Tag: Afghanistan

  • Taliban dreigen ‘sleutelstad‘ in te nemen | Bolivia krijgt Russische kernreactor

    Taliban dreigen ‘sleutelstad‘ in te nemen | Bolivia krijgt Russische kernreactor

    Taliban dreigen eerste provinciehoofdstad in te nemen

    In Afghanistan dreigt Lashkar Gah, de hoofdstad van de zuidelijke provincie Helmand, in handen van de taliban te vallen, meldt The New York Times. De opstandelingen rukken op naar het centrum van deze ‘sleutelstad’, ‘ondanks gecoördineerde Amerikaanse en Afghaanse luchtaanvallen in de afgelopen dagen’.

    Berichten uit de stad zijn ‘triest’, schrijft de krant: ‘Mensen ontvluchten hun huizen, een stadsziekenhuis is gebombardeerd en regeringsversterkingen arriveren nu pas, na dagen van vertraging’. Mochten ze erin slagen de stad in te nemen, ‘dan zou het de eerste provinciehoofdstad zijn die sinds 2016 in handen van de taliban valt’.

    Lees ook:


    Bolivia krijgt Russische kernreactor

    Het Russische atoomagentschap Rosatom heeft maandag de bouw hervat van een kernreactor voor het Centrum voor Onderzoek en Ontwikkeling van Nucleaire Technologie (CIDTN) van Bolivia bericht MercoPress. De reactor maakt deel uit van een civiel atoomenergieplan voor vreedzame doeleinden, dat wordt gesteund door het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie. De regeringen van Bolivia en Rusland ondertekenden in maart 2016 een overeenkomst voor de bouw van het nucleaire onderzoekscentrum, maar het project kwam in 2019 stil te liggen.

    De reactor in de stad El Alto, op 4.000 meter boven de zeespiegel, wordt de hoogste ter wereld. ‘Ongeëvenaard’, aldus het Russische persbureau Novosti.


    Edelstenen, hoe groter hoe beter

    Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.

    De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er zijn vochtinbrengende crèmes met kristallen, er is een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Victoria Beckham ontwierp een lijn broeken met geheime zakken voor kristallen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel welvarenden zaten een groot deel van het afgelopen jaar binnen, zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.

  • Overstromingen in Londen | Taliban dreigen Kandahar in te nemen

    Overstromingen in Londen | Taliban dreigen Kandahar in te nemen

    Stortregens veroorzaken overstromingen in Londen

    Zware regen- en onweersbuien veroorzaakten zondag ‘plotselinge’ en ‘ernstige’ overstromingen in delen van Londen, meldt BBC. ‘Er waren meldingen van gestrande voertuigen toen het water snel steeg, tientallen wegen raakten geblokkeerd en metrolijnen liepen onder’, aldus de zender.

    De autoriteiten raadden af om in gevaarlijke omstandigheden te reizen. Brandweerlieden zeiden dat ze zondag binnen enkele uren ongeveer driehonderd oproepen hadden ontvangen – voornamelijk van overstroomde kelders of wegen.

    Lees ook:

    Louvre en Uffizi klagen Pornhub aan

    Het Louvre in Parijs en de Uffizi in Florence klagen pornosite Pornhub aan voor ‘ongeoorloofd’ gebruik van meesterwerken uit hun museumcollecties, waaronder werken van Titiaan, Botticelli, Cézanne en Rembrandt, voor een nieuwe interactieve website en app, bericht Artnet. De app, die recent werd gelanceerd, bevat een introductievideo met Ilona ‘Cicciolina’ Staller, voormalig pornoster en ex-vrouw van kunstenaar Jeff Koons, die samen met hem figureerde in zijn reeks ‘Made in Heaven’.

    De app belooft gebruikers ‘langs alle preutse schilderijen’ te loodsen op weg naar ‘de goede dingen’. Ook werken uit het Musée d’Orsay, de National Gallery in Londen en het Prado worden in de app gebruikt.


    Liverpool geschrapt van Unesco-list

    Unesco heeft de Britse stad Liverpool zijn felbegeerde status van werelderfgoed ontnomen nadat jaren van stedelijke ontwikkeling hebben gezorgd voor een ‘onomkeerbaar verlies‘ van de historische Victoriaanse dokken, schrijft The Guardian. Liverpool kreeg de status van werelderfgoed in 2004 als erkenning voor zijn rol als belangrijke historische handelsstad in het Britse koloniale rijk en vanwege de architectonische schoonheid van de waterkant.

    Unesco concludeerde dat de ‘uitzonderlijke universele waarde’ van de waterkant is vernietigd

    De organisatie van de Verenigde Naties concludeerde woensdag tijdens een bijeenkomst in China dat de ‘uitzonderlijke universele waarde’ van de waterkant is vernietigd door nieuwe gebouwen, waaronder het nieuwe, ruim 578 miljoen euro kostende stadion van voetbalclub Everton. Het besluit maakt Liverpool tot een van de weinige plekken in vijftig jaar die de Unesco-status verliest. Eerder verloren onder meer het gebied voor de Arabische oryx in Oman en de Elbe-vallei in Duitsland hun status.

    Het stadsbestuur reageerde met ontzetting op het nieuws. Burgemeester Joanne Anderson zei ‘enorm teleurgesteld en bezorgd‘ te zijn en de gemeente overweegt dan ook om in beroep te gaan.


    Taliban dreigen Kandahar in te nemen

    De Verenigde Staten, die ‘een belegerd Afghaans leger helpen’, hebben hun luchtaanvallen in Zuid-Afghanistan opgevoerd, meldde Wall Street Journal op zondag 25 juli. Er zouden de afgelopen dagen ‘ongeveer een dozijn’ aanvallen hebben plaatsgevonden. De militaire steun komt ‘te midden van een groeiende ongerustheid over een taliban-offensief dat Kandahar bedreigt’.

    ‘De val van de op één na grootste stad van het land zou een zware klap zijn’

    De val van de op één na grootste stad van het land ‘zou een zware klap zijn voor de door de VS gesteunde regering in Kaboel, die tracht haar burgers gerust te stellen nu de taliban grote delen van het platteland hebben ingenomen, maar er tot dusver niet in zijn geslaagd een grote stad in te nemen’. De Amerikaanse troepen zouden Afghanistan eind augustus moeten verlaten, aldus de krant.

    Lees ook:

  • Taliban controleren groot deel van de grens | Maduro is bereid tot dialoog met oppositie

    Taliban controleren groot deel van de grens | Maduro is bereid tot dialoog met oppositie

    Taliban claimen 90 procent van de grens te controleren

    Nu het einde van de terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Afghanistan nog maar enkele weken is verwijderd, hebben de taliban donderdag verklaard dat zij 90 procent van de grenzen van het land controleren. Zonder steun van de VS hebben de regeringstroepen moeite om het offensief van de opstandelingen in te dammen.

    In een interview met het officiële Russische persbureau Sputnik zei een woordvoerder van de taliban donderdag dat de grenzen van Afghanistan met Turkmenistan en Iran ‘volledig’ onder controle van de taliban staan. ‘Wij hebben ook de grens met Pakistan in handen – op enkele kleine delen na’, zei Zabiullah Mujahid.

    Volgens Gulf News zeiden de taliban ook dat zij ‘de aanwezigheid van de terreurgroep Islamitische Staat in Afghanistan niet zouden tolereren’ en dat het land na de terugtrekking van de VS geen buitenlandse troepen in het land zou toelaten, zelfs niet van Turkije, ‘dat met Washington in gesprek is om het beheer van de luchthaven van Kaboel over te nemen’.

    ‘We zullen geen enkele buitenlandse troepenmacht in het land zullen toelaten, onder welk voorwendsel dan ook’

    ‘Wij hebben het standpunt van Turkije reeds verworpen en duidelijk gemaakt dat wij na de terugtrekking van de VS uit Afghanistan geen enkele buitenlandse troepenmacht in het land zullen toelaten, onder welk voorwendsel dan ook’, aldus Mujahid.

    Enkele weken geleden concludeerde de Amerikaanse inlichtingendiensten dat de Afghaanse regering reeds zes maanden na de terugtrekking van de internationale troepen zou kunnen vallen. CIA-directeur William Burns weigerde die voorspelling in een interview met NPR te onderschrijven, maar erkende wel dat ‘de ontwikkelingen zorgwekkend zijn’.

    ‘De taliban bevinden zich waarschijnlijk in de sterkste militaire positie sinds 2001’

    De taliban boeken ‘aanzienlijke’ vooruitgang, zei hij, en bevinden zich ‘waarschijnlijk in de sterkste militaire positie sinds 2001’, toen de taliban Afghanistan onder controle hadden voordat zij door de Amerikanen werden verdreven.

    Hoewel de Amerikaanse president Joe Biden heeft beloofd dat de terugtrekking van troepen eind augustus zal zijn voltooid – 95 procent van de troepen heeft het land al verlaten – blijven de Amerikaanse troepen de Afghaanse regering steunen met de middelen die zij nog hebben.

    Woensdagavond heeft het Amerikaanse leger nog aanvallen uitgevoerd op de taliban in de provincie Kandahar, die gericht waren tegen ‘Amerikaans materieel dat aan de Afghaanse strijdkrachten was overgedragen en door de taliban in beslag was genomen’, meldt CNN.

    Nieuwe strategie

    ‘Een volledige overname door de taliban is een mogelijkheid’, naast ‘vele andere scenario’s’, constateert de Amerikaanse generaal Mark Milley. ‘Wij volgen de situatie op de voet, en ik denk niet dat de uitkomst van het conflict al vaststaat’, zei hij.

    Reuters sprak met hoge Amerikaanse en Afghaanse ambtenaren die zeggen dat de Afghaanse regeringstroepen, na talrijke tegenslagen op het terrein, op het punt staan hun militaire strategie te wijzigen. Zij zullen hun troepen nu ‘concentreren rond de meest kritieke gebieden, zoals Kaboel en verscheidene andere steden, grensovergangen en essentiële infrastructuur’.

    ‘Deze politiek gevaarlijke strategie zal onvermijdelijk resulteren in het afstaan van grondgebied aan de opstandelingen’, aldus Reuters. ‘Maar het lijkt noodzakelijk om het verlies van provinciehoofdsteden te voorkomen.’

    Officieel worden de besprekingen tussen de taliban en de regering voortgezet, overeenkomstig het Doha-akkoord, waarin de voorwaarden voor Amerikaanse terugtrekking in 2020 zijn vastgelegd.

    ‘De taliban hebben alleen maar laten zien dat zij niet van plan zijn vrede te sluiten’

    ‘Een delegatie van de Afghaanse regering en vertegenwoordigers van de taliban kwamen afgelopen weekend bijeen in Doha, maar de partijen konden het niet eens worden over het langverwachte staakt-het-vuren’, schrijft Al-Jazeera.

    Volgens de Afghaanse president Ashraf Ghani, geciteerd door Deutsche Welle, hebben de taliban alleen maar laten zien ‘dat zij niet van plan zijn vrede te sluiten’.

    Lees ook:


    Gebrek aan halfgeleiders in Brazilië

    De Braziliaanse Vereniging van Automobielfabrikanten, ANFAVEA, verwacht dit jaar 389.000 auto’s te exporteren, een stijging ten opzichte van een eerdere schatting van 353.000. ‘Het was nog nooit zo moeilijk om prognoses te maken in Brazilië. Naast sociaal-economische variabelen moeten we nu ook rekening houden met de pandemie, het vaccinatietempo, politieke instabiliteit en de wereldwijd haperende aanvoer van halfgeleiders’, aldus ANFAVEA-voorzitter Luiz Carlos Moraes tegenover MercoPress.

    Volgens Moraes daalde de productie van auto’s met 100.000 tot 120.000 stuks door het tekort aan halfgeleiders. Door meerdere noodzakelijke productiestops bij fabrikanten leverde juni met 166.947 voertuigen het slechtste resultaat in de afgelopen twaalf maanden.

    Maduro is bereid tot dialoog met oppositie

    De Venezolaanse president Nicolás Maduro heeft zich voorstander verklaard van onderhandelingen met de oppositie tijdens de aankomende besprekingen in Mexico, onder auspiciën van Noorwegen, meldt de pan-Amerikaanse website Infobae. ‘Wij zijn bereid aan tafel te gaan zitten met een realistisch, objectief en authentiek Venezolaans programma om alle noodzakelijke kwesties aan te pakken, teneinde vrede te bereiken en alle economische sancties op te heffen’, zei hij.

    Lees ook:

  • Doden bij overstromingen in Zhengzhou | China richt zich op Afghanistan

    Doden bij overstromingen in Zhengzhou | China richt zich op Afghanistan

    Dodelijke overstromingen in China

    Bij overstromingen in het zuidwesten van Zhengzhou, de hoofdstad van de provincie Henan in het midden van China, zijn dertien mensen omgekomen en moesten honderdduizend mensen vluchten voor het water. ‘Het overlopen van een dam op woensdag verergerde de ramp nog’, meldt South China Morning Post.

    ‘Complete boulevards en metrotunnels stonden onder water in de stad‘, waar 12,6 miljoen mensen wonen. ‘Zware regens hebben ook andere delen van Henan getroffen, maar tot dusver zijn de chaotische taferelen die door de stortregens zijn veroorzaakt beperkt gebleven tot de provinciehoofdstad‘.

    Lees ook:


    Frankrijk en VK gaan illegale immigratie harder aanpakken

    Terwijl dinsdag meer dan 430 migranten het Kanaal overstaken, een recordaantal voor één dag, kondigden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ’s avonds aan dat zij hun samenwerking in de strijd tegen illegale immigratie aan hun gemeenschappelijke grens gaan opvoeren. In het Verenigd Koninkrijk berichtte The Guardian dat, na een videoconferentie tussen de Britse minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel en haar Franse ambtgenoot Gérald Darmanin, ‘de Britse belastingbetaler 62,7 miljoen euro extra zal moeten afstaan aan Frankrijk om een nieuwe aanpak van de oversteek van kleine boten te financieren’.

    Deze aankondiging ‘zal waarschijnlijk tot woede leiden van [Britse] parlementsleden, die in het verleden hebben betoogd dat Frankrijk verantwoordelijk zou moeten zijn voor de kosten’, merkt de krant op.


    China richt zich op Afghanistan

    Terwijl de veiligheidssituatie in Afghanistan steeds verder verslechtert, is de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi bezig met een rondreis door Centraal-Azië. De rondreis, die een week duurt, is volgens analisten een poging van Beijing om zijn invloed in de regio te vergroten, schrijft Radio Free Europe/RL. Het Chinese bezoek aan Turkmenistan, Tadzjikistan en Oezbekistan vindt plaats op het moment dat de taliban grondgebied blijft veroveren op Afghaanse regeringstroepen nu Amerikaanse en NAVO-troepen zich uit het land terugtrekken in een operatie die op 31 augustus zal moeten zijn voltooid.

    Vanwege het taliban-offensief houden Beijing en de Centraal-Aziatische staten de breekbare veiligheidssituatie met argusogen in de gaten, evenals andere regionale spelers zoals Iran, Pakistan en Rusland, die allemaal belangen hebben in Afghanistan. De buurlanden van Afghanistan hebben hun diplomatieke overleg met de belangrijkste partijen in het conflict geïntensiveerd in een poging te voorkomen dat de gewapende strijd zich voortzet over de grens.

    Lees ook:

  • Toeschouwerloze Spelen in Tokio | Spanje opgeschrikt door dodelijk homogeweld

    Toeschouwerloze Spelen in Tokio | Spanje opgeschrikt door dodelijk homogeweld

    Noodtoestand in Tokio zorgt voor toeschouwerloze Spelen

    Geconfronteerd met de oplopende coronabesmettingen in Tokio, heeft de Japanse premier opnieuw de noodtoestand afgekondigd in de hoofdstad. De evenementen van de Olympische Spelen in en rond Tokio zullen daarom zonder toeschouwers plaatsvinden.

    Met nog maar twee weken te gaan voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Tokio op 23 juli, heeft zich weer een ommekeer voorgedaan. Tegen de achtergrond van de opleving van de coronaepidemie in de hoofdstad als gevolg van de ontwikkeling van de Delta-variant is door de Japanse regering op 8 juli voor de vierde keer de noodtoestand afgekondigd in Tokio, meldt het dagblad Nikkei Shimbun. De maatregel treedt in werking op 12 juli en blijft van kracht tot 22 augustus.

    De noodtoestand betekent met name een beperking van de verkoop van alcohol en dwingt bars en restaurants te sluiten om 20.00 uur. Voor openbare evenementen gaat een maximum van vijfduizend toeschouwers, of 50 procent van de capaciteit van een locatie tellen.

    ‘Het is uiterst betreurenswaardig dat de Spelen op zeer beperkte schaal zullen plaatsvinden’

    Regeringswoordvoerder Katsunobu Kato gaf op donderdag 8 juli al toe dat hij met het Internationaal Olympisch Comité (IOC) overlegt over een ‘toeschouwerloze Spelen’, aldus Nikkei Shimbun. Kort daarna werd op donderdagavond het officiële besluit genomen om alle evenementen in de prefectuur Tokio en de drie aangrenzende prefecturen (Chiba, Saitama, Kanagawa) zonder toeschouwers te laten plaatsvinden, meldt The Japan Times.

    ‘Het is uiterst betreurenswaardig dat de Spelen op zeer beperkte schaal zullen plaatsvinden in het licht van de verspreiding van nieuwe coronabesmettingen’, zei Seiko Hashimoto, voorzitter van het organisatiecomité. ‘Ik betreur het ten zeerste voor de tickethouders en de lokale bewoners die uitkeken naar de Spelen.’

    De minister voor de Olympische Spelen, Tamayo Marukawa, zei echter dat op sommige locaties buiten Tokio nog steeds fans zullen worden toegelaten, tot 50 procent van de capaciteit. Het gaat onder meer om Fukushima, waar honkbal en softbal zullen worden gespeeld, Miyagi, waar sommige voetbalwedstrijden zullen worden gehouden, en Shizuoka, waar het wielrennen zal plaatsvinden, bericht The Guardian.

    De situatie binnen het organisatiecomité lijkt steeds chaotischer te worden. De Japanse krant Asahi publiceerde een artikel over de zorgen binnen het comité voor de bekendmaking van het definitieve besluit.

    Lees ook:

    ‘Als de Japanse autoriteiten kiezen voor de optie van nul toeschouwers, zal dat de 90 miljard yen (70 miljoen euro) aan ticketinkomsten waarop het comité hoopte, in rook doen opgaan’, aldus krant. ‘Japanse ambtenaren zullen het gat moeten dichten met overheidsgeld.’

    ‘Ik weet niet of we deze Spelen wel kunnen houden. De zorgen wordt alleen maar groter’

    Ook de onderhandelingen over de eet- en drinkkraampjes rond de stadions lijken ingewikkeld te verlopen. ‘Ik weet niet of we deze Spelen wel kunnen houden. Het lijkt haast onwerkelijk. De zorgen worden alleen maar groter’, bekende een commissielid aan Asahi.

    Kritiek op de regering, die de noodtoestand eind juni in allerijl heeft opgeheven ondanks het risico van een nieuwe uitbraak, zaait zelfs binnen de regerende Liberaal-Democratische Partij verdeeldheid. ‘De premier was te optimistisch, we hadden ons moeten voorbereiden op het ergste scenario’, zei een lid van de partij, geciteerd door het nieuwsagentschap Jiji Tsushin. Bij de laatste verkiezingen voor de districtsraad van Tokio, begin juli, behaalde de partij de op een na slechtste score in haar geschiedenis.

    Lees ook:


    Biden verdedigt definitieve terugtrekking uit Afghanistan

    De Amerikaanse president Joe Biden heeft donderdag ‘met hand en tand’ zijn besluit verdedigd om de Amerikaanse militaire inzet in Afghanistan te beëindigen, schrijft The Wall Street Journal, ‘ondanks de snelle opmars van de taliban, tekenen van spanning in het Afghaanse leger en grimmige prognoses van Amerikaanse militaire en inlichtingenfunctionarissen’.

    Biden gaf deze verklaring ‘enkele dagen’ na terugtrekking van de Amerikaanse troepen van luchtmachtbasis Bagram, het centrum van de Amerikaanse operaties sinds het begin van de oorlog twee decennia geleden, schrijft The New York Times. De Democratische president zei dat het vertrek van de troepen ‘tegen 31 augustus voltooid’ zou zijn. En hij verzekerde dat de overname van het land door de taliban ‘niet onvermijdelijk’ was.

    Het staatshoofd betoogde dat de Amerikanen ‘de doelen hebben bereikt’ die zij zich twintig jaar geleden hadden gesteld, namelijk het bestrijden van de terroristische dreiging. Biden zei dat hij niet verklaarde dat de missie was volbracht – een verwijzing naar een toespraak in 2003 van toenmalig president George W. Bush, die de VS als overwinnaar in Irak beschouwde, ook al duurde het tot 2011 voordat de troepen het land verlieten. ‘De missie is echter volbracht in die zin dat we Osama bin Laden te pakken hebben gekregen en het terrorisme niet langer uit dat deel van de wereld komt’, aldus de Amerikaanse president.

    ‘Het is hoogst onwaarschijnlijk dat er één regering in Afghanistan zal zijn die het hele land zal controleren’

    Hij stelde dat het nu aan de Afghanen zelf is om over zijn eigen toekomst te beslissen. ‘Het is het recht en de verantwoordelijkheid van het Afghaanse volk om te beslissen over zijn toekomst en hoe het zijn land wil besturen’, zei hij, en hij verzekerde dat hij ‘vertrouwen had in de capaciteiten van het Afghaanse leger’. Maar hij erkende dat ‘het hoogst onwaarschijnlijk is dat er één regering in Afghanistan zal zijn die het hele land zal controleren’.

