Tag: Argentinië

  • Inflatie in Argentinië stijgt naar meer dan 100 procent

    Inflatie in Argentinië stijgt naar meer dan 100 procent

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Senegal: demonstranten steunen oppositieleider in aanloop naar proces

    » Honduras wil betrekkingen aanknopen met China

    Prijzen in Argentinië zijn in een jaar verdubbeld

    De inflatiedaling in Argentinië in de laatste maanden van 2022 was van korte duur. Na een verdere stijging met 6,6 procent in februari ‘heeft de inflatie in de laatste twaalf maanden voor het eerst sinds 1991 de 100 procent overschreden’, schrijft Clarín. De inflatie bedraagt nu 102,5 procent, hoewel de regering nog steeds hoopt deze tegen eind 2023 terug te brengen tot 60 procent.

    Dit zorgt voor snelle prijswijzigingen in winkels en supermarkten, aldus het Argentijnse dagblad. In de afgelopen vier weken is meer dan 80 procent van de standaardproducten waarmee Argentinië de inflatie berekent in prijs aangepast. Drie maanden geleden was dat nog slechts rond de 30 procent.

    Begin deze maand heeft de Argentijnse regering aangekondigd dat de bus- en treintarieven maandelijks zullen worden aangepast aan de inflatie. Veel langdurige financiële afspraken, zoals hypotheekleningen, worden al maandelijks verhoogd met het inflatiecijfer.

    Lees ook:

  • Groot deel van Argentinië getroffen door stroomuitval

    Groot deel van Argentinië getroffen door stroomuitval

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » FBI: Oorsprong coronavirus ligt in Chinees laboratorium

    » Bola Tinubu wint presidentsverkiezingen in Nigeria

    Zo’n zes miljoen gebruikers zaten zonder stroom

    Delen van Argentinië moesten het gistermiddag vanaf vier uur enkele uren lang zonder stroom stellen als gevolg van een storing in het elektriciteitsnetwerk. Het betrof met name de provincie Buenos Aires en enkele provincies daaromheen. Zo’n zes miljoen huizen, fabrieken en winkels in dat gebied kwamen zonder stroom te zitten. Door een brand in een weiland in de gemeente General Rodríguez in de provincie Buenos Aires zouden drie hoogspanningslijnen beschadigd zijn geraakt, waardoor de spanning op het nationale elektriciteitsnet wegviel, schrijft Página 12.  

    De stroomstoring veroorzaakte talloze ongemakken: mensen zaten vast in de lift, mensen die voor hun gezondheid afhankelijk zijn van elektrische apparaten konden niet geholpen worden, verkeerslichten hielden ermee op, sommige metro‘s stonden stil, televisiesignalen vielen weg en zelfs een vergadering van het parlement van Buenos Aires moest opgeschort worden, schrijft hetzelfde dagblad in een ander artikel. Gisteravond berichtte het ministerie van Energie dat rond acht uur alle hoogspanningslijnen weer normaal functioneerden.

    De Argentijnse staatssecretaris van Elektriciteit, Santiago Yanotti, schrijft in een tweet dat hij op aanwijzing van economieminister Sergio Massa de federale rechtbank in Buenos Aires heeft gevraagd onderzoek te doen naar de verantwoordelijken voor de brand in het weiland. De stroom viel uit in een week waarin Argentinië te kampen heeft met een extreme hittegolf, wat deels een verklaring kan zijn voor het ontstaan van de brand.

    Lees ook:

  • In Latijns-Amerika is horror onderdeel van het dagelijks leven

    In Latijns-Amerika is horror onderdeel van het dagelijks leven

    Latijns-Amerikaanse schrijvers als Mónica Ojeda en Samantha Schweblin zijn belangrijke namen in een nieuw soort gothic literatuur. Hun ‘gruwelijke, fantastische, speculatieve fictie’ verbeeldt de terreur waar veel vrouwen van Mexico tot Argentinië dagelijks mee te maken hebben.

    ‘Ik ben een auteur van korte verhalen, dus ik ga het ook kort houden.’ Met deze woorden sprak de Argentijnse schrijver Samantha Schweblin afgelopen woensdag tegenover een New Yorks publiek haar dank uit bij de uitreiking van de National Book Award, een van de meest prestigieuze literaire prijzen van de Verenigde Staten. Ze deelt haar prijs in de categorie vertaalde literatuur met Megan McDowell, die zorg droeg voor de Engelse vertaling van de winnende verhalenbundel Siete casas vacías (Seven Empty Houses, in het Nederlands vertaald als Zeven lege huizen).

    Het is al de derde prijs waarmee de schrijver zich dit jaar profileert. Bovendien is ze de eerste Argentijnse die de National Book Award wint sinds Cortázar dat in 1967 deed met Rayuela: een hinkelspel. Schweblin was echter niet de enige genomineerde Latijns-Amerikaanse schrijver: finaliste in dezelfde categorie was Mónica Ojeda uit Ecuador met haar roman Mandíbula (in het Engels vertaald als Jawbone). Al verschilt Schweblins stijl van die van Ojeda, Siete casas vacías en Mandíbula hebben veel gemeen: beide boeken ademen een ongewone sfeer waarin de horror flirt met het bovennatuurlijke maar ook deel uitmaakt van het verontrustende, gewelddadige dagelijkse leven van de personages. 

    GettyImages 846140432
    Voor de Calabiuza-parade tijdens de viering van de Dag van de Doden in San Salvador, El Salvador, schminken kinderen een doodshoofd op hun gezicht. Op deze feestdag worden precolumbiaanse tradities gecombineerd met de katholieke versie van Allerheiligen. – © Jan Sochor / Getty Images

    Schweblin en Ojeda zijn twee van de bekendere namen in een reeks Latijns-Amerikaanse schrijvers van wat Alejandra Amatto, onderzoeker aan de Universidad Nacional Autónoma de México (UNAM) en coördinator van het Seminar over Fantastische Literatuur aan dezelfde instelling, typeert als niet-realistische literatuur. In het rijtje Latijns-Amerikaanse schrijvers met succes bij zowel de kritiek als het publiek en met speciale belangstelling voor ‘gruwelijke, fantastische, speculatieve fictie’ horen ook Mariana Enríquez, Liliana Colanza, María Fernanda Ampuero, Giovanna Rivero, Cecilia Eudave en Fernanda Trías thuis.

    Dagelijkse horror 

    ‘Sinds 2016 is niet alleen de belangstelling bij het lezerspubliek gegroeid, ook uitgeverijen publiceren en verspreiden inmiddels gretig het werk van diverse Latijns-Amerikaanse schrijvers,’ laat Alejandra Amatto aan elDiario.es weten. ‘In de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw vond een herijking van niet-realistische genres plaats die boven tafel brengen wat de ware dagelijkse vormen van terreur zijn voor ons als Latijns-Amerikaanse vrouwen,’ aldus de academica.

    Het gaat niet aan om zulke uiteenlopende schrijvers uit verschillende windstreken te reduceren tot een bepaalde generatie of een uitgeeffenomeen, maar Mónica Ojeda (Guayaquil, 1988) is het met Amatto en andere door elDario.es geïnterviewde schrijvers eens dat de laatste jaren een groter onthaal ten deel viel aan literatuur ‘waarin wordt gewerkt met angst’. ‘Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat we leven in een wereld die steeds angstaanjagender wordt en dat we die benaderen vanuit nieuwe invalshoeken, bijvoorbeeld vanuit de angst voor raciaal of seksueel geweld,’ licht ze telefonisch toe. Voor Ojeda zit het bijzondere van de Latijns-Amerikaanse schrijvers in het feit dat ze ‘de angst via de geografie belichten’. ‘Omdat onze geografie vanuit het globale noorden altijd als een perifere en marginale plek is gezien, brengen we de lezers iets nieuws waar ze tevoren geen weet van hadden. Angst is geografisch, historisch en maatschappelijk bepaald, daarom levert de beschrijving ervan overal een andere filosofie van de angst op,’ benadrukt ze.

    Angst is geografisch, historisch en maatschappelijk bepaald

    Deze geografische component van de angst krijgt zorgvuldig gestalte in uiteenlopende thematische interesses: Enríquez schrijft over vormen van staatsterreur die te maken hebben met de dictatuur in Chili, Argentinië en Uruguay, Colanzi behandelt de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen en de landonteigening die veel inheemse groeperingen treft in landen als Bolivia, en auteurs als Ojeda of Ampuero richten zich op patriarchale vormen van geweld in de intiemere, familiaire context, die niettemin verbonden is met de realiteit van Ecuador. ‘Het is niet alleen een thematisch maar ook een structureel perspectief, dat kan worden beschouwd vanuit de context van het genre en van de Latijns-Amerikaanse geografie, maar de reikwijdte is universeel: schrijvers als Enríquez zijn in meer dan vijftig landen vertaald,’ aldus Amatto. 

    Ojeda wijst er ook op dat veel van haar tijdgenoten ‘schrijven over angst en terreur maar niet per se vanuit het genre’. Amatto is het met haar eens en beaamt dat deze Latijns-Amerikaanse schrijvers uit de niet-realistische hoek de mechanismen van het kwaad doorgronden zonder de klassieke parameters van het genre te hoeven volgen, en zich bovendien laten inspireren door nationale en regionale esthetische tradities – de fantastische literatuur van Argentinië, de gothic van de Andes of de ‘zonderlinge’ literatuur van Uruguay – met thematische en esthetische overlappingen.

    GettyImages 1179293733
    © Jan Sochor/Getty Images

    ‘Deze schrijvers werken niet vanuit afgebakende genres en de kritiek moet altijd waken om niet alles over één kam te scheren; zo kunnen we in het geval van Mariana Enríquez denken aan fantastische, angstaanjagende teksten, en in dat van Lilianza Colanzi zie je een mix van Andes-elementen en sciencefiction,’ specificeert de onderzoekster van de UNAM.

    Herontdekt

    Elena Garro, Amparo Ávila, Inés Arredondo, Armonía Sommers en Silvina Ocampo zijn enkele van de Latijns-Amerikaanse schrijvers die zich in de twintigste eeuw bezighielden met horror en fantastische en speculatieve thema’s en nu worden herontdekt door nieuwe generaties schrijvers en vrouwelijke academici. ‘Het genre was vanaf het begin moeilijk in kaart te brengen en werd als minderwaardig beschouwd omdat daarin vanzelfsprekend de dominante maatschappelijke thema’s en codes worden gemeden of juist uit diverse hoeken en percepties worden bevraagd,’ zegt Lola Ancira (Querétaro, 1987), een van de schrijvers die in het Latijns-Amerikaanse panorama uitblinkt met boeken als Despojos of El vals de los monstruos. ‘Ik juich alles wat er rondom door vrouwen geschreven genrefictie gebeurt enorm toe, want die werd decennialang niet erkend of serieus genomen.’

    De Mexicaanse Laura Baeza (1988, Campeche), die in haar verhalenbundel Una grieta en la noche Mexico-Stad gebruikt als spookachtig decor, denkt dat het succes van de Latijns-Amerikaanse schrijvers met hun niet-realistische werk ‘verder gaat dan een historische rechtzetting of een uitgeeffenomeen, maar te maken heeft met hun kwaliteit. ‘Overigens,’ zegt ze, ‘juich ik het toe dat velen bij onafhankelijke uitgeverijen publiceren. Ook de migratie verbindt ons. Er is nog geen aanduiding voor de schrijvers van Midden-Amerika tot aan de grens met de Verenigde Staten, en we moeten het ook hebben over Guatemala, over Belize, over de grens vanuit het specifieke oogpunt van de terreur.’

    ‘Ik heb het mechanisme van het geweld van kinds af aan bestudeerd’

    ‘Wij zijn de erfgenamen van een Latijns-Amerikaanse literatuur waarin het fantastische genre heel belangrijk was en groeiden op in een tijd waarin zich de democratisering van de film en de popcultuur voltrok, met alle gruwelverhalen van dien,’ verklaart María Fernanda Ampuero (Guayaquil, 1976), die in de verhalenbundels Pelea de gallos en Sacrificios humanos huiselijk geweld en vrouwenmoorden aankaart met een stijl die zowel bloederig als poëtisch kan zijn. ‘Ik heb het mechanisme van het geweld van kinds af aan bestudeerd, sinds onheuglijke tijden is er die maatschappelijke bezorgdheid die niet te maken heeft met een satanische idee-fixe maar met wat ons in het echte leven overkomt, en ik gebruik dat mechanisme, dat ik goed ken, om over onze tijd te spreken.’

    Ojeda schrijft naar eigen zeggen niet om maatschappelijke thema’s aan te kaarten, want voor haar ‘is de literatuur geen middel maar een doel op zich’, wat niet betekent dat zij of andere schrijvers als zij hun ogen sluiten voor bepaalde misstanden in Latijns-Amerika, zoals de vrouwenmoorden, de verdwijningen en andere gewelddaden die in het bijzonder vrouwen treffen. ‘Ik voel dat ik veel gemeen heb met schrijvers die de angst, het geweld en de pijn voelbaar willen maken. Ik weet niet of je kunt spreken van een generatie, maar ik zie wel overeenkomsten qua interesses, al vind ik het vooral boeiend om de verschillen en het eigene van iedere blik binnen een collectief te herkennen,’ aldus Ojeda. ‘Het lijkt me niet goed om de eigenaardigheden van bepaalde schrijvers te verdoezelen om ze maar te laten passen in een bepaald frame.’

    Verwantschap

    Baeza zegt zich juist onderdeel te voelen van ‘een generatie die zich voedt met andere generaties’. Eerder heeft ze de roman Niebla ardiente gepubliceerd met de gruwelijke vrouwenmoorden in Mexico als uitgangspunt, maar de bundel Una grieta en la noche is haar eerste horrorboek. In een land waar iedere dag tien vrouwen worden vermoord blijft Baeza schrijven over femicide, want ‘dat is waarmee ik iedere dag wakker word’. ‘Maar,’ zegt ze, ‘ik moest daarvoor wel de werkelijkheid vervormen, en die vrijheid heb ik binnen dit genre en het korte verhaal, dat voor mij een onuitputtelijk laboratorium is.’

