Tag: Apple

  • De Iphone is made in India – onder leiding van Chinese ingenieurs

    De Iphone is made in India – onder leiding van Chinese ingenieurs

    In de Indiase stad Sunguvarchatram wordt een deel van de nieuwste levering iPhones geproduceerd. Chinese ingenieurs en managers komen naar India om daar de nieuwe generatie arbeiders op te leiden. Viola Zhou en Nilesh Christopher van Rest of World onderzoeken de obstakels die de ingenieurs ervaren en de werkomstandigheden in de Indiase fabrieken.

    Toen de Chinese ingenieur Li Hai het winterse weer van Noord-China voor de vochtige hitte van Tamil Nadu in Zuid-India inruilde, had hij geen idee wat hem te wachten stond. Het was begin 2023. Maanden voor de reis had een manager van de Foxconn iPhone-fabriek waar Li werkte, gevraagd naar vrijwilligers voor een tijdelijke opdracht in India. Li hoefde niet lang na te denken. Hij had in zijn leven amper gereisd en was nieuwsgierig. ‘Ik wilde gewoon eens ergens anders heen en daar wat rondkijken’, vertelde hij aan Rest of World.

    Foxconn, een Taiwanese fabrikant van computeronderdelen, vliegt tegenwoordig regelmatig ingenieurs uit China naar India om daar de volgende generatie iPhonefabrikanten op te leiden. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Zo spreken zowel de Chinese ingenieurs als de Indiase productielijnmedewerkers van een heftige cultuurclash. Rest of World wil ontdekken hoe Foxcom de verhuizingen voor elkaar krijgt en sprak daarom met tientallen werknemers uit alle onderdelen van het bedrijf.

    Li is zacht van toon, oprecht en bescheiden. Hij groeide op in het Chinese platteland en was tot voor kort nooit ver van huis geweest. Maar wat hem aan wereldlijke kennis en ervaring ontbrak, compenseerde hij met nieuwsgierigheid. Voor hij naar India vertrok, moest Li een door zijn werk georganiseerde cursus afleggen over culturele verschillen. Tijdens de cursus leerde Li dat hij onderwerpen zoals politiek en religie moest vermijden. Ook moest hij altijd ‘alstublieft’ zeggen tegen zijn Indiase collega’s. ‘Mensen uit China kunnen nogal direct zijn,’ vertelde hij. ‘Als we met Indiërs omgaan, moeten we beleefder zijn.’

    Li maakte zich vooral zorgen over het eten. De avond voor zijn vertrek propte hij zijn koffer vol met diarreemedicatie, zakjes bouillon om zijn eigen Chinese gerechten te maken en, omdat hij had gehoord dat mensen in India met hun handen eten, eetstokjes. Nerveus maar enthousiast stapte Li met zijn eerste paspoort op zijn eerste vlucht naar het buitenland. De reis was een aaneenschakeling van verrassingen: turbulentie, de uiteenlopende mensenmassa’s op de luchthaven van Singapore waar hij een tussenstop maakte en het vliegtuigpersoneel dat hem in het Engels aansprak, waren allemaal nieuw voor hem. Zijn eindbestemming was Sunguvarchatram, een industrieel centrum aan de rand van de stad Chennai. In die stad is een wereldwijde verschuiving op gebied van elektronica-productie aan de gang.

    Ingevlogen opleiders

    Net als veel van zijn concurrenten heeft Apple jarenlang zijn productieproces aan ondernemingen in China toevertrouwd. Voor zowel politieke als economische redenen zijn techbedrijven zich echter in de afgelopen jaren steeds meer op andere landen in de regio gaan richten.  

    Foxconn, ook wel bekend als Hon Hai Precision Industry, heeft de afgelopen jaren zwaar geïnvesteerd in een iPhone-fabriek in Sunguvarchatram. Volgens bronnen die bekend zijn met de situatie kan Foxconn met hogere materiaalkosten en een groter percentage defecte telefoons zijn genadeloze efficiëntie niet waarborgen. Hierdoor zijn Foxconn’s iPhones uit Sunguvarchatram altijd minder winstgevend geweest dan die uit China, vertelden twee bronnen dicht bij het bedrijf aan Rest of World. Foxconn zelf heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar.

    Om het productieproces te verbeteren en de fabriek in Sunguvarchatram klaar te stomen voor Apples nieuwe iPhone 15, stuurde Foxconn begin dit jaar meerdere Chinese werknemers naar Sunguvarchatram. Ingenieurs zoals Li moesten zaken daar naar Chinees niveau gaan tillen.

    Met behulp van vertaalapps, half onthouden Engels van de middelbare school en handgebaren moesten Li en honderden van zijn Chinese collega’s zien te communiceren met een Indiase arbeidskracht die grotendeels onbekend was met de intensiteit en complexiteit van de 21ste-eeuwse elektronica-industrie.

    Een succesvolle levering van de iPhone 15 zou een prestigieuze mijlpaal zijn voor het groeiende Indiase fabriekswezen

    Het zou een formidabele uitdaging worden. Eind augustus bezocht Rest of World Sunguvarchatram, waar Foxconn en andere Apple-leveranciers op volle toeren draaiden in aanloop naar het uitbrengen van de iPhone 15 en sprak daar met ruim twintig productiemedewerkers, monteurs, ingenieurs en managers, die allen een pseudoniem gebruiken om herkenning door hun werkgevers te voorkomen.

    Zij beschreven de successen en tegenslagen van een van de invloedrijkste fabrieksvloeren ter wereld. In China eist Foxconn lange werkdagen en hoge efficiëntie en hebben managers weinig tolerantie voor vertragingen of fouten – hoge verwachtingen die in India al snel onhaalbaar bleken. De stress die hiermee gepaard gaat, gaat duidelijk ten koste van lokale arbeidskrachten.

    Een succesvolle levering van de iPhone 15 zou een prestigieuze mijlpaal zijn voor het groeiende Indiase fabriekswezen. ‘De boodschap van de overheid is dat India op weg is om een industriële supermacht te worden,’ vertelde Anand P. Krishnan, een onderzoeker bij het Centre of Excellence for Himalayan Studies aan de Shiv Nadar University die arbeid in China en India bestudeert. ‘Het produceren van een iPhone 15 in India zal als een belangrijk moment worden gezien. Niet alleen voor Apple, maar ook voor India.’

    Maak het in India

    Iedere acht uur komen de straten van Sunguvarchatram tot leven. Bussen met de logo’s van techgiganten zoals Samsung, Yamaha en Foxconn vervoeren vermoeide arbeiders heen en weer tussen de fabrieken en hun appartementen of slaapplekken, die in India hostels genoemd worden. Anderen leggen de route af op hun motorfiets of stappen in driewielige riksja’s.

    Sunguvarchatram maakt deel uit van een industrieel verband tussen Chennai en Bengaluru, de twee grootste steden van Zuid-India. Buitenlandse autofabrikanten openden hier de eerste fabrieken. In de jaren 2000 volgden Taiwanese technologiebedrijven, waaronder Foxconn en concurrent Wistron, dat in 2017 de eerste iPhones produceerde in India: de goedkopere iPhone SE. De stad Sunguvarchatram zit midden in de overgang van een landbouweconomie naar een industriegigant. Braakliggende velden worden langzaam bedekt met hightech fabrieksterreinen en gloednieuwe Indiase hostels om de duizenden fabrieksarbeiders te huisvesten. De ontwikkeling van Sunguvarchatram is voor premier Narendra Modi een droom die uitkomt. In 2014 onthulde hij tijdens een toespraak in Delhi een plan dat later zijn Make in India-initiatief zou worden. ‘Vanaf de muren van het Rode Fort wil ik een oproep doen aan mensen over de hele wereld,’ zei Modi. ‘”Kom, en maak het in India,” “Kom, en produceer in India.”‘

    In de tweede helft van de 20e eeuw maakten Indiase elektronicafabrikanten een bloeiperiode mee die in 1991 ten einde kwam, toen de invoerbelasting werd verlaagd en buitenlandse concurrentie de markt overspoelde. Indiase merken gingen failliet en de sector stortte in. Mede hierdoor worstelt het land de afgelopen drie decennia met afnemende werkgelegenheid voor haar jonge, groeiende bevolking. Volgens de Indiase regering zijn buitenlandse investeringen sinds de aankondiging van Make in India verdubbeld. Critici opperen echter dat Modi’s initiatief op zijn best een werk in uitvoering is. Tussen 2003 en 2018 groeide de productiesector iets sneller dan de Indiase economie in zijn geheel, maar sinds Modi’s plan is deze groei niet toegenomen maar afgezwakt; het afgelopen jaar steeg de productie met slechts 1,3%. Toch is de technologiesector opnieuw een lichtpuntje geworden, mede dankzij bedrijven zoals Foxconn, Samsung en het Chinese Salcomp, die sinds vorig jaar nieuwe of uitgebreide faciliteiten hebben aangekondigd.

    Een belangrijke drijfveer voor investeringen in India is de aanhoudende handelsoorlog tussen Washington en Beijing. Daarnaast is Chinese arbeid voor bepaalde industrieën niet langer de goedkoopste: de beroepsbevolking in het land krimpt, is hoger opgeleid dan ooit tevoren en toont steeds minder interesse in fabrieksbanen.

    ‘Het produceren van een iPhone 15 in India zal als een belangrijk moment worden gezien. Niet alleen voor Apple, maar ook voor India’

    Eind vorig jaar ontving Apple een teken om zijn productieproces te diversifiëren. Dit kwam in de vorm van een reeks noodtoestanden bij ’s werelds grootste iPhone-fabriek in Zhengzhou, in centraal China, die het bedrijf naar schatting rond de $1 miljard per week heeft gekost. Sindsdien heeft Apple zijn plannen voor India versneld en is Foxconn druk bezig zijn arbeidskrachten in het land te verdubbelen. Young Liu, directeur van Hon Hai Technology Group, heeft deze uitbreidingsplannen meermaals met Modi besproken. Veel andere bedrijven in de iPhone-productieketen zijn eveneens op zoek naar locaties voor fabrieken, vertelde Jules Shih aan Rest of World. Hij is directeur van de Chennai-vestiging van het Taipei World Trade Center, een door de Taiwanese overheid gefinancierde organisatie voor handelsbevordering.

    Uitbreiden naar India kent ook zijn nadelen. Zo gaat het Chinese eenpartijstelsel tot het uiterste voor Foxconn met miljardeninvesteringen in fabrieken, gunstige subsidies voor energie en transport en hulp bij het rekruteren en vervoeren van werknemers ten tijde van personeelstekort. Tot slot zijn onafhankelijke vakbonden verboden in China. In India krijgen de leveranciers van Apple daarentegen te maken met lokale politici, landeigenaren en vakbonden. Het land beschikt niet over China’s uitgebreide netwerk van sub-leveranciers, wiens onderlinge concurrentie voor lagere kosten zorgt. ‘Apple is door China verwend,’ zei een manager bij een Apple-leverancier die onlangs van China naar India werd uitgezonden tegen Rest of World. ‘Hier is alleen de arbeid goedkoop. De rest is duur.’

    De Indiase arbeidskracht

    iPhone-productie in Foxconns fabriek in Sunguvarchatram ging in 2019 van start met de iPhone XR, een ouder model. Toen Li in 2023 in Sunguvarchatram arriveerde, produceerde de fabriek ook de iPhone 14. Dit jaar was het doel om een lading in India geproduceerde iPhone 15’s klaar te hebben liggen wanneer het nieuwe model zou worden aangekondigd. De iPhone-fabriek maakt deel uit van een groter complex van 60 hectare waar Foxconn ook telefoons voor andere merken produceert. Zo’n 35.000 werknemers werken hier in zes witte fabriekspanden. Voor Li voelde het net als thuis: dezelfde geavanceerde apparatuur als in China, dezelfde rijen tafels met werknemers die duizenden keren per dag dezelfde taken uitvoeren en natuurlijk hetzelfde eindproduct. Er was echter één opvallend verschil. In tegenstelling tot de fabrieken in China werd de assemblagelijn in Sunguvarchatram vrijwel uitsluitend door jonge vrouwen bemand.

    Toen elektronica-productie in de jaren tachtig naar China kwam, vormden vrouwen die van het platteland naar de steden waren verhuisd het grootste deel van de fabrieksarbeiders. Ze hadden niet veel opties en managers bij bedrijven zoals Foxconn gaven hun de voorkeur omdat ze dachten dat vrouwen gehoorzamer waren dan mannen, deelt Jenny Chan, een socioloog aan Hong Kong Polytechnic University die arbeidskwesties binnen Foxconn bestudeert, met Rest of World. Dit is in  de afgelopen dertig jaar veranderd. Tegenwoordig zijn de meeste iPhone-werknemers in China mannen; vrouwen werken inmiddels grotendeels in de dienstensector. In India werkt Foxconn wederom voornamelijk met vrouwen die migreren voor meer arbeidsmogelijkheden. 

    Een jonge, vrouwelijke arbeidskracht brengt in dit land unieke eisen met zich mee. Zo moet het bedrijf bezorgde ouders geruststellen wat betreft de veiligheid van hun dochters. Het bedrijf biedt werknemers gratis eten, onderdak en bussen om een veilige reis van en naar het werk te garanderen. Op vrije dagen dienen vrouwen die in Foxconn-hostels wonen zich aan een avondklok van zes uur ‘s avonds te houden en hebben ze toestemming nodig om ergens anders de nacht door te brengen. ‘[Als] ze uitgaan en niet op een bepaald tijdstip terugkeren, worden hun ouders geïnformeerd,’ vertelde een voormalige HR-manager van Foxconn. ‘[Zo] winnen ze het vertrouwen van de ouders.’

    ‘[Als] ze uitgaan en niet op een bepaald tijdstip terugkeren, worden hun ouders geïnformeerd’

    Ook voor het inhuren van getrouwde vrouwen moest Foxconn oplossingen vinden. De fabrieken zijn doorgaans voorzien van metaaldetectoren om diefstal en lekken omtrent nieuwe producten te voorkomen. Ook deze maatregel zorgt voor oponthoud in India, waar getrouwde vrouwen een mangalsutra, een metalen hanger, en een metti, een metalen teenring, dragen. Deze werknemers moeten handmatig gecontroleerd worden en hun sieraden laten registreren.

    De zesentwintigjarige Padmini groeide op in een gezin met vijf broers en zussen op het platteland in de buurt van de stad Tirunelveli, ongeveer zeshonderd kilometer ten zuiden van Chennai. Ze was opgeleid tot verpleegkundige, maar voelde zich ‘gevangen’ omdat ze vierentwintig uur per dag oproepbaar moest blijven. In 2021 kreeg Padmini een baan aan de productieband van Foxconn. In het begin voelde ze zich overvallen door de beschermende kleding, lawaaierige machines en de onheilspellende slogans op de muur (‘Please cooperate with us’). Omdat ze haar hele leven in de onontkoombare tropische hitte had geleefd, was de airconditioning van de fabriek haar veel te krachtig. Bovendien wist ze niets van elektronica. ‘Ik wist niet eens wat een pincet was,’ vertelde ze. ‘Ik kende de naam niet en wist niet hoe ik het moest vasthouden.’

    Padmini deelt een bescheiden studio in Sunguvarchatram met acht andere vrouwen. Vijf van hen slapen in de hal, vier in de slaapkamer. Ze betalen ieder 1.250 roepies (€14) aan huur. ‘Het is best moeilijk,’ zei Padmini. Ze ziet haar huisgenoten zelden, omdat ze allemaal wekelijks roterende schema’s hebben: 06:00 tot 14:00, 14:00 tot 22:00, of 22:00 tot 06:00. Alleen zondag is een vrije dag.  Iedere werkdag rijdt Padmini met een Foxconn-shuttlebus naar de fabriek. Eenmaal daar loopt ze door de metaaldetector, trekt ze haar antistatische jas aan over haar kurta, en neemt ze plaats aan de assemblagelijn, waar ze ze per uur minstens 495 volumeregelingsonderdelen in elkaar zet.

    Culture Shock

    Toen Li in India aankwam, vond hij het maar lastig om te communiceren met zijn nieuwe collega’s. Het beetje Engels dat hij op de middelbare school en de universiteit had geleerd, had hij sinds zijn schooljaren nauwelijks gebruikt; men had zelfs moeite met het begrijpen van eenvoudige zinnen zoals ’thank you.’ Om zijn achterstand in te halen, kocht Li een woordenboek en gebruikte hij zijn busritten en werkpauzes om zijn Engels te oefenen. Ook droeg hij te allen tijde een notitieboekje bij zich zodat hij collega’s kon vragen om onbekende woorden voor hem op te schrijven.

    Taalbarrières waren het meest zichtbaar met betrekking tot de uit China afkomstige apparatuur. ‘Alle machines zijn ingesteld op Mandarijn. Bedieningsprocedures, instructies, commando’s, alles is in [het Chinees]. Zelfs de software,’ zei een Indiase senior manager. ‘Zelfs de noodknop.’ Chinese ingenieurs lieten Rest of World weten dat ze Indiase collega’s trainen in het bedienen en repareren van machines door middel van vertaalapps en andere methoden. ‘Lichaamstaal is universeel,’ zei een van hen.

    ‘Alle machines zijn ingesteld op Mandarijn… Zelfs de noodknop’

    Een in Chennai gevestigde vertaler Mandarijn, die ook voor andere Chinese en Taiwanese bedrijven in de buurt had gewerkt, vertelde aan Rest of World dat er vaak sprake is van gespannen situaties en korte lontjes.  De vertaler vertelde hoe een Foxconn-medewerker uit China gefrustreerd raakte door een jonge Indiase monteur die een technisch probleem steeds maar niet wist op te lossen. De Chinese werknemer loste het zelf op en liep weg. ‘Hij heeft het me niet geleerd,’ zei de een. ‘Hoe vaak moet ik het je leren?’ vroeg de ander.

    Volgens de vertaler begrepen veel Indiase werknemers in eerste instantie niet waarom hun Chinese collega’s zo boos konden worden om kleine ongevallen zoals een storing van een half uur. Maar langzamerhand werden de Indiase middle managers waakzamer voor oponthoud. Hij herinnert zich de paniek die ontstond toen een defecte machine een deel van de fabriek stillegde. Terwijl een monteur de machine zo snel mogelijk probeerde te repareren, bleef de torenhoge Indiase manager naast hem maar vragen, in het Tamil: ‘Is het voorbij? Is het voorbij!?’ De vertaler zag de handen van de monteur trillen onder alle druk.

    Wind mee van de Indiase overheid

    Dit jaar wilde Apple voor het eerst het nieuwste iPhone-model gelijktijdig in China en India laten produceren. Voor de in april gestarte testproductie, wat een bijzoner uitdagend deel is van het productieproces, haalde Foxconn opnieuw werknemers uit China om hun Indiase collega’s te trainen en ondersteunen. Diezelfde maand gaf de regering van Tamil Nadu een signaal om Foxconn en andere fabrikanten te verwelkomen door de werkdag van acht naar twaalf uur te verlengen, zodat Foxconn net als in China niet meer dan twee ploegendiensten nodig had.

    Het verlengen van de werkdag was dit jaar een omstreden onderwerp in India, waar het internationale bedrijven in conflict bracht met werknemers en mensenrechtenverdedigers. Na intens lobbywerk van Apple, Foxconn en andere techbedrijven versoepelde de staat Karnataka ook de arbeidswetten om een 12 uur durende werkdag toe te staan, aldus de New York Times. Foxconn heeft vervolgens de bouw van twee nieuwe fabrieken in Karnataka aangekondigd.

    Als gevolg organiseerde de All India United Trade Union Centre een protest waarbij deelnemers kopieën van het wetsvoorstel verbrandden. Hoewel de regering van Karnataka de wet uiteindelijk toch invoerde, hebben grote bedrijven in de staat besloten hun uren niet te verlengen. In Tamil Nadu werd ook tegengas gegeven door oppositiepartijen en arbeidsrechtenorganisaties. Diverse politici noemden het nieuwe wetsvoorstel ‘arbeidsonvriendelijk’ en liepen tijdens het stemmen de vergadering uit. Toen de wet werd ingevoerd, kondigden vakbonden in de stad verscheidene acties aan, waaronder een demonstratie op motorfietsen, een civiele ongehoorzaamheidcampagne en protesten voor het hoofdkwartier van de regerende partij. In tegenstelling tot in Karnataka was dit verzet wel geslaagd: na slechts vier dagen trok de regering de wet weer in. Gelukkig maar, want veel Indiase Foxconn-medewerkers vinden een acht uur durende werkdag al zwaar genoeg. ‘Als het straks 12 uur werken wordt, ga ik dood,’ zegt Padmini. ‘Om te kunnen werken, moet ik in leven blijven.’

    ‘Als het straks 12 uur werken wordt, ga ik dood. Om te kunnen werken, moet ik in leven blijven’

    Voor Chinese medewerkers is het tempo op de Indiase fabrieksvloer juist net iets te langzaam. Zo vertelde een Taiwanese manager bij een andere iPhone-leverancier in de regio aan Rest of World dat de kortere shifts en reguliere theepauzes in India hun productiviteit belemmeren. ‘Je zit nog maar net goed op je stoel, en de volgende pauze begint alweer,’ klaagde hij.

    In China rekent Foxconn op lakse handhaving van arbeidswetten – zoals een maximale werkdag van acht uur en gelimiteerde overuren – en gebruiken managers lucratieve bonussen om hun werknemers tot het uiterste te drijven. Twee buitenlandse werknemers in Sunguvarchatram vertelden aan Rest of World dat er tegenwoordig ook in India gebruik wordt gemaakt van salarisverhogingen en promotiekansen om hun ingenieurs en managers aan te moedigen. Vijf verschillende Chinese en Taiwanese werknemers vertelden dat ze verbaasd waren toen ze hoorden dat hun Indiase collega’s veelal weigerden om overuren te werken. Sommigen schreven dit toe aan een zwak verantwoordelijkheidsgevoel, anderen aan wat zij zagen als de geringe materiële verlangens van Indiase mensen. ‘Ze zijn snel tevreden,’ zei een ingenieur uit Zhengzhou. ‘Extra druk kunnen ze niet hebben. Maar als we er geen druk op zetten, gebeurt er ook niets en kunnen we de productie ook niet hierheen verhuizen.’

