Tag: Algerije

  • Is er sprake van een nieuw diplomatiek dieptepunt tussen Algerije en Frankrijk?

    Is er sprake van een nieuw diplomatiek dieptepunt tussen Algerije en Frankrijk?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de diplomatieke spanningen tussen Frankrijk en Algerije. Vorige week zetten beide landen elkaars diplomaten uit, waardoor de toch al gespannen relatie verder verslechterde. Wat is er precies gebeurd en hoe past dit in de complexe geschiedenis tussen deze twee landen?

    Wat gebeurde er vorige week?

    De diplomatieke betrekkingen tussen Frankrijk en Algerije zijn vorige week sterk verslechterd na wederzijdse uitzettingen van diplomaten. Frankrijk kondigde op dinsdag 15 april aan twaalf Algerijnse diplomatieke en consulaire medewerkers te zullen uitwijzen en riep zijn ambassadeur terug uit Algiers. Dit gebeurde slechts een dag nadat Algerije twaalf Franse diplomaten had bevolen binnen 48 uur het land te verlaten, aldus Al Jazeera.

    Het Franse staatshoofd probeerde de situatie aanvankelijk te bagatelliseren, schrijft Le Matin d’Algérie. ‘Toen bleek dat de Algerijnse autoriteiten niet op hun besluit terugkwamen om de diplomaten uit te zetten, verhardde de Franse toon.’ Het Palais de l’Élysée verklaarde op zijn beurt dat ‘de Algerijnse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor een plotselinge verslechtering van onze bilaterale betrekkingen.’ De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Jean-Noël Barrot, die begin april nog naar Algiers reisde in een poging de betrekkingen te herstellen, stelde dat Algerije ‘gekozen heeft voor escalatie’.

    Volgens Le Monde begon deze ruzie met de arrestatie van een medewerker van het Algerijnse consulaat in een Parijse buitenwijk op 11 april. De aanhouding – het is de eerste keer dat Frankrijk een Algerijnse consulaire medewerker heeft gearresteerd – maakte deel uit van een onderzoek naar de ontvoering van de influencer Amir Boukhors. Boukhors, beter bekend als Amir DZ, is een prominente criticus van de Algerijnse regering, met meer dan een miljoen volgers op TikTok. Hij woont sinds 2016 in Frankrijk en kreeg in 2023 politiek asiel. Boukhors werd een dag na de ontvoering weer vrijgelaten. 

    ANP 453594003 1
    De Franse president Emmanuel Macron (links) en de Algerijnse president Abdelmadjid Tebboune (rechts) op de Houari Boumediene Internationale Luchthaven in Algiers, Algerije, op 27 augustus 2022. – © EPA / Algerian Presidency

    Het Algerijnse ministerie van Buitenlandse Zaken hekelde de arrestatie van een medewerker van zijn consulaat als ‘onaanvaardbaar en onverdedigbaar’ en beloofde dat het ‘niet onbeantwoord zou blijven’, aldus The New Arab.

    ‘Deze breuk is het resultaat van een complot, een opzetje van extreemrechts in Frankrijk’, schrijft het Algerijnse proregeringsdagblad L’Expression. ‘Hoewel beide staatshoofden een vreedzame relatie nastreven, worden betrekkingen telkens geschaad door incidenten die de Franse minister van Binnenlandse Zaken aanwakkert.’ Volgens het blad markeren deze gebeurtenissen een nieuw dieptepunt in de toch al gecompliceerde Frans-Algerijnse relaties.

    Wat ging eraan vooraf?

    Sinds de zomer van 2024 zit de relatie in een vrije val. Volgens Le Monde heeft dat te maken met drie grote gebeurtenissen. De eerste grote klap kwam op 30 juli, toen Macron in een brief aan de Marokkaanse koning steun uitsprak voor Marokko’s claim op de Westelijke Sahara, een gebied dat grotendeels door Marokko wordt bezet. Frankrijk had zich hierover eerder altijd terughoudend opgesteld, maar sprak nu expliciet van een Marokkaans autonomieplan als ‘enige serieuze oplossing’. Voor Algerije, dat juist de onafhankelijkheidsbeweging Polisario steunt, kwam dit als een klap in het gezicht. Het land riep zijn ambassadeur in Parijs terug en verweet Macron gebrek aan respect. Algerije was in het bijzonder boos omdat de stem van Frankrijk als permanent lid van de VN-veiligheidsraad veel gewicht in de schaal legt, voegt Deutsche Welle toe.

    Na de Franse erkenning van de Westelijke Sahara liepen de spanningen met Algerije op, met name over immigratie en de behandeling van Algerijnse onderdanen die een OQTF (bevel om het Franse grondgebied te verlaten) hebben ontvangen.

    Dit bleek ook toen er in januari 2025 tumult ontstond rondom enkele controversiële Algerijnse influencers die in Frankrijk gevestigd waren. De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Bruno Retailleau, reageerde agressief en zette in reactie hierop een van hen op 9 januari uit. De Algerijnse autoriteiten accepteerden de influencer echter niet op hun grondgebied en stuurden hem uiteindelijk dezelfde dag nog terug naar Parijs.

    ANP 522888523 1
    Betogers tijdens een demonstratie op de Place de la République in Parijs, Frankrijk, op 22 maart 2025, ter gelegenheid van de internationale dag tegen racisme en fascisme. – © Jumeau Alexis / ABACA / Shutterstock

    Volgens The New Arab heeft de mesaanval in Mulhouse in februari 2025, die werd uitgevoerd door een Algerijn tegen wie al meerdere uitzettingsbevelen liepen, de huidige crisis verder aangewakkerd. ‘De aanval deed het migratiedebat in Parijs opnieuw oplaaien. Conservatieve ministers riepen op tot opschorting van de migratieovereenkomst uit 1968, die het verkeer van Algerijnse onderdanen en diplomaten vergemakkelijkt.’

    En dan is er nog de zaak van schrijver Boualem Sansal. Hij werd in maart in Algerije tot vijf jaar cel veroordeeld omdat hij in een Frans radicaal-rechts tijdschrift had gesuggereerd dat een deel van Algerije eigenlijk Marokkaans zou zijn. De Franse regering sprak zich publiekelijk uit tegen zijn veroordeling, maar de Algerijnse autoriteiten zagen de zaak juist als een manier om hun controle en soevereiniteit te onderstrepen, aldus Le Monde. Een gratieverlening leek even in zicht, maar de hernieuwde spanningen maken die kans nu weer klein.

    Na een periode van grote spanningen bereikten de president van Algerije Abdelmadjid Tebboune en zijn Franse ambtgenoot Emmanuel Macron eind maart via een telefoongesprek een akkoord om de banden te herstellen en de diplomatieke samenwerking nieuw leven in te blazen. Begin april bracht de Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Noel Barrot een bezoek aan Algiers, waar hij tijdens zijn ontmoeting met president Tebboune het ‘begin van een nieuwe fase’ in de betrekkingen tussen de twee landen toejuichte. ‘De ontwikkelingen van vorige week suggereren echter dat de toenadering van korte duur was. Parijs en Algiers lijken nu klaar voor een nieuwe diplomatieke botsing, die beide partijen niet snel zullen oplossen,’ analyseert The New Arab.

    Wat betekent dit voor de toekomst?

    ‘De Frans-Algerijnse relatie is zo complex dat ze met geen enkele andere te vergelijken is’, schrijft Le Monde. ‘Door de verstrengeling van koloniaal verleden en economische en strategische belangen is de band tussen Frankrijk en Algerije inherent moeilijk te reguleren.’ Daarnaast is Frankrijk de thuisbasis van een enorme Algerijnse diaspora – volgens sommige tellingen hebben bijna een miljoen Franse burgers de Franse en Algerijnse nationaliteit en nog eens enkele miljoenen inwoners zijn van Algerijnse komaf. ‘Aan de ene kant fungeert de Algerijnse diaspora in Frankrijk als een brug tussen de samenlevingen; aan de andere kant is het een bliksemafleider in de Franse binnenlandse politiek, vaak weerspiegeld in debatten over immigratie, integratie en nationale identiteit’, schrijft Hafed Al-Ghwell, Senior Fellow en directeur van de North Africa Initiative aan Johns Hopkins University en voormalig adviseur bij de Wereldbank, in Arab News.

    Tewfik Hamel analyseert in Middle East Eye hoe gevoelig de relatie tussen Frankrijk en Algerije ligt. ‘In Frankrijk gebruiken politici over het hele spectrum de Algerijnse kwestie en migratie om nationalistische sentimenten aan te spreken. In Algerije dient kritiek op Frankrijk ook om de nationalistische ideologieën te versterken en om de aandacht af te leiden van interne uitdagingen, zoals politieke en economische stagnatie.’ Volgens hem zitten de twee landen nu vast in een neerwaartse spiraal. ‘De koloniale geschiedenis blijft een lange schaduw werpen over het heden. Voor elke vorm van duurzame verzoening is een openhartige afrekening met het verleden nodig, een hernieuwde blik op gedeelde belangen en het loskoppelen van geschiedenis en politiek. Alleen dan kunnen de twee naties een relatie smeden die gebaseerd is op gelijkheid, respect en een gedeelde lotsbestemming.’

    ANP 523930133 1
    De Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Noel Barrot (links) tijdens een ontmoeting met de Algerijnse minister van Buitenlandse Zaken Ahmed Attaf (rechts) op het ministerie in Algiers op 6 april 2025. – © Philemon Henry / France’s Ministry of Europa and Foreign Affairs / AFP

    Maher Mezahi in Africa is a Country ziet ook mogelijkheden voor het verbeteren van de Frans-Algerijnse relatie, maar geeft vooral Frankrijk hierin de verantwoordelijkheid. ‘Zolang Frankrijk niet de fundamentele problemen van extreemrechtse ideeën in haar samenleving aanpakt en de politiek leiders geen blijk geven van meer politieke durf, is een herhaling van conflicten slechts een kwestie van tijd.’ 

    Volgens Hafed Al-Ghwell in Arab News ligt de verantwoordelijkheid bij beide landen. ‘Echte normalisatie zou een niveau van vertrouwen en wederzijds begrip vereisen dat eenvoudigweg niet bestaat.’ In plaats daarvan blijven beide regeringen in wezen gevangenen van de geschiedenis en de politiek. ‘Frankrijk kan zich niet verontschuldigen voor het verleden zonder thuis een vuurstorm te ontketenen. Aan de andere kant kan de Algerijnse regering, die wordt gedomineerd door de oude militair-politieke elite, haar revolutionaire verhaal niet loslaten en Frankrijk niet plotseling vergeven. Elke Algerijnse leider die te dicht bij Parijs staat, loopt het risico door zijn rivalen thuis als verrader te worden bestempeld.’ Zo creëert de status quo, hoe frustrerend ook, volgens hem ‘een vreemde vorm van stabiliteit’.

    Het is volgens hem dus ook niet zo dat er een definitieve breuk in het verschiet ligt. ‘De twee landen zijn te sterk met elkaar verweven om volledig van elkaar los te komen. De bilaterale handel bedraagt jaarlijks bijna 12 miljard euro en groeit nog steeds. Daarnaast is er de wederzijdse afhankelijkheid op het gebied van energie.’ Bovendien blijven de banden tussen het Franse en Algerijnse volk op veel niveaus sterk, zoals blijkt uit familiebanden, culturele affiniteit en de gedeelde taal. ‘Een volledige verbreking van de betrekkingen zou destructief zijn en beide landen weten dat.’

  • Marokko: servers van sociale zekerheidsdienst aangevallen door hackers

    Marokko: servers van sociale zekerheidsdienst aangevallen door hackers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » New York: zes doden bij helikopterongeluk, waaronder een Spaans gezin

    » Palestijn die als 13-jarige onredelijk werd veroordeeld, vrij na negen jaar

    De gegevens van politici, zakenmensen en leden van het koningshuis zijn gelekt

    De Marokkaanse sociale zekerheidsdienst is slachtoffer geworden van een grootschalige cyberaanval. De persoonlijke data op de servers van de sociale zekerheid zijn gestolen door hackers en daarna op de communicatieapp Telegram verspreid. De dienst zei niet wie verantwoordelijk was voor de aanval en beweert dat veel van de gelekte documenten foutief, nep of onvolledig zijn, meldt Euronews.

