Er zou een schip tot zinken zijn gebracht met een zeedrone
Oekraïne heeft Russische schepen in een marinebasis in de Zwarte Zee aangevallen. Dat schrijft The Kyiv Independent. Hoewel Rusland meldt dat alle zeedrones zijn onderschept door de Russische marine, blijkt uit beelden op sociale media dat minstens één oorlogsschip tot zinken zou zijn gebracht.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Zwarte Zeehaven van de stad Novorossiejsk wordt gebruikt door Russische schepen die onder meer graan vervoeren. De aanvallen lijken een vergelding voor eerdere aanvallen van Rusland op Oekraïense graandepots, onder meer in de havenstad Odessa. Op sociale media wordt ook gesproken van gevechten op het land in de buurt van Novorossiejsk.
De aanval zou zijn uitgevoerd door de Oekraïense veiligheidsdienst SBU in samenwerking met de marine en is bevestigd door Oekraïne zelf. Het is voor het eerst dat het land een Russische haven aanvalt. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky waarschuwde Rusland vorige week dat ‘de oorlog naar Rusland toe zou komen’.
Ondanks dat de prijzen van voedingsmiddelen dalen, zeggen experts dat de wereldwijde productie in 2023 nog verder kan zakken, waardoor de honger toeneemt. ‘De huidige betaalbaarheidscrisis ontaardt volgend jaar in een beschikbaarheidscrisis.’
Zijn de voedselprijzen over hun hoogtepunt heen? Al voor het door de VN onderhandelde akkoord tussen Kyiv en Moskou over de graanexport, dat onlangs het vervoer van graan vanuit de Oekraïense havens aan de Zwarte Zee mogelijk maakte, waren ze alweer flink aan het dalen. Een Russische recordoogst, de vrees voor een recessie en de hoop dat de mondiale graanhandel weer op gang komt, drukken de prijzen. Maar met die prijsdaling is de voedselcrisis nog niet voorbij. Volgens analisten is er nog niets veranderd aan de onderliggende factoren die de prijzen hadden opgestuwd. De oorlog in Oekraïne is slechts een van de vele problemen die nog jarenlang tot meer honger kunnen leiden.
Het conflict in Oekraïne brak uit op een moment waarop de voedselprijzen al steeds verder werden opgedreven door een hele reeks factoren, waaronder vooral de droogte in belangrijke oogst-producerende landen, en aanvoerketens die nog kampen met de nasleep van de pandemie. In armere landen, waar de economie al in duigen lag door de coronalockdowns, betekende de oorlog alleen maar een verdere verslechtering van een toch al sombere situatie. ‘Deze mondiale voedselcrisis verschilt van eerdere vergelijkbare situaties in de zin dat hier meerdere belangrijke oorzaken meespelen,’ zegt Cary Fowler, speciaal gezant van de VS voor voedselzekerheid. De ware impact van die combinatie van factoren zal zich volgens deskundigen pas volgend jaar aftekenen. ‘Ik maak me meer zorgen over 2023 dan over 2022,’ zegt een analist.
Blokkade
De oorlog heeft zonder twijfel een remmende werking gehad op de wereldwijde voedselproductie. Door de blokkade van de Oekraïense havens en de beperkte capaciteit van alternatieve routes lagen de exportvolumes aanzienlijk lager dan normaal. In juni heeft het land krap een miljoen ton tarwe, maïs en gerst geëxporteerd – volgens het Oekraïense ministerie van Landbouw 40 procent minder dan in dezelfde maand in 2021. Deze maand is in Oekraïne de oogst begonnen en zijn de boeren hard op zoek naar opslagruimte. Maar als ze hun graan niet kunnen verkopen, heeft dat ook gevolgen voor 2023: dan hebben ze niet genoeg geld om zaaigoed en kunstmest in te kopen voor het volgende seizoen. Straks valt er misschien niets meer te oogsten, waarschuwt een internationale beleidsambtenaar.
De hoge grondstofprijzen van eind dit voorjaar waren elders wellicht een stimulans om de productie te verhogen. Maar daar tegenover staan de kostenstijgingen waar veel boeren ook mee te maken krijgen, met name door de stijgende prijzen van kunstmest en van de voor hun landbouwapparatuur en voor het transport benodigde diesel. Beleidsambtenaren waarschuwen dat de nu al torenhoge energieprijzen, die in de winter naar verwachting nog verder zullen stijgen, ook hun weerslag hebben op de productie van de voor boeren onmisbare stikstofmest. ‘Als we geen oplossing vinden voor het probleem van de landbouwproductiemiddelen, met name kunstmest, ontaardt de huidige betaalbaarheidscrisis volgend jaar in een beschikbaarheidscrisis,’ waarschuwt Arif Husain, hoofdeconoom bij het Wereldvoedselprogramma van de VN.
In 2007-2008 zijn de rijstprijzen meer dan verdubbeld als gevolg van exportbeperkingen in India en Vietnam
Tot dusver bestond er vooral zorg over de graanvoorraden, met name over tarwe en de plantaardige olie waarvan Oekraïne een grote exporteur is. Maar sommige analisten maken zich ook zorgen over de prijs van rijst, het basisvoedsel van heel Azië. Op dit moment beschikken belangrijke rijstproducerende landen zoals India, Thailand en Vietnam nog over ruime voorraden. Maar men vreest voor exportbeperkingen als meer consumenten er door de hoge tarweprijs toe worden gedreven op rijst over te stappen. Slechts 10 procent van de wereldwijde productie van rijst wordt geëxporteerd, dus een exportbeperking van één land kan al een buitensporig effect hebben op de mondiale prijzen.
