Tag: zonne-energie

  • Nigeria: start-up wil openbaar vervoer verbeteren met elektrische bussen

    Nigeria: start-up wil openbaar vervoer verbeteren met elektrische bussen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De VS kunnen mogelijk hun rekeningen niet betalen vanaf 1 juni

    » Fietsstad Parijs: meer dan 400.000 fietsritten per dag

    Elektrische busjes voor Nigeria

    Ook al is Nigeria de grootste olieproducent van Afrika, de wachtrijen bij benzinepompen zijn er lang en de tarieven voor openbaar vervoer onberekenbaar vanwege de onbetrouwbare toevoer van brandstof. Daarom is Mustapha Gajibo (30) in Maiduguri begonnen met Phoenix Renewables, een start-up voor elektrische voertuigen, schrijft MIT Technology Review. Ondanks de scepsis over de beperkte oplaadmogelijkheden begon hij met het elektrisch maken van bestaande minibusjes en kekes, gemotoriseerde driewielers.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Veel mensen geloven niet dat elektrische mobiliteit mogelijk en commercieel levensvatbaar is,’ zegt Gajibo. Maar langzaamaan wint hij terrein. Zijn bedrijf onderhoudt nu een tiental elektrische minibussen die met een volle accu 150 kilometer kunnen afleggen; volledig opladen kost ongeveer 1,30 euro. Gajibo en medeoprichter Sadiq Abubakar Issa hebben een zelfontworpen oplaadstation op zonne-energie van 60 kilowattuur in hun stad neergezet en mikken op meer stations.

    Inmiddels zijn ze overgestapt van het ombouwen van benzinemotoren naar nieuwgebouwde elektrische voertuigen. De eerste is een bus met twaalf zitplaatsen, gemaakt van lokaal geproduceerde materialen, met een actieradius van 200 kilometer, die met zonne-energie in 35 minuten kan worden opgeladen via een geïntegreerd systeem. Tijdens een testmaand in Maiduguri vervoerden zijn busjes 35.000 passagiers. Een nieuwe minibus met verbrandingsmotor kost ruim 9000 euro; zoals de busjes op zonne-energie van Gajibo. Het uiteindelijke doel is om te concurreren met Tesla.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/de-snelst-groeiende-verstedelijking-ter-wereld/
  • Hoe de energietransitie leidt tot een nieuw soort ‘klimaatoorlog’

    Hoe de energietransitie leidt tot een nieuw soort ‘klimaatoorlog’

    Wanneer het vroeger over ‘klimaatoorlog’ ging, doelde men vooral op de ecologische consequenties van klimaatverandering. Nu heeft de term er een geopolitieke dimensie bij gekregen.

    Toen ik in 2015 klimaatverandering begon te verslaan, had het begrip ‘klimaatoorlog’ nog maar één betekenis. Als iemand toen zei dat klimaatverandering de wereldorde in gevaar bracht, dacht men hierbij aan de directe gevolgen van opwarming en de indirecte gevolgen die daaruit voortkwamen. Wetenschappers waren bang dat ongekende droogte en overstromingen steden zouden verwoesten en massale migratie zouden veroorzaken, waardoor economische verhoudingen zouden kantelen of extreemrechts nationalisme zou ontstaan. Of ze maakten zich zorgen dat wereldwijde hongersnood voor torenhoge voedselprijzen zou zorgen en ouderwetse grondstoffenoorlogen zou ontketenen. Afgaand op inzichten uit de sociale wetenschappen vreesden ze ook dat weerschommelingen tot revoluties en burgeroorlogen zouden leiden.

    De wereld van 2015 is niet meer dezelfde als die van 2022. Landen boekten sindsdien aanzienlijke vooruitgang op het gebied van klimaatbehoud, waardoor ze tot nu toe de ergste scenario’s konden voorkomen. Canada begon CO2-vervuiling te belasten, Europa sloot de zogenaamde Green Deal en de Verenigde Staten konden wonderlijk genoeg de Inflation Reduction Act aannemen. Sterker nog, politieke leiders gingen bij verkiezingen op dit beleid inzetten – en wonnen. Dankzij een wereldwijde afkeer van steenkool. Ooit leek het mogelijk dat de wereld tegen het einde van de eeuw vier of vijf graden warmer zou worden, maar door een groeiende, wereldwijde afkeer van steenkool zal dat waarschijnlijk niet gebeuren.

    Dat we de afgelopen zeven jaar succes boekten, drong vorige maand tot me door toen ik een mededeling van de Duitse overheid zag. In de boodschap werd decarbonisatie op één lijn geplaatst met de klassieke drie-eenheid van de Verlichting: ‘Demokratie, Vielfalt & Klimaschutz. Du Bist Europa.’ Ofwel: ‘Democratie, diversiteit en klimaatbescherming. U bent Europa.’ Wat een overwinning. Maar wat een ingewikkelde overwinning. Sinds 2015 is de kans op een klimaatoorlog niet geheel verdwenen. In plaats daarvan kregen de politieke risico’s een ander karakter. Steeds meer landen hebben de energietransitie in hun economie geïncorporeerd, maar het zou kunnen dat dergelijke inspanningen een politiek conflict in de hand werken.

    Dubbele functie

    Laat het duidelijk zijn dat die verschuiving niet doelbewust werd gecreëerd, maar het resultaat is van een ontwikkeling die klimaatactivisten al vroeg voorspelden: accu’s, hernieuwbare energiebronnen en koolstofvrije energie kwamen bovenaan de technologische ladder te staan. Milieufanaten nemen enthousiast waar dat Oekraïners e-bikes en elektrische drones inzetten voor verkenningen en de aanval op Russische tanks. Maar hierdoor wordt des te meer duidelijk dat dergelijke innovaties een dubbele functie hebben – ze kunnen zowel in een maatschappelijke als in een militaire context worden ingezet. Voor landen die voor hun veiligheid moeten vechten, zijn ze dus onmisbaar.

    Dat er over dergelijke technologieën met een dubbele functie conflicten kunnen ontstaan, spreekt voor zich. In de Chinees-Amerikaanse handelsstrijd staan zulke conflicten al centraal. Vorige maand stemde de regering-Biden in met een verbod op de verkoop aan China van alle moderne apparatuur voor de fabricage van halfgeleiders. Ook werd ‘Amerikaanse personen’ – een groep waartoe Amerikaanse burgers en mensen met een Amerikaanse verblijfsvergunning behoren – verboden in de Chinese halfgeleiderindustrie te werken. Zoals Eric Levitz in New York Magazine schrijft, komt het beleid neer op een economische vorm van oorlogvoering: ‘het is nu officieel Amerikaans beleid om te voorkomen dat China zijn ontwikkelingsdoelen bereikt’.