    ‘Ik zal niet nog een generatie Amerikanen naar de oorlog in Afghanistan sturen zonder hoop op een ander resultaat’, voegde Biden eraan toe. Er zijn al meer dan tweeduizend Amerikanen omgekomen in de oorlog, aldus The Wall Street Journal.

    Vanaf maart 2006 zijn er vijfentwintig Nederlandse militairen omgekomen in tijdens de missies in Afghanistan. Eind juni keerden de laatste Nederlandse militairen terug.

    Burgeroorlog

    In de afgelopen weken hebben de taliban tientallen districten heroverd en ‘controleren zij ongeveer een derde van het land’, aldus The Wall Street Journal. ‘In een recente evaluatie van de Amerikaanse inlichtingendiensten wordt geconcludeerd dat Kaboel binnen zes maanden na de volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen deze zomer in handen van de taliban zou kunnen vallen’, aldus de krant. Bovendien heeft generaal Scott Miller, de hoogste Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan, ‘gewaarschuwd voor het risico van een burgeroorlog’ na het vertrek.

    Terwijl de taliban oprukken, ‘neemt de kritiek toe over wat sommigen zien als een te haastig vertrek’, aldus CNN. Maar volgens The New York Times lijkt de aankondiging van het Amerikaanse vertrek niet echt iets teweeg te brengen in de Verenigde Staten. Het land concentreert zich vooral op zijn eigen problemen. ‘Er is vrijwel geen debat tussen Democraten en Republikeinen over de vraag of terugtrekking verstandig is. En peilingen tonen aan dat een groot aantal Amerikanen van beide partijen terugtrekking uit Afghanistan steunen,’ aldus de krant.

    Lees ook:


    Doodgeslagen homoseksuele man brengt Spanje in beroering

    Op maandag 5 juli werden in veel Spaanse steden demonstraties gehouden ter nagedachtenis aan Samuel Luiz, een vierentwintigjarige homoseksuele man uit Galicië die zaterdag in A Coruña werd doodgeslagen. Volgens de Spaanse pers nemen de aanvallen op de lhbt-gemeenschap in het land toe.

    ‘Applaus, ontroering en de slogan ‘Justicia para Samuel’ (‘Gerechtigheid voor Samuel’): op maandag verzamelden duizenden mensen zich in A Coruña, Galicië, in het noordwesten van Spanje, en in andere steden van het land om Samuel Luiz, die door homogeweld om het leven kwam, te eren’, zo meldt El País.

    Lhbt-organisaties hadden opgeroepen tot de demonstratie, terwijl de dood van de 24-jarige Galiciër – ‘het slachtoffer van een aanval met homofobe inslag, waarvan het precieze motief nog wordt onderzocht’ – in het hele land voor opschudding zorgt. Dinsdagavond zijn drie mannen opgepakt voor de moord op Luiz, meldt The Guardian.

    Op maandag sprak het plaatselijke dagblad La Voz de Galicia met Lina, ‘een van Samuels beste vrienden’, die getuige was van de tragedie. Zij en Samuel verlieten zaterdag kort voor drie uur ’s nachts een nachtclub in A Coruña om een sigaret te roken en een videogesprek te voeren.

    ‘Of je stopt met opnemen, of ik vermoord je, flikker’

    Volgens Lina liep er een stel langs. De jongeman, die ten onrechte dacht dat hij gefilmd werd, vroeg hen daarmee te stoppen. Ondanks diens uitleg ging hij op Samuel af en bedreigde hem: ‘Of je stopt met opnemen, of ik vermoord je, flikker.’

    Woedend sloeg hij hem verschillende keren voordat hij vluchtte. ‘Samuel was enigszins versuft door het pak slaag dat hij had gekregen en vroeg Lina om terug de nachtclub in te gaan om haar mobiele telefoon te halen. Toen zij terugkeerde op straat, was haar vriend niet meer waar zij hem had achtergelaten’, aldus La Voz de Galicia.

    Ondertussen, een paar meter verder, ‘werd Samuel omsingeld door een groep van een tiental mensen’, volgens verschillende getuigen. ‘Ze schopten en sloegen hem overal en noemde hem een vieze flikker’, vervolgt het dagblad. De jongeman was bewusteloos en lag op de grond.

    De dood van Samuel Luiz vond plaats aan het einde van de Pride Week in Spanje, een belangrijke viering voor de Spaanse lhbt-gemeenschap

    De dood van Samuel Luiz vond plaats aan het einde van de Pride Week in Spanje, een belangrijke viering voor de Spaanse lhbt-gemeenschap, en ‘na een jaar vol symbolische gebeurtenissen, zoals de recente goedkeuring van de transgenderwet’, aldus InfoLibre.

    Volgens de linkse website ‘blijkt uit officiële gegevens dat het geweld tegen de lhbt-gemeenschap toeneemt’.

    In het meest recente rapport uit 2019 telde het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken 278 haatmisdrijven op basis van seksuele geaardheid en genderidentiteit, tegenover 182 geregistreerde gevallen een jaar eerder.

    ‘Deze cijfers betreffen echter alleen gemelde misdrijven, en laten alle misdrijven die de autoriteiten nooit bereiken buiten beschouwing’, concludeert de website.

    Lees ook:

  • Juninummer | Talibanland. Een reis door een land dat officieel niet bestaat

    Juninummer | Talibanland. Een reis door een land dat officieel niet bestaat

    »  Lees dit nummer online

    Geoguessrs

    Redactioneel

    ​Met de taliban had niemand in Afghanistan meer rekening gehouden. De VS zonden in 2001 hun troepen naar het land om ‘te bewijzen dat het mogelijk is de situatie (…) ten goede te keren en er het kwaad uit te roeien’, schrijft Wolfgang Bauer in het openingsverhaal van deze editie (p. 12), geselecteerd voor de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize. Het kwaad, dat waren de taliban.

    Nu de VS hun troepen na twintig jaar terugtrekken, duiken de strijders weer op. En hoe gevreesd ze ook zijn, voor velen vormen ze ook een bron van hoop in een van de armste landen ter wereld.

    Moed

    Journalisten van Die Zeit kregen zeldzame toestemming het land van de taliban, dat officieel op geen enkele kaart staat, te betreden. Voorgangers die op het woord van een talibancommandant vertrouwden, werden ontvoerd. ‘Als we het gebied verlaten waar de regering aan de macht is, voelt dat als volledig controleverlies’, schrijft Bauer. Dankzij zijn moed zien we in deze schitterende reportage de complexiteit van wat in Afghanistan echt speelt, zowel onder de taliban, als onder de bevolking.

    Moed is ook wat de regering van Israël nodig heeft om het conflict in Oost-Jeruzalem op te lossen, aldus Haaretz (p. 32). Volgens twee Israëlische onderzoekers bestaat er een ‘vernieuwende oplossing’ die louter voordelen met zich meebrengt – ze noemen er maar liefst vier – voor de Hebreeuwse staat. Maar deze houdt vast aan de fictie van een ‘lokaal conflict’.

    Wie, in de termen van de Chinese app TikTok, ‘lelijk’ of ‘arm’ is, wordt volgens officieel beleid geweerd

    Die moed tonen wel de Aziatische vloggers die ondanks het heersende schoonheidsideaal in hun land – een zo licht mogelijke teint – uitdragen dat er niks mis is met vitiligo, een aandoening waarbij de huid pigment verliest en vlekken vertoont (p. 42). TikTok hoeven ze voor hun boodschap niet in te schakelen: wie niet voldoet aan het uiterlijk of de status waar nieuwe bezoekers voor vallen – oftewel, in de termen van de Chinese app, wie ‘lelijk’ of ‘arm’ is – wordt volgens officieel beleid geweerd, ontdekte onderzoeksplatform The Intercept (p. 28).Een groot deel van Afrika is er maar mondjesmaat vertegenwoordigd

    Zo ook proberen spelers van het tijdens de pandemie razend populair geworden GeoGuessr ‘lelijke’ en ‘arme’ beelden te weren uit hun spel. De spelers moeten aan de hand van enkele foto’s op Street View bepalen waar op de wereld ze zich bevinden. Maar doordat van sommige landen vooral amateurfoto’s zijn geplaatst, wordt deze missie bemoeilijkt. Zo is een groot deel van Afrika door de dienst maar mondjesmaat vertegenwoordigd (p. 34).

    Als de GeoGuessrs zich behalve in hun spel ook zouden verdiepen in wat hier echt speelt, zou hun wereldbeeld weliswaar minder scherp omlijnd worden, maar daardoor ook juist helderder.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Cover 196 150DPI 2 1
  • Wederopstanding van de Pakistaanse taliban | Het excuus van Martin Bashir

    Wederopstanding van de Pakistaanse taliban | Het excuus van Martin Bashir

    De wederopstanding van de Pakistaanse taliban

    Nu de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Afghanistan nadert, duiken de Pakistaanse taliban, die jarenlang vrijwel afwezig waren, weer op met een nieuwe strategie en nieuwe lokale allianties, aldus nieuwssite Gandhara.

    Verdeeld, verzwakt door de dood van een aantal van zijn leiders en verdreven uit voormalige machtsbases, werd de gewapende groep Tehrik-e Taliban Pakistan (TTP) eigenlijk als afgeschreven beschouwd. Maar TTP, ook wel bekend als de Pakistaanse taliban, is het afgelopen jaar weer opgekrabbeld, heeft ruziënde facties verenigd en een golf van dodelijke aanslagen gepleegd in de tribale regio’s van het land.

    Lees ook:

    Om de wederopstanding te onderstrepen, voerde TTP vorige maand een dodelijke autobomaanslag uit bij een zwaar bewaakt luxehotel in de zuidwestelijke Pakistaanse stad Quetta, ver buiten zijn machtsbasis in het noordwesten.

    ‘TTP richt zich nu voornamelijk op Pakistaanse instanties en hun vertegenwoordigers’

    Deze TTP is niet langer dezelfde militante groep die van 2007 tot 2014 grote schade aanrichtte in Pakistan, toen een groot legeroffensief de groep over de grens naar Afghanistan dreef. Onder leiding van Noor Wali Mehsud, meer een religieus figuur dan een strijder, die sinds 2018 de leiding heeft, heeft TTP haar nauwe banden met Al-Qaida weliswaar behouden, maar de organisatie is gedecentraliseerd en het aantal willekeurige aanvallen op burgers is verminderd, volgens waarnemers.

    Lokaal jihadisme

    ‘TTP richt zich nu voornamelijk op Pakistaanse instanties en hun vertegenwoordigers’ en niet meer op soft targets, volgens Abdul Basit, Pakistaanse veiligheids- en antiterrorisme-specialist, verwijzend naar vroegere aanvallen op burgers. ‘In die zin is TTP overgegaan van een mondiaal naar een lokaal jihadistisch discours.’

    Er zijn aanwijzingen dat TTP een nieuw front heeft geopend tegen Chinese belangen in Pakistan. Peking oefent aanzienlijke politieke invloed uit in het land en geeft miljarden uit aan infrastructurele projecten. De aanval van TTP op het Serena Hotel in Quetta, de hoofdstad van de onrustige provincie Balochistan, toont de groeiende operationele kracht van de militante groep, zeggen waarnemers.

    Het was de eerste aanval in Pakistan sinds jaren waarin een met explosieven beladen auto, of wat militaire experts noemen ‘zelfmoordvoertuigen op basis van geïmproviseerde explosieven’ (SVBIED’s), werd gebruikt. Het was ook de eerste aanval van TTP in een grootstedelijk centrum sinds de wederopstanding. ‘Dit toont aan dat TTP het vermogen heeft om SVBIED’s te organiseren en zwaarbewaakte doelen te raken’, aldus Basit.

    Er is wijdverbreide wrok ontstaan bij de inwoners van Balochistan, die vinden dat hun thuisprovincie wordt uitgebuit door de staat

    Daarnaast is de bomaanslag, die vijf mensen doodde en een dozijn anderen verwondde, ook significant omdat hij in Balochistan plaatsvond. Balochistan ligt niet alleen buiten het traditionele gebied van TTP, maar het is ook een uitgestrekte regio die door zijn rijkdom aan hulpbronnen de afgelopen jaren een grotere betekenis heeft gekregen.

    Het is de locatie van een nieuwe haven in de stad Gwadar, een Chinees paradepaardje en onderdeel van de China-Pakistan Economic Corridor (CPEC) die in totaal 65 miljard dollar omvat. Het project, dat voorziet in een haven, een luchthaven, een snelweg en een ziekenhuis, is bedoeld om de Chinese provincie Xinjiang te verbinden met de Arabische Zee.

    Etnische Baloch-separatisten hebben zich al regelmatig gericht tegen de Chinese activiteiten in Balochistan, dat het toneel was van een separatistische opstand waarop brute repressie van de staat volgde, die sinds 2004 duizenden mensen het leven heeft gekost. Zo is er wijdverbreide wrok ontstaan bij de inwoners, die vinden dat hun thuisprovincie wordt uitgebuit door de staat.

    Alliantie

    Volgens waarnemers suggereert de aanval van TTP op het Serena Hotel, waar de Chinese ambassadeur in Pakistan verbleef maar op dat moment niet aanwezig was, dat de groep zich heeft aangesloten bij de lokale strijd tegen Chinese belangen. De sterke toename van het aantal aanvallen op Pakistaanse veiligheidstroepen in Balochistan in de afgelopen maanden wijst ook op een dergelijke alliantie.

    Separatisten in Balochistan, waarvan velen seculier zijn, gingen al eerder in het verleden vormen van samenwerking aan met extremistische islamistische groeperingen, zoals Al-Qaida, de belangrijkste bondgenoot van TTP, maar ook met Islamitische Staat (IS) en Lashkar-e Jhangvi, een sektarische soennitische militante moslimgroepering.

    Er zijn tot 6.500 Pakistaanse militanten in Afghanistan aanwezig, de meesten van hen zijn leden van TTP

    Volgens deskundigen heeft TTP zijn financiële middelen inmiddels aanzienlijk vergroot door afpersing, smokkel en door belastingen te heffen bij de lokale bevolking en bedrijven. Onder de nieuwe leiding is TTP ook in toenemende mate gedecentraliseerd, waarbij gezag is overgedragen aan lokale commandanten. Elke commandant leidt een eenheid die ongeveer 25 tot 30 strijders telt. Voorheen werden slechts enkele commandanten voor bepaalde zones aangesteld.

    Ondertussen is TTP ook actief in Afghanistan: volgens een rapport van de VN dat juli vorig jaar werd gepubliceerd, zijn er tot 6.500 Pakistaanse militanten in Afghanistan aanwezig, de meesten van hen zijn leden van TTP.

    In Pakistan bestaat dan ook de vrees dat in Afghanistan, als een vredesakkoord uitblijft, een burgeroorlog zal uitbreken na de aangekondigde internationale militaire terugtrekking in september. Een dergelijke situatie zou TTP dusdanig kunnen versterken, dat aanvallen op Pakistaans grondgebied kunnen worden opgevoerd.


    Het excuus van Martin Bashir

    Martin Bashir, de voormalige BBC-verslaggever die wordt beschuldigd van het vervalsen van documenten om in 1995 een exclusief interview met prinses Diana te krijgen, legde dit weekeinde verantwoording af in The Sunday Times over de zaak die een schandaal in Groot-Brittannië veroorzaakte en de reputatie van de BBC ernstig heeft aangetast.

    ‘Met zijn reputatie aan stukken’ spreekt Bashir als ‘een gebroken man’, zo is te lezen in het artikel in The Sunday Times waarin met de verslaggever wordt teruggeblikt op zijn interview met prinses Diana in 1995. Aanleiding voor die terugblik is de publicatie van het zogenoemde rapport-Dyson, de conclusie van een onderzoek naar de gang van zaken onder leiding van John Dyson, een voormalig rechter van het Britse Hooggerechtshof. Uit het rapport blijkt dat Bashir valse bankafschriften gebruikte om Charles Spencer, de broer van Diana, ervan te overtuigen dat ze werd bespioneerd. Zo wist Bashir het vertrouwen van de prinses te winnen. Prins William gelooft dat deze valse informatie ‘de angst en eenzaamheid’ aanwakkerde bij zijn moeder, die twee jaar later stierf.

    ‘Het interview met Diana veranderde Bashir van een onbekende in een van de beroemdste journalisten van het land’

    ‘Het spijt me zeer’, zegt Bashir, ‘Ik heb Diana nooit kwaad willen doen.’ Maar hij zegt ook dat hij niet ‘verantwoordelijk kan worden gehouden voor de vele dingen die er in haar leven gaande waren noch voor de complexe kwesties rond allerlei beslissingen’. Volgens hem is de suggestie dat hij daar persoonlijk verantwoordelijk voor ‘onredelijk en oneerlijk’.

    De belangrijkste verdediging van Bashir, zo merkt The Sunday Times op, is dat hij wijst op het feit dat hij bevriend raakte met Diana en dat ze erg blij was met het BBC-interview. De krant citeert echter ook een voormalige collega dat meent dat Bashir de waarheid ‘ongemakkelijk’ vindt.

    ‘Het interview met Diana veranderde Bashir van een onbekende in een van de beroemdste journalisten van het land’, aldus The Sunday Times. Hij ging aan het werk voor ITV en vervolgens voor ABC en NBC in de Verenigde Staten, en keerde in 2016 terug bij de BBC waar hij vorige week ontslag nam. De 58-jarige Bashir zegt te kampen met verschillende gezondheidsproblemen.


    Een nieuwe etalage voor hedendaagse kunst in Parijs

    Parijs heeft een nieuw museum, de Bourse de Commerce, en dat zorgt voor verdere verrijking van het toch al diverse culturele aanbod, schrijft de Spaanse krant El País. Geografisch gezien ligt het museum op een steenworp afstand van het Louvre, en zo dicht bij het Centre Pompidou dat het kleurrijke dak van de instelling door de ramen te zien is.

    De Bourse de Commerce wordt de eerste privé-instelling in de Franse hoofdstad die zich uitsluitend toelegt op hedendaagse kunst uit de collectie van één individu, multimiljonair François Pinault. Deze etalage voor de Pinault-collectie is sinds zaterdag eindelijk open na jaren van voorbereiding, verbouwing naar ontwerp van de Japanse architect Tadao Ando en een uitgestelde inauguratie vanwege de coronapandemie.

    Pinault is oprichter van het Kering-imperium, waarin merken als Yves Saint Laurent, Gucci en Balenciaga zijn ondergebracht

    Pinault, oprichter van het Kering-imperium, waarin merken als Yves Saint Laurent, Gucci en Balenciaga zijn ondergebracht, ziet nu zijn droom in vervulling gaan: zijn immense bezit te kunnen exposeren in de hoofdstad van kunst en luxe, bestaande uit zo’n 10.000 werken van meer dan 380 kunstenaars ‘uit alle continenten en van verschillende generaties’. Pinault gaat zo de concurrentie aan met andere rijke mecenassen, zoals Bernard Arnault met zijn Louis Vuitton Foundation.

    Volgens Pinault, die 84 jaar geleden geboren werd op het platteland van Bretagne, is kunst ‘een school voor nederigheid, want ze leert ons dat we nooit klaar zijn met de schoonheid van de wereld, en dat ons vluchtige leven alles te winnen heeft door de wereld te omarmen in plaats van te domineren.’ Nederigheid is echter niet wat in het oog springt bij deze buitengewone collectie waarvan de waarde door het Franse tijdschrift Challenges wordt geschat op 1,5 miljard euro.

    Ouverture, de eerste tentoonstelling in de Bourse de Commerce, een voormalige graanhal van meer dan 10.000 vierkante meter in het eerste arrondissement van Parijs, toont ongeveer 200 werken van 32 kunstenaars die zijn gekozen door Pinault zelf. De selectie beoogt meer te zijn dan louter een blik op de collectie: het gaat hem om thema’s te tonen die hem na aan het hart liggen en die weerspiegeld worden in zijn acquisities. Zo zijn voor het eerst in Europa alle stukken te zien die hij bezit van de ‘radicale en compromisloze’ Amerikaanse kunstenaar David Hammons.

  • Hamstergekte in Phnom Penh | Afghanen vinden terugtrekking VS ‘onverantwoord’

    Hamstergekte in Phnom Penh | Afghanen vinden terugtrekking VS ‘onverantwoord’

    Lockdown in Cambodja leidt tot hamsteren

    De viering van het boeddhistische Nieuwjaar in Cambodja lijkt in het water te vallen. De traditionele feestdag, waarop families en vrienden het hele land doorreizen om voor enkele dagen samen te komen, wordt dit jaar getekend door de plotselinge aankondiging van een strenge lockdown in hoofdstad Phnom Penh en de naburige provincie Kandal. Het besluit, dat op de avond van 14 april werd bekendgemaakt, is bedoeld om een derde coronagolf te stoppen.

    De lockdown zal naar verwachting twee weken duren, tot 28 april, aldus The Phnom Penh Post. Tijdens deze periode mogen de mensen hun huis niet verlaten, behalve voor noodzakelijke boodschappen, maar ook het doen van inkopen is beperkt tot drie keer per week en met slechts twee leden van hetzelfde huishouden tegelijkertijd. Ook is er een landelijk verbod op de verkoop van alcohol afgekondigd om samenscholingen te voorkomen.

    ‘Het is gekkenwerk. Iedereen is bang. Niemand weet wat er vanavond gaat gebeuren, maar iedereen is aan het winkelen’

    In de middag voor de aankondiging, toen er al geruchten rondgingen van een verregaande lockdown, haastten de inwoners van Phnom Penh zich al naar de geldautomaten en winkels en markten. Hierdoor ontstonden in veel supermarkten en op de straten paniek en chaos.

