Erdogan wint tweede ronde van presidentsverkiezingen
Recep Tayyip Erdogan is gisteren bij de tweede ronde van de Turkse presidentsverkiezingen als winnaar uit de bus gekomen en heeft zich verzekerd van een nieuwe termijn van vijf jaar als president, schrijft Hürriyet. De leider van de AKP kreeg in 52 procent van de stemmen. Zijn uitdager Kemal Kilicdaroglu, de leider van de Republikeinse Volkspartij (CHP) en de presidentskandidaat van de Nationale Alliantie, bleef steken op 48 procent
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In een toespraak tot zijn aanhangers buiten zijn residentie in Istanboel bedankte Erdogan de kiezers en zei: ‘Met deze overwinning is de deur van “de eeuw van Turkije” begonnen. (…) De winnaar van deze verkiezingen is de Turkse natie met haar 85 miljoen inwoners.’
De president keek ook al vooruit. ‘We hebben 2024 [lokale verkiezingen] voor de boeg. Zijn we klaar om Istanboel te winnen bij de lokale verkiezingen? Non-stop.’ voegde hij eraan toe.
De Turkse kiezers gingen al op 14 mei naar de stembus voor presidents- en parlementsverkiezingen, maar geen van de kandidaten haalde meer dan 50 procent van de stemmen die nodig zijn om in de eerste ronde een winnaar aan te wijzen, waardoor een tweede ronde nodig was. ‘In de laatste twee weken van de verkiezingscampagne benadrukte Erdogan dat zijn presidentschap zal zorgen voor harmonie tussen de staatsorganen omdat zijn AKP de meerderheid van de zetels in het parlement heeft’, schrijft Hürriyet.
Erdogan leidt, maar oppositie bekritiseert voorlopige uitslagen
Recep Tayyip Erdogan en zijn uitdager Kemal Kilicdaroglu gaan ‘nek aan nek’ in ‘een van de spannendste presidentsverkiezingen in de geschiedenis van Turkije’, aldus het Turkse dagblad Hürriyet. Volgens Al Jazeera gaat, nadat 98 procent van de stemmen zijn geteld, de huidige Turkse president aan de leiding met 49,42 procent van de stemmen. Oppositieleider Kilicdaroglu moet het doen met 44,95 procent.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Omdat geen van de kandidaten de grens van 50 procent overschrijdt is er waarschijnlijk een tweede ronde nodig, die zal plaatsvinden op 28 mei. ‘Als onze natie om een tweede ronde vraagt, zullen we die graag aanvaarden. En we zullen deze tweede ronde absoluut winnen,’ verzekerde Kilicdaroglu, voorman van de CHP.
Bepalende figuren van die partij, waaronder de burgemeester van Ankara Mansur Yavas en die van Istanboel Ekrem Imamoglu, hebben zowel het staatspersagentschap Anadalu Agency als de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) bekritiseerd voor het manipuleren van de verkiezingsresultaten en het vertragen van het tellen van de stemmen, bericht Hürriyet. Volgens AKP-woordvoerder en vicevoorzitter Ömer Celik zoekt de CHP naar excuses voor een nederlaag: ‘Ze zullen zich schamen als ze de realiteit onder ogen komen.’
De derde kandidaat, de ultranationalistische Sinan Ogan, kreeg 5 procent van de stemmen. Wie zijn partij besluit te steunen kan mogelijk bepalend zijn als de Turken opnieuw naar de stembus gaan. ‘Het zijn de nationalisten die in de tweede ronde de president zullen bepalen (…) Er staan ons vijftien zeer moeilijke dagen te wachten,’ aldus Ogan, die eraan toevoegde dat hij en zijn partijgenoten na intern overleg zullen beslissen wie zij zullen steunen, schrijft de Turkse krant.
Het land was een bouwplaats. Nu is het een begraafplaats geworden. En dat is de verantwoordelijkheid van Erdogan en zijn regering, schrijft de Turkse journalist Aysegül Sert.
Aardbevingen vormden in de loop van de Turkse geschiedenis al vaker belangrijke keerpunten. In luttele seconden verwoestten ze de stilte. Mijn woonplaats Istanboel werd in 1999 getroffen. Er vielen meer dan zeventienduizend doden en nog veel meer gewonden. Ik wist altijd al dat je rekening moest houden met aardbevingen, dat ze te verwachten zijn in een land dat op de Anatolische Plaat ligt en aan twee grote breuklijnen grenst. Maar ik had er nog nooit een meegemaakt, of de nasleep ervan gezien. Wekenlang sliepen mensen buiten, in parken, aan de waterkant, op straat en in stadions. Sommigen konden niet terug naar hun huizen, omdat die verwoest waren. Anderen waren bang om terug te keren naar hun huizen die nog wel overeind stonden.
Die ramp, en de trage reddingsoperaties die erop volgden, zorgden ervoor dat de AKP – de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling – aan de macht kwam. De AKP beloofde een modern en transparant beleid en heeft sindsdien het land bestuurd. Ondanks haar beloften heeft de partij tientallen jaren verspild: ze hebben alleen het eigen regime in stand gehouden en zich gelaafd aan hun eigen ideologische prioriteiten. Op de huidige catastrofe hebben ze zich op geen enkele manier voorbereid.
Vragen
Turkije en Syrië werden op 6 februari getroffen door twee zware aardbevingen, waarbij meer dan vijftigduizend mensen omkwamen en meer dan honderdduizend gewonden vielen. Velen worden nog vermist. In Turkije zijn meer dan elfduizend woonhuizen en bedrijfsgebouwen ingestort.
De eerste aardbeving had een magnitude van 7,8 en trof de stad Gaziantep, die grenst aan Syrië, kort na vier uur ’s nachts, terwijl iedereen sliep. Er wonen zo’n half miljoen Syrische vluchtelingen, die opnieuw een afschuwelijk gevoel van ontheemding ondergingen. De provincie Kahramanmaraş, die 95 kilometer noordelijker ligt, werd negen uur later getroffen door een beving met een magnitude van 7,5. Verschillende Turkse steden zijn zwaar getroffen. In Griekenland, Cyprus en Libanon werden nog lang naschokken gevoeld.
Ongeveer 380.000 mensen hebben na de aardbeving hun toevlucht gezocht tot hotels, slaapzalen, gemeenschapscentra en andere faciliteiten. President Recep Tayyip Erdogan kondigde voor drie maanden de noodtoestand af in de provincies die het zwaarst door de ramp zijn getroffen, en stelde zeven dagen van nationale rouw in. Want dat is hoe we het in Turkije altijd doen: vandaag rouwen we erom, morgen zijn we het weer vergeten. Totdat de volgende tragedie zich aandient.
Maar de Turkse bevolking heeft allerlei vragen aan de regering. Wat is er gebeurd met de miljarden dollars die we sinds de ramp van 1999 aan ‘aardbevingsbelastingen’ hebben betaald? Waarom heeft men zich niet hoeven houden aan de bouwvoorschriften die bedoeld waren om gebouwen aardbevingsbestendig te maken? Waarom is er, ondanks de waarschuwingen van deskundigen en de beloften van politici, niet meer gedaan om al deze doden te voorkomen?
De ontevredenheid maakte de weg vrij voor de haast messiaanse belofte van de AKP: de creatie van een ‘Nieuw Turkije’
Toen de AKP zo’n twintig jaar geleden aan de macht kwam, was de partij nog vrij onbekend. Kiezers omarmden de AKP omdat ze genoeg hadden van het oude bestuurssysteem en de bijbehorende partijcoalities, het gebrek aan transparantie, het politiegeweld en de financiële ongelijkheid. Die ontevredenheid maakte de weg vrij voor de haast messiaanse belofte van de AKP: de creatie van een ‘Nieuw Turkije’.
Maar de regering heeft de versterking van het land geenszins een prioriteit gemaakt. In plaats daarvan heeft de partij de afgelopen jaren besteed aan nationalistische campagnes – door Koerden in Turkije (bijna 20 procent van het land is van Koerdische afkomst) en Syrië aan te vallen, en door buurland Griekenland te bedreigen. Ideologie kreeg de prioriteit: vrouwen zijn aangespoord ‘ten minste drie kinderen’ te baren en er wordt geprobeerd een ‘vrome generatie’ te kweken door veel religieuze scholen te openen. De regering onderdrukte afwijkende meningen door ambtenaren te ontslaan die zich niet konden vinden in de conservatieve standpunten van de partij.
Kortom, de regering heeft ernaar gestreefd secularisme en democratie de kop in te drukken en alles tot een symbool van haar eigen heerschappij te maken. Bij een grotendeels ongeschoolde en gemakkelijk manipuleerbare bevolking heeft ze er nationalisme ingehamerd, angst voor de ‘ander’ en een onvoorwaardelijk vertrouwen in een heldhaftige vaderfiguur.