    Drie voormalige Foxconn-medewerkers vertelden aan Rest of World dat Chinese managers net als in hun thuisland vaak beledigende taal gebruikten tegen onderpresterende werknemers. Toen er bij HR hierover geklaagd werd, namen de meldingen af. Toch blijft het buitenlandse personeel grotendeels ontevreden met het prestatievermogen in India. ‘Ze weten hoe ze het moeten doen, maar ze zijn traag,’ zei een werknemer. ‘Zelfs lopen doen ze langzaam.’ Een Chinese manager beweerde dat Indiase werknemers vaak te vaak verlof aanvragen, bijvoorbeeld om voor zieke familieleden te zorgen, maar ook om andere redenen die in de ogen van de manager onvoldoende zijn, zoals een bijgelovige angst voor maansverduisteringen, in India een voorteken van ongeluk.

    Andere Chinese werknemers vinden de Indiase werkcultuur, met veel theepauzes, uitgebreid kletsen met collega’s en op tijd naar huis gaan, zo slecht nog niet. De Chinese werkcultuur, waarin werknemers verlofdagen opofferen en langer op kantoor blijven om indruk te maken op hun bazen, is bij vergelijking een stuk minder aantrekkelijk. De Chinese werkplek is te neijuan, te ingewikkeld, zeggen sommigen. De term, die steeds populairder wordt in China, beschrijft de onophoudelijke concurrentie die het dagelijks leven in het land vandaag de dag typeert. ‘Geleidelijk brengen we neijuan naar India,’ grapte een ingenieur.

    Vrije tijd

    In mei had Li naar eigen zeggen zijn taalbarrière overwonnen. ‘Verrassend genoeg kan ik eindelijk begrijpen wat ze zeggen!’ Hij kon niet alleen praten over de kleinste details van de iPhone, maar ook deelnemen aan informele gesprekken. Een vrouwelijke collega vertelde hem dat ze jaloers was op zijn ‘witte’ huidskleur. Anderen vroegen hem waarom hij nog vrijgezel was. ‘Huis, auto en geld,’ antwoordde hij, de eisen waar een respectabel vrijgezel in China aan moet voldoen voor hij of zij een partner kan zoeken. ‘De Chinese meisjes zijn niks waard,’ antwoordde een vrouwelijke arbeider. ‘Hier hoef je geen huis, auto, of geld. Enkel liefde.’

    De voornamelijk mannelijke Chinese ingenieurs leven afgezonderd van hun Indiase collega’s. Foxconn huurt speciaal voor hen woningen in een luxe appartementencomplex genaamd Hiranandani Parks. De door platteland omgeven torens tellen 27 verdiepingen en zijn sober ingericht. Sommige bewoners hebben klamboes boven hun bed opgehangen – verscheidene Chinese werknemers hebben in China dengue opgelopen. ’s Avonds bezoeken de Chinese ingenieurs een aantal Oost-Aziatische restaurants, wandelen ze rond het appartementencomplex, of bellen ze met hun kinderen, ouders en partners. Op zondag stuurt Foxconn een pendelbus die hen naar een van de drie winkelcentra in Chennai kan brengen.

    Li heeft nooit aan de Indiase keuken kunnen wennen. Hij probeerde een paar lokale gerechten, maar gaf al snel op. ‘Telkens als ik langs de Indiase kantine loop op weg naar mijn bureau kan ik de geur niet verdragen,’ zei hij. ‘Hun eten is allemaal geel en papperig spul.’ Tijdens de wekelijkse uitstapjes naar de stad houdt hij het bij KFC en McDonald’s. Foxconn heeft een Chinese kantine waar speciaal getrainde Indiase chefs gerechten bereiden zoals varkensstoofpot of geroerbakte eieren met tomaat. Chinese werknemers krijgen $60 ingehouden van hun wekelijkse expatbonus in ruil voor drie maaltijden per dag. Op zondagen koken de ingenieurs zelf uitgebreide banketten met ingrediënten uit een nabijgelegen Koreaanse supermarkt of met producten die ze in hun koffers van huis hebben meegenomen.

    Ondanks hier en daar een conflict op de werkvloer trekken Chinese en Indiase collega’s ook buiten het werk met elkaar op. Indiase werknemers bezoeken soms Hiranandani Parks voor festiviteiten zoals het Chinees Nieuwjaar, of om aan te schuiven bij de zondagse banketten. Veel Chinese ingenieurs gebruiken deze gelegenheden om hun kinderen te bellen, zodat ze mooi hun Engels kunnen oefenen. Beide groepen hebben zinnen en uitdrukkingen uit elkaars taal opgepikt. Soms begroet een Indiase collega Li met de gebruikelijke Chinese groet: ‘Heb je al gegeten?’ waarop Li in het Tamil antwoordt: ‘Ik heb al gegeten.’

    Vrouwen in de fabriek

    In juni versnelde de proefproductie van de iPhone 15 in aanloop naar de lancering in september. Een gevoel van urgentie verspreidde zich door de fabriek. Werknemers die voorheen direct na hun shift vertrokken, bleven nu tot laat op de werkvloer staan, deels om in contact te blijven met Apple-medewerkers in de VS. Voor Indiase werknemers was de hectische proefperiode een grote schok. ‘Ze voelen zich in het begin misschien een beetje ongemakkelijk, maar ze zullen er snel aan wennen,’ vertelde een buitenlandse werknemer aan Rest of World. ‘[Foxconn] stelt hier langzaam de Chinese werkmentaliteit in.’

    Volgens arbeiders zijn Foxconn’s doelen moeilijk te bereiken. De eenentwintigjarige Jaishree begon in 2022 in de fabriek als net afgestudeerde wiskundestudent (door hoge werkloosheid in India werken veel hoogopgeleiden op de fabrieksvloer) en zei tegen Rest of World dat ze tijdens haar eerste werkweek bang was om de schroefmachine te gebruiken om de kleine schroefjes aan te draaien en dat het lastig was om het vereiste tempo bij te benen. ‘In het begin maakte ik tijdens mijn shift ongeveer 300 schroeven vast. Inmiddels doe ik er zo’n 750. Als we achterlopen, krijgen we op onze kop.’ Met zo’n hoge werkdruk moet zelfs een toiletbezoek strategisch worden ingepland. ‘Ik ga alleen tijdens de pauzes,’ zei Jaishree. ‘Als we tijdens onze shift [naar het toilet] gaan, stapelt het werk zich op.’ Een andere werknemer, Rajalakshmi, moet elk uur 526 moederborden inspecteren. De verlegen 23-jarige durft tussen de pauzes door niet weg te lopen omdat haar leidinggevende dan zou ontploffen. 

    Dan is er nog het eten. In december 2021 protesteerden duizenden Indiase Foxconn-werknemers nadat zo’n 250 collega’s voedselvergiftiging hadden opgelopen. Als reactie daarop wisselde het bedrijf van cateringservice en werd het maandsalaris van 14.000 roepies naar 18.000 roepies (€154 naar €199) verhoogd: het dubbele van het minimumloon voor ongeschoolde arbeiders in Tamil Nadu. Hoewel de Indiase kantine van Foxconn momenteel een verscheidenheid aan lokale gerechten serveert, waaronder platbroden, linzenschotels, pittige soepen en op woensdag vleesgerechten, klagen medewerkers nog altijd over de kwaliteit. ‘We eten alleen om onze honger te stillen,’ zei Padmini. Vrouwen die in de hostels van Foxconn wonen, klagen constant over de maaltijden die ze daar voorgeschoteld krijgen. ‘Soms eten ze helemaal niet.’

    Twee Chinese ingenieurs bevestigden dat ze ambulances hadden gezien die onwel geworden werknemers meenamen

    Twee Chinese ingenieurs bevestigden dat ze ambulances hadden gezien die onwel geworden werknemers meenamen en zeiden dat dit in China ongebruikelijk is, wellicht omdat vrouwen daar meer eten. Een andere ingenieur merkte op dat zijn vrouwelijke collega’s in India magerder waren dan in China. ‘Als je ze vlees geeft, eten ze het niet vanwege hun geloof,’ zei hij.

    De werkomstandigheden in de fabriek eisen hun fysieke tol. Padmini heeft last van haaruitval omdat ze een haarnet moet dragen en in gekoelde ruimtes werkt. ‘Nekpijn is het ergste van allemaal, omdat we constant voorovergebogen werken.’ Ook heeft ze last van onregelmatige menstruaties, wat ze toeschrijft aan de airconditioning en lange uren. ‘Van de meisjes met wie ik werk, hebben er zes hetzelfde probleem,’ zei ze. Meerdere werknemers zeiden dat ze regelmatig collega’s onwel zien worden. ‘Eergisteren viel een meisje flauw en werd ze naar het ziekenhuis gebracht,’ vertelde Padmini in september aan Rest of World. Diezelfde week vielen nog twee vrouwen flauw. ‘Meestal gebeurt het tijdens de eerste ploegendienst. Veel meisjes komen zonder gegeten te hebben naar werk of hebben niet goed geslapen.’ Apple weigerde commentaar te leveren. Het Tamil Nadu Labour Welfare and Skill Development Department reageerde niet op onze verzoeken.

    Hoewel Chinese werknemers nog steeds kampen met veel overuren en hoge werkdruk, zijn hun voeding, leefomstandigheden en gezondheidszorg aanzienlijk verbeterd, zegt Chan van Hong Kong Polytechnic University. Slaapgebrek, flauwvallen en onregelmatige menstruaties kwamen volgens arbeidswetenschapper Pun Ngai’s boek Made in China: Women Factory Workers in a Global Workplace ook veel voor in de beginjaren van China’s productieboom. Toch maakten de hoge salarissen van de fabrieken, gecombineerd met de kans om aan het dorpsleven en ouderlijk gezag te ontsnappen, het werk voor velen de moeite waard. Dat is nu ook het geval in Chennai. Vrouwelijke werknemers in de fabriek zeiden dat ze genoeg geld verdienden om hun ouders te overtuigen hun huwelijk uit te stellen. Twee werknemers van de iPhone-fabriek vertelden aan Rest of World dat ze hun inkomen gebruikten om huizen te bouwen in hun dorpen.

    Padmini, die nu ongeveer twee jaar in dienst is bij Foxconn, sprak over haar bedrijfsleven met het zelfvertrouwen van een ervaren fabrieksarbeider. Gekleed in een eenvoudige rode churida-kameez – een lange Indiase jurk – met een sjaal over haar schouders en metalen oorbellen vertelde ze hoe ze het leeuwendeel van haar maandelijkse inkomen apart legde om de gouden erfstukken terug te kopen die haar ouders ooit hadden verkocht. Zelf had ze onlangs haar eerste smartphone aangeschaft, een goedkope Xiaomi. Haar grootste zorg is dat ze te oud wordt voor haar werk en gedwongen wordt ontslag te nemen. Padmini en twee andere werknemers zeiden dat Foxconn voorkeur geeft aan jongere vrouwen. De 26 jaar oude werknemer gelooft dat ze een leeftijd nadert waarop het bedrijf haar te oud zou kunnen vinden. ‘Vroeger namen ze vrouwen aan tot 30 jaar, nu nog maar tot 28,’ zei ze.

    De Indiase iPhone

    Op 12 september onthulde Apple de iPhone 15 in Cupertino, Californië. De strakke reclamevideo barstte van modewoorden die de kwaliteiten van de iPhone benadrukken: ‘aluminium van luchtvaartkwaliteit,’ ‘nano-kristallijne deeltjes,’ ‘quad-pixelsensor.’ Aan de andere kant van de wereld had Foxconn Sunguvarchatram zijn missie volbracht. Tegen het einde van de zomer draaide de productielijn van de iPhone 15 op volle toeren. Het percentage defecte telefoons, een goede kwaliteitsindicator, was gedaald tot niveaus die voorheen alleen in China werden behaald, vertelden werknemers van Foxconn aan Rest of World

    Op dezelfde dag dat Apple de iPhone 15 onthulde, verzamelden Foxconn-werknemers in Sunguvarchatram zich om een puja uit te voeren voor de eerste levering. Dit hindoeritueel, gebruikelijk in de Indiase productiesector, garandeert een soepel productieproces. Voor een vrachtwagen volgeladen met nieuwe telefoons plaatsten werknemers ingelijste, met bloemenkransen versierde afbeeldingen van hindoegoden. Ook staken ze wierook aan en offerden ze bananen terwijl de nieuwsgierige buitenlandse werknemers toekeken. Aan het einde sloeg een van hen een kokosnoot en een pompoen stuk tegen de grond.

    Toen de in India gemaakte iPhone 15 in de winkels verscheen, volgde een golf van nationalistische vreugde. ‘Trots en opgewonden om de MADE IN INDIA IPHONE 15 te bezitten… #MakeInIndia,’ meldde acteur Ranganathan Madhavan op X. In de fabriek organiseerde Foxconn een feestje. Terwijl de productielijnmedewerkers zich over hun werkstations bogen, sneden de ingenieurs en het kantoorpersoneel een taart aan terwijl ze bedankt werden voor het harde werk. ‘Het was alsof we een raket hadden gelanceerd,’ zei Li. ‘Na al het onderzoek en voorbereidingen hebben we dan eindelijk die raket de lucht in gestuurd.’

    Li blijft voorlopig in India, al weet hij nog niet precies hoelang. Zowel buitenlandse als Indiase werknemers hebben aangegeven dat het in de komende jaren nodig zal zijn om Chinese ingenieurs en managers in India te houden om de fabriek efficiënt te laten draaien, en om hem voor te bereiden op de iPhone 16 en volgende modellen.

    ‘Als wij hier niet waren gekomen, was het iemand anders wel geweest’

    ‘De kennis van China komt voort uit 15 jaar fabriekswerk. Die tijd zullen wij nu moeten inhalen,’ zegt een Indiase manager van Foxconn. Volgens kenners produceerde de fabriek in Sunguvarchatram nog geen 10% van alle iPhone 15’s. Foxconn maakt de grotere Plus- en geavanceerdere Pro-modellen exclusief in China. De New York Times bericht dat het Indiase conglomeraat Tata ook een klein aantal iPhone 15’s produceert in een fabriek die onlangs van de Taiwanese fabrikant Wistron werd overgenomen. 

    Li zei dat Chinese ingenieurs bang zijn dat ze hun eigen banen overbodig maken: Op een dag zouden Indiërs zo goed kunnen worden in het maken van iPhones dat Apple en andere bedrijven geen Chinese werknemers meer nodig zouden hebben. Drie managers zeiden dat sommige Chinese werknemers niet bereid waren om naar India te gaan, omdat ze hun collega’s daar als concurrenten zagen. Volgens Li is vooruitgang echter onvermijdelijk. ‘Als wij hier niet waren gekomen, was het iemand anders wel geweest,’ zegt hij. ‘Dit is de stroom van de geschiedenis. Niemand kan het stoppen.’

    In de eerste week van oktober viel de nationale feestdag ter gelegenheid van de geboorte van Mahatma Gandhi op een maandag, wat betekende dat Foxconn-medewerkers een zeldzaam tweedaags weekend voor de boeg hadden. Li was van plan de Taj Mahal te bezoeken. Hij zou een groot deel van het weekend in bussen en vliegtuigen doorbrengen, maar dacht dat het de moeite waard zou zijn. Hij wilde het monument gezien hebben voor zijn tijd in India voorbij was.

    Maar een paar dagen voor hij zou vertrekken, moest Li zijn plannen annuleren. Het management had aangekondigd dat de fabriek moest blijven draaien om alle doelen te behalen. Zondag zou een werkdag worden.

  • Apple gaat samenwerken met OpenAI om nieuw AI-systeem te lanceren

    Apple gaat samenwerken met OpenAI om nieuw AI-systeem te lanceren

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VN-Veiligheidsraad spreekt steun uit voor wapenstilstand Gaza

    » VS: jury trekt zich terug voor beraadslaging in zaak-Hunter Biden

    Apple is de samenwerking aangegaan om nieuwe AI-functies te lanceren

    Apple gaat samenwerken met OpenAI om Apple Intelligence, zijn nieuwe generatieve AI-systeem, te lanceren. Apple ‘heeft zich aangesloten bij de wapenwedloop op het gebied van kunstmatige intelligentie’ door maandag Apple Intelligence te introduceren, in samenwerking met OpenAI, de maker van ChatGPT, meldt The Wall Street Journal.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dit nieuwe AI-systeem ‘biedt een preview van wat velen beschouwen als de heilige graal van AI, een spraakassistent met genoeg persoonlijke informatie over de gebruiker om hem aanzienlijk te helpen bij uiteenlopende taken’, aldus het dagblad.

    Apple is de samenwerking met OpenAI en zijn ChatGPT aangegaan om een aantal nieuwe AI-functies te kunnen lanceren, zoals het beantwoorden van complexere vragen of het opstellen van berichten; mogelijkheden die de AI van Apple niet aankan.

  • Apple stopt met zijn zelfrijdende elektrische auto

    Apple stopt met zijn zelfrijdende elektrische auto

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden en Trump winnen voorverkiezingen in Michigan

    » China prijst ‘historisch sterke betrekkingen’ met Rusland

    Apple gaat zich focussen op AI

    Apple is gestopt met het geruchtmakende ‘Project Titan’, dat als doel had om een zelfrijdende elektrische auto te ontwikkelen. Tweeduizend mensen werkten aan het project, toch was er weinig bekend over het voertuig dat al zeker sinds 2015 in ontwikkeling was. Maar door een reeks problemen, waaronder een groot personeelsverloop, een veranderende strategie, ‘interne scepsis’ en de afwezigheid van de oorspronkelijk gehoopte automatische piloot, heeft Apple het uiteindelijk opgegeven, aldus The Verge.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Naar verluidt heeft het bedrijf het nieuws dinsdag intern aangekondigd en gezegd dat veel mensen in het team achter de auto in plaats daarvan aan generatieve AI zal gaan werken. Ook zullen er ontslagen vallen. Volgens The Verge is de verschuiving van middelen naar AI logisch voor Apple, aangezien het bedrijf naar verluidt miljoenen dollars per dag besteedt aan het trainen van een eigen AI-model, Ajax genaamd.

  • Klein, kleiner kleinst: in Veldhoven verlegt ASML de grenzen van de microchip

    Klein, kleiner kleinst: in Veldhoven verlegt ASML de grenzen van de microchip

    Dankzij de geavanceerde apparatuur van onder andere het Veldhovense techbedrijf ASML worden er al decennialang steeds kleinere en fijnere chips gemaakt. Maar niet voor lang meer, waarschuwen experts. ‘We lopen nu tegen de fysieke grenzen aan. Straks zitten we op het niveau van een atoom.’

    In een ‘cleanroom’ op het uitgestrekte terrein van ASML in Veldhoven ademen tientallen mannen en vrouwen in isolatiepakken lucht in die nog tienduizend keer zuiverder is dan die in een operatiekamer. Ze werken er aan het eerste prototype van het nieuwste product van deze apparatenmaker voor chipfabrikanten: de nieuwste generatie fotolithografiemachines op basis van extreem ultraviolet licht (EUV). Die produceert straks halfgeleiders door transistors op een schijfje silicium te ‘printen’ die bijna net zo klein zijn als een menselijk chromosoom. Dit eerste EUV-apparaat gaat dit jaar voor meer dan 350 miljoen euro naar Intel.

    Aan de lithografiemachines van ASML danken we het bestaan van niet meer weg te denken apparaten zoals de iPhone en de geavanceerde chips van Nvidia waar ChatGPT op draait. Er zijn maar drie bedrijven ter wereld (Intel, Samsung en TSMC) die het soort processoren kunnen maken die voor zulke apparaten nodig zijn. En alle drie zijn ze daarvoor afhankelijk van de geavanceerde apparatuur van ASML.

    Dankzij de innovaties van ASML kunnen transistors steeds kleiner worden, en de chips als gevolg daarvan krachtiger. Het hoge tempo van de technologische vooruitgang van de afgelopen vijftig jaar hebben we te danken aan de exponentiële groei van het aantal transistors op halfgeleiders. Die toename werd in 1965 al voorspeld door een van de oprichters van Intel, Gordon Moore: hij beweerde destijds dat het aantal transistors op een chip ongeveer elk jaar zou verdubbelen. Die voorspelling, die hij later bijstelde naar eens in de twee jaar, staat bekend als de wet van Moore.

    De wet van Moore

    Intel was grotendeels zelf verantwoordelijk voor die ontwikkeling, met zijn onophoudelijke innovaties op het vlak van ontwerp en productie van halfgeleiders. Maar dat de wet van Moore nog steeds opgaat, wordt tegenwoordig meestal op het conto van ASML geschreven. Het is aan de machines van het Nederlandse bedrijf te danken dat chips ter grootte van een vingernagel nu wel vijftig miljard transistors kunnen bevatten. ‘De drijvende kracht achter de wet van Moore? Dat is in feite lithografie,’ zegt Jamie Mills O’Brien van Abrdn, een van de vijftig grootste investeerders in ASML.

    Die verschuiving wordt weerspiegeld in de beurswaarde van de twee bedrijven. Het aandeel ASML, dat aan de beurs genoteerd staat in Amsterdam en New York, is nu ongeveer twee keer zoveel waard als dat van Intel. Bij de belangrijkste trends van de laatste tien jaar, smartphones en kunstmatige intelligentie (AI), viste Intel goeddeels achter het net, doordat de Amerikaanse chippionier het tempo niet kon bijbenen van de Taiwanese chipmaker TSMC, een van de eerste gebruikers van de EUV-technologie van ASML.

