De meeste patiënten wonen in minder welvarende landen
Zonder voldoende maatregelen en financiering zou het aantal nieuwe kankergevallen wereldwijd de komende 25 jaar met ongeveer 61 procent kunnen toenemen tot 30,5 miljoen en zou het jaarlijkse aantal sterfgevallen met bijna 75 procent kunnen stijgen tot 18,5 miljoen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Zo luidt de conclusie van een nieuwe evaluatie die is gepubliceerd in The Lancet en is uitgevoerd in het kader van Global Burden of Disease, een onderzoeksprogramma dat de dodelijkheid en schadelijke gevolgen van ernstige ziektes en de risicofactoren onder verschillende bevolkingsgroepen onderzoekt.
De onderzoekers roepen op tot meer preventie en behandeling, met name in minder welvarende landen. De meerderheid van de patiënten woont momenteel in landen met een laag of gemiddeld inkomen.
We staan niet machteloos tegenover een nieuwe pandemie, maar dan moeten we wel snel in actie komen, aldus klimaatjournalist John Vidal. ‘De enige manier om de gezondheid van mens en planeet langdurig op peil te houden is de verstoring van de natuur tot een minimum terugbrengen.’
Keuze uit het archief
Een nieuwe ziekte houdt de wereld in de ban: het hantavirus. De uitbraak begon aan boord van het cruiseschip Hondius, waar meerdere passagiers aan het virus bezweken. In Nijmegen moesten twaalf personeelsleden van het Radboud UMC in quarantaine na in contact te zijn geweest met een patiënt met hantavirus.
Voor de deskundigen komt de mogelijk nieuwe pandemie niet uit de lucht vallen. Klimaatjournalist John Vidal schreef drie jaar geleden in The Guardian al over het hantavirus. In zijn artikel pleit hij ervoor niet zozeer de symptomen als wel de onderliggende oorzaken van een eventuele pandemie aan te pakken: het landbouwbeleid, klimaatopwarming en de veranderde relatie tussen mens en dier.
Toen hij op internet voor acht dollar die leuke brandmuis kocht voor zijn dochters zesde verjaardag, wist de zakenman uit São Paulo niet beter of het beestje was gegarandeerd vrij van ziektes en afkomstig van een erkend fokker. In werkelijkheid was het gevangen op de uitgestrekte suikerrietvelden die in Brazilië zijn aangeplant voor de productie van de biobrandstoffen waarmee het gebruik van fossiele brandstoffen moet worden teruggedrongen. Die akkers waren na de zoveelste hittegolf weer eens overspoeld met muizen.
De muis had wel een keer in de vinger van zijn dochtertje gehapt, maar daar maakte niemand een drama van, en zes dagen later vertrok vader op reis naar Europa. Tegen de tijd dat hij in Amsterdam aankwam, was zijn dochtertje al met hoge koorts, spierpijn en ademhalingsproblemen in het ziekenhuis opgenomen en voelde hij zich ook niet zo lekker. Dat was het begin van een van de ergste pandemieën in de geschiedenis, die meer slachtoffers eiste dan corona, sars en de Spaanse griep bij elkaar.
Binnen een week waren er al driehonderd mensen besmet en na een maand lagen wereldwijd driehonderdduizend mensen naar adem te happen. Na acht maanden waren er naar schatting al twintig miljoen mensen overleden en een miljard mensen besmet. Dit was corona op anabolen. Aan corona overleed 1 procent van de mensen die besmet waren, maar dit nieuwe hantavirus muteerde net zo snel als de omikronvariant en kostte een op de drie van de besmette personen het leven. Dit was ‘ziekte X’, de in 2018 door deskundigen van de Wereldgezondheidsorganisatie bedachte naam voor een onbekende en extreem schadelijke ziekte waar nog geen medicijn of vaccin tegen bestaat en die honderden miljoenen levens zou kunnen eisen.
Niet machteloos
Tot zover is dit fictie. Ziekte X is nog een hypothetische ziekte. Maar men is het er in de wetenschap wel over eens dat er iets dergelijks aan zit te komen. Dat hoeft geen hantavirus te zijn. Het kan ook een griepvirus zijn, een coronavirus zoals covid-19, of de terugkeer in krachtiger gedaante van een oude moordenaar zoals tyfus, tuberculose of de pest. Zo’n virus kan op de mens overspringen via een hamster, een vleermuis, een kip of een teek. Het kan gebeuren in een pelsdierfokkerij in Noorwegen of bij een varkenshouder in Mexico. Het kan ontstaan in een door mensen verstoord bos, in een Amerikaans wapenlaboratorium of op een Britse boerenmarkt. Het kan nog decennia duren voordat het gebeurt, maar met de klimaatverandering, de nieuwe ecologische wereldsituatie, de hypermobiliteit van de mens en de steeds grotere bevolkingsconcentraties van zowel mensen als dieren is een volgende grote pandemie onvermijdelijk.
Pandemieën kosten veel meer levens en geld dan oorlogen
Pandemieën kosten veel meer levens en geld dan oorlogen, en toch maakt geen enkele nationale overheid of internationale instantie momenteel plannen om iets te doen aan de onderliggende oorzaken van corona of van het feit dat de uitbraken van grote nieuwe infectieziekten als aids, ebola, het Marburg-virus, de vogelgriep, sars, mers, mpox en het Nipah-virus allemaal in de afgelopen vijftig jaar plaatsvonden. Overheden en bedrijven geven meer prioriteit aan een betere bestrijding van de symptomen met vaccins en technologie dan aan het aanpakken van de oorzaken van de ziektes.
Toch staan we niet machteloos. We weten dat de volgende grote pandemie hoogstwaarschijnlijk een zoönose zal betreffen (een ziekte die is overgesprongen van dier op mens) en verband zal houden met de staat van het milieu en de wijze waarop de mens overal ter wereld zijn leefomgeving manipuleert, verandert en beschadigt. Intensieve ontbossing, het droogleggen van waterrijke gebieden, bodemuitputting, de instorting van de biodiversiteit en de groei van uitgestrekte, verarmde steden creëren samen de ideale omstandigheden voor virussen om sneller te ontstaan en te evolueren en gemakkelijker van de ene soort naar de andere over te springen.
Zes lessen
Corona heeft ons geleerd dat het niet mogelijk is de evolutie van ziektes tegen te houden of ons er volledig voor af te sluiten. Maar er zijn minstens zes dingen die we wel kunnen doen om de kans op een pandemie te verkleinen en de ernst van een eventuele uitbraak te verminderen.