    ‘Ik voel verwantschap met een heleboel andere Latijns-Amerikaanse schrijvers wat hun zoektocht betreft, maar niet qua resultaat. Ieder van ons volgt een eigen weg, de een schrijft realistisch, de ander schept een complete kosmogonie,’ benadrukt María Fernanda Ampuero. Los van het strikt literaire voelt ze zich als vrouw met andere Latijns-Amerikaanse schrijfsters verbonden in de aanklacht: ‘Wij zijn bang, wij maken ons grote zorgen om het geweld tegen vrouwen en meisjes, tegen het ecosysteem, tegen de inheemse gemeenschappen die de strijd aangaan met grote ondernemingen, en dat komt vanzelfsprekend in de literatuur terecht.’

    La creacion de las aves Remedios Varo 2
    In La creación de las aves combineert de Mexicaanse surrealistische schilder Remedios Varo een hoge dosis surrealisme, symboliek en fantasie. Een vreemd wezen, een kruising tussen uil en mens, gebruikt wetenschap en magie om verschillende vogels te creëren. – © Museo de Arte Moderno de México

    Er is weliswaar een lange rij van in de jaren zestig, zeventig of begin tachtig geboren schrijvers die volledig door de kritiek en de lezers zijn omarmd, maar er zijn ook schrijvers die nu doorbreken en aandachtig naar de vorige lichting kijken. Alicia Mares (1996) en Andrea Chapela (1990), beiden uit Mexico, publiceerden onlangs in Spanje hun verhalenbundels Cocodrilario (uitgegeven door Horror Vacui) en Ansibles, perfiladores y máquinas de ingenio (uitgegeven door Almada). Mares gebruikt lijfelijke, brute horror die direct is terug te voeren op bijvoorbeeld Ojeda’s stijl, terwijl Chapela in verschillende van haar verhalen een apocalyptisch en hypertechnologisch Mexico oproept.

    ‘Al spelen mijn verhalen in Tlaxcala, Tijuana of Veracruz, wat ik beschrijf is een terreur die zich afspeelt in een intiem bestek, binnen de vier muren van een huis, in een gemeenschap,’ vertelt Mares, terwijl ze als haar grote voorbeelden onder andere de verhalenbundel Las voladoras van Mónica Ojeda noemt en meer schrijvers uit de Andes, zoals Giovanna Rivero. Mares maakt deel uit van een generatie die veel van haar literaire voorbeelden heeft leren kennen via sociale media, wat voor Amatto het succes verklaart van deze schrijvers, die met hun volgers in gesprek zijn en in real time berichten delen, een manier om literatuur buiten academische en specialistische kringen te verspreiden.

    Eigen stijlmiddelen

    Lola Ancira komt nog met namen als Viridiana Carrillo, Magdalena López en Yesenia Cabrera, ‘die het genre ieder voor zich benaderen vanuit eigen perspectieven en met eigen stijlmiddelen’. ‘De nauwste band die ik voel met andere schrijvers van mijn generatie betreft het onheilspellende en lichamelijke: linksom of rechtsom komt de vrouwelijke lichamelijkheid in ons werk aan bod,’ meent ze. ‘En ook het vraagstuk van het afwijkende moederschap. Thema’s die tot voor kort te intiem en onbeduidend werden gevonden, terwijl juist het intieme eigenlijk het publieke verandert.’

    De canon wordt breder en ruimt plaats in voor nieuwe verhalen, horizonten en problemen

    Het is een feit: de canon wordt breder en ruimt plaats in voor nieuwe verhalen, horizonten en problemen. Schweblin wilde het in haar dankwoord dan misschien kort houden, maar zowel zij als vele andere Latijns-Amerikaanse schrijvers hebben nog een lange weg te gaan. ‘Wat ik belangrijk vind is dat we elkaars werk lezen, ik leer van degenen die er waren, die er zijn, en die net komen kijken,’ aldus Laura Baeza. En Ojeda acht de speculatieve, horror-gerelateerde literatuur niet alleen waardevol om ‘je eigen tijd goed te lezen, maar ook om te anticiperen op de toekomst’. ‘Interessant voor Latijns-Amerika is dat vele schrijvers zich via deze genres afwenden van de richtsnoeren van het globale noorden en naar binnen kijken, naar wat hen omringt: ze distantiëren zich van de canon die is geschreven door witte mannen en gaan nadenken over hoe het bij henzelf toegaat – speculatieve fictie op een andere plek, dat is het echt interessante,’ concludeert ze.

  • Inflatie in Argentinië op hoogste punt in dertig jaar

    Inflatie in Argentinië op hoogste punt in dertig jaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek naar president Biden na vondst documenten

    » Grote hoeveelheid zeldzame aardmetalen gevonden in Zweden

    Binnen een jaar stegen de prijzen met 95 procent

    De inflatie in Argentinië heeft vorige maand een absolute piek van 95 procent bereikt. Dat meldt het Argentijnse Clarín op basis van regeringsgegevens. Het is voor het eerst in dertig jaar dat de inflatie in het Zuid-Amerikaanse land zo hoog is. Voor veel Argentijnen wordt het steeds moeilijker om rond te komen door de economische crisis in het land.

    De inflatie van 95 procent is in vergelijking met de prijzen een jaar eerder. Ondanks steunplannen van de overheid blijft economische groei uit en blijft de koopkracht afnemen. Ondertussen verhogen veel winkeliers de prijzen van hun producten om zelf het hoofd boven water te houden, waardoor er een vicieuze cirkel ontstaat die de inflatie verder omhoogdrijft.

    Omdat er momenteel een tekort is aan buitenlandse valuta in Argentinië, verwachten experts dat de komende maanden de inflatie nog zal blijven stijgen. Ook het bestaan van parallelle markten, bijvoorbeeld via voordelige koersen van geldwisselkantoor Western Union, zorgt ervoor dat ingrepen van de Centrale Bank van Argentinië, maar zelden effect hebben.

    Lees ook:

  • Argentijnse vicepresident Kirchner krijgt zes jaar

    Argentijnse vicepresident Kirchner krijgt zes jaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Georgia stemt over laatste Senaatszetel

    » Hongarije spreekt veto uit over steun Oekraïne

    De oud-president van Argentinië was betrokken bij een fraudezaak

    De Argentijnse oud-president Cristina Fernández de Kirchner is dinsdag veroordeeld tot zes jaar celstraf. Daarnaast mag ze nooit meer een openbaar ambt bekleden, schrijft Clarín. Voor Kirchner, die werd genoemd als een van de favorieten bij de presidentsverkiezingen, is de uitspraak een forse tegenslag waar ze hoogstwaarschijnlijk tegen in beroep gaat.

    Kirchner, die momenteel vicepresident is, zou in haar periode als president tientallen contracten voor openbare werken hebben toegewezen aan een vriend van haar echtgenoot Néstor Kirchner, die zelf van 2003 tot 2007 president van Argentinië was. De projecten werden vervolgens vaak niet voltooid en overheidsinkomsten zouden zijn verduisterd. In totaal zou er met 1 miljard dollar aan aanbestedingen gesjoemeld zijn.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat Kirchner de cel in moet, omdat ze als vicepresident immuniteit geniet. Haar hoger beroep kan mogelijk ook lang genoeg duren om een nieuwe kandidaatstelling bij de aankomende verkiezingen te garanderen. In een eerste reactie noemt Kirchner de veroordeling politiek gemotiveerd.

    Lees ook:

  • Argentinië: 19 ex-legerofficiers veroordeeld voor misdaden tegen menselijkheid

    Argentinië: 19 ex-legerofficiers veroordeeld voor misdaden tegen menselijkheid

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nigeria: honderden gevangenen ontsnappen na gewapende aanval

    » Einde premierschap Johnson in zicht na opstappen ministers

    Hoofdrolspelers van Vuile Oorlog eindelijk berecht

    Een rechtbank in Argentinië heeft negentien voormalig militaire officieren tot lange gevangenisstraffen veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid tijdens de Argentijnse militaire dictatuur in de periode 1976-1983. De misdaden omvatten gedwongen verdwijningen, moord, marteling en ontvoering van kinderen, bericht BBC.

    Onder de veroordeelden bevond zich ook generaal Santiago Riveros (98), die eerder was veroordeeld voor andere mensenrechtenschendingen. Hij kreeg levenslang nadat hij schuldig was bevonden aan meer dan honderd misdaden.

    De rechtbank oordeelde dat er misdaden waren gepleegd tegen zo’n driehonderdvijftig slachtoffers

    De vonnissen werden woensdag uitgesproken door de federale rechtbank in de hoofdstad Buenos Aires. De rechtbank oordeelde dat er misdaden waren gepleegd tegen zo’n driehonderdvijftig slachtoffers. De onderzoeksrechters hebben over een periode van meer dan drie jaar ongeveer zevenhonderdvijftig getuigen ondervraagd.

    Nadat een militaire junta onder leiding van generaal Jorge Videla op 24 maart 1976 de macht in Argentinië had gegrepen, begon het nieuwe regime een campagne om linkse tegenstanders uit te roeien. Tijdens de ‘Vuile Oorlog’, zoals de campagne bekend is komen te staan, zijn ongeveer dertigduizend mensen vermoord of onder dwang verdwenen.

    Lees ook:

  • Revolutie in de koekjesfabriek – deze werknemers namen het heft in eigen handen

    Revolutie in de koekjesfabriek – deze werknemers namen het heft in eigen handen

    Het personeel van koekjesfabriek La Nirva werd maanden niet betaald en ging de barricade op. Uiteindelijk namen de arbeiders de hele operatie over. En deden het nog beter ook. Kom je aan de alfajores, de nationale trots van Argentinië (en van koningin Máxima), dan zwaait er wat.

    Het is een regenachtige dag, en de stakende arbeiders schuilen waar het maar kan – sommigen staan dicht opeengepakt onder een kleine partytent; anderen hebben hun toevlucht gezocht onder strandparasols. Ze zijn bang en ze hebben het koud, maar hier hebben ze voor gestemd. Ze hebben hun kamp opgeslagen voor de La Nirva-fabriek, waar ze jaren achtereen lange uren hebben gemaakt en allemaal hun eigen bijdrage hebben geleverd aan de productie van de alfajor el Grandote, ofwel ‘De grote’, een driedubbeldik koekje met een karamelvulling en een chocoladecoating, misschien wel de populairste zoetigheid in Argentinië. Maar de Grandote ligt inmiddels al meer dan vijf maanden niet in de schappen. Voor de mensen die een groot deel van hun leven hebben gewijd aan de productie van deze koeken was er een grens bereikt. Ze hadden geen van allen ooit eerder zoiets gedaan, maar het water stond hun aan de lippen.

    Grofweg tachtig procent van het personeel in de fabriek is vrouw, van wie het merendeel kostwinner. Velen werken al meer dan tien jaar in de fabriek. Maar de laatste tijd kostte het steeds meer moeite om voor brood op de plank te zorgen. Ze hadden al maanden hun loon niet volledig uitbetaald gekregen. In mei 2020, toen het coronavirus het land binnendrong, stond er een landelijke staking op stapel. Terwijl het overgrote deel van de bevolking binnen bleef om niet te worden blootgesteld aan het virus, sloegen de La Nirva-medewerkers hun kamp op in een allerlaatste poging hun recht te halen. Ze hadden nog geen idee over wat voor woelige baren hun gemeenschappelijke reis zou voeren.

    De La Nirva-fabriek is een drie verdiepingen hoge kolos aan de rand van Buenos Aires. In de fabriek worden niet alleen alfajores gemaakt, maar ook andere koekjes. Met 120 werknemers had de fabriek in 2018 een productiecapaciteit van zo’n 1,6 miljoen eenheden per dag. Aangezien de meeste werknemers in de hoofdstad of de nabijgelegen steden wonen, komen ze naar het werk met de trein, de bus of de auto.

    Carmen Gómez, een 42-jarige kokkin en operateur, was elke dag een uur onderweg naar haar werk. Het werk in de alfajorfabriek was Carmens eerste echte baan nadat ze van school was gegaan om voor haar familie te zorgen. Niet lang nadat ze hier was begonnen, trouwde ze en kreeg haar eerste kind, dat inmiddels twintig is. Ze heeft vaak gezegd dat La Nirva haar ‘tweede huis’ is.

    In 2017 stevende Argentinië af op een zoveelste economische crisis. De marktvriendelijke hervormingen die door de nieuwe presidentiële regering in gang waren gezet, hadden de economie niet weten aan te zwengelen, maar hadden juist geleid tot een ongeëvenaarde inflatie en een ongekende schuldenlast, én tot een scherpe stijging van zowel de armoede als de werkeloosheid. Tussen december 2015 en december 2019 gingen er 24.505 Argentijnse bedrijven over de kop. Nadat de oorspronkelijke eigenaars La Nirva meer dan dertig jaar draaiende hadden weten te houden, verkochten ze de fabriek aan Grupo Blend, een conglomeraat dat in het bezit was van twee zakenmannen, Matías Pérez Paradiso en Marcelo Iribarren.

    Vakbondskwesties

    ‘De eerste paar maanden bleef alles bij het oude. Er waren geen problemen met de betalingen,’ zegt Marcelo Cáceres, een 36-jarige La Nirva-werknemer die in 2008 bij de fabriek is komen werken, toen hij net van school kwam. Hij werkte in het laboratorium van de fabriek totdat hij vanwege rugproblemen werd overgeplaatst naar de schoonmaakafdeling. Hij is ook de afgevaardigde van de vakbond, sinds zijn tweede jaar bij La Nirva. Waarom? ‘Ik ben een beetje gek en ik kan slecht tegen onrecht,’ zegt hij.

    Tijdens Marcelo’s eerste tien jaar bij de fabriek bleef dat onrecht meestal beperkt tot standaard vakbondskwesties, zoals te korte lunchpauzes. Vlak na de overname door Grupo Blend veranderde er het een en ander, zegt Marcelo. Er werd gekort op werktijden, overuren en bonussen. De werknemers zeggen dat ze begin 2018 nog maar drie dagen per week werkten. Vanaf dat moment ging het bergafwaarts.

    Mónica Moyano, die 22 jaar in de fabriek heeft gewerkt, viel het op dat de koopwaar geen aftrek leek te vinden. ‘We produceerden nog wel gewoon, maar alles bleef in het pakhuis liggen,’ vertelt ze. ‘Soms moesten we dozen alfajores openmaken en weggooien omdat ze niet goed meer waren.’ In de twee decennia daarvoor had ze dat nog nooit meegemaakt.