    Voor de overgang naar elektriciteit zijn halfgeleiders bijna geheel onmisbaar

    Die logica is gevaarlijk, want halfgeleiders zijn van essentieel belang voor decarbonisatie. Voor de overgang naar elektriciteit zijn halfgeleiders bijna geheel onmisbaar. Computerchips regelen bijna elk onderdeel van het energiegebruik en de energieopslag van elektrische auto’s, scooters, boilers, inductiefornuizen en meer. Kleine verbeteringen aanbrengen in de computerchips en software van auto-accu’s geeft fabrikanten van elektrische voertuigen een belangrijke voorsprong op hun concurrenten. Nu is het type halfgeleiders waarop Bidens beleid van invloed is, veel geavanceerder dan het goedkopere type dat nodig is voor decarbonisatie. Maar wie de ontwikkeling van een ander land tegenwerkt, kan van een economisch meningsverschil in een militair meningsverschil terechtkomen – zoveel is duidelijk.

    Wat die dynamiek nog ingewikkelder maakt, is dat de VS en China klimaatbeleid inzetten als middel in hun diplomatieke concurrentie. President Xi Jinping deed misschien wel de belangrijkste internationale klimaatbelofte van de afgelopen jaren toen hij verklaarde dat China ernaar streeft om in 2060 klimaatneutraal te zijn. Omdat hij deze doelstelling minder dan twee maanden vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 aankondigde, werd die opgevat als een scherpe boodschap voor en zelfs berisping van de Verenigde Staten en de regering onder Trump. ‘Het laat zien dat Xi de klimaatagenda wil gebruiken voor geopolitieke doeleinden,’ verklaarde Greenpeace-analist Li Shuo destijds in een interview met The New York Times.

    Maar concurrentie hielp het Amerikaanse beleid ook vooruit. De Inflation Reduction Act werd deels aangenomen omdat Amerikaanse wetgevers de clean-techindustrie niet willen overlaten aan China. Dat heeft ertoe geleid dat de Verenigde Staten op het punt staan de binnenlandse productie van zonnepanelen massaal te subsidiëren. Het zou kunnen dat we in de VS over tien jaar een overschot aan goedkope zonnepanelen hebben. En hoewel dat economisch gezien enorm nadelig zou zijn, is het waarschijnlijk goed voor het klimaat. Als Amerika er dankzij geopolitieke rivaliteit voor kiest zonne-industrie te subsidiëren, kan concurrentie eerder bevorderlijk dan belemmerend zijn voor het klimaat. Een wereldwijde toename van goedkope zonne-energie geeft niet alleen een impuls aan decarbonisatie maar zet bedrijven er ook toe aan om zonnepanelen op nieuwe, creatievere manieren in te zetten.

    Taiwan

    Waarschijnlijk is de enige factor die een volwaardige oorlog tussen China en de Verenigde Staten kan ontketenen nog altijd Taiwan. Toch moeten we blijven beseffen dat een handelsconflict de internationale betrekkingen kan verslechteren en landen in de richting van ‘zero-sum‘-denken kan duwen. Zelfs wanneer zo’n conflict voortkomt uit de oprechte wens van politici om een binnenlandse industrie voor schone technologie op te zetten. En laat duidelijk zijn dat het grootste risico op door klimaatbeleid aangewakkerd geweld niet in de VS of China of Europa ligt. The Wall Street Journal berichtte onlangs dat er in de afgelopen maand in de Democratische Republiek Congo door rebellen zwaarder is gevochten dan in de voorgaande tien jaar, omdat groepen die door Rwanda zouden worden gesteund, aanspraak proberen te maken op Congolese delfstoffen. Congo produceert twee derde van het kobalt in de wereld en beschikt over de grootste voorraad aan tantalum, een metaalelement dat wordt gebruikt in condensatoren.

    Decarbonisatie staat nu centraal in de toekomstvisie van de VS, China en Europa

    Tegelijkertijd is ook de klassieke opvatting van een klimaatoorlog de wereld nog niet uit. Het afgelopen jaar is gebleken hoezeer de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme droogte, de prijs van belangrijke grondstoffen kunnen opschroeven. Dat zorgt in de rijke delen van de wereld voor inflatie en elders voor voedseltekorten. Conventionele energiebronnen, zoals fossiele brandstoffen, lokken veel eerder een dergelijk conflict uit dan hernieuwbare energiebronnen of klimaattechnologie, vertelt Dan Wang, technologie-analist bij het in China gevestigde economische onderzoeksbureau Gavekal Dragonomics. China blijft afhankelijk van olie en aardgas uit het buitenland, en de VS is een steeds grotere exporteur van aardgas naar China aan het worden. Als de VS die export zou stopzetten – net zoals ze de olie-export naar Japan in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog beëindigden – zouden de kans op en het risico van een groter conflict toenemen.

    Jarenlang hebben klimaatactivisten betoogd dat milieuoverwegingen een centrale plaats verdienden in de economische en sociale beleidsvorming. Het klimaat is alles, zeiden ze. Tot op zekere hoogte hebben ze gelijk gekregen: decarbonisatie staat nu centraal in de toekomstvisie van de VS, China en Europa. Klimaatactivisten hebben een plaats veroverd aan de tafel waar de belangrijkste vraagstukken van de staat en samenleving worden opgelost. Wat een vooruitgang heeft de wereld geboekt, maar wat een lange weg hebben we nog te gaan.

    Lees ook:

  • Groene energie als er geen zon en wind is? Dit Duitse bedrijf heeft de oplossing

    Groene energie als er geen zon en wind is? Dit Duitse bedrijf heeft de oplossing

    De overstap naar hernieuwbare energiebronnen slaagt alleen als we de elektriciteit uit zon en wind kunnen opslaan. Zijn de ijzer-zoutbatterijen van start-up VoltStorage uit München de ontbrekende bouwsteen voor de energietransitie?