Ga anders denken over de relatie tussen mens en dier. Sinds 1970 hebben bij welhaast elke grote uitbraak van een ziekte dieren een grote rol gespeeld. In die betrekkelijk korte tijd zijn er zo’n vijfhonderd nieuwe zoönosen ontstaan, waaronder mers, de vogelgriep, ebola, het marburgvirus, lassakoorts, het Nipah-virus, het zikavirus, corona en aids. Nooit eerder hebben zoveel mensen zo dicht op de ziekteverwekkers van andere diersoorten geleefd.
Hervorm de landbouw. Nooit eerder hebben we zoveel dieren in de intensieve veehouderij gehouden: jaarlijks worden er meer dan zeventig miljard geslacht. De wereldwijde voedselproductie is momenteel afhankelijk van enorme hoeveelheden genetisch identieke kippen, runderen en varkens die in enorm intensieve, overbevolkte, krappe en volstrekt onnatuurlijke omstandigheden worden gehouden. Het groeiende gevaar is dat intensieve veehouderijen een ziektefabriek worden, waar infectieziekten zoals griepvirussen ontstaan en krachtiger worden, totdat extreem schadelijke varianten zich onder de dieren verspreiden en zelfs op de mens overspringen.
We moeten de verstoring van de natuur minimaliseren en zorgen dat we minder in contact komen met de ziektes van andere soorten
Herstel ecosystemen. In de afgelopen dertig jaar zijn bossen, watergebieden en bodemstructuren onder druk van de voedselproductie wereldwijd sneller veranderd dan ooit tevoren, zijn er grotere hoeveelheden fossiele brandstoffen en andere delfstoffen aan de aarde onttrokken dan ooit tevoren en is de wereldwijde handel en het verkeer van mensen sterker toegenomen dan ooit tevoren. Door houtkap, verstedelijking en bevolkingsgroei zijn ecosystemen verbrokkeld en is een ideale situatie geschapen voor het ontstaan en de verspreiding van nieuwe ziektes. We moeten de verstoring van de natuur minimaliseren en zorgen dat we minder in contact komen met de ziektes van andere soorten.
Beperk de uitstoot van broeikasgassen. De opwarming van de aarde verhoogt de kans op nieuwe ziektes en heeft invloed op waar die ontstaan en zich verspreiden. Als temperaturen stijgen, de regenval toeneemt of droogte en hittegolven langer duren, veranderen de levensomstandigheden. De insecten, vleermuizen, teken en andere dieren die dragers zijn van ziektes als malaria, riftdalkoorts, cholera en dengue zullen zich daardoor wijder verspreiden. De klimaatverandering drijft dieren nu al naar nieuwe gebieden doordat hun natuurlijke habitat wordt vernietigd. Zo belanden ze in nieuwe omstandigheden, waarin soorten die nooit eerder met elkaar in contact kwamen naast elkaar leven en ziektekiemen uitwisselen. Als de opwarming geen halt wordt toegeroepen, zal niet alleen de mens daaronder lijden, maar zullen er tal van nieuwe ziektes opduiken, op onverwachte plaatsen.
Leg laboratoriumproeven aan banden. Over de oorzaak van covid-19 lopen de meningen uiteen, maar het risico op een pandemie die in een laboratorium ontstaat is reëel en groeit ieder jaar. Wereldwijd wordt in duizenden laboratoria van bedrijven, universiteiten en overheidsinstanties nu medisch en militair onderzoek uitgevoerd met de gevaarlijkste bacteriën en virussen ter wereld. De zoektocht naar nieuwe vaccins en manieren om gevaarlijke ziekteverwekkers te beteugelen is een miljardenindustrie. Het risico op een pandemie die voortkomt uit controversieel ‘gain-of-function’ onderzoek (waarbij een virus voor militaire of medische doeleinden doelbewust gevaarlijker wordt gemaakt) is hoog.
Als we ons beperken tot het met vaccins en technologie bestrijden van eenmaal uitgebroken epidemieën, laten we de kans lopen om te voorkomen dat ze zich überhaupt voordoen
Hou meer controle op mogelijke ziekte-uitbraken. Van nieuwe uitbraken en mutaties van infectieziekten komen we niet meer af. Maar wie erdoor getroffen wordt en waar het plaatsvindt, daar hebben wij nu wel zelf invloed op. Zeker in grote steden is een goede gezondheidszorg de beste manier om nieuwe uitbraken van een ziekte vroeg te signaleren, te achterhalen welke stammen zich verspreiden, daarop te testen en de verspreiding een halt toe te roepen. Maar daarvoor moeten alle landen echt werk maken van het uitroeien van de armoede in de wereld. Dat is voor het rijke noorden misschien wel de beste garantie tegen toekomstige pandemieën.
Het is nu net zo onmogelijk om het risico op infectieziekten volledig uit te bannen als twintig jaar geleden. Maar als we ons beperken tot het met vaccins en technologie bestrijden van eenmaal uitgebroken epidemieën, laten we de kans lopen om te voorkomen dat ze zich überhaupt voordoen. De enige manier om de gezondheid van mens en planeet langdurig op peil te houden is de verstoring van de natuur tot een minimum terugbrengen en te zorgen dat wij zo weinig mogelijk in contact komen met de ziekteverwekkers van andere soorten.
In Sub-Sahara-Afrika is de levensverwachting spectaculair gestegen dankzij succesvolle bestrijding van infectieziekten. Maar niet-overdraagbare aandoeningen worden zelden gediagnosticeerd of behandeld.
Hannah Wanjiru had jarenlang last van duizelingen en hoofdpijn. Pas na zes dure doktersafspraken werd hoge bloeddruk vastgesteld en kon ze medicijnen nemen. Intussen was ze twee jaar en verschillende flauwtes verder. In diezelfde periode kreeg haar man, David Kimani, een andere arts. Die stelde de diagnose diabetes, wat voor het echtpaar net zo onverwacht was.
Met een andere ziekte waren ze misschien beter af geweest. Niet ver van hun kleine appartement in de hoofdstad van Kenia is een openbaar ziekenhuis waar gratis behandelingen voor hiv en tuberculose worden gegeven. Hun wijk – met lage inkomens – hangt vol posters die gratis hiv-preventiediensten aanbevelen.
