Tag: zorg

  • El Salvador zet AI in en schrapt banen in zorg

    El Salvador zet AI in en schrapt banen in zorg

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rapport: 2025 was voor Oekraïne het jaar met de hoogste militaire uitgaven ooit

    » Londen: galerie blaast tentoonstelling af na klachten van Joodse groepen

    Digitalisering leidt tot onrust in zorgsector

    Volgens A Pública promoot de regering van Nayib Bukele de app DoctorSV, die patiënten via een chatbot medische vragen laat stellen en hen zo nodig doorverwijst naar artsen via videogesprekken. De app maakt gebruik van door gebruikers ingevoerde gegevens en moet wachttijden verkorten en zorg toegankelijker maken, vooral buiten de grote steden.

    Tegelijkertijd zijn in het sociale zekerheidsstelsel (ISSS) honderden banen geschrapt, waaronder die van artsen, verpleegkundigen en administratief personeel. Volgens betrokkenen gaat het om personeel dat vaak direct contact had met patiënten, onder meer in specialistische zorg.

    Vakbonden en artsenorganisaties waarschuwen dat de hervorming de continuïteit van zorg in gevaar brengt. Vooral patiënten met chronische aandoeningen, zoals nierziekten, zouden worden getroffen doordat behandelingen worden onderbroken en vaste artsen verdwijnen.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Critici noemen de combinatie van digitalisering en ontslagen tegenstrijdig: terwijl de overheid stelt dat AI de druk op het systeem moet verlichten, kan het schrappen van personeel die druk juist vergroten. Bovendien zou de app geen vervanging zijn voor fysieke consulten, zeker niet bij complexe diagnoses.

    De regering presenteert DoctorSV als een innovatieve stap richting modernisering van de publieke gezondheidszorg. Volgens waarnemers zal het succes van de hervorming echter afhangen van de vraag of digitale tools worden aangevuld met voldoende medisch personeel.

  • Hulporganisatie Caritas bouwt pausmobiel om tot miniapotheek voor Gaza

    Hulporganisatie Caritas bouwt pausmobiel om tot miniapotheek voor Gaza

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bolivia: rechter gearresteerd die arrestatiebevel tegen Evo Morales annuleerde

    » Netanyahu kondigt een nieuw offensief aan in Gaza

    Het voertuig zal basiszorg verlenen aan kinderen in Gaza

    Een pausmobiel van de recent overleden paus Franciscus wordt omgebouwd tot een kinderapotheek in Gaza. ‘Er wordt al aan gewerkt’ om het kleine witte voertuig om te bouwen, aldus Caritas, de humanitaire tak van het Vaticaan, in een verklaring. De auto staat momenteel in Bethlehem, op de Westelijke Jordaanoever, waar de paus hem in 2014 achterliet als geschenk na een officieel bezoek, aldus de Italiaanse media Il Post.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De kleine mobiele apotheek – een project dat de paus tijdens zijn leven steunde – zal worden uitgerust met hechtsets, spuiten, zuurstof en vaccins die in een minikoelkast worden bewaard. Het voertuig, uitgerust met een chauffeur, zal worden beheerd door een team van artsen. ‘Wanneer de humanitaire corridor met Gaza weer opengaat’, zal het voertuig dat ter beschikking is gesteld aan Caritas Jeruzalem ‘klaarstaan om basiszorg te verlenen aan kinderen’, aldus de organisatie.

  • Zorg voor minderjarige transgenders tijdelijk verboden in Idaho

    Zorg voor minderjarige transgenders tijdelijk verboden in Idaho

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bevelhebber zegt dat Israël zal reageren op raketaanval Iran

    » Nieuwe steekpartij in Sydney, politie spreekt van terreurdaad

    De wet verbiedt puberteitsremmers, geslachtsverwisselende hormonen en bepaalde operaties

    Het Hooggerechtshof heeft maandag de weg vrijgemaakt voor de Amerikaanse staat Idaho om een verbod op genderbepalende medische zorg voor minderjarigen in grote lijnen uit te voeren. Dat meldt The Washington Post. Het is de eerste keer dat de rechters zich hebben uitgesproken over de controversiële kwestie van de medische zorg voor transgenders.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De wetgevers van Idaho hebben de wet, genaamd de Idaho Vulnerable Child Protection Act, afgelopen mei aangenomen. De wet verbiedt puberteitsremmers, geslachtsverwisselende hormonen en bepaalde operaties voor transgenderadolescenten. Artsen in Idaho die deze behandelingen voorschrijven aan transseksuele jongeren kunnen tot 10 jaar gevangenisstraf krijgen.

    Ruim twintig van de vijftig Amerikaanse staten hebben wetgeving aangenomen die bepaalde gezondheidsbehandelingen verbiedt voor minderjarigen die hun geboortegeslacht niet erkennen.

