Tag: Apple

  • 1. De jacht op Netflix is geopend

    1. De jacht op Netflix is geopend

    De studio’s in Hollywood en de techbedrijven in Silicon Valley hebben de achtervolging ingezet 
op Netflix, het platform met 117,8 miljoen abonnees. Wie te laat is gestart, zal de eindstreep wellicht niet halen.

    Plotseling wil iedereen Netflix zijn. Er zijn al streamingdiensten te over, denkt u misschien, zowel voor televisieprogramma’s als voor films. In de Verenigde Staten kun je jezelf vierkante ogen kijken op Amazon Prime, YouTube, HBO, starz, Showtime, Hulu, CBS en All Access. Andere landen beginnen hun eigen diensten te lanceren. Maar wie nu al van een tv-hausse (Peak TV) spreekt, heeft nog niets gezien. Want we staan nog maar aan het begin van de streamingrevolutie. In 2018 zullen alle grote spelers uit Hollywood en Silicon Valley hun best doen om u meer tv via internet te verkopen, of naar hartenlust content produceren om dat in 2019 te doen.

    Disney, Warner Bros, 21st Century Fox en AMC richten zich steeds meer op de verkoop van tv via internet. Apple heeft meer dan een miljard dollar opzijgezet om nieuwe programma’s te produceren. Facebook, dat al een continue stroom tv-programma’s aanbiedt (net als Twitter en Snapchat), zal meer inzetten op video. Er wordt een miljardenoorlog gevoerd om de tv-kijker te strikken. Waar de strijd zich vroeger op het grote en (vooral) kleine scherm afspeelde, gebeurt dat nu op de smartphone en de tablet. De nieuwe technologiereuzen met hun diepe zakken tasten flink in de buidel om de aandacht van de gebruikers van deze apparaten te trekken. Voor de traditionele Hollywoodstudio’s is het een strijd op leven en dood. In de Verenigde Staten verliezen ze abonnees aan betaalkanalen, nu de tv-kijker dure kabelpakketten verruilt voor video via internet.


    Vier vooraanstaande studio’s hebben al enkele miljarden dollars geïnvesteerd in Hulu, een streamingdienst waarvan ze mede-eigenaar zijn en die in 2017 zijn visitekaartje afgaf met The Handmaid’s Tale. CBS lanceerde een thuisservice en produceerde een nieuwe Star Trek om de abonnees 9,99 dollar per maand uit de zak te kloppen. HBO, eigendom van productie- en distributiemaatschappij Warner, produceert al enkele van de duurste tv-series ter wereld, zoals Game of Thrones en Westworld, die minstens tien miljoen dollar per uur kosten. Jeff Bezos van Amazon heeft de wens te kennen gegeven ook succesvolle series van het kaliber Game of Thrones te produceren. De series zullen steeds gedurfder worden… en steeds kostbaarder.

    Disney

    De streamingwedloop raakte in augustus 2017 in 
een stroomversnelling toen Bob Iger, de baas van Disney, bekendmaakte dat de groep in 2019 een streamingdienst ging lanceren, en dat hij voortaan minder films aan Netflix zou verkopen. Diezelfde week maakte John Landgraf, baas van Fox-kabelzender FX, die series als Fargo en The Americans produceert, 
de lancering bekend van een reclamevrije streamingdienst. Warner op zijn beurt mikt op nieuwe programma’s voor de lancering van zijn streamingdienst DC Entertainment, die voor dit 
jaar is voorzien. Rest de vraag wat tv-kijkers bereid zijn te betalen om dat alles te bekijken.

    FX-baas John Landgraf, die de term ‘Peak TV’ heeft gemunt, vreest dat de streamingmarkt verzadigd 
zal raken, zoals momenteel al het geval is bij de kabelzenders. Er valt dus een enorme afroming te verwachten, en daarbij zullen de techgiganten in het voordeel zijn. Waar Netflix en Amazon er warmpjes bij zitten en een grote voorsprong hebben op de streamingmarkt, zullen de studio’s moeite hebben hun achterstand in te lopen. De ironie, verzucht Landgraf, is dat studio’s en zenders als de zijne hebben geholpen Netflix groot te maken door ze 
hun beste films en series te verkopen.

    Even ironisch is dat Disney zich op de streaming werpt. Jaren geleden wilden sommigen bij Disney dat het bedrijf Netflix zou opkopen, wat toen heel wat betaalbaarder zou zijn geweest dan nu. Maar de grote bazen van de groep bleven in Netflix een partner en distributeur zien, en geen concurrent op het gebied van content. Momenteel is Disney een van de weinige wereldmerken die groot genoeg is om met een levensvatbaar alternatief te komen. The Mouse zou de komende schifting dus wel overleven.

    Auteur: Gady Epstein

  • Lunch met de machtigste vrouw van Europa

    Lunch met de machtigste vrouw van Europa

    De Deense eurocommissaris van mededinging Margrethe Vestager geldt als de schrik van Silicon Valley sinds ze megaboetes uitdeelde aan Apple en Google. De Financial Times strikte haar voor een lunchinterview.

    Margrethe Vestager schuift over de leren bank aan het hoektafeltje naar me toe en gaat naast me zitten. Onze knieën raken elkaar bijna in een rechte hoek. Ze glimlacht. Ik kijk naar het mes met de vork en het aquavitglas er keurig tegenover, en naar de houten stoel waar ze niet op is gaan zitten. Onze tafel, in een knus restaurant in Kopenhagen, biedt ruim plaats aan vier personen; wij nemen slechts plaats in voor anderhalf. Zo moet het voelen, denk ik, om door ’s werelds sluwste antitrusthandhaver klem te worden gezet.

