Vooruitziende geesten riepen het dertig jaar geleden al: de NHS – de beroemde Britse gezondheidszorg – zou onbetaalbaar worden. Toch durfde niemand het mes erin te zetten. Nu staat het systeem volgens de conservatieve commentator Simon Heffer op instorten.
Een jaar of dertig geleden waarschuwde Norman Fowler, destijds [de Conservatieve] minister van Gezondheid, me voor een ‘demografische tijdbom’ die alleen nog door de politiek onschadelijk gemaakt zou kunnen worden. Hij doelde op de vergrijzing; hij meende dat de gezondheidszorg en de sociale zekerheid zouden bezwijken onder de enorme druk. Wanneer? ‘Over een jaar of dertig.’
Tegenwoordig lezen we in onze Telegraph de vreselijkste verhalen over de National Health Service (NHS). Huisartsen staan onder immense druk. Er is zo’n nijpend tekort aan verpleegkundig personeel dat de immigratieregels worden versoepeld om voldoende verpleegkundigen binnen te kunnen halen om de NHS de winter door te helpen. Er is nog voor 450 miljoen pond aan achterstallig onderhoud aan faciliteiten van de NHS. En, het ergst van alles, driekwart van de ziekenhuizen voldoet niet eens aan de elementaire veiligheidsnormen.
Dit is het systeem ‘waar de hele wereld jaloers op is’, een door de belastingbetaler gefinancierde moloch die alleen al in Engeland jaarlijks 116,4 miljard pond kost. En is al dat geld eenmaal uitgegeven, dan nog vallen er ziekenhuizen om of blijken het broeinesten van ziekten, zijn er te weinig artsen en verpleegkundigen en is het makkelijker om je zoontje toegelaten te krijgen tot Eton College dan om snel een afspraak te maken bij de huisarts. Een van de achterliggende oorzaken is het feit dat er inmiddels zo veel ouderen zijn die op hun leeftijd vaker naar de dokter gaan dan ze voorheen deden.
Onhoudbaar
Veel ouderen hebben een zwakke gezondheid; soms is de situatie zo ernstig dat ze onmogelijk nog zelfstandig thuis kunnen blijven wonen, terwijl het hun familie aan faciliteiten en middelen ontbreekt om voor hen te kunnen zorgen wanneer ze aan bed gekluisterd raken. Veel ouderen die eigenlijk in een verzorgingstehuis thuishoren, houden dure ziekenhuisbedden bezet. Andere ouderen zijn gevangenen in hun eigen huis. Ze worden drie of vier keer per dag bezocht door een van overheidswege aangewezen thuiszorgmedewerker, maar leven verder in volstrekt isolement. Dit is onhoudbaar, dus wat gaan we eraan doen?
Het negeren van het rapport-Dilnot zal niet alleen leiden tot ellendige, mensonterende situaties bij diegenen die niet zijn voorbereid op een lange oude dag
Ik vrees dat het ergste nog moet komen, als het gaat om de last die op schouders van de NHS rust. In de komende twintig jaar zal het aantal mensen boven de 85 jaar meer dan verdubbelen, tot 3,5 miljoen. En het is onvermijdelijk dat ook de wonderen die de medische wetenschap kan verrichten zich zullen vermenigvuldigen, en dat de belastingbetaler, als financier van de NHS, zal verwachten dat deze veelal dure wonderen op ieder gewenst moment gratis voor hem of haar beschikbaar zullen zijn.
Nu is het niet zo dat ik heb zitten wachten tot een regering eindelijk eens gehoor zou geven aan Lord Fowlers noodkreet en een begin zou maken met de aanpak van het probleem. Geen enkele regering zal dit probleem namelijk aanpakken, want dat betekent dat ze een volwassen gesprek met het grote publiek moet aangaan over de NHS, en over de vraag of dit stelsel uit 1948 nog wel functioneert in het Groot-Brittannië van de eenentwintigste eeuw. En zodra het over de NHS gaat, spelen er zulke diepgewortelde sentimenten en heerst er in de publieke opinie zo’n gebrek aan realisme, dat geen politicus er zijn vingers aan durft te branden.
