Tag: asiel

  • ‘Asiel is het mooiste dat we te bieden hebben’

    ‘Asiel is het mooiste dat we te bieden hebben’

    Filippo Grandi, Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen, ziet met eigen ogen hoe de humanitaire hulp in een wereldwijde crisis verkeert. Een van de oorzaken is dat oorlogen, zoals die in Soedan, verweven zijn met politiek.

    Er zijn niet veel hoofdsteden die geen functionerende luchthaven hebben. Khartoem in Soedan is er een van, en dat is al bijna drie jaar zo. De laatste keer dat de landingsbaan zou heropenen, in oktober 2025, werd deze de dag ervoor getroffen door een droneaanval.

    Dus gaat de reis over de weg. Langs goudmijnen en watermeloenvelden; langs minaretten en piramides en hopen bouwmateriaal; langs reclameborden voor flessen water en langs militairen. De tweebaansweg is vaak smaller dan het tapijt van plastic afval aan weerszijden. Zwerfvuil vormt het landschap van een failed state. We passeren controleposten – sommige bemand door tieners met geweren, nauwelijks herkenbaar als militairen; andere door mensen die zich vrijwilligers noemen. De weg van Port Sudan aan de Rode Zee naar Khartoem is ruim 800 kilometer. Als je geluk hebt – of als de naderende duisternis je meer zorgen baart dan het risico van een ongeluk door te hard rijden – haal je de stad misschien nog voor zonsondergang.

    Eenmaal aangekomen in Khartoem zien we geen files, horen we geen kakofonie van claxons. De verkeersopstoppingen zijn verdwenen, net als vier vijfde van de bevolking. Zelfs als ons konvooi niet uit witte SUV’s van de Verenigde Naties had bestaan, zouden we met onwerkelijk gemak langs de oevers van de Nijl kunnen scheuren. Tot afgelopen maart was Khartoem de frontlinie in een nietsontziende burgeroorlog. De gebouwen zijn doorzeefd met kogelgaten, als een rottend karkas onder de vliegen. De weinige wolkenkrabbers zijn verwoest, waaronder het Corinthia Hotel, gebouwd met Libisch geld en bijgenaamd Gaddafi’s Ei. Het grootste deel van de zeven decennia sinds de onafhankelijkheid verkeert Soedan in oorlog, maar nooit eerder bereikte het conflict de hoofdstad.

    OV Juba compressed edited 1
    Juba, Zuid-Soedan. Een van de armste regio’s ter wereld. – © Getty Images

    In december reisde ik met Filippo Grandi, de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen, naar Soedan voor zijn laatste bezoek in die functie. Als jonge veldwerker was Grandi erbij toen het Commissariaat een hoofdkwartier in Khartoem opende. Nu, ruim dertig jaar later, staat hij stil bij wat ervan is overgebleven. De prefab kantoorgebouwen zijn tot de grond toe afgebrand, de metalen daken liggen verwrongen en verkoold. ‘Ik heb veel van onze kantoren over de hele wereld beschadigd gezien, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt,’ zegt Grandi. ‘Niet in Kabul, niet in Syrië.’ Over het menselijke stuk been dat een paar meter verderop ligt, zegt hij niets.

    De humanitaire sector verkeert wereldwijd in crisis. De beweging die na de Holocaust ontstond en tijdens de Koude Oorlog aan kracht won, gevoed door internationale verontwaardiging over de genocides in Bosnië en Rwanda in de jaren negentig, is ontregeld en staat onder zware druk. Rijke overheden – en hun bevolking – hebben steeds minder zin om te betalen voor ontwikkelingshulp en noodhulpverlening, en al helemaal niet om vluchtelingen op te nemen uit oorlogsgebieden en zogenoemde failed states. Tijdens zijn eerste regeerperiode ontkende de Amerikaanse president Donald Trump nog dat hij ongewenste migranten mensen uit ‘klotelanden’ had genoemd. Tijdens zijn tweede termijn schepte hij er juist openlijk over op. Onlangs gaf hij de VS opdracht zich terug te trekken uit 31 VN-organen, waaronder het Democratiefonds en het Bureau van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor Kinderen en Gewapende Conflicten.

    Bezuinigingen

    De UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, ontkwam aan de saneringsronde. Maar de financiering daalde vorig jaar met een kwart als gevolg van Trumps bezuinigingen op het ministerie van Buitenlandse Zaken. In 2025 haalde de UNHCR voor het eerst in haar vijfenzeventigjarig bestaan minder dan de helft op van het bedrag dat zij nodig achtte voor haar missie. Bijna vijfduizend medewerkers werden ontslagen. Humanitaire VN-organisaties moeten zich ‘aanpassen, krimpen of ten onder gaan’, aldus het ministerie van Buitenlandse Zaken onlangs.

    Ondertussen groeit de nood. Staten vallen uiteen, oorlogen laaien weer op. Volgens het Uppsala Conflict Data Program bereikte het aantal doden in gewapende conflicten in 2022 het hoogste niveau in achttien jaar. Het aantal ontheemden is de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld tot 118 miljoen. Drie landen hebben met name bijgedragen aan deze stijging: Oekraïne, Venezuela en Soedan.

    In Soedan woedt de ergste humanitaire crisis ter wereld. De VS hebben de etnisch gemotiveerde massamoorden die daar zijn gepleegd bestempeld als genocide. Vijftien miljoen mensen – bijna een derde van de bevolking – heeft huis en haard verlaten. Meer dan twee miljoen zijn gevlucht naar Tsjaad en Egypte. Enkele duizenden hebben met kleine bootjes de oversteek over het Kanaal naar het Verenigd Koninkrijk gemaakt, waar 99 procent van hen asiel heeft gekregen. Maar de overgrote meerderheid blijft in Soedan. Opmerkelijk genoeg komen er ook vluchtelingen naar Soedan, op de vlucht voor het geweld in de buurlanden Zuid-Soedan, Eritrea en Ethiopië.

    Toch heeft de UNHCR door gebrek aan middelen besloten om meer dan de helft van haar personeel in Soedan te ontslaan. ‘Ken je die spelletjes waarin er telkens een extra moeilijkheidsgraad bijkomt en je een oplossing moet bedenken? Zo voelt dit precies,’ legt Grandi uit.

    The Return – Salih Basheer

    In The Return, dat in februari 2026 in een eerste oplage van 600 exemplaren verscheen, documenteert de Soedanese fotograaf Salih Basheer de verwoestende gevolgen van de oorlog in zijn land. Het fotoboek brengt niet alleen de fysieke schade in beeld – kapotte infrastructuur, verlaten straten – maar vooral de menselijke impact: verlies, ontworteling en het leven in ballingschap. Basheer, zelf afkomstig uit Soedan, verweeft zijn persoonlijke ervaring met die van andere vluchtelingen, zowel binnen het land als in buurlanden waar velen hun toevlucht hebben gezocht.
    Naast 49 zwart-wit- en kleurenbeelden bevat The Return dagboekfragmenten en getuigenissen van Basheer zelf, aangevuld met bijdragen van andere ontheemden. In een indringend voorwoord beschrijft hij hoe hij contact met zijn familie in Khartoem soms uit de weg gaat, uit angst voor slecht nieuws. Herinneringen aan de oorlog keren terug in dromen, waarin alledaagse situaties plotseling kunnen omslaan in geweld en dreiging. De publicatie bevat ook tekeningen van ontheemde Soedanezen en een essay van journalist Joshua Craze. Het boek werd mede mogelijk gemaakt door een Magnum-fellowship en is internationaal verkrijgbaar via gespecialiseerde fotoboekwinkels.

    Nu, een paar dagen voor zijn pensioen, is Grandi naar Soedan gekomen om een kamp voor ontheemden te bezoeken en met de regering te onderhandelen. Kaarsrecht en keurig verzorgd staat hij op de verwoeste binnenplaats van het kantoor waar VN-medewerkers vroeger in het café aten, terwijl hij video’s opneemt om enkele belangrijke donateurs te bedanken. ‘Hartelijk dank, meneer Yanai,’ zegt hij in een boodschap aan de oprichter van de Japanse kledingketen Uniqlo. Hij neemt ook een interview op voor Amerikaanse media en vergeet daarbij niet Trump te bedanken, de man die zijn budget drastisch heeft gekort. Zelfs in de late ochtendzon houdt hij zijn jas aan: ‘Het houdt je bijeen.’

    Waarom is het gebouw van de UNHCR in brand gestoken? Een theorie luidt dat het personeel dollars op kantoor bewaarde omdat het de lokale banken niet vertrouwde. De paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) zouden het gebouw vervolgens hebben geplunderd en in brand gestoken om hun sporen uit te wissen. Maar de vondst van het stuk been en een menselijke schedel doen een grimmiger mogelijkheid vermoeden. Misschien hield de RSF tijdens de strijd om Khartoem hier gevangenen vast en vermoordden ze hen.

    De toekomst is nog ongewisser. Wat kunnen de VN bereiken in een bloedige burgeroorlog die door het grootste deel van de wereld volledig wordt genegeerd? Moet het kantoor opnieuw worden opgebouwd, of zullen de paramilitairen snel terugkomen? En wat kan er nog worden gered van het humanitaire systeem in de wereld? Misschien zijn de ambities altijd al te groot geweest.

    Zelfzuchtigheid

    Een gouden tijdperk heeft het humanitarisme nooit gekend, maar op de huidige onverschilligheid was Grandi niet voorbereid. Eerder maakte hij aardedonkere momenten mee in Rwanda en Zaïre, de huidige Democratische Republiek Congo. ‘Toen ik in 1994 in Goma was, vonden mensen dat belangrijk. We kregen zo veel hulp dat we niet wisten wat we ermee aan moesten.’ Hij trekt een lijn van het hamsteren van covid-19-vaccins door rijke landen naar de daaropvolgende bezuinigingen op de ontwikkelingshulp. ‘Volgens mij heeft covid de zelfzuchtigheid van het mondiale noorden aangetoond.’

    In de vijf dagen dat ik met Grandi op pad ben, hoor ik niemand hem bij zijn naam noemen. Zelfs voor zijn naaste collega’s is hij simpelweg de hoge commissaris, de HC. Deze afstand is niet zonder reden. Grandi’s taak is om politici ervan te overtuigen dat zij hun wettelijke verplichtingen dienen na te komen. Moreel gezag is zijn belangrijkste wapen. ‘Je kunt er meer mee bereiken dan je zou denken. ’

    Hij beschrijft zijn rol als die van een diplomaat, een onderhandelaar en een leider. Maar hij doet me vooral denken aan een priester. Hij heeft een zachte, geduldige, bijna vrome uitstraling. Hij groeide op in een katholiek middenklassegezin in Milaan; zijn vader was architect. Toen hij in 1981 een jaar in militaire dienst moest, koos hij ervoor om als gewetensbezwaarde achttien maanden bij Amnesty International te werken. In 1984 vertrok hij naar Thailand om met Cambodjaanse vluchtelingen te werken. Een arts die zijn onbevangenheid aanvoelde, nam hem mee om een kind te zien sterven aan malaria. ‘Het was een schok, maar het was ook een bevestiging van het feit dat dit idealisme niet verkeerd is – het is nog steeds nodig.’

    Hij doet me vooral denken aan een priester. Hij heeft een zachte, geduldige, bijna vrome uitstraling

    Grandi leerde al snel dat humanitair werk altijd politiek is. In de jaren vijftig hadden de VS geen hekel aan vluchtelingen; mensen werden zelfs aangemoedigd om het Sovjetblok te verlaten, teneinde het communisme in diskrediet te brengen. Grandi ontdekte dat er volop financiering was voor Cambodjaanse vluchtelingen omdat de VS, sinds Nixon, nauwere banden had gesmeed met China – en daarmee met diens bondgenoten, de Rode Khmer.

    In 2015 werd hij benoemd tot Hoge Commissaris en liet hij rivalen als de voormalige Deense premier Helle Thorning-Schmidt achter zich. Net als bijna al zijn voorgangers is hij Europeaan, maar wel de eerste in deze functie die zijn hele loopbaan bij de VN heeft doorgebracht – een humanitair activist in hart en nieren. Hij heeft in Zaïre gediend, waar hij burgers probeerde te beschermen tegen door Rwanda gesteunde troepen. In Afghanistan heeft hij meegewerkt aan de organisatie van de eerste verkiezingen na de door de VS geleide invasie. Ook stond hij aan het hoofd van UNRWA, de organisatie die Palestijnse vluchtelingen bijstaat. Zijn medewerkers waardeerden dat hij de frustraties van dwarsliggende regeringen kende. Over zijn invloed kan men twijfelen; over zijn empathie niet.

    Ook in de oorlog in Soedan is hulp verweven met politiek. In 2019 werd dictator Omar al-Bashir afgezet toen het leger weigerde zijn bevel op te volgen om op demonstrerende studenten te schieten. De prille revolutie liep al snel op niets uit. ‘We waren idioten om te denken dat je dertig jaar in één klap ongedaan kon maken,’ verzuchtte een van de revolutionairen.

    Verwoesting en ontheemding

    Soedan kampt met de grootste interne ontheemdingscrisis ter wereld. Toch keren mensen terug naar huis.
    Volgens de UNHCR zijn ongeveer 15 miljoen mensen op drift – een rechtstreeks gevolg van de oorlog die in april 2023 uitbrak tussen het Soedanese leger en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). De verwoesting is alomtegenwoordig: verbrande voertuigen, uitgestorven wijken en een infrastructuur die stelselmatig wordt geplunderd.
    Toch, schrijft Al Jazeera, tekent zich een voorzichtige kentering af. Voor het eerst in een decennium daalde het wereldwijde aantal ontheemden halverwege 2025 met 5,9 miljoen.
    Wat drijft mensen terug naar plaatsen die door de oorlog zijn verwoest?
    In Khartoem is de realiteit die hen opwacht bikkelhard. De stad is geplunderd, evenals de elektrische infrastructuur. Ongeveer 15.000 transformatoren werden gestolen en koperbekabeling werd systematisch vernield. Autoriteiten leiden de schaarse stroom nu door naar ziekenhuizen en waterstations en bewoners worden aangespoord om zonne-energie te gebruiken.
    Het verhaal van tandarts en journalist Rimah Hamed is exemplarisch. Ze vluchtte naar Gezira en later Egypte toen ziekenhuizen sloten en de situatie onveilig werd, maar keerde uiteindelijk terug uit nostalgie. Ze trof haar huis leeg aan, zonder water of stroom, maar zag hoe ook buren geleidelijk terugkeerden en de buurt langzaam herleefde. ‘De Soedanees is sentimenteel,’ vertelt ze aan Al Jazeera. ‘Mensen kwamen terug omdat ze hun thuis misten.’

    Twee generaals grepen vervolgens de macht: Abdel Fattah al-Burhan van het Soedanese leger en Mohamed Hamdan Dagalo, beter bekend als Hemeti, van de paramilitaire RSF. In 2023 kregen ze ruzie. In de daaropvolgende gevechten behield het leger de controle over Port Sudan en heroverde het uiteindelijk Khartoem. De RSF kreeg de overhand in het westen en zuiden van het land.

    Eind oktober 2025 namen de paramilitairen de stad El Fasher in, die ooit anderhalf miljoen inwoners had. Daardoor controleren ze bijna de hele Darfur-regio in West-Soedan. Overlevenden meldden dat RSF-schutters van deur tot deur gingen, mannen executeerden en vrouwen verkrachtten. In een paar dagen tijd werden duizenden mensen vermoord. Het totale dodental van de oorlog loopt waarschijnlijk in de honderdduizenden.

    De VN zorgden jaarlijks voor honderden miljoenen dollars aan hulp voor Soedan. Maar die hulp werd niet bepaald in dank aanvaard. De RSF liet tot meer dan een maand na de inname van El Fasher geen hulp toe in de stad. Volgens een mogelijke verklaring die Grandi kreeg, was het er zo bloedig aan toe gegaan dat het meer dan zes weken duurde om de sporen uit te wissen. De mobiele telefoonnetwerken in Darfur waren afgesneden, maar satellietbeelden toonden wat leek op stapels lichamen die werden verbrand. Ook de Soedanese regering verzette zich soms tegen de levering van hulp aan gebieden die onder controle stonden van de paramilitairen, in de hoop zo de vijand te verzwakken. ‘Dit is zo typerend voor burgeroorlogen. We hebben ongeveer hetzelfde meegemaakt met Assad en Idlib,’ zegt Grandi.

    OV Vluchtelingen Oure Cassoni compressed edited scaled
    Soedanese vluchtelingen op weg naar tijdelijke opvang in Oure Cassoni, Tsjaad.© Getty Images

    Soedanese functionarissen hielden ook mensen tegen die vluchtten voor de wreedheden van de RSF. Ging het hier alleen om de paranoia van een autoritaire staat, of speelde er meer? In 2009 vaardigde het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel uit tegen Bashir wegens vermeende oorlogsmisdaden in Darfur. De voormalige president is nooit uitgeleverd en volgens de laatste berichten verblijft hij in een militair ziekenhuis ten noorden van Khartoem. Maar zijn opvolgers zullen zich er terdege bewust van zijn dat soortgelijke aanklachten ook hen kunnen treffen. Het gaat niet alleen om wat hulpverleners meebrengen, maar ook om wat ze zouden kunnen zien.

    Voor hulpverleners als Grandi betekent samenwerken met regeringen vaak dat ze zelf betrokken raken bij tragedies. In Gaza konden Palestijnen zich niet in veiligheid brengen door het gebied te ontvluchten, deels omdat Egypte had geweigerd zijn grenzen te openen. Grandi had kunnen proberen de Egyptenaren tot een koerswijziging te bewegen. Dat deed hij niet, omdat hij het met hen eens was dat het openen van de grenzen op den duur de etnische zuivering van het gebied in de hand zou werken: ‘Dit zou erger zijn geweest dan Bosnië. Dit was de zuivering van de hele Palestijnse bevolking …  Ik heb nooit gevraagd om de grenzen te openen.’

    Grandi lijkt vrede te hebben met dit soort beslissingen. Hij weet ook dat de UNHCR in Soedan sterk afhankelijk is van de goede wil van de strijdkrachten – die zelf worden beschuldigd van het gebruik van chemische wapens en het bombarderen van burgers.

    Afpersers

    Als de hoge commissaris een vluchtelingenkamp bezoekt, gaat zijn mediateam hem vooruit om ontheemden te selecteren met wie hij een gesprek kan voeren. Het Al Afadh-kamp, ten noorden van Khartoem, herbergt de allerarmsten – zo’n tienduizend mensen die zijn gevlucht voor wreedheden in El Fasher. De reis van honderden kilometers heeft hen dagen of zelfs weken gekost. Afpersers hebben hen alles wat ze hadden afhandig gemaakt.

