Tag: zelfbestuur

  • Voor de Koerden 
is het nu of nooit

    Voor de Koerden 
is het nu of nooit

    Al een eeuw strijden de Koerden in Irak voor zelfbestuur. Het referendum dat de Iraaks-Koerdische regering voor 25 september heeft uitgeschreven, biedt een unieke kans.

    Sinds de ontmanteling van de Koerdische provincie van het Ottomaanse rijk (als gevolg van de Britse bezetting van het gebied aan het einde van de Eerste Wereldoorlog), haken de Koerden in Irak naar onafhankelijkheid, in welke vorm dan ook. Aanvankelijk, aan het begin van de jaren twintig, richtten Europees georiënteerde nationalisten zich tot de Britse hoeders van het Iraakse mandaatgebied, met wie ze een wisselvallige relatie hadden. Onder auspiciën van de ‘koning van Koerdistan’, Mahmud Al-Hafid Barzanji, verzochten ze op de ‘lijst van nog te bevrijden volken’ te worden geplaatst. Ze wilden hiermee voorkomen dat ze weer onder Turks bewind zouden worden geplaatst.

    Nadat in 1932 de onafhankelijkheid van Irak was uitgeroepen – dat een Koerdische provincie kreeg – kwam de Koerdische nationalistische beweging voortdurend in botsing met de heersers in Bagdad. Achtereenvolgens waren dat de Hasjemitische dynastie (1932-1958), de nationalistische Iraakse leider Abdelkarim Al-Qassem (1958-1963) die Irak uitriep tot ‘eeuwige republiek’, en een reeks Baath-regimes: de gebroeders Abdelsalam en Abderrahman Aref (1963-1968), het duo Ahmed Hassan Al-Bakr en diens ‘secondant’ Saddam Hoessein (1968-1979), en tenslotte Saddam Hoessein zelf (1979-2003).

    De Amerikaanse invasie van Irak en de val van Saddam Hoessein in 2003 betekenden voor de Koerden dat ze niet meer voor een herstel van de tirannie van Bagdad hoefden te vrezen. Ze hadden al een autonoom gebied in Noord-Irak bevochten nadat de Amerikanen het bewind van Saddam in de nasleep van de Eerste Golfoorlog in 1991 vleugellam hadden gemaakt.

    schermafbeelding 2017 07 12 om 3 15 44 pm

    Nu is de Iraaks-Koerdische regering vastbesloten de nationalistische ambities volledig te verwezenlijken door op 25 september een referendum over onafhankelijkheid uit te schrijven. Er wordt openlijk van ‘afscheiding’ gesproken, een kortgeleden nog brandgevaarlijke term die tegenstanders van de Koerden gebruikten om hun autonomie in een kwaad daglicht te stellen.

    De situatie in de regio is weinig rooskleurig, maar dat komt de door schade en schande wijs geworden Koerden niet slecht uit. Zij weten immers dat hun omstandigheden verbeteren wanneer de vier staten waarover zij zijn uitgewaaierd (Irak, Iran, Syrië, Turkije) het zwaar te verduren krijgen. Alle spanningen tussen deze landen vormen voor de Koerden evenzovele bressen waarin zij zich kunnen nestelen.

    Mede dankzij het in 2006 ingestelde Iraakse federale systeem hebben de lokale autoriteiten van Erbil economische en politieke banden gesmeed met hun buurlanden, in het bijzonder met Iran en Turkije. Dit bewijst dat ze veel pragmatischer zijn dan uit hun nationalistische discours blijkt.

    Niet aan de grote klok

    Turkije en Iran hangen hun relatie met de Koerden in Irak liever niet aan de grote klok. Deze laatsten geven nu echter signalen af dat zij zich aan de kant van hetzij Ankara, hetzij Teheran zullen scharen, afhankelijk van de vraag welke partij het beste de Koerdische belangen dient. Daarom mijdt zowel Ankara als Teheran op dit moment meer dan ooit een confrontatie met de Iraakse Koerden. Want daarmee zou de ene regionale grootmacht de Koerden in de armen van de ander kunnen drijven, met ernstige economische en politieke schade als gevolg.

    De centrale regering in Bagdad is in dit politieke spel nog het minst te benijden, verzwakt als zij is door sektarische verdeeldheid, een neergaande economische situatie en een nog altijd haperende dagelijkse water- en stroomvoorziening. Bagdad – met zijn door sjiieten gedomineerde regering – wordt dermate door de eigen problemen in beslag genomen dat het zich van de rest van de Arabische wereld dreigt te vervreemden. Hierdoor is het minder in staat weerstand te bieden aan het Koerdische streven naar onafhankelijkheid. Het centrale Iraakse gezag is niet bij machte de Koerden zijn wil op te leggen. Het kan al helemaal geen oorlog tegen ze voeren, aangezien het Iraakse leger steeds verder uit elkaar valt. Blijft over: verbale agitatie.

