Tag: Zuid-Afrika

  • Waarom de studentenprotesten een keerpunt zijn voor Zuid-Afrika

    Waarom de studentenprotesten een keerpunt zijn voor Zuid-Afrika

    De recente demonstraties van Zuid-Afrikaanse studenten gaan over veel meer dan een verhoging van het collegeld. Ze laten zien dat ook de nieuwe zwarte politieke elite moet oppassen dat zij het contact met de samenleving niet verliest.

    Het was de eenendertigste president van Amerika, Herbert Hoover, die ooit spottend zei dat ‘jongeren gezegend zijn omdat zij de nationale schuld zullen erven’.

    Die opmerking maakte hij een paar jaar nadat Franklin Roosevelt hem in 1932 van een herverkiezing had afgehouden. Hoover kreeg toentertijd de schuld in de schoenen geschoven voor de Grote Depressie, die samenviel met het begin van zijn ambtstermijn.

    Het citaat kwam in me op toen ik de minister van Financiën, Nhlanhla Nene, hoorde aankondigen dat de regering 200 miljoen rand [ruim 13 miljoen euro] opzij had gezet voor ‘voorbereidende werkzaamheden’ 
aan het Zuid-Afrikaanse kernenergieproject.

    Dat voorgestelde project – waarvan president Jacob Zuma de spil vormt – zal naar verwachting inderdaad miljoenen rand gaan kosten – één biljoen als we sommigen mogen geloven. Dat geld zullen we ergens moeten lenen.

    Op het moment dat Nene dit eind oktober aankondigde in zijn begrotingsspeech, hadden duizenden gefrustreerde studenten zich verzameld bij de hekken van het parlement om te eisen dat naar hen zou worden geluisterd. Nene repte met geen woord over de crisis die letterlijk voor de deur stond.

    In wat nu al een historisch moment is, baanden de studenten zich een weg over het parlementsterrein, en kwamen zelfs helemaal tot aan de deuren van het Lagerhuis waar Zuma, zijn kabinet en andere parlementariërs bijeen waren om naar Nene’s verklaring over het budgetbeleid te luisteren. In het Lagerhuis deed iedereen alsof er buiten niets aan de hand was, afgezien van de Economic Freedom Fighters [EFF, de partij van de voormalige president van de ANC-Jeugdliga, Julius Malema]. Zij werden weggestuurd omdat de partij eiste dat over de studentenprotesten zou worden gesproken.

    Ondertussen eisten de studenten dat de minister van Hoger Onderwijs, Blade Nzimande, naar buiten zou komen om te spreken over hun eis de voor 2016 voorgestelde verhoging van het collegegeld met 6 procent te bevriezen. De daaropvolgende taferelen – schermutselingen, stungranaten en arrestaties – hoef ik niet nog eens te beschrijven.

    gettyimages 493987154

    Keerpunt

    De gebeurtenissen van 21 oktober vormden een keerpunt in het politieke debat in het Zuid-Afrika van na de apartheid. Voor het eerst sinds 1994 daagden studenten de heersende elite uit, en ze verstoorden de maatschappelijke orde op een nog nooit vertoonde wijze.

    Als ze hadden gewild, hadden ze het Lagerhuis kunnen binnenvallen, maar ik betwijfel of ze dat van plan waren. Het symbolisch uitdagen van de heersende macht en de status quo was 
voldoende. En het spreekt ook voor de studenten dat ze zich afkeerden van politieke opportunisten die probeerden de legitieme strijd tegen de verhoging van het collegegeld uit te buiten voor politiek gewin.

    Leiders van de [liberale] Democratische Alliantie en de EFF werden uitgejouwd toen ze probeerden een slaatje te slaan uit de situatie.

    Zelfs het ANC, dat pas laat besefte dat het verkeerd bezig was en de situatie probeerde te redden door Blade Nzimande alsnog naar buiten te sturen om de studenten voor het parlement toe te spreken, was niet welkom. Het was te laat. Zijn poging om hen via een luidspreker te bereiken, werd overstemd door demonstranten die ‘Blade must fall’ schreeuwden [naar het voorbeeld van de slogan #RhodesMustFall, waarmee studenten strijden voor het weghalen van een standbeeld van de koloniaal Cecil Rhodes bij de universiteit van Kaapstad]. Zijn zesprocentvoorstel werd ronduit afgewezen door de studenten. Eerder had Nzimande journalisten laten weten dat de protesten niet op een ‘crisis’ wezen.