    Met die ervaring bevind ik me in goed gezelschap. Nog geen drie jaar geleden stapte de 49-jarige Vestager van de Deense politiek over naar de Europese Commissie. Toch heeft ze nu al de EU-records verpulverd voor het onttakelen van kartels, het uitdelen van boetes en het innen van achterstallige belasting. Waarschijnlijk heeft niemand in de democratische wereld zo veel macht – en is niemand er zozeer toe bereid die te gebruiken – als de eurocommissaris voor mededinging. Vraag het maar aan Tim Cook van Apple (dat Ierland 13 miljard pond aan achterstallige belasting moest betalen), aan Sundar Pichai van Google (dat een boete van 2,4 miljard pond kreeg voor misbruik van zijn marktpositie) of aan de vrachtwagenfabrikanten, farmaceuten en financiële topmannen die het met Vestager aan de stok kregen. Haar besluiten kunnen eventueel pas jaren later door de rechtbank worden teruggedraaid.

    Haar legendarische onverzettelijkheid gaat gepaard met huiselijke persoonlijke trekjes. Het levert krantenprofielen van Vestager op die lezen als de sage van Vikingkoningin Margrethe III, bedwingster van Silicon Valley, gesel van belastingontduikers, temster van superego’s uit het bedrijfsleven, breister van olifanten (die ze aan regeringsmedewerkers geeft en die soms grote oren hebben als aansporing om beter te luisteren) en vermaard kaneelbroodjesbakster.

    Het is allang duidelijk dat Vestager zich als politicus aan de zwaartekracht onttrekt. Ze is afkomstig uit een kleine partij uit een klein land en voerde ooit campagne onder de lekker antipopulistische slogan: ‘Luister naar de economen. Dat doen wij ook.’ Vestager, scherp en hoffelijk, vormde de inspiratie voor de populaire Deense tv-serie Borgen, die volgens haar bewonderaars bleek afstak tegen de werkelijkheid. Maar in de Verenigde Staten geldt ze als belichaming van de politieke tegenwind die Silicon Valley bedreigt. Daar beschouwen velen haar als de laatste in een lange reeks Europese bemoeials die het goede oude Amerikaanse bedrijfsleven de voet dwars zetten. Vorig jaar vatte Cook die andere kijk op haar werk fijntjes samen: ‘Alleen maar politiek gelul.’

    Smørrebrød

    We zitten in de Kronborg, een tot restaurant omgetoverde kelder, bekend om zijn smørrebrød: sneeën roggebrood die rijkelijk zijn belegd. Het is een prima plek om op een regenachtige middag in Kopenhagen te schuilen. De balken aan het plafond zijn donker, de muren wit, op lichtgroene versieringen na.

    Vestager is er op haar gemak. Ze heeft een bordeauxrode jurk en een zwart gebreid vestje aan en een gouden halsketting om. Haar staalgrijze haar zit keurig in model. Het personeel is er maar wat trots op de voormalige vicepremier te mogen ontvangen. Een dertigtal vrouwen die aan de tafeI tegenover ons een verjaardag vieren, werpen steeds nieuwsgieriger blikken. Waarschijnlijk kennen ze haar nog van de coalitieregering uit 2011-2015 van Helle Thorning-Schmidt, een sociaaldemocrate die het niet aan flair ontbrak. Thorning-Schmidt vervreemdde haar kiezers bijna onmiddellijk van zich door zich te laten gelden als een belastinghavik. De belangrijkste oorzaak: Vestager, een kleine coalitiepartner met een flinke vinger in de pap van het beleid. Ze wist wat ze wilde en harkte het grotendeels binnen. De relatie verzuurde op slag. Vestager zegt dat ze tegenwoordig op veel betere voet staat met de ‘geweldige’ Thorning-Schmidt. ‘Maar de rúzies die we hebben gehad…’

    Het was een onwaarschijnlijk machtige positie voor de leider van een sociaalliberale nichepartij – liefkozend de caffè-lattepartij genoemd – met als electoraal hoogtepunt 15 procent van de stemmen… in 1968. Maar tijdens de coalitiegesprekken ging Vestager er met de winst vandoor. Ik breng het verschil ter sprake tussen de situatie nu en Vestagers eerste lunch met Thorning-Schmidt, een jaar of twintig geleden in een café verderop. Bij het afscheid gaf Vestager Thorning-Schmidt haar telefoonnummer: ‘Misschien komt het nog een keer van pas.’ Thorning-Schmidt noteerde het, maar gaf het hare niet. Vestager was zeker niet belangrijk genoeg? ‘O ja!’ zegt Vestager. ‘Dat was ik helemaal vergeten. Dat is wel heel lang geleden.’

    Ik kijk op de kaart in de hoop dat een van de negen haringvariaties er beter op is geworden sinds ik voor het laatst heb gekeken. Ik ben geen liefhebber. We nemen allebei de dagschotel: ‘Sol over Gudhjem’, gerookte haring met rauwe eidooier.

    © AP Photo / Geert Vanden Wijngaert
    © AP Photo / Geert Vanden Wijngaert

    Vestager groeide op in het stationsplaatsje Ølgod (‘Biergoed’), niet ver van de vlakke, door weer en wind geteisterde westkust van Jutland. Haar ouders waren lutherse predikanten en politiek actief. Die kerkelijke achtergrond deelt ze met de Duitse Angela Merkel, de Britse Theresa May en de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, en ik vraag of er sprake is van een patroon.

    ‘In Denemarken zeggen ze dat predikantenkinderen de ergste zijn,’ zegt ze met een lach. ‘Die moeten zich wel afzetten. Omdat het er bij ons thuis helemaal niet zo religieus aan toeging, had ik weinig om me tegen af te zetten. Als er één ding belangrijk is – ik weet niet veel van de verschillende gezindten – dan is het dat je je voor anderen inzet.’

