spanje. Die lazen hun verschijning als een goed voorteken voor de komst van tonijn, het favoriete voedsel van de orka.

    De Stephanis heeft een doctoraat in mariene wetenschappen en is coördinator van CIRCE, een organisatie die zich inzet voor het behoud en de studie van walvisachtigen, genoemd naar een van de godinnen uit de Ilias van Homerus. En om de literaire vergelijking voort te zetten: deze wetenschapper is nu ook detective. De inspecteur die het mysterie van de orka’s moet oplossen.

    Ze kennen deze groep orka’s zo goed dat ze de dieren behalve een technische naam ook een echte naam hebben gegeven

    Zijn organisatie werkt sinds enkele maanden samen met de Spaanse regering en is belast met het opsporen en taggen van de problematische exemplaren die schepen aanvallen. Zo gauw hij wordt opgeroepen reist hij van Madrid naar Andalusië, waar hij zijn uitvalsbasis heeft. Van daaruit gaat hij met zijn vijftien medewerkers de zee op. Ze lokaliseren de orka’s en taggen er een paar. Niet allemaal: ze kiezen de orka’s die onderling de meeste interactie hebben: de actiefste, de sociaalste. De dieren die zich veel verplaatsen en hun gewoonten overbrengen op de rest.

    Na zorgvuldig te hebben bestudeerd welk dier hun de meeste informatie zou kunnen opleveren, brengen ze een titanium apparaatje aan dat meer dan 4000 euro kost en dat is toegestaan volgens het protocol van de Internationale Walvisvaartcommissie. Met een luchtdrukgeweer schieten ze een pijltje van vijf centimeter af en bevestigen zo het volgapparaat aan de rugvin; ze proberen de impact tot een minimum te beperken. Het apparaat kan anderhalve maand zenden.

    De afgelopen weken zijn de bewegingen van twee van deze dieren gevolgd. De komende maanden worden er nog vier gevolgd. Het volgsysteem zendt uit gedurende de twaalf uur dat een bepaalde satelliet over het gebied vliegt. Daarna schakelt het uit en is het inactief. Aan de ontvangende kant downloaden Renaud en zijn team elke drie uur gegevens van de server. ‘Gisteren waren ze in een nieuw gebied voor de kust van Barbate. Zolang er voedsel is, verplaatsen ze zich niet veel,’ legt hij uit. ‘We bestuderen het gedrag van de orka’s in de Straat van Gibraltar al vele jaren, we kennen ze heel goed.’ Hij zegt het met een aanstekelijk soort enthousiasme. En hij ontkracht de ontstane mythes rond de dieren: ‘Er worden zoveel dingen over gezegd, over waarom ze het doen. Maar er is nog weinig echt duidelijk. En het is ook niet bekend of ze er ooit weer mee zullen stoppen.’

    Ze kennen deze groep orka’s zo goed, vertelt hij, dat ze de dieren behalve een technische naam ook een echte naam hebben gegeven. Alsof het oude bekenden zijn. Voor de mannetjes kiezen ze vaak namen van voetballers, waaronder legendes uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw: Camacho, Raúl, Morales, Joaquín… Iniesta kreeg zijn naam omdat hij vlak voor het WK in Zuid-Afrika een vin brak – naar de held die Spanje de wereldbeker bezorgde.

    Gladiatoren

    Maar dit zijn over het algemeen niet de orka’s die de meeste problemen veroorzaken. De interacties met boten staan onder leiding van twee volwassen vrouwtjes die online op grote schaal ‘de gladiatoren’ worden genoemd, naar de taxonomische naam die de Iberische orka in de achttiende eeuw kreeg: orca gladiator.

    Hoewel de hele populatie Iberische orka’s wordt beschuldigd van deze praktijken, laat in werkelijkheid slechts een minderheid van de dieren dit ongewone gedrag zien. ‘De Iberische orka is een populatie of subpopulatie met verschillende clans,’ vertelt De Stephanis. De clan die in de Straat van Gibraltar de aanvallen uitvoert, beweegt zich langs de hele Spaanse en zelfs Franse Atlantische kust. ‘In totaal bestaat de clan uit drieënzestig individuen, verdeeld over acht families.’ Slechts twee van deze families vertonen het controversiële gedragspatroon dat de zeilgemeenschap heeft gealarmeerd.

    Er zijn inmiddels websites, apps en Telegram-groepen waar schippers alarm kunnen slaan en waarmee ze elkaar kunnen helpen door in realtime de gebieden te vermelden waar de aanvallen plaatsvinden. Een van deze groepen telt al meer dan tweeduizend geregistreerde zeilers. 

    Opvallend is dat 90 procent van de getroffen boten zeilboten zijn, met een lengte van 9 tot 35 meter. Dat komt wellicht doordat hun snelheid voor de orka’s is bij te houden. ‘De twee orkafamilies hebben onderling veel contact. Ze zijn nauw aan elkaar verwant, maar toch verschillend – en ze nemen niet allemaal deel aan de interacties met boten,’ zegt de expert. ‘In totaal zijn er zo’n vijftien die voor problemen zorgen.’

    Daarvan is de eerste die dit gedrag begon te vertonen geïdentificeerd als een volwassen vrouwtje. Zij is de voorloper, de leider van de groep. Deze orka wordt Gladis blanca genoemd vanwege de kleur van haar vin. Haar verblijfplaats is nog onbekend. Ze wordt geschat op ouder dan twintig jaar. De meeste van haar volgers zijn jong.

    Het kan geen wraak worden genoemd – ‘dat zijn dingen die journalisten beweren’ –, maar eerder een reactie uit angst

    Het is de wetenschappers niet duidelijk waarom de orka’s dit doen. Er zijn verschillende hypotheses, die allemaal onderzocht worden. Alfredo López, directeur van de organisatie GTOA (Grupo Trabajo Orca Atlántica), is een bioloog uit Galicië en gespecialiseerd in de interactie van walvisachtigen met mensen. Voor hem is de meest plausibele verklaring dat het gaat om een reactie op een traumatische gebeurtenis die een van de orka’s mogelijk heeft meegemaakt met een zeilboot.

    Hij zegt dat het geen wraak kan worden genoemd – ‘dat zijn dingen die journalisten beweren’ –, maar eerder een reactie uit angst, een vorm van afweer tegen iets wat het vrouwtje dat de actie leidt heeft meegemaakt. Dit noemen biologen een ‘aversieve gebeurtenis’. ‘Het kan om een getraumatiseerd dier gaan dat op deze manier reageert om te voorkomen dat wat haar is overkomen opnieuw gebeurt.’ Misschien was het een ‘incident met een vislijn of met een haak’, zegt hij. Maar daarvoor zijn geen concrete aanwijzingen gevonden.

    Wat het ook is, hij gelooft dat dit vreemde gedrag ‘heel belangrijk’ is voor de orka die de groep aanvoert, omdat ze het zelfs blijft doen wanneer ze kalveren heeft. Vervolgens zouden de andere vrouwtjes haar imiteren, ‘omdat ze aannemen dat het een belangrijke actie is voor de clan, iets nuttigs, iets fundamenteels’, zegt López, al moeten we er volgens hem voor waken orka’s menselijke motivaties toe te schrijven. 

    Hij geeft aan dat dit slechts een hypothese is. Het zou ook een spel of gewoon nieuwsgierigheid kunnen zijn. Hoewel degenen die het is overkomen het zien als een aanval, als een gevaarlijke situatie die eindigt met een hulpoproep aan de kustwacht, weigert hij het een aanval te noemen. ‘We noemen het een interactie en geen aanval, omdat we de bedoelingen van het dier niet kunnen beoordelen. Ze hebben geen agressieve houding.’ Ze hebben niet de intentie om de bemanning pijn te doen, zegt hij, ‘maar om de een of andere reden willen ze de boot tegenhouden, dat is alles… En in veel gevallen slagen ze daarin.’

    López wijst erop dat walvisachtigen geen wrok koesteren en herinnert zich zijn ervaringen met dolfijnen in Galicische riviermondingen die gewond waren geraakt door harpoenen. ‘Toen we ze benaderden om ze te behandelen, reageerden ze niet negatief op ons. Het zijn geen haatdragende dieren.’ Eén ding is duidelijk: hoewel er voorvallen zijn geweest in andere delen van de wereld, heeft er niet één plaatsgevonden ‘met een soortgelijke intensiteit of hardnekkigheid’.

    De Stephanis is sceptischer over de thesis van de traumatische gebeurtenis en trekt voorlopig geen conclusies. ‘Het zou ook kunnen dat ze het gewoon uit nieuwsgierigheid doen, als een spel. Dat ze experimenteren en imiteren en meer niet.’

    Imiteren

    Wat een spel is voor de orka’s, is een onthutsende en angstaanjagende ervaring voor veel van de zeilers die hun acties ondergaan. Ook voor de meest ervarenen onder hen. ‘We zullen waarschijnlijk nooit zeker weten waarom ze het doen,’ zegt De Stephanis, die de vaardigheden van het dier roemt maar de wijdverspreide mythe dat ze zeer intelligent zijn bagatelliseert. ‘Ik denk niet dat ze in staat zijn om te beseffen dat ze een schip tegenhouden. Maar ze zijn wel in staat om gewoonten en kennis op elkaar over te brengen, om te imiteren wat andere orka’s doen. En in dit geval hebben ze geleerd om een roer te breken.’ In zekere zin, oppert hij, is het alsof je een kind in een supermarkt achterlaat. Het zal alles aanraken, ermee spelen en experimenteren.

    Op grond van de volgacties van De Stephanis en zijn assistenten worden de routes van de orka’s in de Straat van Gibraltar vastgelegd. Het is bijvoorbeeld bekend dat ze zich relatief weinig verplaatsen als ze genoeg voedsel in de buurt hebben, dat ze in dat geval langere tijd in gebieden van slechts 30 vierkante kilometer kunnen verblijven.

    Met deze informatie is het aan de autoriteiten om te beslissen wat te doen. Hoe ze zeilers kunnen beschermen tegen dit fenomeen dat uniek is in de wereld en zich in de eerste helft van dit jaar vaker heeft voorgedaan dan ooit tevoren. Wellicht door in de gebieden waar ze voorkomen een vaarverbod in te stellen. 

    Een van de grote uitdagingen is de manier waarop informatie kan worden verstrekt. Het is onwenselijk om de locatie van de orka’s in realtime door te geven vanwege nieuwsgierige toeschouwers en toeristen die massaal naar het gebied zouden kunnen trekken. Zolang het onderzoek loopt, blijft dat probleem bestaan. En daarmee ook het mysterie: de zwarte (en witte) legende van de orka’s in de Straat van Gibraltar.

    Lees ook:

  • Verscherpte grenscontroles leiden tot meer geld voor smokkelaars – en meer doden op zee

    Verscherpte grenscontroles leiden tot meer geld voor smokkelaars – en meer doden op zee

    Sinds de landen rond de Middellandse Zee hun controles hebben aangescherpt, zijn de ‘handelaren in hoop’ ertoe gedwongen nieuwe – en gevaarlijkere – manieren en routes te vinden om migranten te smokkelen. ‘Smokkelaars bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis.’

    Vanaf 2015, toen de vluchtelingenstroom onhoudbaar groot was, hebben Europese en nationale instanties van de landen rond de Middellandse Zee enerzijds reddingsoperaties georganiseerd en anderzijds controles aangescherpt. Maar de mensensmokkelaars, die hun onmenselijke werk tot een wetenschap hebben verheven, blijven migranten in levensgevaar brengen, omdat er veel geld mee te verdienen valt. In bepaalde gevallen, schreef The New Humanitarian, is de dienst die een mensensmokkelaar levert voor hemzelf de laatste strohalm. In andere gevallen biedt dit werk economische vooruitzichten die het leven van zijn familie kan veranderen.

    De routes vanuit Afrika en Turkije veranderen voortdurend, de vertrekpunten ook, de drijvende wrakken hebben soms ‘echte’ kapiteins en soms migranten die de rol van kapitein op zich nemen om niet te hoeven betalen voor de overtocht. De mensensmokkelaars doen er alles aan om te zorgen voor meer ruimte op de boot (ze geven de migranten bijvoorbeeld geen reddingsvesten, die ruimte innemen). Ze rusten de boten uit met extra motoren om zo’n groot mogelijke afstand te kunnen afleggen en zo dicht mogelijk bij hun eindbestemming te komen.

    Van 2015 tot april 2023 hebben de Europese autoriteiten onder leiding van Frontex vier grote operaties georganiseerd en uitgevoerd: operatie Sophia (start: juni 2015), Poseidon (start: januari 2016), Indalo (start: maart 2017) en Themis (start: februari 2018). Er zijn hierbij respectievelijk 44.916, 133.126, 108.106 en 373.945 mensen gered. Volgens onderzoekers en internationale media bedraagt het dodental tot nu toe echter meer dan 20.000. De VN maakt zelfs melding van minstens 25.000 doden sinds 2015.

    Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood

    Er gaan levens verloren omdat mensensmokkelaars gedwongen worden op steeds creatievere manieren de hoop te verkopen die migranten – naast de honderden euro’s die een wanhopig persoon moet neertellen om zich te verzekeren van een plekje op een hopeloze boot – het leven kan kosten. Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood. 

    Hoewel Europa haar grensbeveiliging heeft aangescherpt en zich heeft gestort op de strijd tegen mensenhandel, groeit het aantal mensensmokkelaars volgens The Conversation, ondanks de overeenkomsten van de EU met bijvoorbeeld Turkije of Libië.

    De vertrekpunten van de route worden steeds verlegd, vanuit heel Noord-Afrika naar Griekenland of Italië, vaker naar Italië, omdat dat land enorme kustgrenzen heeft, terwijl de Griekse grenzen beter worden bewaakt. Aangezien de Turkse kustlijn dichtbij is, zou de irreguliere migratie in Griekenland gemakkelijker te beheersen zijn. Bovendien verloopt de samenwerking met de Turkse kustwacht gemakkelijker. Euronews meldt echter dat smokkelaars steeds vaker met grotere schepen de internationale wateren voor het Griekse vasteland op varen, om zo de patrouilles van de lokale kustwacht te omzeilen.

    Libië als vertrekpunt

    Van de belangrijkste routes die voor migrantensmokkel worden gebruikt – de oostelijke (Turkije), de centrale (Libië, Egypte, enzovoort) en de westelijke (Marokko) –, lijken smokkelaars tegenwoordig aan Libië de voorkeur te geven als vertrekpunt. De reden hiervoor is het instabiele politieke klimaat in het land, waar de chaos die volgde op Khaddafi’s dood in 2011 haast normaal schijnt te zijn geworden.

    Bovendien lijkt een gedestabiliseerde sociaal-politieke omgeving de corruptie van de autoriteiten te verergeren; grenswachten in de landen van herkomst worden in grote mate omgekocht. Zoals een Libische mensensmokkelaar jaren geleden aan The Guardian vertelde: ‘Een van de redenen dat vis [in Libië] duur is, is het gebrek aan vissersboten die de zee op gaan om te vissen. Ze worden allemaal gebruikt door smokkelaars.’

    Pushbacks

    Uit onderzoek blijkt dat de Griekse kustwacht die in het verleden al meerdere malen is beschuldigd van pushbacks (het terug de zee op drijven van boten met migranten om te verhinderen dat ze de territoriale wateren bereiken) in de nacht van 14 juni op z’n minst een uiterst bedenkelijke rol heeft gespeeld bij een schipbreuk die aan zeker zeshonderd migranten het leven heeft gekost.

    Een gammele vissersboot die op 9 juni uit Libië was vertrokken met zo’n 750 mannen, (zwangere) vrouwen en kinderen aan boord – afkomstig uit onder meer Syrië, Afghanistan, Egypte en Pakistan – sloeg op 14 juni rond twee uur ’s nachts om, op minder dan 80 kilometer voor de kust van de Griekse Peloponnesos. Na deze ramp, die de meeste slachtoffers eiste sinds een vluchtelingenboot zonk in 2015, deden onder meer de Spaanse krant El País, het Nederlandse collectief voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports en het Duitse weekblad Der Spiegel gezamenlijk onderzoek. Daaruit ontstaat het beeld dat de Griekse kustwacht eerst op verkeerde wijze de vissersboot op sleeptouw heeft genomen – waardoor die omsloeg – en vervolgens veel te lang wachtte met reddingspogingen. Ook bleek dat overlevenden die elkaars taal niet spreken letterlijk dezelfde verklaring zouden hebben afgelegd. Dat maakt de resultaten van het ‘officiële’ onderzoek naar de toedracht door de Griekse autoriteiten, die alle schuld ontkennen, uiterst dubieus.