    Het lijkt erop dat het ANC zich weer in eenzelfde positie bevindt als in 1976, toen het te laat in de gaten had dat zich een politieke vloedgolf over het land verspreidde – studentenopstanden die men niet in de greep had en waar men geen invloed op kon uitoefenen.


    Wantrouwen

    Nzimande en andere ANC-kopstukken behandelen de studenten net zoals de toen in ballingschap levende ANC-leiders de jonge Steve Biko [een van de kopstukken in de strijd tegen de apartheid]: met wantrouwen. Pas na de opstand in Soweto vroeg het ANC de jonge Thabo Mbeki contact te maken met mensen als Biko. Dat is nooit gebeurd, want Biko werd in 1977 vermoord.

    De taferelen in het parlement hebben de positie van het ANC, dat zichzelf toch profileert als de stem van het volk, op ernstige en gewelddadige manier ondermijnd. Het was beschamend.

    Door politieke invloed van buitenaf 
van de hand te wijzen, hebben de protesterende studenten de boodschap af-gegeven dat zij zichzelf zullen bevrijden. Niet dat ze apolitiek zijn – een groot aantal van hen maakt deel uit van verschillende politieke organisaties – maar ze hebben duidelijk ge-maakt dat ze een gemeenschappelijke strijd voeren voor toegang tot onderwijs, en er niet op uit zijn om op een makkelijke manier een politiek punt te scoren.

    In een land met een maatschappij die zo ongelijk is als de onze, waren dergelijke protesten al een hele tijd te verwachten. De studenten voeren strijd voor hun toekomst en die van dit land. Per slot van rekening zijn zij het die dit land en zijn schuld zullen erven.


    Toekomstige leiders

    Bij afwezigheid van een substantiële bijdrage van de private sector aan de verbetering van het onderwijs, moet de regering zichzelf een serieuze vraag stellen. Wil zij toekomstige generaties belasten met de schuld van een ambitieus kernenergieproject – waarvan slechts weinigen in de regeringspartij veel kennis lijken te hebben – of zou het verstandiger zijn een deel van het geld te steken in de opleiding van de toekomstige leiders van het land? Al 
in het volgende financiële jaar zal de staatsschuld stijgen tot naar verwachting 49,8 procent van het bruto binnenlands product.

    Wat ook het resultaat van de protesten zal zijn – de invoering van een onderwijsbelasting, een tijdelijke opschorting van de collegegeldverhoging of meer staatssubsidie voor universiteiten – het is duidelijk dat de dingen nooit meer hetzelfde zullen worden.

    Sibusiso Ngalwa

  • Sloppenwijken vinden hun eigen toekomst uit

    Sloppenwijken vinden hun eigen toekomst uit

    Nieuwe vormen van muziek die zich wijd verspreiden, maar ook het ontwikkelen van een systeem om afvalwater te zuiveren: naast alle misère barsten de Afrikaanse sloppenwijken ook van creativiteit en zelfredzaamheid.

    In een van de uitzendingen van 
A Richer World van de BBC sprak de gerenommeerde Zweedse statisticus Hans Rosling over hoe West-Afrika de uitbraak van ebola heeft weten te bedwingen. Zijn fascinerende presentatie toonde onder meer aan hoe de loop der dingen in een Afrikaanse sloppenwijk een drastische wending kan nemen. Soms pakt het slecht uit, zoals in het geval van ebola. Andere keren gaat het juist goed, bijvoorbeeld als het cultuur betreft. Neem semba, het soort aanstekelijke muziek dat zelfs de schuchterste toeschouwers de dansvloer opdrijft. Het 
is een mengeling van opzwepende Afrikaanse ritmen, samba en Caraïbische zouk die zijn naam dankt aan 
het enkelvoud ‘masemba’, wat ‘buikcontact’ betekent.