In 2007-2008 zijn de rijstprijzen ook meer dan verdubbeld als gevolg van exportbeperkingen in India en Vietnam in combinatie met hamstergedrag van grote rijstimporterende landen zoals de Filipijnen. ‘We houden de rijstprijzen nauwlettend in de gaten,’ zeggen analisten van de Japanse investeringsbank Nomura. ‘Als mensen onder druk van stijgende tarweprijzen overstappen op rijst, heeft dat mogelijk gevolgen voor het voorraadpeil en kan het belangrijke producerende landen aanzetten tot exportbeperkingen, wat uiteindelijk tot hogere prijzen zal leiden.’ En de autoriteiten houden ook de beschikbaarheid van kunstmest voor de rijstproductie in Azië in het oog.
Al lang voor de Russische inval in Oekraïne had de voedselonzekerheid in de wereld recordhoogtes bereikt. Als gevolg van de pandemie, de droogtes en andere regionale conflicten leden bijna 770 miljoen mensen in 2021 honger, wat volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) het hoogste aantal is sinds 2006. De FAO voorspelt dat als gevolg van de oorlog in Oekraïne het aantal ondervoede mensen dit jaar met 13 en volgend jaar met nog eens 17 miljoen mensen zal stijgen. De Wereldbank becijfert dat met elke procentpunt stijging van de voedselprijzen 10 miljoen mensen tot extreme armoede vervallen.
Bovenop de stijgende voedselprijzen kampen veel opkomende economieën ook met een valutadaling
Grote delen van Afrika, het Midden-Oosten en Centraal-Azië consumeren meer basisvoedingsmiddelen dan ze produceren. Deze regio’s lijden het meest onder wereldwijde prijsstijgingen, aldus de organisatie Gro Intelligence, die landbouwstatistieken verzamelt. Bovenop de stijgende voedselprijzen kampen veel opkomende economieën ook met een valutadaling. Landen in het Midden-Oosten en Afrika die afhankelijk zijn van de graaninvoer uit Oekraïne en Rusland, hebben zwaar onder de prijsstijgingen te lijden. Egypte heeft al aangeklopt bij het IMF, in Turkije is de inflatie opgelopen tot bijna 80 procent en de crisis in Libanon is door de Wereldbank een van de ernstigste van de afgelopen honderd jaar genoemd.
Ook landen die geen afnemer zijn van Rusland of Oekraïne, maar wel grote netto-importeurs van landbouwgrondstoffen, kampen nu met hogere invoerkosten. De prijzen van basisvoedingsmiddelen zoals brood, pasta en plantaardige olie zijn het snelst gestegen. In Bulgarije kostte een brood in juni bijna 50 procent meer dan een jaar eerder. Plantaardige olie is in Spanje nu al bijna twee keer zo duur als een jaar geleden en in Polen zijn de suikerprijzen met 40 procent gestegen.
Voedselinflatie
In landen met lagere inkomens, waar een groot deel van de consumentenuitgaven opgaat aan voedsel, is het voor mensen veel moeilijker om de stijgende kosten van levensonderhoud het hoofd te bieden door hun uitgaven te beperken. In Egypte, waar meer dan een derde van de huishouduitgaven opgaat aan voedsel en niet-alcoholische dranken, kampen de mensen met stijgingen van de voedselprijzen van 24 procent. In Ethiopië, waar een nog groter deel van het huishoudboekje aan voedsel opgaat, bedraagt de voedselinflatie zelfs 38 procent. ‘In een land waar je zelfs op de beste dagen nog altijd meer dan 50 tot 60 procent van je besteedbaar inkomen aan voedsel uitgeeft, is er weinig ruimte om zo’n schok op te vangen,’ zegt Husain.
Vooral in Afrika ‘bestaat volgend jaar gevaar op hongersnood’, aldus Gilbert Houngbo, voorzitter van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling van de VN. En dat kan weer leiden ‘tot maatschappelijke onrust en massale economische migratie’, voegt hij eraan toe. In 2007-2008 en 2010-2011 hebben grote prijsstijgingen van voedsel ook wereldwijd tot rellen geleid, en de huidige torenhoge voedselprijzen waren een belangrijke factor in de recente onlusten in Sri Lanka. In andere zwaar getroffen landen hebben regeringen de onrust nog kunnen beteugelen door voedsel te subsidiëren. ‘Dat bood wat verlichting,’ zegt Michael Pond, analist bij Barclays, ‘maar op een gegeven moment kan de druk zo hoog worden dat overheden het daarmee niet meer redden. En dan kan het uit de hand lopen.’
Oekraïense boeren zijn misschien niet in staat of bereid om hun akkers weer te gaan bebouwen
Niet iedereen denkt dat de crisis zich nog verder zal verdiepen. Eerder deze maand kwam Morgan Stanley met een optimistisch rapport over de toekomst van de voedselprijzen. De bank voorspelt dat de prijsstijgingen in 2023 lager zullen zijn dan verwacht. De graanproductie van boeren zal stijgen, onder meer door een afname van de spanningen in Oekraïne, en dat zal volgens het rapport een matigende werking hebben op de voedselinflatie.
Maar al hebben sommige internationale handelaren goede hoop dat de heropening van de Zwarte Zee-route de opmaat is naar een ‘de facto wapenstilstand’, het is nog steeds onzeker wat de bedoelingen van Rusland precies zijn. Het blijft aanvallen uitvoeren op gebieden rond de Oekraïense havens. En zelfs al was de oorlog morgen ineens voorbij, dan moet Oekraïne eerst nog zijn landbouw- en haveninfrastructuur herbouwen en de kustwateren mijnenvrij maken. Oekraïense boeren zijn misschien niet in staat of bereid om hun akkers weer te gaan bebouwen.
