Nog geen gerechtigheid een jaar na de explosies in Beiroet
Op 4 augustus 2020 werd de hoofdstad van Libanon verwoest door een dodelijke ontploffing waarbij meer dan tweehonderd mensen omkwamen en duizenden gewond raakten. Sindsdien wachten de slachtoffers nog steeds op gerechtigheid.
Het is een ‘zeer gespannen dag’ die Libanon te wachten staat op de noodlottige eerste verjaardag van de enorme explosie die een jaar geleden de hoofdstad Beiroet verwoestte, aldus de Libanese krant L’Orient-Le Jour.
Op deze dag van nationale rouw organiseren de families van de slachtoffers van de tragedie een ‘minutieus voorbereide‘ volksplechtigheid. Een stilte tocht trekt door de getroffen wijken, met een stop in de haven van Beiroet ‘om de families te steunen en om gerechtigheid te vragen’. Ook wordt er een minuut stilte gehouden om het moment van de ontploffing om 18.08 uur te markeren en een mis, terwijl anderen zich naar het Parlement begeven, beschrijft de Franstalige krant uit Beiroet.
‘Er is één element dat de loop van de dag kan veranderen: de woede van het volk’
‘Maar er is één element dat de loop van de dag kan veranderen: de woede van het volk’, schrijft L’Orient-Le Jour. De Libanese website Al-Modon vreest zelfs dat de dag ‘bloedig’ zou kunnen verlopen.
Veel Libanezen zijn woedend over de ‘criminele’ nalatigheid en straffeloosheid van de verantwoordelijken die op de hoogte waren van de enorme voorraad ammoniumnitraat die jarenlang zonder voorzorgsmaatregelen was opgeslagen in een loods in de haven, en waarvan de brand de enorme explosie veroorzaakte.
‘We proberen elke dag ons verdriet en woede om te zetten in daadkracht om het onrecht te bestrijden’, schrijft de Libanese website Daraj. Het verzoek van de rechter die met het onderzoek is belast, Tarek Bitar, om de immuniteit van bepaalde ambtenaren op te heffen, is uiteindelijk een dode letter gebleven, ondanks de intentieverklaringen van verschillende politieke leiders in het land die hebben verklaard voorstander te zijn van opheffing van de immuniteit.
Zoals Daraj in een ander artikel samenvat: ‘Er is een jaar voorbij. Het onderzoek heeft niets opgeleverd en geen enkele ambtenaar is berecht.’
Het aantal pasgeboren baby’s in China is in de eerste helft van het jaar sterk gedaald, volgens gegevens van lokale overheden. De cijfers bevestigen dat ’s werelds meest bevolkte land afstevent op een demografische crisis. China publiceert geen gegevens over de nationale bevolking op kwartaal- of halfjaarlijkse basis, maar recente cijfers uit verschillende districten, steden en provincies bieden een nieuw inzicht in de krimpende bevolking van het land, aldus South China Morning Post.
De afnemende bevolking zal volgens experts invloed hebben op de productiviteit, het pensioenstelsel en de toekomstige consumptie. ‘Negatieve bevolkingsgroei is onvermijdelijk’, aldus Li Jianxin, demograaf aan de Universiteit van Beijing, vorige week maandag op een forum in de hoofdstad, waar SCMP aanwezig was. China vergrijst ook in een ongekend tempo, deels vanwege het vroegere eenkindbeleid dat inmiddels is losgelaten. Het lage vruchtbaarheidscijfer van het land en de vergrijzende samenleving zullen waarschijnlijk van invloed zijn op de toekomstige concurrentiepositie ten opzichte van landen als de Verenigde Staten en India, aldus Li.
Inwoners van Azerbeidzjan zullen binnenkort een vaccinatiebewijs moeten kunnen overleggen om de meeste openbare gebouwen te mogen betreden, bericht Eurasianet. De nieuwe regelgeving werd eind juli aangekondigd en komt feitelijk neer op een nationale vaccinatieplicht. Vanaf 1 september moeten mensen van 18 jaar en ouder een vaccinatiebewijs in een ‘covidpaspoort’ kunnen tonen om onder meer restaurants, cafés, winkelcentra en hotels te mogen betreden. In onderwijsinstellingen moeten leerlingen en studenten van 18 jaar en ouder kunnen bewijzen dat ze zijn ingeënt.
Tot nu toe is 26 procent van de Azerbeidzjanen minstens één keer gevaccineerd. Tachtig procent van de werknemers van overheidsinstanties, medische en farmaceutische bedrijven en wetenschappelijke en onderwijsinstellingen zal vanaf 1 september een eerste inenting moeten hebben en een tweede in oktober. De vaccinatieplicht leidt nu al tot wijdverbreide omkoping en een zwarte markt in valse covidpaspoorten.
In de VS mogen volledig gevaccineerden hun mondmasker afdoen
Amerikanen die volledig zijn ingeënt tegen covid-19 mogen zich binnen en buiten zonder mondmasker begeven, dat maakte de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) – de Amerikaanse RIVM – donderdag bekend.
De aangepaste richtlijnen van ’s lands hoogste federale agentschap voor volksgezondheid betekenen dat de VS weer een stap dichter bij een normale situatie zijn, reageerde infectieziektespecialist Anthony Fauci. ‘Ik zou niet te vroeg willen juichen, maar ik zou zeggen dat dit duidelijk een stap is in de goede richting’, vertelde hij aan CNN. Het land heeft echter nog ‘een lange weg te gaan voordat we groepsimmuniteit hebben bereikt’, aldus de nieuwszender. Volgens gegevens van de CDC afgelopen woensdag (12 mei) was 35,4 procent van de Amerikanen volledig gevaccineerd.
De nieuwe aanbevelingen verrasten ambtenaren op staatsniveau en bedrijven en zorgden voor verwarring over de wijze waarop de richtlijnen zouden moeten worden uitgevoerd, schrijft The New York Times. ‘Maar het advies kwam als geroepen voor veel Amerikanen die de beperkingen moe waren en getraumatiseerd door het afgelopen jaar.’
‘Met het afzetten van mondmaskers wordt niet alleen het begin van het einde van de pandemie ingeluid, maar ook de hoop op een terugkeer naar de normale gang van zaken’
‘We hebben allemaal naar dit moment verlangd’, zei Rochelle P. Walensky, de directeur van de CDC, op een persconferentie in het Witte Huis op donderdag (13 mei). ‘Als je volledig gevaccineerd bent, kun je de dingen gaan doen die je vanwege de pandemie niet meer deed.’