En toch is die discussie dringend nodig, anders zal het systeem op een dag instorten.
Elke dag dat de regering het probleem van de ouderenzorg voor zich uitschuift, wordt het groter en onhandelbaarder. Het rapport van de commissie-Dilnot over de financiering van de ouderenzorg werd al in 2011 gepresenteerd, maar er is niets mee gedaan. Dat is schandalig. Dilnot heeft uitstekend werk verricht door het potentiële drama aan het licht te brengen van honderdduizenden hoogbejaarden die op geen enkele manier nog voor zichzelf kunnen zorgen en geen geld hebben voor thuiszorg. Het rapport stelde vast dat veel gezinnen het niet meer aan zouden kunnen. Een van de aanbevelingen was een stelsel op basis van een zorgverzekering, maar dit advies is tot dusver genegeerd.
Het negeren van het rapport-Dilnot zal niet alleen leiden tot ellendige, mensonterende situaties bij diegenen die niet zijn voorbereid op een lange oude dag. Het zal waarschijnlijk ook bijdragen aan een versnelde ondergang van de NHS. Minister van Volksgezondheid Jeremy Hunt, die zich als geen ander op de achtergrond weet te houden, brengt graag hier en daar een pleister aan. Maar feit is dat de NHS op zijn laatste benen loopt, en dat het systeem alleen nog kans heeft op overleving als het ingrijpend wordt hervormd; zowel het stelsel zelf, als de manier waarop er voor de trouwste klanten – de ouderen – wordt gezorgd.
Het gezelschap halfstudentikoze marxisten dat momenteel de oppositie vormt, heeft geen enkel belang bij het volwassen gesprek dat gevoerd moet worden. Want misschien moet de beroepsbevolking, die nu een hoger besteedbaar inkomen heeft dan in 1948, maar eens worden gevraagd een extra bijdrage te leveren aan de NHS. En misschien moet maar eens worden toegegeven dat Labour tijdens haar laatste regeerperiode de NHS en het zorgstelsel net zo min toekomstbestendig heeft gemaakt als de Conservatieven.
Aanbevelingen
Een regering met verantwoordelijkheidsgevoel zou de aanbevelingen van de commissie-Dilnot onmiddellijk overnemen, zodat de mensen voorbereidingen kunnen treffen voor het steeds waarschijnlijkere vooruitzicht van een oude dag waarbij ze jarenlang aangewezen zullen zijn op professionele zorg. Ook zou zo’n regering proberen de NHS om te vormen tot een systeem dat in geval van ernstige ziektes en levensbedreigende spoedgevallen de kosten dekt, terwijl de mensen zichzelf verzekeren tegen minder ernstige klachten. En ze zou de oppositie moeten opzadelen met de heikele taak om uit te leggen hoe de demografische tijdbom volgens hen anders aangepakt zou moeten worden.
Aan een pleister heb je weinig als je een gapende wond moet zien te dichten. Dat de regering geen drastische maatregelen treft, en dat de oppositie blijft doen alsof we met de NHS vooruit kunnen alsof het nog steeds 1948 is, is niet zo maar beschamend. Dit wordt een groot schandaal.
The Daily Telegraph
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 840.000
Anti-Europees tot op het bot, strijdlustig en imagobewust, kortom: het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet.
De arts Hasan Baijev opereerde aan de lopende band in de twee Tjetsjeense oorlogen die tienduizenden levens kostten. Berucht werd Bajev – tegen wil en dank – omdat hij een terrorist ‘voor de poort van de dood wegsleepte.’ In 2007 haalde hij Operation Smile naar zijn geboorteland. Wat hij verdient aan welgestelden, besteedt hij aan arme kinderen met een hazenlip. Een pelgrimstocht.
De hazenlip, ook wel ‘wolvenbek’, is een brede spleet in het gezicht bij de bovenlip. Normaal eten lukt daarmee niet, het voedsel komt er via de neus weer uit. Ook spreken gaat niet. De ademfuncties zijn verstoord doordat de lucht slecht gefilterd wordt.