  • Autoriteiten in Gaza komen met dodenlijst om slachtoffers te bewijzen

    Autoriteiten in Gaza komen met dodenlijst om slachtoffers te bewijzen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Conservatief parlementslid in VK opgepakt op verdenking van verkrachting

    » Controversieel standbeeld Amerikaanse generaal omgesmolten

    Het Westen zei dat dodentallen in Gaza werden overdreven

    Het in Gaza gevestigde ministerie van Volksgezondheid, dat onder controle staat van Hamas, heeft donderdag voor het eerst een gedetailleerde lijst vrijgegeven over de slachtoffers van de Israëlische luchtaanvallen tot nu toe. Dat meldt Time. Op de lijst staan de namen, identificatienummers, leeftijden en het geslacht van de Palestijnen die volgens het ministerie zijn gedood.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het totale dodental bedraagt volgens het ministerie 7.028 Palestijnen, waaronder 2.913 minderjarigen. Omdat het ministerie de enige officiële bron voor slachtoffers in Gaza is, zijn er twijfels ontstaan over het dodental in het gebied. Twijfels die werden aangewakkerd door de Amerikaanse president Biden, die zei Palestijnse cijfers niet te vertrouwen.

    De Verenigde Naties en andere internationale instellingen en experts, evenals de Palestijnse autoriteiten op de Westelijke Jordaanoever – rivalen van Hamas – zeggen dat het ministerie van Gaza betrouwbaar is als het gaat om het bijhouden van cijfers. De VS putten eerder ook uit deze cijfers. Ook grote nieuwsorganisaties, waaronder AP en de BBC, zeggen dat de cijfers te vertrouwen zijn.

    Lees ook:

  • Gezondheidszorg in Gaza ‘staat op instorten’

    Gezondheidszorg in Gaza ‘staat op instorten’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Na 140 jaar is hét woordenboek van de Zweedse taal eindelijk af

    » Eindelijk een voorzitter: Mike Johnson gekozen door Republikeinen

    Het ministerie van Volksgezondheid waarschuwt daarvoor

    De gezondheidszorg in de Gazastrook staat volledig op instorten. Dat meldt het ministerie van Volksgezondheid van Gaza volgens Al Jazeera woensdag. Door een gebrek aan brandstof zullen de generatoren van de ziekenhuizen binnen 24 uur stoppen met draaien, waardoor er geen medische hulp meer kan worden verleend aan de duizenden gewonden in het gebied.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘We hebben het over een volledige ineenstorting van het gezondheidssysteem, dat niet meer in staat is om te gaan met het grote aantal gewonden dat bij de ziekenhuizen aankomt,’ zei een woordvoerder. Een derde van de ziekenhuizen in de Gazastrook is al niet operationeel en een groot deel van de medische klinieken is gesloten.

    Meerdere mensenrechtenorganisaties hebben de noodklok geluid over het gebrek aan noodhulp voor Gaza. Onder meer de WHO, de VN en Amnesty International wijzen erop dat de gevolgen van het niet toelaten van voedsel, drinkwater en medicijnen catastrofaal kunnen zijn voor de inwoners van Gaza.

    Lees ook:

  • ‘Tragische strijd’: In de frontlinie van China’s coronacrisis

    ‘Tragische strijd’: In de frontlinie van China’s coronacrisis

    Er is een tekort aan medisch personeel en onder hen zijn velen ziek aan het werk – ondertussen bezwijkt de nationale gezondheidszorg onder de druk van een toenemende crisis.

    Onderuitgezakt in een rolstoel of liggend op een brancard verdringen de zieke patiënten zich op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis in het noorden van China. Samengeperst in de smalle ruimten tussen liftdeuren. Rondom een in onbruik geraakt detectiepoortje. Tegen de muren van een gang die galmt van het gehoest. Kortom, ze bevinden zich in alle hoeken en gaten.

    De Chinese ziekenhuizen waren in betere tijden ook al overvol, vanwege gebrekkige financiering en een tekort aan personeel. Maar nu corona zich voor het eerst vrij rondwaart in China, wordt het medische systeem tot het uiterste op de proef gesteld.

    De taferelen van wanhoop en ellende in het Tianjin Medical University General Hospital, vastgelegd op een van de video’s die The New York Times in handen kreeg, weerspiegelen de groeiende crisis. Terwijl de besmetting toeneemt, vechten gezondheidswerkers in de frontlinie ook tegen de welig tierende infecties binnen de eigen gelederen. In sommige ziekenhuizen zijn zoveel medewerkers positief getest op het virus, dat de overgeblevenen het werk van vijf collega’s of meer moeten doen.

    Om ervoor te zorgen dat er voldoende personeel aanwezig is, eisen sommige instellingen niet meer dat artsen en verpleegkundigen zich testen voordat ze aan het werk gaan. Een arts in de centraal gelegen stad Wuhan zegt dat het personeel in haar ziekenhuis zo is uitgedund dat een neurochirurg van haar afdeling onlangs twee operaties op één dag moest uitvoeren, vechtend tegen besmettingssymptomen.