    In de kelder bij hem thuis zette Michael Peither zijn eerste laboratorium op. Als student elektrotechniek begon hij bij het licht van een neonbuis te experimenteren met water, zout en metaal. Zijn doel was een vloeibare batterij te construeren waarin de energie van de zonnepanelen op het dak kon worden opgeslagen. Met een doe-het-zelfhandleiding van internet ging Peither aan de slag. Zonder resultaat. Zijn eerste batterij functioneerde prima, maar had onvoldoende capaciteit om de elektriciteit van de zonnepanelen op te slaan.

    Peither gaf niet op. Vooral omdat hij niet alleen was geïnteresseerd in de elektriciteit van zijn eigen dak. Met zijn zelfgemaakte batterij wilde hij een fundamenteel probleem van de energietransitie oplossen. Want hoe meer wordt ingezet op hernieuwbare energiebronnen, hoe meer opslagcapaciteit er nodig is. Alleen daarmee kunnen we ons ook van elektriciteit uit zonne- en windenergie voorzien wanneer de zon niet schijnt en er niet genoeg wind is. Er zijn wel bestaande technologieën, maar geen daarvan heeft echt voet aan de grond gekregen. Als alleen de elektriciteit uit de bestaande opslagfaciliteiten voor hernieuwbare energie zou worden gebruikt, gaat in het ergste geval al na een half uur het licht uit.

    Spoedcursus

    Acht jaar na de eerste experimenten in zijn kelder staan Peither en zijn start-up VoltStorage op het punt om in elk geval een deel van de oplossing voor dit probleem te realiseren. Om aan zijn batterij te kunnen blijven sleutelen, nam hij indertijd een semester vrij. Bij manifestaties voor start-ups aan de TU München vond hij in Jakob Bitner en Felix Kiefl twee medestrijders. In 2016, het jaar van hun afstuderen, richtten ze hun onderneming op. Daarna ging alles opeens heel snel. Hoewel ze nog midden in de ontwikkeling zaten, haalden ze bij investeerders binnen een paar maanden meer dan 1,6 miljoen euro op. Kort daarna vlogen ze naar Shenzhen voor een spoedcursus batterijen in de ‘Silicon Valley voor hardware’.

    Voor de opslag van stroom uit hernieuwbare energiebronnen richten de drie mannen zich op ijzer-zoutbatterijen. Die bestaan in wezen uit een cel die elektrische energie omzet in chemische energie en die opslaat in twee tanks met een oplossing van water, zout en ijzer. Om de energie weer vrij te laten komen, wordt de chemische energie omgezet in elektrische energie. Daarmee onderscheiden de oprichters zich bewust van de concurrentie uit China, die vooral werkt met lithium-ionbatterijen. Terwijl lithium een schaarse en dure grondstof is, zijn ijzer en zout bijna overal ter wereld goedkoop en goed verkrijgbaar. ‘Je zou zelfs ijzer van verroeste spoorrails of fietsframes kunnen recyclen,’ zegt Peither. Zijn hun ijzer-zoutbatterijen de ontbrekende bouwsteen voor de energietransitie?

    ‘De meeste periodes van windstilte of gebrek aan zonneschijn kunnen zo worden overbrugd’

    De drie mannen werken nog steeds aan hun uitvinding en hebben hem nog niet op de markt gebracht. Kai Peter Birke, onderzoeker aan de universiteit van Stuttgart naar opslagsystemen voor elektrische energie: ‘Het idee is in elk geval veelbelovend.’ Als langetermijnopslagsysteem voor zonne- en windenergie kan het bijdragen aan het slagen van de energietransitie. ‘Maar daarvoor moet de technologie echt volwassen zijn. Zo kan bijvoorbeeld de batterij exploderen als bij het overladen knalgas (oxywaterstofgas) ontstaat.’

    Bij vloeibare batterijen bestaat inderdaad het gevaar dat in de oplossing waterstof wordt gevormd, die in combinatie met zuurstof tot een explosie kan leiden. Maar de oprichters van VoltStorage menen ook daarvoor een oplossing te hebben gevonden: ‘Wij scheiden de waterstof af voordat die kan reageren met zuurstof. Het waterstofgas wordt vervolgens teruggevoerd naar de elektrolyt. Voor dat proces hebben we patent aangevraagd,’ zegt medeoprichter Bitner. In het algemeen lijkt VoltStorage de belangrijkste problemen van deze batterijtechnologie in de afgelopen jaren te hebben opgelost. Zo gaan de oprichters ervan uit dat hun opslagunits een enorme levensduur hebben: ze zouden tienduizend laadcycli moeten kunnen doorlopen, dat wil zeggen dat ze twintig jaar zonder capaciteitsverlies kunnen blijven werken. In principe kunnen de opslagunits in containers bij elk wind- of zonnepark worden geplaatst. Er passen vijf ijzer-zoutmodules in een container. Elektriciteit uit zon en wind kan zo achtenveertig uur lang worden opgeslagen.

    ‘De meeste periodes van windstilte of gebrek aan zonneschijn kunnen zo worden overbrugd,’ zegt Bitner. ‘Dat zal ons niet alleen permanent onafhankelijk maken van Russisch gas en gasgestookte elektriciteitscentrales, maar ook de elektriciteitsprijzen doen dalen.’

    Als hun technologie succesvol blijkt, kan het een enorme business worden. De markt voor langdurige energieopslag groeit gigantisch: McKinsey becijfert het potentieel op één tot drie biljoen dollar tegen 2040. Ook durfkapitalisten lijken zich dit te realiseren, want ze hebben in juli nog eens 24 miljoen euro in VoltStorage geïnvesteerd. Het enige hartzeer: ‘Duitse investeerders zijn jammer genoeg nog steeds terughoudend. Nu zijn we een Duits bedrijf dat in meerderheid in buitenlandse handen is,’ zegt Peither met lichte spijt in zijn stem.

    Het bedrijf heeft momenteel zestig werknemers, maar VoltStorage zoekt dringend dertig nieuwe medewerkers en meer kantoor- en productieruimte in München. Vanaf 2024 willen ze hun ijzer-zoutbatterij in serie gaan produceren. Voor die tijd moet de onderzoeksfase zijn afgerond en moeten de eerste pilotsystemen zijn geïnstalleerd.

    Energiedichtheid

    Peither en Bitner willen in het openbaar nog niet praten over concrete orders, winstverwachtingen of plannen om naar de beurs te gaan. Maar ze laten zich wel ontvallen dat er twee tot drie grotere pilots met wind- en zonneparken in Duitsland en Europa gepland staan. Er komen al aanvragen uit Amerika, Oceanië en Afrika.

