De auto de stad uit en alles wat je nodig hebt in je eigen buurt; dat is de stad van de toekomst. Architecten in Barcelona, Parijs en Stockholm geven het goede voorbeeld. Twee Catalaanse wetenschappers onthullen hun plannen voor een nieuwe manier van samenleven.
Met de wereldwijde pandemie zijn ‘afstand’ en ‘tijd’ actuele onderwerpen geworden in de discussie over de verbetering van ons stadsleven. Boven op het probleem van de tweedeling in de leefruimte en de disbalans in het stedelijk milieu kampen we nu ook met de gevolgen van een jaar van beperkende maatregelen die het dagelijks leven hebben verstoord.
Vanuit het urbanisme, de studie van de stedelijke leefomgeving, worden vraagtekens gezet bij de tendens tot het steeds meer op afstand zetten en opdelen van wonen, werken en recreëren. De hypermobiliteit heeft ernstige consequenties gehad voor het milieu en de leefomgeving, en ook voor onze gezondheid en ons dagelijks leven.
Andere dagindelingen, andere plekken, andere relaties en ontmoetingen – dat is het nieuwe normaal
We hebben het ritme en de planning van ons dagelijks leven onder druk gezet om aan nieuwe eisen te kunnen voldoen en gebruik te maken van de nieuwe middelen die ons ter beschikking staan. Andere dagindelingen, andere plekken, andere relaties en ontmoetingen – dat is het nieuwe normaal, waarin de virtuele en reële contacten op een paradoxale manier steeds meer door elkaar zijn gaan lopen.
Voor dit opkomende levensmodel, waar we weinig van afweten, moeten nog alternatieven worden bedacht. We kunnen de consequenties voor ons en onze omgeving nog niet overzien. Er doemen nieuwe problemen op, en ook nieuwe manieren om de stad in te richten, processen, ideeën en projecten worden versneld. En gezien de huidige mogelijkheden van onmiddellijke communicatie, zijn er al stedelijke modellen met wereldwijde impact in de maak.
Zo maken Barcelona, Parijs en Stockholm zich sterk voor de stad van nabijheid, hun plannen hebben meerdere aspecten gemeen: het beperken van de ruimte voor autoverkeer en het stimuleren van een stedelijk leven waarin nabijheid centraal staat.
‘Superblokken’
Een project dat inmiddels veel navolging krijgt zijn de ‘superblokken’ van Barcelona. Recent werd een prijsvraag uitgeschreven voor ideeën om een aantal straten in Ensanche, de negentiende-eeuwse stadsuitbreiding van Barcelona, tot ‘groene kernen’ te maken en vier grote pleinen te creëren. Het basisidee van het voorstel was om huizenblokken in groepen van drie bij drie als eenheid te nemen voor het afsluiten van doorgaand gemotoriseerd verkeer.
‘Het zijn pure buurtstraten en dus vrij van lawaai en luchtverontreiniging’
Zo omschrijft Salvador Rueda, de bedenker van het plan, het ecologisch project: ‘Een cel van 400 bij 400 meter omsloten door een netwerk van verkeersaders die door de hele stad lopen. In de binnenstraten van die cellen geldt een maximum snelheid van 10 kilometer per uur. Ze kunnen niet gebruikt worden voor doorgaand verkeer, het zijn pure buurtstraten en dus vrij van lawaai en luchtverontreiniging.’
De bedoeling is de binnenstraten te ‘pacificeren’ en de kruispunten tot pleinen te maken. Een maatregel die heel goed past in het stratenplan van Ensanche, dat heel rechthoekig is, maar dat meer problemen oplevert in wijken met een onregelmatiger structuur of grotere verschillen in dichtheid of bedrijvigheid of bestemming.
De meest recente uitrol van het model vertoont enige variaties op het beginschema. Een aantal binnenstraten worden tezamen beschouwd als uitgebreide groene kernen, die kunnen dienen om bestaande voorzieningen, toepassingen en ruimtes met elkaar te verbinden.
Ville du Quart d’Heure
De burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, heeft in de campagne voor haar tweede termijn het idee van de Ville du Quart d’Heure – ‘de 15-Minuten Stad’ – als centraal agendapunt gelanceerd. Haar adviseur stadsplanning, Carlos Moreno – urbanist en van oorsprong wiskundige – staat een ecologisch en technologisch gerichte aanpak voor.
De onderdelen van Moreno’s strategie om de Franse hoofdstad CO2-vrij te maken zijn: ‘chrono-urbanisme’, nabijheid en polycentrisme. Een vernieuwde en geactualiseerde opvatting van het idee van ‘de woonwijk als eenheid’, met moderne benaderingen, methoden en instrumenten om tot duurzamere steden te komen.
Het vormt ook een mogelijk antwoord op de uitdagingen op het gebied van gezondheid en klimaat
Efficiënt omgaan met tijd, dat is wat ten grondslag ligt aan het concept van de 15-Minuten Stad. Niet alleen zou dat het welzijn van de bewoners ten goede komen, omdat het leven in de stad er eenvoudiger op wordt, maar het vormt ook een mogelijk antwoord op de uitdagingen op het gebied van gezondheid en klimaat die ons te wachten staan.
De 15-Minuten Stad en het 30-Minuten Gebied (Territoire de la Demi-Heure) beogen een herwaardering in de stad van de korte afstand. Het streven is een netwerk van nabije stedelijke functies en plaatsen die te voet of met de fiets bereikbaar zijn.
Dat alles betekent een andere benadering van de stad, zowel bestuurlijk (beheer van de Ville du Quart d’Heure) als qua levenssfeer. De inzet is een sociale en individuele transformatie van het stadsleven.
1-Minuut Stad
In Stockholm ijvert het gemeentebestuur, net als in de rest van Zweden, voor de 1-Minuut Stad. Door middel van innovatie en bestuurlijke samenwerking bevorderen ze de transitie naar meer duurzaamheid. Ze zetten gezamenlijke projecten op om te experimenteren met oplossingen die bijdragen aan de ontwikkelingsdoelen voor 2030.
In 2020 ondertekenden negen steden het akkoord Viable Cities, gericht op de ontwikkeling en coördinatie van klimaatmaatregelen op landelijk niveau. Twee initiatieven voor een herinrichting op straatniveau springen eruit: Future Streets en Street Moves, beide in Stockholm.
Het idee is dat bewoners deelnemen aan de inrichting van hun straat
De voorstellen zijn hyperlokaal, ze hebben betrekking op de eigen woonstraat, maar kunnen ook in breder verband en verspreid over de stad worden toegepast. De kern is een verbeterde inrichting en functionering van de straten. De prototypes en pilots, waarbij bewoners werden betrokken, zijn één op één herhaalbaar. Oplossingen met nieuwe stedelijke omgevingen en situaties worden ontwikkeld en beproefd in reëel bestaande omstandigheden.
Zo heeft de Zweedse groep ArkDes een constructiekit ontwikkeld voor een nieuw gebruik van de straten in de stad.
Dan Hill, hoofd design van het Zweedse onderzoeks- en ontwikkelingsinstituut Vinnova en leider van Street Moves zegt dat ze wilden leren van het tactisch urbanisme, maar dan op een strategische manier. Het initiatief, dat het concept van de 15-Minuten Stad nog dichter bij de burgers brengt, stelt bewoners in staat installaties bij hun voordeur aan te brengen en daarmee zelf de 1-Minuut Stad aan te kleden. Het idee is dat bewoners deelnemen aan de inrichting van hun straat, zodat beter tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van de gemeenschap en de bewoners zich echt thuis voelen in hun wijk.
Care City
In het kader van het nog lopend herzieningsplan met de naam 22@Barcelona, hebben wij een voorstel uitgewerkt om in de wijk Poblenou een hogere graad van nabijheid te creëren, rekening houdend met het contrast tussen de verschillende deelomgevingen.
In deze Barcelonese wijk bestaan diverse werelden naast elkaar: historische kernen, flatgebouwen, voormalige industriële terreinen die tot stedelijk erfgoed behoren en die een herbestemming krijgen, nieuwbouw en hotels en andere elementen van de dienstensector. Daarom streven wij, uitgaande van een analyse van de verschillen, naar een nieuw evenwicht tussen de productieve en reproductieve stad, tussen werk- en zorgvoorzieningen, zodat de kwaliteit van het stadsleven gelijkelijk wordt verdeeld.
Onze strategie is: werken met wat er al is om een nieuw stramien te vormen waarin zulke verschillende ruimtes tot hun recht komen. Wij analyseren de centraliteit en de nabijheid, zowel op stedelijk als lokaal niveau, in termen van de ruimtelijke ordening en de activiteitenintensiteit, van ruimtes en randgebieden, van woonblokken en de straat- en voorzieningenomgeving.
De nadruk wordt gelegd op de rol van scholen als multifunctionele ruimtes en als centrale hubs van de wijk
In ons voorstel besteden we speciaal aandacht aan de bestaande educatieve centra en hun potentieel om te opereren als ruimtes waar verschillende mensen en functies samenkomen. Er zijn legio maatregelen en voorstellen om de relatie van scholen tot hun stedelijke omgeving te verbeteren, maar in dit initiatief wordt de nadruk gelegd op de rol van scholen als multifunctionele ruimtes en als centrale hubs van de wijk.
Deze benadering dwingt tot een heroverweging van de ruimtelijke posities van de scholen en hun onderlinge relaties, hun toepassingsmogelijkheden en hun specifiek sociale en fysieke omgeving, hun verbinding met andere gebouwen en andere stedelijke activiteiten, alsmede de andere collectieve ruimtes van de wijk. Het resultaat is een Schotse ruit, een stramien van stedelijke stroken en ruimtes, van nabijheden en een distributie van centraliteiten.
Meer dan een nieuw netwerk van straten of kernen, behelst ons voorstel een beter begrip en versterking van de dynamiek in het netwerk van relaties en bestaande patronen, van de voetgangersgebieden en de fijnmazige distributie van dagelijkse activiteiten, alsmede de relaties tussen het binnen en buiten van de woningen op straatniveau. Het leven beneden op straat van een stad die we koesteren en die ons koestert.
De stad is een geheel van verschillende omgevingen, culturen, plaatsen, activiteiten, snelheden, tijden, collectieven en individuen
In de stad zijn ‘tijd’, ‘ruimte’, ‘nabijheid’ en ‘centraliteit’ relatieve begrippen. Zoals Crasi zegt: ‘Achter de koraalachtige, homogene schijn van de stedelijke structuur schuilen overlappende, autonome systemen en contouren van de realiteit, gegenereerd door elementen die daadwerkelijk door de verschillende sociale groepen worden beleefd en gekend.’
We moeten bereid zijn om het urbanisme en de steden te zien en te begrijpen als iets wat tegelijk technisch, politiek en sociaal is, maar ook tegenstrijdig en conflicterend. Als een dynamische plek waarin verschillende fysieke relaties, gebruiken, stromingen, individuen, belangen en behoeftes, materiële en immateriële zaken op elkaar inwerken.
De stad is een geheel van verschillende omgevingen, culturen, plaatsen, activiteiten, snelheden, tijden, collectieven en individuen. We moeten haar bekijken vanuit een ecologische visie, aldus Capra: ‘in staat om de wereld te zien, niet als een verzameling geïsoleerde objecten, maar als een netwerk van fundamenteel onderling verbonden en wederzijds afhankelijke fenomenen’. Een doordachte ecologie die ‘de intrinsieke waarde van alle levende wezens erkent en de mens ziet als slechts een van de vele strengen in het web van het leven’.
De Finnen zijn het meest tevreden volk ter wereld. Hoe krijgen ze dat jaar na jaar weer voor elkaar? We nemen een kijkje in het noorden, waar ze alles beter doen dan in de rest van de wereld – tot postzegels ontwerpen aan toe.