    De gelekte documenten bevatten de vermogens en inkomens van Marokkaanse burgers. Ze leggen de financiële ongelijkheid binnen de Marokkaanse maatschappij bloot, een probleem waar het land al langere tijd mee te kampen heeft. Tussen de gestolen documenten bevonden zich de gegevens van politici, zakenmensen en leden van het koningshuis.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De hackers hebben verklaard dat hun aanval een reactie was op de Marokkaanse intimidatie van Algerije op sociale media. Ze waarschuwden dat eventuele vergeldingsacties op Algerijnse systemen zouden leiden tot nieuwe aanvallen op het Marokkaanse netwerk. De politieke relatie tussen Marokko en Algerije is de laatste tijd erg gespannen door het dispuut over de Westelijke Sahara, een regio waarvan beide landen beweren dat het onderdeel is van hun grondgebied. In 2020 steunde de Amerikaanse president Donald Trump Marokko’s claim en recent heeft de Amerikaanse staatssecretaris Marco Rubio aangegeven dat hij de Marokkaanse plannen in de regio steunt, een aankondiging waar veel Algerijnse kritiek op volgde.

  • Algerije: steeds meer meisjes gaan op boksen dankzij sportheld Imane Khelif

    Algerije: steeds meer meisjes gaan op boksen dankzij sportheld Imane Khelif

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tien Britten beschuldigd van oorlogsmisdaden in Gaza

    » Nieuw rapport: Estland is het EU-land met de beste luchtkwaliteit

    Khelif werd vorig jaar Olympisch bokskampioen

    De Algerijnse bokser Imane Khelif won afgelopen zomer de finale in de klasse onder 66 kilo op de Olympische Spelen in Parijs. De controverse over haar geslacht wierp een schaduw over haar triomf, maar de Algerijnen steunen hun kampioen door dik en dun, aldus Le Monde. Sinds haar medaillewinst zien boksclubs in heel Algerije een toestroom van jonge meisjes die deze door mannen gedomineerde sport willen gaan beoefenen.

    Volgens scheidsrechter Nacim Touami hebben de prestaties van Imane Khelif onder meisjes ‘een soort obsessie voor boksen’ gecreëerd. ‘In het verleden was er een zekere terughoudendheid bij ouders om meisjes boksles te laten volgen. Maar sinds de triomf van Imane Khelif zien we een ware rage.’ Ook oud-bokser Lina Debbou is positief: ‘Khelif heeft een enorme bijdrage geleverd aan het vrouwenboksen en dankzij haar succes zijn er veel meisjes bijgekomen.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De 14-jarige Hayat Berouali is ruim een maand geleden begonnen met boksen en droomt ervan om kampioen te worden. ‘Ik ben van boksen gaan houden door naar de gevechten tijdens de Olympische Spelen te kijken, vooral naar die van Imane Khelif, en mijn ouders moedigden me aan om ook te gaan boksen,’ zegt ze lachend.

    ‘Sinds de overwinning van Imane Khelif is de vrouwensportbeweging nieuw leven ingeblazen en is het taboe dat vrouwen niet boksen doorbroken,’ aldus Mohamed Benyacoub, technisch directeur bij een boksclub. 

  • Frankrijk: premier François Bayrou wil akkoorden met Algerije herzien

    Frankrijk: premier François Bayrou wil akkoorden met Algerije herzien

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Jeff Bezos legt The Washington Post een nieuwe koers op

    » Toekomstige Duitse bondskanselier Merz brengt verrassingsbezoek aan Macron

    Een illegale Algerijnse migrant pleegde onlangs een mesaanval

    De Franse premier François Bayrou heeft er bij Algerije op aangedrongen om ‘opnieuw te onderhandelen over de overeenkomsten van 1968 die het voor Algerijnse onderdanen gemakkelijker maken om Frankrijk binnen te komen en verblijfsvergunningen te krijgen’, meldt Dernières Nouvelles d’Algérie. Daarbij riep Bayrou op tot het vermijden van diplomatieke escalatie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Na een vergadering van de Franse interministeriële raad over immigratiecontrole op woensdag 26 februari, en ‘midden in een opflakkering van de spanningen tussen Frankrijk en Algerije’, kondigde François Bayrou aan dat ‘Frankrijk de Algerijnse regering gaat vragen om alle overeenkomsten tussen de landen opnieuw tegen het licht te houden’, aldus de website.

    De kritiek op deze overeenkomsten, die door extreemrechts en de rechtervleugel al maanden met argusogen worden bekeken, zwol aan na een mesaanval in de stad Mulhouse in Oost-Frankrijk op zaterdag. Daarbij kwam een man om het leven en raakten drie agenten van de gemeentepolitie gewond. ‘De vermeende aanvaller, een 37-jarige Algerijn, had een verplichting om het Franse grondgebied te verlaten (OQTF). Frankrijk had al veertien keer geprobeerd deze man uit te zetten zonder daarin te slagen,’ aldus de site.

  • De Algerijnse schrijver Kamel Daoud ‘wil het Westen behagen’

    De Algerijnse schrijver Kamel Daoud ‘wil het Westen behagen’

    Kamel Daoud is de eerste Algerijn die Frankrijks meest prestigieuze literaire onderscheiding in ontvangst mocht nemen. Maar in Algerije lijkt niemand dat erg te interesseren.

    Slechts één grote Algerijnse krant zette de prestatie in een klein hoekje op de voorpagina en slechts een handjevol van zijn collega’s feliciteerde hem publiekelijk op social media. De meeste Algerijnen lijkt het nieuws niet veel te doen. Ik zou niet kunnen zeggen of Kamel Daoud de meest prestigieuze literaire onderscheiding van Frankrijk, de Prix Goncourt, verdient. Ik heb zijn laatste boek niet gelezen en zoals veel van mijn Algerijnse leeftijdsgenoten van Generatie Y ben ik dat ook niet echt van plan. Zoals ook geldt voor de Frans-Algerijnse immigratieakkoorden van 1968 [die speciale rechten verlenen aan Algerijnse staatsburgers, een regeling die Frankrijk momenteel heroverweegt] of de recente erkenning van Macron dat het Franse leger schuldig is aan de moord op Larbi Ben M’Hidi [de moord op deze leider van de Algerijnse onafhankelijkheidsbeweging in 1957 door Franse militairen werd eerder door Franse politici ontkend], lijkt Kamel Daoud veel relevanter in Frankrijk dan in zijn thuisland.

    Vanwaar deze onverschilligheid voor zo’n getalenteerde schrijver?

    Ik herinner me dat ik zelf ook nooit erg bereid was sympathie voor Daoud op te brengen. Ik had vluchtig enkele van zijn columns gelezen en vond zijn perspectief vrijwel altijd overdreven of eenzijdig.

    In een artikel in The New York Times uit 2016 getiteld The Sexual Misery of the Arab World [de seksuele ellende van de Arabische wereld] schreef hij: ‘Tijdens de zomer in Algerije trekken brigades salafisten en lokale jongeren, opgehitst door de toespraken van radicale imams en islamistische tv-predikers, eropuit om de lichamen van vrouwen te controleren, vooral op het strand. De politie jaagt stelletjes op in openbare ruimtes, zelfs getrouwde koppels. Tuinen zijn verboden terrein voor verliefden. Banken worden doormidden gezaagd om te voorkomen dat mensen dicht bij elkaar gaan zitten.’

    Hirak-protesten

    De Algerijnse Hirak-protesten – Hirak betekent ‘beweging’ – begonnen op 16 februari 2019, zes dagen nadat Abdelaziz Bouteflika in een ondertekende verklaring zijn kandidatuur voor een vijfde presidentiële termijn had aangekondigd. De protesten verliepen vreedzaam en zorgden ervoor dat het leger aandrong op het onmiddellijke aftreden van Bouteflika, dat plaatsvond op 2 april 2019. Begin mei was een aanzienlijk aantal machthebbers die dicht bij de afgezette regering stonden gearresteerd, waaronder de jongere broer van de voormalige president.

    De oplopende spanningen binnen het Algerijnse regime kunnen worden teruggevoerd tot het begin van Bouteflika’s bewind, dat werd gekenmerkt door het monopolie van de staat op inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen, die werden gebruikt om het cliëntelistische systeem van de regering te financieren en de stabiliteit ervan te waarborgen. Van februari tot december 2019 vonden er grote demonstraties plaats in de grootste stedelijke centra van Algerije. Door hun aanzienlijke omvang trokken de protesten internationale media-aandacht en lokten ze reacties uit van verschillende staatshoofden en deskundigen.

    Het Algerije dat hij beschrijft herken ik misschien uit enkele verhalen, die ook hier ronduit veroordeeld en belachelijk gemaakt worden. Maar met de manier waarop Daoud ze brengt lijkt hij het rechtse publiek in het Westen te willen behagen.

    ‘Ik sta achter u’

    In maart 2022 ontmoette ik hem. Ik werkte als tussenpersoon voor een Japanse journalist die naar Algerije zou vliegen om Daoud te interviewen over zijn volgende boek. We spraken af in een viersterrenhotel met uitzicht op de Middellandse Zee in Oran. Daoud was punctueel, langer dan ik had verwacht en beleefd. Hij liep met snelle passen en zijn tenen een beetje naar binnen gekeerd. We schudden elkaar de hand, gingen zitten en bestelden koffie en bruiswater.

    ‘Ik wilde u even complimenteren met alles wat u doet. Veel succes’

    We werden al snel onderbroken door een onberispelijk geklede dame die me aan een van mijn tantes deed denken. ‘Het spijt me dat ik stoor. Ik wilde alleen maar zeggen dat ik het vervelend vind dat mensen u aanvallen, en dat ik volledig aan uw kant sta. Ook al lees ik niet veel, ik sta achter u. Ga zo door,’ sprak ze bijna emotioneel.

    Een paar minuten later werd ons gesprek opnieuw onderbroken, ditmaal door een man in de lobby. ‘Ik wilde u even complimenteren met alles wat u doet. Veel succes,’ zei hij terwijl hij langsliep. Ik weet nog hoe verbaasd ik was. Niet alleen vanwege de oprechte emoties van zijn fans, maar ook omdat ik de man zelf steeds aardiger begon te vinden. Hij was verfrissend scherpzinnig.

    Algerijnse Burgeroorlog

    De Algerijnse Burgeroorlog, in Algerije bekend als het Zwarte Decennium, was een burgeroorlog die duurde van 11 januari 1992 tot 8 februari 2002.

    De oorlog begon eind 1991, toen de regering naar aanleiding van de uitslag van de eerste verkiezingsronde de tweede stemronde prompt annuleerde. Op die manier wilde ze een overwinning van het Islamitische Reddingsfront (FIS) voorkomen, aangezien de uitslag van de eerste ronde deed vermoeden dat deze fundamentalistische politieke partij de verkiezingen zou winnen. De regering was bang dat het FIS een einde zou maken aan de democratie en de sharia zou invoeren.

    De oorlog werd uitgevochten tussen de Algerijnse regering en verschillende islamitische rebellengroepen. Aanvankelijk leek het erop dat de regering de islamitische beweging met succes had verpletterd, maar daarna doken er gewapende groepen op die de jihad uitriepen, en in 1994 was het geweld zo hoog opgelopen dat het erop leek dat de regering het onderspit zou delven. Uiteindelijk wist ze de rebellen toch te verslaan.

    De oorlog wordt ook wel la sale guerre (de vuile oorlog) genoemd, vanwege het extreme geweld en de wreedheden tegen burgers. Er werden meer dan zeventig journalisten en meer dan honderd buitenlanders gedood. Kinderen werden op grote schaal ingezet, met name door de rebellengroepen. Schattingen van het totale aantal dodelijke slachtoffers lopen uiteen van 44.000 tot tussen de 100.000 en 200.000.

    Het interview ging over de covid-19-pandemie in Algerije en de parallellen tussen ons tijdperk en De Pest van Albert Camus, dat zich ook in Oran afspeelt. Gevraagd naar zijn belangrijkste observaties tijdens de lockdownperiode, zei hij dat hij ‘de stilte had herontdekt’. ‘Stilte stelt je in staat om jezelf en de wereld te horen. In tegenstelling tot wat we denken, zijn stilte en de nacht niet langer vanzelfsprekend met elkaar verbonden. We moesten worden opgesloten om haar terug te vinden.’