    In de Super Duper-supermarkt in het Toul Tom Poung-district waren geen winkelwagentjes meer beschikbaar en de gangpaden van de winkel stonden vol met rijen mensen, meldt Khmer Times. Hetzelfde gold aan de overkant van de straat bij Asia Express, waar het druk was met Chinese migranten.

    Lees ook:

    In een interview met Khmer Times beschreef Chann Borima, de oprichter van Nham24, een bezorgdienst, een toevloed van bestellingen: ‘We krijgen veel verzoeken om boodschappen te bezorgen en de winkels hebben moeite om daarop in te gaan. Onze bezorgers werken hard om ervoor te zorgen dat mensen genoeg boodschappen krijgen.’

    Tuktukchauffeur Horm Kaka is ook overspoeld door klanten en heeft geen tijd gehad om te pauzeren: ‘Het is gekkenwerk. Iedereen is bang. Niemand weet wat er vanavond gaat gebeuren, maar iedereen is aan het winkelen.’

    De woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid riep het publiek op om kalm te blijven: ‘Vertrouw op de maatregelen die door de regering zijn genomen. De winkels zullen openblijven om de toegang tot voedsel te garanderen.’

    Volgens de officiële cijfers van 15 april, schrijft The Phnom Penh Post, heeft het land in 24 uur 344 nieuwe gevallen geregistreerd. Het totaal aantal doden die dag was 36. Ter vergelijking: in Nederland werden gisteren 8734 positieve tests gemeld en vielen 13 doden.

    Het totaalaantal geregistreerde doden in Cambodja was op 14 april 5218.


    Afghaanse media vinden terugtrekking VS ‘onverantwoord’

    In Afghanistan zijn de reacties op het bekendgemaakte uitstel van het definitieve vertrek van de Amerikaanse soldaten uit het land gemengd. Zeker, president Ashraf Ghani verzekerde dat de Afghaanse regering het besluit van Joe Biden om tegen 11 september de laatste troepen uit het land terug te trekken ‘respecteerde’, meldt Tolo News.

    Hij zei ook dat hij bereid was met zijn ‘Amerikaanse partners’ samen te werken voor een ‘soepele overgang’. Het staatshoofd is van mening dat de Afghaanse veiligheidstroepen nu ‘volledig in staat zijn om het land en zijn bevolking te verdedigen’.

    ‘We hebben bereikt wat we wilden bereiken. En nu is het tijd om onze troepen naar huis te halen’

    Op woensdag 14 april gaf de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, een uitvoerige motivering voor het uitstel. ‘Bijna twintig jaar geleden, na de aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten, gingen we naar Afghanistan om af te rekenen met degenen die ons aanvielen en om ervoor te zorgen dat Afghanistan niet opnieuw een toevluchtsoord voor terroristen zou worden (…) We hebben bereikt wat we wilden bereiken. En nu is het tijd om onze troepen naar huis te halen.’

    Lees ook:

    Afghanistan Times is het daar niet mee eens: ‘De terugtrekking is onverantwoord en zal ernstige gevolgen hebben, niet alleen voor Afghanistan maar voor de hele wereld, vooral voor de Verenigde Staten zelf. Om een nieuwe terroristische aanslag in de stijl van 11 september te voorkomen, is een goed doordacht vredes- en terugtrekkingsplan nodig.’

    Lees ook:

    Afghanistan mag zich gelukkig prijzen met een president die ‘met stembiljetten en niet met wapens is gekozen’

    De oorlog ‘tegen het terrorisme’ was de enige slogan van de Amerikanen, zij kwamen om ‘de terroristische groeperingen die van Afghanistan hun toevluchtsoord hadden gemaakt uit te schakelen’, maar ook om ‘hun democratisch systeem, dat min of meer werkt, hier te vestigen’, schrijft de Afghaanse krant.

    Afghanistan mag zich gelukkig prijzen met een president die ‘met stembiljetten en niet met wapens is gekozen’ en met de ‘vrijheid van meningsuiting en de eerbiediging van de rechten’ van vrouwen en kinderen, terwijl laatstgenoemde groepen ‘onder het talibanregime [1996-2001] volledig werden genegeerd’, vervolgt Afghanistan Times. Het probleem is dat de opstandelingen en andere terroristische groeperingen sinds 2006 ‘weer opgekomen’, en wel in die mate dat zij nu ‘in een sterke positie verkeren’.

    Lees ook:

    De taliban bepalen nu opnieuw de agenda. ‘Hun woordvoerder heeft op maandag 12 april gewaarschuwd dat zij niet zullen deelnemen aan de internationale vredesconferentie’ die van 24 april tot 4 mei door de Amerikanen in Istanbul wordt georganiseerd, zo schrijft The Kabul Times.

    Washington dringt ook aan op de vorming van een interimregering in Kaboel, zonder nieuwe presidentsverkiezingen, en op de oprichting van een islamitische adviesraad ‘die advies moet uitbrengen over alle wetten om ervoor te zorgen dat deze in overeenstemming zijn met de islamitische beginselen’. Dit zijn ‘voor de hand liggende’ concessies aan de eisen van de taliban.

    Antony Blinken rechtvaardigt deze aanpak door te zeggen dat een Amerikaanse militaire terugtrekking ‘zonder een politieke overeenkomst’ de regering van Ashraf Ghani ‘kwetsbaar’ zou maken. Van zijn kant wil Ghani zo snel mogelijk verkiezingen, om geen streep te zetten door de democratische vooruitgang van de afgelopen jaren.


    Wanneer krijgen we het geld van het Europese herstelplan te zien?

    Meer dan acht maanden na de goedkeuring door de Europese Raad heeft het grote ‘herstelplan voor Europa’, dat ‘Next Generation EU’ wordt genoemd en soms als ‘revolutionair’ wordt omschreven aangezien een gezamenlijke schulduitgifte nooit eerder is voorgekomen, nog lang niet alle hinderpalen overwonnen die een doeltreffende uitvoering ervan in de weg staan.

    Niet alleen hebben 10 van de 27 lidstaten het besluit waarop dit plan van 750 miljard euro is gebaseerd nog steeds niet geratificeerd, maar, zoals het Poolse dagblad Dziennik Gazeta Prawna opmerkt, hebben vier landen zelfs nog niet aangegeven wanneer zij van plan zijn dat te doen: Nederland, Oostenrijk, Hongarije en Polen.

    In Duitsland, waar het parlement het plan al heeft goedgekeurd, is de ratificatie in afwachting van een beslissing van het grondwettelijk hof, die ‘tegen 26 april’ wordt verwacht.

    Lees ook:

    In het Poolse geval vraagt Dziennik Gazeta Prawna zich af of ‘de stemming [in het parlement] zal gaan over het plan of over de regeringscoalitie’. Ondanks het risico dat ‘Polen in totaal 770 miljard zloty’s [ongeveer 169 miljard euro] zal mislopen’, volhardt de meest radicale vleugel van de conservatieve regeringspartij PiS (Recht en Rechtvaardigheid) in haar afwijzing van een instrument dat ‘de soevereiniteit van de Poolse staat bedreigt, de richting uitgaat van een federale staat’ en ‘een dictaat van Brussel en Berlijn’ vertegenwoordigt.

    ‘Het Europese herstelplan, dat moest helpen de crisis te bestrijden, [wordt] gekaapt door de centrale regering om haar populariteit in de regio te vergroten.’

    De oppositiepartijen zijn in beginsel voorstander van het herstelplan, maar verlangen in ruil voor hun steun garanties met betrekking tot de verdeling van de middelen.

    Lees ook:

    De directeur van het bureau voor Europese fondsen van het Warschause burgemeestersambt (centrumrechts, pro-Europees) betreurt het feit dat ‘het Europese herstelplan, dat moest helpen de crisis te bestrijden, [wordt] gekaapt door de centrale regering om haar populariteit in de landelijke gebieden te vergroten’, schrijft Gazeta Wyborcza.

    Omgekeerd zouden de grote steden, waar de oppositie in het bestuur zit, opzettelijk worden benadeeld door aanvullende eisen zoals die waarin wordt bepaald dat ‘Europees geld niet kan worden gebruikt voor de ontwikkeling van tram- en metronetwerken’.

    Toch, zo voegt Dziennik Gazeta Prawna eraan toe, zal ook de Europese Commissie een stem hebben in deze besprekingen, aangezien zij de door de regeringen voorgestelde ‘nationale herstelplannen’ moet valideren voordat de Europese kredieten worden vrijgegeven.

    Polen is niet de enige die in dit opzicht voor vertraging zorgt, want ‘de helft van de naar Brussel gezonden plannen moet nog worden bijgesteld. Dit zou de datum waarop het geld in de nationale hoofdsteden arriveert aanzienlijk kunnen vertragen. Volgens plan zou het er half juli zijn, maar dat is niet meer zeker.’

  • VS verlaten Afghanistan voor 11 september | Praten met spinnen via muziek

    VS verlaten Afghanistan voor 11 september | Praten met spinnen via muziek

    Biden belooft alle troepen terug te trekken uit Afghanistan voor 11 september

    President Joe Biden zal naar verwachting vandaag (woensdag 14 april) de definitieve terugtrekking van alle Amerikaanse troepen uit Afghanistan aankondigen vóór 11 september, precies twintig jaar na de aanslagen ‘die de VS de oorlog hebben ingesleurd’, meldt The Washington Post. Deze informatie werd dinsdag door een hoge ambtenaar van de regering-Biden naar de krant gelekt.

    ‘De langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis’ duurt dus nog wat langer

    Het besluit betekent dat duizenden Amerikaanse troepen in het land zullen blijven ná de deadline van 1 mei die de regering-Trump vorig jaar met de taliban heeft afgesproken.

    ‘De langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis duurt dus nog wat langer’, erkent New York Magazine, maar ‘zal medio september eindigen’:

    ‘In één opzicht betekent dit besluit een uitbreiding van de Amerikaanse betrokkenheid bij het conflict. (…) Aangezien de onderhandelingen [tussen de taliban en de Afghaanse regering, als onderdeel van het akkoord van vorig jaar] geen vruchten hebben afgeworpen – en aangezien de taliban hun territoriale controle hebben uitgebreid – heeft de Amerikaanse militaire en diplomatieke elite zich (opnieuw) uitgesproken tegen een tijdige terugtrekking. (…) De voornaamste betekenis van dit nieuws is dus niet dat de oorlog zal worden verlengd, maar eerder dat deze binnen het jaar zal eindigen.’

    Lees ook:

    De taliban hebben verklaard de aanvallen op VS- en NAVO-personeel te hervatten indien de buitenlandse troepen het land niet voor 1 mei verlaten. ‘Wij hebben de taliban in niet mis te verstane bewoordingen laten weten dat wij krachtig zullen reageren op eventuele aanvallen op Amerikaanse troepen, terwijl wij doorgaan met een ordelijke en veilige terugtrekking’, zegt een Amerikaanse functionaris tegen The Washington Post.

    Officieel zijn er tweeënhalfduizend Amerikaanse troepen gestationeerd in Afghanistan, ‘hoewel het aantal fluctueert en er momenteel ongeveer duizend meer zijn. Daarnaast zijn er ook tot zevenduizend buitenlandse strijdkrachten aanwezig, als onderdeel van de internationale coalitie, waarvan het merendeel NAVO-troepen zijn’ – waaronder zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen.

    De oorlog heeft de VS miljarden dollars gekost, en het leven van meer dan tweeduizend Amerikaanse troepen. Ook minstens honderdduizend Afghaanse burgers vonden de dood. In totaal zijn er 25 Nederlandse militairen omgekomen.

    Lees ook:

    Volgens The Wall Street Journal zullen Amerikaanse troepen worden overgeplaatst naar Zuid- en Centraal-Azië, ‘zodat het Witte Huis van Biden kan beweren dat het een robuuste regionale militaire en inlichtingen verzamelende capaciteit behoudt om Afghanistan in de gaten te houden, en tegelijkertijd dat het conflict beëindigd wordt’.

    Turkije zal van 24 april tot en met 4 mei gastland zijn voor een vredestop voor Afghanistan, meldt persbureau Reuters. De bijeenkomst zal naast Turkije geleid worden door de Verenigde Naties en Qatar, waar de huidige vredesonderhandelingen plaatsvinden.

    Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaart dat de Afghaanse regering en de opstandige talibangroep aanwezig zullen zijn. De taliban hebben echter verklaard dat zij zich nog niet aan deze data hebben verbonden.


    In Turkse en Koerdische gebieden in Syrië wacht men nog steeds op vaccins

    ‘Tot nu toe is er nog geen enkel coronavaccin aangekomen in de gebieden in Noordwest-Syrië die onder controle staan van gewapende pro-Turkse rebellengroeperingen’, schrijft de pan-Arabische site Raseef22. Het medisch personeel in de regio is hierover woedend op de Turkse overheid.

    ‘Mensen in Noordwest-Syrië zitten nog zonder vaccins, terwijl in Turkije medisch personeel sinds 13 januari is ingeënt’, aldus Raseef22.

    Volgens de website werd medio maart een eerste levering van het AstraZeneca-vaccin in deze regio verwacht, maar de zorgen over trombosegevallen onder gevaccineerden in verschillende landen hebben het proces stopgezet.

    Volgens Mahmoud Daher, directeur van het kantoor van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Gaziantep, een stad in het zuidoosten van Turkije dicht bij de Syrische grens, zou het de komende weken wel eens sneller kunnen gaan: ‘Ongeveer 224.000 doses zullen via de WHO aan het noordwesten van Syrië worden geleverd, mogelijk in mei’, citeert de Syrische oppositiewebsite Enab Baladi

    ‘Onevenredig laag’ aantal voor Koerden

    Naar verwachting zullen ook in mei vaccins worden uitgedeeld in het Noordoosten van Syrië dat wordt beheerd door de Arabisch-Koerdische SDF, meldt de Irakees-Koerdische nieuwssite Rudaw. Volgens de directeur van het WHO-kantoor voor Syrië, Akjemal Magtymova, zou de regio in eerste instantie ongeveer honderdduizend doses moeten ontvangen, voor een bevolking van zo’n 2,5 miljoen mensen.

    Een ‘onevenredig laag’ aantal, aldus de Koerdische autoriteiten in Rojava. Zij beweren dat het inwoneraantal van de door hen gecontroleerde gebieden ligt op 5 miljoen mensen, waardoor ze recht zouden hebben op meer doses.

    In de noordoostelijke regio van Syrië, waar het aantal besmettingen de laatste dagen sterk is toegenomen, wordt reikhalzend uitgekeken naar de levering. Als reactie op de uitbraak hebben de plaatselijke autoriteiten een ‘totale lockdown’ ingesteld, die alle niet-essentiële reizen verbiedt vanaf de eerste dag van de Ramadan, dinsdag 13 april, tot donderdag 22 april, meldde Al-Monitor.


    Wat als we via muziek met spinnen zouden kunnen praten?

    ‘Wetenschappers van MIT hopen met spinnen te kunnen praten nadat ze muziek hebben gemaakt met hun web’, kopt The Telegraph op dinsdag 13 april. Het idee is niet zo vergezocht als het klinkt.

    De wetenschappers – waaronder ingenieur Markus Buehler, die de studie leidde – presenteerden hun onderzoek op maandag 12 april aan de American Chemical Society, op basis van initieel onderzoek dat in 2018 werd gepubliceerd in het Journal of the Royal Society Interface.

    Eerst ‘scanden ze een spinnenweb met een laser’ om een tweedimensionale doorsnede te krijgen, waarna ze algoritmes toepasten ‘om het web in 3D te reconstrueren’, aldus het Britse dagblad.

    Aan elke draad werden verschillende geluidsfrequenties toegekend, waardoor noten ontstonden die op basis van het 3D-model werden gecombineerd en zo een melodie genereerden. En, toegegeven, het resultaat is even duister, zelfs angstaanjagend, als het beeld dat sommige mensen hebben van spinnen. Dit is te zien in de video op YouTube-kanaal van Markus Buehler:

    Spinnen zijn sterk afhankelijk van de tastzin om de wereld rondom zich te interpreteren. Hun lichaam en poten zijn bedekt met kleine haartjes en spleetjes die verschillende soorten trillingen van elkaar kunnen onderscheiden.

    Een prooi die in een web blijft steken, maakt een heel ander trillingsgeluid dan een andere spin die nadert, of bijvoorbeeld het suizen van de wind. Elke draad van een web produceert een andere toon, schrijft Science Alert.

    Dankzij het 3D-model en de daaruit voortkomende geluiden wordt het gemakkelijker om de wereld waarin spinnen leven te begrijpen. Hoe het precies werkt legt deze video uit:

    Dit onderzoek stelt het team in staat ‘een algoritme te ontwikkelen om de soorten trillingen van een spinnenweb te identificeren’ en ze te vertalen en zo te kunnen associëren met specifieke situaties voor de spinnen: ‘gevangen prooi’, ‘web in aanbouw’, ‘een andere spin is zojuist mijn web binnengekomen met amoureuze bedoelingen’.

    Het doel is nu om dit soort trillingen na te bootsen, ‘om synthetische signalen te genereren die de taal van spinnen spreken’, aldus Markus Buehler tegen The Telegraph.

  • Afgedankt door het Spaanse leger, vrezen deze Afghaanse tolken voor hun leven

    Afgedankt door het Spaanse leger, vrezen deze Afghaanse tolken voor hun leven

    Ze werkten voor de Spanjaarden in Irak en toen het leger zich terugtrok, kregen ze de wacht aangezegd via WhatsApp. In de steek gelaten door hun opdrachtgever vrezen ze nu voor de wraak van sjiitische milities. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten.

    Toen de Spanjaarden zich uit de Golfstaat terugtrokken, waren hun enige aandenkens een paar diploma’s, wat spullen van de militairen met wie ze vriendschap hadden gesloten en maanden van werkeloosheid. Nu verbreken drie tolken, die voor het Spaanse leger in Irak werkten, voor het eerst hun stilzwijgen. 

    ‘Als ik de straat op ga, denk ik altijd hetzelfde: mocht iemand erachter komen voor wie ik de afgelopen jaren heb gewerkt, dan vermoordt hij me zonder een moment te aarzelen, zonder me de kans te geven om ook maar iets te zeggen.’ Ahmed was via een Iraaks bemiddelingsbureau in dienst van het Spaanse leger.

    Drie jaar lang werkte Ahmed, die toerisme heeft gestudeerd, als tolk voor de Spaanse troepen die gelegerd waren op de basis Gran Capitán in Besmayah, ongeveer veertig kilometer ten zuiden van Bagdad. Sinds 2015 was daar een Spaanse troepenmacht van vijfhonderd manschappen gelegerd, onder auspiciën van de door de Verenigde Staten aangevoerde internationale coalitie. Die had als taak de Iraakse veiligheidstroepen die doodsbang uit grote delen van het land voor IS op de vlucht waren geslagen te trainen en op te leiden. Een dertigtal tolken speelde een sleutelrol in het overbrengen van de lessen van onze militairen. 

    Screenshot 2021 03 31 at 17.17.51
    De Spaanse koning Felipe VI en defensieminister Margarita Robles Fernández brengen op 30 januari 2019 een bezoek aan de Spaanse Gran Capitán-basis in Irak. El Mundo sprak met drie tolken die voor het Spaanse leger in Irak hebben gewerkt en nu vrezen voor hun leven. – © EPA / Francisco Gómez

    ‘Onze taak bestond uit alles vertalen wat de instructeur zei en twee of drie keer per dag met hen meegaan op missies buiten het kamp,’ legt Ali uit, een van de andere tolken die er mede aan bijdroegen dat de missie van het Spaanse leger op Iraakse bodem goed verliep. Hun identiteit wordt geheimgehouden en hun namen zijn veranderd omdat ze bang zijn voor represailles. 

    WhatsApp-bericht

    Afgelopen juli stopte Spanje met de training, die werd bemoeilijkt door corona en de dood van de Iraanse generaal Qassem Soleimani tijdens een Amerikaanse droneaanval. De liquidatie van Soleimani wakkerde wraakzucht aan bij Hashd al-Shaabi (Arabisch voor ‘Volksbeweging’) een verzameling van door Teheran gesteunde sjiitische milities die vanaf dat moment tientallen aanslagen op westerse doelwitten in Irak hebben gepleegd. 

    Een paar maanden voordat het Spaanse leger Irak definitief zou verlaten kregen de tolken te horen dat het klaar was. ‘Ze stuurden een bericht aan onze WhatsApp-groep, waarin stond dat er geen werk meer was voor ons,’ aldus Ahmed. Een pdf-document – door El Mundo ingezien – met als titel ‘Document over het stopzetten van het werk voor tolken en vertalers Arabisch vanaf april’ werd verspreid onder de tolken om hen te informeren dat hun diensten niet langer nodig waren. Wegglippen zonder gedag te zeggen, zo sloot het Spaanse leger zijn aanwezigheid af in Besmayah. Vervolgens droeg het alles over aan de Iraakse troepen. 

    ‘Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden’

    ‘Ik ben in de steek gelaten door Spanje, zo voelt het. Geen leidinggevende heeft daarna nog iets laten weten. We hebben nooit meer iets gehoord. Er is niet eens hulp aangeboden. Niks, nada,’ zegt Ahmed gekwetst. Het ministerie van Defensie onder leiding van Margarita Robles Fernández is diverse keren benaderd door deze krant, maar heeft niet laten weten hoe zij aankijken tegen de situatie waar de tolken Spaans in Irak zich nu in bevinden.   