    ‘Het ziekenhuis functioneert op het randje,’ zegt Judy Pu, de arts wier afdeling normaal tien tot vijftien verpleegsters telt en nu nog maar een. ‘Ongeveer 80 tot 90 procent van de mensen om mij heen is besmet.’

    Tragische strijd

    China ervoer als eerste de paniek over corona toen het virus in 2019 opdook in Wuhan. Vervolgens heeft het land het virus de afgelopen drie jaar grotendeels onderdrukt door een kostbare mengeling van grootschalige tests, strikte lockdowns en potdichte grenzen. De regering had die tijd kunnen gebruiken om de gezondheidszorg te versterken door bijvoorbeeld een voorraad medicijnen aan te leggen en meer eenheden voor kritieke zorg op te zetten. Zij had een grootscheepse vaccinatiecampagne kunnen organiseren, gericht op de miljoenen kwetsbare oudere volwassenen die aarzelden om een prik of booster te halen. Maar China deed er weinig aan en is opnieuw in een crisismodus beland, net zoals in de begindagen van Wuhan.

    De werkelijke omvang van China’s gezondheidscrisis is moeilijk in te schatten, niet in de laatste plaats omdat de regering het grootschalige testen heeft afgeschaft na de abrupte opheffing van het strenge zerocovidbeleid van het land. De ontoereikende vaccinaties en het gebrek aan groepsimmuniteit deden de vrees ontstaan dat het dodental kan oplopen tot het niveau dat eerder tijdens de pandemie werd waargenomen in de Verenigde Staten, West-Europa en, meer recentelijk, in Hongkong.

    Gegevens die de lokale autoriteiten de afgelopen dagen hebben vrijgegeven, lijken te bevestigen dat het virus om zich heen grijpt: in verschillende steden en provincies worden dagelijks honderdduizenden besmettingen gemeld. Er zijn ook veel vragen over het aantal covidgerelateerde sterfgevallen in China, omdat de autoriteiten alleen nog de sterfgevallen tellen die het gevolg zijn van ademhalingsproblemen die rechtstreeks verband houden met een covidinfectie. 

    Officieel zijn er sinds de versoepelde pandemieregels op 7 december zeven mensen aan het virus overleden, een aantal dat in tegenspraak is met het toenemend anekdotisch bewijs uit het hele land – van de hoeveelheid lijkwagens voor een crematorium in Beijing tot de overmaat aan gele lijkzakken bij sommige uitvaartcentra.

    Een ziekenhuis in Shanghai heeft voorspeld dat de helft van de 25 miljoen inwoners van die stad uiteindelijk besmet zal raken en waarschuwt het personeel voor een ‘tragische strijd’ in de komende weken, zo blijkt uit een inmiddels verwijderde verklaring die het ziekenhuis vorige week op het sociale-mediaplatform WeChat plaatste.

    Er heerst breed gedragen frustratie over het feit dat de regering geen tijd bood om zich voor te bereiden op de toestroom van patiënten

    ‘Heel Shangai zal in deze tragische strijd meegetrokken worden, en al het personeel van het ziekenhuis zal worden besmet! Onze families worden besmet! Onze patiënten raken allemaal besmet!’ aldus de verklaring. ‘Er is geen keus, we kunnen niet ontsnappen.’

    In sommige ziekenhuizen is de bezetting zo uitgedund dat gepensioneerde artsen wordt verzocht weer aan het werk te gaan. Naar verluidt worden artsen en verpleegkundigen uit de oostelijke provincies Shandong en Jiangsu gehaald om de medische voorzieningen in Beijing te versterken.

    Medisch studenten die als arts-assistent en stagiair in ziekenhuizen werken, protesteerden tegen de verslechterende werkomstandigheden. Ze eisen dat studenten in de wintervakantie naar huis mogen als zij dat willen, en vragen om gelijke beloning en betere bescherming tegen het virus voor hen die ervoor kiezen om te blijven werken. Deze studenten behoren tot de laagstbetaalde gezondheidswerkers, ondanks het feit dat zij geacht worden langere dagen te maken.

    De protesten vielen samen met de dood op 14 december van een 23-jarige student geneeskunde die had gewerkt in het West China Hospital van de Sichuan-universiteit in de zuidwestelijke stad Chengdu. Volgens het ziekenhuis kreeg de student een hartaanval, maar zijn klasgenoten betwisten dat en zeggen dat hij bezweek omdat hij overwerkt was terwijl hij besmet was met corona.

    Het personeelstekort wordt naar verwachting erger naarmate de winter vordert en miljoenen arbeidsmigranten naar huis reizen in aanloop naar de nieuwjaarsvakantie in januari. De gezondheidswerkers worden nu al achter de schermen geconfronteerd met chaos door veranderend beleid en fysieke en mentale uitputting. Er heerst breed gedragen frustratie over het feit dat de regering hen geen tijd bood om zich voor te bereiden op de toestroom van patiënten.