    Overigens blijven de Koerden er heilig van overtuigd dat de Amerikanen het laatste woord zullen hebben, naast in mindere mate de Europeanen en de Russen

    Iraaks Koerdistan heeft zelf ook problemen, maar die zijn minder ernstig. Een optimistische visie luidt dat de onafhankelijkheid, die eventueel op het referendum volgt, een oplossing voor die problemen kan zijn. Salarissen zouden makkelijker kunnen worden betaald, en de spanningen tussen de regerende Koerdische Democratische Partij (KDP) en oppositiegroepen verminderen er wellicht door. Ook zou onafhankelijkheid een gunstig effect kunnen hebben op een transparant beheer van publieke gelden en op sociale gerechtigheid. Pessimisten vrezen juist dat de onafhankelijkheid vooral de huidige politieke elite ten goede zal komen en dat een nieuw Koerdistan meer zal lijken op Zuid-Soedan dan op een rechtsstaat en een baken van democratie. In dat scenario dient het referendum er alleen maar toe om de problemen te verdoezelen door nationalistische sentimenten op te poken.

    Hoe dan ook, voor een overweldigende meerderheid van de Koerden is dit referendum een unieke kans. De regionale Koerdische regering heeft daarom haar uiterste best gedaan haar betrekkingen met Arabische landen, met name de Golfstaten, op te poetsen. Dit om zo veel mogelijk steun voor de Koerdische onafhankelijkheid te verwerven. Toch blijven vooral Iran en Turkije sceptisch: ze zijn beducht voor het effect van die onafhankelijkheid op hun eigen Koerdische minderheden.

    Overigens blijven de Koerden er heilig van overtuigd dat de Amerikanen het laatste woord zullen hebben, naast in mindere mate de Europeanen en de Russen. Het Koerdische leiderschap zou het ook wel uit het hoofd hebben gelaten dit referendum te organiseren als het daarvoor geen groen licht van de wereldmachten had gekregen. Sinds 1991 hebben de Koerden geleerd zelfvoorzienend te zijn en rekening te houden met de duistere wetmatigheden die de internationale politiek dicteren.

    Evenzeer hebben zij een instinct ontwikkeld om de kansen te grijpen die de omstandigheden bieden. Op die manier zouden ze een einde kunnen maken aan de illusie van de ‘eeuwige’ republiek die de vroegere nationalistische Iraakse president Abdelkarim Al-Qassem koesterde.

    Of Koerdistan wordt nu onafhankelijk, of het wordt dat nooit meer: dat is de opvatting in de regio.

    Auteur: Shawrash Darwich

    Al-Hayat
    Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000

    ‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

  • Afwezige overheid? Dan doen de Algerijnen het zelf wel

    Afwezige overheid? Dan doen de Algerijnen het zelf wel

    Omdat de Algerijnse overheid het laat afweten, zijn zeven dorpen in het noordelijke provincie Kabylië overgegaan tot zelfbestuur. De afgelopen jaren werden al tal van voorzieningen gerealiseerd, zoals stromend water en afvalrecycling. De volgende stap is een museum om toeristen te trekken.

    ‘De staat is afwezig in onze dorpen. Ze denken pas aan ons als ze de politie hiernaartoe sturen om ons de oproepen voor militaire dienst te bezorgen.’ Wie de moeite neemt om door dit deel van Kabylië te trekken, zal vast getroffen worden door de woeste schoonheid van de streek, maar niet alleen daardoor. Afgelopen mei werd in de provincie het project Ayla Tmurt [rijkdom en grondstoffen] gelanceerd: een regionaal plan om zeven dorpen gezamenlijk te ontwikkelen. Het idee is om solidair te zijn en elkaar zo veel mogelijk te helpen: alle voorzieningen worden onderling gedeeld, ook binnen de dorpen zelf.