    Vernieuwingsdrift

    Semba ontstond in het begin van de jaren zestig in de sloppenwijken of musseques van Luanda, de hoofdstad van Angola. Dankzij hervormingen in het koloniale beleid zagen de inwoners hun dagelijkse leven verbeteren en overal in de stad ontstonden nieuwe culturele centra. Semba, een lokale vorm van populaire stadsmuziek, was een boegbeeld van deze positieve ontwikkelingen. Sterker nog: als je het over hedendaagse Angolese muziek wilt hebben, kun je niet om semba heen. Ook buiten Angola is semba immens populair, vooral in de Portugeestalige landen en in West-Afrika.

    Dat bewijst maar weer dat je niet altijd op een eerste indruk kunt afgaan: zo op het eerste gezicht springen namelijk vooral de erbarmelijke omstandigheden van de Afrikaanse sloppenwijken in het oog. Kijk je echter verder, dan tref je er een vitaliteit, bezieling en vernieuwingsdrift aan die je nergens anders in de stad vindt. Bovendien hoor je er alle belangrijke muziekgenres, waaronder semba, die ontsproten in de uitdijende nederzettingen van werkzoekenden aan de rand van Afrikaanse steden. En tegen de verdrukking in ontstaan hier nog altijd nieuwe genres. In Zuid-Afrika begon de ondergrondse muziekcultuur met marabi, een muziekstijl uit de townships met Amerikaanse ragtime- en bluesinvloeden, meestal uitgevoerd op een keyboard.

    Alle grote dansorkesten hebben marabi omarmd en die swingstijl bracht weer mbaqanga voort, de meest karakteristieke vorm van Zuid-Afrikaanse jazz. In sommige sloppenwijken bestaat de artistieke expressie uit geschilderde teksten en kleurrijke muurschilderingen die de wijk een compleet andere aanblik kunnen geven. Zo maken jongeren in de sloppenwijk Korogocho van Nairobi muurschilderingen vol hoop waarmee ze de gemeenschap willen inspireren. Graffiti voor vrede is ook een groot succes in Kiberia, Nairobi’s grootste krottenwijk, en dat culmineerde in Kiberia Walls for Peace, een kunstproject voor jongeren.

    Dit project moest in de aanloop naar de presidentiele verkiezingen van 2013 eenheid en samenwerking tussen de verschillende etnische en politieke groepen bevorderen. Het resulteerde in een trein met tien wagons die beschilderd met positieve boodschappen en vredestekens door de sloppenwijken rijdt – wellicht de eerste trein in Afrika met graffiti die van hogerhand is goedgekeurd. Kunst uit de krottenwijken wordt steeds meer gewaardeerd en geïnstitutionaliseerd.

    Zo put het sloppenfestival van Kampala, in Oeganda, uit het lokale creatieve talent. Het festival richt zich op de meest kansarme groepen in meer dan tien stadswijken. De bewoners worden één dag per jaar getrakteerd op een openluchtfestival met exposities, muziek, poëzie, films en workshops. Ook het jaarlijkse Slum Film Festival 
in Kenia, begonnen in 2011, is een ode aan de creativiteit. Een week lang zijn er openluchtvoorstellingen met films van en over sloppenwijkbewoners. Het festival dient twee doelen: het biedt een platform aan lokaal creatief talent, en daarnaast krijgen deze gemeenschappen die slechts beperkt toegang tot bioscopen hebben de mogelijkheid om een verscheidenheid aan films te zien.

    Kunst uit de krottenwijken wordt steeds meer gewaardeerd en geïnstitutionaliseerd

     Een catwalk georganiseerd door de Miss Koch beauty and talent contest in de sloppenwijken van Nairobi. – © Thomas Mukoya / Reuters. (r) Het Orkest Ghetto Classics, eveneens in Nairobi. De optredens laten jongeren kennismaken met klassieke muziek. –
    Een catwalk georganiseerd door de Miss Koch beauty and talent contest in de sloppenwijken van Nairobi. – © Thomas Mukoya / Reuters. (r) Het Orkest Ghetto Classics, eveneens in Nairobi. De optredens laten jongeren kennismaken met klassieke muziek. –

    Proeftuin

    Dit soort initiatieven laat zien dat in Afrikaanse sloppenwijken voortdurend vernieuwing plaatsvindt, en dat geeft de inwoners de gelegenheid mee te werken aan de verandering van hun omgeving van binnenuit, waarbij de sloppen een proeftuin worden voor een aantal van de meest ongelofelijke programma’s van stadsvernieuwing. In Dakar, Senegal, hebben inwoners van de sloppenwijk Yoff de handen ineengeslagen met een ngo die werkzaam is op het gebied van milieu en ontwikkeling om een duurzaam afvalwatersysteem te ontwerpen en te bouwen. Yoff, een stedelijk gebied dat aan de Atlantische Oceaan grenst, heeft in de afgelopen jaren te maken gekregen met een enorme migratie waar de infrastructuur niet tegen bestand bleek.