Kapot
Dit ‘Nieuwe Turkije’ gebruikte infrastructuurprojecten om de breuk met het verleden te benadrukken. Hoe meer de regering bouwde, hoe machtiger en moderner ze leek. Ze nam geen voorbeeld aan Europa, maar aan de wolkenkrabbers van Qatar en Saoedi-Arabië. Bouwbedrijven en andere bedrijven die dicht bij de partij stonden kregen contracten en vergunningen aangeboden in ruil voor smeergeld en stemmen. Erdogan zei in een toespraak ter gelegenheid van de voltooiing van een nieuwe brug in 2021: ‘Buitenlanders die naar Turkije komen, kijken nu met afgunst naar onze wegen, bruggen en luchthavens.’ Als dat ooit al zo was, geldt dat nu in ieder geval niet meer.
Turkse burgers vroegen kort na de recente aardbevingen op sociale media aan rijke vastgoed- en bouwbedrijven of die hun grondverzetmachines en andere zware apparatuur naar de getroffen plekken konden brengen, zodat er nog levens konden worden gered. Zijn zij immers niet degenen die bouwvoorschriften negeerden om hun inkomsten te maximaliseren? Zijn zij het niet die wegen en huizen bouwden met goedkope materialen, die nu vergaan zijn tot puin en stof?
Ziekenhuizen zijn verwoest, waardoor patiënten en verzorgers in de kou zitten
Ik heb Turken in de nasleep van corruptieschandalen vaak dingen horen zeggen als ‘Oké, ja, ze stelen. Nou en? Elke regering heeft van ons gestolen; deze regering geeft tenminste iets terug aan het volk door bruggen, vliegvelden en wegen te bouwen.’ Maar nu zijn de bruggen kapot en de vliegvelden gesloten. De wegen zijn zozeer opengebarsten dat ze door een meteoriet lijken te zijn getroffen. Noodhulp kan de rampgebieden niet bereiken.
In de getroffen regio zijn een winkelcentrum en een historische moskee zijn ingestort. Ziekenhuizen zijn verwoest, waardoor patiënten en verzorgers in de kou zitten. Elektriciteit, brandstof, gas en stromend water zijn schaars. Het kasteel van Gaziantep, een monument dat de Hettitische, de Romeinse en Byzantijnse periode overleefd heeft, is zwaar beschadigd geraakt. Orthodoxe en Armeense kerken en synagogen – de weinige overgebleven herinneringen aan de multi-etnische geschiedenis die de regering heeft geprobeerd uit te roeien zijn naar verluidt vernield.
Maar het is moeilijk om erachter te komen wat er nu precies is ingestort en wat nog overeind staat, omdat de regering veel onafhankelijke media de afgelopen jaren het zwijgen heeft opgelegd. In de ochtend daags na de aardbeving werkte Twitter – waar mensen informatie uitwisselen over overlevenden en benodigdheden – in Turkije bijzonder traag. Waarschijnlijk zat de regering ook daar achter.
Maar op de verkiezingsdag moeten we besluiten onze macht niet langer te geven aan een partij die er misbruik van maakt
Mijn moeder is geboren in Erzincan, in het oosten van Turkije, meer dan tien jaar na de aardbeving van 1939. Daarbij kwamen dertigduizend mensen om – nog steeds staat de aardbeving bekend als de meest verwoestende in de nationale geschiedenis. Ik bezocht in 2017 haar afgelegen dorp in het prachtige hooggebergte. De mensen daar vertellen nog steeds verhalen over het trauma dat de aardbeving heeft veroorzaakt en dat mensen in elke uithoek van mijn vaderland nog steeds met zich meedragen. Wat er begin deze maand is gebeurd, zal minstens net zo lang worden herinnerd.
Onze republiek viert dit jaar in oktober zijn honderdste verjaardag. De presidents- en parlementsverkiezingen worden in mei gehouden. Natuurlijk heeft de regering deze aardbeving niet veroorzaakt; dat hebben breuklijnen diep in de aarde gedaan. Maar op de verkiezingsdag moeten we besluiten onze macht niet langer te geven aan een partij die er misbruik van maakt en die meer geeft om haar eigen voortbestaan dan om het welzijn van het volk. We moeten denken aan de blote handen van alle reddingswerkers en bewoners die mensen opgraven in het puin van onze steden. Turkije was een bouwplaats. Nu is het een begraafplaats geworden. Ons land verdient beter.
Volgens critici zijn islamistische bewegingen per definitie ondemocratisch. Maar, schrijft The Economist, de politieke islam is geen homogene beweging, en wordt in ieder land óók gevormd door de lokale context.
‘Dood, stervend of achter de tralies.’ Zo omschreef een lid van de Moslimbroederschap in Egypte de situatie van zijn kameraden in wat eens ’s werelds meest vooraanstaande islamistische beweging was. Na de Arabische Lente van 2011 won de Broederschap de eerste vrije verkiezingen in Egypte; begin 2012 was de Broederschap de baas in het land. Maar het leger, geleid door Abdul Fattah al-Sisi en gesteund door massademonstraties, ontzette hen al snel uit de macht. Vier jaar geleden drukte Sisi, de huidige president, de beweging op het Rabaa al-Adawiya-plein de kop in. Vandaag zijn degenen die niet dood zijn en niet achter de tralies zitten gevlucht, of ze houden zich schuil.
Toch boezemt de Broederschap, een internationale beweging die in de regio al vele andere islamistische partijen heeft voortgebracht, Arabische autocraten nog steeds angst in. Kijk alleen al naar de impasse inzake Qatar. Egypte, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein hebben de diplomatieke betrekkingen verbroken met het kleine olierijke sjeikdom en een economische blokkade afgekondigd, en eisen dat het land zijn steun aan de Broederschap intrekt, Al Jazeera, een Broederschap-vriendelijke zender, sluit, en Turkse troepen het land uitzet, omdat Turkije wordt geleid door een op de Broederschap geïnspireerde partij, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP). Ze betogen dat de Broederschap een terroristische organisatie is die de gevestigde orde omver wil gooien.
Het lijdt geen twijfel dat de Broederschap heeft aangezet tot geweld en dat leden ervan aanslagen hebben uitgevoerd, maar of de beweging wezenlijk gewelddadig is valt moeilijker vast te stellen. Hassan al-Banna, die de beweging in 1928 in Ismaïlia in het noordoosten van Egypte heeft gesticht, wilde geleidelijke hervormingen. Said Qutb, een leidend figuur in de Broederschap in de jaren vijftig en zestig, pleitte voor het opnemen van de wapens tegen goddeloze heersers. Het moderne islamisme – waarvan ruwweg de definitie luidt: het streven naar een staat die wordt bestuurd vanuit islamitische principes – heeft zich vanuit deze discussie in allerlei richtingen ontwikkeld.
De huidige beweging omvat uiteenlopende groeperingen zoals Ennahda, een vreedzame Tunesische politieke partij, en Islamitische Staat (IS), een gewelddadige jihadistische groepering, die de Broederschap een afvallige organisatie noemt. De huidige Egyptische Broederschap is gesplitst in een groep die de confrontatietactiek omarmt, onder wie enkelen die geweld goedkeuren, en zij die liever een benadering van verzoening voorstaan.
Erfelijke kalifaten, waarbij de religieuze en de seculiere macht in één persoon waren verenigd, waren langer dan duizend jaar het bestuursmodel voor islamitische staten
De Saoedi’s en de andere landen die Qatar onder druk zetten beweren dat het hele islamisme een stap te ver is. (Hoewel sommige landen uit tactische overwegingen gemene zaak hebben gemaakt met islamisten in de Palestijnse Staat, Jemen en Syrië.) Andere landen – zoals de westerse landen die geen gehoor hebben gegeven aan oproepen om de Broederschap als een terroristische organisatie te brandmerken – vinden dat er onderscheid moet worden gemaakt. Dat is niet zo makkelijk. Als ogenschijnlijk gematigde en democratische islamisten eenmaal gekozen zijn, ontpoppen ze zich vaak als het tegendeel van die kwalificaties en blijkt die democratische gezindheid van zeer tijdelijke aard te zijn geweest. Maar sommige islamisten bedrijven een gematigde en effectieve politiek, en staan zelfs aan het hoofd van een regering.
Islamisten zijn echt niet de enigen die proberen de maatschappij te doordrenken met religie. In India hangt de heersende BJP een specifiek hindoeïstisch nationalisme aan. In Israël streeft een aantal partijen ernaar om van het land meer een echt joodse staat te maken. In Europa zijn er veel christendemocratische partijen die beide onderdelen van die term serieus nemen.