‘Mondmaskers zijn symbool komen te staan voor een bittere partijdige verdeeldheid’, schrijft NYT. ‘Door ze af te zetten in restaurants en op trottoirs, in musea en winkels, zou niet alleen het begin van het einde van de pandemie worden ingeluid, maar ook de hoop op een terugkeer naar de normale gang van zaken.’
Het afzetten van mondkapjes moet ook als stimulans dienen voor de vele miljoenen die nog steeds aarzelen om zich te laten vaccineren, schrijft de krant uit New York. ‘Het vaccinatietempo is namelijk vertraagd: aanbieders dienen gemiddeld ongeveer 2,09 miljoen doses per dag toe, een daling van ongeveer 38 procent ten opzichte van de piek van 3,38 miljoen die medio april werd gemeld.’
Het Israëlische leger is Gaza toch niet binnengevallen
Het Israëlische leger zei donderdagavond dat het de Gazastrook was binnengedrongen, maar trok die bewering uiteindelijk terug, daarbij verwijzend naar een ‘intern communicatieprobleem’.
‘De Israëlische luchtmacht en grondtroepen voeren momenteel een aanval uit in de Gazastrook’, maakte het Israëlische leger donderdagavond rond 23.00 uur bekend in een kort bericht op Twitter.
IDF air and ground troops are currently attacking in the Gaza Strip.
Deze ‘dubbelzinnige’ formulering, legt The Times of Israel uit, ‘lijkt de buitenlandse media [waaronder verschillende Nederlandse kranten] te hebben misleid met de veronderstelling dat het leger een grondinvasie in de Gazastrook was gestart tijdens de grootschalige bombardement van Noord-Gaza’. De krant voegde eraan toe dat Jonathan Conricus, de Engelstalige woordvoerder van het leger, op de vraag of er inderdaad een grondinvasie was begonnen, antwoordde: ‘Ja. Zoals in de verklaring staat. Inderdaad, de grondtroepen vallen aan in Gaza. Dat wil zeggen, ze zijn in de Gazastrook.’
‘De sirenes klonken bijna de hele nacht non-stop’
‘Hoewel dit technisch gezien correct is, aangezien sommige Israëlische troepen werden gepositioneerd in een enclave die binnen het grondgebied van Gaza ligt maar onder Israëlische controle staat, betekent dit redelijkerwijs geen “grondinvasie”’, stelt The Times of Israel.
Hoe dan ook, het geweld woedt voort. Israëlische lucht- en grondaanvallen op het noorden van Gaza van donderdagavond waren ‘de zwaarste bombardementen’ sinds het geweld op maandag begon, schrijft The Times of Israel in een ander artikel. De krant meldde vannacht dat het antiraketschild ‘Iron Dome’ tientallen raketten heeft onderschept die voor de vierde nacht op rij door Hamas werden gelanceerd op de steden Asjdod, Beër Sjeva en gemeenschappen in Zuid-Israël. En volgens Haaretz ‘klonken de sirenes [in dat deel van het land] bijna de hele nacht non-stop’.
Het Israëlische leger heeft donderdag tanks en pantservoertuigen opgesteld langs Palestijns grondgebied, waaruit de Israëlische troepen zich in 2005 eenzijdig hebben teruggetrokken. En het ministerie van Defensie heeft ’s avonds de mobilisatie van ‘tweeduizend extra reservisten goedgekeurd, waarmee het totaal op negenduizend komt’, aldus Haaretz.
Netanyahu: ‘We gaan Hamas een hoge prijs laten betalen’
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu zei vannacht dat Israël Hamas zal blijven aanvallen. ‘Ik zei dat we Hamas een hoge prijs zouden laten betalen. Dat doen we en dat zullen we met grote intensiteit blijven doen (…) en deze operatie zal doorgaan zo lang als nodig is’, zei hij in een bericht dat in het Hebreeuws op Twitter werd geplaatst en dat door The Guardianwerd overgenomen.
אמרתי שאנחנו נגבה מחיר כבד מאוד מהחמאס. אנחנו עושים זאת ואנחנו נמשיך לעשות זאת בעוצמה רבה. המילה האחרונה לא נאמרה והמבצע הזה יימשך ככל שיידרש.
אנחנו נותנים מאה אחוז גיבוי לשוטרים, לחיילי מג״ב ולשאר כוחות הביטחון כדי להשיב את החוק והסדר לערי ישראל – לא נסבול אנרכיה.
— Benjamin Netanyahu – בנימין נתניהו (@netanyahu) May 13, 2021
Sinds maandag zijn 109 Palestijnen gedood, volgens het ministerie van Volksgezondheid van Gaza. Aan de Israëlische kant is het dodental zeven. Haaretz spreekt van ‘de grootste geweldsuitbraak sinds het conflict in Gaza van 2014’. ‘Israël heeft honderden luchtaanvallen uitgevoerd in Gaza, terwijl Palestijnse militanten sinds maandag meer dan duizend raketten hebben afgevuurd op centraal- en Zuid-Israël.’
’De aanvallen hebben onder de internationale gemeenschap de vrees gewekt dat de situatie uit de hand loopt’, vervolgt het dagblad. De VN-Veiligheidsraad zal zondag een virtuele openbare vergadering over het conflict houden.
Duizenden betogers tegen racisme en politiegeweld in Brazilië
Enkele duizenden Brazilianen hebben op donderdag 13 mei gedemonstreerd tegen racisme en politiegeweld, een week na een politieactie die 28 mensen het leven kostte in de favela van Jacarezinho, Rio de Janeiro, meldt Folha de S.Paulo. In Rio scandeerde de menigte slogans tegen president Jair Bolsonaro of leuzes als: ‘Geen kogel, geen honger, geen corona. De zwarte bevolking wil leven!’
De demonstratie werd gemarkeerd door de getuigenis van moeders van slachtoffers van politiegeweld in de favela’s, aldus Folha de S.Paulo. In verschillende grote steden van het land, waaronder São Paulo, vonden ook marsen plaatst. Deze grootschalige demonstraties tegen de ‘valse vrijheid’ van de zwarte bevolking in Brazilië vonden plaats op de dag dat in het land het einde van de slavernij wordt herdacht, 13 mei 1888, zo meldt Jornal do Brasil.