    Wij daarentegen rijden naar het kamp in onze SUV’s met airconditioning. Een vluchtelingenkamp is een ongemakkelijk vertrouwde plek. Ik herken het zand, de tenten en de mensenmassa’s uit tv-reportages en oproepen van hulporganisaties. Ik zie een jongen met een T-shirt waarop staat: ‘Believe in yourself. Nothing is impossible’.

    Wat ontbreekt, dringt pas later tot me door. Gezinnen zitten op matten in de zon. Er is geen schaduw. Er zijn geen tenten meer beschikbaar. Elke dag krijgen mensen te horen dat er meer tenten komen. Elke volgende dag worden ze opnieuw teleurgesteld. We hebben gehoord dat er weinig mannen in het kamp zijn. Ik zit bij een groep weduwen, hun echtgenoten en zonen werden tegengehouden toen ze El Fasher wilden verlaten. Sommigen werden doodgeschoten. Tienduizenden burgers worden vermist; sommigen zouden vastzitten in detentiecentra van de RSF. De meesten zijn waarschijnlijk dood.

    Oud-commissaris Filippo Grandi nam afscheid in 2025

    Na tien jaar als Hoge Commissaris voor de vluchtelingen blikte hij terug in een verklaring op de site van UNHCR.
    Grandi prees hierin de diplomatieke waarde van het officiële toezichtsorgaan van de VN-vluchtelingen-organisatie juist omdat er geen consensus was. Niet iedereen was het eens, en dat gold ook voor delegaties onderling, maar volgens Grandi is dat precies de zachte kracht van humanitaire diplomatie. Hij verwees daarbij naar de lopende onderhandelingen over Gaza, waarbij hij de hoop uitsprak dat diplomatie opnieuw zou zegevieren boven brute kracht.
    Zijn alarmerendste boodschap betreft de financiering van de steun. Het UNHCR-budget voor 2025 bedroeg 10,6 miljard dollar, maar de organisatie verwacht slechts 3,9 miljard beschikbaar te hebben – een daling van zo’n 25 procent. De laatste keer dat UNHCR minder dan 4 miljard dollar had, was in 2015 – toen het aantal ontheemden de helft was van nu. Dit getal noemde hij een scherp kritisch ankerpunt: er zijn meer mensen op de vlucht, maar minder middelen.
    Grandi richtte zich expliciet tot donoren in de Golfregio en Azië die aan de zijlijn stonden: ‘Nu is het moment.’ Zonder dringende, flexibele steun zullen meer levensreddende operaties worden teruggeschroefd. Als voorbeeld van wat werkt, noemde hij Syrië: dankzij de jarenlange opvang in Libanon, Turkije en Jordanië konden meer dan 1 miljoen Syrische vluchtelingen uiteindelijk naar huis terugkeren. Hij verwierp openlijk de managementrhetorica van ‘meer doen met minder’.

    Een veelgehoorde beschuldiging is dat de RSF de families van mannen opbelt om losgeld te eisen. Een vrouw vertelt dat ze geld eisten in ruil voor de vrijlating van haar oom. Nadat ze had betaald, stuurden ze een video waarop te zien was hoe hij werd vermoord. Een andere vrouw, Amal, komt naar voren om mij haar gebroken pols te laten zien. Ooit verkocht ze groenten en parfums op de markt in El Fasher; haar echtgenoot was dagloner. Toen hun gezin de stad ontvluchtte, probeerde de RSF haar twee dochters te verkrachten. ‘Mijn dochters zeiden: “Vlucht alsjeblieft voor je leven, laat ze naar ons komen.” Het echtpaar verzette zich daartegen. Hij werd doodgeschoten, zij werd mishandeld en hun huis werd verwoest. Twee van hun zoons zijn omgekomen. Ze vertelt hoeveel moeite het haar kost om elke dag nog uit bed te komen. ‘Ik was een sterke vrouw, maar mijn gezondheid is niet meer wat het was.’
    Uiteindelijk voert een medewerker van de UNHCR me weg. ‘Het gaat je een week kosten om al hun verhalen te horen.’ Grandi wil graag met mensen praten, maar de autoriteiten willen de regie in handen houden. Twee functionarissen staan erop hem naar de tenten te vergezellen. Er ontstaat een steeds fellere woordenwisseling. Waarom wil hij naar deze tent, vragen de functionarissen. Ik ben de hoge commissaris, antwoordt hij. Het gezag van zijn functie begint te bezwijken in de hitte.

    De patstelling wordt opgelost met een krakkemikkig compromis. Grandi belandt in een tent, vergezeld door functionarissen, waar hij een vrouw ontmoet die El Fasher verliet toen ze acht maanden zwanger was en nu een baby van tien dagen heeft. De SUV’s van de VN blijven buiten stationair draaien. Vlakbij probeert een opgewekte drieëntwintigarige vrouw op een matje naar een online college op haar telefoon te luisteren. Ontheemding weerhoudt haar er niet van te studeren voor voedingsdeskundige.

    OV Khartoem compressed edited scaled
    Een voormalig busstation omgevormd tot opvangcentrum voor de 6600 ontheemden in Khartoem. © Getty Images

    De reis raakt Grandi zichtbaar – en dat verwelkomt hij. Voor zijn werk is ‘woede een noodzakelijk instrument’. Tot een paar jaar geleden had hij het gevoel dat hij niet alleen stond in zijn verontwaardiging. ‘Niemand peinsde erover deze misstanden te rechtvaardigen. Nu gaat de veroordeling van de Russen die scholen vernielen, of van de RSF die doet wat we gehoord hebben, gepaard met een “ja, misschien, maar…” Er is veel “maar”.’

    Humanitaire hulpverleners zien kampen als een tijdelijke oplossing. Dit kamp is misschien een veilige haven, maar het draagt al de kiem van zijn eigen mislukking in zich. Het ligt 20 kilometer van de dichtstbijzijnde stad. Dat maakt het moeilijk voor de ontheemden om te werken of een arts te bezoeken. UNHCR-medewerkers geven toe dat er weinig toiletten zijn. Ze hadden graag internationale experts ingeschakeld om de indeling van het kamp op te zetten, maar daarvoor is geen geld. Grandi stelt een gezin gerust: hij heeft gehoord dat er de volgende dag nieuwe tenten zullen aankomen . Wanneer ik een paar dagen later ga kijken, zijn de tenten er nog steeds niet. De reden is onduidelijk.

    Ons konvooi trekt verder, terwijl we mensen op ezels inhalen. Grandi spreekt met Soedanese politici. Hij zegt hen dat de oorlog moet stoppen en dat zijn teams toegang moeten krijgen tot noodgebieden. Hij wordt ontvangen met de nodige plichtplegingen en soms met geschenken, al is het onduidelijk of zijn boodschap ook echt wordt gehoord. Functionarissen proberen hem te beletten vluchtelingen te ontmoeten die vanuit Egypte naar Soedan zijn teruggekeerd, onder verwijzing naar twijfelachtige veiligheidsredenen. Zulke tegenwerking komt ‘heel zelden’ voor, zegt hij. ‘Zeg ze dat ik niet bang ben.’ De ontmoeting vindt plaats. Grandi vertelt de teruggekeerden dat ze thuis zijn. ‘Wees niet lui. Jullie moeten je eigen weg zien te vinden.’ Hij vreest dat hulpverlening, en in het bijzonder vluchtelingenkampen, afhankelijkheid creëren. Later, in de SUV, bedenkt hij dat deze mensen nog maar kort vluchtelingen zijn: ‘Ze zijn nog onbedorven.’

    ‘Wees niet lui. Jullie moeten je eigen weg zien te vinden’

    Grandi heeft koorts, maar zijn rooster kent geen genade. In een donker pak staat hij onder een palmboom bij een temperatuur van 30 graden te luisteren naar verhalen van Zuid-Soedanese vluchtelingen, terwijl hij af en toe een geeuw onderdrukt. Na een tijdje staat hij op en vertelt de vluchtelingen dat er weinig geld is. Hij zegt dat ze niet mee moeten vechten in de oorlog: ‘Helaas gebeuren die dingen in elke oorlog. Zeg alsjeblieft tegen jullie mensen dat ze die dingen niet moeten doen.’ De boodschap is zorgvuldig geformuleerd om toekijkende regeringsfunctionarissen te overtuigen.
    Dit zijn de dilemma’s die Grandi tijdens zijn bezoeken en telefoongesprekken probeert op te lossen. In theorie zouden de Golfstaten een deel van de westerse bezuinigingen op ontwikkelingshulp kunnen compenseren, maar volgens Grandi is hun financiering onvoorspelbaar en vaak sterk politiek bepaald, gemotiveerd door specifieke doelen. De Golfstaten willen zelf bepalen waaraan hun geld wordt besteed. De UNHCR wil juist de flexibiliteit behouden om te reageren op noodsituaties en vergeten crises. Dat beschouwt de organisatie als essentieel voor haar onpartijdigheid.

    De Verenigde Arabische Emiraten stellen dat ze de ‘op een na grootste donor’ van de VN in Soedan zijn (al lijkt dat volgens VN-data niet te kloppen), maar het is ook algemeen bekend dat het land de paramilitaire RSF-groepen heeft bewapend. Tijdens een VN-donorvergadering in december raakten vertegenwoordigers van de VAE en Soedan verbaal slaags: de Soedanezen waren woedend over de brutaliteit van de Emiraten om zich als humanitaire helpers te presenteren, terwijl de Emiraten alle beschuldigingen ontkenden en beweerden dat Soedan zelf hulpverlening onmogelijk had gemaakt. Het compromis: de VAE doneren 15 miljoen dollar aan de UNHCR, voornamelijk bestemd voor Soedanese vluchtelingen buiten Soedan. De VAE zeggen tevens toe 550 miljoen dollar te storten in een mondiaal humanitair fonds. De besteding van dit geld blijft een zaak van de VN. De Soedanese regering kon niet anders dan hiermee akkoord gaan.

    Voor hulpverleners blijft het eeuwige dilemma wanneer zij misstanden moeten veroordelen en wanneer zij moeten zwijgen om toegang tot mensen in nood niet te verliezen. Het Rode Kruis kiest geen partij; de VN is genuanceerder. De getuigenissen van overlevenden van de wreedheden in El Fasher maakten Grandi’s werk op een wrange manier eenvoudiger: hij kon de RSF nu zonder terughoudendheid veroordelen. Maar daarmee ontstond ook een nieuw risico: naarmate de RSF oprukte, zouden burgers in andere steden mogelijk sneller op de vlucht slaan – en zou het gebrek aan tenten en capaciteit van de UNHCR des te zichtbaarder worden.

    Wereldwijde solidariteit

    Drie weken eerder was ik in Westminster Abbey geweest, waar Grandi een toespraak hield over wereldwijde solidariteit. Dezelfde dag kondigde het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken een reeks restrictieve immigratiemaatregelen aan. De opvallendste was een plan – later weer ingetrokken – om sieraden van asielzoekers in beslag te nemen om zo de kosten van hun opvang te helpen betalen. Voor een publiek dat bestond uit sympathisanten, weigerde Grandi de confrontatie aan te gaan. Hij benadrukte dat de principes van het Vluchtelingenverdrag vandaag de dag net zo geldig zijn als in 1951. ‘Willen we terug naar 1939?’ vroeg hij zich af. ‘Asiel is een van de mooiste gebaren die de mensheid te bieden heeft.’

    Het Vluchtelingenverdrag van 1951 – de internationale overeenkomst die deelnemende landen verplicht om mensen die op de vlucht zijn voor vervolging te beschermen – is het meest gekoesterde document van de UNHCR. Maar het is een ander document dat sommigen wellicht veronderstellen. Oorspronkelijk behelsde het geen wereldwijd recht op asiel: het gold alleen voor mensen die vóór 1951 in Europa ontheemd waren geraakt. Pas later, in 1967, breidde een protocol de bescherming uit tot de hele wereld. En zelfs toen bood het verdrag weliswaar bescherming tegen gerichte, nazi-achtige ‘vervolging’, maar in veel arme landen waren het eerder oorlog en failed states die aanleiding gaven tot vluchten. De beginselen berustten in de praktijk vaak op dubbele standaarden en worden inmiddels openlijk in twijfel getrokken.

    De toepasbaarheid van het verdrag is geleidelijk uitgebreid door regionale overeenkomsten en door juristen. Het schrijft niet voor dat vluchtelingen asiel moeten aanvragen in het eerste veilige land dat zij bereiken. Dat heeft een probleem gecreëerd. Honderden miljoenen mensen leven in kwetsbare staten. Moderne vervoermiddelen, mobiele telefoons en smokkelbendes hebben hun mogelijkheden om te reizen vergroot. Is het Westen verplicht hen allemaal op te nemen? Is het niet redelijk om grenzen te stellen?

    Handel als overlevingsstrategie aan de grens

    Aan de grens tussen Soedan en Tsjaad wordt dagelijks geïmproviseerd om te overleven. Dat beschrijft de Spaanse krant El País in een reportage over de stad Adré, waar bijna een miljoen Soedanese vluchtelingen zijn aangekomen sinds het uitbreken van de oorlog in april 2023.
    In de vroege ochtend steken ezels, beladen met graan, brandstof en tapijten, vrijwel ongehinderd de grens over. Formele controle ontbreekt grotendeels. In plaats daarvan is een informele economie ontstaan die draait op wederverkoop, ruilhandel en kleine prijsverschillen tussen beide landen. Waar voorheen goederen vooral vanuit Soedan naar Tsjaad stroomden, is die richting inmiddels omgekeerd.
    Op de markten rond de vluchtelingenkampen vermengen talen, valuta en handelsvormen zich. Betalingen vinden plaats in CFA-franken, Soedanese ponden en dollars; ruilhandel is even gebruikelijk. Jongeren kopen goederen in Tsjaad om ze met minimale winst in Soedan te verkopen. Voor velen is deze handel een noodzakelijke aanvulling op onregelmatige of ontoereikende humanitaire hulp.
    Vrouwen spelen een centrale rol. Ze kopen en verkopen voedsel, kleding of brandstof, vaak met marges die nauwelijks voldoende zijn om eten of medische zorg te bekostigen. Tegelijk circuleren geldstromen via informele netwerken, waarbij mobiele telefoons en tussenpersonen bankfuncties vervangen.
    Brandstoftransporten vinden openlijk plaats, terwijl een deel van de humanitaire hulp op de zwarte markt belandt. De veiligheid blijft fragiel; gewelddadige incidenten en aanvallen komen voor. Volgens de UNHCR is Adré een cruciaal toegangspunt voor hulp aan Soedan, maar de situatie toont duidelijk de grenzen van dat systeem.

    Alexander Betts en Paul Collier, beiden verbonden aan de Universiteit van Oxford, betogen dat het systeem tekortschiet. Mededogen moet verstandig worden georganiseerd, stellen zij. Het recht op asiel is geen recht om te gaan en staan waar je wilt. Vluchtelingen kunnen vaak het best geholpen worden in de regio van herkomst, waar het doorgaans makkelijker is werk te vinden en uiteindelijk terug te keren. Een minderheid van asielzoekers bereikt momenteel de grenzen van het Westen, dat miljarden betaalt voor de verwerking van hun asielaanvragen en huisvesting. Een mogelijke oplossing zou een breed akkoord kunnen zijn, waarbij rijke landen meer hulp en handelsmogelijkheden bieden aan probleemregio’s, in ruil voor het zelf opnemen van minder vluchtelingen en de mogelijkheid om niet-erkende vluchtelingen op humane wijze terug te sturen.

    Grandi heeft een hard hoofd in grootschalige hervormingen. Hij blijft ervan overtuigd dat Europa het aankan. In 2025 staken zo’n 41.500 mensen het Kanaal over in kleine bootjes. ‘Op één dag vluchten er soms 40.000 mensen uit Soedan naar Tsjaad. Ik vind dat we doorslaan met deze polemiek, die wordt aangewakkerd door de populisten.’ Het Westen heeft miljoenen vluchtelingen uit Oekraïne opgenomen, ‘zonder dat er een blad trilde, zoals we in Italië zeggen’. Die redenering is niet helemaal overtuigend. Het Oekraïense voorbeeld laat ook zien dat solidariteit het beste werkt wanneer die regionaal is: de Europese bevolking voelt eerder een morele verplichting jegens Oekraïners dan jegens Syriërs of Soedanezen.

    Vreest Grandi niet dat het verdrag in zijn huidige vorm de populisten in de kaart speelt? ‘Zelfs als dat risico er is, wil ik dat niet bestrijden door het verdrag af te schaffen. Migratie is de prijs die je betaalt voor rijkdom.’

    Oplossing

    Half november plaatste Trump een bericht dat hij, op verzoek van Saoedi-Arabië, zou proberen stabiliteit te brengen in Soedan, ‘de meest gewelddadige plek op aarde, maar een grote beschaving en cultuur’. Daar kon Grandi zich aan vastklampen. ‘Natuurlijk spelen ook zijn eigen ijdelheid en de mineralen een rol, en wat dan ook nog meer – maar vrede is nooit een zuiver proces; er speelt altijd meer mee.’ Zijn hoop was waarschijnlijk vergeefs. Denise Brown, de VN-coördinator in Soedan, meldde onlangs dat er geen oplossing in zicht is.

    Tijdens Grandi’s verblijf in Soedan maakte het Witte Huis een Nationale Veiligheidsstrategie bekend waarin de VN niet eens werden genoemd. De president had een vredesakkoord aangekondigd in de Democratische Republiek Congo, waar de VN wederom vrijwel onzichtbaar waren. Hij presenteerde een Raad van Vrede, die volgens hem de VN mogelijk zou kunnen vervangen.

    Barham Salih, voormalig president van Irak en zelf tweemaal vluchteling, is genoemd als opvolger van Grandi. Salih betoogt dat de hoge commissaris afkomstig moet zijn uit de regio met de grootste vluchtelingencrisis. Zijn benoeming duidt er wellicht op dat de Europese aanspraken op een humanitaire leiderspositie aan het verzwakken zijn – er is misschien een politicus nodig om de UNHCR uit de brand te helpen.

    Sommige hulpdeskundigen zagen Grandi’s ambtsperiode als een gemiste kans om lessen te trekken uit de Syrische vluchtelingencrisis en de UNHCR aan te passen aan een nieuw tijdperk van terugtrekkende westerse betrokkenheid. De afhankelijkheid van Amerikaanse financiering is onhoudbaar. ‘We keren niet terug op onze schreden,’ zegt Sara Pantuliano, directeur van de denktank Overseas Development Institute. ‘Grandi is een uitzonderlijk integer mens. Maar ik kan niet zeggen dat hij genoeg heeft gedaan om de hedendaagse uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.’

