Hij heeft onder andere de noodtoestand uitgeroepen
Nauwelijks was de nieuwe Amerikaanse president Donald Trump gisteravond geïnstalleerd of hij zette de eerste grote stappen om zijn anti-immigratiebeleid in werking te stellen. Zo heeft zijn nieuwe regering de mobiele app CBP One, die werd geïntroduceerd door de vorige president Joe Biden en waarmee bepaalde migranten asiel konden aanvragen zonder de grens te hoeven bereiken, van het ene op het andere moment gedeactiveerd. Een bericht op de website van het programma, waarin stond dat de applicatie niet meer zou werken en dat ‘bestaande afspraken zijn geannuleerd’, bracht asielzoekers die op het punt stonden om op gesprek te komen in verwarring, meldt NBC News.
Een paar uur later legde de Republikeinse president ‘de basis voor zijn harde aanpak van immigratie’ die hij tijdens zijn campagne beloofde, merkt USA Today op. Hij riep met name de noodtoestand uit aan de grens met Mexico en gaf het Amerikaanse leger de opdracht om de grens te bewaken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Met een noodtoestand zal ‘alle illegale instroom onmiddellijk worden gestopt en zullen we miljoenen en miljoenen criminele vreemdelingen terugsturen naar waar ze vandaan kwamen’, hamerde Trump tijdens zijn inauguratietoespraak. ‘Ik zal troepen naar de zuidelijke grens sturen om de rampzalige invasie van ons land af te slaan,’ voegde hij eraan toe.
Tijdens zijn campagne had de Republikein ook beloofd om een ongekend programma van deportaties van immigranten zonder papieren te lanceren in zijn eerste dagen in functie. Op maandag bereidden opvangcentra voor migranten in Tijuana, Mexico, aan de grens met de Verenigde Staten, zich voor op ‘een toestroom van migranten zonder papieren voor het geval dat Donald Trump zijn deportatieplan doorzet’, meldt CNN. De verenigingen vrezen een mogelijke humanitaire crisis aan de grens, merkt de Amerikaanse zender op.
De eerste vluchten naar Rwanda staan gepland voor juli
Het Britse parlement heeft een wetsvoorstel over de deportatie van migranten naar Rwanda goedgekeurd. Het wetsvoorstel, waar premier Rishi Sunak al sinds het begin van zijn ambtstermijn voor pleit, werd maandagavond aangenomen na een eindeloze ‘pingpong-strijd’ tussen het onwillige Hogerhuis en het Lagerhuis. Dat meldt The Times. Rwanda is met deze wetgeving tot een veilig land verklaard om juridische bezwaren tegen deportaties te voorkomen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De wet maakt de weg vrij voor de deportatie van migranten die illegaal het land zijn binnengekomen. De eerste vluchten naar Rwanda staan gepland voor juli. De nieuwe wetgeving wordt ondersteund door een verdrag met de Rwandese hoofdstad Kigali, die voorziet in financiële compensatie in ruil voor het opnemen van migranten.
Het Britse dagblad wijst er ook op dat luchtvaartmaatschappijen die betrokken zijn bij deze activiteit ‘kritiek van de VN’ kunnen verwachten wegens ‘medeplichtigheid aan schendingen’ van internationale mensenrechten.
Volgens Duitsland houdt Italië zich niet aan de afspraken
Duitsland zal tot nader order geen migranten afkomstig uit Italië opnemen in het kader van een vrijwillig solidariteitspact tussen de twee landen, aldus het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken woensdag. Dat schrijft Deutsche Welle. Volgens de overeenkomst zou Duitsland 3500 asielzoekers opnemen die via Italië de EU waren binnengekomen. Deze maatregel was bedoeld om de situatie in Italië, een van de belangrijkste toegangspunten van de EU voor migranten, te verlichten. Duitsland nam 1700 mensen op voordat het de overeenkomst opschortte.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het besluit is genomen vanwege ‘de huidige hoge migratiedruk op Duitsland’, aldus een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Deze druk wordt deels veroorzaakt door de weigering van Italië om migranten uit Duitsland terug te nemen volgens de zogenaamde Dublin-verordening, aldus het ministerie.
Volgens EU-wetgeving is de lidstaat waar asielzoekers de Europese Unie binnenkomen verantwoordelijk voor hun asielaanvragen. Dit betekent dat duizenden migranten die van Italië naar Duitsland zijn gegaan, moeten worden teruggestuurd naar Italië. Maar de rechtse regering van Italië staat dit sinds december 2022 niet meer toe. Slechts tien van de 12.400 terugkeeraanvragen zijn dit jaar verwerkt, aldus het Duitse ministerie.
Met de wet mogen migranten zonder papieren worden uitgezet
Een controversiële anti-immigratiewet uit het tijdperk van oud-president Donald Trump mag niet komen te vervallen. Dat heeft het Hooggerechtshof in de Verenigde Staten dinsdag besloten, meldt The Texas Tribune. De wetsmaatregel, die in de VS bekend staat als Titel 42, zou 21 december aflopen en met name Republikeinen vreesden een grote toename van illegale migratie vanuit Mexico.
Onder de Titel 42-wet kunnen migranten die zonder papieren de grens zijn overgestoken zonder proces uitgezet worden. Sinds de invoering van de wet in maart 2020, werd de maatregel ruim 2,5 miljoen keer toegepast. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de verwachte grote aantallen migranten alsnog zullen komen, en zullen stranden aan de grens waar het momenteel winters koud is.
Eerder werd in de Texaanse grensstad El Paso de noodtoestand uitgeroepen omdat de stad en omliggende steden de opvang van illegale migranten niet langer aankon. Steeds meer mensen werden gedwongen in de kou te overnachten op straat. Het Witte Huis heeft aangegeven het migratiebeleid te willen hervormen, maar heeft ook gezegd zich te zullen houden aan de uitspraak van het Hooggerechtshof.
Britse reddingsdiensten wisten 43 migranten te redden
Zeker vier mensen zijn om het leven gekomen nadat een opblaasboot met daarop tientallen migranten op weg naar het Verenigd Koninkrijk was gezonken, schrijft Euronews. 43 mensen zouden gered zijn door de Britse kustwacht. Ook Frankrijk zou meerdere voertuigen hebben gestuurd om te helpen met zoeken.
Hoeveel mensen aan boord waren van de boot is niet bekend. Reddingsdiensten blijven doorgaan met zoeken in het Kanaal, maar volgens betrokkenen bij de zoektocht is de kans klein dat er nog overlevenden gevonden worden, vanwege de zeer lage temperaturen in de zee. Onder de regering van de nieuwe Britse premier Rishi Sunak wordt geprobeerd illegale migratie tegen te houden, maar dat zou niet makkelijk gaan.
Dit jaar is een recordaantal migranten het Kanaal overgestoken. Tot nu toe gaat het om 45.000 mensen, waarvan het merendeel uit Oost-Europa komt. Waar het VK kritiek uit op Frankrijk en zegt dat het te weinig doet om illegale migratie te stoppen, zeggen critici juist dat de strenge migratiewetten van het VK illegale migratie stimuleren, omdat het moeilijk is een legaal visum voor het land te verkrijgen.
Internationale commentatoren en opiniemakers over de erbarmelijke omstandigheden waarin asielzoekers voor AZC Ter Apel zich de afgelopen tijd bevinden.
‘De beelden zijn bekend van vluchtelingenkampen als Moria: honderden migranten in geïmproviseerde tentenkampen. Slechte hygiëne en overal vuilnis. Maar dit is Ter Apel, in Nederland. Voor het eerst in haar geschiedenis is Artsen zonder Grenzen nodig in Nederland. De voormalige NAVO-basis in de provincie Groningen is niet alleen een opvangcentrum voor vluchtelingen maar ook het centrale punt voor iedereen die in Nederland asiel aanvraagt. En daar begint het probleem. Het naturalisatiebureau is volledig onderbemand. Sommige asielzoekers wachten al vier weken om zich te kunnen inschrijven.’