Armenië beschuldigt Azerbeidzjan van landjepik
De premier van Armenië, Nikol Pasjinian, heeft het Azerbeidzjaanse leger er donderdag [13 mei] van beschuldigd de Armeense grens te schenden en nieuwe gebieden te willen veroveren, meldt Armenpress. Pasjinian heeft tijdens een buitengewone vergadering van zijn veiligheidsraad de ‘provocatie’ aan de kaak gesteld.
Pasjinian en Emmanuel Macron bespraken donderdag telefonisch de ‘alarmerende situatie’, schrijft het Armeense persbureau in een ander artikel, en de Franse president ‘benadrukte de noodzaak van de onmiddellijke terugtrekking van Azerbeidzjaanse strijdkrachten uit het soevereine grondgebied van Armenië’.
Epic Games, het bedrijf achter de populaire computergame Fortnite, heeft bij een recente investeringsronde circa 1 miljard dollar opgehaald, waarvan 200 miljoen dollar afkomstig is van PlayStation-maker Sony. Epic Games is daarmee in minder dan een jaar tijd bijna in waarde verdubbeld, van ongeveer 18 miljard dollar in juli 2020 tot bijna 30 miljard in april 2021, meldt Business Insider.
Coronasteun in verkiezingstijd
Andrej Plenković, de premier van Kroatië, heeft deze week laten weten dat er een akkoord is bereikt met vertegenwoordigers van gepensioneerden over covid-19-steun die eind april of begin mei aan senioren in het Balkanland zal worden uitgekeerd, schrijft het Brusselse Euractiv.
Geschat wordt dat zo’n 850.000 gepensioneerden een eenmalige uitkering zullen ontvangen en er wordt ongeveer 600 miljoen kuna (80 miljoen euro) uit de staatsbegroting voor vrijgemaakt. De steun is belastingvrij en mag niet worden ingehouden voor het innen van openstaande boetes en dergelijke.
In Kroatië is kritiek ontstaan over het tijdstip van dit besluit aangezien er over enkele weken lokale en regionale verkiezingen worden gehouden
‘We hebben ons uiterste best gedaan gegeven de huidige budgettaire situatie en we hopen dat deze eenmalige betaling onze gepensioneerden helpt om hun situatie enigszins te verlichten’, aldus Plenković na een ontmoeting met verenigingen van gepensioneerden.
In Kroatië is kritiek ontstaan over het tijdstip van dit besluit aangezien er over enkele weken lokale en regionale verkiezingen worden gehouden. Plenković zou de gepensioneerden hebben willen paaien. De premier ontkent echter stellig dat de eenmalige uitkering onderdeel is van zijn verkiezingscampagne.
Rijke Indiërs emigreren
Volgens Henley & Partners (H&P), een Brits adviesbureau voor vermogenden die van nationaliteit of residentie willen veranderen, staan miljonairs uit India bovenaan de lijst van rijke lieden die hun land willen verlaten. Zo’n vijfduizend Indiase miljonairs, ofwel 2 procent van het totale aantal vermogenden, hebben hun land in 2020 de rug toegekeerd, meldt de site van BBC.
Daarbij is vooral covid-19 een belangrijk drijfveer geweest om ‘hun leven en bezittingen te globaliseren’, zoals H&P dergelijke stappen omschrijft. ‘Deze klanten willen niet wachten op de tweede of derde golf van de pandemie. Ze willen vestigingspapieren hebben nu ze thuis moeten blijven. We noemen dit hun “verzekeringspolis” of Plan B’, aldus H&P.
De hoeveelheid aanvragen nam dusdanig toe dat H&P vorig jaar tijdens de lockdown zelfs een kantoor in India opende. Landen als Portugal, Malta en Cyprus die ‘gouden visa’ verlenen aan welgestelden die voldoende investeren, zijn volgens H&P favoriete bestemmingen van de Indiase rijken.
Azerbeidzjan bejubelt Erdogan
Toen de Turkse president Erdogan eind maart zijn land abrupt terugtrok uit de Istanboel Conventie, de baanbrekende internationale overeenkomst ter voorkoming en bestrijding van huiselijk geweld, was de impact daarvan niet alleen voelbaar in Turkije. Ook in Azerbeidzjan, dat op weg leek het verdrag te zullen ondertekenen, eisen conservatieven nu dat hun land het Turkse voorbeeld volgt.
Conservatieven spreken van westerse dwang die is bedoeld om traditionele familiewaarden te vernietigen
Regeringsgezinde media bejubelen de stap van Erdogan. Volgens Shahla Ismayil, hoofd van een ngo voor vrouwenemancipatie en gelijke rechten, was de regering van Azerbeidzjan al huiverig voor de Conventie, omdat die serieuze politieke, sociale en juridische stappen vereist. ‘De terugtrekking van Turkije voert Azerbeidzjan verder weg van dit proces’, citeert EurasiaNet.
De Istanboel Conventie is inmiddels een van de meest controversiële kwesties in de regio. Conservatieven spreken van westerse dwang die is bedoeld om traditionele familiewaarden te vernietigen. De Azerbeidzjaanse nieuwssite Publika noemtde Conventie van Istanboel het resultaat van ‘geopolitieke spelletjes rond de LGBT-kwestie’.
Zuid-Korea wil windenergie
Zuid-Korea wil binnen tien jaar het grootste offshore windmolenpark ter wereld bouwen als onderdeel van de Green New Deal die het land naar de energietransitie moet leiden, schrijft La Repubblica. Voor de aanleg in de wateren bij de zuidwestelijke punt van het schiereiland is een investering van 42,8 miljard dollar nodig. Het windmolenpark zal naar verwachting 8,2 gigawatt aan stroom op gaan leveren.
Industriële groei heeft Zuid-Korea tot een van de tien grootste energieverbruikers ter wereld gemaakt en twee derde van de Koreaanse energie is momenteel afkomstig van fossiele brandstoffen. Energie uit hernieuwbare bronnen vertegenwoordigde in 2019 slechts 6,5 procent van de totale productie en was bijna volledig afkomstig van kernenergie.
Het windmolenpark is een van de projecten die de regering van Moon Jae-in wil uitvoeren met de steun van de particuliere sector. De regering streeft naar nul CO2-uitstoot in 2050 en hoopt in 2030 al 20 procent aan schone elektriciteit te kunnen produceren.