    Omdat watertrucks de nauwe straatjes niet in konden om het afvalwater op te halen, loosden de inwoners van Yoff het direct op het strand. In het systeem dat door de inwoners is ontworpen, wordt het afvalwater eerst in kleine bezinkbassins opgevangen waarna het naar grotere verzamelbassins wordt afgevoerd, waar het met behulp van waterplanten wordt gezuiverd. Het gezuiverde water – een waardevol goed in een gebied waar water schaars is – wordt vervolgens gebruikt voor irrigatie, stadslandbouw en toiletsystemen. De gemeenschap heeft een commissie in het leven geroepen om het systeem te beheren en er zijn pictogrammen ontworpen om anderen duidelijk maken hoe het gebruik ervan in zijn werk gaat.

    man

    Een andere veelbelovende innovatieve stap werd gezet in Khayelitsha, de 
op één na grootste township in Zuid-Afrika. Hoewel hier nauwelijks sprake is van enige stadsplanning, openbare voorzieningen of een herkenbaar stadscentrum, heeft The CiTi (Cape Innovation and Technology Initiative) hier kortgeleden een broedplaats voor start-ups geopend, geënt op het model van de populaire incubator Bandwidth Barn in Kaapstad. Bandwidth Barn biedt met name ondersteuning op het gebied van technologische innovaties om zo lokale problemen op te lossen en banen te scheppen. The Barn Khayelitsha wil verschillende programma’s opzetten voor het ontwikkelen van ict-vaardigheden gericht op algemene bedrijfsontwikkeling, in het bijzonder voor vrouwelijke ondernemers, jongeren, kleine boeren en ondernemers in de toeristensector.

    Ten slotte vervullen sloppenwijken in sommige landen een cruciale rol. Van oudsher bestaan sloppenwijken naast de officiële stad en helpen ze ondanks de overduidelijke beperkingen mee aan haar groei.


    Neem bijvoorbeeld Makoko, de Nigeriaanse krottenwijk op palen in de lagune van Lagos, al meer dan honderd jaar bewoond door een trotse, traditionele vissersgemeenschap. Hoewel de regering hen dreigt met herhuisvesting elders, wil het merendeel van de vissers, markthandelaren en visrokers het liefst op het water blijven wonen. Elk huishouden bezit een kano. De grote kano’s worden gebruikt op open zee en de kleinere in de lagune. De gemeenschap voorziet de inwoners van Lagos van vis. Op de Asejere-markt, de bekendste in Makoko, wordt de vangst – barracuda’s, garnalen en krabben – tegen lage prijzen verkocht.

    Culturele smeltkroes

    Aan de andere kant van het continent, in Kigali, ligt Nyamirambo, een sloppenwijk ‘in overgang’: de wijk wordt inmiddels meer als voorstad dan als sloppenwijk beschouwd, hoewel de infrastructuur en de veiligheid in delen van Nyamirambo nog veel te wensen overlaten. Vijftig jaar geleden was het nog een doodgewoon Rwandees dorp maar in korte tijd vestigden zich er veel migranten en kwam het bekend te staan als een bruisend maar gevaarlijk deel van de stad, lokaal bekend onder de naam ‘Gangster Paradise’. Het is een culturele smeltkroes met inwoners afkomstig van het hele continent en het heeft een grote moslimgemeenschap. Het nachtleven is er bruisend, met winkeltjes die zeven dagen per week geopend zijn, vierentwintig uur per dag. Nyamirambo wordt beschouwd als de bakermat van het Kinyarwanda-slang (naast het Engels en het Frans de derde officiële taal van Rwanda), de taal waarin het merendeel van de lokaal geproduceerde muziek wordt opgenomen. De wijk vormt een levendig muziekcentrum met tal van studio’s zoals Touch Record, F2K, Super Level en Top5sai.