‘In Nederland wordt de dood onderzocht van een drie maanden oude baby in een overbevolkt centrum voor asielzoekers. Ondertussen is Artsen zonder Grenzen (AZG) voor het eerst in de omstreden faciliteit ingezet. De dood van de zuigeling is het laatste incident in het centrum Ter Apel, waar de omstandigheden door AZG als “onmenselijk” worden bestempeld en personeel is opgestapt vanwege de tekortkomingen van de dienst. Asielzoekers zijn gedwongen in de open lucht te slapen, want tenten zijn verboden omdat ze het zicht op bewakingscamera’s zouden belemmeren.’
‘Het tumult in Albergen is van ondergeschikt belang vergeleken met de controverse rond het hoofdcentrum Ter Apel, waar zelfs het Rode Kruis het oneens is met het COA over de omstandigheden. Sinds mei is het centrum niet in staat geweest adequate huisvesting te bieden, waardoor honderden nieuwkomers vaak gedwongen waren buiten op stoelen of op het gras te slapen. Het Rode Kruis greep in en zorgde voor tenten, maar ontmantelde deze later omdat het niet tevreden was over de ‘onaanvaardbare niveaus van hygiëne en persoonlijke veiligheid.’
‘Hulporganisaties omschrijven de hygiënische omstandigheden rond het centrum al wekenlang als “catastrofaal”. Er zijn geen douches en slechts enkele toiletten, die niet worden onderhouden, aldus Artsen zonder Grenzen. Zwangere vrouwen, kinderen en mensen met chronische ziekten behoren tot degenen die onder deze omstandigheden buiten het opvangcentrum in de open lucht moeten verblijven. “Het AZG-team heeft in Ter Apel mensen behandeld die leden aan huidziekten, aandoeningen van de luchtwegen, infecties van de urinewegen, diarree en braken, psychologische problemen, gebitsproblemen en diverse verwondingen.”’
Griekse politie zet migranten in om andere migranten uit te zetten
Uit een onderzoek dat door verschillende internationale media is gepubliceerd, blijkt dat de Griekse autoriteiten migranten als ‘slaven’ gebruiken om andere migranten aan hun landsgrens met Turkije terug te dringen. De asielzoekers worden van de detentiecentra in politietrucks naar de oever van de rivier gebracht, waar ze op rubberboten worden geduwd door mannen met bivakmutsen, terwijl de Griekse politie toekijkt. De mannen spreken ‘Arabisch of Farsi spreken, wat aangeeft dat ze niet uit Griekenland komen’. Vervolgens worden ze door deze gemaskerde mannen terug naar de overkant vervoerd.
‘Slaven’. Dat is hoe ze zichzelf definiëren. Deze migranten, die ooit zelf zijn opgepakt toen ze de Griekse grens vanuit Turkije probeerden over te steken, worden ingezet en aangestuurd door de Griekse politie, zo blijkt uit een onderzoek dat is gepubliceerd door verschillende internationale media en het onderzoekscollectief Lighthouse Reports. In ruil voor hun ‘werk’ ontvangen zij papieren waarmee zij vijfentwintig dagen in Griekenland mogen blijven.
‘Deze “slaven”, zoals zij zichzelf noemen, werken vanuit grenspolitieposten waar zij optreden tegen hun landgenoten’
‘De Griekse staat werkt samen met mensensmokkelaars om illegale immigranten naar Evros [een gebied genoemd naar de rivier die een natuurlijke grens vormt tussen Griekenland en Turkije] te brengen, met als enig doel hen te belasten met het vuile werk van pushbacks, de gewelddadige deportatie van duizenden asielzoekers. Deze “slaven”, zoals zij zichzelf noemen, werken vanuit grenspolitieposten waar zij, vaak met geweld, optreden tegen hun landgenoten’, schrijft Reporters United, het Griekse onderzoeksmedium dat het onderzoek presenteert.
De Griekse autoriteiten ontkennen al jaren dat er pushback plaatsvinden, ondanks onderzoek door verschillende media en ngo’s en waarschuwingen van de Verenigde Naties.
Greek police are using refugees as ‘slaves’ to force 1000s of desperate asylum seekers back to Turkey. For the first time you can hear one of them talk on camera about being forcibly recruited into violent operations that Greece still denies pic.twitter.com/jCqDxUWZsw
Op de luchthaven van Marseille worden asielzoekers in mensonterende omstandigheden opgevangen, zo meldt Le Monde. Weggestopt in een kelder worden immigranten aan wie de toegang tot het Franse grondgebied wordt geweigerd, vastgehouden in vervallen kamers die eruitzien als cellen, tot ze weer op een vlucht worden gezet naar hun land van herkomst of ze hun asielaanvraag kunnen indienen.
‘Deze toestand voldoet absoluut niet aan de vereiste hotelvoorwaarden,’ zegt Michel Croc, lid van de Nationale Vereniging voor Grensbijstand voor Buitenlanders (Anafé). ‘Het is de slechtste situatie van heel Frankrijk.’
‘Ons migratiebeleid slaat nergens op’
Ook senator Guy Benarroche van Europe Écologie-Les Verts, lid van een commissie die het migratievraagstuk in Frankrijk onderzoekt, vindt de opvang in de luchthaven weinig verheffend. ‘Ons migratiebeleid slaat nergens op,’ zegt Benarroche bij bezoek aan de luchthaven. Hij noemt de toestand in de twee kale opvangruimtes daar ‘kafkaësk’. ‘De situatie brengt zowel een gevoel van afwijzing van Frankrijk bij immigranten teweeg, als bij de handhavers van het beleid ter plaatse. Hoe kunnen mensen de dossiers op deze manier fatsoenlijk bestuderen?’
De opvangruimte van Marseille-Provence is de op twee na grootste van Frankrijk, na Roissy en Orly. Voor de coronapandemie verbleven er zo’n 400 personen per jaar. In 2021 liep het aantal terug tot 174, waarvan 76 procent volwassen mannen waren, en de meeste een Marokkaans, Tunesisch of Turks paspoort hadden. In het eerste kwartaal van 2022 werden 43 mensen in de kamers vastgehouden.
Sinds de anti-immigratiewet van de extreemrechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini in werking trad, krijgen asielzoekers die de oversteek naar Italië wagen geen humanitaire verblijfsvergunning meer. Na aankomst wacht velen een volgende vlucht: door de besneeuwde Alpen richting Frankrijk.
Hier en daar komt uit een restaurant de geur van versgebakken pizza. Van achter de ramen van de cafés in skidorp Montgenèvre in de Alpen zijn op deze dinsdag in februari flarden van het gejoel van vakantie vierende toeristen te horen. Niet ver hiervandaan is de sfeer heel wat minder uitgelaten: hoog op de berg die naast het dorp oprijst, trekt een groepje van acht mensen in het pikkedonker de pas over die de grens vormt tussen Italië en Frankrijk.
Soms zakken ze tot aan hun heupen weg in de sneeuw. Dan weer glijden ze met hun gladde zolen weg over het ijzelende oppervlak van het stukje piste dat ze opklimmen, met onder zich in de diepte de lichten van een Italiaans stadje. Ze weten niet wat hun wacht aan de overzijde van de bergkam die zich aftekent tegen de maanverlichte hemel. ‘En hoe moeten we nu?’ fluistert er eentje. ‘Hierlangs?’ vraagt een ander ongeduldig. Ze verliezen elkaar uit het oog, komen elkaar verderop min of meer toevallig weer tegen, en gaan weer uiteen.