Maar in één opzicht is de islam uniek. Terwijl Mozes een leider zonder land was en Jezus een dissident die door een land ter dood was veroordeeld, was de profeet Mohammed een politiek leider die een staat stichtte, en de heilige schrift van de islam is daar een weerspiegeling van. ‘In de Koran staan in de tekst duidelijke, directe geboden, variërend van de toepassing van hoedoedstraffen (voor vergrijpen zoals diefstal) tot specifieke regels met betrekking tot het erven’, schrijft Shadi Hamid van het Brookings Instituut, een denktank op het gebied van ‘het islamitisch exceptionalisme’. Vandaar dat de Broederschap met trots beweert dat de Koran hun grondwet is.
Maar ook al zegt de Koran specifieke dingen over het erven en andere zaken, het heilige boek blijft vager over hoe je het landsbestuur moet organiseren. In de ene soera wordt Mohammed opgedragen leden van de gemeenschap te raadplegen en in een andere krijgt hij de absolute macht over hen toebedeeld. Onmiddellijk na de dood van de profeet begonnen al de geschillen. Zijn trouwste volgelingen konden niet beslissen of de rol van kalief – de veronderstelde opvolger van Mohammed als leider – nu een gekozen of een erfelijke functie was, een geschil dat uiteindelijk leidde tot het schisma tussen respectievelijk de soennieten en de sjiieten.
Het kalifaat zelf wordt niet voorgeschreven door de Koran. Maar ‘in het traditionele islamitische denken wordt het beschouwd als een intrinsiek onderdeel van de islam, dat onbedoeld het geloof eeuwenlang heeft gepolitiseerd’, schrijft Mustafa Akyol, auteur van Islam without Extremes. Erfelijke kalifaten, waarbij de religieuze en de seculiere macht in één persoon waren verenigd, waren langer dan duizend jaar het bestuursmodel voor islamitische staten.
De ondergang van het Ottomaanse Rijk en de afschaffing van het kalifaat door de republiek Turkije hebben uiteindelijk geleid tot de huidige islamistische beweging. Moslims die waren vernederd door het kolonialisme en het falen van het socialisme en het nationalisme, waarbij binnenlandse autocraten hadden geprobeerd de islam ten eigen voordele te annexeren, verlangden naar een alternatief dat thuishoorde in een wereld van natiestaten en verkiezingen. De Broederschap verschafte hun er een.
Islamisme lite
De democratie stond niet vermeld in Mohammeds richtlijnen, dus Banna keurde die staatsvorm af, net als politieke partijen en zelfs de moderne Arabische staat. Maar hij zag de ontwikkeling naar de islamitische staat als een proces in fasen, en iedere fase vereiste een andere tactiek. Dus islamisten verhulden hun religieuze doel in het begin en namen zelfs deel aan verkiezingen, als dat op de lange termijn hun positie verstevigde. Sommigen van zijn volgelingen accepteerden uiteindelijk de democratie als onderdeel van alle fasen van het proces, maar critici vonden dat de meeste islamisten in wezen antidemocratisch waren en dat nog steeds zijn.
Dat is één manier om naar de AKP en zijn imponerende leider, Recep Tayyip Erdogan, te kijken. Toen Erdogan in 2001 de AKP oprichtte, bleek hij de vertegenwoordiger te zijn van een nieuw soort islamisme, dat door sommigen ‘islamisme-lite’ werd genoemd, en dat zich richtte op vrijheid en de vrije markt. Toen de AKP in 2002 voor het eerst de verkiezingen had gewonnen, voerde de partij democratische hervormingen door, perkte de macht van het leger in en zorgde ervoor dat de mensenrechten beter werden gerespecteerd. Het werd gezien als een hoopvol voorbeeld voor andere islamistische partijen.
Maar geleidelijk trok Erdogan steeds meer macht naar zich toe. De staatsmedia kwamen volledig in zijn handen en critici zette hij uit de regering, het leger en de rechterlijke macht. Liberalere leden van de AKP, zoals Abdullah Gül, een voormalige president, werden aan de kant gezet. Een mislukte coup in juli 2016 leidde tot een algehele zuivering. Tienduizenden vijanden, echte of vermeende, werden gearresteerd, onder wie ook journalisten. Maatschappelijke organisaties werden opgeheven, ambtenaren werden ontslagen, de toegang tot het internet werd deels geblokkeerd. In april kreeg de president na een referendum over de grondwet (waarbij volgens critici was gefraudeerd) nog meer macht.
Turkije is het tweede bewijsstuk voor hen die een zaak voorbereiden tegen schijnbaar gematigde islamisten. Egypte is het eerste bewijsstuk. Mohamed Morsi, de man van de Broederschap die president werd, bleek vanaf het begin tweedracht te zaaien. Aan het eind van het eerste jaar had hij verordonneerd dat hij niet gebonden was aan de rechtstaat. Hij drukte er een grondwet door die bij seculiere politici op veel weerstand stuitte en nam heel veel islamisten op in zijn regering. Tegen de tijd dat het leger een coup pleegde, stond het volk aan de kant van de militairen.
Sommige mensen betogen dat deze resultaten – het succes van de onverdraagzaamheid in Turkije, het falen van de onverdraagzaamheid in Egypte – voorspelbaar waren, onvermijdelijk zelfs. Maar het loont om naar de context te kijken. Voordat de AKP in Turkije ten tonele verscheen, waren al eerder vier islamistische partijen opgeheven ten gevolge van een coup of een gerechtelijk bevel. Toen de AKP aan de macht kwam, bleef die dreiging bestaan. Secularisten in het leger – onderdeel van de deep state, de staat binnen de staat – probeerden in 2007 de verkiezing van de presidentskandidaat van de partij te dwarsbomen. De hoofdaanklager van Turkije beschuldigde de AKP ervan antiseculier te zijn en het scheelde niet veel of hij had de partij verboden. Er volgden een heleboel andere politiek gemotiveerde aanvallen – en toen kwam de couppoging.
In Egypte zag de Broederschap zich geconfronteerd met een vergelijkbare deep state van militairen, rechters en bureaucraten. De politie weigerde op straat te patrouilleren, wat leidde tot een misdaadgolf. Werknemers van benzine- en elektriciteitsmaatschappijen zorgden ervoor dat de stroom uitviel en dat er een tekort aan brandstof was. Rechters die waren aangesteld door Morsi’s voorganger verklaarden de uitslag van een verkiezing ongeldig.
Die uitdagingen zijn geen excuus voor het autoritaire gedrag van Morsi en Erdogan. Maar misschien vormen ze wel een betere verklaring voor dat gedrag dan het veronderstelde onverdraagzame karakter van hun ideologie. ‘Islamistische partijen hebben de neiging zich aan te passen aan hun politieke omgeving’, legt Marc Lynch van The George Washington University uit. De angst dat secularisten zouden proberen hun regering te ondermijnen overtuigde islamisten ervan dat ze zo veel mogelijk macht naar zich toe moesten zien te trekken; het gebrek aan diepgewortelde democratische tradities maakte het er niet beter op. Volgens Akyol ligt het probleem van de AKP niet bij het feit dat de partij te islamistisch is, maar te Turks.
De toename van op de sharia gebaseerde verordeningen is grotendeels het resultaat van lokale politici die in ruil voor stemmen toegaven aan de eisen van conservatieve moslimgroepen
Elders nemen islamistische partijen nog steeds deel aan verkiezingen. De afdelingen van de Broederschap in Jordanië en Koeweit hebben het vorig jaar bij de parlementsverkiezingen na jaren van repressie relatief goed gedaan. Een spin-off van de Broederschap, de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (PJD), heeft de laatste twee parlementsverkiezingen in Marokko gewonnen en leidt de huidige regering. Buiten de regio van de Broederschap zijn islamistische partijen actief in Indonesië, Maleisië en Pakistan. Het idee dat al die partijen Banna’s langetermijnplanning uitvoeren kan niet echt weerlegd worden, maar het is in elk geval ook mogelijk dat het in een omgeving die autoritair leiderschap niet stimuleert, geen noodzakelijke ontwikkeling is. Op bijna alle plekken waar islamisten politiek actief zijn, is er een grens aan hoeveel macht ze kunnen vergaren. De monarch is uiteindelijk de baas in Marokko, Jordanië en Koeweit.
