Tag: Algerije

  • UFO’s zijn een product van de Koude Oorlog | Watertekorten in Algerije

    UFO’s zijn een product van de Koude Oorlog | Watertekorten in Algerije

    Watertekorten in Algerije

    Verschillende regio’s van Algerije, waaronder de hoofdstad Algiers, kampen al maanden met watertekorten. Door haperende toevoer en rantsoenering neemt de woede toe. De Algerijnse pers zoekt een schuldige.

    De inwoners van de hoofdstad zijn onderworpen aan een strikt distributieschema: sommige wijken krijgen elke dag water van 08.00 uur tot 14.00 uur, andere wijken hebben slechts om de dag toegang tot water gedurende zes of acht uur, aldus de site van TSA Algerie. Bewoners van sommige wijken staan ’s nachts op om water te tanken en op die manier reserves aan te leggen, schrijft de nieuwssite.

    Deze omstandigheden leiden tot woede, schrijft TSA Algeria. Zo blokkeerden inwoners van Bab Ezzouar de weg naar de internationale luchthaven van Algiers uit protest tegen het watertekort dat naar verluidt drie dagen duurde.

    De prijs voor watertanks van 500 liter steeg van 50 naar 80 euro

    De situatie heeft de afgelopen dagen de verkoop van plastic tonnen en watertanks in Algiers doen exploderen, merkt Algeria360 op. Handelaren profiteren door de prijzen te verhogen: de prijs voor tanks van 500 liter steeg van 8.000 naar 13.000 Algerijnse dinars, ofwel van 50 naar 80 euro.

    Cartoonist Hic, van de krant El-Watan, illustreert de crisis met een karikatuur van demonstrerende Algerijnse burgers die gewapend met emmers proberen de oproerpolitie uit te lokken om waterkanonnen te gebruiken. ‘Mik goed deze keer!’ roept een van de demonstranten naar de politie.

    Semi-aride regio

    In een artikel gepubliceerd door de staatskrant L’Expression, noemt de auteur de redenen voor de watercrisis op, nu het land ‘voor de poorten van de zomer’ staat. Hij benadrukt dat Algerije nu eenmaal ‘een semi-aride regio is’ die wordt gekenmerkt door schaarse regenval. Maar hij constateert ook dat de leidingen van het distributienet worden geteisterd door talrijke lekken.

    In een interview met Channel 3, een Franstalig Algerijns publiek radiostation, legt de minister van Watervoorraden, Mustapha Kamel Mihoubi, de schuld met name bij het Franse bedrijf Suez, dat verantwoordelijk is voor het waterbeheer in de hoofdstad. Suez zou ‘zijn verplichtingen niet nakomen’ op het gebied van netwerkonderhoud, aldus de minister.

    Maar TSA Algerie wijst op ‘tekortkomingen van het politieke management’. SEAAL, het bedrijf voor water en sanitaire voorzieningen van Algiers, zou naar verluidt ‘een plan hebben voorgelegd om de situatie aan te pakken, met maatregelen als het rantsoeneren van drinkwater en het verbieden van bepaalde activiteiten door watergebruikers. Maar het bedrijf kreeg geen reactie van de autoriteiten’, aldus TSA.

    Lees ook:


    UFO’s zijn een product van de Koude Oorlog

    Al 75 jaar lang bestuderen de Amerikaanse strijdkrachten rapporten over vreemde luchtverschijnselen, schrijft de Amerikaanse site Foreign Policy. Historisch gezien zijn UFO’s en UAP’s (niet-geïdentificeerde luchtverschijnselen) altijd een integraal onderdeel geweest van oorlogvoering in de lucht, en omdat ze een bron van zorg waren voor de nationale veiligheid van de Verenigde Staten, waren ze onderwerp van onderzoek en studie. Deze onderzoeken gaan nog steeds door en waarnemingen en getuigenissen blijven de Amerikaanse publieke opinie nog steeds bezighouden.

    De betrokkenheid van het Amerikaanse leger bij UFO’s gaat terug tot de zomer van 1947. Toen vond de waarneming die het allemaal in gang zette plaats door piloot Kenneth Arnold, de peetvader van UFO’s. Hij assisteerde bij het zoeken naar een vermist transportvliegtuig boven de Cascade Range in de staat Washington en meldde dat hij negen verschillende objecten boven de bergtoppen had zien cirkelen. Hij beschreef ze als zilver- of metaalachtig, snel en schijnbaar op intelligente wijze bestuurd. Toen hij landde, vertelde hij zijn collega’s erover. Daarna kwam de pers en dat leidde tot een golf van speculaties.

    De vliegende schotels van 1947

    Die gebeurtenis en de erop volgende aandacht, waren niet louter een toevalligheid van de geschiedenis, maar ze waren fundamenteel verbonden met de naoorlogse periode. De moderne UFO bracht elementen samen die kenmerkend waren voor de spanningen van 1947.

    Om te beginnen vertegenwoordigden het idee van vliegende schotels uit 1947 de tot het uiterste doorgevoerde technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen van de Tweede Wereldoorlog. De wereldoorlogen, de Tweede in het bijzonder, hadden geleid tot ongekende vooruitgang in de technologie en de wetenschap rond oorlogsvoering. Het opdoemen van vreemde, potentieel dodelijke objecten in de lucht resoneerde bij het publiek in de nasleep van de V2-aanvallen op Londen en de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.

    1947 markeerde het einde van de vriendschap tussen de oude bondgenoten Washington en Moskou

    1947 was ook een cruciaal jaar in de ontwikkeling van de Koude Oorlog, want het markeerde het einde van de vriendschap tussen de oude bondgenoten Washington en Moskou. Dat werd in maart 1947 verwoord in de Truman-doctrine, die het communisme afschilderde als een bedreiging voor The American way of life die op geopolitiek niveau bestreden moest worden. De Amerikanen zagen zichzelf plotseling tegenover een nieuwe tegenstander geplaatst.

    De bezorgdheid van het Amerikaanse militair-industriële complex over UFO’s is altijd een kwestie van nationale veiligheid geweest. Gezien het huidige tempo van de ontwikkelingen in luchtvaarttechnologie, is het geen wonder dat de Amerikaanse marine, de luchtmacht, het Pentagon en de Amerikaanse inlichtingendiensten ook in de eenentwintigste eeuw waarnemingen van vreemde luchtverschijnselen blijven bestuderen die door personeel worden gemeld. Zeker, het publieke enthousiasme voor UFO’s blijft bestaan, maar ook de strijdkrachten en inlichtingendiensten van de Verenigde Staten zijn nooit opgehouden om UFO’s en UAP’s te beschouwen als een kwestie van nationale veiligheid. In onze huidige wereld van luchtbewaking en oorlogvoering met drones, is het onwaarschijnlijk dat die houding op korte termijn zal veranderen.


    Kus of geen kus, en andere dilemma’s na de versoepelingen

    Nu de coronarestricties geleidelijk worden opgeheven, moeten we ons gaan afvragen: welk gedrag brengt risico’s met zich mee? Hoe uiten we genegenheid? Is het onbeleefd om een omhelzing te weigeren? Paul Taylor, een in Frankrijk gevestigde journalist en redacteur van Politico worstelt in een persoonlijke beschouwing met deze vragen.

    ‘Wanneer is het onbeleefd om een ander niet de wang toe te keren?’

    ‘Na een jaar van door de overheid opgelegde sociale etiquette’, schrijft Taylor, ‘heeft de plotselinge opheffing van veel coronabeperkingen ons in een zenuwslopende periode van onzekerheid gebracht. De overgebleven voorzichtigheid botst nu met de wens om vriendelijk te zijn, of op zijn minst om hoffelijkheid te tonen. Wat is veilig en hoe weten we dat? Welk gebaar van genegenheid komt bij anderen over als harteloze of gevaarlijke dwang? Wanneer is het onbeleefd om een ander niet de wang toe te keren?

    Ik gaf vorige week een vriend een boks tijdens de opening van een kunstgalerie. Hij verhoogde mijn bod door me een uitgestoken hand aan te bieden. Die hand niet schudden zou onhandig of onvriendelijk hebben geleken. Maar ik geef toe dat ik me ongemakkelijk voelde. Moet ik, nu ik twee keer gevaccineerd ben, nog steeds lichamelijk contact vermijden of naar desinfecterende gel grijpen?

    Zenuwslopend

    Wat deze beslissingen zenuwslopend maakt, is wat het navigeren door de pandemie vanaf het begin al zo moeilijk maakte: het gebrek aan zekerheid over de gevaren van infectie of de effectiviteit van tegenmaatregelen. De pandemie lijkt voorlopig af te nemen, maar het is ook mogelijk dat we in de herfst weer te maken krijgen met een vierde golf door een combinatie van roekeloos gedrag, weerzin om afstand te houden, onvoldoende vaccins voor mensen in ontwikkelingslanden en weerstand tegen vaccinatie hier.

    Misschien zijn we te veel gaan vertrouwen op, of gehoorzamen aan, het oordeel van gezondheidsexperts en ministers. Vandaar het gevoel van paniek wanneer we zelf beslissingen moeten nemen. Is het echt veilig om deze week zonder mondkapje naar buiten te gaan, terwijl het vorige week nog een bedreiging voor de volksgezondheid was die bestraft werd met een boete van 135 euro? Is het gevaar echt geweken, of ligt het nog op de loer in nachtclubs en bars, of tijdens het samendrommen voor openbare tv-schermen om de wedstrijden van het EK voetbal te zien?

    ‘Waarom is het veilig om met zes mensen rond een tafel te zitten, maar niet met acht?’

    Restaurantregels zijn al net zo verwarrend. Waarom is het veilig om met zes mensen rond een tafel te zitten, maar niet met acht? Waarom moet je een mondkapje dragen als je binnen naar een tafel wordt geleid, maar niet wanneer je buiten dicht langs tafels op een terras loopt?

    Mijn kapper, laten we haar Magali noemen, is gematigd sceptisch over vaccins. Ze draagt een mondkapje als ze mijn haar knipt, maar vertelde me dat ze weigert zich te laten vaccineren omdat ze niet genoeg weet over de bijwerkingen. Ik vroeg haar of wat bekend is over de symptomen van corona en het risico op overlijden niet opweegt tegen de onzekerheid over de risico’s van de nieuwe vaccins. Ze haalde haar schouders op en zei dat ze zeker wist dat ze het virus niet zou krijgen.

    Als genoeg mensen vaccinatie blijven weigeren, zoals Magali, zijn we allemaal minder veilig. Maar zij zal niet van gedachten veranderen. Zou haar houding de mijne beïnvloeden? Het had gekund, maar het is niet gebeurd.

    In sommige landen beginnen de richtlijnen willekeurig te lijken omdat ze meebewegen met het aantal besmettingen. Een Belgisch vriendin vertelde me bijvoorbeeld dat ze haar geloof verloor toen de limiet voor bijeenkomsten in de buitenlucht werd verhoogd naar tien personen maar daarna snel weer daalde tot vier.

    ‘Geen wonder dat jonge mensen zich gedragen alsof we terug zijn in 2019’

    Geen wonder dat jonge mensen, van wie de overgrote meerderheid niet is ingeënt, niet langer voorzichtig willen zijn en zich gedragen alsof we terug zijn in 2019. Het is alweer zo lang geleden in hun korte leven dat ze niet hebben kunnen feesten, kussen en dansen. Kun je het ze kwalijk nemen?

    Voor mijn generatie, de babyboomers, van in de zestig en ouder, draait de angst iets te missen vooral om niet te kunnen reizen. Het plotselinge stilvallen van onze tweede jeugd doet de drang nog sterker gevoelen om de dromen van ons leven waar te maken. Voor veel mensen komt dat neer op het afwerken van een lijst met bestemmingen, iets wat nu een stuk moeilijker is geworden.

    Natuurlijk is dat niet zo moeilijk als 24 uur per dag vastzitten als legbatterijkippen in een klein appartement, thuiswerkend te midden van kinderen en huisdieren. Maar voor de Europese middenklasse is de vrijheid om grenzen over te kunnen steken fundamenteel en bijna net zo gewoon als het nemen van de metro of de bus. Het recht verliezen om ergens heen te kunnen gaan, veroorzaakt frustraties die grenzen aan depressie.

    Geen zin

    Maar hoezeer ik er ook naar verlang om weer op reis te kunnen gaan, ik heb geen zin om me naar het vliegveld te haasten, urenlang in rijen te moeten staan die nu nog langer zijn door coronatesten en te worstelen met al het papierwerk dat benodigd is om aan boord van een vliegtuig te mogen, met boven dat alles de zware dreiging van een mogelijke quarantaine bij terugkomst.

    ‘Omhelzen of niet omhelzen, dat is de vraag’

    Kijk maar naar de relatie tussen mijn geboorteland, Groot-Brittannië, en Frankrijk, mijn geadopteerde thuis. Het Verenigd Koninkrijk, dat meer coronasterfgevallen per hoofd van de bevolking heeft gehad dan bijna overal elders in Europa, blijft Frankrijk behandelen als een door pest geteisterde gevarenzone. En de Fransen slaan terug nu Groot-Brittannië ondanks massale vaccinaties worstelt met de Delta-variant.

    Volledig gevaccineerde vrienden die deze maand van Frankrijk naar Londen moesten reizen, moesten bijna 1500 euro per stel betalen voor drie sets verplichte testen, en daarna moesten ze nog een week in quarantaine na aankomst in het Verenigd Koninkrijk. Dat maakt reizen tot een straf plus opsluiting, en niet tot een plezier.

    Of ik moet blijven of moet gaan, is op dit moment niet zo’n moeilijke keuze. Maar omhelzen of niet omhelzen, dat is de vraag.’