    Het gesprek kwam op een van de belangrijkste dilemma’s in Camus’ roman, namelijk op een gevaarlijke plek verblijven óf dierbaren achterlaten. Opnieuw had Daoud een weloverwogen antwoord: ‘Voor mij is het vanzelfsprekend dat ik in Algerije blijf wonen, omdat ik de vrijheid heb om te reizen. Als je vrij bent, zie je je leven anders. Mensen die weggaan, doen dat omdat ze geen andere keuze hebben. Kijk eens naar deze zee.’ Hij wees over zijn schouder naar de Middellandse Zee. ‘Voor een toerist is het uitzicht rustgevend, maar als je er niet overheen kunt reizen, is het een muur.’

    Na het interview maakten we samen een wandeling door de stad en liet hij ons zien waar in Oran Camus verbleef. Hij was zelfs zo vriendelijk om ons bij hem thuis uit te nodigen om het gesprek voort te zetten. Maar toen de Algerijnse samenleving ter sprake kwam, dook de Daoud van zijn columns weer op, waarbij hij ingewikkelde kwesties reduceerde tot seksuele frustratie en religieuze onderdrukking.

    Ziehier de dualiteit van Daoud: de schrijver die diepzinnige literaire en filosofische inzichten biedt en tegelijkertijd maatschappelijke problemen in al te simpele kaders plaatst.

    Larbi Ben M’Hidi

    Larbi Ben M’Hidi (1923-1957) was een Algerijnse revolutionair en een prominente figuur tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog.

    Hij was een van de zes oprichters van het Algerijnse Front voor Nationale Bevrijding (FLN), dat in heel Algerije een gewapende opstand tegen de Franse koloniale overheersing lanceerde en een proclamatie uitgaf waarin werd opgeroepen tot een soevereine Algerijnse staat. In februari 1957 werd hij gevangengenomen door Franse parachutisten. Zijn dood werd in maart 1957 bekendgemaakt. De gebeurtenissen rond zijn dood werden betwist en velen beweerden dat hij was gemarteld voordat hij werd geëxecuteerd. Degenen die hem kenden, sloten zelfmoord uit, zoals de media zijn dood brachten, vanwege zijn toewijding aan de islam, waarin zelfmoord verboden is.

    In 2000 gaf de Franse generaal Aussaresses toe dat Ben M’hidi geëxecuteerd was terwijl hij onder zijn toezicht stond, maar de exacte toedracht rond zijn dood blijft tot op de dag van vandaag een mysterie. Ben M’hidi wordt in Algerije beschouwd als nationale held en gezien als symbool van de revolutie die een einde maakte aan het Franse kolonialisme. Op 1 november 2024 erkende de Franse president Emmanuel Macron dat Ben M’hidi in 1957 was vermoord door Franse soldaten.

    Tijdens ons gesprek in het hotel was ik onder de indruk van zijn genuanceerde observaties over abstracte begrippen zoals ‘stilte’ en zijn menselijke kijk op migratie. Maar wanneer het op de Algerijnse samenleving aankwam, gebruikte hij keer op keer een eenvoudige lens, die geen mogelijkheid bood om in of uit te zoomen en andere factoren in overweging te nemen. 

    Ik begon me af te vragen of de rechtse Franse politieke en culturele elite hem misschien juist daarom zo waarderen: hij verkondigt standpunten die hun aannames en vooroordelen over de Algerijnse arbeidersklasse weerspiegelen. Om deze te mogen uiten hebben ze een Algerijn nodig.

    Ook nadat ik in Oran vriendelijk afscheid van hem had genomen, dacht ik nog veel na over Daoud. Ik sprak met vrienden over hem en stelde hen de vraag: Hoe kan iemand die zo intelligent is zo’n simpele kijk op de dingen hebben? Gelooft hij echt wat hij schrijft of doet hij het om politieke en economische redenen? En wat zou ik erger vinden?

    Op de plaats van het misdrijf vond hij geen intacte lichamen, enkel verspreide lichaamsdelen

    Ik moest ook denken aan een anekdote die hij ons in Oran had verteld over zijn tijd als journalist voor Le Quotidien d’Oran tijdens de Algerijnse burgeroorlog. Hij deed verslag van een bloedbad dat zou zijn aangericht door de Gewapende Islamitische Groep (GIA) in de buurt van Relizane en herinnerde zich levendig hoe hij de heuvel op rende in de richting van het dorp en mensen voorbij zag stromen in de tegenovergestelde richting. Op de plaats van het misdrijf vond hij geen intacte lichamen, enkel verspreide lichaamsdelen. Zulke gebeurtenissen kunnen je zo veel afschuw inboezemen dat je niet langer bereid bent om genuanceerd na te denken over een onderwerp als islamisme.

    Toch was de unanieme reactie van mijn vrienden dat Daoud precies wist wat hij deed wanneer hij Algerije afschilderde op een manier die de racistische rechtervleugel diende, met als doel politiek voordeel te behalen. Geleidelijk aan begon ik het ook zo te zien.

    Bloedbad bij Relizane

    30 december 1997 – de eerste dag van de ramadan – was waarschijnlijk de bloedigste dag van de Algerijnse Burgeroorlog; in de provincie Relizane werden tientallen inwoners van vier verschillende dorpjes vermoord. Bij de verkiezingen van 1997 hadden de inwoners voornamelijk op regeringsgezinde partijen gestemd, wat voor de GIA (Gewapende Islamitische Groep) een reden was om ze om te brengen. Enkele dagen later, op 4 januari 1998, werden nog eens drie dorpen in dezelfde provincie door de GIA aangevallen, met zeker 172 doden tot gevolg. Deze twee slachtpartijen zorgden ervoor dat veel mensen het gebied ontvluchtten.

    De eerste tekenen die deze conclusie ondersteunden kwamen tijdens de Algerijnse Hirak-protesten, toen Daoud de omvang van de protesten overdreef om de regering van [president Abdelmajid] Tebboune te legitimeren, wat hem exclusieve toegang tot de president opleverde. Als columnist voor Le Point kon hij zijn werk voortzetten zonder te worden gehinderd door de Algerijnse autoriteiten, in tegenstelling tot andere, objectieve journalisten, die beschuldigd werden van buitenlandse invloed. En vanwege zijn terughoudendheid in het bekritiseren van de koloniale erfenis van Frankrijk in Algerije, werd hij uitgenodigd op bijeenkomsten op de Franse ambassade en dineerde hij zelfs met president Macron in Algiers. Uiteindelijk kreeg hij het Franse staatsburgerschap.

    ‘Ik heb altijd geleerd dat ik de Jood, de Israëliër, niet mocht kennen, omdat je de vijand was van God’

    Maar wat mijn kijk op Daoud echt heeft veranderd, was zijn artikel ‘Brief aan een onbekende Israëliër’ in oktober 2023. Daarin framet hij de Algerijnse steun aan de Palestijnse zaak simpelweg als rancune: ‘Ik heb altijd geleerd dat ik de Jood, de Israëliër, niet mocht kennen, omdat je de vijand was van God, van Palestina, van gerechtigheid, van de profeet en van bijna alles. Ik verfoeide jou en droomde weleens dat je zou verdwijnen.’ 

    Als een Algerijnse intellectueel een concept als vestigingskolonialisme, dat we allemaal maar al te goed kennen, zo schromelijk verkeerd weergeeft, moet dat wel met opzet zijn.

    Mijn felicitaties aan Daoud voor de Prix Goncourt; er zal ongetwijfeld instemmend gereageerd worden op deze prijsuitreiking. Maar zolang hij minachtend schrijft over de Algerijnse samenleving, zal die waardering eerder een Franse zijn dan een Algerijnse. 

  • Op de daken van Algiers. ‘Wanneer ik aan parkour doe, ben ik alleen met het beton’

    Op de daken van Algiers. ‘Wanneer ik aan parkour doe, ben ik alleen met het beton’

    Jonge Algerijnen in Algiers vinden elkaar in hun gedeelde passie voor parkour, een extreme sport waarbij de stad wordt gebruikt als hindernisbaan. Ze rennen over daken, springen over muren en balanceren op smalle randen.

    Er zijn twee stappen om je voor te bereiden op een sprong van het dak van het ene gebouw naar het andere. Stap één: meet de afstand en oefen de landing op vaste grond. Stap twee: oefen met het rennen naar de rand.

    Bilal Ahmedali traint samen met twee vrienden en collega-parkouratleten op het dak van een verlaten winkelcentrum in de wijk Bab Ezzouar in Algiers. De westelijke vleugel van het winkelcomplex vormt een hoefijzervorm, met een opening van vijf meter tussen de uiteinden en een val van negen meter naar de rood betegelde binnenplaats eronder.

    Maanden eerder, tijdens een training op hetzelfde dak met een grotere groep, rende Ahmedali naar de rand maar durfde de sprong niet te maken. ‘Ik wist dat ik ver genoeg kon springen, maar ik was te bang. Ik heb wel 20 keer naar de rand gelopen om het te proberen, maar het lukte niet.’

    Op deze septemberavond besloot hij om het nog een keer te proberen – en deze keer lukte het. ‘Ik liep naar de rand, keek één keer, liep terug. Keek nog een keer, liep weer terug. De derde keer rende ik door en boem, ik sprong eroverheen.’

    ‘Denk na voordat je springt; spring zonder na te denken.’

    In een video die naar Facebook is geüpload, is te zien hoe Ahmedali in een sierlijke boog door de lucht vliegt en vervolgens met beide voeten keurig op de borstwering aan de overkant landt.

    Ahmed Belkahla, 30, die net klaar is met het filmen van zijn vriend, zegt dat hij opgetogen is, maar benadrukt dat er bij zo’n sprong geen ‘plan B’ is. ‘Het is zowel leuk als riskant. Er is een gezegde in parkour: “Denk na voordat je springt; spring zonder na te denken.” Het is de aarzeling die je fataal kan worden.’

    De 24-jarige Ahmedali, een psychologie student aan de Universiteit van Algiers, zegt dat hij rust vindt in het maken van deze extreme sprongen. ‘Ik heb last van dwanggedachten. Maar wanneer ik aan parkour doe, ben ik alleen met het beton – alles om me heen vervaagt. Het gaat alleen om mij en de aanloop die ik wil nemen.’

    Sport met een filosofie

    Ahmedali en Belkahla maken deel uit van een groeiende parkourgemeenschap die jonge Algerijnen een uitlaatklep biedt om zich de stad – en de sport – eigen te maken. In Algerije, waar overheidsfinanciering voor sportfaciliteiten beperkt is, gebruikt deze gemeenschap sociale media om hun atletische vaardigheden te tonen tegen de achtergrond van de historische architectuur van Algiers. De stedelijke topografie van de stad, die verschillende periodes uit het verleden van het land weerspiegelt, biedt een unieke setting voor parkour. Deze atleten transformeren de Ottomaanse Casbah en Franse koloniale boulevards tot hindernisbanen naar hun eigen ontwerp.

    Parkouristen – of ‘traceurs’, om de Franse term te gebruiken – zijn in het hele land te vinden, hoewel de meeste zich in de hoofdstad hebben geconcentreerd sinds de sport begin 2010 populair werd. 

    Khadidja Boussaid, socioloog en postdoc aan de Universiteit van Algiers, legt uit dat parkour jonge Algerijnen de mogelijkheid biedt om openbare ruimtes toe te eigenen en stedelijke structuren te gebruiken voor hun eigen doelen. ‘Het is een manier om een stempel te drukken op de stad, vergelijkbaar met hoe straatartiesten hun stempel drukken met graffiti.’

    Het scouten van nieuwe trainingslocaties is een essentiële taak voor de traceurs van Algiers. Sarah Latreche, 33, raakte geïnteresseerd in parkour toen ze architectuur studeerde aan de universiteit.

    ‘De meeste mensen zien gebouwen als een plek om te wonen,’ zegt ze. ‘Maar voor ons [in parkour] is het het gebouw waar we in geïnteresseerd zijn – de constructie zelf.’

    Het is een sport met een filosofie, volgens Boubakeur Noui, een 21-jarige student die Instagramvideo’s post van zichzelf waarin hij over betonnen barrières springt op soundtracks van Radiohead en Phoebe Bridgers. ‘Door – of over – een obstakel heen komen geeft je een soort gevoel van succes,’ zegt hij. ‘Zo is het ook in het leven.’