    ‘We zijn van tevoren helemaal niet ingelicht. Ik hoorde via het nieuws dat de regels waren versoepeld,’ aldus Pu.

    Volgens medisch personeel hadden de tekorten aan medicijnen – waardoor sommige instellingen nu genoodzaakt zijn geneesmiddelen te rantsoeneren – vermeden kunnen worden. Ook had er meer tijd genomen moeten worden om een effectiever triagesysteem op te zetten waarmee overbezetting had kunnen worden voorkomen. 

    Koortskliniek

    Een van de fundamentele problemen van het Chinese gezondheidssysteem is de afhankelijkheid voor zelfs de meest elementaire zorg van ziekenhuizen. Grote, stedelijke instellingen zoals het Tianjin Medical University General Hospital vertegenwoordigen slechts 0,3 procent van alle zorgverleners in China, maar zij behandelden vorig jaar bijna een kwart van alle bezoeken aan poliklinieken in het land, zo blijkt uit gegevens van de Nationale Gezondheidscommissie.

    ‘In de VS hebben mensen hun eigen huisarts, maar in China zijn er in het medische systeem weinig mogelijkheden om aan zorg te komen, behalve als je de Eerste Hulp in een groot ziekenhuis bezoekt,’ aldus Qiao Renli, longarts en arts voor kritieke zorg aan de Universiteit van Zuid-Californië, die zowel in China als in de Verenigde Staten doceerde en praktiseerde.

    Om het ziekenhuispersoneel te ontlasten, heeft de regering het aantal ‘koortsklinieken’ in het hele land uitgebreid. Dat kunnen aparte vleugels binnen ziekenhuizen zijn of zelfstandige klinieken waar patiënten met koorts worden behandeld, ongeacht of ze corona hebben. In de zuidelijke stad Shenzhen werden koortsklinieken opgezet in cabines die voorheen werden gebruikt om op corona te testen. Volgens de regering zijn in Beijing lege stadions en quarantainecentra tot soortgelijke faciliteiten omgebouwd, waardoor het aantal koortsklinieken de afgelopen weken tot boven de duizend is gestegen.

    De bouw van zoveel extra koortsklinieken laat de snelheid zien waarmee de regering probeert zich aan te passen aan het snel verspreidende virus – soms te snel, volgens sommige gezondheidswerkers.

    Adela Xu, verpleegster in een kankercentrum in Shanghai, vertelt dat personeel en bezoekers vóór de versoepelingen een negatieve test moesten laten zien om haar ziekenhuis binnen te mogen. Sinds ongeveer een week begon het ziekenhuis, op last van de regering, met de bouw van een koortskliniek om eventuele covidpatiënten te screenen. Maar tegen de tijd dat die kliniek geopend werd, was de faciliteit al verouderd omdat de stad het testen niet meer verplicht stelde voor toegang tot de spoedeisende hulp. Tegelijkertijd raakten steeds meer mensen besmet.

    ‘Vorige week werden ongeveer twintig van de zevenhonderd patiënten van de spoedeisende hulp positief getest, zegt Xu. ‘Nu zijn dat er ongeveer honderd van de zevenhonderd.’

    De stortvloed aan covidpatiënten is niet de enige uitdaging waarmee ziekenhuizen worden geconfronteerd. Een van de gevolgen van de uitbraak is een wijdverbreid tekort aan bloed doordat het aantal donoren slinkt.

    In de zuidwestelijke stad Kunming laat een bloedbank in een verklaring weten dat de stad momenteel slechts een fractie ontvangt van de vijfhonderd donoren die per dag nodig zijn om aan de vraag te kunnen voldoen – het tekort begint zwangere vrouwen en patiënten op de intensive care te treffen.

    ‘Als we hem niet eens zuurstof kunnen geven, hoe kunnen we hem dan redden?’

    In reactie op de tekorten heeft de Nationale Gezondheidscommissie deze maand haar regels voor bloeddonatie uit 2021 herzien. Daardoor mogen mensen die hersteld zijn van corona alweer na zeven dagen in plaats van na zes maanden bloed geven. Deze nieuwe richtlijn heft ook de beperkingen op die waren opgelegd aan potentiële donoren die in nauw contact stonden met covidpatiënten.

    Sommige ziekenhuizen in de provincie Hebei bij Beijing kampen naar verluidt met een nijpend tekort aan ventilatoren, zuurstoftanks en bedden op de intensive care. Op een door The Associated Press opgenomen video is te horen hoe een medisch medewerker van een ziekenhuis in Zhuozhou, een stad in het noorden van Hebei, een groep mensen aanspoort om een patiënt over te brengen naar een ander ziekenhuis dat beter is uitgerust, met de mededeling dat er geen zuurstof meer is.