    De enige vraag die resteert: als het zo’n goed idee is, waarom heeft dan niemand er eerder aan gedacht? Eén reden zou de lage energiedichtheid kunnen zijn, vermoeden de uitvinders. De batterijen zijn aanzienlijk zwaarder en groter dan de alternatieven met lithium. ‘Daarom zijn ze ook niet geschikt voor elektrische auto’s,’ zegt Birke. De oprichters van VoltStorage geven dat openlijk toe. ‘Zelfs voor huiseigenaren met zonnepanelen op het dak is onze batterij nog niet rendabel,’ zegt Peither. Het opslagprobleem voor huizen heeft hij dus ook na jaren experimenteren in zijn kelder nog niet opgelost. Maar een veel groter probleem mogelijk wel.

    Lees ook:

  • EU presenteert groen energieplan als alternatief voor Russische olie en gas

    EU presenteert groen energieplan als alternatief voor Russische olie en gas

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaanse ambassade in Kyiv weer geopend

    » Joe Biden stelt luchtbrug in om babymelkcrisis op te lossen

    Europese Commissie wil 210 miljard euro extra uittrekken

    De Europese Unie heeft woensdag een plan voor energieonafhankelijkheid gepresenteerd. De EU plant een ‘enorme’ toename van zonne- en windenergie, en een kortetermijnstimulans voor steenkool, om zo snel mogelijk een einde te maken aan haar afhankelijkheid van Russische olie en gas, aldus The Guardian. In het plan dat de Europese Commissie gisteren bekendmaakte, zei ze dat de EU de komende vijf jaar 210 miljard euro extra moet vrijmaken om het afbouwen van Russische fossiele brandstoffen te financieren en om de overschakeling op groene energie te versnellen.

    De Europese Commissie wil dat in 2030 45 procent van de energiemix uit hernieuwbare energiebronnen komt

    ‘Opgesteld als reactie op de Russische invasie in Oekraïne en het daaropvolgende debat over Europa’s afhankelijkheid van Russisch gas, is het plan een aanscherping van de Green Deal van de EU, het vlaggenschip van het Europees beleid om de klimaatcrisis aan te pakken,’ aldus The Guardian.

    De Europese Commissie wil dat tegen 2030 45 procent van de Europese energiemix uit hernieuwbare energiebronnen komt, wat de Britse krant omschrijft als ‘een stap vooruit ten opzichte van de huidige doelstelling van 40 procent, die minder dan een jaar geleden werd voorgesteld’.

    Lees ook:

  • Okere City: van verwoest dorp tot bloeiende, duurzame stad

    Okere City: van verwoest dorp tot bloeiende, duurzame stad

    Met de bouw van Okere City werd in januari 2019 begonnen. Op de tweehonderd hectare die de stad telt staan inmiddels een school, een gezondheidskliniek, een dorpsbank en een wijkcentrum dat tevens dienstdoet als bioscoop, kerk en nachtclub. Alle inwoners beschikken over elektriciteit die is opgewekt met zonne-energie. En dan zijn er ook nog de sheabomen.

    Na meer dan tien jaar oorlog in het noorden van Oeganda lag het dorp Okere Mom-Kok volledig in puin. En nu joelen vlak voor de deur van Ojok Okello de kleuters bij hun opvang en komen een markt en de plaatselijke bierbrouwerij met veel kabaal op gang: Okere City, zoals het dorp inmiddels heet, begint aan een nieuwe dag.

    ‘Ik denk dat ik hier bezig ben met een radicale omwenteling,’ zegt Okello, de drijvende kracht achter een ambitieus project om van het verwoeste dorp met vierduizend inwoners een bloeiende en duurzame stad te maken.

    Met de bouw van Okere City werd in januari 2019 begonnen. Op de tweehonderd hectare die de stad telt staan inmiddels een school, een gezondheidskliniek, een dorpsbank en een wijkcentrum dat tevens dienstdoet als bioscoop, kerk en nachtclub. Alle inwoners beschikken over elektriciteit die is opgewekt met zonne-energie – een zeldzaamheid in de regio – en aan de veelvuldige cholera-uitbraken van weleer is een einde gekomen dankzij schoon water uit een boorput.

    Leerlingen betalen hun schoolgeld half in contanten en de rest in de vorm van maïs, bonen, suiker en brandhout. De kliniek laat mensen hun rekeningen in termijnen voldoen. De plaatselijke veiligheidsbeambte loopt rond met een speer, een ongebruikelijk schouwspel op een plek waar veel mannen maar wat rondhangen terwijl het meeste betaalde en onbetaalde werk door vrouwen wordt verricht.

    ‘Ik wil niet dat dit project afhankelijk is van de goedgezindheid van een paar witte mensen’

    Okello betaalt het project uit eigen zak. Vorig jaar was hij er tweehonderd miljoen Oegandese shilling aan kwijt, zo’n 45.000 euro. Hij is afgestudeerd aan de London School of Economics en heeft als ontwikkelingsexpert voor diverse internationale hulporganisaties en ngo’s gewerkt, maar hij zegt gedesillusioneerd te zijn geraakt doordat hij projecten heeft zien mislukken omdat lokale gemeenschappen niet bij beslissingen over hun eigen toekomst werden betrokken.

    Toen hij een paar jaar geleden terugkeerde naar Okere Mom-Kok, in de hoop nog verre familie aan te treffen in het dorp dat hij had verlaten toen zijn vader, die ambtenaar was, werd gedood tijdens de jungleoorlogen van de jaren tachtig, besloot hij datgene wat hij had geleerd in praktijk te brengen. Hij wilde een project opzetten dat echt werd geleid door de plaatselijke bevolking.

    ​Sociale onderneming

    Nu heeft Okere eigen inkomsten. Elk project, van de school tot het plaatselijke café, kan zichzelf bedruipen, wat mogelijk is omdat het project niet als een vorm van liefdadigheid is opgezet maar als een sociale onderneming, aldus Okello.

    ‘Ik wil niet dat dit project afhankelijk is van de goedgunstigheid van een paar witte mensen,’ zegt hij. ‘Ik wil dat we zakelijke gesprekken voeren met partners. Ik wil dat we zelf verantwoordelijk zijn voor de koers en de toekomst van het project.’

    Vertaald uit het Lango, de taal van Oeganda, betekent Okere Mom-Kok ‘een baby moet niet huilen’, en het logo van het project is een glimlachend babygezichtje. Maar Okello grapt dat de opbouw van de stad lang niet altijd met een glimlach gepaard gaat.