    Hasan, 27 jaar oud, ging werken voor de Spaanse troepenmacht in 2017 terwijl hij nog Spaanse Taal en Cultuur studeerde in Bagdad. ‘Een van mijn docenten zei dat ik een goed cijfer had gehaald en attendeerde me op de mogelijkheid om voor het Spaanse leger te werken,’ herinnert de jonge Hasan zich. Hij bewaart een handvol souvenirs aan de drie jaar die hij doorbracht tussen de blokken van gewapend beton op de basis: naamplaatjes van militairen met wie hij vriendschap sloot, boeken, T-shirtjes, diploma’s en afscheidsberichtjes als er een nieuwe lichting kwam en de oude vertrok. In een van de berichten van een officier is te lezen: ‘Vanaf het moment dat we je leerden kennen was je een van ons. Tot snel.’   

    Hasan is trots op deze kleine schat die achterbleef toen zijn Spaanse makkers verstek lieten gaan en hem vergaten. Hij koestert hem in het geheim. ‘Behalve mijn ouders weet niemand in mijn omgeving dat ik heb samengewerkt met de Spaanse militairen, zelfs mijn broers en zussen niet. Het is te gevaarlijk. Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden,’ zegt Hasan. 

    Schietschijf

    De sjiitische milities, officieren en ondergeschikten die deel uitmaken van de Irakese veiligheidstroepen laten openlijk hun afkeer blijken van land-genoten die werk hebben aangenomen van de buitenlandse troepen. Hun grootste obsessie was de troepen te zien vertrekken. In oktober veranderde Ashab al-Kahf, een niet zo bekend lid van de sjiitische militie, de tolken in een schietschijf. ‘Wij vergeven al diegenen die zichzelf, hun land en hun geloof te schande maakten door diensten te verlenen aan de Amerikanen, de Britten en de overige vijanden van Irak. Als jullie je kenbaar maken en contact met ons opnemen, krijgen jullie een maandsalaris en bescherming,’ aldus het communiqué van een groep die de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor een raketaanval op de Amerikaanse ambassade in Bagdad en op de bases van de coalitie. ‘Het gevaar is er, dag in dag uit, overal. Je hoort de gesprekken over collaborateurs met het buitenland op de markt, in de taxi, in de stadsbus,’ zegt Ahmed. 

    In het aanbod van de militie, dat door de mensen die er profijt van zouden kunnen hebben als een valstrik wordt beschouwd, worden maandsalarissen van drieduizend dollar genoemd. De tolken vielen onder de Spaanse militaire cao’s en verdienden 1500 dollar (ongeveer 1240 euro) per maand. ‘Het leger tekende een contract met een Iraaks bemiddelingsbureau en wij waren niet meer dan een nummer,’ klaagt Ahmed. ‘Ik heb geen contract gezien, geen papier getekend,’ zegt Ali, die op zoek is naar een stabiel inkomen om zijn drie kinderen te kunnen onderhouden. 

    De afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden

    Het overgrote deel van de tolken die de Spaanse instructies vertaalden, vindt geen werk en kampt met het probleem dat ze niet kunnen uitleggen wat ze de laatste jaren hebben gedaan. ‘We hebben een goed curriculum, onze beheersing van het Spaans is goed en we hebben veel certificaten gekregen van het Spaanse leger, maar we kunnen het er niet over hebben. Het is voor ons onmogelijk om naar een Iraaks bedrijf te gaan en dit aan ze voor te leggen,’ zegt Ahmed verbolgen. 

    De situatie wordt met de dag ingewikkelder, want de afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden. ‘Dat is niet zo verrassend. Ze denken dat het een lange strijd zal worden en daarom willen ze zo veel mogelijk informatie verzamelen over de Amerikaanse belangen’, schrijft The Washington Post. 

    Toegang tot gevoelige data gaat gepaard met het onvermogen van lokale veiligheidstroepen om Iraakse analisten en activisten te beschermen, die het slachtoffer zijn geworden van een golf van misdaden die niet eens zijn opgehelderd. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten. ‘Ik ben altijd bang om dood te gaan,’ zegt Ahmed, somber gestemd door de donkere wolken die zich samenpakken boven de toekomst van de tolken die aan hun lot worden overgelaten in Irak. 

    In 2014 kreeg in de Tweede Kamer een stemming over het ‘tolkenpardon’, dat alle tolken die voor het Nederlandse leger hadden gewerkt asiel zou verlenen, geen meerderheid. De aanleiding hiervoor was dat de asielaanvraag van Abdul Ghafoor Ahmadzai, die als tolk voor het Nederlandse leger had gewerkt, was afgewezen. Ahmadzai ontvluchtte Afghanistan in 2010 nadat de taliban zijn broer – die voor hem werd aangezien – hadden vermoord. Na inmenging van de staatssecretaris kreeg Ahmadzai toch een verblijfsvergunning.

  • Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie

    Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie


    Algerije kampt met een tekort aan consumeerbare olie

    Terwijl de ramadan over minder dan een maand plaatsvindt, is in Algerije een essentieel ingrediënt bijna niet te vinden in de schappen van de supermarkt: tafelolie. Dit vergroot nog eens de bezorgdheid en onvrede in een land dat toch al door een grote economische crisis gaat, schrijft Tout sur l’Algérie.

    Dagblad El Watan maakte een ‘trip naar de minimarkten’ in het centrum van de hoofdstad: ‘Er waren amper een paar flessen van een of twee liter te koop. De andere assortimenten van het product, met name de blikken van vijf liter, zijn nergens te vinden.’ In het stadje Boumerdes, 45 kilometer ten oosten van Algiers, moest de politie zelfs ingrijpen om orde te scheppen in een chaotische rij.

    Handelaars vs. producenten

    Mustapha Zebdi, voorzitter van de vereniging voor de bescherming en begeleiding van consumenten, vertrouwt Tout sur l’Algerie toe: ‘Uit officiële bron heb ik vernomen dat er op nationaal grondgebied nog 134.000 ton aan grondstoffen zijn, wat overeenkomt met drie maanden productie en consumptie van eetbare olie.’

    Vanwaar dan al die lege schappen? Aan de basis van het probleem ligt een patstelling tussen handelaren en producenten, legt El Watan uit. De productiekosten zijn erg gestegen, waardoor de verkoopprijs voor de handelaren de afgelopen weken omhoogschoot. Maar ze kunnen deze niet doorrekenen aan kopers, omdat de prijzen door de overheid worden gecontroleerd. Daarom kopen ze het product liever helemaal niet. 

    Lees ook:

    Tot het prijsplafond voor tafelolie werd in 2011 besloten, na ‘sociale onrust’, aldus El Watan. De Algerijnse minister van Financiën Aymen Benabderrahmane blijft het beleid van zijn land op dit gebied verdedigen. Ook geeft hij aan dat de nationale munteenheid niet in een situatie van ineenstorting verkeert ‘zoals sommigen vermoeden’, meldt de krant Liberté Algerije.

    Maar zijn uitspraken stellen niet gerust. De waardevermindering van de Algerijnse dinar leidt tot een ‘duidelijke erosie’ van de koopkracht, volgens nieuwssite ObservAlgérie. De krant Reporters beaamt dit en stelt dat ‘het jaar 2020 pijnlijk zal zijn geweest voor kleine en middelgrote beurzen’ en dat ‘de versnelling van de erosie van de koopkracht en de verarming van de kansarme lagen geen twijfel leiden’.


    De zingende meisjes van Afghanistan

    Het Afghaanse ministerie van Onderwijs lijkt terug te komen op een besluit om een ​​landelijk zangverbod voor schoolmeisjes op te leggen.

    In een brief aan schoolbesturen vorige week, die naar de media werd gelekt, zei de onderwijsafdeling van Kaboel dat meisjes van twaalf jaar en ouder niet langer zouden kunnen zingen bij openbare evenementen, tenzij de evenementen alleen door vrouwen werden bijgewoond. In de brief stond ook dat meisjes niet konden worden opgeleid door een mannelijke muziekleraar.

    De reden voor het besluit was dat studenten zo konden focussen op hun studie. Maar de aankondiging veroorzaakte wijdverbreide verontwaardiging, waarbij velen de regering ervan beschuldigden sympathie te hebben voor de taliban en discriminatie op grond van geslacht te bevorderen, schrijft The Guardian.

    Uit protest namen vrouwen uit het hele land, waaronder veel prominente Afghaanse leiders, video’s op waarin ze zongen en plaatsten deze op sociale media met de hashtag #IAmMySong.

    ‘Met prachtige resultaten’, aldus de site FranceInter. Zoals dit nummer dat over Afghanistan gaat en op Twitter is gepost door de broer van dit jonge meisje genaamd Nila, die dertien jaar oud is en aan het einde van het nummer benoemt hoe onzinnig de nieuwe regel is en over vrijheid spreekt.

    https://twitter.com/MurtazaIbrahimi/status/1370769708924944385

    ‘De meisjes hebben dus gewonnen’, aldus de site. ‘Maar het is een ambivalente overwinning. De vraag is waarom de stad Kaboel zich op dit gebied waagde? Het antwoord is tragisch: omdat momenteel onderhandelingen met de taliban plaatsvinden onder auspiciën van de Verenigde Staten.’

    Het idee is om een ​​eenheidsregering te creëren tussen de taliban en de huidige autoriteiten. Weliswaar dus een tijdelijke regering, maar sommigen zien het de verkeerde kant opgaan en ‘zenden radicale signalen naar toekomstige leiders van het land’.

    Lees ook:

    Ondertussen worden veel meisjes ook door hun eigen familie bedreigd of gevraagd om met de campagne te stoppen. Maram Abdallah, achttien, een pianiste die op het punt staat af te studeren aan het Afghaanse Nationale Muziek Instituut, vertelt bijvoorbeeld aan The Guardian: ‘Ik ben opgegroeid in Egypte, waar mijn ouders naar de universiteit gingen en ik begon met pianospelen toen ik vijf jaar oud was, maar toen we terugkeerden naar Afghanistan mocht ik er van mijn vader niet mee doorgaan.’ Abdallah’s vader noemde druk vanuit de samenleving als reden voor zijn verbod.

    Ahmad Sarmast, de oprichter van muziekinstituut, die de #IAmMySong-campagne begon, noemt het decreet ‘niet alleen een schending van de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en een ontneming van de genezende kracht van muziek, maar ook een schending van de Afghaanse grondwet, kinderbeschermingswetten en de internationale conventie voor kinderrechten’.


    Svetlana Tichanovskaja blaast het protest in Belarus nieuw leven in

    In een video die op 18 maart op YouTube is gepost, lanceert Svetlana Tichanovskaja een nieuw initiatief: de voormalige Belarussische presidentskandidaat van augustus 2020, nu in ballingschap, roept haar landgenoten op om deel te nemen aan een soort online referendum over de noodzaak om onderhandelingen te beginnen met president Aleksander Loekasjenka: ‘Ieder van jullie weet dat het land door een crisis gaat. Maar we kunnen het op een vreedzame manier regelen door middel van onderhandelingen onder leiding van internationale instanties.’

    De VN en de OVSE hebben hun akkoord al gegeven. Nog dezelfde dag spraken 500.000 mensen zich uit voor dergelijke onderhandelingen op het Belarussische platform Golos (Voice). Op 24 maart om 12.00 uur hadden meer dan 700.000 burgers zich uitgesproken voor het initiatief.

    De onafhankelijke Belarussische site Intex-press legt uit dat de stemming ‘de burgers een gevoel van steun en solidariteit moet geven’, en dat het niet is georganiseerd om straatacties te vervangen, maar om ‘te zien met hoevelen we zijn’. Voor Svetlana Tichanovskaja is het doel van deze stemming vooral om ‘zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld’ en om ‘degenen die de afgelopen maanden om politieke redenen zijn gearresteerd, vrij te laten’.

    Lees ook:

    De oppositie zet erop in dat tegen mei of al eerder Alexander Loekasjenka onder internationale en binnenlandse druk ‘verplicht zal zijn een dialoog aan te gaan’. Externe druk zal volgens Tichanovskaja de vorm aannemen van ‘nieuwe sancties, de vermindering van contracten met Belarussische overheidsbedrijven, het politieke isolement van Loekasjenka, de opschorting van westerse financiering voor verschillende programma’s en investeringsprojecten’.

    Het uiteindelijke doel van de oppositie is om voor het einde van het jaar nieuwe presidentsverkiezingen te houden. Als de Belarussische regering de dialoog weigert, overweegt het Tichanovskaja-team zes scenario’s, meldt de site, waaronder die van een ‘externe interventie’.

    Het Russische dagblad Nezavissimaïa Gazeta herinnert eraan dat de repressie sinds augustus 2020 niet is gestopt, en dat het protest deze winter aanzienlijk is afgenomen. De kou, het politiegeweld, de gerechtelijke procedures, maar ook de pandemie, ‘waarvan men zich de omvang alleen maar kan voorstellen, omdat de autoriteiten er niet over spreken en er geen beperkingen zijn opgelegd’, hebben het moreel beïnvloed.

    Het Tichanovskaja-initiatief werd op het juiste moment gelanceerd om de bevolking aan te moedigen actief deel te nemen aan de volgende protestactie, gepland op 25 maart. Deze ‘Vrijheidsdag’ is de verjaardag van de oprichting van de Volksrepubliek Belarus in 1918, die meestal alleen wordt gevierd door de nationalistische democratische oppositie. Voor Loekasjenka komt de nationale feestdag overeen met de dag van de afkondiging van de onafhankelijkheid van het land van de USSR op 25 augustus 1991.

    In het hele land kondigden de oppositie en lokale activisten massale protesten tegen de autoriteiten aan voor 25 maart. Zoals te verwachten was, kregen ze hiervoor geen toestemming. ‘De acties van 25 maart zullen dus illegaal zijn, wat een gewelddadig scenario voorspelt’, vreest het Russische dagblad.

  • ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld.’ De vergeten vluchtelingen uit kamp Lipa

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld.’ De vergeten vluchtelingen uit kamp Lipa

    Eind december brandde vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië af. Nog steeds is er geen opvang voor zo’n 2.500 vluchtelingen die zijn gestrand op weg naar de EU. En dat terwijl op twintig kilometer afstand kamp Bira ligt, dat leeg is en heel goed tijdelijk kan worden gebruikt.

    De roestige stapelbedden zijn bedekt met een paar centimeter sneeuw; over de weinige spullen die het vuur hebben doorstaan vliegt een zwerm vogels. Op 23 december werd het vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië door een brand in de as gelegd. In het kamp zaten duizenden mensen die de afgelopen maanden door Kroatië, Slovenië en Italië de toegang [tot de Europese Unie] waren geweigerd. De tentstokken staan nog overeind en zijn ondanks de dikke mist te onderscheiden. Een sneeuwstorm woedt door de resten van het kamp.

    De voornamelijk uit Pakistan en Afghanistan afkomstige vluchtelingen staan in de rij voor een maaltijd, de enige van de dag, verzorgd door het lokale Rode Kruis en een groep Turkse vrijwilligers. Ze hullen zich in het enige wat ze hebben: dekens en sjaals. Sommige dragen geen ander schoeisel dan slippers. ‘Het vriest een paar graden en volgende week wordt het nog kouder, maar het lijkt niemand wat te kunnen schelen,’ zegt de 26-jarige Ashfaq Ahmed uit Kasjmir. Vandaag lukte het hem niet om een van de voedselpakketten – met honing, yoghurt en tonijn – te bemachtigen die de vrijwilligers uitdelen.

    Ongeschikt

    Ook al kwam het invallen van de winter en de sneeuwval hier in Bosnië niet als een verrassing, toch lukte het voor het derde jaar op rij niet om duizenden migranten onderdak te bieden. De officiële vluchtelingenkampen zitten overvol. Op dezelfde dag dat de brand het kamp in Lipa in de as legde, kondigde de Internationale Organisatie voor Migranten (IOM) aan het te zullen sluiten. Het was ongeschikt bevonden om mensen in te huisvesten, aangezien er geen water, geen kookgelegenheid en geen elektriciteit was.

    Toch werden de migranten niet naar andere opvanglocaties verplaatst en wie op eigen houtje wilde vertrekken, werd teruggestuurd door de politie. Uit de nabijgelegen stad Bihać werden de vluchtelingen angstvallig door de autoriteiten geweerd. In 2020 reisden ongeveer 16.000 personen door Bosnië; meer dan 10.000 bleven daar steken. Deels kwam dat door de coronacrisis en de sluiting van de grenzen, deels doordat buurlanden hen niet toelieten. Slechts 6300 van de gestrande vluchtelingen kregen een plek in een officieel vluchtelingenkamp.

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld’

    Na de brand in Lipa verslechterde de situatie nog verder. Voor zo’n zevenhonderd mensen zette het leger in allerijl verwarmde tenten op naast het oude kamp, maar voor 350 anderen was er geen plek. Zij moesten zich behelpen met zelfgemaakte constructies in Lipa of hun heil zoeken in houten hutten verspreid over het bos. Behalve deze groep leven nog eens 2500 mensen buiten de officiële opvanglocaties in de regio Una Sana, in verlaten huizen en in sloppenwijken. De vluchtelingen in Lipa probeerden na de brand te redden wat ze konden: de stapelbedden dekten ze af met plastic zeil. Zelfs de containers met wc’s en douches zijn nu als slaapplaats in gebruik.

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld. Zonder water, zonder elektriciteit, zonder verwarming, zonder een stap te kunnen zetten,’ zegt de Pakistaan Mohamed Yasser uit Gujarat. Hij heeft een gelige wollen deken omgeslagen als bescherming tegen de vrieskou en de ijskoude wind, maar de huid van zijn gezicht heeft zichtbaar te lijden.

    Yasser is nu anderhalf jaar in Bosnië en al meermaals probeerde hij om via bospaadjes Kroatië te bereiken. Keer op keer werd hij staande gehouden door de politie, mishandeld, beroofd en vervolgens teruggestuurd. Hoe het de komende dagen verder moet weet hij niet, in ieder geval durft niemand in deze sneeuwstorm zijn geluk op de bospaadjes te beproeven. ‘Begin januari zijn we vier dagen in hongerstaking gegaan, maar dat haalde niets uit. We hebben hier zieken, maar er is niet eens een dokter en in de stad laten ze ons niet toe,’ gaat Yasser verder. Hij laat me de enige waterbron van het kamp zien, een leiding die uit de grond steekt en waar water van twijfelachtige kwaliteit uit komt.

    Lees ook:

    Op een bordje staat dat het geen drinkwater is. ‘Toch drinken we het, want we hebben geen keus,’ legt hij uit. Er komt een jongen aangelopen die twee plastic flessen vult.

    Onder het plastic zeil hebben Yasser en de anderen een vuur gemaakt met hout dat ze van de vrijwilligers hebben gekregen. Ze hangen een waterketel boven de vlammen voor thee, maar al snel vult de lucht zich met een donkere, scherpe rook die het ademen onmogelijk maakt. ‘Mijn familie in Pakistan heeft veel geld geïnvesteerd om me naar Europa te krijgen. Ik ben de enige die de reis heeft gemaakt, dus ik kan niet terug. Maar ik had nooit verwacht om in deze situatie terecht te komen,’ vertelt hij terwijl hij zijn handen en voeten warmt bij het vuur.

    ‘De vluchtelingen hebben overal behoefte aan: dekens, slaapzakken, eten. Door de kou is de situatie erg moeilijk geworden,’ zegt ook Melek Sevda Mustafić, een vrijwilliger van de Bosnische organisatie Mfs-Emmaus.

    Geen alternatief

    Het kamp Lipa ligt op twintig kilometer van de stad Bihać, op het enige stuk grond dat de gemeente afgelopen april tijdens de eerste coronagolf ter beschikking stelde. Net als het kamp in Vučjak, dat in december 2019 werd gesloten, werd ook Lipa niet geschikt geacht om zoveel mensen te huisvesten. Op 23 december, de dag dat het had moeten sluiten, was er nog geen alternatief voorhanden.

    ‘Er is in Bosnië te weinig opvangcapaciteit. De afgelopen maanden is er op internationaal niveau onderhandeld om nieuwe centra te openen, maar daar is niets uitgekomen. En het absurde is dat op twintig kilometer van Lipa het kamp Bira ligt, dat heel goed kan worden gebruikt om deze situatie het hoofd te bieden, in ieder geval tijdelijk. Het kamp kan plek bieden aan meer dan duizend mensen, alleen wil de gemeente Bihać het niet opnieuw openen [nadat het in september was gesloten] omdat ze geen vluchtelingen in de stad willen,’ vertelt Nicola Bay, president van de Danish Refugee Council (DRC). ‘Dus zitten hier mensen buiten in de kou terwijl goede opvangcentra dicht zijn en het de komende weken wel tien graden onder nul kan worden.’

    Lees ook:

    Door de pandemie zitten er meer migranten klem in het land dan anders. ‘Er lag een voorstel om een opvangcentrum te openen in Tuzla, maar dat hebben de Bosnische autoriteiten geblokkeerd. De centra in Sarajevo zitten overvol en één ervan is op 8 januari afgebrand. Al is er geld van de Europese Unie, er ontbreekt een langetermijnstrategie. De crisis verergert door het invallen van de winter, maar nog steeds ontbreekt de wil om iets aan de situatie te doen. Als er jaar na jaar zo’n achtduizend mensen in Bosnië verblijven, dan is dat geen plotselinge migratiecrisis, maar een probleem dat je met een rationele aanpak prima kunt oplossen,’ vindt Bay.

    Het land is al jarenlang een belangrijke schakel van de Balkanroute (waarlangs sinds 2018 zo’n 65.000 mensen passeerden). Toch sloten de lokale autoriteiten kampen in plaats van nieuwe te openen. Op 6 januari zei de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Josep Borrell tegen de Bosnische autoriteiten dat zij ‘hun verantwoordelijkheid moeten nemen’. Zijn woordvoerder Peter Stano liet weten dat ‘wij de afgelopen twee jaar 90 miljoen euro hebben geschonken voor centra, apparatuur, medische en sociale bijstand’ en dat het nu dus ‘hoog tijd is om in actie te komen en niet langer met mensenlevens te spelen’.