Veel analisten en beleidsmedewerkers verwachten dat de huidige voedselcrisis nog jaren zal duren, met de gevolgen van de recente oorlog bovenop die van de klimaatverandering, de pandemie en andere conflicten in de wereld. ‘Al die factoren die de voedselinflatie aandrijven kunnen een rol blijven spelen,’ zegt Pond. Landen die voor hun graan en plantaardige olie afhankelijk waren van Oekraïne spreken nu ook andere invoerbronnen aan, waardoor de prijzen langer hoog zullen blijven, en datzelfde geldt voor de energieprijzen, zegt Laura Wellesley, een onderzoeker van de denktank Chatham House. ‘Het algemene beeld is er toch een van dalend aanbod en hoge prijzen, en weinig vooruitzichten dat daar op korte termijn verbetering in komt.’
Capital Economics voorziet aanhoudende ‘historisch hoge prijzen’
Economen waarschuwen dat consumenten zich wellicht op permanent hogere voedselprijzen zullen moeten instellen. Capital Economics voorziet aanhoudende ‘historisch hoge prijzen’ als gevolg van de toenemende wisselvalligheid van het weer. De afgelopen jaren ‘zien we ontegenzeggelijk lagere opbrengsten en kleinere oogsten’ als gevolg van de toenemende invloed van de klimaatverandering, zegt hun hoofdeconoom op het vlak van grondstoffen, Caroline Bain. Sommige analisten speculeren dat de oorlog de aanzet heeft gegeven tot de ontmanteling van een handelsstelsel dat vooral is ingericht op het aan de hele wereld leveren van goedkope goederen (waaronder levensmiddelen). Het wereldwijde handelsstelsel waarin landen alle soorten voedsel konden krijgen, wordt volgens Wellesley niet snel weer de oude. ‘En dat betekent waarschijnlijk aanhoudend hoge prijzen voor voedsel en kunstmest en verschuivingen in de afhankelijkheden van landen, met misschien meer aandacht voor regionale toeleveringsketens.’
De voedselprijzen zijn in maart gestegen tot het hoogste niveau ooit als gevolg van de Russische invasie in Oekraïne, zo meldt de VN. De prijzen van kookoliën, granen en vlees bereikten recordhoogten en dat betekent dat voedselgrondstoffen een derde meer kosten dan in dezelfde periode vorig jaar, blijkt uit de maandelijkse voedselprijsindex van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO), bericht The Guardian.
De oorlog tussen Rusland en Oekraïne heeft de uitvoer van cruciale grondstoffen uit het Zwarte Zee-gebied verstoord, een regio die meer dan een kwart van de wereldexport van tarwe voor haar rekening nam. De graanprijzen zijn afgelopen maand met 17 procent gestegen doordat de sluiting van havens de uitvoer van tarwe en mais uit Oekraïne heeft belemmerd. Ook de Russische export is vertraagd door financiële en scheepvaartproblemen.
‘De hogere prijzen zijn vooral zorgwekkend voor landen die reeds met andere crises te kampen hebben’
‘De hogere prijzen zijn vooral zorgwekkend voor landen die reeds met andere crises te kampen hebben, zoals conflicten, natuurrampen, economische omstandigheden of, zoals vaak het geval is, een combinatie daarvan,’ aldus een woordvoerder van de FAO, die eraan toevoegde dat landen met lage inkomens en voedseltekorten moeite kunnen hebben om de hogere prijzen te betalen.
De aanleg van het Istanboelkanaal als alternatief voor de Bosporus zou ingrijpende geopolitieke gevolgen hebben in het gebied rond de Zwarte Zee. Vooral Rusland volgt de ontwikkelingen met argusogen.
Het kanaal wordt zo’n 45 kilometer lang, 150 meter breed en bij de aanleg zal handig gebruik worden gemaakt van de grote meren in het gebied. Akkers, boerderijen en kleine dorpjes moeten plaatsmaken voor jachthavens, luxe flats en andere gebouwen. Alles voor de hoogste bieder.
De Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft alvast de spade in de grond gestoken voor het Istanboelkanaal, een project dat voor sommigen een lucratieve droom is en voor anderen een nachtmerrie. Het ‘krankzinnige project’, zoals Erdogan het zelf noemt, roept hoe dan ook veel vragen op: wie gaat het betalen, nu het land bijna failliet is? Wat zijn de geopolitieke gevolgen? Welke milieuproblemen brengt het met zich mee? Geen van deze kwesties heeft de voortgang van het project kunnen tegenhouden, en dat terwijl het een dure bedoening is.
De belangrijkste reden waarom de Turkse regering heeft besloten een extra kanaal te graven dat parallel loopt aan de Bosporus, is volgens de president het drukke scheepvaartverkeer: jaarlijks doorkruisen ongeveer veertigduizend schepen deze zeestraat. Om, naar eigen zeggen, ongelukken te voorkomen, hebben Erdogan en kompanen dit zeer ambitieuze project opgetuigd. Toch zal de uitvoering van de bestaande plannen nog niet zo gemakkelijk zijn. Zo zijn de Turkse financiële instellingen terughoudend. Reuters meldde eind april dat een aantal van de grootste banken van het land huiverig is om het kanaal te financieren, omdat ze zich zorgen maken over de milieu- en investeringsrisico’s van het megaproject. Twee van de door het persagentschap geraadpleegde bronnen verklaarden dat het mondiale duurzaamheidspact, dat door zes van de grootste banken van Turkije is ondertekend, financiering in de weg staat. De instellingen hebben de VN-principes voor verantwoord bankieren onderschreven, die inhouden dat ze proberen mens en planeet geen schade te berokkenen.