Alleen een chirurg is in staat om het gehemelte te herstellen. En dat is een kunst. Eerst wordt het slijmvlies losgeknipt en opnieuw gehecht, daarna worden de spraakorganen hersteld. Van de kwaliteit van dit karwei hangt af hoe het kind later zal articuleren. Een heel belangrijk detail is het hechten van de gespleten huig. Daarna wordt alles afgesloten met het mondslijmvlies, dat in kleine lapjes aan elkaar wordt genaaid. Bij voorkeur gebeurt dit op zo jong mogelijke leeftijd. Na de operatie volgen jaren van oefening met logopedisten en een orthodontist. De operatie is lastig en duurt ongeveer twee uur; het moet heel precies, overdoen is bijna onmogelijk. De spiertjes in de bovenlip worden doorgeknipt en gehecht, de anatomie van de neusvleugels hersteld, het slijmvlies dichtgenaaid.
Bijzonder nauwkeurig werk is ook het herstellen van de lipgrens. Een van de weinige experts op dit gebied is chirurg Hasan Baijev. Tijdens de twee Tsjetsjeense oorlogen [tegen Rusland, tussen 1996 en 1999, die resulteerde in de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië, gevolgd door een burgeroorlog tussen 1999 en 2010] redde hij het ene na het andere leven, maar vanwege een groeiend aantal vijanden zag hij zich gedwongen te emigreren. In 2000 kreeg hij samen met zijn gezin asiel in Amerika, maar hij keerde terug naar Tsjetsjenië om kinderen te helpen.
We rijden met de auto van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny naar het dorpje Alchan-Kala. Op de radio horen we de rechtse parlementariër Zjirinovski zeggen dat het ‘Kaukasiërs’ verboden zou moeten worden zoveel kinderen te baren. Hasan Baijev zet geërgerd de radio uit en zegt: ‘Qua geboortecijfer staat Tsjetsjenië in Rusland inderdaad op de eerste plaats. Maar we staan ook op de eerste plaats wat betreft kindersterfte. De afgelopen maanden zijn hier meer dan zeventig kinderen gestorven. Als arts ken ik de cijfers. Maar wie kent de statistieken van kinderen die met afwijkingen worden geboren? Wie weet hoeveel kinderen worden geboren met tumoren, of met een hazenlip? En hoeveel kinderen konden vanwege de oorlog niet geopereerd worden? Ik ken een meisje in een van de dorpen dat nooit naar buiten gaat vanwege een ernstige afwijking bij de geboorte. Wat betekent dat voor het gezin?
Voor het meisje zelf? Een begraven leven, dat is het!’ De meeste kinderen met een ‘wolvenbek’ worden in Tsjetsjenië geboren. ‘Niemand die bijhield hoeveel hete oliedampen hun ouders tijdens de oorlogen hebben ingeademd. Nie-mand die nadacht over het gif dat de aarde heeft doordrenkt tijdens de bombardementen. Niemand die heeft gemeten hoeveel stress de mensen doormaakten. In 2007, net na mijn terugkeer naar Tsjetsjenië, raakte ik betrokken bij het Amerikaanse hulpprogramma Operation Smile, dat kinderen met een hazenlip opereert. Ik bracht het programma naar Taganrog, in het zuiden van Rusland. Ik regelde een bus en bracht er twintig kinderen heen uit de armste gezinnen uit afgelegen bergdorpen. Mijn eerste patiënten waren een broer en zus uit het bergdorp Gorno-Sjatoj.
De jongen was negen, het meisje tien. Beiden hadden een hazenlip. Ik opereerde toen in de stad Tsjernoretsjije. Ellendig was dat… een piepkleine operatiekamer, oude en loodzware operatietafels met een handpedaal, ook de lamp was oud en onhandig en kwam nog uit de Sovjettijd. Je kon er onmogelijk iets fatsoenlijk mee uitlichten. De instrumenten kwamen uit de jaren tachtig, eigenlijk was alles versleten. Ik moest denken aan mijn tijd in Amerika en huilde van woede. Het was een slijtageslag, een ongelooflijke pelgrimstocht. Pas op dat moment realiseerde ik me de volle omvang van onze problemen.’