    ‘Zestig procent gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie’

    In werkelijkheid ligt de zaak gecompliceerder. Het weigerachtige beleid van de landen van de Europese Unie langs de Balkanroute heeft grote gevolgen voor het douanebeleid van niet-EU-landen zoals Bosnië. ‘Alleen al onze organisatie heeft 15.000 afwijzingen geregistreerd door de Kroatische politie. Zestig procent van deze mensen gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie,’ vervolgt Bay. ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht.’

    Coronacrisis

    De coronacrisis bracht voor de vluchtelingen in Bosnië een verdere verslechtering van hun levensomstandigheden met zich mee. ‘Door het sluiten van de grenzen en de eerste lockdown konden veel minder mensen de route volgen,’ legt Sylvia Maraone van Ipsia-Acri-Caritas uit, een organisatie die hulp biedt in de kampen in de regio. ‘Tijdens de eerste lockdown hadden veel mensen die zoals het heet de game speelden (poogden de grens over te steken) daar succes mee, omdat er minder controle was. Toen in de zomer de grenzen weer opengingen waren er meer vluchtelingen, maar werden zij ook vaker teruggestuurd aan de Italiaanse, Sloveense en Kroatische grens. Voor Bosnië betekende dat extra moeilijkheden aan het begin van de tweede lockdown in de herfst’, vervolgt Maraone. Volgens haar is er in de Bosnische vluchtelingenkampen geen covid-19-uitbraak geweest, maar het ontbrak aan elke vorm van medische controle.

    ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht’

    ‘Kroatische politie’, blijft de achttienjarige Afghaan Zabiullah Khan herhalen, terwijl hij de verwondingen laat zien die de knuppels van de Kroatische politie op zijn kuiten achterlieten. Bij Triëst werd hij teruggestuurd naar Slovenië, van daar naar Kroatië, waar hij eveneens werd weggestuurd, om te eindigen in het kamp in Lipa.

    De dolende vluchtelingen hebben nachtmerries over de Kroaten. Hun wreedheid staat voor hen symbool voor de Europese grens, een wreedheid waarvan ze de tekenen op hun huid dragen. Langs de langste landsgrens van de EU patrouilleren agenten met pistolen, knuppels, nachtkijkers, thermoscanners en drones. En ondanks alle aanklachten van vluchtelingen, ngo’s, vrijwilligers en officials van de Verenigde Naties in de loop van de afgelopen vier jaar, toont Brussel zich ongevoelig voor het systematisch geweld van de Kroatische politie, wat de Europese Unie tot handlanger maakt.

    Lees ook:

    Op 20 november maakte de Europese ombudsman Emily O’Reilly bekend een onderzoek in te zullen stellen naar mogelijke medeplichtigheid van de Europese Commissie bij de schending van de rechten van migranten en vluchtelingen in Kroatië. Het onderzoek werd geopend na een rapport van Amnesty International en andere organisaties die langs de route actief zijn.

    De ombudsman wil weten hoe het geld besteed is dat Zagreb van Brussel ontving om de migrantenstromen in goede banen te leiden. Ook wil zij weten of de Kroatische mensenrechtenschendingen wel goed worden geregistreerd. Brussel dient voor 31 januari te antwoorden, onderwijl wijst de regering in Zagreb elke verantwoordelijkheid van de hand.

    De douane van Triëst en Gorizia stuurde tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor

    In werkelijkheid worden vluchtelingen vaak meerdere keren achtereen teruggestuurd, te beginnen bij de Italiaanse grens. Volgens een onderzoek door het tijdschrift Altraeconomia stuurde de douane van Triëst en Gorizia tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor. Veel van hen werden vervolgens ook Slovenië en Kroatië uitgezet, om te eindigen in Bosnië. Het onderzoek is voortgezet door het Italiaanse netwerk RiVolti ai Balcani, dat klachten optekent van migranten langs de route.

    ‘Toen we eenmaal met veel moeite waren aangekomen in Italië, identificeerden ze ons, namen zelfs digitale vingerafdrukken, maar stuurden ons toen meteen weer terug naar Slovenië,’ vertelt Khan, die er nog een interessant detail aan toevoegt. ‘De tolk zei dat je vijf- à zeshonderd euro moet betalen om in Italië te mogen blijven, maar dat geld hebben we niet.’ Vanuit Slovenië werd Khan naar Kroatië gebracht, waar ze hem alles afnamen: ‘Ze pakten mijn geld af, mijn schoenen, kleren, riem, rugzak en sloegen me. Daarna werd ik hiernaartoe gebracht. Nu sneeuwt het, het is koud, we hebben geen geld, geen eten, geen kleren. Iedereen is ons vergeten.’

  • ‘Twintig jaar later voelt Kaboel opnieuw aan als de hoofdstad van een arm en onrustig land’

    ‘Twintig jaar later voelt Kaboel opnieuw aan als de hoofdstad van een arm en onrustig land’

    Zullen de vredesbesprekingen met de taliban en het vooruitzicht van een Amerikaanse terugtrekking een doorbraak of een ineenstorting van Afghanistan tot gevolg hebben? Veel slechter dan nu kan het bijna niet gaan, menen velen. Maar voorvechters van vrouwenrechten vrezen een ‘terugkeer naar de middeleeuwen’.

    Nederland in Afghanistan

    In Afghanistan zijn momenteel nog zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen aanwezig. Zij nemen deel aan de NAVO-missie Resolute Support, die zich richt op het trainen en adviseren van Afghaanse veiligheidsdiensten.

    Op 4 februari liet defensieminister Ank Bijleveld de Tweede Kamer weten dat Nederland nog zo’n tachtig extra militairen achter de hand houdt voor de missie in Noord-Afghanistan. Zij kunnen bijspringen als de veiligheid van eigen troepen en NAVO-bondgenoten verslechtert.

    Terwijl Donald Trump had besloten de laatste troepen per 1 mei 2021 uit Afghanistan terug te trekken, heeft zijn opvolger Joe Biden de autoriteiten in Kaboel en de taliban dit weekend een nieuw stappenplan voorgesteld.

    Tijdens het zoveelste bezoek aan Doha, waar sinds september 2020 de vredesbesprekingen tussen de verkozen Afghaanse regering en de taliban plaatsvinden, heeft de Amerikaanse gezant voor de regio, Zalmay Khalilzad, tot ieders verrassing een nieuwe routekaart onthuld.

    Mohammad Naeem, de politiek woordvoerder van de taliban, zei dat Khalilzad het plan, dat oproept tot de vorming van een interim-regering in Kaboel, een internationale top in Ankara en een staakt-het-vuren, meedeelde tijdens een bijeenkomst, meldt de Afghanistan Times.

    ‘Omdat de Amerikanen hun geduld met de oorlog hebben verloren, hebben de VS hun aanwezigheid in Afghanistan teruggebracht van ongeveer 100.000 soldaten tot zo’n 2500’

    Enkele dagen eerder had de Amerikaanse diplomaat, een moslim van Pashtun-afkomst, de visie van de nieuwe Amerikaanse president aan de Afghaanse president, Ashraf Ghani, en aan verscheidene plaatselijke politieke leiders gepresenteerd. Het Afghaanse staatshoofd ‘is echter stelselmatig tegen het idee van een overgangsregering’ en zou hebben verklaard dat hij de macht alleen zal overdragen aan ‘een rechtmatige opvolger, nadat verkiezingen zijn gehouden’.

    De Afghaanse regering bevindt zich in een hachelijke positie, schrijft The New Yorker in een reportage over de huidige situatie in het al decennialang verscheurde land. Sinds de Amerikanen in 2001 – na de door Osama Bin Laden georkestreerde aanslagen van 11 september – het land binnenvielen, de taliban uit hun macht ontzette en een nieuwe regering installeerde, werd zij gesteund door de militaire macht van de VS. ‘Maar omdat de Amerikanen hun geduld met de oorlog hebben verloren, hebben de VS hun aanwezigheid in Afghanistan teruggebracht van ongeveer 100.000 soldaten tot zo’n 2500.’

    Vredesakkoord

    Meer dan een jaar geleden, op 29 februari 2020, werd in het vredesakkoord tussen de VS en de guerillabeweging ‘bepaald dat de taliban zullen verhinderen dat iemand in de toekomst Afghaans grondgebied zal gebruiken om de Verenigde Staten en hun bondgenoten te bedreigen. En dat zij onderhandelingen zullen aangaan met andere Afghaanse partijen om een Afghanistan te smeden dat in vrede leeft met zichzelf. In ruil daarvoor hebben de Verenigde Staten beloofd hun militaire troepen terug te trekken’, aldus tijdschrift The Diplomat in een gedetailleerde analyse van de situatie.

    Washington had zich sinds het vredesakkoord, waarin de definitieve terugtrekking van de NAVO-troepen uit Afghanistan op 1 mei 2021 is vastgelegd, afzijdig gehouden. Maar nu keert het toch terug naar de onderhandelingstafel, bezorgd over het trage tempo van de onderhandelingen tussen de verschillende Afghaanse partijen. Volgens de zender Tolo News, die als eerste de inhoud van de nieuwe routekaart bekendmaakte, stelt Joe Biden een VN-conferentie in Turkije voor gewijd aan vrede in Afghanistan.

    De VS vrezen dat de taliban tegen de tijd dat de westerse troepen vertrekken een steeds groter deel van het Afghaanse grondgebied in handen krijgen, en vervolgens het land overnemen. Sinds het begin van de oorlog in Afghanistan was de taliban vooral op het platteland actief en waren de steden in handen van de Amerikanen en later de Afghaanse regering. Maar ook daar lijken de taliban nu voet aan de grond te krijgen, aldus The New Yorker.

    In Kaboel wijzen deskundigen erop dat het document ‘gelijktijdig is meegedeeld’ aan president Ghani en aan zijn politieke tegenstander Abdullah Abdullah, de grote verliezer in de presidentsverkiezingen van september 2019. Abdullah kreeg als troostprijs de delicate opdracht om in Doha de vredesbesprekingen met de taliban te leiden.

    Volgens het Pakistaanse dagblad The Nation zou de taliban via algemeen kiesrecht in het parlement moeten worden vertegenwoordigd

    ‘Het feit dat de Afghaanse regering bereid is te praten over het houden van nieuwe verkiezingen zodat de vastgelopen vredesbesprekingen met de taliban doorgang kunnen vinden, is een knap staaltje van diplomatie’, aldus het Pakistaanse dagblad The Nation. Het is ‘uitstekend nieuws’ en toont aan dat president Ghani ‘zijn best doet om het land van een burgeroorlog te redden’.

    Maar zullen de taliban dit voorstel in overweging nemen, ‘wanneer zij vinden zijn dat elke regering die wordt verkozen, terwijl de buitenlandse troepen nog aanwezig zijn, niet werkelijk representatief is voor de bevolking?’ vraagt The Nation zich af. Volgens het Pakistaanse dagblad zou de taliban zich via algemeen kiesrecht in het parlement moeten laten vertegegnwoordigen: ‘Alleen het mandaat van het volk zal hun legitieme macht geven.’

    Vastlopende onderhandelingen

    De nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, rechtvaardigde de nieuwe routekaart vlak voor de deadline van 1 mei met het feit dat het vredesproces stagneert. Hij suggereerde dat de VS nu ‘alle opties bekijken, inclusief een verlenging van de deadline’ voor de terugtrekking van de laatste NAVO-troepen. Alles zal afhangen van het vermogen van de taliban om van nu af aan ‘een staakt-het-vuren van negentig dagen’ in acht te nemen.

    Tegen deze achtergrond zegt de Democratische senator Jack Reed dat hij ‘voorstander is van het verlengen van de deadline van 1 mei’, die vorig jaar door Donald Trump is vastgesteld, meldt Tolo News in een ander artikel. In Washington pleit een ‘groeiend’ aantal nationale veiligheidsdeskundigen nu ‘voor het loslaten van het tijdschema’ voor de terugtrekking van de 2500 troepen die nog in Afghanistan zijn. Zij benadrukken dat het land geen ‘thuisbasis’ mag worden voor terroristische organisaties als ISIS of Al Qaida.

    Ook zijn er nog zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen in het land. Zij nemen deel aan de NAVO-missie Resolute Support, die zich richt op het trainen en adviseren van Afghaanse veiligheidsdiensten. Op 4 februari liet defensieminister Ank Bijleveld de Tweede Kamer weten dat Nederland nog zo’n tachtig extra militairen achter de hand houdt voor de missie in Noord-Afghanistan. Zij kunnen bijspringen als de veiligheid van eigen troepen en NAVO-bondgenoten verslechtert.

    Nu de Amerikaanse en NAVO-troepen zich haast overal hebben teruggetrokken, zijn er wegversperringen, prikkeldraad en gewapende controleposten verrezen om een schijn van veiligheid te bieden, schrijft The New Yorker. ‘’s Nachts is het stil op straat. Twintig jaar na de door de Amerikanen geleide oorlog voelt Kaboel opnieuw aan als de hoofdstad van een arm en onrustig land.’

    Op eigen benen

    Afghanistan stelt Joe Biden voor een van de meest dringende en lastige problemen van zijn presidentschap, stelt het New Yorkse weekblad. ‘Als hij de militaire terugtrekking voltooit, zal hij een einde maken aan een schijnbaar eindeloze interventie en duizenden troepen naar huis halen. Maar als hij wil dat de oorlog ook maar enigszins als een succes wordt beschouwd, zal de Afghaanse staat eerst op eigen benen moeten kunnen staan.’

    Voordat de VS en zijn bondgenoten in 2001 – waaronder Nederland vanaf 2002 – tussenbeide kwamen, legde de taliban het land een draconische versie van de islam op, waarbij de handen van dieven werden afgehakt en vrouwen voor overspel ter dood werden gebracht. Na de nederlaag van de taliban maakte een nieuwe grondwet de weg vrij voor democratische verkiezingen, een vrije pers en meer rechten voor vrouwen, schrijft The New Yorker.

    ‘Ik wil dat ze mij met eigen ogen zien, dat ze gewend raken aan wat een Afghaanse vrouw vandaag de dag is’

    The New Yorker sprak met een van de onderhandelaars van de Afghaanse regering, Fawzia Koofi, tevens een van de belangrijkste voorvechters van vrouwenrechten in het land. ‘Voor Koofi en haar mede-onderhandelaars is de belangrijkste vraag: Hoeveel van het door de Amerikanen gesteunde democratische project, dat duizenden levens en meer dan twee biljoen dollar heeft gekost, zal overleven?’

    Onderhandelaar Koofi vreest dat de talibanleiders, van wie velen jarenlang in Guantánamo gevangen hebben gezeten, niet beseffen hoezeer het land is veranderd – of dat zij die veranderingen zien als fouten die gecorrigeerd moeten worden, verklaart ze tegenover The New Yorker. ‘Ik wil dat ze mij met eigen ogen zien, dat ze gewend raken aan wat een Afghaanse vrouw vandaag de dag is. Veel van hen hebben de afgelopen twintig jaar in een tijdscapsule gezeten.’

    Koofi hoopt dat er een deal kan worden gesloten om de Amerikanen in het land te houden totdat een alomvattend vredesakkoord is bereikt. Maar ze vreest dat de gesprekken niet genoeg zullen zijn om de Afghaanse staat te redden: ‘Zelfs nu zijn er mensen onder de taliban die denken dat ze zich een weg naar de macht kunnen schieten.’

    Golf van geweld

    Het vredesakkoord van februari 2020 moest een einde maken aan het geweld, maar sindsdien is het land het doelwit van ‘een nieuwe golf van gerichte moordaanslagen op rechters, vrouwelijke activisten en maatschappelijk werkers, en zelfs journalisten’. In 2020 zijn ‘meer dan drieduizend mensen’ gedood, en het geweld is alleen maar toegenomen sinds het begin van de vredesbesprekingen in september, schrijft de Afghanistan Times in een redactioneel commentaar.

    Toen de VS met de taliban over hun terugtrekking onderhandelden, maakten de Amerikaanse functionarissen duidelijk dat zij verwachtten dat er een eind zou komen aan de zelfmoordaanslagen en andere aanslagen met massale slachtoffers, schrijft The New Yorker. ‘In plaats daarvan lijken de taliban een campagne te hebben gelanceerd om de hoogopgeleide elite te terroriseren, juist toen de Afghaanse regering met haar eigen besprekingen begon. Meer dan vijfhonderd Afghanen zijn het afgelopen jaar gedood bij gerichte aanvallen. Velen van hen zijn neergeschoten of getroffen door “kleefbommen”, explosieven die onder auto’s worden geplaatst. Onder hen zijn Malala Maiwand, een journaliste uit Jalalabad; Pamir Faizan, een militair aanklager; en Zakia Herawi, een van de twee vrouwelijke rechters van het Hooggerechtshof die werden gedood.’

    Een groeiend aantal Afghanen gelooft dat mensen binnen de regering verantwoordelijk zijn voor sommige van de moorden. In augustus schreef een groep prominente voormalig ambtenaren, van wie velen dicht bij voormalig president Hamid Karzai staan, aan Ghani dat er ‘hooggeplaatste ambtenaren waren die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij gerichte moordaanslagen’.

    In het licht van dit alles is het waarschijnlijk dat de deadline van 1 mei wordt uitgesteld. Het Pentagon heeft de taliban er donderdag 28 januari van beschuldigd dat zij zich niet hebben gehouden aan de afspraken die zijn gemaakt in het vredesakkoord dat in februari 2020 met de Verenigde Staten is ondertekend. De volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen zou daarom niet verantwoord zijn.

    ‘Gezien de onzekerheid waarmee de terugtrekking van de Amerikaanse troepen, die een jaar geleden is overeengekomen, thans is omgeven, is er reden om verdere acties van de taliban tegen de belangen van de VS en de NAVO te vrezen’, meent The Guardian. In de afgelopen maanden zijn de gevechten hervat in de provincie Kandahar, een voormalige basis van de taliban, ‘waardoor in januari tienduizend gezinnen in Zuid-Afghanistan hun huizen moesten ontvluchten’.

    ‘De mensen zullen de taliban niet accepteren. Ze zullen zich niet rustig houden. Het wordt weer een burgeroorlog’

    Onderhandelaars van beide zijden verklaarden tegenover The New Yorker dat zij een zware verantwoordelijkheid voelen om het conflict te beëindigen. ‘De meesten geloven dat de taliban onder de juiste omstandigheden een overeenkomst zouden aanvaarden – dat zij net zo moe zijn van de oorlog als iedereen’, schrijft het weekblad. Maar veel waarnemers in Kaboel vermoeden dat de taliban de besprekingen gebruiken om tijd te winnen tot de Amerikanen vertrekken.

    Volgens vicepresident Amrullah Saleh, waarmee The New Yorker eveneens sprak, zal de vrede mislukken als de Afghaanse regering gedwongen wordt een overeenkomst met de taliban te sluiten voordat de groep het geweld afzweert, en zal de groep proberen haar middeleeuwse visie weer op te leggen. ‘De samenleving is veranderd,’ aldus Saleh. ‘Vrouwen zijn opgeleid, jongeren staan in contact met de buitenwereld, Engels is gemeengoed geworden in de steden. (…) De mensen zullen de taliban niet accepteren. Ze zullen zich niet rustig houden. We hebben veertigduizend commandotroepen. Denk je dat ze zich door de taliban een voor een laten afslachten? Het wordt weer een burgeroorlog.’

    Een Afghaanse regering die zelfs maar gedeeltelijk door de taliban wordt gecontroleerd, zal niet goed zijn voor de vrouwen- of mensenrechten, stelt James Traub in Foreign Policy . ‘Maar de Verenigde Staten kunnen dat niet tegenhouden zonder voor altijd in Afghanistan te blijven. Wel kunnen ze helpen de brokstukken op te ruimen door de honderdduizenden onvermijdelijke vluchtelingen op te nemen, zoals zij ook in het geval van Vietnam hebben gedaan.’

    ‘In ieder geval zal een gezamenlijke regering misschien niet veel slechter zijn dan de huidige, die weinig heeft gedaan tegen de gerichte moorden op activisten, journalisten, leraren en anderen’, vervolgt Traub. ‘Een Afghanistan in vrede zal misschien eindelijk zijn economisch potentieel kunnen ontwikkelen en ten minste zijn bevolking kunnen voeden.’

  • 4. De drone-president

    4. De drone-president

    Als winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede kreeg Obama veel kritiek op zijn inzet van drones voor het uitschakelen van terroristen. Maar zijn staat van dienst op dit gebied is genuanceerder dan je misschien zou verwachten.

    Op 5 maart van dit jaar voerden de VS met onbemande drones en bemande vliegtuigen 
een bombardement uit op wat de 
regering omschreef als een kamp van Al-Shabaab, bijna 200 kilometer ten noorden van Mogadishu. Daarbij zouden zo’n honderdvijftig leden van de terreurbeweging zijn gedood. Volgens de regering vormden deze strijders een directe bedreiging voor de troepen van de Afrikaanse Unie waar Amerikaanse adviseurs mee samenwerken, al werd daarvoor geen bewijs aangevoerd. Het nieuws dat Amerika aan de andere kant van de wereld, in een land waarmee het niet in oorlog is, honderdvijftig niet nader genoemde mensen had gedood, kreeg in eigen land nauwelijks aandacht, laat staan dat het enige ophef veroorzaakte. Het op afstand en buiten oorlogsgebied doden van mensen lijkt de gewoonste zaak van de wereld te worden.