Zo proberen migranten bijna dagelijks, in een kat-en-muisspel met de politie, langs bergpassen in de Alpen Frankrijk te bereiken. Na meer dan vijf uur lopen door de vallei van Durance komt de groep aan in Briançon, de hoogste stad van Frankrijk, op twaalf kilometer van de grens. Ruim een uur lang moesten ze een van hun maten dragen, die bevangen was geraakt door de kou omdat hij zonder muts of handschoenen en met alleen tennisschoenen aan zijn voeten aan de tocht was begonnen.
‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’
In de noodopvang van Briançon vinden ze onderdak en warmte, net als 5200 mensen in 2018 vóór hen. Het zijn Guineeërs, Ivorianen, Malinezen, Senegalezen… ‘God is groot,’ roept de 22-jarige Senegalees Demba uit als hij veilig is aangekomen. De afgelopen dagen probeerde hij het ‘al drie keer’. De eerste keer hield de Franse gendarme hem aan in Briançon. De tweede keer gebeurde hetzelfde in La Vachette, de derde in Montgenèvre. Telkens weer werd hij, samen met de twee vrienden met wie hij de tocht ondernam, teruggestuurd naar Italië.
‘De politie en de gendarme waren erg vriendelijk,’ verzekert Demba ons. ‘Ze zeiden “niet opgeven” en “de volgende keer gaat het jullie lukken”, maar ze zeiden ook dat de bergen erg gevaarlijk zijn.’ Het hoofd van de eerste hulp van het ziekenhuis van Briançon Yann Fillet heeft deze winter vooralsnog geen reddingsactie in de bergen op touw hoeven zetten om migranten te hulp te schieten, maar ‘we zien wel veel meer gevallen van ernstige bevriezing dan vorig jaar’. Tegen een radiator aan gedrukt in de gemeenschapszaal van de opvang laat Mohammed het oedeem zien in bijna al zijn vingers. Een deel van de huid is volledig ontkleurd, zijn nagels vallen één voor één uit. Toch droeg hij wel handschoenen toen hij een maand geleden probeerde om vanuit Clavière, de laatste Italiaanse stad voor de grens, Briançon te bereiken. Maar hij moest twaalf uur lopen en geregeld zijn vuisten in de sneeuw zetten als zijn hij er zo diep in zakte dat hij niet meer vooruit kwam.
Op 7 februari stierf een 28-jarige Togolees aan onderkoeling langs de kant van de weg niet ver van het dorp La Vachette. Vorig jaar overleden drie mensen tijdens hun tocht door de bergen. ‘En er zijn twee mensen spoorloos,’ zegt Michel Rousseau. Hij werkt voor de actiegroep Tous Migrants, die de migranten op straat opzoekt en steun verleent. Sinds 2016 kiezen zij in groten getale de route over de Alpen uit angst om teruggestuurd te worden bij de drukke grensovergang tussen Ventimiglia en Menton.
‘Ze doen dat met de moed der wanhoop,’ denkt Rousseau. Sinds de anti-immigratiewet, of liever: het decreet, van de extreem-rechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Salvini in werking trad, is de populatie die de oversteek waagt van karakter veranderd. De wet maakte een einde aan de humanitaire verblijfsvergunningen, die een kwart van de asielzoekers tot dan toe voor twee jaar kregen. ‘Het klimaat is veranderd. Vroeger hadden de migranten die hier aankwamen hooguit zes maanden in Italië doorgebracht. Maar degenen die nu komen, kregen geen verblijfsvergunning of hebben geen kans op verlenging,’ vertelt pastoor Davide Rostan uit de vallei van Suse, een overtuigd actievoerder. ‘Sinds Salvini er is, zijn ze bang,’ vertelt vrijwilligster Sylvia Massara, die in een opvangcentrum werkt van een religieuze orde in Oulx, een klein Italiaans dorp op een steenworp afstand van de grens.
Zelf zat Demba bijna tweeënhalf jaar in een opvangcentrum in het dorpje Gagliano del Capo in Apulië. Hij laat trots de bewijzen zien van zijn ijver: twee diploma’s van opleidingen die hij er volgde, één in biologische bijenteelt en één in diëtiek. Maar twee maanden geleden werd zijn asielaanvraag afgewezen en werd hij het centrum uitgezet. ‘Toen heb ik voor 150 euro per maand een kleine kamer bij een boer gehuurd,’ vertelt hij. ‘Ik vond werk in een klein restaurant in Leuca, waar ik zeven dagen per week van acht uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds moest werken voor maar 750 euro per maand.’ Een prettige ervaring was het niet: ‘In Zuid-Italië houden ze niet van zwarte mensen, er is veel racisme,’ zegt Demba. ‘De meeste klanten vertrokken als ik hen serveerde. Toen stuurde de eigenaar me weg.’
Demba verliet Casamance, een gebied in Senegal, al zeven jaar geleden. Hij reisde door Libië, Tunesië, Algerije en ten slotte door Marokko, waar hij ‘meer dan tien keer’ probeerde om de hekken rondom de Spaanse enclave Ceuta over te klimmen en ‘misschien wel zeven keer’ om de straat van Gibraltar in een rubberboot over te steken. Uiteindelijk keerde hij terug naar Libië en bereikte hij Italië over zee.
‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’ vraagt de 28-jarige Guineeër Ousmane, die wij in de noodopvang van Briançon ontmoeten, verbitterd. Ook zijn asielaanvraag werd afgewezen, na een verblijf van tweeënhalf jaar in een asielzoekerscentrum in Apulië. ‘Ik heb twee jaar van mijn leven verloren,’ vertelt hij. ‘We zaten met tweehonderd mensen in dat kamp. Maar één Malinees kreeg uiteindelijk na vijf jaar een verblijfsvergunning.’
‘Ik moest wel acht keer bij de Italiaanse immigratiedienst langskomen. Toen begreep ik dat ze me niet konden helpen’
Naast hem zit een andere Guineeër, van 21 jaar oud, die ook Ousmane heet. Hij bracht een jaar en acht maanden door in het asielzoekerscentrum van Mineo, te midden van de Siciliaanse sinaasappelboomgaarden, een centrum dat een tijdlang de twijfelachtige eer genoot het grootste migrantencentrum van Europa te zijn. Vaak wonen er wel vierduizend mensen, in gebouwen oorspronkelijk bedoeld om soldaten van een nabije Amerikaanse basis onder te brengen. Begin dit jaar kondigde Matteo Salvini de aanstaande sluiting van het centrum aan, na een serie arrestaties volgend op schandalen met drugssmokkel en systematische verkrachtingen, georganiseerd door een Nigeriaanse maffia.
Net als veel anderen die in Mineo hebben gezeten, beschrijft Ousmane een heel andere business, die er over de ruggen van de migranten werd bedreven, met medeweten van de kampleiding: ‘In plaats van ons de 75 euro per maand te geven die ons als asielzoekers toekwam, gaven ze ons telefoonkaarten en sigaretten, die we voor hooguit drie euro per pakje konden doorverkopen.’ In Italië heeft ‘elk kamp zijn eigen wet’, zo vatten zijn landgenoten de situatie samen. Ousmane vertrok uit Mineo, waar hij ‘enkel at en sliep’. Hij woonde een maand lang op straat in Turijn, en besloot toen om naar Frankrijk te gaan. ‘Eerst wilde ik in beroep gaan tegen de afwijzing van mijn asielaanvraag. Maar ik moest wel acht keer bij de Italiaanse immigratiedienst langskomen. Toen begreep ik dat ze me niet konden helpen.’