    Volgens Amina Yasin, een stedebouwkundige die in het Canadese Vancouver werkt, is Okere in wezen het tegendeel van Akon City, de futuristische ‘smart city’ met zijn eigen valuta die in Senegal wordt gebouwd door R&B-ster Akon. ‘Akon wordt een gesloten rijkeluisstad,’ zegt ze. ‘Een poging om het kapitalisme vaste voet aan de grond te laten krijgen op het Afrikaanse continent. Er zullen helaas vooral niet-inheemse Afrikanen van profiteren.’

    Okere City zal een pionier worden op het gebied van groene energie, maar het belangrijkste pluspunt van de stad zijn de sheabomen. Volgens Okello kwam hij op het idee via de succesfilm Black Panther, toen hij op een middag begin 2020 onder een sheaboom voor zijn huis zat. ‘Ik keek naar die boom en realiseerde me opeens dat we een belangrijke energiebron hebben die we helemaal niet benutten,’ zegt Okello. ‘En ik dacht aan Wakanda en Black Panther, die vibranium hadden: deze sheaboom zou ons vibranium kunnen zijn. Dus ik besloot zoveel als ik kon in het aanboren en beschermen van deze energiebron te investeren en de opbrengst te gebruiken voor de verdere opbouw van mijn gemeenschap.’

    Afgelopen augustus kwam de sheaboter uit Okere op de markt. De hele stad ruikt ernaar en Okello heeft gepleit voor de bescherming en herplanting van sheabomen, die officieel te boek staan als een met uitsterving bedreigde soort.

    credit AxelFassio Cifor 3 2
    © Axel Fassio / CIFOR

    Eenmaal per week komt er een investeerdersclub bijeen in het wijkcentrum. Als de zon ondergaat boven de stad, verzamelen de leden zich in een kring. De meer dan honderd leden zijn voor het merendeel vrouwen; de meesten hebben een boerderij, maar er zitten ook kleine ondernemers op ander gebied tussen. ‘Ik heb een lening van de club gekregen om sheazaad te kopen, dat ik met winst heb doorverkocht,’ zegt lid Acen Oka.

    De financiële ledenbijdragen worden nauwkeurig genoteerd voordat ze 
    worden herverdeeld als leningen aan leden die daaraan behoefte hebben. Wanneer leners de lening terugbetalen, begint de cyclus opnieuw. Deze manier van bankieren is volgens Yasin vooral belangrijk omdat hij aansluit bij de Afrikaanse gewoonte. ‘Het betalingsverkeer van inheemse continentale Afrikanen voltrekt zich altijd buiten het centrale banksysteem om,’ zegt ze. ‘Het draait meer om gemeenschapszin en geduld en langetermijninvesteringen. We wisten al veel eerder dan de westerse wereld en andere zogenaamd ontwikkelde landen dat geld uit de mode is en niet voor een duurzame manier van leven staat.’

    Verbeterd

    Op maar enkele meters van de club, voorbij de gezondheidskliniek, is het een drukte van belang in de supermarkt en klinkt gelach van de klanten van het aangrenzende café. Voordat de supermarkt openging moesten de dorpelingen acht kilometer lopen om boodschappen te doen.

    ‘Er is een hoop verbeterd,’ zegt Wilfred Omodo (25), lid van het kickboksteam van Okere City dat afgelopen november is opgericht. ‘We hebben nu meer gebouwen en zelfs het inwonertal stijgt.’

    Omodo begon met kickboksen toen hij in een kamp verbleef voor mensen die aan het eind van de vorige en het begin van de huidige eeuw voor de gevechten waren gevlucht. Hij is een van de ongeveer tachtig leden van het kickboksteam van Okere, van wie de meesten tijdens het conflict met de sport begonnen zijn bij wijze van zelfverdediging. Een ander lid is de veertigjarige Nickson Akaca, die het team coördineert. Ook hij ervaart de vorderingen van het project tot nu toe als inspirerend. ‘Het was hier in feite een wildernis; er was helemaal niets,’ zegt hij. ‘En binnen de kortste keren is er een heleboel veranderd en verbeterd. Dat geeft ons hoop dat onze kickbokspassie misschien niet tevergeefs zal zijn.’

    Maar projecten die gericht zijn op de ontwikkeling van rurale naar stedelijke samenlevingen slagen alleen als de gemeenschap die ze willen dienen er actief bij betrokken is, zegt Yasin. ‘Okere City wordt nadrukkelijk ontwikkeld met de gemeenschap voor ogen,’ zegt ze. ‘Terwijl je elders op de wereld waar iets soortgelijks gebeurt vaak ziet dat de mensen die het voortouw nemen uit grotere steden zijn gevlucht en zich in gemeenschappen vestigen waar ze voorheen geen deel van uitmaakten.’

    Volgens Yasin krijgen zulke steden daardoor een exclusief karakter, zoals Auroville, de experimentele utopische stad in India. ‘Hoe zal het zijn als deze utopische steden gesloten steden worden?’ vraagt Yasin. ‘Geen gesloten gemeenschappen meer, geen gesloten wijken, maar gesloten steden die worden omringd door kleinere, armere inheemse dorpen.’

    Terwijl de avond valt, klinkt het laatste fluitsignaal van de voetbalwedstrijd |die te zien was op het grote scherm in het wijkcentrum van Okere en wordt de zaal omgetoverd tot een gezelligheidsclub, met een dansvloer en een kleine bar.

    Morgenochtend zal dezelfde zaal dienstdoen als kerk.

    Openingsbeeld: ‘Deze sheaboom zou ons vibranium kunnen zijn’. De sheanoten in Oeganda worden in het wild geplukt door vrouwen die samenwerken in coöperaties. De boom op deze foto staat in Chiana, Ghana waar het wetenschappelijk instituut CIFOR onderzoek uit voert en de productie van shea mede helpt ontwikkelen.  © Axel Fassio / CIFOR

  • Waarom Saoedi-Arabië 16 kerncentrales wil bouwen

    Waarom Saoedi-Arabië 16 kerncentrales wil bouwen

    Voor een land dat zwemt in de olie en makkelijk zou kunnen overschakelen op zonne-energie, is een mega-investering in kerncentrales een vreemde stap. Het echte doel is dan ook een kernwapenprogramma, vrezen sceptici.