    ‘De migratiestromen zijn tegenwoordig “gemengd”. Vaak valt niet direct te achterhalen waarom deze mensen zich in ons land of in Italië bevinden; er zijn veel kleine, regionale crises, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara, waarvan we de samenhang niet altijd begrijpen,’ vertelt Anastasios Yfantis, operationeel directeur van de Griekse tak van Médecins du Monde. 

    Dit alles is natuurlijk van invloed op de ‘tarieven’ van de mensensmokkelaars. Als er bijvoorbeeld veel smeergeld nodig is om de autoriteiten om te kopen, moet de wanhopige die een nieuw leven zoekt ook meer betalen. De prijs die de mensensmokkelaars vragen, hangt ook af van de manier waarop ze de migranten vervoeren: over land, over zee of door de lucht.

    Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker

    De tarieven zijn ook afhankelijk van het aantal mensen per boot. De overtocht kan kleinschaliger zijn – en wellicht veiliger – en daardoor meer kosten. Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker.

    Wat er de laatste tijd echter wordt waargenomen is dat de mensensmokkel op grotere schaal plaatsvindt maar met minder boten. Dit levert de smokkelaars veel winst op, maakt dat er meer mensen hun land van herkomst verlaten en het vermindert het aantal overtochten. 

    Tegelijkertijd zijn de schepen die gebruikt worden van goedkoop metaal. ‘Deze metalen schepen zijn goedkoop geproduceerd en aan elkaar gelast. Ze zijn lang niet zo zeewaardig als de houten vissersboten die vroeger op de Tunesische route werden gebruikt of de motorboten waar Tunesische migranten de voorkeur aan geven,’ aldus Flavio Di Giacomo, woordvoerder van de Internationale Organisatie voor Migratie – het VN-migratieagentschap, op InfoMigrants. Di Giacomo zegt dat ‘de boten zo instabiel zijn dat als iemand tijdens de reis om welke reden dan ook beweegt of het vaartuig door de golven heen en weer wordt geschud, de hele boot kan vollopen met water en veel gemakkelijker kapseist dan de boten die in het verleden werden gebruikt.’

    De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars

    ‘Eén ding is zeker: op de Middellandse Zee zijn de schepen die migranten aan boord hebben steeds vaker rijp voor de schroot, en de plastic nepboten op de Egeïsche Zee, die vanuit Turkije vertrekken, worden door de mensen die ermee gevaren hebben “doodsballonnen” genoemd. Hoe het ook zij, naargelang het toezicht en de maatregelen in de landen rond de Middellandse Zee worden aangescherpt en het risico van de onderneming toeneemt, stijgt ook de prijs van de reis. Je hoort mensen zeggen dat ze 1000 euro per persoon hebben betaald en dat de prijs binnen een maand is verdubbeld of zelfs verviervoudigd. De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars. Voordat de mensen oversteken naar hun bestemming werken ze een tijdje in het tussenland, brengen de 10.000 euro voor het gezin bijeen en gaan dan aan boord van de tot mislukken gedoemde boot, zonder zwemvest en zonder te kunnen zwemmen. Samen met hun kinderen. Het is echt hun laatste hoop,’ aldus Anastasios Yfantis.

    Weinig ontmanteld

    Het is opmerkelijk, zo meldt The Conversation, dat de Europese autoriteiten geregeld informatie openbaar maken over mensen die gearresteerd zijn op verdenking van mensenhandel, maar dat er weinig bekend wordt gemaakt over hoeveel van deze arrestaties daadwerkelijk tot een veroordeling leiden. Onderzoek toont aan dat de meeste pogingen om mensenhandel te bestrijden vooral leiden tot het terugdringen van kleinschalige criminele activiteiten, meestal ad hoc georganiseerd door de migranten zelf.

    Voormalig Frontex-directeur Gil Arias Fernández zegt dat Europese rechtshandhavingsinstanties in 2022 maar heel weinig grote groepen smokkelaars hebben ontmanteld. Dit is deels te wijten aan logistieke problemen – de ‘grote’ smokkelaars opereren meestal vanuit buurlanden en gaan nooit zelf aan boord van de boten – maar ook aan het gebrek aan bewijsmateriaal tegen grote, transnationale, georganiseerde misdaadgroepen die betrokken zijn bij het smokkelen van irreguliere migranten. 

    Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten

    Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten. ‘Smokkelaars zijn de officieuze instantie achter de hedendaagse irreguliere migratie. Zij bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis’, schrijft The New Humanitarian.

    ‘Ons inzicht in de werkwijze van mensensmokkelaars hebben we van de mensen die erin geslaagd zijn ons land te bereiken en vervolgens terecht zijn gekomen in opvang- of detentiecentra op Chios, Samos, Lesbos, enzovoort. Hoeveel brandjes er ook geblust worden, zolang mensen genoodzaakt zijn om op deze manier te reizen, zullen ze dat blijven doen. Ze zullen niet ophouden. Mensen uit Eritrea hebben ons verteld dat ze vanuit Noord-Afrika naar Europa zijn vertrokken na in detentiecentra in Egypte of Tripoli te hebben gezeten. Ze zagen dat als een fase waarvan ze wisten dat ze die zouden moeten doorlopen voordat ze de volgende stap van de gevreesde reis konden zetten,’ vertelt Anastasios Yfantis. 

    Lees ook:

  • BBC: Griekse kustwacht liegt over toedracht migrantenramp

    BBC: Griekse kustwacht liegt over toedracht migrantenramp

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mondkapjesplicht heringevoerd in Chili na golf besmettingen

    » Buitenlandse Zakenministers VS en China ontmoeten elkaar

    Het was mogelijk urenlang duidelijk dat het schip problemen had

    De versie van de Griekse kustwacht over hoe zij probeerden migranten aan boord van het gezonken schip te helpen klopt niet. Dat schrijft de BBC na eigen onderzoek. Volgens de Britse omroep wist de kustwacht mogelijk al uren dat het schip in de problemen zat.

    De boot zonk vorige week voor de kust van Griekenland. Waarschijnlijk zaten er ruim zeshonderd opvarenden aan boord, onder wie veel vrouwen en kinderen. Ze zaten in het ruim op het moment dat de oude vissersboot begon te zinken en konden niet ontsnappen. Er zijn ruim honderd mensen gered en van tachtig slachtoffers zijn de lichamen gevonden. Van de rest wordt al enkele dagen niet meer verwacht dat ze in leven zijn.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de Griekse kustwacht grepen zij niet in toen zijn contact kregen met de opvarenden, omdat er op dat moment gevaar zou zijn geweest en de migranten per se naar Italië wilden. Op het moment dat de boot begon te zinken, kon de kustwacht niet meer ingrijpen. Volgens de BBC lag de boot echter zeker zeven uur stil, wat duidt op problemen aan boord. De omroep zegt dat de kustwacht waarschijnlijk niet wilde ingrijpen. Ook zijn er vermoedens dat de kustwacht de boot richting Italiaanse wateren probeerde te slepen.

    Lees ook:

  • Hoe schadelijk is mijnbouw in de diepzee voor de onontdekte dieren die er leven?

    Hoe schadelijk is mijnbouw in de diepzee voor de onontdekte dieren die er leven?

    Door een groeiende behoefte aan grondstoffen staan ondernemingen in de rij om ertsen en metalen van de zeebodem te halen. Dat gaat uiteraard niet zonder ernstige milieuschade. Het team van wetenschapper Pedro Martínez Arbizu onderzoekt in hoeverre het leven in de diepzee zich kan herstellen.

    Tweeduizend kilometer uit de kust van Mexico glijdt de Sonne over de nachtzwarte Stille Oceaan. Het schip sleept een instrument achter zich aan dat is uitgerust met foto- en videocamera’s en vlak boven de zeebodem zweeft. Aan boord kijkt Lilian Böhringer van het Alfred Wegener Instituut in Bremerhaven gefascineerd naar de livebeelden uit een diepte van 4500 meter. De vlakke bodem is bezaaid met steenklompen zo groot als aardappelen. Op het eerste gezicht lijkt die vreemde wereld op een dood maanlandschap. Maar in het licht van de schijnwerper ontwaart de bioloog overal tekenen van leven in het zachte sediment: kruipsporen, wormgaten, de omtrek van een zeester die zich heeft ingegraven.

    Dan trillen er vreemdsoortige diepzeebewoners op haar beeldscherm. Een paar hebben een houvast gevonden op de stenen: anemonen die op bloemen lijken, fragiele koraalboompjes en sponzen op steeltjes, waaraan slangsterren zich vastklampen. Elke twintig seconden maakt de camera een foto van de bodemfauna. Böhringer vergroot het laatste snapshot. ‘Een prachtige zeekomkommer!’ roept ze enthousiast. Het bizarre wezen draagt een soort zeil op de rug en door het roze, bijna transparante lichaam schemert het spijsverteringskanaal. ‘In de diepzee zijn deze dieren bonter en veelsoortiger dan in de koraalriffen.’ Algauw zijn er ook witte, oranje en violette zeekomkommers te zien, stekelige worsten en buikige zeevarkens met beenstompjes.

    Sonne Expedition CCZ TimK 6
    De mangaanknollen op de bodem van de Stille Oceaan zijn miljoenen jaren oud. Ze worden gevormd door vulkanische processen en bevatten behalve mangaan en ijzer ook kostbaardere metalen zoals kobalt, nikkel en platina. – © Tim Kalvelage

    Geleidelijk verandert het uitzicht: de steenklompen zijn steeds meer bedekt met sediment, de levende wezens worden minder talrijk. Na een paar honderd meter is de zeebodem veranderd in een zandwoestijn. ‘We benaderen bijna het ontginningsgebied,’ zegt de onderzoekster na een blik op haar kaart met de positie van het schip. Kort daarna verschijnen op de bodem de anderhalve meter brede sporen van een tonnen zwaar rupsvoertuig. Op de doorploegde akker zitten een paar zee-egels. Een rood oplichtende garnaal zwemt door het beeld. Het gesteente is verdwenen en daarmee ook de dierenwereld die erop leeft.

    Op een diepte van 4000 tot 6000 meter over een oppervlak groter dan de EU ligt 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen

    In de herfst van 2022 is vanuit Californië in het noordoosten van de Stille Oceaan een expeditie vertrokken met het Duitse onderzoeksschip Sonne. Een team van 38 mensen wil onderzoeken welke schade de mijnbouw in de oceaan achterlaat. Anderhalf jaar geleden testte de Belgische onderneming Global Sea Mineral Resources (GSR) in deze regio een oogstmachine met de afmetingen van een maaidorser. Die werd ontwikkeld om ertsen te verzamelen van de zeebodem: mangaanknollen die in de loop van miljoenen jaren op de diepzeevlaktes zijn ontstaan. Ze bevatten felbegeerde metalen zoals kobalt, koper en nikkel, die van belang zijn voor nieuwe technologie. Maar de ontginning zou een nog nauwelijks onderzocht ecosysteem op grote schaal kunnen verwoesten.

    Maritieme eldorado

    De Clarion-Clipperton Zone (CCZ), een zeegebied tussen Hawaï en Mexico, is het maritieme eldorado. Op een diepte van 4000 tot 6000 meter ligt daar over een oppervlak groter dan de EU ongeveer 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen. De Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), een VN-organisatie, beheert deze reusachtige voorraden erts. Ze geeft licenties uit voor internationale wateren – tot dusver alleen voor de verkenning van de bodemschatten. Op dit moment werkt de autoriteit aan een reglement voor de ontginning. Deze Mining Code zou deze zomer goedgekeurd kunnen worden en meteen het startschot zijn voor de diepzeemijnbouw.

    Naast GSR behoort ook de Duitse Bundesanstalt für Geowissenschaften und Rohstoffen tot de zeventien licentiehouders in de CCZ. De claims omvatten elk 75.000 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Beieren. In 2021 heeft GSR in het Belgische en het Duitse licentiegebied twee grote knollenvelden van ongeveer 30.000 vierkante meter geoogst en de klompen aan de rand van de testvelden overgeladen. Tegelijkertijd voerde het Europese onderzoeksproject MiningImpact, gecoördineerd door onderzoeksinstituut Geomar uit Kiel, een onafhankelijke milieustudie uit. Nu keren de wetenschappers met de Sonne terug om de gevolgen voor het ecosysteem te onderzoeken.

    Fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen

    ‘De soortenrijkdom in de CCZ is even groot als in de tropische regenwouden, vooral vanwege de mangaanknollen. Daarop vestigen zich veel dieren, die op hun beurt weer andere organismen aantrekken,’ vertelt expeditieleider Pedro Martínez Arbizu van het Duitse onderzoekscentrum naar mariene biodiversiteit in Wilhelmshaven, tijdens de tocht naar het Duitse licentiegebied. ‘Bij eerdere reizen hebben we honderden nieuwe soorten geregistreerd.’

    Mijnbouw in de diepzee zou hun leefruimte onherstelbaar beschadigen, vreest hij, omdat oogstmachines de knollen verwijderen en veel stof doen opwaaien. ‘De sedimentwolken verspreiden zich tot ver buiten het mijngebied,’ aldus de bioloog. ‘Filtreerdieren zoals sponzen worden onder de deeltjesregen begraven en zouden kunnen stikken.’

    Sonne Expedition CCZ TimK 5
    Met de onderwaterrobot zijn bewegingen op de zeebodem mogelijk met een precisie tot op de centimeter. Met de grijparm neemt het team proefmonsters op een experimenteerveld. – © Tim Kalvelage

    Voor de expeditie, die acht weken zal duren, werden containers vol meetinstrumenten en apparatuur om monsters te nemen ingeladen, waaronder miljoenen kostende hightechapparaten voor diepzeeonderzoek: een op afstand bestuurbare duikrobot met grijparmen en een torpedovormige autonome duikboot om de zeebodem mee in kaart te brengen.

    Haperingen

    Het begin van de reis verloopt moeizaam. Het coronavirus heeft zichzelf aan boord weten te smokkelen. De besmette mensen moeten zich isoleren in hun hutten. Voor de anderen geldt: mondkapjes dragen en afstand houden. Gegeten wordt er in ploegen – haastig en zwijgzaam. Bovendien hapert de techniek: de gps-lokalisering werkt niet goed, de instrumenten landen niet op de bedoelde coördinaten op de zeebodem. De duikrobot heeft een lek en als er een touw breekt, verdwijnen waardevolle instrumenten ongecontroleerd de diepte in.

    Maar onderzoekers en scheepsbemanning lossen de problemen op. Ook de verloren apparatuur kan met behulp van de duikrobot op de oceaanbodem worden gelokaliseerd en onbeschadigd worden geborgen. En na tien dagen klinkt het verlossende bericht van de kapitein door de luidsprekers: ‘Alle PCR-tests zijn negatief!’ Bij het avondeten is de stemming in de eetzaal uitgelaten.

    Nog 100 meter, 50… ‘Stop!’ zegt Martínez Arbizu. De matroos stopt de lier. Het apparaat schommelt nu enkele meters boven de bodem, op 4100 meter diepte. Op het beeldscherm zijn een paar plastic buizen te zien, en daaronder de zeebodem. Geen mangaanknollen te bekennen. De onderzoekers willen het door een dikke laag sediment bedekte gebied rondom de mijnlocatie onderzoeken. De lier loopt weer en de buizen boren zich in het sediment.

    Sonne Expedition CCZ TimK 3
    Sedimentmonsters worden op het schip gehesen. – © Tim Kalvelage

    Ruim een uur later is het apparaat terug aan dek. Meteen stelt een tiental wetenschappers de kostbare monsters veilig. Een tropische regenbui klettert op het scheepsdek. Een paar minuten later zijn de sedimentkernen al op weg naar de laboratoria. Ze moeten onder andere laten zien of door diepzeemijnbouw zware metalen uit de zeebodem vrijkomen en hoe de samenstelling van de bacteriële gemeenschap verandert.