In Briançon komen de migranten weer op krachten, voeren ze telefoongesprekken en zoeken ze informatie. Het merendeel vertrekt binnen enkele dagen. ‘We proberen te bedenken wat we kunnen doen,’ legt een van hen uit. Camara is al een maand in Briançon. De 22-jarige Guineeër bracht drie jaar door in verschillende Italiaanse centra, tot hem gevraagd werd te vertrekken. Hij probeerde al twee keer eerder om Frankrijk binnen te komen. ‘De eerste keer hield de politie ons aan,’ vertelt hij. ‘Ze verscheurden mijn geboortebewijs en mijn kaart van de bergen.’ De volgende dag lukte het hem toch om Briançon te bereiken. ‘Ik kwam hiernaartoe omdat ze zeiden dat ik niet in Italië kon blijven en omdat ik een beetje Frans spreek. Maar ik ken hier helemaal niemand.’
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.
De Verenigde Staten hebben aangekondigd in 2019 een groot deel van de Salvadoraanse migranten te zullen uitzetten. Maar hun vaderland ziet hen liever niet komen, constateert deze schrijver treurig.
De Verenigde Staten hebben de knoop doorgehakt: ze willen af van de tweehonderdduizend Salvadoranen die een tijdelijke beschermde status (TPS) genieten. Dat betekent dat deze migranten van de ene dag op de andere illegaal zullen worden – zo noemen de Republikeinen mensen zonder verblijfsvergunning. Maar het betekent ook dat El Salvador zich over de terugkeer van deze onderdanen zal moeten buigen en over de manier waarop die weer kunnen worden opgenomen in de samenleving die ze bij gebrek aan perspectief hadden verlaten.
Klagen heeft geen zin, wat gebeurd is, is gebeurd. Wat is de Salvadoraanse regering van plan? En dan bedoel ik op de lange termijn, want ze heeft hun vertrek al achttien maanden weten uit te stellen. Minister van Buitenlandse Zaken Hugo Martínez verklaarde dat de regering erin was geslaagd de TPS te verlengen, terwijl hij in werkelijkheid heeft bereikt – op zichzelf niet niks – dat de tweehonderdduizend Salvadoranen tot september 2019 hebben om hun zaken in de VS te regelen voordat ze moeten vertrekken.
In wat voor land zullen deze Salvadoranen terugkomen? Zolang de leefomstandigheden die duizenden landgenoten hebben doen besluiten El Salvador te verlaten niet verbeteren, riskeren we een nieuwe humanitaire ramp. De geschiedenis heeft de neiging zich te herhalen, vooral wanneer de factoren die een hele generatie in socioculturele wanorde hebben gestort voor de volgende generatie niet veranderen.
Iemand die voor ballingschap heeft gekozen zal moeite hebben zich weer in zijn oude leven te schikken, vooral als hij terugkeert naar een land dat er alleen maar onrechtvaardiger en gewelddadiger op is geworden
Toen de VS aan het begin van deze eeuw begonnen met het terugsturen van migranten uit Centraal-Amerika, die nog maar heel weinig banden hadden met het land van hun ouders, of die zich de geur van hun geboortegrond nog maar nauwelijks herinnerden, was dat een ware tijdbom die zich tegenwoordig manifesteert in de vorm van tientallen criminele bendes. Armoede en sociale ongelijkheid hebben ons de afgelopen jaren in een burgeroorlog gestort die honderden mannen, vrouwen en kinderen het leven heeft gekost. Nu zijn we misschien niet meer in oorlog, maar er vallen nog altijd doden en de ongelijkheid is misschien nog wel groter dan in de jaren tachtig van de vorige eeuw.
Links noch rechts is in El Salvador bij machte geweest oplossingen voor deze sociale problematiek te bieden. Het enige waar het de politici om gaat is op het fluweel te blijven zitten. En onze instituties zijn langzaam maar zeker aangetast door corruptie.
Ik durf me de samenleving niet voor te stellen die we zouden kunnen creëren als El Salvador erin zou slagen duizenden landgenoten op te vangen die gewend zijn aan een andere manier van leven, in een samenleving waar de voordelen van het hebben van vast werk op waarde worden geschat; waar vaklieden het beter zouden krijgen dan hun ouders, terwijl er zich een sociale verandering zou voltrekken die niet alleen maar een verkiezings-belofte was.
Het romantische beeld dat we van deze broeders in ballingschap hebben houdt stand zolang ze in het noorden blijven wonen, maar laten we ons niet vergissen: iemand die voor ballingschap heeft gekozen zal moeite hebben zich weer in zijn oude leven te schikken, vooral als hij terugkeert naar een land dat er alleen maar onrechtvaardiger en gewelddadiger op is geworden.
Aan de andere kant is er het sociale en economische belang van deze migranten. Ze hebben de plaats van de staat ingenomen door hun families te helpen zich in leven te houden in de jungle die ons land geworden is. Als deze particuliere sociale steun wegvalt, hoe zal de staat deze investeringen dan kunnen vervangen? En hoe kan, economisch gezien, deze toestroom van deviezen worden vervangen? Wat hebben ze hier voor kansen? Wat wil de staat hun bieden als ze datgene wat ze in de Verenigde Staten hebben geleerd hier niet eens in praktijk kunnen brengen?
Het is misschien moeilijk om toe te geven, maar de leefomstandigheden van de meeste Salvadoranen zijn hopeloos, ook al zijn we eraan gewend. Het geweld, de armoede, de criminaliteit, het is allemaal om wanhopig van te worden.
Er is een groot gebrek aan sanitaire voorzieningen en scholen in dit land, en daar hebben de regeringen de afgelopen veertig jaar maar weinig aan gedaan. Het militarisme viert nog altijd hoogtij. Jongeren worden dagelijks met intolerantie geconfronteerd. Het leger en de politie wanen zich almachtig. De jongeren vervallen tot criminaliteit omdat het de enige manier is om in opstand te komen. Zonder dat ze weten wat hun te wachten staat.
Noodplan
Bij de families die uitgezet zullen worden zit veel jong talent, tweetalig, gewend om in een rijke samenleving te wonen, en ik weet niet zeker of de Salvadoraanse samenleving klaar is om deze nieuwe socioculturele verandering op te vangen. Aan de andere kant kun je je afvragen hoe ver onze regering zal gaan om de rechten van de Salvadoranen te verdedigen die al die jaren in de Verenigde Staten hebben gewoond. Families zullen uiteen worden gerukt, investeringen en bezittingen dreigen in handen van andere mensen te vallen en voor altijd verloren te gaan als de eigenaars er geen aanspraak op kunnen maken.
Ik betwijfel of de regering zich heeft afgevraagd hoe ze met deze veranderingen moet omgaan. Hoe denkt ze deze onderdanen in de Salvadoraanse samenleving te reïntegreren? Zijn het land, de instituties en de inwoners wel modern genoeg voor de mentaliteitsverandering die deze nieuwkomers teweeg zullen brengen? Zullen de gerepatrieerden kunnen wennen of zullen ze proberen terug te gaan naar het land dat hen niet meer wil, met het risico dat ze zich aan de gevaren blootstellen die ze al eerder hebben gelopen?
Ik weet niet hoeveel tijd de regering nodig zal hebben om met een noodplan te komen, maar waarschijnlijk is het al te laat.
Gelanceerd in 1998, biedt een verscheidenheid aan meningen. Staat bekend vanwege zijn goede onderzoeksjournalistiek.