Weer beperkingen in Catalonië
De regionale regering Catalonië in Spanje heeft vorige week nieuwe mobiliteitsbeperkingen aangekondigd in een poging de sterke stijging van het aantal coronabesmettingen in te dammen. Het aantal besmettingen steeg als gevolg van toegenomen sociale activiteit tijdens de paasdagen en zorgt voor toenemende druk op de ziekenhuizen.
De Catalaanse comarcas, administratieve gebieden waarin Spanje is ingedeeld, zijn nu tijdelijk afgegrendeld en niemand mag naar binnen of naar buiten zonder een gerechtvaardigde reden zoals werk of doktersbezoek. De maatregel loopt tot tenminste 19 april, waarna wordt bekeken of hij wordt opgeheven of gehandhaafd, afhankelijk van de epidemiologische situatie op dat moment, volgens El País.
Expositie in de Uffizi online
Een tentoonstelling van de Uffizi in Florence over de rol van vrouwen in het oude Rome is vanaf maandag digitaal te zien op de website van het museum. De expositie belicht het leven van vrouwen in de eerste twee eeuwen van het Romeinse rijk, vanaf het begin van de eerste eeuw tot de tweede helft van de tweede eeuw na Christus.
De expositie werd begin november geopend maar moest een dag later alweer worden gesloten vanwege corona. De presentatie werd daarna volledig gedigitaliseerd. Het is voor het eerst dat een expositie van de Uffizi op deze manier online kan worden bekeken, aldus het Romeinse persbureau ANSA.
De oorlog in Nagorno-Karabach doet een trauma onder de Armeniërs herleven. Boven op de militaire nederlaag komt het gevoel weer eens in de steek te zijn gelaten door de rest van de wereld.
Op het altaar in de hoek van de koude huiskamer branden kaarsen. Op de ingelijste foto staat voor het rood-blauw-oranje van de Armeense vlag Arman Arzoemanian, vader van acht kinderen, een potige man met een strakke blik. Rondom de foto liggen zijn dienstpasjes, oorkonden en een icoon van Jezus in goud en zilver; verder een paar pakjes sigaretten en twee rollen verband. ‘Dat zat nog in zijn zakken toen ze hem vonden,’ zegt zijn weduwe Gaiane. ‘Veel meer is er niet van hem over.’
Op de bank zit haar oudste zoon, de 21-jarige Azat. Eigenlijk had hij moeten vechten in de oorlog tegen Azerbeidzjan. Nu is hij als hoofd van het gezin plotseling verantwoordelijk voor zijn moeder en zijn zeven broertjes en zusjes. Hier in Armenië is er geen toereikend nabestaandenpensioen; vooral voor grote gezinnen zijn de betalingen volstrekt onvoldoende. Maar niet alleen de economische nood maakt zijn moeder verdrietig en woedend: ‘Mijn jongste zoon van twee jaar zal zijn vader alleen van foto’s kennen.’
Waarom, zo vraagt ze, hebben ze al die mannen laten sterven, terwijl al vroeg in de oorlog duidelijk werd dat de Armeense strijdkrachten zwaar in de minderheid waren in de confrontatie met de oude vijand uit Azerbeidzjan? ‘Ik zal mijn kinderen moeten uitleggen dat het lichaam van hun vader is opgeblazen om het land waarvoor hij streed aan onze vijanden te geven.’
Ze waren nog altijd niet aangesloten op het riool, maar hadden wel ruimte voor een paar dromen
Voor de bevolking van Armenië zijn de laatste maanden van 2020 uitgelopen op een dubbel trauma. Velen hebben familieleden en vrienden verloren in de oorlog. Boven op de militaire nederlaag komt het gevoel weer eens in de steek te zijn gelaten door de rest van de wereld.
Bovendien hadden de Arzoemanians juist hoop geput uit het uitbreken van de oorlog. Vijftien jaar lang hadden ze in een hut van golfplaten gewoond, in hun dorp ten noorden van de hoofdstad Jerevan, toen de regering een jaar geleden een stenen huis voor hen betaalde. Binnenkort zou ook de pas gebouwde stal van tufsteen een dak krijgen. Ze waren nog altijd niet aangesloten op het riool, maar hadden wel ruimte voor een paar dromen, vertelt Gaiane, die na de dood van haar man haar meisjesnaam Sjachnazarian weer wil gaan gebruiken. ‘We dachten dat we binnenkort niet alleen voor onszelf zouden kunnen zorgen, maar ook wat meer op de markt zouden kunnen verkopen. Eieren, melk, wol,’ zegt ze.
Derde oorlog
Op 27 september vervlogen deze dromen. Azerbeidzjaanse troepen, massaal gesteund door Turkse soldaten en Syrische milities, vielen de door Armeniërs bevolkte deelrepubliek Nagorno-Karabach aan. Het was het begin van de derde oorlog om het kleine gebied in het zuiden van de Kaukasus sinds de val van de Sovjet-Unie. Maar deze keer lagen de machtsverhoudingen wezenlijk anders.
Niet alleen kreeg het land van de Azerbeidzjaanse president Ilham Alijev hulp van zijn broedervolk in Turkije, ook had de dictator jarenlang miljarden oliedollars in de modernste wapensystemen geïnvesteerd, vooral in drones. Bij de bloedige oorlog na de val van de Sovjet-Unie in de jaren negentig waren de Armeniërs na zware verliezen nog als overwinnaars uit de strijd gekomen. Ze hadden niet alleen Nagorno-Karabach maar ook omliggende Azerbeidzjaanse gebieden bezet. Volkenrechtelijk hoorden al deze gebieden nog altijd toe aan de Azeri’s, de bewoners van Azerbeidzjan. Die zonnen al bijna drie decennia op wraak.
Aan het einde van de zomer in het pandemiejaar waren de omstandigheden gunstig voor de tegenaanval. Niet alleen waren veel landen door de coronacrisis op zichzelf gericht, ook de verkiezingen in de Verenigde Staten trokken veel aandacht, vooral van de Amerikanen. De Turken en de Azeri’s hadden zwakke plekken in de Armeense defensie vastgesteld en hielden gezamenlijke militaire oefeningen, die een dekmantel boden om oorlogsmaterieel naar Azerbeidzjan over te brengen.