Dergelijke initiatieven zijn er niet voor hoge bloeddruk of diabetes, of voor andere ziekten zoals kanker en chronische ademhalingsaandoeningen. In Kenia en een groot deel van Sub-Sahara-Afrika is de gezondheidszorg – en de internationale donaties waarvan ze deels afhankelijk is – sterk gericht op de behandeling van besmettelijke ziekten zoals hiv en malaria.
‘Als ik mijn bloedsuiker laat testen, moet ik soms de hele dag wachten. Ik val dan bijna flauw in de rij,’ aldus Kimani.
Dankzij de succesvolle bestrijding van hiv, tuberculose en andere dodelijke infectieziekten en de uitbreiding van basisvoorzieningen heeft Sub-Sahara-Afrika de afgelopen twintig jaar een buitengewone stijging van de levensverwachting gezien. Een verlenging van tien jaar, zo meldde de Wereldgezondheidsorganisatie onlangs. Het is de grootste stijging ter wereld.
‘Maar de dramatische toename van hypertensie, diabetes en andere niet-overdraagbare ziekten en het gebrek aan gezondheidszorg rondom deze ziekten werken deze verbeteringen tegen’, zo stelt de WHO in een rapport over Afrikaanse gezondheidszorg. De organisatie waarschuwt hierin dat de stijging van de levensverwachting vóór het einde van het volgende decennium alweer teruggedraaid kan zijn.
Niet-overdraagbare ziekten zijn nu goed voor de helft van de ziekenhuisbedden in Kenia en meer dan een derde van de sterfgevallen. Die percentages komen min of meer overeen met de rest van Sub-Sahara-Afrika, waar mensen er bovendien op jongere leeftijd dan elders in de wereld door worden getroffen.
‘Vaccinatieprogramma’s lopen goed, en hiv-programma’s ook – maar diezelfde mensen zullen op jonge leeftijd sterven aan niet-overdraagbare ziekten,’ aldus dokter Gershim Asiki. Als onderzoeker bij het African Population and Health Research Center, een onafhankelijke organisatie in Nairobi, richt hij zich op de aanpak en preventie van de aandoeningen in kwestie.
Diagnose
De medicijnen en benodigdheden die Wanjiru (44) en Kimani (49) nodig hebben, kosten elke maand ruim 55 euro – een groot deel van het inkomen dat hun kleine buurtwinkel opbrengt, vertelt Wanjiru terwijl ze in haar woonkamer een kopje thee drinkt. Allebei slaan ze hun medicatie over in de maanden dat ze schoolgeld moeten betalen voor hun vier kinderen.
‘Eerst krijg ik hoofdpijn en voel ik me zwak, en dan voel ik me gestrest, omdat ik weet dat ik medicijnen moet kopen in plaats van eten voor mijn gezin,’ aldus Kimani.
Het komt hier maar zelden voor dat controles op aandoeningen als hoge bloeddruk regelmatig worden uitgevoerd. Het aantal diagnoses is laag, en vaak is alleen in gespecialiseerde centra in stedelijke gebieden zorg te krijgen. Mensen zijn niet bekend met de kwalen: iedereen herkent malaria, maar slechts weinig mensen weten dat wazig zicht of uitputting een gevolg is van hoge bloeddruk. Veel zorgverleners weten ook niet waar ze op moeten controleren.
Toen Asiki’s organisatie een paar jaar geleden in een arme gemeenschap in Nairobi willekeurige controles uitvoerde, ontdekten onderzoekers dat een kwart van de volwassenen hoge bloeddruk had. Tachtig procent van hen was daar echter niet van op de hoogte. Van degenen die het wel wisten, hield minder dan drie procent hun bloeddruk op peil met medicijnen.
Iedereen herkent malaria, maar weinig mensen weten dat wazig zicht en uitputting gevolg zijn van hoge bloeddruk
Slechts een fractie van het Keniaanse gezondheidsbudget wordt besteed aan niet-overdraagbare ziekten. Die fractie bedroeg elf procent in 2017 en 2018 – de meest recente cijfers in het strategisch plan van de regering. Bovendien zijn die middelen meestal bestemd voor dure curatieve diensten zoals bestralingsmachines in kankerklinieken en nierdialysecentra. ‘Ondertussen krijg ik mensen over de vloer die kanker in stadium vier hebben en een heel kleine overlevingskans, omdat ze maar geen diagnose kunnen krijgen,’ zegt Asiki.
Volgens Catherine Karekezi knippen politici graag lintjes door voor nieuwe kankercentra maar zien ze geen politiek voordeel in een screeningprogramma voor de lange termijn. Karekezi is uitvoerend directeur van de Keniaanse afdeling van internationale patiëntenorganisatie Non Communicable Disease Alliance.
‘Tachtig procent van de sterfgevallen door niet-overdraagbare ziekten in dit land is te voorkomen,’ aldus Karekezi. ‘We kunnen de oorzaken voorkomen, en als je de aandoening eenmaal hebt, kunnen we voorkomen dat er verdere complicaties ontstaan.’
Maar, zo vertelt ze, in plaats daarvan worden mensen op steeds jongere leeftijd ziek en ontwikkelen ze ernstige complicaties, waardoor ze soms niet kunnen werken. ‘Het economisch actieve deel van de bevolking wordt getroffen,’ zegt ze.
Het komt veel voor dat mensen op hun vijftigste aan een niet-gediagnosticeerde hartziekte of aan de complicaties van diabetes sterven, wat vervolgens wordt toegeschreven aan ‘ouderdom’. Er zijn geen goede mechanismen om doodsoorzaken nauwkeurig mee op te sporen, wat betekent dat noch het publiek noch beleidsmakers de ware omvang van het probleem bevatten, aldus Asiki.
In tegenstelling tot hiv-medicatie en -zorg, die gewoonlijk gratis is en gesubsidieerd wordt door internationale donoren, komt de behandeling van diabetes of hoge bloeddruk gewoonlijk voor eigen rekening. De kosten zijn vaak schrikbarend hoog, aldus dokter Jean-Marie Dangou, die het programma voor niet-overdraagbare ziekten van het regionale kantoor van de WHO in Afrika coördineert.
‘In de Democratische Republiek Congo kost de behandeling van hypertensie maandelijks twee derde van het gemiddelde gezinsinkomen,’ vertelt hij. ‘Voor een gezin is dat absurd. Toch komt het best veel voor.’