    Het team van Martínez Arbizu speurt in het sediment naar dieren die nog geen millimeter groot zijn. Die vormen een groot deel van de diepzeefauna, volgens de bioloog. Op de werktafel voor hem ligt een plas modderig water. Het ruikt naar ethanol. Hij zeeft een sedimentmonster door een fijnmazige stalen zeef. De kleinste levende wezens die daarop achterblijven worden geconserveerd in alcohol en later in Duitsland geteld en gedetermineerd. ‘Het meest vinden we roeipootkreeftjes,’ zegt hij, ‘en draadwormpjes. Alleen al in het Duitse licentiegebied zijn er daarvan ongeveer tienduizend keer zoveel als sterren in onze Melkweg.’

    Oceaanschatten

    Sinds de eeuwwisseling groeit de belangstelling voor grondstoffen in de diepzee. Naast metaalrijke zwavelertsen en kobaltkorsten op onderzeese bergen zijn de knollenvelden bijzonder gewild. Al in de jaren zeventig werden er pogingen gedaan om ze te benutten, uit angst voor een tekort aan reserves aan land. Nu zijn de energietransitie en de digitalisering de grote aanjagers van de zoektocht naar de oceaanschatten. Mangaanknollen bevatten meerdere metalen die onontbeerlijk zijn voor elektrische auto’s, windmolens en smartphones. Experts schatten dat de hoeveelheid kobalt in de CCZ drie tot zes keer zo groot is als de wereldwijde reserves aan land.

    Voorstanders argumenteren dat diepzeemijnbouw niet alleen zou kunnen voorzien in onze groeiende behoefte aan grondstoffen, maar ook onze afhankelijkheid zou verminderen van politiek instabiele en ondemocratische staten. Bijvoorbeeld van Congo, waar ruim tweederde van alle kobalt ter wereld vandaan komt, en van China, dat dominant is bij de verdere verwerking van het metaal. Bovendien zouden de maatschappelijke en de milieukosten geringer zijn dan bij mijnbouw aan land, aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden, en minder giftig afval ontstaat.

    Sonne Expedition CCZ TimK 4
    Als diepzeegesteente wordt gewonnen, verliezen sedentaire dieren hun leefgebied. Als alternatief biedt Sabine Gollner op proef kunstknollen aan. – © Tim Kalvelage

    Wetenschappers waarschuwen daarentegen voor enorme schade aan het gevoelige ecosysteem door het oogsten van de knollen, die zo belangrijk zijn voor het overleven van veel soorten, door het opgewerveld sediment en het lawaai van oogstvoertuigen in de zeer stille diepzee en het slijk dat transportschepen terugstorten in zee. De traag groeiende fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen. Dat blijkt ook uit een experiment voor de kust van Peru, waar onderzoekers in 1989 een knollenveld omploegden. Bijna dertig jaar later waren de sponzen daar nog niet teruggekeerd.

    Diepzeemijnbouw heeft minder milieukosten aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden

    De kennis over de diepzeefauna en hun biotoop is nog heel onvolledig. Hoe oud worden de organismen en hoe groot is hun verspreidingsgebied? Hoe planten ze zich voort? Welke soorten hebben een sleutelpositie in het ecosysteem? Deze vragen moeten worden beantwoord om het risico van de diepzeemijnbouw serieus te kunnen inschatten. Anders sterven soorten uit voordat ze worden ontdekt.

    Desondanks wil de Internationale Zeebodemautoriteit in juli regels voor de diepzeemijnbouw goedkeuren. Reden voor die haast: Nauru, een klein eilandstaatje in de Stille Oceaan met een licentie in de CCZ, heeft in 2021 een beroep gedaan op een paragraaf in het internationale zeerecht. Volgens die paragraaf moet de autoriteit binnen twee jaar een reglement produceren. In de Mining Code moeten de toegestane grootte van de mijngebieden, de milieuvoorwaarden en de verdeling van de opbrengsten worden vastgelegd. Met de resultaten van de ontginningstest willen de onderzoekers aanbevelingen opstellen, bijvoorbeeld voor het aanwijzen van beschermde gebieden en voor milieucontroles.

    Sonne Expedition CCZ TimK 2
    Met de duikrobot verkennen de onderzoekers de zeebodem op ruim 4000 meter diepte. Na een succesvolle inzet wordt de robot weer op het achterschip van de Sonne gehesen. – © Tim Kalvelage

    De Sonne is intussen al vier weken onderweg op de Stille Oceaan. Dag en nacht gaan instrumenten het water in. ’s Nachts zie je vermoeide gezichten van onderzoekers die uit hun kooi zijn gebeld omdat er monsters aan dek komen. Tijdens nachtenlange sessies met de camera verkent Lilian Böhringer de zeebodem. Overdag werkt ze zich in het zweet in de fitnessruimte of geniet ze aan dek van het zonnige weer en maakt ze kruiswoordpuzzels. ’s Avonds haalt ze met een stralende blik zeekomkommers en andere diepzeedieren uit de verzamelbox van de duikrobot, als die weer aan dek komt.

    Prototype

    Bij het expeditieteam hoort ook een vertegenwoordiger van de industrie, François Charlet, die leiding geeft aan de grondstofverkenning van GSR in de CCZ. De geoloog heeft in 2021 al de milieustudie begeleid. Tijdens de dagelijkse meeting voor wetenschappers in de conferentieruimte – de Sonne is nu in het Belgische licentiegebied – laat hij een video zien van de ontginningstest. Te zien is hoe het oogstvoertuig de knollen en de bovenste sedimentlaag opzuigt. In technisch opzicht was de test een succes: ‘De Patania II heeft 90 procent van de knollen geoogst,’ zegt hij.

    De Patania II was slechts een prototype. De Patania III moet drie keer zo groot worden en in 2025 voor het eerst worden ingezet. Dan heeft GSR een ontginningstest gepland met een boorschip en een transportsysteem dat de knollen naar de oppervlakte brengt. Ook GSR meent dat mijnbouw in de diepzee minder verwoestend zal zijn dan aan land vaak het geval is. Op basis van wetenschappelijke inzichten zou men internationaal geldende regels overeen kunnen komen. ‘Wij willen feedback van het wetenschappelijk onderzoek om de mijnbouw zo milieuvriendelijk mogelijk vorm te geven,’ zegt Charlet. Dan zou men in 2028 kunnen beginnen, na verdere milieustudies en als er een milieumanagementplan is opgesteld. Mocht diepzeemijnbouw onverantwoord blijken, dan zal GSR geen licentie voor ontginning aanvragen.

    De concurrentie wil al snel beginnen met de knollenoogst. Kort voor de Sonne was The Metals Company met een boorschip naar de CCZ gevaren. Op basis van een overeenkomst met Nauru, Tonga en Kiribati neemt die Canadese onderneming deel in drie licentiegebieden. In oktober 2022 bracht het meer dan 3000 ton mangaanknollen naar de oppervlakte. De Internationale Zeebodemautoriteit had het plan voor de milieucontroles weliswaar bekritiseerd, maar uiteindelijk toch toestemming gegeven voor de test. Vanaf 2024 wil The Metals Company op industriële schaal gaan ontginnen.

    Zou de fauna van de knollenvelden zich daarvan herstellen? Zou ze daarbij geholpen kunnen worden? Diepzee-ecoloog Sabine Gollner van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel wil dat uitzoeken. In de container op het achterdek kijkt ze naar een wand vol beeldschermen. Voor haar zitten de piloot van de duikrobot en een collega die de grijparm bedient. Na de landing trekt de arm plastic frames uit een box, het ene na het andere, en plaatst deze op het spoor van het rupsvoertuig in het testgebied. Andere komen daarnaast. Aan het frame zijn knollen van klei bevestigd: een pottenbakker heeft er drieduizend voor haar gemaakt. ‘Het experiment moet antwoord geven op de vraag of sponzen, anemonen en koralen zich ook vestigen op kunstmatige knollen,’ zegt ze. ‘Zo ja, dan zouden ontgonnen gebieden daarmee hersteld kunnen worden.’ Maar de kosten zouden enorm zijn.

    Ecosysteem

    Al sinds 2021 worden zulke frames in het testgebied uitgezet. Een aantal daarvan wil de onderzoekster nu weer omhoog halen. Opnieuw strekt de duikrobot zijn grijparm uit. Een grenadiervis met grote ogen duikt kalmpjes op in het licht van de schijnwerper en verdwijnt weer in de duisternis. Later krabt Gollner in het laboratorium met een scheermesje de knollen schoon. Op Texel zal ze de biofilm analyseren. Het zou weleens vele jaren kunnen duren voordat er grotere organismen op de kunstmatige knollen groeien. In het gunstigste geval.

    Sonne Expedition CCZ TimK 1
    Expeditieleider Pedro Martínez Arbizu zoekt in sedimentmonsters naar de kleinste levende organismen. – © Tim Kalvelage

    Na bijna twee maanden op zee is er weer land in zicht. Kort voor Kerst bereikt het schip de Californische kust. In de tussentijd heeft de Duitse Bondsregering verklaard dat ze de diepzeemijnbouw voorlopig niet zal steunen. De risico’s en het ecosysteem van de diepzee moeten eerst beter worden onderzocht. De volgende reizen van de Sonne staan al gepland.

    Lees ook:

  • China houdt meerdaagse militaire oefening rondom Taiwan

    China houdt meerdaagse militaire oefening rondom Taiwan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tientallen meisjes vergiftigd op scholen in Iran

    » Tunesië: minstens twintig mensen vermist na een bootongeluk

    Aanleiding is een bezoek van de Taiwanese president aan de VS

    China is bezig aan een grootscheepse, driedaagse militaire oefening rondom Taiwan. Tientallen vliegtuigen en negen oorlogsschepen doen mee aan de actie, die bedoeld is om ‘de controle over zee en de lucht rondom Taiwan te testen’, schrijft South China Morning Post. Daarnaast worden er ‘precisieaanvallen op doelen op Taiwan en omringende wateren’ gesimuleerd, zo meldt het Chinese leger.

    De operatie moet gezien worden als een waarschuwing ‘tegen de separatistische krachten voor de onafhankelijkheid van Taiwan’

    Hoewel China regelmatig grote militaire oefeningen houdt in de regio om de kracht van het leger aan de wereld te tonen, zouden oefeningen van een dergelijke schaal in de buurt van Taiwan minder vaak voorkomen. Volgens een woordvoerder van het Chinese leger moet de operatie worden gezien als een waarschuwing ‘tegen de separatistische krachten voor de onafhankelijkheid van Taiwan die samenspannen met buitenlandse strijdkrachten’.

    Directe aanleiding voor de militaire oefening is een bezoek dat de president van Taiwan Tsai Ing-wen afgelopen week bracht aan de Verenigde Staten, naar eigen zeggen als tussenstop op weg naar Belize en Guatemala, waar een officieel staatsbezoek werd gehouden. Ze had onder meer een ontmoeting met de voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, Kevin McCarthy. China kondigde eerder al sancties aan, omdat het Taiwan als afvallige provincie en onderdeel van China beschouwt en het bezoek gezien werd als provocatie.

    Lees ook:

  • Hoe freediver Alenka Artnik onder water aan haar wereld ontsnapte

    Hoe freediver Alenka Artnik onder water aan haar wereld ontsnapte

    De Sloveense freediver Alenka Artnik brak vele records. Dat was niet de enige mijlpaal die Alenka behaalde: om op één ademteug zo diep te kunnen duiken moest ze eerst haar problematische verleden en haar doodswens overwinnen.

    Op een balkon op de derde verdieping zit een meisje met haar poppen te spelen. Midden jaren tachtig in Koper, een Joegoslavisch stadje aan de Adriatische Zee. Het is hoogzomer. Naast het meisje staat een grote teil water, waarop bloemblaadjes drijven die van haar moeders planten zijn gevallen. Het meisje gaat in de teil zitten. Ze houdt haar poppen een voor een onder water om ze te laten zwemmen – haar zeemeerminnen. Ze wil weten hoe het voelt als je je onder water beweegt. Nog even en ze zal het zelf ervaren. 

    De vader van het meisje neemt haar mee naar het strand, waar ze een bassin met zeewater in loopt. Ze haalt adem, duikt onder en duwt zich met haar armen vooruit. Ze is zo betoverd door deze stille, andere wereld dat ze de betonnen muur vol schelpen niet ziet en er met haar voorhoofd hard tegenaan stoot. Haar bloed trekt een kringelend spoortje door het zoute water. 

    Een eenzame vrouw staat op een smalle voetgangersbrug. Het is winter 2010 in Ljubljana, Slovenië. Het is nacht, en het water diep beneden is donker en koud. Meer dan twee decennia zijn verstreken sinds haar bloed in het zeewater terechtkwam, en sindsdien heeft ze heel veel meer verdriet, pijn en verlies geleden. De vrouw roept zachtjes naar het universum. Ik kan niet meer. Als ze over de leuning klimt en springt, is alles voorbij. 

    Ze is 39, en de beste vrouwelijke freediver ter wereld

    Een duikster drijft op haar rug boven een diep gat in zee. Het is juli 2021, op de Bahama’s. Ze heeft een dun neopreen pak aan, een lampje op haar voorhoofd en een monovin van koolstofvezel, waardoor ze eruitziet als een zeemeermin. Ze is 39, en de beste vrouwelijke freediver ter wereld. Slechts een paar mensen, allemaal mannen, zijn op één ademteug dieper de oceaan in gedoken dan zij. Op een dag zal ze hen misschien overtreffen. 

    Geen beweging in haar gezicht, en ook haar hoofd is leeg. Met opzet: voor denken is kostbare zuurstof nodig, en de lucht in haar longen moet voldoende zijn om haar bijna 120 meter diep omlaag te brengen in Dean’s Blue Hole, waar het zo donker is dat geen hand voor ogen zou zien als haar lampje zou uitgaan. Dezelfde ademteug moet haar uit de duisternis ook weer terugbrengen naar de zonnestralen, die breken in het turquoise water.

    210 seconden lang zal ze zweven in het grensgebied tussen dit en het volgende leven

    210 seconden lang zal ze zweven in het grensgebied tussen dit en het volgende leven, waar het gewicht van het water haar stevig in zijn greep houdt en haar longen doet krimpen tot ze zo klein zijn als tennisballen. Waar haar hartslag vertraagt tot 30 slagen per minuut en haar bloedvaten zich vernauwen om te voorkomen dat er bloed naar haar armen en benen stroomt. Waar ze zal flauwvallen wanneer ze bij het naar boven komen te weinig zuurstof heeft en erop vertrouwt dat de veiligheidsduikers in hun witte vesten haar naar de oppervlakte zullen trekken, haar naam zullen roepen en op haar oogleden zullen blazen om haar adem-haling te stimuleren en haar ervoor te behoeden nog verder weg te drijven in de richting van de dood.

    Negen maanden heeft de duikster voor dit moment getraind. En geleden. Haar adem zo lang ingehouden, zo vaak – onder water, tijdens het lopen, liggend op bed – dat toen haar mond eindelijk weer openging ze zich inbeeldde dat ze het hele uitspansel inademde. Nadat ze zo vaak zo diep had gedoken, voelde ze zich aan het einde van de dag te moe om zelfs maar de sleutel in het slot van de voordeur te steken. 

    Maar wacht, dat tijdsbestek klopt niet. Ze heeft zich niet slechts negen maanden, maar haar hele leven voorbereid. Vlakbij, vanaf een drijvend platform, begint een scheidsrechter met een roze hoed met brede rand af te tellen: ‘Vijf, vier, drie, twee, één… Top time!’ De duikster haalt lang en diep adem en hapt dan luidruchtig naar lucht, als een vis op het droge. Acht korte ademteugen die haar longen tot barstens toe vullen. Dan draait ze zich zachtjes op haar buik en duikt als een eend, met het hoofd vooruit, langs het touw omlaag. Ze sluit haar ogen. Een paar slagen met haar staartvin en de zeemeermin is verdwenen. Er volgt nog een aankondiging: ‘Alenka Artnik, Slovenië, 118 meter, een nieuw wereldrecord!’ 

    Landdieren

    Bijna zesduizend mensen hebben de Mount Everest beklommen. Slechts enkele tientallen hebben een freedive van 100 meter in de oceaan gemaakt. Wij zijn landdieren, en als we niet op jonge leeftijd leren zwemmen wekt open water oerangsten in ons op. We raken in paniek als we onze adem inhouden. Gemiddeld kan een mens dat 60 seconden. 