    Maar chipproducenten staan nu voor een enorme uitdaging. Ze liggen inmiddels achter op het door de wet van Moore voorspelde schema: het tempo van verdubbeling ligt tegenwoordig dichter bij eens in de drie jaar. Na de massaproductie van de nieuwste 3-nanometerchips voor de iPhones van dit jaar wordt de volgende stap een volgens sommigen nog grotere sprong voorwaarts naar 2 nanometer in 2025. ‘Maar kom je eenmaal op 1,5 of misschien 1 nanometer, dan is het definitief afgelopen met de wet van Moore,’ zegt Ben Bajarin, technologieanalist bij Creative Strategies in Silicon Valley. ‘Dan houdt het gewoon op.’

    ‘Elke twee of drie jaar een nieuwe generatie chips: ook de complexiteit neemt exponentieel toe

    Voorspellingen over het einde van de wet van Moore worden al jarenlang gelogenstraft door chipontwikkelaars. Maar nu begint het aantal transistors dat op een siliciumschijfje wordt gepropt de grens te naderen van wat fysiek nog mogelijk is. Sommigen vrezen dat het aantal productiefouten daardoor toeneemt. De ontwikkelingskosten stijgen in ieder geval wel.

    ‘De economische grondslag onder de wet van Moore valt weg,’ aldus Bajarin. Chipontwerpers zijn de laatste jaren daarom druk op zoek naar andere manieren om het tempo van de toenemende rekenkracht vast te houden. Bijvoorbeeld door nieuwe materialen en ontwerptechnieken uit te proberen, en door de AI die bestaat bij de gratie van de nieuwste generatie chips in te zetten voor het ontwerpen van nieuwe chips. Wat op het spel staat, is niet alleen het vasthouden van het innovatietempo dat al decennialang ten grondslag ligt aan het succes van de technologiesector, en daarmee van de voortdurende economische groei en radicale verbeteringen in ons dagelijks leven. Ook allerlei nieuwe ontwikkelingen, van kunstmatige intelligentie en het ‘metaversum’ tot de lang beloofde innovaties op het vlak van schone energie en autonoom vervoer, kunnen hun belofte alleen waarmaken als chips steeds krachtiger en efficiënter worden.

    ‘Ooit zal er een einde aan moeten komen,’ waarschuwde de in maart overleden Moore in 2015, bij de vijftigste verjaardag van zijn oorspronkelijke artikel. ‘Zo’n exponentiële ontwikkeling kan niet eindeloos voortduren.’

    Beurswaarde

    ASML houdt de wet van Moore nog in leven, maar dat vergt miljarden aan investeringen en onvoorstelbare staaltjes technisch en natuurkundig vernuft. De voormalige Philips-dochter begon haar bestaan in de jaren tachtig in houten barakken op het parkeerterrein van het moederbedrijf in Eindhoven. Tegenwoordig is het met een beurswaarde van zo’n 275 miljard euro het grootste technologiebedrijf van Europa. Vanuit de hoofdvestiging in Veldhoven, op slechts een paar kilometer afstand van waar die oude noodgebouwen stonden, produceert ASML nu machines die wel vijftigduizend keer per seconde minuscule druppeltjes gesmolten tin kunnen verdampen, om licht met een golflengte van 13,5 nanometer te produceren. Zo’n bundel EUV-licht wordt dan in een vacuümruimte weerkaatst via een reeks spiegels, versmald en scherpgesteld op een siliciumschijfje, een zogenaamde wafer.

    ‘De wet van Moore is een economische wet: elke twee tot drie jaar kun je bij gelijkblijvende kosten de prestaties verdubbelen,’ zegt ASML-topman Peter Wennink. Maar, zegt hij erbij, ‘er is nog een ander aspect van de wet van Moore waar niemand het over heeft: de wet van de complexiteit. Elke twee of drie jaar een nieuwe generatie chips, dat wordt er niet makkelijker op. Ook de complexiteit neemt dus exponentieel toe.’

    Enorme investeringen

    De nieuwe High-NA-machine is de laatste vrucht van ASML’s enorme investeringen in onderzoek en ontwikkeling – die in 2022 met 30 procent stegen tot 3,3 miljard euro. High-NA slaat op de hogere ‘numerieke apertuur’, ofwel het aantal hoeken waaronder het licht kan worden omgebogen en verstuurd: hoe hoger dat is, hoe kleiner de transistorpatronen die op een wafer kunnen worden geprint.

    Voor zijn huidige EUV-machines heeft ASML maar vijf potentiële afnemers: TSMC in Taiwan, Samsung en SK Hynix in Zuid-Korea en Intel en Micron in de VS. Alle vijf hebben ze het nieuwste model besteld. Met zijn monopolie op EUV-machines en zijn rol als grootste producent van DUV-machines (diep-ultraviolet, onmisbaar voor de productie van grotere en breder toegepaste chips in bijvoorbeeld auto’s en huishoudelijke apparaten) is ASML niet alleen populair in Silicon Valley, maar ook bij beleggers. De winstcijfers van het bedrijf zijn in de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld en de aandelenkoers is in diezelfde periode navenant gestegen met 300 procent.

    Momenteel is het bedrijf een speelbal in de felle geopolitieke strijd tussen de VS en China en is er sprake van een dip in de vraag naar chips, doordat de hausse tijdens de pandemie heeft geresulteerd in een voorraadoverschot. Toch zet ASML in op een verdubbeling van de omvang van de markt voor halfgeleiders in de komende jaren: van 600 miljard dollar nu naar 1,3 miljard in 2030. Het bedrijf heeft een orderportefeuille van 40 miljard dollar, wat erop wijst dat er nog steeds vraag naar zijn producten is, en is van plan tot 2025 meer dan 4 miljard euro te investeren in research & development, om zijn innovatietempo vast te houden.

    Als dit alles gevaar loopt door het dreigende einde van de wet van Moore, dan is dat aan Wennink niet te merken. Hij maakt zich daar ‘helemaal geen zorgen’ over, zegt hij, maar geeft toe dat de verwachting van voortdurende vooruitgang de ‘grootste concurrent’ voor zijn bedrijf is. ‘Wij leveren de duurste machine in het productieproces,’ zegt hij. ‘Als wij onze klanten niet in staat stellen de kosten te verlagen of de waarde te verhogen, zullen ze alternatieven zoeken.’

    GettyImages 1354885833
    Een werknemer bekijkt een chip die nog met het menselijk oog te zien is.

    Chipontwerpers anticiperen daar al op. ‘Er zijn allerlei gereedschappen om meer transistors op een chip te kunnen proppen,’ zegt Nigel Toon, hoofd van de Britse start-up Graphcore, die chips maakt voor AI-toepassingen. ‘De wet van Moore loopt misschien op zijn eind, maar daarmee komt er nog geen einde aan de innovatie,’ zegt Hassan Khan, die aan de Carnegie Mellon-universiteit leiding geeft aan het onderzoek naar halfgeleiders en toeleveringsketens voor het Amerikaanse National Network for Critical Technology Assessment. ‘Technologische vooruitgang wordt vaak gelijkgesteld aan de wet van Moore, alsof innovatie alleen mogelijk is door steeds goedkopere transistors. Maar de mens is slim in het opsporen van knelpunten en het vinden van manieren om die te omzeilen.’

    Dankzij het type processor waarmee Intel groot is geworden, konden er decennialang apparaten worden ontworpen die een soort Zwitsers zakmes waren, alleskunners zoals de pc en de smartphone. Maar ‘de verwevenheid van hardware en software is weer in opkomst,’ zegt Ondrej Burkacky, die mede leiding geeft aan de semigeleiderdivisie van McKinsey. Het bekendste voorbeeld daarvan is misschien wel de iPhone. De mate waarin die zich altijd weet te onderscheiden van smartphones die op Android draaien, berust voor een belangrijk deel op chips die speciaal voor de iPhone zijn ontworpen. Apple kan specifieke softwarefuncties voor zijn iPhone ontwikkelen in samenwerking met zijn eigen chipontwerpers, een team dat inmiddels al duizenden mensen telt.

    Voor fabrikanten van Android-telefoons is dat lastiger, want het besturingssysteem van Google moet duizenden verschillende telefoons ondersteunen, van eenvoudige modelletjes tot Samsungs nieuwste paradepaardje van meer dan 1000 dollar. De algemene standaardchips van de Britse chipontwerper Arm worden door Apple speciaal toegesneden op betere prestaties of een langere batterijduur in de iPhone. Apple is daar zo goed in geworden dat het in 2020 de Intel-chips in zijn Macs kon verruilen voor een eigen chip op basis van het Arm-model.

    Hogere prestaties

    Omdat softwareontwerpers steeds hogere prestaties voor bepaalde taken verlangen, gaan sommige bedrijven nog verder in het herzien van de ‘architectuur’ van de chip, de fundamentele wijze waarop processoren zijn ontworpen en opgebouwd. Een bedrijf als Graphcore kan ‘met een schone lei beginnen,’ zegt Toon. ‘Je moet beter nadenken over de vraag wat de geschikte architectuur is voor een specifieke applicatie.’

    Nvidia, het grootste halfgeleiderbedrijf ter wereld, met een beurswaarde die onlangs de 1 biljoen dollar aantikte, deed eerst jarenlang ervaring op met grafische kaarten voor nichemarkten van gamers en wetenschappers. Het begon pas echt goud geld te verdienen toen zijn grafische processoren onmisbaar bleken voor elk bedrijf dat AI ontwikkelt. Zowel voor AI als voor het genereren van computerbeelden is de door Nvidia toegepaste techniek voor ‘parallelle verwerking’ uitermate geschikt: daarbij kunnen meerdere repetitieve taken – zoals het weergeven van veelhoeken of het uitvoeren van algoritmes – tegelijkertijd worden verricht.

    Onmogelijke problemen

    In de eerste dertig jaar van zijn bestaan was Nvidia volgens topman en medeoprichter Jensen Huang ‘het bedrijf dat je belde voor het oplossen van haast onmogelijke problemen’. Het jammere was alleen dat het daarmee nichemarkten bediende die ‘allemaal piepklein waren’, zoals die van de computationele biologie. ‘Ons bedrijf werd wel getypeerd met de slogan: oplossingen voor de problemen die geen geld opleveren,’ zegt hij. ‘En toen kwam er ineens een eind aan de wet van Moore. Nu zijn wij hét computerbedrijf dat je nodig hebt voor groei.’

    Maar omdat innovaties op chipgebied nu vaak specifiekere toepassingen hebben, worden doorbraken strenger geheim gehouden en zijn ze minder snel geschikt voor brede markttoepassingen. ‘In de jaren negentig en de eerste jaren van deze eeuw waren de kosten per transistor en de mogelijkheden om complexere chips te bouwen zo’n beetje voor de hele sector gelijk,’ zegt Khan.

    Tegenwoordig ‘is rekenkracht minder op algemeen gebruik toegesneden. Als ik chips optimaliseer voor AI, kan dat GPT efficiënter of krachtiger maken, maar heeft het misschien geen effect op de rest van de economie.’

    Een ander belangrijk terrein van innovatie zijn chips in de vorm van ‘pakketjes’. In plaats van elk onderdeel op een en dezelfde wafer te printen, zodat je een zogenaamd ‘system on a chip’ krijgt, prijzen halfgeleiderbedrijven nu de mogelijkheden aan van ‘chiplets’, kleinere bouwstenen die met elkaar gecombineerd kunnen worden tot een groter geheel. Dat geeft meer flexibiliteit bij het ontwerp en de inkoop van onderdelen. Intel noemt chiplets ‘de manier om de wet van Moore in het komende decennium en daarna in stand te houden’. Het riep vorig jaar een consortium bijeen van chipmakers en ontwerpers, waaronder TSMC, Samsung, Arm en Qualcomm, om standaarden op te stellen voor de bouw van deze lego-achtige processoren.

    De truc

    Volgens Richard Grisenthwaite, hoofd architectuur bij chipontwerper Arm, is een van de voordelen van chiplets ten opzichte van de ‘monolithische’ traditionele chips dat bedrijven daarin complexe en dure processoren kunnen combineren met oudere en goedkopere. De truc, waarschuwt hij, is om dan met die oudere en goedkope onderdelen meer te besparen dan je kwijt bent aan de extra kosten van het combineren van componenten.

    Maar nieuwe ideeën leiden ook weer tot nieuwe problemen. Een grote uitdaging bij veel van deze innovaties is volgens Burkacky van McKinsey dat ze vaak grotere chips opleveren, wat dan weer leidt tot een groter oppervlak dat foutjes kan bevatten. ‘Een defect is meestal een onzuiverheid, een deeltje uit de lucht of uit het chemische proces dat op het oppervlak valt en een chip onbruikbaar kan maken,’ zegt hij. ‘Hoe groter de chip, hoe groter die kans.’

    ‘We lopen nu tegen de fysieke grenzen aan. Straks zitten we op het niveau van een atoom’

    Dat kan fataal zijn voor de productieopbrengst van halfgeleiderfabrikanten: die kan volgens Burkacky zomaar dalen tot 40 of 50 procent, waardoor een toch al kostbaar proces nog moeilijker economisch rendabel te maken wordt. Grotere chips met meer rekenkracht verbruiken ook meer stroom en genereren in een datacentrum zo veel hitte dat het radicaal nieuwe en energie slurpende koelsystemen zoals dompelkoeling vergt om een optimale prestatie te garanderen.

    Aan het andere eind van het spectrum kan bij kleinere chips volgens sommige onderzoekers de betrouwbaarheid weer in het geding zijn. In 2021 publiceerde een team van Google het artikel ‘Cores that don’t count’ (‘processorkernen die niet meetellen’). Het was de technici in datacentra namelijk opgevallen dat sommige chips diep in de enorme datacentra ‘onvoorspelbaar’ gedrag vertoonden. ‘Naarmate de fabricage [van chips] naar steeds kleinere afmetingen tendeert, zien we soms rekenfouten opduiken die in de productietests niet naar voren kwamen’, schreef een team Google-ingenieurs onder leiding van Peter Hochschild. ‘Erger nog is dat dit vaak “stille” fouten zijn: het enige symptoom is een foutieve berekening.’ Hochschild concludeert dat ‘de diepere oorzaak’ gelegen is in ‘de steeds kleinere afmetingen’, waarbij de grenzen van het haalbare worden genaderd, in combinatie met de ‘immer groeiende complexiteit van de architectuur’.

    Sprong voorwaarts

    Instandhouding van de wet van Moore ‘was tot nu toe een uitvoeringsuitdaging’, zegt Burkacky. ‘Ik wil daar niets aan afdoen, het was een razend lastige klus, maar we lopen nu tegen de fysieke grenzen aan. Straks zitten we op het niveau van een atoom. Dan is het volgens de huidige natuurkundige inzichten wel einde verhaal.’ Ooit kunnen kwantumcomputers misschien de lang beloofde sprong voorwaarts in rekenkracht maken die vergelijkbaar zal zijn met de vooruitgang op basis van silicium sinds de jaren zestig. Maar zelfs de meest optimistische pleitbezorgers daarvan geven toe dat het waarschijnlijk nog meer dan tien jaar duurt voordat kwantumcomputers geschikt zijn voor alledaagse praktische doeleinden.

    Ondertussen is Toon optimistisch dat chips zoals die van Graphcore tot nieuwe vooruitgang kunnen leiden. ‘Ik denk dat we computers gaan bouwen en AI-types gaan ontwerpen die zo krachtig zijn dat we daardoor de werking van moleculen zullen doorgronden, en dan gaan we met behulp van die AI-computers moleculaire computers bouwen,’ zegt hij. ‘Dat hele idee van de singulariteit [het moment dat AI de mens voorbijstreeft in intelligentie] is gelul, maar de gedachte dat je AI kunt gebruiken om de computertechniek verder te brengen, is heel praktisch.’

  • Elon Musk: ‘SpaceX bespreekt iPhone-satellietdiensten voor Apple’

    Elon Musk: ‘SpaceX bespreekt iPhone-satellietdiensten voor Apple’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Door droogte duikt ‘Spaanse Stonehenge’ weer op

    » Studie onthult opvallende verschillen tussen hersenen van moderne mens en neanderthaler

    Hulpdiensten oproepen in gebieden zonder mobiele ontvangst

    SpaceX heeft gesprekken gevoerd met Apple over het gebruik van Starlink-connectiviteit voor de nieuwe satellietfuncties van de iPhone-producent, aldus South China Morning Post. De bedrijven hebben ‘veelbelovende gesprekken’ gevoerd, zei SpaceX CEO Elon Musk afgelopen donderdag op Twitter, waar hij aan toevoegde dat Apple‘s iPhone-team ‘superslim’ is. Het is onduidelijk of de gesprekken nog gaande waren.

    De berichten verschenen een dag nadat Apple Emergency SOS via satelliet had aangekondigd, waarmee iPhone 14-gebruikers hulpdiensten kunnen oproepen via satellietnetwerken in gebieden zonder standaard mobiele ontvangst. Voor de dienst zou Apple een samenwerking zijn aangegaan met Globalstar Inc om de satellietinfrastructuur te ontwikkelen, aldus de netwerkprovider woensdag in een officiële verklaring.

    Lees ook:

  • Waarom big tech zo geheimzinnig doet over zijn inkomstenbronnen

    Waarom big tech zo geheimzinnig doet over zijn inkomstenbronnen

    Uit een diepgravend onderzoek van The Economist blijkt dat de almachtige techreuzen kwetsbaarder zijn dan je zou vermoeden. De winstgevende onderdelen zijn weliswaar uiterst lucratief, maar verzwegen informatie wijst ook op zwakheden.

    De Amerikaanse techgiganten verdienen onchristelijk veel geld. In 2021 bedroeg de gezamenlijke jaaromzet van Alphabet, Amazon, Apple, Meta en Microsoft 1,4 biljoen dollar. Dat geld komt uit een breed en continu groeiend scala aan inkomstenbronnen, van telefoons en geneesmiddelen tot videostreaming en virtuele assistenten. Analisten verwachten dat de gecombineerde omzet van de grote vijf in het eerste kwartaal van 2022 boven de 340 miljard dollar zal komen, zo’n 7 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

    Het driemaandelijkse ritueel van opzienbarende kwartaalcijfers begon dit jaar op 26 april, toen de eerste van de grote vijf zijn cijfers bekendmaakte: Alphabet kon bogen op een omzet van 68 miljard dollar, een stijging van 23 procent ten opzichte van vorig jaar, al was door een dalende groei van de advertenties de nettowinst gedaald tot 16,4 miljard. Diezelfde dag rapporteerde Microsoft een omzet van 49,4 miljard, 18 procent meer dan vorig jaar, en een nettowinst van 16,7 miljard. Een dag later rapporteerde Meta een omzet van 27,9 miljard met een nettowinst van 7,5 miljard dollar. Amazon en Apple moesten op het moment van schrijven nog met hun cijfers komen.

    Ze zijn een stuk zwijgzamer over hoeveel ze nu eigenlijk verdienen met hun verschillende producten en diensten

    Het is begrijpelijk dat de grote techbedrijven zich graag op deze indrukwekkende cijfers en hun gevarieerde productaanbod beroemen. Maar ze zijn een stuk zwijgzamer over hoeveel ze nu eigenlijk verdienen met hun verschillende producten en diensten. In de jaarcijfers en andere openbare stukken worden de inkomstenstromen meestal zo veel mogelijk op één hoop gegooid en zo vaag mogelijk omschreven. Vorig jaar waren de verkoopcijfers van de grote vijf bijvoorbeeld verdeeld over 32 bedrijfssegmenten. Vergelijk dat eens met de in totaal 56 segmenten van de vijf best presterende Amerikaanse bedrijven in andere sectoren. 

    Apple verdeelt zijn omzet in vijf segmenten, Meta maar in drie (zie grafiek 1). De categorie ‘Google Other’ was bij Alphabet vorig jaar goed voor 28 miljard dollar aan inkomsten. Daaronder vallen Googles appstore, de verkoop van smartphones en andere apparaten, en abonnementen van dochteronderneming YouTube. De advertentie-inkomsten van YouTube, die Alphabet pas in 2020 voor het eerst bekendmaakte, bedroegen vorig jaar 29 miljard dollar. Dat betekent dat Google Other en de advertentieafdeling van YouTube allebei meer opbrachten dan vier vijfde van de bedrijven in de S&P 500-index van de grootste Amerikaanse bedrijven.

    Niet te veel openheid

    Het is logisch dat je daar als bedrijf niet te veel openheid over wilt geven. Zolang concurrenten in het duister tasten, kunnen ze je goedlopende businessunits niet kopiëren en niet aan je marges gaan knibbelen. Andy Jassy, de algemeen directeur van Amazon, klaagt over het vooruitzicht dat hij zijn bedrijfscijfers nader zou moeten specificeren, omdat die cijfers ‘concurrentiegevoelige informatie’ bevatten.

    Helaas voor de techbaronnen wordt het ze steeds moeilijker gemaakt om die informatie te versluieren. Toezichthouders, politici en investeerders zien daar steeds meer een probleem in en roepen de grote platforms op tot meer transparantie over alles, van de werking van hun betaalsystemen tot de CO2-uitstoot waarvoor ze verantwoordelijk zijn. En er is ook steeds meer informatie beschikbaar uit andere bronnen, zoals rapporten van vermogensbeheerders, analyses van hedgefondsen en vooral uit mededingingsrechtszaken die overal ter wereld door concurrenten en toezichthouders worden aangespannen. Daaruit komen steeds meer details naar voren over hoe het er in de big tech intern aan toegaat.