    Vervolgens werden de elektriciteit, het gas en het stromende water afgesloten. Kennelijk hadden de eigenaren de rekeningen niet betaald. De werknemers konden bijna een jaar lang niets produceren. Ze kregen in deze periode nog wel betaald, maar slechts zo’n 4000 peso (destijds iets van 140 dollar) per vijftien dagen, een fractie van hun normale salaris.

    ‘We zagen de fabriek aftakelen,’ zegt Noelia, die al twaalf jaar in de fabriek werkt als inpakster. ‘Toen begonnen we ons echt zorgen te maken: “Als hij de rekeningen niet kan betalen, hoe moet hij ons dan betalen?” vroegen we ons af.’

    Noelia’s zorgen waren zonder meer terecht. Niet lang hierna zette Grupo Blend niet alleen de betalingen stop aan het personeel, maar ook aan de leveranciers. Ondertussen waren de klanten ook niet blij. La Nirva had lange tijd alfajores geleverd aan supermarkten en tankstations, die de leveringen vooruit hadden betaald. Toen Grupo Blend de boel overnam, bleven de winkels vooruitbetalen – maar nu kregen ze er geen koeken voor terug.

    Vervolgens werd meer dan de helft van het personeel ontslagen. Marcelo, de vakbondsvertegenwoordiger, liet van zich horen en probeerde het op te nemen voor zijn ontslagen collega’s. Maar hij zegt dat hij op een dag een anoniem telefoontje kreeg: ‘Hou je erbuiten of je krijgt een kogel door je kop,’ hoorde hij aan de andere kant van de lijn.

    In oktober 2019, toen de fabriek al bijna een jaar dicht was en het personeel nog maar een deel van hun salaris ontving, kwam het tot een staking. ‘We noemden het een asamblea permanente,’ zegt Marcelo, een permanente vergadering, wat wil zeggen dat ze in de fabriek waren om de situatie te bespreken. Paradiso, de nieuwe mede-eigenaar en grootaandeelhouder, beloofde de productie weer op te starten en bezwoer dat hij alle achterstallige salarissen zou uitbetalen.

    Hij hield zijn belofte maar half: tegen het einde van die maand was de fabriek weer in bedrijf. Het personeel beëindigde de staking en maakte enorme hoeveelheden alfajores. Uiteindelijk stemde het bedrijf ermee in het personeel het achterstallige loon uit te betalen en werden er cheques uitgeschreven voor maar liefst 300.000 peso (5000 dollar). Het personeel ging hoopvol gestemd de feestdagen in – maar het einde van de ellende was nog niet in zicht.

    De banken waren gesloten, dus veel werknemers hielden hun cheque nog even bij zich. Anderen, die meteen geld nodig hadden, gingen ermee naar een wisselkantoortje of ruilden de cheque bij vrienden of familieleden in voor contant geld. Uiteindelijk kwamen ze allemaal tot dezelfde ontdekking: de cheques waren niet gedekt. Het bedrijf had geen tegoeden.

    Er waren minstens 290 ongedekte cheques uitgeschreven, wat neerkomt op zo’n 1,2 miljoen dollar

    Volgens Argentiniës officiële kredietregistratie zijn er door La Nirva minstens 290 ongedekte cheques uitgeschreven, wat neerkomt op zo’n 52,2 miljoen Argentijnse peso, destijds ruwweg zo’n 1,2 miljoen dollar. Niet alleen stond het bedrijf in het krijt bij het personeel – er was ook een schuld van 6 miljoen dollar bij de voormalige eigenaars en een schuld van 370.000 dollar bij banken en andere financiële instellingen.

    ‘Ik wist niet wat ik hoorde,’ zegt Carmen, die haar zussen om geld had gevraagd voor eten, en hun wilde terugbetalen nadat ze haar cheque had geïnd. Marcelo had zijn cheque ingewisseld bij een vriend en moest later zijn auto en andere spullen verkopen om die vriend terug te betalen. Hij kreeg wat extra tijd om terug te betalen, maar dat geluk had niet iedereen. ‘Ik heb een collega die een serieus probleem had omdat hij zijn cheque op straat had ingewisseld. Bij mensen die niet van geintjes houden,’ zegt Marcelo ernstig. ‘Ze dreigden hem te vermoorden.’

    Het was een stressvolle kerst voor het personeel. Sommigen gingen op zoek naar ander werk, maar velen vreesden dat ze inmiddels te oud waren, al helemaal omdat door de economische crisis de banen in Buenos Aires niet voor het oprapen lagen.

    In februari 2020 besluit het personeel dat ze niet langer werkloos kunnen toekijken. Ze besluiten voor de deuren van de fabriek te gaan demonstreren. Naarmate het nieuws over hun strijd de ronde doet, krijgen ze steeds meer steun van leraren, buren, studenten, leden van linkse politieke partijen, en vele anderen. Er worden ook veel donaties gedaan aan het fondo de lucha, ofwel het strijdfonds.

    Sympathiserende buren wijzen de werknemers op een nieuwe ontwikkeling: ze hebben gemerkt dat er ’s nachts een vrachtwagen is gekomen en dat er allerlei apparatuur is ingeladen. Het lijkt erop dat Grupo Blend de machines probeert te verkopen en de fabriek in haar geheel wil sluiten. Het personeel is niet van plan dat te laten gebeuren. Dit is het moment waarop ze besluiten de fabriek dag en nacht te bewaken. De protesten van overdag gaan over in een nachtelijk kampement. 

    Het personeel van La Nirva verdedigt een nationaal icoon

    Het personeel van La Nirva komt niet alleen op voor hun eigen levensonderhoud. Ze verdedigen een nationaal icoon. Waarschijnlijk heeft niemand de culturele waarde en de vele aspecten van alfajores zo goed weten vast te leggen als Facundo Calabró, ofwel de Alfajor Taster (@alfajorperdido) zoals hij heet op Twitter, waar hij zijn bevindingen post over de verschillende versies van de zo geliefde koek.

    ‘Alfajores roepen, net als andere cultuuruitingen zoals voetbalwedstrijden of het geloof, irrationele gevoelens op,’ zegt Calabró. Volgens hem maakt de haast onvoorwaardelijke liefde die velen koesteren voor de verschillende merken alfajores een wezenlijk onderdeel uit van de Argentijnse identiteit. Bepaalde regio’s van Argentinië hebben hun eigen merk, er zijn sjieke alfajores die je in een restaurant krijgt voorgeschoteld en eenvoudige versies die je op elke straathoek kunt krijgen. Er zijn versies die je in de schoolkantine koopt en versies die je zelf maakt.

    ‘Welke alfajores je eet zegt iets over wie je bent, waar je woont, waar je vandaan komt,’ aldus Calabró.

    La Nirva maakt twee van deze identiteitsbepalende alfajores: La Recoleta, hun duurdere alfajor, en de Grandote, de alfajor voor de gewone man. Die laatste wordt in het informele circuit verkocht aan forenzen in de trein of de bus. De drie lagen koek en de dubbele laag dulce de leche vullen elke rammelende maag. Misschien is het niet ieders lievelingsalfajor, maar vele generaties Argentijnen herkennen deze grote koek en kennen ook de bijbehorende reclameleus uit hun hoofd: Ya probaste el chiquito, ahora probá el Grandote. (‘De kleine heb je al geproefd, nu is het tijd voor De grote.’)

    Volgens Calabró dreigt het hele Argentijnse volk iets van haar identiteit te verliezen als de Grandote zou verdwijnen. ‘Als een dergelijk product verdwijnt, verliest de Argentijnse cultuur iets waardevols.’

    ’s Nachts bemannen de werknemers om beurten de plek van het protest. Hun familieleden helpen: Antonella Llanos, een alleenstaande moeder van 31 die in de fabriek werkt, sluit zich aan bij het protest, en als zij naar huis moet om voor haar pasgeboren dochtertje te zorgen, valt haar vader voor haar in bij de fabriek. Sympathiserende buren stellen hun huis open voor wie naar de wc moet, en ze brengen koekjes en yerba mate – een zeer Argentijnse manier om het lichaam te voorzien van warmte en energie.

    In de nacht van 10 mei neemt het verhaal een andere wending. De arbeiders hebben een week lang vredig gedemonstreerd als de plaatselijke politie besluit hun een bezoek te brengen.

    ‘Ineens doken er uit het niets politieauto’s op. Het waren er wel een stuk of tien,’ vertelt Marcelo. Ze komen met getrokken wapens op de werknemers af en zeggen dat ze weg moeten in verband met de coronalockdown. De werknemers zeggen dat ze geen keus hebben. ‘We zijn de discussie aangegaan met de politiecommissaris,’ zegt Noelia. Het mag allemaal niet baten.

    Kookpot

    Uiteindelijk drijven de politieauto’s de demonstranten uiteen. ‘De ene groep eindigde in het park, een andere groep midden op de weg,’ zegt Marcelo. ‘En ik belandde op het politiebureau.’ 

    Na een paar uur wordt Marcelo vrijgelaten en tarten de werknemers het gezag door terug te keren naar de plek van het protest.

    Twee dagen na de confrontatie met de politie helpt Barrios de Pie, een non-gouvernementele organisatie die veel maatschappelijke projecten in arme wijken organiseert, met het opzetten van een olla popular bij de ingang van de fabriek. Een olla popular is vrij vertaald een ‘gemeenschappelijke kookpot’, wat letterlijk en figuurlijk betekent dat de plaatselijke gemeenschap samenkomt en dat iedereen wat te eten meebrengt, meestal voor een goed doel. De werknemers voelen zich gesterkt, en hun buik wordt gevuld met warme chocolademelk als ontbijt en een traditionele pastaschotel voor de lunch.

    Voor velen is het eten meer dan een gebaar; het is broodnodig. ‘Sommigen namen alle restjes van de olla popular mee naar huis om hun gezin te eten te geven,’ zegt Paula Rojas, een 32-jarige werkneemster die nog maar twee jaar bij het bedrijf werkte toen het conflict oplaaide.

    Terwijl de werknemers de buurtbewoners voor zich weten te winnen, gaan de eigenaren nog een stap verder en spannen een kortgeding aan wegens openbare ordeverstoring op het terrein bij de fabriek. Dat is olie op het vuur voor de werknemers. Ze voeren de druk op met een mars naar het ministerie van Werkgelegenheid. Pas na drie maanden protesteren komt er een hoorzitting op het ministerie, maar de fabriekseigenaren nemen niet de moeite daarbij aanwezig te zijn.

    Eindelijk, na maanden vruchteloos onderhandelen, weten de overheid, het personeel en de eigenaren een overeenkomst te sluiten. Het is een betere deal dan de werknemers ooit hadden kunnen dromen: Paradiso (de baas met wie de werknemers al deze tijd het meeste contact hebben gehad) belooft de helft terug te betalen van het bedrag waarop ze recht hebben. En er wordt ook afgesproken dat hij, als hij die verplichting niet nakomt, de werknemers de sleutels van de fabriek moet overhandigen zodat ze zelf de boel kunnen runnen.

    De deadline verstrijkt en Paradiso betaalt geen peso. Ook overhandigt hij de sleutels niet. De werknemers zijn doodop en gefrustreerd en willen gewoon weer aan het werk, ook als dat betekent dat ze de fabriek zelf draaiende moeten houden en zelf moeten zien dat ze de koeken produceren en verkopen.

    En dat is precies wat ze doen.

    ‘Onze juristen zeiden dat we naar binnen konden gaan en ons protest daar konden voortzetten,’ zegt Noelia.

    Dus gaan ze naar binnen. Alles is er nog, min of meer zoals ze het zich herinneren: de drie lopende banden, de reusachtige ovens, de machines om de chocolade- en suikerlaag aan te brengen, zelfs hun witte schorten.

    ‘We dachten: Nou, het is ons gelukt om binnen te komen. Hoe nu verder?’ zegt Paula.

    Er zijn nog genoeg grondstoffen om weer aan het werk te gaan, en ze hebben voldoende mankracht om de productie weer op te starten. Dus gaan ze weer koeken maken. Natuurlijk hebben ze nog wel klanten nodig. Dus worden de werknemers van La Nirva niet alleen hun eigen baas, maar ook hun eigen salesmanager. ‘We namen allemaal alfajores mee om in eigen beheer te verkopen,’ zegt Paula. ‘Ik ging ermee naar alle winkels in mijn buurt en zette bordjes voor mijn huis, zodat iedereen wist dat ik ze verkocht.’

    Het idee om van de fabriek een coöperatie te maken krijgt geleidelijk vorm. Ze snuffelen in oude archieven en paperassen, op zoek naar de namen van klanten en groothandels om daar weer aan te kunnen verkopen. Met hulp van het Movimiento Nacional de Empresas Recuperadas (Nationale beweging voor herstelde bedrijven) zoeken ze de samenwerking met een overheidsinstelling die coöperaties steunt. Officiële erkenning van de regering is een belangrijke stap om ook wettelijk gezien de leiding over de fabriek te krijgen.

    In juli 2020 krijgen ze eindelijk bericht: ze worden officieel erkend als coöperatie.

    ‘Alle offers, alle inspanningen, hebben uiteindelijk geloond,’ zegt Noelia.

    Er komt een stemming en Marcelo wordt gekozen tot hoofd van de coöperatie. Dan krijgen ze hun eerste grote klant. Een verkoper die vroeger met La Nirva heeft samengewerkt neemt contact op met de kersverse coöperatie, met de vraag of ze alfajores kunnen leveren voor een nieuw merk. Die afnemer zal zelfs de grondstoffen leveren. Dit betekent een geweldige kans om de weg terug te vinden naar een volledig operationeel bedrijf.

    ‘Iedereen had afschuwelijke situaties meegemaakt,’ zegt Noelia. ‘We dachten dat alles verloren was, en het was een onbeschrijflijk gevoel dat we onze baan terug hadden.’