Aan de andere kant hoeven islamisten niet per se nationale verkiezingen te winnen om een onverdraagzame impact te hebben. In Indonesië, een seculiere democratie, is bij de nationale parlementsverkiezingen op geen enkele zuiver religieuze partij meer dan acht procent van de stemmen uitgebracht, ook al is de meerderheid van het land islamitisch. Maar lokaal gekozen islamisten hebben meer dan vierhonderd op het islamitische recht gebaseerde verordeningen uitgevaardigd sinds de regio’s van het land in 1999 meer autonomie hadden gekregen. In de provincie Atjeh is alcohol verboden, bestaan er kledingvoorschriften voor de vrouw en worden overspel en homoseksualiteit bestraft met zweepslagen.
Het misschien wel meest verontrustende blijk van de macht van de islamistische minderheid deed zich voor in april, toen een populaire christelijke ambtsdrager, Basuki Tjahaja Purnama, beter bekend als Ahok, de strijd om het gouverneurschap in Jakarta verloor.
Islamistische aanhangers van zijn opponent, Anies Baswedan, hielden islamitische kiezers voor dat het haram (verboden door de islam) was om op een christen te stemmen. Toen Ahok die bewering met een citaat uit de Koran probeerde te weerleggen, hadden islamisten een filmpje gemaakt waarin het net leek alsof hij het heilige boek beledigde. Hij werd aangeklaagd wegens blasfemie, verloor de verkiezingen en zit nu in de gevangenis.
De situatie in Indonesië laat zien dat democratische processen de macht van een onverdraagzame minderheid kunnen vergroten. Een onderzoek uitgevoerd door het Centre for the Study of Islam and Society, een denktank in Jakarta, toonde aan dat de toename van op de sharia gebaseerde verordeningen grotendeels het resultaat was van lokale politici die in ruil voor stemmen toegaven aan de eisen van conservatieve moslimgroepen.
Steun aan islamistische wetten, ongeacht welke partij die opstelt, is wijdverspreid in islamitische landen. In Egypte laten opiniepeilingen zien dat een meerderheid achter wetten staat die gebaseerd zijn op de sharia, achter straffen uit de Koran en de bevoegdheid van geestelijken om wetten op te stellen. Maar dat is niet echt een kenmerk van de regeringspolitiek van de AKP in Turkije. De partij heeft meer moskeeën gebouwd en religieuze scholen geopend, de verkoop van alcohol aan banden gelegd en het verbod op de hidjab opgeheven. Maar de AKP heeft alcohol niet verboden en geen kledingvoorschriften ingevoerd. Eigenlijk lijkt de partij vaker de islam te gebruiken ten dienste van de politiek dan andersom.
Het is voor liberalen een verontrustende gedachte dat islamisten ook vanuit een minderheid bepalingen kunnen doordrukken. Maar dat is uiteindelijk een gevaar dat alle democratieën bedreigt en dat in een sterke democratie bestreden kan worden. Vandaar de overtuiging van sommige analytici dat verkiezingen en niet het liberalisme het belangrijkst zijn: een onvrije democratie is de voorloper van een vrije democratie. In voorheen autoritaire landen moet democratie de tijd krijgen om te wortelen en sterker te worden. De secularisten die in 2013 hebben geprobeerd de Broederschap uit de macht te ontzetten hebben dergelijke argumenten vaak gehoord. Alles wat Morsi deed, zo luidde het pleidooi, zou in de toekomst door seculierdere regeringen ongedaan gemaakt kunnen worden.
Tunesië
Als je dat serieus neemt, vertrouw je erop dat islamisten verkiezingen zullen houden als ze aan de macht zijn. Het schoolvoorbeeld hiervan is Tunesië. Veel leden van de Ennahda dromen van het stichten van een islamitische staat in het land, met sharia en al. Maar in het algemeen heeft de beweging, die is gesticht en nog steeds wordt geleid door Rashid Al-Ghannushi, zich gematigd opgesteld en een zeldzame bereidheid tot het sluiten van compromissen aan de dag gelegd.
Ennahda had geleden onder tientallen jaren dictatuur van Zine El Abidine Ben Ali, die de beweging had verboden. Toen Ben Ali in 2011 ten val was gebracht, kreeg een partij die door de beweging was opgericht bij de eerste vrije verkiezingen van Tunesië een meerderheid in het parlement. Maar in de regering hadden ze minder succes, de partij wist de bevolking van zich te vervreemden en velen stonden sceptisch tegenover de islamisten. Het deed er ook geen goed aan dat in 2013 ultraconservatieve moslims twee linkse politici vermoordden.
Het verzet tegen de Ennahda-regering mondde uit in heftige demonstraties die het fragiele democratische proces dreigden te verstoren. Maar in plaats van zich in te graven, zoals de Broederschap deed in Egypte, koos Ennahda ervoor om wat terrein prijs te geven (vooral na de coup in Egypte). Bij onderhandelingen over een nieuwe grondwet nam de partij liberale adviezen over, zoals de vrijheid van godsdienst. Ennahda droeg in januari 2014 de macht over aan een regering van technocraten. Ennahda verloor de volgende verkiezingen van Nidaa Tounes, een secularistische partij die speciaal was opgericht om de islamisten te verslaan. Ghannushi sloot meteen een verbond (en vriendschap) met Beji Caid Essebsi, de oprichter van de nieuwe partij. Sindsdien is Nidaa Tounes verdeeld, maar Ennahda heeft haar voordeel als grootste partij in het parlement niet uitgebuit. ‘In deze overgangssituatie hebben we behoefte aan een brede consensus,’ aldus Ghannushi.
Moslimdemocraten
Volgens Ghannushi is Ennahda geen islamistische partij, maar een partij van ‘moslimdemocraten’, vergelijkbaar met Europese christendemocratische partijen. De beweging heeft de politieke partij gesplitst van de religieuze tak, die nu enkel verantwoordelijk is voor dawah (bekeren en prediken). De politici mogen geen toespraken houden in een moskee; geestelijken mogen de partij niet leiden.
‘Ennahda put nog steeds haar inspiratie uit de islam,’ zegt Ghannushi, ‘maar de aanwezigheid van religie in de maatschappij is niet iets waar de staat over beslist of wat de staat regelt.’ Het moet een verschijnsel zijn dat van onderaf komt, en met een gekozen parlement vormt de plaats van religie in het parlement een afspiegeling van de mate waarin deze in de maatschappij een rol speelt. Secularisten en liberalen hebben lange tijd gehoopt dat het merendeel van de islamisten dat pad zouden volgen. In wezen hopen ze dat islamisten, die lang een protestbeweging waren, minder islamistisch worden als ze worden geconfronteerd met de werkelijkheid van de macht. Dat werpt andere vragen op. ‘Als islamistische partijen hun islamisme moeten opgeven zodra ze zijn gekozen (…) dan staat dat haaks op het wezen van de democratie: de idee dat regeringen ontvankelijk zijn voor, of zich ten minste aanpassen aan de wensen van het volk’, schrijft Hamid.
Conservatievere leden van Ennahda zijn niet gelukkig met de weg die de beweging heeft ingeslagen. Anderen twijfelen aan de oprechtheid van Ennahda, omdat ze menen dat angst voor repressie en opstand het belangrijkste motief voor hun matiging is – met andere woorden, dat hun handelen zuiver tactisch is. ‘We krijgen van alle kanten ervan langs,’ aldus Ghannushi.
Net als de ondergang van het islamisme in Egypte wordt de positievere ontwikkeling van het islamisme in Tunesië grotendeels bepaald door de context. Anders dan Egypte en Turkije heeft Tunesië geen sterk en gepolitiseerd leger. En waar de staatsrepressie in het Egypte van voor de revolutie de Broederschap lijkt te hebben verhard, zorgde die in Tunesië ervoor dat leden van Ennahda, die een cel deelden met andere oppositieleiders, een liberaler wereldbeeld ontwikkelden. De unieke uitdagingen waar het islamisme in ieder land mee werd geconfronteerd bepaalden ontegenzeggelijk de ontwikkeling ervan.
Vertaler: Paul Bruijn
The Economist
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180
Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.
Politicoloog Faruk Alpkaya, die kortgeleden bij de universiteit is ontslagen, vreest de onstabiliteit die voor Turkije dreigt als de ja-stem wint.
Wat kunnen we verwachten als in Turkije een presidentieel regime wordt ingevoerd?
Of dat nieuwe regime nu wordt ingevoerd of niet, ik denk dat we twee zeer moeilijke en roerige jaren tegemoet gaan. Niemand kan in de toekomst kijken, maar de economie zal afhankelijk worden van de binnenlandse consumptie. Binnen zes of zeven maanden zullen de mensen in hun dagelijks leven de gevolgen ondervinden van de val van de Turkse lira ten opzichte van de dollar. Bovendien belooft de campagne voor het referendum bijzonder gewelddadig te worden. Het zou absurd zijn te denken dat een machthebber die zelfs geen parlementaire oppositie meer duldt en elke vorm van protest verbiedt zijn burgers vrijelijk hun stem laat uitbrengen.