    Dat is hard nodig, want zowel ’s zomers als ’s winters hebben de bewoners van de dorpen veel te lijden. In de zomer is het stikheet in het gebied, terwijl de winters juist hard zijn. Het is bitterkoud en er valt vaak meer dan een meter sneeuw. De meeste van deze dorpen zijn moeilijk bereikbaar, niet alleen ’s winters. Maar de streekbewoners hebben wel wat anders om over te klagen dan de slechte wegen. ‘De meeste van onze dorpen zijn voor hun lokale ontwikkeling volledig op zichzelf aangewezen. We moeten zelf maar zien hoe we, met onze beperkte middelen, overleven in dit geïsoleerde, bergachtige gebied,’ vertelt een zestigjarige aan de rand van het dorp Iguersafène in de gemeente Idjer (een van de zeven gemeenten die bij het plan betrokken zijn). De dorpelingen hebben er hun eigen bestuur opgezet. Het dorpscomité, Tajmaât, zit overal bovenop en is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het dorp. Dit systeem van zelfbestuur functioneert goed; de bewoners hebben, met hulp van émigrés in Frankrijk, alle projecten zelf gefinancierd.

    Brandschoon

    Het dorp oogt brandschoon, je zult hier niet snel een peuk op straat aantreffen. Niet verwonderlijk trouwens: overal in het dorp staan borden om de voorbijganger eraan te helpen herinneren zich om zijn omgeving te bekommeren. Sinds 2012 betaalt elk huishouden een door het dorpscomité vastgestelde milieubelasting van 400 Algerijnse dinar [1000 dinar is 8,64 euro] per jaar. Ook wordt er goed op gelet dat iedereen zijn afval scheidt. Her en der op straat staan afvalcontainers in verschillende kleuren, elk voor een bepaald type afval.
    Organisch afval, glas en plastic worden in een speciaal met dit doel ingerichte centrale verder verwerkt. Het plastic afval wordt verkocht aan een recyclingbedrijf, wat het comité weer wat extra inkomsten oplevert. Het organisch afval wordt op een centraal punt buiten het dorp samengeperst en als compost verzameld. Voor het vervoer ervan is een tractor aangeschaft; de jongeman die hem rijdt krijgt 25.000 dinar per maand.

    ‘We geven wel 8 miljoen dinar per jaar uit. Al deze projecten financieren we zelf. Elk gezin draagt zo’n 800 dinar per jaar bij en oud-dorpsbewoners in het buitenland maken 60 euro over,’ vertelt voormalig wiskundeleraar en fabrieksdirecteur Arezki Messaoudène, nu voorzitter van het dorpscomité van Iguersafène. In het dorp wonen momenteel 4500 mensen, wat het de grootste agglomeratie van de gemeente Idjer maakt. In de afgelopen jaren is er in Iguersafène een levendige artistieke cultuur in de openlucht ontstaan, vooral nadat het dorp in 2014 de twaalfde editie van het festival Raconte-Arts organiseerde.

    ‘Bij ons zijn zelfbestuur en zelfvoorzienendheid een cultuur geworden. Aangezien er geen hulp van de overheid komt, doen we het maar zelf. Maar dat is al heel lang zo, eigenlijk al sinds de onafhankelijkheid,’ vertelt de voorzitter. In 1957 wilden 65 dorpelingen zich met wapens en munitie bij het verzetsleger ALN aansluiten, en ze besloten daarom dienst te nemen in het koloniale leger. Zodra zij onder de wapenen waren, organiseerden ze een collectieve ontsnapping naar het hoofdkwartier van kolonel Amirouche. Als represaille maakte het Franse leger het hele dorp met de grond gelijk.

    Na de onafhankelijkheid beschikte de staat nauwelijks over middelen, dus de dorpelingen moesten zelf voor de wederopbouw van hun dorp zorgen. In die tijd ontstond de eerste vrijwilligersdienst, en al snel kwam er een tweede om het dorp van vers bronwater te voorzien. ‘De gemeente hoefde alleen nog voor de waterzuivering te zorgen,’ vertelt de voorzitter. ‘In 2008 hebben we gevraagd of 145 nieuwe woningen op het elektriciteitsnet konden worden aangesloten, maar tot nu toe is dat niet gebeurd. We leven hier heel geïsoleerd in de bergen en kunnen niet wachten tot de staat ons komt helpen.’ In 1998 besloten de bewoners stromend water in hun woningen aan te leggen en installeerden ze hun eigen watermeters. Dit project werd uit eigen middelen gefinancierd en kostte in totaal 34 miljoen dinar. Maandelijks betalen de gezinnen niet meer dan honderd dinar per woning.