    Maar wanneer ons voedsel of veel geld of roem in het vooruitzicht wordt gesteld, kunnen we tegen ons instinct ingaan. Eeuwenoude bergen schelpen, gevonden in uiteenlopende gebieden als het Verre Oosten en de Oostzee, wijzen erop dat onze voorouders duizenden jaren geleden in ondiepe stukken van de zee naar parels en schelpdieren hebben gedoken. 

    Niemand kan met zekerheid zeggen wie als eerste echt diep heeft gedoken, maar er is veel voor te zeggen dat het Haggi Statti was. Het sponsduiken had deze Griek reeds zijn trommelvliezen gekost, toen een Italiaans marineschip in 1913 in de buurt van Kreta zijn anker verloor. Statti zei dat hij het wel zou terugvinden. Hij bond het ene einde van een touw aan een vlot en het andere aan een steen, die hij bij het duiken stevig onder zijn arm klemde. Op de bodem, 76 meter diep, vond hij het anker, maakte het vast en trok zichzelf naar boven.

    Freediven

    Freediven is pas in de twintigste en eenentwintigste eeuw uitgegroeid tot een professionele sport. Twee rivaliserende organisaties kennen elk aparte wereldkampioenschappen en officiële records: de Confédération Mondiale des Activités Subaquatiques (CMAS) en de Association Internationale pour le Développement de l’Apnée (AIDA), de veruit breedst erkende vereniging voor het wedstrijd- freediven.

    Het freediven, of het diepteduiken, kent verschillende disciplines. In het zwembad bijvoorbeeld, waar je zo ver mogelijk onder water moet zwemmen, of je adem zo lang mogelijk moet inhouden terwijl je onbeweeglijk op je buik ligt met je gezicht in het water. In de zee zijn de meest ‘pure’ disciplines van het freediven die waarbij de duiker een klein gewicht draagt dat hem helpt om te dalen, maar dat hij moet vasthouden als hij naar boven komt.

    En dan is er ook nog de variant waarbij je zo diep mogelijk langs een touw naar beneden duikt en met een ballon weer omhoog gehesen wordt. Het kan gevaarlijk zijn, daarom dalen duikers nooit alleen af, maar altijd met een buddy.

    Decennialang leek wat Statti had gedaan verbazingwekkend, abnormaal. Midden jaren twintig waarschuwde een arts in dienst van de Franse marine dat 50 meter voor een mens de absolute limiet was bij het diepzeeduiken. Nog dieper en je zou worden platgedrukt. 

    Maar toen, in 1962, dook Enzo Maiorca, een Italiaanse harpoenvisser die zijn grote angst voor de zee had overwonnen, zonder duikuitrusting 51 meter diep, waarbij hij een met gewichten volgepakte slee gebruikte om zijn afdaling te versnellen en een luchtballon om weer omhoog te komen. Hij kwam ongedeerd weer boven. Veertien jaar later haalde zijn Franse rivaal Jacques Mayol met dezelfde techniek 100 meter. Hun prestaties vormden in 1988 de inspiratie voor de film The Big Blue en daarmee voor een hele generatie freedivers.

    Het meisje op het balkon in Koper hoort daar niet bij. Ze heet Alenka Artnik en eind jaren tachtig valt haar geboorteland Joegoslavië uiteen.

    Op een ochtend in de zomer van 1991 komt haar moeder Vida de kamer in die Alenka deelt met haar oudere zus Tjasi en vertelt de meisjes dat de oorlog is begonnen. Tien dagen later is die voorbij, althans voor Slovenië, dat onafhankelijk wordt, terwijl de rest van Joegoslavië verzinkt in chaos.

    Maar bij de Artniks thuis is het altijd chaos. Vida was pas achttien toen ze met Franc trouwde, een gescheiden man die de voogdij had over zijn zoontje Simon, wat in die tijd ongebruikelijk was. Simon, een knappe, atletische jongen, is tien als Alenka wordt geboren. Al voordat hij van school gaat, is Simon verslaafd aan heroïne. 

    Franc en Vida sturen Simon naar een afkickkliniek in Italië en vervolgens drie jaar naar Thailand. Als hij weer thuiskomt, is hij clean. Zijn vader Franc, een alcoholist, is dat niet.

    Franc is altijd een trotse, onafhankelijke man geweest, die zich aan de Communistische Partij nooit iets gelegen heeft laten liggen. Door de week heeft hij een succesvol loodgietersbedrijf. In de weekends verdwijnt hij urenlang in het bos om kruiden, wilde asperges en paddenstoelen te zoeken. De dennennaalden die uit zijn kleren vallen als hij weer thuiskomt, brengen de geur van het bos mee.

    Maar kort nadat de problemen met Simon beginnen, verergert Francs drankzucht. De ene week is hij dronken, de andere nuchter. Er zijn dagen dat hij niet meer op zijn benen kan staan. Wanneer Alenka, die nog op de basisschool zit, thuis drank vindt, giet ze die door de gootsteen. Franc koopt steeds meer drank. Zijn zaak gaat failliet, Vida werkt als kokkin in een fabriekskantine.

    Het nu

    Ze scheidt van Franc, maar ze blijven onder hetzelfde dak wonen. Hij slaapt in de woonkamer, en zodra Vida thuiskomt van haar werk vlucht ze naar haar slaapkamer.

    ’s Nachts hoort Alenka haar moeder huilen en ze is bezorgd dat die zichzelf iets zou kunnen aandoen. Ze omarmt haar deken alsof het haar moeder is. Als ze aan de ellende wil ontsnappen, stopt ze een gele cassette in haar cassettespeler en verliest ze zich in het verhaal van Heidi, het weeskind dat samen met haar opa in de Alpen woont. 

    Simon heeft een terugval, de politie komt aan de deur. Vader en zoon, de alcoholist en de drugsverslaafde, hebben voortdurend ruzie.

    Op zee vergeet ze de ruzies thuis. Alles wat telt, is haar slag, haar ademhaling, het water

    Op het strand in Koper, waar Alenka destijds haar hoofd stootte, is een kajakclub. Alenka is negen als ze lid wordt. Op zee vergeet ze de ruzies thuis. Alles wat telt, is haar slag, haar ademhaling, het water. Het nu.

    De club wordt haar tweede thuis, een toevluchtsoord. Ze traint elke dag, in het weekend twee keer per dag, en wordt geselecteerd voor het nationale juniorenteam. Steeds vaker spijbelt ze om in haar eentje het water op te gaan.

    In 1998 stopt ze op haar zeventiende met school en vertelt haar ouders dat ze professioneel kajakster wil worden. Dat is weliswaar aannemelijk, maar complete onzin. In werkelijkheid wil ze gewoon weg.

    Maar in plaats daarvan verlaat haar moeder, met wie Alenka zo’n nauwe band heeft, het gezin en gaat met een andere man samenwonen. Alenka’s zus is allang verhuisd naar Ljubljana, de grootste stad van Slovenië, en waar Simon uithangt, weet niemand. Alenka blijft alleen achter met haar vader. 

    De woede en het psychische geweld die zich eerder tegen zijn vrouw en zoon richtten, treffen nu Alenka. Hij geeft haar de schuld van zijn ongeluk en falen en vernietigt zo het laatste beetje zelfvertrouwen dat ze nog heeft. Ze is radeloos en denkt aan zelfmoord. 

    Ik spring van het balkon om je te straffen en je te laten zien hoeveel pijn je me doet.

    Door haar nieuwe leven raakt Vida nog verder van Alenka verwijderd, en in 2001 trouwt ze voor de tweede keer. Het jaar daarop verhuist Alenka, die genoeg heeft van het emotionele misbruik door haar vader, naar Ljubljana, waar ze in een skatewinkel gaat werken om haar kamer in een woongroep te kunnen betalen. Ze drinkt en feest te veel, een uitlaatklep om de druk van haar trauma kwijt te raken. Ze voelt zich eenzaam en ook een reeks liefdesaffaires kan haar niet van haar depressies bevrijden. 

    De volgende dag bezwijkt Simons lichaam aan de verwoestende effecten van zijn verslaving.

    Op een avond in 2004 belt Simon haar vanuit een afkickkliniek. Ze is te moe om naar zijn verhalen te kunnen luisteren, te moe van haar eigen leven en neemt de telefoon niet op. De volgende dag bezwijkt Simons lichaam aan de verwoestende effecten van zijn verslaving. Vida heeft inmiddels kanker en na een vijf jaar durende strijd tegen de ziekte overlijdt ook zij. 

    Afgesneden van haar familie voelt Alenka zich niet in staat om adequaat te rouwen over de dood van haar broer en haar moeder. Franc, die nog steeds in Koper woont, kwelt haar uit de verte met zijn manipulatieve gedrag. De last van de ellende van haar familie vergroot haar wanhoop. 

    Ze is zich daar niet van bewust, en op die brug in de winternacht van 2010, gaat ze bijna aan haar verdriet ten onder. Bijna tien jaar zijn verstreken sinds Alenka voor het eerst fantaseerde dat ze van het balkon sprong om haar vader te straffen. Nu ze hier zo alleen naar het water in de diepte staart, is het beetje gevoel van eigenwaarde dat ze nog heeft bijna uitgeput. 

    Maar haar wanhoopskreet naar het universum maakt diep binnen in haar iets los. Ze realiseert zich dat het de last van de ellende in haar familie is, die haar als een gewicht naar deze duistere plek, deze afgrond, heeft getrokken. Ik wil dat niet; het is niet van mij, denkt ze. Ik kan dit niet langer.

    Nu laat ze de last als een zware rugzak van haar schouders glijden en laat hem los. Haar zorgen zijn nog lang niet voorbij, maar Alenka is niet langer verlamd door het verleden. Ze verlaat de brug en gaat naar huis.

    De verlossing

    Zoals zo vaak begint de verlossing met een vriendelijke daad. Een jaar na Alenka’s nacht op de brug wordt ze door een vriend van vroeger uitgenodigd om te gaan zwemmen in een openbaar zwembad. Hij is begonnen met harpoenvissen en zwemt met een paar mannen baantjes onder water om zijn uithoudingsvermogen te verbeteren.

    Alenka haalt adem, glijdt onder water en trekt zich met haar armen vooruit. Ze is weer een kind, diep in de zee bij Koper. Al het lawaai van de wereld is verdwenen, denkt ze. Ik ben alleen en tegelijkertijd ben ik ergens onderdeel van. Voor het eerst in lange tijd voelt ze zich vredig. 

    De volgende dag koopt Alenka een paar zwemvinnen en komt ze zonder adem te halen even ver als de beste mannen. Nieuwsgierig naar deze vreemde bezigheid schrijft ze zich in voor een korte introductiecursus bij Jure Daić, een van de beste freedivers van het land. Daić beschouwt iemand die na zijn tweedaagse cursus 75 meter onder water kan zwemmen – drie keer de lengte van een normaal bad – als een uitstekende zwemmer. Op de tweede dag van de cursus zwemt Alenka één baan, twee banen, dan drie en meer. Bij 92 meter verliest ze een van haar vinnen. In plaats van naar boven te komen, keert ze onder water om, pakt de vin, doet hem weer aan en maakt de baan af. Als ze uit het zwembad komt, is ze boos en zegt dat ze de 120 meter had willen halen.

    De andere cursisten kijken met open mond toe. De meeste hebben de 50 meter niet eens gehaald. Wie is die vrouw? 

    ‘Ik haat dit rotleven. Ik duik om aan de wereld te ontsnappen’

    Dat vraagt Daić zich ook af. Alenka lijkt heel leer-gierig en overstelpt hem met technische vragen. Bovendien heeft ze tussen de bedrijven door aan een van Daićs trainers dingen verteld die hem verbazen: ‘Ik haat dit rotleven. Ik duik om aan de wereld te ontsnappen.’ 

    GettyImages 157514189
    © Samo Vidic / Getty Images

    Daić vraagt Alenka naar haar verleden en langzaam begint hij het te begrijpen: de oorzaak van haar intense drive is dat ze zo ongelukkig is. Vergeleken met andere topatleten die hij heeft getraind, lijkt ze fysiek niet uitzonderlijk. Maar hij heeft de indruk dat de mentale kracht die Alenka door het overwinnen van haar problemen heeft ontwikkeld, haar sterke punt is. 

    In veel sporten naderen dertigjarigen het einde van hun carrière. Bij freediving ligt dat anders. Duikers hebben niet alleen kracht, flexibiliteit en een buitengewoon vermogen om hun adem te kunnen inhouden nodig, maar ook innerlijke rust, balans en zelfkennis. Als ze te snel te veel willen, is de kans op een burn-out – of erger – groot.

    Net als de kajakclub in haar jeugd wordt het zwembad Alenka’s toevluchtsoord. Iedere ochtend voor ze naar haar werk gaat, glijdt ze soepel onder water, terwijl de zwemmers boven haar zich druk maken. Bij wedstrijden breekt ze al snel nationale records.

    Ook al neemt Alenka’s zelfvertrouwen toe, haar innerlijke pijn blijft. Francs psychologische misbruik gaat gewoon door wanneer ze begint te freediven, maar uiteindelijk laat hij haar emotioneel los en zegt dat hij trots is op haar duiksuccessen. Niet lang daarna overlijdt ook hij aan kanker.

    In 2013 wordt Alenka opgenomen in het Sloveense nationale team, en al snel wordt haar duidelijk dat het een groot verschil is of je de beste van het land bent of de beste van de wereld. Ze traint nu nog harder, te hard. Voor het wereldkampioenschap van 2015 traint ze zo intensief dat ze vijf kilo afvalt. Tegen de tijd dat het kampioenschap begint, is ze zo uitgeput dat ze de finale niet haalt. Maar in plaats van teleurgesteld te zijn – zoals toen ze een van haar vinnen verloor – ontdekt ze dat ook falen voldoening kan geven. 

    En ze heeft een droom: een langdurig avontuur op een plek waar ze in de oceaan kan duiken.

    Door dit nieuwe zelfinzicht veranderen Alenka’s prioriteiten. Liever dan medailles wil ze haar verloren jaren inhalen, leven, uitzoeken wie ze werkelijk is. En ze heeft een droom: een langdurig avontuur op een plek waar ze in de oceaan kan duiken. Als ze goed is in freediven in open water, cool. Zo niet, dan ziet ze in elk geval een ander deel van de wereld. 

    In de zomer van 2015 gaat Alenka naar Vis, een eiland voor de kust van Kroatië, waar ze een paar weken wil ontspannen. Ze komt een paar Sloveense vrienden tegen die freediving-cursussen organiseren. Een van die cursussen begint net, vertellen ze Alenka, en wel met een heel bijzondere trainster: Natalja Moltsjanova. 

    Natalja, een Russische atlete met de bijnaam ‘de machine’, was al van kinds af aan een goede zwemster. Toen ze op haar veertiende het freediven ontdekte, duurde het niet lang tot ze die tak van sport onder de knie had. Ze was de eerste vrouw die in een zwembad 200 meter onder water zwom en de eerste vrouw die acht minuten haar adem kon inhouden. Bovendien was ze de eerste vrouw die in de oceaan dieper dan 100 meter dook. Nu, op haar 53e, is Natalja de beste duikster aller tijden en nog steeds houder van de meeste wereldrecords bij de vrouwen, zowel in het zwembad als in de zee.

    Is het het universum dat weer tot Alenka spreekt? Ze was Natalja al eerder tegengekomen bij wedstrijden, maar nu heeft ze de kans haar echt te leren kennen en les te nemen bij een echte kampioene. Alenka annuleert haar vakantieplannen en schrijft zich in voor de cursus. Hun liefde voor katten schept meteen een band tussen de twee vrouwen. Natalja vertelt dat ze net heeft leren surfen en hoeveel ze van de zee houdt. Duiken in een zwembad lijkt op joggen op een loopband, heeft Natalja ooit gezegd, in de zee daarentegen is het net als hardlopen in het bos. 