    ‘Wat het mogelijk heeft gemaakt, is verbeeldingskracht en het vermogen om te spelen’

    Parkour ontstond eind jaren tachtig in de buitenwijken van Parijs en voegde elementen van Franse militaire oefeningen samen met een nieuwe, vrije stijl van hardlopen. De term zelf is een bewerking van het Franse woord ‘parcours’, of ‘route’. Rond de millenniumwisseling kreeg de sport erkenning van het grote publiek toen het te zien was in kaskrakers als Yamakasi in 2001 en de Bondfilm Casino Royale uit 2006.

    Sebastien Foucan, 49 jaar, was een van de oprichters van parkour en hij speelde zelf de schurk die de sport gebruikte om de James Bond van Daniel Craig te ontwijken tijdens een ruzie op een bouwterrein. Parkour wordt in films vaak gezien als een virtuoze manier om een tegenstander af te schudden, maar Foucan houdt vol dat de sport is ontstaan als een vorm van spel. ‘Wat het mogelijk heeft gemaakt, is verbeeldingskracht en het vermogen om te spelen,’ vertelt Foucan aan Al Jazeera.

    ‘Je gebruikt de stedelijke omgeving om jezelf te ontwikkelen – en anderen kunnen meedoen,’ zegt hij. ‘Als je het mij vraagt, zijn we zo begonnen.’

    Volgens Mahfoud Amara, een professor aan de Universiteit van Qatar, viel de wereldwijde opkomst van parkour samen met een gespannen politiek moment in Algerije, toen het land in de jaren 2000 uit de decennialange burgeroorlog kwam. ‘Tijdens het tumultueuze “Zwarte Decennium” van politiek geweld – toen de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding en vermaak in het land ernstig beperkt waren vanwege de veiligheidsdreigingen – boden satelliettelevisiekanalen, waaronder Franse kanalen en met name Canal Plus, een waardevolle uitweg uit de harde realiteit,’ legt hij uit. Dankzij deze uitzendingen, zegt hij, konden Algerijnse jongeren in contact komen met nieuwe sporten en subculturen zoals parkour.

    Imad Bouziani, 23 jaar, herinnert zich de invloed van films als Casino Royale en dat hij vond dat de traceurs op het scherm op superhelden leken terwijl ze hun vijanden – vaak afgezanten van de Franse staat – te slim af waren. Parkour betekende ook iets abstracts voor hem: ‘Het is de vrijheid – de vrijheid die gepaard gaat met beweging en met de mogelijkheid om te gaan en staan waar je wilt.’

    Parkour in de kashba

    Sinds de jaren 2000 hebben parkouristen elkaar gevonden dankzij de opkomst van sociale media. In 2017 maakten Ahmedali en Bouziani een WhatsApp-groep aan om trainingen in en rond Algiers te organiseren.

    Op vrijdag stonden ze voor zonsopgang op om om 6 uur ‘s ochtends de bus te nemen naar de verspreide rotsblokken van de Romeinse ruïnes in Tipaza, of ze gingen flips oefenen op de betonnen daken van universiteitscampussen als er geen lessen werden gegeven.

    Sommige locaties waren verboden terrein. Ahmedali herinnert zich dat hij werd achtervolgd door een bewaker die ‘eruitzag als Hulk’.

    Bouziani’s favoriete plek voor parkour was echter altijd de historische Casbah van Algiers. Hoewel hij familiebanden heeft met het gebied, lag zijn grootste interesse om er te trainen in de verscheidenheid aan gebouwen en de iconische status als bastion van verzet tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog.

    Sociale media hebben ook geholpen om traceurs uit het hele land samen te brengen voor een jaarlijkse ‘Parkour Day’, die in 2014 voor het eerst in Algiers werd georganiseerd. Mensen gaan tot het uiterste om deel te nemen. Ahmed Bendaho nam eerst een bus en daarna een trein, zo’n duizend kilometer van Béchar in de Sahara-woestijn naar de Parkour Day in Algiers in 2019.

    Boubakeur Noui verwoordt het eenvoudig: ‘Gemeenschap is zo belangrijk. Je hebt het gevoel dat wat je doet betekenis heeft als andere mensen het ook doen.’

    Het is een groep die zichzelf selecteert en dat is een deel van wat hun relaties heeft versterkt. ‘Je deelt iets waar je van houdt met mensen die er ook van houden.’

    Te midden van houtsnippers en bouwmateriaal ontstaat een junglegym van levensgrote Tetris-stukken

    Parkour is een extreme sport; sommige traceurs hebben het achter zich moeten laten omdat ze om persoonlijke of professionele redenen naar plaatsen als Dubai of Canada verhuisden. Voor anderen waren blessures een keerpunt. Net voor de pandemische lockdown liep Bouziani een ernstige knieblessure op toen hij een dubbele backflip probeerde te maken.

    Hoewel het tegenwoordig goed met hem gaat, kijkt hij terug op de trainingsonderbreking als ‘hartverscheurend’, maar hij voegt er ook aan toe dat de opgelegde pauze hem tijd gaf voor introspectie: ‘Ik ontdekte waarom ik geblesseerd was geraakt en dat dat kwam door mijn slechte fysieke conditie. De conclusie was dus dat ik sterker moest worden.’ Bouziani richt zich nu op langeafstandslopen.

    Voor Fares Belmadani, 27, is parkour iets waar hij zich in Algerije professioneel voor inzet. Hij is nu een gecertificeerde parkourcoach en wil de sport promoten en meer bekendheid geven in het hele land.

    Hij heeft al gezorgd voor overheidsfinanciering voor een officieel parkourgebied op La Sablette, een zandbank die als een haak uitsteekt boven de kustlijn van Algiers in de Middellandse Zee.

    Sarah Latreche heeft haar achtergrond in zowel architectuur als parkour gebruikt om de blauwdruk te maken voor het trainingspark op La Sablette. Momenteel wordt haar ontwerp gebouwd in een pakhuis in Algiers voordat het aan de kust wordt geïnstalleerd. Te midden van houtsnippers en bouwmateriaal ontstaat een junglegym van levensgrote Tetris-stukken – de bouwstenen van een ruimte waar toekomstige generaties kunnen trainen.

    Belmadani schat dat ze voor 60 procent klaar zijn en hoopt de ruimte dit jaar voor de Ramadan te kunnen inwijden. ‘Iemand vroeg me of ik erover dacht om Algerije te verlaten,’ zegt hij. Maar hij is van plan om te blijven: ‘De Algerijnse jeugd is het potentieel dat Algerije heeft.’

  • Religieuze diplomatie

    Religieuze diplomatie

    De Moskee van Algiers, het grootste gebedshuis van heel Afrika en het op twee na grootste ter wereld, is een belangrijke hoeksteen in de Arabische religieuze politiek.

    Tijdens een grootse ceremonie arriveerde de Algerijnse president Abdelmadjid Tebboune in Oost-Algiers. De colonne auto’s kronkelde door de heuvelachtige hoofdstad en kwam voor de Grote Moskee van Algiers tot stilstand. Tebboune stapte uit met een kachabia (een traditionele overjas van kamelenhaar, gedragen op het Algerijnse platteland) om zijn schouders gedrapeerd en onthulde voor het oog van talloze goedgekeurde televisiecamera’s een zwarte gedenkplaat met gouden inscriptie ter inwijding van het monumentale gebedshuis.

    Het is vast en zeker geen toeval dat de Grote Moskee uitgerekend in een verkiezingsjaar eindelijk in gebruik is genomen als gebedshuis. Het religieuze megaproject werd vijf jaar geleden al voltooid; het moest destijds dienen als hoeksteen van de verkiezingscampagne van oud-president Abdelaziz Bouteflika, voordat deze door de democratiseringsbeweging Hirak gedwongen werd om op te stappen. Toch zijn er nog altijd Algerijnen die de Grote Moskee ‘Bouteflika’s Moskee’ noemen. Het is het grootste gebedshuis van heel Afrika en het op twee na grootste ter wereld, na de twee heiligste moskeeën in Mekka en Medina. De bouw kostte een slordige 960 miljoen dollar en het gebouw biedt plaats aan 120.000 gelovigen. De 265 meter hoge minaret kijkt uit over de Baai van Algiers en domineert de skyline van de stad.

    Hoogtepunt

    In de Maghreb zijn dit soort monumentale bouwwerken vaak bedoeld om de herinnering aan narcistische leiders levend te houden. De Tunesische oud-president Zine al-Abidine Ben Ali liet in 2003 de El-Abidine-moskee in Tunis verrijzen (na de Arabische Lente officieel omgedoopt tot de Malik Ibn Anas-moskee). In Casablanca drukte Koning Hassan II zijn stempel op de kustlijn met een naar hem vernoemde moskee, het grootste gebedshuis van het continent voordat deze door de Grote Moskee van de eerste plek werd verstoten. Onder de huidige heerser, koning Mohammed VI, heeft Marokko ‘moskeediplomatie’ aangewend om zijn invloedssfeer te vergroten en de culturele banden met Centraal- en West-Afrika aan te halen. Deze strategie gaat terug tot 1964, toen Hassan II de Grote Moskee van Dakar aan Senegal schonk. In de jaren tachtig kregen Gabon en Mauritanië ieder hun eigen Hassan II-moskee, de moskee van Nouakchott werd zelfs voorzien van een Marokkaans cultureel centrum.

    Tijdens de ramadan dit jaar bereikte de diplomatie een hoogtepunt: vlak na elkaar werden er twee Mohammed II-moskeeën geopend, een op 29 maart in Conakry, de hoofdstad van Guinee, en de ander op 5 april in de Ivoriaanse hoofdstad Abidjan. De Guinese president Bah Oury, die de grootse opening namens generaal Mamady Doumbouya bijwoonde, verklaarde: ‘Dit is niet de eerste keer dat Marokko, op initiatief van de koning, ons land steunt met infrastructurele projecten, donaties of culturele activiteiten die de aloude banden tussen dat deel van Noord-Afrika en dit deel van West-Afrika versterken.’ De gloednieuwe bouwwerken, volledig gefinancierd door Marokko, zijn uitgerust met tal van voorzieningen, waaronder winkelcentra en bibliotheken. De gevels zijn versierd met Marokkaanse ornamenten, het traditionele handwerk van ambachtslieden, ‘vanuit het koninklijke streven om het West-Afrikaanse landschap te verrijken met de Marokkaanse cultuur en beschaving’, aldus Bah Oury.

    Deze religieuze diplomatie gaat verder dan de bouw van moskeeën, ze omvat ook initiatieven als het Mohammed VI Instituut voor de Opleiding van imams, dat een gematigde interpretatie van de islam voorstaat. Jaarlijks worden er zevenhonderd tot duizend studenten uit Afrika, de Arabische wereld en Europa opgeleid. Met sommige landen, waaronder Senegal, is overeengekomen dat al hun imams alleen aan dit instituut worden opgeleid. De Marokkaanse autoriteiten zeggen dat ze met deze religieuze investeringen de banden tussen Marokko en zijn Afrikaanse partners willen verstevigen, maar het valt niet te ontkennen dat het koninkrijk haar soft power ook gebruikt om extremisme te beteugelen door een ‘tamme’ en ‘regeringsvriendelijke’ versie van de religie te exporteren naar West-Afrikaanse landen met een moslimmeerderheid.

    In Algerije hebben ‘zawiyahs’ een verreikende invloed, vooral op het platteland

    Waar de Marokkaanse religieuze diplomatie deel uitmaakt van het buitenlandse beleid, is die van Algerije weliswaar net zo politiek, maar meer naar binnen gericht. Het is dan ook geen toeval dat de Algerijnse autoriteiten Mohamed Mamoune El Kacimi El Hassani aan het hoofd van de Grote Moskee van Algiers hebben gesteld. De tachtigjarige, die eerder het befaamde Zawiyet El Hamel in Bou Saâda leidde, werd daarmee in één klap het gezicht van de Algerijnse islam. In Algerije hebben ‘zawiyahs’ [soefi-ordes of soeficentra die dienen als gebeds- of ontmoetingsplaats, school, klooster of mausoleum] een verreikende invloed, vooral op het platteland. Ze ontvangen regelmatig donaties van bezoekers, die er rituelen uitvoeren en de lokale soefi-heilige eren.

