Tag: apartheid

  • Hoe het Zuid-Afrika dertig jaar na de apartheid vergaat

    Hoe het Zuid-Afrika dertig jaar na de apartheid vergaat

    Een liberale grondwet waarborgt de vrijheid van alle Zuid-Afrikanen. Maar armoede is wijdverbreid en ongelijkheid nog steeds erg raciaal. ‘We moeten als zwarte mensen altijd een inhaalslag maken.’

    Nelson Mandela stemde voor het eerst in zijn leven op 27 april 1994 in Inanda, een arme wijk op de heuvels boven de stad Durban. De keuze van de locatie toonde aan dat de aanstaande president van Zuid-Afrika na zevenentwintig jaar als ’s werelds beroemdste politiek gevangene nog niets van zijn gevoel voor symboliek verloren had. Na het uitbrengen van zijn stem liep Mandela naar het nabijgelegen graf van John Dube, de eerste voorzitter van zijn partij, het African National Congress (ANC). ‘Ik ben gekomen om te melden, mijnheer de voorzitter,’ zei hij met zijn resonerende timbre, ‘dat Zuid-Afrika nu vrij is.’ 

    Dertig jaar later is Zuid-Afrika onmiskenbaar een vrij land. De verwoestende apartheid is verdwenen. Een liberale grondwet zorgt ervoor dat Zuid-Afrikanen kunnen zeggen wat ze willen, kunnen gaan en staan waar ze willen en kunnen trouwen met wie ze liefhebben. Een basale verzorgingsstaat heeft miljoenen mensen uit de armoede gehaald. Zuid-Afrikanen gaan meer om met mensen van andere rassen. Volgens de South African Reconciliation Barometer Survey (SARBS), een tweejaarlijkse enquête, zegt meer dan driekwart van de bevolking dat er meer is dat hen bindt dan wat hen verdeelt. De verkiezingen op 29 mei zullen vrij en eerlijk verlopen.

    Die vooruitgang was niet vanzelfsprekend. Sommigen vreesden dat Zuid-Afrika zou afglijden naar een burgeroorlog of autocratie. Buurland Zimbabwe werd zo’n zevenentwintig jaar na het einde van de witte overheersing een hyperinflatoire dictatuur.

    Maar de sfeer onder de Zuid-Afrikanen die zich voorbereiden op het uitbrengen van hun stem is gelaten. Slechts 29 procent zegt dat hun leven de komende vijf jaar beter zal worden. Twee decennia geleden waren meer dan twee keer zoveel Zuid-Afrikanen tevreden over de democratie als ontevreden – vandaag zijn de verhoudingen andersom. Maar liefst 79 procent van de respondenten zegt dat politiek leiders niet te vertrouwen zijn, tegenover 21 procent tien jaar geleden. Sinds ongeveer 2010 zeggen steeds minder Zuid-Afrikanen dat ze vinden dat de relaties tussen rassen nu beter zijn dan in 1994.

    Frustraties

    De eerste vijftien jaar nadat Mandela het land vrij verklaarde, zag je wijdverspreide verbeteringen in het leven van de mensen, maar de laatste vijftien jaar waren grimmig. De werkloosheid is gestegen van 20 procent in 2008 tot 32 procent nu. Het bbp per persoon is lager dan in 2008, na aanpassing voor inflatie. Het aantal moorden is het hoogst in twintig jaar. Vorig jaar was er een record aan stroomstoringen. Onderzoekers van de South African Social Attitudes Survey (SASAS) merkten op dat de peiling van vorig jaar het hoogste niveau van ambivalentie ooit liet zien over de vraag of democratie te verkiezen is boven autocratie. Zo’n 72 procent zegt dat ze zouden stoppen met stemmen als een ongekozen regering ervoor zou kunnen zorgen dat er werk, veiligheid en huisvesting is, merkt Afrobarometer, een pan-Afrikaanse enquêteur, op.

    Al deze frustraties verklaren waarom het ANC voor het eerst sinds 1994 moeite zal hebben om zijn parlementaire meerderheid te behouden. Velen in Zuid-Afrika kijken vooral naar welke partijen deel zullen uitmaken van een coalitie (vrijwel zeker onder leiding van het ANC) om de volgende regering te vormen. Maar de dertigste verjaardag roept een diepere vraag op: hoe lang kan Mandela’s visie op Zuid-Afrika overleven als er zoveel mensen zijn die niet van de voordelen van democratie hebben kunnen genieten?

    Om die vraag te beantwoorden, maakte The Economist een Mandela-themareis langs plaatsen die belangrijk waren in zijn leven. De eerste halte was Qunu, waar Mandela zijn kindertijd doorbracht. In dit arme dorp, dat zich uitstrekt over groene heuvels en valleien, wordt heel duidelijk hoe verschillende generaties denken over democratie.

    Oudere bewoners ontmoeten elkaar in een krakkemikkig huis om hun visie op het leven sinds de apartheid te delen. Florence Matikinca herinnert zich dat ze zich verstopte voor de politie als ze op pad was zonder de pas die zwarte mensen verplicht waren te tonen. ‘Er zijn nu geen grenzen meer binnen Zuid-Afrika,’ zegt Ncwali Xozwa. Qunu maakte deel uit van de Transkei, een van de tien etnische ‘thuislanden’ die bedoeld waren om het aantal zwarten in het door witten bestuurde Zuid-Afrika te beperken. ‘We kunnen nu zonder bang te zijn onze stem verheffen en protesteren,’ voegt ze eraan toe.