    In de wateren rond het eiland leert Alenka nog meer over dat verschil. De dichtheid van ons lichaam is iets minder dan die van water, zodat we kunnen blijven drijven maar hard moeten trappen om naar beneden te komen. Maar hoe dieper we duiken, hoe meer water er van boven op ons drukt. Met de toe-nemende druk wordt ook onze dichtheid groter. Ten slotte wordt het te veel en zinken we als een baksteen. We hoeven niet meer te trappelen. De zwaartekracht neemt ons mee, we zijn in vrije val. 

    Met alles verbonden

    Alenka geeft toe aan de druk en dat is een geweldig gevoel. Bij het afdalen is ze alleen in het nu; voorbij het water bestaat niets meer, zelfs haar eigen identiteit niet. Ze is alleen, maar ze voelt zich met alles verbonden. 

    Ik val in het centrum van het universum, denkt ze. Zo moet het voelen om te vliegen. 

    Bij haar diepste duik met Natalja haalt ze 49 meter. Na het afronden van de cursus freediving is Natalja van plan op het eiland te blijven trainen, maar ze krijgt een telefoontje van een rijk echtpaar dat ergens in Spanje privéles wil nemen. Alenka brengt Natalja naar de veerboot en neemt afscheid. Een paar dagen later hoort de verbijsterde duikersgemeenschap op Vis – en op de hele wereld – dat Natalja wordt vermist. Na een les met haar klanten heeft ze een duik gemaakt waarvan ze niet is teruggekomen. Ondanks een uitgebreide zoektocht wordt Natalja’s lichaam nooit gevonden. Men neemt aan dat ze is meegevoerd door sterke onderwaterstromingen.

    Twee maanden later arriveert Alenka met twee koffers, twee wetsuits en twee paar vinnen in de Egyptische stad Sharm-el-Sheikh aan de Rode Zee. Het is oktober 2015, ze is 34. Met een taxi rijdt ze langs de kust door de woestijn naar Dahab, een voormalig vissersdorp dat nu een populaire plaats is voor duiken en snorkelen. 

    Alles daar is overweldigend: de woestijn, de hitte, de taal, het eten. Alenka kent er niemand. Maar het water is magisch. Ze zwemt naar het rif, waar het wemelt van de gele, oranje, paarse en blauwe vissen. Als ze achterom kijkt naar de kust en in de verte de berg Sinaï ziet, huilt ze tranen van vreugde.

    Alenka huurt een vervallen bedoeïenenhuisje. Ze dicht de lekkende wastafels met siliconen, verft de muren en koopt lampen en tapijten in de bazar. Twee loslopende honden en een stel katten trekken bij haar in.

    ’s Morgens springt ze achter in een pick-uptruck om met andere duikers het stukje naar de Blue Hole bij Dahab te rijden, een meer dan 100 meter diep onderwatergat. Door het trainen in het zwembad is ze sterk en ze kan haar adem goed inhouden. De vraag is hoe ze met de extreme diepte zal omgaan.

    Een reeks aangeboren reacties die bekendstaat als de duikreflex van zoogdieren, biedt ons onder water een natuurlijke bescherming. Als je je gezicht in koud water dompelt en je adem inhoudt, vertraagt je hartslag automatisch om zuurstof te besparen. Tegelijkertijd vernauwen de slagaderen zich om ervoor te zorgen dat het bloed uit de ledematen naar de vitale organen stroomt. Dat voorkomt dat je longen platgedrukt worden, want in diep water wordt een enorme druk op het lichaam uitgeoefend. Het probleem is dat ons lichaam ook lege ruimtes heeft. Op zeeniveau is de druk per definitie één atmosfeer. Tien meter onder water is dat het dubbele, enzovoort. Een groot deel van ons lichaam bestaat uit water of vaste stof die niet kan worden samengedrukt. Maar de lege ruimtes, zoals de longen en het binnenoor, bevatten gassen en kunnen onder druk bezwijken.

    Bij het afdalen duwt de druk van het water het trommelvlies van de duiker naar binnen, wat een stekende pijn veroorzaakt

    Bij het afdalen duwt de druk van het water het trommelvlies van de duiker naar binnen, wat een stekende pijn veroorzaakt. Om dat te voorkomen moet een duiker tijdens het afdalen voortdurend lucht in zijn binnenoor persen. Daardoor wordt het trommelvlies weer in zijn natuurlijke positie gebracht en wordt de druk in zijn hoofd weer gelijk aan de druk die er van buitenaf op inwerkt. 

    De eenvoudigste methode om de druk gelijk te krijgen, is je neus en mond dicht te houden, je buikspieren te spannen en lucht uit je longen naar boven te persen. Op grotere diepte gebruiken duikers fysiek zuinigere, maar technisch moeilijkere methoden waarbij ook de tong, de wangen en de keel worden gebruikt.

    Ervaren oceaanduikers doen er vaak jaren over om die drukbalans te realiseren. Maar Alenka, die vertrouwt op de aanwijzingen van haar trainingspartners, onlineduikfora en haar eigen intuïtie, heeft er nauwelijks problemen mee en duikt elke dag dieper. Op nieuwjaarsdag 2016, als het water al onaangenaam koud wordt, is haar beste duik met een monovin 77 meter. Ze weet nu dat ze de diepte aankan. 

    Om bij het dalen lucht te besparen, moet Alenka eerst in een meditatieve, zen-achtige staat komen. Op een dag, als ze zich omdraait om weer naar boven te gaan, ziet ze voor zich opeens het beeld van haar halfbroer Simon, die haar onder water rustig en zelfverzekerd aankijkt. Hij heeft het gezicht van een man die nooit aan de drugs is geweest, de man die hij had kunnen zijn. Simons aanwezigheid geeft Alenka een gevoel van vrede, en ze gebruikt die vrede om zich zachtjes naar het wateroppervlak te bewegen.

    Tranen 

    ’s Avonds, terug in haar huis, probeert ze de gebeurtenis te verwerken. Jarenlang is ze het Simon kwalijk blijven nemen dat hij hun gezin en vooral haar ouders zo veel leed heeft bezorgd. Terwijl de tranen haar over de wangen stromen, voelt ze nu een oneindig medelijden met hem, om alles wat hij heeft moeten doorstaan, om alles wat hij heeft moeten missen. 

    Als Alenka negen maanden na haar aankomst Dahab verlaat, heeft ze tot een diepte van 92 meter gedoken, slechts 9 meter minder dan het monovinwereldrecord voor vrouwen. De wereldkampioenschappen 2016 in Turkije staan voor de deur, en zij is de enige Sloveense duikster die meedoet. 

    Alenka, die in de wereld van het freediven op zee nog volslagen onbekend is, verbaast de concurrentie door de monovinwedstrijd te winnen met een duik van 86 meter. Ook in de discipline met twee vinnen wordt ze eerste en breekt ze bovendien het wereld-record. 

    Aan freediven is een dodelijk risico verbonden. Als je op weg naar beneden te hard perst, kun je een zogeheten longcontusie krijgen, waarbij het longweefsel scheurt doordat het wordt platgedrukt, zodat je bloed opgeeft. Als je de benodigde tijd om weer boven te komen verkeerd inschat, kun je bewusteloos raken omdat de hersenen zichzelf uitschakelen om het beetje zuurstof dat nog in het lichaam aanwezig is te sparen. 

    Door strengere regels en de aanwezigheid van veiligheidsduikers komen dodelijke ongelukken bij free-divewedstrijden weliswaar niet vaak voor, maar toch. In 2013 overleed de Amerikaan Nicholas Mevoli aan de gevolgen van een longblessure tijdens een duik zonder vinnen van 72 meter bij de Vertical Blue, een wedstrijd op de Bahama’s die voor professionele duikers het hoogtepunt van het seizoen is.

    Net als polsstokhoogspringers moeten ook freedivers het beoogde doel voor de start bekendmaken

    In 2018 krijgt Alenka haar eerste aanbod om bij de Vertical Blue te duiken, vlak nadat ze als vierde vrouw ooit 100 meter heeft gedoken, na Natalja Moltsjanova en twee atletes die ook zijn uitgenodigd voor de Vertical Blue. Dat zijn de Japanse Hanako Hirose en Alessia Zecchini, een 26-jarig Italiaans wonderkind dat op haar 13e met duiken begon.

    Net als polsstokhoogspringers moeten ook freedivers het beoogde doel voor de start bekendmaken. De organisatoren passen voor iedere deelnemer de lengte van het touw aan. Aan het einde van dit touw zit een bodemplaat waaraan kaartjes zijn bevestigd. Voor een succesvolle poging moet de duiker als hij weer aan de oppervlakte is gekomen de scheidsrechter een kaartje overhandigen, met vinger en duim het Oké-signaal geven en gedurende 20 seconden met het hoofd boven water bij bewustzijn blijven. 

    Voor haar eerste Vertical Blue-duik heeft Alenka een doel van 100 meter, dat ze met gemak haalt. Een paar dagen later: 103 meter. Dan een meter dieper. Als ze 105 meter bereikt, evenaart ze Zecchini’s wereldrecord. Ook Hirose en Zecchini halen de 105 meter. Elke duikster heeft nog twee pogingen om dieper te komen. Maar een stem in Alenka’s hoofd zegt dat ze het hierbij moet laten. 

    Voor deze dieptes heb je meer tijd nodig, denkt ze. Je bent sterk genoeg om nu te stoppen. 

    Hirose gaat door tot 106 meter en probeert dan 107 meter; bij het omhoogkomen raakt ze bewusteloos. Ook Zecchini duikt naar 107 meter en zegeviert. 

    Alenka’s besluit om na zo’n succesvolle duik af te haken, verwart haar concurrenten. Waarom stoppen wanneer je de kans hebt om te winnen, een nieuw wereldrecord te vestigen en je internationaal te profileren? Alenka heeft niemand om naar terug te gaan, geen partner, geen kind en geen baan. Wat heeft ze te verliezen? 

    Maar Alenka heeft iets geleerd van deze duik: als je aan de rand van de afgrond hebt gestaan en hebt gevonden wat je weer naar de oppervlakte doet terugkeren, namelijk het leven, dan heb je alles te verliezen. Ze voelt een te grote verantwoordelijkheid tegenover het leven om iets alleen maar voor haar ego te doen.

    Daarom heeft Alenka ook nooit een longcontusie gehad, daarom is ze een van de zeer weinige wedstrijdduikers die nog nooit de adem van een veiligheidsduiker op haar oogleden heeft gevoeld om haar uit die zuurstofarme toestand terug te halen. Daarom is ze tot op de dag van vandaag nog nooit bewusteloos geraakt.

    Ze weigert een gevaar voor zichzelf te zijn.

    Alenka blijft nooit lang op dezelfde plek en leeft als een nomade. De eerste helft van het jaar traint ze in de tropen om zich voor te bereiden op de wedstrijden in de zomer. Het is een benijdenswaardig maar eenzaam leven, altijd onderweg, altijd op zoek naar nieuwe trainingspartners. Begin 2019 ontmoet ze op Panglao, een eiland in de Filippijnen, een Zwitserse freediver, Florian Burghardt, die zijn baan bij een bank tijdelijk heeft opgezegd om zich serieus aan zijn sport te wijden.

    Verliefd

    Hij raakt met Alenka aan de praat, ze drinken samen een kop koffie en worden verliefd. Burghardt brengt het hele seizoen met haar door en ziet hoe ze in Honduras 113 meter duikt, een wereldrecord dat Zecchini in dezelfde wedstrijd evenaart.

    Een jaar later, tijdens de pandemie, is het stel terug op de Filippijnen en zitten ze vast in een resort. Omdat de stranden gesloten zijn, slaan Alenka en Burghardt een voorraad tomaten in blik, pasta en olijfolie in en passen ze hun trainingsmethoden aan. Alenka onderneemt wat ze noemt ‘apneu-wandelingen’, waarbij ze haar adem inhoudt terwijl ze tussen de koeien op de weg door loopt. In het steeds troe-beler wordende zwembad van het resort houdt ze 30 seconden haar adem in en zwemt dan tien baantjes, 200 meter, onder water. Onbeweeglijk in het water liggend, verbetert ze haar persoonlijke record adem inhouden tot 6 minuten en 40 seconden.

    Zeemeermin

    De mens is altijd gefascineerd geweest door het mythische beeld van de zeemeermin die soepel door het water glijdt, met zwembewegingen die doen denken aan dolfijnen en walvissen. Ooit is de droom ontstaan deze manier van zwemmen te imiteren. Eind twintigste eeuw probeerden de eerste sporters dat met de monovin, inmiddels een veel voorkomende vrijetijdsbesteding. In een monovin zitten je voeten echt vast, het is moeilijk je ermee voort te bewegen, en het vereist kracht en vaardigheid.

    Maar als je de beweging eenmaal onder de knie hebt, kun je zelfs sneller en dieper duiken dan met gewone vinnen.

    Door de pandemie valt het wedstrijdseizoen 2020 uit, wel worden er een paar kleine, eenmalige evenementen georganiseerd. In Kalamata, Griekenland, brengt Alenka het wereldrecord met twee vinnen op 94 meter, maar door de slechte omstandigheden wordt het niets met haar duik met één vin. Na een korte tussenstop in Zwitserland, waar ze zich met Burghardt verlooft, vliegt ze alleen terug naar Sharm-el-Sheikh en maakt haar doel bekend: 114 meter. Als ze omhoog komt, glijdt ze met een glimlach langs de haar toegewezen veiligheidsduiker, wat hem tot tranen toe roert. Haar ongedwongenheid en zelfbeheersing maken op iedereen diepe indruk. 

    Hoe is dat mogelijk? Hoe kan het dat je op je dertigste totaal geen zelfvertrouwen hebt en nog geen tien jaar later de meest zelfverzekerde duikster ter wereld bent, die zich aan de grootste diepten waagt? Hoe kan het dat een vrouw op het punt staat zelfmoord te plegen en vervolgens topatleten versteld doet staan van haar successen enerzijds en haar bescheidenheid anderzijds? Hoe kan het dat iemand het leven zo haat en het daarna zo innig liefheeft? 

    Dat vragen mensen zich soms af en een deel van het antwoord is dat Alenka haar verleden niet alleen heeft overwonnen, maar er haar kracht aan ontleent. ‘Het komt door die pijn,’ zegt ze. ‘Ik heb me overgegeven aan de pijn, ik heb hem geaccepteerd. Daardoor groei je boven jezelf uit.’ Het andere deel van het antwoord is simpeler: ze traint als een gek. 

    En wat zal de toekomst brengen? Alenka is 39, wordt nog steeds sterker en duikt elk jaar efficiënter. De volgende grote mijlpaal voor duiksters is 120 meter. ‘Makkelijk zal het niet zijn,’ zegt ze, ‘wel haalbaar.’ Misschien zelfs al in het wedstrijdseizoen van 2021, dat in juli begint met de Vertical Blue. Deze diepte zou verleidelijk dicht bij het mannenrecord komen, dat slechts 10 meter dieper ligt. In 2017 was de kloof tussen mannen en vrouwen nog 28 meter. 

    Begin juni 2021, een maand voor de Vertical Blue, arriveert de wereldtop van de freedivers – 42 mannen en vrouwen uit 21 landen – op het strand om te acclimatiseren. Alenka en Burghardt komen uit Honduras, waar ze vier maanden hebben getraind, en huren een huisje met uitzicht op de Atlantische Oceaan. 

    De dag voor de wedstrijd brengt Alenka door met zich haar duik voor te stellen en naar een oude, bekende tekenfilmserie te kijken die ze op YouTube heeft ontdekt. Ze zingt de titelsong mee: Heidi, Heidi… 

    Bewusteloos

    Op de openingsdag raakt de eerste atleet bij het naar boven komen bewusteloos. Na hem hebben een paar duikers meer succes, en andere, die de diepte niet aankunnen, komen terug zonder de bodemplaat te hebben bereikt.

    Het is moeilijk de beoogde diepte geheim te houden wanneer iedereen aan hetzelfde touw traint, maar toch gaat er een geroezemoes door de menigte als op de openingsdag haar voornemen bekend wordt gemaakt. Alessia Zecchini gaat een poging van 115 meter doen, een meter dieper dan Alenka’s record met één vin. Direct na haar komt Alenka, die een poging zal doen van 118 meter. 

    In een mum van tijd verandert het strand in een chaos van slippers, vinnen en pool noodles, die de deelnemers tijdens de countdown als hulpmiddel gebruiken.