    Mogelijke betrokkenheid van Ethiopië

    Volgens een onderzoek van Reuters bevindt zich in Ethiopië een geheim trainingskamp voor strijders van de Rapid Support Forces (RSF), de paramilitaire groep die vecht tegen het Soedanese leger, schrijft Courrier International. Satellietbeelden tonen een kamp in de regio Benishangul-Gumuz, vlak bij de grens met Soedan.
    Bronnen stellen dat de Verenigde Arabische Emiraten de bouw financieren en steun leveren. De onthulling wijst op een mogelijke verdere regionalisering van de oorlog, die sinds 2023 al honderdduizenden doden en miljoenen ontheemden heeft veroorzaakt.
    Ethiopië heeft niet gereageerd en ontkent indirecte betrokkenheid. Analisten spreken van een ‘aanzienlijke escalatie’ van het conflict in de Hoorn van Afrika.

    Eén optie is een fusie met de Internationale Organisatie voor Migratie, een VN-orgaan dat historisch gezien meer onder invloed staat van de VS. Een andere optie: meer taken delegeren aan lokale groepen die efficiënter hulp kunnen verlenen.

    Grandi, die vrijgezel is en geen kinderen heeft, is geheel opgegaan in zijn werk, dat tientallen jaren omspande, op diverse plekken in het buitenland. ‘Je moet offers brengen. Al hou ik niet eens van dat woord. Je moet keuzes maken.’ Ik vraag me af of hij nu twijfelt aan zijn eigen keuzes. Afghanistan is weer in handen van de Taliban; Gaza ligt in puin. Hij kiest ervoor zich de goede dingen te herinneren. Toen de taliban vielen, konden Afghaanse vrouwen die aan de VN verbonden waren weer aan het werk. ‘Ik denk aan de vrouw die later mijn secretaresse werd. Ze kwam het kantoor binnen, pakte een boerka, verscheurde deze en wierp hem zo ver mogelijk van zich af. Ik krijg er nog steeds kippenvel van. Dat was de mentaliteit. En die werd hun niet opgelegd: zij wilden het zelf. (…)

    Ik geloof dat het Bush junior was die zei dat de VS nooit meer aan state building zouden doen. Wat een strategische fout! Het gebrek aan functionerende staatsinstellingen is de wortel van alle problemen die we hier zien.’ Zijn eigen les uit Afghanistan is niet geweest dat het Westen het niet moet proberen, maar dat het geen kans moet laten liggen. ‘Volgens mij laat de internationale gemeenschap nu een kans in Syrië liggen: te traag, te aarzelend, te veel twijfel: Moeten we ze wel of niet helpen? Soms moet je risico’s nemen.’

    In de laatste dagen van Grandi’s ambtsperiode kondigde de VS 2 miljard dollar aan humanitaire financiering voor de VN aan: een fractie van wat Washington vroeger schonk, maar nog steeds beter dan niets. ‘Ze willen niet als niet-humanitair worden gezien.’ Hij heeft al lang geleden geleerd dat je als je hart voor de zaak hebt, compromissen moet sluiten. Vaak betekent dat: vasthouden aan wat er overblijft.

  • Duitsland opnieuw opgeschrikt door een aanslag: twee doden

    Duitsland opnieuw opgeschrikt door een aanslag: twee doden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Jemen: Houthi’s laten opvarenden van in beslag genomen schip vrij

    » Nieuwe natuurbrand ontstaan in Californië, opnieuw tienduizenden evacuaties

    De verdachte is afkomstig uit Afghanistan

    In Duitsland zijn op woensdag twee mensen met een mes doodgestoken, waaronder een 2-jarig jongetje. De aanslag vond plaats in het Schöntalpark in Aschaffenburg, in de deelstaat Beieren. Kanselier Olaf Scholz bestempelt de aanslag als een terreurdaad en eist opheldering over de verblijfplaats van de verdachte, een immigrant uit Afghanistan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De man, die asiel had aangevraagd na aankomst in 2022, stond bekend ‘om zijn gewelddadigheden en was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis’, aldus het Beierse dagblad Süddeutsche Zeitung. In december kondigde hij zijn vrijwillige vertrek uit het land aan en het stopzetten van de asielprocedure, maar hij heeft Duitsland nooit verlaten, merkt de krant op.

    Deze laatste bloedige aanslag volgt op verschillende moordaanslagen in de afgelopen maanden, waarvan de daders van buitenlandse afkomst zijn en die hebben geleid tot een verharding van het debat over het migratiebeleid in het land, midden in de campagne voor de parlementsverkiezingen op 23 februari. Op 20 december vorig jaar nog reed een man uit Saoedi-Arabië in op een mensenmenigte op een kerstmarkt in Maagdenburg. Bij deze aanslag vielen zes doden en rond de driehonderd gewonden.

  • Griekse premier keert zich tegen Europese asielcentra buiten EU

    Griekse premier keert zich tegen Europese asielcentra buiten EU

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland verdacht van versturen van ontbrandende pakketjes naar Europa

    » Brazilië: groeiend aantal politie-influencers wil de politiek in

    Griekenland krijgt zelf veel kritiek voor grensbeleid

    De Griekse premier Kyriakos Mitsotakis heeft zich uitgesproken tegen voorstellen om het asielbeleid van de Europese Unie uit te besteden aan landen buiten de EU aan het begin van de Europese top in Brussel van donderdag, dat bericht Financial Times. Mitsotakis reageerde op de proef die Italië deze week is gestart waarbij migranten een asielaanvraag kunnen indienen in een asielcentrum in Albanië.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ook andere Europese landen onderzoeken mogelijkheden om hun asielbeleid te ‘outsourcen’. Zo wil PVV-minister Klever voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp onderzoeken of het mogelijk is om uitgeprocedeerde asielzoekers naar ‘terugkeerhubs’, oftewel uitzetcentra, in Oeganda te sturen. Mitsotakis zegt tegen de Britse zakenkrant dat hij niets zit in voorstellen om zulke initiatieven ook op Europees niveau uit te voeren.

    De Griekse premier roept de EU op om de mogelijkheden voor legale migratie te vergroten en tegelijkertijd de illegale immigratie aan banden te leggen, omdat er in de Europese economie een grote behoefte is aan geschoolde en ongeschoolde arbeidskrachten. ‘Wie gaat onze olijven plukken?’

    Griekenland heeft zelf allerminst een vlekkeloze reputatie als het gaat om de behandeling van asielzoekers aan de grens. Het land, dat zich aan de zuidoostgrens van Europa bevindt, is van oudsher een toegangspoort voor migranten die de EU willen bereiken en ‘wordt het door mensenrechtengroeperingen bekritiseerd voor de slechte behandeling van asielzoekers over zee’, aldus FT. Human Right Watch heeft meerdere gevallen van ‘pushbacks’ vastgesteld waarbij de Griekse kustwacht migrantenbootjes terugduwde over de grens en hen daarbij in levensgevaarlijke situaties bracht.

  • VK keurt wetsvoorstel om asielzoekers naar Rwanda te deporteren goed

    VK keurt wetsvoorstel om asielzoekers naar Rwanda te deporteren goed

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU dreigt TikTok Lite met verbod op reward-to-watch-functie

    » Hoofd Israëlische inlichtingendienst dient ontslag in

    De eerste vluchten naar Rwanda staan ​​gepland voor juli

    Het Britse parlement heeft een wetsvoorstel over de deportatie van migranten naar Rwanda goedgekeurd. Het wetsvoorstel, waar premier Rishi Sunak al sinds het begin van zijn ambtstermijn voor pleit, werd maandagavond aangenomen na een eindeloze ‘pingpong-strijd’ tussen het onwillige Hogerhuis en het Lagerhuis. Dat meldt The Times. Rwanda is met deze wetgeving tot een veilig land verklaard om juridische bezwaren tegen deportaties te voorkomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De wet maakt de weg vrij voor de deportatie van migranten die illegaal het land zijn binnengekomen. De eerste vluchten naar Rwanda staan ​​gepland voor juli. De nieuwe wetgeving wordt ondersteund door een verdrag met de Rwandese hoofdstad Kigali, die voorziet in financiële compensatie in ruil voor het opnemen van migranten.

    Het Britse dagblad wijst er ook op dat luchtvaartmaatschappijen die betrokken zijn bij deze activiteit ‘kritiek van de VN’ kunnen verwachten wegens ‘medeplichtigheid aan schendingen’ van internationale mensenrechten.

  • Wereldwijd groeit de weerstand tegen immigratie – en daarmee het populisme

    Wereldwijd groeit de weerstand tegen immigratie – en daarmee het populisme

    De val van het Nederlandse kabinet is het zoveelste voorbeeld van wereldwijde ontevredenheid over immigratie, schrijft The Wall Street Journal. Nu immigratie naar een recordhoogte stijgt, worden rechts-populistische partijen in een groot deel van de wereld populairder.

    Een recordaantal immigranten vertrekt naar welvarende landen. Dat leidt wereldwijd tot steeds meer protest, waardoor populistische partijen almaar populairder worden. Regeringen worden onder druk gezet om hun beleid aan te scherpen en de migratiegolf in te dammen.

    In veel landen, waaronder Canada en delen van Europa en Azië, worden migranten aangemoedigd om te komen, zodat ze tekorten aan arbeidskrachten kunnen verlichten en demografische dalingen kunnen compenseren. Maar die grote toestroom zorgt er, in combinatie met de toename van illegale immigratie naar de Verenigde Staten en Europa, tevens voor dat steeds meer kiezers ontevreden worden. Sinds het einde van de coronapandemie is de migratiestroom toegenomen, waardoor samenlevingen veranderen. Veel mensen geven immigranten de schuld van een toename in criminaliteit en hogere woonprijzen.

    Afgelopen vrijdag viel het Nederlandse kabinet. De verschillende partijen konden het niet eens worden over nieuwe maatregelen om de immigratie, die tot een recordhoogte is gestegen, te beperken. In Italië en Finland zijn onlangs anti-immigratiepartijen aan de macht gekomen en in Zweden gedogen ze sinds kort minderheidsregeringen. De extreemrechtse FPÖ [Vrijheidspartij] in Oostenrijk staat momenteel bovenaan in de landelijke peilingen.

    80 procent meer

    Vorig jaar verhuisden er ongeveer vijf miljoen meer mensen naar welvarende landen dan dat er mensen vertrokken. Volgens dataonderzoek van Wall Street Journal is dat 80 procent meer dan vóór de pandemie. De stijging wordt veroorzaakt door versoepeling van de reisbeperkingen die tijdens corona golden, toename van tekorten aan arbeidskrachten in rijke landen en grotere economische problemen in ontwikkelingslanden.

    Opiniepeilingen tonen aan dat de weerstand tegen immigratie in welvarende landen toeneemt – ook in landen die bekendstaan als het meest gastvrij voor nieuwkomers.

    Ruwweg de helft van de Canadezen is het niet eens met nieuwe plannen van de regering, die ongeveer een half miljoen immigranten per jaar wil gaan binnenlaten. Ze vinden dat te veel voor een land met veertig miljoen inwoners. Volgens een peiling van Léger, een onderzoeksbureau uit Montreal, is driekwart van de mensen bang dat het plan een buitensporige vraag naar huisvesting, gezondheidsdiensten en sociale diensten als gevolg heeft.

    In het Verenigd Koninkrijk zijn de regels versoepeld: het doel is om afgestudeerden uit het buitenland aan te trekken om een tekort aan vakkennis op te lossen. Volgens een enquête van onderzoeksbureau Public First vindt de helft van de mensen in het Verenigd Koninkrijk dat er te veel legale migratie plaatsvindt.

    Een groot deel van de bevolking in de Verenigde Staten is al langere tijd tegen immigratie. Die weerstand is het afgelopen jaar toegenomen: volgens Gallup polls ligt de tevredenheid van Amerikanen over immigratie rond de 28 procent, waar dat vorig jaar nog 34 procent was. Het is het laagste cijfer in tien jaar tijd.

    Finland is bezig langs de Russische grens een technologisch geavanceerd hek van tweehonderd kilometer te bouwen

    In Frankrijk vonden dagenlang gewelddadige protesten plaats, omdat de politie er onlangs een tiener van Noord-Afrikaanse afkomst doodschoot. Toch suggereren recente peilingen dat Marine Le Pen, de extreemrechtse leider van Front National, de volgende presidentsverkiezingen van het land zou kunnen winnen. Le Pen is ook voorstander van strengere immigratiewetten.

    Kiezers maken zich over het algemeen vooral zorgen om illegale immigratie, die vaak invloed heeft op lonen en sociale voorzieningen. Illegale immigratie via de Middellandse Zee naar Europa en vanuit Mexico naar de Verenigde Staten heeft de afgelopen maanden een recordhoogte bereikt.

    Maar mensen maken zich ook zorgen over de komst van laag- en zelfs hoogopgeleide legale migranten. De angst bestaat dat de prijzen voor wonen en andere kosten stijgen door hun komst, terwijl er al sprake is van hoge inflatie.

    Europese landen bouwen voort op maatregelen die al vóór de coronapandemie in gang zijn gezet: er worden honderden kilometers aan nieuwe land- en zeebarrières gebouwd om illegale migratie zo veel mogelijk te verhinderen. Finland is bezig langs de Russische grens een technologisch geavanceerd hek van tweehonderd kilometer te bouwen. Kyriakos Mitsotakis, de Griekse premier, beloofde in maart dat er langs de Turkse grens een stalen hek van zo’n honderdvijftig kilometer zou komen om illegale oversteek te voorkomen.

    Vooral in Europa ‘is er absoluut een discrepantie tussen het soort mensen dat onze arbeidsmarkten nodig heeft en het soort mensen dat binnenkomt’, zegt Roland Freudenstein, vicevoorzitter van de onafhankelijke denktank Globsec in Brussel. Veel mensen verhuizen naar Europa vanwege de sociale voorzieningen die worden aangeboden in landen als Zweden en Duitsland, aldus Freudenstein. In de Verenigde Staten ligt dat volgens hem anders: daar komen immigranten meer voor het werk, deels omdat er minder sociale voorzieningen zijn.

    Vacatures

    Het aantal immigranten naar de Verenigde Staten en Europa steeg in 2015 en 2016 enorm. De weerstand daartegen is een van de redenen dat Groot-Brittannië uit de Europese Unie stapte en Donald Trump president kon worden. ‘We zien nu een vergelijkbare ontwikkeling, die nog verder reikende gevolgen zou kunnen hebben,’ zegt Freudenstein.

    Ook in Nederland staan rechtse partijen bovenaan in de peilingen. De conservatieve partij van Mark Rutte heeft onlangs geprobeerd om de stroom asielzoekers naar het land te beperken, maar twee van de coalitiepartners weigerden hierin mee te gaan. Het leidde ertoe dat Rutte, de langstzittende regeringsleider in de Nederlandse geschiedenis, zichzelf gedwongen zag zijn ontslag aan te bieden aan de koning.

    De regering heeft voorspeld dat het aantal asielaanvragen dit jaar kan oplopen tot meer dan zeventigduizend, meer dan het vorige recordaantal uit 2015 [de voorlopige cijfers van de eerste zes maanden van 2023 ligger lagen dan verwacht: 20.122 asielaanvragen]. Met achttien miljoen inwoners is het een dichtbevolkt land en de huisvesting komt hierdoor onder druk te staan. Conservatievere kiezers roepen daarom op tot strengere controles.

    In veel landen is er nog steeds veel steun voor meer migratie, vooral onder bedrijfsleiders die bang zijn dat ze bepaalde functies niet kunnen bezetten zonder talent uit het buitenland. Japan stond lang bekend om zijn anti-immigratiebeleid, maar heeft vorige maand de regels voor buitenlandse werknemers versoepeld. Ook in Duitsland, Spanje en Zuid-Korea worden meer buitenlandse werknemers toegelaten of wordt de wetgeving versoepeld.

    Maar de groeiende weerstand onder de bevolking maakt het voor regeringen steeds moeilijker om een dergelijk beleid door te voeren. Toch is het volgens sommige leiders de enige manier om vacatures op te vullen, nu mensen in rijkere landen ouder worden en met pensioen gaan.

    In Duitsland haalt de anti-immigrantenpartij Alternative für Deutschland (AfD) in de peilingen rond de 20 procent van de stemmen. Dat is twee keer zoveel als bij de nationale verkiezingen van 2021. Het zou betekenen dat de AfD na de christendemocraten de populairste partij van het land is, populairder nog dan de sociaaldemocraten van bondskanselier Olaf Scholz. Uit de peilingen blijkt dat het immigratiebeleid voor de achterban van de AfD de belangrijkste reden is om de partij te steunen.

    Slechts zo’n honderdduizend van de ongeveer miljoen Oekraïners in Duitsland hebben een baan

    Duitsland heeft de afgelopen jaren miljoenen vluchtelingen uit Afghanistan, Syrië en Oekraïne opgenomen. Toch klagen bedrijven nog steeds dat ze meer hoogopgeleide migranten nodig hebben, omdat vluchtelingen moeilijk op te leiden en te integreren zijn. Slechts zo’n honderdduizend van de ongeveer miljoen Oekraïners in Duitsland hebben een baan.

    In Frankrijk heeft de regering van president Emmanuel Macron onlangs plannen opgeschort die het mogelijk maakten voor immigranten zonder papieren om in sectoren met een tekort aan arbeidskrachten te gaan werken. De plannen moeten worden uitgesteld vanwege een geschil met Italië over de illegale oversteek van de Frans-Italiaanse grens.

    Volgens een peiling die na het begin van de rellen door Odoxa-Backbone Consulting voor de krant Le Figaro werd afgenomen, wil ongeveer 60 procent van de Fransen dat de immigratiewetgeving wordt aangescherpt. Le Pen zei in februari dat een groot aantal immigranten ‘ervoor zorgt dat [banen] in eigen land worden “uitbesteed”’. Oftewel: werknemers van Franse afkomst moeten het afleggen tegen werknemers met een buitenlandse afkomst. ‘Als we een fabriek kunnen offshoren, doen we dat. En als dat niet kan, omdat je een restaurant of constructiewerk niet aan het buitenland kan uitbesteden, halen we meer immigranten binnen.’