    La Nirva is niet het eerste bedrijf in Argentinië dat ‘erbovenop is geholpen’ door gedupeerde werknemers, maar het is het meest recente voorbeeld van een beweging die eind jaren 1990 op gang is gekomen. In die tijd had Argentinië een torenhoge buitenlandse schuld en het land was meer en meer afhankelijk van goedkope geïmporteerde goederen, wat betekende dat lokale fabrieken zich in allerlei bochten moesten wringen. Het was niet ongebruikelijk dat fabriekseigenaars hun pand leeghaalden, alle machines verkochten en het personeel op straat zetten.

    Maar niet alle arbeiders waren bereid zomaar hun biezen te pakken. Overal in het land namen arbeiders allerhande bedrijven over (zelfs een viersterrenhotel in het centrum van Buenos Aires) met de bedoeling het bedrijf nieuw leven in te blazen en zo banen te behouden. Als ze geluk hadden, lieten de autoriteiten hen met rust. Als ze pech hadden, maakte de politie met grof geweld een einde aan hun protest. ‘Destijds was het heel moeilijk voor arbeiders om iets van erkenning te krijgen,’ zegt Juan Pablo Hudson, een socioloog en journalist die zich zeven jaar in dit soort herstelde bedrijven heeft verdiept voor het schrijven van zijn boek Acá no, Acá no me manda nadie: Empresas recuperadas por obreros 2000-2010 (Hier is niemand de baas: bedrijven die door werknemers nieuw leven zijn ingeblazen).

    Roerig jaar

    De beweging vond geleidelijk navolging en in 2001, aldus Hudson, ‘kreeg het fenomeen veel aandacht van de politiek en van burgers.’ 2001 was zacht gezegd een roerig jaar in Argentinië. Het jaartal roept meteen de rellen van 19 en 20 december in herinnering, toen duizenden demonstranten, uit vrijwel alle sociale klassen, de straat op gingen om politieke en economische veranderingen te eisen. Het kwam tot confrontaties tussen demonstranten en politie, de toenmalige president Fernando de la Rúa kondigde de staat van beleg af en er kwamen 39 burgers om het leven. ‘De gemoederen waren nog niet tot bedaren gekomen toen De la Rúa, nog voor het einde van dat jaar, gedwongen zijn ontslag indiende.

    Twee jaar later kwam de centrumlinkse regering van president Néstor Kirchner met nieuw beleid in reactie op de eisen die de demonstranten in 2001 hadden gesteld. In 2004 kwam het ministerie van Werkgelegenheid met een programma voor zelfbesturende arbeiderscollectieven en sindsdien is er een structuur opgezet waarbinnen bedrijven die nieuw leven zijn ingeblazen kunnen worden gelegaliseerd. Maar het is nog altijd niet makkelijk om een coöperatie erkend te krijgen. De wettelijke procedures die de arbeiders daarvoor moeten doorlopen zijn zwaar en de eigenaars van de bedrijven geven het natuurlijk ook niet zomaar op.

    In de nacht van 7 december 2020 krijgen de arbeiders een groepsbericht van de weekendbewaker bij de fabriek. Hij is er net uit geschopt door ‘een stelletje tuig’, waarvan hij vermoedt dat ze door de eigenaars zijn gestuurd. Het nieuws doet de ronde en de arbeiders trekken naar de fabriek, verzamelen zich weer voor de ingang. Ook nu weer zijn ze niet alleen. Buren, leden van linkse groeperingen en zelfs hun advocaat komen naar het hek. Het is duidelijk dat de zaak nijpend is. Paradiso is niet van plan zich te houden aan de mondelinge overeenkomst die ze hebben bereikt op het ministerie van Werkgelegenheid, en juridisch gezien is de overeenkomst dermate schimmig dat het moeilijk zal worden een van beide partijen uit het pand te zetten. ‘Onze advocaat zei: “Als jullie die lui er niet uit schoppen, nemen ze de fabriek weer over,”’ zegt Marcelo. Ze moeten wel naar binnen.

    De fabriek zit van binnenuit op slot, en afgaande op de beschrijving van de bewaker zijn de mannen die binnen zitten bepaald geen doetjes. Terwijl de arbeiders overleggen wat ze moeten doen, dringt ineens tot hen door dat Marcelo is verdwenen. Hij is in zijn Fiat 147 gestapt, heeft een aanloopje genomen en is met zijn auto bij een hoek op het hek van het pakhuis ingereden.

    ‘Het was net een film,’ zegt Marcelo tegen ons. De overige arbeiders kijken geschokt toe. Ze hadden nooit gedacht dat hij tot zoiets in staat zou zijn. Maar hij doet het gewoon, hij rijdt keer op keer met zijn auto in op het hek, net zolang tot er een opening is ontstaan. Meteen stormen de arbeiders en hun buren naar binnen, de vrouwen voorop. Marcelo komt erachteraan, met een ijzeren staaf in zijn hand.

    ‘Op die momenten heb je geen tijd om bang te zijn,’ zegt Noelia. ‘Je weet niet wat je binnen zult aantreffen. Het was erop of eronder: het gevecht aangaan of alles kwijtraken.’

    Dan zien ze hun tegenstanders. ‘Het waren net uitsmijters in een club,’ zegt Paula later. ‘Echt van die kleerkasten.’ Maar de arbeiders beschikken over een wapen dat hun tegenstander niet heeft: ‘Wij kennen de fabriek op ons duimpje.’

    ‘De arbeiders zijn verenigd, en wie het niet zint kan oprotten’

    De arbeiders hebben een strategie uitgedacht en ze hebben de plekken waar ze binnendringen met zorg gekozen. Al snel hebben ze de overhand en weten hun tegenstander in een hoek te dringen. Opgezweept door de adrenaline van de hele situatie weten de arbeiders en hun buren het tuig de fabriek uit te jagen. Daar worden ze opgewacht door een woedende menigte van nog meer arbeiders en buren, die scanderen: Unidad de los trabajadores, y al que no le gusta se jode, se jode. Vrij vertaald: ‘De arbeiders zijn verenigd, en wie het niet zint kan oprotten.’

    Meer dan een jaar na die confrontatie in de fabriek is La Nirva nog altijd een arbeiderscoöperatie en is er op de werkvloer duidelijk het nodige veranderd. Alle kamers die werden gebruikt door de eigenaars en de managers blijven leeg, behalve de kamer die de arbeiders gebruiken voor vergaderingen. Velen hebben nieuwe taken en verantwoordelijkheden. Noelia, de koekinpakster die nu deel uitmaakt van het uitvoerende comité, zegt dat het leren van de administratieve kant het moeilijkste van de hele overname is geweest. ‘Wij waren arbeiders die nog nooit een verkoop hadden gedaan, of een winst- en verliesrekening hadden opgesteld,’ zegt ze.

    Paula, die voorheen alleen aan de lopende band stond, heeft nu ook de leiding over de betalingen – wat ze volgens haarzelf veel beter doet dan de vorige administrateur. Hoe hebben arbeiders die geen enkele ervaring hadden met iets als boekhouden dat allemaal geleerd? ‘Het is gewoon een beetje van alles. Je moet er vol voor gaan,’ zegt Paula. ‘We hebben mensen van andere coöperaties om raad gevraagd… en veel instructiefilmpjes op internet bekeken. Het is heel bevredigend. Je leert elke dag wel weer iets, maar niet alleen voor jezelf. Je leert ook voor al je partners.’

    ‘De hele productie is volledig in onze handen,’ vervolgt Paula. ‘Er is niet één iemand die opdrachten geeft. Elke beslissing stoelt op een meerderheidsstem in de vergadering.’

    Nu de arbeiders precies weten hoe het er binnen het bedrijf aan toe gaat, blijven ze meestal nog wat langer als hun dienst is afgelopen. ‘We weten dat het bedrijf van ons is, dus vragen we ook meer van onszelf,’ zegt Noelia.

    Ze werken met de helft van het oorspronkelijke aantal mensen, en op machines die soms hard aan onderhoud toe zijn, en zo produceren ze rond de 200.000 alfajores per dag. Dat is nauwelijks genoeg om van rond te komen, maar ze hopen op groei. Ze hebben zelfs een nieuw product opgenomen in hun catalogus: Carmen heeft voorgesteld om panettone te maken, zoet brood dat traditioneel tijdens de kerstdagen wordt gegeten.

    Kwaliteit

    Wat de alfajores betreft: kunnen consumenten het verschil proeven tussen een koek die wordt gemaakt door een private onderneming of door een bedrijf dat in handen is van de arbeiders zelf? Nou, volgens Marcelo wel: ‘We hebben op elk vlak de kwaliteit verbeterd, in vergelijking met de vorige eigenaren. Zij kochten van alles het slechtste. Maar wij niet: Wij kopen goede chocolade, goede dulche de leche; we gebruiken goede bloem.’ Het is niet alleen een kwestie van eersteklas ingrediënten, zegt hij – het is een volkomen andere filosofie. ‘We zijn geen zakenmannen die alleen maar op geld uit zijn. Wij leveren kwaliteit,’ zegt hij vol trots. 

    Calabró, de zogeheten Alfajor Taster, zegt verbaasd te zijn over de arbeidersvariant van deze beroemde koek. ‘Hij is verfijnder,’ beaamt hij. ‘Ik vind het geweldig dat de koek is gered en nieuw leven is ingeblazen door een coöperatief en niet door een private onderneming. Het is een soort erkenning van de collectieve waarde van de alfajor.’

    Marcelo’s functie als voorzitter van de arbeiderscoöperatie brengt veel meer verantwoordelijkheid met zich mee, maar hij is blij met zijn nieuwe rol. ‘Het is mijn strijd. Het is de strijd van mijn partners. En we hebben de strijd nog niet gewonnen. Elke dag opnieuw word je wakker en bind je de strijd aan. Sinds dit is begonnen hebben we geen rustig moment gekend.’

    Geen rustig moment – zeg dat wel. Op 30 december 2021 kregen de arbeiders een bericht in een WhatsAppgroep. Rechter Fernando D’Alessandro had een uitzettingsbevel afgegeven, op grond van een klacht van onrechtmatige inbezitname, ingediend door Paradiso. (Grupo Blend en Paradiso hebben laten weten niet te willen reageren op dit artikel).

    ‘We sluiten het jaar af met een bittere nasmaak,’ zegt Noelia, die weer voor de fabriek staat te demonstreren. ‘Er is de gedachte dat we straks misschien weer op straat staan, en er is de woede dat een man die zo veel personeelsleden een loer heeft gedraaid, het rechtssysteem aan zijn kant vindt.’

    Het feit dat de arbeiders mogelijk uit de fabriek worden gezet, eist zijn tol van de coöperatie. ‘We waren echt op de goede weg,’ zegt Marcelo. ‘We hadden projecten op stapel staan om 2022 goed te beginnen, maar nu staat overal een rem op. Je krijgt problemen met leveranciers en kopers… Ze zeggen: “Er ligt een uitzettingsbevel, kunnen jullie straks wel betalen? Kunnen jullie wel leveren?”’

    De juristen van de coöperatie zijn in beroep gegaan tegen het uitzettingsbevel, en daarmee winnen ze wat tijd. De arbeiders zijn weer gaan protesteren, nog altijd gesteund door hun buren en sympathisanten. Op 6 januari houden ze een bijeenkomst voor de deuren van de fabriek, waar zo’n tweehonderd man op afkomt. Op 29 januari wordt dat gevolgd door een festival, compleet met livemuziek, springkastelen en tafels met eten. Er komen zo’n vierhonderd mensen. Op 10 februari is er een indrukwekkende mars vanaf de Obelisk, een belangrijk markeerpunt in het hart van Buenos Aires, naar het Nationale Hof voor Commerciële Zaken, waar het verzoek tot uitzetting van Paradiso wordt behandeld. Voor het gebouw staat een opgewonden menigte arbeiders, activisten en buurtgenoten, klappend, handen hoog in de lucht gestoken, springend en scanderend: ‘Matías Paradiso is een oplichter. De arbeiders van La Nirva blijven werken zonder baas! We staken de strijd pas als we hebben gewonnen – we laten ons niet uitzetten!’

    Te midden van al het tumult lopen Marcelo, Paula en een derde arbeider, Lorena Pereira, naar het gerechtsgebouw, waar ze te horen krijgen dat ze, vanuit wettelijk oogpunt, de fabriek illegaal bezetten – in ieder geval totdat officieel het faillissement van La Nirva is uitgeroepen.

    Verbeurdverklaring

    Ondertussen hebben gemeenteraadsleden die achter de arbeiders staan een verbeurdverklaring ingebracht waarmee de fabriek op wettige wijze kan worden opgeëist voor de arbeiders. Als Marcelo het gebouw uit komt, spreekt hij de menigte sympathisanten toe die in gespannen afwachting zijn van wat hij gaat zeggen.

    ‘We hebben veel moeten doorstaan om dit punt te bereiken,’ zegt Marcelo tegen hen. ‘We hebben kou doorstaan, we hebben honger doorstaan. Maar ik zie dat we niet alleen zijn.’ Hij geeft de microfoon aan een aanvankelijk aarzelende Paula, die hem uiteindelijk toch pakt en zegt: ‘Namens de 55 gezinnen die afhankelijk zijn van deze fabriek, wil ik zeggen dat we doorgaan met onze strijd… La Nirva is van de arbeiders en zal dat ook blijven.’

    De menigte herhaalt Paula’s laatste woorden en opnieuw laaien de strijdkreten op. Onder een felle zomerzon, die de arbeiders er nog eens extra van doordringt wat een lange weg ze hebben afgelegd sinds die koude en regenachtige nachten, zijn ze strijdbaarder dan ooit.

  • Dalende autoverkopen in Brazilië en Argentinië

    Dalende autoverkopen in Brazilië en Argentinië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje: extreemrechts komt voor het eerst in een regionale regering

    » Omstreden Israëlische wet sluit Palestijnen uit van route naar staatsburgerschap

    Automarkt krimpt in Latijns-Amerika

    Van alle Latijns-Amerikaanse landen daalden de autoverkopen in januari het sterkst in Argentinië en Brazilië. Dit blijkt uit een rapport van de Association of Automotive Companies of Ecuador (AEADE) over de regionale automarkt met gegevens van automarkten in tien Latijns-Amerikaanse landen. De Latijns-Amerikaanse automarkt vertoonde een algehele daling van 9,2 procent ten opzichte van dezelfde maand in 2021, bericht MercoPress.