    Volgens Vestager struikelde ze zowat de politiek binnen. ‘Eind jaren tachtig stelde ik me verkiesbaar voor het parlement, alleen maar omdat ik wist dat ik toch geen kans maakte om te worden gekozen,’ zegt ze. Het betrof een zetel waar haar moeder zich ooit kandidaat voor had gesteld. ‘Ik was erg verlegen toen ik jong was, maar nieuwsgierig naar wat het inhield.’

    Op haar vijfentwintigste deelde Vestager het partijvoorzitterschap terwijl ze een baan had op het ministerie van Financiën. Op haar negentwintigste werd ze, zonder te zijn gekozen, minister van Onderwijs en Godsdienstige Zaken. ‘Ik besefte niet dat ik jong was, ik dacht er niet over na, dus was er niet bang voor,’ zeg ze. ‘Had ik het wel beseft, dan zou ik doodsbenauwd zijn geweest. Het was ontzettend zwaar. Als ik het over mocht doen, dan zou ik het heel anders aanpakken.’

    Vestagers politieke persoonlijkheid heeft ze tot op zekere hoogte te danken aan de dieptepunten die ze aan de top beleefde. Haar eerste jaren als partijleider waren verschrikkelijk, met slechte peilingen omdat ze zo gereserveerd en afstandelijk overkwam. ‘Ze is als volwassene geboren!’ riep een collega destijds denigrerend uit. Vestager besloot dat het tijd werd zich aan te passen. Ze besefte dat als ze het toch anders moest aanpakken, ze net zo goed kon gaan staan voor waar ze in geloofde. Na een hap haring legt ze uit dat ze ‘andere kanten van zichzelf naar voren schoof, en weer andere misschien een beetje terugdrong’. Het was een vorm van beheerste authenticiteit die haar voormalige spindoctor de vergelijking met een oester ontlokte: verleidelijk en eerlijk, maar zo open als ze zelf wil zijn.

    Brusselse juristen verwijten Vestager vooral dat ze de neiging heeft de rol die haar van godswege lijkt ingegeven te gebruiken als preekstoel om “rechtvaardigheid” te prediken

    Iedereen die Vestagers kantoor in Brussel bezoekt snapt wat dat betekent. Het is een meesterlijk ingerichte kamer vol curiosa en snuisterijen. Je vindt er een gipsen middelvinger (gekregen van een vakbond die tegen bezuinigingen protesteerde), een straatnaambordje met ‘Vestervej’ erop en foto’s van het winderige vlakke land van Jutland waar ze opgroeide. Aan elk voorwerp kleeft een bijzonder verhaal, maar ze lijken weinig prijs te geven over Vestager.

    Vestager is vermaard om de ‘vergadertechniek’ waarmee ze de grote ego’s der aarde met beide benen op de grond zet. Ze weet wat ze wil en gaat zonder aantekeningen de bijeenkomst in. Ze schenkt koffie voor haar gasten in. Ze vertrok geen spier toen Cook in 2016 tekeerging tegen haar belastingonderzoek, dat hij met steeds grotere stemverheffing vergeleek met de Venezolaanse rechtspraak. Directeuren van Gazprom kregen te horen dat ze hun entourage moesten inkrimpen zodat iedereen aan tafel paste, met als gevolg dat driekwart van de delegatie op de gang moest blijven. Een aanwezige beweert dat Vestager de bijeenkomst ondanks herhaalde seintjes een kwartier liet uitlopen. Bij het naar buiten gaan zag het gezelschap dat Jack Lew, destijds de Amerikaanse minister van Financiën, zich in de wachtkamer zat op te vreten.

    Brusselse juristen verwijten Vestager vooral dat ze de neiging heeft de rol die haar van godswege lijkt ingegeven te gebruiken als preekstoel om ‘rechtvaardigheid’ te prediken. In een bekend geworden toespraak verwees ze naar Luther, Adam en Eva en de hebzucht die aan de basis ligt van monopolistisch gedrag. Ze vindt de kritiek duidelijk misplaatst. ‘Ik heb de 95 stellingen van Luther niet aan mijn deur genageld; ik werk met het Europese mededingingsrecht. Maar wie je ook bent en wat je ook doet, je kunt altijd nadenken over hoe je het doet.’

    Wat dat betreft tekent het haar dat ze de reuzen van Silicon Valley uitdaagde: Google, Apple, Facebook en Amazon. Alle vier hebben ze openlijke aanvaringen met Vestager gehad, en ze is van Berlijn tot Washington geprezen omdat ze ze heeft aangepakt. Maar ze krijgt ook het verwijt dat haar interventies (vooral op belastinggebied) niet zozeer juridisch als wel politiek zijn gemotiveerd. Sommigen kunnen het niet uitstaan dat ze zo overtuigd is van haar gelijk. Ik vraag haar of haar welhaast koninklijke voorrecht – als aanklager, rechter, jury én beul – niet te groot is. Ze wuift mijn bezwaar weg en zegt dat de rechtbanken, juristen en media er zijn ‘om haar eerlijk te houden’. ‘En ik heb sterk het gevoel dat ze dat ook doen,’ voegt ze eraan toe.

    Het rumoer in het restaurant wordt een tikje minder. Naast ons worden cadeautjes uitgepakt, onze borden worden weggehaald. Ik kies een andere aanpak. Er woedt een academische discussie over de vraag of de aloude antitrustmiddelen – en de orthodoxie van de Chicago School, met de nadruk op nadelige prijseffecten voor consumenten – de spectaculaire veranderingen in maatschappij en economie kunnen bijbenen. Met andere woorden: goedkope producten vragen misschien een hoge prijs, terwijl door concurrentie ingegeven fusies (bijvoorbeeld in de landbouwwereld) om milieuredenen wellicht een slecht idee zijn. Ik vraag of ze, idealiter, geen bredere opdracht zou willen om zich sterk te maken voor een bredere opvatting van consumentenwelzijn.