De meeste kinderen met een ‘wolvenbek’ worden in Tsjetsjenië geboren
Luipaardlegging
In de wachtkamer van Baijev zit een nerveus en zwaar opgemaakt meisje van een jaar of vijfentwintig. Ze spreekt niet, ze mompelt. Ze praat zo zachtjes dat ik er niets van kan verstaan. Hasans bulderende stem daarentegen is duidelijk hoorbaar. ‘Degene die deze troep in je lippen heeft gespoten, moet het er ook maar weer uithalen! Ik heb geen zin om andermans fouten te corrigeren! En nee, uw geld interesseert me niet!’ Het meisje, bijna in tranen, gooit haar handen in de lucht: ‘Maar wat moet ik dan doen?’
Dokter Baijev haalt zijn schouders op. De deur slaat dicht. Hij veegt de gemorste koffie van tafel en moppert: ‘Ik haat het om andermans fouten te moeten herstellen. Die veeartsen doen de-duivel-weet-wat en daarna komen hun patiënten naar mij toe gerend: “Hasan, doe alsjeblieft mijn neus, mijn oren!”’ Op een stoel zit een ander meisje te draaien. Ze draagt een luipaardlegging en een korte, felroze jurk. Ze heeft onnatuurlijk uitpuilende ogen en enigszins gezwollen jukbeenderen.
‘Hasan, toe, kijk toch eens naar me…’
‘Ik heb al gekeken.’ De chirurg werpt de patiënte een vluchtige blik toe.
‘Maar zie je dan helemaal niets?’
‘Nee. Ik zie geen enkele reden voor een operatie.’
‘Ach, je wordt nog mijn dood…’
‘Ik raad je aan om naar huis te gaan. Aan jou hoeft niets veranderd te worden. Je bent helemaal normaal.’
‘Nee hoor, dat wordt mijn dood!’ zegt het meisje en ze haalt haar neus op. ‘Kijk nou toch eens naar mijn neus!’
‘Ja, ik kijk, maar jouw neus is normaal.’
Onwillig loopt het meisje naar de deur. Ik kijk naar de Lexus die bij de deur staat geparkeerd, bezaaid met kleine Swarovski-steentjes. In gedachten raad ik wat de ‘upgrade’ van de limousine ongeveer gekost moet hebben. Hasan gniffelt. ‘Ik heb een ooglidcorrectie bij haar uitgevoerd, maar nu blijft ze aandringen dat ik haar neus korter moet maken. Met moeite heb ik haar afgewimpeld. Ze zijn lastig, maar godzijdank zijn ze er! Zonder hen zou ik mijn zaak niet draaiende kunnen houden.’
Vaak is me gevraagd of ik spijt heb dat ik een moordenaar heb gered. Een domme vraag
De eed
Zijn ‘zaak’, zo noemt Baijev de operaties die hij uitvoert bij de kinderen. De kinderen opereert hij gratis, maar gezonde mensen die aan hun uiterlijk willen sleutelen, moeten betalen. Zo ziet zijn businessmodel eruit. Wat hij verdient aan welgestelde cliënten besteedt hij aan materieel en aan de organisatie van projecten. Zelf leeft Baijev er ook van. In zes jaar tijd heeft hij drie keer zijn huis moeten herbouwen dat door de oorlog geheel verwoest werd. Daarnaast gaf hij financiële steun aan zijn familie, die krom had gelegen om zijn opleiding tot chirurg te bekostigen. ‘Terwijl ik in Amerika woonde, vertelden mijn ouders en zus over de razzia’s waar ook zij slachtoffer van werden. Ze zeiden: “Jij bent weggegaan, maar wij zijn achtergebleven.” Ze werden onophoudelijk achtervolgd, beroofd en bedreigd. Sommigen van hen leven niet meer. Ik, Hasan Baijev, moet die last dragen. Maar ik heb geen spijt van mijn keuze. Ik heb zoveel levens kunnen redden. Ik maakte geen onderscheid, daar verplichtten de eed van Hippocrates en mijn geloof in God me toe.’ Daar wordt hij eigenlijk niet graag aan herinnerd. ‘Waarom niet? Tja, omdat de mensen zich van alle tienduizend patiënten die ik in twee oorlogen heb geopereerd, alleen deze twee terroristen willen herinneren: Salman Radoejev en Sjamil Basajev [twee beruchte krijgsheren die tijdens de Tsjetsjeense oorlogen de opstand tegen Rusland leidden]. Alsof er geen anderen waren…’