    Daaruit rijst het beeld op dat de techreuzen kwetsbaarder zijn dan hun schijnbare almacht doet vermoeden

    Om daar inzicht in te krijgen heeft The Economist rechtbankdocumenten, interne e-mails, rapporten van analisten en uitgelekte dossiers uitgeplozen over Alphabet, Amazon, Apple en Meta (Microsoft heeft onderzoek naar monopolievorming ditmaal kunnen voorkomen, waardoor er over de inkomsten van dat bedrijf minder geheime cijfers naar buiten zijn gekomen). Daaruit rijst het beeld op dat de techreuzen kwetsbaarder zijn dan hun schijnbare almacht doet vermoeden. De winstgevende onderdelen van hun bedrijf zijn wel zo lucratief dat ze diepe zakken hebben, maar de verzwegen informatie wijst toch ook op enkele zwakheden. Drie daarvan springen eruit: grote winstconcentratie, afnemende klantentrouw en de enorme tegenvallers die ze riskeren op te lopen in de verschillende mededingingsrechtszaken.

    Winstmakers

    Allereerst de winstmakers. De grootste zijn meestal heel helder. De iPhone blijft de grote melkkoe van Apple, Amazon harkt het meeste geld binnen met clouddiensten, en Alphabet en Meta zouden nergens zijn zonder advertentie-opbrengsten. Maar de bedrijven zijn niet scheutig met gegevens over andere, kleinere maar snelgroeiende bedrijfsonderdelen.

    De grootste stille winstmakers voor Alphabet en Apple zijn misschien wel hun appstores. Voor alle aankopen binnen apps strijken ze een commissie op, meestal van wel 30 procent (al zijn ze als tegemoetkoming aan de toezichthouders wel bezig om die percentages te verlagen voor kleine softwareontwikkelaars en apps die afhankelijk zijn van abonnees). De resulterende inkomstenstroom is nog niet opzienbarend. Volgens een door diverse Amerikaanse staten aangespannen rechtszaak bedroeg de appstore-omzet voor Google in 2019 zo’n 11 miljard dollar, en analisten schatten dat die van Apple vorig jaar op zo’n 25 miljard dollar uitkwam. Maar doordat de onderhoudskosten van die appstore miniem zijn, is de winstmarge enorm. Uit de stukken van een rechtszaak die gamefabrikant Epic Games tegen de appstores heeft aangespannen, blijkt dat de winstmarge voor Apple wel 78 procent bedraagt, en voor Google 62 procent. Ter vergelijking: de operationele marge van heel Apple is 35 procent en van Alphabet (dat nog steeds vooral op advertentie-inkomsten leunt) 31 procent.

    Bij Apple werken vijf- tot zeshonderdduizend ontwikkelaars aan 1,8 miljoen apps

    De appstores zijn dus booming. Volgens de Competition and Markets Authority (CMA), de Britse mededingingsautoriteit, is de opbrengst van opdrachten die tussen 2017 en 2020 voor Google en Apple zijn uitgevoerd grofweg verdubbeld. In 2020 werkten acht- tot negenhonderdduizend ontwikkelaars aan tweeënhalf tot drie miljoen apps voor de Google appstore. Dat was iets meer dan bij Apple, waar vijf- tot zeshonderdduizend ontwikkelaars aan 1,8 miljoen apps werkten. Afgaande op de rechtszaak van Epic en het onderzoek van de CMA wijst niets erop dat deze groei afneemt of dat de marges slinken. Voor de Google appstore is de brutomarge de laatste jaren een paar procentpunt gestegen.

    In de jaarcijfers van Apple valt de opbrengst van de appstore onder de categorie ‘diensten’, die vorig jaar 68 miljard dollar opleverde, oftewel 19 procent van de totale bedrijfsomzet. Maar de appstore is nog niet Apples meest winstgevende dienst. Exacte cijfers zijn niet voorhanden, maar de CMA schat dat de brutomarge op Apples zoekadvertenties nog groter is. Dat is volgens de toezichthouder het gevolg van een deal die het met Google heeft gesloten om Google als standaardzoekoptie in te stellen op de meeste Apple-apparaten. In ruil daarvoor krijgt Apple van Google tussen de 8 en 12 miljard dollar per jaar (2 tot 3 procent van zijn totale omzet). En het kost Apple praktisch niets, dus dit is bijna zuivere winst.

    Diepe zakken

    Amazon en Meta zijn (iets) minder geheimzinnig over de herkomst van hun inkomsten en winsten. Meta mag zich nu anders in de markt willen zetten en het accent willen verleggen naar de virtual reality van het ‘metaverse’, maar het steekt niet onder stoelen of banken dat het nog steeds 97 procent van zijn omzet haalt uit onlinereclameopbrengsten. Amazon doet ook niet moeilijk over de omzet van zijn omstreden Marketplace, waar derden producten kunnen aanbieden en dan op elke verkoop, waarmee ze direct concurreren met Amazons eigen aanbod, een commissie afdragen van 19 procent (was 11 procent in 2017). In 2021 droeg Marketplace 103 miljard dollar bij aan Amazons omzet, wat een verzesvoudiging is ten opzichte van 2015 en 22 procent van de bedrijfsomzet.

    Maar het vergde spitwerk van analisten om te komen tot de schatting dat Instagram vorig jaar goed was voor 42 miljard omzet, bijna twee vijfde van Meta’s totaal en een flinke stijging ten opzichte van 2019, toen Instagrams aandeel nog 20 miljard bedroeg. Met andere woorden, de rol van het fotoplatform in het succes van dit socialemedia-imperium is spectaculair gegroeid. En uit een door het District of Columbia aangespannen rechtszaak tegen Amazon blijkt dat de winstmarge van Marketplace 20 procent bedraagt, vier keer zo hoog als die voor Amazons eigen verkoopactiviteiten. (Uit de rechtbankstukken blijkt niet of het hier gaat om bruto-, netto- of operationele marges.)

    Zulke big spenders worden intern ‘whales’ genoemd, net als in casino’s

    Dankzij die inkomstenbronnen hebben de bedrijven dus diepe zakken. Maar kijk je nog eens goed, dan blijkt de basis toch verrassend smal. In de appstore van Apple komt 70 procent van alle inkomsten bijvoorbeeld uit games, zo blijkt uit stukken in de door Epic aangespannen rechtszaak. Het leeuwendeel daarvan is afkomstig van aankopen die gamers binnen een app doen, bijvoorbeeld voor gekke attributen voor hun avatar of om virtueel geld te kopen. In 2017 was 88 procent van de gameomzet van de appstore afkomstig van 6 procent van de gameconsumenten. Die grootverbruikers geven gemiddeld ieder meer dan 750 dollar per jaar uit aan hun apps.

    Uit de Epic-rechtszaak blijkt ook dat 1 procent van Apples gamers goed was voor 64 procent van de omzet in de appstore, en dat die gamers er jaarlijks 2694 dollar aan uitgaven. Zulke big spenders worden intern ‘whales’ (walvissen) genoemd, net als in casino’s. Uit onderzoek van de CMA kwam bij de Google appstore hetzelfde patroon naar voren: in 2020 was ongeveer 90 procent van de Britse omzet afkomstig van nog geen 5 procent van de apps. En weer kwam het leeuwendeel van de omzet hier van aankopen binnen de app.

    Ook in de onlineadvertentiesector zie je een grote concentratie van het uitgavenpatroon. De CMA boog zich over cijfers over Britse adverteerders die in 2019 samen 7 miljard pond uitgaven aan Google Ads, een advertentiekanaal dat vooral bedoeld is voor kleine bedrijven. De bovenste 5 à 10 procent van de adverteerders (gerangschikt naar besteding) was goed voor meer dan 85 procent van de omzet van Google Ads. De grootste klanten zaten in de detailhandel, de financiële sector en de reissector. Bij Facebook bleek die concentratie nog groter. Daar was de bovenste 5 à 10 procent van de adverteerders goed voor meer dan 90 procent van de omzet (zie grafiek 2). In de segmenten detailhandel, entertainmentsector en consumentengoederen werd er het meest aan uitgegeven.

    Van concentratie is ook sprake als het gaat om het aantal vertoningen of ‘impressies’, het vakjargon voor elke keer dat een advertentie op iemands scherm verschijnt. Dat bleek uit intern onderzoek van Google, dat naar buiten kwam in een rechtszaak die tegen het bedrijf werd aangespannen door weer een andere groep Amerikaanse staten. Uit dat onderzoek bleek dat in de VS 20 procent van alle vertoningen van advertenties goed was voor 80 procent van de advertentieopbrengst voor onlineadverteerders. De waardevolste vertoningen zijn gericht op gebruikers bij wie er een grote kans bestaat dat ze een aankoop zullen doen. Bij Google werd dit verschijnsel intern ‘cookieconcentratie’ genoemd.

    Afhankelijkheid

    Naast die grote afhankelijkheid van een paar grote winstmakers is er nog een andere zwakte in het bedrijfsmodel die zelden wordt benoemd: klantenverloop. Men gaat er vaak van uit dat de klanten van de techgiganten verknocht, ja zelfs verslaafd zijn aan hun diensten en producten. De bedrijven zullen dat niet openlijk ontkennen, want het bevestigt het beeld dat ze de markt in hun greep hebben – een beeld dat investeerders graag zien. Maar in werkelijkheid kan die greep weleens een stuk zwakker zijn.

    Uit de Epic-rechtszaak blijkt dat pakweg 20 procent van de iPhone-gebruikers die in 2019 en 2020 een nieuwe telefoon kochten op een ander merk is overgestapt. Uit gelekte documenten van Meta blijkt dat steeds minder tieners zich bij Facebook aanmelden en dat ze er minder tijd op doorbrengen. Zelfs het bij de jeugd populairdere Instagram begint het af te leggen tegen concurrenten. Uit een gelekt intern rapport uit maart vorig jaar blijkt dat tieners meer dan twee keer zoveel tijd doorbrengen op het hippere TikTok.

    Jongeren zijn niet de enige klanten die de grote platforms de rug beginnen toe te keren

    Jongeren zijn niet de enige klanten die de grote platforms de rug beginnen toe te keren. Je ziet het ook bij jonge bedrijven. Start-ups beleefden vorig jaar gouden tijden. Het mondiale reservoir aan durfkapitaal bedroeg dat jaar 621 miljard dollar, meer dan twee keer zoveel als het jaar daarvoor. Volgens een rapport van Bridgewater Associates, het grootste hedgefonds ter wereld, gaat ongeveer een vijfde van al het in start-ups geïnvesteerde geld naar clouddiensten, een markt die wordt gedomineerd door Alphabet, Amazon en Microsoft. Nog eens twee vijfde gaat naar marketing, waarbij in de digitale wereld Alphabet, Meta en in toenemende mate Amazon de dienst uitmaken. En Bridgewater schat dat alles bij elkaar zo’n 10 procent van de totale omzet van Alphabet, Amazon en Meta afkomstig is uit het ecosysteem van start-ups. Dat staat gelijk aan 84 miljard dollar per jaar.

    Die geldstroom kan weleens gaan slinken. Door zorgen over de stijgende inflatie, de oorlog in Oekraïne en de kans op een recessie zijn de aandelen van de techbedrijven gekelderd. De Nasdaq, waar de technologiesector zwaar in meeweegt, is na zijn hoogtepunt in november al met 20 procent gedaald. De dalingen van de beurskoersen krijgen nu ook gevolgen in de start-upwereld. Instacart, een bezorgdienst voor supermarkten, heeft op 24 maart zijn bedrijfswaardering met 38 procent verlaagd. Met een lagere waardering krijgen bedrijven het moeilijker om kapitaal aan te trekken. Investeerders zeggen te verwachten dat start-ups de komende maanden de broekriem gaan aanhalen. Dat leidt tot minder bestedingen aan clouddiensten en advertenties.

    Wat betekenen al deze kwetsbaarheden bij elkaar? In het ergste geval heel veel, als de strengste toezichthouders in de VS, Groot-Brittannië en de EU hun zin krijgen. Vorige maand is de laatste hand gelegd aan de Wet inzake digitale markten (WDM), een verstrekkend pakket aan nieuwe EU-regels om de grote techbedrijven aan banden te leggen. Dat zal alleen sommige bedrijfsonderdelen treffen en is vooral gericht op de Europese activiteiten. Volgens vermogensbeheerder Bernstein verdienen Alphabet, Apple, Amazon en Meta 267 miljard dollar in Europa, pakweg een vijfde van hun gezamenlijke totaalomzet. En een snelle rekensom leert ons dat de Europese WDM een gevaar vormt voor 40 procent van de Europese omzet van deze vier bedrijven.

    Vrezen voor omzetdaling

    Wereldwijd is Alphabet het kwetsbaarst: dat moet vrezen voor bijna 90 procent van zijn Europese inkomsten (27 procent van zijn wereldwijde omzet). In de VS wordt het zoekmonopolie van Google onder vuur genomen door een team aanklagers uit diverse Amerikaanse staten. Het federale ministerie van Justitie overweegt ook stappen te zetten. Zo komt ook de 70 miljard aan Amerikaanse omzet op zoekadvertenties in gevaar – een kwart van Alphabets totale omzet. Verlaagt Alphabet zijn commissie op aankopen binnen apps van 30 naar 11 procent, het percentage dat Google op 23 maart overeenkwam met Spotify, dan keldert de omzet van de Amerikaanse appstore van 11 naar 4 miljard. Alles bij elkaar vormt dit een bedreiging voor misschien wel 150 miljard dollar aan omzet, zo’n 60 procent van Alphabets mondiale totaalomzet.

    Het gevaar dat Apple bij dit doemscenario loopt is kleiner, maar nog steeds aanzienlijk. Als de monopoliebestrijders een eind maken aan de afspraak met Google, scheelt dat al 8 tot 12 miljard per jaar. Verlaagt Apple net als Alphabet de commissies in zijn appstore, al dan niet onder dwang van nieuwe wetgeving, dan kunnen de app-gerelateerde inkomsten dalen van 25 tot circa 9 miljard dollar. In totaal kan Apple er zo’n 35 miljard dollar bij inschieten, een tiende van zijn mondiale omzet. Amazon kan rekenen op een daling van 77 miljard per jaar, 16 procent van zijn mondiale omzet, als het zijn eigen verkoopactiviteiten op Marketplace moet loskoppelen van die van derden.

    Sommige politici en toezichthouders zijn al begonnen over de noodzaak om Amazon helemaal op te splitsen, in bijvoorbeeld een winkelbedrijf en een clouddienst. Het bedrijf dat Amazon blijft heten verliest dan dus ofwel zijn onlineverkoopkanaal (momenteel goed voor 70 procent van zijn omzet) of zijn winst uit clouddiensten (goed voor ongeveer driekwart van zijn winst). Zo gaan er ook stemmen op om Meta op te splitsen. Als de Amerikaanse Federal Trade Commission haar zin krijgt en Facebook wordt gedwongen Instagram en WhatsApp af te stoten, derft het bedrijf 42 miljard dollar aan inkomsten uit Instagram en nog eens 2 miljard dollar uit WhatsApp, twee vijfde van het totaal.

    Een paar geslaagde aanvallen op de bedrijven kunnen hun toekomstperspectieven flink ontregelen

    Als alles tegenzit moeten Alphabet, Amazon, Apple en Meta dus vrezen voor maar liefst 330 miljard dollar aan omzetdaling, oftewel een kwart van het totaal. En dat is nog buiten de gevolgen gerekend van twee grote mededingingswetten die momenteel in het Amerikaanse Congres worden behandeld. Die zouden de eigenaren van platforms zoals appstores en zoekmachines onder meer verbieden hun eigen producten een voorkeursbehandeling te geven. De financiële gevolgen daarvan zijn nog niet duidelijk, maar zouden net als die van de Europese wet aanzienlijk kunnen zijn.

    Het is niet waarschijnlijk dat dit rampscenario voor de grote techbedrijven zich echt zal voltrekken. Eerdere pogingen om hun macht te beteugelen zijn al vaak gestrand. De huidige pogingen zullen waarschijnlijk nog worden afgezwakt en het kan jaren duren voordat ze echt in werking treden. Maar een paar geslaagde aanvallen op de bedrijven kunnen hun toekomstperspectieven wel flink ontregelen. En doordat rechtszaken een tipje van de sluier oplichten over hun geldstromen, krijgen potentiële concurrenten meer zicht op waar de marges zitten waarvan ze kunnen proberen iets af te snoepen.

  • Ooit waren Google, Apple en Facebook voorvechters van een vrij internet

    Ooit waren Google, Apple en Facebook voorvechters van een vrij internet

    Techgiganten lijken steeds meer op de Shells van deze wereld: vervangbare onderdelen van de nationale infrastructuur, aldus de Russische internetdeskundige Andrej Soldatov. Van hun gebruikers hebben ze niks meer te vrezen.

    Het nieuws dat Google en Apple uiteindelijk voor de druk van het Kremlin zijn gezwicht en de app van Navalny uit hun appstore hebben gehaald, heeft verwarring en begrijpelijke woede gewekt onder Russische liberalen. Maar echt verrassend is het niet. De veronderstelling dat er een wezenlijk, bijna ideologisch verschil is tussen de manier van zakendoen van internetgiganten enerzijds en energiebedrijven als BP of Shell anderzijds, gaat uit van het idee dat het verdienmodel van de techbedrijven berust op het winnen en behouden van het vertrouwen van hun klanten. De gedachte is dat gebruikers van BP weliswaar keuze hebben – er zijn immers meerdere concurrerende tankstations –, maar dat het ze weinig kan schelen bij welk tankstation ze hun auto volgooien. Tankstations zijn gewoon een deel van de infrastructuur waaraan we gewend zijn, en alleen fanatieke activisten denken dat je tot verandering kunt komen door het boycotten van wereldspelers die deel uitmaken van die infrastructuur, zoals BP. Die activisten krijgen nooit genoeg mensen mee in zo’n initiatief, dat dan dus mislukt.

    De internetreuzen hebben decennialang gedacht dat het vertrouwen van de massa een onmisbaar onderdeel van hun verdienmodel was. Tot 2016. Na de Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen brak er een storm van kritiek los die zijn weerga niet kende en die nog steeds niet helemaal is uitgewoed. De eindeloze hoorzittingen in het Congres, de schandalen, de klokkenluiders die met de meest kwalijke beschuldigingen komen over manipulatie van gebruikersgegevens, over het aanjagen van haat en polarisatie en zelfs over de hulp aan vijandige staten en kwaadaardige populisten met afschuwelijke plannen: het zou allemaal meer dan genoeg zijn geweest om Facebook allang de das om te doen, als het verdienmodel van het bedrijf inderdaad afhankelijk was geweest van het vertrouwen van consumenten. Dan zou het geesteskind van Zuckerberg nu wel dood zijn, na de privacy van zijn gebruikers zo te hebben geschonden. Maar zo is het niet gegaan.

    Regulering

    Het aantal maandelijkse gebruikers van Facebook is sinds 2016 alleen maar gestegen: het ging van 1,86 miljard in het vierde kwartaal van 2016 naar 2,89 miljard in het tweede kwartaal van 2021. Nieuwe platforms zoals Parlio en Quora weten ook wel enige populariteit te verwerven, maar zijn nooit een reëel alternatief voor Facebook geworden. En daar hebben zowel de techreuzen als overheden een belangrijke les uit getrokken.

    De bedrijven hebben ervan begrepen dat ze, net als de BP’s van deze wereld, meer te vrezen hebben van overheden dan van hun gebruikers. En inderdaad zien we bij overheden sinds 2016 een groeiende neiging om de mondiale internetreuzen strenger te reguleren. Dat zie je overal: in de VS, maar ook in Europa en natuurlijk in landen met autoritaire regimes, zoals Rusland. Overheden kwamen van hun kant tot het besef dat gebruikers niet de macht hebben om hun techreuzen tegen beknotting te beschermen. Ook al heb je miljarden gebruikers, zodra de regering van een land besluit jouw bedrijf aan banden te leggen, zullen maar weinig burgers daartegen in het geweer komen. Voorbij is de tijd dat demonstranten in Moskou met Facebook-vlaggen stonden te zwaaien voor de regeringsgebouwen aan het Oude Plein.

    Lees ook:

    En voorbij is ook, dankzij die westerse storm van verontwaardiging in 2016, de gedachte dat internetgiganten in een land met een repressief regime kunnen bijdragen aan de strijd voor internetvrijheid. Dat mondiale internetplaftorms niet alleen bedreigend, maar ook nog steeds bevrijdend kunnen zijn, is voor de westerse samenleving inmiddels een bizarre gedachte geworden. Niemand verwacht veel verontwaardigde reacties uit het buitenland over een besluit van Apple en Google dat alleen Russische gebruikers treft. 

    Mondiale platforms zijn vervangbaar

    In landen als Rusland dachten de grote techbedrijven misschien inmiddels deel uit te maken van de nationale infrastructuur zodat ze gevrijwaard waren van overheidsblokkades. Maar de verandering in de manier waarop het internet in de afgelopen vijf tot zeven jaar wordt gebruikt, heeft die hoop de bodem ingeslagen. We bezoeken sociale media tegenwoordig op onze smartphone, niet meer op een laptop. En het probleem met mobiel internet is dat de gemiddelde gebruiker niet meer naar de homepage van YouTube gaat om te kijken wat de gaafste nieuwe filmpjes zijn, maar bedolven wordt onder de links die vrienden sturen via WhatsApp of Telegram – en niemand maalt er nog om waar dat filmpje dan staat, op YouTube, TikTok of RuTube, de zwaar gepromote Russische variant van YouTube. Het internet is onderdeel geworden van de nationale infrastructuur, maar mondiale platforms zijn vervangbaar.

    Wrang

    Het wrange van Google en Apple en Twitter zit hem in de snelheid waarmee deze ingrijpende verandering in de perceptie van zowel overheden als gebruikers zich heeft voltrokken: de bedrijven worden nog steeds geleid door de mensen die ze hebben opgericht. En dus verwachten we dat zij blijven vechten voor de privacy, de integriteit en de internetvrijheid waardoor hun bedrijf überhaupt mogelijk werd gemaakt.

    In ons boek The Red Web laten we Valery Bardin aan het woord, de Russische internetpionier die was belast met het onderhoud van Relcom, het eerste internetnetwerk in de Sovjet-Unie. Hij legt uit waarom hij tijdens de staatsgreep van augustus 1991 besloot het netwerk niet af te sluiten, ook al kon hem dat de kop kosten. ‘We hadden bij voorbaat al verloren, want het uitwisselen van informatie was de hele bestaansreden van Relcom. We zouden sowieso de vijanden van het regime zijn geworden, wat we ook deden.’

