Gewapende drones uit Turkije en Iran geven het regeringsleger de overhand
De al dertien maanden aanhoudende burgeroorlog in Ethiopië heeft opnieuw een dramatische wending genomen nu het tegenoffensief van de federale regering aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt tegen strijders uit de noordelijke Tigray-regio, waardoor de spectaculaire winst van de Tigray-strijdkrachten bij hun opmars naar het zuiden ongedaan is gemaakt, schrijft Al Jazeera.
‘Goedkope en efficiënte drones geven steeds vaker de doorslag in moderne conflicten’
De Ethiopische staatsmedia verklaarden deze week dat regeringstroepen de strategische steden Dessie en Kombolcha hadden heroverd, de laatste in een reeks van overwinningen op het slagveld sinds premier Abiy Ahmed vorige maand zei dat hij naar de frontlinie zou trekken en de Ethiopiërs opriep zich bij de strijd aan te sluiten.
Zoals Bellingcatal aantoonde is Ethiopië in het bezit van in Iran geproduceerde drones, daarnaast heeft het drones aangekocht van Turkije en bezit het ook Chinese drones. Dat versterkte wapenarsenaal zou bepalend kunnen zijn geweest in de opmars van het regeringsleger, aldus Al Jazeera. ‘Goedkope en efficiënte drones geven steeds vaker de doorslag in moderne conflicten’, schrijft de Qatarese nieuwssite.
Afrikaanse intellectuelen roepen op tot dialoog in Ethiopië
‘Ethiopië staat aan de rand van de afgrond, we moeten handelen.’ Zo luidde de noodkreet van bijna zestig Afrikaanse intellectuelen in het tijdschrift African Arguments op 26 augustus, twee weken na de oproep van premier Abiy Ahmed tot een algemene mobilisatie van de Ethiopische bevolking.
‘Wij zijn ontzet en geschokt door de steeds verder verslechterende situatie in Ethiopië’
De auteurs, die zichzelf omschrijven als ‘Afrikaanse intellectuelen die zich bezighouden met het continent en de diaspora‘ en die ‘hun werkzame leven hebben gewijd aan het begrijpen van de oorzaken van en mogelijke oplossingen voor intra- en inter-Afrikaanse conflicten’, waarschuwen de internationale gemeenschap voor de dramatische ontwikkelingen in de oorlog in Tigray. ‘Wij zijn ontzet en geschokt door de steeds verder verslechterende situatie in Ethiopië.’
In hun open brief roepen zij zowel de Ethiopische regering als de regionale regering van Tigray op om ‘positief te reageren op de herhaalde oproepen tot een politieke dialoog, ook met de betrokken groepen in de regio’s Amhara en Oromia’. Zij dringen er bij de buurlanden op aan ‘maximale druk’ uit te oefenen en bij de gehele internationale gemeenschap om het werk van de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD) en de Afrikaanse Unie (AU) te steunen.
De Carthaagse generaal Hannibal en de Romeinse legioenen waren ruim tweeduizend jaar geleden al fan van zwaarden uit het Spaanse Toledo. De reputatie van deze zwaarden was enorm; met honderden smeden was de stad een van ’s werelds belangrijkste centra voor dit ambacht. Nu zijn er nog maar twee ambachtelijke zwaardmakers over. Ze vormen de laatste schakel in de duizenden jaren oude traditie, aldus The Guardian.
‘Zwaarden maken is nauw verbonden met deze stad’, zegt Antonio Arellano van Artesania Arellanos. ‘Als we dat kwijtraken, is het een enorm verlies.’
‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’
Arellano is afkomstig uit een lange lijn van ijzerbewerkers en begon dertig jaar geleden met het maken van zwaarden. Klanten bestonden toen al niet meer uit edellieden en zwaardvechters; in plaats daarvan concentreerde het bedrijf zich op toeristen en verzamelaars die graag een beroemd stuk Toledo-staal wilden aanschaffen. ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’, aldus Arellano, met zijn 69 jaar de laatste meester-zwaardsmid van Toledo. De afgelopen jaren moesten de lokale zwaardmakers concurreren met inferieure, massaal geproduceerde zwaarden uit Azië. Vervolgens kwam corona en bleven de toeristen weg.
Toch zal Arellano’s zoon het bedrijf overnemen, want er is nog hoop, schrijf de Britse krant. Belangstelling voor geschiedenis heeft geleid tot een stroom aan opdrachten van tv-series en theaterproducties die op zoek zijn naar historisch nauwkeurig materiaal. En onlangs tekende Arellano een overeenkomst met een historisch themapark, waar zijn zoon ten overstaan van het publiek zwaarden zal gaan smeden.
Groen staal uit Zweden
De groene staalonderneming HYBRIT uit Zweden heeft ’s werelds eerste staal geleverd dat is geproduceerd zonder gebruik van steenkool. Het bedrijf wil een revolutie teweegbrengen in een industrie die goed is voor ongeveer 8 procent van de mondiale CO2-uitstoot. HYBRIT, eigendom van SSAB, Vattenfall en mijnbouwbedrijf LKAB, levert het ‘groene’ staal aan Volvo voor een testfase en mikt op volledige commerciële productie in 2026. Volgens SSAB, dat verantwoordelijk is voor 10 procent van de Zweedse en 7 procent van de Finse CO2-uitstoot, is de proeflevering een ‘belangrijke stap in de richting van een volledig fossielvrije keten’, aldus Reuters.