    Voor Brazilië en Argentinië was de negatieve ontwikkeling in de autoverkoop het grootst: die daalde respectievelijk met 26,1 procent en 13,0 procent. Uit het rapport blijkt ook dat Venezuela en Paraguay een omzetgroei van respectievelijk 143,6 proecnt en 49,6 procent konden noteren, vergeleken met dezelfde maand in 2021.

    Lees ook:

  • Bangkok Airways gehackt | Argentinië haalt banden aan met Cuba

    Bangkok Airways gehackt | Argentinië haalt banden aan met Cuba

    Venezuela: regering en oppositie streven naar ‘deelakkoorden’

    De tweede onderhandelingsronde tussen het regime van Nicolás Maduro en de Venezolaanse oppositie, met het oog op de regionale verkiezingen van 21 november, was gericht op het bereiken van ‘deelakkoorden’, schrijft het Spaanse agentschap Europa Press. Volgens de regeringsdelegatie zijn er al akkoorden gesloten, maar de oppositie heeft verklaard dat er nog geen overeenstemming is bereikt.

    De oppositie wil ingrijpende politieke veranderingen

    De vertegenwoordiger van Nicolás Maduro zei dat de onderhandelingen in een ‘hartelijke sfeer’ verlopen en dat het opheffen van de economische sancties zijn voornaamste doelstelling is. De oppositie, die ermee heeft ingestemd deel te nemen aan de verkiezingen in november, benadrukt de noodzaak van humanitaire akkoorden en ingrijpende politieke veranderingen. De onderhandelingen vinden plaats in Mexico, onder auspiciën van Noorwegen. Ook Nederland en Rusland spelen een bemiddelende rol.


    Bangkok Airways gehackt

    Bangkok Airways, de op een na oudste en op twee na grootste luchtvaartmaatschappij van Thailand, maakte op donderdag 26 augustus bekend dat hackers passagiersinformatie hebben gestolen bij een ransomware-aanval. De luchtvaartmaatschappij bevestigde de hack, een dag nadat een ransomware-bende, bekend als LockBit, een bericht op het darkweb plaatste waarin werd gedreigd gegevens te lekken als een fors bedrag aan losgeld niet zou worden betaald. De LockBit-bende gaf de luchtvaartmaatschappij vijf dagen de tijd om het losgeld te betalen, maar publiceerde zaterdag de ruim 200 GB aan gestolen gegevens nadat duidelijk werd dat Bangkok Air niet wilde onderhandelen, schrijft The Record.

    Er zijn ook bestanden bestolen die persoonlijke gegevens van passagiers bevatten

    Hoewel de meeste gestolen informatie zakelijke documenten lijkt te betreffen, zei Bangkok Airways dat de hackers er ook in geslaagd zijn bestanden te stelen die persoonlijke gegevens van sommige van haar passagiers bevatten. Het is onduidelijk om hoeveel passagiers het gaat.

    Eerder deze maand waarschuwde het Australian Cyber Security Center Australische bedrijven al voor een toename van aanvallen van de Lockbit-bende.


    Argentinië haalt banden aan met Cuba

    Jorge Neme, de Argentijnse minister van Internationale Economische Betrekkingen, heeft vorige week maandag in Havana een ontmoeting gehad met de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken Bruno Rodríguez, waarbij beide landen hun intentie onderstreepten om de bilaterale banden te versterken, bericht MercoPress. Rodríguez maakte van de gelegenheid gebruik om Neme te bedanken voor de steun van Argentinië in het veroordelen van de economische, commerciële en financiële blokkade van de Verenigde Staten tegen het eiland.

    Neme had ook een ontmoeting met de Cubaanse minister van Landbouw om technische samenwerking en gezamenlijke zakelijke projecten te bespreken. Daarna bezocht hij verschillende bedrijven in de westelijke provincie Matanzas in Cuba.

  • Sterke stijging huizenprijzen in de VS | Polen wil kernenergie

    Sterke stijging huizenprijzen in de VS | Polen wil kernenergie

    In de VS stijgen de huizenprijzen exorbitant

    Niet alleen in Nederland, maar ook in de VS wordt het steeds duurder om een huis te kopen. De huizenprijzen kenden in mei de grootste jaarlijkse stijging sinds ruim twee decennia, door een tekort aan onroerend goed en lage rentes op leningen die de vraag aanwakkeren, aldus The Wall Street Journal. Volgens de National Association of Realtors (NAR), de Amerikaanse makelaarsvereniging, bedroeg de gemiddelde verkoopprijs van bestaande woningen in mei voor het eerst 350.000 dollar, ruim 293.000 euro. Dat is bijna 24 procent hoger dan een jaar geleden.

    Mensen die vanuit huis kunnen werken, grepen de kans om naar een goedkopere stad te verhuizen

    De verkoopprijzen zijn sinds afgelopen zomer sterk gestegen, toen coronamaatregelen in het hele land werden versoepeld en veel mensen zich haastten om meer ruimte en grotere huizen te vinden. Mensen die vanuit huis kunnen werken, grepen de kans om naar een goedkopere stad te verhuizen. De prijsstijging zorgt voor vertraging in het tempo van woningverkopen. De verkoop van bestaande woningen daalde in mei met 0,9 procent ten opzichte van april, waarmee de vierde opeenvolgende maand van dalende verkopen een feit is, aldus NAR.


    Veel aanmeldingen voor European Space Agency

    European Space Agency (ESA) is verrast door het aantal mensen dat zich heeft aangemeld om lid te worden van het astronautenkorps, schrijf BBC. In totaal vulden 22.589 personen een online formulier in, tweeënhalf keer zoveel als bij de laatste oproep van ESA in 2008. Het aantal aanmeldingen van vrouwen steeg aanmerkelijk: 5419 aanvragen vergeleken met 1287 in 2008.

    ‘Het toont de interesse en het enthousiasme van mensen in Europa om astronaut te worden’

    ‘Meer dan 22.000 sollicitanten is nogal wat’, aldus Josef Aschbacher, directeur-generaal van ESA. ‘We zijn allemaal stomverbaasd. Het toont de interesse en het enthousiasme van mensen in Europa om astronaut te worden.’

    Er zijn aan vier tot zes mensen contracten te vergeven om zich fulltime bij het astronautenkorps te voegen. Daarnaast wordt een reservebestand van maximaal 20 personen gemaakt voor het geval er zich andere kansen voordoen. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat een lidstaat van ESA een ‘nationale missie’ wil vliegen buiten de afspraken die het agentschap heeft met het International Space Station (ISS).


    Polen wil kernenergie

    Parlementsleden van vier uiteenlopende politieke partijen in Polen vragen premier Mateusz Morawiecki in een brief om partij-overschrijdend overleg over de bouw van kerncentrales. Het is een zeldzaam vertoon van samenwerking in de verdeelde Poolse politieke arena, volgens Notes from Poland. De parlementariërs stellen dat de plannen meerdere parlementaire termijnen zullen beslaan en dus een langdurige samenwerking tussen politieke groeperingen vereist. 

    Volgens de officiële nucleaire strategie van de regering, die onderdeel vormt van plannen om gaandeweg over te schakelen van steenkool naar energiebronnen met lage of geen uitstoot, zal de eerste reactor van Polen tegen 2033 in bedrijf moeten zijn. In 2043 zullen er dan nog vijf kerncentrales volgen. Het ministerie van klimaat liet vorig jaar weten dat het streven is om een totale nucleaire capaciteit van ongeveer 6 tot 9 GW te hebben, tegen een geschatte kostprijs van 80 miljard zloty (17 miljard euro). Sommige experts vrezen dat de voorgestelde tijdlijn te optimistisch is.


    12,833 biljoen

    Door de val van de roepie daalde het aantal dollarmiljonairs in India in 2019 van 764.000 tot 698.000, bericht het Indiase nieuwsportaal YourStory. Hun cumulatieve vermogen bedroeg 12,833 biljoen dollar, een daling van 594 miljard dollar of 4,4 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, volgens een rapport van het onderzoeksinstituut van Credit Suisse.


    Argentinië hervat vleesexport

    Vanwege enorme prijsstijgingen en een tekort aan aanbod stelde Argentinië medio mei een exportverbod van een maand in op rundvlees om de prijzen te verlagen. Dat verbod is nu voorbij en Argentijnse fokkers mogen weer rundvlees exporteren, meldt Der Spiegel. Tot augustus blijft het toegestane exportvolume echter wel beperkt tot 50 procent van de gemiddelde export van vorig jaar. 

    In 2020 exporteerde Argentinië 819.000 ton vlees en leer

    Argentinië is de vierde grootste exporteur van rundvlees ter wereld. In 2020 exporteerde het land 819.000 ton vlees en leer, goed voor zo’n 2,8 miljard euro, voornamelijk naar China, Duitsland, Chili en Israël. Rundvlees maakt ongeveer 5 procent uit van de totale export van Argentinië.


    Draghi is positief gestemd

    Italië kan zich verheugen op een periode van sterke groei na de economische aardbeving die werd veroorzaakt door de pandemie, zo liet premier Mario Draghi woensdag aan het Italiaanse parlement weten. ‘De economische situatie in Europa en Italië verbetert enorm’, aldus Draghi. ‘Volgens de prognoses van de Europese Commissie zal Italië in 2021 en 2022 met respectievelijk 4,2 en 4,4 procent groeien, net als de rest van de EU. Veel indicatoren geven aan dat ons herstel waarschijnlijk nog duurzamer zal zijn.’

    De premier zei dat een sterkere groei het mogelijk zou maken om ‘de verhouding tussen schuld en bruto binnenlands product te verlagen‘, bericht ANSA.

    Lees ook:

  • In Argentinië komt de crisis niet terug. Hij is nooit weggeweest

    In Argentinië komt de crisis niet terug. Hij is nooit weggeweest

    Of er een vloek op de Argentijnse economie rust, vraagt deze journalist zich af. Het land is al vijf keer van munt veranderd, lijdt onder torenhoge inflatie en is als gevolg van de mondiale crises de grootste debiteur van het Internationaal Monetair Fonds.

    In het rampjaar 2020 stortte de Argentijnse economie in. Uit officiële cijfers blijkt dat er sprake is van een krimp van 10 procent. Samen met die in Peru is dat de grootste van het hele Latijns-Amerikaanse continent – als we de Venezolaanse catastrofe buiten beschouwing laten.

    Toen de Argentijnse economie in 2002 in een vrije val terechtkwam, was de krimp maar een fractie groter, namelijk 10,9 procent. De inflatie is gigantisch (deze bedroeg de afgelopen twaalf maanden 38,5 procent en blijft toenemen), de peso wordt steeds minder waard en de reserves van de Centrale Bank bedragen nog geen 3 miljard dollar. Vier op de tien Argentijnen leeft in armoede. Op macro-economisch niveau is de situatie zeer alarmerend. 

    GettyImages 1228035184
    Vrijwilligers delen maaltijden uit in Buenos Aires. Door inflatie zijn de prijzen voor voedsel flink gestegen. – © Carol Smiljan / NurPhoto / Getty

    Maar Argentinië is gewend aan de cyclus van vallen en opstaan en aan een relatieve economische achteruitgang. Sinds 1921, nu precies een eeuw geleden, toen het een van de rijkste landen ter wereld was en het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking gelijk was aan dat van Frankrijk en Duitsland, kent het land een gemiddelde inflatie van 105 procent per jaar en moest het noodgedwongen vijf keer van munt veranderen: tot 1969 had je in Argentinië de peso moneda nacional, daarna kwam de peso ley (tot 1983), vervolgens kreeg je de peso argentino (tot 1985), die werd vervangen door de austral (tot 1991) en nu is de peso de Argentijnse munt. Sinds 1980 is Argentinië, als enige land ter wereld, tot vijf keer toe gestopt met het aflossen van zijn buitenlandse schuld. Er is geen land dat zo’n hoge schuld heeft bij het IMF, er moet 44 miljard dollar worden terugbetaald. 

    Uitstel van betaling

    Toen de peronist Alberto Fernández in december 2019 president werd stond het land er slecht voor. Weer kon Argentinië zijn schulden niet aflossen en het zat al drie jaar in een recessie. En toen, een paar weken later, was daar de pandemie. Minister van Economische Zaken Martín Guzmán moest op twee fronten tegelijk strijd leveren. Tijdens lange videovergaderingen met particuliere schuldeisers moest hij opnieuw onderhandelen over de af te lossen schulden. Hij sleepte er uitstel van betaling uit en wist de rente aanzienlijk te laten dalen. Dat gaf een beetje lucht. Nu probeert hij het IMF zover te krijgen dat ze ermee akkoord gaan om de terugbetaling van het geleende geld over een langere periode uit te smeren. 

    Op het andere front was het voor Guzmán nog ingewikkelder: hoe moest de overheid subsidie verlenen aan bedrijven en inwoners die vanwege corona hun activiteiten moesten stilleggen? Argentinië had immers geen toegang tot de kredietmarkten. De minister had geen andere keuze dan de geldpers te laten draaien.

    In 2020 heeft de Argentijnse Centrale Bank meer dan 1,2 biljoen peso bij laten drukken

    In 2020 heeft de Argentijnse Centrale Bank meer dan 1,2 biljoen peso bij laten drukken (het geld werd door drukkerijen in Brazilië en Spanje gedrukt omdat de Argentijnse geldpersen al 24 uur per dag draaiden), met het risico dat de inflatie toeneemt. En dat lijkt nu het geval te zijn. Afgelopen januari zijn de prijzen met 4 procent gestegen.  

    Desondanks blijft het land doordraaien. Een goed voorbeeld van die continuïteit, ondanks alle tegenslagen die Argentinië in het verleden en momenteel moet trotseren, is Galfione y Cia, een garenfabriek die door Hugo Galfione in 1947 is opgericht, toen Juan Domingo Perón president van Argentinië was. Hugo’s kleinzoon, Luciano Galfione, is nu directeur van het bedrijf. De familie Galfione heeft onvoorstelbaar moeilijke tijden het hoofd weten te bieden, zoals na 2001 de hyperinflatie en de periode van de ruilhandel. Luciano Galfione betaalt maandelijks honderdvijftig salarissen uit, staat aan het hoofd van drie fabrieken en overleeft dankzij de binnenlandse markt. 