    Ron DeSantis, gouverneur van Florida en Republikeinse presidentskandidaat, nam in mei een nieuwe wet aan die ongedocumenteerde immigranten in die staat nog verder criminaliseert. Belangrijke figuren uit de agrarische sector en de bouwsector zeggen dat de wet de tekorten aan arbeidskrachten daar zal vergroten.

    Australië en Nieuw-Zeeland haalden al lange tijd veel hoogopgeleide immigranten binnen, maar nu krijgen buitenlanders de schuld van de stijgende woonprijzen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de gemiddelde huur- en koopprijzen met ongeveer 1 procent stijgen als het equivalent van 1 procent van de bevolking van een stad daarnaartoe immigreert. Volgens recente opiniepeilingen is ongeveer 60 procent van de Australiërs voorstander van een migratiestop, zodat de woonprijzen kunnen dalen.

    Record

    In het Verenigd Koninkrijk zeggen ministers dat ze het aantal immigranten willen verminderen, hoewel dat aantal het afgelopen jaar door hun eigen beleid tot een recordhoogte is gestegen. Suella Braverman, de Britse minister van Binnenlandse Zaken, zei in mei dat we niet moeten vergeten hoe we zelf dingen kunnen doen. ‘Er is geen goede reden waarom we niet genoeg vrachtwagenchauffeurs, slagers of fruitplukkers zouden kunnen opleiden.’

    Vorig jaar verhuisden ongeveer zeshonderdduizend meer mensen naar het Verenigd Koninkrijk dan er het land verlieten – een record. Het is onwaarschijnlijk dat dit zo door zal gaan, want dat zou het aandeel van immigranten in de bevolking in tien jaar tijd met 5 procent verhogen, tot ongeveer 20 procent. Dat stelt Alan Manning, professor aan de London School of Economics en voormalig voorzitter van het U.K. Migration Advisory Committee [Adviescomité Migratie Verenigd Koninkrijk], dat de Britse regering adviseert over immigratiebeleid. ‘Alle infrastructuur zou dan moeten mee ontwikkelen, omdat er anders opstoppingen ontstaan,’ zegt hij.

    Experts zeggen dat de weerstand tegen immigranten onderdeel is van een zich herhalende cyclus. Bedrijven zetten zich voortdurend in voor soepeler immigratiewetten, omdat dat hun arbeidskosten verlaagt en hun winst verhoogt. Op rechts krijgen ze steun van neoliberale politici en op links van leiders die integratie nastreven. Daardoor wordt er een immigratiebeleid doorgevoerd dat soepeler is dan de gemiddelde kiezer wil.

    Het gevolg daarvan is volgens Manning dat het populisme een enorme boost krijgt. Populistische politici smoren vervolgens de immigratie in de kiem, waardoor de angsten van de kiezers afnemen en de cyclus opnieuw begint.

    Manning ontving honderden reacties van geïnteresseerde partijen toen hij als voorzitter van het U.K. Migration Advisory Committee informatie inwon. Bijna allemaal wilden ze dat er meer immigranten zouden worden binnengelaten. ‘Maar volgens opiniepeilingen wilden de meeste mensen juist minder immigratie,’ aldus Manning.

    Lees ook:

  • Fort Europa is niet meer de ultieme bestemming: migranten trekken steeds vaker naar China

    Fort Europa is niet meer de ultieme bestemming: migranten trekken steeds vaker naar China

    Door het selectieve antimigratiebeleid en de vijandigheid tegenover buitenlanders in Europa en Noord-Amerika, wijken steeds meer Afrikaanse migranten uit naar nieuwe bestemmingen als China, Turkije, het Midden-Oosten en, in sommige gevallen, Zuid-Amerika. De Rwandese journalist Eleneus Akanga zet zijn eigen ervaringen in groter perspectief.

    Ik was 24 toen ik in 2007 van Rwanda naar het Verenigd Koninkrijk vluchtte. Als succesvol verslaggever was ik net hoofdredacteur geworden van de onderzoeksjournalistieke publicatie The Insight, die in Rwanda steeds meer waardering oogstte. Ik had een wekelijkse column over actuele sociale kwesties in The New Times, ‘The Municipal Watchdog’, en ik schreef voor Reuters, Al-Jazeera, Xhinua en Associated Press. Dit was mijn leven, en ik genoot er met volle teugen van.

    Ondertussen begon zo’n 6500 km verderop in Groot-Brittannië, onder andere in Glasgow, de stad die inmiddels mijn nieuwe thuis was, een langdurige haatcampagne tegen mensen zoals ik. Het land had al tien jaar een Labour-regering en hoewel de partij het economische tij van het land had gekeerd, trad langzaam maar zeker een sociale malaise in. Door machtshonger gedreven oppositiepolitici (van met name de Conservatieve Partij en UKIP) wakkerden samen met de populaire media de woede van de bevolking aan over twee kwesties: immigratie en welzijn. Het immigratiedebat verhardde en kreeg steeds vaker een racistische ondertoon. De BBC zond ‘The Poles are Coming!’ uit, een aflevering van de documentaireserie White, waarin filmmaker Timothy Samuels het groeiende anti-immigratiesentiment onderzoekt. 

    ‘Je hoeft tegenwoordig niet ver te reizen om een stukje Polen of Oost-Europa in je stad aan te treffen,’ zegt hij, om er meteen aan toe te voegen: ‘Maar voor sommige mensen in Peterborough is het allemaal te veel.’ 

    In de documentaire zit een scène van een overvolle dokterswachtkamer en dito school, gevolgd door een shot waarin een zichtbaar geïrriteerde Brit van middelbare leeftijd zegt: ‘Peterborough wordt volledig overspoeld.’ In het volgende beeld stelt een gemeenteraadslid dat de maat vol is.

    De zorgen over iedereen die je hebt achtergelaten blijven knagen

    Ik weet nog dat ik de documentaire op mijn eenkamerflatje in Glasgow zag en dat de angst me om het hart sloeg. Je denkt dat je het hoofdstuk kunt afsluiten wanneer jou asiel wordt verleend. Hoewel dit enigszins klopt, is het toch verre van de waarheid. De eenzaamheid, de zorgen over iedereen die je hebt achtergelaten die maar blijven knagen. Niets is ooit zeker. Het hangt ook af van wat je allemaal hebt meegemaakt. Ik ken mensen, onder wie ikzelf, die jaren nadat ze asiel hebben gekregen, nog altijd over hun schouder kijken – want je weet maar nooit. De vraag die zich aan me opdrong was: als de Oost-Europeanen, met hun witte huid en hun blauwe ogen, al zo worden behandeld, wat kunnen wij Afrikanen dan verwachten?

    Per slot van rekening woonde ik al in een flatgebouw met bewoners uit alle hoeken van de wereld, onder anderen drugsverslaafden en ex-verslaafden. Maar het leven gaat door. Ondanks wat burenoverlast kon ik het goed vinden met mijn verslaafde buren, en in de zes maanden dat ik er woonde werd ik nooit beledigd of ook maar enigszins lastiggevallen.

    Niet aankloppen

    Wat ons asielzoekers voortdurend voor de voeten wordt geworpen, is de vraag waarom we niet aankloppen bij het eerste het beste veilige land waar we binnenkomen. ‘Frankrijk is een prima land, daar hadden ze toch heel goed kunnen blijven,’ hoor ik Britten regelmatig zeggen over de vluchtelingen die het Kanaal oversteken in rubberbootjes. Er zijn natuurlijk talloze redenen waarom sommige mensen geen asiel aanvragen in de landen waar ze doorheen reizen. Ze willen zich vestigen in landen waar ze iemand kennen, waar vrienden of familieleden wonen, of omdat ze de taal spreken. 

    Ik ben door Oeganda en Kenia en via Nederland gereisd voordat ik op Heathrow landde. Tijdens mijn gesprekken met de Britse immigratiedienst vroegen ze waarom ik geen asiel had aangevraagd in Oeganda of Kenia. Mijn antwoord luidde: Rwanda heeft goede relaties met de omliggende landen, met Oeganda delen ze zelfs een grens. Hoe dichter je bij het land blijft dat je bent ontvlucht en hoe beter diens betrekkingen met je gastland, des te groter de kans dat het slecht voor je uitpakt. Bovendien zijn vluchtelingen niet wettelijk verplicht asiel aan te vragen in de veilige landen waar ze doorheen reizen. Door dat niet te doen, diskwalificeren ze zich niet voor een vluchtelingenstatus.

    De meeste Afrikaanse migranten blijven op het eigen continent

    Veel van dit soort ideeën komen voort uit een gebrekkig begrip van de veelvormigheid van de Afrikaanse migratie. Als je debatten over de migratie van Afrikanen naar het noordelijk halfrond volgt, krijg je de indruk dat het Westen de bulk moet opvangen. Maar uit onderzoek blijkt dat dit helemaal niet het geval is. De meeste Afrikaanse migranten blijven op het eigen continent. Ongeveer 21 miljoen gedocumenteerde Afrikanen wonen in een ander Afrikaans land, waarbij Nigeria, Zuid-Afrika en Egypte favoriete bestemmingen zijn.  Door het specifiek op Afrikanen gerichte antimigratiebeleid, dat zich onder andere vertaalt in zeer strenge visumeisen, en een algeheel klimaat van vijandigheid jegens buitenlanders in Europa en Noord-Amerika, wijken steeds meer Afrikaanse migranten uit naar nieuwe bestemmingen als China, Turkije, het Midden-Oosten en, in sommige gevallen, Zuid-Amerika. 

    Eigen ervaring

    Uit eigen ervaring als voormalig asielzoeker weet ik dat migranten niet noodzakelijkerwijs op de vlucht zijn voor oorlog of armoede. Degenen die me in de ochtend van 22 juli 2007 op Heathrow zagen landen, dachten misschien dat ik de zoveelste Afrikaanse immigrant was die armoede en ziekte probeerde te ontvluchten. Maar dat was bij mij, en bij het merendeel van de Afrikanen die naar Europa trekken, helemaal niet het geval. Ik behoorde tot de gelukkigen die aan de strenge visumeisen kunnen voldoen, die zich peperdure vliegtickets kunnen veroorloven, die de gok kunnen wagen om naar landen te gaan waarbij we, of we nu asiel zoeken of niet, niet zeker weten hoe het uitpakt. Voor Afrikanen bij wie het water echt aan de lippen staat, is dit een veel te grote hobbel, vooral wanneer het buurland of een van de omringende landen je voor minder geld dan de kosten van een Brits visum verwelkomen en onderdak geven. Afrikanen zullen pas naar het noordelijk halfrond migreren als ze de ambitie en de middelen hebben om dit te realiseren. 

    In de aanloop naar het brexitreferendum – dat sterk werd beïnvloed door wat de voorstanders van uittreding stug de ‘ongebreidelde immigratie’ bleven noemen – waren er meer Oost-Europeanen in het Verenigd Koninkrijk dan Afrikaanse en Aziatische migranten bij elkaar. Toch werd de hele campagne gedomineerd door discussies over illegale immigratie – waarbij opzettelijk een beeld werd geschetst van een land dat wordt overspoeld door buitenlanders, van wie velen al onderworpen worden aan ultrastrenge visumeisen. Zelfs de beruchte Breaking Point-poster van Nigel Farage, waarvoor – terecht – aangifte werd gedaan wegens haatzaaierij, liet bewust een rij vluchtelingen met donkere huidskleur zien, als om te benadrukken dat mi-gratie van zwarte mensen veel erger is dan migratie van witte mensen. 

    ‘Als de situatie in hun land zo slecht is dat ze moeten vluchten, waarom laten ze dan vrouw en kinderen achter?’

    Een paar weken geleden had ik een discussie met een van mijn buren – een zoon van Ieren die in de jaren vijftig naar Birmingham waren geëmigreerd. Hij heeft Ierland maar twee keer in zijn leven bezocht en hoewel hij zichzelf als Ier beschouwt, heeft hij niet het gevoel dat anderen hem zo zien. Hij heeft een Birminghams accent en woont inmiddels al meer dan dertig jaar in Zuidoost-Engeland. Ik geloof niet dat hij een racist is, hoewel een aantal van zijn standpunten over ‘die eeuwig klagende buitenlanders’ makkelijk als racistisch kunnen worden opgevat. ‘Waarom steken alleen jonge mannen het kanaal over?’ wilde hij weten. ‘Als de situatie in hun land zo slecht is dat ze moeten vluchten, waarom laten ze dan vrouw en kinderen achter? Zou jij je vrouw en kinderen achterlaten om vermoord te worden, of verkracht? Ik niet.’ Toen ik hem vroeg wat híj zou doen als hij bijna al zijn bezittingen had verkocht en met dat geld maar één persoon van een gezin van vier kon laten vertrekken, antwoordde hij: ‘Ik weet het niet. Maar ik zou er iets op verzinnen.’ Toen ik hem het vuur na aan de schenen legde, zei hij nog eens: ‘Ik weet het niet.’

    Dit geeft mooi weer hoe dwaas die enge migratieretoriek van rechtse politici en de populaire media is. Een zoon van Ierse ouders die Ierland verlieten voor een beter leven in Birmingham en die tijdens The Troubles hoogstwaarschijnlijk als IRA-sympathisanten werden beschouwd en gediscrimineerd, zet anderen die precies hetzelfde doen als zijn ouders jaren geleden hebben gedaan weg als onwelkome vreemdelingen.

    ‘We kunnen niet iedereen binnenlaten,’ zegt hij. Maar dat doen we dus ook helemaal niet. 

  • Asielzoekers op luchthaven Marseille in mensonterende omstandigheden opgevangen

    Asielzoekers op luchthaven Marseille in mensonterende omstandigheden opgevangen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hongarije kondigt noodtoestand af vanwege de oorlog in Oekraïne

    » VS: Opnieuw massale schietpartij op basisschool, dodenaantal loopt op tot 21

    Immigranten worden weggestopt in vervallen kamers

    Op de luchthaven van Marseille worden asielzoekers in mensonterende omstandigheden opgevangen, zo meldt Le Monde. Weggestopt in een kelder worden immigranten aan wie de toegang tot het Franse grondgebied wordt geweigerd, vastgehouden in vervallen kamers die eruitzien als cellen, tot ze weer op een vlucht worden gezet naar hun land van herkomst of ze hun asielaanvraag kunnen indienen.

    ‘Deze toestand voldoet absoluut niet aan de vereiste hotelvoorwaarden,’ zegt Michel Croc, lid van de Nationale Vereniging voor Grensbijstand voor Buitenlanders (Anafé). ‘Het is de slechtste situatie van heel Frankrijk.’

    ‘Ons migratiebeleid slaat nergens op’

    Ook senator Guy Benarroche van Europe Écologie-Les Verts, lid van een commissie die het migratievraagstuk in Frankrijk onderzoekt, vindt de opvang in de luchthaven weinig verheffend. ‘Ons migratiebeleid slaat nergens op,’ zegt Benarroche bij bezoek aan de luchthaven. Hij noemt de toestand in de twee kale opvangruimtes daar ‘kafkaësk’. ‘De situatie brengt zowel een gevoel van afwijzing van Frankrijk bij immigranten teweeg, als bij de handhavers van het beleid ter plaatse. Hoe kunnen mensen de dossiers op deze manier fatsoenlijk bestuderen?’

    De opvangruimte van Marseille-Provence is de op twee na grootste van Frankrijk, na Roissy en Orly. Voor de coronapandemie verbleven er zo’n 400 personen per jaar. In 2021 liep het aantal terug tot 174, waarvan 76 procent volwassen mannen waren, en de meeste een Marokkaans, Tunesisch of Turks paspoort hadden. In het eerste kwartaal van 2022 werden 43 mensen in de kamers vastgehouden.  

    Lees ook:

  • Ada. Koningin van de hel

    Ada. Koningin van de hel

    Sinds journalisten schreven dat Ada Magomedbegova was ‘gevlucht van haar familie’, wordt ze achtervolgd en bedreigd. Op social media wordt ze overspoeld met beloftes om haar ‘met z’n allen te neuken en in stukken te hakken’. Mensen uit Dagestan, waar ze vandaan komt, lanceerden een haatcampagne. Een verhaal over de vrijheid om je eigen leven vorm te geven, zonder bemoeienis van anderen.

    ‘Do you like sperm?’

    Een meisje op een rode bank kijkt verlegen. Ze zit met haar handen gekruist over haar borsten en met de benen over elkaar, gehuld in een trui en een korte jas. Ze glimlacht onbegrijpend en kijkt naar de vertaalster, alsof ze vraag: ‘Watte? Watte?’

    ‘Hou je van sperma?’ herhaalt de tolk.

    ‘Nee,’ antwoordt het meisje en ze giechelt verlegen.

    ‘Waarom?’

    ‘Nou ja, ik heb het eigenlijk nooit geprobeerd.’

    Ada Magomedbegova heeft zwart haar, lichtblauwe ogen en een geweldig lichaam. Ze woont in Sint-Petersburg en werkt als croupier in een casino. Het is 2010. Een wet die goktenten verbiedt, is net aangenomen. Het ene na het andere casino sluit zijn deuren, maar sommigen blijven open. Ada is 24, in haar leven waren tot dusver maar een paar korte romances en een lange relatie, maar die zijn al voorbij – het lukte niet. Kortgeleden zag Ada een advertentie in de krant: ‘Jongens en meiden van 18 jaar en ouder gezocht voor opnames met een erotisch karakter.’ Ze belde en nu zit ze tegenover Pierre Woodman, de Franse koning van de pornografie. Ada had nog nooit van hem gehoord. Ze draait zich naar de tolk en glimlacht ongemakkelijk: ‘Hij maakt me verlegen.’

    Woodman draait al drie jaar de serie Casting X. In feite is dit gewone pornocasting die wordt opgenomen en daarna het internet op gaat. De meisjes komen aan de lopende band: ze zijn verlegen, ze giechelen… Woodman heeft dit al tientallen keren gezien, dus hij gaat gewoon door. Ada heeft nog geen anale seks gehad, ze is nog nooit vastgebonden. Dus Woodman weet dat hij de volgende vraag net zo goed kan overslaan. Maar voor de zekerheid stelt hij hem toch: ‘Heb je ooit gekke dingen gedaan?’

    Ada lacht opnieuw en doet een hand voor haar gezicht: ‘Dit is gênant natuurlijk, maar ik had ooit eens een rare vent die het fijn vond als ik met mijn kont op zijn gezicht ging zitten.’

    Woodman zit hier niets bijzonders in. Hij zegt: ‘Ja, veel mensen vinden dat fijn.’ Volgende vraag: ‘Masturbeer je?’

    ‘Nee…’

    ‘Kan je je lichaam laten zien?’

    ‘Nu meteen of wat?’