Afgezien van de politieke polarisering en de economische crisis zal er de komende maanden vermoedelijk een nieuwe omslag komen in het Turkse buitenlandbeleid. Daar kun je vraagtekens bij zetten: gisteren veegde de Turkse regering Moskou de mantel nog uit en nu zijn ze de beste vrienden op de wereld. Behoort de historische wens van Rusland om toegang te krijgen tot de warme zeeën en de Bosporus te controleren tot het grijze verleden, of zullen onze leiders op een dag moeten erkennen dat ze zich in de luren hebben laten leggen?
Ik ben ook van mening dat de Verenigde Staten een periode van ernstige instabiliteit tegemoetgaan
Ik ben ook van mening dat de Verenigde Staten een periode van ernstige instabiliteit tegemoetgaan. De precieze gevolgen van Trumps aanwezigheid in het Witte Huis zijn nu nog niet te overzien. Voeg daar de situatie in Irak nog bij en de jihadistische groeperingen op ons grondgebied die zeer goed georganiseerd zijn, over ruime financiële steun beschikken en bezig zijn zich te bewapenen. Ten slotte is er de alliantie met de ultranationalistische MHP die de AKP in staat stelt ‘de man in de straat’ aan zich te blijven binden.
Als je dat allemaal bij elkaar optelt, zie je dat er ons twee uiterst moeilijke jaren te wachten staan. De AKP kan het zich niet meer permitteren een verkiezing te verliezen. Zodra ze macht verliest, zullen de politieke gevolgen zo ernstig zijn dat de leiders zich op de een of andere manier voor de rechter zullen moeten verantwoorden voor de malversaties waaraan ze zich hebben schuldig gemaakt.
De hervorming van het schoolprogramma door de regering-Erdogan voorziet in meer godsdienstlessen, afschaffing van lessen over de evolutietheorie en minder aandacht voor de daden van Atatürk.
Neem het ministerie van Onderwijs en maak er het ministerie van Islamitisch Onderwijs van. Verwijder iedere verwijzing naar de republiek uit de schoolboeken en herschrijf de geschiedenis van het moderne Turkije van A tot Z. Doof het revolutionaire vuur en neem wraak door de Ottomaanse ster te laten stralen. Steek de loftrompet over de sultans en hemel het kalifaat op. Doe natuurwetenschap en filosofie in de ban, opdat onze kinderen nooit zullen twijfelen, redeneren of vragen stellen. Opdat zij gelovig en gehoorzaam zijn. Opdat zij de deugden van het dogma kennen en niet van de rede. Opdat zij atheïsme gelijkstellen aan satanisme en ongelovigen voor dolende geesten houden. Praat onophoudelijk over de islam en zijn profeet. Bereid hen voor op de jihad en misleid hen door middel van gebed. Laat hen de vlammen van de hel vrezen en verlangen naar de beloften van het paradijs.
Pas dan zal geen kind de vlakte van Cilicië meer verlaten om zich vol hoop in de stad te vestigen, zoals destijds de romanschrijver Yasar Kemal. Pas dan zal het nooit journalist willen worden, of schrijver, of kunstenaar, of een geëngageerd filosoof, een vrije geest die verankerd is in zijn tijd. Pas dan zal geen enkel kind zich meer laven aan deze sfeer en de Turkse taal op een dag verrijken met de mooiste teksten en de mooiste heldendichten. Pas dan zal een schrijfster als Latif Tekin nooit meer het licht zien. Pas dan zal niemand meer vertellen zoals zij, door zich op haar eigen wortels te storten met haar anarchistische verhalen die zelfs schitterend en magisch zijn wanneer ze over armoede gaan. Pas dan zal geen enkel kind zo’n jeugd meer hebben dat het een nieuwe Nuri Bilge Ceylan wordt, die vele buitenlandse prijzen heeft gekregen voor zijn films die zijn gewijd aan het ‘mooie en eenzame’ land dat Turkije is. Geen schrijver als Aziz Nesin, geen dichter als Nazim Hikmet, geen journalist als Ugur Mumcu, geen pianist als Fazil Say.
Denk maar niet dat er een nieuwe Asli Erdogan zal opstaan of een nieuwe Kücük Iskender. Vergeet cartoonisten als Oguz Aral of Yigit Özgür, actrices als Gonca Vuslateri, vrouwelijke rockers als Sebnem Ferah. Vaarwel gemengde rockgroepen. Vaarwel vrouwelijke atleten die volgens internationale normen zijn gekleed. Opdat kunstacademiestudenten blozen bij het zien van hun modellen en onze kinderen, afgestompt door de school, niet eens meer in staat zijn zich een progressieve toekomst voor te stellen, zelfs als geen wet dat verbiedt. Als het zo doorgaat zullen onze kinderen een totaal andere jeugd hebben dan wijzelf. Wij zijn groot geworden met het beeld van de kleine Mustafa Kemal Atatürk met zijn hemelsblauwe ogen die de kraaien achterna zat in een veld. Maar we hebben ook kritisch genoeg leren denken om sarcastisch te doen over dit naïeve pastorale tafereel.
De machthebbers proberen de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd in het keurslijf van hun eigen overtuigingen te dwingen. Voor rede en zelfvertrouwen is geen plaats meer, aan persoonlijke voorkeuren en een kritische geest wordt geen ruimte meer geboden. Onze kinderen zijn als vogels in een kooi, gedoemd om een beperkt repertoire te zingen en met hun vleugels te slaan zonder dat ze ooit een vrije vlucht wordt gegund. Als we de nieuwe schoolprogramma’s mogen geloven, stammen we niet af van de aap. Maar dat we er een dreigen te worden is wel zeker!
Volgens politicoloog Tanil Bora vertoont het regime van de Turkse president Erdogan veel overeenkomsten met dat van andere conservatieve nationalisten als Viktor Orbán en Vladimir Poetin.
Gelooft u, in het licht van de huidige debatten over de grondwetsherziening, dat we na het kemalisme [de ideologie van Atatürk, stichter van het moderne Turkije] nu in het tijdperk van het erdoganisme zijn aangeland?
Het erdoganisme is een concept van westerse politicologen, dat om die reden wordt bekritiseerd en bespot door Turkse conservatieven. Het erdoganisme als ideologie en manier van regeren is gebaseerd op een persoonlijkheidscultus en alleenheerschappij. Het is een concept dat de nadruk legt op de ideologische en intellectuele kneedbaarheid van het regime, in die mate dat alleen de zeggenschap en de willekeur van de machthebber werkelijk van belang zijn. Dit concept stelt ons in staat het huidige Turkse regime te vergelijken met dat van Orbán in Hongarije, Andrzej Duda in Polen of Poetin in Rusland, die evenzeer het product zijn van onze tijd. De meeste van deze leiders zijn conservatieve nationalisten, maar ook ‘sterke mannen’, populisten die de scheiding der machten ter discussie stellen en zich rechtstreeks tot het volk richten door de politieke partijen, de democratische regels en de traditionele reguleringsmechanismen te omzeilen; ze zetten de mechanismen van de representatieve democratie naar hun hand. Ze doen alsof ze hun legitimiteit rechtstreeks aan het volk ontlenen en weigeren de macht te delen, onder het voorwendsel dat de natie ondeelbaar is en de volkssoevereiniteit onvervreemdbaar.
Anders dan autocratische regimes uit de twintigste eeuw handhaven deze regimes een parlement, een burgermaatschappij en een rechtsapparaat, die ze echter wel uitkleden…
Ja. De instituties worden uitgekleed naargelang de omstandigheden. Ze verliezen hun onafhankelijkheid en worden instrumenten van de macht of ontwikkelen zich op zo’n manier dat ze hun naam niet langer waardig zijn. Dat is een zeer hedendaags kwaad. De eenentwintigste eeuw maakt een autoritaire ontwikkeling door die aan het fascisme herinnert. Het erdoganisme is de plaatselijke exponent van deze ontwikkeling.
De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien
Hoe zou u de betrekkingen tussen het erdoganisme en het islamisme definiëren?
Het islamisme speelt deels een rol in deze ratjetoe maar het is niet het enige element. Het erdoganisme steunt op een zeer uitgebreid nationalistisch repertoire dat zich uitstrekt van het onkerkelijke nationalisme tot het racistische nationalisme van extreem rechts. We treffen er ook een neo-Ottomaanse tendens in aan die verband houdt met het islamisme maar daar niet toe kan worden beperkt, evenals de gebruikelijke etatistische, op veiligheid gerichte ideologie die erg pregnant blijft. Maar het islamisme is natuurlijk een belangrijke en structurele factor.