Annah Mutindi (42) gaf al het geld dat ze als bediende in een kledingwinkel in Nairobi had opgespaard uit aan doktersbezoeken en tests. Totdat in januari 2021 werd vastgesteld dat de pijnlijke knobbel in haar borst kanker was. Ze kreeg een behandeling van twaalf tweewekelijkse chemokuren voorgeschreven. In principe had ze die tegen minimale kosten kunnen krijgen in een groot openbaar ziekenhuis in het centrum van de stad, maar de behandeling was almaar niet op voorraad.
In plaats daarvan moest ze wachten tot haar familie en vrienden om de paar weken 340 euro bij elkaar konden schrapen, zodat ze de behandelingen een voor een kon betalen, verspreid over de daaropvolgende negen maanden.
‘Ik was in shock toen ze me vertelden dat het kanker was, want ik drink nooit alcohol en ik eet gezond,’ zegt Mutindi over haar diagnose. ‘Ze zeiden dat het misschien door omgevingsfactoren kwam.’
Stijging
Het aandeel van de sterfgevallen die door niet-overdraagbare ziekten veroorzaakt worden, neemt in de hele regio toe. Dit gebeurt het snelst in de dichtstbevolkte landen van het continent, aldus Dangou. In Ethiopië bijvoorbeeld bedroeg sterfte door dergelijke aandoeningen vorig jaar 43 procent van alle sterfgevallen. In 2015 was dat nog maar 30 procent. In Congo vond een vergelijkbare stijging plaats.
Het is duidelijk dat een deel van deze stijging wordt veroorzaakt door de snelle verstedelijking en een toenemend sedentaire levensstijl. Een andere factor is dat er meer tabak, alcohol en bewerkt voedsel worden genuttigd.
De regering van Kenia heeft lang gewacht met ontmoedigingsbeleid. En alle drie de industrieën hebben machtige lobbyorganisaties die erop gericht zijn wettelijke maatregelen zoals belasting op suikerhoudende dranken tegen te houden. Kenia is een belangrijke tabaksproducent en de tabaksindustrie blijft de regering erop wijzen op de hoeveelheid banen die ze biedt, vertelt Asiki.
Het is natuurlijk ook zo dat mensen domweg langer leven door de succesvolle strijd tegen infectieziekten. Maar andere oorzaken, zoals mogelijke genetische factoren en een correlatie met blootstelling aan infectieziekten, worden minder goed begrepen.
Het blijft een mysterie waarom niet-overdraagbare ziekten in deze regio zo snel en bij relatief jonge mensen toenemen. Overheden doen weinig om te onderzoeken hoe dat komt.
‘Toen ik tien jaar geleden als arts in een plattelandsgebied werkte, zag je per dag vijftig patiënten met deze aandoeningen. Nu zijn het er vijfhonderd tot duizend’
Het jarenlang innemen van de antiretrovirale geneesmiddelen die hiv bestrijden, kan leiden tot een hoger risico op hartziekten. Stadsbewoners hebben bovendien vaker te maken met luchtvervuiling en milieuvergiftiging. Sommige kampen bovendien met stress, doordat ze wonen in een wijk waar geweld en onveiligheid aan de orde van de dag zijn. Al deze factoren spelen volgens Asiki mee, maar we weten nog weinig over het cumulatieve effect.
Dokter Andrew Mulwa heeft de leiding over de programma’s voor preventie en gezondheidsbevordering van het Keniaanse ministerie van Volksgezondheid. Hij geeft aan dat de regering zich zorgen maakt over de forse stijging van het aantal niet-overdraagbare aandoeningen, maar dat het lang duurt om diagnostisering en behandeling in plattelandsgebieden mogelijk te maken.
‘Toen ik tien jaar geleden als arts in een plattelandsgebied werkte, zag je per dag vijftig patiënten met deze aandoeningen. Nu zijn het er vijfhonderd tot duizend, allemaal in dezelfde instelling,’ aldus Mulwa.
Slechte voeding beïnvloedt de toename van niet-overdraagbare ziekten op meerdere manieren – een fenomeen dat Asiki ‘het dubbele nadeel van ondervoeding’ noemt. Deze regio kent zowel het grootste aantal onvolgroeide kinderen ter wereld als het snelst groeiende percentage zwaarlijvigen.
In huishoudens met lage inkomens komen vaak zowel ondervoede kinderen voor als volwassenen die zwaarlijvig zijn. De kinderen missen eiwitten en voedingsstoffen die essentieel zijn voor hun groei; de obesitas is het gevolg van goedkoop, vet en energierijk straatvoedsel, dat vaak beter betaalbaar is dan groente en het gas dat nodig is om thuis te koken.
‘Het kan zijn dat je te veel slecht voedsel eet maar toch onvoldoende voedzaam voedsel binnenkrijgt,’ aldus Asiki. ‘Het lichaam slaat overtollige energie op als vet – maar uiteindelijk lijdt het alsnog aan schaarste.’
Hij denkt dat de regering zo traag is geweest met het organiseren van screeningprogramma’s omdat ze de omvang van het probleem niet aankon.
‘Plotseling besef je: ik heb niet genoeg medicijnen voor hypertensie, ik heb niet genoeg medicijnen om mensen met kanker te behandelen,’ zegt Asiki. ‘Als je screent, kies je behandelbare gevallen. Maar hebben we wel de middelen om ze te behandelen?’
Sinds na ruim twee jaar de coronapandemie voorbij is, lijkt het alsof we vergeten zijn dat er zoiets als verkoudheid bestaat en alsof we er niet meer zo goed tegen bestand zijn. Hoe komt dat? En is verkoudheid wel echt zo onschuldig als het lijkt?
De afgelopen weken wordt mijn dagelijks bestaan gekenmerkt door de melodie van de late winter: het gedruppel van smeltend ijs, het zachte geritsel van pas ontloken bladeren en natuurlijk het non-stoplawaai van niezen en hoesten.
Het gesnotter en het geluid van kelen die worden geschraapt weerklinken in de lobby van mijn flatgebouw. Iedere keer als ik over straat loop zie ik waterige ogen en rode neuzen. Zelfs de Slack-app van mijn werk zit vol met ziekte-emoji’s en tussen miserabele collega’s gaan veelzeggende berichten rond over waarom ze zich zo belabberd voelen. ‘Het is geen corona,’ zeggen ze. ‘Ik heb het een miljoen keer getest.’ Ze benadrukken dat iets anders ervoor zorgt dat ze zich voelen als een gevulde, gekookte gans.