    Een verklaring voor de moeizame duurzame groei en de enorme inflatiedruk moet gezocht worden in de binnenlandse markt: de Argentijnse economie staat tamelijk los van de internationale handel. Je hoeft alleen maar naar Chili te kijken – een land met 19 miljoen inwoners, Argentinië telt 44 miljoen – om een idee hiervan te krijgen.

    Chili exporteert voor ongeveer 70 miljard dollar en importeert voor ongeveer 59 miljard dollar. Argentinië daarentegen exporteert voor iets meer dan 60 miljard, vooral graan en vlees, en importeert voor ongeveer hetzelfde bedrag. Galfione grapt: ‘Moet je eens zien hoe rijk het land zou zijn als het zich niks van de Argentijnen aan zou trekken.’

    In 1984, toen Argentinië een van de meest akelige dictaturen de rug kon toekeren, kwam econoom en Nobelprijswinnaar Paul Samuelson met een soortgelijke gedachte, zonder grappig te willen zijn: ‘Argentinië is het klassieke voorbeeld van een economie waar de relatieve stagnatie niet het gevolg is van het klimaat, de rassenongelijkheid, de malthusiaanse armoede of de technologische achterstand. Het lijkt wel of de samenleving en niet de economie ziek is.’ 

    Vorige regering

    De peronistische regering van Alberto Fernández houdt de vorige regering van de liberaal Mauricio Macri (2015-2019) verantwoordelijk voor de huidige crisis. Het klopt dat de peso 40 procent van zijn waarde verloor en dat de gigantische lening van het IMF grotendeels is weggevlogen in wanhopige pogingen het begrotingstekort te dichten en in speculaties (een groot deel van de 44 miljard dollar die Argentinië kreeg is naar het buitenland gegaan of verdwenen in kluizen).

    Toen tijdens de voorverkiezingen in augustus 2019 duidelijk werd dat de peronisten een comeback zouden maken kelderden de beurzen en devalueerde de peso met nog eens 38 procent. Om te voorkomen dat de boel zou instorten werd deviezencontrole van kracht. Maar Macri had op zijn beurt ernstige problemen geërfd van zijn voorgangster Cristina Fernández de Kirchner, de huidige vicepresident. 

    ‘De ene crisis stapelt zich op de andere,’ zegt Diego Sánchez-Ancochea, docent Politieke Economie aan de universiteit van Oxford. ‘Argentinië komt maar niet uit de crisis: in de jaren tachtig werd de staatsschuld groter, in de jaren negentig probeerde men via privatiseringen de problemen op te lossen, en met de crisis van 2001 en 2002 via wisselkoersen. Er worden maatregelen getroffen maar de structurele problemen worden nooit opgelost. De crisis komt niet terug, nee, de crisis is nooit weggeweest.’ 

    De crisis van de peso is chronisch. Decennia van hoge inflatie en waardevermindering van de peso plus het corralitotrauma van 2001-2002 (de bevriezing van bankrekeningen, waardoor de Argentijnen bijna een jaar lang niet bij hun geld konden; toen de maatregel werd opgeheven bleken hun dollartegoeden getransformeerd te zijn in gedevalueerde peso’s) hebben ervoor gezorgd dat Argentinië een land is met twee munten. Zo worden de prijzen op de vastgoedmarkt uitgedrukt in dollars. 

    Men beschouwt de jaren tachtig vaak als het ‘verloren decennium’

    ‘De dollar is niet zomaar een variabele, maar een thermometer die aangeeft hoe het is gesteld met de economie en de politiek, en ook een instrument om geld te sparen,’ stelt Mariana Luzzi, die samen met Ariel Wilkis het boek El dólar, historia de una moneda argentina (‘De dollar, geschiedenis van een Argentijnse munt’) schreef. Argentinië zal nooit de hoeveelheid dollars kunnen genereren die het land nodig heeft, waardoor deviezencontrole  (particulieren mogen niet meer dan tweehonderd dollar per maand kopen) noodzakelijk is. Omdat er geen toerisme meer is, is het tekort aan dollarbiljetten nog nijpender geworden. De situatie is zo ernstig dat het verboden is om luxe auto’s en kostbare drank te importeren. 

    GettyImages 1227924848
    Bezorgers wachten op bestellingen in de hoofdstedelijke uitgaanswijk Abasto. – © Carol Smiljan / NurPhoto / Getty

    Spagaat

    Het lukt Argentinië maar niet om uit de spagaat te komen waar het sinds jaar en dag in gevangen zit. Enerzijds heb je de landbouwsector, de grote dollarmachine, met een uitstekende concurrentiepositie op de internationale markt en voorstander van vrijhandel. Anderzijds is er de industrie, die sinds het eerste bewind van Juan Perón (1946-1955) wordt gereguleerd door een bijna autarkisch protectionisme, dat is samen te vatten in wat de peronisten keer op keer herhalen: ‘Wij zorgen voor onszelf.’  

    Douglas Southgate, verbonden aan de Ohio State University en Latijns-Amerikadeskundige, poneert de volgende verklaring: ‘In Argentinië rust een uitzonderlijke vloek op de grondstoffen, die zijn oorsprong heeft in de agrarischesector. De landbouw, die een zeer gunstige internationale concurrentiepositie heeft, heeft relatief weinig werknemers nodig en de beste landbouwgrond is in handen van relatief weinig mensen. Hierdoor is deze sector een geliefd fiscaal doelwit voor politici die gekozen worden door mensen die in andere economische sectoren werken. De belasting van de Argentijnse landbouw heeft een chronisch slecht presterende nationale economie tot gevolg met frequente, ernstige crises.’ 

    In werkelijkheid is de landbouwsector direct of indirect goed voor meer dan twee miljoen arbeidsplaatsen. Dat is 14 procent van de werkende bevolking, terwijl de sector maar tien procent bijdraagt aan het bbp. De ware kracht van de landbouwsector – en de oorzaak van de conflicten die de sector heeft met het peronisme vanwege de belastingen en bronheffingen – zit hem in zijn sterke concurrentiepositie: van elke tien dollar die het land verdient aan zijn export, komt zeven dollar voor rekening van de landbouwsector. Zonder de landbouwexportindustrie zouden er nauwelijks deviezen het land binnenkomen. 

    Ondernemer Galfione heeft zijn eigen kijk op de zaak: ‘Mijn opa Hugo, de oprichter van ons bedrijf, had landbouwgrond in Santa Fe, Recreo, de duurste grond met de hoogste opbrengst, de sojagraanschuur van Argentinië. De man verkoopt in 1947 zijn landbouwgrond in Santa Fe en vertrekt naar Buenos Aires om een kousenfabriek op te zetten omdat volgens hem de industrie de toekomst is. Als ik hem nu zou spreken dan schoot ik hem overhoop. Maar alle gekheid op een stokje, hij had niet eens ongelijk, want elk ontwikkeld land heeft een krachtige industrie nodig.’ 

    Het probleem is dat Argentinië nooit een sterke industrie heeft gehad. 
    De overheid koos voor het model van importsubstitutie en begon halverwege de twintigste eeuw zelf allerlei soorten goederen te produceren zodat ze niet geïmporteerd hoefden te worden. Dit was het model dat destijds voor het hele continent werd aanbevolen door de Comisión Económica para América Latina y el Caribe (CEPAL) van de 
    Verenigde Naties om de economie te ontwikkelen en om de handelsbalans en de betalingsbalans in evenwicht te houden. De Argentijnse industriesector werd door de overheid beschermd en ontwikkelde zich zo verder totdat de dictatuur van 1976 brak met dit politieke beleid. ‘De militairen maakten een einde aan deze aanpak,’ aldus Luciano Galfione. 

    Het is goedkoper om een container naar China te verschepen dan een vrachtwagen uit Catamarca naar Buenos Aires te laten komen

    Toen in 1976 de wereld gebukt ging onder een oliecrisis steeg het bbp in Argentinië naar 51 miljard dollar, dat van Zuid-Korea naar 30 miljard dollar. Vandaag de dag is de Argentijnse economie goed voor iets meer dan 80 miljard dollar, die van Zuid-Korea (dat sinds een halve eeuw zijn industrialisering heeft opgevoerd dankzij werkomstandigheden die grenzen aan slavernij en het manipuleren van wisselkoersen) bedraagt nu 1,4 biljoen dollar en is een exportkanon. 

    Wat is er in Argentinië gebeurd? Ondernemer Galfione legt het uit. In 2016 probeerde hij een project op te zetten waarbij hij met behulp van nanotechnologie kristalgaren met een speciale structuur kon maken dat bestand was tegen hitte, insecten en bacteriën. Hij had subsidie nodig die de overheid in de periode van Macri hem niet verleende. ‘Mijn machines kunnen zich meten met alle andere op de wereld en ik produceer op wereldniveau. Maar de kosten nekken me. China of India verkopen hun producten onder de kostprijs van de grondstoffen. Ik ben goedkoper dan Italië of Spanje, maar zij laten hun producten nu in het Oosten maken.’

    Er zijn ook nog andere problemen zoals de energie- en transportkosten: ‘De logistieke kosten rijzen de pan uit. Het is goedkoper om een container naar China te verschepen dan een vrachtwagen uit Catamarca naar Buenos Aires te laten komen.’ Het resultaat is een wijdvertakte industrie die over het algemeen maar moeilijk kan concurreren met het buitenland. 

    Aangezien er geen concurrentie is met het buitenland omdat er nauwelijks wordt geïmporteerd – de invoerrechten zijn hoog – behoren de producten tot de middenmoot. De hoogwaardige technologie in bepaalde sectoren (genetische manipulatie, kernenergie, farmaceutische industrie) volstaat niet om dit patroon te doorbreken en dan is er ook nog een niet-aflatende braindrain naar het buitenland. 

    Fundamenteel probleem

    ‘Er is een fundamenteel probleem: een gebrek aan consistentie in de macro-economische politiek,’ constateert Néstor Castañeda, verbonden aan het University College in Londen en lid van het Institute of the Americas. ‘De productiestructuur is niet in balans en heeft externe financiering nodig. Alles hangt af van buitenlandse deviezen. Telkens als de wereldhandel krimpt of de buitenlandse investeringen afnemen, is er een gebrek aan reserves. Dit is niet op te lossen.

    Aan de ene kant komt Argentinië zijn financiële verplichtingen niet na, waardoor de toegang tot de grote markten wordt ingeperkt; aan de andere kant is er een gebrek aan coördinatie tussen het valutabeleid, het fiscale beleid en het monetaire beleid. Tien jaar lang is er groei, dan stort de boel in en is het weer terug bij af.’  

    In 2027 zal het welvaartsniveau van 2011 worden bereikt

    Men beschouwt de jaren tachtig vaak als het ‘verloren decennium’ van de Argentijnse economie. Er kwam een einde aan de dictatuur en met Raúl Alfonsín kwam de democratie maar ook de hyperinflatie. In 1989 stegen de prijzen met meer dan 3000 procent. In de garenfabriek maakte de vader van Luciano Galfione de balans op in kilo’s in plaats van in peso’s, want het was onmogelijk om de prijs van een product vast te stellen. Maar als je de macro-economische ontwikkelingen bekijkt, zijn er tientallen jaren verprutst, ook al werd er in de jaren negentig gemakkelijk geld verdiend toen onder president Carlos Menem de peso net zoveel waard was als de dollar. En ook al lukte het tijdens de gouden jaren van Néstor Kirchner (2003-2007) sterk te groeien met weinig inflatie dankzij de brute, door de vrije val van 2001-2002 opgelegde, bezuinigingen en dankzij de stijging van de sojaprijzen.  

    Econoom Martín Rapetti schat dat het bbp in Argentinië vandaag de dag nagenoeg gelijk is aan dat van 1974. Maar helaas is de ongelijkheid tussen rijk en arm veel groter. Bijna een halve eeuw vermorst. In een interview met dagblad Clarínschetst Rapetti een somber scenario: als je ervan uitgaat dat de Argentijnse economie in 2021 met 6 procent stijgt en jaarlijks gestaag doorgroeit met 4,5 procent, iets wat niet erg waarschijnlijk is, dan zal pas in 2027 het welvaartsniveau van 2011 worden bereikt.

  • Dagboek van een proefpersoon. ‘Vanaf nu ben ik V.5674’

    Dagboek van een proefpersoon. ‘Vanaf nu ben ik V.5674’

    Pedro Greco is een van de vijfduizend Argentijnen die zich vrijwillig hebben aangemeld om een coronavaccin te testen. Sinds de eerste prik houdt hij in het tijdschrift Anfibia een dagboek bij. Greco beschrijft hoe het is om niet te weten waarmee je geïnjecteerd bent, maar ook over de voldoening die het geeft om je lichaam uit te lenen aan de wetenschap.

    Maandag 31 augustus 2020

    Eerste bezoek: vanaf nu ben ik V.5674

    Het kwam niet door het bloed. Ook niet door de naald. En ook niet door de prik. Het was al bijna voorbij toen ik flauwviel. Ik werd weer bij kennis gebracht door een windvlaag in mijn gezicht. Twee mensen wapperden met een paar witte blaadjes (waarschijnlijk het toestemmingsformulier van 29 pagina’s, het enige wat voorhanden was in al die klinische kilheid). Ik herinnerde me het laatste waarover ik het had gehad met de dokter, voordat ik flauwviel: hoe nobel het was om je lichaam ter beschikking te stellen van de wetenschap.

    Het kwam niet alleen door het epische moment. Dit gebeurt iedereen met een lage bloeddruk als hij of zij bloed afstaat. Ik bleef een half uur lang zitten. Ze namen twee keer mijn bloeddruk op. Toen ik was bijgekomen, durfde ik het te vragen. ‘We hebben drie buisjes afgenomen,’ vertelden ze. Ik zou kunnen zeggen dat ik mijn angst heb overwonnen, ware het niet dat ik in de twee jaar dat dit onderzoek naar een vaccin tegen covid-19 zal duren nog vier keer bloed moet afstaan.

    Ik ben verre van alleen: aan deze fase van het project doen dertigduizend mensen mee, in de Verenigde Staten, Duitsland, Brazilië en Argentinië

    ‘Probeer de volgende keer te gaan liggen,’ zei de vrouw die mijn bloed had afgetapt, en die ik nu niet meer herkende – spatbril, mondkapje en een wegwerpschort – voordat ze wegliep.