‘Ik ben blij de minister te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’
HYBRIT startte vorig jaar met testactiviteiten in zijn proeffabriek in Luleå, in het noorden van Zweden. Ook het bedrijf H2 Green Steel werkt aan een fossielvrije staalfabriek in Noord-Zweden. ‘Ik ben blij de minister van Ondernemen en Energie te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’, was de reactie van Ibrahim Baylan, minister van Ondernemen, Industrie en Innovatie.
Abraham Lincoln zei het al: geef iemand macht en hij (/zij) laat zijn ware aard zien. Er zijn talloze voorbeelden van beloftevolle politici die zich, eenmaal aan de macht, ontpopten tot meedogenloze onderdrukkers.
Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenis-experiment uit 1971. Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
De volgende machthebbers doorstonden de test niet:
Abiy Ahmed
Abiy Ahmed werd op 2 april 2018 beëdigd tot de twaalfde premier van een zeer onrustig Ethiopië. In de protesten tegen politieke ongelijkheid, landonteigening en mensenrechtenschendingen waren honderden doden gevallen en werden duizenden mensen opgepakt. De meeste demonstranten waren Oromo en Amharen, de twee grootste etnische groepen in Ethiopië, die samen 60 procent van de bevolking vormen. Velen voelden zich oneerlijk behandeld door de machthebbers, die vooral behoorden tot de Tigrinya-groep, die minder dan 7 procent van de bevolking uitmaakt. Ahmeds voorganger Desalegne stapte op om hervormingen mogelijk te maken.
Aanvankelijk maakte Abiy – Oromo-moeder en Amhara-vader – de verwachtingen waar. Hij liet tienduizenden dissidente Ethiopiërs vrij en ging in gesprek met gevluchte tegenstanders in het buitenland. Hij nodigde Isaias Afewerki, de president van Eritrea, uit om het grensconflict tussen de twee landen te beslechten – met succes. In oktober dat jaar presenteerde Abiy Ahmed zijn nieuwe kabinet, dat voor de helft uit vrouwen bestaat – die volgens Ahmed minder geneigd zijn tot corruptie dan mannen. Op Abiys voordracht heeft het land sinds 1 november 2018 ook voor het eerst een vrouw als opperrechter, Meaza Ashenafi.
Abiy ontving in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede ‘voor zijn inspanningen om vrede en internationale samenwerking te bereiken’
Deze inspanningen leverden Abiy in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede op: ‘voor zijn inspanningen om vrede en internationale samenwerking te bereiken, en in het bijzonder voor zijn beslissende initiatief om het grensconflict met buurland Eritrea op te lossen’.
Maar sinds de oorlog in Tigray, en zijn vermeende rol daarin, heeft de reputatie van de Ethiopische premier een flinke deuk opgelopen. Abiy beweerde aanvankelijk dat de oorzaak van de oorlog de aanval van Tigray op militaire bases in de regio was. Maar zijn ‘overwinningstoespraak’ eind vorig jaar onthulde dat gedetailleerde voorbereidingen voor een oorlog al ruim twee jaar geleden begonnen.
Aanleiding voor het conflict is de weigering van TPLF, de regerende partij van Tigray, om op te gaan in de partij van Abiy. Op de vraag waarom hij niet eerder tot actie overging, zou Abiy hebben gereageerd dat Ethiopië op dat moment niet over voldoende militaire capaciteit beschikte. Het federale leger was heimelijk versterkt, onder andere met dronecapaciteit, op zo’n wijze dat het buiten het zicht van de leiders van Tigray bleef.
Vlak voor de oorlog werden de internet-, telefoon- en elektriciteitsleidingen naar Tigray door de overheid afgesloten, schrijft Netblocks. Sindsdien zijn alle wegen, inclusief het luchtruim, geblokkeerd. Ook de banken zijn gesloten. Tigrinya die buiten Tigray werken worden ontslagen. Journalisten mogen geen verslag uitbrengen vanuit Tigray, schrijft het Zuid-Afrikaanse Mail & Guardian. Er is enkel toestemming voor hulporganisaties om steun te bieden in gebieden die onder controle van de overheid vallen.
Sinds het begin van de oorlog zijn de steden van Tigray onderworpen aan zware bombardementen en beschietingen. De regio wordt op verschillende fronten tegelijk aangevallen. Er wordt melding gedaan van wijdverbreide plunderingen van Eritrese en Amhara-militairen, waaronder die van bijzondere culturele en religieuze artefacten.
Multiple sources in Tigray say Eritrean forces engaged in massive looting of Tigray's rich historical artefacts. This includes raids on remote monasteries where ancient manuscripts and early Christian spiritual texts kept.@UNESCO must mount urgent probe to verify these claims.
Voor de Tigreeërs zelf komt het geweld niet als verrassing: ‘Abiy, met zijn geveinsde politiek van verzoening, liet ons in de steek.’