     ‘Mensen denken dat we een speciale behandeling krijgen omdat dit Mandela’s stad is, maar dat is niet zo’

    Ouderen prijzen de uitbreiding van uitkeringen die bekendstaan als beurzen. (Gepensioneerden die hiervoor in aanmerking komen, krijgen ongeveer 2200 rand of 118 dollar per maand.) De uitgaven aan subsidies zijn gestegen van ongeveer 2 procent van het bbp in 1994 tot bijna 4 procent nu. Volgens die maatstaf is het sociale vangnet van Zuid-Afrika een van de meest genereuze ter wereld. Tegenwoordig ontvangt 47 procent van de bevolking een toelage, tegenover ongeveer 6 procent in 1994.

    Maar de generatie die na 1994 ‘vrij geboren’ werd, komt er minder goed vanaf. Volgens de laatste volkstelling daalde het aandeel huishoudens zonder toegang tot leidingwater van 20 procent in 1996 tot 9 procent in 2022. Het aantal huishoudens dat in een formele woning woont en elektriciteit heeft, steeg respectievelijk van 65 naar 89 procent en van 58 naar 95 procent. Maar de vooruitgang was niet lineair: de meeste winst werd geboekt in de jaren 1990 en 2000. In veel lokale gemeenten gaat de infrastructuur inmiddels weer achteruit als gevolg van corruptie, misdaad en wanbeheer. Inwoners van Qunu hebben al vier jaar geen stromend water.

    De werkloosheid nam toe naarmate de born-frees ouder werden. Sinds 2008 is het aantal werkenden met 2,3 miljoen gestegen, terwijl het aantal Zuid-Afrikanen in de werkende leeftijd met 9,5 miljoen toenam. Het werkloosheidscijfer voor de leeftijdsgroep tussen de vijftien en drieënveertig jaar is 44 procent.

    David Everett van de Universiteit van Witwatersrand publiceerde onlangs een bijgewerkte versie van een ‘marginalisatie-index voor jongeren’ die hij voor het eerst produceerde in 1992. De index combineert objectieve gegevens over maatregelen zoals werkloosheid met subjectieve enquêtes over welzijn. Tragisch genoeg ontdekte hij dat steeds ‘minder jongeren het zo goed doen als hun tegenhangers van dertig jaar geleden’.

    Subsidies zijn zowel een teken van mislukking als van succes. De Wereldbank berekent dat voor elke ontvanger geldt dat ook minstens één andere Zuid-Afrikaan afhankelijk is van de ontvangen subsidie. Nontsikelelo Jozana ondersteunt in Qunu maar liefst vier kleinkinderen met haar beurs. Sommige gepensioneerden verbergen hun geld om te voorkomen dat het wordt gestolen om er drugs van te kopen.

    Ook onderwijs is een probleem. Volgens een internationaal onderzoek kan meer dan 75 procent van de tienjarigen niet ‘begrijpend’ lezen. Op bijna de helft van alle basisscholen kan geen enkele leerling dat.

    Het was op de basisschool van Qunu dat een leraar een leerling, Rolihlahla Mandela, de naam ‘Nelson’ gaf. Toch is de ‘Mandela-bibliotheek’ van de school gesloten; het gebouw is ingestort. De gemiddelde klasgrootte ligt boven de zestig kinderen. De leraren wijzen op het Mandela-museum, dat Cyril Ramaphosa, de president van Zuid-Afrika, vorig jaar dankzij staatsfinanciering kon openen in de buurt. Ondertussen heeft hun school geen stromend water en lijden de kinderen honger sinds de gemeente is gestopt met het betalen van maaltijden. ‘Mensen denken dat we een speciale behandeling krijgen omdat dit Mandela’s stad is, maar dat is niet zo,’ zegt een inwoner.

    Afgaande op de dalende opkomst van jongeren onder de dertig jaar bij recente verkiezingen, zal misschien slechts een op de vier born-frees in mei gaan stemmen. ‘Je stemt alleen als je ergens in gelooft,’ zegt Mbongeni MKwanazi. ‘Deze democratie werkt niet,’ voegt Funeka Shuping eraan toe. ‘Het voelt alsof het systeem is ontworpen om zwarte mensen te onderdrukken.’ Hoe zit het met de rechten in de grondwet? ‘Rechten? Ik heb volgens de grondwet recht op onderdak,’ zegt hij, ‘maar ik woon nog altijd bij mijn oma in huis.’

    ‘We wilden dat je met witte kinderen naar school zou gaan, niet dat je vrienden met ze werd’

    De volgende halte is Johannesburg, de commerciële hoofdstad van Zuid-Afrika, waar Mandela naartoe vluchtte nadat zijn voogd hem probeerde te dwingen tot een gearrangeerd huwelijk. In Soweto, de township waar Mandela woonde, is duidelijk te zien dat de zwarte middenklasse zich sinds 1994 heeft uitgebreid. Vorig jaar werd Soweto’s eerste ‘lifestyle estate’ geopend, iets wat wordt geassocieerd met rijke witten. Er zijn privéklinieken te vinden en privéscholen die de lokale markt bedienen.

    Een rigoureus onderzoek naar klasse, gepubliceerd in 2019 door Rocco Zizzamia van de Universiteit van Oxford en collega’s, gebruikte nationale inkomensgegevens om Zuid-Afrikanen in vijf categorieën in te delen op basis van chronisch arm, sporadisch arm (nu eens in, dan weer uit de armoede), kwetsbaar (net boven de armoedegrens), middenklasse of elite. Zwarten, die 81 procent van de bevolking vertegenwoordigen, maken een onevenredig groot deel uit van de eerste drie categorieën. Niettemin vormen zwarten tegenwoordig ongeveer twee derde van de middenklasse en meer dan een vijfde van de elite. Witten, zo’n 7 procent van de bevolking, vormen meer dan een vijfde van de middenklasse en ongeveer twee derde van de elite.