    Haar antwoord is diplomatiek: de principes van het Europese recht zijn breed genoeg. ‘Ook de consument moet zich realiseren dat hij uiteindelijk altijd betaalt. Je betaalt hoe dan ook, zonder dat je alle cijfers van je creditcard intoetst,’ zegt ze. ‘Tot op zekere hoogte zijn sommige firma’s ouderwetse reclamebedrijven in een nieuw jasje. Ze doen fantastische dingen. Hun innovaties hebben onze samenleving veranderd. Dat neemt niet weg dat ze nog steeds een verantwoordelijkheid hebben. Als je dominant bent in de markt, heb je een speciale verantwoordelijkheid.’

    Het is een verwijzing naar Google, een bedrijf dat ze op het matje riep omdat het zijn dominante positie misbruikte om zijn eigen zoekresultaten te bevoordelen. Als Google straks geen onderscheid meer maakt, maar de klantbeleving er slechter op wordt, is ze dan nog steeds tevreden? ‘Wie ben ik om daarover te oordelen?’ antwoordt ze. ‘Op zichzelf is het goed als je iets te kiezen hebt.’

    Vrachtwagenkartel

    De zaken die ze tegen technologiereuzen aanspande trokken de aandacht, maar louter vanuit het oogpunt van consumentenwelzijn bezien vallen ze in het niet bij haar ontmanteling van het vrachtwagenkartel. Dat hanteerde niet alleen vaste prijzen, maar dwarsboomde ook de technologie om de uitstoot te verminderen. Een klokkenluider heeft vergelijkbare aantijgingen gedaan jegens autofabrikanten die onder één hoedje spelen. Had de commissie eerder moeten ingrijpen? Ze noemt de auto-onderdelenkartels die het afgelopen decennium zijn bestraft.

    ‘Het houdt maar niet op,’ zegt ze met opgetrokken wenkbrauwen. ‘In dat opzicht staat het al tijden bij ons op de agenda, maar het emissieschandaal is niet echt een antitrustkwestie. Misschien is het milieufraude, zoiets… We zien misschien een autokartel door de vingers waarin schijnbaar hecht wordt samengewerkt. We gaan ernaar kijken, maar hebben al heel wat middelen in die sector gestoken.’

    Aan haar termijn komt een einde op het hoogtepunt van haar loopbaan. Volgens sommige collega’s zou ze dolgraag directeur van het Internationaal Monetair Fonds worden. Anderen zien graag dat ze de nieuwe commissievoorzitter wordt. Maar liberalen krijgen bijna nooit een topfunctie, en zij komt ook nog eens uit een land zonder euro dat in Europees verband vaak zijn eigen weg kiest. ‘In een andere wereld wordt een sociaalliberaal misschien ergens de baas van,’ schertst ze. Het klinkt althans als een grap, maar helemaal zeker ben ik er niet van.

    Ze werpt een laatste blik op het roggebrood en daar gaat ze, alleen de motregen in. Ik kijk naar haar halfopgedronken koffie en haar keurig opgevouwen servet, en denk na over wat een klein land groot maakt.

    Auteur: Alex Barker
    Vertaling: Nico Groen

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 448.000

    Gezaghebbende krant voor de Londense City en de rest van de zakenwereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. Het in 1888 opgerichte dagblad wordt inmiddels in 23 landen gedrukt en heeft naast de Britse ook drie Europese, een Amerikaanse en een Aziatische editie.

  • 3. Foxconn wil Trumps spelletje best meespelen

    3. Foxconn wil Trumps spelletje best meespelen

    De Taiwanese elektronicareus Foxconn is van plan om samen met Apple een fabriek voor lcd-schermen te bouwen in de VS. Op voorwaarde dat ze subsidie krijgen.

    Terry Gou, bestuursvoorzitter van Hon Hai Precision Industry, een Taiwanese elektronicareus die beter bekend is als Foxconn, lijkt bereid mee te gaan in het ‘made in America’ dat Donald Trump zo lief is. Op 22 januari verklaarde Gou dat hij 7 miljard dollar wil investeren in de bouw van een fabriek voor lcd-schermen in de Verenigde Staten en dat hij die investering samen zal doen met Apple, een van de grootste klanten van zijn bedrijf. Deze verklaring heeft voor nogal wat opschudding gezorgd, niet alleen in Taiwan, maar ook in de VS: de baas van een van de grootste industriële groepen van Azië wil naar de pijpen dansen van Trump.

    Trumps houding tegenover buitenlandse investeerders is dualistisch. Iedereen die geld in de VS steekt en er banen creëert is een bondgenoot, iedereen die dat weigert, om welke reden dan ook, is een vijand. Al wordt hij nog zo bekritiseerd vanwege het protectionisme dat inherent is aan zijn credo ‘America first’, hij laat zich niet uit het veld slaan: buitenlandse ondernemingen kunnen het zich tenslotte niet permitteren doof te blijven voor de machtigste man van de grootste economie ter wereld. Het wekt dan ook geen verbazing dat zo veel bedrijven investeringsplannen in de VS hebben aangekondigd.

    1 procent

    Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat Gou zich bij de schare bazen voegt die de Amerikaanse president naar de mond willen praten. Maar in werkelijkheid droomt hij er al jaren van om fabrieken in de VS te bouwen. Dat is in een stroomversnelling geraakt toen Masayoshi Son, president-directeur van het mobieletelefoniebedrijf SoftBank Group en een vriend van Gou, afgelopen december een ontmoeting had met Trump. Tijdens dit gesprek bracht Son het idee van Gou naar voren voor een gezamenlijke investering in de VS.