De aanpak doet denken aan de door de regering veroorzaakte hongersnood in Ethiopië van 1984-1985. Door opzettelijke verarming en verwaarlozing en de daaropvolgende emigratie werden Tigrinya steeds meer als arme mensen beschouwd. In Eritrea werd Agame, de naam van het oostelijke Tigray-gebied, veranderd in een denigrerende term waarmee naar alle Tigrinya werd verwezen. In de Ethiopische regio Amhara werden Tigrinya aangeduid met termen als sprinkhanen, luizen, bedelaars, banda [verrader] en nog veel meer, en deze zijn nog altijd gangbaar.
Asma al-Assad had mooie dromen voor de Syrische hoofdstad Damascus toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen opstandige groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoenencollectie.
Lees ook ons uitgebreid portret van de First Lady van Syrië:
‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.
Lees ook dit artikel van schrijver en essayist Arundhati Roy:
Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.
Lees ook dit uitgebreid portret van de ‘laatste dictator van Europa’:
Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’
De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.
In 2014 voerde Morales een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken
Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.
De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.
Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.
Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.
In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’
En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’
Lees ook dit artikel over de Nicaraguaanse president Daniel Ortega:
Mark Lowcock, ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken en noodhulpcoördinator van de Verenigde Naties, waarschuwde deze week dat dringende maatregelen nodig zijn om hongersnood in de Ethiopische regio Tigray te voorkomen. ‘Er is een ernstig risico op hongersnood als hulp de komende twee maanden niet wordt uitgebreid’, aldus Lowcock tegenAl-Jazeera.
In november vorig jaar gaf premier Abiy Ahmed van Ethiopië opdracht tot een militaire operatie in Tigray nadat hij het Tigray People’s Liberation Front beschuldigde van aanvallen op federale legerkampen. Het conflict in Tigray heeft in zeven maanden tijd duizenden mensen gedood en circa vijf miljoen mensen hebben dringend hulp nodig.
De president van Estland, Kersti Kaljulaid, heeft er bij Groot-Brittannië op aangedrongen actie te ondernemen om te voorkomen dat antidemocratische regimes zoals dat van Belarus corrupt geld kunnen doorsluizen via het financiële centrum van Londen, aldus The Guardian.
Haar pleidooi komt nadat de EU nieuwe economische sancties tegen Belarus heeft aangekondigd, alsmede strafmaatregelen tegen de nationale luchtvaartmaatschappij van Belarus, in een reactie op de kaping van een Ryanair-vlucht die leidde tot de arrestatie van de dissidente journalist Roman Protasevitsj, eerder deze week.
De Estse president riep de Britse regering op eensgezind te zijn met de EU en alles in het werk te stellen om zich te verzetten tegen antidemocratische regeringen, zoals die van de Belarussische president Aleksander Loekasjenka. ‘We begrijpen dat er wettelijke beperkingen zijn, maar wees zo sterk als u kunt zijn, want dit is geld waarvoor het Belarussische volk lijdt onder een regime dat hun democratische rechten vertrapt’, aldus Kaljulaid.
Cultuursector VS wacht nog op 16 miljard
In december riep het Amerikaanse Congres een nieuw subsidieprogramma in het leven om muziekpodia, theaters en musea te steunen die vanwege de pandemie hun deuren moesten sluiten, maar van de beloofde 16 miljard is nog geen dollar uitgekeerd, meldt CNN. Uitbaters maken zich ernstig zorgen over de uitbetaling, die onder meer wordt vertraagd door technische problemen.
Duitse vrouw verdient €1192 per maand minder
De inkomenskloof tussen vrouwen en mannen in Duitsland groeit, zo blijkt uit cijfers van het Federaal Bureau voor de Statistiek. Mannen zouden gemiddeld 1.192 euro bruto meer per maand verdienen dan vrouwen.
Het salarisverschil tussen mannen en vrouwen is 4 euro groter dan vier jaar eerder
Het gemiddelde inkomen in april 2018, de laatst beschikbare cijfers, was 2.766 euro per maand. Over dat gemiddelde was het salarisverschil tussen mannen en vrouwen 4 euro groter dan vier jaar eerder, schrijft Die Tageszeitung. De kloof wordt vooral duidelijk bij hogere salarissen. Bijna 3,2 miljoen mannen, tegenover slechts ongeveer 800.000 vrouwen, verdienden 5.100 bruto euro per maand of meer. Dat komt neer op een mannelijk aandeel van bijna 80 procent. Bij topverdieners met minimaal 12.100 euro per maand lag het aandeel mannen met ruim 87 procent zelfs nog hoger. In deze salarisgroep gaat het om 158.000 mannen en 23.000 vrouwen.
Omgekeerd zijn vrouwen sterk oververtegenwoordigd in groepen met lagere inkomens. Ongeveer 12,5 miljoen vrouwen ontvingen minder dan het gemiddelde inkomen van 2.766 euro, tegenover 8,3 miljoen mannen. Dit komt overeen met een vrouwelijk aandeel van ruim 60 procent.
Hoger opgeleiden verlaten Italië
Steeds meer hoger opgeleiden verlaten Italië. Volgens de Italiaanse Rekenkamer is de braindrain de afgelopen jaren sterk gestegen. ‘Beperkte vooruitzichten op een baan en lage lonen dwingen steeds meer afgestudeerden om het land te verlaten’, aldus de Rekenkamer, geciteerd door ANSA, die een toename noteert van 41,8 procent sinds 2013.