CONTEXT: Uitwijken naar Canada
Canada moet zich voorbereiden op een mogelijke toevloed van Salvadoraanse asielzoekers die na september 2019 uit de Verenigde Staten zullen worden verdreven en hun tijdelijke beschermde status (TPS) zullen verliezen, waarschuwt de website La Presse (Montreal). ‘We moeten mogelijke asielzoekers duidelijk te verstaan geven dat de Canadese wet niet zomaar iedereen asiel verleent.’ Le Devoir doet er nog een schepje bovenop door te melden dat Canada in de zomer van 2017 werd overspoeld door ‘honderden Haïtianen die dagelijks de grens tussen de VS en Canada overstaken’. Inderdaad zijn ongeveer tienduizend Haïtianen binnen enkele maanden de grens overgestoken om hun toevlucht te zoeken tot Québec, nadat de regering-Trump had aangekondigd de TPS voor Haïtianen in 2019 te beëindigen. De Canadese regering lijkt haar lesje te hebben geleerd en neemt dit keer talrijke initiatieven om de Salvadoraanse gemeenschap in de VS te informeren over de Canadese wet.
Eind augustus 2015 werd een vrachtwagen aangetroffen op een parkeerplaats in Oostenrijk. In de laadruimte vond de politie de lichamen van 71 vluchtelingen. Hun dood werd het symbool van de mislukte Europese vluchtelingenpolitiek. Felix Hutt vroeg zich af: wie waren deze mensen?
Als de beide agenten van de verkeerspolitie Potzneusiedl/Burgenland op de ochtend van 27 augustus 2015 tegen elven op de vrachtwagen af lopen, worden ze vanaf de rechterachterdeur aangestaard door een kip. ‘Ik smaak zo goed omdat ik zulk goed voer krijg’, staat op de reclamefoto boven de kop van het dier te lezen. Via de kieren van de laadruimte drupt roodachtig vocht op het asfalt. De stank slaat de agenten tegemoet. Wanneer de bergers later wordt gevraagd deze geur te beschrijven, schudden zij het hoofd en maken daarbij afwerende gebaren. Onmogelijk, zeggen ze, zoiets roken ze nog nooit.
De koelwagen van het type Volvo FL 180 met het Hongaarse kenteken Z-12198 heeft jarenlang met slachtkippen door Slowakije gereden, tot de firma Hyza hem afdankte en naar Hongarije verkocht. Hij staat al langer dan een dag op de parkeerstrook langs de A4 richting Wenen, vlak bij de afrit Parndorf. Aangezien deze autosnelweg van Wenen naar Hongarije en Servië loopt, staat hij ook wel bekend als de Balkanroute. Er worden wel vaker oude auto’s achtergelaten. Prioriteit heeft zoiets niet. Het is ruim 30 graden, vakantietijd, een superzomer. Naar de Neusiedler See is het niet ver en in het Outlet Center naast de weg zal die avond het populaire late-night-shopping plaatsvinden. Met Furla-damestassen van € 353 voor maar € 70.
Maar deze vrachtwagen kan niet langer worden genegeerd. Een onderhoudsmedewerker aan de snelweg, die in de omgeving de berm maait, heeft vanwege de stank de politie gebeld. De agenten openen de laadruimte. Deinzen achteruit. Ze zien lichamen die in staat van ontbinding verkeren, tegen elkaar leunen en in elkaar verzonken zijn, alsof ze in een overvolle metro staand in slaap gevallen zijn. De voeten steken tot aan de enkels in een mengsel van poep, urine en lijkvocht. De agenten roepen naar binnen. Er komt geen antwoord. Ze stellen de arts van dienst en het bureau op de hoogte en maken voor hun collega’s een foto die de situatie moet verduidelijken. De volgende dag zal die foto opduiken in de Kronen Zeitung. Ze sluiten de deur. Het is te veel. Om 11.25 uur sturen ze via politiesysteem SMS Pro een bericht: ‘Vrachtwagen met ca. 20 doden aangetroffen op A4 Parndorf’.
Het zijn er 71. Eenentwintig Afghanen, negenentwintig Irakezen, vijftien Syriërs, vijf Iraniërs en één man wiens identiteit niet vastgesteld kan worden.
Negenenvijftig mannen, acht vrouwen, vier kinderen. De jongste, Lida uit Kunduz/Afghanistan, is elf maanden. Vervolgde of vertwijfelde mensen, soennieten, sjiieten, christenen, onderwijzers, advocaten, handelaren, politieagenten, tieners, drie families, fans van Barcelona, posters op Facebook, een caleidoscoop van de mensheid. 71 doden die ons niet het plezier hebben gedaan om ergens ver weg te verdrinken in zee. 71 levens die zich door mensensmokkelaars in een veel te kleine laadruimte door Hongarije en Oostenrijk hebben laten rijden, omdat aan het einde van hun odyssee Duitsland lonkte, het beloofde land. 71 lichamen die ons hebben beroofd van de illusie dat oorlogen en problemen van anderen ons niet aangaan. Enkele dagen voordat via de Oostenrijks-Hongaarse grens bij Nickelsdorf, op nog geen 25 kilometer van de parkeerstrook bij Parndorf, vluchtelingen massaal te voet over de snelweg naar Wenen beginnen te lopen. Wir schaffen das, zegt Angela Merkel. Ze zet de deur open.
Stern wist van de meeste mensen in de koelwagen een foto te achterhalen.
Vlnr: Mohammed Ihsan Baba (Irak); Mohamad Tamin en Zahra (huwelijksakte); Hasan Al-Damen (Syrië); Khaled Hammadi Abd Elhabib; Hasan Ali Sabah (I); Aqueel Salem Ali Mohammed (I); Hussein Khalil Mustafa (S).
Er zijn zo veel verliezers in dit verhaal. Nahed Asker (31) heeft haar man verloren. Farah Alshaikh (31) haar familie. Twee verhalen uit de vele die in de koelwagen langs de A4 samenkomen. Na de tragedie is Asker met haar kinderen haar dode man achterna gereisd, in een vluchtelingenverblijf in Oostenrijk wachten ze nu op asiel. Alshaikh woont allang in Duitsland. Ze had bij haar familie in Syrië aangedrongen om te vluchten en ook naar Duitsland te komen. Nu is iedereen dood.
Voor de ramp kenden de twee vrouwen elkaar niet, hoewel ze beiden uit het Oost-Syrische Deir ez-Zor komen. De Eufraat stroomt door deze stad, waar de jasmijn bloeit, de aardolie borrelt, granaatappel en katoen groeien. Al vijf jaar heerst er nu oorlog. Asker en Alshaikh hebben elkaar nog niet ontmoet. Ze whatsappen en bellen. Na die 27e augustus delen beiden hun lot, maar niet hun rouw. Die laat zich niet delen. ‘Ze hebben mijn familie behandeld als kippen,’ zegt Alshaikh. ‘Mijn ziel is stuk,’ zegt Asker.
Asker woont met haar zoon Zaid (11) en haar dochter Tala (5) in Wiener Neustadt op een kamertje in een vluchtelingenverblijf. Ze heeft drie matrassen zo naast elkaar gelegd dat ze met elkaar één groot bed vormen. Ze gaan samen slapen en worden samen wakker. Asker kijkt graag muziekvideo’s van Beyoncé, post veel op Facebook, draagt een legging en gebruikt lippenstift en mascara. Ze kookt samen met de andere Syriërs. Ze weet welke medicijnen haar kinderen nodig hebben wanneer ze ziek zijn, omdat ze in Syrië in een apotheek werkte. In Oostenrijk mag ze niet werken. Ze spreekt geen Duits en heeft asiel aangevraagd voor de gezinsleden die ze nu nog heeft. ‘Toen we elkaar voor de laatste keer zagen, zei mijn man: wat er ook met mij gebeurt, zorg altijd goed voor onze kinderen. Die wens van hem ga ik vervullen,’ zegt Asker.