Onzekerheid
Bovendien zijn banken en bedrijven zich door de kortlopende buitenlandse schuld van ongeveer 150 miljard dollar [zo’n 126 miljard euro] bewust van de risico’s van de uitgeputte Turkse valutareserves. Terwijl de Turkse economie weer probeert op te krabbelen na de coronapandemie, zorgen de valutacrisis en de inflatie nog voor grote onzekerheid.
Ondanks dit alles lijkt het niet zo negatief uit te pakken voor de president. ‘Het project gaat gewoon door,’ aldus zijn woordvoerder Ibrahim Kalin, die toevoegde dat de regering openstaat voor alle soorten financiering en dat Turkse, Europese, Amerikaanse en Chinese bedrijven al belangstelling hebben getoond. Deze zelfverzekerde houding, ondanks de terughoudendheid van de banken, heeft mogelijk te maken met het bezoek van de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi aan Ankara, afgelopen maart. Tijdens een ontmoeting tussen de twee leiders is een lijst met hete hangijzers besproken in de betrekkingen tussen Turkije en China, die steeds ‘productiever’ worden. Volgens de Turkse televisiezender TGRT, die dicht bij de regering staat, was de financiering van het Istanboelkanaal het belangrijkste agendapunt op deze bijeenkomst. Details over de precieze inhoud van de besprekingen zijn echter niet bekend.
‘Veel landen, waaronder Nederland, België, China en Rusland, hebben belangstelling om het project uit te voeren’
Minister van Vervoer en Infrastructuur Adil Karaismailoglu liet wel weten dat ‘veel landen, waaronder Nederland, België, China en Rusland, belangstelling hebben getoond [om het project uit te voeren]. Maar de klus zal worden uitgevoerd door binnenlandse aannemers.’
De Turks-Chinese betrekkingen worden steeds beter. Bilaterale handelsovereenkomsten, tientallen miljoenen vaccins van het Chinese bedrijf Sinovac en de nieuwe zijderoute voeden de vriendschap tussen de twee landen. Ondertussen maken Oeigoeren die naar Turkije zijn gevlucht zich zorgen dat deze relatie kan leiden tot een verzoek van Beijing om hen massaal uit te wijzen.
Nieuwe spelregels
Rusland heeft zich nog niet uitgesproken over de aanleg van het kanaal. Maar analisten denken dat het project de spelregels mogelijk kan veranderen, en daar zit de Russische president volgens kenners niet op te wachten.
De doorvaart van schepen door de zeestraten bij Turkije is juridisch geregeld in het Verdrag van Montreux, dat in 1936 werd gesloten. Het pact bepaalt dat Turkije zeggenschap heeft over de Bosporus en de Dardanellen, en regelt ook de doorvaart van oorlogsschepen naar de Zwarte Zee. Voor marineschepen uit landen buiten het Zwarte Zeegebied gelden beperkingen: deze mogen maximaal 15.000 ton wegen, een verblijf in het gebied mag maximaal 21 dagen duren en de limiet is zeven vaartuigen.
Bij het nieuwe kanaal komt hier verandering in en worden de spelregels opgesteld door Turkije zelf. Erdogan heeft weliswaar toegezegd dat het Verdrag van Montreux van kracht blijft, maar ook duidelijk gemaakt dat ‘zolang het kanaal de zware maritieme last van de Bosporus verlicht, Turkije een alternatief heeft dat buiten de beperkingen van Montreux en volledig onder Turks zeggenschap valt. Het kanaal maakt deel uit van onze strijd om soevereiniteit.’ Deze soevereiniteit moet Turkije in de woorden van de president ‘meer gemak en gemoedsrust’ geven.
Volgens Kivanç Ulusoy, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Istanboel, ziet Rusland dat anders. ‘Volgens Rusland moeten voor het kanaal zonder meer dezelfde regels gelden als voor de Bosporus: die van het Verdrag van Montreux. Op dit ogenblik heeft Moskou veel baat bij dat verdrag,’ verklaart de deskundige aan El Confidencial. Een verandering in de huidige stand van zaken kan nadelig uitpakken voor Poetin, en dat zou niet de eerste keer zijn. Bulgarije en Roemenië waren bijvoorbeeld eerst lid van de Oost-Europese Collectieve Veiligheidsverdragorganisatie, maar horen nu bij de NAVO. Andere grensstaten, zoals Georgië en Oekraïne, hebben ook te kennen gegeven zich bij de NAVO te willen aansluiten. ‘Onder deze omstandigheden zou het geopolitieke speelveld rond de Zwarte Zee op zijn kop worden gezet door het Istanboelkanaal,’ aldus de hoogleraar.
‘Uiteindelijk is een oorlog tussen Rusland en de andere landen aan de Zwarte Zee ook voor Turkije heel schadelijk’
Voor Kiev, dat eerder dit jaar al te maken had met Russische militaire bemoeienis, zou de aanleg van het kanaal een verademing zijn, zegt Ulusoy. Maar hoe verleidelijk het ook mag zijn als elk land aan de Zwarte Zee zijn eigen juridische regels mag opstellen, ‘uiteindelijk is een oorlog tussen Rusland en de andere landen aan de Zwarte Zee ook voor Turkije heel schadelijk. Een stabiel Zwarte Zeegebied is veel bevorderlijker. Toch beschouwen andere landen, waaronder Oekraïne, het aanpassen van het juridisch kader als een grondrecht om hun soevereiniteit te versterken.’