Diploma’s in Italië bieden geen grotere kans op werk vergeleken met lagere opleidingsniveaus
Net als andere landen ziet Italië steeds meer jonge mensen afstuderen, maar in tegenstelling tot andere landen, vertrekken steeds meer afgestudeerde jongeren naar het buitenland, zo stelt de Rekenkamer. ‘Het fenomeen is te wijten aan de aanhoudende moeilijkheden bij het betreden van de arbeidsmarkt en het feit dat diploma’s in Italië, in tegenstelling tot andere OESO-landen, geen grotere kans op werk bieden vergeleken met lagere opleidingsniveaus.’
Opeenvolgende regeringen hebben geprobeerd de braindrain terug te draaien en ook de huidige premier Mario Draghi heeft gezworen om van Italië ‘een land voor jongeren‘ te maken met behulp van het door de EU gefinancierde coronaherstelplan.
Veel Koreanen hebben geldzorgen
Meer dan de helft van de volwassenen in Zuid-Korea heeft het afgelopen jaar last gehad van angst en depressie vanwege hun financiële status, zo blijkt uit Koreaans onderzoek schrijft The Korea Herald. Het onderzoek werd eind vorig jaar uitgevoerd onder 2000 mensen tussen 20 en 64 jaar, en wijst uit dat 58,1 procent van de respondenten hoge niveaus van stress en neiging tot zelfmutilatie heeft ervaren. Ongeveer 3,2 procent van de deelnemers dacht zelfs aan zelfmoord vanwege hun verslechterde financiële situatie. Niveaus van stress en depressie lagen hoger bij vrouwen en dertigplussers, de respons op zelfmoord en zelfmutilatie lag hoger bij mannen en bij twintig- en dertigjarigen.
De deelnemers werd gevraagd om hun financiële welzijn te beoordelen op een schaal van nul tot 10. De gemiddelde score was 4,79. De mate van tevredenheid en geluk met financiële omstandigheden lag gemiddeld onder de 5 punten, terwijl het gemiddelde voor angst boven de 5 uitkwam.
Minder expats in Saoedi-Arabië
Maar liefst 2,24 miljoen buitenlandse werknemers hebben de privésector in Saoedi-Arabië verlaten sinds het koninkrijk in 2017 begon het aandeel van Saoedi’s in de sector te verhogen. Uit officiële gegevens blijkt dat het aantal buitenlandse werknemers van 2017 tot en met het eerste kwartaal van 2021 met 26,4 procent is afgenomen, bericht Middle East Monitor.
Eind 2016 werkten er 8,49 miljoen expats in het land, eind maart 2021 waren dat er nog 6,25 miljoen. Het aantal Saoedische werknemers steeg in dezelfde periode met 10 procent van 1,68 miljoen naar 1,84 miljoen.
Saoedi-Arabië wil het werkloosheidspercentage onder zijn burgers in 2030 teruggebracht hebben tot 7 procent.
Tigray, de noordelijkste regio van Ethiopië, is op alle manieren van de rest van de wereld afgesloten. De tactiek die Ethiopië en Eritrea gebruiken – om het gebied te verarmen en verzwakken – heeft haar wortels in een ver verleden, zegt Gebrekirstos Gebremeskel. Hij waarschuwt voor ‘genocidale onderstromen’.
Over de auteur
Gebrekirstos Gebremeskel komt uit de regio Tigray en heeft [half december 2020] al wekenlang niets vernomen van zijn familie.
Gebremeskel: ‘Tijdens de beruchte, door de regering veroorzaakte hongersnood in Ethiopië van 1984-1985 vluchtte ik als kind met een deel van mijn familie. Na een zware tocht van een maand bereikten we Soedan. Ongeveer een jaar later keerden we terug naar Ethiopië en nog weer later had ik de mogelijkheid naar school te gaan. Dat bracht me op een buitengewoon pad, dat me uiteindelijk helemaal naar Amsterdam leidde, waar ik nu promotieonderzoek doe.
‘Drie decennia later zitten de Tigrinya midden in wat lijkt op een herhaling van 1984-1985, zo niet erger. Opnieuw worden ze gebombardeerd, afgeslacht en uitgehongerd, en vluchten ze naar Soedan. In de uitgeputte kinderen op de schouders van hun ouders, en in de geschokte ouders zelf, zie ik mezelf en mijn moeder.
‘Ondanks de genocidale motieven en doelstellingen behandelen de media de gebeurtenissen als een normaal conflict tussen een regering en enkele “rebellen”, waarbij ze meegaan in het verhaal van de regering, die een totale communicatieblack-out heeft opgelegd, zodat de Tigrinya onmogelijk hun stem kunnen laten horen. Omdat niemand de oorlog met de nodige ernst behandelt, heb ik deze taak zelf op me genomen.’
Op 3 november 2020 maakte de Ethiopische premier Abiy Ahmed, die in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede ontving, op Facebook bekend dat zijn regering een militaire interventie was begonnen in Tigray, een van de regionale staten van Ethiopië. Inmiddels [eind december 2020] wordt Tigray al twee maanden lang op meerdere fronten aangevallen door troepen uit de naburige Ethiopische regiostaat Amhara, en door het Ethiopische en Eritrese leger.