  • Algerije zucht onder hoge voedselprijzen | Biden: Rusland achter cyberaanval

    Algerije zucht onder hoge voedselprijzen | Biden: Rusland achter cyberaanval

    Algerije zucht onder hoge voedselprijzen

    Half april, aan het begin van de Ramadan, luidde Mustapha Zebdi, voorzitter van de Algerijnse Vereniging voor Consumentenbescherming (Apoce), al de noodklok over de stijgende voedselprijzen in Algerije. ‘In veel opzichten is deze Ramadan een van de moeilijkste in tijden. We bevinden ons nog steeds in een pandemie en in een moeilijke sociaal-economische situatie met een onstabiele markt.’ Zebdi had een vooruitziende blik, zo blijkt uit een bijdrage van columnist Kenza Adil, in TSA, een online nieuwsmedium uit Algerije. ‘We zien een nieuw scenario. Gewoonlijk stijgen de prijzen van groenten en fruit in Algerije aan het begin van de Ramadan en keren ze na de eerste week terug naar normaal niveau. Maar gedurende deze Ramadan heeft de opwaartse trend zich alleen maar voortgezet.’

    Op de markten in hoofdstad Algiers die Adil vorige week bezocht waren de prijzen allesbehalve gedaald. Sterker nog, schrijft Adil, de prijzen grenzen soms aan het onfatsoenlijke. Fruit is onbetaalbaar. Vers aangevoerde kersen worden verkocht voor bedragen tussen de 2.500 en 5.000 Algerijnse dinar (15 tot 30 euro) per kilo. Een kilo lokaal geteelde appels kost 900 dinar (5,50 euro), perziken gaan voor 750 dinar (4,60 euro) en nectarines voor 850 dinar(5,20 euro).

    ‘Mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren’

    De mensen die Adil op de markten spreekt, zijn vol ongeloof: ‘Ondanks alle beloftes van de overheid over prijsbeheersing, zijn de prijzen nog nooit zo absurd hoog geweest,’ zegt een zestigjarige. ‘Kijk nou. Alles is er, maar alleen de rijken kunnen hun manden vullen en mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren. Er is geen genade voor ons, zelfs niet tijdens de heilige maand! Ik kan alleen nog op God vertrouwen, dat is alles!’

    Op alle markten is het verhaal hetzelfde: er is een grote keuze uit groenten en fruit, maar die is onbetaalbaar voor grote lagen van de bevolking. Volgens een verkoper zijn het vooral buitenlanders die zijn producten kopen. ‘Die hebben meer koopkracht.’

    Lees ook:

    Het leed is te lezen in de ogen van de mensen die over de markt dwalen, schrijft Adil. Veel mensen kopen nu slechts zeer kleine hoeveelheden. ‘Vroeger was alleen het vlees te duur. Nu kunnen we onze mand niet eens met groenten vullen,’ zegt een man tegen hem. ‘En wat fruit betreft, zelfs het zogenaamde seizoenfruit is een luxe geworden.’ Een vrouw mengt zich in het gesprek: ‘Over welk fruit heb je het? De bananen die uit Ecuador komen, kosten evenveel als een kilo mispels die hier worden geproduceerd. Dit gaat nergens meer over!’

    ‘Sinds enkele maanden zijn de prijzen van alle consumentenproducten onderhevig aan aanzienlijke inflatie’, schrijft Adil. ‘Met ongekende prijsstijgingen bracht Ramadan de genadeslag toe aan de middelste lagen van de bevolking. Bij gebrek aan controle, gaven handelaren zich over aan hectische speculatie en ze legden hun dictaat op. Zullen deze idiote prijzen nu kalmeren na Ied al-Fitr [het Suikerfeest]?’ Algerijnen zullen na vandaag, als de Ramadan eindigt, antwoord krijgen op die vraag.


    Biden beschuldigt Rusland van cyberaanval

    De Amerikaanse president Joe Biden beschuldigt hackers, ‘gevestigd in Rusland’, van de recente cyberaanval op Amerikaanse pijpleidingen. ‘Op dit moment hebben onze inlichtingendiensten geen bewijs van Russische betrokkenheid’, zei de Amerikaanse president, maar ‘er zijn aanwijzingen dat actoren en eisers van ransomware zich in Rusland bevinden’.

    De federale politie zei eerder in een verklaring dat het Darkside-netwerk verantwoordelijk was voor de aanval vorige week op de netwerken van Colonial Pipeline, een van de grootste Amerikaanse beheerders van pijpleidingen, die bijna de hele oostkust van benzine en diesel voorziet, aldus CNN. Door veel experts wordt de criminele groep Darkside ervan verdacht onder een hoedje te spelen met Moskou.

    Om de infrastructuur te beschermen heeft Colonial Pipeline afgelopen vrijdag alle operaties stopgezet, waardoor de olievoorziening in het noordoosten van het land in gevaar komt. De situatie blijft ‘wisselvallig’, liet het bedrijf maandag weten. Het netwerk zal ‘gefaseerd’ worden heropend, met als doel de meeste activiteiten tegen het einde van de week weer te kunnen hervatten.

    Lees ook:


    Win-winsituatie als Groot-Brittanië de oorlog met Frankrijk verliest

    Columnist Ed Cumming betoogt op humoristische wijze in The Guardian dat Londen hoe dan ook verslagen tevoorschijn zal komen uit de visserij-oorlog met Parijs. Hij vindt dat aanbevelenswaardig.

    ‘Als deze week iets heeft aangetoond’, schrijft Cumming, ‘is het dat oorlog met Frankrijk een van de weinige dingen is die de steun van alle partijen geniet. Brexiteers zijn blij omdat ze vooral hunkeren naar gewapende conflicten met de arrogant frogs [‘frogs’ is de Britse scheldnaam voor Fransen]. Remainers zijn blij omdat ze altijd zeggen dat Brexiteers hunkeren naar een gewapend conflict met de arrogant frogs, en ze hunkeren naar gelijk, ook al strijden ze voor een verloren zaak.

    ‘In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid’

    Behalve dan geld krijgen van de overheid om niet te werken, was het de afgelopen jaren moeilijk om een ander idee te vinden dat door iedereen met zoveel enthousiasme wordt omarmd. In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid.

    Ik heb net zoveel zin in het conflict als ieder ander, tenzij je op het Isle of Wight woont, maar ik ben bang dat onze bewindvoerders niet goed hebben nagedacht over de implicaties. Want er zal maar één winnaar zijn: Frankrijk. Ondanks al het gepraat over overgave door de Fransen, kunnen er geen duidelijkere lessen uit de geschiedenis worden getrokken. Telkens als wij Frankrijk versloegen, in de Napoleontische of Zevenjarige Oorlogen, deden we dat met Duitse hulp. Als we het alleen probeerden te doen, moesten we naar huis rennen met onze bulldogstaartjes tussen de benen; tijdens de Honderdjarige Oorlog, de oorlog van 1778, de Normandische verovering. Ik weet niet zeker of mevrouw Merkel daar op zit te wachten.

    Hoop

    Er zullen enkele vroege momenten van hoop zijn. Onder leiding van Dominic Raab in volledige uitrusting met scheenbeschermers, zal de SAS [de Britse commandotroepen] met parachutes uit hun vliegtuigen springen en onze voorouderlijke drankmagazijnen aan de overkant van het Kanaal in beslag nemen. De burgers van Calais zullen onder dwang les burgers Anglais krijgen die ze in de jaren 90 zo grof hadden durven weigeren [Burger King sloot in 1997 negenendertig restaurants in Frankrijk wegens gebrek aan belangstelling].

    Maar het zal niet lang duren. Na verloop van tijd zal het Vreemdelingenlegioen door Oxford Street marcheren, terwijl hun generaals Mr. Bean-dvd’s en Oasis-albums plunderen uit het rokende wrak van winkelketen HMV. Rowan Atkinson zal uiteindelijk in de stijl van Saddam uit zijn bunker worden gehaald, en worden gedwongen om twintig uur per dag Mr. Bean-sketches op te voeren. De koningin zal worden verbannen naar Balmoral in de nieuwe onafhankelijke vazalstaat Schotland, en worden vervangen door marionet Arsène Wenger als overgangsleider. Als Macron uiteindelijk zijn nieuwe onderkomen aan Downing Street binnenstapt, zal hij meewarig zijn hoofd schudden over de verdorven extravagantie van het aanwezige behang, die laatste ademtocht van de huidige kwaadaardige en corrupte regering.

    Mijn familie is komen aanwaaien in 1066 en ik ben in tweestrijd. Ben ik blij dat we de oorlog met Frankrijk zullen verliezen? Het is moeilijk te zeggen. Volgens hun gewoonte zullen onze nieuwe leiders elke open plek van elk plukje gras ontdoen en het vervangen door dat rare roze grind waar ze zo geobsedeerd door zijn. Eton behoudt zijn naam, maar zal een nieuwe rol krijgen als Ecole Technocratique Nationale.

    Omdat onze vakantiesteden niet langer in staat zullen zijn zich te profileren in patriottische oppositie met hun Franse tegenhangers, zullen ze verlaten worden, met desastreuze gevolgen voor de huizenprijzen. Marmite- en baked beans-fabrieken zullen worden opgeblazen. In plaats van een Byzantijnse dans van samenzwering en interviews, zal de nieuwe serie van Line of Duty een zes uur durende versie worden van geile studenten die door agenten in elkaar worden geslagen. Nu Daft Punk is opgeheven, zal er geen hoofdact voor Glastonbury zijn. Koffie wordt ondrinkbaar en, vreemd genoeg, thee ook.

    ‘Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn’

    Maar het zal niet allemaal zo beroerd zijn. Frankrijk wordt soms omschreven als een paradijs dat wordt bevolkt door mensen die denken dat ze in de hel leven, het tegenovergestelde van Surrey, dus. Er zullen voordelen zijn: een gekookt ontbijt wordt verboden, en worden vervangen door een ontbijt op kamertemperatuur en lunch wordt verplicht. Pret a Manger wordt in beslag genomen door de staat, tijdelijk worden omgedoopt tot Ready to Eat en vervolgens met de grond gelijk gemaakt om anderen een kans te geven. Gekonfijte eend uit blik hoeft niet meer in de kofferbak van gezinsauto’s te worden gesmokkeld, maar zal in elke kiosk verkrijgbaar zijn.

    Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn. De prijs van Greggs worstenbroodjes zal door de staat worden gelimiteerd. Het zal geld kosten om op de snelwegen te rijden, maar ze zullen allemaal in uitstekende staat zijn.

    In plaats van onze politici te berispen voor buitenechtelijke escapades, worden we gedwongen ze te bejubelen en in plaats daarvan zullen we iedereen uitschelden die de fout maakte met hun geliefde te trouwen. Het zal onmogelijk zijn om een baan te krijgen, maar ook om ontslagen te worden. Iedereen zal minder werken, maar op onverklaarbare wijze productiever zijn. Iedereen gaat op 62-jarige leeftijd met pensioen, behalve machinisten die al op 52-jarige leeftijd met pensioen gaan. Alle ouders krijgen toegang tot goedkope kinderopvang. We zullen een volkslied hebben met een herkenbaar deuntje.

    Als we de oorlog met Frankrijk verliezen, is Engeland de winnaar.’

    Lees ook:

  • Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    In Chili was de verhoging van de metrotarieven de lont in het kruitvat. In Libanon was het een WhatsApp-belasting. De regering van Saoedi-Arabië ondernam actie tegen waterpijpen. En in India ging het over uien. Wat de aanleiding ook was, overal gingen gefrustreerde burgers massaal de straat op.

    Dossier De straat op

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl de jongere generatie met moeite het hoofd boven het water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 169 van 360 Magazine, november 2019.

    Overal ter wereld werden kleine geldkwesties de afgelopen maanden [najaar 2019] het brandpunt van volkswoede en gingen gefrustreerde burgers massaal de straat op. De onverwachte betogingen speelden in op de zinderende frustratie over een politieke elite die als onverbeterlijk corrupt of hopeloos onrechtvaardig werd beschouwd, of allebei. Ze volgden op massale demonstraties in Bolivia, Spanje, Irak en Rusland en daarvoor al in Tsjechië, Algerije, Soedan en Kazachstan.

    Op het eerste gezicht is het verband tussen de gestaag toenemende onrust en de talrijke demonstraties vooral tactisch van aard. Als gevolg van constante burgerlijke ongehoorzaamheid in Hongkong werd ook elders de confrontatie gezocht, om volstrekt andere economische of politieke eisen kracht bij te zetten. Toch bespeuren deskundigen een bepaald patroon: een ongewoon luidruchtig protest tegen elites in landen waar democratie een bron van teleurstelling is, waar schaamteloze corruptie heerst en waar een minuscule politieke klasse een luxeleventje leidt, terwijl de jongere generatie moeite heeft om rond te komen.

    iam se7en ceoefxevkha unsplash 2
    Activistische graffiti in New York. – © Unsplash

    ‘Het zijn de jongeren die er genoeg van hebben,’ zegt Ali Soufan, directeur van de Soufan Group, een consultancybureau voor beveiligingsinformatie. ‘Deze nieuwe generatie pikt het in hun ogen corrupte gedrag van de politieke en economisch elite in hun land niet langer. Ze eisen verandering.’

    Maar hoe dramatisch de recente uitbraak van massabetogingen ook lijkt, volgens wetenschappers is het slechts een voortzetting van een trend. Al decennialang gaan samenlevingen steeds vaker de straat op om voor ingrijpende politieke veranderingen te betogen.

    De laatste tijd is het tempo waarin de betogingen elkaar opvolgen sterk opgevoerd door een combinatie van factoren: een stagnerende wereldeconomie, een duizelingwekkende kloof tussen rijk en arm en een toenemende groep jongeren in tal van landen die overloopt van gefrustreerde ambitie. Daar komt bij dat de uitbreiding van de democratie wereldwijd tot stilstand is gekomen, zodat burgers met onwillige regeringen gefrustreerd raken en activisten geen andere mogelijkheid zien dan de straat op te gaan om verandering te eisen.

    Succespercentage

    Maar terwijl het aantal protestbewegingen groeit, keldert het succespercentage ervan. Nog maar twintig jaar geleden had 70 procent van de betogingen voor systematische politieke verandering resultaat, een percentage dat sinds de jaren vijftig gestaag was gestegen, aldus een studie van Erica Chenoweth, politicoloog aan de Harvard-universiteit. Halverwege het eerste decennium van deze eeuw keerde het tij. Succespercentages blijven nu hangen op 30 procent, een afname die Chenoweth ‘onthutsend’ noemt.