Terwijl de werkzaamheden voor de aanleg van het kanaal al bijna van start gaan, neemt de onzekerheid alleen maar toe. Ook zorgen over het klimaat spelen een grote rol. Milieugroeperingen hebben de nieuwe verbinding tussen de twee zeeën omschreven als een regelrechte milieuramp voor de Zee van Marmara, die nu al in deplorabele staat is. De aanleg van het kanaal en het betrekken van de meren daarbij zou grote gevolgen hebben voor de zoetwatervoorziening van Istanboel, met zijn 16 miljoen inwoners.
In het geheimzinnige instituut voor mariene biologie in Moermansk worden zeezoogdieren als dolfijnen en robben getraind voor gevechtsdoeleinden. ‘Er is geen robot die tegen ze op kan.’
De kisten voor het transport van de robben zijn speciaal voor dit doel gemaakt van gladgeschaafde planken. Aan de zijkanten nylon koord, bovenop twee hangsloten en binnenin een besnorde snuit met twee grote zwarte ogen. Het grijze vrouwtje Boezia heeft al een hele reis achter de rug. Vanaf het grote Kyi-eiland in de Witte Zee is ze per schip, per vrachtwagen en vervolgens per auto vervoerd naar de haven van Polyarny, de grootste marinebasis van de Russische Noordelijke Vloot, waar kernonderzeeërs worden gerepareerd en ontmanteld. Het is een ‘gesloten stad’, met andere woorden: voor de meeste mensen verboden terrein.
Hun vermogen om uit vrije wil een houten kist binnen te gaan bepaalt het lot van deze ‘multi-inzetbare robben’, zoals ze door de onderzoekers worden genoemd, want dat maakt ze geschikt om zowel voor militaire als voor burgerdoeleinden dienst te doen. Het is voor deze zeezoogdieren heel stressvol om een krappe ruimte in te moeten gaan. En toch is dat de basis van het militaire werk dat met hen wordt gedaan. ‘Wanneer ze worden ingezet, moeten ze in zo’n kist blijven tot het tijd is voor hun missie,’ zegt Dmitri Isjkoelov, wetenschappelijk directeur van het instituut voor mariene biologie in Moermansk. ‘Robben kennen twee natuurlijke habitats, de zee en het land. Dat is hun voordeel boven walvisachtigen. Dolfijnen en beloega’s [witte walvissen] moeten in een speciaal bassin worden vervoerd: hun huid moet nat blijven, anders gaat die barsten.’
Uniek
Het instituut voor mariene biologie in Moermansk is uniek in de wereld. Het is gevestigd boven de poolcirkel en doet al tientallen jaren onderzoek naar zeezoogdieren, waarbij het fundamenteel onderzoek en praktische toepassingen met elkaar verbindt. In 1984 is er op initiatief van Gennadi Matisjov, lid van de Russische Academie van Wetenschappen, een speciale militaire afdeling gevestigd waar zeezoogdieren getraind konden worden voor gevechtsdoeleinden. Sindsdien zijn de meest uiteenlopende dieren hier ‘onder de wapenen’ gekomen – Stellerzeeleeuwen, pelsrobben, grote dolfijnen, beluga’s, zadelrobben, grijze robben, ringelrobben en baardrobben.
Onlangs hebben de onderzoekers onder leiding van Gennadi Matisjov de Stepan-Makarov prijs (een onderscheiding vanwege grote wetenschappelijke verdiensten op het terrein van de oceanografie) gekregen, voor hun werk rond ‘de inzet van zeezoogdieren voor operationele doeleinden’. Er is een artikel gepubliceerd op de website van de Russische Academie voor Wetenschappen, waarin staat dat er in deze tijd van toenemende terroristische dreiging weleens hernieuwde belangstelling zou kunnen ontstaan voor onderzoek naar gevechtsrobben. Misschien kunnen de gevinde soldaten ‘terugkeren in de rangen en weer een eigen plaats krijgen in het Russisch militair complex’, aldus het artikel.
Het vinpotigencommando in Moermansk is het enige dat nog over is van het belangrijke trainingscomplex dat de Sovjet-Unie in de tweede helft van de twintigste eeuw had ingericht. Het doel van de wetenschappers en militairen was enerzijds om het mysterie van de werking van de dieren te doorgronden en die kennis toe te passen bij de ontwikkeling van nieuwe wapens, en anderzijds om de dieren zelf te gebruiken. Aleksander Zajitsev, directeur van het laboratorium voor biotechnologische systemen van het instituut voor maritieme biologie, vertelt: ‘De onderzoeksresultaten worden zelden openbaar gemaakt, er zijn geen internationale conferenties over het “operationeel” gebruik van zeedieren. Elk land houdt zijn geheimen liever voor zich. Want er zijn dan wel bepaalde basistechnieken, maar elke dompteur heeft zijn eigen trucs om het dier zover te krijgen dat het een bepaalde taak uitvoert. Het is een ware kunst.’
Door die geheimzinnigheid ontstaan allerlei mythen. Bijvoorbeeld over dolfijnen die in de Sovjettijd duikers op sabotagemissie aanvielen in de Zwarte Zee, parachutesprongen maakten en de kernonderzeeërs bewaakten. Maar volgens sceptici is het hele project nooit het niveau van een circusnummer ontstegen. Zoals altijd ligt de waarheid ergens in het midden. De trainingscentra van het instituut voor mariene biologie in Moermansk in de Barentszzee en in de baai van Kola, vormden binnen de Sovjet-Unie de derde pijler voor het scheppen van ‘biotechnologische systemen’, zoals Boezia en haar medebewoners van het trainingscentrum in Krasnije Kamni [in de baai van Kola, in de buurt van Polyarny in het district Moermansk] eufemistisch worden genoemd.