    ‘Als we hem niet eens zuurstof kunnen geven, hoe kunnen we hem dan redden?’ zegt de medewerker. ‘Als u geen vertraging wilt, keer dan om en breng hem dan snel naar elders!’

  • Westen kaapt artsen weg uit buitenland: ‘Over zes maanden zijn ze allemaal vertrokken’

    Westen kaapt artsen weg uit buitenland: ‘Over zes maanden zijn ze allemaal vertrokken’

    Rijke landen rekruteren in toenemende mate artsen en verpleegkundigen in arme landen, die daardoor het risico lopen dat de toch al kwetsbare gezondheidszorg verder destabiliseert. In Afrika doen ze daarom hun best gezondheidswerkers uit de diaspora terug te halen.

    Canada, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk staan bovenaan de lijst van landen die een groot gebrek aan verplegend personeel hebben en die daarom als nooit tevoren proberen om in andere landen personeel te rekruteren. Maar ook andere rijke landen, zoals Duitsland of Finland, die minder gewend zijn om een beroep te doen op buitenlandse artsen en verpleegkundigen, hebben onlangs wervingscampagnes gelanceerd die specifiek zijn gericht op de Filippijnen, op landen in Afrika, of in het Caribisch gebied.

    Dit schrijft Stephanie Nolan in een artikel voor The New York Times met als kop ‘Rijke landen lokken zorgmedewerkers uit lage-inkomenslanden om tekorten te bestrijden’. Het is een situatie die veel vragen oproept over de ethiek van deze wervingscampagnes en de weerklank die ze krijgen, zeker tijdens een pandemie. De ontwikkeling treft landen waarvan de gezondheidsstelsels al verzwakt zijn.

    Volgens Sinead Carbery, president van O’Grady Peyton International, een internationaal wervingsbureau, arriveren elke maand ongeveer duizend verpleegsters in de Verenigde Staten uit Afrikaanse landen, de Filippijnen en het Caribisch gebied.

    De Verenigde Staten trekken al langer verpleegkundigen uit het buitenland aan, maar de huidige vraag van Amerikaanse zorginstellingen is volgens Carbery de hoogste die ze in drie decennia heeft gezien. Naar schatting tienduizend staan buitenlandse verpleegkundigen van over de hele wereld op wachtlijsten voor sollicitatiegesprekken bij Amerikaanse ambassades, hopend op de vereiste visa om vacatures te kunnen vervullen.

    Verlies van gekwalificeerd personeel

    ‘Er vertrekt constant personeel’, zegt Lillian Mwape, directeur verpleging in een Zambiaans ziekenhuis. Haar mailbox loopt voortdurend vol met e-mails van recruiters die haar laten weten dat ook zij de mogelijkheid heeft om heel snel een visum voor de Verenigde Staten te krijgen.

    Officieel leidt Zambia te veel verpleegkundigen op en duizenden jonge afgestudeerden zijn werkloos. Maar het zijn de ervaren verpleegkundigen die het meest gewild zijn bij recruiters en die dus vertrekken. ‘Het zijn de meest gekwalificeerde verpleegkundige die we verliezen en die kunnen we niet echt vervangen’, aldus Lillian Mwape.

    De emigratie van in arme landen opgeleide gezondheidswerkers naar rijke landen is niets nieuws. Maar de stroom is sinds twee jaar geëxplodeerd, nu sommige landen versnelde procedures hebben ingevoerd voor het uitgeven van werkvisa en de erkenning van diploma’s, schrijft The New York Times.

    Zo heeft de Britse regering bijvoorbeeld in 2020 een ‘gezondheids- en zorgvisum’ gelanceerd, met verlaagde tarieven en snellere verwerking van aanvragen. Canada heeft de taalvereisten voor een permanente verblijfsvergunning versoepeld en het proces voor erkenning van kwalificaties voor internationaal opgeleide verpleegkundigen versneld. Japan biedt professionals in de ouderenzorg een snellere weg naar het verwerven van een permanente verblijfsvergunning. En Duitsland staat toe dat in het buitenland opgeleide artsen direct doorstromen naar assistent-artsposities.

    ‘Recruitmentbureaus onderhandelen rechtstreeks met verpleegkundigen die ze zeer voordelige voorwaarden bieden’

    Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat een land als de Filippijnen, dat al sinds lange tijd te veel verpleegkundigen opleidde om ze vervolgens naar het buitenland te kunnen sturen, vooral naar de Golfstaten, momenteel een gebrek heeft aan ziekenhuispersoneel.

    ‘Op mijn afdeling werken vijftien verpleegkundigen en de helft heeft een aanvraag in behandeling om in het buitenland te gaan werken’, zegt Mike Noveda, een ervaren verpleegster neonatologie in de Filippijnen die tijdelijk is overgeplaatst om covid-19-afdelingen te leiden in een groot ziekenhuis in Manilla. ‘Over zes maanden zijn ze allemaal vertrokken.’