‘Basajev groeide op in de Dzerzjinski-straat, in mijn dorp Alchan-Kala. We gingen naar dezelfde school. Sjamil was een jaar jonger dan ik. Hij was niet groot, een stille jongen, zwijgzaam, iemand die niet graag praat en altijd in zijn eigen hoofd zit. Ik trainde iedere dag voor judo maar Basajev toonde geen enkele interesse voor sport. Een paar keer renden we samen achter een bal aan op het schoolplein. We hadden geen gezamenlijke interesses en werden geen vrienden. We waren gewoon dorpsgenoten… Later, na de gijzelactie van de opstandelingen in Boedjonnovsk, toen zijn gewelddadige ster rijzende was, herinnerde ik me alleen dat we in hetzelfde dorp hadden gewoond, een kilometer bij elkaar vandaan, en dat we naar dezelfde school gingen. Wat is daar verkeerd aan? Onze wegen kruisten elkaar niet, tot die bewuste nacht van 30 op 31 januari 2000. Op de 30ste had ik, zoals gebruikelijk, staan opereren. Er was ontzettend veel werk, twee dagen achtereen was er een stroom gewonden geweest. Vooral burgers: de een was op een mijn gestapt, de ander vanuit een helikopter beschoten, weer een ander door artillerievuur geraakt of onder puin bedolven bij een instorting. Ze werden vanuit allerlei dorpen naar ons toe gebracht. En opeens… werd het stil.’
‘In die tijd had ik het zo geregeld dat ik een paar weken achtereen in onze dorpskliniek woonde om geen tijd te verliezen met reizen van en naar huis en om geen onnodige risico’s te nemen. Je wist tenslotte nooit met al dat artillerievuur. Als ik naar huis ging om mijn moeder te zien, werd ik vergezeld door tien tot vijftien dorpsbewoners. Ik werd in die tijd met de dood bedreigd, omdat ik ongelovigen hielp. En toen was het dus opeens een halve dag stil. Ik dacht: Ik ga naar huis om mijn moeder te zien en om even te slapen. Ik sliep in die tijd twee tot drie uur per etmaal. Om vijf uur in de ochtend kwam mijn assistent Noeradi aangerend, die bijna altijd bij me in de buurt was en hielp met de gewonden. Ik hoefde hem maar in de ogen te kijken om te zien dat er iets ernstigs gebeurd was. Onderweg vertelde Noeradi wat er was gebeurd. Er was een enorme stroom gewonden van een mijnexplosie. Ze waren uit Grozny gekomen en op een mijnenveld gestuit. Tientallen mensen waren ter plekke overleden. Wie gered kon worden, was eruit gesleept. Ik weigerde te geloven dat Basajev, een van de meest ervaren strijders van Tsjetsjenië, zelf op een mijn was gestapt. Ik geloofde het pas toen ik hem zag. Mijn voormalige dorpsgenoot, de meest gezochte terrorist van Rusland, lag op de eerste verdieping van onze bescheiden dorpskliniek. Hij lag in de verste hoek van de gang, op een rode gewatteerde deken die helemaal doordrenkt was met bloed. Basajev was bij bewustzijn. Zijn hele gezicht was een zwart-rode schil. De huid zat onder een poederachtig roet en was bedekt met schaafwonden. Zijn lippen kleefden aan elkaar van het bloed en hij fluisterde: “Hasan… Verspil geen tijd aan mij. Red de anderen… de jong-e-ren.” Het laatste woord sprak hij uit in lettergrepen. Ik zag dat het geen theater was, Sjamil Basajev was absoluut niet bang om te sterven.