    Tijdens de casting herhaalt Ada een paar keer dat ze altijd al model wilde worden. Als haar gevraagd wordt of ze weet waarvoor ze is gekomen, zegt ze: ja, om te spelen in erotische video’s. Het woord ‘porno’ probeert ze niet uit te spreken. Ze zegt dat dit niet haar droom was, seks voor de camera. Voordat ze naar de casting kwam, zeiden ze haar dat dit voor een buitenlands publiek was en dat haar landgenoten niets te weten zullen komen. Maar ze wist vanaf het eerste begin: dit geheim komt aan het licht. Als er iets op internet verschijnt, is er geen weg meer terug. En als ze de casting zouden zien in Dagestan, waar ze vandaan komt, zouden ze haar niet met rust laten. En toch besloot ze het te doen: het was zo interessant om te proberen. En hoe zij haar geld verdient, gaat anderen toch niets aan?

    Het ging allemaal vele malen sneller dan ze had gedacht. Al een week na die ene casting begon ze berichten te krijgen van bekenden, familieleden of van mensen die ze helemaal niet kende. Op alle social media werd ze dood gewenst, beledigd, ze werd gebeld en moest van telefoonnummer veranderen. Ze vond het eng en gênant om in meer video’s te spelen en ze probeerde zich bezig te houden met andere dingen: zaken, reizen. Maar drie jaar later verscheen ze opnieuw bij de casting van Woodman, ditmaal in Boedapest. Gebruind en zelfverzekerd: je herkende haar niet meer terug. Inmiddels sprak ze goed Engels en had ze geen hulp meer nodig van een tolk.

    ‘Ik ben zo blij dat je terug bent!’ zei Woodman.

    ‘Ik ben ook blij.’

    ‘Dus je hebt besloten om in deze industrie te blijven werken. Waarom? Wil je een pornoster zijn?’

    ‘Ja. Ik wil een grote pornoster zijn,’ zegt Ada. Of beter: Kira Queen. Vanaf nu zal ze zo worden genoemd.

    Ezelhuid

    Vandaag de dag is Kira Queen een ster in de Europese porno. Ze heeft meer dan zestig films op haar conto. Ze houdt van haar werk, ze heeft veel fans. Voor hen heeft ze een kanaal geopend in de chat-app Telegram, waarop ze vertelt over haar leven. Ze schaamt zich nergens meer voor en schrijft openlijk dat ze masturbeert. Of ze schrijft over haar eerste scène met een Afro-Amerikaanse pornoacteur. Ze is al twaalf jaar niet meer in Dagestan geweest, maar haar voormalige landgenoten laten haar niet met rust. Ze sturen nog altijd bedreigingen, sommigen kwamen zelfs naar Boedapest om haar te achtervolgen, een paar keer probeerden ze haar aan te vallen. Ada Magomedbegova begrijpt niet wat andere mensen met haar carrière te maken hebben, ze wil gewoon rustig leven. De situatie is zo ernstig geworden dat de actrice politiek asiel heeft aangevraagd in een Europees land, ze wacht nu op de beslissing. Vroeger gaf ze geen interviews, maar nu heeft ze eindelijk besloten om met de pers te praten. Nadat ze werd achtervolgd door een figuur met een mes, begreep ze dat haar leven gevaar liep. Mocht haar iets overkomen, dan zal men zich nu tenminste haar verhaal herinneren.

    Dat meisje in de korte jas op de rode bank, dat zo verlegen giechelde, had dit waarschijnlijk niet gekund. Maar de Kira Queen van nu houdt te veel van haar vrijheid. Reizen, opnames, het mooie leven: ze wil niet dat dit haar wordt afgenomen en ze is bereid om tot het bittere eind te gaan, bedreigingen of niet. ‘In Dagestan hebben we de uitdrukking “ezelhuid”,’ zegt Ada Magomedbegova. ‘Dat zeggen ze als iemand er maling aan heeft wat anderen over hem zeggen. Zo iemand gaat gewoon door. Vroeger was ik een verlegen en beschaamd meisje, maar daarna ben ik noodgedwongen veranderd. Ik heb een ezelhuid gekregen.’

    De acteurs zijn allemaal heel mooi. Zoiets heeft Ada nog nooit gezien

    Het is 2001. Ada is vijftien jaar, ze is op bezoek bij haar tante. Als ‘volwassene’ slaapt ze in een aparte kamer, met een televisie. Die mag ze ’s nachts, als de oudere mensen zijn gaan slapen, niet aanzetten. Maar Ada en haar nichtje zijn ongehoorzame pubermeiden. In de duisternis zappen ze met gedempt geluid langs de kanalen. Op de commerciële zender REN-TV vinden ze een film die hun aandacht trekt. In die film gaan twee bevriende stellen op expeditie. De acteurs zijn allemaal heel mooi. Zoiets heeft Ada nog nooit gezien. De personages zitten bij het kampvuur, ergens tussen de bergen en de bossen. Een plaatselijke wijze man vertelt ze een legende: lang geleden, vele duizenden jaren terug, verloor een prachtige godin precies op deze plaats een magisch kettinkje. Iedereen die het omdoet, wordt meteen zo aantrekkelijk dat niemand zich nog kan beheersen.

    Even later, tijdens opgravingen, vinden de hoofdrolspelers dit medaillon. Om de beurt doen ze hem om. Ze verplaatsen zich naar allerlei landen en tijdperken: het Oude Egypte, het Koninkrijk Engeland, het Wilde Westen. Een hele hoop decoraties met alle mensen in historische kostuums: hoeden, tunieken, donzige jurken. In een decor van Pyramides of cactussen ontmoeten de hoofdpersonen priesters of cowboys en dankzij het kettinkje wil iedereen seks met elkaar, wat uitdraait op een fantastische orgie.

    Dit is welbeschouwd een typisch verhaal voor een erotische film op REN-TV begin 2000. Iedere Rus herinnert zich waarschijnlijk wel wat er op die zender gebeurde na zonsondergang. En iedereen heeft tenminste wel een keer het geluid zachter gezet, de afstandsbediening weggelegd en gekeken naar de naakte cowboys, loodgieters, elektriciens of rondborstige vrouwen bij het zwembad. Toen Ada dit voor het eerst zag, was ze gecharmeerd. De film die ze keek was niet zozeer pornografisch, eerder erotisch: er zijn niet zo heel veel geslachtsdelen te zien. Maar de personages raken elkaar aan, ze zijn emotioneel, ze hebben geen remmingen of gêne. Ze droomde ervan om ook zo te zijn: dapper, mooi en sexy. Ze was allang puber, ze wilde aandacht, lichamelijk contact, of op z’n minst een flirt. Alleen is in het echte leven zelfs praten met jongens ongebruikelijk. Wat zouden de mensen daar wel niet van zeggen?

    Hysterie met doeken en jurken

    Ada groeide op in een klein dorpje. Geen bioscoop, geen winkels: er was alleen een markt, waar de plaatselijke bevolking niets kocht omdat ze geen geld hadden. Naar Machatsjkala, de hoofdstad van Dagestan, was het ongeveer een uur rijden. Het dorpje werd omringd door bergen, bos en een rivier. In Ada’s vroege jeugd was het er fijn: je kon over het gras rennen en soldaatje spelen. Later, toen de plaatselijke kinderen een beetje groter waren, begonnen de meisjes zich opeens zorgen te maken over trouwen en het huishouden. Spelen met jongetjes werd toch wat ongemakkelijk.

    ‘Mijn opvoeding was niet zo heel erg streng,’ zegt Ada. ‘Ze leerden me koken, opruimen, huisvrouw zijn. Dat was ook echt nuttig. Maar echt strenge regels waren er niet. Ze zeiden alleen dat het niet de bedoeling was om veel met de jongens te praten. Niet om religieuze redenen, gewoon omdat de buren misschien gaan praten.’

    Ada werd opgevoed door haar oma. Zij leerde haar kleindochter lezen op vierjarige leeftijd. Toen de tijd van het ‘soldaatje spelen’ voorbij was, begon Ada dag en nacht boeken te lezen. Ze hield het meest van Agatha Christie’s detectives, het eerste boek dat ze las was haar Ten Little Niggers, waarna ze een paar nachten niet kon slapen.

    Door de bank genomen was haar situatie niet zo slecht: ze mocht haar kleren zelf uitzoeken en gaan en staan waar ze wilde. Ze mocht thuis zitten met een boek, maar ook naar het strand. Pas later kwam, zoals Ada het formuleert, ‘de hysterie met doeken en jurken’. Er veranderde iets: veel buren werden religieus en over meisjes die zich ‘te vrij’ kleden, werd gefluisterd en nare dingen gezegd.

    In Dagestan heeft ongeveer tien jaar lang een machtige extremistische ondergrondse bestaan

    Veel gebieden in de Noordelijke Kaukasus, waar Dagestan ligt, verschilden in de Sovjettijd niet echt veel van Centraal-Rusland, volgens Irina Starodoebrovskaja van het Gajdar Instituut. In de steden woonden veel Russen, Armeniërs en Joden, waarvan een aanzienlijk deel hoogopgeleid was. Maar in de bergen was er van de Sovjetinvloed weinig te merken. Officieel waren daar kolchozen, collectieve boerderijen, maar feitelijk leefden de mensen daar nog vrijwel zoals ze leefden ten tijde van het tsarenrijk, en genoten ze een geheime religieuze opvoeding.

    Na het uiteenvallen van de Sovjetunie, toen de landbouw instortte, kwam een massale migratie van de dorpen naar de steden op gang. In Dagestan gebeurde hetzelfde: mensen uit bergdorpjes trokken naar het dal.

    ‘In en rond grote steden leven nu meer mensen die, als ze niet al heel religieus zijn, geneigd zijn om tradities te respecteren,’ legt Konstantin Kazenin uit. Hij is wetenschapper aan de Presidentiële Academie voor Economie en Beleid. ‘Voor hen is een harde rolverdeling tussen mannen en vrouwen vanzelfsprekend, zowel in de maatschappij als in het gezin. Het gedrag wordt op een bepaalde manier begrensd.’

    In het leven van Dagestan groeit de rol van religie. Daarbij zoeken jongeren die naar de stad zijn gekomen een nieuwe, eigen identiteit. Tijden veranderen, traditionele instituties brokkelen af. Sommige jongeren kiezen voor de globalisering en een seculiere manier van leven. Anderen zoeken hun heil in het idee van een kalifaat. Uit protest kiezen ze niet voor de traditionele islam zoals de oudere generaties dat deden. Ze willen iets radicaals. De jaren negentig staan voor de deur, de wereld, alles wat eerst nog zeker was, valt uit elkaar. Veel mensen zijn op zoek naar iets stabiels, naar concrete en begrijpelijke regels die hun leven kunnen reguleren. Daarom kiezen sommigen voor het islamitisch fundamentalisme, waaronder het radicale politieke fundamentalisme. Ze sluiten zich aan bij de illegale gewapende groeperingen en gaan meedoen aan gewapende conflicten. ‘In Dagestan heeft ongeveer tien jaar lang een machtige extremistische ondergrondse bestaan,’ zegt Kazenin. ‘Deze tendens begon af te nemen rond 2013.’ Toen werden veel deelnemers aan de ondergrondse tijdens antiterreuroperaties vermoord. De grote organisatie Emiraat Kaukasus begon invloed te verliezen en veel strijders gingen vechten in Syrië.

    Roddels

    Ada, die in haar jeugd een bijna seculiere opvoeding kreeg, wordt juist in deze periode volwassen: in de jaren negentig en de jaren 2000. Hoewel er thuis niet veel druk op haar ligt, vindt ze het helemaal niet leuk wat er gebeurt. Wanneer alle meisjes opeens alleen nog maar in rokjes rondlopen, zegt haar lievelingsoma: ‘In de winter krijg je een broek’, want dat is immers warmer. Een tante naait voor Ada mooie jurken. Daarnaast heeft ze spijkerbroeken en schoenen met hakken.

    En toch, om haar heen hoort ze steeds meer vreemde gesprekken. ‘Je mocht alleen met jongens praten als ze familie waren,’ herinnert Ada zich. ‘Maar soms werd ik ook gezien met een neef waar ik eerst niet mee omging en dan begonnen de roddels. Terwijl ik tot mijn eenentwintigste zelfs met niemand heb gezoend!’

    Haar klasgenoten beginnen met pesten. Ze vertellen alles en iedereen dat ‘Ada met de halve klas naar bed is gegaan’. Ze verspreiden de roddel dat een of andere ‘Saïd haar in een portiek heeft genomen’. Ada is half-Russisch en uiterlijk verschilt ze van haar leeftijdsgenoten: ze is lang, met grote borsten en lichtblauwe ogen. Daardoor krijgt ze meer aandacht. ‘Ze laten je hier niet met rust, je kunt beter weggaan,’ zegt haar oma. Ada denkt er steeds vaker over om naar Sint-Petersburg of Moskou te gaan. Daar heeft ze familie, misschien kan ze er werk vinden.

    Als ze zestien is, komen er huwelijkskandidaten langs. ‘Ik kwam een keer thuis en toen zat er een familielid in de keuken met nog iemand,’ zegt Ada. ‘Ze bespraken iets met oma. Ik zei gedag en ging naar mijn kamer. Toen kwam dat familielid binnen, woedend. Hij vroeg waarom ik hem niet bediende. Ik was in shock. Ik vroeg: “Watte?” En hij zei: “Je hebt mij te schande gemaakt tegenover mijn vriend. Jij bent degene die de verloofde moet verwelkomen en bedienen.”’ Ada werd verschrikkelijk boos. Ze liep naar haar oma en zei: ‘Ze moeten weg.’ Oma moest erom lachen. Maar toen haar vader thuiskwam, vertelde hij dat die onbekende man de verloofde was van Ada en dat ze daar ‘een afspraak over hadden gemaakt’.

    Ondertussen wordt de situatie buitenshuis steeds meer gespannen. Van tijd tot tijd komen mannen patrouilleren in de straten, ‘zodat er geen bandieten komen’. De buurman van een verdieping lager dwingt zijn vrouw een hoofddoek te dragen en gaat zelf vaak naar een onbekende plek in de bossen. Lange tijd wordt er niets van hem gezien of gehoord, maar dan belt hij zijn moeder om afscheid te nemen. Hij zegt dat ze ‘zijn omsingeld en straks worden vermoord’. Hij vertelt dat hij er eerder mee wilde stoppen, maar dat ze toen dreigden zijn gezin te grazen te nemen. Er komen steeds meer van dat soort verhalen.

    ‘Als ik je nog een keer in een spijkerbroek zie, schiet ik je door je benen’

    En toch neemt Ada niet het besluit om te vertrekken. Ze gaat een economische opleiding doen, haalt hoge cijfers en probeert altijd gehoorzaam te zijn als oudere mensen iets zeggen. Ze hebben haar van jongs af aan ingepeperd: wie ouder is, heeft altijd gelijk. Ze wil dat haar familieleden trots op haar zijn en dat ze complimentjes krijgt van de buren. Ze weet heel goed dat veel buren thuis, achter gesloten deuren, alcohol drinken. Maar daarover wordt niet gepraat. Diezelfde buren zeggen gebedjes als ze langs de moskee lopen.

    Ada leidt een eentonig leven. Na school meteen naar huis, zoals van jonge meisjes wordt verwacht. Na de opleiding vindt ze werk als telefoniste in een taxicentrale, een baan op niveau vinden is bijna onmogelijk. Ze verdient weinig geld, maar ze vindt het nog altijd leuk om mooie kleren te kopen. Op een dag komt ze terug van haar werk. Ze draagt een spijkerbroek en designschoenen met rode hakken. Ada loopt door een smalle straat. Aan de ene kant zijn een hek en een bouwplaats, aan de andere een greppel met bouwafval. Opeens draait een auto de weg op. Hij racet recht op Ada af, zonder te remmen of te sturen. Ze weet niet welke kant ze op moet springen. Op het laatste moment verandert de auto van richting, waardoor Ada slechts zijdelings wordt geraakt. Een raampje gaat open, een gezicht met een baard komt tevoorschijn. In zijn hand heeft hij een pistool. ‘Als ik je nog een keer in een spijkerbroek zie, schiet ik je door je benen.’ De auto rijdt de hoek om. Ada neem een besluit: het is tijd om te vertrekken.

    Buitenlander

    Het is 2006. In Sint-Petersburg is het koud en somber, vergeleken met Dagestan ziet de stad er grijs uit. Ada wacht bij een winkel op haar nieuwe buurvrouw, een fragiele oude dame. Ze helpt haar de boodschappen naar huis te dragen. Als ze uit de lift stappen zegt de oude vrouw: ‘Ik hoop dat je sterft, vuile Kaukasiër.’

    In Dagestan was Ada altijd een vreemde, maar ook hier voelt ze zich niet thuis.

    Bij de toegangsexamens voor de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg kijkt een vrouw uit de toelatingscommissie naar Ada’s Russische paspoort, en zegt dat ze bij de verkeerde commissie zit: ze moet naar de plek waar ze buitenlanders aannemen. Ada protesteert: ‘Maar ik kom toch uit Dagestan, kijk naar mijn paspoort, dat is ook Rusland.’ Maar de vrouw wil niet luisteren, ze zegt: ‘Hou de mensen in de rij niet op’. Ada begint te begrijpen dat de regels die ze thuis heeft geleerd, niet gelden. Oudere mensen hebben niet altijd gelijk. Soms kan een volwassene een enorme domkop zijn.

    Ze wordt aangenomen op de universiteit. Soms is ze verdrietig en wil ze naar huis, maar dan herinnert ze zich weer het verhaal van die man in de auto. Steed opnieuw besluit ze te blijven. Het lukt haar niet om een appartement te huren: bij een meisje uit Dagestan denken veel verhuurders dat ze door tien mensen achterna zal worden gereisd, die bij haar intrekken en de woning verwoesten. Dus woont Ada voorlopig samen met haar Petersburgse tante en haar nicht.

    De meesten die vanuit Dagestan naar Sint-Petersburg komen, willen het liefst samenklonteren. Ze gaan naar Kaukasische restaurants, vieren feest, dansen de traditionele Lezginka. Op een dag wordt Ada uitgenodigd voor zo’n feest. Daar blijken alleen maar studenten te zijn. Iedereen zit er stilletjes bij. ‘Ik hou niet van nachtclubs,’ zegt Ada. ‘Maar die dag was het zo saai dat we samen met een paar jongens uit Dagestan besloten om ergens anders heen te gaan.’