Onze zoektocht naar het geluk eindigt waar hij nooit had moeten eindigen: in een cliché. Aan een Fins meer in een zacht avondzonnetje, op een eenzame bank onder de dennenbomen, terwijl ik zojuist uit de hitte van de sauna ben ontsnapt en de damp van me afslaat, ben ik volmaakt gelukkig. Hier woont het gelukkigste volk ter wereld, in Finland, aan de noordrand van Europa. Dat heeft de Verenigde Naties in zijn World Happiness Report (WHR) voor de derde keer achtereenvolgende keer bevestigd.
Ons bezoek aan dit 5,5 miljoen zielen tellende volk begon een goede week geleden op een plaats waar die dag de hemel dichtbij is: als de zon doorbreekt, ligt er over het vliegveld van Helsinki een schittering, zo stralend en pijnlijk helder als je verder alleen op de Tibetaanse hoogvlakte ziet. De Oodi, de nieuwe centrale bibliotheek van Helsinki, ziet eruit als een geschenk uit een andere wereld. Aan de rand van het dak van de Oodi, nog dichter bij de hemel, staat Antti Nousjoki, de architect, en wijst naar de mensen die in de stralen van de herfstzon zitten te lezen. ‘Zo’n balkon als dit is voor ons Finnen belangrijk,’ zegt hij, ‘ook al kunnen we het maar een paar dagen per jaar gebruiken. Alle andere dagen zitten we binnen, kijken naar buiten op het balkon en dromen.’
Het land deed zichzelf voor zijn honderdste verjaardag een bibliotheek cadeau die is uitgeroepen tot de beste van de wereld. De spiegelglad gepoetste onderzijde van de Oodi wordt wel vergeleken met een houten scheepsromp, de bovenkant lijkt op een in glas gevat pak opgewaaide sneeuw. Op de lichte bovenverdieping liggen hier en daar mensen op hun buik te lezen, andere zijn met hun boek in een van de witte ‘Ball Chairs’ gekropen. Op de als de boeg van een schip hoog oprijzende, uitstekende punt van het dak poseren twee blonde tienermeisjes in artistiek gescheurde spijkerbroeken voor een selfie. Antii Nousjoki wijst uit het raam naar de overkant van het grote plein: ‘Kijk, het parlementsgebouw, de tempel van de democratie. We hebben de Oodi zo gebouwd dat we ons op ooghoogte met het parlement bevinden.’
De Oodi vormt het hart van de hoofdstad en heeft het kwakkelende winkelgebied afgelost als Helsinki’s zenuwcentrum. ‘Er wordt hier weer meer gewoond dan gewinkeld,’ zegt de architect. Het verhaal van de Oodi is ook het verhaal van een land en zijn bibliotheken.
Het is zinnig om op deze plek onze zoektocht naar het geluk van de Finnen te beginnen. In Finland is al jaren een speciale bibliotheekwet van kracht. In 2016 werden de bibliotheken bijna 50 miljoen keer bezocht en leenden ze 68 miljoen boeken uit. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander gaat 3,7 keer per jaar naar een bibliotheek (2019).
De Oodi heeft 100 miljoen euro gekost. Dat is veel geld. Maar iedere inwoner van Helsinki voelt zich mede-eigenaar. De Oodi is het nieuwe forum en de nieuwe woonkamer van de stedelijke samenleving. Bibliotheken waren, vermoedelijk vanwege het slechte weer, altijd al ontmoetingsplekken, waar je je vrienden tegenkomt en ook advies kunt vragen. ‘Als je het vraagt zouden de bibliotheekmedewerksters je zelfs helpen je belastingaangifte in te vullen,’ zegt Antii Nousjoki.
De bovenverdieping is gereserveerd voor de boeken, maar in een Finse bibliotheek kun je al heel lang ook boormachines en ander gereedschap lenen. Als je het binnenste van de Oodi betreedt, kun je onder de stalen brugconstructie musici met een elektrische gitaar of een viool tegenkomen, die onderweg zijn naar een van de muziekstudio’s. Naast de naaimachines staan 3D-printers en op de traptreden voor de fotoprinters zit een groepje flyers te maken voor een concert. stadsatelier, staat er op een bord. Achterin bevindt zich een complete professionele keuken. ‘Mijn schoonvader heeft zijn verjaardag hier gevierd,’ zegt Antii Nousjoki. ‘Weet u, wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen, en ook omdat we een egalitaire samenleving zijn.’
De Oodi staat voor het nieuwe Helsinki, het Finland dat niet meer de rafelrand van Europa is, maar in veel opzichten een voortrekker en een voorbeeld. De Oodi, zegt Nousjoki, ‘is de uitdrukking van dat nieuwe zelfbewustzijn’.
Ze moeten nog wel een beetje wennen aan hun nieuwe zelfbewustzijn. Toen in het World Happiness Report van de VN de Finnen in 2018 voor het eerst werden uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, reageerden ze tamelijk verbaasd. Wij? Gelukkig? Serieus?
Nogal een contrast met de Denen, die de jaren ervoor een abonnement op de eerste plaats leken te hebben en op hun status als zondagskinderen graag luchtig reageerden met: wie anders? Denemarken was ook de bakermat van de hygge, een hype die met zijn openhaardengezelligheid een reactie was op het verlangen naar kleinburgerlijkheid in een steeds chaotischer wereld.
Ook op dat vlak voeren de Finnen nu de troepen aan: ze hebben de wereld kalsarikännit geschonken, de ‘uit Finland afkomstige ontspanningstechniek’ (Wikipedia) die gewoon betekent: ‘thuis dronken worden in je ondergoed’. Het World Happiness Report was niet de eerste wereldranglijst waar Finland de afgelopen jaren bovenaan eindigde. En zoals wel vaker verdeelde het de tobberige Finnen in een deel dat de onderzoeksmethode ter discussie stelde en een deel dat de blijde boodschap omhelsde maar die meteen bedolf onder een waslijst van de grootste misstanden in het land.
‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op’
Op een paar minuten lopen van de Oodi spreken we Nasima Razmyar in haar kamer op het stadhuis met uitzicht op de haven. Op haar bureau ligt het laatste nummer van een vrouwentijdschrift waar ze op de cover prijkt. Als locoburgemeester van Helsinki is sociaaldemocrate Nasima Razmyar verantwoordelijk voor sport en cultuur. Ze vertelt over internationale conferenties waar haar delegatie plastic mapjes uitdeelt waarop in een hoekje is geprint: Gelukkigste land ter wereld. ‘Maar in zulke kleine lettertjes dat je het amper kunt lezen.’
Finnen maken zich graag onzichtbaar. Dat komt ook door de geschiedenis van Finland, denkt ze: al die bezettingen, de oorlogen, de bloedige burgeroorlog van 1918. ‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op.’
Razmyar praat met veel gebaren en een aanstekelijke lach, je merkt meteen dat ze een ander temperament heeft dan de meeste Finnen. Razmyars familie komt uit Afghanistan, haar vader was vroeger ambassadeur in Moskou. In 1993 is het gezin naar Finland gevlucht, Nasima was toen acht. ‘Koud was het in het vluchtelingenkamp ergens in het noorden van Lapland, koud en donker.’ Ze moesten met niets beginnen. ‘Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat we arm waren of dat het me aan iets ontbrak. Misschien is het mooiste aan Finland wel dat iedereen hier gelijke kansen heeft, wie of wat je ook bent.’
‘Wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen’
Nog niet zo lang geleden was Finland een van de armste landen van de wereld. ‘Weet u, wij hebben geen historie van macht en rijkdom, zoals Denemarken en Zweden,’ zegt Razmyar. Dat Finland bovenaan zoveel ranglijstjes staat, heeft alles te maken met het uitstekende, door de gelijkheidsgedachte bepaalde onderwijssysteem. En met de bibliotheken.
Razmyar heeft haar halve jeugd in de plaatselijke bibliotheek doorgebracht. ‘Ik hield van de geur daar en van de vrouwen, bij wie je altijd welkom was.’ Als tienjarige werd haar door een van die vrouwen haar venster op de wereld overhandigd: ‘Ik stond met grote ogen te kijken toen ik mijn eerste bibliotheekkaart kreeg. Echt, mag ik alles lenen? Voor niets?’ Zo ontwikkelde het vluchtelingenmeisje zich tot Finlands eerste parlementslid van Afghaanse afkomst en vervolgens tot locoburgemeester die verantwoordelijk is voor alle bibliotheken in de hoofdstad.
Dat de Denen gelukkig waren verbaasde destijds niemand. Het kostte de Finnen daarentegen lange tijd moeite om los te komen van hun reputatie als, nou ja, Finnen, uit het zwart-witte land in het noorden. Alsof het allemaal figuranten zijn in een Aki Kurismäkifilm, waar stoïcijnse gestalten de eeuwige winter en de somberte van hun ziel berustend en laconiek aanvaarden met behulp van hectoliters Koskenkorva-wodka en een merkwaardig gevoel voor humor. In dit cliché-Finland plegen mensen zelfmoord en zwijgt de rest in twee talen, zoals Bertolt Brecht ooit opmerkte, het Fins en het Zweeds namelijk, de twee landstalen.
Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen
In werkelijkheid zijn Finnen praatgrage mensen; tenminste als ze iets te melden hebben. En in werkelijkheid is het aantal zelfmoorden drastisch afgenomen, met 13 zelfmoorden per 100.000 inwoners ligt het ongeveer op het niveau van Nederland (12,5). Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen.
Inmiddels hebben de VN de Finnen voor de derde keer achtereen uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, waarbij het verschil met de landen na hen, de andere noordse landen voorop, groter is geworden. En dat terwijl Finland het armste land van Noord-Europa is. Het rijkste is Noorwegen, dat gemeten naar nationaal product per hoofd wereldwijd op de zesde plaats staat. Finland staat 21e. Steeds meer Finnen beginnen te wennen aan de gedachte dat ze hun geluk niet meer kunnen ontkennen.
Meest tevreden
Het is vrij zeker dat geluk niet het juiste woord is. Waarschijnlijk zijn de Finnen gewoon het meest tevreden volk op aarde. ‘Goede landen produceren geen geluk,’ zegt Heikki Aittokoski, journalist en schrijver van Het eiland van het geluk;een reis naar een perfecte samenleving (niet in het Nederlands vertaald), Hij is kortgeleden de wereld rondgereisd op zoek naar het recept voor de perfecte samenleving. ‘Maar ze zorgen ervoor dat alle factoren verdwijnen die iemand ongelukkig kunnen maken. En daarin zijn de noordse landen en Finland verdomd goed.’
Aittokoski woont in Espoo, de tweede stad van Finland, die bijna aan Helsinki vastgegroeid zit. En toch is het maar twintig minuten met de auto of we staan midden in een groot bos, aan de oever van een eenzaam ven. ‘Ik kom hier bijna elke dag om hard te lopen en te zwemmen,’ zegt Aittokoski.
Voor de meeste Finnen, zegt hij, is dicht bij de natuur zijn de bepalende factor voor hun welbevinden. Goed functionerende democratische instituties, een ruimhartige welvaartsstaat, nauwelijks corruptie, gelijke kansen voor iedereen, seksengelijkheid, een hoog opleidingsniveau, sociale cohesie, en een grote vrijheid bij belangrijke levensbeslissingen. De noordse landen bezitten volgens het WHR al deze ingrediënten voor een gelukkig leven. Wat de Finnen van hun buren onderscheidt, is dat zij de afgelopen honderd jaar als enigen overheerst zijn geweest. Anders dan de Denen, Noren en Zweden hebben ze nooit een eigen aristocratie gehad, het gelijkheidsdenken is daardoor buitengewoon sterk ontwikkeld. En ze hebben altijd lagere verwachtingen gehad dan de anderen, zegt Heikki Aittokoski. ‘Wij zijn met weinig tevreden.’