    Alleen in de droge tijd tussen juni en december is het watergebruik gelimiteerd. ‘In die periode mag het gebruik niet boven de tachtig liter water per dag per persoon uitkomen. Gaat een huishouden daar overheen, dan moet het een boete van vijfhonderd dinar per kubieke meter betalen, oftewel een halve dinar per liter,’ vertelt de voorzitter van het dorpscomité. Voor het onderhoud van de waterleiding heeft het dorp voltijds een loodgieter in dienst genomen, die 25.000 dinar per maand verdient.

    1. Een bewonersbijeenkomst in Iguersafène; 2. Overal in de dorpen roepen borden op om het milieu te beschermen; 3. Dorpelingen metselen een muurtje.
    1. Een bewonersbijeenkomst in Iguersafène; 2. Overal in de dorpen roepen borden op om het milieu te beschermen; 3. Dorpelingen metselen een muurtje.

    Vrijwilligersdiensten zijn in het dorp traditie en vinden elke week plaats. Iedereen moet op zijn beurt een taak vervullen in het algemeen dorpsbelang. Is iemand zonder geldige reden afwezig, dan mag hij of zij zijn beurt inhalen of moet anders een boete van duizend dinar per dag betalen. In de laatste maanden hebben de dorpelingen, met uit de dorpskas betaalde materialen, honderd meter waterleiding aangelegd, de wegen om het dorp heen onderhouden, de straten verbreed om ze berijdbaar te maken en twee pleinen aangelegd. Verder is het dorpskerkhof opgeknapt en is verlichting aangelegd op de weg naar dit kerkhof. ‘De realisatie van al deze projecten heeft zo’n 6,5 miljoen dinar gekost,’ vertelt de president van het dorpscomité.

    Het dorp heeft ook een lokale verordening, die door de inwoners nauwgezet wordt nageleefd. Wel is deze verordening momenteel onderwerp van discussie, want de dorpelingen willen hem amenderen. ‘De discussie over een nieuwe verordening zal eind dit jaar worden afgesloten. We moeten hem aanpassen aan de huidige tijd, want zowel het dorp als de mentaliteit van de bewoners zijn veranderd,’ zegt Arezki Messaoudène. In alle dorpen die we bezochten leeft een sterk moreel besef: de dorpelingen laten iemand die hulp nodig heeft nooit in de steek. Armlastige personen ontvangen structurele hulp. Net als in veel andere dorpen in Kabylië, heeft ook in dit dorp de dorpsraad veel gezag; de voorzitter van het dorpscomité heeft eerder een gidsfunctie.

    Het dorpscomité vergadert zowat elke dag, helemaal sinds de leden voor hun werk een vergoeding ontvangen

    Dat geldt ook voor het dorp Boumessaoud in de gemeente Imsouhal in dezelfde streek, dat maar 350 inwoners telt. Dit jaar werd Boumessaoud tot het schoonste dorp van Kabylië gekozen [in oktober ontving het als prijs 10 miljoen dinar van het ministerie voor Water en Milieu]. Bij de ingang van het dorp ontmoeten we de 66-jarige metselaar Nacer Ami. Hij is lid van het dorpscomité en vertelt ons dat hier dezelfde verordening van kracht is als in Iguersafène. ‘De enige verschillen zijn de manier waarop de contributie wordt geïnd en de hoogte van de boetes,’ vertelt hij. In Boumessaoud betalen de bewoners het comité 120 dinar per persoon per jaar.

    Tweemaal per week draaien de dorpelingen vrijwilligersdiensten. Het dorpscomité vergadert zelfs zowat elke dag, helemaal sinds de leden voor hun werk een vergoeding ontvangen. Nacer Ami’s 22-jarige zoon Ramdane, die als kok werkt in Azazga, verzekert ons dat zijn dorp ‘zich helemaal niet had voorbereid op de verkiezing voor het schoonste dorp’. ‘We waren er gewoon klaar voor, omdat we al ruim tien jaar als vrijwilligers aan het onderhoud van ons dorp werken. Dat is een traditie die we van onze voorouders hebben meegekregen. Alle tekeningen, beelden en versieringen van het dorp zijn door de bewoners zelf gemaakt,’ legt Ramdame uit.

    Al in 1974 legden de bewoners van Boumessaoud hun eigen riolering aan; in 1991 werd die vernieuwd. Daarvoor werden, met geld uit de dorpskas, voor in totaal 10 miljoen dinar vier boren aangeschaft. Net als in Iguersafène, krijgt het dorp vooral steun van naar Frankrijk geëmigreerde ex-bewoners. ‘Afgezien van Sonelgaz is de staat in de overheid niet meer aanwezig. Het gemeentebestuur hebben we ooit om ondersteuning gevraagd en we kregen toen enkel twee emmers verf van ze. Als we alleen van hun afhankelijk waren, zouden we nog in het stenen tijdperk leven,’ zegt Nacer Ami wrang.