Tot op het laatste moment dachten de piloten dat “dolfijnen” een codenaam was voor materieel. Wat zullen ze verbaasd zijn geweest toen er mobiele bassins aan boord werden gebracht
‘Eerst was er, in de jaren zestig, het militaire dolfinarium van Sebastopol (op de Krim), waar gevechtsdolfijnen werden gedresseerd,’ vertelt Vitali Varganov, een van de laatste directeuren van dit legendarische militaire centrum, dat in 1990, na het uiteenvallen van de USSR, de poorten sloot. Het was een enorm project dat vanuit de hele Sovjet-Unie steun kreeg: 52 onderzoeksinstituten op verschillende vakgebieden werkten mee aan dit biotechnologisch centrum. Het dolfinarium, dat het ‘oceanarium’ werd genoemd toen men er ook dieren uit het Verre Oosten kreeg, besloeg een terrein van 10 hectaren en omvatte onder andere drie afgesloten dierenverblijven, bassins, installaties voor het leegpompen daarvan en voor het vangen van de dieren, een militaire kazerne en een laboratorium.
De officiële opdracht van het onderzoeksteam, dat voor bijna de helft uit marineofficieren bestond, was om het geheim te ontraadselen van de Gray-paradox, zo genoemd naar de wetenschapper die deze had ontdekt (de Britse zoöloog James Gray, 1891-1975). Hem was opgevallen dat dolfijnen tien keer zo hard zwommen als je aan de hand van hun spiermassa zou verwachten. De onderzoekers lieten een kanaal aanleggen van vijftig meter lang, met glazen panelen in de zijkanten. Daar lieten ze de dolfijnen doorheen zwemmen terwijl zij ze observeerden. Zo ontdekten ze dat de opperhuid van de dolfijnen hun weerstand tegen de beweging van het water vermindert, zodat de dieren geen energie hoeven te besteden aan de strijd tegen de werveling van de golven. Deze ontdekkingen probeerden natuurkundigen toe te passen om de voortstuwing van kernonderzeeërs te verbeteren. Of ze daarin zijn geslaagd is niet bekend.
Een aantal jaren later, in 1980, werd in het Russische Verre Oosten nog een trainingsbasis geopend. Deze heette officieel 168 NITZTOF (de Russische afkorting voor ‘168ste onderzoekscentrum van de Pacifische Vloot) en bevond zich in de Posjetbaai. Hier werkte men met Stellerrobben en beloega’s. De eerste groep blonk vooral uit door hun kracht en onverschrokkenheid, terwijl de beloega’s zich onderscheidden door een buitengewone bekwaamheid in echolocatie. Zij werden getraind om vijandige duikers te spotten die sabotageacties wilden uitvoeren, natuurgebieden te beschermen en pijpleidingen en kabels onder water te inspecteren. Maar met het eind van de Sovjet-Unie kwam er ook een eind aan dit project. Het half ingestorte gebouw van het verwarmde bassin, dat op een gigantische golfbal lijkt, geeft het landschap hier nog steeds iets buitenaards.
Het idee om in Moermansk een gevechtscommando van vinpotigen te vormen ontstond ergens in de hoogste rangen van de Russische marine. De vloot van kernonderzeeërs was op dat moment op volle sterkte. Maar toen kwam het gerucht op dat de Verenigde Staten robben trainden om sabotagemissies uit te voeren, en dat werd als een bedreiging gezien. Daarom werd besloten dat er een levend schild rond de Sovjetvloot moest komen, en wendde men zich tot de biologen van het instituut van Moermansk, die toen in het dorp Dalnie Zelentsky aan de Barentszzee werkten.
De eerste dompteurs werden geselecteerd uit de militaire duikers die dienstdeden op de Noordelijke Vloot, want die waren gewend aan de ijzige diepten. Dat was belangrijk, want een trainer moest met beloega’s en enorme zeeleeuwen uit het Verre Oosten kunnen werken. Het leger leverde het vliegtuig en het personeel voor het transport. De militairen hadden ook de opdracht om het transport van de gevechtsdolfijnen uit Sebastopol te begeleiden. Tot op het laatste moment dachten de piloten dat ‘dolfijnen’ een codenaam was voor materieel. Wat zullen ze verbaasd zijn geweest toen er mobiele bassins aan boord werden gebracht.
Vervolgens besloot men een trainingscentrum op te zetten bij de nucleaire vloot in het noorden. In de haven van de basis werd speciaal voor de gevechtsrobben een drijvend verblijf aangelegd. Volgens academicus Gennadi Matisjov konden de robben daardoor ‘operationeel ingezet worden om de speciale troepen te ondersteunen in de strijd tegen onderzeese aanvallen’. Vandaag de dag leven de gevechtsrobben in de buurt van Polyarny, op Kaap Tonia. De zwarte ruggen van de onderzeeërs die uit het water opduiken lijken zelf wel op reusachtige dieren die naar de oppervlakte komen om lucht te happen. En voor de robben is een eigen stadje gebouwd: in zee zijn met netten van geel met groen nylon verblijven afgebakend. De dieren trainen twee keer per dag, de rest van de tijd rusten ze uit, eten ze vis en doen ze mee aan wetenschappelijke experimenten, waarbij onderzoekers verschillende aspecten van hun gedrag bestuderen.
Zadelrobben en grijze robben
Uiteindelijk bleek dat de dolfijnen zich niet konden aanpassen aan het noordelijke klimaat, dat de zeeleeuwen uit het Verre Oosten te agressief waren en de beloega’s te kwetsbaar en te duur: toen deze dieren ziek werden, was er niemand in Rusland die wist hoe je walvissen moest verzorgen. ‘In de loop der tijd hebben we alleen de lokale soorten overgehouden,’ vertelt Dmitri Isjkoelov van het instituut voor mariene biologie in Moermansk. ‘We hebben de kosten van het vangen en het onderhoud afgezet tegen wat de dieren eigenlijk konden. De robben bleken het grootste rendement op te leveren. Daarom werken we nu alleen met zadelrobben en grijze robben. Die hebben veel minder voedsel nodig dan walvissen, ze zijn gemakkelijker onder controle te houden, te vervoeren en te trainen.’