In café Engel, tegenover de Dom, hebben we afgesproken met psycholoog en filosoof Frank Martela (38). Hij is een van de auteurs van het laatste WHR-rapport. ‘De Finnen hebben een melancholiek zelfbeeld, misschien vinden ze het daarom ook moeilijk in hun eigen geluk te geloven,’ zegt hij. ‘Kijk maar naar de muziek die hier populair is: tango, heavy metal. Heel anders dan de Zweden met hun feelgoodpop.’ In 2019 had Finland 70 heavy metalbands per 100.000 inwoners, meer dan vier keer zoveel als Duitsland, ook dat is een wereldrecord.
‘Natuurlijk luister ik er ook naar, het is louterende muziek. Als je je beroerd voelt, schreeuw je je pijn gewoon weg. In ons land is generaties mannen bijgebracht dat ze nooit hun gevoelens mogen laten zien.’ Nee, zegt Martela, vreugdeuitbarstingen zul je in Finland niet gauw meemaken. En nog altijd is klinische depressie hier een groter probleem dan in veel andere landen. Paradoxaal genoeg geldt ook: ‘Als geluk betekent dat je stilletjes tevreden bent met je leven, is er op de wereld geen betere plek dan Finland.’
Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen
Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen. Zij hebben de schoonste lucht en het schoonste water. Zij wonen op het veiligste platteland ter wereld, hebben de laagste analfabetismecijfers, scholen en universiteiten zijn gratis en behoren tot de beste ter wereld. Nergens in Europa, zo heeft de Europese Commissie vastgesteld, gaat het beter met de digitalisering. Zelfs de verkiezing van de mooiste postzegel ter wereld is afgelopen jaar gewonnen door een Finse deelneemster.
Alle pogingen om het Finse geluk te verklaren, beginnen en eindigen met deze vergelijking: samenlevingen waarin men elkaar en de instituties vertrouwt, zijn het gelukkigst. Als je de enquêtes mag geloven, hebben burgers in Europa nergens meer vertrouwen in elkaar, de politiek, de politie en de media dan in Finland. ‘Wij Finnen vinden onszelf betrouwbaar en we vertrouwen op anderen,’ zegt Frank Martela. ‘En op dit moment hebben we ons vertrouwen in Sanna Marin gesteld.’
Sanna Marin, de jongste vrouwelijke premier van de wereld. Een jonge, linkse sociaaldemocrate, die duidelijke taal spreekt en op transparante wijze regeert. Een politica wier moeder samenwoont met een vrouw. Een 34-jarige regeringsleider die foto’s van zichzelf op Instagram plaatst terwijl ze haar baby voedt en die aan het hoofd staat van een coalitie waar alle vijf de partijleiders jonge vrouwen zijn. In Finland kijken ze overigens meer op van de buitenlandse verbazing over Marins vrouwenregering dan van die regering zelf.
De nieuwe regering werd in elk geval vlak na haar aantreden overvallen door de coronapandemie en heeft die tot dusverre koel en efficiënt onder controle weten te houden. Finland heeft wereldwijd het minste aantal doden door covid-19; op het moment dat we dit schrijven 63 per miljoen inwoners, terwijl het er in Duitsland bijna twee keer zoveel zijn en in Zweden meer dan negen keer zoveel. Tegelijkertijd heeft de economie veel minder te lijden dan in de rest van Europa. Toen de Zweedse premier begin oktober aan Sanna Marin vroeg hem op de EU-top in Brussel te vertegenwoordigen, verscheen de Zweedse krant Expressen met het dringende verzoek aan de Finse premier meteen maar de hele Zweedse regering een tijd over te nemen. ‘Onder leiding van de Finnen gaat alles gewoon beter.’
En zo heeft Finland vorig jaar Zweden afgelost als coolste land van het noorden. De veel bewonderde en benijde Zweden die Finland zeshonderd jaar overheerst hebben tot de Russen de macht overnamen. ‘Het moment dat we merkten dat we de Zweden verslagen hadden, was het moment dat wij de gelukkigste mensen ter wereld werden,’ zegt Stan Saanila. Saanila maakt samen met André Wickström het satirische programma Dit hier voor de publieke zender YLE. ‘O, die Zweden,’ zegt collega Wickström instemmend, ‘zij leggen de lat voor de Europeanen wel erg hoog.’ Saanila: ‘Ze zijn zo goed gekleed, en ze ruiken altijd zo lekker.’
Saanila en Wickström zitten in de kantine van YLE in het noorden van Helsinki. Het gesprek is af en toe onverstaanbaar door de heavymetalmuziek en de classic rock die uit de speakers komt. Maar Saanila’s gelach overstemt elk gitaarloopje. Ze behoren allebei tot de Zweedse minderheid, maar beschouwen zichzelf als echte Finnen. De verhouding tot de voormalige Zweedse overheersers is altijd ingewikkeld geweest. Finland was lang straatarm en tot kort na de Tweede Wereldoorlog nog een agrarisch land. In de jaren vijftig en zestig zijn meer dan een miljoen Finnen naar Zweden getrokken om werk te zoeken.
Saanila: ‘De Zweden hadden sinaasappels en bananen en chocolade. En wij een waslijst aan herstelbetalingen aan de Sovjet-Unie. Ik bedoel: zij hadden een eigen automerk! Volvo!’
Wickström: ‘En wij reden nog steeds in een Moskowitz. Of een Wartburg. Of een Lada.’
Saanila: ‘Wanneer dat is veranderd? Vorige week woensdag geloof ik,’
Mijlpalen in de collectieve herinnering van een land dat geleerd heeft trots op zichzelf te zijn. In 2006 bijvoorbeeld: ‘Hard Rock Hallelujah!’ Lordi won het Eurovisie Songfestival, het was een echt huzarenstukje om met een als figuren uit een griezelfilm uitgedoste metalband het meest authentieke optreden neer te zetten.
Nog belangrijker, tien jaar eerder, in 1995, de finale van het wereldkampioenschap ijshockey, Finland-Zweden: 4-1. Finland won. In Stockholm. ‘We waren verbijsterd,’ herinnert André Wickström zich, ‘hoe bestond het?’ Sommige Finnen kijken nog elk jaar naar de herhaling van die wedstrijd en kennen het originele commentaar woord voor woord uit het hoofd.
Er zijn meer van die mijlpalen. Nokia werd een wereldconcern en is dat ondanks de crash in de mobiele telefonie gebleven, nu als producent van netwerken. Helsinki werd Culturele hoofdstad van Europa. En ondanks het gebrek aan zelfvertrouwen ontwikkelde zich iets wat ons tot nu toe vreemd was: optimisme.
Saanila: ‘De ban was gebroken…’
Wickström: ‘…en er ging een wereld aan mogelijkheden open.’
Saanila: ‘Onlangs vond een politica van de Centrumpartij dat het tijd werd dat Finland een eigen ruimtevaartprogramma kreeg.’
Ze proesten het uit.
Vrouwen en mannen
Burgemeester Nasima Razmyar zei: ‘Achter het Finse succesverhaal staan vrouwen.’ En achter de vrouwen staan mannen als die van Razmyar, die het helemaal niet raar vinden om voor de baby te zorgen en die elke dag naar haar werkkamer te brengen, zodat ze hem de borst kan geven voeden. Maar achter de Finse vrouwen staat vooral de verzorgingsstaat met bijbehorende instellingen. Zoals de organisatie van Tiina Ivakko, met wie we vanwege het coronavirus in een park hebben afgesproken.
Ivakko struikelt bijna over haar woorden: ‘Ik vertel het graag. Want het is belangrijk.’ Ivakko geeft leiding aan een kinderopvangcentrum in de wijk Kalasatama, dat 24 uur per dag, zeven dagen per week open is. Twintig leidsters passen er op alles bij elkaar vijfenzeventig kinderen, waarvan de jongste tien maanden is. Het zijn vooral alleenstaande moeders en vaders die hun kinderen naar Ivakko brengen. Vaak werken ze ’s nachts of in het weekend, in een restaurant of ziekenhuis bijvoorbeeld. Soms zijn ze drie dagen achterelkaar aan het werk, zoals de stewardess die naar New York vliegt. Elke week kunnen de klanten hun rooster doorgeven om hun uren bij Ivakko te kopen. De staat heeft bepaald dat een Fin nooit meer dan € 289 per maand hoeft te betalen.
Alleen al in Helsinki zijn er zes van deze 24-uurs kinderopvangcentra. Haar medewerksters zijn telkens weer verbaasd als buitenlandse bezoekers verbaasd zijn over hun organisatie. ‘Voor ons is het vanzelfsprekend, al meer dan dertig jaar. In Finland werkten de vrouwen altijd al.’
De grootmoeder van Ivakko werkte, haar moeder ook, ze gaf haar hele leven leiding aan een van de openbare speelplaatsen waar schoolkinderen tussen de middag ook eten krijgen. ‘Aha,’ zegt Ivakko, ‘heb je dat in Duitsland ook al niet?’ In Finland, zegt ze, was de gelijkstelling van de geslachten gewoon noodzaak. Het was een arm land met maar weinig mensen, het kon zich niet veroorloven vrouwen thuis te laten zitten.
Ten slotte zegt Ivakko: ‘Zo, en voor u nu gaat denken dat dit het paradijs op aarde is, vertel ik u dat mijn dochter van 22, die op het ogenblik vorkheftruckchauffeur is in een fabriek, meer verdient dan onze leidsters.’ Afgelopen zomer heeft Ivakko een vacature geplaatst, er kwam niet één sollicitant. ‘Onze beroepen worden niet op waarde geschat, dus soms gaat er in Finland iets goed mis.’
Donkere wolken aan de hemel zijn er dus ook. Een land lijkt tegenwoordig niet zo gelukkig te kunnen zijn, dat het geen rechtspopulisten voortbrengt. In Finland is dat de Finse Partij, voorheen de Ware Finnen, die het ressentiment tegen buitenlanders en de ‘stedelijke elites’ aanwakkert. De nieuwe premier heeft het vaak over de tekortkomingen bij de gelijkberechtiging. In 2017 verdienden Finse vrouwen gemiddeld 17,3 procent minder dan hun mannelijke collega’s, de kloof is groter dan gemiddeld in Europa. Het aantal aangiftes wegens huiselijk geweld nam in 2019 toe. En ondanks het voorbeeldige kinderopvangsysteem willen Finse vrouwen niet meer kinderen krijgen: het geboortecijfer ligt met 1,35 veel lager dan in de andere noordse landen.
De redenen daarvoor zijn ook voor de Finnen een raadsel. Ligt het aan het vooruitzicht hun kinderen naar scholen te moeten sturen waarvan de reputatie achteruitgaat? In de meest recente Pisa-studie staan de Finnen niet meer op de eerste plaats, zoals in de eerste Pisa-studie begin eenentwintigste eeuw, ook nemen de verschillen tussen arme en rijke kinderen toe, waarover in het hele land veel te doen is. ‘Tenslotte zit gelijkheid in ons DNA, privéscholen hebben we hier dan ook niet,’ zegt Marjaana Ajanto, die lesgeeft op een gymnasium in Espoo. ‘Neem bijvoorbeeld Sanna Marin. Ze is superslim, maar ze was een gewoon meisje uit Tampere. In Finland kan iedereen alles worden, ook premier.’
Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel
Maar de Finnen zitten bij de Pisa-scores nog steeds in de topgroep. En ze zijn de enigen die ook bij tevredenheid over hun leven heel hoog scoren. Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel.