De scheiding der machten wordt opnieuw ter discussie gesteld. Hoe verhoudt het erdoganisme zich tot die scheiding?
Het uiten van kritiek op maatschappij of politiek geldt momenteel in Turkije als een strafbaar feit en een oproep tot separatisme. De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien, als een poging om zout in onze wonden te strooien of de publieke opinie te verdelen. De scheiding der machten wordt als een voorbeeld daarvan gezien. Als je hen mag geloven, betekent alleen het praten over die scheiding al dat je het land verdeelt en het terrorisme in de kaart speelt. De islamistische stroming in Turkije heeft altijd een probleem gehad met de scheiding der machten, maar er zijn twee verschillende tendensen te bespeuren.
De eerste beschouwt de Turkse variant als veel te streng en pleit voor een ‘werkelijke scheiding’ met een universele strekking, geïnspireerd door de Angelsaksische landen waar men veel gematigder en respectvoller oordeelt over godsdiensten. De tweede tendens is van mening dat de scheiding der machten volstrekt onverenigbaar is met de islam. Deze laatste tendens wint terrein in Turkije maar ze heeft nog niet gewonnen. Naar mijn mening zijn beide richtingen vertegenwoordigd in de islamistische beweging en in de gelederen van de AKP. Hun gemeenschappelijke strategie bestaat erin dat ze de manoeuvreerruimte van de onkerkelijken willen beperken, zoals de laatsten hun best hebben gedaan de manoeuvreerruimte van de islamisten te beperken voordat de AKP aan de macht kwam.
Streeft het erdoganisme ernaar een natie op te bouwen?
Natuurlijk. Alle nationalistische ideologieën proberen het volk het beeld op te leggen dat ze van dat volk hebben. Zowel Erdogan als de AKP heeft zijn eigen definitie van het volk, zoals iedereen weet gebaseerd op de praktiserende en conservatieve soennitische meerderheid, die als loyaal wordt gezien en als exponent van het ‘echte land’. Ook de Koerden werden tot op zekere hoogte als een integraal onderdeel van deze meerderheid beschouwd. Tegenwoordig blijven ze stilzwijgend deel uitmaken van het nationale pact, maar worden ze opnieuw gewantrouwd en als een probleem gezien. Kortom, aan de ene kant zou er een werkelijke natie ontstaan, een volk in de meest organische zin van het woord, en aan de andere kant zouden we ‘de anderen’ krijgen, degenen die alleen voor de vorm tot de natie behoren omdat ze daar toevallig staatsburger van zijn. Uitdrukkingen als ‘ons volk’, die op consensus lijken te berusten, hebben in werkelijkheid tot doel een scheiding aan te brengen tussen het ‘echte’ volk en de anderen.
Tanil Bora.
Gaat het erom een vijandbeeld te creëren?
Absoluut. Als je het volk definieert door het tot deze wezenskenmerken terug te brengen, wordt iedereen die niet in de matrijs past gemarginaliseerd. Deze criminalisering houdt verband met dat nieuwe populistische autoritarisme waarover we het eerder hadden. Dat zit in het DNA van het populisme. Het volk en de natie worden teruggebracht tot een formule, tot een identiteitskenmerk. Deze globale identiteitsformule laat geen enkele plaats aan bloedgroepen, aan afkomst, aan alternatieve keuzes. Deze hartstocht voor uniformiteit en homogeniteit verhindert de opkomst van een reëel pluralisme.
Dat doet me denken aan de islamistische leider Necmettin Erbakan, van wie de stichters van de AKP zich afscheidden om hun eigen partij te beginnen. Hij had altijd de mond vol van ‘ons volk’. De nationalisten op rechts wilden hem dwingen duidelijk te maken wat hij daarmee bedoelde en wezen erop dat hij nooit over het ‘Turkse volk’ sprak. In feite probeerde Erbakan onder bedekte termen onmin te zaaien in de moslimgemeenschap.
Wat te denken van de houding van de AKP en Erdogan ten aanzien van het Koerdische probleem? We hebben gezien hoe de AKP bijeenkomsten organiseerde met Koerdische vlaggen en openlijk de term ‘Koerdistan’ gebruikte, maar op andere momenten gewoon ontkende dat er zoiets als een Koerdische kwestie bestond…
Sinds haar ontstaan doet de AKP alsof ze in staat is de Koerdische kwestie te regelen en heeft ze inderdaad blijk gegeven van een gematigdheid en een souplesse die ongekend zijn voor een rechtse Turkse partij. Als we de vraag naar de juistheid en het democratische of antidemocratische karakter even buiten beschouwing laten, moeten we erkennen dat het aanbieden van een islamitische identiteit een bijdrage heeft geleverd aan de oplossing van de Koerdische kwestie. De AKP heeft blijk gegeven van een groot aanpassingsvermogen zonder zich in het islamitische kader te laten opsluiten. Het is een partij die veel kiezers in de Koerdische regio heeft weten aan te spreken. Maar sindsdien heeft er een complete ommekeer plaatsgevonden.
We kunnen ons dus afvragen wat de echte AKP is. Is dat de AKP van voor of van na de ommekeer ten aanzien van de Koerdische kwestie?
Ik zou er een lief ding voor over hebben om in het hoofd te kunnen kijken van al diegenen binnen de AKP die zich voorstander hebben verklaard van een oplossing van de Koerdische kwestie, of dat nu in naam van de islam was of van de democratie. Je zou ze graag over het onderwerp willen horen, maar ze doen er liever het zwijgen toe. Gaat het niet om het belangrijkste probleem in het huidige Turkije? Er is in dit land geen vrijheid van gedachte of publieke opinie meer. Om tal van redenen kunnen deze mensen zich niet langer uitspreken.
Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken
Wat vindt u van de Democratische Volkspartij HDP [een linkse partij die is voortgekomen uit de Koerdische politieke beweging]?
Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken. De leden van de HDP zijn vorig jaar ernstig bekritiseerd omdat ze geen duidelijk standpunt innamen op het moment dat de onenigheden tussen het Turkse leger en de PKK weer begonnen. Ik begrijp die kritiek, maar hun hardnekkige pogingen om de Turkse politiek democratischer te maken ondanks de meedogenloze repressie, de voortdurende beschuldigingen en het isolement waarin ze zijn gedwongen vind ik absoluut opmerkelijk.
En hoe denkt u over de Republikeinse [sociaaldemocratische] Volkspartij CHP? Daar is een probleem bij de partijleiding.
Dat komt vooral doordat de partij het niet eens kan worden over fundamentele problemen. Omdat de CHP zich niet kan losmaken van haar etatistische cultuur, wordt ze in de richting van een bepaalde vorm van conservatisme geduwd. Iedereen op links houdt vast aan zijn eigen militante overtuigingen en heeft daarom moeite een ander publiek aan te spreken. Jullie bij Cumhuriyet weten als geen ander hoe treurig het is gesteld met de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Elk standpunt kan binnen enkele secondes ongeloofwaardig worden gemaakt met een lawine van laster, beledigingen en pogingen tot intimidatie. De mensen staan enorm onder druk en zoeken hun heil bij elkaar. Ze leven van dag tot dag. Maar je kunt geen politiek bedrijven zonder dat je probeert andere bevolkingsgroepen aan te spreken en je thuishonk verlaat om andere terreinen te verkennen.
Wanneer het volk de autoritaire volmacht van president Erdogan legitimeert, betekent dat een afscheid van de Turkse rechtsstaat, aldus intellectueel Ahmet Insel.
In de nieuwe grondwetstekst die de regering op 16 april via een referendum [zie kader beneden] wil laten bekrachtigen, krijgt de president van de republiek drie petten op, die van staatshoofd, die van regeringsleider en die van leider van de meerderheidspartij, zodat er een autocratisch regime zal ontstaan waarin de belangen van de meerderheidspartij en de staat op één hoop worden gegooid. De uitkomst van dit referendum hangt af van de stem van de kiezers van de AKP en haar belangrijkste bondgenoot, de extreemrechtse, anti-Koerdische MHP.
Beseffen deze kiezers wel welke dreiging deze grondwetsherziening inhoudt? Er wordt gediscussieerd over de vraag of die alleen maar afschaffing van het parlementaire stelsel betekent of een verandering van het politieke systeem, maar daar gaat het niet om. Door al onze politieke macht en instellingen in de handen van één man te leggen, Recep Tayyip Erdogan, brengen we niet alleen de politieke en culturele toekomst van ons land in gevaar, maar ook de economische, wat de onzekerheid en instabiliteit die gepaard gaan met een despotisch en arbitrair bewind ernstig zal doen toenemen. Daar kunnen we in de maanden die ons nog scheiden van het referendum niet genoeg op hameren.