    De groei van een zwarte bourgeoisie heeft geleid tot een gedeeltelijke integratie over de barrières van de apartheid heen. Het aandeel zwarte mensen dat zegt om te gaan met andere rassen is volgens SARBS vervijfvoudigd van 2003 (6 procent) tot 2023 (30 procent). Het aantal mensen dat zegt regelmatig om te gaan met mensen van een ander ras steeg van 15 procent naar 37 procent. Andere peilingen suggereren dat de meeste Zuid-Afrikanen geen racisme ervaren in het dagelijks leven.

    Sandre Esemang, een financieel adviseur die met haar Mini tussen de kuilen in het wegdek van Soweto door slingert, zegt dat het in de jaren negentig moeilijk was om een zwarte vrouw te zijn in een door witten gedomineerd bedrijf. Maar voor haar dochter, die net is afgestudeerd, ‘is het veel gemakkelijker’. Ziyanda Ntombela vertelt dat haar ouders in de jaren negentig bezuinigden om haar naar een overwegend witte school te sturen, maar dat ze haar vrienden niet graag op bezoek hadden. (‘Ze zeiden: “Wie is Felicity nou weer? We wilden dat je met witte kinderen naar school zou gaan, niet dat je vrienden met ze werd.”’) Voor haar eigen dochters zijn gemengde logeerpartijtjes de norm.

    Maar de meeste zwarten blijven arm. En de afname van de verhouding tussen het gemiddelde inkomen van witten en dat van zwarten sinds de jaren negentig is grotendeels te danken aan de toename van zwartverdieners, volgens een artikel dat mede is geschreven door Amory Ghetin van de Paris School of Economics. Onder zwarten worden ‘armoede en ongelijkheid’ genoemd als de belangrijkste obstakels voor verzoening. ‘De rijken onder ons worden rijker terwijl de armen arm blijven,’ zegt Vusi Mlambo, die loodgieter is. ‘We zijn politiek vrij, maar economisch niet,’ zegt Khensani Nkonde, die een liefdadigheidsinstelling runt.

    Joleen Kotze, hoofdonderzoeker bij SASAS, stelt dat de houding van Zuid-Afrikanen ten opzichte van democratie en rassenverhoudingen sterk samenhangt met hun mening over hun eigen welzijn en de prestaties van de overheid. Dat helpt de paradox te verklaren van meer integratie onder degenen met een beetje geld, terwijl de meningen over de vraag of de rassenverhoudingen sinds 1994 verbeterd zijn, over het algemeen steeds negatiever worden.

    Inhaalslag

    Het helpt ook niet dat zwarte Zuid-Afrikanen uit de middenklasse vaak denken dat witten moeite hebben om zich in te leven in hun problemen. ‘Er is een verschil tussen rijkdom van de eerste generatie en rijkdom van de twintigste generatie,’ zegt Andrew Mgaga, een zelfstandige uit Soweto. Mevrouw Esemang wijst op de rol van de ‘zwarte belasting’, de gewoonte om het loon te delen met familieleden. ‘We moeten als zwarte mensen altijd een inhaalslag maken.’

    Met name witten noemen racisme – niet armoede en ongelijkheid – als de grootste belemmering voor verzoening. En dan bedoelen ze niet racisme vanuit hen. Mevrouw Kotze zegt dat de mening heerst dat het beleid rondom positieve discriminatie (‘Employment Equity’) en de herverdeling van rijkdom (‘Black Economic Empowerment’) oneerlijk is omdat het niet-witte groepen bevoordeelt. Ze stelt dat ‘de grootste ironie is dat witte Zuid-Afrikanen en zwarte Zuid-Afrikanen hetzelfde gesprek voeren vanuit verschillende perspectieven – en dat is een gesprek over economische uitsluiting’.

    Als er meer banen zouden zijn, zou er minder spanning zijn tussen klassen en rassen. In een land met weinig groei en weinig vertrouwen is verzoening moeilijk. Zo wordt ook de mogelijkheid gecreëerd voor populisten om armoede en identiteit als wapens te gebruiken. 

    Terug naar Inanda, in KwaZulu-Natal (KZN), een provincie die wordt gedomineerd door Zoeloes, de grootste etnische groep van het land. Jacob Zuma, de voormalige president van Zuid-Afrika en zelf een Zoeloe, richtte in september vorig jaar uMkhonto we Sizwe (MK) op. Volgens recente peilingen zou deze nieuwe partij weleens de meeste stemmen in KZN kunnen winnen en nationaal op de vierde plaats kunnen eindigen.

    MK mengt antiwitpopulisme met Zoeloe-tribalisme. Net als de Economic Freedom Fighters (EFF), de op twee na grootste partij van Zuid-Afrika, geeft de partij witten en hun vermeende zwarte collaborateurs, zoals de heer Ramaphosa, de schuld van de kwalen van Zuid-Afrika. MK zegt dat Zuid-Afrika ‘cultureel, artistiek, spiritueel en economisch wordt gedomineerd door een minderheidsgroep met een vreemde cultuur’. Beide partijen willen land onteigenen zonder compensatie. MK suggereert zelfs de liberale grondwet overboord te willen gooien.

    De heer Zuma is ook bedreven in het opzwepen van Zoeloe-chauvinisme. Tijdens de campagne voor MK suggereerde hij dat als het land geregeerd zou worden door de ‘Afrikaanse wet’, het homohuwelijk verboden zou zijn. Hij vroeg zich bovendien af waarom er sprekers van het Tswana (een andere officiële taal) in KZN zouden zijn.