    Deze twee trends houden nauw verband met elkaar. Naarmate betogingen frequenter worden maar vaker mislukken, strekken ze zich uit over een langere periode en worden ze steeds feller, steeds zichtbaarder; daarbij zijn mensen steeds vaker geneigd opnieuw de straat op te gaan wanneer hun eisen niet worden ingewilligd. Het resultaat kan een wereld zijn waarin volksopstanden niet langer opvallen en onderdeel van het landschap worden.

    In landen waar verkiezingen bepalend zijn, zoals de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, heeft scepsis over het oude politieke bestel geleid tot stemmenwinst van populisten, nationalisten en tegenstanders van immigratie. En in landen waar de mensen geen stem hebben, wordt massaal gedemonstreerd.

    gettyimages 1180840714
    Leden van het Indian Youth Congress, de jongerenafdeling van de Indian National Congress Party, protesteren op 8 november in New Delhi tegen premier Narendra Modi. – © Indraneel Chowdhury / Getty

    De uiteenlopende blijken van onrust zijn binnen de Verenigde Naties niet onopgemerkt gebleven. Secretaris-generaal António Guterres heeft [half oktober] ter sprake gebracht tijdens een vergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Critici hebben het IMF ervan beschuldigd de economische problemen in landen als Ecuador nog verder aan te jagen door bezuinigingsmaatregelen op te leggen om de staatsschuld te verlichten.

    Volgens sommige deskundigen is de wereldwijde protestgolf te divers om hem onder één noemer te kunnen scharen. Toch hebben de protesten in sommige regio’s vaak overeenkomstige trekken.

    In het Midden-Oosten heeft het tumult tot onvermijdelijke vergelijkingen met de Arabische Lente van 2011 geleid. Maar volgens deskundigen zit er achter de recente protesten een nieuwe generatie die zich minder aantrekt van de oude sektarische of ideologische scheidslijnen. En in plaats van het hoofd van een dictator te eisen, zoals veel Arabieren in 2011 deden, hebben de Libanezen een hele politieke klasse aangeklaagd.

    Veel Arabieren zijn sinds de roerige Arabische Lente beducht voor volksprotesten en geloven hun autoritaire leiders als die waarschuwen dat iedere revolte hun land in net zo’n gewelddadige chaos kan storten als in Libië, Syrië of Jemen.

    Muur van angst

    Maar de recente protestgolven in Libanon, Egypte en Irak – en niet te vergeten de revoltes die aloude dictators in Algerije en Soedan dit jaar de kop hebben gekost – duiden erop dat de muur van angst begint af te brokkelen.

    Zelfs in Saoedi-Arabië, waar openbare betogingen vrijwel ondenkbaar zijn door de dreiging van overheidsrepressie, brak er op sociale media een ongebruikelijke opstand uit vanwege een belasting van 100 procent op rekeningen van restaurants met waterpijpen, oftewel hookahs. ‘Belasting op hookah-restaurants’ werd een trending topic in het koninkrijk. Volgens sommige commentatoren op Twitter druiste de belasting in tegen de wens van de koninklijke familie om het ultraconservatieve imago van Saoedi-Arabië te veranderen.

    De wereldwijde protestgolf is te divers om hem onder één noemer te kunnen scharen

    Al steken de protesten nu sneller de kop op en zijn ze wijdverbreider dan in eerdere decennia, ze zijn ook fragieler. De moeizame mobilisering die volksbewegingen ooit typeerde, was traag maar duurzaam. Via sociale media georganiseerde protesten kunnen sneller opvlammen maar zakken even snel weer in. Ook hebben autoritaire regeringen inmiddels geleerd sociale media in te zetten voor het verspreiden van propaganda, het op de been brengen van sympathisanten of het zaaien van verwarring, aldus Chenoweth.

    En zelfs als er een opwelling van protest is, komt er heel wat meer voor kijken om die te laten uitgroeien tot een massale verzetsbeweging. De huizenhoge uienprijzen in India leidden ertoe dat boeren de snelwegen blokkeerden en kortstondige betogingen hielden. Maar de frustratie heeft zich nog niet ontwikkeld tot massale betogingen, omdat niemand haar in de juiste banen weet te leiden: de Indiase oppositie is een chaos, de politiek wordt gedomineerd door scheidslijnen tussen kasten en religies, en de regering van de hindoenationalistische premier Narendra Modi grijpt voortdurend de dreiging van het naburige Pakistan aan om het publiek af te leiden.  

    Drukmiddel

    Volgens Harvard-politicoloog Erica Chenoweth neemt over de hele wereld het massale protest toe als drukmiddel om verandering mee te eisen of frustratie te ventileren. Ook is te zien dat de kans op succes afneemt. Volgens Chenoweth werd in 2000 nog 70 procent van de eisen ingewilligd; dat percentage is de laatste jaren gezakt naar de huidige 30 procent.

    Ecuador trok een door het IMF ontworpen bezuinigingspakket weer in. In Soedan kregen een miljoen demonstranten het militaire regime op de knieën. In Algerije stapte president Bouteflika op nadat miljoenen mensen zijn vertrek hadden geëist. Naast deze successen leidden protesten in Rusland, Brazilië en Tsjechië nog niet tot verandering.

  • Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie

    Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie


    Algerije kampt met een tekort aan consumeerbare olie

    Terwijl de ramadan over minder dan een maand plaatsvindt, is in Algerije een essentieel ingrediënt bijna niet te vinden in de schappen van de supermarkt: tafelolie. Dit vergroot nog eens de bezorgdheid en onvrede in een land dat toch al door een grote economische crisis gaat, schrijft Tout sur l’Algérie.

    Dagblad El Watan maakte een ‘trip naar de minimarkten’ in het centrum van de hoofdstad: ‘Er waren amper een paar flessen van een of twee liter te koop. De andere assortimenten van het product, met name de blikken van vijf liter, zijn nergens te vinden.’ In het stadje Boumerdes, 45 kilometer ten oosten van Algiers, moest de politie zelfs ingrijpen om orde te scheppen in een chaotische rij.

    Handelaars vs. producenten

    Mustapha Zebdi, voorzitter van de vereniging voor de bescherming en begeleiding van consumenten, vertrouwt Tout sur l’Algerie toe: ‘Uit officiële bron heb ik vernomen dat er op nationaal grondgebied nog 134.000 ton aan grondstoffen zijn, wat overeenkomt met drie maanden productie en consumptie van eetbare olie.’

    Vanwaar dan al die lege schappen? Aan de basis van het probleem ligt een patstelling tussen handelaren en producenten, legt El Watan uit. De productiekosten zijn erg gestegen, waardoor de verkoopprijs voor de handelaren de afgelopen weken omhoogschoot. Maar ze kunnen deze niet doorrekenen aan kopers, omdat de prijzen door de overheid worden gecontroleerd. Daarom kopen ze het product liever helemaal niet. 

    Lees ook:

    Tot het prijsplafond voor tafelolie werd in 2011 besloten, na ‘sociale onrust’, aldus El Watan. De Algerijnse minister van Financiën Aymen Benabderrahmane blijft het beleid van zijn land op dit gebied verdedigen. Ook geeft hij aan dat de nationale munteenheid niet in een situatie van ineenstorting verkeert ‘zoals sommigen vermoeden’, meldt de krant Liberté Algerije.

    Maar zijn uitspraken stellen niet gerust. De waardevermindering van de Algerijnse dinar leidt tot een ‘duidelijke erosie’ van de koopkracht, volgens nieuwssite ObservAlgérie. De krant Reporters beaamt dit en stelt dat ‘het jaar 2020 pijnlijk zal zijn geweest voor kleine en middelgrote beurzen’ en dat ‘de versnelling van de erosie van de koopkracht en de verarming van de kansarme lagen geen twijfel leiden’.


    De zingende meisjes van Afghanistan

    Het Afghaanse ministerie van Onderwijs lijkt terug te komen op een besluit om een ​​landelijk zangverbod voor schoolmeisjes op te leggen.

    In een brief aan schoolbesturen vorige week, die naar de media werd gelekt, zei de onderwijsafdeling van Kaboel dat meisjes van twaalf jaar en ouder niet langer zouden kunnen zingen bij openbare evenementen, tenzij de evenementen alleen door vrouwen werden bijgewoond. In de brief stond ook dat meisjes niet konden worden opgeleid door een mannelijke muziekleraar.

    De reden voor het besluit was dat studenten zo konden focussen op hun studie. Maar de aankondiging veroorzaakte wijdverbreide verontwaardiging, waarbij velen de regering ervan beschuldigden sympathie te hebben voor de taliban en discriminatie op grond van geslacht te bevorderen, schrijft The Guardian.

    Uit protest namen vrouwen uit het hele land, waaronder veel prominente Afghaanse leiders, video’s op waarin ze zongen en plaatsten deze op sociale media met de hashtag #IAmMySong.

    ‘Met prachtige resultaten’, aldus de site FranceInter. Zoals dit nummer dat over Afghanistan gaat en op Twitter is gepost door de broer van dit jonge meisje genaamd Nila, die dertien jaar oud is en aan het einde van het nummer benoemt hoe onzinnig de nieuwe regel is en over vrijheid spreekt.

    https://twitter.com/MurtazaIbrahimi/status/1370769708924944385

    ‘De meisjes hebben dus gewonnen’, aldus de site. ‘Maar het is een ambivalente overwinning. De vraag is waarom de stad Kaboel zich op dit gebied waagde? Het antwoord is tragisch: omdat momenteel onderhandelingen met de taliban plaatsvinden onder auspiciën van de Verenigde Staten.’

    Het idee is om een ​​eenheidsregering te creëren tussen de taliban en de huidige autoriteiten. Weliswaar dus een tijdelijke regering, maar sommigen zien het de verkeerde kant opgaan en ‘zenden radicale signalen naar toekomstige leiders van het land’.

    Lees ook:

    Ondertussen worden veel meisjes ook door hun eigen familie bedreigd of gevraagd om met de campagne te stoppen. Maram Abdallah, achttien, een pianiste die op het punt staat af te studeren aan het Afghaanse Nationale Muziek Instituut, vertelt bijvoorbeeld aan The Guardian: ‘Ik ben opgegroeid in Egypte, waar mijn ouders naar de universiteit gingen en ik begon met pianospelen toen ik vijf jaar oud was, maar toen we terugkeerden naar Afghanistan mocht ik er van mijn vader niet mee doorgaan.’ Abdallah’s vader noemde druk vanuit de samenleving als reden voor zijn verbod.

    Ahmad Sarmast, de oprichter van muziekinstituut, die de #IAmMySong-campagne begon, noemt het decreet ‘niet alleen een schending van de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en een ontneming van de genezende kracht van muziek, maar ook een schending van de Afghaanse grondwet, kinderbeschermingswetten en de internationale conventie voor kinderrechten’.


    Svetlana Tichanovskaja blaast het protest in Belarus nieuw leven in

    In een video die op 18 maart op YouTube is gepost, lanceert Svetlana Tichanovskaja een nieuw initiatief: de voormalige Belarussische presidentskandidaat van augustus 2020, nu in ballingschap, roept haar landgenoten op om deel te nemen aan een soort online referendum over de noodzaak om onderhandelingen te beginnen met president Aleksander Loekasjenka: ‘Ieder van jullie weet dat het land door een crisis gaat. Maar we kunnen het op een vreedzame manier regelen door middel van onderhandelingen onder leiding van internationale instanties.’

    De VN en de OVSE hebben hun akkoord al gegeven. Nog dezelfde dag spraken 500.000 mensen zich uit voor dergelijke onderhandelingen op het Belarussische platform Golos (Voice). Op 24 maart om 12.00 uur hadden meer dan 700.000 burgers zich uitgesproken voor het initiatief.

    De onafhankelijke Belarussische site Intex-press legt uit dat de stemming ‘de burgers een gevoel van steun en solidariteit moet geven’, en dat het niet is georganiseerd om straatacties te vervangen, maar om ‘te zien met hoevelen we zijn’. Voor Svetlana Tichanovskaja is het doel van deze stemming vooral om ‘zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld’ en om ‘degenen die de afgelopen maanden om politieke redenen zijn gearresteerd, vrij te laten’.

    Lees ook:

    De oppositie zet erop in dat tegen mei of al eerder Alexander Loekasjenka onder internationale en binnenlandse druk ‘verplicht zal zijn een dialoog aan te gaan’. Externe druk zal volgens Tichanovskaja de vorm aannemen van ‘nieuwe sancties, de vermindering van contracten met Belarussische overheidsbedrijven, het politieke isolement van Loekasjenka, de opschorting van westerse financiering voor verschillende programma’s en investeringsprojecten’.

    Het uiteindelijke doel van de oppositie is om voor het einde van het jaar nieuwe presidentsverkiezingen te houden. Als de Belarussische regering de dialoog weigert, overweegt het Tichanovskaja-team zes scenario’s, meldt de site, waaronder die van een ‘externe interventie’.

    Het Russische dagblad Nezavissimaïa Gazeta herinnert eraan dat de repressie sinds augustus 2020 niet is gestopt, en dat het protest deze winter aanzienlijk is afgenomen. De kou, het politiegeweld, de gerechtelijke procedures, maar ook de pandemie, ‘waarvan men zich de omvang alleen maar kan voorstellen, omdat de autoriteiten er niet over spreken en er geen beperkingen zijn opgelegd’, hebben het moreel beïnvloed.

    Het Tichanovskaja-initiatief werd op het juiste moment gelanceerd om de bevolking aan te moedigen actief deel te nemen aan de volgende protestactie, gepland op 25 maart. Deze ‘Vrijheidsdag’ is de verjaardag van de oprichting van de Volksrepubliek Belarus in 1918, die meestal alleen wordt gevierd door de nationalistische democratische oppositie. Voor Loekasjenka komt de nationale feestdag overeen met de dag van de afkondiging van de onafhankelijkheid van het land van de USSR op 25 augustus 1991.