Hoe verdedig je de rechtsstaat tegen een man die als leider van de staat en de partij alle macht zou hebben om leden van de hoogste rechtsinstanties te benoemen?
De discussie gaat veel verder dan de intenties of kwaliteiten van de man aan wie we alle teugels van de macht in handen gaan geven. Iedereen, zowel voor- als tegenstanders, zou zijn overgeleverd aan de genade van een regering met steeds meer despotische, gecentraliseerde en arbitraire trekken. Rechtszekerheid en vrijheid zouden op losse schroeven komen te staan. Hoe verdedig je de rechtsstaat tegen een man die als leider van de staat en de partij alle macht zou hebben om leden van de hoogste rechtsinstanties te benoemen? Welke garanties biedt een systeem dat het nationale parlement tot een rompparlement degradeert?
Turkije heeft al heel wat bittere ervaringen opgedaan met extreme machtsconcentraties en de gevolgen daarvan voor de publieke vrijheid, lees de dissidenten, of het nu gaat om de nadagen van een staatsgreep, een eenpartijstaat of een regerende meerderheidspartij. Allemaal formuleren ze hun grieven op grond van hun ideologische voorkeuren, zodat het scenario altijd hetzelfde blijft: een steeds autoritairder regime dat berust op onrechtvaardigheid en onderdrukking. Elke keer wordt alle macht in de handen van één enkele persoon gelegd. Dat deze ontwikkeling de zegen van het volk heeft maakt haar niet minder rampzalig; de tekst die in het referendum wordt voorgelegd is het zoveelste voorbeeld van deze autoritaire ontsporing die onze geschiedenis kenmerkt.
Dat de AKP bij de verkiezingen op 7 juni 2015 haar absolute meerderheid verloor kwam doordat een deel van het electoraat, verontrust door de manier waarop Erdogan de partij naar zijn hand zette en de campagne inzet maakte van de regimeverandering die hij voorstond, liever op een andere partij stemde of zich van stemming onthield. De oproep om te voorkomen dat Erdogan de absolute leider werd vond gehoor. We kennen het vervolg: door vijf maanden later vervroegde verkiezingen uit te schrijven is de AKP erin geslaagd de verloren stemmen terug te winnen.
De huidige situatie in Turkije is veel erger dan die tijdens de lente en zomer van 2015, te meer omdat de noodtoestand de regering de macht geeft rechten en vrijheden naar hartenlust in te perken. Het zal dan ook veel moeilijker zijn om AKP– of MHP-kiezers ervan te overtuigen dat ze tegen de grondwetsherziening moeten stemmen. Op de schouders van de nee-stemmers rust een zware verantwoordelijkheid. Ze moeten de aanhangers van de AKP en de MHP duidelijk maken dat zelfs degenen die in een goed blaadje bij de machthebbers staan onder de overwinning van het ja zullen lijden. Laten we niet bang zijn om een les uit onze gemeenschappelijke geschiedenis te trekken.
Sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog is Turkije altijd bestuurd door een parlementair stelsel. De echte macht berustte bij de premier, de leider van de parlementaire meerderheid. De president had een symbolische rol als hoeder van de instituties. Maar sinds Erdogan, premier van 2003 tot 2014, zich tot president heeft laten verkiezen dringt zijn partij AKP aan op een herziening van dit systeem, zodat het staatshoofd een grotere rol krijgt.
Op 16 april wordt er een referendum gehouden over een tekst waarin een grondwetsherziening wordt voorgesteld. Doel is om het land onder presidentieel bestuur te brengen. Voorstanders van de nieuwe grondwet, die de rol van de premier inperkt en de president de uitvoerende macht geeft, hopen dat daarmee in de toekomst de institutionele impasses worden voorkomen die het land tijdens de coalitieregeringen heeft gekend, met name aan het eind van de jaren negentig. Tegenstanders vrezen dat het plan, waarin de rol van het parlement wordt gemarginaliseerd en de president alle uitvoerende macht krijgt en kan ingrijpen in juridische aangelegenheden, zal uitdraaien op een totalitair regime.
Sinds de mislukte coup in Turkije zijn meer dan 30.000 Turkse leerkrachten geschorst of ontslagen. Maar de onderwijshervorming van regeringspartij AKP begon al veel eerder.
29 oktober zal een zwarte dag blijven voor Erdem G., een vijftiger die lesgaf op een staatsuniversiteit in Istanboel. ‘Ik vernam via de sociale netwerken dat ik ontslagen was. Mijn naam stond op een decreet dat in de officiële staatskrant werd gepubliceerd. Ik werd beschuldigd van het steunen van terroristische organisaties. Mijn diploma’s zijn geconfisqueerd, mijn e-mailadres is gewist, de toegang tot mijn kantoor is me ontzegd.’
Na een carrière van twintig jaar op de universiteit is Erdem nu werkloos, zonder uitkering, zonder paspoort. Zijn vrouw en kinderen hebben ook geen paspoort meer. Universiteitsmedewerkers en hun familie hebben in Turkije recht op een dienstpaspoort, een privilege dat de staat te allen tijde kan intrekken. In de drie weken na de mislukte staatsgreep van 15 juli zijn 74.562 van zulke paspoorten ingetrokken, aldus het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken.
Het intrekken van deze paspoorten berust niet op een rechterlijke beslissing; ze worden door de overheid als ‘vermist’ opgegeven. Tegen het decreet, dat is uitgevaardigd in het kader van de noodtoestand die vijf dagen na de mislukte staatsgreep werd uitgeroepen, is geen beroep mogelijk. ‘Mijn naam staat in rode letters op de website van de regering, ik kan niet meer werken in dit land, noch bij de overheid, noch bij een particuliere werkgever,’ mompelt Erdem.
De docent heeft afgesproken in een park in Istanboel, waar de muren geen oren hebben. Zoals de meeste mensen die ik voor dit onderzoek heb gesproken wil hij niet dat zijn identiteit bekend wordt. ‘Daarin ben ik niet de enige, iedereen is bang.’
‘Dood aan de putschisten!’
De doodsbedreigingen die hij dagelijks via de sociale netwerken ontvangt stellen hem niet bepaald gerust. Waaraan heeft hij zo’n behandeling verdiend? ‘Ik begrijp er niets van, ik vraag het me voortdurend af,’ zegt hij. ‘Ik ben socialist, al heb ik me nooit bij een partij aangesloten. Ik ben actief in een vakbond, ik heb altijd aan stakingen en betogingen meegedaan, maar daarom ben ik nog geen terrorist.’
Zijn misdaad, vermoedt de docent, is dat hij zijn handtekening onder een petitie heeft gezet. In januari hebben meer dan tweeduizend onderzoekers en universitair docenten net als hij een oproep getekend om de vrede te herstellen in het zuidwesten van het land, waar voortdurend confrontaties plaatsvinden tussen het Turkse leger en de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). De represailles lieten niet lang op zich wachten: uitsluiting, disciplinaire sancties, niet-verlengde contracten… Vier universitair docenten zijn enkele weken gevangengezet en daarna weer vrijgelaten in afwachting van hun proces.
Nadat een deel van het leger in de nacht van vrijdag 15 op zaterdag 16 juli had geprobeerd president Recep Tayyip Erdogan af te zetten, hebben de autoriteiten het op de ondertekenaars van deze petitie gemunt. Zo ook op Murat D., een dertiger die filosofie doceerde aan een universiteit in Istanboel, totdat hij op een dag in september ontdekte dat zijn naam op een lijst van ‘handlangers van het terrorisme’ stond die door de officiële staatskrant werd gepubliceerd. Sindsdien is hij werkloos en kan hij het land niet meer uit. Voor zijn vrouw en hun twee minderjarige kinderen geldt hetzelfde, hun paspoorten zijn waardeloos. ‘Wat wij meemaken is gewoon kafkaësk,’ zegt hij.
Ook al werd de verantwoordelijkheid voor de staatsgreep gelegd bij Fethullah Gülen – de naar de VS uitgeweken prediker wiens cemaatbeweging lange tijd de trouwste bondgenoot was van de conservatieve islampartij AKP, die sinds 2002 aan de macht is –, toen de noodtoestand eenmaal was uitgeroepen werden alle beroepsgroepen meedogenloos aangepakt: ambtenaren, militairen, rechters, piloten, artsen, zakenlieden, bestuurders, journalisten. In het begin waren alleen veronderstelde aanhangers van Gülen het doelwit. Het hebben van een rekening bij Bank Asya, de financiële instelling van cemaat in Turkije, was al genoeg om op een lijst met verdachte personen te komen.