    Maar nu, precies dertig jaar later, is het internet tegelijk meer en minder vrij dan in 1991. Het is een onderdeel van de nationale infrastructuur. En je verwacht van tankstations toch ook niet dat die in staking gaan?

    Lees ook:

  • Protest bij Indiase Apple-leverancier na massale voedselvergiftiging

    Protest bij Indiase Apple-leverancier na massale voedselvergiftiging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië begint offensief tegen Jemen

    » China vervangt zijn sterke man in de Oeigoerse regio Xinjiang

    Honderdvijftig medewerkers in het ziekenhuis opgenomen

    Tientallen vrouwen in het Indiase Chennai zijn weer vrijgelaten nadat ze waren opgepakt voor het blokkeren van een belangrijke snelweg. De blokkade was een protest vanwege een voedselvergiftiging bij Foxconn, waardoor honderdvijftig medewerkers in het ziekenhuis moesten worden opgenomen, bericht South China Morning Post.

    Foxconn is een toonaangevende fabrikant van elektronische componenten voor onder meer iPads en iPhones van Apple; Kindles van Amazon en PlayStations van Sony. Het is het tweede geval van onrust bij een Apple-leverancier binnen een jaar. Landen als India, en ook Mexico en Vietnam, worden steeds belangrijker voor contractfabrikanten die aan Amerikaanse merken leveren, vanwege de handelsoorlog tussen China en de VS.

    Lees ook:

  • De mensen die ondanks corona jouw smartphone in elkaar zetten

    De mensen die ondanks corona jouw smartphone in elkaar zetten

    Arbeiders in Vietnam worden dag en nacht in fabrieken te werk gesteld om ervoor te zorgen dat producten van Samsung, Apple en andere cruciale techproducenten tijdens de pandemie de schappen blijven vullen.

    Lam Le, actief als freelance journalist in Hanoi, schreef voor Rest of World een artikel over de omstandigheden in de techfabrieken van Vietnam tijdens de lockdown. Omstandigheden die iedereen aangaan, want, zo schrijft Lam Le: ‘Als een opgewonden koper een gloednieuwe Samsung-telefoon uit de verpakking haalt, dan is die telefoon waarschijnlijk voor het laatst aangeraakt op een industrieterrein in Noord-Vietnam. Vietnam is namelijk de grootste productiebasis van Samsung ter wereld. In het noorden produceert het Zuid-Koreaanse bedrijf mobiele telefoons en tablets en in het zuiden consumentenelektronica zoals wasmachines en koelkasten.

    Tienduizenden werknemers van Samsung wonen er in kale, steriele slaapzalen of in krappe huurwoningen die in de jaren 2010 zijn verrezen in de rijstvelden rondom de fabrieken. De meeste werknemers hebben hun ouders en familie achtergelaten op het platteland, gelokt door het vooruitzicht van stabiliteit en een beter loon in de industriegebieden. Als je erdoorheen rijdt, zie je logo’s van grote bedrijven als Canon en van Foxconn, de belangrijkste toeleverancier van Apple.’

    In 2020 en aan het begin van dit jaar leek Vietnam het coronavirus aanvankelijk op onverklaarbare wijze te weerstaan. De export van elektronica steeg explosief. Maar tegen eind mei begonnen de covid-19-gevallen snel op te lopen; er ontstonden besmettingsclusters rond de productiecentra in het noorden, en in de steden en productiecentra die tot dan toe normaal functioneerden, begon het dagelijks leven hinder te ondervinden.

    In sommige gevallen kregen werknemers zelfs vroegtijdig toegang tot vaccins

    Grote technologiebedrijven, die al te lijden hadden onder verstoringen in de toeleveringsketen in andere delen van de wereld, konden het zich niet veroorloven de productie in Vietnam stil te leggen. In plaats daarvan hielden zij hun fabrieken op alle mogelijke manieren draaiende: door werknemers in isolatie te plaatsen, hen te onderwerpen aan strenge viruscontroles, veel geld uit te geven aan huisvesting, de lonen te verhogen en in sommige gevallen zelfs vroegtijdig toegang te geven tot vaccins.

    Terwijl consumenten in het Westen te horen kregen dat hun gadgets dit jaar waarschijnlijk niet op tijd voor Kerstmis zouden aankomen vanwege een wereldwijd tekort aan chips en overvolle zeehavens, stelde de Vietnamese regering fabriekseigenaren in feite voor een ultimatum: fabrieken sluiten of een veilige manier vinden om werknemers te isoleren van de rest van de bevolking.

    Verhuizen

    Eind mei werden de werknemers van Samsung Display in de Vietnamese industrieprovincie Bac Ninh voor een soortgelijke keuze gesteld: ze konden thuisblijven zonder diensten te draaien en dus zonder inkomsten, of verhuizen naar door het bedrijf aangewezen woonruimte en hun baan behouden, met een beetje extra loon als goedmakertje.

    Nam, een drieëntwintigjarige die op de afdeling milieuveiligheid van Samsung werkt, koos voor het laatste. Hij had niet veel te verliezen. Binnen enkele dagen bevond hij zich in de zinderende zomerhitte van 38 graden met een tiental collega’s in een nabijgelegen school, in een verlaten klaslokaal zonder bedden, ventilatoren of airconditioning. Slechts enkele van zijn collega’s droegen gezichtsmaskers. ‘Daarbinnen was de telefoon mijn enige vriend’, zegt Nam. Overigens is zijn naam, en die van andere arbeiders, veranderd om hen te beschermen tegen represailles.

    Na twee dagen lang klagen werden de arbeiders overgeplaatst naar een fabrieksterrein waar de grenzen tussen werkplek en thuis compleet vervaagden. Bijna drie weken lang sliep Nam op een matras in een magazijn, samen met ongeveer honderd andere mannelijke collega’s, en pendelde hij tussen zijn slaapplek, de bedrijfskantine en de productielijn die onophoudelijk bleef draaien. Zijn leven draaide om beeldschermen; voor de fabriek het belangrijkste product en voor Nam zijn broodwinning. In de schaarse pauzes verschoof zijn aandacht naar het beeldscherm van zijn telefoon, de enig mogelijke vorm om contact te onderhouden met familie en vrienden.

    Voor de arbeiders betekenden de maatregelen extreme isolatie, uitputting en geestdodende eentonigheid

    Dit coronaregime, waaronder Nam en de anderen moesten werken, wordt ‘drie-op-één-plek’ genoemd: werknemers werken, eten en slapen in dezelfde ruimte. Samsung was een van de eersten die deze door de Vietnamese regering opgelegde regeling volgde. De regering voelde zich verplicht om haar ‘zero covid’-strategie kracht bij te zetten en buitenlandse investeerders te verzekeren dat toeleveringsketens in hoog tempo producten zouden blijven rondpompen, denkt Le Hong Hiep, van het economische onderzoekscentrum ISEAS-Yusof Shak Institute in Singapore.

    Voor de arbeiders betekenden de maatregelen extreme isolatie, uitputting en geestdodende eentonigheid. Ze spreken van een zomer van schijnbaar eindeloze arbeid, verergerd door weinig slaap en geen enkele privacy. In anonieme gesprekken maar ook publiekelijk op TikTok en Facebook, deelden ze verhalen over constante wachtrijen, controles, en lange werkdagen die eindigden met nachtrust op matjes, kartonnen bedden of in tenten.

    ‘Die arbeiders hebben waarschijnlijk de economie van Vietnam gered’, zegt Julien Brun, managing partner bij CEL, een adviesbureau voor toeleveringsketens in Ho Chi Minh-stad. ‘Zonder hen zouden fabrieken hebben moeten sluiten en waren alle activiteiten stil komen te liggen.’

    Elektronica-industrie

    Aan het begin van dit millennium richtte Vietnam zich op het ontwikkelen van een elektronica-industrie. Samsung opende in 2009 een smartphonefabriek in Bac Ninh in het noorden. In Ho Chi Minhstad in het zuiden, dat van oudsher al migranten aantrok, vestigde Intel zich met een enorme chipfabriek en testfaciliteiten in 2010.

    Maar de hoofdprijs was het onontwikkelde noorden, met wegverbindingen naar de hoofdstad Hanoi, de havenstad Haiphong en de Chinese grens. In de loop van twee decennia, terwijl Vietnam toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie, vrijhandelsovereenkomsten ondertekende en de vennootschapsbelasting verlaagde en ondertussen overvloedige goedkope arbeidskrachten leverde, kwamen steeds meer grote spelers naar de noordelijke kust.

    Na Samsung kwamen Apple-leveranciers Foxconn, Luxshare, GoerTek en anderen. Uitgestrekte rijstvelden in Bac Ninh en Bac Giang veranderden in snelwegen, slaapzalen en strakke raamloze fabrieken waar telefoons en tablets in elkaar worden gezet om naar eindgebruikers te worden verscheept, en waar ook elektronische componenten worden gemaakt. In 2020, twintig jaar na het begin, was Vietnam opgeklommen van de zesenveertigste naar de elfde plaats op de ranglijst van grootste elektronicaexporteurs ter wereld.

    Die opkomst was ook speelbal van externe gebeurtenissen. Terwijl de handelsoorlog tussen de VS en China meer productie naar Vietnam bracht, werkte de pandemie dit weer tegen, waardoor fabrieksuitbreidingen voor Apple AirPods en Google Pixel-telefoons werden uitgesteld.

    Lees ook:

    Besmettingen in de noordelijke productiezones waren verantwoordelijk voor het merendeel van alle gevallen in Vietnam

    De eerste echte schok kwam in mei 2021, toen leveranciers van Samsung en Apple zagen dat de zeer besmettelijke deltavariant zich als een lopend vuurtje door krappe arbeidersverblijven verspreidde. Clusters van besmettingen in de noordelijke productiezones van Bac Giang en Bac Ninh waren verantwoordelijk voor het merendeel van alle gevallen in Vietnam. Op 17 mei bevalen de autoriteiten van Bac Giang sluiting van vier industriële zones waardoor fabrieken van Foxconn en Luxshare, beide leveranciers van Apple, werden gedwongen hun activiteiten gedurende tien dagen te staken.

    De bedrijven werden verrast, want de achttien voorgaande maanden tijdens welke de pandemie buiten de deur werd gehouden, hadden vertrouwen gewekt. ‘Niemand was erop voorbereid’, zegt Julien Brun, die zich herinnert hoe zijn klanten – elektronica-, textiel- en meubelproducenten – moesten improviseren toen ‘drie-op-één-plek’ werd ingevoerd. ‘Niemand had een perfect plan. Het was zoiets als: “Oké, we hebben nog twee dagen. Schrijf je in voor twee maanden. Neem je spullen mee en we zien wel hoe gaat.”’

    Vergeleken met werknemers van Samsung Display hadden bepaalde arbeiders het geluk om in hotels te worden geplaatst, hetgeen voor bedrijven soms aanzienlijke kosten met zich meebracht. In juli werd Viet, een onderaannemer van een project bij Intel, opgepikt in zijn huis in de ‘rode zone’, een gebied met een hoge besmettingsgraad in Ho Chi Minhstad, en vervolgens ondergebracht in een vijfsterrenhotel. Daar leefde hij een enigszins luxueus, zij het repetitief leven, nam foto’s van de skyline, deed squats en push-ups, keek films op zijn flatscreen-tv en woonde op zondagen online de mis bij.

    Vanwege zijn cruciale en moeilijk te vervangen functie woonde Viet zonder huisgenoten, om het risico op infectie te minimaliseren.

    ‘Ik had geluk’, zegt hij. ‘Was ik thuis gebleven, dan was ik mogelijk wel besmet geraakt.’ Zelfs rijke families in Ho Chi Minhstad waren bang dat ze niet aan voldoende voedsel konden komen. Elke werkdag nam Viet de bus door de stille, afgesloten stad, samen met vijftien andere arbeiders, in een voertuig met vijftig zitplaatsen.

    Foxconn

    Ook bij Foxconn was de waarde van arbeiders duidelijk. De in Taiwan geregistreerde Apple-toeleverancier wist precies wat hij moest doen. Twee medewerkers van een lokale dochteronderneming vertellen over een zeer gereguleerd programma met QR-trackingcodes, desinfectie, segregatie en zelfs voorrang tot vaccins.

    Dat, vijfentwintig, die drie jaar bij Foxconn werkte, waar hij iPhone-oplaadkabels maakte, zegt dat hem een loonsverhoging werd aangeboden waardoor zijn maandloon met bijna een derde steeg naar tussen de 13 miljoen en 14 miljoen Vietnamese dong, ruim 500 euro. Hij werd medio juni gevaccineerd, kort nadat de fabriek zijn activiteiten weer mocht hervatten. Hij behoort daarmee tot de eerste 2 procent van de ongeveer 100 miljoen inwoners die werd gevaccineerd.

    In ruil daarvoor moest hij elke werkdag om 6 uur ’s ochtends opstaan en zich vervolgens haasten om samen met zijn zeven huisgenoten in de brandende zon te wachten op een shuttlebus. Hij scande elke dag zijn QR-code op zijn busstoel, elke keer dezelfde code, en dan nog eens tijdens de lunch in de kantine die uit voorzorg in hokjes was verdeeld. Boven de hoofden van de etende werknemers hing een groot bord met de instructie: ‘Als je klaar bent met eten, ga dan meteen aan de slag. Niet praten.’ Die strenge regels stelden Dat zelfs gerust. ‘Ik had respect voor mijn eigen gezondheid.’

    Intel bevestigt dat werknemers meer dan twee maanden in hotels werden gehuisvest en looft de ‘veerkracht’ en ‘persoonlijke opoffering’ van het personeel

    De bedrijven moesten hiervoor diep in de buidel tasten. Het kostte Intel in een maand tijd 140 miljard dong, ongeveer 5,3 miljoen euro, hetgeen volgens het bedrijf een blijvend effect heeft op de budgettering en productieplannen. Intel bevestigt dat werknemers meer dan twee maanden in hotels werden gehuisvest en looft de ‘veerkracht’ en ‘persoonlijke opoffering’ van het personeel voor het continueren van de activiteiten gedurende de zomer. Foxconn reageerde niet op verzoeken om commentaar.

    Toch waren wijdverbreide fabriekssluitingen uiteindelijk onvermijdelijk. De fabriek voor consumentenelektronica van Samsung in Ho Chi Minhstad werd voor een korte periode gesloten voordat de productie werd hervat met ‘drie-op-één-plek’. Foster Electric, een leverancier van Apple in de provincie Binh Duong, huisvestte zijn arbeiders in tenten. Enkele elektronicafabrieken die ‘drie-op-één-plek’ hanteerden, registreerden ondanks alle voorzorg toch uitbraken.

    ‘Het zijn de beroemde bedrijven die de neiging hebben om elk risico op een slecht imago te vermijden’, zei Julien Brun. ‘Maar bij gewone onderaannemers die niemand kent, heb ik machtsmisbruik gezien.’

    Een dochteronderneming van het Japanse bedrijf Nidec was wat dat betreft berucht. Op 17 augustus werd de fabriek van Nidec in Ho Chi Minhstad door de lokale autoriteiten gesloten omdat niet aan de veiligheidsnormen werd voldaan. Er waren positieve gevallen van covid-19 ontdekt onder werknemers die waren gehuisvest in tenten in een op een parkeergarage gelijkend gebouw van drie verdiepingen. Eerder, in juli, waren de activiteiten van het bedrijf ook al eens opgeschort nadat werknemers positief waren getest.

    Tiktok

    Vanaf juli kregen de fabrieken weer ademruimte: de strijd begon vruchten af te werpen en de Vietnamese productie-index voor computers, elektronica en optische producten begon maand-op-maand weer te verbeteren. Afgelopen september overtrof de index zelfs het niveau van twee jaar geleden, maar bleef nog wel onder dat van vorig jaar.

    Bedrijven hebben zich ook aangepast. Na klachten heeft Samsung Display waterleidingen gerepareerd, douches geïnstalleerd en meer dekens en matten geleverd aan zijn vrouwelijke werknemers, zo vertelt Lien, een onderaannemer. Ze zegt dat haar angst is afgenomen. Werknemers worden regelmatig twee tot drie keer per week getest en ‘iemand die zijn mondkapje afdoet, moet zich onmiddellijk laten testen’. Sommige van haar nerveuze collega’s hebben ervoor gekozen om zich terug te trekken en thuis te blijven, hetgeen een grotere werkdruk betekent voor degenen die zijn gebleven.

    Het leven van deze werknemers is normaal gesproken ondoorzichtig voor buitenstaanders, gezien de geldende beperkingen op het delen van informatie. Die gaan zelfs zover dat sommige arbeiders zeggen dat wanneer ze de fabriek binnenkomen, hun telefooncamera’s worden afgedekt met een zegel om lekken van productinformatie te voorkomen.

    Er ontstond een TikTok-subgenre met filmpjes waarin Vietnamese fabrieksarbeiders een inkijkje geven in hun leven

    Toch ontstond een TikTok-subgenre met filmpjes waarin Vietnamese fabrieksarbeiders een inkijkje geven in hun leven. Sommigen filmpjes tonen enorme fabrieksgebouwen; op andere zijn lange rijen jonge mensen te zien die op motorfietsen naar een fabriek rijden en weer andere tonen werknemers die telefoons in elkaar zetten. Vaak worden fragmenten van dagelijkse routines verweven met melancholische liedjes. ‘De grootste fout in mijn jeugd, was het inwisselen van een schooluniform voor het uniform van een fabrieksarbeider’, is te horen op een achtergrondtrack, die in al meer dan drieduizend video’s is gebruikt.

    In augustus maakte het ministerie van Industrie en Handel bekend dat werknemers vermoeid raakten en dat de kosten van ‘drie-op-één-plek’ te hoog opliepen. Eind september gaf Vietnam aan niet langer een ‘zero covid’-strategie te zullen nastreven. In plaats van een hele fabriek te sluiten als een paar positieve gevallen worden ontdekt, hoeven nu alleen naaste contacten van geïnfecteerde werknemers te worden geïsoleerd. Voor volledig gevaccineerd personeel mogen bedrijven nu flexibelere regelingen hanteren.

    Zowel in de zuidelijke als in de noordelijke industriezones wordt het leven geleidelijk aan weer normaal. Ho Chi Minh-stad is weer open en restaurants zitten vol met klanten die aromatische noedelsoepen slurpen. Viet, de Intel-medewerker, kon zich eindelijk het kapsel laten aanmeten waar hij tijdens de lockdown van droomde.

    Ontberingen

    Sommige analisten zien de afgelopen periode als een aanleiding om de balans op te maken van geglobaliseerde toeleveringsketens van technologische producten. De reden waarom productie in Vietnam kon herstellen is volgens hen voornamelijk te danken aan het vermogen van de arbeiders om om te kunnen gaan met de nieuwe, zwaardere werkomstandigheden. Anderen stellen vragen over de mate waarin werknemers een keuze hadden, als ze die al hadden.

    ‘Dit was geen “dwangarbeid” in de zin van arbeiders die waren vastgebonden, of die zich in schuldslavernij bevonden en daarom gedwongen werden tot deze omstandigheden’, aldus Joe Buckley, een expert op het gebied van Vietnamese arbeidskwesties. ‘Maar op een ander niveau is alle arbeid dwangarbeid, aangezien arbeiders hun arbeidskracht moeten verkopen om te overleven. Dat is wat we zagen in Vietnam; de dwang was economisch en structureel, waardoor veel arbeiders weinig keus hadden.’

    ‘Het was moeilijk, maar iedereen zat in hetzelfde schuitje. Alleen: wat als het bedrijf failliet zou gaan?’

    De meeste arbeiders beschreven hun zomer vol ontberingen met berusting: Ze ‘raakten eraan gewend’, zeiden ze. Het grotere gevaar dat ze vreesden was dat er iets met hun werk zou gebeuren. ‘Het was moeilijk, maar iedereen zat in hetzelfde schuitje. Alleen: wat als het bedrijf failliet zou gaan?’ zegt Hoa, een medewerker van Foxconn. Nam van Samsung Display dacht hetzelfde. ‘Er moest iemand aanwezig zijn om de productie op peil te houden. Want wat zou er gebeuren als het bedrijf zou moeten stoppen?’

    Inmiddels zijn nieuwe problemen al zichtbaar aan de horizon. Terwijl arbeiders terugkeren naar hun geboorteplaats, moe van de druk van de stad en het risico van toekomstige lockdowns, lijkt er een crisis in aantocht in de industriële zones van Vietnam: een door het coronavirus veroorzaakt arbeidstekort. ‘De vierde golf van covid-19-infecties heeft de arbeidsmarkt ernstig getroffen met een hoog werkloosheidspercentage,’ aldus de Vietnamese premier Pham Minh Chinh.

    De werknemers lijken ook dat met berusting tegemoet te zien. Niet zo verrassend eigenlijk voor een groep die zichzelf ziet als een slechts een schakel naast vele andere in de mondiale toeleveringsketen van technologische producten.

    Lees ook:

  • De Eiffeltoren heeft hulp nodig | Honderd jaar Chanel No 5

    De Eiffeltoren heeft hulp nodig | Honderd jaar Chanel No 5

    De Eiffeltoren heeft hulp nodig

    Parijs is handenvol geld kwijt aan de Eiffeltoren, schrijft de Spaans krant La Vanguardia. Niet alleen vanwege inkomstenderving door de gedwongen sluiting vanwege corona, maar ook door complicaties tijdens restauratiewerkzaamheden.