Alleen gelaten en omringd door vijanden: de realiteit beantwoordde opnieuw aan het zelfbeeld van de Armeniërs, die ernstig getraumatiseerd zijn. De volkerenmoord in 1915, begaan maar nooit erkend door de Turken, is haast evenzeer een element van hun identiteit als het christelijke geloof. Zo heeft de jonge Azat tijdens het gesprek naast de foto van zijn gesneuvelde vader een T-shirt aan dat herinnert aan de honderdste verjaardag van de genocide. Het symbool daarvoor is een bloem, een vergeet-mij-nietje.
‘We zijn het aan onze voorouders verplicht, we mogen dit land nooit opgeven’
Vader Arman was in de eerste oorlog tegen het buurland als zestienjarige ten strijde getrokken, en teruggekeerd als een held. De overwinning op het veel grotere Azerbeidzjan en de verovering van de al vele eeuwen door hun landgenoten bevolkte gebieden hielpen de Armeniërs zich enigszins te bevrijden van de slachtofferstatus en zich ook een keer overwinnaar te voelen. Tegelijkertijd kreeg Nagorno-Karabach nog meer betekenis door het destijds vergoten bloed – wat andersom natuurlijk ook voor de Azeri’s gold.
‘We zijn het aan onze voorouders verplicht, we mogen dit land nooit opgeven,’ zegt Gaiane. Zoals de meeste Armeniërs gebruikt ze de Armeense aanduiding voor Nagorno-Karabach: ‘In Artsach verdedigen we onze families en ook het Westen.’
Op de tiende dag van de oorlog raakte Arman verzeild in een droneaanval. Vier dagen lang gold hij als vermist, toen werd zijn lichaam geborgen. Omdat het gezin te arm was om de opbaring in de afscheidszaal van de gemeente te betalen, stond de kist in de huiskamer. Buren, vrienden en familie namen afscheid. Tegen Armeens gebruik in bleef het deksel van de kist gesloten. ‘Ik durfde er eerst niet in te kijken,’ zegt Gaiane, ‘maar toen ’s nachts iedereen weg was, heb ik toch gekeken. Alleen aan zijn voeten kon ik hem herkennen.’
De overlevende Armeense soldaten maakten na de oorlog melding van bijna aanhoudende beschietingen. Van enorme troepenmachten die tegen hen het strijdperk in werden gestuurd. Van de bijna geluidloze killers in de lucht. Behalve over Turkse drones hadden de Azeri’s ook de beschikking over ‘kamikazedrones’ van Israëlische makelij. Tegelijkertijd werd de Armeense burgerbevolking in Stepanakert, de hoofdstad van Nagorno-Karabach, en in andere plaatsen bestookt met artillerie en clustermunitie. De Armeniërs schoten terug, ook hun projectielen kostten burgers het leven.
In de eerste week van november werd in Stepanakert al getwijfeld aan een goede afloop. David Babaian, adviseur van Arajik Haroetjoenian, de president van Nagorno-Karabach, eiste in de eetzaal van hotel Armenia onomwonden ‘ernstige consequenties’ voor de eigen gelederen, terwijl hij met zijn vuist op tafel sloeg: ‘De vijand zal nu kennismaken met de ware strijdlust van Artsach. Elk gebouw hier verandert in een vesting!’
‘Wij zullen overwinnen’
Op hetzelfde moment kwamen in het nabijgelegen ziekenhuis steeds meer zwaargewonden binnen uit Sjoesja, dat de Armeniërs Sjoesji noemen. In het stadje op de rotsen, in de dichte, met zwarte kruitdampen vermengde mist, woedde de beslissende slag om Nagorno-Karabach. ‘De granaten sloegen steeds weer een paar meter naast ons in, de lucht was bezaaid met drones, de eskadrons van de vijand kwamen van alle kanten, we waren kansloos,’ vertelde een van de verdedigers van het stadje een paar dagen later.
Laat op de maandagavond deelde de Armeense premier Nikol Pasjinian zijn volk mee dat het voorbij was. Samen met de leider van Artsach had hij ingestemd met een verdrag, dat weliswaar door bemiddeling van de Russische president Vladimir Poetin tot stand was gekomen, maar zich meer liet lezen als een dictaat van Ilham Alijev en de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Bovendien liet het de uitgangspunten van het in de voorbije jaren multilateraal gevoerde vredesproces vrijwel geheel buiten beschouwing: onmiddellijke stationering van een Russische vredesmacht voor minstens vijf jaar, gefaseerde teruggave van omvangrijke gebieden in Nagorno-Karabach en omgeving, en bovendien een Azerbeidzjaans-Turkse corridor over Armeens grondgebied tot in de exclave Nachitsjevan. De status van Nagorno-Karabach bleef ongedefinieerd.
Pasjinians verklaring werd door veel Armeniërs opgevat als een onvoorwaardelijke capitulatie. Nog diezelfde nacht bestormden demonstranten de regeringszetel op het Plein van de Republiek en het parlement in Jerevan. Op de reclameschermen in de stad stond op dat moment nog altijd de leus ‘Wij zullen overwinnen’.
Aan die kreet is niets veranderd, ook al zijn er steeds meer doden van het slagveld teruggebracht en is de militaire begraafplaats Jerablur twee keer zo groot geworden. Pasjinian moet zich nu vooral verantwoorden voor zijn communicatie en voor het miserabele verwachtingsmanagement.
Een gevolg van dit alles zou kunnen zijn dat Armenië zich van het Westen afkeert, terwijl het land met de ‘Fluwelen Revolutie’ van 2018 juist een weg richting de vrijheid was ingeslagen en daarvoor vele warme reacties van Europese machthebbers had geoogst. De teleurstelling over de democratische landen is momenteel groot in Armenië.
Schouderklopje
Ook bij Baroe Jambazian, een man met een borstelige sik, een platte pet en een bril. Hij is de leider van de christelijke hulporganisatie Diaconia. Zijn levensverhaal is kenmerkend voor iemand uit de Armeense diaspora: geboren in Libanon, als kind gevlucht voor de burgeroorlog, opgegroeid in het Duitse Wetzlar. Toen hij tegen de dertig was, kwam hij naar Jerevan. De hoofdstad van Armenië was destijds nog heel traditioneel. ‘Hier heb ik mijn wortels en mijn identiteit ontdekt,’ zegt Jambazian in accentloos Duits.