‘Dat houdt absoluut verband met het feit dat wij dol zijn op nieuwe technologieën,’ zegt Marjaana Ajanto. ‘Sinds Nokia is dat onderdeel van ons succesverhaal.’ In de Digital Economy and Society Index 2020 van de Europese Commissie is Finland de ‘digitale leider’ onder de 27 Europese landen. Finland, zegt het persbericht, slaagt er buitengewoon goed in ‘innovatief denken te combineren met maatschappelijke verantwoordelijkheid’. Voordat Ajanto lerares werd, werkte ze aan online platforms voor de Finse omroep en bij Microsoft. Nu geeft ze Engels, marketing en technologie. Ze heeft een missie, zegt ze: ‘Ik wil dat alle meisjes goed op de hoogte zijn van de nieuwe technologieën.’
Ook op haar school zijn bezoekers vanwege corona niet toegestaan, dus spreken we af in het centrum van Helsinki. Net als de andere geïnterviewden voldoet ook Ajanto helemaal niet aan het cliché van de koele Finse. Op een bepaald moment springt ze op van haar caféstoel en loopt naar buiten. Ze doet het interview liever in looppas. Tijdens een geïmproviseerde stadsrondleiding showt ze ons tegelijkertijd het chique openluchtzwembad in de haven en de ‘Wilma’-app op haar telefoon.
‘Wilma’ is al meer dan tien jaar het digitale communicatieplatform voor leerlingen, leraren en ouders. ‘Kijk, er komt net een berichtje binnen van een meisje dat haar wiskundeboek kwijt is,’ roept ze. ‘Wilma’ was een van de redenen dat de Finse scholen snel konden overschakelen naar onderwijs-op-afstand. Leerlingen die geen laptop hadden, kregen er een van school.
Elke morgen om half negen legt Marjaana Ajanto via een videoapp contact met haar leerlingen. Ze heeft een tijd in Berlijn gewoond. ‘Ik weet nog dat ik in Berlijn vaak dacht: Pardon? Alweer geen internet? Wat een onzin, zit ik soms in Afrika?’ Finland is een dunbevolkt land en al twintig jaar geleden begonnen met digitaal onderwijs op afstand. ‘Tenslotte heeft iedereen recht op onderwijs, toch?’ zegt ze.
We zijn met de trein onderweg naar de laatste pleisterplaats op onze reis naar het geluk. Buiten wisselen meren, dennen, sparren en berken elkaar af. Finland telt 187.888 meren, driekwart van het grondoppervlak is bos. Tampere, twee uur van Helsinki, is de geboorteplaats van de premier, een arbeidersstad die zichzelf met universiteiten en high tech opnieuw aan het uitvinden is. Uiteraard is de stad omgeven door water en bossen.
Sauna’s
Er zijn hier meer dan vijftig openbare sauna’s. De oudste is de Rajaportti in de wijk Pispala. Een arbeiderssauna in een houten gebouwtje aan een doorgaande weg. Binnen zijn aparte ruimtes voor mannen en vrouwen, hier in de voortuin zitten ze door elkaar, gewikkeld in roze en lindengroene handdoeken. Mannen met tattoos, een moeder met haar dochter. Steeds weer is het sissende geluid te horen van een blikje bier dat wordt opengemaakt. De entree bedraagt doordeweeks zes, en vandaag, op zaterdagavond, tien euro.
Matti Kemi, rapper, jeugdwerker en saunagids, verwacht ons. Met zijn zelfgemaakte vilten hoed ziet hij eruit als een Tiroler boer. De Rajaportti is meer dan honderd jaar oud. ‘Het hart van onze saunacultuur,’ volgens Kemi. Het scheelde niet veel of de kleine sauna was in de jaren tachtig afgebroken, maar mensen uit de buurt hebben een vereniging opgericht om hem te behouden.
Oorspronkelijk paste de sauna eigenlijk niet in ons verhaal. Te cliché. Tot bijna ieder interview eindigde met de vraag: ‘U gaat toch ook wel naar een sauna?’ Er zijn vijfeneenhalf miljoen Finnen, en samen hebben ze meer dan drie miljoen sauna’s. ‘Toen Finse soldaten werden uitgezonden naar Afghanistan was een sauna het eerste wat ze daar neerzetten,’ had gelukonderzoeker Martela verteld. Dat klopt, zegt Kemi. ‘Een Fin mist in het buitenland zijn sauna nog meer dan zijn vrouw en kinderen.’
Anders dan een paar jaar geleden hebben niet meer alle nieuwe huizen een eigen sauna. In plaats daarvan viert de openbare sauna een comeback. Zoals Engelsen in de pub, zo spreken Finnen in de sauna met hun vrienden af. De Rajaportti-sauna zelf is een klein, donker hol, waar zes, zeven mannen op een kluitje zitten. Afstand houden? Ze verzekeren elkaar dat het coronavirus deze hitte niet overleeft.
De Duitser in het gezelschap bijna ook niet. Zweet druipt uit baarden, van neusvleugels en over drakentattoos. Sommige van deze mannen slaan geen dag over, zomer en winter. Aan de wand naast de houtkachel hangt, in het donker nauwelijks te onderscheiden, een plaquette: Onni Niemi, de beste saunabezoeker van Finland 1995. ‘Onni is 9000 keer in de Rajaportti geweest,’ vertelt Kemi.
Matti Kemi (33) is eigenlijk musicus. Hij toerde als dj met een band, soul, funk, hiphop. Tegenwoordig werkt hij met jongeren. In workshops die door de stad worden gefinancierd, leert hij hun rappen. Twee jaar geleden heeft hij met een vriend een fietstocht van een maand door het hele land gemaakt om oude sauna’s te bezoeken en met saunasjamanen te praten. Over die reis hebben ze in Matti’s studio een podcast gemaakt voor de publieke omroep, en sindsdien werken ze hier in Tampere ook als saunagids.
De volgende dag, een zondag, zien we elkaar weer, op een landtong in het Näsijärvi-meer. Eenzaam op een kale rots staat daar een langgerekt, geel, houten gebouw, schilderachtig omlijst door een handjevol dennen. De Rauhaniemi-sauna, ook bijna honderd jaar oud. We zitten op een bankje, halfnaakt, terwijl Matti Kemi vertelt, en we kijken toe hoe andere saunagangers in het ijskoude water van het meer springen. Over zijn opa’s, die zich allebei hebben doodgedronken. Over de jongens aan wie hij lesgeeft en die zo totaal anders zijn, ze roken niet, drinken veel minder, zijn opener en veel meer in elkaar geïnteresseerd.
‘Ik ken miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten’
Gezondheid speelt tegenwoordig een belangrijke rol, ook daarom is ijszwemen niet meer alleen iets voor oudere mensen. Net als de openbare sauna is het opnieuw populair geworden. In sommige sauna’s is het tegenwoordig zo druk dat mensen in de rij moeten staan tot er een plaatsje vrijkomt. ‘De mensen zijn eenzaam geworden,’ zegt Matti Kemi. ‘Ik ken hier in Tampere miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten. Hier ervaar je een gevoel van saamhorigheid.’
Matti Kemi zet zijn vilthoedje recht. ‘Naakt zijn we toch allemaal hetzelfde,’ zegt hij, dan zwijgen we allebei, terwijl in de koele herfstlucht de damp van ons afslaat en we het geluk diep tot in ons binnenste voelen doordringen.
De Zweedse antiluchtvaartbeweging Flygskam breidt zich uit over heel Europa, ten gunste van de trein, de auto en soms zelfs het vrachtschip. Maar zelfs in Zweden lijkt het slechte geweten van reizigers zijn grenzen te kennen.
Dossier Klimaat
Nu vrijwel overal ter wereld is begonnen met vaccineren en het einde van de coronacrisis in zicht is, selecteren wij artikelen voor u uit ons archief die onze blik weer op een ander urgent probleem richten: de klimaatcrisis.
Dit artikel verscheen eerder op 22 augustus 2019 in nummer 164 van360 Magazine
‘Heeft sinds 2004 geen vliegtuig meer genomen.’ ‘Heeft het vliegtuig afgezworen in 2008.’ ‘Hebben begin 2019 besloten volledig te stoppen.’ Aldus beschrijft The Guardian enkele spijtoptanten die de krant heeft geïnterviewd voor een artikel over ‘pioniers van de antiluchtvaartbeweging, een nog kleine maar snel groeiende gemeenschap die heeft besloten ofwel veel minder vaak het vliegtuig te nemen, ofwel er helemaal van af te zien’.
Volgens het Britse dagblad zou de burgerluchtvaart momenteel verantwoordelijk zijn voor 2 procent van de mondiale CO2-uitstoot. En dat zou kunnen groeien tot ‘16 procent in 2050’. Een constatering die academici in 2015 heeft aangezet tot het lanceren van de campagne ‘Flying Less’, met het doel onderzoekers overal ter wereld op te roepen andere middelen van vervoer te kiezen voor hun werkgerelateerde reizen.
‘Zweden vliegen vijf keer zoveel als andere Europeanen’
Maar in Zweden heeft het initiatief pas echt een hoge vlucht genomen: in dit land, waarvan de inwoners ‘vijf keer zoveel vliegen als andere Europeanen’, aldus vicepremier Isabella Lövin van de Milieupartij, is de term flygskam, ‘vliegschaamte’, voor het eerst gemunt.
Greta Thunberg, de jonge milieuactiviste die aan de wieg stond van de wereldwijde klimaatstaking, behoort ook tot de mensen die het goede voorbeeld willen geven: afgelopen januari is ze met de trein naar het Wereld Economisch Forum in het Zwitserse Davos gegaan, een reis van tweemaal 32 uur. Volgens The Guardian brengt vliegschaamte, in het Duits inmiddels ook al bekend als Flugscham, ‘mensen op andere gedachten over het reizen per vliegtuig’.
Treintrots
In het land van oorsprong zijn er inmiddels zeer concrete resultaten geboekt. Volgens cijfers van financieel dienstverlener Bloomberg is het aantal binnenlandse vluchten in Zweden in 2018 met 3 procent afgenomen, terwijl ‘de Zweedse spoorwegmaatschappij SJ in diezelfde periode een record brak met 32 miljoen passagiers’.
Het woord ‘vliegschaamte’ kent inmiddels ook zijn tegendeel, train brag, oftewel ‘treintrots’, aldus het Zwitserse dagblad Le Temps, dat bericht over het succes van een Facebookgroep genaamd ‘Tågsemester’ (‘Treinreizen’), waarvan de leden plannen en adviezen uitwisselen voor treinreizen door Europa. ‘Tågsemester telt inmiddels 74.000 leden in Zweden, en in Noorwegen en Finland zijn vergelijkbare groepen opgericht.’
Maar de antiluchtvaartstemming beperkt zich lang niet alleen tot de noordelijke landen. In het Verenigd Koninkrijk roept Siân Berry van de Green Party de Britten op hun vliegreizen tot eenmaal per jaar te beperken en wil ze extra vluchten extra belasten. Verscheidene Britten vertellen in The Guardian over hun lange reizen per trein, auto of in sommige gevallen zelfs per vrachtschip om een werk- of vakantiebestemming te bereiken.
Dichter bij de aarde
Zoals kinderboekenschrijfster Nicola Davies, die er kortgeleden ruim 48 uur over deed (met de auto en de boot) om naar de Balearen te reizen: ‘Je hebt het gevoel dat je dichter bij de aarde blijft terwijl je, als je per vliegtuig reist, aan de ene kant van de planeet een metalen buis in gaat om er aan de andere kant weer uit te komen, zonder dat je je realiseert wat voor afstand je hebt afgelegd.’