    Een opvallende ontwikkeling, des te meer omdat die zich heeft voorgedaan onder Obama, die bij zijn aantreden toch het imago van antioorlogspresident had – in zo sterke mate dat hij misschien wel als enige man ter wereld de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen op basis van wishful thinking. Als president voert onze Nobelprijswinnaar nu al langer oorlog dan al zijn voorgangers. Hij heeft in zeven landen militair geweld ingezet: Afghanistan, Irak, Syrië, Pakistan, Libië, Jemen en Somalië. In de laatste vier landen bestaat dat geweld bijna volledig uit onbemande drones die 
terreurverdachten executeren die 
banden zouden hebben met Al-Qaida of ‘daaraan gelieerde machten’.

    Dat een antioorlogspresident het gebruik van drones zo aantrekkelijk vindt, moet een teken aan de wand zijn. In de woorden van Hugh Gusterson in Drone: Remote Control Warfare:

    Als buitenrechtelijke liquidaties al zo’n aantrekkingskracht uitoefenen op een president die vroeger staatsrecht doceerde, die van begin af aan tegen de oorlog in Irak was, die een eind maakte aan het martelprogramma van de CIA en die bij zijn aantreden de intentie uitsprak om het detentiekamp in Guantanamo Bay te sluiten, dan is het onwaarschijnlijk dat eender welke opvolger de verleiding van de drone zal kunnen weerstaan.

    Obama met Nationaal Veiligheidsadviseur Susan E. Rice tijdens een terrorisme-update.
    Obama met Nationaal Veiligheidsadviseur Susan E. Rice tijdens een terrorisme-update.

    En we moeten ons dan niet alleen 
zorgen maken om president Trump of Clinton. Andere landen zullen ook niet schromen om naar het middel van onbemande luchtaanvallen te grijpen om problemen buiten hun landsgrenzen ‘op te lossen’. Israël, het Verenigd Koninkrijk, Iran, Irak, Nigeria en Pakistan hebben het voorbeeld van de VS 
al gevolgd en zetten inmiddels ook bewapende drones in. China heeft ze 
in de aanbieding voor 1 miljoen dollar per stuk. Het zal niet lang meer duren 
voordat het grootste deel van de 
ontwikkelde wereld over dit wapen beschikt. En als andere landen een 
precedent zoeken, is Obama’s staat 
van dienst op dit gebied het eerste waarnaar ze zullen wijzen.

    Wat is die staat van dienst? En wat 
kan en moet hij nu nog doen om de risico’s te verkleinen van een met 
drones bewapende wereld? Sommige critici stellen Obama’s staat van dienst op dit vlak gelijk aan de oorlogsmisdaden van zijn voorganger Bush. 
Zo beweert Glenn Greenwald in het nawoord bij The Assassination Complex dat Obama’s dronebeleid ‘de slechtste kanten belichaamt van wat de war on terror van Bush en Cheney zo funest maakte’. Greenwald vat Obama’s 
benadering van drones als volgt samen:

    De kern van zijn drone-moordprogramma is dat hij en hij alleen bij machte is om overal 
ter wereld mensen, ook Amerikaanse burgers, op de korrel te nemen en eenzijdig het bevel 
te geven om hen te executeren, op basis van zijn overtuiging dat het beoogde slachtoffer een terrorist is.

    Droneaanvallen zijn van alle verschillende oorlogsmiddelen het middel dat de minste burgerslachtoffers kost

    Als dat inderdaad zijn beleid was, 
zouden de verwijten van Greenwald 
en tal van andere critici terecht zijn. Maar het klopt niet. Ten eerste maakt Obama geen aanspraak op het recht om af te rekenen met ‘terroristen’, maar alleen met personen die onze tegenstander zijn in een door het 
Congres gesanctioneerd gewapend conflict met Al-Qaida en daaraan 
gelieerde organisaties. En het recht 
om vijanden in een gewapend conflict te doden is zo oud als het fenomeen oorlog zelf.

    Ten tweede maakt Obama geen 
aanspraak op het recht op de inzet van dodelijk geweld ‘overal ter wereld’, maar alleen in oorlogsgebieden, en daarbuiten alleen tegen vijandelijke strijders die een direct gevaar vormen dat niet op een andere wijze kan 
worden bestreden – meestal omdat het land waar zo’n strijder zich bevindt niet in staat is hem gevangen te nemen. Als zo’n land de vijand wel kan oppakken en berechten, is executie 
volgens onze regering geen optie.

    Ten derde blijkt uit meerdere bronnen, waaronder Greenwalds eigen website The Intercept, dat Obama zijn doelwitten zeker niet op eigen houtje kiest. Hij heeft een uitgebreid proces opgetuigd waarbij de informatie en adviezen van allerlei hooggeplaatste functionarissen in de krijgsmacht en de regering 
worden meegewogen voordat een gerichte actie wordt goedgekeurd.

    Minder drone-inzet

    Het is ook belangrijk om op te merken dat Obama’s beleid en praktijk ten 
aanzien van de inzet van drones in 
de loop van zijn regeerperiode sterk 
is veranderd. Zijn eerste jaren in het ambt werden gekenmerkt door een agressieve uitbreiding van het droneprogramma. Zo zijn er volgens de 
New America Foundation onder Bush 48 drone-aanvallen uitgevoerd in 
Pakistan, met tussen de 377 en 558 doden tot gevolg, terwijl er onder Obama 355 aanvallen werden uitgevoerd, met in totaal tussen de 1907 
en 3067 doden tot gevolg. Maar nadat het aantal droneaanvallen in Pakistan in 2010 piekte met 122, is het sindsdien ieder jaar gedaald. In 2015 zijn er in Pakistan slechts tien aanvallen uitgevoerd en dit jaar tot nu toe nog maar drie. Ook het aantal droneaanvallen in Jemen is gedaald, van een piek van 47 in 2012 tot 24 in 2015 en negen in dit jaar. Obama’s neiging om drones in te zetten is in zijn tweede ambtstermijn dus beduidend zwakker dan in zijn eerste.

    Volgens critici kosten drones veel levens van onschuldige burgers. Ook hier is het beeld gecompliceerd. De VS hebben jarenlang geweigerd droneaanvallen te erkennen, en legden dus ook geen publieke verantwoording af over de slachtoffers die daarbij vielen en over de vraag of dat strijders of 
burgers waren. Diverse onafhankelijke organisaties proberen in die leemte te voorzien, maar het is buitengewoon moeilijk om aan accurate gegevens te komen.

    Het Londense Bureau of Investigative Journalism kwam met de schatting 
dat in Pakistan, Jemen en Somalië samen tot 24 mei 2016 tussen de 493 
en 1168 burgers zijn omgekomen door Amerikaanse droneaanvallen. De New America Foundation is voorzichtiger en houdt het op 370 tot 448 burger-doden in dezelfde drie landen. Na 
zevenenhalf jaar over het onderwerp 
te hebben gezwegen, meldde de regering op 1 juli jongstleden zelf dat er tussen januari 2009 en december 2015 64 tot 116 burgers zijn omgekomen 
bij 473 ‘terreurbestrijdingsoperaties buiten actieve conflictgebieden’. Daarbij werden Irak, Syrië en Afghanistan expliciet als ‘actieve conflictgebieden’ aangemerkt, dus het rapport bevatte geen cijfers over de hoeveelheid burgerslachtoffers die er in die landen zijn gevallen, al mag je ervan uitgaan dat het om aanzienlijke aantallen gaat.


    De discrepantie met de cijfers van organisaties als de New America 
Foundation was volgens de regering het gevolg van de veronderstelde 
superioriteit van haar eigen inlichtingenwerk en het feit dat onafhankelijke organisaties zich baseren op nieuwsbronnen die mogelijk vatbaar zijn voor terroristische propaganda. Maar in 2011 beweerde John Brennan, Obama’s toenmalige adviseur voor de nationale veiligheid, dat er in het jaar daarvoor niet één onschuldige burger was omgekomen als gevolg van een drone-aanval: terroristen zijn dus niet de 
enigen die propaganda maken.

    De beschuldiging dat droneaanvallen zo veel burgerslachtoffers eisen, roept enerzijds de vraag op: in vergelijking waarmee dan? In één opzicht lijkt het vreemd om juist droneaanvallen te bekritiseren omdat er burgerslachtoffers bij vallen. Zoals Avery Plaw van de Universiteit van Massachusetts in Dartmouth overtuigend aantoont in Killing by Remote Control, zijn droneaanvallen van alle verschillende oorlogsmiddelen het middel dat de minste burgerslachtoffers kost. Bemande vliegtuigen kunnen veel minder 
precies te werk gaan, omdat ze niet urenlang in de lucht kunnen blijven hangen om te wachten op het ideale moment om toe te slaan. En grondtroepen resulteren bijna onvermijdelijk in meer collateral damage dan een 
droneaanval.

    Dat er burgerslachtoffers vallen is te wijten aan allerhande factoren, met als voornaamste dat het moeilijk is om ‘de vijand’ te lokaliseren als die zich tussen burgers verschuilt en geen uniform draagt. Gebrekkig inlichtingenwerk is een andere oorzaak, evenals een te groot vertrouwen in de belgegevens van telefoons waarvan je niet zeker kunt weten of ze echt in handen zijn van het beoogde slachtoffer. Zoals 
The Intercept hoorde van een voormalige dronebestuurder: ‘We jagen niet op mensen maar op hun telefoon – in de hoop dat de persoon die we treffen 
ook daadwerkelijk de boef is.’ Of zoals Michael Hayden in 2014 zei, in een debat met mij aan de Johns Hopkins-universiteit: ‘We doden mensen op basis van belgegevens.’

    Het aantal burgerslachtoffers van droneaanvallen buiten oorlogsgebieden is de afgelopen jaren niettemin sterk gedaald. Zo maakt de New America Foundation melding van 49 tot 63 doden in Pakistan in 2011, maar heeft het er van 2014 tot 2016 slechts twee geteld. In Jemen meldt het zestien 
burgerdoden in 2012, maar slechts 
vijf in 2014 en tot nu toe niet een in 2015 en 2016. De cijfers van het Bureau of Investigative Journalism vallen doorgaans hoger uit, maar ook daar 
is sprake van een daling en zie je de laatste jaren nog maar heel weinig burgerslachtoffers.

    Betere cijfers

    Eén reden voor die betere cijfers schuilt misschien in de nieuwe standaard 
voor droneaanvallen buiten conflictgebieden, die Obama in mei 2013 
aankondigde. In een toespraak voor de National Defense University en in een gelijktijdig uitgevaardigde geheime presidentiële beleidsrichtlijn zei hij gerichte aanvallen buiten oorlogsgebieden alleen nog te zullen toestaan als 1) het doelwit een aanhoudende bedreiging vormt voor Amerikaanse burgers, 2) gevangenneming niet 
haalbaar is en de dreiging niet op een andere wijze kan worden geneutraliseerd, en 3) het vrijwel zeker is dat 
bij de actie geen doden of gewonden onder burgers zullen vallen. Diverse critici, waaronder ikzelf, hebben 
kritiek geuit op de ruime betekenis die aan de term ‘aanhoudende bedreiging’ wordt gegeven en gevraagd wat de regering precies bedoelt met de 
‘haalbaarheid’. Maar bij een strenge uitleg van die woorden kun je er eigenlijk niet zo veel meer op tegen hebben 
en valt te verwachten dat er minder aanvallen worden uitgevoerd, en dat er daarbij ook minder burgerslachtoffers vallen.

    Het dronebeleid van Obama laat 
dus een gemengd beeld zien. In zijn eerste ambtstermijn was het een 
middel waarvan hij intensief gebruikmaakte, in zijn tweede termijn is hij steeds selectiever geworden. Daar zijn waarschijnlijk twee belangrijke redenen voor. Ten eerste heeft Obama in 
de loop van zijn regeerperiode, mede in reactie op de brede kritiek, steeds meer openheid over het droneprogramma gegeven – al ging dat met horten en stoten. Na een toespraak van toenmalig juridisch adviseur van Buitenlandse Zaken Harold Koh, in maart 2010, is 
de regering begonnen het programma publiekelijk te verdedigen en steeds meer details prijs te geven. Transparantie dwingt je om verantwoording af te leggen: het is geen toeval dat grotere openheid geleid heeft tot voorzichtiger beleid en grotere terughoudendheid 
bij de inzet van drones.

    Ten tweede heeft de regering misschien meer oog gekregen voor de strategische nadelen van de aanvankelijke nadruk op drones. Enerzijds zijn 
droneaanvallen een effectieve manier om gevaarlijke individuen op moeilijk toegankelijke plaatsen uit te schakelen. Zoals Audrey Cronin opmerkt in Drones and the Future of Armed Conflict:

    De dreiging van drones heeft terroristische operaties verstoord en uit koers geslagen. 
Het dwingt Al-Qaida en zijn bondgenoten hun gedrag aan te passen, zodat ze vooral 
nog bezig zijn te overleven en ernstig worden belemmerd in hun bewegingsvrijheid en 
hun mogelijkheden om operaties te plannen en uit te voeren.

    Het gebruik 
van drones is goedkoper dan andere vormen van geweld, je brengt er geen Amerikaanse levens mee in gevaar en je kunt relatief gemakkelijk ontkennen dat je ze gebruikt

    Anderzijds schrijft Cronin ook dat droneaanvallen ‘niet kunnen voorkomen dat de leiders worden opgevolgd en de organisatie doorgaat met het maken van propaganda en het uitvoeren van lokale aanslagen’. En als drones haat zaaien en daarmee de steun voor onze vijand vergroten, zijn ze misschien contraproductief. De meeste berichten lijken daarop te wijzen. Generaal 
Stanley McChrystal, die het bevel 
voerde over de Amerikaanse troepen 
in Afghanistan, zei in 2013 tegen The Huffington Post dat droneaanvallen 
‘een beeld van Amerikaanse arrogantie’ creëren en ‘hartgrondige’ haat oproepen. In 2012 bleek uit peilingen dat 
90 procent van de Pakistanen tegen droneaanvallen was en 74 procent 
de VS als vijand beschouwde. En dat terwijl Pakistan de op een na grootste ontvanger van Amerikaanse financiële steun is, na Afghanistan, en nog vóór Israël.

    Juist hun specifieke kwaliteiten maken drones zo verleidelijk. Het gebruik 
van drones is goedkoper dan andere vormen van geweld, je brengt er geen Amerikaanse levens mee in gevaar en je kunt relatief gemakkelijk ontkennen dat je ze gebruikt. En daardoor, zo waarschuwt Gusterson, kunnen drones leiden tot ‘een vorm van permanente kleinschalige militaire operaties 
waardoor de grens tussen oorlog en vrede dreigt te vervagen’.

    De vraag voor Obama is of hij de geschiedenis wil ingaan als de leider die het tijdperk van permanente, 
kleinschalige oorlogvoering per drone heeft ingeluid. Andere leiders, zowel 
in Amerika als elders, zullen in zijn optreden een rechtvaardiging voor hun eigen handelwijze zoeken.

    Het ligt volledig binnen Obama’s macht om een minder dubieuze 
erfenis inzake drones achter te laten. Daarvoor moet hij dan nog wel een aantal andere hervormingen door-voeren. Het is niet genoeg, zoals een voormalige hoge regeringsmedewerker me uitlegde, om de presidentiële richtlijn voor de inzet van drones openbaar te maken: hij moet er een presidentieel decreet van maken, zodat het voor zijn opvolger moeilijker wordt om ervan 
af te wijken. En hij moet de in die richtlijn geformuleerde strenge voorwaarden als uitgangspunt nemen 
voor gesprekken met onze NAVO-bondgenoten over een algemeen aanvaarde standaard voor de inzet van drones buiten oorlogsgebieden. Of we het leuk vinden of niet, drone-aanvallen horen bij de oorlogvoering van de toekomst, en de hele wereld heeft er belang bij om op internationaal niveau een hoge drempel op te werpen tegen de inzet van dat middel.

    Het overheidsrapport over burgerslachtoffers van 1 juli is wat dat betreft een belangrijke stap vooruit. Het is de eerste poging om verantwoording af 
te leggen over de resultaten van het gebruik van drones. Het op dezelfde dag uitgevaardigde presidentiële decreet verplicht de regering om 
hierover voortaan jaarlijks een rapport uit te brengen. Ook verplicht het alle partijen die zijn betrokken bij de inzet van geweld, zowel binnen als buiten oorlogsgebied, om het aantal burgerslachtoffers tot een minimum te beperken en ‘indien van toepassing en in overeenstemming met de doelstelling van de missie’ fouten te erkennen en schadeloosstelling te betalen aan burgerslachtoffers of hun nabestaanden. De regering verdient hiervoor 
alle lof.

    Maar de nieuwe openheid en het presidentieel decreet schieten op belangrijke fronten ook ernstig tekort. Door alleen totaalcijfers te geven over de hele 
afgelopen periode van zeven jaar, maakt de regering het onmogelijk haar cijfers te vergelijken met de door ngo’s gedocumenteerde individuele incidenten. Daarbij komt dat het presidentiële decreet weliswaar geldt voor álle 
burgerslachtoffers van oorlogsgeweld, maar dat de jaarlijkse verplichte 
rapportage alleen burgerslachtoffers buiten actieve conflictzones betreft. Burgerslachtoffers verdienen altijd erkenning, waar ze ook vallen. Voor deze beperking van de jaarlijkse 
rapportage geeft de regering geen 
verklaring.

    Formeel toezicht

    Het belangrijkste wat Obama moet doen betreft niet alleen de formulering van algemene richtlijnen voor drone-inzet, maar de implementatie daarvan. De bevoegdheid om iemand van 
het leven te beroven moet een strak juridisch kader krijgen. En om daarover verantwoording te kunnen afleggen is een vorm van formeel toezicht vereist.

    In Israël moeten alle gerichte liquidaties na afloop door de rechter worden getoetst. Bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gaat het de kant op dat er zelfs rechterlijke toetsing wordt geëist voor doden die op het slagveld vallen. Maar onder president Obama hebben de VS duizenden 
personen ver van enig slagveld geëxecuteerd zonder daarvoor ooit specifieke verantwoording af te leggen, met als enige uitzondering de liquidatie in september 2011 van Anwar al-Awlaki, een Amerikaans staatsburger. De regering heeft nooit uitgelegd wie er zijn gedood, op basis waarvan de besluiten zijn genomen en wat de daadwerkelijke gevolgen van specifieke droneaanvallen zijn geweest.

    Het op het slagveld doden van vijandelijke strijders wordt in oorlogstijd geaccepteerd en vereist doorgaans geen afzonderlijke rechtvaardiging: dat iemand 
een vijand is, is dan rechtvaardiging genoeg. Maar een land dat het recht opeist om specifieke personen buiten oorlogsgebieden te elimineren op 
basis van hun vermeende wandaden, moet dat kunnen verantwoorden – 
en moet dat zo veel mogelijk openbaar doen. Aan een dergelijke verantwoording heeft het tot nu toe ontbroken. Geheime executies zijn niet verenigbaar met de rechtsstaat. Dat is het werk van doodseskaders, niet van een democratie.

    Zoals Obama in 2013 in zijn toespraak op de National Defense University zei: ‘Dezelfde menselijke vooruitgang die ons de technologie schenkt waarmee we aan de andere kant van de wereld een aanval kunnen uitvoeren, legt 
ons ook de plicht op om die macht te beteugelen – of het risico te lopen dat we er misbruik van gaan maken.’ Hij is nu nog in de gelegenheid om die macht aanzienlijk te beteugelen. Als hij die kans niet grijpt, zal hij de geschiedenis ingaan als de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede die verantwoordelijk is voor de doorbraak van een vreselijk gevaarlijke en ethisch dubieuze vorm van oorlogvoering. Dat is niet de Obama die ik me wil herinneren.

    Auteur: David Cole
    Vertaler: Frank Lekens

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte en lange bijdragen van hoge kwaliteit van diverse grote schrijvers, journalisten en historici als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk, en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.

  • Hoe Hillary Clinton een havik werd

    Hoe Hillary Clinton een havik werd

    Mocht Hillary Clinton in november president worden, dan zal ze waarschijnlijk een veel agressiever buitenlandbeleid voeren dan Barack Obama. En misschien zelfs wel dan Donald Trump. Mark Landler, Witte Huisverslaggever voor The New York Times, beschrijft waar die militaire angehauchtheid vandaan komt.

    Hillary Clinton zat thee te drinken in de goed verstopte werkkamer van haar officiële kantoor op het ministerie van Buitenlandse Zaken en maakte de balans op van haar eerste ambtsjaar. De werkkamer had meer iets van een huiskamer – gezellig door de houten lambrisering en de boekenplanken vol aandenkens aan haar drie decennia in het openbare leven: een beeldje van haar heldin 
Eleanor Roosevelt, een honkbal met 
de handtekening van sterspeler Ernie Banks van de Chicago Cubs, een houten figuurtje van een zwangere Afrikaanse vrouw. De intieme sfeer leende zich voor een minder formeel interview dan de gebruikelijke locatie, haar imposante officiële kantoor met zijn marmeren haard, dikke gordijnen, kristallen kandelaar en rijkelijk versierde wandlampen. Maar op de ochtend van 26 februari 2010 praatte Clinton over iets gevoeligers dan buitenlandse zaken: haar relatie met Barack Obama. Zeggen dat ze haar woorden met zorg koos is een understatement. Ze leek op iemand van de explosievenopruimingsdienst die moest beslissen welke kleur draad ze moest doorknippen zonder haar relatie met het Witte Huis op te blazen.

    ‘Ik denk dat we een uitstekende onderlinge verstandhouding hebben opgebouwd over alles wat je je kunt voorstellen,’ zei Clinton over de man die 
ze tijdens de campagne in 2008 nog had afgeschilderd als naïef, onverantwoordelijk en totaal ongeschikt voor het presidentschap. ‘En we hebben een aantal interessante en zelfs ongebruikelijke ervaringen opgedaan.’ Ze leunde voorover terwijl ze sprak, gebaarde met haar handen en was goedlachs. Tijdens gesprekken met verslaggevers toont Clinton meer warmte dan Obama, al is de kans dat ze het achterste van haar tong zal laten zien kleiner.