    Wat de internationale werving van verplegend personeel betreft, hebben de lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2010 een gedragscode aangenomen. Dit gebeurde op instigatie van met name Afrikaanse landen, die zagen dat ter plaatse opgeleide artsen en verpleegkundigen in groten getale naar de Verenigde Staten of Groot-Brittannië vertrokken.

    ‘We moeten terugkeer naar het continent van Afrikaanse artsen bevorderen’

    Van bestemmingslanden wordt verwacht dat zij bepaalde initiatieven van herkomstlanden op het gebied van gezondheidszorg ondersteunen en aanvullende opleidingen opzetten om expats in staat te stellen met nieuwe vaardigheden naar hun land terug te keren. Maar sinds het begin van de pandemie hebben sommige recruiters een manier gevonden om dergelijke overeenkomsten te omzeilen.

    ‘Recruitmentbureaus komen binnen en onderhandelen rechtstreeks met verpleegkundigen die ze zeer voordelige voorwaarden bieden’, zegt Howard Catton van de International Nurses Organization. ‘De aangeworven professionals zijn niet van plan terug te keren naar hun thuisland. Integendeel: ze willen zich in het buitenland vestigen en hun gezin meenemen.’

    In theorie zou een land als Nigeria tweeënzeventigduizend gekwalificeerde artsen moeten hebben, maar volgens de Nigeriaanse senator Abba Moro waren er in 2021 slechts vijfendertigduizend in het land actief, aldus The Guardian. Desondanks gelooft John Nkengasong, directeur van de Africa Centers for Disease Control and Prevention (Africa CDC), dat hij gezondheidswerkers die nu in het buitenland werken, ervan kan overtuigen weer aan het werk te gaan in hun eigen land.

    Africa CDC heeft zeven werkgroepen ingesteld zodat Afrikaanse artsen en wetenschappers die in rijke landen werken, regelmatig advies van afstand kunnen geven. ‘Ze zijn erg behulpzaam geweest tijdens de pandemie. We moeten dit systeem formaliseren en terugkeer naar het continent bevorderen’, vindt Nkengasong.

    Investeren

    Om de exodus van medisch personeel te keren is het noodzakelijk dat Afrikaanse regeringen in actie komen. ‘Leiders op ons continent moeten investeren in het versterken van gezondheidssystemen. We hebben een zeer proactief programma nodig dat Afrikanen in de diaspora helpt om terug te keren. Een Ghanees of een Nigeriaan die in Londen woont, wordt niet op een ochtend wakker en zegt dan plotseling: ‘Ik ga voor een jaar terug naar mijn land. Ze hebben verantwoordelijkheden, een baan. Zo iemand moet geholpen worden met huisvesting en vervoer.’

    Africa CDC zal naar verwachting binnenkort aan de leden van de Afrikaanse Unie een reeks maatregelen voorstellen voor een regionaal gezondheidsverdrag dat tot doel heeft de reactie van het continent op de pandemie te coördineren. Er moeten met name mechanismen worden ingevoerd om de terugkeer en ondersteuning van expats aan te moedigen.

    Want ook al lijkt Afrika tot nu toe minder onder corona te hebben geleden dan andere continenten, het zal zich moeten voorbereiden ‘op de verschijning van andere varianten die moeilijker te behandelen zijn dan die waarmee we te maken hebben gehad’, waarschuwt John Nkengasong.

  • Namibië verwelkomt eerste lichting lokaal opgeleide artsen

    Namibië verwelkomt eerste lichting lokaal opgeleide artsen

    Tot voor kort kende Namibië geen eigen artsenopleiding. Maar de aidsepidemie van begin deze eeuw onderstreepte het belang van lokaal opgeleide dokters. Onlangs studeerden de eersten van hen af.

    Na een reis van drie uur, eerst met twee taxi’s en het laatste stuk hotsend en botsend in de laadbak van een oude pick-uptruck, kwam Simon Antindi aan bij het staatsziekenhuis waar zijn vader was opgenomen. De elfjarige jongen kon zijn ogen nauwelijks geloven. Het ziekenhuis in Oshakati, in het uiterste noorden van Namibië, was het grootste bouwwerk dat hij ooit had gezien: een verzameling lage groene en blauwe gebouwen die naar alle kanten uitwaaierden. Eenmaal binnen dwaalde hij door een doolhof van gangen en ziekenzalen vol patiënten en bezorgde bezoekers. Artsen fluisterden met elkaar in vreemde talen en er hing een zurige geur – een mengeling van schoonmaakmiddel en braaksel.