Abiy beweerde dat de oorzaak van de oorlog de aanval van Tigray op militaire bases in de regio was. Maar uit zijn recente ‘overwinningstoespraak’ voor het voormalige parlement bleek dat gedetailleerde voorbereidingen voor een oorlog al ruim twee jaar geleden waren begonnen.
In antwoord op zijn eigen vraag – ‘Sommige mensen vragen: waarom zijn de [militaire] maatregelen niet eerder genomen, waarom zo laat?’ – zei hij: ‘Iemand die de capaciteit van de vijand en van deze regionale krachtenbundeling doorziet, stelt die vraag niet.’ Met andere woorden: de overheid was niet eerder in staat om te handelen.
Fikre Tolossa, een vertrouweling van de premier, bevestigt in een bericht van 7 november dat Abiy al lang van plan was Tigray aan te vallen. Fikre vertelt dat hij Abiy een jaar geleden ontmoette en hem vroeg waarom hij geen maatregelen nam tegen het TPLF, de regerende partij van Tigray, die weigerde op te gaan in de partij van Abiy. Abiys reactie was dat Ethiopië op dat moment niet over dezelfde militaire capaciteit beschikte. Aan het parlement onthulde Abiy dat het federale leger onlangs heimelijk werd versterkt, onder andere met drones, op zo’n wijze dat het buiten het zicht van de leiders van Tigray bleef.
Sinds het begin van de oorlog gaan de steden van Tigray gebukt onder zware bombardementen en beschietingen. De regio wordt op verschillende fronten tegelijk aangevallen door de Ethiopische Nationale Defensiemacht, het Eritrese leger, de Amhara-veiligheidstroepen en milities en speciale troepen uit Afar en andere regio’s. Er worden massaal levens verwoest en eigendommen vernietigd. Eritrese en Amhara-militairen maken zich schuldig aan wijdverbreide plunderingen, waaronder, volgens verschillende rapporten, die van gewaardeerde culturele en religieuze artefacten.
Vlak voor de oorlog werden de internet-, telefoon- en elektriciteitsleidingen naar Tigray door de overheid afgesloten. Alle wegen, en ook het luchtruim, zijn geblokkeerd. De banken zijn gesloten. Tigrinya die buiten Tigray werken, worden ontslagen.
Tigrinya mogen zelf ook niet vliegen. Dat geldt zelfs voor mensen die voor internationale organisaties werken. Tigrese vredeshandhavers in Somalië en Zuid-Soedan werden hierdoor geraakt, en ook Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de WHO, lag onder vuur.
Journalisten mogen geen verslag uitbrengen vanuit Tigray. Er is enkel toestemming voor hulporganisaties om steun te bieden in gebieden die onder controle van de overheid vallen. Vóór de aanvallen waren ongeveer een miljoen Tigrinya afhankelijk van hulp. Uit rapporten blijkt dat sinds de oorlog nog eens een miljoen mensen ontheemd zijn geraakt.
Meer dan vijftigduizend Tigrinya zijn naar Soedan gevlucht, nadat de Amhara-facties westelijk Tigray hadden bezet. Als de vluchtelingen niet zouden worden tegengehouden door binnenvallende troepen, zouden dat er veel meer zijn. Ooggetuigen en de regering van Tigray hebben melding gemaakt van moordpartijen en uitzettingen van Tigrinya, waarschijnlijk op veel grotere schaal dan de bekende slachtpartijen die plaatsvonden in Mai Kadra.
Het westen van Tigray is bezet door Amhara-leiders. Enorme reclameborden in de steden maken dit duidelijk. Hetzelfde gebeurt in het zuiden van Tigray. Het Eritrese leger heeft tot diep in Tigray de Eritrese vlag gehesen. In een verklaring van 4 december noemde de regering van Tigray de oorlog een poging om het Tigrinya-volk uit te roeien. En voor wie de Ethiopische geschiedenis kent, is dat niet verrassend.
Concurrerende nationale identiteiten
Tigray is de oorsprong van bijna alles wat Ethiopië heeft verworven: al drieduizend jaar een ononderbroken staat, de Aksumitische en pre-Aksumitische beschavingen, het Ethiopische (Ge’ez-)schrift, het toegangspunt voor zowel het christendom als de islam, de religieuze muziek van St.-Yared uit de zesde eeuw, het land van de eerste hidjra [de eerste volgelingen van de profeet Mohammed vluchtten in 613 of 615 naar het koninkrijk Aksum], de vele archeologische vindplaatsen en kloosters, de uitgebreide Ge’ez-literatuur en de Slag bij Adwa, om maar een paar voorbeelden te noemen. Maar juist deze geschiedenis vormt een bron van chronische politieke problemen, zowel in Ethiopië als in Eritrea.
Voorafgaand aan het kolonialisme was Tigray een as van politiek en macht in Ethiopië en Eritrea, waarvan de hoofdstad Mekelle het belangrijkste politieke centrum vormde. In die tijd stonden de landen samen bekend als Abessinië. Zoals historicus Richard Reid zegt: ‘Tigray/Abessinië (…) is het schimmige imperium waarvan de aanwezigheid constant is, zij het meer in het hoofd van de mensen dan in werkelijkheid.’