Alshaikh woont met haar man Fateh Alhamad (41) en hun zoon Omar (1) in een ruim huis in Noord-Duitsland. Ze spreken bijna accentloos Duits en hebben de Duitse nationaliteit. Zij is gynaecoloog en heeft op dit moment ouderschapsverlof. Hij werkt als internist in het ziekenhuis. Tijdens de ramadan eten en drinken ze pas na zonsondergang. Alshaikh draagt een hoofddoek, niet omdat ze dit moet, maar omdat ze dit wil. Omar heeft bruin haar en bruine ogen, hij leert net lopen en belandt daarbij meestal op zijn billen. Soms moet zijn moeder dan glimlachen. Vaak loopt ze met hem naar een speelplaatsje aan het eind van de straat en doet ze boodschappen, verder blijft ze thuis. De buren kennen haar verhaal niet.
In november 2014 was ze in Saarbrücken tweemaal in het bureau van de vreemdelingendienst geweest. Ze woonden toen in het Saarland, werkten daar in het ziekenhuis, hadden een auto en een huis in een voorstad van Saarbrücken. Het huis had een tuin en was meer dan groot genoeg voor henzelf. Ze informeerde bij de vrouw van de vreemdelingendienst naar de aanvraag voor familiehereniging die ze een half jaar eerder had ingediend. Ze wilde haar moeder Fadila (53), haar vader Abdel (57), haar broer Almuthanna (23) en haar zus Hend (17) naar Duitsland halen, omdat er in Deir ez-Zor niet meer gewoon te leven viel. IS en regeringstroepen vochten om de stad, de situatie was onoverzichtelijk. Haar broer Almuthanna studeerde rechten. Omdat hij had gerookt, werd hij door IS gearresteerd. Haar zus Hend mocht – vlak voor haar eindexamen – niet meer naar school. De zaken van haar vader, handelaar in auto-onderdelen, werden geplunderd, de huizen van de familie verwoest. Elke dag telefoneerde Farah Alshaikh met haar moeder Fadila. Ze merkte dat haar moeder bang was, ook al sprak ze dat niet uit.
Destijds was Alshaikh acht maanden zwanger. Ze wilde haar familie op eigen kosten laten overkomen. Maar de vrouw van de vreemdelingendienst zei: ‘Bij ouderschapsverlof ontvangt u maar 60 procent van uw salaris. Dat is te weinig om uw kind en uw familie te kunnen onderhouden.’
‘Dat lukt ons wel. In ons huis is plaats genoeg. We willen geen geld, echt niet,’ had Alshaikh gezegd. De ambtenaar informeerde bij haar chef. De aanvraag werd afgewezen. Een week later was ze nog eens naar de vreemdelingendienst gegaan. Om te vragen of ze dan in elk geval haar zus kon laten overkomen. Vanwege haar astma. Afgewezen.
Ayman Muhalal (S); Shwan Jamal Hussein (I); Hend Alshaikh en haar oom Youssef; vader Abdel Alshaikh; Alan Hamad Amin Ahmad (I); Jihab Abd Elkader Hasan (S) en Youssef Massud Cherif (S); Guli Ali (I); Ali Aland Hazim Kali (I).
‘Mijn vader wilde niet vluchten. Hij was bang vanwege zijn gezin en vreesde de mensensmokkelaars. Hij wilde Syrië alleen verlaten als ze ergens legaal naartoe konden,’ vertelt Alshaikh. Ze bood hem de kamers in hun huis aan. Als het niet langer uit te houden viel, moesten ze komen, hoe dan ook. ‘Ik heb aangedrongen. Misschien heb ik wel te veel aangedrongen.’
‘We kunnen niet meer,’ zegt haar vader begin juli 2015 aan de telefoon. Met zijn gezin en 20.000 dollar op zak verlaat hij Deir ez-Zor. Met hun Toyota rijden ze via Raqqa naar de Syrisch-Turkse grens. Daar laten ze de auto achter. Ze betalen een smokkelaar die hen door een bos brengt. Ze bereiken de Turkse stad Urfa. Daar woont een andere zus van Alshaikh. Ze blijven er een paar dagen. Alshaikhs vader Abdel wint inlichtingen in bij kennissen. Hij zoekt een smokkelaar. Hem wordt een zekere Abules aanbevolen. Een Syriër die vanuit Urfa smokkelroutes organiseert en hiervoor zowel van smokkelaars als vluchtelingen provisie opstrijkt. Abules informeert Abdel Alshaikh over route en prijs.
Op 17 augustus 2015 zit de familie in een hotel in Izmir te wachten. Vanaf de Turkse westkust willen ze via Samos, Athene en Macedonië naar Belgrado. Daar zullen ze een zekere Afghani treffen. Hij zal de tocht via Hongarije en Oostenrijk naar Duitsland organiseren.
De familie Alshaikh is niet alleen, hun groep bestaat uit twaalf personen, onder wie Alshaikhs oom Youssef (39), een broer van haar vader, en Hasan Al-Damen (36), de man van Nahed Asker. Hij moest dienst nemen in het Syrische leger en vechten voor Assad, die hij veracht. Als onderwijzer kan hij niet meer aan de slag. Hij wil naar Duitsland en zijn gezin later laten overkomen. Asker en de kinderen zijn in Damascus achtergebleven.
‘Geef jullie bagage maar aan ons. Die past niet in de rubberboot,’ zeggen de smokkelaars in Izmir. Alshaikhs zus Hend schrikt daarvan. Nu heeft ze alleen nog maar haar mobieltje en de broek en het T-shirt die ze draagt. Op de foto die ze haar zus in Duitsland via WhatsApp stuurt, waait de wind door haar zwarte krullen. Ze staat bij het water en probeert vrolijk te kijken. Maar dat gaat haar niet goed af. Ze is een echt stadsmeisje, dat met haar zeventien jaar graag op haar smartphone naar romantische Arabische popmuziek luistert en medicijnen wil studeren. Voor de zee is ze bang. Aan haar rechterhand draagt ze een zilveren trouwring van haar moeder. Die moet haar beschermen.
Voor de overtocht naar Samos incasseren de smokkelaars € 1200 per persoon. Twee pogingen mislukken. De eerste keer worden ze gesnapt door de Turkse kustwacht die hen op het strand weer uit laat stappen en de boot tot zinken brengt. Bij de tweede poging komt er, als ze op het punt staan af te varen, een politiepatrouille langs. Pas de derde poging is raak. In de vroege ochtend van 19 augustus wordt de boot een kilometer buiten de kust van Samos opgebracht door de Griekse kustwacht.
Moeder Fadila is blij. Ze heeft de hele nacht over moeten geven. Als ze in de EU aan land gaan, komt de zon op.
Vlnr: Sine Amer Gailani (I) en broer Ali en Sines man Mahmoud en haar zus Seineb; de familie Alshaikh; Kesra Mikail Khalou (S); Saad Joumaa Majid Almawsi (I); Muhannad Mustafa en Lefana Ali (S); Imad Khalaf Jassem (I); Raman Khalil Mustafa (S); Elin Hazim
In de haven van Samos krijgen ze provisorische reisdocumenten. Daarmee kunnen ze tickets kopen voor de veerboot naar Athene. In Samos slapen ze één nacht op de grond. Ze hebben er weinig te eten. De volgende dag nemen ze de veerboot naar Athene. Van daaruit bellen ze met Farah Alshaikh in Duitsland. Haar vader Abdel klinkt vermoeid, toch zegt hij: ‘We zijn oké. We gaan door.’ Haar zus Hend huilt: ‘Ik ben op, ik kan niet meer.’ Haar moeder Fadila zou het liefst teruggaan naar Syrië.