    En dan zijn vader. Nog nooit had die er zo hulpeloos bij gelegen. ‘Op dat moment wist ik dat ik dokter wilde worden,’ zegt Antindi, inmiddels 31 jaar oud. Maar de gedachte was nog niet in hem opgekomen of hij schoof haar alweer terzijde. ‘Niemand in mijn dorp, of zelfs daarbuiten, werd dokter.’ Terwijl Antindi om zich heen keek naar de Cubanen, Russen en Zuid-Afrikanen die zich over de patiënten ontfermden, dacht hij ontmoedigd: misschien doen Namibiërs dit soort werk niet. Misschien kunnen wij dit niet. In een oogwenk was zijn droom weer vervlogen.

    De landen bezuiden de Sahara dragen 25 procent van de wereldwijde ziektelast, maar tellen slechts 3,5 procent van het totale aantal gezondheidswerkers en maar 1,7 procent van alle artsen

    Zo’n 700 kilometer zuidwaarts, in de hoofdstad Windhoek, bogen veel topmedici zich op een ander niveau over deze kwestie. Het was eind jaren negentig, bijna tien jaar nadat Namibië zich van Zuid-Afrika had losgemaakt, en nog altijd had het land geen medische faculteit. Alle artsen waren ofwel in het buitenland opgeleid – in Zuid-Afrika, Finland of Rusland, waar ze een studie volgden die veelal nauwelijks aansloot op de situatie in hun geboorteland – of voor veel geld aangetrokken uit het buitenland. ‘Het was hoog tijd dat we zelf artsen gingen opleiden die voeling hadden met de lokale praktijk en bereid waren op die plekken te werken waar de nood het hoogst was,’ zegt prof. dr. Filemon Amaambo, destijds in overheidsdienst maar inmiddels voorzitter van de universiteitsraad van de Universiteit van Namibië (UNAM).

    Het probleem beperkte zich niet alleen tot Namibië. De landen bezuiden de Sahara dragen 25 procent van de wereldwijde ziektelast, maar tellen slechts 3,5 procent van het totale aantal gezondheidswerkers en maar 1,7 procent van alle artsen, volgens een artikel uit 2012 in het gratis toegankelijke onlinetijdschrift Human Resources for Health. Aan de universiteiten in de regio de zware taak om die leemte te vullen. Er zijn welgeteld 175 medische faculteiten in zwart Afrika, op een totaal van 1 miljard inwoners, tegenover 488 medische faculteiten voor 743 miljoen Europeanen. Zes Afrikaanse landen (Kaapverdië, Djibouti, Equatoriaal-Guinea, Lesotho, Sao Tomé en Principe en Swaziland) hebben helemaal geen medische faculteit, blijkt uit gegevens die zijn verstrekt door de Wereldgezondheidsorganisatie.

    Volgens Amaambo was het dus niet verbazingwekkend dat academici en overheidsfunctionarissen na de pas verworven onafhankelijkheid wilden onderzoeken of het haalbaar was om op eigen bodem een medische faculteit te openen. De kosten bleken echter te hoog voor het piepjonge land en het project werd op de lange baan geschoven. Maar terwijl het debat nog gaande was, werd Namibië opgeschud door een ernstige gezondheidscrisis. Toen Simon Antindi zijn vader in het ziekenhuis van Oshakati bezocht, waarde in zijn geboortedorp Ondjamba en talloze andere dorpen in de regio een onbekende ziekte rond. ‘Mensen zagen eruit als wandelende geraamtes,’ vertelt Antindi. Vrienden en buren bezweken. ‘Ze kwijnden voor onze ogen weg, zonder dat iemand wist wat er aan de hand was. We waren doodsbang.’

    De grootste schok was nog wel dat zelfs medici klaarblijkelijk machteloos stonden. Zieken verlieten het dorp voor een behandeling in het ziekenhuis, herinnert Antindi zich, en keerden terug om te sterven. Tegen de tijd dat aidsremmers in het eerste decennium van deze eeuw beschikbaar kwamen in Namibië, was hiv doodsoorzaak nummer 1. De aidsepidemie onderstreepte de noodzaak om juist mensen uit lokale gemeenschappen, met name in de uithoeken van het land, tot arts op te leiden, meende Amaambo.

    Een student krijgt uitleg in het ziekenhuis van Windhoek. – © Ryan Leonora Brown
    Een student krijgt uitleg in het ziekenhuis van Windhoek. – © Ryan Leonora Brown

    Gesteund door de regering en met hulp van de uit Kenia afkomstige dr. Peter Nyarang’o, expert op het gebied van volksgezondheid, maakte de Universiteit van Namibië een opzet voor ’s lands eerste medische faculteit. De UNAM startte om te beginnen met een tweejarig voorprogramma voor studenten Geneeskunde in spe. Uitblinkers zouden een beurs ontvangen om aan een buitenlandse universiteit verder te studeren. Toen het programma in 2003 van start ging, had Simon Antindi toevallig net zijn eindexamen achter de rug. Bij het invullen van het aanmeldingsformulier voor de UNAM aarzelde hij bij het aangeven van de gewenste studierichting. ‘Destijds had ik nog nooit een Namibische arts gezien,’ vertelt hij, ‘dus het ontbrak me aan zelfvertrouwen.’ Toch besloot hij het erop te wagen.