    De Eiffeltoren was negen maanden gesloten voor het publiek vanwege de pandemie en zal vanaf 16 juli weer open gaan. Hoewel dit nieuws ongetwijfeld een opluchting is voor de exploiterende partijen, is het ook tijd om de penibele financiële situatie onder ogen te zien, meent La Vanguardia

    ‘Elke nacht tijdens de pandemie lichtte de Eiffeltoren op’, schrijft de krant met veel gevoel voor drama, ‘en streek het lichtbaken van de machtige toren honderd kilometer in de rondte, ook zonder dat bezoekers konden worden verwelkomd. Het beroemdste monument in Parijs liet zien nog steeds levend te zijn, als teken van hoop dat de nachtmerrie ooit voorbij zou zijn.’

    De twintig schilderbeurten hebben naar schatting 350 ton aan gewicht toegevoegd aan de toren

    Maar ondanks die geruststellende zichtbaarheid is er inmiddels wel sprake van een ‘ramp’, volgens La Vanguardia. Alleen al voor 2021 wordt het tekort voor de SETE, het bedrijf dat de Eiffeltoren exploiteert, geschat op 70 miljoen euro. Dat bedrag kan worden opgeteld bij het tekort van 52 miljoen dat in 2020 werd genoteerd. De gemeente Parijs en de metropool Groot-Parijs, die respectievelijk 99 procent en 1 procent van SETE bezitten, zullen deze schuld moeten overnemen en stappen moeten zetten voor herkapitalisatie van het bedrijf. 

    Vóór de pandemie ontving de Eiffeltoren, die in 1889 werd ingehuldigd ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling, zo’n zeven miljoen bezoekers per jaar. Na de heropening zal een limiet van 10.000 mensen per dag worden ingesteld; die lag voor het corona-tijdperk op 25.000.

    ‘Het is een moeilijke periode, maar we maken ons geen zorgen voor de lange termijn’, zegt SETE-voorzitter Jean-François Martins geruststellend. Volgens hem zijn de banen van de 350 medewerkers van het bedrijf niet in gevaar.

    Maar behalve de tekorten vanwege het wegvallen van de inkomsten, worstelen de beheerders van het monument nog met een ander groot probleem. ‘Het schilderwerk moest een paar maanden geleden worden stopgezet omdat er gevaarlijk grote hoeveelheden looddeeltjes vrijkwamen’, aldus La Vanguardia. ‘Er wordt nu nagedacht over hoe het werk kan worden voortgezet met inachtneming van de veiligheid van het publiek en het milieu.’ 

    Deze laatste verfbeurt is de twintigste in de 132-jarige geschiedenis van de toren. Het is een terugkerende klus om corrosie van het metaal te voorkomen, de boel schoon te maken en eventuele scheuren of defecten in de structuur te onderzoeken. Het is een tijdrovende, complexe en dure klus, waarbij schilders een penseel nodig hebben om elk hoekje te kunnen bereiken.

    Gevaarlijke hoeveelheden lood vormden altijd al een terugkerend probleem bij structureel onderhoud van het monument. Bij elke nieuwe verfbeurt moet een deel van de vorige laag worden verwijderd, niet alleen om de nieuwe verf beter te fixeren, maar ook om gewicht te elimineren. De twintig schilderbeurten hebben naar schatting 350 ton aan gewicht toegevoegd aan de toren. 

    De nieuwe cosmetische operatie voor de Grande Dame is bedoeld om haar er mooier uit te laten zien dan ooit, vooral met het oog op de Olympische Zomerspelen van 2024, waarvan Parijs de gastheer is. De Franse hoofdstad wordt geleid door een socialistische burgemeester, Anne Hidalgo, die regeert in coalitie met milieuactivisten en zich misschien kandidaat wil stellen voor het Elysee in 2022, aan het hoofd van een alliantie met dezelfde samenstelling.

    Het ecologische bewustzijn was dan ook niet eerder zo groot en de criteria waren nog niet eerder zo scherp. Ze leiden tot vertraging van het schilderwerk en tot voortdurende technische beraadslagingen om de verspreiding van de gevaarlijke looddeeltjes tot een minimum te beperken.

    Na de brand in de Notre Dame, waarbij honderden tonnen lood de lucht vervuilden, kan Parijs het zich niet veroorloven opnieuw betrokken te raken bij een ecologisch drama door nalatigheid of door gebrek aan vooruitziendheid. La Grande Dame zal haar geld wel krijgen om haar aantrekkingskracht te behouden, maar moet heel voorzichtig zijn met haar make-up, aldus La Vanguardia.


    Werknemers van Apple willen thuis kunnen blijven werken

    Apple-werknemers komen in verzet zich tegen een nieuw beleid dat hen verplicht om vanaf begin september weer drie dagen per week naar kantoor te komen. Medewerkers zeggen een flexibele aanpak te willen waarbij degenen die op afstand willen werken dat kunnen blijven doen, zo blijkt uit een interne brief die The Verge in handen kreeg.

    ‘We willen van de gelegenheid gebruik maken om de groeiende bezorgdheid onder onze collega’s te communiceren’, aldus de brief. ‘Apples beleid voor flexibel werken op afstand en de communicatie eromheen hebben een aantal van onze collega’s al gedwongen op te stappen. Velen van ons hebben het gevoel te moeten kiezen tussen óf de combinatie van gezin, welzijn en de mogelijkheid om ons werk optimaal te doen, óf om deel uit te maken van Apple.’

    De brief komt slechts twee dagen nadat Tim Cook een bericht naar Apple-medewerkers had gestuurd waarin stond dat ze in de herfst op maandag, dinsdag en donderdag weer naar kantoor moeten terugkeren. De meeste medewerkers mogen dan twee keer per week op afstand werken en ze kunnen ook maximaal twee weken per jaar op afstand werken, na goedkeuring door hun manager.

    Vergeleken met de vroegere bedrijfscultuur, die werknemers ontmoedigde om thuis te werken, is dit een versoepeling bij Apple. Maar het bedrijf is nog steeds conservatiever dan andere grote techbedrijven. Zowel Twitter als Facebook hebben hun werknemers laten weten dat ze voor altijd thuis kunnen werken, ook nadat de pandemie voorbij is.

    Voor sommige Apple-medewerkers gaat het huidige beleid dan ook niet ver genoeg en laat het een duidelijke kloof zien tussen hoe de top van Apple en de overige medewerkers tegen werken op afstand aankijken.

    ‘Het afgelopen jaar voelden we ons niet alleen vaak niet gehoord, maar soms ook actief genegeerd’, staat in de brief. ‘Berichten als “we weten dat velen van jullie graag weer persoonlijk contact willen met je collega’s op kantoor”, zonder erkenning van de tegenstrijdige gevoelens die onder ons leven, voelen als een afwijzing…’

    De brief, gericht aan Tim Cook, ontstond op Slack in een groep van ‘voorstanders van werken op afstand’, die ongeveer 2.800 leden telt. Zij zeggen dat het omarmen van werken op afstand van het grootste belang is voor de inspanningen van het bedrijf aangaande diversiteit en integratie. ’Om inclusiviteit en diversiteit echt te laten werken, moeten we erkennen hoe verschillend we allemaal zijn. Die verschillen gaan gepaard met verschillende behoeften en verschillende manieren om te kunnen gedijen.’


    Honderd jaar Chanel No 5

    Vorige maand vierde het legendarische parfum Chanel No 5 zijn honderdste verjaardag. Het parfum kwam tot stand na een ontmoeting tussen Gabrielle Chanel en een parfumeur uit Moskou van Frans-Russische afkomst, schrijft de Russische site gazeta.ru.

    Op 5 mei 1921, tijdens de presentatie van haar nieuwe modecollectie in haar studio Rue Cambon, verspreidde modeontwerpster Gabrielle ‘Coco’ Chanel in de paskamers een bedwelmende geur, diep, fluweelachtig, bloemig en tegelijk van een koele frisheid. Zo ontdekte Parijs voor het eerst de geur van Chanel No 5. Het parfum had een grote toekomst voor zich, ook al zou het nog jaren duren voordat het beschikbaar zou zijn voor het grote publiek. De eerste serie bestond uit slechts honderd flesjes.

    Geen rozengeur

    De auteur van het parfum is Ernest Beaux, een parfumeur van Frans-Russische afkomst. Voor zijn ontmoeting met Chanel werkte hij voor parfumbedrijf Rallet, dat leverde aan het Russische keizerlijke hof. In 1912 bijvoorbeeld vierde hij grote successen met zijn Eau de Cologne Bouquet de Napoléon, ontworpen voor de honderdste verjaardag van de slag bij Borodino. 

    Beaux ontmoette Coco Chanel in 1920 aan de Franse Rivièra, waar zij verbleef met haar Russische geliefde Dimitri Pavlovich, neef van keizer Nicolaas II.

    Chanel was op zoek naar de lancering van een geur ‘die naar vrouwen ruikt en niet naar rozen’. Ernest Beaux zegde toe haar wens te vervullen, ging aan de slag en presenteerde haar een reeks flessen genummerd van 1 tot 5 en van 20 tot 24. Coco koos de vijfde: ‘Ik lanceer mijn collectie op 5 mei, in de vijfde maand van het jaar. Laten we het parfum dit nummer geven, dat is een teken van geluk.’

    De formule van het parfum, die tot op de dag van vandaag geheim wordt gehouden, bestaat uit tachtig natuurlijke en synthetische ingrediënten voor een boeket dat meiroos, ylang-ylang, jasmijn, vetiver, iris, vanille combineert met een royale hoeveelheid aldehyde, een chemische verbinding die er een wat ijzige geur van frisheid aan geeft.

    Een minimalistische fles

    Aan het begin van de 20e eeuw opereerden modehuizen en parfumeurs nog los van elkaar: couturiers hadden geen parfumlijn. Vrouwen uit de hogere klasse gebruikten vooral geuren met het aroma van een enkele bloem in plaats van complexe composities rond musk en jasmijn. 

    Toch is Chanel No 5 niet de eerste die brak met deze twee kenmerken. Modeontwerper Paul Poiret had al de geur Parfums de Rosine gelanceerd ter ere van zijn dochter, en parfumeur Aimé Guerlain schiep in 1889 de geur Jicky, een complexe bloemige compositie met tonen van lavendel en bergamot, samengevoegd met verschillende synthetische geuren, waaronder cumarine.

    Aan de andere kant is de vierkante, sobere fles van Chanel No 5 wel echt een primeur na het tijdperk van de barokke flesjes ontworpen door Lalique en Baccarat. De distributie van de karakteristieke Chanel-flessen met No 5 begon in 1922. Tot 1924 werd No 5 exclusief in de Parijse boetiek verkocht aan enkele zorgvuldig geselecteerde klanten.

    Geuren van het bevroren Kola-schiereiland

    Door een klein marktonderzoekje wist Coco Chanel dat de geur gecreëerd door Ernest Beaux een revolutie zou betekenen in de wereld van de parfumerie. Om de creatie van het parfum te vieren, nodigde ze een paar vrienden uit in een restaurant in Grasse, de hoofdstad van de Franse en mondiale parfumerie. Tijdens de maaltijd sproeide ze wat van het parfum rond, en vroeg passerende vrouwen de geur te beschrijven. De reacties waren alleszins geruststellend.

    Voor Ernest Beaux deed de geur van aldehyden aan Rusland denken, aan het Kola-schiereiland, om precies te zijn. In 1914, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, werd hij naar het noordelijke front gestuurd. Tijdens de Russische burgeroorlog die na de revolutie ontstond, kwam hij terecht aan de kant van Franse interventietroepen als tolk. In die hoedanigheid werkte hij in 1919 bij ondervragingen van bolsjewieken in het krijgsgevangenenkamp van het Rode Leger op het Mudyug-eiland in de Witte Zee, in de buurt van Archangelsk.

    Zoals Constantin Weriguine, lange tijd assistent van Ernest Beaux, in 1965 beschreef in zijn memoires Souvenirs et Parfums, wilde Beaux met No 5 de geuren nabootsen van de rivieren en de bevroren meren van het Kola-schiereiland op een ijskoude dag. 

    Marilyn Monroe

    In 1924 tekende Coco Chanel een overeenkomst met ondernemers Pierre en Paul Wertheimer, eigenaren van Bourjois, om de productie en distributie van No 5 aan hen te delegeren, en ze richtte Les Parfums Chanel op, waarin Chanel 10 procent van de aandelen zou behouden. 

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde ze de controle over het bedrijf over te nemen door een brief te schrijven aan de Duitse regering in Frankrijk, waarin ze suggereerde dat Les Parfums Chanel haar zou toekomen omdat de gebroeders Wertheimer joods waren. Maar de Wertheimers hadden weten te vluchten naar de Verenigde Staten en ze hadden een keurige Franse christen, Félix Amiot genaamd, aan het hoofd van het bedrijf benoemd. 

    In 1947 namen de broers Wertheimer het parfumhuis weer over. Ze sloten een overeenkomst met Coco Chanel, die 2 procent van de wereldwijde verkoop van parfums zou krijgen.

    Ernest Beaux was artistiek directeur van Parfums Chanel van 1924 tot 1954. Het parfum dat hij creëerde, is nog steeds een tijdloze klassieker die tot de best verkochte parfums ter wereld behoort, mede dankzij een in het oog springende marketingstrategie. 

    De lijst van namen die in honderd jaar No 5 hebben gepromoot is indrukwekkend. Het eerste gezicht van het parfum was Coco Chanel zelf, die in 1937 verscheen in Harper’s Bazaar. Daarna volgden onder meer Catherine Deneuve, Carole Bouquet, Nicole Kidman en Lily-Rose Depp. Maar het was natuurlijk Marilyn Monroe die de meest onvergetelijke parfumreclame maakte toen ze in 1952 bekende dat ze in bed niets anders droeg dan Chanel No 5.

  • Rivier de Po staat historisch laag | Android deelt meer gegevens dan Apple

    Rivier de Po staat historisch laag | Android deelt meer gegevens dan Apple

    28 miljard euro tekort

    Tegen het einde van dit jaar zal de coronapandemie de Ierse staat in 2020 en 2021 naar schatting 28 miljard euro hebben gekost, meldt het Ierse RTE. Dit maakte Michael McGrath, de Ierse minister van Overheidsuitgaven en Hervorming, deze week bekend. Volgens McGrath zal het Ierse overheidstekort dit jaar naar verwachting vergelijkbaar zal zijn met vorig jaar, namelijk 19 miljard euro.


    Droogte in Italië

    Door karige regenval en ongebruikelijk vroege warmte in Italië staat de rivier de Po nu al net zo laag als afgelopen zomer. De situatie is dusdanig nijpend dat de landbouworganisatie Coldiretti alarm heeft geslagen bij de regering, schrijft Repubblica.

    In heel Noord-Italië, van Piemonte tot Emilia Romagna en van Veneto tot Lombardije zijn boeren, die afhankelijk zijn van de grootste rivier van Italië, al overgestapt op noodirrigatie. Ook het peil van kleinere rivieren in de provincie Emilia Romagna is zorgwekkend laag en het Comomeer heeft op 20 centimeter na een dieptepunt bereikt: het meer is voor 8,8 procent gevuld, in plaats van de gemiddelde 63,8 procent die normaal is voor deze tijd van het jaar. 

    Coldiretti wijt steeds vaker voorkomende extreme klimatologische gebeurtenissen, zoals korte en intense regenval en een snellere overgang van het natte naar het droge seizoen aan klimaatverandering en becijfert de schade ervan op zo’n 1 miljard euro per jaar. De organisatie verzoekt de Italiaanse regering dan ook om structurele maatregelen te nemen.


    Gesjoemel met emissiegegevens

    Onder Donald Trump heeft de Environmental Protection Agency (EPA), een regeringsorganisatie belast met bescherming van de volksgezondheid en het milieu, bedrijven aangemoedigd om met terugwerkende kracht de emissiegegevens van een dodelijke kankerverwekkende chemische stof aan te passen.

    Nadat de EPA had vastgesteld dat ethyleenoxide giftiger is dan eerder werd gedacht, verdween plotseling zo’n 122.000 kilo van het spul uit de openbare registers

    Nadat de EPA had vastgesteld dat ethyleenoxide giftiger is dan eerder werd gedacht, verdween plotseling zo’n 122.000 kilo van het spul uit de openbare registers, zo blijkt uit onderzoek van journaliste Sharon Lerner voor The Intercept. Ethyleenoxide is een kleurloos en geurloos gas dat wordt gebruikt bij de productie van veel consumptiegoederen en op grote schaal wordt toegepast bij de sterilisatie van medische apparatuur.

    Ook nu de EPA onder Joe Biden valt, zijn de registratie en de regelgeving van het instituut nog steeds belabberd volgens Lerner, vooral op een onevenredig groot aantal plekken waar arme mensen en mensen van kleur wonen. Volgens een groep vrouwen uit Texas houdt hun diagnose van borstkanker verband met blootstelling aan ethyleenoxide.


    Android verzendt meer gegevens

    iPhones en Android-telefoons sturen continu gegevens naar Apple of Google, zoals locatie, telefoonnummer en lokale netwerkgegevens, ook als gebruikers zich hebben afgemeld.

    Zelfs als de telefoon niet wordt gebruikt, wordt gemiddeld elke 4,5 minuten verbinding gemaakt met de servers. Privacy-instellingen geconfigureerd? Maakt niets uit, de telefoons blijven gegevens verzenden.

    Maar er is wel een verschil, aldus de New Yorkse technologiesite Ars Technica. Douglas Leith van Trinity College in Ierland vergeleek de twee systemen en Android, het besturingssysteem van Google, verstuurt ongeveer twintig keer zoveel data als Apple. 

    Bij het opstarten stuurt een Android-apparaat Google ongeveer 1 MB aan gegevens, iOS Apple ongeveer 42 KB. Als de telefoon niet actief is, stuurt Android elke twaalf uur ongeveer 1 MB aan gegevens naar Google, terwijl iOS Apple ongeveer 52 KB verzendt.

    Alleen al in de VS verzamelt Android in totaal elke twaalf uur ongeveer 1,3 TB aan gegevens. In dezelfde periode verzamelt iOS ongeveer 5,8 GB.


    China wil eigen halfgeleiders

    Als ’s werelds grootste verbruiker van halfgeleiders was China sterk afhankelijk van aanvoer uit het buitenland. Die afhankelijkheid werd pijnlijk duidelijk tijdens de handelsoorlog tussen China en de VS onder Donald Trump. Die verbood in 2019 de export van halfgeleiders waardoor de toevoer naar Huawei werd afgesneden, schrijft het Berlijnse Tageszeitung.

    Vorig jaar verbood hij het bedrijf zelfs zaken te doen met leveranciers uit andere landen die Amerikaanse componenten gebruiken. Binnen enkele maanden verdween Huawei uit de top 5 van ’s werelds meest succesvolle smartphonefabrikanten.

    Sindsdien heeft president Xi Jinping ‘technologische zelfvoorziening’ uitgeroepen tot een van de kerndoelen. Een van de belangrijkste doelen in het huidige vijfjarenplan is om in de toekomst belangrijke technologie zelf te produceren. In 2020 ondersteunde de Chinese staat producenten van halfgeleiders met minstens 35 miljard dollar, ruim 400 procent meer dan in 2019. Maar China is er nog lang niet: alleen al het Amerikaanse Intel investeert jaarlijks 13 miljard dollar in onderzoek.


    Spanje herziet mondkapjesplicht

    Afstand houden is niet langer een bepalende factor voor het wel of niet dragen van een mondkapje in Spanje, meldt El País. Deze week is een wet van kracht geworden die mondkapjes verplicht stelt in alle openbare ruimtes, ongeacht de afstand tussen mensen.

    De deelregering van de Balearen liet al weten dat de wet niet zal worden gehandhaafd op stranden en in zwembaden. Tot nu toe waren regionale regeringen vrij om regels naar eigen inzicht aan te passen, maar volgens de nieuwe wet mag dat niet meer. De zwaar getroffen toerismesector vreest dat de mondkapjesplicht verdere schade zal aanrichten.


    Saoedi-Arabië wil fors investeren

    Saoedi-Arabië spendeert de komende tien jaar meer dan in de driehonderd jaar sinds de oprichting van de staat in 1744, aldus kroonprins Mohammed Bin Salman in Middle East Eye. Hij sprak deze week over zijn ambitieuze Vision 2030, zijn plan om de economie te transformeren middels een partnerprogramma tussen private en publieke partijen.

    De particuliere sector wordt gemobiliseerd om de economie af te helpen van afhankelijkheid van olie

    Oliegigant Aramco en petrochemiebedrijf SABIC moeten het voortouw nemen voor investeringen van 5 biljoen riyals (1,1 biljoen euro) door de lokale particuliere sector tot 2030. De particuliere sector wordt gemobiliseerd om de economie af te helpen van afhankelijkheid van olie. Die zorgt vooralsnog voor ruim de helft van de inkomsten van het Koninkrijk.

  • Volgens deze ‘piraten van de techindustrie’ is een nieuwe iPhone doodzonde van je geld

    Volgens deze ‘piraten van de techindustrie’ is een nieuwe iPhone doodzonde van je geld

    De jongens achter het bedrijf iFixit laten zien hoe je alles kunt repareren, van iPhone tot broodrooster. Hun missie is niet zo veel mogelijk geld verdienen, maar ‘de groei van de wegwerpcultuur bestrijden’. Ze bouwden er een enorm bedrijf mee op – en kregen het met Apple aan de stok.

    Keuze uit het archief

    Sinds vrijdag ligt de nieuwe iPhone 17 van Apple, de zoveelste versie, in de winkels. Advertenties moeten klanten verleiden om hun oude mobiel – kapot of niet – weg te doen en over te stappen op het nieuwste model. Dit artikel van het ondernemersblad Inc. uit 2020 laat zien hoe het anders kan: bespaar geld en spaar het klimaat door zelf je kapotte mobiel te repareren. Het bedrijf iFixit wil je er graag bij helpen.

    ‘Ga daar maar op staan,’ zegt Kyle Wiens, terwijl hij zich tegenover zijn bezoeker opstelt en zijn hand uitsteekt naar de schakelaar. Er klinkt elektrisch gezoem, waarna een zachte schok volgt en de grond wegvalt. Het is een hefbrug, afkomstig van een autodealer en nu op een betonnen plaat gezet in Wiens’ achtertuin in Atascadero, Californië.