    Oorlog en vrede

    Clinton begon, zoals zo vaak, over de VN-klimaattop in Kopenhagen van december 2009, die zij en Obama gezamenlijk voor een mislukking hadden behoed. Ze sprak over het vredesproces in het Midden-Oosten, een speerpunt van de president, dat ze nieuw leven moest inblazen. Maar ze had het begrijpelijkerwijs liever niet over onderwerpen waarover Obama en zij van mening verschilden, zoals dat van oorlog en vrede, waar Clintons activistischere houding al op onvoorspelbare manieren in botsing was gekomen met de terughoudendere opstelling van Obama. Ze had generaal Stanley McChrystal gesteund toen deze adviseerde om veertigduizend extra manschappen naar Afghanistan te sturen, om vervolgens genoegen te nemen met een lager aantal van dertigduizend (waarmee Obama akkoord ging, op voorwaarde dat ze in juli 2011 zouden worden teruggetrokken, wat zij als 
problematisch beschouwde). Ze stond achter het plan van het Pentagon om 
in Irak aanwezig te blijven met een leger van tien- tot twintigduizend manschappen (iets waartegen Obama zich verzette, voornamelijk omdat hij zich niet van de wettelijke bescherming van de Iraki’s kon verzekeren, iets wat hem zou achtervolgen toen IS een groot deel van het land bezette). En ze drong erop aan dat de VS wapens zouden 
leveren aan de rebellen in de Syrische burgeroorlog (een idee dat Obama aanvankelijk verwierp, om er later schoorvoetend mee in te stemmen).

    Deze fundamentele spanning tussen Clinton en de president zou een wezenskenmerk blijven van haar vierjarige ambtsperiode als minister van Buitenlandse Zaken. Tijdens het eerste regeringsoverleg over Rusland in februari 2009 stelden adviseurs van Obama voor om de VS enkele symbolische concessies aan Rusland te laten doen, als blijk van goede wil. Clinton, die als laatste aan het woord kwam, verwierp het idee met de woorden: ‘Ik ga niet voor niets iets opgeven.’ Haar hardnekkigheid maakte indruk op Robert Gates, de van George W. Bush overgenomen minister van Defensie, die beducht was voor een veranderd Rusland. Hij stelde ter plekke vast dat ze iemand was met wie hij zaken kon doen. ‘Ik dacht: Geen makkelijke tante,’ zei hij me.

    Hillary Clinton tijdens een bezoek aan de Amerikaanse troepen in Bagdad in 2003. Tijdens hetzelfde weekend bezocht ze ook de militairen in Afghanistan. © Lisa M. Zunzanyika / Getty
    Hillary Clinton tijdens een bezoek aan de Amerikaanse troepen in Bagdad in 2003. Tijdens hetzelfde weekend bezocht ze ook de militairen in Afghanistan. © Lisa M. Zunzanyika / Getty

    Een paar maanden na mijn interview in haar kantoor kwam het tot een nieuw meningsverschil, toen Obama een beveiligde telefoon pakte voor een weekendoverleg met Clinton, Gates 
en een handvol andere adviseurs. Het was 4 juli 2010, vier maanden nadat Noord-Korea een korvet van de Zuid-Koreaanse marine had getorpedeerd, waarbij 46 opvarenden omkwamen. Nu, na een wekenlang heftig debat tussen het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken, maakten de Verenigde Staten zich op om te reageren op deze schaamteloze provocatie. Het aanvankelijke plan – ontwikkeld door James Steinberg, Clintons onderminister van Buitenlandse Zaken – was om het vliegdekschip George Washington naar de kustwateren ten oosten van Noord-Korea te sturen, bij wijze van ongebruikelijk machtsvertoon.

    Maar admiraal Robert Willard, de toenmalige bevelhebber in de Grote Oceaan, wilde het vliegdekschip een agressievere koers laten varen, naar de Gele Zee tussen Noord-Korea en China. Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken had de VS voor zo’n actie gewaarschuwd, wat voor Willard een reden te meer was om druk te zetten. Hij benaderde chef-staf Mike Mullen, die er op zijn beurt bij zijn baas, de minister van Defensie, op aandrong de route te wijzigen. Gates ging akkoord, maar daarvoor was het wel nodig dat de opperbevelhebber achter een besluit stond dat zowel politieke als militaire repercussies kon hebben.

    Gates legde het voorstel om de George Washington naar de Gele Zee te sturen voor, met als argument dat de VS niet de indruk moesten wekken te buigen voor China. Clinton steunde hem krachtig. ‘We moeten doordouwen,’ had ze een paar dagen eerder tegen haar assistenten gezegd.

    Maar Obama was niet overtuigd. De George Washington was al onderweg; de koers veranderen was niet een besluit dat je zomaar eventjes nam.

    Geharnaste retoriek

    Het was niet het laatste debat waarin Clinton aan de kant van Gates zou staan. Het tweetal ontdekte algauw dat ze een midwesterse opvoeding deelden, een voorliefde voor een stevige borrel na een lange werkdag en een diepgewortelde scepsis over de intenties van Amerika’s vijanden. Bruce Riedel, een voormalige veiligheidsanalist die Obama’s aanvankelijke herziening van de oorlogsoperaties in Afghanistan leidde, zegt: ‘Ik denk dat Gates en het leger een beetje verbaasd waren: ze hadden een linkse regering verwacht, en nu ontdekten ze dat ze een minister van Buitenlandse Zaken hadden die nog wat rechtser was dan zijzelf – nog iets gretiger dan zijzelf, tot op zekere hoogte. Vooral op het gebied van Afghanistan, waarvan Gates volgens mij wist dat er meer moest gebeuren, dat er meer troepen naartoe moesten worden gestuurd, terwijl hij tegelijkertijd twijfelde of dat zou werken.’

    Nu Hillary Clinton opnieuw een gooi naar het presidentschap doet, kan het verleidelijk zijn haar geharnaste retoriek over de wereld minder als een kernprincipe te beschouwen dan als een uitgekiende politieke manoeuvre. Maar Clintons instincten op het gebied van het buitenlands beleid zitten er stevig ingebakken en zijn gebaseerd op koel realisme en, in de woorden van een van haar assistenten, ‘een standaardkijk op de Amerikaanse uitzonderingspositie’.

    Trump heeft niet in de verste verte eenzelfde voorliefde voor militair optreden getoond als Clinton

    Daarin verschilt ze van Barack Obama, die militaire verwikkelingen vermeed en de Amerikanen probeerde te verzoenen met een wereld waarover de VS niet langer de onbetwiste heerschappij voerden. En ze zal in dat opzicht waarschijnlijk ook verschillen van de Republikeinse kandidaat die ze bij de algemene verkiezingen tegenkomt. Ondanks zijn grootspraak over het platbombarderen van Islamitische Staat heeft Donald Trump niet in de verste verte eenzelfde voorliefde voor buitenlands militair optreden getoond als Clinton.

    ‘Hillary behoort duidelijk tot de traditionele gevestigde orde van het Amerikaanse buitenlandbeleid,’ zegt Vali Nasr, die haar op het ministerie van Buitenlandse Zaken adviseerde over Pakistan en Afghanistan. ‘Ze gelooft, net als vorige presidenten, tot Reagan en Kennedy aan toe, in het belang van militair optreden – in het oplossen van het terrorisme, in het laten gelden van Amerikaanse invloed. Obama ging gaandeweg meer op de inlichtingendiensten vertrouwen dan op het leger. Het idee van de inlichtingendiensten was: het enige wat je nodig hebt om 
af te rekenen met het terrorisme zijn de NSA [de Nationale Veiligheidsdienst] en de CIA, drones en speciale operaties. Zo bood de CIA Obama de mogelijkheid om een havik te zijn zonder het leger te hoeven inzetten.

    Republikeinse vader

    Anders dan andere recente presidenten – Obama, George W. Bush of haar man, Bill Clinton – zou Hillary Clinton het ambt aanvaarden met een lange staat van dienst op het gebied van de nationale veiligheid. Die staat van dienst kun je op verschillende manieren bekijken, maar het onthullendst is haar decennialange cultivering van het militaire apparaat – niet alleen van ‘burgers’ als Gates, maar ook hoge bevelhebbers, de mannen met de medailles. Haar affiniteit met de strijdkrachten wortelt in de levenslange overtuiging dat een uitgekiend gebruik van militaire macht van wezenlijk belang is voor de verdediging van nationale belangen, dat Amerikaanse interventie meer goed doet dan kwaad en dat de invloedssfeer van de Verenigde Staten zich dient uit te strekken – om Bush te citeren – tot in ‘elke duistere uithoek van de wereld’. Tijdens de bombastische, door testosteron verhitte presidentsverkiezingen van 2016 is Hillary Clinton onverwachts de enige havik die nog in de race is.

    Voor wie Clintons biografie kent, kan haar militaire angehauchtheid geen verrassing zijn. Ze groeide op in de woelige nadagen van de Tweede Wereldoorlog, als dochter van een onderofficier van de marine die jonge matrozen trainde voordat ze naar de Grote Oceaan werden verscheept. Haar vader, Hugh Rodham, was een trouwe Republikein en een communistenvreter, en ze nam zijn gezichtspunten over. Ze vertelt vaak over haar meisjesdroom om astronaut te worden, en ze noemt de afwijzingsbrief van NASA de eerste keer dat ze met geslachtsdiscriminatie te maken kreeg. Haar echte reden om zich aan te melden, heeft ze geschreven, was misschien wel het feit dat het haar vader zorgen baarde dat ‘Amerika achterliep op Rusland’.

    De politieke bekering kwam later, nadat Vietnam en de jaren zestig over Wellesley College heen waren geraasd, waar ze zich tijdens haar afstudeerplechtigheid uitsprak tegen de gevestigde orde. Maar zelfs in het tumultueuze jaar 1968 was haar overgang van Republikein naar Democraat nog niet afgerond en bezocht ze de conventies van beide partijen. Als Republikeinse stagiaire in Washington vroeg ze die zomer aan Melvin Laird, een Congreslid uit Wisconsin, of het wel verstandig was dat Lyndon B. Johnson steeds verder bij Zuidoost-Azië betrokken raakte.

    Clinton tijdens een getuigenis van de Iraq Study Group in de Amerikaanse Senaat in 2006. © Chuck Kennedy / Getty
    Clinton tijdens een getuigenis van de Iraq Study Group in de Amerikaanse Senaat in 2006. © Chuck Kennedy / Getty

    Na haar rechtenstudie had ze haar merkwaardigste ervaring met het militaire apparaat. In 1975, het jaar waarin ze met Bill Clinton trouwde, bezocht ze een rekruteringsbureau van de marine in Arkansas om te informeren naar de mogelijkheden om dienst te nemen bij de actieve of reservetroepen. Ze was jurist, legde ze uit; misschien kon ze zich op een of andere manier nuttig maken. De rekruteerder, herinnerde 
ze zich twee decennia later, was een jongeman van ongeveer 21, in optimale lichamelijke conditie. Clinton was op dat moment 27, net overgeplant uit Washington, docent aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Arkansas en getooid met een bril met jampotglazen. ‘Je bent te oud, je ziet niks en 
je bent een vrouw,’ zei hij. ‘Misschien wil de landmacht je wel hebben.’

    ‘Dat was geen erg bemoedigend gesprek,’ zei Clinton tijdens een lunch voor vrouwelijke militairen op Capitol Hill in 1994. ‘Ik besloot toen maar uit 
te kijken naar een andere manier om mijn land te dienen.’

    Sommige journalisten hebben hun twijfels uitgesproken over de waarheid van dit verhaal, dat ze in de herfst van 2015 herhaalde tijdens een ontbijt met kiezers in New Hampshire: er is in elk geval geen concreet bewijs dat het gebeurd is en Bill vertelde in 2008 een andere versie, waarin marine en leger waren omgedraaid. Waarom zou iemand die net een rechtenstudie aan Yale had voltooid en net in het huwelijk was getreden plotseling een uniform willen aantrekken? Haar motieven zijn onmogelijk na te gaan, maar Ann Henry, een oude vriendin uit Arkansas, komt met een theorie: ‘In die dagen probeerden vrouwelijke faculteitsleden uit wat de grenzen waren van carrières die voor vrouwen gesloten leken. Ik denk niet dat het verzonnen is. Zoiets was typisch iets voor haar.’

    First Lady

    Clintons volgende langdurige contact met het militaire apparaat kwam pas toen ze first lady was, bijna twee decennia later. In het Witte Huis wonen lijkt in veel opzichten op wonen op een militaire compound. Als de president in het Oval Office is, staat voor de West Wing een marinier op wacht. Het medisch centrum en het telecommunicatiesysteem worden gerund door militairen. De marine bestiert de kantine, mariniers transporteren de president per helikopter, de luchtmacht doet datzelfde per vliegtuig. Camp David is een marinefaciliteit. Het dagelijks contact met mannen en vrouwen in uniform, zeggen Clintons vrienden, heeft haar gevoelens voor hen versterkt.

    In maart 1996 bezocht de first lady Amerikaanse troepen die in Bosnië waren gestationeerd. De reis werd jaren later berucht toen ze beweerde, tijdens de campagne van 2008, dat ze door scherpschutters was beschoten nadat haar militaire C-17-toestel was geland op een Amerikaanse basis in Tuzla. (Chris Hill, een diplomaat die 
die dag ook aan boord was, herinnerde zich helemaal geen scherpschutters, alleen kinderen die haar boeketten lentebloemen aanboden.) Maar de goede sfeer tijdens haar rondgang langs de mess en de recreatiezalen was allerminst geveinsd. Met haar tienerdochter naast zich maakte ze grappen en grollen met de jonge mannelijke en vrouwelijke militairen – een ervaring, schreef ze, die ‘blijvende indruk op Chelsea en mij heeft gemaakt’.

    Jack Keane, een van de architecten van de inval in Irak, heeft wellicht de meeste invloed op Clinton gehad

    Toen Clinton in de Senaat werd gekozen, had ze belangrijke politieke redenen om zich om het militaire apparaat te bekommeren. Het Pentagon zat midden in een langdurig, politiek beladen proces van het sluiten van militaire bases; de staat New York was al geslachtofferd door de sluiting van de luchtmachtbasis Plattsburgh in 1995, waarbij 352 banen verloren gingen. 
De delegatie van New York was vastbesloten de resterende bases te behouden, met name Fort Drum, de thuisbasis van de 10e Bergdivisie. In oktober 2001, een maand na de aanslagen van 11 september, reisde Clinton naar Fort Drum op uitnodiging van generaal Buster Hagenbeck, die net tot commandant van de divisie was benoemd en een maand later naar Afghanistan zou worden gezonden.

    Net als veel officieren met wie ik sprak koesterde hij nogal wat vooroordelen jegens Clinton wegens haar jaren als first lady; de vrouw die die middag rond borreltijd 
in zijn kantoor verscheen, beantwoordde daar echter niet aan.

    ‘Ze ging zitten,’ herinnert hij zich, ‘trok haar schoenen uit, legde haar voeten op de salontafel en zei: “Generaal, waar kan ik hier een koud biertje krijgen?”’ Het was het begin van een dialoog die zich over twee oorlogen uitstrekte. 
In de lente van 2002 leidde Hagenbeck Operatie Anaconda, een zestiendaagse aanval op taliban- en Al-Qaidastrijders in de Shah-i-Kotvallei, de grootste oorlogsoperatie tot dan toe. Toen de generaal terugkwam naar Washington om de verenigde chefs van staven te briefen, nam Clinton hem mee uit eten op Capitol Hill voor haar eigen briefing. 
Ze spraken ook over de voorbereidingen van de regering-Bush voor een oorlog in Irak, iets wat Hagenbeck met angst en beven volgde. De generaal, zo bleek, was meer een duif dan de senator. Hij waarschuwde haar voor de risico’s van een invasie, die op dat moment in het Pentagon op touw werd gezet. Het zou zijn alsof je een ‘bijenkorf omschopt’, zei hij.

    Hagenbeck vergeeft Clinton dat ze in 2002 voor militair ingrijpen in Irak stemde. ‘Dat deed ze weloverwogen,’ zegt hij. ‘En later had ze er spijt van.’ Wat voor hem belangrijker was dan 
het stemgedrag van Clinton, was haar niet-aflatende openbare steun aan het militaire apparaat, of het nu ging om het beschermen van Fort Drum of het feit dat ze achter hem stond tijdens het eerste moeilijke jaar in Afghanistan.

    Clintons opleiding in militaire zaken begon pas echt in 2002, nadat ze door een verpletterende nederlaag van de Democratische Partij tijdens de midterm-verkiezingen enkele plaatsen in senatoriale senioriteit was opgeschoven. De Congresleiders van de partij boden haar een plaats aan in ofwel de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen ofwel de Senaatscommissie voor de Strijdkrachten. Ze koos voor Strijdkrachten en brak daarmee met een lange traditie van New Yorkse senatoren als Daniel Patrick Moynihan en Jacob Javits, die het prestige van Buitenlandse Betrekkingen verkozen. Strijdkrachten gaat over aardsere zaken als uitkeringen voor veteranen en was lange tijd het domein geweest van Republikeinse haviken als John McCain. Maar na 11 september zag Clinton Strijdkrachten als een betere voorbereiding op haar toekomst. Voor een politica die wilde laten zien dat ze niet voor een kleintje vervaard was – een vrouw die opperbevelhebber wilde worden – was het een perfecte leerschool. Ze stortte zich er met hart en ziel in.

    Andrew Shapiro, de toenmalige adviseur buitenlandse zaken van senator Clinton, schakelde tien deskundigen in – onder wie Bill Perry, die minister van Defensie was onder haar man, en Ashton Carter, die uiteindelijk Obama’s vierde Defensieminister zou worden – om haar in alles in te wijden, van algehele strategie tot defensieaankopen. Ze bezocht elke commissievergadering, hoe onbeduidend ook. In 2003 bezocht ze op Thanksgiving Day de troepen in Afghanistan en ze sprak op elke belangrijke militaire basis in de staat New York. Inmiddels – dertig jaar nadat ze door een marinerekruteerder in Arkansas was afgewezen – was Hillary Clinton een militaire doordouwer geworden.

    gettyimages 498045012

    Jack Keane is een van de architecten van de inval in Irak; hij heeft wellicht ook de meeste invloed gehad op de manier waarop Hillary Clinton over militaire kwesties denkt. Keane, een beer van een vent met een vierkante kop en glad Brylcreem-haar, straalt het ultieme zelfvertrouwen uit dat je van een gepensioneerde viersterrengeneraal mag verwachten. Inmiddels is hij een goedbetaald lid van het militair-industriële complex, met bestuursfuncties bij onder andere General Dynamics. Hij is geen man die aarzelt om militair in te grijpen en hij heeft weinig boodschap aan burgers als Obama, die dat wel doen.

    Keane leerde Clinton kennen in de herfst van 2001, toen zij net senator was en hij onderbevelhebber van het leger, met een grote staat van dienst in Vietnam, Somalië, Haïti, Bosnië en Kosovo. Hij had verwacht dat ze intelligent, hardwerkend en politiek bedreven zou zijn, maar hij was niet voorbereid op het respect dat ze toonde voor het leger als instituut, of op haar medeleven met de offers die door soldaten en hun families waren gebracht. Keane was ervan overtuigd dat hij een neppoliticus van een kilometer afstand kon ruiken, maar bij haar rook hij niets. ‘Ik heb mensenkennis; dat is een van mijn sterke kanten,’ vertelde hij me. ‘Niet dat ik het nooit mis heb, maar het gebeurt niet vaak.’

    Clinton mocht Keane ook onmiddellijk. ‘Ze is dol op die Ierse korzeligheid,’ 
zegt een van haar Senaatsassistenten, Kris Balderston, die er die dag bij was. Toen Keane na drie kwartier opstond voor een gesprek in het Pentagon met een Poolse generaal, maakte ze duidelijk dat ze nog niet klaar was en vroeg om een vervolggesprek. ‘Oké, maar het heeft me drie maanden gekost om deze afspraak te krijgen,’ antwoordde Keane haar droogjes. Clinton barstte uit in een schor gelach. ‘Dat probleem los ik wel op,’ beloofde ze.

    Ze hield woord: de twee zouden elkaar het volgende decennium vele malen ontmoeten en praten over de oorlogen in Afghanistan en Irak, de nucleaire dreiging van Iran en andere hete hangijzers in het Midden-Oosten. Soms kwam Keane langs op haar kantoor 
in de Senaat; andere keren gingen ze samen eten of wat drinken. Hij begeleidde haar tijdens haar eerste bezoek aan Fort Drum en regelde haar eerste reis naar Irak.

    Ze spraken meestal niet over politiek, maar tijdens een ontmoeting in Clintons Senaatskantoor in januari 2007 probeerde Keane haar te overtuigen van de logica van het sturen van extra troepen naar Irak. De maand daarvoor had hij president Bush ontmoet in het Oval Office en hem geadviseerd dat de VS vijf tot tien leger- en marinebrigades moesten inzetten om het oproer 
in de steden te onderdrukken; alleen zo, had hij betoogd, zou er rust komen in een land dat werd verscheurd door sektarische strijd. Keane wekte daarmee de woede van enkele van zijn collega-generaals, die vreesden dat zo’n strategie de afhankelijkheid van Irak zou vergroten en de Amerikaanse betrokkenheid zou verlengen. Maar hij maakte veel indruk op de opperbevelhebber, die algauw twintigduizend extra manschappen naar Irak stuurde.