    In het hele land kondigden de oppositie en lokale activisten massale protesten tegen de autoriteiten aan voor 25 maart. Zoals te verwachten was, kregen ze hiervoor geen toestemming. ‘De acties van 25 maart zullen dus illegaal zijn, wat een gewelddadig scenario voorspelt’, vreest het Russische dagblad.

  • Algerije censureert internetmedia | Denemarken stopt per 2050 met olie en gas

    Algerije censureert internetmedia | Denemarken stopt per 2050 met olie en gas

    Vorige week werden in Algerije opnieuw verschillende nieuwssites gecensureerd. Nu het hardhandig optreden tegen journalisten de laatste maanden gestaag is toegenomen, zoeken Algerijnen naar andere manieren om onafhankelijke nieuwsites te raadplegen.

    De nieuwssite Observ’Algérie schrijft dat het land te maken heeft met een nieuwe golf van censuur, waarbij onafhankelijke online media het doelwit zijn van het regime. Het journalistieke platform Twala, dat onlangs door een groep journalisten is opgezet, werd zonder enige vorm van uitleg en zonder proces door de autoriteiten gecensureerd. Daarover zegt Twala in een verklaring: ‘Wij spreken ons krachtig uit tegen de arbitraire censuur die de afgelopen jaren verschillende Algerijnse media heeft geraakt. Het is een aanslag op de persvrijheid en op de vrijheid van informatie in Algerije.’

    Het zijn niet alleen pas opgerichte media die het slachtoffer zijn van de Algerijnse repressie. Nadat journalist Khaled Drareni (zie afbeelding) afgelopen augustus tot drie jaar gevangenisstraf werd veroordeeld voor ‘het aanzetten tot een ongewapende opstand en het ondermijnen van de nationale eenheid’, heeft het regime zijn greep nog verder verscherpt door de door hem in 2017 opgerichte website, Casbah Tribune, te blokkeren. Drareni leverde kritiek op de regering en berichtte bijvoorbeeld openlijk over de keren dat hij werd meegenomen voor verhoor.

    ‘Trieste dag’

    ‘Het is een trieste dag’, schreef het Algerijnse dagblad Liberté in augustus. ‘Door Khaled Drareni te veroordelen (…) heeft de regering zojuist op de meest brute wijze afstand gedaan van elke aanspraak op rechtvaardigheid en vrijheid.’

    Nadat Abdelaziz Bouteflika in 2019 aftrad als president, hoopten veel Algerijnse journalisten op een einde aan de mediarepressie. Maar zijn opvolger, voormalig eerste minister Abdelmadjid Tebboune, zette het beleid van Bouteflika, die al sinds 1991 aan de macht was, voort.

    Sinds het aantreden van Tebboune heeft de regering de toegang tot de sites als Observ’Algérie, Maghreb Émergent en Radio M afgesloten. Maar in het tijdperk van VPN, de vaak gratis tool waarmee gebruikers hun IP-adres kunnen wijzigen, lijkt de censuur een farce. Afgelopen juli rapporteerde Observ’Algérie een toename van het aantal bezoekers op haar site.

    Algerijnse journalisten en lezers hebben dus inmiddels geleerd om de censuur te omzeilen, aldus Twala. Maar de censuur heeft wel degelijk gevolgen voor de mate waarin een groot deel van de burgers toegang heeft tot informatie. Zolang er barrières zijn om bepaalde onafhankelijke nieuwssites te bezoeken, is er geen sprake van vrijheid van informatie.

    Zal olie- en gaswinning in Denemarken stoppen?

    De Deense regering en het parlement hebben een akkoord ondertekend dat het einde van de olie- en gasexploitatie in 2050 betekent. De Deense pers reageert overwegend positief op het akkoord, hoewel sommige commentatoren het besluit vooral zien als symboolpolitiek.

    De Deense regering kondigde op donderdag 3 december aan dat zij met het parlement een akkoord had bereikt over het stopzetten van de oliewinning in de Noordzee vanaf 2050. De regering presenteerde dit voornemen als een doorbraak op het gebied van klimaatbeleid, te meer nu Denemarken op 1 januari 2021, wanneer brexit van kracht gaat, de grootste producent van aardgas en aardolie van de EU zal worden.

    ‘Dit is een historisch besluit dat het in overeenstemming is met onze wens om tegen 2050 CO2-neutraal te zijn,’ aldus klimaatminister Dan Jørgensen tijdens de persconferentie na afloop, geciteerd door Information.

    Voor het eerst sinds de Klimaatwet zijn we oprecht trots op het vermogen van de regering

    Het dagblad deelt deze mening en is ervan overtuigd dat dit besluit andere landen zal inspireren het voorbeeld van Denemarken te volgen. Zelfs Greenpeace zegt tegen de krant optimistisch te zijn: ‘Het kan over de hele wereld een domino-effect in gang zetten en groot respect afdwingen. Voor het eerst sinds de Klimaatwet zijn we oprecht trots op het vermogen van de regering en het parlement om internationale verantwoordelijkheid te nemen in de strijd tegen klimaatverandering.’

    Deze beslissing zal een flinke kostenpost vormen, schrijft Information. Sinds 1972 is meer dan 500 miljard DKK (55 miljard euro) verdiend met de exploitatie van aardolie en -gas. Door hiermee te stoppen laat Denemarken zo’n 13 miljard Deense kronen liggen en zullen 4000 mensen hun baan verliezen.

    ‘Omgekeerd heeft Denemarken nu 30 jaar om zich aan te passen aan nieuwe groene kansen, die andere inkomsten voor de staat kunnen creëren,’ zegt Sebastian Mernild, hoogleraar klimaatverandering, tegen de krant.

    Symbolische waarde

    Maar Politiken is sceptisch over het akkoord. Volgens de burgemeester van Esjberg, de stad met de belangrijkste haven van Denemarken, zal de olie- en gaswinning hiermee niet stoppen. Na 2050 kunnen de in de stad aanwezige olie- en gasbedrijven op basis van de bestaande vergunningen hun activiteiten gewoon voortzetten.

    Het akkoord heeft ‘een klein effect op het klimaat, maar een grote symbolische waarde’, aldus het conservatieve dagblad Berlingske. ‘Het concrete effect op het klimaat wordt nergens in het akkoord vermeld’, stelt de krant. Voorafgaand aan de onderhandelingen was er een advies uitgebracht door de onafhankelijke Klimaatraad. Conclusie: het effect op het milieu van het stoppen van de olie- en gaswinning op de Noordzee zou slechts ‘een licht positief effect hebben op het klimaat’. Het dagblad schrijft dat het aandeel van Denemarken in de wereldwijde olieproductie maar 0,1 procent bedraagt. De Verenigde Staten nemen ter vergelijking 15 procent voor hun rekening en Saoedi-Arabië is goed voor 12,9 procent.

  • Verenigde couscousnaties

    Verenigde couscousnaties

    De Maghreblanden Algerije, Marokko en Tunesië kibbelen doorgaans over alles. Maar in een zeldzame opwelling van eensgezindheid willen ze nu couscous laten bijschrijven op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

    De verstandhouding tussen de landen van de Maghreb laat van oudsher te wensen over, met name het eeuwige, door de pers doorgaans breed uitgemeten gekibbel tussen Algerije en Marokko. Zou de erkenning van couscous als gezamenlijk erfgoed de broodnodige verbroedering teweeg kunnen brengen?

    Slimane Hachi, directeur van het Algerijnse Centre National de Recherches Préhistoriques, Anthropologiques et Historiques (CNRPAH), kondigde onlangs aan dat er een aanvraag is ingediend om het traditionele Noord-Afrikaanse gerecht te erkennen als werelderfgoed. Bijzonder is dat het een gemeenschappelijk initiatief betreft van de drie Maghreb-landen. Experts uit deze landen zullen dit voorjaar bijeenkomen.

    Dat klinkt onschuldig, maar in werkelijkheid ligt de zaak gevoelig. De drie landen eisen ieder voor zich de oorsprong op van het gerecht, dat bestaat uit harde tarwe met groenten, specerijen, vlees of vis, bereid met olijfolie (of boter). De verhoudingen tussen de Algerijnen en Marokkanen zijn al heel lang ernstig vertroebeld door het conflict rond de Westelijke Sahara, en dat werkt door op politiek, diplomatiek, militair en cultureel niveau.

    Couscous markeert is de grens die graan- en rijsteters scheidt

    Tunesië heeft zich altijd ‘positief neutraal’ opgesteld als het om de Westelijke Sahara gaat, en dat lijkt het nu ook te doen ten aanzien van couscous. Het laat liefhebbers van beide landen rustig op internet bakkeleien over wat er beter is aan hun eigen versie van de beroemde Noord-Afrikaanse specialiteit. Eén aspect is gelukkig onomstreden: couscous geeft de onzichtbare culinaire grens aan tussen de Maghreb, het westelijke deel van de Arabische wereld, en de Mashreq, de Arabische landen ten oosten van de Middellandse Zee minus de Golfstaten. Het is de grens die graan- en rijsteters scheidt.

    Slimane Hachi speelt op veilig door deze cultuur van het graan te benadrukken, die immers voor heel Noord-Afrika geldt. Voor Ouiza Gallèze, onderzoekster bij het CNRPAH, betekent een en ander ‘een erkenning van de sterke banden tussen mensen, en een wijze om deze te bevestigen, in die zin dat zij dezelfde tradities koesteren door middel van dezelfde culinaire uitingen. Zoals elke cultuuruiting, is couscous een middel om mensen nader tot elkaar te brengen.’


    Ouiza Gallèze zit niet verlegen om hyperbolen wanneer zij de lof zingt van de korrel van harde tarwe. In haar ogen is couscous ‘wijder verbreid dan aardolie, reikt het over landsgrenzen en geniet het internationale erkenning, aangezien het op alle vijf de continenten aanwezig is’. De eisen van de UNESCO, zo zet zij verder uiteen, ‘houden in dat gemeenschappen het gevoel moeten hebben dat het cultuurelement hun toebehoort’ – en couscous is ‘een onderdeel van de culturele identiteit, symboliseert een offer en grote gebeurtenissen – vreugdevolle of tragische – in het familie- en gemeenschapsleven markeert’.

    Of de betrokken staten hieruit ook economisch voordeel kunnen putten? Dat is volgens haar een kwestie van ‘politieke wil’. Daarnaast merkt zij op dat couscous in Algerije als toeristisch product aangeprezen kan worden.

    Heilig karakter

    Het andere dossier dat Algiers aan de experts van UNESCO wil voorleggen, betreft de raï, een erfgoed waarvoor ook de Marokkaanse buur zich sterk maakt omdat deze muziekstroming afkomstig zou zijn uit de Marokkaanse stad Oujda, net over de grens met Algerije. De onenigheid hierover komt nogal nutteloos over, aangezien het etiket ‘immaterieel erfgoed’ tegenwoordig van iedere betekenis is ontdaan. Oorspronkelijk was het in het leven geroepen om erfgoed dat dreigde te verdwijnen onder de aandacht te brengen, maar deze doelstelling is al snel weggevaagd door het enorme aantal aanvragen. China alleen al zou 200.000 projecten op het oog hebben – een veertigtal aanvragen is reeds ingediend.

    In bijzondere gevallen, zoals Palestina, hebben deze aanvragen enige waarde als cultureel verzet tegen een vreemde entiteit die zich specifieke eigendommen toe-eigent. In andere gevallen lijkt er sprake te zijn van politieke exploitatie. Neem de aanvraag (in november 2010, na een debat over het risico dat het keurmerk van de UNESCO voor commerciële doeleinden wordt misbruikt) voor ‘de kunst van de gastronomische Franse maaltijd’. Daarmee werd het startsein gegeven voor een groot aantal culinaire kandidaturen wereldwijd.

    Wat ons betreft heeft de roem van couscous geen label van de VN nodig. Wat er ook gebeurt, het heilige karakter ervan blijft onaangetast.

    Auteur: Amel Blidi
    Vertaler: Carl Stellweg

    Openingsbeeld: Het gezamenlijk eten van couscous markeert belangrijke gebeurtenissen. – © Getty Images

    El Watan
    Algerije | dagblad | oplage 160.000

    In 1990 is ‘Het Land’ opgericht door journalisten die van de officiële staatskrant afkomstig waren. Directeur Omar Belhouchet heeft in het buitenland verscheidene prijzen voor journalistiek en persvrijheid ontvangen. De weekendeditie verschijnt iedere vrijdag.

  • Afwezige overheid? Dan doen de Algerijnen het zelf wel

    Afwezige overheid? Dan doen de Algerijnen het zelf wel

    Omdat de Algerijnse overheid het laat afweten, zijn zeven dorpen in het noordelijke provincie Kabylië overgegaan tot zelfbestuur. De afgelopen jaren werden al tal van voorzieningen gerealiseerd, zoals stromend water en afvalrecycling. De volgende stap is een museum om toeristen te trekken.

    ‘De staat is afwezig in onze dorpen. Ze denken pas aan ons als ze de politie hiernaartoe sturen om ons de oproepen voor militaire dienst te bezorgen.’ Wie de moeite neemt om door dit deel van Kabylië te trekken, zal vast getroffen worden door de woeste schoonheid van de streek, maar niet alleen daardoor. Afgelopen mei werd in de provincie het project Ayla Tmurt [rijkdom en grondstoffen] gelanceerd: een regionaal plan om zeven dorpen gezamenlijk te ontwikkelen. Het idee is om solidair te zijn en elkaar zo veel mogelijk te helpen: alle voorzieningen worden onderling gedeeld, ook binnen de dorpen zelf.