    Voor ze naar het drijvende platform zwemmen om hun beurt af te wachten, geven Zecchini en Alenka elkaar een stevige omhelzing. De Italiaanse is als eerste aan de beurt. Haar duik verloopt probleemloos. Daarna wordt het touw drie meter dieper afgesteld.

    Alenka drijft op haar rug. De scheidsrechter met zijn roze hoed telt af. Alenka maakt zich klaar voor haar duik. De diepe inademing. De acht slokken lucht die haar longen vullen. De rol voorwaarts, de duik als een eend met het hoofd naar voren. Met een klap van haar vin verdwijnt de duikster in het blauwe gat, haar armen losjes langs het lichaam.

    Een duikershorloge met vijf alarminstellingen, dat aan haar halsgewicht van 1,8 kilo is bevestigd, meldt tijdens de afdaling telkens hoe diep ze is. Als de voorlaatste piep haar vertelt dat ze op 68 meter zit, slaat ze nog een laatste paar keer met haar vin, voordat ze zich helemaal overgeeft aan een vrije val. Het water ruist langs haar gezicht, het gidstouw glijdt geruststellend langs haar rechterschouder. 

    Bij de laatste pieptoon opent de duikster haar ogen, grijpt het kaartje en draait om, alles in één vloeiende beweging. Ze strekt haar armen omhoog, haar handen dicht bij elkaar, en slaat krachtig met haar vin. Boven beschrijft de omroeper, met een blik op het sonarscherm, hoe ze omhoog komt: 80 meter… 60 meter… De eerste veiligheidsduiker zwemt haar tegemoet, dan de tweede. 29 meter. Duiker in zicht!

    Alenka komt boven, grijpt met haar rechterhand het touw en verwijdert met haar linkerhand haar neusklem. Ze geeft het Oké-signaal en glimlacht. Ze haalt het kaartje uit haar kap, waarin ze het had opgeborgen, en geeft het aan de scheidsrechter, die een witte kaart opsteekt als teken van een geslaagde duik. De sportduikers die zich rond de wedstrijdzone ophouden, kletsen juichend op het water. ‘Rock ’n roll,’ zegt ze. 

    Record

    Vier dagen later zal Alenka de eerste vrouw zijn die de 120 meter haalt. Bij haar laatste duik in deze wedstrijd gaat ze nog 2 meter dieper. Binnen iets meer dan een week heeft ze het vrouwenrecord op 122 meter gebracht. 

    Binnen iets meer dan een week heeft ze het vrouwenrecord op 122 meter gebracht

    Alenka en Burghardt vieren het in een café met omelet en koffie. Ze is gelukkig zonder triomfantelijk te zijn. De gedachte dat ze vanwege haar record beter zou zijn dan een ander slaat nergens op, zegt ze. Mensen begrijpen niet dat het voor haar maar een getal is, een logische consequentie van haar training. ‘De wereld daarbuiten wil ego’s en strijd en titels,’ zegt ze. ‘Het valt niet mee daar koud onder te blijven. Maar het kan wel.’ 

  • Het bewogen leven van een zandkorrel

    Het bewogen leven van een zandkorrel

    In het zand krioelt het van de kleine wezens, vaak maar tienden van millimeters groot. Maar onder de microscoop worden het ‘komkommerachtige en geschubde gasten met uitstulpende interne organen’.

    Vakantie aan zee: halfnaakte mensen liggen te zonnen op bontgekleurde handdoeken, kinderen bouwen zandkastelen en slotgrachten, sportievelingen joggen of worstelen met de golven. Maar op het strand is er nog meer aan de hand. Want niet alleen op, maar ook onder het badlaken krioelt het van leven. In het vochtige labyrint van zandkorrels kruipen, kronkelen en woelen piepkleine beestjes, zo klein dat het blote oog de meeste niet kan zien.

    ‘In een handvol zand kunnen honderden, soms duizenden organismen leven,’ zegt Andreas Schmidt-Rhaesa, conservator bij het Centrum voor Natuurkunde in Hamburg en specialist in ongewervelde dieren. De samenstelling van die populatie is zeer divers: de rand van de zee wordt bevolkt door tienduizenden soorten. In microscopisch kleine ruimten die zijn achtergelaten door minerale deeltjes, die zelf vaak slechts een fractie van een millimeter groot zijn, wonen ze in poriën die gevuld zijn met water dat een wijdvertakt systeem van minikanaaltjes heeft gevormd. De bewoners hebben zich goed aangepast aan deze ongewone habitat. Vooral in het gebied met hoog- en laagwater hebben zij voortdurend te kampen met temperatuurschommelingen en een wisselend gehalte aan voedingsstoffen, maar ook met stormen die hun habitat kunnen wegvagen en de kolkende zee, die soms met tonnen wegende brekers op het strand neerklettert.

    Complexe structuur

    Deze interstitiële fauna, oftewel de dierenwereld die tussen de zandkorrels leeft, is een van de meest fascinerende gemeenschappen op de planeet. Een wereldwijde inventarisatie ervan is nog in volle gang. Telkens weer vinden biologen nieuwe, onbekende familieleden, zoals onlangs nog op de stranden van Italië. Onderzoekers willen weten welke rol elk afzonderlijk dier speelt in de zeer complexe structuur. Ze willen ook weten hoe de minder mobiele wezens erin zijn geslaagd om biotopen in de hele wereld te veroveren en hoe milieuveranderingen, zoals vervuiling van de zee, de gemeenschappen beïnvloeden. Er zijn nog veel leemten in de kennis over het rijk der zandkloofjes.

    De wezens die de kuststrook bevolken zien er bizar uit. Ze zijn vaak slechts tienden van millimeters groot, maar onder de elektronenmicroscoop groeien ze uit tot vreemde en angstaanjagende monsters. Voor het oog van de waarnemer verschijnen borstelige wezens zonder ogen, komkommerachtige en geschubde gasten, soms met zuigende proboscisorganen [langwerpige, multifunctionele snuiten], soms met uitstulpende interne organen.

    In de kuststrook wonen ook dinoflagellaten, organismen die normaal gesproken uit slechts één cel bestaan

    In de kuststrook wonen ook dinoflagellaten, organismen die normaal gesproken uit slechts één cel bestaan. Zij kunnen noch bij dieren, noch bij planten worden ingedeeld en vormen een zelfstandige tak in de stamboom van het leven. Omdat veel soorten een schild van cellulose dragen, worden ze ook wel ‘gepantserde flagellaten’ genoemd.

    De meeste hebben twee lange flagellen [zweepharen]: ranke aanhangsels die hen helpen door de waterige poriën te roeien en van richting te veranderen. Sommige dinoflagellaten kunnen de energie die ze nodig hebben zelf produceren met behulp van chlorofyl, dat in hun cellen wordt opgeslagen en van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het licht dat ze nodig hebben voor fotosynthese halen ze uit de bovenste, zonovergoten zandlagen, en koolstof komt uit het zeewater.

    Buikharigen

    Ook gastrotricha of buikharigen bevolken de zandbodem. Met trilhaartjes aan de buikzijde kruipen of glijden ze door de fijne gangenstelsels, terwijl zintuigharen op hun kop de omgeving scannen. Hun favoriete voedsel bestaat uit kiezelalgen en bacteriën. Die zuigen ze op met hun slokdarm in het darmkanaal dat door hun hele lichaam loopt. Wanneer ze dreigen weg te spoelen, scheiden ze uit klieren aan hun achterste een soort lijm af waarmee ze zich in een oogwenk aan een zandkorrel kunnen hechten; andere klieren produceren dan weer een soort oplosmiddel, dat hen helpt om los te komen. ‘Bovendien lijken gastrotricha verdedigingsstoffen te produceren waarmee ze zich beschermen tegen roofdieren zoals platwormen,’ zegt Alexander Kieneke van het Duitse Centrum voor Onderzoek naar Mariene Biodiversiteit in Wilhelmshaven, dat onderzoek doet naar deze diertjes. Hij en zijn collega’s kennen tot nu toe bijna duizend soorten. Toch is dat maar een fractie van de werkelijke diversiteit. ‘In zandkloofjes leven ongeveer vijfduizend tot achtduizend soorten in totaal,’ schat de bioloog.

    Andere specialisten in de jungle van zandkorrels:

    Tardigrades oftewel beerdiertjes. Deze soorten die in het zand leven, zijn ongeveer een millimeter groot en hun mollige lichaam verplaatsen ze met acht pootstompjes. Daarmee klauteren ze over minerale deeltjes, waaraan ze zich met klauwen of kleefschijfjes kunnen vasthouden. Ze voeden zich met algen of gaan op jacht. Ze vangen rotifera oftewel raderdieren, draadwormen of andere beerdiertjes, die ze uitzuigen. Dat doen ze door de kegel van hun bek tegen hun prooi aan te drukken, waarna er scherpe stekels naar buiten schieten om het slachtoffer te steken. Om actief te kunnen zijn is een dun laagje water al genoeg voor ze. Soortgenoten die op korstmossen en mossen leven, weten zelfs hoe ze zich moeten behelpen als hun territorium opdroogt. Dan trekken ze hun poten in, scheiden een groot deel van hun lichaamsvocht uit en verschrompelen tot een tonnetje. In die doodse toestand kunnen deze overlevingskunstenaars het jaren uithouden – totdat de omgeving weer vochtig wordt.

    Dan zijn er dieren die oorspronkelijk in grotere maten in het water of op het land leefden en in de loop van de evolutie zijn gekrompen tot dwergformaat om zich te kunnen aanpassen aan de omstandigheden op de bodem: slakken, krabben en kwallen. De Parhedyle cryptophthalma bijvoorbeeld, een piepklein, schelploos slakje, of de Pleurocope dasyura, een schaaldier. De Halammohydra, een 1,3 millimeter grote medusa, is tijdens deze verkleining zelfs zijn schild kwijtgeraakt; daarmee had hij onmogelijk vooruit kunnen komen in het nauwe kanalenstelsel. Naast deze organismen, die hun hele bestaan doorbrengen in het verborgene, zijn er ook andere, tijdelijke gasten. ‘Dat zijn jongere stadia van dieren die uiteindelijk groter worden; ze maken alleen gebruik van deze ruimtes zolang ze erin passen,’ zegt Kieneke. Daaronder bevinden zich de nakomelingen van veel mariene anneliden, oftewel ringwormen.

    Bedrijvigheid

    De bedrijvigheid in de kuststrook is ongelijk verdeeld: landinwaarts, waar ook bij het hoogste getij geen golven meer zijn, wordt die steeds minder. Daar is alleen nog iets te vinden in zeer diepe, vochtige lagen. Dichter bij de zee, in het gebied van eb en vloed, gedijt alles weelderig, tot in zee, waar zand de bodem bedekt. ‘Sommige bewoners migreren ook, hetzij in een jaarlijkse cyclus, hetzij in de loop van hun leven, hetzij met de getijden,’ zegt Schmidt-Rhaesa. Zo hebben tardigrades de neiging om in de zomer en de herfst in de bovenste lagen te blijven, en in de winter en de lente naar grotere diepten weg te kruipen.

    Tot hun verbazing vonden ze soms dezelfde soorten op plekken die ver van elkaar verwijderd zijn

    Op alle continenten hebben biologen inmiddels op stranden gegraven. Tot hun verbazing vonden ze soms dezelfde soorten op plekken die ver van elkaar verwijderd zijn. Sommige soorten lijken zelfs kosmopoliet te zijn, en dat ondanks het feit dat de meeste van hen nauwelijks in staat zijn hun woonplek te verlaten. Evenmin laten ze in het water larven los, die naar nieuwe kusten zouden kunnen drijven. ‘We hebben nu met behulp van genetische analyses kunnen aantonen dat de soorten waarvan we aanvankelijk dachten dat ze identiek waren, vaak niet meer dan zeer nauwe verwanten zijn,’ zegt Kieneke. ‘Maar toch moeten hun gemeenschappelijke voorouders ooit enorme afstanden hebben afgelegd voordat zij nieuwe populaties op verre kusten konden vestigen.’

    De onderzoeker uit Wilhelmshaven wilde samen met een internationaal expeditieteam te weten komen hoe de diertjes dat voor elkaar kregen. Aan boord van het Duitse onderzoeksschip Meteor voeren ze in 2018 naar de Azoren. Daar namen ze monsters van de zandgronden in de ondiepe wateren voor de eilanden en van nabijgelegen onderwaterbergen. Ze zijn nog steeds aan het evalueren wat ze mee naar huis hebben genomen, maar het is nu al duidelijk dat er soorten voorkomen die voorheen alleen bekend waren van de kusten op het vasteland. ‘Blijkbaar speelden oceanische eilanden in de uitgestrekte diepzee een belangrijke rol als bruggenhoofd voor geleidelijke verspreiding,’ zegt Kieneke. Hij wil nu met genetische analyses duidelijk krijgen in hoeverre het genetisch materiaal van de levende soorten die ver uit elkaar leven met elkaar overeenkomt.

    Koloniseren

    En hoe overbrugden deze kleine dieren de modderige, bijna zandloze bodem van de uitgestrekte oceanen om vervolgens eerst eilanden op volle zee en daarna verre kusten te koloniseren? ‘Plukjes bruine algen die op het water drijven of zwemmende zeeschildpadden kunnen ze hebben vervoerd,’ zegt Kieneke. ‘Kloofbewoners voelen zich thuis op planten en de pantsers van dieren.’

    Andere wetenschappers onderzoeken wat menselijk ingrijpen in de natuur voor de kleintjes in de kloof betekent. Olielozingen op stranden en grootschalige zandwinning brengen grote en langdurige schade toe aan het onderaardse volk. Uit studies blijkt dat klimaatverandering het ecosysteem aantast door verzuring en stijging van de watertemperatuur. Biologen houden bij hoe het aantal en de diversiteit van de strandbewoners verandert.

    Ook fijngemalen plastic afval uit zee is in de zandkloofjes terechtgekomen. ‘We vinden nanodeeltjes en nanovezels in de diertjes. Ze verwarren die vreemde dingen met voedsel en krijgen ze binnen,’ zegt Andreas Schmidt-Rhaesa uit Hamburg. ‘We weten echter nog niet of en hoe dit schadelijk is voor individuele organismen.’ Effecten op de wereld van deze kleine wezens zijn uiterst moeilijk te meten en het onderzoek ernaar is nog maar net begonnen.

    _____

    Uit studies is gebleken dat sommige tardigrades bestand zijn tegen kou van min 200 graden en hitte van 148,9 graden. Ze wonen niet alleen in het zand, maar in een verscheidenheid van extreme habitats. Omdat ze zo veerkrachtig zijn, konden ze zelfs op de maan landen: onderzoekers vermoeden dat enkele duizenden exemplaren de crash van een Israëlische sonde daar in 2019 hebben overleefd.

    In 1933 werd de term ‘interstitiële fauna’ voor het eerst gebruikt door de Duitse zoöloog Adolf Reman, voor kleine diertjes met een lengte tussen ongeveer 30 micro- en 1 millimeter die zich tussen zandkorrels kunnen voortbewegen zonder dat de korrels verschuiven.

  • Onderzoek naar mariene hittegolven bevestigt eerdere bevindingen Greenpeace

    Onderzoek naar mariene hittegolven bevestigt eerdere bevindingen Greenpeace

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twitter klaagt Elon Musk aan om overname alsnog te realiseren

    » Sri Lankaanse premier roept noodtoestand uit na vlucht president

    Hittegolf in Middellandse Zeegebied houdt aan

    Het Middellandse Zeegebied wordt geteisterd door een mariene hittegolf (MHW): de temperatuur was op 10 mei vier graden hoger dan het gemiddelde in de periode 1985-2005, meldt ANSA. De temperatuur van het oppervlaktewater bereikte pieken van meer dan 23° Celsius. Dit blijkt uit de eerste resultaten van het CAREHeat-project dat wordt gefinancierd door het Europees Ruimteagentschap. Het project heeft tot doel MHW’s te identificeren en het effect ervan te onderzoeken op mariene ecosystemen en op economische activiteiten zoals de visserij.

    De resultaten bevestigen de bevindingen van het rapport Mare Caldo (Hete zee) van Greenpeace, waarin staat dat de gevolgen van de klimaatcrisis sterk voelbaar zullen zijn in de zeeën rond Italië, onder meer omdat stijgende watertemperaturen drastische veranderingen in de mariene biodiversiteit zullen veroorzaken.