    Vanwege hun grote invloed werden talloze zawiyahs tijdens de Franse overheersing gesloten, wat ertoe bijdraagt dat veel politici geloven dat ze deel uitmaken van het nationale weefsel van het land, en ze blijven ook fungeren als moreel kompas. Aan sommige zawiyahs zijn zowel buitenlandse als Algerijnse studenten verbonden, zodat hun invloed tot over de grenzen reikt. ‘Sommige soefi-ordes hebben buitenlandse vertakkingen, met name in de Maghreb en de Sahel,’ vertelt een Algerijnse onderzoeker die anoniem wenst te blijven. ‘Deze netwerken kunnen gebruikt worden om spirituele kennis door te geven, banden tussen gemeenschappen aan te knopen en culturele en religieuze uitwisselingen te bevorderen. Soms fungeren de zawiyahs als centra van informele politieke macht.’

    Verkiezingen

    Het wordt algemeen aangenomen dat de steun van invloedrijke zawiyahs de kansen van een presidentskandidaat vergroot. Zo vond de aftrap van Tebbounes campagne in 2019 plaats met een bezoek aan de zawiyah van sjeik Belkebir in Adrar, in het zuidwesten van Algerije. Hij was de derde presidentskandidaat die een soeficentrum bezocht, wat aanleiding was voor de Nationale Onafhankelijke Verkiezingscommissie (ANIE) om alle kandidaten erop te wijzen dat het verboden was om gebedshuizen voor verkiezingscampagnes te gebruiken. Desondanks sprak de Nationale Unie van Zawiyahs een maand voor de verkiezingen haar steun uit aan Tebboune. Eerder had de vereniging oud-president Bouteflika gesteund. ‘Presidentskandidaten bezoeken een zawiyah om een soort zegen te ontvangen. Ze willen zich verzekeren van de steun van grote delen van de samenleving die de oren naar hun zawiyah-leiders laten hangen,’ zegt de Algerijnse onderzoeker.

    Als tegenprestatie riep Tebboune 15 september uit als nationale imamdag. Op die dag, in het jaar 2000, overleed sjeik Sidi Mohamed Belkebir, de leider van de zawiyah die Tebboune tijdens zijn campagne bezocht. Hoewel Tebboune zijn kandidatuur voor de vervroegde presidentsverkiezingen van september 2024 nog niet officieel heeft aangekondigd, is het zeer waarschijnlijk dat elke kandidaat die meedoet aan de presidentsverkiezingen op een gegeven moment zal proberen zawiyahs te bezoeken en de politiek van religie te benutten. 

  • ‘Deze vloedgolf van smaad is georkestreerd’

    ‘Deze vloedgolf van smaad is georkestreerd’

    Hoe de zoveelste diplomatieke crisis tussen Marokko en Algerije Abdeslam Ouaddou, voormalig aanvoerder van het Marokkaanse voetbalelftal, tot slachtoffer maakte van een grimmige lastercampagne.

    Het is een kerel wiens bescheidenheid en eenvoud door iedereen, zijn vijanden in-begrepen, worden geprezen. Een uitstekende voetballer die zijn berichten, brieven en e-mails altijd beëindigt met hoffelijke ‘sportieve groeten’. Abdeslam Ouaddou, voormalig aanvoerder van het Marokkaanse voetbalelftal, houdt zich totaal niet bezig met de politiek in zijn land. Hij heeft geen ideologische voorkeur en wanneer hij het over de koning heeft, bezigt hij het eer-biedige en gebruikelijke predicaat ‘Zijne Majesteit’.

    Nooit heeft hij onderwerpen aangeroerd als ernstige mensenrechtenschendingen door het Marokkaanse regime, de onderdrukking van de Sahrawi (het volk van de Westelijke Sahara), de wandaden tegen de mijnwerkers van Jerada, de activisten van Sidi Ifni, de leden van de protestbeweging Hirak in het noordelijke Rifgebied, die werden gemarteld en in de cel gegooid, de zware gevangenisstraffen voor journalisten, youtubers of doodgewone internetters, enkel omdat zij zogeheten gevoelige onderwerpen durfden aan te snijden.

    ‘We hebben niemand die ons vertegenwoordigt in het parlement’

    ‘Ik ben sportman, ik heb geen verstand van dat soort dingen,’ zegt hij, en daarmee is voor hem de kous af. Hij benadrukt dat hij zich als MRE (Marocain résidant à l’étranger, Marokkaan die in het buitenland woont) niet al te bewust is van wat er in zijn land gebeurt. ‘We hebben niemand die ons vertegenwoordigt in het parlement.’

    Als het om liefdadigheidsactiviteiten gaat, is het een ander verhaal. Toen Marokko in 2020 hard werd getroffen door corona, schonk Ouaddou 1 miljoen dirham (bijna 100.000 euro) aan een bijzonder fonds voor de beheersing van de pandemie. Hij is ook bepaald niet te beroerd om computers en tablets te schenken aan schoolkinderen in zijn douar (dorp) of andere gebieden in Marokko, om benefietwedstrijden ter plaatse te organiseren of om een gezin in financiële nood te helpen.

    Alles gegeven 

    Abdeslam was twee jaar oud toen zijn vader, die zich in 1970 in Frankrijk vestigde, hem in 1980 in het kader van de gezinshereniging liet overkomen. Zijn integratie in Frankrijk verliep naar verluidt voorspoedig. In een lokaal pupillenteam, werd hij opgemerkt door AS Nancy-Lorraine, dat hem inlijfde. Later speelde hij in Frankrijk onder meer voor Stade Rennais en Valenciennes FC. Ook in het buitenland bouwde hij een mooi cv op: hij kwam uit voor het Londense Fulham, voor Olympiakos Piraeus en voor andere grote clubs.

    Zijn carrière in Marokko begon in 1998 bij het Olympisch team dat deelnam aan de Spelen van Sydney, in de zomer van 2000. Daarna maakte hij zijn debuut voor het Marokkaanse elftal. ‘Tien jaar international, tachtig keer geselecteerd, een jaar lang aanvoerder: ik heb alles gegeven voor mijn team, voor mijn land,’ meldt hij telefonisch vanuit Nancy, zijn woonplaats in Frankrijk.

    Tijdens het toernooi om de Afrika Cup in 2004, in het Taïeb Mhiri-stadion in Sfax, Tunesië, scoorde de jonge Ouaddou in de 75ste minuut een doelpunt tegen Benin. Dat was een moment van groot geluk en trots. Een paar dagen later won zijn team in hetzelfde stadion afgetekend met 3-1 van Algerije. Marokko bereikte de finale, maar moest daarin buigen voor Tunesië: 1-2. 

    De eer was echter gered. Iedereen in Marokko besefte dat het nationale team een uitstekende prestatie had geleverd. Koning Mohammed VI nodigde staf en spelers uit in het koninklijk paleis in Agadir.

    In het vliegtuig naar Marokko viel het Ouaddou op dat de meeste van zijn teamgenoten een brief aan het schrijven waren

    Eén gebeurtenis uit die periode staat hem nog levendig bij. In het vliegtuig naar Marokko viel het Ouaddou op dat de meeste van zijn teamgenoten, ‘minstens 80 procent van de aanwezigen’, een brief aan het schrijven waren. Hij vroeg wat er aan de hand was en kreeg te horen dat de ontmoeting met de vorst een ideale gelegenheid was om een ‘verzoek’ in te dienen. Hij begreep er niets van. Desgevraagd legde een van zijn medespelers uit dat dit het moment was om het staatshoofd een gunst te vragen: onroerend goed, een licentie voor een taxi- of busbedrijf, een vergunning voor het een of ander, een voordeeltje.

    Deed hij mee aan deze bedelactie? ‘Nee!’ klinkt het stellig. ‘Ik had geen douceurtjes nodig. Ik verdiende goed bij mijn club (Stade Rennais) en van de Marokkaanse voetbalbond kon ik een bonus tegemoet zien voor mijn deelname aan de Afrika Cup. Ik vond toen, net als nu, dat er mensen waren die het harder nodig hadden dan ik.’

    Bovendien, benadrukt hij, was hij bereid om onbetaald voor Marokko te spelen. ‘De ontmoeting met Zijne Majesteit, die zei erg trots te zijn op de wijze waarop wij het land hadden vertegenwoordigd, was al een grote eer voor mij.’

    Belangeloze houding

    Deze in Marokko zeldzame belangeloze houding, zijn toewijding aan zijn team en zijn bescheidenheid konden hem in 2021 echter niet behoeden voor een agressieve campagne in de Marokkaanse pers en op sociale media. Hem werd verweten de kandidatuur van [de Algerijn] Kheireddine Zetchi voor hoofd van de Confédération Africaine de Football (CAF, de Afrikaanse voet-balbond) te hebben gesteund, in plaats van die van [zijn landgenoot] Fouzi Lekjaa. Hij werd gesommeerd zijn voorkeur voor de voorzitter van de Algerijnse voetbalbond boven de machtige baas van de Marokkaanse voetbalbond toe te lichten, maar weigerde tekst en uitleg te geven.

    En dat om één simpele reden: van Marokkaanse supporters wilde hij kritiek voor deze keuze naar eigen zeggen wel accepteren, maar de wekenlange belastering door een georganiseerde bende die ertoe opriep zijn Marokkaanse paspoort in te trekken en hem zijn Marokkaanse nationaliteit te ontnemen – dat ging hem veel te ver.

    Aan deze golven van haat heeft Ouaddou onprettige ‘herinneringen’ over-gehouden. Zo worden er online allerlei berichten gepost en opmerkingen geplaatst, vaak met kwaadaardige beelden en kwetsende woorden: ‘verrader’, ‘buitenlandse agent’, ‘klootzak’ en andere fraaie teksten – als hij al niet wordt vergeleken met een ‘aap’.

    8a32f734 7517 4270 b26c 6336f2d4c559Ik kon niet bevroeden dat onverdraagzaamheid en boosaardig racisme zo ingebakken, zo virulent zijn in mijn land’

    ‘Ik verkeer nog steeds in shock. Het is alsof mijn wereld is ingestort,’ klinkt het verbluft. ‘Ik kon niet bevroeden dat onverdraagzaamheid en boosaardig racisme zo ingebakken, zo virulent zijn in mijn land.’ En dan hij heeft nog niet eens gelezen wat er in het Arabisch over hem is geschreven.

    Net als zijn ouders is Ouaddou Berbertalig. Het Darija, een mix van Arabisch, Berbers, Frans en Spaans die de lingua franca is van veel Marokkanen, verstaat hij wel maar beheerst hij niet tot in de puntjes. Het Arabisch schrift kan hij al helemaal moeilijk ontcijferen. 

    Adressenlijst

    Om de lawine aan haat tot stilstand te brengen zocht Ouaddou in zijn adressenlijst de namen op van enkele Marokkaanse sportjournalisten, maar geen van hen reageerde. ‘Ze lieten me allemaal barsten. Niemand wilde me vragen stellen of was geïnteresseerd in mijn reactie of mijn kant van de zaak. Het was alsof ik van de ene op de andere dag niet meer voor hen bestond,’ verzucht hij.

    De honderden trollen op internet hebben maar één doel: hem vernederen

    Op sociale media probeert hij het gesprek aan te gaan met zijn criticasters, ook als ze hem hebben geschoffeerd. Tevergeefs: door het grote aantal tegenstanders ziet hij zich gedwongen de strijd te staken. De honderden trollen, de accounts van Moorish – een racistische en extreemrechtse clandestiene organisatie die zou zijn voort-gekomen uit de Marokkaanse geheime diensten – hebben maar één doel: hem vernederen.

    Maar vanwaar dan al dit tumult – vooral als je bedenkt dat de voormalige Algerijnse international Lakhdar Belloumi zichzelf zonder problemen kon uitroepen tot ‘ambassadeur van Marokko’ voor het WK van 2026?

    Antwoord: omdat Ouaddou in de zoveelste politieke en diplomatieke crisis tussen Marokko en Algerije beland raakte, over een eeuwigdurend conflict: dat van de Westelijke Sahara. Met deze keer als pikant extraatje het Marokkaanse besluit om de diplomatieke betrekkingen met Israël te normaliseren. Een soeverein besluit van het koninkrijk, dat door het buurland als een bedreiging wordt gezien, wegens – in de woorden van de Algerijnse regering – de ‘installatie’ van Israël voor haar deur. 