Het gevoel van verbondenheid met Duitsland, het land van zijn kinderjaren en jeugd, is gebleven, ook al heeft het een lelijke knauw gekregen. ‘Twee jaar geleden gaven ze ons allemaal een schouderklopje, maar waar waren die mensen de afgelopen zes weken?’ zegt hij. De westerse regeringen hadden op zijn minst de inzet van huurlingen en het gebruik van verboden wapens aan de kaak moeten stellen, vindt Jambazian.
Rusland was tenminste duidelijk geweest in de communicatie: ‘Als de Azeri’s ons op ons grondgebied hadden aangevallen, dan hadden ze er gestaan.’ Daarom zouden alle Armeniërs er nu eerst eens heel goed over moeten nadenken ‘op wie ze zich in de toekomst willen richten. Want uiteindelijk komt onze veiligheid op de eerste plaats.’
Maar oorlog heeft natuurlijk consequenties op alle niveaus. Door de pandemie was het land al in een recessie beland en inmiddels loopt het aantal besmettingen uit de hand. De economische kosten van de oorlog waren enorm, de menselijke gevolgen zijn nauwelijks te becijferen. Officieel was er sprake van circa 1400 oorlogsslachtoffers, maar er gaan geruchten dat dat wel eens het drievoudige zou kunnen zijn. ‘Elke familie in het land heeft wel een slachtoffer te betreuren en elke Armeniër kent op zijn minst wel een van de gesneuvelden,’ zegt Jambazian.
Nagorno-Karabach in de Kaukasus is een machorepubliek. Maar doordat veel mannen zijn weggevallen door de oorlog met Azerbeidzjan, bekleden vrouwen er de machtige posities. ‘In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities met 300 procent toegenomen.’
Keuze uit het archief
Afgelopen week laaide het conflict tussen Azerbeidzjan en de Armeense inwoners van de regio Nagorno-Karabach weer op. Na een kortdurende aanval op de Armeense enclave riep de Azerbeidzjaanse president woensdag de overwinning uit. Volgens president Aliyev is de soevereiniteit van Azerbeidzjan weer hersteld en was de ‘antiterreuroperatie’ in de regio een succes.
Dit conflict sleept zich al voort sinds 1991, het jaar waarin de Sovjet-Unie uiteenviel en de voormalige autonome oblast Nagorno-Karabach zichzelf uitriep tot republiek. Toch brengt het gewapende conflict ook voordelen met zich mee. Zo blijkt uit dit artikel van Der Spiegel uit 2018 dat het in Nagorno-Karabach nu de vrouwen zijn die de lakens uitdelen en hoge posities bekleden, zij het omdat de mannen zijn gesneuveld, oorlogsinvalide geworden of naar Rusland vertrokken waar wel werk voor hen was. In dit artikel vertelt een aantal vrouwen over het leven in de regio, hun hoge functies en hoe de traditionele rolpatronen naar buiten toe nog altijd gehandhaafd worden, maar achter de schermen niet langer fungeren.
In een kelder in de Kaukasus staat een vrouw. Ze is begin veertig, met een spijkerbroek en loshangend zwart haar. Ze wijst op de hoek waar ze als kind met haar familie schuilde. Ze laat de trap zien waar een granaat een gat sloeg in het lichaam van haar broer. Wijst op de kist waar ze de Kalasjnikov uithaalde, iedere keer dat haar vader naar het front vertrok.
De vrouw in de kelder die oorspronkelijk voorraadkamer was, daarna schuilkelder, en die nu een pijnlijke herinnering is, is Armine Alexanjan, de nummer twee op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een vrouw met macht, trots en gescheiden.
Een historische beschikking van het lot maakte dat ze op een positie kwam die haar anders nooit was toegevallen. Niet hier, in deze machorepubliek, waar de mannen onder de wapens zijn, de grenzen bewaken en bevelen snauwen. Waar nog geen twee generaties geleden vrouwen hun gezicht bedekten, en waar ondanks zeventig jaar van Sovjetheerschappij de traditionele rolverdeling nauwelijks is verbeterd. Waar de geestelijke tot de dag van vandaag bij een huwelijksplechtigheid aan de bruidegom vraagt: ‘Spreekt u ook namens haar?’ en aan de bruid: ‘Zult u hem gehoorzamen?’ De afvallige republiek Nagorno-Karabach, volkenrechtelijk onderdeel van Azerbeidzjan, is gebrandmerkt door oorlog en armoede en streng patriarchaal. Desondanks zijn het de vrouwen die hier de laatste twee decennia aan de macht komen. Ze hebben leidinggevende posities ingenomen op ministeries en aan de universiteit, in het hooggerechtshof, bij politie-eenheden. Ze vullen de leemtes die zijn ontstaan doordat mannen zijn gesneuveld, oorlogsinvalide geworden of naar Rusland vertrokken omdat daar werk voor hen was.
‘In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities met 300 procent toegenomen’
Van de 150.000 inwoners van dit gebied tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee − kleiner nog dan de provincie Noord-Brabant − zijn 45.000 mannen onder de wapenen geroepen, actief of als reservist. Overal hangen aanplakbiljetten met propaganda, op gebouwen zitten borden met ‘Pas op, de vijand luistert mee’, op de basisschool leren kinderen hoe ze met wapens moeten omgaan, op tv is de ene militaire parade na de andere te zien. Allemaal gericht tegen buurland Azerbeidzjan, dat de grote vijand werd toen Nagorno-Karabach in 1991 de onafhankelijkheid uitriep en er een oorlog uitbrak die nog steeds nasmeult. In totaal zijn er 40.000 doden gevallen en zijn meer dan een miljoen mensen ontheemd geraakt.
Nagorno-Karabach werd daardoor een laboratorium waar de resultaten van deze proef zichtbaar zijn: wat gebeurt er als je vrouwen gewoon hun gang laat gaan en hen toegang geeft tot machtsposities? Geen van hen heeft dit lot zelf gekozen. Het zijn geen uitgesproken feministes, met het #MeToo-debat of gendervraagstukken willen ze net zomin iets te maken hebben als de Duitse puinruimsters vlak na de Tweede Wereldoorlog.
Maar wat doen de vrouwen met deze unieke kans? Kunnen andere vrouwen iets van hen leren?