    Ada snapt niet hoe haar leven een schande kan zijn voor andere mensen

    Zo belandt Ada voor het eerst in een nachtclub. Ze zit achter een tafeltje, drinkt sap en kijkt haar ogen uit. Recht voor haar neus danst een meisje in lange witte laarzen en een diep uitgesneden wit topje. Zelfs haar nagels zijn witgelakt, ze fosforesceren griezelig in het licht van de dansvloer. Het meisje is heel mager en volledig vrij, alsof ze zich onbespied waant. Terwijl Ada naar haar kijkt, voelt ze dat er iets vanbinnen verandert. Het vorige leven is voorgoed voorbij. Het meisje in de lange laarzen springt op een jongen die samen met haar danst – en wikkelt haar benen om zijn onderrug.

    ’s Avonds vertelt Ada dit alles aan haar nicht: ‘Kan je het geloven? Daarna ging ze naar buiten om te roken! Het meisje! Ze ging roken!’ Haar nicht moet lachen: ‘Je bent toch niet meer in Dagestan!’ Vanaf die dag let Ada aandachtiger op de mensen om zich heen. Ze merkt dat het voor hen niet gebruikelijk is om je neus in andermans zaken te steken of advies te geven. Je kan doen wat je wil. De wil van oudere mensen is geen wet, niemands wil is wet. Ze gaat steeds minder om met plaatselijke Dagestani. Ze vindt een appartement en een baan en gaat op zichzelf leven. Soms komt haar moeder op bezoek: ze is blij dat haar dochter goed terecht is gekomen. Wel maakt ze zich zorgen: in Dagestan zeggen ooms en tantes dat er geruchten over Ada gaan. Ze zou met een of andere man leven, zonder getrouwd te zijn. Soms zegt ze tegen haar: ‘Maak ons niet te schande, kom naar huis.’ Maar Ada wil helemaal niet naar huis. Ze snapt niet hoe haar leven een schande kan zijn voor andere mensen.

    Op een dag vertelt een vriend waarmee Ada in het casino werkt dat hij naar opnames van erotische films is geweest. Ada herinnert zich meteen die film uit haar jeugd, over de magische amulet. Ze is geïntrigeerd, stelt allemaal vragen aan haar vriend en daarna begint ze zelf advertenties over opnames te bekijken. Zo belandt ze op de bank bij Pierre Woodman, die castings kwam opnemen in Sint-Petersburg.

    ‘Toen ik ernaartoe ging, was ik een beetje rillerig,’ zegt Ada. ‘Ik kende toen ook geen Engels. Alles werd voor mij vertaald, ze probeerden me gerust te stellen. Toen kwam de visagist en deed ik een fotoshoot. Ik was toen heel mooi! Hoewel, ik hoop dat die beelden nooit ergens opduiken. Ik was nog heel erg geremd, ik wist niet wat ik doen moest. De fotograaf zei: ‘Zo, je neus deze kant op. En doe nu maar “Ach!”, en ik zo van: “Waaaa”. Het was een fiasco.’

    Om Ada toch wat te ontspannen en te kalmeren, stelt Pierre Woodman voor om samen met hem en zijn agent naar een restaurant te gaan. Een beetje kletsen, tot rust komen. Er is immers helemaal niets aan de hand. Hij stelt Ada voor om het de volgende dag nog eens te proberen. Ze zegt toe en komt naar de opnames. Ze heeft de indruk dat ze zich al wat zelfverzekerder voelt. Maar ze heeft nog steeds problemen met het Engels. Pierre stelt Ada voor om naar de badkamer te gaan en licht toe: ‘I will piss on you.’ Ada snapt niet wat er moet gebeuren: ze denkt dat zij moet gaan plassen. Wanneer de regisseur achter haar aankomt en doet wat hij van plan was, is ze gechoqueerd. ‘Ik probeerde dat niet te laten merken,’ herinnert Ada zich. ‘Maar toen de camera uitging, werd ik kwaad en zei ik met een zwaar accent: “No, I don’t like it!” Pierre begreep er eerst niets van. Toen hij het alsnog snapte, zei hij duizend keer sorry en beloofde hij vanaf nu alles van tevoren uit te leggen, met vertaling en zo precies mogelijk. Hij betaalde zelfs meer dan ik verwachtte.’

    Dagestan. – © Unsplash
    Dagestan. – © Unsplash

    Het was een vreemde, ietwat afschrikwekkende ervaring. Maar Ada wil verder, ze vindt het interessant. Verdergaan is echter lastig wanneer je steeds beledigingen naar je hoofd geslingerd krijgt. Ze probeert in nog een andere film in Sint-Petersburg te spelen. De regisseur maakt kennis met haar, bekijkt haar medische gegevens, opent haar paspoort en vraagt: ‘Kom je uit Dagestan of wat?’ Daarna belt hij Ada’s agent en zegt: ‘Ik ga niet met haar werken.’ Tegenover Ada verklaart hij zich nader: ze is een goede meid en heel mooi, maar hij kan het risico niet nemen. Hij vreest voor de veiligheid van de actrice – en van zichzelf.

    De video van de casting met Woodman komt online. Ada krijgt constant bedreigingen en massa’s commentaar op social media. Ze is nerveus, maar ze moet ze lezen: constant controleert ze wie nog iets heeft geschreven, het wordt bijna een obsessie. Ze speelt niet meer in films: ze blijft in het casino werken tot dat wordt gesloten, daarna stapt ze over naar de online business en werkt ze voor een kleine webshop met seksspeeltjes. Het gaat slecht met haar en ze wil niet langer in Sint-Petersburg blijven.

    Sveta, een oude vriendin van Ada, belt haar elke dag om te vragen hoe het gaat. Ada zegt dat alles goed gaat, maar haar stem klinkt dof, alsof er een dementor langs is gekomen die alle energie uit haar heeft gezogen. Sveta hoopt dat de bedreigingen en beledigingen stoppen en dat daarna alles met Ada weer goed komt, maar dat gebeurt niet.

    Zelf woont Sveta in een warm Arabisch land. Naar Petersburg is het ongeveer zes uur vliegen. Op een dag komt Sveta naar haar vriendin en haalt haar over om bij haar op bezoek te komen. Misschien kan ze onder de zon en de palmbomen alles vergeten.

    ‘Ada reageerde op elk telefoontje, op elk bericht,’ zegt Sveta. ‘Ze zag eruit alsof ze lang niet had geslapen. Ik pakte haar telefoon af en zette hem uit. Ik nam haar mee uit wandelen, naar de fonteinen, een ijsje eten. Maar ze had er niet veel zin in, het grootste deel van de tijd lag ze op bed en deed ze niets. We zaten een keer te praten en boven ons, aan de muur, hing een klok, Ada keek ernaar en vroeg: “Waarom heeft die klok geen wijzers?” Toen schrok ik me rot, ik dacht: heeft de stress haar gezichtsvermogen aangetast?’

    Wat heeft het leven voor zin als je niet kan doen wat je wilt? Waarom moet je doen wat je omgeving van je verlangt?

    Een paar jaar gaan voorbij als een waas. Maar dankzij de onlinebusiness kan Ada tenminste in haar bestaan voorzien. Ze houdt van oude steden en musea; in een vreemd land zoekt ze eerst uit waar de plaatselijke bevolking naartoe gaat. Ze gaan naar kleine tentjes en praat daar met verschillende mensen. Ze denkt er steeds vaker aan dat ze maar één keer leeft. Wat heeft het leven voor zin als je niet kan doen wat je wilt? Waarom moet je doen wat je omgeving van je verlangt? Ze denkt vaak aan de Dagestaanse uitdrukking ‘ezelhuid’. Het ziet ernaar uit dat het tijd is om die te laten aangroeien.

    In 2013 neemt Ada contact op met Joelia Grandi, zij selecteert actrices voor Woodman. Ze kennen elkaar nog van Petersburg. Ada vliegt naar Boedapest en ondergaat de verplichte medische tests. ‘Ik ben zo blij dat je terug bent!’ zegt Woodman. Ada is klaar om Kira Queen te worden.

    Nieuw leven

    Er breekt een nieuw leven aan. Opnames, reizen. Zelfs familieleden die vroeger op z’n minst nog contact zochten voor financiële hulp, willen nu niets meer met Ada te maken hebben. Ze maakt kennis met buitenlandse acteurs een vraagt aan hen: ‘Hoe gaan jullie om met alle negativiteit die je over je heen krijgt?’ Maar ze kijken haar onbegrijpend aan. In hun levens speelt dat helemaal niet. Niemand zit ermee dat zij in pornofilms acteren.

    Het enige familielid waar Ada mee praat, aan de telefoon, is oma. Die is al hoogbejaard en heel ziek. Wat haar kleindochter doet, vertelt niemand haar. Maar op een dag stelt oma toch de vraag: ‘Weet je zeker dat je niet terug naar huis wilt?’ Ada zegt dat ze het niet wil.

    ‘Er gaan hier veel geruchten over jou. Is dat allemaal waar?’

    ‘Als het waar is, zie je me dan niet meer als je kleindochter?’

    ‘Zeg me een ding: ben je gelukkig?’

    ‘Ja.’

    ‘Is er niemand die je pijn doet?’

    ‘Nee.’

    ‘Dan ben ik ook gelukkig.’

    Als oma overlijdt, wordt het contact met het thuisfront definitief verbroken. Ada reist de hele wereld over: Griekenland, Singapore, Italië. Ze houdt van warme landen. Soms gaat ze terug naar Sint-Petersburg. Haar voormalige landgenoten uit Dagestan laten zich niet onbetuigd: ze beloven haar met z’n allen te neuken, in stukken te hakken, dood te schieten. Langzaam maar zeker verplaatst dit zich van online naar offline.

    Het is juni 2016. Ada woont in Sint-Petersburg, gaat regelmatig naar de fitness voor individuele trainingen. Op een dag begint een medewerker van het fitnesscentrum vreemd naar haar te kijken. Dan stapt hij op haar af en vraagt of ze hem niet als trainer wil. ‘Maar ik heb al een trainer,’ zegt Ada. De man begint vreemde toespelingen te maken: ze lijkt, zeg maar, heel erg op dat ene meisje dat hij op internet heeft gezien. ‘Ik vroeg hem op de man af wat hij van me wilde,’ herinnert Ada zich. De fitnessmedewerker antwoordt iets in de trant van: ‘Misschien thee, koffie, what’s up?’ Ada vraagt: ‘Wat bedoel je met “what’s up”?’ Hij geeft geen antwoord. Een week later begint ze vreemde telefoontjes uit het fitnesscentrum te krijgen. Haar trainer zou verzocht hebben om bij Ada na te vragen wanneer ze naar de fitness komt. Ze antwoordt dat ze een duidelijk rooster hebben en dat de trainer haar telefoonnummer heeft, zodat hij zelf kan bellen. Bij de volgende training staan bij de ingang twee onbekende mensen die qua uiterlijk op Dagestani lijken. Twee uur later, als de training voorbij is, zijn het er al dertien. Zonder fitnessabonnement komen ze niet binnen, dus wachten ze bij de ingang en schreeuwen: ‘Nou dan, ga je daar nog lang staan? Kom hier.’ Ada belt haar vrienden, zodat die kunnen komen om haar hier weg te halen. Ze is bang om langs deze mensen naar de parkeerplaats te lopen. De vrienden komen en wanneer ze samen het gebouw uit lopen, schreeuwen de onbekende mannen: ‘Beffen jullie haar allemaal samen of zo? Gaan jullie neuken met z’n vieren?’ Daarna is Ada nooit meer naar fitness gegaan.

    De jongen die Ada hielp haar sociale media bij te houden, dient zijn ontslag in: hij kan de toestroom van berichten niet aan en wil het allemaal niet meer lezen

    Joelia Grandi werkt al jaren met Woodman. Haar taak is het vinden van nieuwe actrices. Meestal heeft ze met die meiden alleen maar een werkrelatie. Ze vindt vaak dat ze zich idioot gedragen: ze krijgen sterallures, worden lui en eisen veel te veel geld. Maar met Ada is ze bevriend geraakt. ‘Het is een goede en lieve meid,’ zegt Joelia. ‘Tijdens de opnames is ze een koningin: zelfverzekerd, rustig. Ze neemt haar werk heel serieus. Thuis is ze veel losser. Als er iets gebeurt, kan ik haar altijd bellen. Alleen al haar stem maakt me al rustig.’

    Wanneer Ada naar Boedapest komt, gaat ze veel met Joelia om. Een tijdlang huren ze zelfs samen een woning. Op een keer spreken ze af om met vrienden uit Rusland naar de bowling en daarna naar een eettent te gaan. ‘Het was een straat met veel restaurantjes,’ vertelt Joelia. ‘We stonden in de rij voor een hotdog en toen merkten we dat een man op straat, door het raam heen, foto’s maakte van Ada. We stonden allemaal op scherp. Hij begon iemand te bellen, liep een stukje weg, stak zijn hoofd op, keek naar het huisnummer en zei iets. Daarna ging hij verder met fotograferen. We zijn snel weggegaan.’

    Dat soort dingen gebeuren steeds vaker. Dan loopt bijvoorbeeld een of andere man pal achter Ada aan in een winkelcentrum, een andere keer slaat een onbekende jongen Ada in het park op haar hoofd (niet hard) en begint te schelden. Online schrijven ze haar dat er een groep mensen naar Boedapest is gekomen om met haar af te rekenen. Ada begint een masteropleiding aan een van de universiteiten in Boedapest: ze wil regisseur worden. Maar na de les, op weg naar de parkeerplaats, komt een onbekende man op haar af. Hij achtervolgt haar aan en slingert bedreigingen naar haar hoofd.

    Ada houdt van shoarma. Ze noemt het op z’n Petersburgs: ‘shoaverma’. Maar in elke tent waar ze dat in Boedapest maken, stuit ze steevast op mensen die uiterlijk lijken op mensen uit Dagestan. In het beste geval kijken ze met scheve ogen naar haar, in het slechtste geval schreeuwen ze iets onfatsoenlijks. Ze moet wel weg.

    ‘Dood aan de hoer’

    Het is december 2017. Het sensatiekanaal Mash publiceert een verhaal over een Dagestaanse vrouw die ‘naar Europa is gegaan om haar familie te ontvluchten en een pornoster is geworden’. Onder een frivool muziekje meldt het kanaal dat Ada ‘niet meer naar huis hoeft te komen’. Op dat moment zit Ada in de Alpen samen met vrienden te snowboarden. ’s Ochtends, niet lang voor nieuwjaar, wordt ze wakker omdat haar telefoon constant ligt te trillen. Op Instagram ziet ze honderden comments: ‘Sterf’, ‘Monster’, ‘Beest’. De jongen die Ada hielp haar sociale media bij te houden, dient zijn ontslag in: hij kan de toestroom van berichten niet aan en wil het allemaal niet meer lezen.

    De buren uit Sint-Petersburg schrijven Ada dat de deur van haar appartement helemaal beklad is en dat ze dat ‘er niet meer tegenaan willen kijken’. Omdat ze zelf in Boedapest zit, vraagt Ada een vriendin uit Sint-Petersburg om te gaan kijken. Op de deur staat: ‘Dood aan de hoer’.

    De volgende dag zijn de socialemedia-accounts van Ada geblokkeerd: er zijn te veel klachten over binnengekomen. De reacties waren nogal eentonig: ‘Ik snijd je aan stukken’, ‘Als je naar Dagestan komt, word je gestenigd’ enzovoort. Batenka heeft geprobeerd in contact te komen met degenen die Ada online lastigvielen, om te weten te komen waarom ze dat doen. Slechts één gebruiker, onder de naam achmed4078, heeft geantwoord.

    Batenka: ‘Zou u kunnen vertellen waarom u dit doet en waarom ze u zo boos heeft gemaakt?’
    achmed4078: ‘Ben je ziek of zo? Zij heeft heel Dagestan te schande gemaakt. Dat je het me nog vraagt. Ze is een monster en wie haar steunt is net als zij. Zijn er echt normale mensen die haar kunnen steunen? Ze is geen mens, maar een beest die je in de bek moet schijten.’

    Na nog een paar beleefde vragen beëindigt achmed4078 het gesprek met de verslaggever met ‘Ach, fuck you.’

    Volgens de sharia is het überhaupt verboden om over een vrouw opmerkingen te maken als zij geen familielid is

    De Dagestaanse journaliste Svetlana Anochina legt uit dat dit gedrag nogal typisch is voor het Dagestaanse internet. Ook eerder, voordat de sociale media kwamen, werd er door de jeugd veel gepest: jongens namen video’s op en gaven die aan elkaar door om ‘de slet te onthullen’.

    ‘Natuurlijk wordt dit gedaan door seksueel gefrustreerde pubers,’ zegt Anochina. ‘Het is zo verleidelijk om een mooie jonge vrouw lastig te vallen. Vooral omdat dit ook sociaal niet wordt veroordeeld. Het wordt nog weer iets anders wanneer mensen zich verenigen voor fysieke acties. Dat is een uitzondering, maar het gebeurt. Vooral omdat Dagestani in het buitenland soms uit hun sociale verband raken en een vreemd, verknipt beeld van hun deelrepubliek krijgen. Met het echte geloof heeft dit niets te maken: volgens de sharia is het überhaupt verboden om over een vrouw opmerkingen te maken als zij geen familielid is. Maar sommige mensen willen bij een groep horen en doen dat op basis van een verkeerd geïnterpreteerde religie. Het allereerste wat ze dan doen, is kijken naar de moraliteit van anderen.’

    Slutshaming

    Het verhaal van Ada lijkt over Dagestaanse zeden en mores te gaan. Maar eigenlijk kan zoiets met iedere vrouw in ieder land gebeuren. Alles, seksualiteit helemaal, kan een aanleiding voor pesterijen zijn.

    Dat hoeft niet het gevolg te zijn van naakt poseren of deelname aan een pornofilm. Toen de Russische staatstelevisie vorig jaar een uitzending maakte met Diana Sjoerygina (het meisje die een vriend beschuldigde van verkrachting), werd haar moeder op straat in elkaar geslagen, werden de banden van haar vaders auto lek geprikt en moest Diana zelf noodgedwongen van school af.

    In het Engels bestaat het woord slutshaming: de veroordeling van een vrouw vanwege ‘frivool’ gedrag of uiterlijk. De maatschappij vindt dan dat ze het recht heeft om te beslissen wat al dan niet als ‘frivool’ wordt bestempeld en hoe je ‘correct’ met je seksualiteit om moet gaan.