    Nog zo’n onderwerp dat, net als de mensenrechten, zijn pet te boven gaat, maar waarvan hij het belang wel degelijk inziet, gezien het enorme aantal bots onder zijn lasteraars. Het feit dat hij in de pers hevige kritiek te verduren kreeg van voormalige Marokkaanse internationals, bevestigt zijn bange vermoeden dat deze vloedgolf van smaad is georkestreerd.

    Deze oud-spelers, met wie hij ooit goed meende te kunnen opschieten, geeft hij lik op stuk. Noureddine Naybet? ‘Welk opleidingsniveau heeft deze meneer en wat doet hij tegenwoordig precies?’ Youssef Chippo? ‘Welke meerwaarde heeft hij gehad voor het Marokkaanse voetbal?’ Mustapha El Haddaoui? ‘Die is al vijftien jaar coach van het nationale beachvoetbalteam en voorzitter van de Marokkaanse Unie van Professionele Voetballers [UMFP]. Op welke resultaten mag hij zich laten voorstaan?’

    Wat Mohammed Sahil en anderen betreft: die zegt hij niet te kennen, maar hij neemt aan dat ze verplicht zijn hem aan te vallen om de ontvangen voordeeltjes te rechtvaardigen – dezelfde voordeeltjes die hij weigerde op te strijken na de wedstrijd tegen Tunesië in 2004.

    Ontslag

    Direct na zijn aankomst in Oujda kreeg Ouaddou te maken met spelers die staakten omdat ze hun loon niet uit-betaald kregen. Pijnlijker nog is dat hij beweert te zijn ‘geïntimideerd’ door de bestuurder van de regio Oriental, Mouaad Jamai, die hem naar verluidt tijdens een door de club georganiseerde lunch verweet dat hij de spelers steunde en ‘de club gijzelde’. 

    ‘De club gijzelen omdat spelers uit hun woning worden gezet vanwege een huurachterstand die ze buiten hun schuld niet meer konden ophoesten?’ vraagt hij ironisch. ‘Sommigen hadden niet eens genoeg te eten,’ zegt Ouaddou, die erop wijst dat ook hij en zijn staf niet werden betaald. Dit wordt bevestigd door de uitgebreide correspondentie tussen zijn Parijse advocaat, Alexis Rutman, en de directie van MCO.

    Zijn weigering om de plaatselijke bestuurder en de voorzitter van Mouloudia ter wille te zijn en te aanvaarden dat zijn contract van vier naar één jaar werd teruggebracht, leidde uiteindelijk tot zijn ontslag. Hij verliet de stad met een bittere smaak in zijn mond en nog een laatste leuke ‘herinnering’: een door de chauffeur van de spelersbus uitgelokt handgemeen, waardoor hij vijfentwintig dagen niet kon werken.

    ‘Waarom steun je de Algerijnen?’ ‘Ben je tegen de Marokkaanse Sahara?’

    Steunde Ouaddou daarom Zetchi in plaats van Lekjaa? De oud-international ontkent het ten stelligste. Bovendien, zo rechtvaardigt hij zichzelf, had hij ruim voor zijn aanstelling bij Mouloudia d’Oujda de Marokkaanse bond gevraagd of hij ergens stage mocht lopen om zo een trainersdiploma te kunnen behalen. Diverse keren schreef hij de bond aan, maar zonder resultaat.

    Daarop wendde hij zich tot de Algerijnse voetbalbond (FAF), via Djamel Belmadi, de coach van het Algerijnse nationale team. En zie, de deuren van de deze bond zwaaiden wél voor hem open. Dat viel niet goed bij een aantal bobo’s van het Marokkaanse voetbal. 

    De beschuldigingen op sociale media konden natuurlijk niet uitblijven: ‘Waarom steun je de Algerijnen?’ ‘Ben je tegen de Marokkaanse Sahara?’ 

    Maar, zo bezweert hij, hij wil echt een einde te maken aan deze zaak. Dat hij Zetchi steunde en niet Lekjaa, is niet uit ressentiment of wraak, maar puur uit sportieve overwegingen. Voor hem heeft de Algerijn een project in gedachten, een visie voor het Afrikaanse voetbal die hij volledig onderschrijft. Algerije won in 2019 de Afrika Cup met een nationaal team dat voor 70 procent bestond uit spelers uit de Algerijnse competitie; de Marokkaanse kampioen telde voor 98 procent spelers die in het buitenland actief waren. Van een jeugdopleiding die de kans op toekomstig succes van het Marokkaanse voetbal kon vergroten, was geen sprake. 

    Verduistering

    Daarnaast wijst Ouaddou erop dat Fouzi Lekjaa de secondant was van de Malagassiër Ahmad Ahmad, de voorzitter van de CAF die werd geschorst wegens ‘het aanvaarden en uitdelen van geschenken en andere voordelen’, ‘machtsmisbruik’ en ‘verduistering’. Die veroordeling maakte zijn herverkiezing onmogelijk.

    ‘Lekjaa heeft veel gedaan voor infrastructuur en stadions in Marokko, maar vergeten wordt dat hij voor Ahmad werkte, die een tekort van 10 miljoen euro in de schatkist van de CAF achterliet. Als we daarbij optellen dat er in Marokko duizend profspelers zijn uit de eerste en tweede divisie die geen sociale zekerheid hebben, dan geeft dat te denken,’ zo stelt een sportjournalist die anoniem wenst te blijven uit angst voor represailles. 

    En zoals Abdeslam Ouaddou hardop zegt, wekt dit enkel wrevel bij de Marokkaanse voetbalbond.

    En verder, zegt hij, terwijl hij zich excuseert omdat hij zijn vliegtuig moet halen: ‘Als Zijne Majesteit of de hoge autoriteiten van mijn land van mening zijn dat ik een verrader ben en dat ik het niet verdien om Marokkaan te zijn, dan ben ik bereid mijn paspoort bij het dichtstbijzijnde consulaat in te leveren’. 5ebda3b7 9ec1 4dd6 bb03 8006a0efa7b7

  • Algerije: 26 doden bij bosbranden

    Algerije: 26 doden bij bosbranden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Kenia: verliezer Odinga verwerpt uitslag presidentsverkiezingen

    » Myanmar: zes jaar extra gevangenis voor Aung San Suu Kyi

    Algerije heeft gebrek aan blusvliegtuigen

    De bosbranden die sinds enkele dagen woeden in het noorden van Algerije ‘zijn uiteindelijk de oorzaak van menselijk leed in El Tarf en Sétif’, meldt de Algerijnse nieuwssite Tout sur l’Algérie. Volgens de autoriteiten is het dodental dinsdag opgelopen tot zesentwintig.

    Algerije heeft een Russisch Beriev BE 200-waterbommenwerper gecharterd, maar na de inzet bij verschillende branden is hij uitgevallen en hij zal pas zaterdag weer operationeel zijn, aldus de brandweer. Het debat over het gebrek aan voldoende blusvliegtuigen is door de branden weer aangewakkerd. Algerije was vorige zomer al in rep en roer toen het te kampen had met de dodelijkste branden in zijn moderne geschiedenis.

    Lees ook:

  • Afrika biedt Europa een alternatief voor Russisch gas – maar tegen welke prijs?

    Afrika biedt Europa een alternatief voor Russisch gas – maar tegen welke prijs?

    De oorlog met Rusland heeft ervoor gezorgd dat de EU haar vizier richt op Afrika voor olie en gas. Het continent heeft die brandstoffen evengoed nodig.

    Naar aanleiding van de Russische invasie in Oekraïne is de EU al een tijdje wanhopig op zoek naar vervangers voor steenkool, olie en gas. In het document REPowerEU stelt de Europese Commissie zich ten doel ‘Europa vóór 2030 onafhankelijk te maken van Russische fossiele brandstoffen’. Daartoe wil de EU in de eerste plaats samenwerken met ‘internationale partners om alternatieve energiebronnen te vinden’, zoals het gas dat in sommige Afrikaanse landen onder de grond is opgeslagen.

    De Afrikaanse regeringen verwelkomen deze verandering in het Europese beleid met open armen. Vóór de oorlog was Algerije al de op twee na grootste leverancier van aardgas aan Europa via pijpleidingen naar Spanje en Italië. Een ander belangrijk aandeel wordt over zee vervoerd als vloeibaar aardgas (lng), vanuit de Golf van Guinee (Nigeria, Angola en Equatoriaal-Guinea).

    In de afgelopen maanden hebben verschillende Europese ambtenaren Algiers, Dakar, Abuja, Brazzaville en Luanda bezocht om de mogelijkheden voor grotere gasinvoer te onderzoeken. De Europese Commissie heeft een tripartiete overeenkomst ondertekend om de aankomst van Israëlisch gas via Egypte te verzekeren. Bovendien worden de investeringen van Europese ondernemingen in lng-projecten nieuw leven ingeblazen. Enkele voorbeelden: BP in Senegal en Mauritanië; ENI in Algerije, Egypte, Nigeria, Angola en de Republiek Congo; Equinor en Shell in Mozambique en Tanzania.

    Afrikaanse ontwikkeling

    Aardgas wordt echter niet alleen geëxporteerd, maar ook steeds meer binnen Afrikaanse landen gebruikt. Het wordt veelal gezien als een belangrijke stap richting de energietransitie, en een garantie voor ontwikkeling. Gasflessen kunnen heviger vervuilende energiebronnen als brandhout of houtskool vervangen, die nu nog op grote schaal in Afrikaanse huishoudens worden gebruikt, en die slecht zijn voor de gezondheid.

    De belangrijkste toepassing van gas – vooral in een werelddeel waar maar weinig mensen toegang hebben tot stroom – is het opwekken van elektriciteit. Hiervan wordt al gebruikgemaakt in landen als Ghana, dat weliswaar het grootste deel van zijn olie naar internationale markten exporteert, maar gas gebruikt om in elektrische energie te voorzien. Bovendien kunnen zowel de nationale als de regionale markten via pijpleidingen van aardgas worden voorzien.

    Momenteel doorkruist de West-Afrikaanse gaspijpleiding het grondgebied van Nigeria, Benin, Togo en Ghana en een andere pijpleiding verbindt Zuid-Afrika met Mozambique. Dat systeem wordt nog verder uitgebreid via verschillende projecten, zoals de Afrikaanse Renaissance-pijpleiding – een van de twee tussen Mozambique en Zuid-Afrika – en een initiatief dat de levering van gas vanuit Tanzania aan Oeganda mogelijk maakt. In Nigeria werkt men ten slotte aan de Trans-Sahara-gaspijpleiding, die reikt tot aan Algerije, en aan een leiding tussen Nigeria en Marokko. Belangrijk aan deze laatste twee pijpleidingen is dat ze kunnen worden aangesloten op de Europese gasnetwerken.

    Export leidt hoe dan ook tot de uitputting van een niet-hernieuwbare hulpbron

    Maar is dat wel mogelijk, om tegelijkertijd naar buiten toe uit te breiden en intern te optimaliseren? Zijn die twee doelen verenigbaar? Kunnen gasleveringen aan Europa worden verhoogd terwijl tegelijkertijd de Afrikaanse huishoudens en productiesector van energie worden voorzien? Hoe kunnen projecten op de buitenlandse markt worden gecombineerd met de energietransitie waar zoveel mensen in Afrika en Europa terecht om vragen?

    Sommigen zijn van mening dat al deze doelstellingen samenvallen. Hun voornaamste argument is het geloof dat groeiende Europese belangstelling zal leiden tot de investeringen die nodig zijn om de energiebronnen te exploiteren. Verder wordt beweerd dat de uitvoer van gas naar Europa Afrikaanse landen aanvullende middelen zal verschaffen om in de eigen ontwikkeling te investeren. Maar er zijn factoren die stemmen tot een minder optimistische houding.

    Risico’s van aardgas

    De energiebehoeften van Afrika zijn veel groter dan die van Europa. Hoezeer de productie en beschikbaarheid van gas op een gegeven moment ook mogen toenemen, export leidt hoe dan ook tot de uitputting van een niet-hernieuwbare hulpbron. Zo kan een soort hypotheek ontstaan, die de middellange- en langetermijnstrategie voor de ontwikkeling van Afrikaanse energie en industrie in de weg staat.

    De infrastructuur die de elektriciteitsvoorziening en de levering van gasflessen aan huishoudens op het continent mogelijk maakt, is niet geschikt voor de export van gas. Waar sprake is van gasexport, ontstaan vaak zogenaamde enclave-economieën. Er zijn talrijke verhalen over mislukte ontwikkelingsprocessen die geworteld waren in de winning en verkoop van natuurlijke hulpbronnen.