Alexanjan leidt ons uit de kelder naar boven, naar het huis van haar ouders. In de keuken zit haar moeder met andere dames van een jaar of zeventig te kaarten: gouden tanden, zuurstokkleurige ochtendjassen ondanks de middag, wenkbrauwen zwart als die van Charles Aznavour. Er is moerbei-jam, en ingelegde augurken, ze praten over hun mannen die ze door ontrouw of oorlog zijn kwijtgeraakt. Ze hebben allemaal wel iemand verloren, maar verbitterd zijn ze niet. Tranen vloeien, de heerlijke Ararat-brandewijn eveneens, en al snel wordt duidelijk dat deze vrouwen heel wat vrolijker vertellers zijn dan de mannen. De enige man in het gezelschap, de vader van Alexanjan, heeft zich allang uit de voeten gemaakt, naar zijn koeien voor het huis.
In Stepanakert, de hoofdstad, bevindt het bureau van Alexanjan zich op de eerste verdieping van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een klein huis tussen verwaarloosde prefab bouwsels. Boven haar bureau hangt een foto van een ezel.
‘Wilskrachtig en stijfkoppig,’ zegt Alexanjan, net als zijzelf. Die karaktereigenschappen moeten haar helpen in de strijd voor haar levensdoel: zelfbeschikkingsrecht en internationale erkenning. Want Nagorno-Karabach wordt internationaal niet erkend, zelfs niet door zijn beschermheer Armenië. Het is als het ware een Armeense enclave op Azerbeidzjaans grondgebied.
Alexanjan is de vertegenwoordigster van deze de-factostaat, geen geringe opgave, maar ze doet het met een ijzeren discipline, ondanks tegenslagen en isolement. Als er iemand is die kan uitleggen hoe vrouwen zich handhaven in een samenleving waar het adagium luidt ‘Vrouwen werken wel hard, maar mannen hebben meer hersens’, dan is zij het wel. Ze zegt dat dat hun lukt door diplomatieke vaardigheden, die zij ‘paradiplomatie’ noemt.
Vrouwen in Nagorno-Karabach zijn succesvol doordat ze behoedzaam zijn en tactisch. Zoals de plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken aan bezoekers van haar moeilijke land uiteenzet, is zij het die achter de schermen aan de touwtjes trekt, maar voor de buitenwereld laat ze de minister, haar baas, voorgaan, zodat hij de lauweren kan oogsten. Mannen, weet Alexjan, en weten alle andere vrouwen hier, moeten met zachtzinnigheid worden overtuigd, ze moeten niet het gevoel krijgen dat ze worden ingehaald of aan de kant geschoven. Daarom is het belangrijk dat naar buiten toe de oude rolpatronen gehandhaafd blijven. Dat zie je in Stepanakert [de hoofdstad] terug op straat: daar zijn vrouwen verlengstukken van hun man, ze doffen zich met kniehoge laarzen onder korte rokjes op, als de zusjes Kardashian, en paraderen aan hun arm van hun man, die een hoekige bontmuts draagt.
Als aanhangsel is Alexjan niet erg geslaagd, daar is ze te zelfbewust voor. Haar man was jaloers, ze heeft hem eruit gegooid en sindsdien voedt ze de kinderen alleen op. Veel vrouwen in Nagorno-Karabach hebben een eigen carrière en leiden een onafhankelijk leven. Maar dat wrijven ze hun mannen niet onder de neus. Zo heerst er, al is het dan niet in het land, in elk geval vrede tussen de geslachten en binnen de families.
Ministerie als gezin
Narine Agabaljan is een van die vrouwen. Broekpak, praktisch, kort haar, vijftig. Ze was de eerste minister van Cultuur van Nagorno-Karabach, en had een staf die voor 80 procent uit vrouwen bestond. Nu is ze minister van Onderwijs. Haar gezicht staat ernstig als ze ons ontvangt in een ijskoud kantoor met een vlag van Nagorno-Karabach. Ze zegt van zichzelf dat ze door de oorlog sterk geworden is. Toen ze 23 was stond ze als soldaat in de loopgraven, haar man sneuvelde aan het front, twee maanden later kwam haar zoon ter wereld. Ze noemde hem Edmon, naar zijn vader. Als ze een man was geweest, zou ze toen zijn begonnen met drinken.
Maar Narine Agabaljan vocht zich terug in het leven. Als tv-journaliste deed ze verslag van de vijandige linies, van de verliezen, over pogroms, maar daar had ze snel genoeg van. Ze zocht nieuwe wegen, ging de politiek in, werd minister van Cultuur, besteedde geld aan de renovatie van moskeeën in plaats van aan wapens. Tot nu toe doet ze het heel goed zonder man. Wat is het verschil tussen haar en haar mannelijke collega-ministers?
‘Twee dingen,’ zegt de minister, nog steeds zonder te glimlachen. ‘In de eerste plaats: flexibel blijven, niet vastzitten aan je positie en behoud van je macht.’ In de tweede plaats stuurt ze haar ministerie aan als een gezin. Dat wil zeggen: ‘Luisteren, laten uitspreken. Geen ellebogenwerk, niet pronken met je heldendaden, iedere dag compromissen sluiten.’
Over betuttelingen en handtastelijkheden van mannelijke collega’s hoor je hier niets. ‘We kennen hier geen geweld tegen vrouwen,’ zegt de minister van Onderwijs. Ze kan geen land ter wereld bedenken waar vrouwen veiliger zijn. Waarom, vanwege alle soldaten, de veiligheidsmensen? ‘Omdat we met zo weinigen zijn,’ zegt de minister, en bijna alle vrouwen die je in Nagorno-Karabach tegenkomt zeggen hetzelfde. Omdat iedereen iedereen kent en geen man zich een schandaal kan veroorloven.
Nog geen twee kilometer van het ministerie verwijderd doceert rekenwonder Manusch Minasjan, donker pagekopje, warme stem. Minasjan is de eerste vrouwelijke rector van de staatsuniversiteit. Getallen heeft ze altijd als een uitdaging gezien, niet als mannending. Ze heeft statistiek gestudeerd, was hoofd van de belastingdienst. Ze zegt: ‘Ons land biedt vrouwen enorme kansen.’ Ze leidt ons door lange gangen, doet deuren open. ‘Kijk maar, de collegezalen zitten vol met meisjes.’ Ze zoekt naar de cijfers, controleert de statistieken met een rekenmachine. ‘Van alle arbeidsgeschikte vrouwen werkt bijna 90 procent. In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities bij ons met 300 procent toegenomen. In de publieke sector is het ongeveer 60 procent. Wat vindt u daarvan?’