    De Zuid-Afrikaanse democratie is als een immuunsysteem dat schadelijke elementen moet afweren

    ‘Hoe kan het dat Mandela hier heeft gestemd en ze hier niet voor zorgen?’ zegt Nathi Khuzwayo, die om vier uur ’s ochtends op is gestaan om de toiletten in zijn restaurant leeg te pompen, omdat de riolering het heeft laten afweten. Een door een rechter geleid onderzoek kwam in 2022 tot de conclusie dat de heer Zuma een centrale rol speelde in de ‘staatsgreep’ waarbij staatsbedrijven werden geplunderd. Maar dat is van weinig belang voor de heer Khuzwayo en andere MK-aanhangers. MK zou volgens hem beter werk leveren omdat het een partij is van Zoeloes voor Zoeloes. Hij vergelijkt het met hoe de Democratische Alliantie (DA), de op een na grootste partij van het land, voor haar eigen ‘stam’ zorgt, en dat zijn volgens hem de Zuid-Afrikaanse witten. 

    Toch speelt MK met vuur. Veel Zuid-Afrikanen zeggen dat ze zich het sterkst associëren met mensen die dezelfde taal spreken. Het zou een waarschuwing moeten zijn dat burgerwachten de afgelopen vijftien jaar steeds meer zwarte buitenlanders, vaak Zimbabwanen, aanvallen in de townships.

    De Zuid-Afrikaanse democratie is tot op zekere hoogte bestand tegen platvloers populisme. De compromissen van 1994 hebben bijgedragen aan de normalisering van het democratisch bestuur, vreedzame machtsoverdrachten en het bereiken van consensus tussen rassen en stammen. De manier waarop het apartheidsregime probeerde een gemeenschappelijke zwarte en niet-raciale Zuid-Afrikaanse identiteit te ondermijnen, is niet vergeten. De meeste Zuid-Afrikanen hebben een dubbele identiteit, als Zuid-Afrikanen en als Zoeloes, Xhosas, Vendas, Afrikaners, enzovoort.

    Er bestaat nog steeds zoiets als een middenweg in de Zuid-Afrikaanse politiek. Opiniepeilingen wijzen uit dat een meerderheid van de Zuid-Afrikaanse kiezers – en ook een meerderheid van de ANC-stemmers – de DA als coalitiepartner van het ANC zou willen. ‘(…) een charismatische autocraat zou het hier goed doen, maar een charismatische en overtuigende liberale democraat ook’, stelt Frans Cronje, een politiek analist. Hij vergelijkt de Zuid-Afrikaanse democratie met een immuunsysteem dat schadelijke elementen moet afweren.

    Kloof

    Het gevaar is dat het politieke lichaam zo zwak wordt dat het zijn verdedigingskracht verliest. Hoe groter de kloof tussen de verwachtingen van 1994 en de realiteit van 2024, hoe groter de kans wordt voor degenen die niet geloven in een niet-raciale, liberale samenleving om de kloof te dichten. Vertwijfeling over de democratie kan uitgroeien tot iets schadelijkers.

    Vlak bij het museum in Inanda woont Sandile Maphumulo, een tweeëndertigjarige die in Inanda is geboren maar in Duitsland studeert. Hij is terug voor de verkiezingen. Vlak bij de plek waar Mandela zijn stem uitbracht, kijkt hij neer op de oceaan, waarbij hij zijn township afzet tegen de villa’s aan het strand.

    Hoewel hij veel waarde hecht aan een grotere sociale cohesie, ‘is de ware inzet niet of zwarte mensen bevriend zijn met witte mensen’, zegt Maphumulo. ‘Het gaat erom dat zwarte mensen een beter leven krijgen.’

  • Mam, wat is white privilege?

    Mam, wat is white privilege?

    Niet worden vertrouwd in een winkel, een makelaar die informeert naar ‘madam’, aannames over integriteit, intelligentie en competentie, het overkomt de Zuid-Afrikaanse Berenice Paulse met regelmaat. Hieronder beantwoordt zij de vraag van haar zoon.

    Een paar maanden voor het debat dat nu op de Zuid-Afrikaanse sociale media woedt, vroeg mijn tienerzoon naar een nieuwe term die hij tijdens een discussie in de klas had gehoord. Dit was zijn vraag: ‘Mam, wat is white privilege?’

    Door zijn vraag realiseerde ik me dat ouders, leerkrachten en Zuid-Afrika in het algemeen het onderwerp ‘white privilege’ onder ogen moeten zien en dat ze bereid moeten zijn daarover te praten. Ik antwoordde mijn zoon door hem te herinneren aan een gebeurtenis van een paar jaar daarvoor. Hij was toen bij het plaatselijke filiaal van een grote outdoorketen om kampeerspullen te kopen voor een schoolkamp. Ik zie helemaal voor me hoe hij verschillende artikelen oppakte en weer neerzette en dan weer naar het volgende doorliep. Hij vond het kamp een beetje spannend, maar verheugde zich er ook op en wilde graag de spullen uitkiezen die hij zelf het mooist vond.

    Het liep heel anders dan hij zich had voorgesteld. De hele tijd dat mijn zoon in die winkel was, werd hij op de voet gevolgd door een geüniformeerde bewaakster. Hij moest van haar zijn hoodie afdoen en uiteindelijk waarschuwde ze hem dat ze hem scherp in de gaten hield. Geen van de andere – blanke – jongens in de winkel kreeg deze behandeling. Later die avond vertelde mijn zoon het verhaal aan mij. Ik diende onmiddellijk een klacht in bij de filiaalmanager, kreeg een halfbakken verontschuldiging terug en de vage belofte dat hij er nog op terug zou komen. Ik heb nooit meer iets van hem gehoord.

    Ik heb het gevoel dat we op de een of andere manier permanent op proef zijn. Overtreed onze regels en het is aju paraplu met jou, meisje!

    Nu herinnerde ik mijn zoon eraan dat hij toen, al had hij een volkomen legitieme reden om in die winkel te zijn, al had hij het geld om te betalen voor wat hij wilde kopen en al was hij bepaald niet de enige jongere met een hoodie (dat lijkt wel bijna een universeel uniform voor jongeren), wel de enige was die in de gaten werd gehouden. Dat was racisme, natuurlijk; het gevolg van etnisch profileren waarmee zo veel jonge zwarte mannen nog steeds elke dag te kampen hebben.