Eind negentiende eeuw werd dit politieke centrum door de koloniale machthebber Italië en een Ethiopische interne machtsstrijd in tweeën gesplitst: het huidige Ethiopische Tigray enerzijds en het Tigrinya-sprekende deel van Eritrea anderzijds.
Koning Menelik II van Shewa [de regio van hoofdstad Addis Abeba, ten zuiden van Tigray] moedigde de Italianen, die voet aan de grond wilden, aan om Tigray te verdelen en ontzegde het gebied de toegang tot wapens. Tigray werd, net als nu, aangevallen door het aan Italië gelieerde Eritrea en Meneliks Amhara-strijders [de bevolkingsgroep waartoe de koning behoorde] in Ethiopië. Zo ontstonden er twee machtscentra: Asmara in Italiaans-Eritrea, en het Addis Abeba van koning Menelik II van Shewa.
Asmara wilde een nieuwe nationale identiteit creëren die volledig gescheiden was van Tigray/Aksum. Addis Abeba wilde zich de Tigrinya/Aksum-geschiedenis toe-eigenen en het Tigrinya-volk assimileren of elimineren. Het had een Centraal-Ethiopië voor ogen met de Amhara als legitieme heersers, waar alle andere volken onder zouden moeten vallen.
Om hun doel na te streven en te voorkomen dat Tigray in opstand zou komen, gebruikten zowel het Italiaanse Eritrea als het nieuwe Amhara-Ethiopië tactieken om de regio te verzwakken en te verarmen. De Tigrese elite werd geëlimineerd door middel van arrestaties en onderlinge strijd. Tigray werd onderworpen, verarmd, buitengesloten en uiteindelijk verwaarloosd.
Door de opzettelijke verarming en verwaarlozing en de daaropvolgende emigratie werden Tigrinya steeds meer als arme mensen beschouwd. In Eritrea werd Agame, de naam van het oostelijke Tigray-gebied, veranderd in een denigrerende term waarmee naar alle Tigrinya werd verwezen. In Amhara-Ethiopië werden Tigrinya aangeduid met termen als sprinkhanen, luizen, bedelaars, banda [verraders] et cetera, en deze zijn nog altijd gangbaar.
Onderdrukking, opstanden en straffen
Aan het eind van de negentiende eeuw, in het Ethiopië van Menelik, die zich inmiddels tot keizer had gekroond, werd Tigray onderdrukt en vernietigd. De hedendaagse historicus Fisseha Abiye Ezgi schreef dat ‘elke man die ze konden vinden, werd afgeslacht of zijn geslachtsdelen werden afgesneden’.
Tigrinya werden in alle richtingen verjaagd. Gebrehiwet Baykedagne, een politiek econoom uit die tijd en zelf Tigrinya, beschreef de omstandigheden als volgt: ‘Er zijn nauwelijks Tigrese jongeren meer in hun geboorteplaats. Als een zwerm bijen zonder hun koningin zijn ze doelloos verspreid over de vier uithoeken van de aarde.’
Veel Tigrinya vluchtten naar Italiaans-Eritrea, waar ze als minderwaardig werden behandeld door de Italianen, om een gevoel van ‘privilege’ te creëren onder de Tigrinya die uit het Italiaanse-Eritrea zelf afkomstig waren. In Amhara-Ethiopië werden de Tigrinya nog slechter behandeld. Zo schreef kroniekschrijver Afework Gebreyesus, om maar een voorbeeld te noemen: ‘[wanneer Tigrinya spreken] in hun taal, ondergaan zwangere vrouwen een miskraam en drogen de borsten van vrouwen die net zijn bevallen uit.’
In 1943 kwamen de Tigrinya in opstand tegen keizer Haile Selassie, de uiteindelijke opvolger van Menelik. De belangrijkste reden was het intrekken van de autonome status van Tigray en het opleggen van directe heerschappij van Shewa. De Tigrinya eisten een einde van de onderdrukking en herstel van het zelfbestuur.
Haile Selassie bombardeerde Tigray met de hulp van de Britse Royal Airforce en dwong het tot onderwerping. Als straf werd het Ethiopische leger losgelaten op de mensen, wat resulteerde in wraakzuchtige massamoorden, rooftochten en plunderingen.
Infrastructuur die door Italianen was achtergelaten werd ontmanteld en naar Shewa gebracht – net zoals de storm troopers van Isaias Afewerki [de president van Eritrea] nu geroofde goederen uit Tigray naar Eritrea brengen. In de jaren veertig werden bijvoorbeeld stroomgeneratoren die elektriciteit leverden aan Adwa, Selekleka en Adigrat ontmanteld en naar Addis Abeba gebracht. De steden moesten tientallen jaren wachten voordat ze toegang konden krijgen tot elektriciteit. Bijna alle scholen in Tigray werden gesloten. Tigrinya spreken was verboden, zelfs tussen twee Tigrinya die zakendeden.