Is het reizen op een andere manier dan per vliegtuig behalve ‘spannender’ ook echt minder vervuilend? Volgens Le Temps stoot de trein wereldwijd vijftien keer minder CO2 uit dan het vliegtuig, waarbij ‘de Franse en Zweedse treinen nog beter scoren, omdat ze energie gebruiken die wordt opgewekt door kern- of waterkrachtcentrales’. Maar ‘niet alle landen beschikken over een spoorwegnet dat geschikt is voor middellange afstanden’, onderstreept de Amerikaanse site Quartz. Wanneer het spoor geen optie is, kun je beter voor het vliegtuig kiezen als je alleen reist en voor de auto als je met meer mensen reist.
Maar zal het verzet tegen het vliegtuig duurzaam blijken, ook al veranderen de gewoonten misschien een beetje? Zal het aan kracht winnen in de geïndustrialiseerde landen? Zelfs in Zweden lijkt het slechte geweten van reizigers zijn grenzen te kennen.
Volgens het Zweedse dagblad Dagens Nyheter leidde het slechte weer in het land aan het begin van de zomer ertoe dat de lastminutereizen naar zonbestemmingen ‘als warme broodjes over de toonbank gingen’. En in de overgrote meerderheid ging het om vliegreizen.
Bij protesten door werknemers van landbouwexportbedrijven in Peru, begin december, viel een dode en strandden honderden bussen en vrachtwagens met vers voedsel door wegblokkades. Die demonstraties stopten nadat het Congres besloot een oude landbouwwet in te trekken. Landarbeiders vonden dat die wet grote landbouwbedrijven voortrok, waardoor hun dagloon op slechts 39 sol, 9 euro, uitkwam. Het Congres is er echter niet in geslaagd een consensus te bereiken over een nieuwe wet, die hogere basissalarissen zou betekenen. Daarom zijn honderden boeren nu opnieuw de straat op gegaan en is onder meer de Pan-Amerikaanse weg geblokkeerd.
Na mijnbouw is agrarische export de afgelopen jaren de grootste bron van deviezen voor Peru geworden. Het land is ’s werelds grootste exporteur van bosbessen en is ook een belangrijke exporteur van druiven, asperges en avocado’s naar China, de VS en Europa.
In Bangkok werd in december een spectaculaire lounge geopend. In de Spice and Barley Riverside (uitzicht op rivier de Menam) rijzen spiraalvormige rotan sculpturen van tientallen meters hoog uit de grond. Handig om pijpen en ventilatieapparatuur achter te verbergen en een passende verwijzing naar het schuim van het assortiment Belgische bieren dat het restaurant serveert.
Patrick Keane, de directeur van de Thaise firma, gebruikte 3D special effects-software om de vloeiende geometrische vormen te kunnen modelleren. Het goud op de constructies is een knipoog naar de royaal vergulde tempels in het land. Rotan, een soort liaan, is een duurzaam natuurproduct. Dit project heeft twee rotanfabrieken van sluiting gered.
(360, Amsterdam)
Zweden wijst deelname van Huawei aan 5G-netwerk af
Bezorgd om mogelijke spionage door China liet Zweden in oktober weten het Chinese bedrijf Huawei uit te willen sluiten bij de aanleg van zijn 5G-netwerk. Het leidde tot protesten op hoog niveau, maar recentelijk noemde het Zweedse Hof van Beroep het besluit terecht. Overigens namen onder meer Australië, Nieuw-Zeeland, de VS, Japan en Groot-Brittannië al eerder een soortgelijk besluit.
Huawei geeft nog niet op en zegt nog de resultaten van een andere gerechtelijke procedure af te wachten. De Chinese ambassadeur in Stockholm liet ondertussen weten op ‘niet-discriminerende’ omstandigheden voor Chinese bedrijven in Zweden te hopen en wuifde zorgen over veiligheid weg. Hij heeft de Zweedse opinie echter tegen. In een opiniepeiling zei slechts 20 procent dat China welkom is bij de aanleg van Zweedse 5G-infrastructuur. Mensenrechten en democratische hervormingen in China moeten daarentegen de hoogste beleidsprioriteit zijn, vindt 82 procent.
Francesco Zambon, Italiaans epidemioloog en veldcoördinator van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO in Italië tijdens de eerste coronagolf, schreef in mei mee aan een WHO-rapport dat Italiës beleid onderzocht aan het begin van de pandemie. Bedoeld als voorbereiding voor andere landen veroorzaakte het rapport ophef met de conclusie dat Italië werkte met een verouderd pandemieplan. Daardoor waren de eerste maatregelen ‘geïmproviseerd, chaotisch en creatief’. De WHO trok het rapport onmiddellijk in, hetgeen leidde tot woede en suggesties dat de Italiaanse regering werd gespaard.
Zambon zegt dat hij onder druk is gezet door Ranieri Guerra, assistent directeur-generaal bij de WHO en aanspreekpunt voor de Italiaanse regering. Guerra wilde dat Zambon de opmerking dat Italië zijn pandemieplan sinds 2006 niet meer had bijgewerkt, zou ‘corrigeren’. Zambon weigerde en diende een interne ethische klacht in bij de WHO. Sindsdien is hij ‘professioneel geïsoleerd’, zegt hij, ook al volgde hij nauwgezet alle WHO-richtlijnen om wangedrag te melden.
(AP News, Rome)
Stormy Daniels wil casino Trump opblazen
Eind januari zal een voormalig casino van Donald Trump in het Amerikaanse Atlantic City worden opgeblazen. Het Trump Plaza-casino, dat opende in 1984, werd in 2014 gesloten en raakte in zo’n staat van verval dat sloop noodzakelijk werd. Eerder dit jaar begonnen de eerste sloopwerkzaamheden en op 29 januari 2021 wordt het resterende deel van het complex opgeblazen.
Burgemeester Marty Small wil de sloop van deze plek gebruiken om geld in te zamelen voor een goed doel. Daarom is nu een inzamelingsactie gestart voor de Boys & Girls Club van Atlantic City, die voorziet in recreatie-, onderwijs- en loopbaanprogramma’s voor kinderen en tieners uit de stad. De burgemeester hoopt met de actie meer dan 1 miljoen dollar op te halen.
Een professioneel bedrijf begeleidt een veiling die de hoogste bieder het recht geeft om in januari op de knop te mogen drukken.
‘Help geld in te zamelen om Stormy Daniels Trump Plaza op te laten blazen’
Die hoogste bieder zou wel eens Stormy Daniels kunnen zijn, de pornoster die werd betaald om te zwijgen over haar ontmoetingen met Trump. Op de site GoFundMe is daartoe een campagne gelanceerd. ‘Help geld in te zamelen om Stormy Daniels Trump Plaza op te laten blazen’, aldus ene Bedell op de campagnepagina. ‘Ik woon zelf in St. Louis maar zal Stormy nomineren om de sloop te voltooien als we winnen. Ze heeft interesse getoond!’ Op Twitter liet Daniels weten inderdaad tot de actie bereid te zijn: ‘Ik wil het echt doen … en we weten allemaal dat ik goed ben in het indrukken van knoppen. LOL #teamstormy.’ Op 19 januari wordt de winnaar van de veiling bekendgemaakt.
Door klimaatverandering werden al ruim 18 miljoen mensen in Zuidoost-Azië gedwongen te migreren. Dat aantal zal meer dan verdrievoudigen als de opwarming van de aarde met de huidige snelheid doorzet, zo waarschuwen ActionAid International en Climate Action Network South Asia in een rapport. Binnen dertig jaar zullen zo’n 63 miljoen mensen in de regio uit hun huizen worden verdreven doordat de stijgende zeespiegel complete dorpen opslokt of omdat gewassen verdorren door aanhoudende droogte.
Het grootste aantal mensen zal in 2050 migreren binnen India, naar schatting ruim 45 miljoen. De sterkste stijging van klimaatmigranten staat Bangladesh te wachten, waar een zevenvoudige toename wordt verwacht. Volgens Harjeet Singh van ActionAid zijn dit conservatieve schattingen, want gedwongen migratie door plotselinge rampen als overstromingen en wervelstormen is niet ingecalculeerd.
Catastrofale situaties
Singh voorspelt ‘catastrofale’ situaties. Veel mensen zullen in stedelijke sloppenwijken terechtkomen, die vaak ook kwetsbaar zijn voor overstromingen en waar de kansen op bestaanszekerheid beperkt zijn. ‘Beleidsmakers in het rijke Noorden en het Zuiden realiseren zich de omvang van het probleem niet,’ aldus Singh. Hij dringt er bij rijke landen op aan om hun inspanningen te verdubbelen om hun CO2-uitstoot te verminderen.
Daarnaast zullen ze meer financiering moeten verstrekken aan Zuid-Aziatische landen om zich verder te kunnen ontwikkelen met schone energie en zich te kunnen aanpassen aan nieuwe klimatologische omstandigheden. Als regeringen wereldwijd het overeengekomen doel halen om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden, kan het aantal mensen dat dreigt te worden verdreven in India, Bangladesh, Pakistan, Sri Lanka en Nepal, halveren in 2050.
Uit een rapport van de Zweedse coronacommisie blijkt dat de virusaanpak van de regering – een van de minst ingrijpende van Europa – heeft gefaald. Het hoge sterftecijfer in het Scandinavische land is vooral te wijten aan de gebrekkige bescherming van ouderen, is het oordeel.
‘Het zou vreemd zijn als we na een pandemie als deze niet de conclusie zouden trekken dat het anders moet’, aldus de sociaaldemocratische premier Stefan Löfven tijdens de persconferentie gisteren (15 december). ‘Deze en vorige regeringen moeten de verantwoordelijkheid nemen voor het feit dat de zorg voor ouderen in het algemeen niet toereikend is geweest’, tekent zakenblad Dagens Industri op uit de mond van de premier.
Diezelfde dag is een vernietigend rapport verschenen van de Zweedse coronacommissie, die was ingesteld om de aanpak van het virus tijdens de eerste golf te evalueren. Vooral de bescherming van ouderen in verpleeghuizen krijgt harde kritiek, schrijft de Zweedse tabloid Expressen. De commissie wijst onder meer op de ‘al lang bekende structurele tekortkomingen’ in de ouderenzorg, wat problemen veroorzaakte toen het virus toesloeg. De eindverantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de regering, aldus het rapport.
Het coronabeleid van de Zweedse overheid is er altijd op gericht geweest om de ouderen te beschermen door ze te isoleren. Zo hoopte ze het normale leven en de economie zoveel mogelijk buiten schot te houden, en toch sterfgevallen te kunnen voorkomen. Het is daarom extra pijnlijk voor Löfven en zijn kabinet dat het rapport concludeert dat ze juist op dit punt hebben gefaald.
Hoge sterfte
The Independent meldt dat Zweden tot gisteren een totaal van 320.098 besmettingen telde en dat er 7.514 mensen in het land zijn overleden aan het virus – een veel hoger dodental dan buurlanden Noorwegen, Finland of Denemarken.
Volgens epidemioloog Anders Tegnell, de Zweedse Jaap van Dissel, is het hoge sterftecijfer in Zweden (706 per miljoen inwoners, Nederland telt er zo’n 586 per miljoen inwoners) te wijten aan de hogere bevolkingsdichtheid in vergelijking met Noorwegen en Finland en het hoge aantal migranten in steden, schrijft Expressen. De krant is kritisch op deze onderbouwing en stelt dat Denemarken het met een veel hogere bevolkingsdichtheid toch aanzienlijk beter doet. De Denen hebben echter wel strenge maatregelen genomen om het virus in te dammen. Zo sloten in Denemarken al in maart de scholen, werden alle bijeenkomsten met meer dan tien personen verboden en gingen de landsgrenzen dicht.