    Stipt om drie uur ’s middags haalde een taxi me op bij mijn huis in Lanús [een voorstad van Buenos Aires]. Veertig minuten later kreeg ik bij binnenkomst in het militair ziekenhuis een plastic tas met daarin een flesje water, een mueslireep, drie zuurtjes, een pak met vijf biscuitjes, een flesje handgel, een digitale thermometer die nog in de verpakking zat en een medisch mondmasker. Ze vroegen of ik mijn effen zwarte mondkapje wilde afdoen en het nieuwe wilde opzetten. Ik was nog nooit hier in deze witte kolos in Las Cañitas [een wijk in Buenos Aires] geweest. Van het moment dat je met de auto de eerste slagboom voorbijrijdt totdat je uitstapt, houden mensen in groene camouflagepakken je drie keer staande.

    HMC V G3 / 123-5674

    Vanaf vandaag zegt mijn dossier dat ik een heleboel nummers en hoofdletters ben: ‘HMC V G3 / 123-5674’. HMC: Hospital Militar Central [het militair ziekenhuis]. V: Voluntario [vrijwilliger]. En G3? Geen idee. Misschien een verwijzing naar de derde fase van het onderzoek? Het is goed mogelijk dat de rest ook HMC, V en G3 is. Wat ik daadwerkelijk ben geworden is een nummer: 5674, het nummer naast mijn naam dat de dokters bij mijn eerste bezoek bij elke stap met gele markeerstift op een lijst afstrepen. Ik ben ook een aankomstnummer, 4de vrijwilliger van de dag, en een spreekkamernummer, C36.

    Ik was geen moment alleen. Ik werd overal naartoe geleid, altijd onder begeleiding van iemand met een groene map met de papieren die mij moeten voorstellen gedurende het onderzoek van Pfizer en Biontech. Ik ben verre van alleen: aan deze fase van het project doen dertigduizend mensen mee, in de Verenigde Staten, Duitsland, Brazilië en Argentinië. In Argentinië zijn we met vijfduizend proefpersonen.

    Voordat ik flauwviel, las ik met Mariano, de dokter die me was toegewezen, een voor een de beide kanten van de vijftien pagina’s van het toestemmingsformulier (front and back, zou Ross van Friends zeggen), dat ik in tweevoud tekende. Waar het onderzoek om draait, voorwaarden, verplichtingen, voorzorgsmaatregelen, wie er toegang heeft tot je gegevens en wat ze daarmee mogen doen (dit is het exacte moment waarop fanatieke complotdenkers zouden afhaken), wanneer de aankomende bezoeken gepland staan en wat je dan te wachten staat.

    Vragen

    Ze willen voortdurend weten of je nog vragen hebt. In het document staat: ‘Ik heb dit toestemmingsformulier voor het hiervoor beschreven onderzoek gelezen en begrepen, en ik heb de kans gehad om vragen te stellen.’

    Waaruit bestaat het vaccin? Waarom doen ze bloedtesten bij mensen die het placebo hebben gekregen? Kan iedereen antistoffen opbouwen? Wanneer weten ze of het werkt of niet? Deze en andere prangende vragen – misschien lachwekkend voor een dokter – waren te horen in spreekkamer 36. Alle voorwaarden waarmee je instemt als je tekent, kunnen van het ene op het andere moment worden herroepen. Als je ermee wilt stoppen, hoef je het maar te zeggen. Als je wilt dat ze je gegevens vernietigen, doen ze dat.

    Laatste stop van de tour. Half zeven ’s avonds. Overgeleverd aan dat reusachtige doolhof waar ik de afgelopen anderhalf uur doorheen ben geleid, kom ik bij een zaal met tien school-banken. Ik heb nog steeds een raar gevoel in mijn neus van het wattenstaafje. Op elke tafel staan een flesje met handgel en een prullenbakje. Aan elke kant van zaal zitten vijf proefpersonen. Achterin, in het midden, in een soort van panopticum, zitten twee dokters in een elfde bank.

    Op de panelen die de proefpersonen van elkaar scheiden is een papier geplakt. Aan één kant staat, in hoofdletters op een zwarte achtergrond: ‘in afwachting van vaccin’, het teken voor degene die ons moet prikken – die voordat ze dat doet vriendelijk vraagt: ‘Welke arm heb je het liefst?’ Linkerarm. En prik. Aan de andere kant van het papier staan op een oranje achtergrond twee kolommen: ‘begin’ en ‘einde’. De dokter noteert het tijdstip van de injectie en dat van de controle waarbij wordt gekeken hoe het gebied rond de injectie na een half uur reageert.

    Om voor de hand liggende redenen mag je niet iemand meenemen. Misschien laten ze me daarom nooit alleen.

    Zaterdag 19 september 2020

    Dag 20: De tweede dosis

    ‘Voordat we beginnen: wordt hier mijn bloed afgenomen? De vorige keer zeiden ze dat ik beter op de behandeltafel kon gaan liggen…’

    In de kamer van twee bij drie meter is geen ruimte voor een behandeltafel. Wel voor een gewone tafel, twee stoelen, handgel, ontsmettingsalcohol en mijn groene map. De woorden van Nati, de dokter die mij dit keer is toe-gewezen, nemen mijn zorgen weg. Het tweede bezoek is het enige van de zes waarbij geen bloed wordt geprikt.

    Opnieuw de vragen: sommige bekend, andere nieuw. Allemaal beantwoord ik ze met nee. Als ik te lang wacht met antwoorden, selecteert de dokter al de optie ‘nee’ op haar tablet voordat ik iets zeg. Geen klachten tussen het eerste en het tweede bezoek, geen symptomen van covid-19, geen medicijnen, geen onderliggende aandoeningen. Nee, ik neem geen corticosteroïden. Nee, ik doe niet mee aan een ander onderzoek. Nee, ik werk niet bij een van de twee laboratoria. Nee, mijn familieleden ook niet.

    En wanneer is het vaccin beschikbaar? Ik ben opgehouden te tellen hoe vaak me dat is gevraagd

    Ik loop door het ziekenhuis alsof ik er al mijn hele leven word behandeld. Van de receptie op de begane grond naar spreekkamer 32 op de tweede verdieping. En daarna door naar de vijfde, waar ze me nog meer vragen stellen, een neus-swab afnemen, nog meer vragen, het vaccin (of een placebo), en wacht hier een half uur, laat je arm eens zien, nog meer vragen, doe het rustig aan en we zien je over een maand.

    Ze leggen veel meer nadruk op de mogelijke symptomen dan de vorige keer. Met de tweede dosis is de behandeling voltooid en kan ik mogelijk koorts of spierpijn krijgen. ‘Elke acht uur ibuprofen of paracetamol,’ raden ze me aan. Als het niet stopt, moet ik in mijn portemonnee het kaartje opzoeken dat ik drie weken geleden heb gekregen met daarop het nummer dat ik dan moet bellen. ‘Daar kunnen ze je helpen.’

    Effectief

    En wanneer is het vaccin beschikbaar? Ik ben opgehouden te tellen hoe vaak me dat is gevraagd. Ik weet het niet, en ook Pfizer, Biontech, of zelfs maar het militaire ziekenhuis, weten dat niet. Natuurlijk heb ik het bij het eerste bezoek gevraagd. Zoals dokter Mariano me vertelde, zouden ze in oktober of november de balans kunnen opmaken en kunnen zien of het effectief is geweest bij de 50 procent die de twee doses van het vaccin hebben gekregen.

    In principe. Mogelijk duurt het langer doordat de laboratoria hebben voor-gesteld om de onderzoeksgroep in de derde fase uit te breiden: van 30.000 proefpersonen zouden het er 44.000 worden om ‘een diverse bevolkingssamenstelling’ te kunnen onderzoeken. Drie weken geleden gaven ze een datum, vandaag een andere en over een maand misschien weer een andere. We zullen geduld moeten hebben en blijven het op de voet volgen.

    Vaccin: Stand van zaken

    In november meldden Pfizer en Biontech dat hun vaccin in ruim 95 procent van de gevallen effectief is. Onder andere de EU heeft dit Pfizer/Biontech-vaccin ingekocht. Op dit moment is het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) bezig met de evaluatie ervan. De verwachting is dat er in het eerste kwartaal van 2021 in Nederland kan worden gestart met vaccineren. Het Verenigd Koninkrijk heeft het vaccin al goedgekeurd en is begonnen met het inenten van mensen in verzorgingstehuizen.

  • Wereldbeeld: Liggende opstand

    Wereldbeeld: Liggende opstand

    Argentijnse vrouwen zijn massaal op de breedste boulevard ter wereld gaan liggen, de Avenida 9 de Julio in Buenos Aires, uit protest tegen machismo en geweld.

    © Tomas Cuesta / AP / HH
    © Tomas Cuesta / AP / HH

    Argentijnse vrouwen zijn massaal op de breedste boulevard ter wereld gaan liggen, de Avenida 9 de Julio in Buenos Aires, uit protest tegen machismo en geweld. De demonstranten zijn ontzet over het vonnis van de rechtbank in de moord op de 16-jarige Lucía Pérez. Zij werd in 2016 gedrogeerd, verkracht en om het leven gebracht door twee mannen, die ervanaf kwamen met een lichte straf omdat het volgens de rechtbank ging om ‘seks met wederzijdse toestemming’.

  • Argentijnse president Macri staat symbool voor nieuwe tijd

    Argentijnse president Macri staat symbool voor nieuwe tijd

    De Argentijnse president Mauricio Macri, die in 2015 Cristina Kirchner opvolgde, boekte onlangs opnieuw een verkiezingszege. Volgens zijn minister van Cultuur Pablo Avelluto slaat het land daarmee definitief een nieuwe weg in.

    Pablo Avelluto (Buenos Aires, 1966) is meer dan minister van Cultuur in de regering van president Macri. De erudiete voormalige uitgever van Random House is een van de breinen achter de verkiezingscampagnes, het politieke discours en de vage ideologie van Mauricio Macri, wiens regeringscoalitie Cambiemos (Laten we veranderen) onlangs een verrassend succes heeft geboekt bij de tussentijdse parlementsverkiezingen in Argentinië. De macht van het land ligt nu bij Macri, die weinig meer heeft te vrezen van een sterk verzwakte oppositie. Pablo Avelluto legt uit waarom zo veel Argentijnen hen steunen, ondanks de aanhoudende economische crisis die in Macri’s eerste regeringsjaar nog verder is toegenomen.

    Wat is er aan de hand in Argentinië?

    ‘Ik denk dat de sociale omwentelingen van de eenentwintigste eeuw eindelijk de Argentijnse politiek hebben bereikt. Er is geen angst meer, vooroordelen brokkelen af. Er is nu een regering aan de macht die de dialoog op de politieke agenda heeft gezet. Men heeft de buik vol van een gepolariseerde samenleving.’

    Heeft Macri gewonnen omdat de Argentijnen geen ruzie meer willen maken met elkaar?

    ‘Gefrustreerd zijn, dat is wat de Argentijnen niet meer willen. Hoe kan een land met zoveel potentie het zo slecht doen? Niemand die dat snapt. Wij willen ons niet langer blind staren op hoe we steeds dieper zijn gezonken en de schuldigen aanwijzen in de geschiedenisboeken, maar gezamenlijk koersen op vooruitgang.’

    Tijdens de campagne voor de verkiezingen van 22 oktober werd zelfs de vraag gesteld of Perón nog wel op de peronisten zou hebben gestemd.*

    ‘Daarom is de verkiezingsuitslag zo interessant. Op de avond van de verkiezingen kwam ik thuis met het gevoel dat het verleden echt geschiedenis was geworden. Je kunt het vergelijken met wat er in de jaren zeventig in Spanje gebeurde na de dood van dictator Franco. De Spanjaarden beseften dat er sprake was van een waterscheiding. Dat is een voorbeeld voor ons. Het Argentinië van nu is het Spanje van toen, wij laten het verleden achter ons. Nu zijn wij aan de beurt.’

    Mauricio Macri laat zich fotograferen met een fan tijdens de tussentijdse parlementsverkiezingen. Buenos Aires, Argentinië. – © Natacha Pisarenko / HH
    Mauricio Macri laat zich fotograferen met een fan tijdens de tussentijdse parlementsverkiezingen. Buenos Aires, Argentinië. – © Natacha Pisarenko / HH

    Begraven we dan ook de vooroordelen over president Macri, die als zoon van een zeer invloedrijke en steenrijke zakenman een van Argentiniës meest polemische achternamen draagt?

    ‘Ook die vooroordelen zullen minder worden. Nog nooit heeft een regering zo veel sociale investeringen gedaan als de huidige regering. Dan kan je niet zo makkelijk meer worden weggezet als de regering van de rijken. Het is onzin te beweren dat Macri een dictatoriaal, neoliberaal regime vertegenwoordigt dat het op de armen heeft gemunt.’

    Het ging in 2016 heel slecht met de economie. Waarom krijgt u stemmen van mensen die in armoede leven sinds uw partij aan de macht is?

    ‘Blijkbaar is de economische situatie niet de doorslaggevende factor bij de verkiezingen. De overtuiging dat problemen er zijn om opgelost te worden weegt net zo zwaar. Onze slogan “We kunnen het” is op het volgende gestoeld. Argentinië is al vijfendertig jaar een democratie, een unicum in de geschiedenis van ons land. Toch leeft een op de drie Argentijnen in armoede. Desondanks stemmen de mensen die het slecht hebben op ons, omdat ze het gevoel hebben dat wij naar hen luisteren en dat we oplossingen zoeken voor hun problemen. De grote sociale veranderingen die zich in Argentinië hebben voorgedaan – op het gebied van arbeidsverhoudingen, maar ook in de relatie tussen ouders en kinderen, tussen mannen en vrouwen – zijn nu ook doorgedrongen tot de politiek. Argentinië is nu een echte democratie geworden.’

    Heeft men president Macri onderschat?