    De blanke mannelijke jongeren die in dezelfde tijd in ongeveer dezelfde outfit bij dezelfde winkel waren, hadden een heel andere ervaring. Dat is vaak zo, wanneer een blank persoon een publieke ruimte binnengaat en het vanzelfsprekend vindt dat niemand iets verdachts achter zijn of haar aanwezigheid zoekt. Als een blanke jongere een winkel binnengaat, komt het niet in zijn hoofd op dat iemand zou kunnen denken dat hij geen geldige reden heeft om daar te zijn, of dat hij niet de middelen heeft om te betalen voor wat er te koop is. Het komt niet in zijn hoofd op omdat hij nooit als een mogelijke verdachte is behandeld vanaf het moment dat hij ergens binnenkwam. Dat is white privilege en zo legde ik het begrip uit aan mijn zoon.

    Tegen Zuid-Afrikanen die in de verdediging gaan en zich verzetten tegen pogingen om het verschijnsel white privilege te benoemen, zou ik dit willen zeggen: ik ben een zwarte vrouw met een diploma van een universiteit die van oudsher zwart is. Dit betekent dat vaak wordt aangenomen dat mijn diploma minder waard is dan dat van een universiteit die van oudsher blank is. Ik werk bij een overheidsinstelling en verdien een aardig salaris. Algemeen wordt aangenomen dat ik mijn baan heb gekregen dankzij positieve discriminatie, en dat ik dus ook niet competent ben.

    Ik woon in een voorheen blanke middenklassewijk in een noordelijke voorstad van Kaapstad en na veertien jaar gluren mijn buren nog steeds angstvallig over de schutting om in de gaten te houden wat mijn gezin en ik uitspoken. (Ik heb het gevoel dat we op de een of andere manier permanent op proef zijn. Overtreed onze regels en het is aju paraplu met jou, meisje!) Na meer dan tien jaar democratie werd mijn jongste broer (die als student bij mij woonde), een keer aangehouden door een passerende politiewagen en ondervraagd over wat hij in de wijk te zoeken had.

    Af en toe komt er een vreemde bij mij aan de deur, voor een collecte, om iets te verkopen of vanwege een of andere marketingactie. Heel vaak zegt zo iemand dan tegen me dat hij of zij graag ‘de vrouw des huizes’ wil spreken. Een makelaar vroeg me of ik de ‘madam’ wilde roepen. Het overkomt me geregeld dat ik bij de buurtsupermarkt iets uit een schap sta te pakken en een verbolgen blanke persoon achter me ongeduldige geluiden maakt omdat ik ruimte inneem die hún toekomt, zo vinden ze. Af en toe maken ze dan denigrerende opmerkingen over mijn ‘hinderlijke’ aanwezigheid – in het Afrikaans, want ze denken dat ik dat niet versta.

    Onlangs nog stond mijn man in de rij bij de kassa, terwijl ik nog even wegliep om iets te halen wat we vergeten waren. Toen ik weer in de rij ging staan, hoorde ik twee mensen in het Afrikaans tegen elkaar praten over hoe ‘die mensen’ altijd proberen voor te dringen. Ze gingen ervan uit dat ik niet weet hoe ik me in het openbaar hoor te gedragen, en dus gingen ze ervan uit dat ik wilde voordringen. Als ik een winkel binnenkom waar luxeartikelen worden verkocht, komt de eigenaar of de verkoopster vaak met een bezorgde uitdrukking naar me toe, alsof ik daar misschien per ongeluk ben binnengegaan, of me niet realiseer waar ik ben. Informeer ik naar een bepaald artikel, dan noemen ze vaak uit zichzelf de prijs, zonder dat ik daarom heb gevraagd. Bij andere gelegenheden zeggen ze nauwelijks iets tegen me, maar lopen ze wel achter me aan door de winkel of kijken ze telkens naar me, met een blik die zowel discreet als ontmoedigend bedoeld is.

    Beste lezer, om het netjes te formuleren: ze nemen aan dat ik misschien niet de middelen heb om die artikelen te betalen en dat ik van plan ben om ze op een onwettige manier te bemachtigen.

    Overdreven handgebaren

    Ik ga meestal met de trein naar mijn werk (als die tenminste normaal rijdt). Altijd als ik mijn maandkaart koop en niet uit mezelf zeg welke klasse ik wil, krijg ik de vraag: ‘Metro of Metro Plus?’ Ik dacht altijd dat dat de standaardvraag was. Tot ik een keer in de rij achter een blanke man stond, en hij wel zei waar hij naartoe moest, maar niet in welke klasse. Voor hem was de vraag iets anders: ‘Metro Plus, meneer?’ Daarin lag de onuitgesproken aanname dat hij het hogere tarief kon betalen voor dezelfde reis en ik niet. Het respectvolle ‘meneer’ vraagt ook om nadere beschouwing – maar de kwestie van mannelijk privilege bewaar ik nu even voor een ander moment en een andere plek.

    Een paar jaar geleden schampte ik op een parkeerplaats langs de auto naast de mijne. Niemand zag het gebeuren, maar toen ik openlijk de schade aan de andere auto opnam, raakten verscheidene bezitters van geparkeerde auto’s gealarmeerd en kwamen naar me toe. Ze waren opgewonden en wezen naar mij en een man zei tegen niemand in het bijzonder dat ze de eigenaar van de andere auto moesten zien te vinden. Een paar mensen wilden per se mijn rijbewijs zien. De eigenares van de andere auto bleek een Afrikaans sprekende blanke vrouw te zijn en verscheidene mannen boden heel ridderlijk aan om haar te helpen (zoals ik al eerder zei, laten we het een andere keer over het mannelijke privilege hebben). Ik moet haar nageven dat ze rustig hun hulp afwees en dat wij vriendschappelijk gegevens uitwisselden. Uiteindelijk besloot ze geen schade bij mijn verzekeraar te claimen, omdat haar auto nauwelijks beschadigd was. De activiteiten van de omstanders waren duidelijk ingegeven door de aanname dat ik mijn verantwoordelijkheid zou ontkennen, of me op de een of andere manier onder de financiële aansprakelijkheid uit zou proberen te wurmen. Zij vonden het terecht om aan te nemen dat een blanke vrouw beschermd moest worden tegen een zwarte.