‘Er waren geen voorbereidingen om met een pandemie om te gaan en toen het eenmaal gebeurde, werden de tekortkomingen blootgelegd’
Behalve het advies om afstand te houden, thuis te werken en je te laten testen bij klachten, is Zweden erg terughoudend geweest met het invoeren van maatregelen. Scholen, winkels en horeca zijn altijd open gebleven. Na stijgende besmettingscijfers in de herfst besloot de regering wel om de verkoop van alcohol na tien uur ’s avonds te verbieden, ook mogen mensen niet meer samenkomen in groepen groter dan acht personen, meldt Euronews.
‘Meedogenloos’ is de kritiek op de ouderenzorg in het rapport, schrijft een commentator van SVP, de Zweedse publieke omroep. ‘Alles wordt op de korrel genomen, van onduidelijke verantwoordelijkheden tot een onhoudbare personeelssituatie. Er waren geen voorbereidingen om met een pandemie om te gaan en toen die er eenmaal was, werden de tekortkomingen blootgelegd.’ De commissie bekritiseert ook de huidige regering wegens het onvoldoende of te laat doorvoeren van maatregelen tijdens de eerste golf. Vooral een landelijk bezoekverbod voor ouderen in verpleeghuizen had veel eerder moeten worden ingevoerd, aldus de commissie. ‘Deze kritiek is voor de regering van Löfven moeilijk te pareren, omdat het gericht is op wat de regering wel of niet heeft gedaan tijdens de crisis’, analyseert Mats Knutson van SVP.
‘De overheid verantwoordelijk – wat betekent dat?’ vraagt columnist Mårten Schultz van Svenska Dagbladet zich af. ‘Kunnen de regering of ministers strafrechtelijk worden vervolgd?’ Dat lijkt Schultz onwaarschijnlijk, maar ‘het is niet onwaarschijnlijk dat iemand een schadeclaim zal indienen tegen de staat of een gemeente’. Toch stelt hij dat de regering haar verantwoordelijkheid niet voor de rechtbank maar vooral in het parlement moet afleggen.
Verwaarloosd
De oppositie heeft dan ook haar messen geslepen. Ebba Busch, leider van de christendemocraten, vindt dat premier Löfven moet overwegen of hij nog wel de juiste man is om Zweden door deze crisis te leiden, bericht Göteborgs-Posten. ‘KD [de christendemocratische partij] vertrouwt Stefan Löfven niet. Wij vinden dat hij de ouderen en de zorg al voor de pandemie heeft verwaarloosd.’
Löfven leidt een minderheidskabinet van de sociaaldemocraten en een groene partij, Miljöpartiet, met gedoogsteun van de centrumpartij en de liberalen. Maar vooralsnog lijkt hij niet te vrezen over zijn positie, dat erkent ook Ebba Busch, die geen motie van wantrouwen richting het kabinet indient: ‘Op dit moment staat een meerderheid achter de regering van Löfven.’
Ook Jimmie Åkesson, leider van de nationalistische Sverigedemokraten (SD), is uiterst kritisch over de premier. ‘Het tussenrapport dat vandaag is uitgekomen wijst op een mislukking. Het toont aan hoe slecht premier Stefan Löfven en zijn regering hebben gehandeld in een situatie waar veel druk op staat. Maar bovenal is het een tragisch verhaal over hoeveel mensen in 2020 in Zweden onnodig stierven’, bericht Expressen.
Kerst
Het rapport lijkt er niet toe te leiden dat Zweden hardere maatregelen, zoals lockdowns, gaat instellen. De focus voor de regering-Löfven ligt vooral bij het verbeteren van de ouderenzorg. ‘Mijn beeld is dat het al veel beter gaat in de verpleeghuizen’, aldus minister van Sociale Zaken Lena Hallengren, verantwoordelijk voor de verpleeghuiszorg, tegen Svenska Dagbladet. De minister zet vooral in op sneltesten voor bewoners en personeel, wat moet voorkomen dat het virus zich onder kwetsbare ouderen verspreidt.
Svenska Dagbladetstelde ook een overzicht op van de geldende adviezen met Kerst, een feest waar de Zweden erg aan hechten. Zo luidt het advies om zo min mogelijk met het openbaar vervoer te reizen. Vooralsnog gelden er geen beperkingen. Ook mogen Zweden nog steeds hun oudere vrienden of familieleden bezoeken, zelfs in verpleeghuizen. Daarbij luidt het advies is om afstand te bewaren tijdens het bezoek en tien dagen van tevoren extra voorzichtig te zijn door het contact met anderen te beperken. Samenkomsten van meer dan acht personen worden ernstig afgeraden en Kerst moet dan ook in kleine kring gevierd worden. Hierbij wordt geen uitzondering gemaakt voor de Kerstman; ook die moet tot die kleine kring van acht behoren, volgens de Zweedse instantie voor volksgezondheid.
Debatcentrum de Balie organiseert een avond rondom de vraag: ‘Kan de journalist ook activist zijn of moet hij/zij er juist voor waken om voorbij de grenzen van objectieve verslaggeving te gaan?’ Theoretisch is het zo dat wie de wereld wil veranderen de politiek in gaat, en wie wil vertellen wat er in de wereld gebeurt journalist wordt. In de praktijk wordt dat onderscheid, voor zover het ooit heeft gewerkt, snel afgebroken.
Een simpel bewijs dat journalistiek de samenleving beïnvloedt is het getal 48. Dat is volgens de Columbia Journalism Review het aantal journalisten wereldwijd dat in 2016 werd vermoord door lieden die van zulke beïnvloeding niet gediend waren. Regimes of criminele organisaties omzeilen de wet makkelijker zolang daar niet over wordt bericht.
Een ander voorbeeld is wellicht LREM, de politieke partij van de Franse president Emmanuel Macron. LREM wil zichzelf een ‘mediastructuur’ geven. De partij gaat zelf redacteuren en camjo’s rekruteren en samenwerking zoeken met de regionale pers, meldt l’Express. Een tactiek die overigens door Al-Qaida en IS al veel langer wordt gebruikt. Of Macron zelf hoofdredacteur wordt, is nog niet bekend.
DiCaprio, die zijn naamsbekendheid wil inzetten om aandacht te vragen voor milieukwesties, zou je een activistisch acteur kunnen noemen
Er zijn wereldwijd meer signalen dat de zogeheten participerende journalistiek de toekomst heeft. Dat is journalistiek met de nadrukkelijke bedoeling om verandering teweeg te brengen, activistisch dus. Veelgenoemde voorbeelden zijn het motto dat de Washington Post tegenwoordig in zijn masthead heeft staan: democracy dies in darkness en de rubriek die The New York Times eerder dit jaar begon onder de simpele titel The Truth. Beide initiatieven zijn onverbloemde reacties op het presidentschap van Trump.
De belangrijkste gast in de Balie zal Ian Urbina zijn, onderzoeksjournalist van de NYT. Urbina publiceerde in de zomer van 2015 een serie van vier lange verhalen over mensenrechtenschendingen en andere misstanden op open zee. Daarvoor voer hij mee op vele schepen. Over het leven van de bemanning vertelde hij aan Longform: ‘De bemanning is net een stam, met eigen normen, een taal, afgunsten. Alsof het mensen uit een vreemd land zijn, maar dan zonder grondgebied. De bemanning lijkt op een volk van nomaden, of bannelingen. Een volk met bijzonder strikte hiërarchieën; aan boord weet je: de kapitein is God.’
Die serie, The Outlaw Ocean, wordt op dit moment verfilmd door Leonardo DiCaprio in samenwerking met Netflix. Dat meldt de Hollywood-nieuwssite The Tracking Board ‘op basis van bronnen dicht bij The Tracking Board’. DiCaprio, die zijn naamsbekendheid wil inzetten om aandacht te vragen voor milieukwesties, zou je een activistisch acteur kunnen noemen.
De artikelen van Urbina maakten niet alleen duidelijk dat op de woeste baren de mens zich als een woesteling gedraagt, maar vooral dat er buiten de territoriale wateren volstrekte onduidelijkheid heerst over welke wetten er gelden. Onder andere Greenpeace gebruikte de informatie die Urbina boven water had gehaald in campagnes. Misschien vond hij zijn onderwerpen met hulp van Greenpeace of andere organisaties. Maakt dat Urbina tot een activist? Vragen die aan de orde zullen komen op 18 september in De Balie, Amsterdam.
DOCUMENTAIRE – Pipi Langkous woont alleen
Documentaire over het Zweedse model
Cineast Erik Walter Gandini draagt het noordelijke en het zuidelijke in zich. Hij is half Italiaans, half Zweeds. Over het Italië onder Berlusconi maakte hij de gelauwerde documentaires Videocracy en The Evilness of Banality. Nu pakt hij zijn andere vaderland aan, met The Swedish Theory of Love. In deze film onderzoekt Gandini het beeld van Zweden als een land waar geluk nog heel gewoon is en de mensen naar elkaar omkijken. Er bestaan cijfers die dat beeld meedogenloos tegenspreken. Volgens onderzoek van het Rode Kruis bijvoorbeeld voelt 40 procent van de volwassen Zweden zich alleen.
The Independent haalt dat cijfer aan bij een interview met Gandini. Daarin legt de filmmaker uit hoe het mis is gegaan met Zweden. ‘Het is het idee dat we vrij van elkaar zouden moeten zijn, dat jongeren al heel vroeg in staat moeten zijn om het ouderlijk huis te verlaten, dat vrouwen nooit afhankelijk mogen zijn van hun man of andersom, en ouders niet van hun kinderen. (…) Dat is een politiek project maar ook een existentiële vraag.’ Gevolg: 47 procent eenpersoonshuishoudens, doorgeschoten individualisme en, in Gandini’s woorden ‘een gesegregeerde samenleving. De binnenstad van Stockholm is blank, de voorsteden zijn zwart.’
De film die Gandini over deze situatie maakte, bestaat uit een aantal anekdotes die met ironie worden gebracht: een inspecteur die probeert nabestaanden te vinden van mensen die in eenzaamheid zijn gestorven, een mevrouw die sperma bestelt bij de spermabank, een groepje hippies dat in het bos probeert contact met elkaar te maken. ‘Alles bij elkaar opgeteld maakt hij niet echt een punt’, oordeelt The Guardian.
LITERATUUR – Conrad op zee
Memoires van de schipper-schrijver
111 jaar geleden, in 1906, verscheen The Mirror of the Sea, het eerste deel van de memoires van Joseph Conrad. De auteur van Heart of Darkness en Lord Jim was twintig jaar lang zeeman geweest voordat hij begon te schrijven, en stond zijn leven lang in een vurige relatie met de zee. Die relatie wilde hij beschrijven ‘met de openhartigheid van een biecht in het stervensuur’.
Toen Conrads zee-memoires in een nieuwe paperbackeditie verschenen na decennia van afwezigheid in de Engelstalige boekhandel, schreef de Ottawa Citizen: ‘Conrads proza heeft altijd in de categorie love it or hate it gezeten, vanwege het eigenaardige taaltje dat hij bezigt, ongetwijfeld als gevolg van het feit dat het Engels zijn vierde taal was, na het Pools, het Russisch en het Frans.’ Des te knapper dat Lisette Graswinckel The Mirror of the Sea nu heeft vertaald voor uitgeverij Van Oorschot. De Nederlandse titel luidt De zee, een spiegel.
In een prachtig klein essay in The New York Times schrijft Maya Jasanoff over haar werk aan een boek over Conrad, de zee en haar eigen ervaring aan boord van een zeilschip. Ze staat stil bij de passage in Heart of Darkness waarin Marlow, die met een stoomschip de Congo op moet varen, een boek vindt in een hut langs de rivier. Vreemd genoeg is het een soort handleiding zeilen. Marlow verliest zichzelf in het boek, dat voor hem een tegengif is tegen de verschrikkingen van zijn missie met het stoomschip. Conrads eigen tijd op zee, noteert Jasanoff, viel samen met de overgang van zeil- naar stoomschepen. Solidair met het onderwerp van haar boek betreurt zij die overgang. Ze kotst haar ziel uit haar lijf van zeeziekte, die acuut ophoudt als het schip waarop zij is aangemonsterd de motor uitzet en op de zeilen verder gaat. Ze waagt zich weer aan dek en kijkt uit over het eindeloze blauw.