Ik bekeek hem. Hij had ernstige bevriezingsverschijnselen en droeg geen wanten of handschoenen. Zijn handen waren bedekt met vodden. Hij bewoog opnieuw zijn lippen en fluisterde: “Ik ben bevroren. Als het kan… als er een mogelijkheid is om een beetje op te warmen… Is dat daar een kachel?” Zijn voet was er net onder de enkel afgeblazen. Zijn hartslag was traag, zijn pupillen groot en hij zag spierwit. Zijn pols was nauwelijks voelbaar en ik begreep dat hij niet lang meer te leven had. Vaak is me gevraagd of ik spijt heb dat ik in die koude januari-nacht een terrorist en een moordenaar het leven heb gered. Een domme vraag is het, want had ik dan een keus? Regelmatig werden in onze kliniek mensen binnengebracht die al dood bleken, gedrenkt in bloed en met zorg in een warme deken gewikkeld. Basajev was ook zo’n geval, althans… bijna. Ik nam een mes, sneed zijn broek aan stukken en legde net boven de knie een knelverband aan. Waarom hadden de moedjahedien dat zelf niet gedaan? Waarschijnlijk hadden ze er in hun verwarring niet aan gedacht. Stel je de situatie maar eens voor: nacht, explosies, geschreeuw, paniek, overal vallen mensen dood naast je neer. Nacht, dood, explosies. Nacht, kou, dood. Afschuwelijk… Een chaos.’
Je moet vluchten, je wordt gezocht!
Sanatorium voor bandieten
‘Terwijl de instrumenten werden klaargemaakt, begon ik aan zijn gezicht. Ik maakte het schoon en deed er jodium op. Ik verwijderde de vodden, bekeek zijn handen en verbond ze. Ik bracht een infuus aan waardoor zijn bloeddruk omhoog ging en hij weer wat kleur kreeg. En zo redde ik hem. We deden alle operaties met plaatselijke verdoving, een andere optie hadden we niet. Ik verdoofde de wond en sneed met een gewoon metalen mesje net erboven, in de gezonde huid, om een gangreenbesmetting te voorkomen. Basajev voelde geen pijn maar begreep dat zijn onderbeen werd geamputeerd. Hij zweeg gedurende de hele operatie die al met al dertig minuten duurde. Meteen daarna werd hij door zijn kameraden weggedragen, waarheen kan ik alleen maar raden. Waarschijnlijk naar de bergen. Ze wilden me vermoorden. De Tsjetsjeense rebellen omdat ik een “ziekenhuis voor Russische honden” had geopend, de Russische soldaten omdat ik een “sanatorium voor bandieten” runde. Ik heb altijd hetzelfde principe aangehouden: dit ongelukkige ziekenhuis is een neutrale zone waar niet wordt gevochten, maar gelegen. Ik liet niet toe dat de Russische soldaten die op mij af werden gestuurd, vermoord zouden worden. Maar zoals de speciale troepen in de kelder van het ziekenhuis omsprongen met gewonde Tsjetsjenen… De razzia’s waren overal, maar ik bleef opereren. De federale troepen hadden het ziekenhuis nog niet bereikt. Ik werd gered door Gantamirov, de ex-burgemeester van Grozny. Of preciezer, niet door hemzelf, maar door zijn voorstel om te onderhandelen over de ruil van wapens tegen medische hulp aan alle gewonden. Hij beloofde dat er niet geschoten zou worden en dus ging ik op weg om hem te ontmoeten.
Onze ontmoeting ging niet door omdat Gantamirov boos was dat we geen wapens van de strijders hadden meegebracht. We hadden bussen volgeladen met gewonden en waren naar de rand van het dorp gereden, maar daar werden we tegengehouden. Vanwege die wapens. We misten de afspraak omdat we bezig waren wapens in het dorp te verzamelen. Uiteindelijk zijn we vertrokken, ieder zijn weegs. Dat heeft me het leven gered, want terug naar mijn dorp durfde ik niet meer. Ik verstopte me bij vrienden in Krasnopartizansk en wachtte daar op het einde van de razzia’s. De volgende dag keerde ik terug en vond een stapel lijken in de kelder onder de binnenplaats van het ziekenhuis. Het was zo’n afschuwelijk gezicht dat ik moest overgeven. In de kelder vond ik een oude Russische vrouw.