    Dat is hard nodig, want zowel ’s zomers als ’s winters hebben de bewoners van de dorpen veel te lijden. In de zomer is het stikheet in het gebied, terwijl de winters juist hard zijn. Het is bitterkoud en er valt vaak meer dan een meter sneeuw. De meeste van deze dorpen zijn moeilijk bereikbaar, niet alleen ’s winters. Maar de streekbewoners hebben wel wat anders om over te klagen dan de slechte wegen. ‘De meeste van onze dorpen zijn voor hun lokale ontwikkeling volledig op zichzelf aangewezen. We moeten zelf maar zien hoe we, met onze beperkte middelen, overleven in dit geïsoleerde, bergachtige gebied,’ vertelt een zestigjarige aan de rand van het dorp Iguersafène in de gemeente Idjer (een van de zeven gemeenten die bij het plan betrokken zijn). De dorpelingen hebben er hun eigen bestuur opgezet. Het dorpscomité, Tajmaât, zit overal bovenop en is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het dorp. Dit systeem van zelfbestuur functioneert goed; de bewoners hebben, met hulp van émigrés in Frankrijk, alle projecten zelf gefinancierd.

    Brandschoon

    Het dorp oogt brandschoon, je zult hier niet snel een peuk op straat aantreffen. Niet verwonderlijk trouwens: overal in het dorp staan borden om de voorbijganger eraan te helpen herinneren zich om zijn omgeving te bekommeren. Sinds 2012 betaalt elk huishouden een door het dorpscomité vastgestelde milieubelasting van 400 Algerijnse dinar [1000 dinar is 8,64 euro] per jaar. Ook wordt er goed op gelet dat iedereen zijn afval scheidt. Her en der op straat staan afvalcontainers in verschillende kleuren, elk voor een bepaald type afval.
    Organisch afval, glas en plastic worden in een speciaal met dit doel ingerichte centrale verder verwerkt. Het plastic afval wordt verkocht aan een recyclingbedrijf, wat het comité weer wat extra inkomsten oplevert. Het organisch afval wordt op een centraal punt buiten het dorp samengeperst en als compost verzameld. Voor het vervoer ervan is een tractor aangeschaft; de jongeman die hem rijdt krijgt 25.000 dinar per maand.

    ‘We geven wel 8 miljoen dinar per jaar uit. Al deze projecten financieren we zelf. Elk gezin draagt zo’n 800 dinar per jaar bij en oud-dorpsbewoners in het buitenland maken 60 euro over,’ vertelt voormalig wiskundeleraar en fabrieksdirecteur Arezki Messaoudène, nu voorzitter van het dorpscomité van Iguersafène. In het dorp wonen momenteel 4500 mensen, wat het de grootste agglomeratie van de gemeente Idjer maakt. In de afgelopen jaren is er in Iguersafène een levendige artistieke cultuur in de openlucht ontstaan, vooral nadat het dorp in 2014 de twaalfde editie van het festival Raconte-Arts organiseerde.

    ‘Bij ons zijn zelfbestuur en zelfvoorzienendheid een cultuur geworden. Aangezien er geen hulp van de overheid komt, doen we het maar zelf. Maar dat is al heel lang zo, eigenlijk al sinds de onafhankelijkheid,’ vertelt de voorzitter. In 1957 wilden 65 dorpelingen zich met wapens en munitie bij het verzetsleger ALN aansluiten, en ze besloten daarom dienst te nemen in het koloniale leger. Zodra zij onder de wapenen waren, organiseerden ze een collectieve ontsnapping naar het hoofdkwartier van kolonel Amirouche. Als represaille maakte het Franse leger het hele dorp met de grond gelijk.

    Na de onafhankelijkheid beschikte de staat nauwelijks over middelen, dus de dorpelingen moesten zelf voor de wederopbouw van hun dorp zorgen. In die tijd ontstond de eerste vrijwilligersdienst, en al snel kwam er een tweede om het dorp van vers bronwater te voorzien. ‘De gemeente hoefde alleen nog voor de waterzuivering te zorgen,’ vertelt de voorzitter. ‘In 2008 hebben we gevraagd of 145 nieuwe woningen op het elektriciteitsnet konden worden aangesloten, maar tot nu toe is dat niet gebeurd. We leven hier heel geïsoleerd in de bergen en kunnen niet wachten tot de staat ons komt helpen.’ In 1998 besloten de bewoners stromend water in hun woningen aan te leggen en installeerden ze hun eigen watermeters. Dit project werd uit eigen middelen gefinancierd en kostte in totaal 34 miljoen dinar. Maandelijks betalen de gezinnen niet meer dan honderd dinar per woning.

    Alleen in de droge tijd tussen juni en december is het watergebruik gelimiteerd. ‘In die periode mag het gebruik niet boven de tachtig liter water per dag per persoon uitkomen. Gaat een huishouden daar overheen, dan moet het een boete van vijfhonderd dinar per kubieke meter betalen, oftewel een halve dinar per liter,’ vertelt de voorzitter van het dorpscomité. Voor het onderhoud van de waterleiding heeft het dorp voltijds een loodgieter in dienst genomen, die 25.000 dinar per maand verdient.

    1. Een bewonersbijeenkomst in Iguersafène; 2. Overal in de dorpen roepen borden op om het milieu te beschermen; 3. Dorpelingen metselen een muurtje.
    1. Een bewonersbijeenkomst in Iguersafène; 2. Overal in de dorpen roepen borden op om het milieu te beschermen; 3. Dorpelingen metselen een muurtje.

    Vrijwilligersdiensten zijn in het dorp traditie en vinden elke week plaats. Iedereen moet op zijn beurt een taak vervullen in het algemeen dorpsbelang. Is iemand zonder geldige reden afwezig, dan mag hij of zij zijn beurt inhalen of moet anders een boete van duizend dinar per dag betalen. In de laatste maanden hebben de dorpelingen, met uit de dorpskas betaalde materialen, honderd meter waterleiding aangelegd, de wegen om het dorp heen onderhouden, de straten verbreed om ze berijdbaar te maken en twee pleinen aangelegd. Verder is het dorpskerkhof opgeknapt en is verlichting aangelegd op de weg naar dit kerkhof. ‘De realisatie van al deze projecten heeft zo’n 6,5 miljoen dinar gekost,’ vertelt de president van het dorpscomité.

    Het dorp heeft ook een lokale verordening, die door de inwoners nauwgezet wordt nageleefd. Wel is deze verordening momenteel onderwerp van discussie, want de dorpelingen willen hem amenderen. ‘De discussie over een nieuwe verordening zal eind dit jaar worden afgesloten. We moeten hem aanpassen aan de huidige tijd, want zowel het dorp als de mentaliteit van de bewoners zijn veranderd,’ zegt Arezki Messaoudène. In alle dorpen die we bezochten leeft een sterk moreel besef: de dorpelingen laten iemand die hulp nodig heeft nooit in de steek. Armlastige personen ontvangen structurele hulp. Net als in veel andere dorpen in Kabylië, heeft ook in dit dorp de dorpsraad veel gezag; de voorzitter van het dorpscomité heeft eerder een gidsfunctie.

    Het dorpscomité vergadert zowat elke dag, helemaal sinds de leden voor hun werk een vergoeding ontvangen

    Dat geldt ook voor het dorp Boumessaoud in de gemeente Imsouhal in dezelfde streek, dat maar 350 inwoners telt. Dit jaar werd Boumessaoud tot het schoonste dorp van Kabylië gekozen [in oktober ontving het als prijs 10 miljoen dinar van het ministerie voor Water en Milieu]. Bij de ingang van het dorp ontmoeten we de 66-jarige metselaar Nacer Ami. Hij is lid van het dorpscomité en vertelt ons dat hier dezelfde verordening van kracht is als in Iguersafène. ‘De enige verschillen zijn de manier waarop de contributie wordt geïnd en de hoogte van de boetes,’ vertelt hij. In Boumessaoud betalen de bewoners het comité 120 dinar per persoon per jaar.

    Tweemaal per week draaien de dorpelingen vrijwilligersdiensten. Het dorpscomité vergadert zelfs zowat elke dag, helemaal sinds de leden voor hun werk een vergoeding ontvangen. Nacer Ami’s 22-jarige zoon Ramdane, die als kok werkt in Azazga, verzekert ons dat zijn dorp ‘zich helemaal niet had voorbereid op de verkiezing voor het schoonste dorp’. ‘We waren er gewoon klaar voor, omdat we al ruim tien jaar als vrijwilligers aan het onderhoud van ons dorp werken. Dat is een traditie die we van onze voorouders hebben meegekregen. Alle tekeningen, beelden en versieringen van het dorp zijn door de bewoners zelf gemaakt,’ legt Ramdame uit.

    Al in 1974 legden de bewoners van Boumessaoud hun eigen riolering aan; in 1991 werd die vernieuwd. Daarvoor werden, met geld uit de dorpskas, voor in totaal 10 miljoen dinar vier boren aangeschaft. Net als in Iguersafène, krijgt het dorp vooral steun van naar Frankrijk geëmigreerde ex-bewoners. ‘Afgezien van Sonelgaz is de staat in de overheid niet meer aanwezig. Het gemeentebestuur hebben we ooit om ondersteuning gevraagd en we kregen toen enkel twee emmers verf van ze. Als we alleen van hun afhankelijk waren, zouden we nog in het stenen tijdperk leven,’ zegt Nacer Ami wrang.

    In deze twee dorpen, evenals in het nabijgelegen Tazerouts, speelt het comité voor scheidsrechter bij conflicten tussen dorpelingen. ‘Maar als twee strijdende partijen ook samen met het comité geen overeenstemming kunnen bereiken, dan moet de voltallige dorpsraad zich over de kwestie buigen. Wordt er dan nog geen oplossing gevonden, dan wordt het geschil overgedragen aan justitie. Besluit een van de partijen die stap op eigen houtje te zetten, dan betaalt hij daarvoor een boete van 10.000 dinar. Maar tot nu toe heeft nog niemand dat gedaan,’ vertelt de 44-jarige Slimane Aït Khaldoun, die lid is van het dorpscomité van Tazerouts. De bewoners van dit dorp kozen al in 1960 voor zelfbestuur.

    ‘Uit onze eigen middelen hebben we onder andere een dorpsplein aangelegd, meerdere fonteinen, een draaimolen van 500.000 dinar en een crèche,’ vertelt de 59-jarige Youssef Aït Ali Amara, een gepensioneerd politieman die ook lid is van het dorpscomité. Het dorpscomité van Tazerouts, een stadje met 1200 inwoners op 1200 meter hoogte, wordt bij de totstandkoming van deze projecten ondersteund door een stel lokale winkeliers.

    Museum

    Maar niet alleen door hen. Slimane erkent dat de families van zijn dorp, net als die uit andere dorpen in de streek, kunnen rekenen op ‘contributie uit de diaspora, van gepensioneerden in Frankrijk, en ook van voormalige mujahideen die in de Algerijnse vrijheidsstrijd hebben gevochten’. Maar volgens hem zijn die inkomsten onvoldoende. ‘Ons dorp heeft een slechte infrastructuur. We hebben geen middelbare school, geen ziekenhuis, geen vergaderzaal. Ook hebben we geen sportaccommodatie, bioscoop of polikliniek. We kunnen lang niet alles doen wat we zouden willen,’ zegt Slimane met spijt in zijn stem. Er heerst vaak ook onduidelijkheid over of de staat verplicht is de stoffelijke overschotten van ex-bewoners die in het buitenland zijn overleden te repatriëren. Politieke organisaties in de diaspora stellen het gebrek aan steun van de kant van de overheid hierbij aan de kaak en vinden dat de staat het op zich zou moeten nemen. Voor de dorpen met zelfbestuur vormt dit echter niet langer een probleem. In het dorp Tabourt met 900 inwoners, dat onder de gemeente Tifagha valt, neemt de vereniging van oud-dorpelingen in Frankrijk de repatriëringskosten van stoffelijke overschotten voor haar rekening.

    Ondanks de beperkte middelen ontbreekt het in deze autonome dorpen niet aan ideeën. Het dorpscomité van Tazerouts wil een opnamestudio voor jonge artiesten uit het dorp inrichten, en een radiostation. Verder moet er een tweede watertoren komen en wil men de geldprijs van 7 miljoen dinar die het dorp vorig jaar kreeg, toen het werd uitverkozen tot het op een na schoonste dorp van Kabylië, investeren in de bouw van een museum op de hoogste heuveltop van de regio.

    In Iguersafène wil het dorpscomité zelf het plastic afval gaan recyclen, om het vervolgens tegen een betere prijs door te kunnen verkopen. Daarvoor is al een contract gesloten met een klant in Béjaïa. Maar daarbij blijft het niet: het comité wil ook een studiecentrum in het bos openen waar scholieren en studenten, waar ze ook vandaan komen, zich aan de studie kunnen wijden. De bewoners van het dorp hopen met dit project meer bezoekers en toeristen te lokken. Zoals de jonge Idir Raab het verwoordt: ‘De toekomst ligt in handen van de generaties die de bloeiperiode van deze autonome dorpen in Kabylië hebben meegemaakt.’

    Auteur: Meziane Abane
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Openingsbeeld: Het Kleine Atlasgebergte, waar Kabylië deel van uitmaakt. – © DeAgostini / Getty

    El Watan
    Algerije | dagblad | oplage 160.000

    In 1990 is ‘Het Land’ opgericht door journalisten die van de officiële staatskrant afkomstig waren. Directeur Omar Belhouchet heeft in het buitenland verscheidene prijzen voor journalistiek en persvrijheid ontvangen.

  • Twee broers, één recept en een bittere breuk

    Twee broers, één recept en een bittere breuk

    De broers Fouad en Zouhair dreven jarenlang de beste falafelzaak van Libanon, die alle conflicten in het land overleefde. Tot ze een zakelijk geschil kregen. Nu hebben ze twee zaken, pal naast elkaar, en spreken ze niet meer met elkaar.