    Hij werd afgewezen.

    En zo vertrok Antindi naar Windhoek om Algemene Wetenschappen te studeren, zijn tweede keus, en liet hij zijn droom om arts te worden varen. Totdat hij in 2009, zojuist afgestudeerd, op de campus een wervingsposter zag voor het allereerste studiejaar Geneeskunde en zijn oude wens opnieuw werd aangewakkerd. ‘Ik dacht weer terug aan die dag dat ik machteloos aan het bed van mijn vader stond.’ Hij schreef zich in, en zes jaar later was het zover: in een hotel in Windhoek betrad hij het podium om samen met de andere afgestudeerden – de allereerste lichting artsen van de Universiteit van Namibië – zijn bul in ontvangst te nemen.

    Hoewel dit succes alom werd bejubeld, is de impact op het gezondheidszorgsysteem vooralsnog vrij beperkt: 35 nieuwe artsen in een land dat maar liefst vijfduizend artsen nodig heeft. ‘In dit tempo hebben we meer dan honderd jaar nodig om de achterstand in te halen,’ merkt Amaambo op.

    Inmiddels een jaar verder is een tweede lichting artsen afgestudeerd, is de instroom van nieuwe studenten verdriedubbeld, en volgend jaar vindt de aftrap van de studie Tandheelkunde plaats. Voor veel van de pas afgestudeerde artsen is dit het begin van een leven waarvan ze nooit hadden durven dromen. ‘Voor bijna ieder van ons geldt dat we de eerste dokter in de familie zijn,’ zegt Llewellyn Titus, een laatstejaars student Geneeskunde. Zijn ouders runnen een geiten- en schapenboerderij in de binnenlanden van Namibië.

    Een van hen

    Voor Antindi betekende het afronden van zijn studie maar één ding: hij pakte zijn diploma samen met de rest van zijn spullen in en koerste met zijn oude Corolla noordwaarts, naar Ondjamba. ‘Ik wist al die tijd dat ik naar mijn dorp zou terugkeren,’ zegt hij. ‘Je gaat naar Windhoek om te studeren, maar daarna kom je terug. Je bent het verplicht aan je eigen gemeenschap.’ Dat is precies wat het land nodig heeft: artsen die in afgelegen gebieden willen werken.

    Net als in Zuid-Afrika kent de gezondheidszorg in Namibië een enorme, groeiende ongelijkheid. Splinternieuwe privéklinieken voor de rijken schieten als paddenstoelen uit de grond, terwijl de staatsziekenhuizen kraken in hun voegen. Een ander knelpunt, ook voor de omringende landen, is de braindrain. Meer dan eenvijfde van de lokaal opgeleide artsen verlaat binnen vijf jaar na afstuderen het continent en slechts 8,6 procent is werkzaam voor overheidsklinieken op het platteland, zo bleek uit een onderzoek uit 2010 naar medische opleidingen in landen bezuiden de Sahara. Wellicht kan dit tij inderdaad het beste worden gekeerd door artsen op te leiden die afkomstig zijn uit gemeenschappen waar de roep om gezondheidszorg het grootst is.

    Antindi heeft de afgelopen achttien maanden zijn co-schappen gelopen in het ziekenhuis waar hij als elfjarige zijn vader kwam bezoeken. Nu wandelt hij in een smetteloos witte doktersjas met een zeker overwicht door de gangen, iets wat hij als kind niet voor mogelijk had gehouden. En als een van de weinige artsen op de ziekenhuisvloer kan hij zijn patiënten in hun eigen taal aanspreken. Veel artsen moeten verpleegsters inschakelen om te tolken, wat de afstand tot de toch al geïntimideerde patiënt verder vergroot. ‘Ik voel me iedere dag thuis als ik naar mijn werk ga,’ zegt Antindi. ‘Het maakt niet uit of ik met een collega praat, met een patiënt of met een schoonmaker – ik ben een van hen. Hier ben ik op mijn plek.’

    Na het afronden van zijn co-schappen, aan het einde van het jaar, wil hij het liefst in de regio blijven. Een definitieve keuze voor een specialisatierichting heeft hij nog niet gemaakt, maar hij neigt naar verloskunde en gynaecologie. ‘Ik weet uit ervaring hoeveel vrouwen en baby’s in dit deel van het land in het kraambed sterven. Dat raakt me diep. Maar nog belangrijker: van alles wat ik tot nu toe in de praktijk heb meegemaakt, is er niets mooiers dan het horen van het eerste geluid van een pasgeborene. Om als eerste te mogen zeggen: “Dag baby, welkom op de wereld.”’

    Auteur: Ryan Lenora Brown

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.