    In maart 2018 vertelde het voormalige webcam-model Daria Zarykovskaja bijvoorbeeld dat ze een aantal jaar geleden ernstig werd lastiggevallen: ‘Ik kreeg online honderden privéberichten per dag: bedreigingen, beledigingen en chantage. Er werden parodievideo’s over mij gemaakt en online livers ter ere van mij [livers zijn tv-verslaggevers of youtubers die rechtstreeks via een videoverbinding praten met respectievelijk de studio of hun onlinekijkers]. Er werden posts geschreven, vooral op anonieme forums natuurlijk. Elke ochtend bekeek ik, als ik wakker werd, meteen de reacties op intieme video’s van mij die afgelopen nacht waren verspreid.’

    Onbekende mensen belden de ouders van Zarykovskaja en vertelden dat hun dochten ‘naakt op internet’ staat. Ze belandde in een zware depressie en het kostte een jaar om daaruit te komen.

    Uit enquêtes blijkt dat een op de vijf tieners geconfronteerd wordt met cyberpesten. De Verenigde Naties stellen dat bullying niet minder gevaarlijk is dan fysiek geweld en merken op dat vrouwen het vaakst slachtoffer zijn.

    Jaloers

    Het verhaal van Ada Magomedbegova is het stadium van cyberpesten al voorbij. Niemand in haar omgeving weet waar ze zich nu bevindt. Het enige dat bekend is, is dat ze naar een ander land is vertrokken, waar ze wacht op een beslissing over haar aanvraag voor politiek asiel.

    ‘Ieder mens moet kunnen kiezen,’ zegt Ada, ‘als het om religie, carrière of je partner aankomt. Soms krijg ik berichten van jongens en meiden uit Dagestan die bekennen dat ze jaloers op me zijn. Ze willen weg, een ander leven beginnen, maar ze zijn bang.’

    Ada komt niet buiten: ze is er laatst achter gekomen dat in haar wijk veel mensen uit de Noordelijke Kaukasus wonen. Ze zou graag ’s avonds gaan wandelen, maar ze is bang: wat gaat ze doen, in haar eentje in een vreemd land, als ze wordt herkend en aangevallen?

    Ze werkt de hele dag door: ze schrijft scenario’s voor haar eigen films, werkt aan haar eigen website en geeft les aan beginnende webcammodellen. Praten met vrienden kan ze ook alleen online doen, dus ze is alleen nog met de wereld verbonden via haar laptop en de twee ramen in haar appartement. Een raam kijkt uit op de rivier en de andere op het park. Als je er lang doorheen kijkt, is het net of er helemaal geen muren zijn.

    Auteur: Joelia Doedkina
    Vertaler: Martijn Smiers

    Openingsbeeld: Kira Queen

    Batenka
    Rusland | website | www.batenka.ru

    Batenka is een retehippe Russische kwaliteitssite met reportages, proza en opiniejournalistiek. De site heeft een sarcastische huisstijl en is vooral in trek bij jongeren. Het aantal maandelijkse bezoekers schommelt de laatste maanden rond de 650.000. De volledige naam van de site is te vertalen als ‘Vadertje, wat ben jij een transformer’. Naar verluidt is dat bedacht door een van de oprichters tijdens een reeks moeilijk navolgbare grappen op een feestje. De meeste Russen houden het gewoon bij ‘vadertje’: batenka.

  • ‘Mijn grootste angst is herkend worden in de supermarkt’

    ‘Mijn grootste angst is herkend worden in de supermarkt’

    Ruim vier jaar woont de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden alweer op een onbekende plek in Moskou, zonder dat 
er zicht lijkt op verandering in zijn situatie. In een uitgebreid gesprek met het Duitse weekblad Der Spiegel praat Snowden over zijn leven in Rusland, de macht van de inlichtingendiensten en zijn voortdurende strijd tegen massabewaking door overheden.

    Om Edward Snowden te interviewen, moet je een lange reis maken. Voor Der Spiegel begon die reis een jaar geleden, met vele gesprekken met zijn advocaten in New York en Berlijn. En hij eindigde onlangs op een woensdag in een Moskouse hotelsuite met uitzicht over het Rode Plein.

    De 34-jarige voormalige medewerker van de Amerikaanse CIA en NSA die het wereldwijde bewakingssysteem van de Amerikaanse National Security Agency (NSA) openbaarde, woont ergens in de Russische hoofdstad. Sinds hij de klok heeft geluid geldt hij in zijn eigen land als staatsvijand. Voor burgerrechtenactivisten is hij een icoon geworden, maar hij is ook een man op de vlucht. Bijna had onze reis naar Snowden nog langer geduurd, omdat hij een zware kou vatte en op het punt stond het interview uit te stellen. Uiteindelijk ging het toch door en toonde Snowden zich bescheiden en verbazingwekkend optimistisch in een ruim drie uur durend interview.

    Vier jaar geleden verscheen je in een video vanuit een hotelkamer in Hongkong. Het was het begin van het grootste inlichtingenlek in de geschiedenis. Nu zitten we hier, in een hotelkamer in Moskou. Je kunt Rusland niet uit, omdat de Amerikaanse regering een arrestatiebevel tegen je heeft uitgevaardigd. Ondertussen is de wereldwijde bewakingsmachinerie nog steeds in volle gang, waarschijnlijk krachtiger dan ooit. 
Is het dit allemaal echt waard geweest?

    ‘Het antwoord is ja. Kijk naar wat mijn doelen waren. Het ging me er niet om de wetten te veranderen of de machinerie te vertragen. Misschien had het daar wel om moeten gaan. Volgens mijn critici was ik niet revolutionair genoeg. Maar zij vergeten dat ik een product van het systeem ben. Ik heb op die kantoren gewerkt, ik ken die mensen en ik heb nog steeds enig vertrouwen in hen en in de mogelijkheid dat de systemen hervormd worden.’

    Maar zij zien jou nu als hun grootste vijand.
    ‘Mijn persoonlijke gevecht was niet bedoeld om de NSA of de CIA af te branden. Ik vind zelfs dat die wel degelijk een nuttige rol hebben in de samenleving, zolang ze zich bezighouden 
met de echt belangrijke bedreigingen waarmee we worden geconfronteerd, en als ze daarvoor hun minst grove geschut inzetten. We gooien ook geen atoombom op een vlieg die op de eettafel gaat zitten. Iedereen snapt dat, behalve de inlichtingendiensten.’

    Wat heb je bereikt?
    ‘Sinds de zomer van 2013 beschikt het publiek over kennis die tot dan toe geheim was. Dat de Amerikaanse regering alles uit jouw Gmail-account kan halen en daar niet eens een gerechtelijk bevel voor nodig heeft als jij geen Amerikaan bent maar bijvoorbeeld Duitser. Het is niet toegestaan om onderscheid te maken tussen de eigen burgers en die van andere landen: die hebben in principe dezelfde basisrechten. Maar steeds meer landen, niet alleen de VS, doen dit. Ik wilde het publiek een kans geven om te beslissen waar de grens moet liggen.’

    Volgens jou is massabewaking een schending van de wet. Maar voor zover we weten zit tot nu toe nog geen enkele verantwoordelijke achter de tralies.
    ‘Daarom noem ik het de geheime wet. Deze NSA-activiteiten waren onwettig. In een rechtvaardige wereld zouden de mensen die over dit soort programma’s gaan nu inderdaad achter de tralies zitten. Kijk bijvoorbeeld naar de talloze schendingen die zijn gevonden en bevestigd in het parlementaire onderzoek naar de Duitse G10-wet…’

    • .. die het recht van de inlichtingendienst beperkt om zich toegang te verschaffen tot iemands persoonlijke gesprekken of e-mails bij gelegenheden die onder de geheimhoudingsbepalingen van het post- en communicatieverkeer vallen.*
      ‘Maar in plaats van straffen, in plaats van afgetreden verantwoordelijken, in plaats van verandering van deze spionageactiviteiten hebben we alleen maar een nieuwe wet gekregen die bepaalt dat het allemaal oké is.’
    Edward Snowden in de presidentiële suite van het National Hotel in Moskou. – © Dmitri Beliakov / HH
    Edward Snowden in de presidentiële suite van het National Hotel in Moskou. – © Dmitri Beliakov / HH

    Was je verbaasd toen bekend werd dat de Duitse geheime dienst, de BND, ‘vrienden’ als de Israëlische premier bespioneerde of vierduizend ‘selectoren’ op Amerikaanse doelen had gericht?
    ‘Ik was teleurgesteld, niet verbaasd. Hetzelfde gebeurt in feite in Frankrijk en in al die andere landen. Alle regeringen willen meer mogelijkheden op het gebied van economische spionage, diplomatieke manipulatie en politieke invloed.’

    Het belangrijkste doel van die bewaking 
is om aanslagen tegen onze landen te voorkomen. In principe is daar niets mis mee.
    ‘We hebben geen bewijs dat deze 
massabewakingsprogramma’s terroristische aanslagen voorkomen. Maar als je ons niet kunt laten zien dat er dankzij deze maatregelen cellen zijn ontmaskerd, waarom zeg je dan toch dat ze absoluut noodzakelijk zijn? Omdat ze superinteressant zijn voor andere gebieden van spionage. Zoals het afluisteren van een telefoongesprek tussen Kofi Annan en Hillary Clinton…’

    • .. zoals de Duitse BND heeft gedaan.*
      ‘Dat zal waarschijnlijk niet al te veel aanslagen hebben voorkomen.’

    Dus wat is dan het verschil tussen de BND en de NSA?
    ‘Het belangrijkste verschil is het budget. Hoeveel geld hebben ze te besteden? Dat bepaalt hun mogelijkheden. Maar Duitsland heeft geweldige mogelijkheden omdat het zo 
centraal ligt en zo veel gunstige geografische punten heeft, zoals het internetknooppunt DE-CIX in Frankfurt. 
Dat maakt het belachelijk gemakkelijk. Als je alleen maar je hand in het water hoeft te steken om een vis te vangen, maakt het niet uit hoe slecht of hoe arm je bent.’

    De Duitse autoriteiten beweren dat ze doof en blind zouden zijn zonder de NSA of CIA.
    ‘Natuurlijk, Duitsland is geen Amerika, dat zo’n 70 miljard dollar per jaar in inlichtingenprogramma’s steekt. Maar Duitsland is een erg rijk land. In 2013 gaf het een slordige half miljard euro uit aan de BND. Nu is dat zo’n 300 miljoen euro meer. Combineer dat met het feit dat het Duitse onderwijssysteem een van de beste van de wereld is, en het is duidelijk dat Duitsland een grote basis aan technisch talent heeft.’

    ‘Hoe je ook over hen denkt, politici zijn niet dom’

    In Berlijn is de parlementaire commissie die de NSA-affaire onderzocht drieënhalf jaar bezig geweest om de samenwerking tussen de NSA en de BND in kaart te brengen. Volgens het eindrapport ben jij niet 
als getuige opgeroepen zoals oorspronkelijk was gepland, onder andere omdat je geëist zou hebben dat je asiel zou krijgen 
in Duitsland.
    ‘Dat is een leugen. Ik heb nooit asiel 
als voorwaarde gesteld. Ik denk niet dat het woord asiel ooit is gevallen.’

    Hoe verklaar je dan dat dit in alle media 
is gemeld?
    ‘Politiek. De partijen die de meerderheid vormden in de onderzoekscommissie verklaarden in het openbaar dat ze mijn toelating tot Duitsland zouden blokkeren, om het Witte Huis te sussen. Maar in de maanden daarna stapelden de onthullingen over het onrechtmatig bespioneren van mensen over de hele wereld, ook Duitsers, zich op en werd dit standpunt steeds minder populair. Dat maakte een onderzoek onvermijdelijk. Toen zochten de verschillende politieke spelers een manier om te voorkomen dat het onderzoek iets al te gênants zou opleveren, en daarmee lieten ze meteen zien dat beloften aan het Witte Huis in Duitsland de hoogste wet zijn. Hoe je ook over hen denkt, politici zijn niet dom, en waarschijnlijk wisten ze dat ze het onaantrekkelijke resultaat van het onderzoek alleen konden rechtvaardigen door te beweren dat ze geen keus hadden. Dus verzonnen ze die asieleis. Historici zullen misschien niet onder de indruk zijn, maar voor dit moment werkt het. En “voor dit moment” is maar al te vaak het enige dat telt in de hedendaagse politiek.’

    Wat zou de commissie van jou hebben gehoord? De documenten die je hebt aangeleverd waren al gepubliceerd.
    ‘Ik weet dat ik in hun ogen alleen maar een systeembeheerder was. Het is waar dat ik in mijn carrière vaak systeembeheerder ben geweest, maar dat was niet het enige wat ik deed. In mijn laatste baan op Hawaï gebruikte ik letterlijk de hele dag XKeyscore om Chinese hackers op te sporen. XKeyscore was het programma dat de Duitsers van de NSA kregen en ook gebruikten.’

    Je hebt delen van het uiteindelijke onderzoeksrapport gelezen. Wat vond je ervan?
    ‘We hoopten allemaal zo dat dit een betrouwbaar product zou worden, dat het een echt onderzoek zou zijn. Maar het rapport van de meerderheidspartijen is een teleurstelling. Het was een soort oefening in creatief schrijven. Het Duitse publiek was boos over hun bewakingsbeleid, dus moesten ze daar iets aan doen. Maar vervolgens deden ze niet wat volgens mij de oppositie op een heldhaftige manier wel probeerde te doen, namelijk uitzoeken wat er nu eigenlijk gebeurt, bepalen wie daarvoor verantwoordelijk is en uiteindelijk de activiteiten van deze inlichtingendiensten zo inrichten dat ze overeenstemmen met de wet. Maar deze politici zeiden: laten we de wet wat minder strikt maken, zodat ze die niet meer overtreden.’

    Dat klinkt berustend.
    ‘Helemaal niet. Ik denk dat we als samenleving veel vooruitgang hebben geboekt – we gebruiken nu wiskunde en wetenschap om dit soort misbruik door overheden te beperken.’

    Je bedoelt de encryptie van onze communicatie.
    ‘Voordat hij met pensioen ging, zei het vroegere hoofd van de Amerikaanse National Intelligence, James Clapper, dat ik de invoering van een encryptie met zeven jaar had versneld. Hij bedoelde het als een belediging, maar ik vatte het op als een compliment. We zien nu ontwikkelingen zoals de invoering van de end-to-end-encryptie, die standaard wordt toegepast – je hoeft er zelfs niet eens over na te denken. Voor 2013 wisten de meeste sites niet eens wat encryptie was. Nu kan vrijwel elke serieuze redactie encryptie gebruiken.’

    Edward Snowden met Glenn Greenwald.
    Edward Snowden met Glenn Greenwald.

    Maar terroristen gebruiken ook encryptie.
    ‘Als je in een stad drie terroristen hebt, gebruikt de ene een laptop en wordt neergeschoten door een drone, de tweede gebruikt een mobiele telefoon en wordt neergeschoten door een drone. Degene die alleen boodschappen op papier verstuurt via zijn neef 
als koerier op een motorfiets, wordt nooit neergeschoten door een drone. Terroristen kunnen heel snel twee 
plus twee bij elkaar optellen. Ze hebben Der Spiegel niet nodig, ze hebben mij niet nodig om ze te vertellen hoe het werkt.’

    Zou je op zijn minst bereid zijn toe te geven dat een deel van de informatie die is gepubliceerd, in het voordeel was van criminelen en schurkenstaten, omdat zij ervan leerden hoe geheime diensten werken?
    ‘Nee, dat is een beschuldiging waarmee overheden wel heel gemakkelijk proberen te scoren. Zij verklaren bepaalde kennis tot geheime informatie door te zeggen dat het onthullen ervan schade zal veroorzaken. Ik heb menulijsten van de kantine verstuurd die tot top secret waren bestempeld. Echt waar.’

    Maar er zaten bij de gelekte documenten ook echte geheimen, programma’s en technieken.
    ‘Ik ben ermee naar buiten gekomen in 2013. Het is nu 2017 en er is nooit enige schade aangetoond, ondanks de vragen die daarover zijn gesteld in het Congres en ondanks het feit dat ze meer dan twee jaar bezig zijn geweest met onderzoek ernaar. Zelfs Michael Rodgers, de directeur van de NSA, heeft gezegd: “De hemel komt niet naar beneden, we doen nog steeds ons werk.” Ja, het heeft voor veel onrust gezorgd, maar het leven gaat door.’

    Waarom zijn er niet meer klokkenluiders zoals u? Zijn ze bang dat ze ook in Rusland terecht zullen komen?
    ‘Daar is een pessimistisch antwoord op. Mensen zien op tegen de grote gevolgen als ze betrapt worden. Maar er is ook een optimistisch antwoord. De gebeurtenissen van 2013 hebben deze inlichtingendiensten gewaarschuwd – dat zij de volgende kunnen zijn.’

    Volgens ons komt het pessimistische antwoord het dichtst bij de werkelijkheid.
    ‘Ik denk dat het een combinatie van de twee is. Kijk alleen maar naar de Vault7-documenten die WikiLeaks heeft gepubliceerd. Dat was een ongekende openbaarmaking van heel gevoelige informatie, duidelijk afkomstig van de eigen CIA-servers. Er zijn nog geen arrestaties verricht en het is al maanden geleden. Daar kun je twee dingen uit opmaken: om te beginnen dat het kennelijk nog steeds vrij gemakkelijk is om de inlichtingendiensten binnen te dringen, en ten tweede dat dit duidelijk niet mijn werk was, dus dat er ook anderen zijn die dit doen.’

    De documenten die je hebt gelekt zijn 
nu een aantal jaren oud, net als de maatregelen die ze beschreven. Hebben ze nu nog meer dan alleen historische waarde?
    ‘Het systeem is nog zo’n beetje hetzelfde. Alleen als je het basismechanisme begrijpt dat wordt gebruikt om onschuldige mensen te bespioneren, kun je beginnen daar iets aan te doen. De uitdaging is dus: wat komt hierna en hoe moeten we daarmee omgaan?’

    En? Wat komt er hierna?
    ‘Overheden beseffen nu dat massabewaking niet werkelijk effectief is. Ze gaan nu over op datgene waarvan inlichtingendiensten hopen dat het hun nieuwe wondermiddel zal worden: hacken. Maar daarbij gaat het om massahacken, en niet om echt doelgericht hacken, zoals zij meestal zeggen. Dat hebben we gezien bij het oprollen van die marktplaatsen op het darknet en andere gezamenlijke operaties van de EU en de VS.’