    Foxconn zou er belang bij hebben om meer in China te investeren, een land waaraan de groep zijn snelle opmars dankt, of om de productie vanuit China te verplaatsen naar landen waar de arbeidskracht goedkoper is. Maar de Verenigde Staten? Het is zelfs niet zeker of Gou zich heeft gerealiseerd hoeveel kosten zo’n initiatief met zich meebrengt. Hij sluit misschien niet uit dat de VS opnieuw de werkplaats van de wereld worden – een idee dat al enige tijd opgang doet.

    Volgens een rapport dat op 11 januari werd gepubliceerd door de Boston Consulting Group, is het verschil in productiekosten tussen de VS en China niet meer dan 1 procent. Ook al gebruikt dit rapport cijfers die afkomstig zijn uit de Yangtze-delta, een regio waar de salarissen zijn toegenomen en waar ook Shanghai en het zuiden van de provincie Jiangsu onder vallen, het kleinere verschil tussen de twee landen is niet alleen te verklaren vanuit het inkomenspeil. Een andere reden voor deze ontwikkeling is de spectaculaire verandering die de Amerikaanse industriële sector ondergaat.

    Werknemers van Foxconn. – © HH
    Werknemers van Foxconn. – © HH

    De voortschrijdende informatietechnologie heeft de productiviteit verbeterd, terwijl de schaliegasrevolutie de energieprijs heeft doen dalen. ‘Ook al reken je de indirecte kosten van transport, opslag en andere factoren mee, het is tegenwoordig goedkoper om artikelen in de VS zelf te produceren als ze daar worden geconsumeerd’, aldus het rapport.

    Gou is ongetwijfeld op de hoogte van deze nieuwe tendensen in een industrie die volop in ontwikkeling is, en hij is waarschijnlijk niet zo naïef om zijn wereldbeeld te laten beïnvloeden door kleine, zich regelmatig voltrekkende veranderingen. ‘Wat wij in de Verenigde Staten verwachten te vinden, is goedkope grond en goedkope elektriciteit,’ heeft hij gezegd. ‘Ik hoop dat de Verenigde Staten ons die zullen leveren.’

    In de VS moeten staten waarop industriëlen hun oog laten vallen voor nieuwe investeringen, vaak tegen elkaar opbieden. Carrier, een belangrijke Amerikaanse producent van airconditioners, zag af van de sluiting van een fabriek in Indiana nadat Trump het bedrijf tijdens de presidentscampagne had bekritiseerd omdat het een deel van de productiecapaciteit naar Mexico wilde verplaatsen. In ruil heeft Indiana Carrier 7 miljoen dollar belastingvoordeel geboden. Je zou denken dat het bedrijf een goede keus heeft gemaakt door te zwichten voor Trump.

    Trump is een vastgoedmagnaat, hij is gewend om hotels en casino’s te runnen. In weerwil van het wijdverbreide idee dat zijn bedrijven altijd winst maken, is de casinopoot van Trump maar liefst vier keer failliet gegaan. Daarmee heeft hij dus voorlopig misgegokt.

    ‘Die plannen bestaan, maar het is geen belofte, het is een wens,’ verduidelijkte Gou volgens Reuters, toen hem naar de investering in de VS werd gevraagd. Het pokerspel is nog maar net begonnen.

    Auteur: Masanori Murui
    Vertaler: Peter Bergsma

    Nikkei Asian Review
    Tokio | weekblad | oplage onbekend

    Nikkei voert zijn berichtgeving over Azië op door wekelijks een publicatie aan deze regio te wijden. Dankzij zijn reportages, analyses en onderzoeksjournalistiek, met name op economisch gebied, is het blad een waardevolle bron voor het volgen van de actualiteit.

    CONTEXT – Antiglobalisme: eerst links, nu rechts

    ‘Het protectionisme viert hoogtij in de grootste landen van de westerse wereld, in dezelfde landen waar de neoliberale ideologie werd geboren’, schrijft de Spaanse website Ctxt (die als links wordt beschouwd) in een lang artikel over de ‘antimondialisering, van de ondercommandant Marcos [in de jaren negentig leider van het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger in de Mexicaanse staat Chiapas] tot Donald Trump’. Journaliste Cristina Vallejo vraagt zich af hoe het is gekomen van het verzet tegen de ultraliberale mondialisering aan het eind van de jaren negentig, een beweging die duidelijk links en internationaal was, tot de huidige rechtse ‘demondialisering’ die door Trump wordt voorgestaan, een beweging waartoe ook de Brexit moet worden gerekend, evenals de dreiging van een terugvallen op ‘eigen volk eerst’ in Frankrijk en Italië.

    Het kantelpunt zou de bankencrisis van 2008 zijn geweest en de langdurige recessie die daarvan het gevolg was

    ‘De onvrede die door de mondialisering wordt gewekt, komt tot uiting in landen waarvan men dacht dat deze de grote winnaars waren van de vrijheid op de wereldmarkt,’ merkt Vallejo op. ‘Welaan, ook in die landen zijn er verliezers.’

    Het kantelpunt zou de bankencrisis van 2008 zijn geweest en de langdurige recessie die daarvan het gevolg was.

    Vallejo herinnert er ook aan dat Latijns-Amerika voordien al landen met antimondialistische regeringen kende, vooral linkse, aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Volgens de politicologen die zij raadpleegde ging het daarbij om een weerzin tegen de ‘gelukkige mondialisering’ die werd aangeprezen door de multinationals. In het geval van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zou het eerder gaan om het heroveren van hun hegemonie door in eigen voordeel te gaan ‘heronderhandelen’ over de voorwaarden van mondialisering, aldus de Spaanse website.

  • Hoe klinkt straks uw auto, huis of robot?