    Dus, beste lezer, als je dit soort ervaringen niet herkent, dan ben jij daartegen beschermd door je white privilege.

    White privilege betekent dat je nooit te kampen krijgt met aannames over je integriteit, intelligentie, competentie, prestaties, vermogen om te betalen, over dat je alleen als dienstbode in een bepaalde wijk kunt wonen, enzovoort, gewoon omdat je zwart bent. White privilege betekent dat je nooit geërgerde zuchten hoeft aan te horen omdat je ruimte inneemt waarvan anderen vinden dat ze die niet met jou zouden hoeven delen. White privilege betekent in de wijk gaan wonen waar je wilt wonen en dan niet beschouwd worden als bewoner van een andere planeet. Het betekent dat je nooit de neiging hoeft te onderdrukken overdreven handgebaren te maken om wantrouwige verkoopsters of beveiligers te laten zien dat je echt niet van plan bent om iets stiekem mee te graaien – zeker als je een zwarte man met een hoodie bent.

    Door dit white privilege zijn we nog nauwelijks begonnen met pogingen om de meeste Afrikanen gelijke kansen te geven. Onze kinderen zullen nog met de effecten ervan worstelen als wij er al lang niet meer zijn. Dus laten we hen daarop voorbereiden door erover te praten.

    Auteur: Berenice Paulse
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: Picknick op de Fourways Farmers Market in Johannesburg, Zuid-Afrika. – © Leon Neal / Getty

    Berenice Paulse is feministe en schrijft vooral over sociale kwesties.
    Berenice Paulse is feministe en schrijft vooral over sociale kwesties.

    Daily Maverick
    Zuid-Afrika | dailymaverick.co.za

    Begon in print, veranderde in 2008 noodgedwongen in een digitaal tijdschrift en groeide uit tot een van de belangrijkste nieuwssites van Zuid-Afrika. Eigenzinnig, analytisch en grondig.

  • In Eden zijn alleen blanken welkom

    In Eden zijn alleen blanken welkom

    Vijfentwintig jaar na de afschaffing van de apartheid in Zuid-Afrika wil een groep blanken een nieuwe enclave bouwen die verboden is voor zwarten.

    Ook zwarte mensen zullen worden toegelaten tot de blanke enclave ‘Die Eden Projek’ in de Oostkaap. Ze mogen de huizen bouwen, het land bewerken en de maaltijden voor de blanke gezinnen bereiden. En zwarte vrouwen zullen de kinderen die door de bedreigde blanken naar dit toevluchtsoord zijn gebracht helpen grootbrengen. Maar bij zonsondergang moeten ze het privéterrein van drieëntwintighonderd hectare verlaten en zich weer naar de townships en de sloppenwijken van het nabijgelegen plaatsje Willowmore begeven.

    ‘We moeten nog regels opstellen omtrent hun aanwezigheid. Zwarten mogen omliggend land kopen, maar deze grond is van ons. Het is particulier eigendom,’ zegt initiatiefnemer Jacqui Gradwell. ‘De vrijheid van vereniging geldt voor iedereen, dus ook voor ons [Afrikaners]. Niemand kan ons dat recht ontnemen.’

    Hij geeft toe dat de “afslachting” van blanken de voornaamste reden is voor het stichten van een Afrikaner enclave in de Oostkaap

    Het project bevindt zich nog in de opstartfase. De stichters hopen 20.000 tot 40.000 blanke gezinnen te verwelkomen om de nieuwe vrijplaats op te bouwen. Er geldt een strikt toelatingsbeleid. ‘We selecteren onze bewoners op basis van hun cultuur, de Afrikaner cultuur, en hun geloof, het christelijke. Dit is een boerengemeenschap, maar uiteraard zijn niet alle boeren Afrikaner. Ze zijn hoe dan ook welkom,’ zegt de 55-jarige Gradwell. Hij geeft toe dat de ‘afslachting’ van blanken de voornaamste reden is voor het stichten van een Afrikaner enclave in de Oostkaap. Volgens Gradwell zijn zwarten verantwoordelijk voor alle criminaliteit in Zuid-Afrika en maken ze zich schuldig aan ‘systematische genocide van blanke boeren en Afrikaners’. ‘Alle misdaden tegen blanken worden door zwarten gepleegd. Alle misdaden tegen zwarten worden zwarten gepleegd. Ze vermoorden en verkrachten ons, onze kinderen worden als schapen afgeslacht. In Zuid-Afrika zijn 80.000 blanken vermoord, ik heb een lijst met alle namen. De hoofdreden is dat we onze mensen in veiligheid willen brengen. En natuurlijk ook onze cultuur, die om zeep wordt geholpen.’

    De interesse van rijke, blanke investeerders is al gewekt en Gradwell hoopt dat ze de zestig percelen zullen kopen die zijn uitgetekend op de blauwdruk van zijn visie op het concept ‘volksstaat’, bedacht door de vermoorde blanke separatist en leider van de Afrikaner Weerstandsbeweging, Eugene Terre’Blanche.