Zijn vrouwen betere leidinggevenden, gaan ze anders om met macht? Ze antwoordt dat ze daar vaak over heeft lopen denken. ‘Vrouwen zijn flexibeler en betrouwbaarder. Maar vooral: ze zijn beter opgeleid.’ Omdat meisjes niet in dienst hoefden hebben ze zich op hun studie geconcentreerd, waardoor ze zijn gekwalificeerd voor betere banen. ‘En ze zijn slim genoeg,’ zegt ook Minasjan, ‘om dat hun man niet de hele tijd in te wrijven.’
Vrouwen zijn flexibeler en betrouwbaarder. Maar vooral: ze zijn beter opgeleid’
Zijn vrouwen pacifistischer dan mannen? Welnee, antwoordt de rectrix, alsof dat een schande zou zijn. Ze vertelt dat de minister van Defensie onlangs de universiteit bezocht. De studentes vroegen hem waarom er geen dienstplicht voor vrouwen bestond. Tot grote ergernis van de studentes had de minister gezegd dat vrouwen in de keuken hoorden. ‘Persoonlijk vind ik,’ aldus de rectrix, ‘dat ze als ze dat willen in het leger moeten kunnen gaan.’ Bijna alle vrouwen in Nagorno-Karabach zeggen dat ze in een noodsituatie hun land ook gewapenderhand zullen verdedigen.
Hoezeer de langdurige oorlog ook kansen biedt voor vrouwen, aan de andere kant is het een catastrofe die hele families uiteenrijt. Dat blijkt als je buiten de hoofdstad komt. Hoe verder je naar het noorden komt, des te vaker zie je de met planken versterkte, mansdiepe loopgraven, of ze zijn dichtgegooid en een paar meter verder weer opnieuw uitgegraven. Het is een gevecht om iedere meter die je de vijand hebt afgedwongen, het lijkt op het vooruit en achteruit in een schaakspel dat geen winnaar kent.
In Talysch, een grensplaats onder aan een groene heuvelrij, staan de vijandelijke troepen tegenover elkaar, jonge mannen met vage baardjes en met hun bloedgroep op de borst van hun uniform geborduurd. Talysch ligt in puin, alle huizen zijn kapot, bomkraters in de tuinen. Bijna iedere nacht, vertellen ze, dondert aan de overkant de artillerie. Het is een mannendorp, ze sjouwen puin weg, bouwen de oude feestzaal weer op en drinken wodka uit limonadeflesjes. Hun vrouwen wonen een uur verderop in witte containers met gietijzeren allesbranders en sturen hun kinderen naar een provisorisch gebouwde school waar ze vijf uur per week les krijgen in wapenkunde.
Maar er zijn ook plaatsen waar, als een kasplantje, de hoop groeit, waar mensen wonen die niet zo verstrikt zitten in het eeuwige conflict tussen christenen en moslims in de Kaukasus. Mensen zoals Nana, 27, donkere krullen, pientere blik, nieuwsgierig naar alles wat nieuw is. Nana heeft politicologie gestudeerd en het is haar baan om de onderwijsinstellingen in Nagorno-Karabach te moderniseren, buitenlandse docenten aan te trekken en uitwisselingsprogramma’s te organiseren. Ze heeft in Armenië gestudeerd, had daar een carrière voor zich, maar is teruggekomen ‘omdat ze haar hier dringender nodig hadden’.
Als Nana het spreekwoord hoort dat iedereen hier kent: ‘Vrouwen zijn de ruggengraat, daarboven zit het hoofd, dat is mannelijk’, wordt ze woedend. Zeker, op feestdagen loopt ook Nana met de vlag van Nagorno-Karabach door de straten en staat ze in de houding als met onderscheidingen overladen veteranen rode anjers op oorlogsgraven leggen. Maar ze weet dat haar vaderland geen toekomst heeft als het in het verleden blijft steken. Ze loopt met ons door de hoofdstraat van Stepanakert, waar inderdaad soldaten flaneren met een meisje aan hun arm. ‘Hier ergens,’ zegt ze terwijl ze op de gevels wijst, ‘wil ik binnenkort werken. In het kantoor van de Verenigde Naties, dat er nog niet is, als politiek adviseur, als bemiddelaar tussen de verschillende werelden.’
Nana is ervan overtuigd dat ze ooit een vrij leven zal leiden, onafhankelijk van oorlogen en mannen. Kinderen? Natuurlijk wil ze kinderen. Bijna alle vrouwen hebben kinderen, en als ze die niet hebben zien ze dat als een groot ongeluk. Ze hebben kinderen omdat het land nieuwe generaties nodig heeft, om te kunnen voortbestaan en voor komende oorlogen. Maar vooral omdat ze dol zijn op kinderen.
Met Nana groeit een nieuwe generatie op, die een hele stap verder is dan vrouwen als de minister van Onderwijs en de onderminister van Buitenlandse Zaken. Hun idee van een vreedzaam Nagorno-Karabach gaat veel verder dan een oplossing voor het conflict met Azerbeidzjan. Deze vrouwen hebben de oorlog van de jaren negentig niet meegemaakt, de vierdaagse oorlog van april 2016 was voor hen slechts een korte, nare droom. Ze denken minder in termen van daders en slachtoffers en maken nauwelijks onderscheid tussen mannen en vrouwen.
Net als de jongeren in Bardak, een garage in Stepanakert, tegenwoordig een club, waar ’s avonds in het halfduister de jonge inwoners van Nagorno-Karabach flirten, roken, wodka drinken, dansen op Another Brick in the Wall van Pink Floyd en er niet aan denken een leven te gaan leiden als soldaat, om te lijden en te sterven uit haat. Maar zover is het nog lang niet, dit land is een gebarricadeerd eiland, met Armenië verbonden door een corridor waar tweemaal daags busjes met mensen en goederen doorheen hobbelen.
Niet ver hiervandaan staan zes vrouwen op een met sneeuw bedekte helling. Niemand heeft het over politiek. Het vrouwenteam spoort de vijand op en maakt hem onschadelijk. Deze vijand heeft zich niet in loopgraven verschanst, maar ligt al op de grond, een paar centimeter diep in de bevroren aarde. Deze vrouwen maken mijnen onschadelijk. In opdracht van de Amerikaanse hulporganisatie Halo ruimen ze het vuilnis op dat de oorlog heeft achtergelaten. Het is mannenwerk, en ze doen het heel goed.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.