Op dit moment herbergt het centrum negen robben. De training van een dier duurt ongeveer anderhalf jaar. Eerst gaan de robben naar de ‘basisschool’. Daar leren ze zich te laten benaderen, zich een tuig met een riem te laten omdoen, materiaal op hun rug te vervoeren, een kist binnen te gaan en niet bang te zijn voor harde geluiden. Vervolgens kunnen ze doorstromen naar de ‘hogeschool’. Elke rob krijgt een eigen specialiteit. Zo zal de ene leren pijpleidingen te inspecteren met een camera op de rug; een andere moet in een bepaalde sector onder water vreemde objecten kunnen opsporen, zogenaamde ‘doelen met zwakke emissie’ (zwarte dozen, verloren apparaten of materialen); een derde leert gereedschap brengen naar mensen die in de diepzee aan bekabeling werken, een vierde wordt gedresseerd om vijanden uit te schakelen.
‘Boezia bijvoorbeeld kan met duikers werken, maar we hebben haar niet geleerd om het zuurstofmasker van een kikvorsman af te trekken,’ legt Aleksander Zajitsev, directeur van het laboratorium voor biotechnologische systemen uit. ‘Maar het is heel goed mogelijk om van een rob een aanvalswapen te maken. Hij heeft tanden die even effectief zijn als die van een hond en klauwen van 8 tot 10 centimeter lang. We hebben gezien hoe de robben de eenden op de ponton rond het verblijf besluipen. Ze vallen ze over het hek heen aan, doden ze met hun klauwen en peuzelen ze dan smakelijk op.’
Alleen zullen deze robben die ‘vaardigheid’ waarschijnlijk nooit op mensen toepassen. Want het laboratorium voor biotechnologische systemen richt zich voornamelijk op fundamenteel onderzoek en behaalt buitengewone resultaten op het gebied van sensorische systemen. Zo is ontdekt dat de robben niet in zwart-wit zien, zoals tot nu toe werd gedacht, maar in kleur, en dat ze uitstekend in staat zijn om rood van blauw te onderscheiden. ‘Dat kunnen we gebruiken voor toepassingen bij ‘vriend-vijand’-systemen, bijvoorbeeld tegen saboteurs, of voor het zoeken naar objecten onder water,’ vertelt Dmitri Isjkoelov. Op een ander vakgebied houdt men zich bezig met onderzoek naar magnetische velden. Er is een theorie dat de robben zich kunnen oriënteren dankzij die velden, net zoals vogels of vleermuizen. Het zou interessant zijn om die hypothese te testen.’
‘Weer een ander vakgebied is dat van elektromagnetische golven. Wij werken samen met onderzoekers van het instituut voor polaire geofysica. Zij hebben apparaten die golven van verschillende frequenties kunnen uitzenden,’ legt Dmitri Isjkoelov uit. ‘We leren de rob een serie oefeningen, vervolgens kijken we of hij die nog steeds doet onder invloed van golven van lage frequenties. Waarschijnlijk worden nu systemen ontwikkeld om levende wezens te kunnen desoriënteren met behulp van magnetische velden. Ik wil er meteen bij zeggen dat het gaat om vrij zwakke golven en dat de dieren er niet van te lijden hebben. Alles bij elkaar is het belangrijk om het gedrag van de dieren grondig te bestuderen, zodat we weten tot op welk punt wij ze nog kunnen aansturen.’
Ondertussen is de vraag of een modern leger vinpotigen of walvisachtigen nodig heeft, nog steeds niet echt beantwoord. Volgens sommigen zijn robotsystemen, zoals onderwaterdrones, betrouwbaarder in het uitvoeren van taken. ‘Ik denk dat we moeten bepalen op welke terreinen het gebruik van zeezoogdieren goed werkt en wanneer het alleen maar verspilde tijd is,’ zegt Vitali Varganov. ‘Wij hebben indertijd in Sebastopol zo veel ervaring opgedaan dat het antwoord makkelijk te vinden moet zijn.’
Dat oceanarium beschikte over twee onderzoekslaboratoria. Het eerste hield zich bezig met de bescherming van de baai: de dieren leerden vijanden onderscheiden en die vervolgens naar de oppervlakte te dwingen of ze te elimineren. ‘Wij deden veel experimenten met het bewapenen van zeedieren,’ herinnert Vitali Varganov zich. ‘De Amerikanen werkten er ook aan, net als wij, ook zonder veel succes. Zij bewapenden de dieren met speciale messen en injectienaalden met vergif of een slaapmiddel. De Sovjets hadden het klassieke pistool van de duiker genomen en daarvan de kolf zo aangepast dat hij op de neus van een dolfijn paste. Dat moest dan afgaan bij het contact met de vijand. Dat is niks geworden. Wel zijn de dieren erg nuttig gebleken voor het zoeken naar allerlei objecten op de zeebodem.’
Dat was wat de dolfijnen en zeeleeuwen in het tweede laboratorium leerden. Uiteindelijk waren de dieren in staat torpedo’s en mijnen en dat soort voorwerpen te vinden. Ook konden ze wapens en mijnen spotten die nog uit de Tweede Wereldoorlog stamden. Vervolgens heeft men hun vaardigheden uitgebreid door ze te leren hulp te bieden aan onderwaterploegen in nood. Hadden zij in 2000 de bemanning van de Koersk kunnen redden [de kernonderzeeër die met 118 bemanningsleden aan boord was gezonken na een reeks explosies]? Die vraag moeten de deskundigen helaas met nee beantwoorden: daarvoor was een speciaal getraind dier nodig geweest en dat was er in die tijd niet.