Dat ‘iets anders’ zou wel eens de enigszins vergeten verkoudheid kunnen zijn. Een heleboel verwekkers van aandoeningen aan de luchtwegen – waaronder adenovirus, RSV, metapneumovirus, parainfluenza, coronavirussen en tal van rhinovirussen – zijn vervelend genoeg weer heel gewoon na drie jaar grotendeels uit de schijnwerpers te zijn verdwenen. Mensen hebben er last van. Het goede nieuws is dat er geen bewijs is dat verkoudheden nu echt objectief erger zijn dan voor de pandemie begon. Het minder goede nieuws is dat velen van ons na enkele jaren respijt van een stel virale ongemakken, vergeten zijn dat een verkoudheid ook echt vervelend kan zijn.
Behoorlijk ellendig
De meesten van ons vonden verkoudheid ooit – vóór 2020, om precies te zijn – de normaalste zaak van de wereld. Volwassenen lopen elk jaar gemiddeld twee tot drie van de meer dan tweehonderd bekende virusstammen op die de aandoening kunnen veroorzaken. Jonge kinderen kunnen er een half dozijn of meer van oplopen wanneer ze in en uit de kweekvijvers van ziektekiemen komen die kinderdagverblijven en scholen vormen. De ziektes komen vooral voor in de wintermaanden. Veel virussen gedijen goed bij lagere temperaturen en mensen zijn dan binnen bij elkaar om cadeautjes en hun adem uit te wisselen. Maatregelen als maskers en afstand houden dwongen tijdens de pandemie verschillende van deze microben naar een schuilplaats – maar sinds de maatregelen zijn versoepeld, keren ze langzaam terug.
Voor de meeste mensen is dat niet zo erg. Verkoudheidssymptomen zijn meestal vrij mild en na een paar dagen ongemak verdwijnen ze doorgaans vanzelf. Het virus dringt de neus en de keel binnen, maar kan niet veel schade aanrichten en wordt al snel overwonnen. Sommige mensen merken niet eens dat ze besmet zijn, of verwarren de ziekte met een allergie: snotterig, loopneus en niet veel meer. De meesten van ons weten wel hoe het verloopt. ‘Soms is het gewoon een verstopte neus gedurende een paar dagen en even een beetje moe zijn, maar voor de rest voel je je prima,’ zegt Emily Landon, infectiearts aan de Universiteit van Chicago. We hebben lang de gewoonte gehad deze symptomen af te doen als gewoon een verkoudheid, niet hinderlijk genoeg om werk of school over te slaan of een mondkapje op te doen. (Spoiler: De deskundigen met wie ik sprak zijn er stellig van overtuigd dat we deze dingen allemaal juist wel moeten doen als we verkouden zijn.)
Het algemene dogma inzake infectieziekten is altijd geweest dat verkoudheden niets voorstellen, althans in vergelijking met griep. Maar ‘minder erg dan griep’ zegt niet zo veel. Griep is een gevaarlijke ziekte die elk jaar honderdduizenden Amerikanen in het ziekenhuis doet belanden en die, net als corona, patiënten soms opzadelt met langdurige symptomen. Hoewel een verkoudheid over het algemeen minder ernstig is, kunnen mensen toch flink lijden onder hoofdpijn, uitputting en brandende keelpijn. Ogen gaan tranen, holtes raken verstopt en mensen worden wakker met het gevoel dat ze gekartelde scheermesjes hebben ingeslikt of hun hoofd is volgepompt met snel uithardend beton.
Het komt ook vaak voor dat verkoudheidsverschijnselen langer dan een week duren, of zelfs twee – vooral hoesten kan lang aanhouden nadat de loopneus en de hoofdpijn al zijn verdwenen. Een verkoudheid kan in het ergste geval leiden tot ernstige complicaties, vooral bij zeer jonge en zeer oude mensen en mensen met een haperend immuunsysteem. Soms lopen verkouden mensen naast hun virale ziekte ook nog een bacteriële infectie op, een een-tweetje dat een bezoek aan de eerste hulp kan rechtvaardigen. ‘Het feit is dat een verkoudheid behoorlijk ellendig is,’ zegt Landon. ‘En dat is altijd zo geweest.’
Het lijkt onwaarschijnlijk dat een hogere vatbaarheid massaal leidt tot ernstiger symptomen
Er is niets veranderd aan de gemiddelde ernst van verkoudheidssymptomen voor zover deskundigen weten. ‘Het is perceptie,’ zegt Jasmine Marcelin, arts infectieziekten aan de Universiteit van Nebraska Medical Center. Nadat het verkoudheidsvirus ons enkele jaren heeft overgeslagen ‘voelt het nu erger dan gewoonlijk’. Eerlijk gezegd was dit al een probleem voordat corona op het toneel verscheen. ‘Elk jaar zijn er patiënten die me bellen met “de ergste verkoudheid die ze ooit hebben gehad”,’ zegt Landon. ‘Maar het is eigenlijk hetzelfde virus dat ze vorig jaar hadden.’ Deze neiging tot drama is nu misschien sterker, vooral omdat mensen sinds de pandemie elk snotje en kuchje onder de loep nemen.
Maar dat neemt de kans niet weg dat sommige verkoudheden dit seizoen een beetje onaangenamer zijn dan normaal. Veel mensen die nu ziek worden, hebben net een aanval achter de rug van corona, griep of RSV – elk daarvan heeft de afgelopen herfst en winter miljoenen Amerikanen (vooral kinderen) besmet. Hun reeds beschadigde weefsels zijn misschien niet zo goed bestand tegen een nieuwe aanval van een virus dat verkoudheid veroorzaakt.
Het is ook mogelijk dat immuniteit, of een gebrek daaraan, een kleine rol speelt. Veel mensen worden nu voor het eerst in meer dan drie jaar verkouden. Dat betekent dat de kwetsbaarheid van de bevolking groter is dan normaal in deze tijd van het jaar, waardoor virussen zich sneller verspreiden en sommige infecties mogelijk erger zijn dan anders. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat een hogere vatbaarheid massaal leidt tot ernstiger symptomen, zegt Roby Bhattacharyya, arts infectieziekten en microbioloog in het Massachusetts General Hospital. Niet alle verkoudheidsvirussen zorgen voor een goede immuniteit. Maar van veel van de virussen die dat wel doen, wordt aangenomen dat ze het lichaam aanzetten tot een relatief duurzame verdediging van een paar jaar of langer tegen echt ernstige infecties.