    De aanleg van meer gasinfrastructuur zou ontwikkeling dus flink kunnen tegenwerken

    Ook vanuit andere hoek klinken tegenargumenten, namelijk van Afrikaanse milieugroeperingen: gas is een fossiele brandstof, die bijdraagt aan klimaatverandering. Investeren in gas betekent dus dat er minder geld wordt besteed aan de bevordering van hernieuwbare energiebronnen. De Europese belangstelling zou bovendien van korte duur kunnen blijken, aangezien de EU ernaar streeft haar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen vóór 2030 drastisch te verminderen. De aanleg van meer gasinfrastructuur zou ontwikkeling dus flink kunnen tegenwerken.

    Net als andere onderaardse grondstoffen leidt de aanwezigheid van gas nogal eens tot perverse, politieke situaties in landen waar het sociaal contract tussen heerser en burger op losse schroeven staat. Zo worden de opbrengsten van gasverkoop vaak ingezet om de macht en de rijkdom van machthebbers uit te breiden, en niet om openbare diensten en economische ontwikkeling te financieren.

    Het spreekt voor zich dat de stabiliteit van het sociaal contract en van staatsinstellingen in verschillende Afrikaanse landen sterk uiteenloopt. Maar externe partijen maken geen onderscheid tussen meer of minder democratische regeringen. Paradoxaal genoeg kan Europa’s streven om op het gebied van energie autonoom te worden en niet langer afhankelijk te zijn van een autocraat als Vladimir Poetin, uiteindelijk een steun zijn voor andere autocraten.

    Toekomstige dilemma’s

    Op een moment als dit, waarop iedereen onder hoogspanning staat, zullen Afrikaanse en Europese leiders weinig interesse hebben in deze redenen, die ertegen pleiten om Europa van meer Afrikaans gas te voorzien. Gelukkig neemt dit alles niet de aandacht weg van de tweede en derde strategie van het REPowerEU-plan, waarmee enige vooruitgang kan worden geboekt, namelijk energiebesparing en versnelde overgang op hernieuwbare energiebronnen.

    Ook Afrika kan een belangrijke rol spelen bij de productie van deze schone energiebronnen, zowel voor binnenlands gebruik als voor export. Maar ook dit toekomstbeeld levert dilemma’s op. We kunnen nog niet voorzien wat voor evenwicht Afrikaanse leiders vinden tussen de belangen van internationale investeerders en de behoeften van hun eigen burgers.

    Lees ook:

  • ‘Nog nooit is de situatie van Algerijnse journalisten zo zorgelijk geweest’

    ‘Nog nooit is de situatie van Algerijnse journalisten zo zorgelijk geweest’

    Khaled Drareni, zelf meermaals gevangengezet om zijn journalistieke werk, beantwoordt vragen over de situatie van andere journalisten en de persvrijheid in Algerije.

    Waarom is Rabah Karèche gevangengezet en waarom is hij nu weer vrij? Kwam zijn vrijlating plotseling of werd die al verwacht?

    ‘Rabah Karèche was gevangengezet vanwege artikelen in Liberté Algérie, de krant waarvoor hij correspondent is in Tamanrasset, een stad in het uiterste zuiden van Algerije. In die artikelen schreef hij over de nieuwe bestuurlijke indeling, die door een deel van de zuidelijke bevolking is verworpen.

    Hij werd aangeklaagd wegens “verspreiding van onjuist nieuws op sociale netwerken”, alleen omdat hij had meegewerkt aan een artikel over de nieuwe indeling dat in Liberté verscheen. Maar ook wegens “schending van de nationale eenheid”. Berichten over het volksprotest in dat deel van het land zijn pijnlijk voor de Algerijnse autoriteiten. Daarom is hij gevangengezet, ook al erkent de Algerijnse grondwet in theorie geen persdelicten meer. Hij is op 19 oktober vrijgelaten omdat hij de straf van zes maanden had uitgezeten waartoe hij veroordeeld was.’

    Waarom ligt het onderwerp waaraan hij werkte zo gevoelig bij de Algerijnse autoriteiten?

    ‘Het ligt gevoelig omdat het volgens de autoriteiten om een schending van de nationale eenheid gaat. De meeste zuidelijke inwoners zijn Toearegs en het gebied ligt dicht bij Libië en Mali. Het is een regio die met eigen problemen kampt, vandaar het verzet tegen de nieuwe bestuurlijke indeling.’

    Hoe is de huidige situatie voor journalisten in Algerije?

    ‘De situatie voor Algerijnse journalisten is slecht en ik denk dat ze nog nooit zo zorgelijk is geweest. Op ditzelfde moment zitten er drie journalisten gevangen en bijna vijftien van hen worden momenteel vervolgd door justitie. Velen zijn al eens gevangengezet en anderen worden continu door justitie op de huid gezeten, zoals Mustapha Benjamaa, de hoofdredacteur van het regionale dagblad Le Provincial in de stad Annaba. Journalisten zijn vogelvrij, ook al worden ze in theorie beschermd door de grondwet en bestaan persdelicten officieel niet meer in Algerije. Toch blijven de autoriteiten hen arresteren, hun het werken onmogelijk maken, hen aan een ware justitiële kwelling onderwerpen. Ze zijn met velen want we leven in een land dat nog steeds niet begrepen heeft dat je zonder persvrijheid geen echte rechtsstaat kunt opbouwen.’

    Heeft men het alleen op de persvrijheid gemunt, of ook op journalisten die berichten over de in het noorden van Marokko actieve mensenrechtenbeweging Hirak Al-Hoceima?

    ‘Allebei een beetje. Over Hirak berichten is inderdaad moeilijk. Websites als Casbah Tribune en TSA zijn nog altijd uit de lucht in Algerije. Journalisten die ervoor kozen Hirak te volgen en erover te berichten zijn van het begin af aan gerechtelijk vervolgd en gearresteerd maar ze zijn er nooit mee opgehouden. Maar ook journalisten die de corruptie aan de kaak stellen, worden aangeklaagd, zoals de eerder genoemde Mustapha Benjamaa. Mensen van wie men vindt dat ze de binnenlandse belangen van het land schaden worden systematisch vervolgd.’

    Ziet u een verharding bij de Algerijnse autoriteiten wat het buitenlands (Marokko) en het binnenlands (de kwestie-Kabylië) beleid betreft?

    ‘Ja, er wordt harder opgetreden tegen journalisten, maar meer in het algemeen. Het spitst zich niet toe op een bepaalde kwestie maar bestond al voordat de crisis met Marokko uitbrak. Wat de Kabylische kwestie betreft, Kabylië is een integraal onderdeel van Algerije. Maar de regering plakt elke militant systematisch het etiket van de autonomistische beweging MAK (Beweging voor Kabylisch zelfbestuur) op. Dat heeft Amnesty International ook al veroordeeld. Nu is het tijd om de persvrijheid in Algerije te waarborgen, zodat journalisten vrij zijn in hun doen en laten zonder dat ze een willekeurig etiket opgeplakt krijgen. Er zitten er momenteel al heel wat in de gevangenis op arbitraire gronden, zoals lidmaatschap van een terroristische beweging.’

    Hoe ervaart u dit alles persoonlijk? Zelf bent u in augustus 2020 ook gevangengezet wegens ‘het oproepen tot ongewapende samenscholing en het schenden van de integriteit van het nationaal grondgebied’.

    ‘Ik heb het niet moeilijker dan mijn collega’s. Ik ben in februari 2021 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Ik blijf mijn journalistieke werk doen, op een onafhankelijke en onpartijdige manier, en ik zal mijn collega’s blijven verdedigen die slachtoffer zijn van vervolging door justitie.’

  • Spanje ziet gasprijs verder stijgen door conflict Algerije-Marokko

    Spanje ziet gasprijs verder stijgen door conflict Algerije-Marokko

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » China wil nog geen expats

    » VS tegen ontbossing Amazone

    Sluiting gaspijpleiding Maghreb-Europa heeft grote gevolgen voor Spanje

    De ruzie tussen Algerije en Marokko heeft gevolgen voor Spanje. Tegen de achtergrond van de spanningen met Rabat heeft Algiers besloten het contract voor de exploitatie van de gaspijpleiding Maghreb-Europa (GME) na 31 oktober niet te verlengen. Madrid is op zijn beurt verstoken van een essentiële aardgasvoorziening, schrijft Courrier International.

    Lees ook:

    Via de GME gaat jaarlijks tot 11 miljard kubieke meter gas van Algerije, via Marokko, naar de gemeente Zahara de los Atunes, in de provincie Cádiz, in het zuiden van Spanje, om te worden verdeeld over het Iberisch Schiereiland (ook Portugal wordt getroffen door de sluiting van de pijpleiding).

    Spanje heeft nu al te lijden onder de sterke stijging van de energieprijzen

    ‘Spanje loopt voorlopig geen gevaar op tekorten, maar het zal wel te maken krijgen met een stijging van de gasprijs, die zal worden doorberekend in de elektriciteitsprijs’, aldus de liberaal-conservatieve website El Confidencial, terwijl het Zuid-Europese land nu al te lijden heeft onder de sterke stijging van de energieprijzen.

    De ontbrekende energie zal worden onder andere worden verkregen ‘door meer brandstof over zee aan te voeren’, aldus El País. Die operatie blijkt echter ingewikkeld te zijn. Niet alleen de prijs van aardgas is gestegen, ook de vrachtkosten zijn hoger. ‘Er is een tekort aan LNG-tankers [die vloeibaar aardgas vervoeren] in deze periode van economisch herstel’, zegt El Confidencial. Het gevolg is dat ‘de vervoerskosten zeer hoog zijn’.

  • Wereldnieuws: Probleem van bosbranden wordt alleen maar groter & Meer

    Wereldnieuws: Probleem van bosbranden wordt alleen maar groter & Meer

    Intensere bosbranden in Californië dan ooit

    De afgelopen twee jaar werd Californië getroffen door meer grootschalige bosbranden die met grotere intensiteit brandden dan ooit eerder werd geregistreerd. Ze trekken met steeds grotere snelheid en hogere frequentie door de staat, vernietigen gemeenschappen en hun rookpluimen zijn honderden kilometers verderop nog waarneembaar. Volgens Cal Fire, de brandweer van de staat, deden negen van de twintig grootste branden ooit in Californië zich sinds 2020 voor. Vier ervan woeden nog, bericht The New York Times.

    In drie maanden tijd werd meer dan 610 miljoen dollar uitgegeven om de brand onder controle te krijgen

    Eind augustus vochten hulpdiensten in een afgelegen bosgebied in Noord-Californië tegen de ‘Dixie Fire’, met een oppervlak van bijna 400.000 hectare (4000 vierkante kilometer) de op een na grootste brand in de geschiedenis van Californië. Binnen enkele weken groeide de bestrijding uit tot een operatie van nooit eerder vertoonde omvang: duizenden mensen gebruikten honderden bulldozers, vliegtuigen en ander materieel, miljoenen liters water en vlamvertragers. In drie maanden tijd werd meer dan 610 miljoen dollar uitgegeven om de brand onder controle te krijgen. Volgens het hoofd van Cal Fire is het verreweg de duurste blusoperatie in de geschiedenis van Californië.

    De Dixie Fire laat zien dat naarmate bosbranden groter worden, ook de omvang van de bestrijding toeneemt. Terwijl overheidsbegrotingen onder druk komen te staan en extreme droogte en andere effecten van klimaatverandering het landschap veranderen, wordt het bestrijden van megabranden steeds duurder. ‘Vijftien jaar geleden zou een brand van 40.000 hectare de grootste in mijn carrière zijn geweest’, zei Kristen Allison, een brandweervrouw met 25 jaar ervaring, verbijsterd. ‘Nu hebben we branden van 400.000 hectare: zo groot als Rhode Island, en we zijn op weg naar de omvang van Delaware.’ Die Amerikaanse staat heeft een oppervlakte van ruim 5000 vierkante kilometer. 

    Op 10 oktober hadden de branden al meer dan 1,13 miljoen hectare in Californië verwoest. Het einde van het bosbrandseizoen wordt pas over enkele weken verwacht. 