    Saoedi-Arabië bezit de op een na grootste oliereserves ter wereld en hoeft zich dus weinig zorgen te maken om energie. Maar het koninkrijk wil nu toch een van de grootste investeringen in kernenergie aller tijden plegen: het steekt 80 miljard dollar in de bouw van zestien kernreactoren die de komende vijfentwintig jaar moeten verrijzen.

    Uit deze krachtpatserij blijkt dat het ’s werelds meest iconische oliegigant ernst is met het terugdringen van zijn bijna totale afhankelijkheid van olie – maar kan het ook zijn dat het land op termijn een kernarsenaal nastreeft?

    123-overeenkomst

    Saoedi-Arabië stelt dat het zijn energieportefeuille wil uitbreiden. Elektriciteitsopwekking uit kernreactoren betekent dat de Golfstaat zelf minder olie hoeft te consumeren en er dus meer van kan exporteren. Meer export betekent meer overheidsinkomsten.

    Volgens energiedeskundigen wil Saoedi-Arabië zo snel mogelijk munt slaan uit zijn oliereserves, omdat verwacht wordt dat de mondiale vraag op termijn zal afnemen vanwege de opkomst van hernieuwbare energie en de uiteindelijke dominantie van de elektrische auto. En dus is het zaak het accent in de Saoedische economie te verleggen van olie naar de tech- en entertainmentsector.

    Momenteel is Riyad in gesprek met bedrijven uit meer dan tien landen over de aankoop van nucleaire technologie om de eerste twee reactoren te bouwen – en Amerikaanse gegadigden staan vooraan in de rij. Probleem is wel dat de regering-Trump voorafgaand aan elke Amerikaanse verkoop een overeenkomst voor nucleaire samenwerking met Saoedi-Arabië moet sluiten, een zogeheten ‘123-overeenkomst’ waarin landen beloven dat ze de krachtige nucleaire installaties die ze van de VS kopen niet op oneigenlijke wijze zullen gebruiken.

    Gesprekken tussen de VS en Saoedi-Arabië over een dergelijk akkoord zijn al gaande – de Amerikaanse minister van Energie Rick Perry besprak de zaak in maart in Londen met Saoedische functionarissen, en ook president Trump zal de kwestie hebben aangesneden tijdens zijn ontmoeting met de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman kort geleden.

    Dekmantel

    Experts op het gebied van nucleaire proliferatie en Amerikaanse Congresleden van beide partijen maken zich echter grote zorgen over de deal. Zij vrezen dat Riyad zal proberen de technologie te gebruiken om een kernwapenprogramma op te zetten. Dat zou een van de meest instabiele regio’s ter wereld nog instabieler maken. Sommige sceptici denken zelfs dat het energieverhaal van Riyad louter een dekmantel is voor militaire ambities.

    Dit is meer dan een gissing. In een interview met de Amerikaanse omroep CBS op 18 maart gaf de Saoedische kroonprins, ook wel MBS genoemd, openlijk toe dat nucleaire bewapening een optie was: ‘Saoedi-Arabië wil geen kernwapens hebben, maar als Iran ze ontwikkelt, dan zullen wij zeker niet achterblijven.’

    De regering-Trump kan proberen ervoor te zorgen dat dit nooit gebeurt. Met de ‘123-overeenkomst’ kan het de Saoedi’s dwingen tot een juridisch bindende toezegging dat ze geen uranium zullen verrijken of verbruikte splijtstof zullen opwerken – processen die nodig zijn om kernwapens te maken.

    Naar verluidt overweegt Washington echter om Saoedi-Arabië toe te staan uranium te verrijken. Daarvoor zouden volgens deskundigen twee belangrijke redenen zijn. Ten eerste heeft Trump duidelijk een zwak voor Saoedi-Arabië: het was het eerste land dat hij op zijn eerste buitenlandse reis als president bezocht. Ook steunde hij een aantal van Riyads meest radicale politieke beslissingen, zoals de campagne van afgelopen zomer om buurland Qatar te isoleren en de vernietigende militaire interventie in Jemen.

    Ten tweede zou Trump kunnen zwichten voor het aanlokkelijke vooruitzicht van miljardencontracten voor Amerikaanse nucleaire productiebedrijven die dolgraag zaken willen doen. De verleiding om een deal te accepteren die de weg naar een Saoedische kernbom effent is mogelijk te groot om te weerstaan.

    Saoedi-Arabië blijft erbij dat het alleen kernenergie wil om de energieproductie te verhogen en niet om wapens te bouwen. ‘Wij voelen wij er niets voor nucleaire technologie aan te wenden voor militaire doeleinden en doen juist erg ons best om de verspreiding van kernwapens door anderen tegen te gaan,’ aldus de Saoedische minister van Energie Khalid al-Falih op een gezamenlijke persconferentie met minister Perry in december vorig jaar.

    Het nucleaire akkoord dat Iran in 2015 met onder meer de VS tekende, beperkt de mogelijkheden van het land om materiaal te maken dat nodig is voor een atoombom aanzienlijk, maar rond 2030 verlopen cruciale onderdelen van de overeenkomst

    Energiedeskundigen zeggen dat het zeker zin heeft voor Saoedi-Arabië om nieuwe vormen van energie te genereren, zodat het meer van zijn olie kan exporteren voordat de verwachte waardedaling van deze grondstof een feit is. Maar waarom gekozen voor nucleaire energie als alternatief, in plaats van hernieuwbare energie?

    Joe Romm, een voormalig onderminister van Energie tijdens de Clinton-jaren, vertelde me dat Saoedi-Arabië een groot deel van het land van stroom zou kunnen voorzien met zonne-energie. De uitgestrekte woestijnen waar de zon vrijwel permanent zeer fel schijnt zijn daarvoor van nature geschikt.

    Aangezien Saoedi-Arabië tegen extreem lage kosten zonne-energiecentrales zou kunnen bouwen om zonnestroom te produceren, is het, aldus Romm, ‘vanuit energie-oogpunt niet zo logisch dat de Saoedi’s zo’n sterke voorkeur aan de dag leggen voor de nucleaire optie, die notoir duur is’.

    Leg de plannen van Saoedi-Arabië om te investeren in hernieuwbare energie naast de voorgenomen investeringen in kernenergie, en je ziet volgens Romm dat Riyad minstens drie keer zo veel elektriciteit uit kernreactoren zal proberen op te wekken als uit hernieuwbare energie.