Ze heette Koeznetsova, haar voornaam kan ik me niet herinneren. Ze kwam uit Grozny. De Russische speciale politie had haar samen met de gewonden afgeleverd bij het ziekenhuis. Ze was er slecht aan toe, een sniper had haar neergeschoten in haar woning, waar ze nog een paar dagen had gelegen. Haar linkerschouder lag eraf, het was een wonder dat ze nog leefde. Ze werd gevonden door de speciale eenheden die medelijden kregen en haar naar ons toe brachten. Na de operatie ging het veel beter met haar. We praatten, het was een goed mens, een doodgewone Russische vrouw. We wachtten, als alles voorbij zou zijn, zou ze naar haar zoon in Sint-Petersburg kunnen gaan. Ik vond haar later in de kelder van het ziekenhuis met een kogel in het hoofd, samen met de lichamen van de rebellen die ik had geopereerd. De Russische soldaten hadden er toen niets van begrepen… Ze was geen moslim dus begroeven we haar op het kerkhof, op de plek waar ook de veteranen uit de Tweede Wereldoorlog lagen. Ik werd gezocht. Het dorp zat vol met verklikkers van de Russen en ook werd ik nog altijd bedreigd door de terroristen. Toen ik op een dag iemand in een keuken stond te opereren, werd er op de deur gebonsd. ‘‘Je moet vluchten, je wordt gezocht!’’ Diezelfde dag ben ik naar Ingoesjetië gevlucht en vandaar naar Moskou. Na een maand kreeg ik een Amerikaans visum en kon ik weg uit Rusland. Pas zeven jaar later keerde ik terug.
Tijdens de eerste Tsjetsjeense oorlog heb ik 4600 mensen geopereerd. In de tweede oorlog wel twee keer zo veel, omdat er veel meer gewonden waren en mijn ziekenhuis het enige was in de wijde omtrek. Het waren vooral vreedzame burgers. Er zaten ook soldaten tussen van het Russische leger, sommigen van hen moest ik beschermen tegen de wraakgevoelens van de Tsjetsjenen. En dan waren er de Tsjetsjeense rebellen. Mij maakte het allemaal niet uit, maar niemand heeft het daar nog over. Ik zal voor altijd herinnerd worden als de arts die de terroristenleider heeft gered. Ik word bespot door mensen die zeggen dat ik alles heb gedaan om het leven van een terrorist te redden, dat het de moeilijkste operatie uit mijn carrière was. Daar is niets van waar! Het was een doodnormale operatie. Ja, ik heb hem voor de poorten van de dood weggesleept. Maar ook de volgende twee etmalen opereerde ik: meer dan zeventig amputaties en zeven doorboorde schedels. 104 operaties in 48 uur. Vier van hen stierven de volgende ochtend.’
Hasan Baijev was in die tijd heel gefocust. ‘Ik sprak mezelf voortdurend toe: “Niet verzwakken, niet verzwakken!” Ik wilde de zwakte niet toelaten. Ik sliep niet en verloor tot twee keer toe het bewustzijn. Ik werd de straat opgesleept en met sneeuw ingewreven. Achter me stond altijd een man die ervoor zorgde dat ik niet in elkaar zou storten. Ik overdrijf niet, het is de waarheid.’ En toch, als je Baijev op internet opzoekt, kom je maar één ding te weten: ‘Hij is de arts die terroristen het leven redde.’ Het is de harde ironie van de media: een Russische arts, een getalenteerd hersenchirurg die tijdens de oorlog in het inferno belandde en duizenden en duizenden het leven redde, van vreedzame burgers tot rebellen en soldaten. Van al die feiten blijft er maar eentje over. Zonder de operatie op Sjamil Basajev had waarschijnlijk niemand ooit van hem gehoord. Zelden nemen we grijstinten waar, voor de meeste mensen is het leven zwart-wit. Maar het leven is grijs en bevat niets dan tegenstrijdigheden en dubbelzinnigheden. Toentertijd hoopten velen vurig op Basajevs dood: de medewerkers van de geheime dienst noemden chirurg Baijev een ‘helper van de terroristen’, de terroristen wilden hem dood omdat hij de jihad schade zou hebben toegebracht. Zijn verhaal is inmiddels verworden tot een populair onderwerp voor televisieshows en glossy’s.