    ‘De onderwaardering voor Macri heeft in zijn voordeel gewerkt. Wie meende te weten waar het in de politiek om draait zag ons niet aankomen. Men besefte niet dat het toespreken van grote menigten op de Plaza de Mayo, wat in de jaren zeventig en tachtig nog effect sorteerde, nu niet meer werkt. Dat is een ouderwetse manier van politiek bedrijven. Tegenwoordig gebruiken de mensen hun smartphone om op de hoogte te blijven van wat er speelt in de politiek. Mijn ouders behoren tot de laatste generatie mensen die hun leven lang dezelfde krant lezen.’

    De makke van het kirchnerismo is, behalve het slechte beleid en de corruptie, dat het niet meer van deze tijd is. Om eigentijdse problemen op te lossen worden handboeken van vijftig jaar geleden gebruikt

    Maar Cristina Kirchner [de grote rivale van Macri, president van 2007 tot 2015] heeft tijdens deze campagne eveneens de sociale media ingezet.

    ‘Maar ze begon te laat, het klopte niet. En ze sloot de campagne af als vanouds: een stadion gevuld met vijftigduizend mensen die met gemeentegeld waren gemobiliseerd. De makke van het kirchnerismo is, behalve het slechte beleid en de corruptie, dat het niet meer van deze tijd is. Om eigentijdse problemen op te lossen worden handboeken van vijftig jaar geleden gebruikt.’

    Het overgrote deel van de intelligentsia moet niets van Macri hebben.

    ‘Ook de politieke hokjes waarin onze intellectuelen zijn grootgebracht zijn niet meer van deze tijd. Macri hoort niet bij rechts en niet bij links, niet bij de populisten en niet bij de neoliberalen. Door Kirchner is Argentinië pas laat aangeschoven bij de debatten over de grote mondiale vraagstukken. Laten we niet vergeten dat er onder haar bewind een staatssecretaris voor strategisch nationaal denken werd aangesteld. Onze intellectuelen zijn te lang blijven hangen in het denken in termen van goeden en slechten, categorieën die uit de jaren zeventig stammen.’

    screenshot 2017 11 15 10 22 31

    Ondanks de electorale zege heeft de partij maar veertig procent van de stemmen behaald. Bloeit Macri omdat de peronisten onderling verdeeld zijn? En als die zestig procent het weer eens wordt, is Macri’s laatste uur dan geslagen?

    ‘Het peronisme is ons grote nationale bijgeloof. We horen heel vaak dat wij wel kunnen inpakken als de peronisten elkaar weer vinden. Men spreekt van een slapende dinosaurus die op een dag wakker zal worden. Ik denk niet dat dit ooit zal gebeuren. Niet voor niets hebben we gewonnen in gemeentes waar de peronisten het decennialang voor het zeggen hadden. Macri markeert het einde van een tijdperk.’

    Kun je spreken van een rebellerende middenklasse die wil breken met het peronisme?

    ‘Het zijn de ambitieuzen die rebelleren tegen de rancuneuzen. De tweede groep vraagt zich af wiens schuld het is dat het zo slecht gaat en gaat achter de dader aan. De eerste groep wil dingen voor elkaar krijgen – dat er riolering komt, dat de kinderen goed onderwijs krijgen.’

    Bestaat de kans dat de regering van Macri niet bij machte is om dit enorme mandaat te vertalen in beleid?

    ‘Het risico bestaat dat we denken dat we er zijn. Maar we zijn nog niet eens begonnen. Nog steeds leeft 30 procent van de Argentijnen in armoede. Maar nu komen er hervormingen en zullen alle partijen water bij de wijn moeten doen, want we willen een beter land met gelijke kansen voor iedereen.’

    Kun je de maatschappij vragen offers te brengen als de broer van de president 45 miljoen dollar heeft witgewassen en verschillende ministers hun miljoenen op buitenlandse banken hebben gestald?

    ‘Deze regering bestaat uit Argentijnen, het zijn geen marsmannetjes die in 2015 uit de lucht zijn komen vallen. Vertrouwen opbouwen kost tijd. De mogelijkheden die nu worden gecreëerd om meer juridische zekerheid te bieden zullen ervoor zorgen dat er minder geld in het buitenland wordt geparkeerd. Decennia van politieke en economische instabiliteit liggen nog maar net achter ons. Ik begrijp de roep om ethisch gedrag, maar we moeten eerst een aantal jaren van fatsoenlijke regelgeving doormaken.’

    Auteur: Carlos E. Cué
    Vertaler: Henriëtte Arons

    *Juan Perón was drie keer president van Argentinië tussen 1946 en 1974. Na zijn overlijden in 1974 werd hij opgevolgd door zijn echtgenote Isabel Perón, die in 1976 werd afgezet door generaal Jorge Videla. Het echtpaar Perón vormde de inspiratiebron voor het peronisme. Cristina Kirchner geldt als een van hun erfgenamen.

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Van Syrië naar de pampa’s

    Van Syrië naar de pampa’s

    De Syrische studente Haneen Nasser vluchtte niet naar Europa, maar naar het Argentijnse dorpje Parera in de provincie La Pampa. Argentijnen zijn even hartstochtelijk als Syriërs. Ze voelt zich er thuis.

    Haneen Nasser, vierentwintig jaar oud, verliet haar door oorlog geteisterde vaderland Syrië voor een nieuwe toekomst in Argentinië, met de hulp van een vriendin met een soortgelijke achternaam die ze op internet had leren kennen.

    Belén Nazer, een Argentijnse inwoonster van de provincie La Pampa, was op sociale media op zoek naar haar Syrisch-Libanese voorouders toen ze Haneen vond, die in een Syrisch dorpje aan de Middellandse Zee woonde. Eerst dachten ze dat ze achternichten van elkaar waren, omdat in hun beider stamboom een overgrootvader met dezelfde naam voorkwam, die eind negentiende eeuw naar Argentinië was geëmigreerd. Ze hebben nooit kunnen vaststellen of het om dezelfde man ging, maar er groeide wel zo’n hechte vriendschap tussen hen dat Belén zich garant stelde voor Haneen, zodat ze naar Argentinië kon komen in het kader van een humanitair hulpprogramma. Half juli kwam Haneen aan, met een vlucht van Turkish Airlines, en inmiddels is ze geïnstalleerd in het huis van haar vriendin.

    ‘Mijn dorp wordt niet gebombardeerd, maar alle vrijheden zijn wel ingeperkt’

    Vorig jaar september wist ze dat ze uit Syrië weg moest. Eerst verbleef ze twee maanden in het Turkse Antalaya, waar ze samen met haar beste vrienden Diala en Khalil ‘de schoonheid van het leven’ herontdekte, zo verklaarde ze tegenover La Nación. Ze kon zich weer vrij bewegen, ze kon naar de markt gaan zonder bang te zijn voor bommen die in de verte vielen en ze kon overdag foto’s maken van mensen en voorwerpen die haar aandacht trokken, altijd met een poëtisch oog, zelden om te documenteren. In Turkije was er geen avondklok en werd ze niet voortdurend ondervraagd door militairen, zoals in haar eigen land. Daar mocht ze niet eens fotograferen in haar woonplaats, het schilderachtige dorpje Latakia recht tegenover Cyprus, waar het tegenwoordig wemelt van de ontheemden en dat veranderd is in ‘een zwaarbewaakte gevangenis’, waarin van achter de bergen constant het geweld van de burgeroorlog te horen is.

    Die geografische ligging werkte tot nu toe als een soort isolerend scherm, waarachter het Syrische leger, de milities, de islamistische terroristen, de Koerden en wisselende bendes elkaar naar hartenlust beschoten.

    Haneen (in het wit in het midden) wordt ontvangen door de familie van Belén in Parera. – © La Nacion
    Haneen (in het wit in het midden) wordt ontvangen door de familie van Belén in Parera. – © La Nacion

    Haar vader, een ingenieur, en haar moeder, huisvrouw, bleven achter in Latakia. Haar broer en zus – Lilian, die binnenhuisarchitectuur studeert, en Tarek, de jongste, die medicijnen gaat studeren – bleven op de Universiteit van Damascus. Maar Basam, haar vader, met wie ze een sterke oedipusrelatie heeft, zoals ze zelf aangeeft, was onverbiddelijk: ‘Tegenwoordig is geen enkele plek in het Midden-Oosten veilig,’ waarschuwde hij haar, en zij wist wel beter dan haar vader tegen te spreken.

    Kort nadat ze op de Argentijnse luchthaven Ezeiza was geland, ontving ze een woedende reactie van haar zus. Die had op sociale media gelezen dat ze in Argentinië de vluchtelingenstatus kreeg, iets waar gestudeerde Syriërs uit de middenklasse tegen zijn omdat ze niet mee willen doen aan de overlevingsloterij waar bootvluchtelingen zich in storten.

    Studie fotografie

    ‘Wat voor mij op het spel staat is de mogelijkheid zelf mijn toekomst vorm te geven,’ zegt ze terwijl ze koffie Syrische stijl inschenkt, met het drab op de bodem van het kopje.

    ‘Mijn dorp wordt niet gebombardeerd, maar alle vrijheden zijn wel ingeperkt, zo ver zelfs dat ik alleen nog maar foto’s op mijn eigen kamer mocht maken. En soms kon dat niet eens, want je wist nooit wanneer er elektriciteit was. Ik had geen enkele gelegenheid tot vrije expressie meer,’ vertelt Haneen.

    Ze zegt heel erg blij te zijn met het dorpje van tweeduizend inwoners op de Pampa waarin ze woont. Het feit dat ze ontworteld is en gescheiden van haar geliefden houdt haar minder bezig dan de opbouw van haar eigen toekomst, vrij van angst, met uitoefening van haar eigen vrije wil, die voor haar nú begint. ‘Grote steden zijn niets voor mij en aangezien de Argentijnen even hartstochtelijk zijn als de Syriërs, heb ik het gevoel dat ik hier volmaakt op mijn plaats ben,’ zegt ze.

    Morgen begint ze meteen al met Spaanse les. Ze heeft zichzelf vier maanden de tijd gegeven om de taal te leren alvorens de volgende fase van haar assimilatieplan in te gaan: haar studie fotografie voortzetten, misschien in [provinciehoofdstad] Santa Rosa.

    ‘Ik wil iemand zijn die gehoord wordt. Ik weet niet hoe ik dat voor elkaar moet krijgen, maar ik wil het in elk geval proberen,’ zegt ze. Wat ze niet zegt, misschien uit schroom, is dat haar meest kostbare bezit heeft moeten afstaan: ze was gedwongen haar camera te verkopen om de reis per auto naar Beiroet te betalen, waar ze haar visum heeft gekregen. Maar materieel verlies kan uiteindelijk gecompenseerd worden, zegt ze, en is niet te vergelijken met het verlies van veiligheid en gemoedsrust om aan je toekomst te bouwen.

    Haneen vertelt zonder brok in de keel over de geliefden die ze heeft moeten achterlaten

    Ze zit in de woonkamer van het huis dat ze, ‘misschien voor een jaar, misschien langer’, zal delen met haar vriendin Belén, die haar ticket betaalde en als ‘gastfamilie’ fungeerde, zodat ze een humanitair visum kon krijgen om twee jaar in Argentinië te wonen.

    Op de tafel staat de blauwe shisha (waterpijp) die ze als cadeau voor haar vriendin heeft meegenomen, en door het huis banjert druk kwispelend de poedel die Belén haar gisteren cadeau heeft gedaan en die Haneen Joy heeft genoemd, alsof hij een visioen is.

    ‘Ik moet me veilig kunnen voelen, ik moet het idee hebben dat ik ergens thuishoor, ik moet wortel kunnen schieten, werk doen dat ik leuk vind, en als het mogelijk is wil ik Argentijns burger worden,’ zegt ze.


    Het land heeft ze leren kennen door haar contact met Belén en met een andere Argentijnse vriend, Robert Fuhr, die in Servië woont. En de film Medianeras van Gustavo Taretto heeft bij haar de indruk achtergelaten dat Buenos Aires een raadselachtige stad is en de Argentijnen een interessante cultuur hebben, met veel kunst en literatuur. Maar vroeger al was ze diep onder de indruk van de vindingrijkheid van Borges, toen haar moeder haar op tienjarige leeftijd Het boek van de denkbeeldige wezens voorlas. Ze herinnert zich die fascinerende droomwereld via de tekeningen in dat boek, zoals ze ook nog levendig de halve finale van het laatste WK Voetbal tegen Nederland en de finale tegen Duitsland voor ogen heeft. Haneen, die als jong meisje voetbalde, juichte hartstochtelijk voor Argentinië.

    Ze behoort tot de islamitische geloofsgemeenschap der Alawieten, volgelingen van Ali ibn Aboe Talib, maar ze heeft zelden voet in een moskee gezet, ze is niet praktiserend gelovig en verafschuwt extremisme. De islam is voor haar een ethisch richtsnoer, een leidraad voor het gedrag, waarbij de waarde van het menselijk leven vooropstaat.

    Ze zegt geen voorstander te zijn van Bashar al-Assad, maar ze staat wel achter het Syrische leger. ‘Alle Syriërs moeten twee jaar in militaire dienst en iedereen heeft wel een familielid in het leger,’ zegt ze over de pogingen orde te brengen in een uiterst complex en roerig gebied, dat na de Arabische Lente elke vorm van dictatuur lijkt af te wijzen.

    Haneen vertelt zonder brok in de keel over de geliefden die ze heeft moeten achterlaten. Haar vriendinnen hebben beloofd haar volgend jaar te zullen opzoeken, waar ze ook zit, en via sociale media kan ze doorlopend in contact blijven met haar ouders en broer en zus. Opnieuw toont ze haar besluitvaardigheid: ‘Nu wil ik iemand worden die een stem heeft.’

    Auteur: Loreley Gaffoglio
    Vertaler: Jos den Bekker

    Beeld bovenaan: Aankomst van de Syrische Haneen in Argentinië waar ze dankzij vriendin Beén een humanitair visum kon krijgen voor twee jaar. – © Rodrigo Nespolo

    La Nación
    Argentinië | dagblad | oplage 185.000

    Conservatieve, in 1870 door de toenmalige president opgerichte krant die altijd heeft vastgehouden aan hetzelfde format en dus ietwat verouderd overkomt. Desondanks een van de meest gelezen kranten van het land, en de eerste die ook digitaal nieuws aanbood.