    Vroeger, toen Mustafa Sahyoun jr. in de falafelzaak van zijn oom Zouhair werkte, bracht zijn vader Fouad hem ’s middags wel eens in zijn bonkige Peugeot 304 naar zijn werk, schuddend over de met kogelgaten en granaatkraters bezaaide weg. In het niemandsland tussen Oost- en West-Beiroet werden de wegen onbegaanbaar door het puin van kapotgeschoten gebouwen en moest Mustafa te voet verder. Hij stapte uit de veilige Peugeot en zocht zijn weg over een verlaten, stoffig pad dat door de ‘Groene Grens’ liep, een lange strook verwoeste gebouwen die tussen 1975 en 1990, ten tijde van de Libanese Burgeroorlog, als enige bufferzone tussen de strijdende christelijke en islamitische partijen had gediend.

    Mustafa beschikte over een identiteitsbewijs waarmee hij langs de controlepost in de wijk Mathaf mocht. Hij hield een taxi aan, waarmee hij het resterende deel aflegde van de route naar Zouhairs falafelzaak in het christelijke Oost-Beiroet. Na zijn reis door de verwoeste stad stond Mustafa de rest van de dag kikkererwten te pureren en er knapperige falafelballetjes van te frituren, die hij met verse peterselie, plakjes tomaat, gehakte radijs en veel taratorsaus vol knoflook in pitabroodjes propte. Fouad en Zouhair, die in de roerige jaren zeventig en tachtig allebei hun eigen falafelzaak in Beiroet hadden, vonden het belangrijk dat de jonge Mustafa net als zij stap voor stap de kunst van het falafel maken leerde.

    De broers waren erg close en beschouwden hun falafelzaken als een gezamenlijke onderneming, ook al had ieder de zijne. Toen de oorlog hen van elkaar scheidde, omdat ze ieder in een ander deel van de stad woonden, maakten ze de gevaarlijke reis door niemandsland om elkaar indien nodig te helpen.

    Een witbetegelde muur scheidt de broers van elkaar

    Veertig jaar later zijn de afstand en de conflicten die Fouad en Zouhair van elkaar scheidden er niet meer. Toch werden de broers opnieuw uit elkaar gedreven. Ze werken elke dag een paar meter bij elkaar vandaan en maken falafel op de manier die ze van hun vader hebben geleerd. Maar in plaats van dat ze een keuken delen, is Zouhair de enige eigenaar van de oorspronkelijke zaak aan de Damascusstraat met blauwe neonverlichting. Eén pand verderop heeft Fouad zijn eigen, nieuwe filiaal, versierd met rode neonlichten waar ‘Falafel M. Sahyoun’ op staat. Slechts een witbetegelde muur scheidt de broers van elkaar: een grens die nooit wordt overschreden. Ze wisselen geen woord meer.

    Fouad en Zouhair erfden het familiebedrijf van hun vader, de eerste Mustafa Sahyoun, die in 1933 in een achterafstraatje een van de eerste falafelzaken in het centrum van Beiroet opende. Een paar jaar later, toen de stad was gegroeid, opende hij de grote zaak aan de Damascusstraat. In de twintig jaar daarna werd falafel meer dan alleen een manier om geld te verdienen: Mustafa droeg zijn geheime recept over aan Fouad en Zouhair, twee van zijn zes zoons, die nog steeds elke stap van de originele bereidingswijze volgen.

    De oude Mustafa leerde zijn zoons het vak met vallen en opstaan, na school en in het weekend, en liet ze toekijken terwijl hij de broodjes falafel voor de klanten maakte. Van de soort peterselie die op de plaatselijke markt wordt gekocht tot de manier waarop het deeg voor het broodje wordt gekneed: elk onderdeel van het proces is uitgedacht en heeft een reden.

    Fouad Sayhoun in zijn zaak.
    Fouad Sayhoun in zijn zaak.

    Het beste recept

    Falafel wordt overal in het Midden-Oosten en rond de Middellandse Zee gegeten. Het zou zijn ontstaan in Egypte, waar Koptische christenen het tijdens de vasten bereidden als alternatief voor vlees. Maar zoals iedereen in Beiroet je kan vertellen, denken de Libanezen dat zij het gerecht hebben geperfectioneerd en wordt Sahyouns recept algemeen als het beste beschouwd, zowel door eetrecensenten als door het publiek. Het verschilt iets van de andere recepten: Mustafa stond erom bekend dat hij alleen bonen en kruiden toevoegde, en geen uien (omdat hij niet wilde dat zijn klanten uit hun mond roken), maar wel peterselie die koks uit andere culturen gebruiken. Het resultaat is een falafel die van buiten krokant maar vanbinnen vochtig is en iets vlezigs heeft: een zilt, rijk contrast met de knapperige radijs, de sappige tomaat en de verse peterselie en munt eromheen.

    Falafel slecht alle sociaaleconomische grenzen. In de zaken van de broers kost een broodje falafel zo’n anderhalve euro. Je kunt ze meteen opeten of per tien meenemen in een plastic tasje. Vooraanstaande Libanese politici lopen er even gemakkelijk binnen als bouwvakkers in vieze overalls. Ze eten hun broodje buiten of staand aan een van de vitrines met natuurstenen blad. Volgens zowel Fouad als Zouhair stuurden verschillende voormalige Libanese presidenten lijfwachten of chauffeurs naar hun zaak om grote aantallen broodjes te halen.

    De familie Sahyoun is islamitisch, maar daar merkte je in het bedrijf weinig van. Zelfs toen de Libanese burgeroorlog op zijn hevigst was, verkocht Falafel Mustafa Sahyoun broodjes aan alle partijen die deelnamen aan de bloedige sektarische strijd. Gemakkelijk was dat niet. De beide broers herinneren zich gewelddadige confrontaties op de stoep van de zaak en geschreeuw van mannen met kalasjnikovs. ‘Als er iets aan de hand was, lag het hele land plat,’ zei Fouad. ‘De volgende dag moest je weer door.’

    Zouhair Sahyoun (rechts), in zijn zaak.
    Zouhair Sahyoun (rechts), in zijn zaak.

    Doordat de zaak van Mustafa senior aan de Groene Grens lag die de moslims van de christenen scheidde, lag hij midden in het oorlogsgebied. Nadat Mustafa in 1977 was gestorven en het conflict was verhevigd door de moord op een prominente christelijke politicus, zagen de broers zich genoodzaakt de zaak te sluiten.

    De stad werd letterlijk verscheurd, en Fouad en Zouhair kwamen ieder aan hun eigen kant van de scheidslijn te wonen. Fouad woonde in West-Beiroet, Zouhair in de buurt van het huis van zijn vader, in het oosten van de stad. Het was sowieso al moeilijk om tijdens de burgeroorlog een zaak draaiende te houden, maar de broers stonden ook nog eens voor de onmogelijke taak de Groene Grens over te steken wanneer ze wilden samenwerken. Uiteindelijk besloot Fouad een pand in West-Beiroet te kopen en erboven te gaan wonen, terwijl Zouhair een falafelzaak in Oost-Beiroet begon.

    Toen er in 1990 eindelijk een einde aan de strijd kwam, bestond Falafel Mustafa Sahyoun nog steeds en keerden Fouad en Zouhair al snel terug naar de Damascusstraat. Hun zaak was na de jarenlange oorlog in één grote puinhoop veranderd, de straat waaraan hij lag was er nog erger aan toe. ‘Alles lag aan diggelen,’ zei Fouad. ‘We hadden een week nodig om het te herstellen. Er was geen weg meer, dus je kon er niet met de auto komen. Daarom parkeerden mensen om de hoek en kwamen ze hiernaartoe lopen.’

    ‘Hij is mijn broer niet meer. Het is afgelopen, voorbij’

    De broers knapten de zaak op en sloegen aan het koken. Terwijl Beiroet opkrabbelde, kwamen de eerste klanten. ‘Toen onze voormalige klanten wisten dat we hier zaten, kwamen ze terug en vertelden ze het aan anderen door,’ zei Fouad. ‘Er ging een jaar overheen voordat iedereen het wist.’

    Falafel Mustafa Sahyoun liep twaalf jaar lang als een trein, tot 2006, opnieuw een gewelddadig jaar. Hoewel de zaak lang niet zo leed onder de Israëlische invasie als onder de burgeroorlog, eindigde het jaar met een onoverkomelijk verschil van inzicht tussen de broers over de toekomst van het bedrijf. Fouad stapte eruit, trok in het pand naast de oorspronkelijke zaak en begon een concurrerend falafelrestaurant met hetzelfde menu, logo en recept.


    Geen van beide broers laat zich uit over de breuk, maar de sfeer van verbittering is te proeven in de paar meter die hen van elkaar scheidt. ‘Ik doe het niet voor het geld, maar om de naam van mijn vader hoog te houden,’ zei Fouad. ‘Of je doet het voor je naam óf voor het geld. Ik heb voor de naam gekozen. Hij is mijn broer niet meer. Het is afgelopen, voorbij.’

    Nu de broers geen woord meer met elkaar wisselen, moeten klanten tussen de twee zaken kiezen, hoewel het product min of meer hetzelfde is. In Fouads zaak kun je ook pittige chilisaus krijgen, terwijl Zouhairs oorspronkelijke vestiging uitsluitend de op tahin gebaseerde taratorsaus serveert. De broers zitten op maar een paar meter bij elkaar vandaan achter de kassa. Ze groeten hun vaste klanten en houden scherp in de gaten welke zaak een nieuwkomer binnengaat.

    Auteur: Mohamad Yaghi
    Vertaler: Nico Groen

    Roads & Kingdom
    VS, roadsandkingdoms.com
    Tijdschrift voor eten, politiek, reizen en cultuur. Begon in Myanmar met de focus op Birmees nieuws maar wordt inmiddels gemaakt in New York en Barcelona. Onlangs uitgeroepen tot Best Travel Journalism Site. Werkt o.a. samen met Slate.

  • En u, meneer de president?

    En u, meneer de president?

    Algerije verkeert in crisis sinds de olieprijs is gekelderd. Per 1 januari heeft president Bouteflika strenge bezuinigingsmaatregelen ingevoerd. Maar, vraagt journalist Abdou Semmar zich af, zouden die niet voor iedereen moeten gelden?

    Het is crisis. De financiële reserves van de overheid verdwijnen als sneeuw voor de zon. Megaprojecten als de uitbreiding van de metro in Algiers zijn in de ijskast gezet. 2016 begint met verhogingen van de elektriciteits- en brandstofprijzen en een groot aantal andere consumptiegoederen. De dinar is in een vrije val geraakt, de inflatie is op hol geslagen. Ondertussen stuurt Abdelaziz Bouteflika, de president die zich alleen in geschreven vorm tot zijn volk richt, ons een boodschap waarin hij zonder blikken of blozen aan ons vraagt om ‘offers te brengen’ vanwege deze crisis, waarvan het einde nog niet in zicht is nu de prijs van een vat olie rond de 25 dollar zit en mogelijk richting de 20 dollar zal zakken.

    Tot het tegendeel bewezen is, hangen de prestaties van een leider niet af van hoe fraai zijn dienstauto glanst

    Opofferingen. Het is een term die nogal gevoelig ligt bij een volk dat het klappen van de zweep in dit opzicht kent. Maar zijn onze leiders in deze crisis eigenlijk bereid om zelf offers te brengen? Bouteflika heeft ze op dit punt tot nu toe helemaal niets opgedragen. Zo blijven, midden in een financiële crisis, onze hoge ambtenaren, ministers, directeuren van staatsbedrijven en hoge pieten van militaire en civiele instellingen in glanzende Duitse auto’s rondrijden. Van de president tot de ambtenaren op ministeries en bij overheidsinstellingen, allemaal zitten ze met hun doorluchtige derrières nog steeds in Audi’s, Volkswagens en Mercedessen. Zou het nu echt zo’n opoffering voor ze zijn om van die luxe wagens over te stappen op Renaults Symbol made in Oran? De overheid zou mooi kunnen bezuinigen en tegelijk een krachtig signaal aan de samenleving afgeven door deze schandalig luxe wagens af te schaffen, ze te verkopen en de inkomsten uit de verkoop in de schatkist te storten.

    Demonstraties tegen de bezuinigingen vanuit het Algerijnse parlement, 12 januari 2016.
    Demonstraties tegen de bezuinigingen vanuit het Algerijnse parlement, 12 januari 2016.

    Privileges

    Tot het tegendeel bewezen is, hangen de prestaties van een leider niet af van hoe fraai zijn dienstauto glanst. Er is dus geen reden om deze levensstijl voort te zetten terwijl ons land steeds meer gebrek lijdt. Opofferingen zegt u, meneer de president? Waarom dan niet voor altijd de Club des Pins [een soort gated community] sluiten, dat ‘groengebied’ waar de bobo’s van het regime en hun trouwe aanhang op kosten van de Algerijnse schatkist verblijven? Elk jaar gaan er zonder enige transparantie aanzienlijke sommen geld op aan voedsel, onderdak en onderhoud van de villa’s van onze leiders. Zou dit geld niet beter besteed zijn als het in meer strategische sectoren werd geïnvesteerd, om zo de huidige financiële crisis het hoofd te bieden? Trouwens, waarom zou de Club des Pins niet opnieuw een toeristendorp kunnen worden en op die manier weer inkomsten genereren?

    Jammer genoeg heeft op dit moment alleen nog maar de kleine man met opofferingen te maken, terwijl die het al zwaar te verduren heeft door de hoge kosten van levensonderhoud. Erger nog, de overheid blijft privileges uitdelen aan hoge functionarissen. Kijk maar naar die majestueuze villa die een Chinees bedrijf in Hydra [een wijk in Algiers, op zo’n zes kilometer van het centrum] heeft gebouwd, vlak bij het ministerie van Energie en Mijnbouw. Het is een waar paleis, van alle gemakken voorzien. Volgens meerdere bronnen zou deze villa van ruim een miljoen euro moeten dienen als tweede officiële residentie van onze geëerde Abdelaziz Bouteflika, de president die zijn volk vraagt zich opofferingen te getroosten.

    Dovemansoren

    Zelfs ons leger voorziet zichzelf geregeld van nieuw materieel en nieuwe wapens. Zijn deze dure uitgaven echt nodig voor de nationale veiligheid? Wie het weet, mag het zeggen. In ieder geval is het totaal niet transparant hoe de megabegroting van het leger – ruim twaalf miljard dollar – wordt beheerd.