    Lees ook:

  • Duizenden aangespoelde dolfijnen door oorlog Oekraïne, aldus wetenschappers

    Duizenden aangespoelde dolfijnen door oorlog Oekraïne, aldus wetenschappers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Soedan: na drie jaar nog geen gerechtigheid voor slachtoffers politiegeweld

    » Onderzoek: steeds minder besneeuwde bergtoppen in Alpen

    Gevechten langs Oekraïense kustlijn zorgen voor milieuschade

    De duizenden aangespoelde dolfijnen op de kusten van de Dode Zee zijn waarschijnlijk het gevolg van de oorlog in Oekraïne, zo meldt The New York Times. De gevechten langs de Oekraïense kustlijn hebben onnoemelijke milieuschade aangericht en hebben de habitat van de dolfijnen verstoord, aldus wetenschappers.

    Recente studies uit Bulgarije, Turkije en Oekraïne tonen aan dat door de oorlog de biodiversiteit in zee in toenemende mate wordt bedreigd: er vallen bommen in voedselrijke gebieden aan de kust, olie lekt uit gezonken schepen, en uit de rivieren stroomt water naar zee dat vervuild is door chemicaliën die in munitie worden gebruikt.

    Ivan Roesev, een milieuwetenschapper verbonden aan het nationaal park Toezly in Oekraïne, zei dat uit gegevens die sinds het begin van de oorlog door zijn organisatie zijn verzameld, blijkt dat enkele duizenden dolfijnen zijn gedood. Volgens Roesev kunnen het toegenomen lawaai van schepen en het gebruik van krachtige sonarsystemen ook de dolfijnen desoriënteren, die geluid gebruiken om te navigeren. ‘Sommige dolfijnen hadden brandwonden van bom- of mijnexplosies en konden niet meer navigeren en natuurlijk ook niet meer naar voedsel zoeken’, schrijft Roesev.

    Voor de oorlog lag het aantal dolfijnen in de Zwarte Zee op 253.000

    Ook de Turkse organisatie voor zeeonderzoek meldt ‘een uitzonderlijke toename’ van dode dolfijnen die aanspoelen aan de Turkse kust.

    De Russische marine domineert de Zwarte Zee voor de kust van Oekraïne en heeft een blokkade opgelegd aan alle Oekraïense scheepvaart. Daardoor is het onmogelijk om gedetailleerde wetenschappelijke informatie te verzamelen, zodat de massale dolfijnensterfte vooralsnog een mysterie blijft.

    Vóór de oorlog hebben honderd wetenschappers van een internationale verdragsgroep voor het behoud van walvisachtigen met behulp van tien vliegtuigen en zes schepen onderzoek gedaan naar het zeeleven in de Zwarte Zee en het Middellandse Zeegebied. Zij stelden vast dat de Zwarte Zee meer dan 253.000 dolfijnen herbergde, een gezond aantal, dat volgens de wetenschappers een positieve ecologische indicator was van het totale ecosysteem. Het valt nu echter nog te bezien wat de uiteindelijke tol van de oorlog zal zijn voor dolfijnen en ander zeeleven.

    Lees ook:

  • De man, de haai en de zee: wie wint?

    De man, de haai en de zee: wie wint?

    Diep onder het zeeoppervlak tussen Noorwegen en Groenland zwemt een monster dat vijfhonderd jaar geleden werd geboren. Een schrijver en een wetenschapper hebben beiden zo hun eigen redenen om de mysterieuze Groenlandse haai aan de haak te willen slaan.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week overleed een Duitse vrouw op de Canarische Eilanden aan de gevolgen van een haaienaanval. Het was de eerste dodelijke haaienaanval die ooit op de Canarische Eilanden is vastgesteld.
    Het voorval bewijst maar weer eens dat haaien en mensen beter niet bij elkaar in de buurt kunnen komen. Toch zijn er mensen die het gevaar bewust opzoeken, zoals bioloog Julius Nielsen en schrijver Morten Strøksnes. Dit artikel uit 2018 van het Deense dagblad Politiken beschrijft hun zoektocht naar de Groenlandse haai, het langstlevende gewervelde dier ter wereld.

    De Deense bioloog Julius Nielsen heeft al verscheidene Groenlandse haaien gevangen. Hij doet onderzoek naar dit oerbeest, het langstlevende gewervelde dier ter wereld. In mei 2017 ging hij met een internationale groep onderzoekers naar Groenland, om antwoord te vinden op de vraag hoe de Groenlandse haai zich voortplant.

    28 april 2017

    In de eerste 24 uur van de expeditie leren we het voorjaar in Zuidwest-Groenland van zijn slechtste kant kennen. We varen door windstoten van orkaankracht. Acht meter hoge golven slaan van alle kanten tegen het schip. De lunch gaat niet door, want de kok werd door de kajuit geslingerd, zodat al het eten op de vloer terechtkwam en alle borden van het schip met een enorme knal kapot vielen.

    Morgen eten we soep, dus is de kapitein eerst naar 
de dichtstbijzijnde stad gevaren om nieuwe soepkommen te gaan kopen. Nu moeten we de lange lijnen checken. Vanaf het land is het lastig te voelen of er iets aan de lijnen zit. Dus we staan allemaal in de boot naar het water te kijken en proberen te schatten of het touw zo gespannen is dat er een haai aan de lijn zou kunnen zitten. Maar de uitrusting is zo zwaar en de stroom zo sterk, dat het enorm moeilijk is om te beoordelen wat er aan de lijnen trekt.

    Het moeilijkst aan het vangen van Groenlandse haaien is om het roofdier naar de oppervlakte te krijgen. De haai stribbelt tegen, hij moet uitgeput worden en in dat proces kan de lange lijn als één grote knoedel eindigen. Opeens komt er 4 à 5 meter onder het schip een reusachtige schaduw tevoorschijn – een enorme haai. Hij meet 430 centimeter van zijn kop tot de punt van zijn staart en weegt wel zo’n 800 kilo. Met dat gewicht en die lengte is de haai vermoedelijk ouder dan honderd jaar. We barsten uit in spontaan gejuich.

    Als we al onze lange lijnen hebben gecheckt, hebben we wel zeven haaien. Een supervangst. Hoeveel eet hij?

    Slapende zeehonden

    De Groenlandse haai is het op een na grootste vleesetende dier ter wereld, maar de meest basale vragen over hem zijn nog niet beantwoord. Hoe vangt hij zijn voedsel?In 1924 beschreef de Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen hoe hij in de maag van zo’n reuzenroofdier een hele zeehond vond – een mannetje van 1,3 meter – een grote kop van een heilbot en meerdere stukken walvisspek. Wij hebben het geluk twee volkomen intacte zeehonden in de maag van een van de haaien te vinden. De kop en de poten van de zeehond kunnen goed dienstdoen als aas aan de lange lijnen, en zeehonden zijn altijd moeilijk te pakken te krijgen. Zo eindigt het onverteerde diner van de haai meteen aan de haak, als lokaas voor zijn hongerige soortgenoten.

    De Groenlandse haai heeft complexe zintuigen. Vermoedelijk ziet hij niet zo goed, maar besluipt hij zijn prooi door af te gaan op diens geur en met behulp van zijn zijlijnzintuig, waarmee hij vermoedelijk drukveranderingen in het water kan onderscheiden. Ook heeft de haai een zintuig dat in zijn kop zit, vooral rond zijn bek. Daarmee voelt hij elektrische impulsen, bijvoorbeeld van een hartslag van een vis op de bodem.

    De Groenlandse haai is in verhouding tot zijn grootte de langzaamste vis ter wereld – hij beweegt zich voort met een vaartje van 2,6 kilometer per uur. Daarom is het enigszins een mysterie hoe dit schijnbaar slome roofdier levende zeehonden kan vangen.

    Volgens een theorie zoeken de haaien slapende zeehonden. Om veilig te zijn voor ijsberen, slapen zeehonden in de Noordelijke IJszee in het water, en een zeehond die echt diep slaapt, wordt bijna nergens wakker van.

    Een ander groot mysterie rond de Groenlandse haai is zijn leeftijd. Ik heb er ooit een onderzocht die volgens onze berekeningen minstens 272 jaar oud was, en mogelijkerwijs zelfs 512 jaar. Hoe dan ook was 
het het oudste gewervelde dier dat ooit is gevangen.

    6238581e4d3a4346b9dae29d239f7a1a 0

    Het hart van de haai is interessant voor onderzoekers, omdat het misschien licht kan werpen op de vraag hoe de Groenlandse haai zijn hoge leeftijd haalt. Het pompt langzaam – ongeveer één slag per 12 seconden. Onze haai heeft een verhoogde hartslag, omdat hij zojuist voor zijn leven heeft gevochten.

    Mijn collega Holly Shields van de Universiteit van Manchester doet onderzoek naar de vraag wat het hart van de Groenlandse haai honderden jaren lang gezond en sterk houdt. Als het lukt om uit te vinden hoe de haai hart- en vaatziekten vermijdt, kan dat misschien de weg openen voor een nieuw medicijn dat de verzwakking van het menselijk hart door ouderdom kan voorkomen.

    Het oog van de haai is interessant voor onderzoekers voor wat betreft het bepalen van de leeftijd van het beest. Als je de vele lagen van de ooglens afpelt – als een ui – kom je uiteindelijk in het centrum van de lens, en dat bestaat uit hetzelfde materiaal als toen de haai werd geboren. In dit binnenste materiaal van de ooglens meten we het koolstof 14-niveau. Vergelijk je dat met referentiemateriaal van dieren waarvan de leeftijd bekend is op verschillende plekken in de noordelijke Atlantische Oceaan, dan wordt het mogelijk het waarschijnlijke geboortejaar van de haai te berekenen.

    Sociale haaien

    De methode die wij gebruiken, is oorspronkelijk ontwikkeld om archeologische vondsten te dateren. We weten dat vrouwtjeshaaien geslachtsrijp worden als ze ten minste 134 jaar oud zijn. Er is echter maar één keer in de geschiedenis een haai gevangen met een jong in de baarmoeder, dus we weten niet zo veel over de biologie van de voortplanting van de haai.

    Een van de haaien die we vingen, is helaas doodgebeten door zijn soortgenoten terwijl hij aan de lange lijn hing. Het blijkt een geslachtsrijp mannetje te zijn en dat is een groots moment, want het is voor het eerst dat geslachtsrijpe mannetjes en vrouwtjes op dezelfde plek zijn gevangen.

    De mannelijke Groenlandse haai heeft twee geslachtsorganen, claspers, en als je in de buurt van een daarvan drukt, spuit daar een melkachtige vloeistof uit: het sperma van de Groenlandse haai. Dat is voor zover ik weet nog niet eerder geobserveerd en het is waanzinnig interessant. Het duidt er namelijk op dat de haaien misschien bezig zijn te paren, juist nu wij er zijn.

    Een van de doeleinden van onze expeditie is te begrijpen hoe haaien zich voortplanten. Daarom plaatsen we gps-zenders op alle vrouwtjeshaaien die we vangen. De zenders vertellen ons over de positie van de haai, drie, zes en twaalf maanden nadat we 
ze hebben losgelaten. Gedurende deze week brengen we zendertjes aan bij zes dieren. Als we de haaien vervolgens willen loslaten, zijn ze een ogenblik als versteend. Dan beginnen ze te duiken. Over een paar maanden, als de zenders zijn losgeraakt en naar de oppervlakte gestegen, zullen we meer weten over de verplaatsingen van de mysterieuze Groenlandse reuzenhaai, en dat kan ons misschien dichter bij hun voortplantingsgebied brengen.

    Als we data van de zender op de haai beginnen te ontvangen, is het duidelijk dat onze expeditie een succes is. Daarbij zijn vooral twee groepen data interessant. Gebleken is dat een van de vrouwtjeshaaien in drie maanden beduidend verder heeft weten te zwemmen dan haar soortgenoten. Zij zette koers naar een plek waarvan we van tevoren al vermoedden dat het een voortplantingsgebied was. Nu hebben we data die ons vermoeden bevestigen, en dat is geweldig.

    Onze data wijzen er bovendien op dat Groenlandse haaien socialer zijn dan vroegere onderzoeken hebben aangetoond. Over het algemeen wordt gedacht dat haaien alleen leven, maar vissers vertellen vaak dat ze tegelijkertijd meerdere haaien in hun netten krijgen. Zelf vangen wij ook meerdere haaien tegelijk. Daarom is het interessant om te zien dat twee van de haaien die we op onze tocht vangen, ook na drie maanden nog bij elkaar zwemmen – zo’n 700 km verderop, aan de oostkust van Groenland. Dat duidt erop dat de haaien zich in grote groepen van het ene gebied naar het andere kunnen bewegen.


    In zijn boek Haaienkoorts vraagt Morten Strøksnes zich af waarom hij zo graag een Groenlandse haai wil vangen. Is het om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen? Om zijn angst onder ogen te zien? Is het zijn jagersinstinct, de droom om de grootst mogelijke buit van de zee te vangen? En stel dat het niet volgens plan verloopt? Al die vragen doen er niet toe op het moment dat je een haai aan de haak hebt.

    Een zaterdag in juli

    Laat op een zaterdagavond in juli, 3,5 miljard jaar 
na het moment waarop in zee het eerste primitieve leven is ontstaan, zit ik bij een feestelijk etentje in het centrum van Oslo, als ik word gebeld door Hugo Aasjord. ‘Heb je het weerbericht voor de volgende week gezien?’ vraagt hij. We wachten allebei al lang op een bepaald type weer. Wat we nodig hebben, is 
zo weinig mogelijk wind op de zee tussen Bodø en de Lofoten. Eigenlijk heb ik een heleboel andere dingen te doen, maar ik antwoord zonder aarzelen: ‘Ja, laten we een Groenlandse haai gaan vangen.’

    De Groenlandse haai is een dier uit de oertijd, een reuzenhaai die rondzwemt over de bodem van de diepe Noorse fjorden en voorkomt tot aan de Noordpool. Deense zeebiologen hebben onlangs ontdekt dat de Groenlandse haai misschien wel vijfhonderd jaar oud kan worden; daarmee is hij verreweg het langstlevende dier dat er bestaat.

    Hugo’s vader had als jongen van acht al deelgenomen aan de walvisjacht. Hij vertelde altijd hoe ze een keer een opdringerige Groenlandse haai harpoeneerden en die ophesen aan zijn staartvin. Ook al was het beest halfdood en hing hij met zijn kop omlaag en met een harpoen dwars door zijn rug, toch slokte 
hij een groot stuk walvisvlees op dat op het dek lag.

    Als Hugo over de Groenlandse haai praat, krijgt hij een bepaalde gloed in zijn ogen en een bepaalde klank in zijn stem. De meeste soorten vissen en andere dieren in de zee heeft hij wel gezien, maar juist de reuzenhaai is hij nooit tegengekomen.

    Ik snijd de vijfde zak met slachtafval open. Er welt een sterke lijkgeur uit op, die zich over de fjord verspreidt

    En ik evenmin. Het kost Hugo dan ook geen moeite om me over te halen: ik hap instinctief toe, om het zo maar te zeggen. Ook ik ben opgegroeid bij de zee en ik vis al sinds ik een klein jochie was. Nog steeds krijg ik, altijd als ik beet heb, het gevoel dat bijna alles uit de diepte omhoog kan komen. Is er eigenlijk wel iemand die beseft dat er in het diepe water van de Vestfjord Groenlandse haaien rondzwemmen, haaien die tussen de 7 en 8 meter lang kunnen worden en 1200 kilo kunnen wegen? Afgezien van Hugo, natuurlijk.

    De boot schiet weg. Aan deze kant van het eiland is het volkomen stil, de enige rimpelingen op het water maken we zelf. We hebben geen idee wat zich onder het bijna witte oppervlak afspeelt. Op 150 à 200 meter diepte is bijna al het licht door het water geabsorbeerd. Daar is alleen nog een grijzig licht te onderscheiden, als van een oude tv die langzaam uitdooft. Op zo’n 500 meter diepte is het inktzwart. Er is geen fotosynthese meer, geen enkel plantenleven mogelijk. Die duistere, koude diepte is de wereld van de Groenlandse haai, daar glijdt hij rond, stil en geluidloos als een machine van vlees, met gif in zijn spek, in zijn bloed, in zijn lever, en met levenloze, halfblinde ogen waar parasieten uit hangen, lange larven die de oogappel doorboren. De enige levende wezens waarmee hij contact heeft, zijn de dieren die hij eet.