    Hoe klinkt straks uw auto, huis of robot?

    Handige ondernemers weten het allang: een eigen ‘geluidsmerk’ is goud waard. Denk maar aan de brullende leeuw van MGM, of de ringtone van uw smartphone. Maar met de komst van elektrische auto’s en slimme apparaten beginnen de hoogtijdagen voor de geluidsbranche naar verwachting pas goed.

    Vanaf 2018 moeten elektrische auto’s van de federale overheid verplicht een hoorbaar geluid maken. Dit moet blinden – en alle andere mensen – helpen bij het opmerken van het groeiende aantal stille tweetonners die door onze straten rijden. De voorschriften van de overheid zijn heel precies, en geven nauwkeurig aan dat bij verandering van de snelheid ook het volume van het geluid moet veranderen. Maar binnen die beperkingen zag de automobielindustrie nieuwe kansen: in de voorschriften staat niet dat het geluid van een verbrandingsmotor geïmiteerd hoeft te worden. ‘Bij elektrische auto’s,’ legt Connor Moore uit, een 34-jarige auto-ontwerper uit San Francisco, ‘kun je het geluid helemaal opnieuw uitvinden.’

    Moore ontving me in zijn studio in het Mission District – één kamer in een gebouw vol met decorontwerpers, videomakers en artdirectors. Bij de ene muur liggen Moores twee skateboards en een basketbal, bij een andere staan een paar Gibson- en Epiphonegitaren en zelfs een ronroco, een soort Boliviaanse ukelele. Hij heeft een keurig, bijna Ryan Gosling-achtig knap uiterlijk en wordt razend enthousiast als hij begint te vertellen over het vanaf de basis samenstellen van een autogeluid. ‘Zoiets is nog nooit eerder gedaan.’

    Denk aan het geluid van een telefoon, dat ooit een echte bel met klepel was, en veranderde in een heel scala digitale ringtonen. Elektrische auto’s zullen eenzelfde overgang meemaken, en hun geluid zal ook merkgebonden zijn. Al voordat de auto in zicht komt, zullen we weten of het een Nissan Leaf is, een zelfrijdende Uberauto, of eentje van Google, Apple of Microsoft. Als we zo’n geluid op straat horen zal dat bij ons een bepaald gevoel oproepen. We voelen dat er een nieuwe auto aankomt, eentje die niet op fossiele brandstof rijdt (in ieder geval niet direct), een auto die fluistert in plaats van ronkt.

    Trouw en verwachting

    De paar tellen muziek die Connor Moore componeert worden in de reclamewereld een ‘geluidsmerk’ genoemd: muziek die herkenbaar is, een associatie oproept met het product en lekker in het gehoor ligt. Dit soort minimalistische reclame dateert al van MGM’s brullende leeuw, die wellicht het eerste voorbeeld van een geluidsmerk was. Andere bekende geluidsmerken zijn het drietonige melodietje van NBC of de maten uit Rhapsody in Blue van United Airlines. Die geconcentreerde melodietjes zijn bedoeld om een auditieve associatie op te roepen bij een product, en zo een pavlovachtig gevoel van trouw en verwachting te kweken.

    Voordat hij aan de componeren van dergelijke geluidsmerken begon, zat Moore, zoals iedereen, in een band.

    Tijdens zijn studie etnomusicologie aan de Universiteit van Kansas trad hij ook op als dj. Na zijn afstuderen kreeg hij bij toeval een opdracht om de muziek voor een project van Samsung te componeren, en dat werk was heel anders dan hij had verwacht. ‘Ik wist niet veel meer dan dat het om reclamejingles ging,’ vertelt hij, maar hij ontdekte dat ‘mensen geluidservaringen creëerden voor producten en merken.’ Moore kwam erachter dat hij het leuk vond om conceptueel over een product na te denken en dat idee dan om te zetten in muziek.

    De beperkte definitie van een geluidsmerk luidt ‘muziek gecomponeerd voor een specifiek product of bedrijf’, maar Moore is werkzaam op het ruimere terrein van de sound design, dat ook muziek voor videogames en films beslaat, en zelfs voor hotellobby’s. Soms overlappen deze terreinen elkaar ook weer, en de termen die ervoor gebruikt worden variëren van akoestische branding en muziekbranding tot sogo’s (sound logo’s) en mogo’s (muzieklogo’s).

    Veel van dit werk zat oorspronkelijk bij reclamebureaus als Audiobrain, Rumblefish, [het Nederlandse] MassiveMusic en Neuropop. De branche heeft zelfs een eigen beroepsorganisatie: de Audio Branding Academy, die ieder jaar een feestelijk spektakel organiseert waar de felbegeerde Audio Branding Award wordt uitgereikt. De taal die dit soort bedrijven spreekt is doorspekt met woorden als ‘audvertenties’. Ja, geen typefout: audvertenties. Volgens hen is geluid directer en emotioneler dan visuele beelden, omdat, zoals geluidsmerkenmaker Julian Treasure het formuleert, ‘mensen geen oorleden hebben’.


    Los van deze hijgerige verkooppraatjes is het effect van deze werkzaamheden van een bewonderenswaardige, zelfs mysterieuze schoonheid. De oude wereld van schelle wekkerradio’s en loeiende autoalarmen is voorbij. De persoonlijke geluiden op je smartphone vormen nog maar het begin. Er wordt om ons heen een geheel nieuwe wereld gecreëerd.

    Joel Beckerman (53) is een van de belangrijke theoretici achter het maken van geluidsmerken. ‘Geluid geeft een gevoel van vertrouwdheid,’ legt hij uit, ‘maar stimuleert ook positieve herinneringen.’