    Wanneer het project is voltooid, zal ‘Die Eden Projek’ twee scholen tellen, een bestuursgebouw en een eigen rugbyveld en -team. Het streven is een geheel zelfvoorzienende gemeenschap waarin iedereen werk heeft, een vast inkomen en een dak boven het hoofd. ‘We willen onafhankelijk zijn van de staat en zelf voor water, elektriciteit en voedsel zorgen.’


    Gradwell voorziet geen protesten tegen de blanke enclave, die is geïnspireerd op het in de jaren negentig gestichte ‘slegs vir blankes’-dorp Orania in de Noordkaap. Maar de verkoop van de percelen kan uitlopen op wetsovertreding. ‘Wettelijk gezien is het discriminatie,’ zegt Cathi Albertyn, hoogleraar rechten aan de Wits University. ‘Wat zou er gebeuren als een zwarte een stuk grond wil kopen en te horen krijgt: “Nee, jij kunt hier geen land kopen, het is exclusief voor blanken.” Als het wordt aangevochten, hebben de eigenaren geen poot om op te staan.’ Mensenrechtenorganisaties zouden de zaak aanhangig kunnen maken. Volgens Albertyn zou Zuid-Afrika’s apartheidsverleden sterk in hun voordeel werken. ‘Met de geschiedenis van gedwongen verhuizingen en landverdeling nog vers in het geheugen is uitsluiting op basis van ras erg lastig te verdedigen.’

    Vanwege de racistische ondertonen heeft de leider van Orania, Carel Boshoff, zich van het project gedistantieerd. ‘Autonome gemeenschappen vormen de beste bouwstenen voor een succesvol Zuid-Afrika. Alleen gaat Orania uit van onoverbrugbare cultuurverschillen en zijn wij niet gefocust op ras, al wordt ons wel racisme aangewreven. Wij geloven ook in zelfwerkzaamheid. Daarom zijn we geen voorstander van het inschakelen van gastarbeiders,’ zegt Boshoff. ‘We doen liever alles zelf.’

    Auteur: Govan Whittles

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

  • ‘Het is gewoon apartheid’

    ‘Het is gewoon apartheid’

    Op een zwarte school in het Deense Aarhus heeft het schoolbestuur ervoor gekozen om alle witte leerlingen samen te zetten.

    Als je bij de Lankaer Middenschool* in Tilst – een buitenwijk van Aarhus [de tweede stad van Denemarken] – op bus 3A stapt, kun je goed zien dat de leerlingenpopulatie van deze school qua etnische samenstelling geen afspiegeling is van de Deense bevolking. Op deze maandagmiddag, nu de school net uit is, is de bus propvol. De meerderheid van de passagiers is zo te zien van buitenlandse komaf. Veel meisjes dragen een hoofddoek en ondanks de warme nazomerzon zijn er geen blote benen te zien.

    Geen wijk in het land schijnt zo veel rijtjeshuizen te hebben als Tilst en de meeste bewoners zijn autochtone Denen, al staan er ook wat sociale woningbouwflats waar dat niet het geval is. Toch hebben veel allochtone leerlingen de afgelopen jaren een voorkeur opgevat voor de Lankaer Middenschool. Aan het begin van dit schooljaar hebben de tweehonderd eersteklassers zelfs een record gebroken: acht op de tien zijn geen autochtone Denen.

    De schooldirectie heeft besloten om, in tegenstelling tot vroeger, Deense en allochtone leerlingen niet meer willekeurig over de klassen te verdelen, maar een onderscheid te maken: alle autochtoon Deense leerlingen zijn in slechts drie klassen geplaatst, waar zij ongeveer de helft van de 28 leerlingen van elke klas uitmaken. De vier andere klassen bestaan volledig uit allochtone leerlingen.

    ‘De rector zei dat sommige leerlingen misschien bang worden als ze alsmaar in de gang ‘wallah wallah’ horen’

    Sarah Azzam en Hafsa Omar zitten samen in zo’n klas zonder autochtone Denen. De twee meisjes vinden het niet ideaal: ‘Het niveau in onze klas ligt lager. Als er ook Deense kinderen waren, dan zouden we meer met ze omgaan en zouden ze ons kunnen helpen,’ vertelt Sarah Azzam. Hafsa Omar valt haar bij: ‘Wij hebben allebei buitenlandse ouders. Zij spreken geen Deens en kunnen ons niet helpen met ons huiswerk.’ Ze vertellen dat de rector in alle klassen is komen uitleggen waarom de leerlingen op deze manier over de klassen zijn verdeeld.

    ‘Hij zei dat sommige leerlingen misschien bang worden als ze alsmaar in de gang “wallah wallah” horen (uitdrukking die “bij allah” betekent),’ vertelt Hafsa Omar, en ze voegt eraan toe dat ze het argument niet goed begrijpt. De meisjes voelen zich achtergesteld omdat ze in een klas zonder Denen zitten.

    Twee moslimmeisjes in de achterstandswijk Gellerup in Aarhus. – © Laerke Posselt / Agence VU
    Twee moslimmeisjes in de achterstandswijk Gellerup in Aarhus. – © Laerke Posselt / Agence VU

    Nog maar tien jaar geleden, in 2007, waren de meeste leerlingen van de Lankaer Middenschool autochtone Denen. In die tijd was zo’n 25 procent van de leerlingen allochtoon. Dit percentage bleef groeien en ligt nu in de eerste klas al op zo’n 80 procent.

    Volgens rector Yago Bundgaard is deze ontwikkeling niet te stoppen. Op de basisschool en daarna gaan kinderen meestal naar de voor hen dichtstbijzijnde school, maar hun middenschool mogen ze zelf uitkiezen. De jongeren zoeken een omgeving uit waarin ze zich thuis denken te voelen, en daardoor ontstaat een vicieuze cirkel. De vele autochtone Denen uit Tilst kiezen liever voor de andere middenscholen van de stad, waar over het algemeen niet meer dan vijf à tien procent van de leerlingen allochtoon is.