    Wiens, gekleed in jeans en houthakkershemd en met een ziekenfondsbrilletje en het soort kapsel dat je jezelf kunt aanmeten met een botte schaar, heeft een glooiend perceel van een hectare met uitzicht op Highway 101, halverwege Los Angeles en San Francisco. De hoge heuvels verderop zijn groen van de overvloedige regen van afgelopen winter. Er staat een gestuukt woonhuis op het terrein plus een geprefabriceerd bijgebouw, een kippenren, een patio met een gigantische grill en een werkschuur die plaats biedt aan motorfietsen, crossmotoren, kajaks, wetsuits, een generator, een compressor, een lasbrander, hamers, moersleutels en boren, evenals diverse stapeltjes gedemonteerde onderdelen: Wiens’ vele lopende werkzaamheden. De hefbrug staat vlak naast de schuur. Wiens gebruikt hem voor klussen die de meeste mensen aan een professional zouden overlaten, zoals de transmissie van een truck vervangen. En als een goedkope vorm van vermaak: ‘Het is zo’n cool ding!’

    Levenswerk

    De hefbrug staat er ook omdat dingen repareren zijn levenswerk is. De 33-jarige Wiens is medeoprichter en CEO van iFixit, een bedrijf dat volgens hem als missie heeft ‘iedereen te leren hoe je alles kunt fiksen’. Op de website van iFixit vind je een enorme bibliotheek van stap-voor-stapinstructies op ieder denkbaar gebied: remmen afstellen, een lekkende brandstoftank van een motorfiets repareren, de bumpersensoren op een Roomba-stofzuiger plaatsen, een papierversnipperaar weer aan de praat krijgen, een zool weer op een schoen bevestigen, een vuur maken zonder lucifer, een kras in een brillenglas opvullen, een verwarmingselement van een waterkoker vervangen en – iFixits specialiteit – allerlei subtiele reparaties uitvoeren aan laptops en mobieltjes van Apple. Meer dan 25.000 handleidingen in totaal, voor meer dan 7000 objecten en apparaten. Volgens Wiens hebben vorig jaar 94 miljoen mensen overal op de wereld met behulp van iFixit geleerd dingen weer tiptop in orde te krijgen, wat eerlijk gezegd een klein beetje tegenviel. Wiens had gemikt op 100 miljoen.

    Een deel van de kennis op de website van iFixit komt uit eigen koker. Het meeste komt, à la Wiki, van overal op de wereld. In beide gevallen is de informatie gratis. Je hoeft je niet in te schrijven. Er wordt geen reclame gemaakt. iFixit haalt ongeveer negentig procent van zijn omzet uit de verkoop van onderdelen en gereedschap aan mensen die niet zouden weten wat ze daarmee aan moesten als iFixit niet ook zoveel waardevolle informatie weggaf. De rest komt van het in licentie geven van de software die iFixit heeft ontwikkeld voor het schrijven van zijn online handleidingen, en van het opleiden van onafhankelijke reparateurs, zo’n 15.000 tot nu toe, die hun eigen zaak runnen met steun van iFixit.

    ‘Onze impact op de economie is veel groter dan wat we er zelf aan overhouden,’ geeft Wiens toe. Daar zit hij niet mee. Zo bereik je alles en iedereen. Maar het is een echt bedrijf. Zestien jaar oud, 125 werknemers [toen dit artikel geschreven werd], vijf keer aanvoerder van de Inc. 5000-lijst van snel groeiende ondernemingen met een jaarlijkse groei van dertig procent, een omzet van 21 miljoen dollar en een stabiele winst. ‘We geven een heleboel gratis weg,’ zegt medeoprichter Luke Soules (32). ‘Dat vinden we leuk en het werkt, ook al geeft maar een fractie van die mensen ons geld.’

    De afvalscheidingsbakken hebben een iFixit-logo, de vuilnisbakken een Apple-logo

    Bedenk eens hoe wij consumenten ons tot onze elektronische hebbedingetjes verhouden. We kunnen niet zonder, maar we hebben geen idee meer wat er zich onder hun glanzende buitenkant afspeelt. Als ze kapot gaan, zijn we reddeloos verloren; we willen meteen een nieuwe. Maar dat consumentengedrag heeft gevolgen: gevolgen voor het milieu, omdat onze afgedankte giftige technologie op vuilnisbelten belandt; gevolgen voor onze grondstofvoorziening, omdat eindige voorraden van cruciale elementen als iridium snel worden geconsumeerd en afgedankt; gevolgen voor de economie, omdat we onze zakken razendsnel legen om maar bij de tijd te blijven; en gevolgen voor ons mens-zijn, omdat we steeds gefrustreerder raken door de magische objecten waarvan we afhankelijk zijn.

    iFixit en zijn nobele missie lijken misschien geen grote bedreiging voor wie dan ook, en al helemaal niet voor het meest winstgevende bedrijf ter wereld, maar toch houdt Apple iFixit angstvallig in de gaten. Apple houdt niet van iFixit, omdat iFixit zijn eigen versies van Apples uiterst geheime reparatiehandleidingen schrijft en die met iedereen deelt. Het maakt onderdelen voor Apple-apparatuur na en levert die samen met zelf ontworpen pincetten, plastic beiteltjes en schroevendraaiers in betaalbare doet-het-zelfkits. Met behulp van iFixit kun je een gebarsten scherm of een kapotte batterij veel goedkoper vervangen dan als je met je probleem naar een Apple-winkel gaat, wat misschien toch al geen optie voor je is, afhankelijk van waar je woont. Daar komt bij dat iFixit je geen nieuwe telefoon zal proberen aan te smeren. (Apple is diverse malen benaderd om commentaar te leveren voor dit verhaal, maar heeft dat steeds geweigerd.)

    Maar iFixit houdt ook niet van Apple. In het hoofdkwartier van iFixit in San Luis Obispo, Californië, hebben de afvalscheidingsbakken een iFixit-logo, dat op een kruiskop lijkt, en de vuilnisbakken een Apple-logo. In acht Amerikaanse staten procederen de twee bedrijven over de zogeheten recht-op-reparatiewetgeving (‘Je moet vechten voor je recht om te repareren’) die, als ze wordt aangenomen, een eind zal maken aan de enorme reparatie-inkomsten die Apple aan zijn monopoliepositie dankt. Hoe gigantisch die inkomsten zijn meldt Apple niet, maar het zakenblad Warranty Week schat dat AppleCare, Apples verlengde garantieregeling waarvoor een abonnement kan worden afgesloten, het bedrijf in 2016 wereldwijd maar liefst 5,9 miljard dollar heeft opgeleverd. ‘Het is het grootste programma voor verlengde garanties ter wereld,’ zegt redacteur Eric Arnum van Warranty Week. ‘Groter dan dat van General Motors, Volkswagen of Walmart.’

    ‘We geven een heleboel gratis weg. Dat vinden we leuk’

    iFixit zou niet bestaan als Apple er niet was, en alles wat daarmee samenhangt – de innovaties, de alomtegenwoordigheid en de arrogantie. Als je het zo beschouwt is iFixit eigenlijk een parasiet. Of misschien een loodsmannetje, dat meezwemt met de haai en leeft van de restjes. Maar dat doet geenszins recht aan de radicale missie van dit bedrijf, noch aan de ambitie van de oprichters, zaken waarover Wiens langdurig heeft nagedacht.

    ‘Ik maak me echt zorgen over de transitie naar een wereld waarin we niet meer begrijpen wat er in onze spullen zit,’ zegt hij. ‘Waarin we bang zijn voor techniek, voor feiten, voor zelf prutsen. Als je een telefoon of een voicerecorder uit elkaar haalt en er genoeg van begrijpt om hem te kunnen repareren, gaat er een schakelaar om in je hoofd. Je verandert van alleen maar een consument in een deelnemer.’ Dat is misschien niet zo cool als je eigen hefbrug in je achtertuin, maar nog altijd behoorlijk cool.

    Wiens en Soules zijn allebei opgegroeid in Oregon, maar ze hebben elkaar pas ontmoet op de California Polytechnic State University, waar het motto ‘Al doende leren’ is. Dat was in 2003, en sindsdien zijn ze samen, als vrienden, zakenpartners en rivierkajakkers. (Toen Wiens aankondigde dat hij ging trouwen, zeiden zijn andere vrienden hem dat hij dan eerst van Soules zou moeten scheiden.) Wiens praat meer dan Soules en slaapt minder; hij is het publieke gezicht van iFixit, de grote uitlegger en strateeg. Soules houdt toezicht op de bedrijfsvoering en de Chinese aanvoerketen van iFixit; hij is ook piloot en klarinettist. Op de universiteit vonden ze elkaar omdat ze allebei nerds waren. ‘Ik weet nog dat hij met kerst naar huis ging,’ zegt Soules over Wiens. ‘Hij had zo’n grote ouderwetse desktopcomputer. Die nam hij mee in de trein.’

    Wiens’ andere computer was een Apple iBook G3, de gewelfde, snoepkleurige laptop die ook wel bekendstaat als de ‘wc-bril-Mac’. Toen hij die op een dag liet vallen was hij kapot. Wiens zat er niet mee. Als kind waren hij en zijn broer altijd bezig met het uit elkaar halen en weer in elkaar zetten van de oude radio’s en keukenapparatuur die hun grootvader meebracht uit de kringloopwinkel. ‘Die was zijn hele leven bezig dingen te maken en te onderhouden’, schreef Wiens in 2013 over zijn grootvader in een artikel op de website van The Atlantic; hij leerde Wiens oorlog voeren tegen ‘entropie: de tweede wet van de thermodynamica die garandeert dat alles op den duur verslijt’; en stuurde hem naar de universiteit met een gereedschapskist en een soldeerbout.

    Wiens had een reparatiehandleiding voor de G3 nodig. Hij zocht tevergeefs op internet. Apple deelt zulke informatie niet met zijn klanten. Daar baalde hij van. Het was tenslotte zijn computer. Zelf gekocht en betaald. Waarom had hij dan geen toegang tot de werking ervan? Dit kan zo niet, herinnert Wiens zich dat hij dacht, en daarmee was het idee voor een bedrijf geboren.

    Wiens en Soules werkten het de jaren daarna verder uit. Aanvankelijk wilden ze hun eigen reparatiehandleidingen schrijven en verkopen, maar – eerste les – informatie is geen gemakkelijk verdienmodel. Maar onderdelen en gereedschap wel, dus werden Wiens en Soules online wederverkopers van gereedschap en moeilijk te krijgen onderdelen. Ze noemden hun bedrijfje PowerBook Fixit, totdat Wiens bang werd dat Apple hen zou aanklagen wegens schending van hun handelsmerk. Daarna probeerden ze PBFixit, dat ook niet aansloeg. ‘Mensen dachten dat PB voor Peanut Butter, pindakaas stond,’ zegt Soules. Toch kwamen er mensen op af. ‘De eerste maand verdienden we niets,’ zegt Wiens. ‘Maar de tweede maand wel. En sindsdien hebben we altijd geld verdiend.’

    Ze woonden samen op een kamer, sliepen in een stapelbed zodat ze meer ruimte hadden voor inventaris. In hun tweede studiejaar verhuisden ze van de campus naar een tweekamerflat, en uiteindelijk naar een huis met drie slaapkamers en een garage voor drie auto’s die als opslagplaats voor onderdelen fungeerde. Het runnen van een bedrijf en tegelijkertijd studeren bracht bepaalde uitdagingen met zich mee. ‘Dan zat ik aan de telefoon met een klant om hem te begeleiden bij de installatie van een harde schijf en tegelijkertijd op de klok te kijken terwijl ik dacht: Over twintig minuten heb ik een tentamen,’ zegt Wiens. ‘Dat kun je moeilijk tegen een klant vertellen.’ Uiteindelijk huurden ze personeel in. Op een dag arriveerde er een werknemer bij hun huis die zijn sleutel was vergeten, dus peuterde hij het slot open. De baas was onder de indruk. ‘Tot op de dag van vandaag leren we nieuwe werknemers nog altijd om sloten open te peuteren,’ zegt Wiens. (iFixit heeft zelfs ooit sets verkocht voor het open peuteren van sloten, maar dat bracht bepaalde complicaties met zich mee; het is illegaal om die te versturen via de Amerikaanse posterijen.)

    ‘We deden van meet af aan veel aan klantbegeleiding,’ zegt Wiens. ‘Dan zei een klant: “Nou, bedankt voor de onderdelen, maar hoe installeren we die?” Dus schreven we een handleiding voor ze. En dan zeiden ze: “Nou, dat is allemaal mooi en aardig, maar we hebben geen gereedschap,” en dus verkochten we ze het gereedschap. En dan zeiden ze: “Nou, dat gereedschap is te duur,” en dus begonnen we zelf kits samen te stellen en berekenden het gereedschap door in de prijs van de onderdelen. Het bleek dat we iets deden wat uniek was in de onderdelenbranche.’

    Het jaar dat ze afstudeerden, 2007, was ook het jaar dat de iPhone zijn debuut maakte, wat voor een ingrijpende omslag in hun inkomstenstroom zorgde van het repareren van computers naar het repareren van mobiele telefoons. Wat was begonnen als een parttime hobby was nu een winstgevend, snel groeiend bedrijf. Het leverde ze niet alleen zakgeld op, maar genoeg om hun hele studie te betalen. Het stelde ze ook in staat een aanbetaling te doen voor het huis van 690.000 dollar in Atascadero dat in de loop der jaren als hun gemeenschappelijke woonhuis, personeelsonderkomen en iFixit-hoofdkwartier fungeerde, en soms alle drie tegelijk. Soules herinnert zich dat hij tijdens zijn laatste studiejaar dacht: Dit zou heel goed onze broodwinning kunnen worden. Daar had hij nooit eerder bij stilgestaan. Dus over een baan zoeken hoefden ze zich geen zorgen meer te maken.

    Als een pas geopende doos elektronica

    De voordeur van het iFixit-hoofdkwartier aan de rand van het centrum van San Luis Obispo zit op slot. Op een bordje staat: ‘Alleen op afspraak.’ Maar er is een bel, waarop een glimlachende twintiger met een baard reageert. Hij gaat me via een lege wachtkamer voor naar een loods met stalen balken en dakramen waar andere twintigers met een baard zitten plus een aantal vrouwelijke collega’s. Hier huisde vroeger de autodealer waar Wiens zijn hefbrug vandaan heeft. De andere hefbrug heeft hij buiten laten staan ten bate van zijn werknemers, al is onduidelijk hoevelen van hen autorijden, laat staan een auto bezitten. Op hun eerste werkdag ontvangen alle werknemers van iFixit, naast een bureau dat ze geacht worden zelf in elkaar te zetten, vierhonderd dollar voor de aanschaf van een fiets. Het parkeerterrein is meestal leeg.

    Het renoveren van de plek kostte meer dan een jaar. De grootste uitdaging, zegt Wiens, was uitvogelen hoe er een verdieping in de bestaande structuur kon worden aangebracht en hoe alles waterdicht kon worden gemaakt zonder het dak eraf te halen. (‘Het is veel moeilijker om een bestaand gebouw voor andere doeleinden in te richten dan iets nieuws te bouwen van de grond af aan,’ geeft hij toe, wat kennelijk niet ironisch is bedoeld.) De centrale ruimte wordt in tweeën gedeeld door een monumentale trap van gerecycled acacia- en walnotenhout. Een tweetal monitors op de overloop houdt de wereldwijde activiteit op de website bij. De lambrisering bovenaan de trap is gemaakt van eikenhouten planken die zijn afgedankt door wijnmakerijen in de streek. Het ruikt hier lekker. Niet naar hout of wijn, maar vertrouwd en schoon. Als een pas geopende doos elektronica.

    Soules bezoekt deze week leveranciers in China, maar Wiens tref ik aan achter zijn ‘bureau’ op de bovenverdieping. Het is een op wandeltempo afgestelde loopband achter een hoge tafel met een stapel verouderde softwarehandleidingen erop die bedoeld is om zijn laptop op te plaatsen.

    Wiens loopt er niet mee te koop, maar hij is een vrome christen. Jen Wiens, bedrijfsleider van iFixit, wist niet wat ze van haar toekomstige echtgenoot moest denken toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten tijdens Bijbelles: een constante prater, een onverzadigbare lezer (later ontdekte ze dat hij luisterboeken op dubbele snelheid afspeelt) en een man van grote ideeën en nobele uitspraken. ‘Ik werkte bij een advocatenkantoor in het centrum,’ zegt ze. ‘Ik was altijd behoorlijk moe na een dag van veertien uur. Dan kwam hij naast me zitten en praatte aan één stuk door. Hij was altijd opgewonden. Uiteindelijk besloot ik dat ik misschien maar eens moest luisteren naar wat hij zei.’

    Tijdens een van hun eerste keren samen vertelde Kyle Jen dat hij de wereld wilde veranderen. Hij studeerde nog en was bezig de details uit te werken voor zijn grote plan ‘om de groei van de wegwerpcultuur te bestrijden’, zoals hij jaren later schreef in het handboek voor iFixit-werknemers (een vijftig pagina’s tellend manifest dat is verluchtigd met tekeningen uit een padvindershandboek uit 1903), ‘duurzaam ontwerp te promoten, eigendomsrechten te verdedigen en licht te werpen op de verwoestende effecten van elektronische verspilling’. Zover was Kyle nog niet helemaal, maar ook toen was het Jen al duidelijk dat als hij het over het veranderen van de wereld had, hij iets meer bedoelde dan een piepklein hoekje van de techindustrie verstoren en een heleboel geld verdienen. ‘Ik wist waar hij op aanstuurde,’ zegt ze.

    Waar hij op aanstuurde was natuurlijk dit bedrijf dat uiteindelijk de woede van Apple zou wekken. Maar het zou ook een paar verlichte zakenpartners aanspreken, met name Patagonia, dat met behulp van iFixit de levenslange garantie waarmaakt die het op al zijn kleding geeft. ‘We zijn echt onder de indruk van hun ethiek,’ zegt Nellie Cohen, programmamanager ‘gedragen kleding’ van Patagonia.

    ‘Onze impact op de economie is veel groter dan wat we er zelf aan overhouden’

    In sommige opzichten is iFixit een conventioneel succesverhaal. Het heeft geld verdiend, zeker, maar niet zoveel als het had kunnen verdienen als dat al die tijd het belangrijkste doel was geweest. Een van de redenen waarom de oprichters een paar jaar geleden zijn gestopt met het dingen naar een plek op de Inc. 5000-lijst is volgens Wiens dat ze niet op contact met mogelijke investeerders zitten te wachten. ‘Ik denk dat we allebei bang zijn voor de verantwoordelijkheid om te groeien en ten koste van alles geld te verdienen die dat met zich mee zou brengen,’ zegt Soules. En iFixit heeft al veel meer impact, zowel op zijn eigen branche als daarbuiten, dan bedrijven die vele malen groter zijn: het bereikte vorig jaar 94 miljoen doe-het-zelvers en heeft duizenden technici opgeleid overal in de VS.

    ‘Ik kan niets anders bedenken dat zo opwindend en zo nodig is als dit,’ zegt Wiens. In een wereld die in het teken staat van een reusachtige economische tweedeling kan iFixit naar zijn overtuiging helpen het bezit van technologie betaalbaarder te maken en kansen te creëren voor onafhankelijke reparatiewinkels. Voeg daar het milieuvoordeel van minder spullen weggooien bij, plus misschien het menselijke voordeel dat we allemaal een tikkeltje gelukkiger worden.

    Een van Wiens’ lievelingsboeken is De wereld buiten je hoofd van Matthew Crawford, die verbonden is aan de Universiteit van Virginia en zowel natuurkunde als politieke filosofie heeft gestudeerd. Zijn boek verbindt die twee vakgebieden met lessen die hij tijdens zijn andere carrière heeft geleerd, als monteur van motorfietsen. ‘Wij hebben ons ontwikkeld tot gereedschapsgebruikers,’ zegt Crawford. ‘Wat mensen zoeken is de basale ervaring van het zelf doen, om te zien wat het gevolg is van je eigen handelingen en om je eigen boontjes te kunnen doppen.’

    Dat Wiens en Soules een bloeiend bedrijf hebben opgebouwd dat daarbij kan helpen? Heel erg cool.

    Wetgeving

    Acht Amerikaanse staten beraden zich op wetgeving die iFixit dolblij zou maken en Apple woedend.

    De eerste auto die ik bezat was een Ford Maverick uit de jaren zeventig. Als je de motorkap opendeed was alles een fluitje van een cent: bougies vervangen, v-snaren vervangen, olie verversen. Auto’s van tegenwoordig zitten bomvol elektronica en software. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet te repareren zijn door iemand anders dan de fabrikant, wat autobedrijven ons ook proberen wijs te maken.

    Dat was de inzet van het Reparatierecht-wetsvoorstel in Massachusetts dat in 2012 met 86 procent van de stemmen werd aangenomen. Het gaf autobezitters en onafhankelijke garagisten toegang tot dezelfde diagnostische hulpmiddelen, reparatiehandboeken en firmware als officiële dealers.

    Nu zetten acht Amerikaanse staatsparlementen zich in voor wetgeving die dit idee uitbreidt tot computers, smartphones en tractors. ‘Reparatie is onmogelijk zonder toegang tot informatie,’ zegt Gay Gordon-Byrne, directeur van het lobbykantoor Repair Association. Het eerste wetsvoorstel is in januari ingediend door Lydia Brasch, afgevaardigde van een ruraal district in het noordoosten van Nebraska. Ze heeft er genoeg van om honderddertig kilometer te moeten rijden naar Omaha, waar zich de enige Apple-winkel in Nebraska bevindt, om haar computer te laten repareren. Haar man Lee, een maïs- en sojaboer van de vijfde generatie, heeft soortgelijke problemen gehad met zijn John Deere-maaidorser van 300.000 dollar. (John Deere, zegt Gordon-Byrne, is ‘de agrarische Apple’.)