    Ook Beckerman begon ooit in een popband, maar na het onvermijdelijke einde daarvan bleef hij in de muziek en componeerde hij muziek voor reclamespotjes. Uiteindelijk liet hij de jingles voor wat ze waren en stortte hij zich met zijn bedrijf Man Made Music (in Burbank en New York) op geluidsmerken. Hij schreef de standaardtekst ‘The Sonic Boom’, waarin hij niet alleen pleit voor geluid als verkoopmiddel, maar ook stelt dat de nuances ervan tot ver buiten de opnamestudio voelbaar kunnen zijn. Fajita’s, zo schrijft hij, waren een bescheiden Mexicaans gerecht, tot restaurantketen Chili’s ze in zijn commercials liet opdienen onder een luid sissend geluid, alsof ze recht uit de keuken kwamen. Sindsdien zijn de verkopen geëxplodeerd. Voor autofabrikant BMW is het van belang dat alle modellen een consistent akoestisch karakter hebben. BMW-portieren sluiten met een geluid dat in overeenstemming is met de overige geluiden van de auto, zoals dat van de uitlaat of het zoemen van de raammotor. De meeste bestuurders van een BMW M5 zullen bijvoorbeeld niet weten dat het motorgeluid dat ze onder het rijden horen een echo is, die naar het interieur van de auto wordt geleid via de speakers van het geluidsysteem.

    Toen Amazon bezig was met het ontwerpen van de Fire Phone [die in de VS in juli 2014 op de markt kwam], vroeg het Moore om de specifieke geluiden te ontwikkelen. In zijn studio speelde hij een reeks prachtige volle akkoorden. Het waren beltonen, alarmgeluiden en allerlei meldingen, bij elkaar wel zo’n stuk of zestig. Het had iets symfonisch, een reeks arrangementen die thematisch verbonden waren. Het componeren van al die melodietjes was een heel karwei (het kostte ongeveer anderhalf jaar van Moores leven), en ik hoorde al de verschillende nuances. Zo hoor je in de basisbeltoon van de Fire Phone – puls/puls, pauze, puls/puls – het ritme van de oorspronkelijke beltoon van de vaste telefoon terug.

    Connor Moore, hier in zijn studio in San Francisco, componeert muziek voor merken, commercials, videogames en films, en zelfs voor hotellobby’s.
    Connor Moore, hier in zijn studio in San Francisco, componeert muziek voor merken, commercials, videogames en films, en zelfs voor hotellobby’s.

    Het koppelen van het juiste geluid aan een voorwerp of een handeling is nog steeds eerder kunst dan wetenschap, maar het is duidelijk wanneer het niet is gelukt, en resulteert in de schetterende melodietjes of rare piepjes die Beckerman ‘akoestische troep’ noemt. Hij vertelt altijd graag het verhaal van SunChips, dat een tijd verpakt zat in een krakende zak die meer herrie maakte dan de chips zelf. Het was zelfs zo erg dat er nog steeds een Facebook-pagina bestaat met de naam ‘Sorry, ik versta je niet door die SunChips-zak’. Toen een consumentenprogramma op tv aantoonde dat het verfrommelen van de zak honderd decibel produceerde (zes meer dan een metro), stopte fabrikant Frito-Lay met de productie ervan.

    Klassieke muziek in een slijterij zorgt bijvoorbeeld voor meer verkoop van duurdere wijnen, en zorgt dat bepaalde wijnen beter lijken te smaken

    De opmars van achtergrondgeluiden gaat de laatste jaren gepaard met een groeiende bezorgdheid over geluidshinder – veroorzaakt door het gejank van autoalarmen en het gedreun van vuilniswagens. Veertig jaar geleden al omschreef de Canadese componist R. Murray Schafer het omgevingsgeluid als het ‘toppunt van vulgariteit’, en voegde eraan toe dat ‘veel deskundigen hebben voorspeld dat er uiteindelijk een algehele doofheid zal ontstaan, tenzij het probleem snel onder controle gebracht kan worden.’ Met vooruitziende blik riep Schafer op tot het ‘stemmen van de wereld’.

    Aanvankelijk richtte de bezorgdheid over geluidshinder zich alleen op het probleem van de herrie op straat. Later kwamen de storende geluiden steeds dichterbij. Veel van de elektronische apparaten die we tegenwoordig gebruiken, hebben we altijd dicht bij ons: of we nu thuis, in onze auto, op kantoor of buiten aan het wandelen zijn.

    In de jaren tachtig en negentig was het geluid waarmee je Macintosh je begroette als je hem opstartte een irritant gepiep. Musicologisch was het een tritonus, een onaangename combinatie van noten die bekendstaat als een overmatige kwart. In de middeleeuwen werd het ‘het duivelsinterval’ genoemd, en vanwege de angsten en donkere gedachten die het bij iedere luisteraar teweeg zou brengen, had de katholieke kerk de uitvoering ervan verboden. Het zijn ook de openingsnoten die je hoort in het titelnummer op het album Black Sabbath.

    Het verhaal over hoe Apple die piepjes veranderde in een vriendelijker melodietje, weerspiegelt de ontwikkeling van het geluidsmerk. Verantwoordelijk voor deze omslag was Apple-technicus Jim Reekes, ook de bedenker van de geluiden die je hoort bij andere Apple-functies, zoals het gekwaak van een eend en de klik van de camera die je hoort bij een screenshot. Die tonen kwamen er niet zonder gedoe. Ten tijde van deze hercomposities was Apple door de Beatles voor de rechter gedaagd vanwege het gebruik van het woord ‘apple’. Uit wraak wilde Reekes een van zijn nieuwe geluiden ‘Let It Beep’ noemen. Maar hij wist dat Apples juristen daar bezwaar tegen zouden hebben, dus maakte hij er een verzonnen woord van dat er op het eerste gezicht Japans uitzag: sosumi. Dat vonden de advocaten goed. Pas later beseften ze dat het woord werd uitgesproken als ‘So sue me’ (Sleep me maar voor de rechter).