De onderdrukking en de grieven leidden uiteindelijk in 1975 tot de tweede opstand, een langdurige strijd onder leiding van het Tigray People’s Liberation Front (TPLF). Dat vormde een tactische alliantie met het toenmalige Eritrese People’s Liberation Front (EPLF) en voerde een guerrillaoorlog tegen de communistische junta van Mengistu Hailemariam, de opvolger van keizer Haile Selassie. Het EPLF vocht voor onafhankelijkheid van Ethiopië. Het TPLF vormde uiteindelijk een strategische alliantie met andere politieke groeperingen en richtte in 1988 het Ethiopian People’s Revolutionary Democratic Front (EPRDF) op.
Hongersnoodkans
Tijdens de beruchte hongersnood van 1984-1985 vormde Tigray het centrum van de crisis. De communistische junta zag hierin een kans om de Tigrinya voor eens en voor altijd uit te roeien. De partij lanceerde een moorddadige campagne met als motto: ‘om alle vissen te doden, moest de hele zee leeglopen’ – de zee waren de Tigrinya, de vissen de TPLF-strijders.
Tigrinya werden uit hun dorpen verdreven, bijeengedreven op markten en in humanitaire hulpcentra, en ‘hervestigd’ in gebieden verspreid in het zuiden. De rest werd afgeslacht en dorpen en steden werden gebombardeerd. Tigrinya probeerden te ontsnappen door naar Soedan te vluchten, waar ze hulp konden krijgen. De communistische junta bombardeerde de vluchtende massa’s zodra ze die in haar vizier kreeg.
Nu blokkeren federale soldaten en Amhara-milities opnieuw de weg naar Soedan, waarover wanhopige Tigrinya proberen te vluchten.
Na zeventien jaar van bittere, gewapende strijd werd de communistische junta omvergeworpen. In 1991 werd Eritrea de facto onafhankelijk. Het EPRDF nam de macht over in Addis Abeba en regeerde over Ethiopië van 1991 tot 2019, toen Abiy de organisatie ontbond om de Welvaartspartij te vormen die nu regeert zonder te zijn verkozen.
De komst van Abiy Ahmed
Het is belangrijk op te merken dat Abiy Ahmed niet werd gekozen door het Ethiopische volk, maar door het EPRDF, de coalitiepartij waarin hij, voordat hij het premierschap op zich nam, als minister diende en die hij, nadat hij het premierschap had aangenomen, beschuldigde van het plegen van terrorisme tegen het Ethiopische volk.
Toen Abiy aan de macht kwam, gaf hij geen blijk van de wens het EPRDF-hervormingsprogramma uit te voeren, noch om een andere routekaart op dit gebied te volgen. Hij had zijn eigen plan: consolidatie van de macht om de ‘zevende koning’ van Ethiopië te worden, in zijn eigen woorden. Volgens hem was dit wat zijn moeder voor ogen had gehad en aan hem had doorgegeven toen hij zeven jaar oud was.
Op een golf van populistisch anti-Tigray-sentiment zag hij daarom de ervaren TPLF-leiders als een bedreiging voor zijn macht. Hij begon onmiddellijk de erfenis van het EPRDF aan te tasten, die in de ogen van veel Ethiopiërs synoniem was met de erfenis van het TPLF. Hij nodigde iedereen uit van wie hij dacht dat het de vijand van zijn vijand was: Eritrea, Ginbot 7 en andere oppositiegroepen uit de diaspora. Hij werkte ook hard om buitenlandse steun te winnen door acties te ondernemen die een internationaal publiek aanspraken; zo liet hij zijn kabinet voor de helft uit vrouwen bestaan.
Ondertussen bleef Abiy de Tigrinya afschilderen als corrupt en slecht, hun heerschappij als ‘27 jaar duisternis’. Ook begon hij tegenstanders uit te schakelen, uiteindelijk zelfs degenen die ooit zijn naaste bondgenoten waren. De Tigrinya zagen welke richting het uitging – autocratisch bestuur – maar verzetten zich niet openlijk tegen Abiy, in de hoop dat de koers zou wijzigen – wat niet gebeurde.
Vier gebeurtenissen vielen in het bijzonder op:
1) De aanval op Tigrinya
Anti-Tigrinya-propaganda en -retoriek groeiden onder Abiy en werden genormaliseerd in de media en op officiële fora. Het TPLF kreeg de schuld van bijna elk gewelddadig incident of probleem waarmee het land te maken kreeg.
In codewoorden en onder het voorwendsel het TPLF aan te vallen droeg Abiy bij verschillende gelegenheden bij aan het ontmenselijken van de Tigrinya. Een paar maanden nadat hij het premierschap had aangenomen, verwees hij naar hen als ‘የቀን ጅቦች’ (daglichthyena’s) en ‘ፀጉረ ልውጥ’ (onbekende anderen), twee in de Ethiopische context onmenselijke en met haat beladen uitdrukkingen. Hoewel hij niet expliciet de Tigrinya noemde, begreep iedereen naar wie hij verwees.
2) De Eritrese ‘vredesovereenkomst’
Tigray, dat de langste grens deelt met Eritrea, de diepste verwondingen heeft van de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea van 1998 tot 2000 en een van de belangrijkste actoren was in die oorlog, werd volledig buitenspel gezet door de vrede tussen Abiy van Ethiopië en Isaias Afewerki van Eritrea.