    In deze twee dorpen, evenals in het nabijgelegen Tazerouts, speelt het comité voor scheidsrechter bij conflicten tussen dorpelingen. ‘Maar als twee strijdende partijen ook samen met het comité geen overeenstemming kunnen bereiken, dan moet de voltallige dorpsraad zich over de kwestie buigen. Wordt er dan nog geen oplossing gevonden, dan wordt het geschil overgedragen aan justitie. Besluit een van de partijen die stap op eigen houtje te zetten, dan betaalt hij daarvoor een boete van 10.000 dinar. Maar tot nu toe heeft nog niemand dat gedaan,’ vertelt de 44-jarige Slimane Aït Khaldoun, die lid is van het dorpscomité van Tazerouts. De bewoners van dit dorp kozen al in 1960 voor zelfbestuur.

    ‘Uit onze eigen middelen hebben we onder andere een dorpsplein aangelegd, meerdere fonteinen, een draaimolen van 500.000 dinar en een crèche,’ vertelt de 59-jarige Youssef Aït Ali Amara, een gepensioneerd politieman die ook lid is van het dorpscomité. Het dorpscomité van Tazerouts, een stadje met 1200 inwoners op 1200 meter hoogte, wordt bij de totstandkoming van deze projecten ondersteund door een stel lokale winkeliers.

    Museum

    Maar niet alleen door hen. Slimane erkent dat de families van zijn dorp, net als die uit andere dorpen in de streek, kunnen rekenen op ‘contributie uit de diaspora, van gepensioneerden in Frankrijk, en ook van voormalige mujahideen die in de Algerijnse vrijheidsstrijd hebben gevochten’. Maar volgens hem zijn die inkomsten onvoldoende. ‘Ons dorp heeft een slechte infrastructuur. We hebben geen middelbare school, geen ziekenhuis, geen vergaderzaal. Ook hebben we geen sportaccommodatie, bioscoop of polikliniek. We kunnen lang niet alles doen wat we zouden willen,’ zegt Slimane met spijt in zijn stem. Er heerst vaak ook onduidelijkheid over of de staat verplicht is de stoffelijke overschotten van ex-bewoners die in het buitenland zijn overleden te repatriëren. Politieke organisaties in de diaspora stellen het gebrek aan steun van de kant van de overheid hierbij aan de kaak en vinden dat de staat het op zich zou moeten nemen. Voor de dorpen met zelfbestuur vormt dit echter niet langer een probleem. In het dorp Tabourt met 900 inwoners, dat onder de gemeente Tifagha valt, neemt de vereniging van oud-dorpelingen in Frankrijk de repatriëringskosten van stoffelijke overschotten voor haar rekening.

    Ondanks de beperkte middelen ontbreekt het in deze autonome dorpen niet aan ideeën. Het dorpscomité van Tazerouts wil een opnamestudio voor jonge artiesten uit het dorp inrichten, en een radiostation. Verder moet er een tweede watertoren komen en wil men de geldprijs van 7 miljoen dinar die het dorp vorig jaar kreeg, toen het werd uitverkozen tot het op een na schoonste dorp van Kabylië, investeren in de bouw van een museum op de hoogste heuveltop van de regio.

    In Iguersafène wil het dorpscomité zelf het plastic afval gaan recyclen, om het vervolgens tegen een betere prijs door te kunnen verkopen. Daarvoor is al een contract gesloten met een klant in Béjaïa. Maar daarbij blijft het niet: het comité wil ook een studiecentrum in het bos openen waar scholieren en studenten, waar ze ook vandaan komen, zich aan de studie kunnen wijden. De bewoners van het dorp hopen met dit project meer bezoekers en toeristen te lokken. Zoals de jonge Idir Raab het verwoordt: ‘De toekomst ligt in handen van de generaties die de bloeiperiode van deze autonome dorpen in Kabylië hebben meegemaakt.’

    Auteur: Meziane Abane
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Openingsbeeld: Het Kleine Atlasgebergte, waar Kabylië deel van uitmaakt. – © DeAgostini / Getty

    El Watan
    Algerije | dagblad | oplage 160.000

    In 1990 is ‘Het Land’ opgericht door journalisten die van de officiële staatskrant afkomstig waren. Directeur Omar Belhouchet heeft in het buitenland verscheidene prijzen voor journalistiek en persvrijheid ontvangen.