    De creatie van de Mac-tune zou je kunnen zien als het begin van de gouden eeuw van het subtiel gecomponeerde geluidssignaal: we staan op de drempel van het Utopia van Schafer. In de tijd dat Apple zich tot Reekes wendde, huurde Microsoft Brian Eno in voor de openingstune van het besturingssysteem. Het verschil is klassiek. Het geluid van Apple is elegant, optimistisch, veelbelovend. Het melodietje van Eno was een symfonie teruggebracht tot drie seconden, en klonk rusteloos, verhalend, betrokken. Sindsdien heeft Microsoft haar geluid veranderd in iets wat directer en toegankelijker is, met andere woorden in een geluidsmerk.


    De minimelodietjes die Reekes, Moore en Beckerman hebben geproduceerd, bewerken ons gehoor op subliminaal niveau. Beckerman werkt samen met een cognitieve specialist om geluiden te genereren die een ‘lage cognitieve lading’ hebben. Denk aan de geluiden die de paar laatste seconden aangeven dat het licht op de voetgangersoversteekplaats nog groen is. Let de volgende keer maar eens op: mensen versnellen zonder te kijken hun pas. Dat bedoelt Beckerman met lage cognitieve lading: slim gecomponeerde geluidssignalen die op onderbewust niveau en zonder visuele bevestiging met ons communiceren.

    Waar sommige geluiden een specifieke betekenis kunnen overbrengen, zijn de meeste subjectief. Toch kun je de connotaties die ze oproepen wel categoriseren. Beckerman heeft afspeellijsten gemaakt van composities die, naar zijn weten, iemands stemming kunnen veranderen van optimistisch naar creatief naar rustgevend. Pandora Media is bezig met een ambitieus Music Genome Project, dat alle muziek terugbrengt tot zo’n 450 kenmerken, en hoopt daarmee voor geluid hetzelfde te doen wat Linnaeus voor de flora en de fauna heeft gedaan. Intussen worden in talloze cognitieve onderzoeken verrassende verbanden aangetoond tussen geluid en werkelijkheid. Klassieke muziek in een slijterij zorgt bijvoorbeeld voor meer verkoop van duurdere wijnen, en zorgt dat bepaalde wijnen beter lijken te smaken.

    ‘Toen ik hiermee begon,’ zei Moore, ‘ging het om het aanraken van een product, dat dan een bijpassend geluid kreeg.’ In de toekomst zal het volgens hem steeds meer om puur geluid gaan. Moore krijgt steeds meer vragen om geluiden te maken voor robots – vooral voor sociale robots thuis. Naar alle waarschijnlijkheid zullen we met die robots op vergelijkbare wijze communiceren als bij de nieuwste snufjes die je ziet in auto’s.

    Het spreekt voor zich dat je in een rijdende auto het veiligst kunt communiceren door middel van geluid. Volgens Moore is het doel dat die communicatie op een onderbewust niveau gaat verlopen. Zo zal navigatieapparatuur zich straks wellicht niet meer rechtstreeks tot de bestuurder richten, maar ‘minipiepjes produceren aan de linkerkant van de wagen om links af te slaan en aan de rechterkant om rechts af te slaan. Zo krijgt de bestuurder informatie zonder dat hij naar een apparaat hoeft te kijken en zonder dat er “Naar rechts!” wordt geroepen.’

    Geluidslinguïstiek

    Beckerman vertelde iets dergelijks over het huis van de toekomst. ‘Technologie is zo verweven met ons leven dat we veel computers in huis hebben,’ zei hij, maar ‘we moeten de tirannie van het scherm als communicatiemiddel doorbreken. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik wil geen honderd schermen in mijn huis als ik mijn smartwoning ga inrichten.’

    ‘De toekomstige robots en apparaten in onze auto en ons huis zullen misschien nog wel gebruikmaken van taal,’ aldus Beckerman, ‘maar niet vaak. Als ons brein woorden hoort, moet het zijn bezigheid staken om te luisteren en te begrijpen. Dat moet je alleen maar willen als het om kritieke situaties gaat.’

    Vanuit een vergelijkbare gedachte heeft Moore een aantal eenvoudige boodschappen op muziek gezet: ‘Hallo.’ ‘Ik ben gestrest.’ ‘Ziet er goed uit.’ ‘Hartstikke goed.’ ‘Hoe laat is het?’ De betekenis wordt nu niet meer door woorden overgebracht, maar eerder door de muzikale intonatie. ‘Het zijn in wezen geluiden,’ zei Moore.

    Mensen die geluidsmerken ontwikkelen praten over onze interacties met apparaten alsof wat ze componeren niet zozeer muziek is, als wel geluidslinguïstiek. Als we in de nabije toekomst gaan communiceren met onze woning, auto en robot, zal de technologie verdergaan dan aanraken, en toegaan naar iets wat op een nieuwe taal lijkt. ‘Componeren zal dan een grote vlucht nemen,’ voorspelt Moore.

    Toch zal de communicatie voornamelijk een commercieel karakter hebben (en algauw tot vervelens toe). Die opkomende talen zullen worden geassocieerd met producten of bedrijven. Ze zullen aan een merk worden verbonden. Het zal niet lang duren of we kunnen een Amazon-dialect, Cartier-tongval of Walmart-accent herkennen.

    Auteur: Jack Hitt
    Vertaler: Paul Bruijn

    Openingsbeeld: Joel Beckerman (l.), een van de belangrijke theoretici achter het maken van geluidsmerken.

    The California Sunday Magazine
    Verenigde Staten | maandblad

    Meegestuurd maandblad gevuld met ‘internationale verhalen voor een nationaal publiek’.