    Financiële crisis zegt u? Maar dan wel alleen voor het voetvolk. Want onze leiders, beneveld als ze zijn door de hoogte van hun ivoren torens, blijven doof voor de wanhoopskreten van de samenleving en zetten hun comfortabele levens gewoon voort. Die dovemansoren van ze, die kunnen ons land nog wel eens heel duur komen te staan!

    Auteur: Abdou Semmar
    Vertaler: Tess Visser

    Abdou Semmar is hoofdredacteur van Algérie-Focus.

    Algérie-Focus
    Algerije, website, www.algerie-focus.com
    Onafhankelijk en geëngageerd, brengt sinds 2008 Algerijns nieuws en achtergronden onder het motto ‘De plicht om te weten’.

  • (Geen) seks in Algerije

    (Geen) seks in Algerije

    Seks vóór het huwelijk is taboe in Algerije, dankzij de islam en eeuwenoude tradities. Tegelijk is tweederde van de bevolking jonger dan 35 jaar, en wordt er steeds later getrouwd. De Franse journalist Pierre Daum ondervroeg tientallen Algerijnse jongeren over de ‘lange jaren’ tussen puberteit en huwelijk.

    De 23-jarige Rabah uit Tifelfel in het Aurèsgebergte is pas afgestudeerd in de wiskunde aan de Universiteit van Batna. Net als de meeste van zijn leeftijdsgenoten met wie we spraken over seksualiteit, begint ook hij binnen vijf minuten over religie. Hij vertelt dat hij voortdurend voor zichzelf de afweging maakt tussen hasanaat (pluspunten die je krijgt voor elke goede daad die je verricht) en sayyi’aat (minpunten). Van het verschil tussen die twee hangt af of hij naar het paradijs zal gaan. ‘Ik bid vijf keer per dag in de moskee, want daar verdien je 27 keer zoveel hasanaat mee als wanneer je thuis bidt.’

    Rabah heeft al drie vriendinnetjes gehad; de laatste heette Dhikra. ‘Ik ben anderhalf jaar met haar gegaan. Ze was erg mooi en had een rijke vader. Maar ik heb haar nooit op haar mond gezoend, alleen op haar hand of op haar wangen. We zijn nu een half jaar uit elkaar en ik hoor dat ze een nieuwe vriend heeft die ze wel op zijn mond zoent. Nu vind ik haar een hoer.’

    Vóór het huwelijk met een vrouw naar bed gaan is voor hem ‘absoluut ondenkbaar’, want in Gods ogen is dat een misdaad. Wel masturbeert hij ‘elke dag’. ‘Ik weet dat dat haram [verboden] is, maar de aandrang is te groot. Voor masturberen krijg je minder sayyi’aat dan wanneer je je door een vrouw laat strelen.’

    Met haar naar bed gaan? Nooit! Dat is tegen de islam

    We weten natuurlijk niet zeker of Rabah wel de hele waarheid vertelt. Maar aan de andere kant, tegen een buitenlandse journalist kun je tenminste openhartig zijn zonder meteen veroordeeld te worden (alle voornamen in dit stuk zijn overigens gefingeerd). Zijn verhaal lijkt bovendien erg veel op dat van de vijftig andere jongeren uit het hele land met wie wij spraken. Natuurlijk zijn er ook individuele verschillen. De 26-jarige Noureddine bijvoorbeeld, vijfdejaarsstudent in Ouargla, heeft een zeer serieuze relatie met de tweedejaarsstudente Sarah. ‘We zijn al zes jaar bij elkaar. Onze vaders kennen elkaar en we gaan trouwen, insjallah [als God het wil].

    In tegenstelling tot de meeste van zijn vrienden heeft deze jonge student een auto, zodat het stel er af en toe samen op uit kan trekken. ‘We tongzoenen met elkaar. Ik streel haar, zij streelt mij, maar er is een rode lijn waar je niet overheen mag gaan. Met haar naar bed gaan? Nooit! Dat is tegen de islam. Daarvoor respecteer ik haar ook te veel. We wandelen en kletsen eigenlijk vooral. We spelen in het park, gaan naar de dieren kijken en om zes uur breng ik haar weer terug naar de campus. Daarna hebben we contact via de mobiele telefoon.’

    Net als zijn vrienden bezit Noureddine meerdere mobiele telefoonnummers. Een voor zijn ouders, een voor zijn geliefde, met een onbeperkt aantal belminuten tussen middernacht en zes uur ’s ochtends, en nog een derde… voor zijn vriendinnetjes. ‘Ik geef toe, ik dribbel er ook naast,’ lacht hij besmuikt. ‘Maar met die anderen speel ik alleen maar een beetje, dat stelt niets voor.’

    ‘Dribbelen’ betekent flirten met meisjes die je op internet ontmoet (op Facebook, Skype etc.) of van wie je via vrienden het telefoonnummer krijgt. Soms lukt het ook om op straat met een overtuigende babbel een telefoonnummer los te krijgen. ‘Met hen is het duidelijk dat het alleen om de seks gaat.’ ‘Seks’ wil zeggen: een rustig plekje opzoeken om te zoenen, elkaars huid te strelen… ‘Soms kan het zelfs tot penetratie van achteren komen, eh, sodomie dus.’ Maar tot vaginale penetratie komt het nooit, ‘want dat is haram! En trouwens, ik wil mijn lid puur houden voor de huwelijksnacht met Sarah.’

    Jonger dan 35 jaar

    Tweederde van de bevolking is jonger dan 35 jaar. Amira is Algerijnse, draagt een hoofddoek en woont alleen in een kleine woning in het centrum, ver van de buurt van haar ouders. De 30-jarige promovenda in de archeologie is ‘uiteraard’ nog maagd. Ze is net als de meeste vrouwen van haar leeftijd niet getrouwd. ‘Maar ik krijg soms wel zin in seks, dat is waar. Dan kijk ik een pornofilm en masturbeer ik.’

    Een echte geliefde heeft de jonge academica nog niet gevonden, maar wel een goede vriend, die binnenkort bij haar op bezoek komt, ‘zonder over mij te oordelen.’ ‘Ik heb hem twee keer opgebeld, we hebben elkaar aangeraakt, dat was fijn. Maar verder zijn we natuurlijk niet gegaan.’ Niemand weet ervan. ‘Als je in Algerije wilt overleven, moet je tegen iedereen liegen, tegen je ouders, je vrienden, je vriend, soms zelfs tegen jezelf.’

    Er bestaat geen enkele studie over het liefdes- en seksleven dat jonge Algerijnen vóór het huwelijk hebben. In 2006 was voor antropoloog Abderrahman Moussaoui een klein berichtje in de Algerijnse pers aanleiding om onderzoek te gaan doen naar de hernieuwde populariteit van het ‘huwelijk bij afspraak’, waarmee een stel zich aan het islamitische verbod op seks kan onttrekken.

    Hij meldde echter niet hoe wijdverbreid het fenomeen is. Uit gesprekken met jonge Algerijnen in vijftien steden (waaronder Algiers, Oran, Annaba, Béjaïa, Tizi Ouzou, Ouargla en Chlef) komt telkens hetzelfde beeld naar voren, met minimale regionale verschillen, wat ook bevestigd wordt door onderzoekers en andere deskundigen met wie wij spraken.

    anp 4145639

    ‘Voor de meeste jonge Algerijnen is de maagdelijkheid van een meisje een grens waar je niet overheen gaat,’ beaamt Djelloul Hammouda, arts in Oran. ‘Maar verder beoefenen jonge ongehuwden elke denkbare vorm van seks.’ Dat komt onder andere omdat de afgelopen twintig jaar mensen gemiddeld veel later zijn gaan trouwen, vooral omdat het steeds moeilijker wordt om werk en een woning te vinden.

    Inmiddels ligt die leeftijd voor vrouwen op 30 jaar en voor mannen op 34. Onder studenten, van wie het aantal razendsnel groeit – het zijn er momenteel anderhalf miljoen – ligt die leeftijd nog hoger.

    In Algerije geldt een dertiger nog als ‘jong’ (en dat terwijl 66 procent van de bevolking jonger is dan 35 jaar). Het komt geregeld voor dat vrouwen tot na hun veertigste maagd blijven. Vooral onder hoogopgeleide vrouwen met goede banen zie je dat veel: zij hebben moeite om een man te vinden die hun intellectuele en financiële onafhankelijkheid accepteert.

    ‘Ik heb een eigen woning, maar ik kan er niet intrekken,’ vertelt de 43-jarige journaliste Khadija, afkomstig uit een goede familie in Annaba. ‘Omdat ik niet getrouwd ben zou iedereen dan vanzelf gaan denken dat ik thuis allerlei mannen ontvang. Dat zou ook voor mijn familie heel beschamend zijn.’

    Jongeren vervelen zich dood, er is geen georganiseerd vermaak in Algerije

    Hoe moet je gedurende al die lange jaren met je seksualiteit omgaan, vanaf het moment van je allereerste seksuele ontwaken tot aan de huwelijksdatum ver in de toekomst? Op deze vraag rust een enorm taboe: over seksualiteit praat je noch met je ouders, noch met broers en zusters, zelfs niet met je beste vrienden. Zoals de jonge Idir uit Tizi Ouzou het schertsend uitdrukt: ‘De eerste keer dat je met een meisje samen bent, komt alles wat je weet uit pornofilms.’

    Niets houdt jonge Algerijnen dan ook zozeer bezig als dit beklemmend nauw met religie verbonden onderwerp. ‘Het is het enige waar ze zich zorgen over hoeven maken,’ verduidelijkt sterjournalist Kamel Saoed van de Quotidien d’Oran. ‘Ze wonen bij hun ouders, krijgen drie maaltijden per dag en geld van de staat dankzij de olie-inkomsten.

    Maar tegelijk vervelen jongeren zich dood: er is geen georganiseerd vermaak in Algerije. Je zou in elke stad een zwembad moeten hebben, een bibliotheek, sportvelden, een bioscoop, een theater, enzovoorts. Maar er is he-le-maal niets!’

    Als zijlijntje van haar promotieonderwerp, prostitutie, begon Keltouma Aguis zich te interesseren voor het seksuele leven van haar jonge landgenoten. De promovenda aan het Onderzoekscentrum voor Sociale- en Culturele Antropologie in Oran verontschuldigt zich voor het feit dat ze de naam van haar promotor niet kan noemen: ‘Dat zou haar in de problemen kunnen brengen.’ Bij het uitleven van hun seksualiteit krijgen jonge Algerijnen met drie – perfect op elkaar afgestemde – typen van verboden te maken: een religieus, een zedelijk en een wettelijk verbod.

    Artikel 333 van het Algerijnse Wetboek van Strafrecht stelt dat ‘elke persoon die zich in het openbaar niet aan de goede zeden houdt, wordt bestraft met een gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar, of met een boete van 500 tot 2000 dinar [5 tot 20 euro].’ Dit wetsartikel wordt door Algerijnse rechters veelvuldig tegen jonge ongehuwden gebruikt die zijn betrapt bij het in het openbaar kussen of vrijen.

    Traditie en sociale controle

    Een buitenlander merkt het bij aankomst in Algerije meteen: de islam neemt weliswaar in de publieke ruimte een bescheiden plaats in, maar het is gespreksonderwerp nummer één, vooral wanneer het over seksualiteit gaat. De islam verbiedt namelijk elk seksueel contact vóór het huwelijk. Psychoanalist Khaled Aït Sidhoum uit Algiers (de enige in Algerije die is aangesloten bij de International Psychoanalytic Association) legt uit waarom het onderwerp de gemoederen zo bezighoudt: ‘Jonge Algerijnen, zowel mannen als vrouwen, hebben het erg moeilijk, omdat ze hun seksuele verlangens nooit echt kunnen bevredigen.

    En als ze zichzelf soms toch een seksuele escapade veroorloven, worden ze daarna verteerd door schuldgevoel. De islam biedt hun zowel de sociaal geaccepteerde rechtvaardiging van dat verbod, als ook een collectief kader om met de spanning om te gaan die het oproept. Het gaat ongeveer net zo als bij padvinders of bij voetbalsupporters.’

    Een anekdote kan dit illustreren. Een kleine groep Algerijnse activisten riep in september 2013 jonge stellen op om, naar voorbeeld van de hangslotjes aan de bruggen van Parijs, een liefdesslot aan het hekwerk van de Télemlybrug in het centrum van Algiers op te hangen. Tot dan toe stond die plek juist bekend als de ‘zelfmoordbrug’. Diezelfde avond nog kwamen er echter jonge islamisten uit de buurt naartoe, gekleed in islamitische gewaden, om de sloten er weer af te slopen. In hun ogen waren het ‘ketterse symbolen van westerse decadentie’.

    Dat lokte vervolgens weer een storm van protesten uit op de plek die daar bij uitstek geschikt voor is: sociale netwerken. ‘Wij hebben in Kabylië een spreekwoord: wie hooi in zijn buik heeft, is bang voor vuur,’ zegt Aït Sidhoum. ‘Als je iemand op zijn zwakke plek raakt, reageert hij alsof hij door een wesp is gestoken. Beide partijen hebben te maken met dezelfde erotische en agressieve driften. Het enige verschil is dat de islamitische beweging over grote sommen geld beschikt. Uiteindelijk winnen ze het daarmee altijd.’

    De Algerijnse jeugd heeft nog een ander juk te torsen: dat van de traditie en de daarmee gepaard gaande onophoudelijke sociale controle. De 24-jarige Saïd, die we spreken in een café in Béjaïa, legt uit: ‘Je kunt al die verboden niet overtreden, je kunt niet met een meisje naar bed gaan, je kunt niet schelden tegen je ouders. Dat wordt je onmogelijk gemaakt, omdat ze je dan meteen de deur uitzetten.

    Dan sta je op straat, zonder familie, zonder wat dan ook, en wat moet je dan? Het kan gewoon niet!’ In elk dorp, in elke buurt, in elke flat let iedereen op elkaar. Jonge geliefden vinden dan ook maar moeilijk een plek om elkaar te ontmoeten.