Vitali Varganov: ‘Ons onderzoekscentrum is in 1992 gesloten. Aan het begin van de jaren negentig hadden we tweeënzestig grote dolfijnen, zes zeeleeuwen, enkele pelsrobben en twee beloega’s, dus bijna tachtig dieren. Er werkten meer dan dertig onderzoekers, zowel burgers als militairen. Tot het eind toe hebben we de biotechnologische systemen draaiend gehouden en we hadden permanent zes dolfijnen paraat. Maar op die plek zouden we nooit werkelijk met vijanden geconfronteerd zijn.’
‘De bouw van het oceanarium was gefinancierd door het ministerie van Defensie,’ vertelt Varganov. ‘Maar we moesten van het begin af aan financieel zelfstandig zijn. We kregen opdrachten van het leger en daar werden we voor betaald. Volgens ons contract mochten we geen opdrachten van anderen aannemen.’ In 1992 bij het uiteenvallen van de USSR bleef het oceanarium gevangen in dat systeem, de geldstroom droogde op, niemand had meer behoefte aan de dieren en die kwijnden weg.
‘Weet je wat het allerbelangrijkst was in dat programma?’ vraagt Varganov. ‘Niet de technische installaties of de gedresseerde dieren, maar de mensen. Het kost jaren om een specialist op te leiden die met zeezoogdieren kan werken. Daarom zijn onze specialisten door oceanaria in het buitenland gerekruteerd en vertrokken ze – naar Turkije, naar Cyprus, naar Israël, naar Saoedi-Arabië. Vervolgens, toen het dolfinarium onder Oekraïne kwam te vallen (na het uiteenvallen van de USSR; de Krim werd vervolgens in 2014 geannexeerd door Rusland), heeft men de dieren zelf naar het buitenland gestuurd. Het oceanarium ging dieren speciaal voor de verkoop dresseren en kon zo deze moeilijke periode doorstaan.’
Het goede nieuws is dat de eenentwintigste eeuw nieuwe professionele perspectieven biedt voor de zoogdieren, en dat kan een stimulans zijn voor de ontwikkeling van deze wetenschap. De robben van Moermansk kunnen een gaspijpleiding volgen en lekken opsporen aan de hand van de luchtbellen die daaruit opstijgen. Ontdekt zo’n besnorde arbeider een gevaarlijke plek, dan markeert hij die door er een gewicht neer te leggen dat vastzit aan een boei: die heeft hij in zijn bek bij zich.
‘Het is moeilijk om de dieren te dresseren, maar vervolgens kan een rob twintig tot dertig jaar operationeel zijn. Het belangrijkste voordeel van robben is dat ze kunnen nadenken en besluiten kunnen nemen al naar gelang de omstandigheden’
En dan zijn er nog de wetenschappelijke expedities. ‘Een paar jaar geleden hebben we een groep baardrobben uitgerust met zendertjes en hun verplaatsingen geobserveerd,’ vertelt Dmitri Isjkoelov van het instituut voor mariene biologie van Moermansk. ‘Dat heeft interessante resultaten opgeleverd: in een paar maanden tijd legden de dieren meer dan 8000 zeemijlen af en zijn ze helemaal naar Spitsbergen en Nova Zembla geweest. De zenders registreerden niet alleen hun locatie, maar ook omgevingsfactoren, zoals het zoutgehalte en de temperatuur. Zo ontpopten ze zich tot formidabele wetenschappelijke meetinstrumenten.’ Tegenwoordig is een groep robben in realtime te volgen via een app voor de mobiele telefoon. Die informatie kan bijvoorbeeld belangrijk zijn voor vissersschepen: blijft de groep robben een paar dagen in een bepaalde zone, dat betekent dat waarschijnlijk dat daar veel vis zit.
‘Mensen zeggen vaak dat we beter robotica kunnen gebruiken, maar op veel terreinen zullen dieren nog steeds rendabeler zijn,’ stelt Aleksander Zajitsev. ‘Net zoals er ondanks alle technologische innovaties nog steeds politiehonden op de luchthavens zijn. Zo gaat het ook met robben, zij kunnen in diepe wateren werken, snel een zone verkennen, ook in troebel water. Op dit moment bestaat er niet één robot die daar tegenop kan. Het is moeilijk om de dieren te dresseren, maar vervolgens kan een rob twintig tot dertig jaar operationeel zijn. Het belangrijkste voordeel van robben is dat ze kunnen nadenken en besluiten kunnen nemen al naar gelang de omstandigheden.’
Of er inmiddels ook weer militaire belangstelling voor zeedieren is, valt op dit moment moeilijk te zeggen. Voor dit artikel hebben we geprobeerd in contact te komen met de militaire eenheid die nu het legendarische dolfinarium van Sebastopol bestiert. We kregen echter te horen dat dit een speciale eenheid van de marine is, die onder de Russische militaire inlichtingendienst valt. We konden er dus niet achter komen waar het leger op die plek mee bezig is, maar in de wandelgangen gaat het gerucht dat er vorig jaar vijf grote dolfijnen zijn aangekocht.
Auteur: Elena Koudriavtseva
Vertaler: Annemie de Vries
‘Het vlammetje’ werd opgericht in 1899 en heeft een veelbewogen geschiedenis achter de rug. In de jaren 1970-1980 deed het dagblad vooral verslag van het culturele leven van de Sovjets, vervolgens werd het de spreekbuis van de perestrojka. Nu is het een gerenommeerd nieuwsmedium.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.