De drang om te zuiveren was groot en president Erdogan beloofde de met het Gülen-netwerk gelieerde ondernemingen, charitatieve instellingen en scholen, ‘broeinesten van terrorisme’, genadeloos uit te roeien en hun financieringsbronnen te laten opdrogen. ‘Dood aan de putschisten!’ scandeerden de ontketende menigten die zich in de weken na de couppoging elke avond op de pleinen in de grote steden verzamelden. De ‘martelaren’ (de 246 doden aan loyalistische kant; de 30 doden aan putschistische kant werden niet meegeteld) werden verheerlijkt. Op sommige metrostations in Istanboel hangen nog steeds reusachtige foto’s van hen.
Al heel snel breidden de zuiveringen zich als een olievlek uit. Linkse militanten, verdedigers van de Koerdische zaak, vakbondsmensen en ook kemalisten zitten momenteel gevangen in de fuik. Niemand weet waar deze op hol geslagen locomotief zal stoppen. Sinds 15 juli zijn 37.000 mensen gevangengezet op verdenking van steun aan het terrorisme, terwijl 110.000 werknemers zijn geschorst of ontslagen, onder wie 30.000 leerkrachten. De laatsten zijn niet moeilijk te vervangen: tienduizenden jonge gediplomeerde leerkrachten die tot nu toe geen aanstelling hadden, staan te trappelen.
De prestigieuze openbare scholen in Istanboel, waar de neutrale “witteboordenelite” werd gevormd, moesten toezien hoe hun docentenkorps werd ontmanteld en hun lesmethoden in de ijskast werden gezet
De universiteit is in het gareel gebracht. Sinds 29 oktober worden de rectores magnifici door de president van de republiek benoemd en niet langer gekozen door hun collega’s, zoals sinds 1992 het geval was. Gülay Barbarosoglu, de rectrix van de Bosporus Universiteit, heeft daarvoor de tol al moeten betalen. Nadat ze in juli met 86 procent van de stemmen was herkozen, heeft ze op 12 november het veld moeten ruimen voor Mehmed Özkan, een AKP-getrouwe academicus, die door de president is benoemd.
De mislukte staatsgreep – ‘een godsgeschenk’, aldus president Erdogan – heeft de onderwijshervorming die al ruim voor de nacht van 15 op 16 juli in gang was gezet alleen nog maar versneld. De zuivering betekent een verdere stap in de richting van de ‘culturele revolutie’ die door de Turkse nummer één wordt gewenst.
Op 1 februari 2012 had hij al een pleidooi gehouden voor de Imam Hatip-scholen, waar imams worden opgeleid en waar ook hijzelf is opgeleid, en de zegeningen daarvan voor het onderwijssysteem geroemd. ‘Wij hebben als doel een vrome generatie te kweken,’ had hij verkondigd. Een waar idee-fixe, dat hij in april weer van stal haalde tijdens een ontmoeting met Önder, de vereniging van oud-studenten van imamscholen. ‘Turkije is de hoop van de moslimwereld, en de hoop van Turkije zijn jullie.’
Het gevolg is dat talloze neutrale scholen tot imamscholen zijn omgevormd, ook in Istanboel en Ankara. Toen de AKP in 2002 aan de macht kwam, telden de imamscholen 65.000 leerlingen. Inmiddels zijn het er 1,2 miljoen, aldus Bilal Erdogan, de jongste zoon van de president, die leiding geeft aan Türgev, een stichting die actief is op onderwijsgebied.
Regels aangepast
Om de godsdienstvrijheid te waarborgen heeft president Erdogan de afgelopen jaren de regels voor de scheiding tussen kerk en staat aangepast die in 1923 bij de vorming van de republiek waren ingesteld. Zo heeft zijn regering vrouwen achtereenvolgens toegestaan een islamitische sluier te dragen op de universiteit, daarna in openbare functies, daarna op de middelbare school en zeer onlangs in het leger en bij de politie, wat hem elke keer op kritiek van het neutrale kamp kwam te staan.
In 2014 heeft de meerderheidsvakbond Egitim Bir Sen (pro-AKP) geprobeerd aparte jongens- en meisjesscholen te introduceren, ‘om de veiligheidsproblemen als gevolg van de aantrekkingskracht van het andere geslacht te minimaliseren’. Het voorstel haalde het niet. Desondanks besloot een directeur van een openbare school in het zuiden van het land kortgeleden er gevolg aan te geven. Op 28 oktober vroeg hij de leerkrachten de jongens en meisjes te scheiden. Een week later onthief het ministerie hem uit zijn functie. Zijn militante bezieling ging te ver.
Het in het gareel brengen van de laatste neutrale bastions vergt tact. In 2014 werd een hervorming doorgevoerd op 155 middelbare scholen die tot dan toe bekendstonden als de beste van Turkije. De prestigieuze openbare scholen in Istanboel, waar de neutrale ‘witteboordenelite’ werd gevormd, moesten toezien hoe hun docentenkorps werd ontmanteld en hun lesmethoden in de ijskast werden gezet. Ook de culturele activiteiten moesten plaatsmaken voor de bestudering van de Koran en het leven van Mohammed.
In juni kwamen de scholieren tegen deze hervorming in opstand: ze wilden ‘modern onderwijs’. In Istanboel keerden leerlingen van het Kadiköy Anadolu-lyceum hun directeur demonstratief de rug toe terwijl die van het Galatasaray, het prestigieuze Franstalige lyceum, in verzet kwamen tegen ‘de onderwerping aan de sultan’. Op 370 scholen in heel Turkije heerste ontevredenheid. Daarna zijn hun stemmen verstomd in het tumult van de staatsgreep.
‘Toen de AKP in de oppositie was schreeuwden ze moord en brand omdat een sluier verboden was op de scholen en universiteiten. En wat doen ze nu ze zelf aan de macht zijn? Ze verbieden de rok!’
In het hart van de historische wijk Faith, in het Europese deel van Istanboel, treffen ouders van leerlingen en vakbondsvertegenwoordigers elkaar regelmatig op het terras van een café in de buurt van het Cagaloglu Anadolu-lyceum om de situatie te bespreken. De stemming is bedrukt. Mustafa Turgut, vertegenwoordiger van de links-neutrale minderheidsvakbond Egitim Sen, vertelt: ‘De spanningen begonnen met de komst van de nieuwe directeur, twee jaar geleden. Gevolg: 99 procent van de leerkrachten is overgeplaatst. Ze schuwen geen enkel middel om hun ideologie op te leggen; zelfs de muren van het lyceum zijn volgehangen met religieuze affiches.’
Nilay, wier dochter op het Vefa-lyceum in het Europese deel van Istanboel zit, zegt verbijsterd te zijn door de lessen over ‘de wonderen Gods’ die worden gegeven door de nieuwe geschiedenisleraar. Meral, een moeder van een leerling van het Kadiköy Anadolu-lyceum op de Aziatische oever, merkt op dat alle docenten die in het kader van de hervorming zijn aangesteld ‘de AKP-ideologie delen’, wat nog niet zo erg is ‘als ze wiskunde geven’ maar wel ‘als het gaat om filosofie en literatuur’.
Nieuwe directeur, nieuwe regels. Op het Cagaloglu Anadolu-lyceum mogen meisjes geen rok meer dragen. Ook het dragen van een korte broek tijdens de gymlessen is verboden. Leggings zijn in de ban gedaan omdat ze de lichaamsvormen niet verhullen. Zerha, moeder van een leerling, is gegriefd: ‘Toen de AKP in de oppositie was schreeuwden ze moord en brand omdat een sluier verboden was op de scholen en universiteiten. En wat doen ze nu ze zelf aan de macht zijn? Ze verbieden de rok!’
Wraak van de politieke islam op het neutrale kamp? ‘Dat speelt mee,’ zegt Cayan Calik van de vakbond Egitim Sen, die het autoritaire paternalisme van Erdogan hekelt. Mustafa Turgut op zijn beurt betreurt ‘de veranderde manier van leven’ die neutrale en republikeinse kringen wordt opgelegd. De moslims die aan de macht zijn, voorspelt hij, ‘zullen zich niet beperken tot het onderwijs, ze willen de hele maatschappij veranderen’. Hij weet zeker ‘dat ze daar uiteindelijk in zullen slagen, al zal het een tijdje duren’.
Auteur: Marie Jégo
Vertaler: Peter Bergsma
Marie Jégo is correspondent voor Le Monde in Turkije.
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Mondeeen groot netwerk van correspondenten in stand.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.