In Athene komen weer ze op krachten. Ze gaan er Arabisch eten. Sommigen in hun groep zouden graag wat langer blijven, maar Hasan Al-Damen, de man van Nahed Asker, dringt aan om verder te reizen. Hij denkt dat de grenzen binnenkort dichtgaan. Na een dag in Athene vertrekken ze per bus naar de Macedonische grens. Daar deelt de groep zich op. Ze proberen op verschillende plaatsen over het hek te komen. De grenspolitie slaat met stokken en sproeit de vluchtelingen traangas in het gezicht. Ze krijgen Almuthanna te pakken. Hij weet te ontsnappen en heeft alleen wat kneuzingen. Moeders worden gescheiden van kinderen, er wordt geschreeuwd, gehuild. Een uur later is de groep aan de Macedonische kant van de grens weer compleet. Het regent, hun kleren zijn kletsnat, ze rillen van de kou. Met een bus rijden ze vier uur lang door Macedonië naar de Servische grens. Ze kijken uit het raam. En hadden zich Europa heel anders voorgesteld.
In Belgrado treffen ze mensensmokkelaar Afghani. Een Afghaan die al een hele tijd in Europa woont. Een zwartharige, magere man met een schoudertas, gekleed in T-shirt en joggingbroek. ‘Geloof me, ik regel dat jullie rechtstreeks naar Duitsland kunnen, zonder dat jullie eerst in Hongarije of Oostenrijk geregistreerd worden en vingerafdrukken achter moeten laten,’ zegt hij tegen Hasan Al-Damen en Abdel Alshaikh, die de onderhandelingen voeren. Voor het transport vraagt hij € 1600 per persoon. In deze zomer voor deze tocht een gebruikelijke prijs. De mannen gaan akkoord. Een deel van hun geld hebben ze achtergelaten bij Abules in Urfa. Hij zal het geld pas aan de smokkelaars overmaken als ze goed in Duitsland aangekomen zijn. Zo hopen ze bedrog te voorkomen.
In de middag van maandag 24 augustus 2015 bellen de Alshaikhs vanuit een hotel in de buurt van Belgrado met Farah Alshaikh. De stemming is goed. Haar broer Almuthanna heeft uit Syrië een e-mail gekregen dat hij geslaagd is voor zijn examen. ‘Let voortaan maar goed op je woorden als je tegen me praat, ik ben nu advocaat,’ zegt hij tegen zijn zus. ‘We zijn weer wat uitgerust en hebben nieuwe kleren gekocht,’ vertelt haar moeder Fadila. ‘Ik heb een goed gevoel over de smokkelaar, hij lijkt me een man met ervaring,’ zegt haar vader Abdel. Aan haar zus belooft Alshaikh om binnenkort naar de dierentuin in Stuttgart te gaan, omdat Hend dat al heel lang wil. Het is de laatste keer dat ze haar familie spreekt.
Mensensmokkelaars gebruiken oude mobieltjes en prepaidkaarten om niet gelokaliseerd te kunnen worden. Vluchtelingen gebruiken smartphones omdat ze internet even hard nodig hebben als water. De telefoon is hun enige contact met de mensen die ze achter moesten laten
’s Avonds om zes uur komt de groep samen in het park naast het busstation in het centrum van Belgrado. Het wemelt er van vluchtelingen en smokkelaars. In die weken is Belgrado het knooppunt in de vluchtelingenroute via de Balkan. Afghani telefoneert de hele tijd, in een taal die ze niet verstaan. Zijn telefoon is oud. Mensensmokkelaars gebruiken oude mobieltjes en prepaidkaarten om niet gelokaliseerd te kunnen worden. Vluchtelingen gebruiken smartphones omdat ze internet even hard nodig hebben als water. De telefoon is hun enige contact met de mensen die ze achter moesten laten.
‘Wacht in het park tot het donker wordt. Er is veel politie, we moeten voorzichtig zijn,’ zegt Afghani. De meesten proberen wat te slapen. Rond middernacht worden ze door Afghani gewekt. Ze volgen hem door het duister langs de tramrails en komen via een brug over de Sava uit bij een parkeerplaats. Vanaf de oevers dreunen de bassen in de discotheken. De jeugd van Belgrado viert feest.
Afghani sommeert hen zich op te delen in drie groepen. In elke auto kunnen vier mensen mee. De eerste auto rijdt weg met moeder Fadila, broer Almuthanna en Al-Damen. In de tweede zit Youssef Alshaikh, als laatsten verlaten vader Abdel en zus Hend de parkeerplaats in de derde auto. ‘Jij rijdt met je moeder mee, let goed op haar,’ zegt Abdel Alshaikh tegen zijn zoon Almuthanna, die bij zijn oom Youssef wil instappen. Die beslissing kost Almuthanna het leven.
Drie uur duurt de rit noordwaarts over de autosnelweg E75. Ze rijden door het vlakke land langs de Servisch-Hongaarse grens. Buiten vliegt het duister voorbij, alles is zwart. Verdwenen is het gevoel voor tijd en plaats.
De smokkelaars zetten hun passagiers af in een bos bij Domaszék aan de Hongaarse kant van de grens. Nadat de eerste auto is gearriveerd, komt even later de derde aangereden. ‘Hier wachten, we komen gauw terug,’ zeggen de smokkelaars. De Alshaikhs staan in het bos. Alleen oom Youssef ontbreekt. Hij zat in de tweede auto, die na twee uur rijden ineens was gestopt. De smokkelaar had een telefoontje gekregen waar hij erg opgewonden van was geraakt. Hij gooide de vluchtelingen langs de snelweg uit zijn auto. ‘Waiting, waiting,’ riep hij, terwijl hij wegreed. Youssef Alshaikh had in Servië geen simkaart gekocht en kon niemand bereiken.
Bij het ochtendgloren bereiken ze een dorp en rijden met een taxi terug naar Belgrado. Youssef koopt een simkaart en belt met zijn broer. Abdel Alshaikh vertelt dat ze met nog een andere groep vluchtelingen in een bos zitten te wachten. ‘We hebben honger en dorst, neem wat te eten en te drinken mee,’ zegt hij. ‘Ga niet verder mee,’ zegt Yousseff Alshaikh, ‘er klopt iets niet.’ Hij blijft in Belgrado. Zo redt hij zijn leven. De groep valt uiteen.
Op 25 augustus 2015 krijgt Farah Alshaikh een berichtje van haar vader: ‘Zitten in het bos te wachten tot het verdergaat.’ Ze wil antwoorden, maar ineens is hij weg. Op WhatsApp ziet ze dat hij om twaalf uur voor het laatst online was. Ook de rest van de familie kan ze niet meer bereiken. Om tien uur ’s avonds krijgt Nahed Asker in Damascus het laatste bericht van haar man Hasan Al-Damen: ‘Ik zit in het bos. De smokkelaars zeggen dat we wachten moeten vanwege politiecontroles. Ik heb honger en eet appels van de bomen. Geef de kinderen een kus van mij. Nog even en alles is achter de rug.’
De zaken gaan goed, elke dag rijden honderden wagens met vluchtelingen ongecontroleerd richting Oostenrijk
Een week daarvoor koopt een man de koelwagen bij een handelaar in tweedehandsauto’s in Keckskemét. Hij laat de vrachtwagen op zijn naam zetten en doet geen enkele moeite om zijn identiteit te verhullen. De zaken gaan goed, elke dag rijden honderden wagens met vluchtelingen ongecontroleerd richting Oostenrijk. De man maakt deel uit van een groep die ruim twintig smokkeltochten organiseerde en uitvoerde. Naast de Afghaan bestaat de groep uit vier Bulgaren. Ze zijn alle vijf betrokken bij de rit van 27 augustus 2015. De lading is kostbaar, 71 × 1600 euro. Zo’n vracht doen de bazen zelf.
Op woensdag 26 augustus 2015 rijden de smokkelaars tegen vier uur ’s ochtends de koelwagen vanuit Keckskemét naar het bos bij de grens. Keckskemét, een oude Hongaarse universiteitsstad, ligt een uurtje rijden ten noorden van Domaszék. De lucht is helder, het belooft opnieuw een mooie warme dag te worden in het zuiden van Hongarije, waar tomaten, paprika’s, aardbeien en abrikozen groeien. De 71 vluchtelingen zitten al meer dan een dag verstopt in het bos te wachten op voortzetting van hun reis.