    Apple, dat niet heeft gereageerd op herhaaldelijke verzoeken om commentaar voor dit artikel, is niet blij met wat er in Nebraska gebeurt, en in Kansas, Minnesota, New York, Tennessee, Illinois, Massachusetts en Wyoming. Kortgeleden heeft het bedrijf een delegatie naar de hoofdstad Lincoln van Nebraska gestuurd om met Brasch te praten. De lobbyisten van Apple waren aanvankelijk ‘hoffelijk’, meldt ze. Ze boden aan in te stemmen als ze een uitzondering maakte voor smartphones. Daarna probeerden ze haar bang te maken en waarschuwden dat als het wetsvoorstel werd aangenomen, Nebraska een ‘mekka voor hackers en criminelen’ zou worden.

    Maar Brasch trapt er niet in. ‘Hoeveel miljarden heb je nodig?’ vraagt ze zich af. ‘Er zou een partje appel moeten overblijven dat de rest van ons kan delen.’

    Testcase

    Ik heb een Fixit-kit geprobeerd om mijn kapotte iPhone repareren.

    De iPhone 5C van mijn werk deed het prima tot de dag dat hij het begaf. Het scherm viel uit. Geen barsten in het glas, alleen een dicht web van verticale golfjes waardoor het display onleesbaar was. Apple zegt dat zijn telefoons drie jaar moeten meegaan. De mijne ging tweeënhalf jaar mee.

    De garantie was inmiddels verlopen, waar ik van zou hebben gebaald als ik het zelf moest betalen, maar dat was niet zo. Mijn werk stuurde een vervanger en de 5C verdween in een la, waarin volgens een door wederverkoper SellCell.com gesponsorde studie voor 13 miljard dollar aan oude mobieltjes huist.

    Toen hoorde ik over iFixit en vroeg ik me af of een kluns als ik echt zijn oude telefoon zou kunnen repareren. Bemoedigend was dat de 5C volgens iFixit een reparabiliteitsscore van zes heeft op een schaal van tien, wat niet slecht is. (Mijn nieuwe Galaxy S6 Edge haalt maar drie.) En dat mijn specifieke klus, het vervangen van het voorpaneel, 32 stappen impliceerde en dertig minuten tot een uur zou vergen, met een ‘gemiddelde’ moeilijkheidsgraad – niet ‘gemakkelijk’, maar ook weer niet ‘zeer moeilijk’ was. Ik bestelde de volledige kit, met gereedschap, voor 54,95 dollar plus verzendkosten.

    Het eerste wat ik deed toen mijn pakketje arriveerde was de zes minuten lange demontagevideo op iFixits website bekijken. Daarna dook ik in de geïllustreerde instructies. Stap 12, het verwijderen van de vier oneindig kleine kruiskopschroefjes waarmee het voorpaneel vastzit op het moederbord, kostte me de meeste hoofdbrekens. De schroefjes oogden identiek, maar ze zijn het niet. ‘Als u bij vergissing de schroef van 3,25 mm of 1,7 mm in het gaatje rechts onderaan draait, heeft dat aanzienlijke schade voor het moederbord tot gevolg en zal de telefoon niet langer naar behoren werken’, lees ik.

    Ik was er destijds niet zeker van of ik die fout niet had gemaakt. (Ik adviseer dat u uw werkblad leegmaakt voordat u begint; een magnetisch matje zou ook handig zijn geweest.) Maar ik zette door. Na het weer indraaien van de laatste twee ‘Pentalobe’-veiligheidsschroefjes (Apple-nomenclatuur) die het omhulsel borgen, drukte ik op de aan/uitknop, hield mijn adem in en aanschouwde vol trots een verlicht scherm. Mijn oude 5C, zo goed als nieuw. Ik liet het zien aan mijn vrouw. Daarna gooide ik hem weer in de la.

  • 7. Wij zijn de beschaving

    7. Wij zijn de beschaving

    De Italiaanse romancier Alessandro Baricco waande zich een tamelijk onwetende archeoloog die onderzoek ging doen naar alle grote digitale bolwerken alsof het ruïnes zijn van een geheimzinnige verdwenen beschaving. Op het Forum spreekt hij over zijn nieuwe creatie. In La Repubblica schreef hij er alvast over.

    De vraag of ons met de digitale revolutie nou eigenlijk een 
oor wordt aangenaaid bleef me bezighouden. Bovendien was er intussen heel veel nieuws te melden 
en was alles een stuk duidelijker geworden. In 2006, toen ik De Barbaren schreef, tastten we nog in het duister, zogezegd. De iPhone bestond nog niet eens. En ook Youporn niet, en van twitteren had nog nooit iemand gehoord. Kortom, hoog tijd voor een update.

    Dus heb ik me in de materie verdiept en her en der mijn licht opgestoken. 
En nu ben ik bezig met de laatste 
bladzijden. Enigszins uitgeput, maar op de manier van iemand die in zijn eentje rond de wereld is gereisd en 
zich helemaal top voelt, afgezien van een vreemde trilling in zijn oog en terugkerende nachtmerries. Voor het schrijven van de laatste bladzijden van De Barbaren ben ik indertijd afgereisd naar de Chinese Muur: toen wilde ik trachten duidelijk te maken dat het optrekken van muren tegen de digitale vloedgolf net zo’n schitterend en stompzinnig idee was als dat van die muur, die er in de geschiedenis nooit in was geslaagd een invasie van volkeren uit het noorden tegen te houden. En dus zat ik eerst urenlang in een vliegtuig en liep vervolgens zeven uur lang over de Chinese Muur. Op een gegeven moment kruiste ik twee 
Amerikanen die hem helemaal rennend aflegden. Wat voor idiote dingen je ook doet, er is altijd iemand die nog idioter is dan jij.

    Dit keer ben ik naar Silicon Valley gegaan. Een mythische plek, maar 
van een heel ander kaliber, dat moge duidelijk zijn. Ik heb het gedaan omdat een van de dingen die ik me de afgelopen twee jaar tijdens mijn onderzoek heb gerealiseerd is dat het echt allemaal dáár is begonnen, binnen een straal van luttele kilometers, en dat 
het nog steeds allemaal daar gebeurt, binnen diezelfde straal van luttele 
kilometers. De navel van de wereld. Een soort Florence in de renaissance,
 of Parijs in de jaren twintig.

    Ik bestudeerde ze al twee jaar op afstand, die vaders van de digitale revolutie. Allemaal Amerikanen, allemaal wit, allemaal man, bijna allemaal ingenieur. Ik had inmiddels het idee dat ik hen begreep: ik kende hun tics, hun mythen, wat ze deden toen ze jong waren en hoe hun geest werkte. Het enige wat ik niet wist was wat ze zagen als ze uit het raam keken en hoe de plekken eruitzagen waar ze ontbeten. En daarom ging ik erheen. Het stelt niet veel voor. Wat ze zien als ze uit het raam kijken, bedoel ik. Het stelt niet veel voor. Silicon Valley is zo’n plek in Amerika die overal in Amerika zou kunnen zijn. Het is het soort plek 
waar je de snelweg neemt om naar 
de kapper te gaan. Anders raak je verdwaald in gigantische, als kruiswoordraadsels ontworpen woonwijken.

    Tekenen van een mensheid

    De namen van de steden zijn inmiddels legendarisch: Palo Alto, Mountain View, Cupertino, Menlo Park. Je stelt je daar megahippe plekken bij voor, maar uiteindelijk vind je er, naast bungalows en villa’s, niet veel meer dan een 
aardige hoofdstraat, downtown, waar de restaurants er aantrekkelijk uitzien maar de meubelwinkels bijvoorbeeld een aanfluiting zijn, met interieurs die zelfs in de provincie diep in de vorige eeuw al volstrekt gedateerd waren. 
Het valt moeilijk te begrijpen: je zoekt naar tekenen van een mensheid die jaren op de rest voor zou moeten 
lopen en vindt jezelf uiteindelijk terug tussen de divans in gothic country style. Tja… Ook kwam ik door een geestig misverstand terecht in een motel in indianenstijl, in die zin dat ze er 
lederen schemerlampen hadden, nachtkastjes met houten vossen erop en portretten van Pawnee-indianen aan de muur: maar geen etnisch of politiek correct spul, nee, echt van die goedkope namaakrommel die je in 
de jaren vijftig wel bij vrouwen met krulspelden in de zitkamer aantrof. In de hal hing een foto van de opening, uit 1959 inderdaad, iedereen in zwart-wit lachend naar de fotograaf. Ook nu hangt er nog steeds een zweem van trots in de lucht, net als er koeienhuiden aan de muren hangen en nep-Comanchetapijten op de vloer liggen. Het zette me aan het denken, want tien minuten verderop bevindt zich het hoofdkwartier van Apple, om maar iets te noemen, en dus kwam ik tot de volgende overweging: als deze mensen, die op steenworp afstand wonen 
van Google, Apple, Facebook, en van duizenden digitale startups, als deze mensen nog steeds in huizen wonen met een lederen schemerlamp, pijl 
en boog aan de muur en houten minibizons als snuisterij, waarom maken we er ons op duizenden kilometers afstand dan zorgen over dat ze er met onze Vlaamse primitieven en de muziek van Schubert vandoor zullen gaan? Nee, ik meen het, die paranoia van ons zal toch niet onterecht zijn?

    Want paranoïde zijn we, dat lijkt me duidelijk, en daarom heb ik dit boek 
ook geschreven: in zekere zin is het een vervolg op De Barbaren, maar toch ook weer niet. Dit keer ben ik namelijk verder gegaan, of dichterbij gebleven, dat hangt ervan af hoe je het bekijkt – het resultaat had een betrouwbare en voor zover mogelijk mooie atlas moeten worden van de aarde die we zijn gaan bewonen nadat we de rampzalige twintigste eeuw achter ons hadden gelaten. En inderdaad zag ik na een tijdje dat er onder mijn ogen een kaart ontstond, onnauwkeurig, zeker, maar tamelijk geloofwaardig, vol met dingen die ik niet wist, met continenten waarvan ik het bestaan vermoedde maar waar ik nooit een goed beeld van had gehad, of met oceanen waarvan ik niet wist dat ze bestonden maar die er opeens waren. En naarmate die kaart groeide – en me af en toe verbaasd deed staan, door bepaalde combinaties van gebeurtenissen, of wonderen van mental design – naarmate die groeide zag ik ergens, 
ik weet niet waarvandaan, een naam opduiken die volstrekt niet van zins 
was weer te verdwijnen, zodat ik uit-eindelijk tot de slotsom kwam dat het waarschijnlijk de naam is van de maatschappij waarin we leven.

    Hoe het ook zij, toeval bestaat niet: 
als The Game daar is ontstaan, in Silicon Valley, dan was daar een reden voor. In een straal van enkele kilometers had je er militairen, de ruimtevaartindustrie, een stortvloed aan producenten van microchips, een universiteit als 
Stanford, Hollywood (zonder dromen kom je nergens), de pioniers van de 
science computer (Hewlett-Packard), en bovenal een groot aantal gestoorde hippies: de Californische tegencultuur. Stop dat allemaal bij elkaar, even goed schudden en je krijgt Steve Jobs. Het heeft even geduurd voordat ik het doorhad: ik dacht dat het een revolutie was die geheel werd geleid door ingenieurs en technocraten, maar ik had geen rekening gehouden met de afwijkende Californische manier van leven. Bij ons was het in de jaren zeventig zo dat als je een zwager had die informatica had gestudeerd, je niet avond aan avond joints met hem zat te roken, en je ook niet dacht dat hij misschien wel van plan was het systeem omver te werpen. Het was al heel wat als hij 
niet naar de kerk ging. Maar daar, in Californië, had een informatica-zwager vaak lang haar, waste zich zelden, had nerdachtige neigingen, noemde zichzelf hacker, bracht al zijn tijd door in duistere computerlabs en had een elementaire opvatting over de wereld: die moest vernieuwd. Echt, in die tijd had je op dat soort plekken tien twintigers die walgden van de way of life van hun ouders, vijf die demonstreerden tegen de Vietnamoorlog, drie die de vrije liefde praktiseerden in een 
Volkswagenbusje en twee die in een lab videogames aan het programmeren waren. Het is goed te beseffen dat we in een beschaving leven die door die laatste twee is verbeeld.

    nerd

    1. Steve Jobs poseert met een Apple II computer. 
 – © Ted / ThaiGetty; 
Stewart Brand bij New Games in Marin County. – 
© Ted Streshinsky / Getty

Stewart; 3. Brand en andere leden van Merry Pranksters controleren de instrumenten op het dak van The Bus ter voorbereiding van Acid Test Graduation in San Francisco, 1966. 
– © Ted Streshinsky / Getty

    Ze wilden de wereld veranderen, zo werd me duidelijk, en dat deden ze 
met behulp van een door ingenieurs bedacht systeem, waarvan ik uit-
eindelijk veel heb geleerd. Het werd 
het duidelijkst samengevat in een interview met Stewart Brand, een man van wie ik tot een paar maanden geleden niets wist. Hij was (is) een soort profeet, heel bekend in Silicon Valley, een beatnik die rondliep in een leren jack met franje, de effecten van lsd bestudeerde en ondertussen rondhing in de beste computerlabs. Welnu, op een keer zei hij dit in een interview: 
‘Je kunt proberen het hoofd van de mensen te veranderen, maar daar verdoe je alleen maar je tijd mee. Wat 
je wél kunt doen is de instrumenten veranderen die ze gebruiken. Doe het en je zult de beschaving veranderen.’ Laat dat tot je doordringen en opeens begrijp je veel beter wat er de laatste dertig jaar is gebeurd.

    Stewart Brand is ook de eerste mens die het idee zwart op wit heeft gezet dat ieder mens een eigen computer op zijn bureau moest hebben staan. Hij 
zei het toen dat nog klonk als ‘over twintig jaar kan iedereen thuis voor de televisie met zijn blote handen zijn eigen amandelen knippen’.

    Een paar jaar later, op een congres voor designers, werd Steve Jobs gevraagd een speech te houden. Hij was toen nog niet Steve Jobs, hij ging gewoon omdat ze hem betaalden. Toen hij de zaal betrad, realiseerde hij zich dat niemand, maar dan ook niemand wist wat software was. Oké, ik zal het proberen uit te leggen, zei hij. En welk voorbeeld gebruikte hij om het uit te leggen? Pong, een videogame, je weet wel, dat gekmakende spel met die twee rackets die omhoog en omlaag gingen en dat ellendige balletje. O ja, wie herinnert zich nog ‘Stay hungry, stay foolish’, de beroemde zin die bij alle afbeeldingen van Steve Jobs staat? Nou, die kwam niet van hem. Hij gaf het zelf toe. Van wie die wel was? Stewart Brand.

    The Game is het verhaal van een tamelijk onwetende archeoloog geworden 
die onderzoek gaat doen naar alle grote digitale bolwerken – van Google tot Apple, van Facebook tot YouTube – alsof het ruïnes zijn van een geheimzinnige verdwenen beschaving. Hij graaft, onderzoekt, bestudeert, brengt aan de oppervlakte, tart eeuwenoude vloeken, stoft fossielen af, zet zijn leven op het spel, en dat alles om te proberen erachter te komen wie die mensen waren, op wat voor manier ze dachten, waar ze bang voor waren, wat ze wilden en hoe het met ze af is gelopen. Het interessante is dat wíj die mensen zijn, die beschaving is de onze, en die geschiedenis is onze geschiedenis.

    Auteur:Alessandro Baricco
    Vertaler: Yond Boeke

    In 2006 publiceerde Baricco De Barbaren, voor wie vreest dat de digitale vloedgolf het verval van de beschaving betekende.

    Alessandro Baricco: ‘A Manifesto for the Arts’
    De Balie, 3 juni, 19.30

    La Repubblica
    Italië | dagblad | oplage 384.000

    Sinds 1976 de krant voor de intellectuele en zakelijke elite van Italië, staat politiek dicht bij de Democratische Partij (PD). Uitte gedurende Berlusconi’s laatste termijn steeds meer kritiek op de regering. Qua oplage concurrent van Corriere della Sera.

  • 3. Apple slaat terug, en trekt een blik grote namen open

    3. Apple slaat terug, en trekt een blik grote namen open

    De Californische technologiereus leek de streamingboot te hebben gemist, maar komt nu met een reeks eigen programma’s, van onder meer Steven Spielberg, 
Reese Witherspoon en Damien Chazelle .

    Apple wil dit jaar een miljard dollar besteden om films en series te produceren die exclusief beschikbaar zijn op het videoplatform van de onderneming. Dat is weinig als je bedenkt dat Netflix in 2017 zes miljard dollar uitgaf, en dit jaar nog eens twee miljard. Maar 
‘het geeft Apple in elk geval een kans om enigszins in te lopen op de grote spelers in de sector, zoals Netflix en Amazon’, schrijft The Wall Street Journal. ‘Om geloofwaardig te worden heeft Apple op z’n minst één groot 
succesnummer nodig.’

    Apples streamingbegroting wordt beheerd door ‘twee Hollywood-
veteranen’, Jamie Erlicht en Zack Van Amburg, die vorige zomer werden weggekocht bij de tv-productiemaatschappij Sony Pictures om een 
strategie uit te stippelen voor de videocontent van Apple. ‘De twee staan erom bekend dat ze in staat zijn om programma’s leven in te blazen, en beiden hebben een voorname rol gespeeld bij de ontwikkeling van de televisietak van Sony tot een van de meest indrukwekkende in Hollywood’, aldus opnieuw de WSJ.

    In de loop van dit jaar worden minimaal tien nieuwe programma’s in productie genomen

    Apple verdiende in 2016 ongeveer 
4,1 miljard dollar met iTunes, maar het aandeel van de verkoop van video’s daalt al jaren. Het werd vorig jaar geschat op 35 procent, terwijl het in 2012 nog 50 procent was. De strategie van Apple is eenvoudig, meent de website van de tv-zender CNBC. Terwijl het bedrijf een paar jaar geleden de boot miste toen het Netflix kon kopen ‘voor een kwart van de huidige prijs’, legt het zich nu toe op het produceren van eigen content. Het is nog niet bekend of die beschikbaar komt uitsluitend op iTunes, op Apple TV of op een nieuw platform. Maar in de loop van dit jaar worden minimaal tien nieuwe programma’s in productie genomen.

    Daaronder bevindt zich een serie die geheel geschreven en geregisseerd wordt door Damien Chazelle, winnaar van een Oscar voor zijn film La La Land. Volgens Variety bewijst dit jongste project van Apple ‘dat de multinational zich met volle kracht op de productie van oorspronkelijke series stort’. Een eerste aanwijzing daarvoor was de aankondiging dat men een nieuwe bewerking wilde maken van de serie Amazing Stories, die in de jaren tachtig werd geproduceerd door Steven Spielberg en waarvan nu tien afleveringen zullen worden geactualiseerd.

    Een ander krachtig signaal is volgens 
Variety de samenwerking van Apple met het productiehuis Hello Sunshine, dat wordt geleid door Reese Witherspoon en dat zeer in trek is sinds het doorslaande succes van de serie Big Little Lies (uitgezonden door de kabelaar HBO), winnaar van acht Emmy Awards en vier Golden Globes. De actrice zal 
dit jaar voor Apple een comedy, een thriller en een drama produceren, waarbij ze de hoofdrollen zal delen 
met Jennifer Aniston, die sinds Friends niet meer in een vaste rol op de 
Amerikaanse televisie te zien was.

    Vertaler: Lambiek Berends

  • 2. De transfermarkt

    2. De transfermarkt

    De grote streamingplatforms kapen overal talent weg. Zo stapten Shonda Rhimes (Grey’s Anatomy) en Matt Groening (The Simpsons) over naar Netflix. Tot wanhoop van de klassieke aanbieders.

    ‘Een schokgolf gaat door de bedrijfstak’, schreef Los Angeles Time_s vorig jaar augustus toen het nieuws bekend werd 
dat Shonda Rhimes en haar productiemaatschappij Shondaland voor Netflix zouden gaan werken. De ‘koningin’ van de Amerikaanse televisie, die onder meer de series _Grey’s Anatomy en Scandal op haar naam heeft staan, werkte meer dan vijftien jaar uitsluitend voor ABC, de algemene tv-zender van de Disney-groep. ‘Met het wegkapen van een van de grootste tv-producenten laat Netflix zien dat het koste wat kost grote namen wil aantrekken’, analyseerde de krant, waarin een andere filmproducent bekende: ‘Dit wordt een strijd zonder genade.’

    Netflix onderstreepte zijn ambities met de bekendmaking van het programma voor 2018: een praatprogramma met David Letterman, de voormalige ster van CBS, een nieuwe serie van Matt Groening, 
de schepper van The Simpsons (uitgezonden door Fox), twee vooruitbestelde seizoenen voor een nieuwe horrorserie van Ryan Murphy, producent van 
American Horror Story (op de zender FX) en dan ook nog de allereerste serie van de gebroeders Coen. De strategie is duidelijk: proberen zo veel mogelijk groepen liefhebbers binnen te halen om het aantal abonnees, nu 117 miljoen, te verhogen en vast te houden.


    Amazon Prime Video zit op dezelfde lijn en sloot een contract met Robert Kirkman, maker van The Walking Dead. De serie over zombies wordt sinds 2010 uitgezonden op het kabelnet van AMC en blijft, volgens The Verge, ‘een van de allergrootste televisiesuccessen’. De gespecialiseerde website legt uit dat Skybound Entertainment, het productiehuis van Kirkman, een meerjarig contract had gesloten met AMC, die daarmee ‘een van zijn meest rendabele producenten’ 
probeerde te behouden. Diens overstap naar Amazon maakt van dat nieuwe platform ‘een onvermijdelijke bestemming voor alle liefhebbers van het genre’.

    Vertaler: Lambiek Berends