    ‘Geef een ander perspectief op de Holocaust’

    Een topbestuurder van het Carroll Independent School District in Southlake (Texas) heeft leraren laten weten dat als ze de Holocaust behandelen, ze leerlingen ook toegang moeten bieden tot een ‘tegengesteld’ perspectief, zo blijkt uit een geheime audio-opname die NBC News openbaarde.

    Gina Peddy, als directeur verantwoordelijk voor het curriculum van het schooldistrict, deed haar uitspraken tijdens een trainingssessie over boeken die leraren in de klas behandelen. Die training vond plaats nadat het schoolbestuur van Carroll in reactie op de klacht van een ouder had besloten een lerares te berispen, omdat die een antiracismeboek in haar klas had. Een medewerker van Carroll nam de gesprekken tijdens de training heimelijk op.

    ‘Hoe bied je het tegendeel van de Holocaust?’ vraagt een hoorbaar geshockeerde lerares

    ‘Probeer gewoon de concepten van House Bill 3979 toe te passen’, zegt Peddy in de opname, verwijzend naar een nieuwe wet in Texas die leraren verplicht meerdere perspectieven te presenteren bij het bespreken van ‘veelbesproken en controversiële’ kwesties. Om een voorbeeld te geven zegt ze: ‘Zorg ervoor dat als je een boek over de Holocaust hebt, je er dan ook een hebt met een tegendeel, dat andere perspectieven biedt.’ ‘Hoe bied je het tegendeel van de Holocaust?’ vraagt een hoorbaar geshockeerde lerares. Een andere lerares vraagt of ze nu boeken moeten gaan tegenspreken die de Holocaust behandelen vanuit het perspectief van slachtoffers. 

    In antwoord op vragen over de opmerkingen van Peddy zei een Carroll-woordvoerder dat het district probeert leraren te helpen om te voldoen aan de nieuwe staatswet in Texas die in december van kracht wordt.


    Ophef in Zuid-Italië

    De onthulling van een bronzen beeld van een vrouw in transparante jurk heeft in Italië geleid tot ophef. Het beeld werd eind september onthuld in het Zuid-Italiaanse Sapri, in de aanwezigheid van onder meer voormalig premier Giuseppe Conte, schrijft Info Cilento. Het werk van beeldhouwer Emanuele Stifano is bedoeld als eerbetoon aan het negentiende-eeuwse gedicht ‘La spigolatrice di Sapri’ (De arenraapster van Sapri) van Luigi Mercantini. Het is gebaseerd op de mislukte expeditie tegen het koninkrijk Napels door Carlo Pisacane, een van de eerste Italiaanse socialistische denkers. 

    Laura Boldrini van de centrum-linkse partij PD sprak van een ‘belediging voor vrouwen en de geschiedenis’. Wolfgang Achtner, een journalist die in Italië werkt voor grote angelsaksische media, schreef op de site van La Voce di New York: ‘Stifano heeft een landarbeidster van ruim tweehonderd jaar geleden afgebeeld in een provocerende houding met de nadruk op haar achterste, als una velina televisiva’. Oftewel zo’n schaars gekleed televisiemeisje waar de zenders van Berlusconi patent op hebben. 


    Demonstreren in Squid Game-pakken

    Het stadsbestuur van Seoel heeft een klacht ingediend tegen leden van de Koreaanse Confederation of Trade Unions (KCTU), het belangrijkste vakbondsorgaan van Zuid-Korea, meldt South China Morning Post. Ze trotseerden coronabeperkingen om in het centrum van Seoul te demonstreren voor meer banen en betere werkomstandigheden, terwijl ze outfits droegen van de hitserie Squid Game. Die negendelige thriller, waarin arme deelnemers dodelijke spelletjes spelen in een poging om 45,6 miljard won [circa 32 miljoen euro] te winnen, is gemaakt in Zuid-Korea en werd een wereldwijde sensatie voor Netflix.

    Getooid in Squid Game-pakken begeleidden de vakbondsleden zichzelf met trommels en andere instrumenten. Sommigen droegen vlaggen en borden met de tekst ‘Weg met ongelijkheid’ en ‘Veilige werkgelegenheid voor jongeren, kwaliteitswerk voor jongeren’. ‘Ongeveer tachtig leden van de jeugdvakbond hadden zich verkleed als een parodie op Squid Game, dat een bittere satire is op het harde gezicht van onze samenleving’, aldus de KCTU in een verklaring.


    Illegale migratie vanuit Algerije neemt toe

    De Algerijnse kustwacht heeft in een week tijd 701 illegale migranten gered die op weg waren naar Spanje en Italië, meldt het Algerijnse ministerie van Defensie geciteerd door Middle East Monitor. Volgens het ministerie heeft de kustwacht ‘meerdere migratiepogingen’ gedwarsboomd en ‘701 mensen gered die op weg waren aan boord van traditionele boten’. De arrestaties vonden plaats tussen 13 en 19 oktober.

    Illegale immigratie vanuit Algerije naar Europa is de afgelopen maanden sterk toegenomen, doordat Arabische economieën te lijden hebben onder de pandemie. Het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken bevestigde de toename onlangs met de mededeling dat er van begin januari tot eind september van dit jaar zo’n 11.200 illegale migranten vanuit Algerije in Spanje waren aangekomen. Talloze boten zouden in de Middellandse Zee zijn gezonken. Volgens lokale Algerijnse media zijn de kosten voor illegale migratie gestegen tot 4000 euro per persoon.

  • Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Oproep voor steun aan Afghaanse kunstenaars

    Een groep van 350 kunstenaars, filmmakers, artiesten, schrijvers en curatoren heeft de Amerikaanse regering in een open brief verzocht om hulp te bieden aan Afghanen werkzaam in de culturele sector die op de vlucht zijn voor de taliban. De groep, die zich Arts for Afghanistan noemt, roept de Amerikaanse regering op om ‘alles te doen’ om ‘het vertrek van Afghanen die risico lopen, te bespoedigen’ en om daarbij ook ‘kunstenaars, filmmakers, artiesten en schrijvers’ op te nemen, aldus ArtNet News.

    ‘De stemmen van kunstenaars worden als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’

    Volgens de briefschrijvers namen cultuurwerkers al vóór de overname door de taliban grote risico’s bij het weergeven van de ervaringen en het verwoorden van de ambities van Afghanen, daartoe vaak aangemoedigd of gesteund door de Amerikaanse regering.

    Volgens politicoloog Eric Gottesman, een van de ondertekenaars, ‘worden de stemmen van kunstenaars als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’. De briefschrijvers vragen de Amerikaanse regering om de uitgifte van visa voor artiesten te versnellen.


    Draghi bepleit humanitaire hulp voor Afghanistan

    De Italiaanse premier Mario Draghi wil dat Italië de middelen die bestemd waren voor de Afghaanse strijdkrachten nu inzet voor humanitaire hulp. Tijdens een digitaal overleg vroeg hij leiders van G7-landen hetzelfde te doen. Hij voegt eraan toe dat de door Italië voorgezeten G20 de G7 zouden kunnen helpen om andere belangrijke spelers zoals Rusland, China, Saoedi-Arabië, Turkije en India bij de plannen te betrekken, schrijft het Italiaanse persbureau ANSA. Dit alles omdat er een enorme inspanning nodig is op het gebied van immigratie.

    Draghi wil er zorg voor dragen dat internationale organisaties ook na de deadline van 31 augustus toegang houden tot Afghanistan.

    Lees ook:


    Algerije en Marokko ruziën

    Algerije heeft vorige week de diplomatieke betrekkingen met Marokko verbroken op beschuldiging van ‘vijandige acties’. Algerije beweerde vorige week al dat de dodelijke bosbranden die op 9 augustus uitbraken tijdens een zinderende hittegolf, het werk waren van ‘terroristische’ groepen. Een daarvan wordt gesteund door Marokko, schrijft Al-Jazeera.

    De bosbranden hebben ten minste negentig mensen het leven gekost

    De bosbranden in Algerije hebben tienduizenden hectaren bos verwoest en aan ten minste negentig mensen het leven gekost, waaronder meer dan dertig soldaten. Volgens de Algerijnse autoriteiten zijn branden aangestoken door de onafhankelijkheidsbeweging MAK uit de Berberse regio Kabylië, die zich uitstrekt langs de Middellandse Zeekust ten oosten van de hoofdstad Algiers.

  • VS sturen nieuwe troepen naar Afghanistan | Dieptepunt voor Spaans toerisme

    VS sturen nieuwe troepen naar Afghanistan | Dieptepunt voor Spaans toerisme

    Washington stuurt nieuwe troepen nu taliban Kaboel naderen

    De taliban beweerden vrijdag Kandahar, de op een na grootste stad van Afghanistan, te hebben ingenomen na de val van Herat en Ghazni op donderdag. De opstandelingen staan nu aan de poorten van Kaboel en de Amerikanen, die vrezen voor hun onderdanen, maken zich op om opnieuw duizenden soldaten naar het land te sturen.

    De laatste vierentwintig uur zijn ‘desastreus geweest voor de Afghaanse regeringstroepen’, schrijft The New York Times. ‘Kandahar en Herat werden hevig verdedigd en er werd wekenlang gevochten. Maar elke dag werden de veiligheidstroepen verder teruggedrongen, en veel soldaten deserteerden, of liepen op sommige plaatsen zelfs over naar de andere kant.’

    ‘Slechts vier grote steden – waaronder de hoofdstad Kaboel – zijn nog in handen van de regering’

    Volgens het New Yorkse dagblad ‘zijn slechts vier grote steden – waaronder hoofdstad Kaboel – nog in handen van de regering, en twee daarvan worden belegerd door de taliban’.

    Uit vrees voor hun onderdanen en in het bijzonder het diplomatiek personeel hebben de Verenigde Staten donderdag aangekondigd dat zij drieduizend soldaten sturen om de luchthaven van Kaboel te verdedigen en ‘evacuaties te vergemakkelijken’, meldt The Washington Post.

    De Verenigde Staten sturen volgende week ook vierduizend soldaten naar Koeweit en duizend naar Qatar om als mogelijke versterking te dienen. In totaal zullen er bijna achtduizend Amerikaanse soldaten aanwezig zijn in de regio, terwijl de terugtrekking van de internationale troepen uit Afghanistan op 31 augustus moet eindigen – momenteel zijn er nog 650 Amerikaanse soldaten in het land.

    Ontheemd

    De Britse regering heeft aangekondigd ook 650 soldaten te zullen sturen om westerlingen te helpen repatriëren, bericht The Guardian.

    Het conflict heeft reeds zware humanitaire gevolgen voor de burgerbevolking, volgens El País. ‘De VN schat dat sinds het begin van het jaar bijna 390.000 mensen ontheemd zijn geraakt door het geweld. Duizenden Afghanen zijn de afgelopen dagen naar Kaboel vertrokken, terwijl anderen hun toevlucht in Pakistan proberen te zoeken.’


    Algerijnse journalist Rabah Karèche veroordeeld tot celstraf

    Rabah Karèche zit sinds 19 april in de gevangenis en is donderdag veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf, waarvan acht maanden onvoorwaardelijk. ‘Hij zal nog vier maanden in de gevangenis doorbrengen’, aldus Liberté, waarvoor Rabah Karèche correspondent in Tamanrasset, in het zuiden van Algerije, is.

    ‘Een nieuwe klap voor de persvrijheid in Algerije’

    De journalist werd vervolgd voor ‘het opzettelijk verspreiden van valse informatie die de openbare orde kan ondermijnen’ voor het publiceren van een verslag van een Toeareg-demonstratie. Amnesty International hekelde ‘een nieuwe klap voor de persvrijheid in Algerije’.


    Dieptepunt voor Spaans toerisme

    De eerste helft van het jaar was een nieuw dieptepunt voor de Spaanse toeristische sector, die nog steeds herstellende is van de pandemie. Cijfers van het Spaanse bureau voor statistiek tonen dat er tussen januari en juni 5,4 miljoen buitenlandse bezoekers naar het land kwamen, ongeveer de helft van het aantal bezoekers in dezelfde periode in 2020, toen 10,7 miljoen buitenlanders het land aandeden, schrijft El País. Die cijfers staan in schril contrast met de 38,1 miljoen bezoekers in de eerste helft van topjaar 2019.

    Ondertussen vreest de industrie dat de hoge besmettingsgraad in Spanje zal leiden tot nieuwe reisbeperkingen door met name Duitsland, Frankrijk en het VK.