    Militaire ambities

    Amerikaanse experts op het gebied van buitenlandse politiek en nucleaire non-proliferatie zijn het door de bank genomen eens dat de voorkeur voor het ene programma boven het andere maar één ding kan betekenen: militaire ambities.

    ‘Ik denk dat een belangrijke – zo niet de belangrijkste – drijfveer voor het nucleaire programma van Saoedi-Arabië de veiligheidscompetitie met Iran is,’ aldus Kingston Reif, een non-proliferatie-expert bij de Arms Control Association.

    Iran is de aartsrivaal van Saoedi-Arabië in het Midden-Oosten en Saoedi-Arabië vreest dat Teheran zijn civiele nucleaire programma zal gebruiken om in de toekomst wapens te maken en de machtsverhoudingen in de regio daarmee in zijn voordeel te doen omslaan. Het nucleaire akkoord dat Iran in 2015 met onder meer de VS tekende, beperkt de mogelijkheden van het land om materiaal te maken dat nodig is voor een atoombom aanzienlijk, maar rond 2030 verlopen cruciale onderdelen van de overeenkomst.

    Die beperkingen kunnen nog veel sneller tot het verleden behoren wanneer Trump zijn herhaalde dreigementen uitvoert om zich uit de deal terug te trekken. Iran kan in dat geval binnen enkele dagen de nodige stappen zetten in de richting van wapenproductie.

    Aangezien MBS openlijk heeft toegegeven dat Saoedi-Arabië zich genoodzaakt zal voelen kernwapens na te streven als Iran hetzelfde doet, moet een Saoedisch civiel nucleair programma welhaast als een potentiële militaire troef worden beschouwd.

    De regering-Trump is momenteel in onderhandeling met de Saoedi’s over een overeenkomst inzake nucleaire samenwerking. Waarschijnlijk kwam die ter sprake toen de kroonprins op 20 maart te gast was in het Witte Huis. (Noch Saoedi-Arabië, noch de VS vermeldde hier iets over naar aanleiding van de bijeenkomst, wel werd er gezinspeeld op ‘nieuwe handelsovereenkomsten’.)


    Volgens recente berichten zal het Witte Huis Saoedi-Arabië mogelijk toestaan uranium te verrijken. Een land kan uranium verrijken om brandstof te produceren voor zijn kernreactoren, maar datzelfde proces kan ook dienen om een atoombom te maken – en dat heeft de bezorgdheid van Amerikaanse Congresleden van beide partijen gewekt.

    ‘Het interview met de kroonprins van vorige week zou reden genoeg moeten zijn voor de regering om de rem te zetten op de onderhandelingen en te benadrukken dat er geen 123-overeenkomst mogelijk is die verrijking en opwerking omvat,’ aldus het Republikeinse Congreslid Ileana Ros-Lehtinen, voorzitter van de Subcommissie Buitenlandse Zaken voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika van het Huis van Afgevaardigden. ‘Maar helaas blijkt uit het weinige dat de regering loslaat dat ze deze deal louter in handelstermen beziet en dat de nationale veiligheid niet of nauwelijks een overweging is.’

    Senator Bob Corker, voorzitter van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen, heeft de regering laten weten dat er in het Congres vanuit beide partijen weerstand is tegen een 123-overeenkomst die uraniumverrijking toestaat.

    Het Witte Huis moet de overeenkomst ter beoordeling aan het Congres voorleggen en Congresleden kunnen deze blokkeren met een gezamenlijke resolutie.
    Maar dat kan een averechts effect hebben: de Saoedi’s kunnen zich dan tot Russische of Chinese bieders wenden. En volgens analisten zullen de Russen en Chinezen minder geneigd zijn de verrijkings- of opwerkingsambities van Saoedi-Arabië te beteugelen. Om die reden stellen sommige analisten dat Washington een compromis met Riyad moet overwegen.

    ‘Ik zie liever de Amerikaanse nucleaire industrie in Saoedi-Arabië dan die van Rusland of China, dus moeten we ons met de Saoedi’s zien te verstaan’

    ‘Ik zie liever de Amerikaanse nucleaire industrie in Saoedi-Arabië dan die van Rusland of China, dus moeten we ons met de Saoedi’s zien te verstaan. We moeten de best mogelijke beperkingsclausules voor verrijking en opwerking zien te bedingen, inclusief een verbod voor langere tijd, bijvoorbeeld twintig of vijfentwintig jaar,’ aldus Robert Einhorn, voormalig adviseur wapenbeheersing en ontwapening van het ministerie van Buitenlandse Zaken, tegen The Washington Post. ‘We moeten enige flexibiliteit tonen.’

    Saoedi-Arabië beschouwt het vermogen om uranium te verrijken als een ‘soeverein’ recht, en kon geen 123-overeenkomst met de regering-Obama bereiken omdat president Obama weigerde dat recht te erkennen.

    Alexandra Bell, een expert op het gebied van wapenbeheersing uit het Obama-tijdperk, vertelde me dat de Saoedi’s niet zullen toegeven ‘zonder druk uit de allerhoogste kringen van het Witte Huis’. Dat wil zeggen: aanhoudende druk van de president zelf of topfunctionarissen als minister van Energie Perry. Maar Trump ligt misschien helemaal niet wakker van de verrijkingskwestie. Hij bekijkt de kwestie door een andere bril dan zijn voorganger – voor de huidige president stijgen de belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven ver uit boven het veiligheidsaspect. Vorig jaar, toen Trump zijn enorme wapendeal van 110 miljard dollar met de Saoedi’s beklonk, verkocht hij dit aan het publiek als een manier om ‘banen, banen en nog eens banen’ voor de VS te creëren.

    Een nucleaire deal met de Saoedi’s betekent een stimulans voor de in zwaar weer verkerende Amerikaanse nucleaire bouwbedrijven. Westinghouse, de meest prominente Amerikaanse bieder, zit momenteel in een faillissementsprocedure, wat nu al duizenden banen heeft gekost.

    In hun onderhandelingen met Washington zullen de Saoedi’s Trumps gevoeligheid voor het werkgelegenheidsaspect waarschijnlijk als dankbaar drukmiddel gebruiken om hun zin te krijgen.