‘Als ik hoor beweren dat alles verandert (of zou moeten veranderen) in het digitale tijdperk, dan kijk ik naar de oceaan. De economie van de eenentwintigste eeuw is meer dan ooit afhankelijk van scheepvaart, die 90 procent van de wereldhandel voor z’n rekening neemt. Data “de ether in sturen” betekent data door kabels sturen die op de zeebodem liggen, net als in de tijd van het telegram. De oceaan toont ook de tekortkomingen in de vooruitgang. Hier verdrinken duizenden vluchtelingen op zoek naar een beter leven. Hier floreren slavernij en piraterij onder het oog van de moderne wet. Hier vervuilen en vernietigen plastic en chemicaliën de ecosystemen. En het is hier dat moeder Aarde, op een manier die zelfs Conrads verbeelding te boven zou gaan, ons met een stijgende zeespiegel de rekening presenteert van onze keuze voor fossiele brandstoffen in plaats van voor de oneindige voordelen van de wind.’
FILM – Als de rap je roept
Opmerkelijke muziekfilm
Volgens Variety is Geremy Jasper een van de regisseurs om de komende jaren in de gaten te houden. Zijn debuutfilm Patty Cakes wordt op 29 augustus vertoond in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten (Bozar). De film gaat over een mollig blond meisje uit New Jersey met een droom: freestyle rapper worden. Variety noemt de film bij voorbaat een ‘publiekslieveling’. De rol van Patty wordt gespeeld door de Australische Danielle Macdonald. Jasper ontdekte haar ergens halverwege de tien versies die hij van zijn script maakte. In The New York Times vertelt Macdonald dat zij Jasper hielp bij het vormgeven van zijn personages, totdat hij haar vroeg voor de hoofdrol. De actrice kan maar één verklaring bedenken: ‘Ik denk dat hij gewoon een heel loyaal persoon is.’ Of, oppert de NYT, iemand die talent herkent als het voor hem staat. Destijds zei Macdonald dat ze niet kon geloven dat ze de rol had. Maar inmiddels, zo meldt The Hollywood Reporter, heeft het succes van Patty Cakes haar al een volgende grote rol opgeleverd.
De economische mens – rationeel, berekenend, uit op eigen voordeel – is al sinds Adam Smith de held van de aanhangers van de vrije markt. Maar volgens de Zweedse journaliste Katrine Marçal is het hoog tijd om afscheid te nemen van deze mannelijke creatie. In haar boek Je houdt het niet voor mogelijk breekt ze een lans voor een meer vrouwelijke kijk op economie, waarin ook plaats is voor emoties, altruïsme en zorgzaamheid. Een voorpublicatie.
De schrijver van de boeken over Winnie de Poeh, A.A. Milne, merkte eens op dat vooral kinderen dol waren op verhalen over onbewoonde eilanden. Het idee om te stranden in een geïsoleerde wereld sprak op een bijzondere manier tot hun verbeelding.
Milne meende dat dit was omdat het eenzame eiland het kind de meest effectieve mogelijkheid bood om te vluchten uit de werkelijkheid. Geen moeder, geen vader, geen broertjes en zusjes; geen sociale controle, plichten, conflicten of machtsspelletjes. Een heel nieuwe wereld. Helder en duidelijk. Je bent vrij en alleen, met slechts je eigen voetsporen in het zand. En vooral: het is een wereld waarin het kind zelf de macht kan opeisen.
De troon bestijgen en zichzelf uitroepen tot zonnegod.
Je kunt zeggen dat economen een beetje op kinderen lijken. Velen van hen zijn dol op Robinson Crusoe. De meeste mensen die economie hebben gestudeerd, hebben hun docent wel een versie van Daniel Defoe’s roman uit 1719 horen vertellen. Je kunt je natuurlijk afvragen wat een verhaal over een blanke, racistische man, die zesentwintig jaar in zijn eentje op een onbewoond eiland woont voor hij vriendschap sluit met ‘een wilde’, te zeggen heeft over moderne economieën.
Maar dan heb je nog niet begrepen waar het in de economische wetenschap om draait.
Daniel Defoe’s schipbreukeling wordt gezien als de ultieme economische mens. Crusoe is terechtgekomen op een onbewoond eiland zonder sociale codes en wetten. Er is niets wat de economie hindert en het eigenbelang kan ongestoord worden nagejaagd. Op Crusoe’s eiland is de economische impuls van de rest van de wereld afgescheiden en daarom is Crusoe voor economen een schoolvoorbeeld.
Op de markt worden wij geacht anoniem te zijn. Daarom zou de markt ons vrijmaken. Het doet er niet toe wie je bent. Karaktereigenschappen en persoonlijke relaties spelen geen rol. Alleen je betaalvermogen is van betekenis. De keuzes die mensen maken, zijn vrij en onafhankelijk, we staan los van onze achtergrond of omgeving, als eenzame eilanden in een lege oceaan. Niemand beoordeelt ons en niemand houdt ons vast of tegen. Er zijn alleen begrenzingen van technische aard: het eindige aantal uren in een dag en de eindige voorraden natuurlijke hulpbronnen. Robinson Crusoe is vrij en zijn relaties met andere mensen zijn vooral gebaseerd op het nut dat ze voor hem kunnen hebben.
Niet omdat hij slechts is, maar omdat dat rationeel is – zoals rationeel in dit verhaal wordt voorgesteld.
Robinson Crusoe is hét voorbeeld van de economische mens
In de roman wordt Robinson Crusoe in York in Groot-Brittannië geboren. Zijn vader is koopman en Robinson heeft twee oudere broers. De ene sterft in een oorlog en de andere verdwijnt. Robinson studeert rechten maar voelt zich niet erg aangetrokken tot het veilige bestaan van de Britse middenklasse. In plaats daarvan monstert hij aan op een schip naar Afrika. Na een aantal reizen komt hij uiteindelijk in Brazilië. Daar begint hij wat ten slotte een zeer succesvolle plantage zal worden. Robinson Crusoe wordt rijk. Maar Robinson Crusoe wil nog rijker worden. Er varen schepen naar Afrika om slaven te halen en hij gaat aan boord. Tijdens zijn laatste reis vergaat zijn schip en Robinson Crusoe spoelt als enige aan op een nabijgelegen onbewoond eiland.
Robinson leeft vele jaren in isolement, met slechts een paar dieren als gezelschap. ‘Wilden’ en kannibalen plunderen de stranden. In zijn logboek houdt hij in kolommen niet alleen bij over hoeveel geld en materieel hij beschikt, maar ook hoeveel geluk en pech hij heeft.
Hij mag dan op een onbewoond eiland zijn – maar hij leeft.
Hij mag dan geïsoleerd zijn van de anderen – maar hij verhongert niet.
Hij mag dan geen kleren hebben – maar het klimaat is aangenaam.
In iedere situatie berekent Robinson de winst. En hij is heel tevreden. Vrij van begeerte, jaloezie en trots. Vrij van andere mensen. Triomfantelijk schrijft hij dat hij kan doen en laten wat hij wil. Hij kan zich koning of keizer van het eiland noemen. Wat een feest! Vrij van afleiding en lichamelijke lusten richt hij zich op bezit en controle. Het eiland ligt daar om door hem veroverd te worden en de natuur is er om door hem getemd te worden.
De roman over Robinson Crusoe wordt vaak verteld als illustratie van het probleemoplossend vermogen en de vindingrijkheid van de mens. Robinson kweekt mais, maakt aarden kruiken en melkt geiten. Hij maakt kaarsen van geitentalg en twijnt pitten van gedroogde brandnetels. Maar het is niet alleen Robinsons vindingrijkheid waarop het kleine eenmansmaatschappijtje is gebouwd. Hij gaat in totaal dertien keer naar het gestrande schip om materialen en werktuigen te halen. Die gebruikt hij om het eiland en op den duur ook andere mensen aan zich te onderwerpen.
Die werktuigen en materialen zijn geproduceerd door anderen, ook al zijn ze nog zo ver weg. En Robinson is volledig van hun werk afhankelijk.
Na vijfentwintig jaar op het eiland komt Robinson uiteindelijk in aanraking met een inboorling. Hij redt hem van de kannibalen en geeft hem de naam van de dag waarop ze elkaar hebben ontmoet. Vrijdags dankbaarheid kent geen grenzen. Hij houdt van Robinson als van een zoon en werkt voor hem als een slaaf. Vrijdag, die zelf een kannibaal is, verlangt wel naar mensenvlees maar verandert zijn eetgewoonten uit consideratie met Robinson. Bijna drie jaar brengen ze met elkaar door in wat de schrijver Daniel Defoe beschrijft als een staat van volkomen geluk. Ten slotte worden ze ontdekt en varen ze terug naar Europa.
Na aankomst in Lissabon ontdekt Robinson dat hij ongelooflijk rijk is geworden. De plantage in Brazilië is tijdens zijn afwezigheid door zijn arbeiders gaande gehouden en heeft al die jaren dat hij weg was grote winsten gemaakt. Robinson verkoopt zijn aandeel, trouwt en krijgt drie kinderen. Daarna sterft zijn vrouw. Die serie gebeurtenissen – huwelijk, kinderen en dood – wordt in de roman met één enkele zin beschreven.
En Crusoe gaat weer scheep.
Alles moet gekocht, geruild en verkocht worden met een zo groot mogelijke winst
Homo economicus
De Ierse schrijver James Joyce beschreef Robinson Crusoe als de belichaming van de ‘mannelijke zelfstandigheid, onbewuste wreedheid, koppigheid, trage maar effectieve intelligentie, seksuele apathie en berekende zwijgzaamheid’.
Robinson Crusoe leeft in afzondering, en economen houden ervan mensen af te zonderen. De op zijn onbewoonde eiland gestrande Robinson maakt het mogelijk na te denken over de manier waarop de mens zonder of los van zijn omgeving zou reageren. Dat is precies wat de meeste economische standaardmodellen doen. Ceteris paribus, oreert de hoogleraar economie enthousiast in het Latijn. ‘Het overige blijft gelijk.’ In een economisch model dat meerdere variabelen kent, moet je één enkele variabele isoleren – anders werkt het niet. Slimme economen zijn zich altijd bewust geweest van het probleem van deze redeneerwijze, maar zij vormt nog steeds de basis van ‘hoe een econoom moet denken’. Je moet de wereld kunnen vereenvoudigen om eraan te kunnen rekenen en men heeft ervoor gekozen om dat op Adam Smiths wijze te doen.
In het boek schept Robinson Crusoe snel een economie. Hoewel er geen geld is op het eiland, koopt en ruilt hij naar hartelust – de waarde van goederen wordt bepaald door de vraag.
Het principe dat de waarde van een goed wordt bepaald door de vraag, wordt ook verteld in de vorm van een verhaal over twee gestrande mannen.
Stel je twee mannen op een onbewoond eiland voor: de ene heeft een zak rijst en de andere heeft tweehonderd gouden kettingen. Thuis op het vasteland had je met een gouden ketting een hele zak rijst kunnen kopen, maar nu zijn de mannen niet op het vasteland. Ze zijn gestrand en dat verandert de waarde van hun spullen.
De man met de rijst kan plotseling alle gouden kettingen vragen voor één portie rijst. Misschien wil hij zelfs wel helemaal niet ruilen. Wat moet hij op het eiland met een gouden ketting? Economen zijn dol op dit soort verhalen, ze knikken en vinden dat ze iets ongehoord diepzinnigs hebben ontdekt over hoe mensen functioneren.