In de spreekkamer van dokter Baijev in het ziekenhuis van Grozny ligt op tafel een dik tijdschrift met dokter Hasan op de cover. De foto, in schitterend studiolicht, is overduidelijk geshopt en in een hoek hangt een lange rij glamoureuze kledingstukken die Baijev heeft aangepast. Hij leest de lettergrepen hardop: ‘Er-me-ne-gil-do-Ze-gna… Jongens, dat ken ik niet hoor, zoiets draag ik toch niet.’ In de nauwe gang zitten wel honderd mensen. Vaders en moeders, opa’s en oma’s. Ze staan, bezweet en bezorgd, met hun kinderen op de arm. Iedereen kijkt in dezelfde richting, naar een al niet meer zo jonge verpleegster met bruine ogen en een flegmatisch gezicht. Ze draagt een witte muts en witte jas.
Ze houdt de sleutel vast als een talisman, de sleutel die de deur opent naar de afdeling voor plastische chirurgie. Achter die deur is de werkkamer van dokter Hasan. ‘Tijdens de eerste Tsjetsjeense oorlog hoorde ik voor het eerst over Operation Smile van westerse journalisten. Toen ik naar Amerika vertrok, ontmoette ik zelf de chirurgen die actief waren voor dit liefdadigheidsproject.
Het is een ware chirurgenmarathon, een mini-industrie die wordt ondersteund en gesponsord door Hollywoodsterren. Het is dé kans voor arme kinderen op gratis medische hulp. Geen wonder dat ik op het idee kwam om Operation Smile naar Tsjetsjenië te halen. Ik wilde zó graag dat hier, in mijn kleine landje, de beste artsen ter wereld zouden komen om de jonge Tsjetsjeense kinderen in de afgelegen bergdorpen te helpen. Voor die eenvoudige bergbewoners is zelfs een reisje naar zee al een gebeurtenis. Stel je dan eens voor dat ze bezoek zouden krijgen van beroemde geneeskundigen uit Harvard, Zürich, Berlijn en Tokio!
Met zorgen omringd
Zelf had ik me gespecialiseerd in dergelijke operaties. Ik ontving een stipendium om stage te lopen in verschillende landen. Met succes behaalde ik mijn internationale diploma’s waarmee ik over de hele wereld mee zou mogen werken in projecten van Operation Smile. Of dit jaar de chirurgen van Operation Smile weer zullen komen? Veel hangt af van hoe de oorlog in Oekraïne zich ontwikkelt. En in hoeverre de al belabberde relaties tussen het Kremlin en Washington nog verder zullen verslechteren. Niet lang geleden werden dertig gewonde kinderen uit de provincies Loegansk en Donetsk hiernaartoe gebracht om te herstellen. Wat kun je daarvan zeggen? Ze worden met zorgen omringd, gevoed in de beste restaurants van Grozny en rondgereden in Mercedessen. Ze krijgen van iedereen medische hulp, een aantal kreeg een plaatsje in de sanatoria van Sernovodsk. Ik keek naar ze, en naar hun ouders, ik zag hun gescheurde kleding, hun hongerige ogen waarin nog altijd de angst stond te lezen. Ik hoefde niets meer uitgelegd te krijgen, voor me zag ik mensen die gevlucht waren voor een oorlog, en ik herinnerde me in één klap weer alles wat ikzelf had meegemaakt, hier in Tsjetsjenië.
Dmitri Beljakov
Hasan Baijev werd voor zijn werk met verschillende mensenrechtenprijzen beloond.
Roesski Reporter
Rusland, weekblad, oplage 168.000
Nieuwsmagazine, onderdeel van de Kommersant-groep die ook de grote Russische bladen Expert en Kommersant (beide gericht op ondernemers) uitgeven. Deze publicatie heeft als doelgroep de middenklasse en besteedt extra aandacht aan fotografie
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.