De kwestie immuniteit is grotendeels betwistbaar voor veel virussen die momenteel de ronde doen, zegt Landon. Er zijn zoveel verschillende ziekteverwekkers die verkoudheid veroorzaken, dat recente blootstelling aan een ervan waarschijnlijk niet veel uithaalt tegen de volgende. Iemand kan een half dozijn verkoudheden oplopen in een periode van vijf jaar zonder twee keer hetzelfde type virus te zijn tegengekomen.
Valse tweedeling
Maar het is wel mogelijk dat ‘de ergste verkoudheid die ze ooit hebben gehad’ in feite een veel gevaarlijker virus is, zoals SARS-CoV-2 of een griepvirus. Snelle thuistests voor het coronavirus geven vaak foute negatieve resultaten in de eerste dagen van de infectie, zelfs nadat symptomen al waarneembaar zijn. En hoewel we een griep soms aan de hand van symptomen kunnen onderscheiden van een verkoudheid, lijken de twee vaak behoorlijk veel op elkaar. De ziekte kan alleen definitief worden vastgesteld met een test, waar moeilijk aan te komen is.
De pandemie heeft van onze perceptie van ziekte een valse tweedeling gemaakt: ‘Oh nee, het is corona’, of ‘Gelukkig, toch niet’. Corona is ongetwijfeld nog altijd ernstiger dan een gewone verkoudheid, met een grotere kans op ernstige ziekte of chronische, slopende symptomen die maanden of jaren kunnen aanhouden. Maar de ernst van de ziekte overlapt meer dan onze tweedeling doet vermoeden. Bovendien, zegt Marcelin, wat voor de ene persoon echt ‘gewoon’ een verkoudheid is, kan voor iemand anders een vreselijke strijd zijn die wekenlang duurt, of nog erger. Daarom is het, ongeacht waardoor je gezicht precies in een snotfabriek is veranderd, nog altijd belangrijk om je ziektekiemen voor jezelf te houden. De huidige uitbraak van verkoudheid is misschien niet ernstiger dan normaal. Maar hij hoeft ook niet groter dan noodzakelijk te worden.
De Amerikaanse biochemicus Jennifer Doudna is een drijvende kracht achter CRISPR, een revolutionaire techniek voor het ‘herschrijven van DNA’ die zou kunnen helpen bij de genezing van kanker. Technologiesite The Verge – die vijf jaar bestaat – interviewde haar over haar verwachtingen voor het jaar 2021.
Misschien hebt u weleens gehoord van CRISPRcas9, of kortweg CRISPR, een techniek om in te grijpen in genetisch materiaal. CRISPR, dat in 2012 is geïntroduceerd, werkt als een soort schaar die DNA kan knippen en bepaalde stukken genetisch materiaal kan herordenen of toevoegen, met opmerkelijke, sciencefictionachtige resultaten: CRISPR kan helpen om muggen te maken die geen malaria overbrengen, en het kan worden gebruikt om buitengewoon gespierde honden te kweken, of zelfs minivarkens. Bij de mens wordt de techniek getest om te kijken of ze kan helpen in de strijd tegen kanker – door de immuuncellen van patiënten te verwijderen en te bewerken, en de gewapende cellen vervolgens weer terug in het lichaam te brengen, waar ze de jacht op kankercellen kunnen openen. Een van de wetenschappers achter deze techniek is Jennifer Doudna, een biochemicus die is verbonden aan de Universiteit van California in Berkeley. Samen met Emmanuelle Charpentier, Martin Jinek en Krzysztof Chylinski is Doudna erin geslaagd het systeem van bacteriën die de strijd aanbinden met virussen zodanig te manipuleren dat de veelgeprezen celaanpassingstechniek is ontstaan.
Hoe kijkt het publiek aan tegen CRISPR?
‘Het publiek heeft het idee dat deze ontwikkeling nog in een zeer vroeg stadium is. Men heeft er wel van gehoord. Het acroniem klinkt mensen bekend in de oren. Ik neem weleens een taxi en dan zegt de chauffeur soms: “O, houdt u zich bezig met CRISPR? Ja, daar heb ik weleens wat over gelezen.” Mensen moeten nog altijd moeite doen om te bevatten waar het over gaat en wat het betekent, voor hen persoonlijk en voor onze toekomst. In algemene zin is het altijd lastig voor mensen om te bevatten dat het tijd kost voordat een nieuwe technologie ook echt realiteit is. Op het terrein van de CRISPR-technologie voor genetische manipulatie zien we dat het allemaal opmerkelijk snel gaat, wetenschappelijk gezien. De technologie is nog maar iets van vier jaar oud, en nu al heeft dit de manier veranderd waarop wetenschappelijk onderzoek wordt uitgevoerd. Ook het commerciële landschap is erdoor veranderd – er zijn inmiddels veel bedrijven die deze technologie gebruiken.
Maar voor veel mensen is het moeilijk te begrijpen waarom het zo lang duurt voordat er een nieuw geneesmiddel is ontwikkeld. Als ik realistisch ben kan dat nog wel een jaar of tien duren, want het kost tijd om ons ervan te verzekeren dat het veilig en effectief is.’
We zien heel voorzichtig de eerste tests van CRISPR-technologie bij mensen. Hoe denkt u dat het er in 2021 voorstaat?
‘De komende vijf jaar zullen heel interessant zijn op dit terrein. In 2021 zullen er ongetwijfeld meer klinische tests worden gedaan. De tests die momenteel zijn toegestaan, hebben allemaal betrekking op kanker. Men is bezig met een bepaald type aanpassing dat zou kunnen aanslaan bij kanker – en wel door de eigen immuuncellen van de patiënt zo te programmeren dat ze kankercellen opsporen en vernietigen. Dat is een opwindend vooruitzicht, maar als we verder in de toekomst kijken zullen we steeds meer pogingen zien, en naar ik hoop ook steeds meer klinische tests, die zijn bedoeld om genetische aandoeningen van het bloed, de ogen en de lever te bestrijden. Als we nog iets verder in de toekomst kijken, dan richt het zich wellicht ook op ziekten die ander weefsel aantasten. Daarbij denk ik dan aan Duchenne, een spierziekte, waar je veel over hoort. Ook taaislijmziekte komt veel aan de orde.’
Jennifer Doudna.
Wat voor tests kunnen we de komende vijf jaar bijvoorbeeld verwachten met betrekking tot sikkelcelanemie? [Een erfelijke aandoening waarbij de rode bloedlichaampjes door een afwijkend type hemoglobine sikkelvormig raken, wat zuurstofgebrek veroorzaakt.]