    Dus nu is alles gericht op het kraken van encryptie?
    ‘Niet op het kraken van encryptie – 
de diensten proberen de encryptie te omzeilen. Ze zoeken zwakke plekken in het apparaat dat je gebruikt, om te kunnen zien wat je schrijft vóórdat je je boodschap versleutelt. Wat ze eigenlijk doen is een website overnemen, die infecteren met kwaadaardige software en als jij die website bezoekt, bijvoorbeeld omdat je een link hebt ontvangen, word je gehackt. Dan zijn ze de baas over je computer of telefoon. Jij hebt dat apparaat betaald, maar zij gebruiken het. Dat werkt volgens mij veel beter dan massabewaking.’

    Waarom?
    ‘Massabewaking was ongelooflijk goedkoop. Het werkte min of meer vanzelf – onzichtbaar, constant – en er was geen echte verdediging tegen behalve het gebruik van encryptiesystemen. Het is een erg dure grap om browsers, telefoons en computers aan te vallen.’

    Maar je hebt net zelf gezegd dat geld niet het grootste probleem is voor inlichtingendiensten.
    ‘Maar zelfs die kunnen deze methode niet gebruiken om iedereen op de hele wereld continu te bespioneren. De nieuwe methode maakt het de inlichtingendiensten moeilijker, op een goede manier. Hij zorgt voor een natuurlijke discipline die hen dwingt om te besluiten: is deze persoon die ik wil bespioneren werkelijk die kosten waard? Zo was er bijvoorbeeld een jihadistische groep die een encryptiepakket gebruikte dat Mujahedeen Secrets heette. Dat is typisch iets waar ze achteraan moeten gaan, want als je Mujahedeen Secrets installeert, tja dan hoor je waarschijnlijk bij de moedjahedien, niet?’

    Al zou de reikwijdte van inlichtingendiensten in de toekomst beperkt zijn, mensen geven gratis enorme hoeveelheden intieme gegevens weg aan commerciële ondernemingen als Facebook, Google, YouTube en Instagram. Moeten we niet accepteren dat we nu in een tijdperk van totale transparantie leven?
    ‘Ik geef maandelijks lezingen op middelbare scholen en krijg de indruk dat de jongere generatie zich in feite drukker maakt om privacy dan de oudere. Eenvoudigweg omdat ze voortdurend vrijwillig informatie delen.’

    Toch zweeft er een enorme hoeveelheid data rond die gebruikt kan worden, of 
misbruikt.
    ‘Je hebt gelijk, zonder dat er ooit een echt debat over is gevoerd, hebben we besloten dat dit reusachtige universum van derde partijen je complete geschiedenis en allerlei gegevens over je privéactiviteiten mag hebben. Tegelijkertijd zien we de nieuwe vermenging van grote bedrijven en politiek, met topmensen uit het bedrijfsleven die toespraken houden over zaken als economie, werkgelegenheidsprogramma’s en onderwijs – onderwerpen waarover politici normaal gesproken discussieerden.’

    ‘Ik denk het gevaarlijk wordt wanneer we zeggen: Google, jullie zijn nu de politie van het internet. Jullie bepalen wat de wet is’

    Vind je het aanvaardbaar als autoriteiten en bedrijven samenwerken om misdaad, terrorisme of haat te bestrijden?
    ‘Een bedrijf zou nooit mogen worden ingezet om het werk van een overheid te doen. Die twee hebben heel verschillende doelen en als je over die grenzen heen gaat, levert dat onbedoelde gevolgen op en onvoorziene kosten. Natuurlijk kunnen bedrijven de overheid helpen bij terrorismeonderzoek. Maar om bijvoorbeeld gegevens van bedrijven in te mogen zien zouden ze eerst een rechter moeten overtuigen. Ik denk het nogal gevaarlijk wordt wanneer we zeggen: Google, jullie zijn nu de politie van het internet. Jullie bepalen wat de wet is.’

    Wat niet eens zo ver van de werkelijkheid af staat.
    ‘En dan zien we dat de oprichter en CEO van Facebook zich bij de volgende verkiezingen kandidaat wil stellen voor het presidentschap. Willen we het bedrijf met de grootste aanwezigheid op social media ter wereld en met duidelijke politieke ambities laten beslissen wat toelaatbare politieke uitingen zijn en wat niet?’

    Over politieke ambities gesproken: heb je een verklaring voor de toenemende bemoeienis van de kant van de inlichtingendiensten met democratische verkiezingen?
    ‘Ik denk dat die bemoeienis er altijd is geweest. Nieuw is alleen dat het zichtbaarder gebeurt. We weten bijvoorbeeld uit vrijgegeven documenten dat de Verenigde Staten zich de hele vorige eeuw met verkiezingen hebben bemoeid. Elk land dat een inlichtingendienst heeft, probeert hetzelfde te doen. Ik zou zelfs heel verbaasd zijn als Duitsland daarin een uitzondering was. Waarschijnlijk gebeurt het daar op een minder heftige en beleefdere manier. Maar klopt het als ik denk dat we nu min of meer om de hete brei van de Russische kwestie heen draaien?’

    Hoe raad je het zo?
    ‘Dat was niet zo moeilijk. Iedereen wijst op dit moment naar de Russen.’

    Terecht?
    ‘Dat weet ik niet. Ze hebben waarschijnlijk wel de Democratische Partij van Hillary Clinton gehackt, maar daar hebben we geen bewijzen voor gezien. In het geval van de hackaanval op Sony kwam de FBI met het bewijs dat Noord-Korea daarachter zat. In Clintons geval hebben ze dat niet gedaan, al ben ik ervan overtuigd dat ze die bewijzen wel hebben. De vraag is: waarom niet?’

    Is het mogelijk om absoluut zeker te weten wie een systeem hackt? Het lijkt vrij gemakkelijk om een tijdsaanduiding te manipuleren, bepaalde servers te gebruiken en een versluierde operatie op te zetten.
    ‘Dat van die versluierde operatie is waar – ik weet hoe dat werkt. Ik heb ermee te maken gehad in het geval van China. Zij waren altijd de usual suspects, in die tijd had niemand het over de Russen. De Chinezen maakte het nooit veel uit of ze hun sporen wel goed uitwisten. Zij waren meer van het raam inslaan, grijpen wat ze te pakken konden krijgen en lachend wegrennen. 
Maar zelfs zij hebben nooit rechtstreeks vanuit China een aanval uitgevoerd. Ze zouden het altijd via een server in Italië, Afrika of Zuid-Amerika doen. Maar je kunt altijd het spoor terugvolgen, het is geen tovenarij.’

    Je weet dat bepaalde invloedrijke mensen, zelfs hoge regeringsfunctionarissen in Duitsland, beweren dat jij een hechte 
relatie hebt met de Russen.
    ‘Ja, vooral die Hans uit Duitsland.’

    Je bedoelt Hans-Georg Maassen, het hoofd van de binnenlandse inlichtingendienst van Duitsland. Hij heeft een paar keer geïnsinueerd dat je misschien een Russische spion bent. Ben je dat?
    ‘Nee. Hij heeft niet eens het lef om te zeggen: “Ik denk dat deze man een spion is.” In plaats daarvan zegt hij: 
“Of Snowden een Russische agent is, valt niet te bewijzen.” Dat kun je letterlijk over iedereen zeggen. Ik had gedacht, en gehoopt, dat we in deze open samenleving de tijd achter ons hadden gelaten dat de geheime politiediensten hun critici verdacht maken. Ik word hier niet eens kwaad om. Ik ben alleen teleurgesteld.

    Toch hebben veel mensen, ook hier in Duitsland, zich afgevraagd wat voor concessies je hebt moeten doen om de gast van Rusland te worden.
    Ik ben blij dat je die vraag stelt, want ook dit klinkt logisch: hij zit in Rusland, dus daar heeft hij natuurlijk iets voor terug moeten doen, nietwaar? Maar als je er goed naar kijkt, houdt dat geen stand. Ik heb geen documenten of toegang tot documenten. Die hebben de journalisten, en daarom konden de Chinezen of de Russen mij niet bedreigen toen ik de grens over ging. Ik had hen niet kunnen helpen, al hadden ze me mijn vingernagels uitgetrokken.’

    Het blijft voor veel mensen moeilijk te geloven dat de Russen je zomaar binnen hebben gelaten.
    ‘Ik weet het, dan zeggen ze: ja hoor, Poetin, kampioen mensenrechten, natuurlijk laat die hem zomaar voor niets het land in. Niemand gelooft dat, er moet wel een deal zijn gesloten, een uitruil. Maar zij begrijpen het niet. Als je er even over nadenkt: ik probeerde naar Latijns-Amerika te komen, maar de VS trokken mijn paspoort in en zo zat ik in de val op het Russische vliegveld. De Amerikaanse president stuurde dagelijks boodschappen aan de Russen om mijn uitlevering te eisen. Denk eens aan de Russische politieke situatie. Aan Poetins zelfbeeld, zijn beeld tegenover het Russische volk en hoe dat eruit zou zien als de Russische president zou hebben gezegd: “Ja hoor, neem ons alsjeblieft niet kwalijk – hier, neem die vent maar.” En misschien is er zelfs een nog simpelere verklaring, namelijk dat de Russische regering gewoon de zeldzame gelegenheid aangreep om eens “nee” te kunnen zeggen. De ware tragedie in dit geval is dat ik asiel had aangevraagd in Duitsland, Frankrijk en nog 21 andere landen in de hele wereld. En pas nadat al die landen “nee” hadden gezegd, zeiden de Russen eindelijk “ja”. Het leek erop dat ze helemaal geen “ja” wilden zeggen, en ik had er in ieder geval niet om gevraagd.’

    Mike Pompeo, het nieuwe hoofd van de CIA, heeft WikiLeaks, waarvan de advocaten jou hebben bijgestaan, ervan beschuldigd een spreekbuis te zijn van de Russen. Is dat ook schadelijk voor je imago?
    ‘Om te beginnen moeten we goed kijken wat die beschuldigingen inhouden. Ik geloof niet dat de Amerikaanse regering of wie ook in de inlichtingenwereld Julian Assange of WikiLeaks er rechtstreeks van heeft beschuldigd dat ze voor de Russische regering werkten. Voor zover ik weet komen de beschuldigingen erop neer dat ze als instrument zijn gebruikt om documenten die door de Russische regering waren gestolen openbaar te maken. En natuurlijk is dat een zorg. Volgens mij heeft dat geen directe invloed op mij, want ik ben WikiLeaks niet en er zijn geen twijfels over de herkomst van de documenten waar het in mijn geval om ging.’

    Laura Poitras, die onder de titel Citizenfour een filmverslag maakte van de ontmoetingen die zij en de journalisten Greenwald, MacAskill en Gellman in juni 2013 hadden met Edward Snowden in Hongkong. – © Wikimedia
    Laura Poitras, die onder de titel Citizenfour een filmverslag maakte van de ontmoetingen die zij en de journalisten Greenwald, MacAskill en Gellman in juni 2013 hadden met Edward Snowden in Hongkong. – © Wikimedia

    Op dit moment is er een andere Amerikaan die wordt beschuldigd van al te nauwe banden met Poetin.
    ‘O.’ (lacht)

    Je president. Is hij jouw president?
    ‘Het idee dat de helft van de Amerikaanse stemmers vond dat Donald Trump de beste van ons was, zit me wel dwars. En dat zal ons allemaal 
de komende decennia blijven dwarszitten, denk ik.’

    Misschien zal hij jouw zaak goed doen door per ongeluk de Amerikaanse inlichtingendiensten te schaden.
    ‘Ik geloof niet dat een president in zijn eentje de mogelijkheden heeft om de inlichtingendiensten werkelijk te schaden. Deze groepen zijn goed vertegenwoordigd in het Congres, in de media, in de cultuur, in Hollywood. Sommigen noemen hen de deep state, maar dit is heel erg iets van vóór Trump. Donald Trump heeft niets te maken met de deep state. Donald Trump weet niet eens wat de deep state is. De deep state is de klasse van carrièreambtenaren die elke regering overleeft.’

    Is dat ook niet een complottheorie?
    ‘Was het dat maar. Kijk naar Barack Obama, die indertijd door mensen werd gezien als een oprechte man die ernaar streefde om Guantanamo te sluiten, een eind te maken aan de massabewaking van die tijd, de misdaden uit het Bush-tijdperk te onderzoeken en nog veel meer te doen. En binnen honderd dagen na het begin van zijn presidentschap draaide hij volledig om en zei: we gaan vooruitkijken, niet achterom. De deep state beseft dat ze niet de president mag kiezen, maar die president wel heel snel kan vormen – met hetzelfde middel als waarmee ze ons vormt.’

    En dat is?
    ‘Angst. Waarom denk je dat al die terrorismewetten worden aangenomen, zonder echt debat? Waarom blijft er een eindeloze noodtoestand van kracht, zelfs in liberale landen als Frankrijk? Ik denk dat je ook weerspiegelingen van deze dynamiek kunt zien in Duitsland, dat gezien zijn eigen geschiedenis volgens mij veel minder gehecht is aan inlichtingendiensten en spionage. Maar het onderzoek naar de NSA-documenten heeft niet zo heel grondig naar massabewaking gekeken. De meerderheidspartijen beweerden dat zij het niet hard konden maken, ook al lagen de bewijzen letterlijk voor het oprapen, waren ze onmogelijk over het hoofd te zien. Ze namen niet eens de moeite om mij iets te vragen. Al die dingen laten zien dat inlichtingendiensten invloed hebben via een impliciete dreiging. Ze zijn effectief, ze zijn overtuigend. Ze hebben een nieuwe politiek van angst geschapen. Telkens als een van hun beleidskeuzes wordt bedreigd, voeden ze de pers en het publiek met alle gevaren waarvoor we beducht moeten zijn. We worden als samenleving geterroriseerd.’

    Maar is er geen reden om bang te zijn voor terrorisme?
    ‘Natuurlijk wel. Terrorisme is een reëel probleem. Maar als je kijkt hoeveel levens het heeft geëist, is dat aantal 
in elk land dat buiten oorlogsgebieden als Irak of Afghanistan ligt, zoveel kleiner dan bijvoorbeeld het aantal auto-ongelukken of hartaanvallen. Zelfs als er in de VS elk jaar een 11 september zou voorkomen, zou terrorisme een veel kleinere bedreiging vormen dan veel andere dingen.’

    Dat kun je niet met elkaar vergelijken.
    ‘Ik zeg alleen dat terreur een ideaal voorbeeld is van een groeiende angstcultuur. De inlichtingenwereld heeft die angst gebruikt om de terreur te benaderen met een nieuw golf aan massabewaking. En het meest tragische daarvan is dat uiteindelijk het proces zelf ons terroriseert. Het wordt een systeem en het leidt ons naar waar we vandaag zijn. Hoe is Donald Trump anders te verklaren dan uit een systematisch gebrek aan rationaliteit? We zien dingen gebeuren in landen als Hongarije en Polen met autoritaire leiders. Volgens mij komt dat door deze nieuwe sfeer van angst en zal het niet veranderen voor we, als publiek, een soort truc leren om angst te herkennen wanneer hij ons wordt voorgehouden. We moeten angst leren eten, zodat we hem vervolgens kunnen omzetten in een energie die de samenleving ten goede komt in plaats van haar bang te maken en te verzwakken. Maar zelfs Obama is dat niet gelukt.’

    Obama heeft tenminste nog gratie verleend aan Chelsea Manning, de klokkenluider die WikiLeaks al die Amerikaanse documenten gaf, waaronder de diplomatieke telegrammen.
    ‘En daarvoor verdient hij alle lof.’

     © Dmitri Beliakov / HH
    © Dmitri Beliakov / HH

    Had je op eenzelfde barmhartigheid gehoopt?
    ‘Ik geloof niet dat daar ooit kans op is geweest. Obama voelde zich persoonlijk gekwetst door deze onthullingen omdat hij ervoor verantwoordelijk werd gehouden. Hij zag het als een soort aanval op hemzelf en waar 
hij voor stond, maar dat is eigenlijk treurigmakend.’

    Hoop je nog steeds dat je ooit kunt terugkeren naar de VS?
    ‘Jazeker. Ik ga niet proberen te berekenen hoe groot die kans is, maar daarnet hadden jullie het over beschuldigingen tegen mij – die hoor je elk jaar minder. En dat betekent volgens mij dat er nog steeds hoop is voor de toekomst – zelfs voor mij.’

    Wat is op dit moment je status in Rusland?
    ‘Ik heb een legale verblijfsvergunning – vergelijkbaar met de Green Card in de VS. Maar dat is geen asiel en om de drie jaar of daaromtrent moet hij verlengd worden, maar dat is niet officieel gegarandeerd. Ik ben vrij kritisch over de Russische regering geweest op Twitter en in mijn uitspraken, en daar maak ik waarschijnlijk geen vrienden mee. Ze hebben het me tot nu toe niet moeilijk gemaakt, maar wie weet hoe dat in de toekomst zal gaan.’

    In de documentaire Citizenfour zagen we die aardige scène waarin je vriendin het eten klaarmaakt. Mogen we vragen of je leven er nu zo uitziet?
    ‘Ze is nog steeds bij me, ja.’

    Wat doe je zoal op een dag?
    ‘Ik reis veel. Ik ben naar Sint-Petersburg geweest. Mijn ouders komen af en toe op bezoek.’

    Hoe verdien je je brood?
    ‘Ik geef lezingen, voornamelijk aan Amerikaanse universiteiten via video’s. Ik doe veel, onbetaald, voor de Freedom of the Press Foundation, waarvan ik voorzitter van het bestuur ben.’

    Het lijkt erop dat het onderwerp bewaking je altijd zal blijven achtervolgen.
    ‘Mijn leven is werken aan technologie. Ik ben technicus, geen politicus. Dus een toespraak houden voor publiek, of zoiets als dit, hoe aardig jullie ook zijn, is moeilijk voor me. Dat ligt buiten mijn comfortzone.’

    Ben je bang voor het moment dat de belangstelling van de wereld voor jou begint te tanen?
    ‘Nee! Dat zou ik heerlijk vinden!’

    Aandacht kan verslavend zijn.
    ‘Nou, misschien voor bepaalde persoonlijkheidstypes. Maar voor mij? 
Je moet begrijpen dat mijn leven 
letterlijk wordt bepaald door mijn liefde voor privacy. Voor mij is het ergste wat er is het idee dat ik naar 
de supermarkt ga en iemand me 
herkent.’

    Overkomt je dat wel eens?
    ‘Een paar dagen geleden nog. Ik was 
in de Tretjakovgalerij en daar was 
een jonge vrouw. En die vrouw zegt: 
“Jij bent Snowden.” Ik geloof dat het een Duitse was. En ik zei: “Eh, ja,” 
en ze maakte een selfie. En weet je 
wat grappig is? Ze heeft hem nooit online gezet.

    Auteur: Martin Knobbe en Jörg Schindler

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.