    Op het platteland of in een dorp is het sowieso ondenkbaar, maar zelfs in de stad is het knap lastig om ergens een beetje privacy te vinden. Theehuizen zijn nog de beste ontmoetingsplekken, daar kun je elkaar rustig urenlang in de ogen kijken en misschien zelfs elkaars hand vasthouden. Als je nog verder wilt gaan (knuffelen, een beetje zoenen), is er in elke stad wel een plek te vinden waar dat kan: in het centrum van Algiers in het Gallandpark of de Jardin d’Essai bijvoorbeeld, in Béjaïa de Brise de Mer, in Oran de zeeboulevard, enzovoorts.

    Maar het toppunt van romantiek is voor inwoners van Algiers toch wel een bezoekje aan de Romeinse ruïnes van Tipara. Maar pas op! Overal waar gezinnen met kinderen komen, lopen oppassers rond die liefdespaartjes dicht op de huid zitten, zelfs een kusje geldt als een ‘affront voor de familie’.

    Jonge stellen kussen vurig tussen het vuilnis, terwijl hun handen de blote huid van de ander zoeken

    Nog lastiger wordt het wanneer je een plek zoekt om nog verder te gaan dan een beetje knuffelen. Je geliefde mee naar huis nemen is ondenkbaar (er is altijd wel iemand thuis, en anders verklikken de buren het wel) en maar weinigen kennen iemand die voor een paar uurtjes een appartement te leen heeft.

    Al even onmogelijk is het om ‘het’ op een studentenkamer te doen. Campussen lijken op ommuurde vestingen en zijn niet gemengd. Een uitzondering is de campus van Béjaïa, die doorgaat voor ‘gemengd’ omdat de studentenhuizen van de vrouwen er zich op hetzelfde terrein bevinden als die van de mannen. Niet dat dat het probleem oplost: de gebouwen zelf zijn evengoed verboden terrein voor leden van het andere geslacht.

    ’s Avonds na zonsondergang ontmoeten geliefden elkaar daarom in de ‘love street’, een donker straatje achter de kleine sporthal. Daar zie je jonge stellen elkaar vurig kussen tussen het vuilnis, terwijl hun handen de blote huid van de ander zoeken, onder kleren die nooit worden uitgetrokken.

    In december 2013 vertoonde de zender Ennahar TV met een verborgen camera gefilmde opnamen van bier drinkende studentes, die na het ingaan van de avondklok achter de mannen aan gingen. De documentaire veroordeelde dit al, en de meeste Algerijnen spraken er schande van.

    Om ‘seks te hebben’, zoals Noureddine het uitdrukt, gaat er niets boven de eigen auto. Dan kun je tenminste naar een afgelegen plek rijden en in de auto je gang gaan. Wie daar geen geld voor heeft, heeft dan nog de optie om de bus te nemen naar een van de immense parken, die bekend staan om hun discrete struikgewas.

    In de buitenwijken van Algiers roept de naam Ben Aknoenpark onmiddellijk allerlei erotische associaties op. Er blijken daar inderdaad vanuit kleine zijpaadjes voortdurend koppeltjes aan te komen wandelen, de vrouwen onberispelijk gekleed in hijab, lange jas of djellaba, de overheersende kledingstijl in Algerije, tot norm geworden na de periode van islamitisch terrorisme begin jaren negentig.

    ‘Maar zowel in de auto als in parken liggen er altijd twee vijanden op de loer: de politie en dieven,’ vertelt Moerad, die we op een laan in het Ben Aknoenpark tegenkomen. ‘Als de politie je snapt, riskeer je de gevangenis of, erger voor het meisje, een agent kan haar vader bellen op om haar te komen halen.’ Ook stikt het van de dieven: ‘Ze zetten je een mes op de keel, plukken je kaal, zitten aan je vriendin en weten heel goed dat je nooit aangifte tegen ze zult doen.’

    Degenen die het zich kunnen veroorloven huren zo nu en dan een hotelkamer. Of liever gezegd, twee, want een tweepersoonskamer krijg je in geen enkel hotel in Algerije zonder trouwboekje. Prostituees zijn voor de meeste jonge mannen te duur; dat is meer iets voor getrouwde mannen. Ook bezoeken veel jongemannen van het platteland op gezette tijden een prostituee. Maar in de seksuele leerschool van de gemiddelde Algerijn spelen ze toch niet echt een rol.

    Er bestaan dan ook maar drie officiële bordelen, een in Oran, een Skikda en een in Tindoef. De prostitutie speelt zich vooral af in merkez (een soort tot bordelen getransformeerde villa’s, die in meerdere of mindere mate gedoogd worden, al naar gelang de relatie van de eigenaar met de lokale gezagsdragers), in clubs langs het strand van Oran, Algiers en Béjaïa en in sommige hotels.

    “Hoer” is een term die om de haverklap valt in Algerije

    ‘Jonge Algerijnen zijn seksueel buitengewoon gefrustreerd,’ merkt dr. Hammouda op. ‘Zelfs als ze een seksleven hebben zonder rol voor de vagina blijft het heel beperkt, en het niveau van frustratie is hier veel hoger dan in Europa.’ Een tijdlang konden de verlangens enigszins worden gereguleerd dankzij de opkomst van internet en mobiele telefonie (‘Het paradijs voor afspraakjes!’ noemt de jonge, charmante Dihya uit Béjaïa het enthousiast), maar die magische apparaten hebben ook een keerzijde.

    ‘In tegenstelling tot wat je zou verwachten, is door de opkomst van internet de frustratie van jongeren er niet minder op geworden, maar juist erger. Ze hebben een beeld gekregen van wat er allemaal mogelijk is, terwijl ze daarvóór geen idee hadden. Maar er zijn tegelijkertijd geen nieuwe mogelijkheden ontstaan om de opgewekte begeerte te bevredigen,’ stelt psychoanalyticus Aït Sidhoum.

    In het Algerije van 2014 brengen jonge Algerijnen hun tijd vooral door in ‘cyberspace’. In elke stad en in elk dorp zijn er spaarzaam ingerichte ruimtes te vinden met daarin een twintigtal computers, met het scherm naar de muur toe gericht. Ze ademen triestheid, niemand praat er met elkaar. In plaats daarvan is men ‘in gesprek’ met – vaak onbekende – ‘vrienden’, die ze via Facebook, Skype of chatruimtes hebben opgeduikeld. Of anders worden er wel ongezien een paar nieuwe pornofilmpjes gedownload. Ook zijn er steeds meer locaties die wifi aanbieden, wat jongeren in staat stelt overdag of ’s avonds een paar uur het huis te ontvluchten.

    Een van de meest in het oog springende gevolgen van de oplopende frustratie is de agressie waarmee jonge mannen in drukke straten van de grote steden meisjes nakijken of hen aanspreken. Nordine en Bachir, twee leerling-loodgieters van 22 en 23 jaar, hangen rond onder de arcades van Larbi Ben M’Hidi, de belangrijkste winkelstraat van Oran.

    Er lopen twee ‘normaal’ geklede meisjes voorbij, het hoofd bedekt met een hijab en de lichaamsvormen verhuld onder meerdere lagen: een jurk, een trui en een djellaba. Onmiddellijk beginnen de twee jongemannen hen in grove bewoordingen lastig te vallen. Wanneer ze geen antwoord krijgen, wordt het tweetal voor ‘hoer’ uitgemaakt.

    Het is een term die om de haverklap valt in Algerije, niet alleen in de zin van ‘prostituee’, maar eerder in die van ‘gemakkelijke vrouw’. Ketlouma Aguis geeft daar de volgende uitleg aan: ‘Het woord “hoer” [qahaba in het Arabisch] wordt gebruikt voor elke vrouw die zich niet conformeert aan de sociale normen, al is het maar een klein beetje. Dat kan binnenshuis zijn (weigeren het huishouden te doen of te koken) of buitenshuis, door middel van kleding, sigaretten, manier van lopen of het zich op bepaalde tijdstippen op bepaalde plekken bevinden.

    Zodra een vrouw een van die vele niet-seksuele normen overschrijdt, wordt ervan uitgegaan dat zij ook de seksuele normen wel zal overschrijden zodra de situatie zich voordoet.’ Meerdere jonge mannen die we spreken noemen desgevraagd dochters van naar Frankrijk geëmigreerde Algerijnen ‘hoeren’. ‘Tuurlijk’, zegt Mokhtar uit Oran, die het ‘obscurantisme’ van de Algerijnse maatschappij te lijf zegt te willen gaan. ‘Ze gaan uit wanneer ze maar willen, doen geen hoofddoek om, ze roken, kussen hun vriend midden op straat. Dus zijn het hoeren.’

    Voetbal en relletjes als uitlaatklep

    ‘De seksuele frustratie gaat samen met een sterke mate van latente agressie,’ vertelt klinisch psychologe Nalia Hamiche van het Bab El-Oued-ziekenhuis in Algiers. ‘De geschiedenis van Algerije is een aaneenschakeling van gewelddadige trauma’s, die nooit goed verwerkt zijn: de koloniale overheersing, de bevrijdingsoorlog en daarna de burgeroorlog van de jaren negentig. Door al die geweldstrauma’s, met daarbij opgeteld de seksuele frustraties, hebben Algerijnen hun driften niet goed onder controle. Jongens staan op straat constant op de loer, klaar voor de aanval.’

    In elke stad zijn er wel plaatsen – de meeste eigenlijk – waar een ongeschreven wet het vrouwen verbiedt om zich er na een bepaald tijdstip te wagen, meestal na zonsondergang. ‘En wee degene die zich daar niet aan houdt: dan loopt ze de kans om seksueel belaagd te worden!’ Veel van de vrouwen die we spreken zijn meermaals betast, sommigen zelfs verkracht. ‘In mijn praktijk in het ziekenhuis kom ik veel gevallen van pedofilie en incest tegen,’ vertelt Nalia Hamiche. ‘Binnen het gezin, op school, in de moskee, enzovoorts. En de slachtoffers zwijgen erover, want er wordt toch niet naar hen geluisterd.’

    Met dit seksuele leven van de Algerijnse jeugd in het achterhoofd worden veel sociale en politieke verschijnselen opeens begrijpelijker. ‘Seksuele onvolwassenheid en financiële afhankelijkheid, het is allemaal met elkaar verbonden,’ oppert psychologe Hamiche. ‘Door de oliegelden bevindt de jeugd zich in een positie van totale afhankelijkheid ten opzichte van de staat.

    Jongeren hoeven niet echt te werken, de regering biedt voorzieningen waardoor ze toch altijd wel wat geld ontvangen, zonder er iets voor te hoeven te doen. Die situatie van afhankelijkheid zie je ook terug in de familiekring. Het recht van kinderen op seksuele en politieke autonomie wordt tot aan hun dertigste, vijfendertigste of zelfs veertigste niet erkend.’

    Onze politici willen niet begrijpen hoe gevaarlijk al die spanning is

    Het grootste deel van de jongeren heeft nooit gestemd. Ze ‘walgen’ ervan dat hun elke mogelijkheid tot sociale of politieke activiteit ontzegd wordt. Wat blijft er dan nog over? Een voetbalavondje, of anders een incidentele rel in de stad. Elke dag, behalve vrijdag, gaan er wel ergens in het land mannen schreeuwend de straat op, hitsen de buren op, steken autobanden en prullenbakken in de fik, bijvoorbeeld omdat het water in hun buurt is afgesloten, de gasaansluiting op zich laat wachten, beloftes van renovatie niet worden nageleefd of het vuilnis niet wordt opgehaald. En daarna gaan ze gelaten weer naar huis.

    Volgens Aït Sidhoum vormen ‘deze relletjes een uitlaatklep om met de opgelopen spanningen om te gaan. Maar tegelijk is het onvoldoende om de beangstigend hoog opgelopen spanningen te kanaliseren. En onze politici willen maar niet begrijpen wat een gevaarlijke tijdbom al die spanning toch is.’

    Het voetbal en de uitbarstingen van uitzinnige vreugde na een overwinning van het nationale elftal op het WK fungeren ook als bliksemafleider. Hamiche vermoedt dat ‘voetbalstadions en de straat na een overwinning tot ruimtes worden waar mannen de melancholie te lijf gaan. Door zo te keer te gaan, creëren zij de illusie dat ze leven.’

    Maar zulke gelegenheden om zich uit te leven bieden zich maar zelden aan. Dan resteert alleen nog de droom om naar Frankrijk te verhuizen (het Franse consulaat kreeg in 2013 een half miljoen visa-aanvragen te verwerken, op een inwoneraantal van 38 miljoen), het eigen leven te wagen op zee om zo zelf Europa te bereiken, of in Syrië op jihad te gaan. Zelfmoordcijfers schijnen recordhoogten te bereiken, maar ook daarover geeft de staat geen gegevens vrij.

    Seksuele blokkades nestelen zich ook op plekken waar je ze het minst zou verwachten. De 34-jarige journalist en activist Mohand is lid van Barakat, een kortgeleden opgericht platform van de meest uitgesproken militanten van het land. Guitig vertelt hij: ‘Wanneer er militanten bij mij thuis komen, stuur ik mijn vrouw naar haar familie in Kabylië.’

    Waarom? ‘Ach, ziet u, we drinken, we roken, ze zou zich maar slecht op haar gemak voelen.’ Politicologe Naoual Belakhdar, die aan een Berlijnse universiteit onderzoek doet naar Algerijnse sociale bewegingen, vat het als volgt samen: ‘Pas wanneer je in Algerije demonstranten met hun vriendin, zus of moeder de straat op ziet gaan, zul je merken dat er echt iets veranderd is.’

    Auteur: Pierre Daum
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Le Monde diplomatique
    Frankrijk, maandblad, oplage 300.000
    ‘Le Diplo’ heeft een linkse blik op de internationale politiek en cultuur. Kritisch op de wereldwijde effecten van het neoliberalisme. Met tien buitenlandse edities komt het lezersaantal op 1 miljoen.