‘Met de technologie voor genaanpassing die momenteel beschikbaar is, zijn we al in staat het defect te repareren dat verantwoordelijk is voor sikkelcelanemie bij cellen die in een laboratorium zijn gekweekt. De uitdaging is nu om die techniek zo in te zetten dat hij aanslaat bij patiënten. Daartoe moet de genaanpassingstechnologie ingrijpende veranderingen aanbrengen in de bloedcellen. We moeten in staat zijn in te grijpen in de bloedstamcellen, zodat die het bloedvatenstelsel voorzien van nieuwe cellen die geen sikkelvormige afwijking hebben. Het mooie is dat hier momenteel in heel veel laboratoria heel hard aan wordt gewerkt. Ik denk dat we belangrijke ontwikkelingen zullen blijven zien op dit terrein.’
Als je bijvoorbeeld kijkt naar taaislijmziekte, hoe ziet de toekomst er dan uit als we zeggen: ‘We gaan dit zo aanpakken dat de genetische mutaties die wij teweegbrengen niet worden doorgegeven aan onze kinderen?’
‘Verschillende laboratoria die aan diverse technieken voor taaislijmziekte werken, hebben successen geboekt in laboratoria. Men is in staat geweest genaanpassingen te doen aan weefsel dat in het laboratorium is gekweekt en dat overeenkomt met het weefsel van mensen met taaislijmziekte. We weten dat de technologie hiertoe in staat is. Nu moeten we wederom de kloof overbruggen tussen wat zich in het laboratorium afspeelt en wat we graag zouden willen doen in tests, en dat dan op een veilige manier. Er is duidelijk nog veel werk te verzetten, maar het is zijn spannende tijden, omdat je langzaam gaat zien hoe de puzzelstukken in elkaar zouden kunnen grijpen. Er is een manier om CRISPR toe te passen bij embryo’s, maar die hebben we nog niet tot op de bodem onderzocht, deels vanwege het ethische aspect en deels omdat we nog niet helemaal in kaart hebben gebracht wat het zou kunnen gaan betekenen.’
Wat zou het aanpassen van embryo’s kunnen betekenen voor bijvoorbeeld taaislijmziekte of spierziekten?
‘Een van de interessante dingen op dit moment is dat er vier landen zijn die toestemming hebben gegeven om CRISPR-experimenten te doen bij menselijke embryo’s. We hebben het er dan alleen over om deze techniek te gebruiken in een heel vroeg embryonaal stadium om te onderzoeken hoe effectief het is, en of het veilig is, en of het de gewenste mogelijkheden biedt om veranderingen aan te brengen aan het menselijke genoom – veranderingen die, in principe, ziekten kunnen genezen. Afhankelijk van de uitkomsten van deze experimenten zal er meer interesse komen, en meer druk, om verder onderzoek te doen naar de toepassing van bepaalde vormen van genetische manipulatie bij embryo’s. Daarom is het zo belangrijk er nu een open debat over te voeren, al zijn we momenteel nog niet zover met de technologie. Hoe kunnen we zorgen dat we een ethisch verantwoord pad bewandelen? Er zijn geen simpele antwoorden, maar ik heb het gevoel dat er in de toekomst redenen kunnen zijn om te zeggen: “Het is in bepaalde gevallen misschien ethisch onverantwoord om het níét voor die doeleinden te gebruiken.” Ervan uitgaande dat kan worden aangetoond dat bepaalde toepassingen bij embryo’s veilig en zinvol zijn.’
‘Ja, ik maak me zorgen, maar die zorgen zijn niet specifiek gerelateerd aan deze technologie’
Boezemt deze technologie, de macht van deze technologie, u op wat voor manier dan ook angst in?
‘Als ik kijk naar wat me zorgen baart, aangaande deze technologie, dan is dat eigenlijk hoe weinig we weten van de werking van genen, met name de interactie van genen binnen ons eigen genoom. Niet alleen bij mensen, maar ook bij andere organismen. Een van de grootste vragen is of we, misschien pas over tientallen jaren, geconfronteerd zullen worden met onbedoelde gevolgen wanneer we gebruikmaken van deze technologie om permanente wijzigingen aan te brengen in de kiembaan van een embryo. Hoe ga je om met die vraagstukken? Ik weet het niet. Kun je dierproeven doen? Misschien, maar als we echt die kant op willen komt er toch een moment dat je het op een mens zult moeten uitproberen. Alleen al het nadenken over de vraag hoe je dat moet doen, hoe je zelfs maar het onderzoek moet opzetten om de gegevens te vergaren die nodig zijn om tot een afgewogen besluit te kunnen komen, is een ongekende uitdaging.’
Maakt u zich weleens zorgen dat er mensen zullen zijn die deze technologie voor onethische doeleinden zouden kunnen aanwenden?
‘Zeker maak ik me daar zorgen over, maar eerlijk gezegd baart het kernwapenarsenaal me minstens zo veel zorgen. We beschikken over andere technologieën die ook zonder meer heel invloedrijk zijn en die ook kunnen worden ingezet door mensen die andere ethische normen aanhangen dan wij graag zouden zien. Dus ja, ik maak me zorgen, maar die zorgen zijn niet specifiek gerelateerd aan deze technologie.’
We hebben het voornamelijk over de mens gehad. Staan we voor andere uitdagingen wanneer het gaat over het modificeren van gewassen of dieren? Zijn de risico’s en de voordelen in theorie anders?
‘In termen van technologie zijn de uitdagingen vergelijkbaar, maar de details verschillen. Bij planten is het bijvoorbeeld een heel spannende ontwikkeling dat we in theorie veel sneller dan vroeger, en in ieder geval veel preciezer, veranderingen in het DNA kunnen aanbrengen. Dat betekent bijvoorbeeld dat we geen zaden hoeven te muteren met behulp van chemicaliën, om vervolgens te proberen een selectie te maken van planten die de verlangde reacties vertonen – de manier waarop het nu gaat, als we eerlijk zijn. Met voldoende informatie kunnen we heel precies de verlangde verandering in het gen aanbrengen, zonder te hoeven gokken welke veranderingen ook nog elders in het DNA van dat organisme gaan plaatsvinden. Dat klinkt heel aantrekkelijk, maar ook hier is het de vraag hoe we die verandering aanbrengen. Hoe krijgen we die modificerende moleculen ín de plant? Planten hebben een celwand, wat het nog lastiger maakt om tot in de cel door te dringen. Wat we met CRISPR feitelijk doen is op een bepaalde plek een scheurtje aanbrengen in het DNA. Dan neemt de cel het over om het scheurtje te repareren. En precies daar vindt de mutatie plaats. Bij planten is dat proces niet zo makkelijk te sturen. Bij dieren is het ook lastig, maar bij planten weten we maar betrekkelijk weinig over hoe het precies in zijn werk gaat. Het onderzoek zal erop gericht zijn greep te krijgen op dat proces.’