    Brakend maak ik een gat in de vuilniszakken die gevuld zijn met resten van Schotse Hooglanders: darmen, lever, kraakbeen, botten, vet, rafels vlees 
en maden. Dan gooi ik vier van de vijf zakken over 
de reling. Onder in de zakken zitten zware stenen, 
en alles zakt dan ook direct naar de bodem. In de vijfde zak zitten wat stevige botten met vlees eraan, die we als aas gaan gebruiken.

    Ik snijd de vijfde zak met slachtafval open. Er welt een sterke lijkgeur uit op, die zich over de fjord verspreidt. Nu maar hopen dat de Groenlandse haai niet over de reling springt terwijl ik net een heupbeen vol rood, rottend vlees aan de stevige, glanzende haak doe. Wat gebeurt er meer dan 300 meter onder ons? Begint het beest ons stinkende afval al te ruiken? De olieachtige stoffen van verrotting moeten ver verspreid raken in het water.

    Er zijn nog wat details die we nog niet hebben besproken. Wat doen we als we daadwerkelijk zo’n Groenlandse haai naar boven halen? Het is een soort angstig plezier om daarover na te denken.

    Bewegende boei

    ‘Wacht eens! Beweegt die boei?’ vraagt Hugo.

    Die lijkt inderdaad in een onnatuurlijk ritme op en neer te gaan, als een gigantische dobber. Een paar honderd meter van waar wij zitten, midden in een school makreel, is er duidelijk iets aan de hand. Hugo start de motor en binnen een minuut zijn we bij de lijn. Hugo begint hem in te halen. Dat wil zeggen: hij trekt aan de lijn en er is geen twijfel aan dat zich daaraan iets groots heeft vastgebeten. Na een tijdje neem ik het over. Dan gaat het nog langzamer. Heb je weleens geprobeerd een Groenlandse haai, die misschien wel 7 meter lang is en 700 kilo weegt, en die vastzit aan 350 meter touw met aan het eind een 6 meter lange ketting, op te halen van de bodem van de zee? De lijn bijt in je vingers en elke decimeter is loodzwaar, je verliest bijna het geloof dat het ooit nog ophoudt. Dat er kwallen vastzitten aan het touw en we geen handschoenen hebben, maakt de taak er niet aangenamer op. Mijn armen zijn gevoelloos, maar als er nog maar zo’n 50 meter te gaan is, wordt alles opeens veel gemakkelijker. Iedereen die weleens heeft gevist, kent dat gevoel van diepe teleurstelling. In een split second worden grote verwachtingen tenietgedaan. Hoe het touw ook in je handen snijdt, de afwezigheid van gewicht doet nog meer pijn.

    Nu zijn de ketting en de haak snel onder de boot en ik hijs verder, totdat de haak voor ons in de lucht bungelt. Aan die haak zat, toen we hem neerlieten, een bot vol rood vlees. Nu is dat bot volmaakt schoongeknaagd. Er kriebelen massa’s oranje diertjes op. Ze doen denken aan luizen of kleine insecten: dat moeten de diertjes zijn die in de buikplooien van de Groenlandse haai leven.

    In het bot en het vet zien we duidelijk de zaagvormige sporen van de beet. Ik had de haak door een peesopening gestoken en daardoor is het bot blijven zitten. Ik had verwacht dat de haai in elk geval het hele bot zou verbrijzelen als hij beet. Daarom hing de haai niet vaster aan de haak. Daarom raakte hij los. Daarom zitten we hier stommetje te spelen.

    Daar beneden zwemt ons monster, wachtend tot het weer wordt gevoerd.

  • We vissen steeds dieper en verder weg

    We vissen steeds dieper en verder weg

    Nu de populaire viswateren en -soorten vrijwel zijn uitgeput, moet de industriële visserij uitwijken naar alternatieven. Zo schuimt de Chinese vloot de kusten van Zuid-Amerika af op zoek naar inktvis.

    Zeemeeuwen zwenken krijsend rond de 
visserspier Caleta Portales in de Chileense havenstad Valparaíso, terwijl zeeleeuwen afwachtend op de golven drijven. Vissers sjorren 
hun boten uit het water, ontdoen hun netten van 
de magere vangst en sjokken naar een politieke bijeenkomst in een duistere ruimte die alleen verlicht wordt door een powerpointpresentatie. Vlakbij verkondigt een reeks witte spandoeken een uitdagende boodschap in grote rode letters: ‘NEE tegen de 
industriële inktvisvangst!’
    Tot een jaar of twintig geleden zouden deze Chileense vissers niet geïnteresseerd zijn geweest in inktvis. Voor hen telden alleen makreel en heek. Arme 
gezinnen in Valparaíso aten enchilada’s met loco, een groot zeeoorachtig schelpdier, dat op elke straathoek bij een karretje werd verkocht.

    Maar de zee is veranderd. Overbevissing bedreigt 
de eens zo overvloedige visvoorraden en de vissersgemeenschappen die daarvan afhankelijk waren. Inktvis is de nieuwste hulpbron in de oceaan die door mensen wordt geëxploiteerd – en het is ook een van de laatste.

    Afgelopen zomer schatte de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties dat van de 
commerciële visbestanden die het bijhoudt 90 
procent overbevist of geheel weggevist is, waaronder de tien commercieel meest productieve soorten. 
‘We vissen steeds dieper in de oceaan, en steeds 
verder weg,’ zegt zeebioloog Edgardo Fuentes van 
de Chileense Universidad Austral. ‘Wanneer de ene soort verdwijnt, gaan we de volgende overbevissen.’

    De Chileense loco, waarvan in de jaren tachtig ten behoeve van de export te veel werd gevangen, is vrijwel verdwenen. Aan het eind van de jaren negentig vingen Chileense vissers acht keer zoveel makreel 
als werd aanbevolen om de makreelstand op peil te houden. Over de hele wereld kwamen de makreelbestanden vanaf 2006 in een vrije val terecht. 
Ook bestanden van andere vissoorten zijn snel 
afgenomen.

    De oudere vissers van Valparaíso verdienden hun brood met het vangen van heek. Deze witte vis was een belangrijke pijler onder de Chileense export, 
tot de bestanden van deze soort begin deze eeuw werden gedecimeerd, als gevolg van overbevissing. ‘Tegenwoordig is er nog maar heel weinig heek. Niet alle schepen varen nog uit,’ klaagt Juan Gómez, die met zijn 64 jaar grotendeels is gestopt met vissen, maar de onofficiële dichter van de kades blijft. ‘Ik 
ben verliefd op de zee, ik ben een visserszoon. Het is moeilijk om voor andere dingen te werken.’

    Armeluisloco

    Inktvis neemt nu de plaats in van de verdwijnende vissoorten. In Valparaíso zijn de kleine vissers die vanuit Caleta Portales werken voor de helft van hun inkomen afhankelijk van inktvis. En bij de karretjes worden nu enchilada’s verkocht met inktvis, die 
de plaatselijke bewoners loco de los pobres noemen, 
oftewel armeluisloco. Zelfs Corpesca, het grootste visconglomeraat van het land, richt zich nu op 
inktvis. Tot woede van veel Chileense vissers kreeg Corpesca door een nieuwe visserijwet in 2012 een permanent quotum voor 20 procent toebedeeld.

    Visserijstatistieken zijn vaak onbetrouwbaar. In gebieden waar de visvangst is gereguleerd, geven vissers vaak te weinig vangst op, om de quota te 
ontduiken. Op de open oceaan telt niemand wat 
er gevangen wordt. En bedrijven in China, dat 
18 procent van de wereldwijde wilde visvangst voor zijn rekening neemt, geven soms te hoge vangsten op, om te voldoen aan de economische groeidoelstellingen van Beijing en zo in aanmerking te komen voor subsidies.

    Meer dan de helft van de vangst door de Chinese 
vissersvloot buiten de eigen territoriale wateren bestaat nu uit inktvis. Wat de Chinese schepen vangen, eet de wereld. De helft van alles wat Chinese vissers in internationale wateren vangen, wordt weer uitgevoerd, naar Europa, Noord-Azië, en Amerika. 
De FAO schat dat inktvis in 2013 ongeveer 6 procent van de wereldzeevoedselhandel vormde, terwijl dat volgens Chinese schattingen dichter bij de 9 procent ligt. De twee meest gevangen soorten inktvis stonden tussen 2003 en 2013 samen op de elfde plaats van 
de meest gevangen zeedieren; in 2014 was inktvis gestegen tot de op zes na meest gevangen soort.
    Omdat de bestanden in de wateren ten oosten van Siberië sterk zijn afgenomen, is de Chinese vissersvloot inmiddels al opgerukt tot Patagonië. Langere reizen hebben een uitbreiding in capaciteit met 
zich meegebracht. ‘De volumes zijn groot in Zuid-Amerika. We hebben grote volumes nodig om geld 
te kunnen verdienen, want de kosten zijn hoog,’ zegt Hu Shibao, directievoorzitter van CNFC Overseas 
Fisheries Co, een onderdeel van het grootste Chinese staatsvisconglomeraat. De bestanden van de Argentijnse kortvininktvis zijn sterk gaan fluctueren, waardoor de plaatselijke vissers gingen klagen dat 
de Chinese schepen die vlak buiten hun wateren werken, de vangst voor hun neus wegkaapten.

    Ondertussen heeft een deel van de Chinese vloot zijn werkterrein verlegd naar Peru en Chili, op zoek naar de vliegende jumbo-inktvis, een belangrijk exportproduct van Peru. Die smaakt minder lekker, maar Chinese verwerkers hebben een manier gevonden om het verschil te maskeren. Afgelopen maart vuurde de Argentijnse kustwacht in de eigen territoriale wateren op een 
Chinese vissersboot, en bracht die tot zinken.

    Chinese vissersschepen in de haven van Zhousan. – © Getty Images
    Chinese vissersschepen in de haven van Zhousan. – © Getty Images

    Een halve wereld verwijderd van Valparaíso is de dynamiek van de overbevissing en inktvis het 
duidelijkst zichtbaar in Zhoushan, de archipel aan 
de oostkust van China die de thuisbasis vormt voor 70 procent van de Chinese inktvisvloot. De eilanden liggen in een gebied dat ooit werd beschouwd als een van de rijkste visgronden ter wereld, op de plek waar het modderige water van de Hangzhoubaai de Oost-Chinese Zee ontmoet, even ten zuiden van Shanghai.

    ‘De afname van de visstand was hier extra opvallend,’ zegt Chen Wei, onderdirecteur van de goederenbeurs in Zhoushan. ‘Doordat de vis hier is verdwenen, zijn wij de afgelopen jaren het centrum van de overzeese visvangst geworden. Dit was in het verleden een groot vissersgebied en daarom is de verwerkingsindustrie sterk ontwikkeld, en zo is Zhoushan de belangrijkste plek voor het verwerken van inktvis geworden.’

    Beijing is bang dat de ineenstorting van de lokale visserij zal leiden tot banenverlies in de visverwerkende industrie in kustplaatsen als Zhoushan. Maar het antwoord van de Chinese overheid heeft de druk op de wereldwijde visbestanden alleen maar groter gemaakt. Strenge visverboden in het seizoen gaan gepaard met subsidies (voor diesel en scheepsbouw), waardoor de Chinese vissersvloot verder de internationale wateren in kan trekken. Deze subsidies hebben geleid tot een ‘ongebreidelde’ capaciteitsgroei van Chinese diepzeevisserij, zo meldde Greenpeace in een rapport uit 2016. De conclusie van het rapport is dan ook dat de Chinese industrie zich veel ‘verder heeft uitgebreid dan ze zich kan veroorloven’.

    Net als de vissers van Valparaíso hadden de dorpelingen van Zhoushan vóór de jaren zeventig weinig belangstelling voor inktvis. Toen beëindigde China zijn experiment met visserijcommunes en keerden families terug naar zee, om hun brood te verdienen in de nieuwe markteconomie. De bestanden van roodbaars, krab en inktvis in de Oost-Chinese Zee gingen hard achteruit en daarom gingen de vissersfamilies van Zhoushan samenwerken, om te kunnen investeren in grotere schepen. Ze volgden de zich verplaatsende baars noordwaarts, naar de koude wateren ten oosten van Vladivostok, en daar troffen ze inktvis aan. Conflicten met Koreaanse en Japanse schepen leidden tot een van de eerste zeeakkoorden van China, waarbij overlappende economische zones in de jaren negentig werden gedemarqueerd, volgens het zeerechtverdrag van de Verenigde Naties.

    Tegen die tijd stond de Japanse vliegende inktvis, die populair was in de Noord-Aziatische keuken, onder druk. De fabrikanten van Zhoushan investeerden in nog grotere schepen die nog langere reizen konden maken. Ze betaalden geld zodat hun zoons op school konden blijven en huurden boeren uit het arme 
binnenland in om de schepen te bemannen.

    De nieuwe haven moet in 2020 een miljoen ton zeevoedsel per jaar kunnen verladen, meer dan twee keer zo veel als de regio op dit moment binnenhaalt

    Naarmate de reizen duurder werden, vergrootten scheepseigenaren hun financiële armslag door samen conglomeraten te vormen als Ningtai Ocean, het grootste particuliere visserijbedrijf van China, met zestig schepen. Anderen financierden enorme transportschepen, waardoor de vissersvloot twee 
jaar lang weg kan blijven. Dat de Chinese schepen 
zo ver kunnen komen, is te danken aan een vertienvoudiging van de dieselsubsidies tussen 2006 en 2011, waarna Beijing volgens het Greenpeace-rapport deze cijfers niet langer vrijgaf.

    ‘Zonder die subsidies op diesel zouden de meeste 
vissers failliet gaan,’ zegt Wang Zhongxiao, directeur van Ningtai Ocean. ‘Vroeger waren de omstandigheden beter en waren we winstgevend zonder die subsidies; nu hebben we ze nodig.’ Het huidige Zhoushan is in de greep van de vreemde logica van de Chinese overcapaciteit: heb je ergens te veel van, bouw dan nog meer.

    Dat motto manifesteert zich in de nieuwe ‘nationale haven’ van Zhoushan, die voor een bedrag van 5,6 miljard renminbi (ruim 700 miljoen euro) is 
aangelegd om veel grotere oceaanschepen te kunnen bedienen. Nabijgelegen verwerkingsfabrieken 
worden gemoderniseerd en hun capaciteit wordt vergroot. De nieuwe haven moet in 2020 een miljoen ton zeevoedsel per jaar kunnen verladen, meer dan twee keer zo veel als de regio op dit moment binnenhaalt.

    De concurrentie van andere grote nieuwe havens 
die langs de Chinese kust zijn gepland, betekent 
dat de nieuwe haven van Zhoushan nog steeds bij lange na zijn doelstelling niet haalt, klaagt adjunct-directeur Lin Zhigang in het hoofdkwartier van het havenbouwbedrijf. Zijn oplossing: meer vis en inktvis uit verafgelegen zeeën binnenbrengen. ‘Iedereen moet eten, en men eet tegenwoordig steeds meer. Dus de voorraden moeten komen.’

    Auteur: Lucy Hornby
    Vertaler: Annemie de Vries

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • Wereldbeeld

    Wereldbeeld

    It’s never dull in hull.

    De Amerikaanse fotograaf Spencer Tunick staat bekend om zijn installaties van grote groepen naakte mensen. Op zaterdag 9 juli verzamelde hij 3200 vrijwilligers
    in de Engelse stad Hull, die zich lieten beschilderen met blauwe verf. ‘Ze arriveerden met duizenden’, noteerde The Guardian. ‘Sommigen lopend, anderen leunend op krukken, weer anderen in rolstoelen – maar allemaal naakt.’ De deelnemers poseerden vervolgens voor de camera op plekken die te maken hebben
    met Hulls maritieme geschiedenis. Volgens Tunick staat de golf aan blauwe mensen ook symbool voor de stijgende zeespiegel.

    © Andrew Yates / Reuters
    © Andrew Yates / Reuters