3) De ontbinding van het EPRDF en de vorming van de Welvaartspartij
De manier waarop Abiy zich haastte om het EPRDF te ontbinden en de Welvaartspartij te vormen, was opmerkelijk. Er werd geen Ethiopische juridische procedure gevolgd bij de ontbinding van het EPRDF, en de oprichting van de Welvaartspartij voldeed niet aan de wettelijke vereisten. Toen het TPLF deze punten naar voren bracht, kon ze van geen enkele kant op bijval rekenen.
Het TPLF weigerde zich bij de nieuwe partij aan te sluiten, maar besloot met de naderende verkiezingen in het vooruitzicht, die volgens Abiy eerlijk zouden verlopen, verder niet voor ophef te zorgen. Op de weigering van het TPLF om lid van zijn partij te worden reageerde Abiy door alle resterende TPLF-leden uit zijn kabinet en andere federale posten te ontslaan, zodat Tigray geen hoge vertegenwoordiging meer had in de federale regering.
4) Uitstel van verkiezingen en termijnverlenging
Abiy heeft bij verschillende gelegenheden verkondigd dat verkiezingen noch verplicht noch noodzakelijk zijn. Op 10 juni 2019 antwoordde hij op vragen in Aksum: ‘Er zijn landen die al twintig of dertig jaar geen verkiezingen hebben gehouden.’ Dit herinnerde de Tigrinya aan Isaias’ reactie: ‘Welke verkiezingen? We zullen drie, vier decennia wachten’, in reactie op de vraag van Al Jazeera wanneer er verkiezingen in Eritrea zouden komen.
Verkiezingen werden gewoonlijk altijd in mei gehouden, enkele maanden voor het verstrijken van de regeringsperiode. Het door Abiy uitgekozen bestuur, dat zich realiseerde dat zijn nieuwe Welvaartspartij geen kans had om de verkiezingen te winnen, stelde de verkiezingen uit tot augustus, midden in het regenseizoen. Toen covid-19 kwam, greep Abiy zijn kans en werden de verkiezingen opnieuw uitgesteld.
Niet alleen is een regering die haar eigen ambtsperiode verlengt problematisch en is het mechanisme waarmee ze dat deed constitutioneel twijfelachtig, Abiys regering overschreed ook een constitutioneel mandaat van de regionale staten toen ze de ambtstermijn van de staatsraden verlengde. De regering van Tigray zag dit als een duidelijke poging om op ongrondwettelijke wijze de macht te grijpen.
Timing
In zijn Machiavelli-achtige boekThe Stirrup and the Throne schreef Abiy: ‘De vijand achtervolgen kan tijdelijk nuttig zijn. Maar een vijand die niet volledig verpletterd is zodat hij niet meer opstaat, zal terugkomen om aan te vallen. Het is daarom belangrijk om een geschikt moment af te wachten om de vijand te verslaan en zijn dromen te verwoesten.’
Een gezamenlijke Ethiopische en Eritrese militaire aanval tegen Tigray werd door ESAT [een televisiestation van Ethiopiërs in ballingschap, dat sterk op de hand is van Abiy] voor het eerst geopperd en aanbevolen in hun uitzending van 1 juli. De video werd gedeeld door de aan Isaias Afewerki gelieerde Eritrese pers met de boodschap ‘dit is onvermijdelijk; het TPLF staat op de Eritrese agenda’. In een uitzending van 2 oktober riep Abiy de regering op banken, elektriciteit, internet en telefoon in Tigray af te sluiten en salarisuitbetalingen te verstoren.
In de uitzending van 7 oktober riep ESAT op tot het sluiten van bedrijven en bankrekeningen van Tigrinya. ‘Het belangrijkste punt is dat de overheid maatregelen moet nemen om het levensonderhoud van de Tigrinya-bevolking te verstoren’, was de letterlijke boodschap. Niet alleen werden gewassen achtergelaten om ze te laten verrotten, ook werden ze opzettelijk vernietigd door binnenvallende troepen. Het belangrijkste commerciële westelijke deel van Tigray, waar onder andere de sesamproductie plaatsvindt, is nu verwoest.
Opnieuw was het doel de Tigrinya te verzwakken en verarmen.
En precies toen de wereld gefocust was op de Amerikaanse verkiezingen, kozen Abiy en Isaias ervoor de daad bij het woord te voegen. Geholpen door Tigrese officieren die in de regio gestationeerd waren verijdelde Tigray hun plan, en zo belandden we in het conflict dat al anderhalve maand [sinds begin november 2020] duurt en zal blijven voortduren.
Genocidale onderstromen
De etnische profilering en doelgerichtheid, de harde en verwoestende maatregelen tegen Tigray en de Tigrinya, de plundering en de vernietiging van burgers en civiele infrastructuur, de bloedbaden, de blokkades, de collectieve straffen, de bombardementen en de weigering van onafhankelijk onderzoek en het toestaan van humanitaire hulp, moeten worden gezien als het product van genocidale onderstromen.
Het plan van de regering van Abiy is om Tigray uiteindelijk uit te hongeren, net zoals de communistische junta deed tijdens de burgeroorlog en hongersnood van 1984-1985. Internationale interventie is nodig om een eenentwintigste-eeuwse genocide van Rwandese proporties en een stille slachting van miljoenen Tigrinya door verhongering te voorkomen. [Op 2 december werd een akkoord bereikt om VN-hulp naar de regio toe te laten.]
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.