    Auteur: Zeeshan Aleem
    Vertaler: Carl Stellweg

    Vox
    Verenigde Staten | vox.com

    in 2014 opgerichte nieuws- en opiniesite die onderdeel is van Vox Media. Dit technologiebedrijf beheert ook de sportwebsite SB Nation, de technologiesite The Verge en gamingsite Polygon. Vox heeft als missie om ‘het nieuws uit te leggen‘ en richt zich op een jong en welvarend publiek.

  • Renault werkt in Utrecht aan de toekomst van de elektrische auto

    Renault werkt in Utrecht aan de toekomst van de elektrische auto

    De Franse autofabrikant experimenteert in Nederland met auto’s die rijden op zonne-energie.

    In een straat in de Utrechtse woonwijk Lombok, vlak bij een rustige gracht en een molen, staan elektrische Renaults Zoe geduldig te wachten aan hun oplader. Niets bijzonders? Toch wel: deze oplaadstations, beheerd door de plaatselijke start-up We Drive Solar, worden geheel gevoed met zonne-energie van panelen die door het bedrijf op de daken van de buurt zijn geplaatst. Nog bijzonderder is dat ze bidirectioneel zijn, zodat de stroom uit de accu van de auto kan worden teruggestuurd naar het net.

    We Drive Solar, dat niet alleen dit micro-elektriciteitsnet beheert maar ook een autodeeldienst met dertig elektrische voertuigen, is een van de bedrijven waarmee Renault in Nederland samenwerkt om een ecosysteem voor de elektrische auto te ontwikkelen, een markt waarin de Fransen in Europa een aandeel van 25 procent hebben. ‘Wij verzamelen hier de stukjes van een legpuzzel waarmee we onze klanten een eenvoudig en soepel elektrisch leven willen bieden, en die een waardevolle bijdrage levert aan het raakvlak tussen de wereld van de auto en die van de energie, in nauwe samenwerking met de steden,’ zegt Eric Feunteun, directeur elektrische auto’s van Renault.

    Opladen via smartphone

    De Franse autofabrikant is er, net als zijn concurrenten, van overtuigd: het produceren van elektrische auto’s alleen is niet genoeg. Om ze te verkopen moet je ook mobiliteitsdiensten en energiefaciliteiten ontwikkelen. Nederland, waar regering en steden het gebruik van elektrische auto’s bevorderen, is daarvoor een gunstige omgeving.

    ‘Eind 2018 zullen we 150 elektrische deel-Zoe’s hebben en gaan we onze solaire oplaadstations uitrollen over de hele regio Utrecht,’ zegt een zelfverzekerde Robin Berg, oprichter van We Drive Solar. Utrecht, dat de komende tien jaar verwacht te groeien van 350.000 naar 400.000 inwoners, ruimt in zijn nieuwbouwplannen plaats in voor solaire oplaadstations voor deelvoertuigen en hoopt op korte termijn duizend stations te realiseren.

    Vanaf eind november kunnen de 1800 Zoe-eigenaars in Nederland hun auto opladen vanaf hun smartphone. Renault nam in oktober een aandeel van 25 procent in de Rotterdamse start-up Jedlix, die een intelligente oplaad-app voor accu’s heeft ontwikkeld, ‘Z.E. Smart Charge’. Doel is de accu op te laden wanneer de elektriciteit het goedkoopst is en afkomstig uit hernieuwbare bronnen, en weer te stoppen als het tegendeel het geval is.

    ‘Voor elke dag – maar het kan ook in één keer voor alle dagen – voer je op je smartphone het tijdstip in waarop je 
je auto wilt gebruiken en het minimale aantal kilometers dat je wilt rijden, en programmeer je de laadalgoritmes,’ aldus Ruben Benders, algemeen directeur van Jedlix. Het bedrijf heeft in Nederland al een soortgelijke app ontwikkeld voor Tesla. ‘Iedereen heeft er baat bij: de beheerders van het elektriciteitsnet vermijden consumptiepieken of -dalen waarbij hernieuwbare energie wordt verspild, en de consumenten besparen veel geld.’

    © Renault
    © Renault

    De besparing is des te groter omdat de gebruikers van deze gratis dienst door de elektriciteitsleveranciers financieel worden beloond voor dit ‘afvlakken’ van de energieconsumptie, iets wat steeds belangrijker wordt naarmate er meer elektrische voertuigen komen. ‘We hebben berekend dat de bonus kan oplopen tot tweeduizend gratis kilometers per jaar,’ verzekert Feunteun.

    Om het systeem te laten functioneren moeten de elektriciteitsleveranciers samenwerken. Dat is in Nederland al het geval, maar nog niet in Frankrijk. Renault hoopt de Jedlix-app in 2018 in heel Frankrijk te kunnen uitrollen voor bijna 48.000 Zoe-eigenaars. Dat zou dan de eerste ‘smart charging-app’ in Frankrijk worden.

    De app zal nog belangrijker worden 
als hij het ook mogelijk maakt stroom van de auto terug te sturen naar het net, zodat de ‘spitsuren’ van de thuisconsumptie beter door de elektriciteitsleveranciers kunnen worden gereguleerd – iets waarmee We Drive Solar al experimenteert in zijn eigen netwerk. ‘Met duizend auto’s die verbonden zijn met bidirectionele oplaadstations van duizend woningen met zonnepanelen, bereikt een plaatselijk netwerk van hernieuwbare energie een evenwicht,’ zegt Berg. ‘De accu van een Zoe kan een huis een week van stroom voorzien.’

    ‘Na vijftien jaar zijn onze accu’s te zwak geworden voor een auto, maar dan kunnen ze nog tien jaar voor opslag worden gebruikt’

    Renault riep in oktober een nieuwe divisie in het leven, Renault Energy Services, om in deze intelligente netwerken te investeren en de elektrische mobiliteit verder te ontwikkelen. Behalve in Nederland gaat de autobouwer ook in andere landen partnerschappen aan. In Groot-Brittannië wordt samen met de start-up Powervault geëxperimenteerd met een manier om accu’s te hergebruiken voor het thuis opslaan van elektriciteit die is opgewekt door zonnepanelen op de daken van huizen. ‘Na vijftien jaar zijn onze accu’s te zwak geworden voor een auto, maar dan kunnen ze nog tien jaar voor opslag worden gebruikt,’ zegt Feunteun. Dit tweede leven staat nog in de kinderschoenen, maar de experimenten zijn strategisch belangrijk voor de Franse autofabrikant: over vijf jaar zullen er voor het eerst duizenden accu’s worden geretourneerd.

    Auteur: Grégoire Allix
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk, dagblad, oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.