    Clinton was een ander verhaal. ‘Ik ben ervan overtuigd dat dat niet zal werken, Jack,’ zei ze hem. Ze voorspelde dat Amerikaanse soldaten die in Iraakse steden patrouilleerden, zouden worden ‘opgeblazen’ door soennitische milities of Al-Qaidastrijders. ‘Ze dacht dat het ons niet zou lukken,’ herinnert Keane zich, ‘en dat er meer slachtoffers door zouden vallen.’

    Clinton met minister van Defensie Robert Gates bij een uitzending van Meet the Press in 2011. – © William B. Plowman / Getty
    Clinton met minister van Defensie Robert Gates bij een uitzending van Meet the Press in 2011. – © William B. Plowman / Getty

    Ze had natuurlijk ook politieke overwegingen. Barack Obama was bezig de basis te leggen voor zijn kandidatuur, half januari, waarin hij zou benadrukken dat hij tegen de oorlog in Irak was geweest, terwijl zij ervóór had gestemd – een stem die haar ook tijdens de Democratische voorverkiezingen van dit jaar nog achtervolgt. Obama was bezig een fondsenwervingscampagne op te zetten die in drie maanden tijd 25 miljoen dollar zou opleveren, wat het politieke kamp van Clinton deed huiveren en hem tot een formidabele tegenstander maakte. Hoewel ze met Keane van mening verschilde over Irak, vroeg Clinton hem om officieel adviseur te worden. ‘Hoezeer ik je ook respecteer,’ antwoordde hij, ‘dat kan ik niet doen.’

    Keanes vrouw had gezondheidsproblemen, waardoor hij eerder uit actieve dienst was getreden, en hij steunde in de regel geen presidentskandidaten. Ergens in 2008 – hij weet niet meer precies wanneer – vertelde Clinton hem dat ze er verkeerd aan had gedaan te twijfelen aan het sturen van extra troepen. ‘Ze zei: “Je had gelijk, het heeft echt gewerkt,”’ herinnert Keane zich. ‘Ik vond dat ze over nationale veiligheidszaken altijd eerlijk tegen me was.’

    Keane en Clinton bleven praten, zelfs nadat Obama had gewonnen en zij minister van Buitenlandse Zaken werd. Ze waren het meestal eens. Keane was, net als Clinton, voor een krachtiger interventie in Syrië dan Obama. In april 2015, een week voordat ze haar kandidatuur aankondigde, vroeg Clinton hem om een briefing over de militaire opties voor het bestrijden van Islamitische Staat. Tijdens een presentatie van twee uur en twintig minuten pleitte Keane onder meer voor een vliegverbod boven delen van Syrië, waardoor de luchtmacht van de Syrische president Bashar al-Assad geneutraliseerd zou worden en deze laatste zou worden gedwongen tot een politieke schikking met oppositiegroepen. Zes maanden later verklaarde ze zich publiekelijk voorstander van zo’n vliegverbod, waarmee ze nog verder van Obama af kwam te staan.

    ‘Ik ben ervan overtuigd dat deze president onder geen enkele omstandigheid zijn tanden zal laten zien, ook al is het nog zo dringend,’ vertelde Keane me. Hij zat in de bibliotheek van zijn huis in McLean in Virginia, tussen rijen boeken over militaire geschiedenis en strategie. Zijn kritiek op Obama was nauwelijks nieuw of origineel, maar weerspiegelt wel het denken van Clinton en haar politieke adviseurs. ‘Een van de problemen van de president, waardoor zijn diplomatieke inspanningen worden verzwakt, is dat leiders niet geloven dat hij militair geweld zal gebruiken. Daarin verschilt de president wezenlijk van Hillary Clinton. Zij zou militair geweld als een realistische optie beschouwen, maar alleen als er geen andere opties zijn.’

    Generaals

    De vriendschap met Keane gaf Clinton ook directe toegang tot zijn informele netwerk van actieve en gepensioneerde generaals. De interessantste daarvan was ongetwijfeld David Petraeus, die Clintons geharnaste ambities deelde en ook een leven vol bedwelmende successen en vernederende tegenslagen had gekend. Beiden werden beschuldigd van een slechte omgang met geheime informatie: Clinton omdat ze haar privéserver en privé-e-mailadres had gebruikt voor het afhandelen van gevoelige regeringszaken, wat tot een politiek schandaal zou leiden; Petraeus omdat hij een dagboek met geheime informatie aan zijn biografe en maîtresse had verstrekt.

    Tijdens Clintons eerste reis naar Irak, in november 2003, vloog Petraeus, die toen als tweesterrengeneraal bij de 101ste luchtmachtdivisie diende, haar van zijn hoofdkwartier in Mosul naar de relatieve veiligheid van Kirkuk om haar en haar delegatie te briefen. ‘Ze zat vol vragen,’ herinnert hij zich. ‘Zoiets betekent veel voor een bevelhebber.’ Tijdens volgende reizen, toen hij in rang was gestegen, lichtte Petraeus haar in over zijn plannen om Iraakse legertroepen te trainen en van wapens te voorzien. Beiden hadden daar baat bij: Petraeus bouwde een band op met een prominent Democratisch Senaatslid, Clinton poetste haar imago op als vriendin van het leger. ‘Ze deed het op de ouderwetse manier,’ zegt hij. ‘Ze deed het door relaties aan te knopen.’ Toen Petraeus begin 2007 werd teruggestuurd naar Irak als hoogste militair, gaf hij elk lid van de Senaatscommissie voor de Strijdkrachten een exemplaar van het Amerikaanse Veldhandboek voor oproerbestrijding door leger en mariniers. Clinton las het hare van begin tot eind.

    Hoewel Clintons bezwaar tegen het sturen van extra troepen hout sneed, zou het haar later opbreken, net als het feit dat ze vóór de oorlog had gestemd. Ditmaal was het haar bondgenoot Bob Gates die de geest uit de fles haalde. 
In zijn memoires schreef Gates dat ze tegenover hem en de president had bekend dat haar verzet politiek gemotiveerd was omdat ze op dat moment met Obama in de strijd om de Democratische voorverkiezingen in Iowa 
was verwikkeld. (Obama, schreef Gates, gaf ‘in bedekte termen’ toe dat ook hij er om politieke redenen tegen was geweest.) Tijdens een interview met Diane Sawyer van ABC News sloeg Clinton terug met de woorden dat Gates ‘misschien de context of de betekenis had gemist, want ik was wel degelijk tegen het sturen van extra troepen’. Haar verzet, zei ze tegen Sawyer, werd ingegeven door het feit dat de mensen op dat moment geen escalatie van de oorlog zouden accepteren. ‘Dit is geen politiek in electorale, politieke termen,’ zei Clinton. ‘Dit is politiek in de zin dat het Amerikaanse publiek achter zulke besluiten moet staan.’ Tijdens het volgende debat over het sturen van extra troepen liet ze zulke bedenkingen achterwege.

    Om Bernie Sanders te dwarsbomen bracht ze haar boodschap op één lijn met die van Obama

    ‘We hebben kaarten nodig,’ zei Hillary Clinton tegen haar assistenten. Het was begin oktober 2009, en ze was net terug van een vergadering in de Situation Room. Obama’s oorlogskabinet had gediscussieerd over de vraag hoeveel extra troepen er naar Afghanistan moesten worden gestuurd, waar de Verenigde Staten, in beslag genomen door Irak, de taliban de gelegenheid hadden gegeven zich te hergroeperen. Het Pentagon, meldde ze, had indrukwekkende kaarten met kleurcodes gebruikt om zijn plannen te ontvouwen voor het stationeren van troepen verspreid over het land. Door de aandacht voor details hadden Gates en zijn commandanten een kordate, goed voorbereide indruk gemaakt, waarbij het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat aandrong op het meesturen van burgerpersoneel, bleekjes afstak. Tijdens de volgende vergadering, op 14 oktober, ontvouwde het team van Buitenlandse Zaken zijn eigen kaarten met de inzet van diplomaten, juristen en landbouwexperts die de soldaten naar Afghanistan zouden moeten volgen.

    Clintons focus op kaarten was typerend voor de manier waarop ze in het eerste grote oorlog-en-vredesdebat van de regering-Obama stond. Ze wilde serieus worden genomen, ook al was haar ministerie minder belangrijk dan het Pentagon. Eén manier om dat te doen was het meesturen van burgerpersoneel, het stokpaardje van haar vriend Richard Holbrooke, de speciale gezant in de regio. ‘Ze wilde met alle geweld dat haar briefingboeken net zo dik en nauwgezet zouden zijn als die van het Pentagon,’ herinnert een topadviseur zich. Ze aarzelde ook niet om zich met de zaken van het Pentagon te bemoeien en stelde gedetailleerde vragen over de training van Afghaanse troepen en de militaire planning.

    Ze was vastbesloten niets te missen, een besluit dat misschien geworteld was in een diepergelegen onzekerheid over haar rol binnen de regering, die meer op het Witte Huis was geconcentreerd dan ooit in het moderne tijdperk. In de ochtend van 8 juni 2009 mailde ze twee assistenten met de vraag: ‘Ik hoorde op de radio dat er vanochtend een kabinetsvergadering is. Klopt dat? Kan ik erheen? Zo niet, wie sturen we dan?’ Op 10 februari 2010 belde ze vanuit huis naar het Witte Huis, maar kwam niet voorbij de telefonist, die niet geloofde dat ze echt Hillary Clinton was. Toen haar werd gevraagd haar kantoornummer te geven om haar identiteit te bewijzen, zei ze dat ze dat niet kende. Uiteindelijk legde Clinton gefrustreerd neer en liet opnieuw bellen door het ministerie van Buitenlandse Zaken, ‘als een keurige en gehoorzame minister’, zoals ze later op quasiberustende toon schreef. ‘Op eigen houtje bellen was niet toegestaan.’

    Afghanistandebat

    Het debat over de troepen in Afghanistan, een drie maanden durend drama van rivaliserende ego’s, gelekte documenten en eindeloos overleg, wordt 
als een typisch voorbeeld gezien van 
de strijd tussen de geslepen militaire bevelhebbers van het Pentagon en een onervaren jonge president, waarbij Joe Biden voor Obama’s advocaat van de duivel speelde. Hoewel deze voorstelling van zaken klopt, doet ze de rol van Clinton tekort. Door zich aan de kant van Gates en de generaals te scharen verleende zij hun voorstellen politiek gewicht en bood ze weerwoord aan de scepsis van Biden.

    Toch mag haar rol ook niet worden overschat; ze heeft geen kentering in het debat teweeggebracht of er een duidelijk standpunt in verwoord. Maar haar niet-aflatende steun voor de krachtige aanbeveling van generaal McChrystal maakte het wel moeilijker voor Obama om voor een minder verregaande optie te kiezen. (McChrystal werd later door Obama ontslagen nadat zijn assistenten zich tegenover het blad Rolling Stone neerbuigend hadden uitgelaten over bijna elk lid van diens oorlogskabinet; alleen voor Hillary was een uitzondering gemaakt.)

    ‘Hillary stond vierkant achter wat McChrystal vroeg,’ zegt Gates. ‘Ze maakte duidelijk dat ze zijn verzoek om veertigduizend extra manschappen onverdeeld steunde. Later maakte ze duidelijk dat ze alleen bereid was geweest genoegen te nemen met dertigduizend omdat ik dat had voorgesteld. Ze hield in feite meer vast aan het oorspronkelijke aantal dan ik.’ Gates geloofde 
dat als hij Clinton, de voorzitter van 
de verenigde chefs van staven Mike Mullen, de commandant van het Centrale Commando David Petraeus en hemzelf op één lijn kon krijgen, Obama moeilijk nee zou kunnen zeggen. ‘Hoe kon je deze vier ruiters van de nationale veiligheid negeren?’ zegt Geoff Morrell, destijds woordvoerder van het Pentagon.

    Zoals Clinton profiteerde van haar verbond met de militaire bevelhebbers, 
zo gaf ze hun ook politieke rugdekking. ‘Ik zal je een smerig geheimpje verklappen,’ zegt Tom Nides, een van haar voormalige onderministers op Buitenlandse Zaken. ‘Ze wisten allemaal dat ze haar aan hun kant moesten hebben. Ze wisten dat als zij de Situation Room binnenliep en achter hen stond, de dynamiek enorm zou veranderen. Als zij haar mond opendeed, kon ze de sfeer in de zaal veranderen.’

    © Spencer Platt / Getty
    © Spencer Platt / Getty

    David Axelrod herinnert zich een vergadering waarin Clinton ‘hun mening vrijwel woordelijk verkondigde; dat weten ze vast nog wel. Ze wilde ze elke soldaat geven waar McChrystal om vroeg.’ Toch won Clinton niet op alle punten. Nadat hij had toegezegd manschappen te zullen sturen, voegde Obama er één eigen voorwaarde aan toe: dat de soldaten zo spoedig mogelijk weer zouden worden teruggetrokken, te beginnen in de zomer van 2011 
– een deadline die uiteindelijk noodlottiger bleek dan een verschil van tienduizend manschappen. Clinton verzette zich tegen zo’n openbare deadline, met als argument dat Amerika de taliban daarmee in de kaart speelde en hen zou aanmoedigen te wachten tot de VS vertrokken – wat dan ook precies gebeurd is.

    Tijdens de laatste dagen van het debat kreeg Clinton het ook aan de stok met haar eigen ambassadeur in Kaboel, Karl Eikenberry. Ook hij verschilde met haar van mening over de wijsheid van het sturen van extra manschappen. 
Op 6 november 2009 stuurde hij een lang telegram aan Clinton – later uitgelekt naar The New York Times – waarin hij op overtuigende wijze betoogde dat het voorstel van McChrystal de VS zou opzadelen met ‘onmetelijk veel hogere kosten en een grootschalige militaire rol in Afghanistan voor onbepaalde tijd’.

    De analyse van Eikenberry bleek voor een groot deel juist, vooral zijn waarschuwing voor het tot op de draad versleten Amerikaanse partnerschap met de Afghaanse president Hamid Karzai. Extra pijnlijk was dat hij een gepensioneerde driesterrengeneraal was die van 2005 tot 2007 het bevel in Afghanistan had gevoerd. Clinton, die niet om het telegram had gevraagd, was furieus en vreesde dat het een debat kon verstoren dat zij en het Pentagon op het punt stonden te winnen.

    Wat het telegram duidelijk maakte, was in hoeverre het Afghaanse debat door militaire overwegingen werd gedomineerd. Hoewel Clinton erop aandrong tot een akkoord te komen met het Afghaanse buurland Pakistan, betekende haar steun aan Gates, Petraeus en McChrystal dat ze niet de aangewezen persoon was voor diplomatieke alternatieven. ‘Ze heeft bijgedragen aan de overmilitarisering van de probleemanalyse,’ aldus Sarah Chays, destijds adviseur van McChrystal en later van de voorzitter van de verenigde chefs van staven Mike Mullen.

    In oktober 2015 dwongen het aanhoudende geweld in Afghanistan en de erfenis van het wanbeleid van Karzai Obama ertoe af te zien van zijn plan om de laatste Amerikaanse soldaten tegen het eind van zijn presidentschap terug te trekken. Een paar duizend manschappen zullen daar voor onbepaalde tijd blijven. En Clintons voorstel voor het meesturen van burgerpersoneel is nooit echt van de grond gekomen.

    Verkiezingscampagne

    ‘Het lijdt geen twijfel dat Hillary Clintons gespierdere benadering van het Amerikaanse buitenlandbeleid beter 
is toegesneden op 2016 dan op 2008,’ aldus Jake Sullivan, haar politieke topadviseur bij Buitenlandse Zaken en 
nu de belangrijkste adviseur in haar campagne.

    Het was december 2015, 53 dagen voor de Democratische voorverkiezingen 
in Iowa; ik sprak Sullivan in Clintons royale hoofdkwartier in Brooklyn, waar hij me uitlegde hoe ze haar boodschap vormgaf in een campagne die steeds meer werd gedomineerd door zorgen over de nationale veiligheid. Clintons strategie, zei hij, was tweeledig: aan kiezers uitleggen dat ze een duidelijk plan had om de dreiging van het islamitische terrorisme het hoofd te bieden, en haar Republikeinse tegenstanders aan de kaak stellen als mensen die iedere vorm van ervaring en geloofwaardigheid misten op het gebied van nationale veiligheid.

    Clinton had alle reden om de havik in zichzelf los te laten. Na de aanslagen 
in Parijs en het Californische San Bernardino bereikte de zorg over een grote aanslag in Amerika een hoogtepunt. Een peiling van CNN/ORS wees uit dat een meerderheid van 53 procent van 
de Amerikanen achter het sturen van troepen naar Syrië of Irak stond, een belangrijke verschuiving na de oorlogsmoeheid gedurende het grootste deel van Obama’s presidentschap. De Republikeinse kandidaten hanteerden apocalyptische metaforen om hun vastberadenheid te tonen. Ted Cruz dreigde een bomtapijt over Islamitische Staat af te werpen om te kijken of woestijnzand kon gloeien; Donald Trump riep de VS op alle moslims de toegang tot het land te ontzeggen ‘totdat duidelijk is wat de dreiging is van dit probleem’.

    Maar de publieke voorkeur voor militaire actie is meestal vergankelijk. 
Drie weken later toonde dezelfde peiling dat het aantal voor- en tegenstanders gelijk was, 49 procent. Trump is geen voorstander van het sturen van nieuwe Amerikaanse soldaten naar Irak en Syrië (evenmin als Clinton trouwens). Hij staat sceptischer tegenover interventies dan zij en verkondigt luidkeels dat hij ook tegen de oorlog in Irak was. Hij wil dat de VS minder aan de NAVO afdragen en heeft al gesproken over het intrekken van de Amerikaanse veiligheidsparaplu boven Azië, zelfs als Japan en Zuid-Korea dan zelf kernwapens zouden aanschaffen om zich te verdedigen. Daarmee komen de kiezers bij de algemene verkiezingen misschien voor een ongebruikelijke keus te staan: die tussen een Democratische havik en een Republikeinse weifelaar.

    Clinton en Obama volgen de operatie waarbij Bin Laden werd gedood, op 1 mei 2011. – © Pete Souza / Getty
    Clinton en Obama volgen de operatie waarbij Bin Laden werd gedood, op 1 mei 2011. – © Pete Souza / Getty

    Om de steeds opstandiger senator Bernie Sanders uit Vermont te dwarsbomen paste Clinton haar boodschap tijdens de Democratische voorverkiezingen zorgvuldig aan om op één lijn te komen met Barack Obama en diens raciaal diverse coalitie. Maar tijdens de algemene verkiezingen zal dat moeilijker worden. ‘De pers zal bovenmatige belangstelling tonen voor de scores,’ zegt Sullivan. ‘Dat kan de aandacht makkelijk afleiden van haar vermogen om te zeggen waar het op staat.’

    Om te tonen dat ze een goede toekomstige opperbevelhebber is, zal Clinton zich ongetwijfeld beroepen op haar ervaring bij Buitenlandse Zaken. 
Afgelopen herfst, tijdens een reeks 
beleidstoespraken, begon Clinton 
zich duidelijker af te zetten tegen 
het nationale veiligheidsbeleid van 
de president. Ze zei dat de VS meer speciale commandotroepen naar Irak moesten sturen dan Obama had toegewezen, om de Iraki’s en Koerden te helpen in de strijd tegen IS. Ze toonde zich een voorstander van een gedeeltelijk vliegverbod boven Syrië. En ze beschreef de dreiging van IS voor Amerikanen in grimmiger bewoordingen dan de president. Zoals vaak het geval is bij Clinton en Obama, betroffen de verschillen niet zozeer de koers als wel de intensiteit. Evenmin als hij pleitte ze voor het sturen van grondtroepen naar het Midden-Oosten. Clinton hield vol dat haar plan geen breuk was met het zijne, maar alleen een ‘intensivering en versnelling’ daarvan.

    Hoe goed de haviksinstincten van 
Clinton bij de stemming in het land passen is nog de vraag. Amerikanen hebben genoeg van oorlog en blijven beducht voor buitenlandse verwikkelingen. En toch wijzen peilingen uit, na de terughoudende Obama-jaren, dat ze net zo ontevreden zijn met het beeld van hun land als een uitgebluste wereldmacht die amechtig op de been probeert te blijven in een wereld van opkomende grootmachten als China, herrijzende imperia als het Rusland van Vladimir Poetin en de dodelijke nieuwe slagkracht van Islamitische Staat. Als Obama’s minimalistische benadering een noodzakelijke reactie was op de maximalistische stijl van zijn voorganger, dan verlangen Amerikanen misschien naar iets daartussenin, het soort gestaalde pragmatisme dat Clinton een leven lang heeft uitontwikkeld.

    ‘De president heeft een aantal harde beslissingen genomen,’ zegt Leon Panetta, na Bob Gates Obama’s minister van Defensie en vóór David Petraeus directeur van de CIA. ‘Maar het resultaat is gemengd en de vrees bestaat dat de president er niet in is geslaagd duidelijk te maken wat de rol van Amerika in de eenentwintigste eeuw is.’
    ‘Misschien lukt het hem alsnog,’ voegt hij eraan toe, beseffend hoe weinig tijd Obama nog rest. ‘Haar zou het zeker lukken.’

    Auteur: Mark Landler
    Vertaler: Peter Bergsma

    Mark Landler is sinds 2011 Witte Huiscorrespondent voor The New York Times. 
Dit artikel is een bewerkt uittreksel uit 
zijn boek Alter Egos: Hillary Clinton, Barack Obama and the Twilight Struggle Over American Power, dat deze maand in Nederlandse vertaling verschijnt bij Hollands Diep.

    *Op 21 juni is Landler te gast bij het John Adams Institute. 

    Locatie: Vondelkerk Amsterdam
Aanvang: 20.00 uur*

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.