Hoelang denkt u dat het gaat duren voor we bijvoorbeeld gemodificeerde muggen in de natuur zullen aantreffen?
‘Dat zal op korte termijn het geval zijn. Er is heel veel belangstelling, vooral bij diverse instellingen die zich bezighouden met de vraag: hoe kunnen we technologie aanwenden om de verspreiding van ziekten tegen te gaan? Ziekten als zika of dengue, en andere ziekten die door insecten worden overgebracht, hebben een ongekende negatieve invloed op de mensheid. Het is van cruciaal belang om op een creatieve manier na te denken over het gebruik van nieuwe technologieën bij de bestrijding van ziekten. Nogmaals, daarbij moeten we niet de ogen sluiten voor de mogelijke gevaren van het werken met dergelijke organismen, en we moeten zorgen dat we alle richtlijnen en voorschriften volgen om onbedoelde milieu-effecten te voorkomen. Dat kan bijvoorbeeld door proeven te doen met gemengde muggenpopulaties in een gecontroleerde omgeving, en dan te kijken wat er in de loop der tijd gebeurt. Dat is gewoon de wet van de natuurlijke selectie. Als een bepaald organisme binnen een populatie een reproductief nadeel heeft, zal het in de loop der tijd door zijn soortgenoten worden verdrongen. Of andersom. Als het reproductieve voordelen heeft, zal de populatie binnen die omgeving in de loop der tijd groeien, als alle andere factoren gelijk blijven. Dat fenomeen doet zich nu al voor met die gemodificeerde muggen.
Omdat deze proeven worden gedaan binnen een gecontroleerde omgeving, is de verwachting dat wetenschappers steeds verfijndere methoden zullen vinden om gebruik te maken van technologieën die bepaalde eigenschappen van muggen kunnen sturen, eigenschappen die gunstig zijn voor de mens, en te garanderen dat deze eigenschappen op de lange termijn binnen de populatie behouden blijven, maar zonder onwenselijke, onbedoelde gevolgen.’
Zijn er bredere toepassingen? Kunnen we in theorie dieren die nu leven modificeren en min of meer terugwerken naar een dinosauriër, of een mammoet?
‘Er is heel veel belangstelling voor wat we “het terugbrengen van uitgestorven dieren” noemen: het idee dat je een organisme dat niet langer op aarde rondloopt kunt terughalen; het herintroduceren van genen die bij het uitsterven verloren zijn gegaan. Er zijn verschillende pogingen gedaan om bijvoorbeeld de wolharige mammoet weer tot leven te wekken. Dat is geen echte dinosauriër, maar het zou behoorlijk spectaculair zijn wanneer men erin zou slagen. Ik heb ook weleens gesproken met Beth Shapiro van de Universiteit van California in Santa Cruz. Zij bestudeert bijvoorbeeld beren, en evolutionaire patronen bij beren en vogels. Er zijn zeker mogelijkheden bij dat soort dieren. Het is een veel grotere uitdaging om echt een dinosauriër terug te halen. We weten niet precies wat de DNA-sequentie is van een dinosauriër.
U herinnert zich wellicht nog dat het verhaal van Michael Crichton in Jurassic Park stoelde op de aanname dat er insecten in hars waren gevangen, en dat die insecten bloed van dinosauriërs bevatten, en dat daar DNA in zat waarmee nog sequenties konden worden opgebouwd. Helaas is DNA een chemische stof die geen 65 miljoen jaar meegaat. Ik denk dan ook niet dat het erg waarschijnlijk is, maar misschien is het wel mogelijk om de kennis die we hebben vergaard over amfibieën en vogels te combineren, en van daaruit verder te gaan. Ik weet niet hoe dicht men in de buurt kan komen van een echte dinosauriër, maar we zullen ongetwijfeld veel aan de weet komen over de genetische kenmerken van het DNA dat verantwoordelijk is voor enkele van de eigenschappen die we dinosauriërs toedichten.’
Ziet u de toekomst met vertrouwen tegemoet?
‘Ik heb wel vertrouwen in de toekomst, ja. Ik zou er graag op willen wijzen dat veel van de technologieën die de laatste decennia zo in de belangstelling staan – en CRISPR valt ook in deze categorie – het gevolg zijn van zeer fundamenteel onderzoek. Het gaat meestal niet om een gerichte poging om iets uit te vinden, of om een technologie of een idee of een inzicht te ontwikkelen – vaak komen dit soort dingen tot stand dankzij onderzoekers die op ogenschijnlijk zeer verschillende terreinen van wetenschap werkzaam zijn en die door omstandigheden, en domweg door hun data heel grondig te analyseren, tot inzichten komen waaruit ofwel nieuwe technologieën ontstaan, ofwel een nieuw, fundamenteel begrip van de natuur. Ik wil dat graag benadrukken, omdat er in de Verenigde Staten, en ook elders op de wereld, veel druk wordt uitgeoefend op wetenschappers om zich meer te specialiseren, om zich te richten op een specifiek probleem: laten we kanker genezen, laten we een breinonderzoek opzetten om het bewustzijn te doorgronden, of iets in die geest. Ik wil niet zeggen dat dergelijke onderzoeken geen waarde zouden hebben, maar ik denk dat we niet te ver moeten afdwalen van het idee dat we, als we eerlijk zijn, nog te weinig afweten van onze natuurlijke wereld om te kunnen voorspellen uit welke hoek de volgende inzichten of technologieën afkomstig zullen zijn. Ik hoop dat onze nieuwe regering ondersteuning zal blijven bieden aan fundamenteel onderzoek dat wetenschappers en onderzoekers in de Verenigde Staten en de rest van de wereld in staat stelt een positieve impuls te geven aan de gezondheid van de mens.
The Verge is een toonaangevende technologiewebsite die zich naar eigen zeggen ‘op het snijpunt tussen technologie, wetenschap, kunst en cultuur’ beweegt. Je vindt er naast nieuwsberichten en diepgravende reportages ook recensies van de nieuwste hightechproducten (tablets, smartphones en software), podcasts en veel videomateriaal. The Verge werd opgericht in 2011 en is in handen van de Amerikaanse mediagroep Vox Media.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.