    De Lankaer Middenschool trekt veel jongeren uit de getto’s van Bispehaven en Gellerupparken, al is deze school voor hen niet het dichtstbij. ‘We komen in een kritische fase terecht, waarin we de Deense leerlingen dreigen te verliezen, als ze nog maar met twee of drie per klas zijn. Uiteindelijk vertrekken ze dan,’ vertelt Yago Bundgaard. De rector hoopt door in bepaalde klassen een meer Deense omgeving te creëren, de autochtone Denen te kunnen behouden.

    ‘Er blijkt een kritische grens te bestaan van zo’n veertig à vijftig procent allochtone leerlingen’

    Leerlingvertegenwoordiger Jens Philip Yazdani vertelt dat veel leerlingen van Deense komaf tot hun verbazing merken dat veel van hun klasgenootjes schoolfeesten mijden omdat ze moslim zijn, geen alcohol drinken en sowieso geen feesten mogen bezoeken. ‘Dan kiezen ze vaak voor de makkelijkste oplossing en zoeken een school waar ze vrienden kunnen maken met wie ze meer gemeen hebben,’ zegt hij.

    Volgens professor Niels Egelund van de universiteit van Aarhus is het heel verstandig van de school dat de paar overgebleven Deense leerlingen bij elkaar worden gezet. Anders zou de Lankaer Middenschool binnenkort de primeur hebben de eerste school in Denemarken te zijn met honderd procent allochtone leerlingen. Volgens hem blijkt uit allerlei onderzoek dat het niveau van de lessen in de klassen met Deense kinderen hoger is.

    ‘Het zou geen enkel verschil maken als je in elke klas vier of vijf autochtone Denen zou plaatsen. Er blijkt een kritische grens te bestaan van zo’n veertig à vijftig procent allochtone leerlingen. Ga je daaroverheen, dan gaat het leerproces eronder lijden,’ vertelt Egelund.

    Beetje raar

    Bus 3A slaat de weg in richting de wijk Bispehaven. De twee vrienden Mahmoed Azzam en Abdul Hassan houden zich absoluut niet bezig met de klassensamenstelling of het onderwijsniveau. Hun lager onderwijs volgden ze op een islamitische privéschool, die geen enkele Deen onder de leerlingen telde, maar wel een uitstekend niveau had. Mahmoed Azzam vertelt dat er tijdens de facultatieve lessen sowieso leerlingen uit verschillende klassen bij elkaar zitten. ‘Toch vind ik het wel een beetje raar, ik had verwacht toch wel met minstens twee of drie Denen in de klas te komen,’ geeft Abdul Hassan toe.

    Je mag verwachten dat de samenstelling van een klas die van de samenleving reflecteert, vindt Yago Bundgaard. Politici zouden naar zijn mening instrumenten moeten creëren om de leerlingen beter over de verschillende scholen te verdelen. Eén oplossing zou bijvoorbeeld zijn om schooldistricten in het leven te roepen en een maximum te stellen aan het aantal migrantenkinderen per klas.

    Na twintig minuten komt bus 3A aan in Bispehaven en stappen de meeste passagiers uit, ook die uit Gellerupparken (een verpauperde wijk niet ver van Aarhus), want zij moeten hier overstappen. Een klein groepje eersteklassers blijft nadat de bus is vertrokken even staan kletsen.

    ‘Zo leren we nooit om met de Denen samen te leven en zij ook niet om voor ons open te staan’

    ‘Ik zit in een klas met alleen maar donkere kinderen. Zo leren we nooit om met de Denen samen te leven en zij ook niet om voor ons open te staan,’ zegt een van de kinderen. Abdullah Aden uit Somalië zit juist in een van de eerste klassen met wel vrij veel Denen. De samenstelling van de klassen op zijn school doet hem denken aan de vroegere scheiding van zwarten en blanken in Zuid-Afrika. ‘Het is gewoon pure apartheid,’ vindt hij.

    Bundgaard: ‘Het probleem is dat mijn leerlingen zelden in contact komen met de cultuur van jonge Deense kinderen. De opdracht van een middelbare school is om de leerlingen een vorming te bieden waarmee ze burgers van de Deense maatschappij kunnen worden. Dat wordt lastig als ze in hun dagelijks leven geen echte Denen ontmoeten. Maar het is evengoed zonde dat leerlingen van andere scholen de wereld van deze jonge allochtone kinderen niet leren kennen.’

    Minister van Onderwijs Ellen Trane Nørby erkent dat op sommige scholen in het land het aandeel allochtone leerlingen te groot is geworden. Zij benadrukt dat er een akkoord ligt over het middelbaar onderwijs (waar alle politieke partijen zich achter hebben geschaard). Afgesproken is dat de partijen deze herfst nog gezamenlijk een plan maken waarin de verdeling van leerlingen over scholen geregeld wordt, zodat het al volgend schooljaar in werking kan treden.

    ‘We moeten zowel aandacht hebben voor het probleem van de gettoscholen als voor het probleem dat leerlingen van het platteland vaak heel ver moeten reizen als zij van hogerhand op een school worden geplaatst’, zo valt in een verklaring te lezen.

    Auteur: Thomas Vibjerg
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    *Het Deense schoolsysteem komt niet overeen met het Nederlandse. De leerlingen van de ‘Middenschool’ waar het in dit stuk om gaat zijn rond de vijftien jaar en volgen een tweede fase van het hoger onderwijs, die niet verplicht is.

    Jyllands-Posten
    Denemarken | dagblad | 148.000

    Grootste krant van Denemarken, die in het najaar van 2005 internationaal in het nieuws kwam toen zij een serie van twaalf satirische politieke spotprenten publiceerden waarin de profeet Mohammed werd gebruikt als illustratie bij een artikel over zelfcensuur en vrijheid van meningsuiting.