In hun standaardmodellen is er namelijk nooit sprake van dat twee mensen op een verlaten eiland misschien wel met elkaar gaan praten of dat ze zich eenzaam voelen. Bang zijn. Elkaar nodig hebben. Na een tijdje te hebben gekletst, zouden ze erachter zijn gekomen dat ze als kind geen van beiden van spinazie hielden en dat ze ooms hadden die lange periodes aan de drank waren. Nadat ze daar een tijdje over hadden gepraat, hadden ze de rijst waarschijnlijk gedeeld. Het feit dat wij mensen op deze manier kunnen reageren, heeft dat geen economische betekenis?
De mannen in het verhaal zitten niet zozeer vast op een onbewoond eiland, ze zitten vooral vast in zichzelf. Solistisch. Geïsoleerd. Onbereikbaar. Slechts door middel van handel en concurrentie in staat tot interactie met elkaar. Niet in staat de wereld om zich heen als iets anders te zien dan een reeks goederen. Alles moet gekocht, geruild en verkocht worden met een zo groot mogelijke winst.
Robinson Crusoe is hét voorbeeld van de economische mens. Homo economicus wordt hij genoemd, en deze ligt ten grondslag aan alle bekende economische theorieën. De economische wetenschap meende dat de studie zich moest richten op het individu. Om die reden moest men een vereenvoudigd verhaal bedenken over hoe het individu zich gedroeg. Zo ontstond er een model van menselijk handelen dat het economisch denken sindsdien heeft bepaald. En bovendien is dit individu een ongehoord charismatische persoon.
Wie economie studeert, moet een sprookje leren over een man die de wereld intrekt om zijn winst te maximaliseren. Onder de geldende omstandigheden en beperkingen. Hij wordt geacht een algemeen geldende, zij het vereenvoudigde, beschrijving te zijn van wat de mens is. Het gaat op voor zowel mannen als vrouwen, rijken als armen, ongeacht cultuur of religie, voeten of handen. De economische mens beweert in ieder van ons een puur economisch bewustzijn te beschrijven. Waardoor we wensen formuleren en die vervolgens proberen te vervullen.
De economische mens is rationeel en wordt geleid door zijn verstand, hij doet niets wat hij niet hoeft te doen en als hij het toch doet dan is het om genot te verkrijgen of pijn te vermijden. Hij zal altijd pakken wat hij pakken kan, alles doen om te winnen, om degenen die in de weg staan te slim af te zijn of desnoods uit de weg te ruimen.
De economische standaardmodellen zeggen dat wij in feite allemaal zo zijn. In elk geval voor zover wij voor economen relevant zijn. En daarom moet dát deel door economen bestudeerd worden. De meest fundamentele eigenschap van mensen is dat wij eindeloos veel willen hebben. Alles. Nu. Meteen. Maar dat kan niet. De eindeloze wensen van mensen worden begrensd door de beperkte hoeveelheid middelen op de wereld en door het feit dat ieder ander natuurlijk ook dingen wil hebben. Alles. Nu. Meteen. En als je niet alles kunt krijgen, dan moet je kiezen. Schaarste maakt keuze noodzakelijk.
Keuze betekent alternatieve kosten, gemiste inkomsten van de niet-gekozen mogelijkheden. Kies je het ene pad, dan kun je niet tegelijkertijd ook het andere kiezen. De economische mens heeft bepaalde voorkeuren.
Als hij liever tulpen wil dan rozen en liever rozen dan margrieten, dan kiest hij ook eerder tulpen dan margrieten. Bovendien is hij altijd rationeel – hij kiest de minst kostende weg om zijn doelen te bereiken.
We bedenken wat we willen hebben en vervolgens komen we in actie om het te verkrijgen. We berekenen de kortst mogelijke afstand tussen A en B. We willen zo veel mogelijk tegen zo laag mogelijke kosten. Daar gaat het allemaal om. Je beslist wat je wilt en in welke volgorde. Vervolgens probeer je eraan te komen. Klaar voor de start … af. Dan begint het leven. En zo eindigt het trouwens ook. Goedkoop inkopen, duur verkopen.
Het grote voordeel van de economische mens is dat hij voorspelbaar is. Daarom kun je alle problemen die hij ontmoet in elegante wiskunde uitdrukken. De mens als homo economicus is berekenbaar. Er is slechts eigenbelang en uit een dood universum kunnen we de natuurwetten van de samenleving afleiden.
Je kunt zeggen dat economen een beetje op kinderen lijken
Net als Robinson Crusoe was de economische mens een moderne mens die zich had vrijgemaakt van ouderwetse, irrationele onderdrukking. Net als Robinson Crusoe kon hij zichzelf redden, was er geen koning of keizer die hem kon voorschrijven wat hij moest doen. Hij was zijn eigen koning of keizer, hij was vrij en van niemand. Zo was de nieuwe mens, waarmee de economische wetenschap de moderne tijd betrad.
De economische mens bepaalde zijn eigen leven en liet anderen hun leven bepalen. Hij was ongehoord competent. Domweg omdat hij mens was. Zijn superieure verstand maakte hem tot heer over zijn eigen wereld, en niet tot dienaar of ondergeschikte. Hij was vrij. Hij kon in iedere situatie bliksemsnel alle mogelijke alternatieven overzien en tegen elkaar afwegen. Zoals een schaker op wereldniveau doorkruiste hij met al zijn keuzemogelijkheden het bestaan. Zo was de menselijke natuur, zeiden de economen van de negentiende eeuw. Bovendien was de mens tolerant: de economische mens beoordeelde anderen niet op hun afkomst maar op hun (mogelijke) toekomst. Hij was bovendien nieuwsgierig en flexibel. Hij streefde er altijd naar het beter te krijgen. Meer te hebben. Meer te zien. Meer te beleven.
Werken heeft geen intrinsieke waarde, vindt de economische mens, maar het is nodig om ergens te komen. Hij stelt doelen, komt in actie, vinkt ze af en gaat verder. Hij blijft nooit staan bij wat voorbij is, kijkt alleen maar vooruit. Wil hij jou hebben, dan doet hij er alles aan om jou te krijgen. Liegen, stelen, vechten, alles verkopen wat hij heeft. Hij is solistisch maar zijn solisme is wellustig. Hij doet altijd alles om zijn verlangens te bevredigen. Liever door af te dingen en te onderhandelen dan door geweld te gebruiken. Niet iedereen kan nu eenmaal tegelijk aan de trog. De goederen en diensten in de wereld zijn begrensd. Hij bewondert mensen die geslaagd zijn. Het gaat erom te krijgen wat je wilt. Het in je handen te houden en te zeggen: ‘Dit is van mij’.
Aan het eind van de film zal hij altijd in zijn eentje wegrijden, de zonsondergang tegemoet.
Emoties, altruïsme, zorgzaamheid komen niet in de economische standaardtheorieën voor. De economische mens kan een voorkeur hebben voor saamhorigheid of voor een bepaald gevoel maar het is slechts een voorkeur – net zoals je appels kunt prefereren boven peren. Soms wil hij iets voelen – vanwege de ervaring. Maar gevoelens zijn geen onlosmakelijk deel van hem. Voor de economische mens is er geen kindertijd, hij is van niets of niemand afhankelijk en er is geen maatschappij die hem beïnvloedt. Hij herinnert zich zijn eigen geboorte. Die was niet anders dan al het andere.
Rationeel, egoïstisch en niet afhankelijk van zijn omgeving. Alleen op een eiland of alleen in de maatschappij, het maakt niet uit. Er bestaat geen samenleving, er zijn alleen individuen.
Economie wordt dus de wetenschap van het ‘conserveren van liefde’. De samenleving wordt bijeengehouden door eigenbelang. Uit Adam Smiths onzichtbare hand wordt de economische mens geboren. De liefde kon worden bewaard voor de privésfeer. Het was belangrijk die apart te houden.
Anders zou de honingpot weleens leeg kunnen raken.
Wij zijn bezig de mannen te worden met wie we vroeger wilden trouwen
Greed is good
Bernard de Mandeville, een Nederlandse arts die in Engeland werkte, publiceerde in 1714 zijn beroemde fabel over bijen. Grinnikend beschrijft hij hoe zij, als iedere bij zelf doet wat zij wil, ook het beste resultaat voor de hele kast bereiken. Het eigenbelang dient het algemeen belang, zolang de bijen maar hun gang mogen gaan. Als je je ermee bemoeit, komt er geen honing. IJdelheid, jaloezie en hebzucht vergroten merkwaardig genoeg het geluk in de kast. Die lage gevoelens doen bijen harder werken. Zo krijgen we economische groei en blijft de honing altijd vloeien. Greed is good. Op eigenbelang kunnen we bouwen.
Als iedereen egoïstisch handelt, vindt er een magische omwisseling plaats naar wat het beste is voor het geheel. Net zoals bij Smith. Ons egoïsme en onze hebzucht kunnen door de onzichtbare hand van de economie worden omgezet in harmonie en balans – een verhaal dat qua zingeving en vergiffenis niet onderdoet voor de diepste mysteriën van de Katholieke Kerk. Jouw hebzucht en egoïsme vormen eigenlijk jouw verzoening met andere mensen.
‘Amerika functioneert niet zonder diepgeworteld geloof – en het doet er niet toe welk’, zei president Dwight D. Eisenhower.
Het idee dat de economie door een onzichtbare hand gestuurd werd, ontwikkelde zich tot de gedachte dat de markt ook een einde zou maken aan de geschiedenis. Als onze economische belangen steeds verder vervlochten zouden raken, zouden de primitieve conflicten van daarvoor niet langer nodig zijn. Je schiet je neef niet neer omdat hij moslim is als je gemeenschappelijke economische belangen hebt. Je rent niet naar je buurman om die te vermoorden omdat je dochter met hem naar bed is geweest als jouw bedrijf van hem afhankelijk is.
De onzichtbare hand houdt je tegen.
De bloedige gebeurtenissen van de twintigste eeuw hebben laten zien dat de mens niet zo eenvoudig in elkaar zit. Maar het is een goed verhaal. En de meeste mensen willen een goed verhaal niet nader onderzoeken.
In elk geval niet grondig en vrijwillig.
Het mechanisme van de markt zou wereldvrede en geluk voor iedereen kunnen produceren uit zoiets simpels als onze ordinaire smerige gevoelens. Het is dus niet zo vreemd dat we ons hebben laten verleiden. Exploitatie was niet langer persoonlijk. De vrouw die haar rug ruïneert voor 6 dollar per uur doet dat niet omdat iemand slecht is of haar daartoe heeft veroordeeld. Niemand is schuldig, niemand is verantwoordelijk. Het is gewoon de economie. En die is aangeboren. Die is in feite ons diepste wezen.
Omdat wij allemaal als de economische mens zijn.
Katrine Marçal
Je houdt het niet voor mogelijk verscheen begin oktober bij De Geus.
Wie is Katrine Marçal?
Katrine Marçal (1983) is een Zweedse journaliste en woont in Londen. Op haar 22ste begon ze met schrijven voor het grote Zweedse dagblad Aftonbladet en op haar 25ste werd haar eerste boek gepubliceerd. Je houdt het niet voor mogelijk stond in Zweden op de shortlist voor de Augustprijs en werd bekroond met de Lagencrantzer Award.
Ontmoet Katrine Marçal
360 Magazine organiseert samen met De Balie en De Geus op 21 oktober een bijeenkomst met Katrine Marçal. Zij gaat in gesprek met schrijfster Myrthe Hilkens. Kaarten kunt u bestellen bij de kassa van De Balie. www.debalie.nl
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.