De familie Alshaikh uit Deir ez-Zor, Syrië. De familie Rahm uit Kundus, Afghanistan. Vader Khuda, zijn vrouw, drie kinderen onder wie de kleine Lida, en een neef. In Afghanistan werkte Rahm als politieagent. De taliban bedreigden hem en zijn familie. Muhannad Ali en zijn vrouw Lefana uit Tall Abyad, Syrië. Ze zijn pas drie maanden getrouwd en willen in Duitsland een gezin stichten. De Irakees Mahmoud Abidi, die kort tevoren tot viersterrenofficier is bevorderd en met zijn vrouw Sine Gailani uit Bagdad is gevlucht. Sine wil naar haar broer in Duitsland, omdat die daar als ingenieur een goed leven heeft. Ze haalde niet alleen haar man over om mee te gaan, maar ook haar broer Ali en zus Seineb. De Koerd Saeed Othman uit Sulaimaniyya in Noord-Irak. Hij heeft maar één nier en hoopt op medische verzorging in Duitsland omdat hij veel pijn lijdt. Mohammed Baba uit Karkur, Irak, is werkeloos en droomt over een carrière als profvoetballer. Alles wijst erop dat ze vrijwillig zijn ingestapt.
Om vijf uur wordt de koelwagen door camera’s van het Hongaarse tolsysteem geregistreerd. Hij rijdt dan bij Domaszék op de autoweg M5 in noordwaartse richting. Ongeveer tien minuten voor de vrachtwagen uit rijdt een andere auto. Die moet de smokkelaars in de vrachtwagen waarschuwen als er onderweg politiecontrole is. En er met de chauffeurs vandoor kunnen gaan, mocht er iets misgaan.
Om 6.03 uur passeert de vrachtwagen Kecskemét, twee uur later is hij bij Boedapest en om 9.15 uur bij Nickelsdorf aan de Oostenrijkse grens. Ongeveer twintig minuten later laten de smokkelaars hem achter op de parkeerstrook bij Parndorf. Waarom? De smokkelaars zeggen geen woord. Die dag was er op de route geen politieblokkade. Op een of andere manier moeten ze zich hebben gerealiseerd dat hun lading verloren was.
De laadruimte van de 7,5-tonner kan van binnenuit niet worden geopend. Het koelaggregaat functioneert niet. Het heeft de lucht alleen laten circuleren, maar geen nieuwe zuurstof toegevoegd. De vluchtelingen moesten het doen met de zuurstof die aan het begin van de rit in de laadruimte aanwezig was. Om vast te stellen waar zij overleden zijn, of het een zaak is voor de Hongaarse dan wel de Oostenrijkse justitie, wordt na de vondst van de vrachtwagen een deskundigenrapport opgesteld. De inhoud van de laadruimte wordt berekend en gedeeld door het aantal personen. Op elke vierkante meter stonden ongeveer vijf vluchtelingen. Ze moeten nog voor achten in Hongarije zijn gestikt. In de laadruimte en op de lijken worden geen sporen van doodsstrijd aangetroffen. Het lijkt erop dat de slachtoffers flauw zijn gevallen als gevolg van zuurstofgebrek en op het moment van overlijden niet bij bewustzijn waren. Uit de positie van de lijken blijkt dat kinderen werden opgetild. De lichamen van een echtpaar lijken elkaar te hebben omarmd.
De smokkelaars worden kort na de vondst van de vrachtwagen in Kecskemét gearresteerd. Ze staan op het punt om te vluchten, maar het kenteken van de vrachtwagen en de diverse registraties op de snelwegcamera’s zorgen ervoor dat de politie hen snel weet te vinden. Ze zitten in Kecskemét in voorarrest en zwijgen in alle talen. In september worden ze in staat van beschuldiging gesteld, begin 2017 begint het proces.
Vlnr: Mohammad Tagik (Afghanistan); Dad Mohammad (A); Ahmed Bashir Yusaf (A); Sher Khan (A) en zijn neef Eid Mohammad; Abdul Wasil Hashemy (A); Hawkar Hama Aziz Saleh (I); Sarbaz Hamad (I).
De vrachtwagen wordt overgebracht van de parkeerstrook naar een koelhuis in Nickelsdorf. Forensische lijkschouwers halen de lijken eruit. Ze worden gefotografeerd en in relatie gebracht met voorwerpen, zoals paspoorten die in borstzakken steken of geld dat ingenaaid zit in mouwen of ceinturen. Hasan Al-Damen, de man van Nahed Asker, heeft zijn onderwijzersdiploma bij zich. Hij heeft het in het Duits laten vertalen, om later werk te kunnen vinden.
Omdat de agenten die ochtend de laadruimte hebben opengemaakt, is er lucht bij de lijken gekomen. Daardoor verloopt de ontbinding sneller. Bij de berging is de huid van de slachtoffers al zwart. Aan rugzakken en jasjes kleven flarden van lichamen. De meeste mobieltjes lijken wel in een zuurbad te hebben gelegen. Zelfs de forensische experts kunnen er niets meer mee. Langs die weg kunnen ze niets te weten komen over wat zich de laatste momenten in de vrachtwagen heeft afgespeeld.
De lijkschouwers geven elke witte lijkzak een nummer. Naamloos liggen de doden daar. Anders dan bij een vliegtuigongeval is er geen passagierslijst die kan worden afgewerkt. De rechercheurs openen een hotline voor familieleden. Ze moeten hun DNA hebben om de doden te kunnen identificeren. Voor één man zal niemand zich melden en het duurt tot 10 december 2015 voordat alle anderen geïdentificeerd zijn.
Op de middag van 27 augustus ziet Nahed Asker op tv een nieuwsbericht over de vrachtwagen. Ze woont met haar kinderen bij haar moeder in Damascus. Asker zegt onmiddellijk te hebben geweten dat haar man dood was. Als de tolk van de politie Burgenland die voor de identificatie verantwoordelijk is, haar enkele weken later belt, huilt ze niet. Het lichaam van haar man kan niet worden overgebracht naar Syrië. Hij wordt bijgezet op de islamitische begraafplaats van Inzersdorf in Wenen. Asker wil afscheid van hem nemen. Met haar kinderen gaat ze op weg naar Wenen. De vluchtelingenroute is open.
Farah Alshaikh staat met Omar op haar arm bij het raam van haar huis in Saarbrücken naar de tuin te kijken, als de telefoon gaat. De paspoorten zijn gevonden. Ze laat Omar vallen.
Begin 2016 zijn ze verhuisd naar het noorden van Duitsland. Ze konden de vragen van vrienden in Saarbrücken niet langer verdragen, waren het medeleven zat. Sinds kort staat er een foto van haar familie op de plank boven de televisie in de woonkamer. Ook de Alshaikhs zijn begraven op het kerkhof van Inzersdorf. Bij de begrafenis op 7 oktober 2015 wil Farah Alshaikh per se het gezicht van haar moeder zien. Ze laat de kist openen. Sindsdien is ze niet meer op het kerkhof geweest. Ze kan het niet.
In het weekend na de catastrofe van Parndorf arriveren duizenden vluchtelingen op stations in Duitsland. Ze worden met applaus ontvangen, krijgen water en kleding toegestopt. De kinderen krijgen teddyberen en snoepgoed. Velen verlaten die weken de noodopvang in sportzalen. Zij beginnen een nieuw leven.
Het grootste actualiteitenblad van Duitsland, bekend om de rijk geïllustreerde reportages. Is sinds de publicatie van de vervalste dagboeken van Hitler een beetje verbleekt.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.