Tag: belasting

  • Zal AI in de toekomst leiden tot hogere belastingen?

    Zal AI in de toekomst leiden tot hogere belastingen?

    De arbeidsmarkt krijgt binnenkort een heel ander aanzien door de razendsnelle opkomst van kunstmatige intelligentie. Wereldwijd kunnen er honderden miljoenen banen verdwijnen. Een verhoging van de vermogens- en winstbelasting zou weleens onvermijdelijk kunnen zijn.

    De Verenigde Staten zijn nog steeds onomstreden koploper op het gebied van technologische innovatie. Door de aanhoudende dominantie van de ‘Magnificent Seven’ – Alphabet, Amazon, Apple, Meta, Microsoft, Nvidia en Tesla – is de Amerikaanse toppositie in de technologiesector verstevigd en hebben andere economieën moeite om aan te haken.

    Kijk naar de Europese Unie: 381 miljard euro bedroegen in 2023 de totale bruto interne uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling door overheden, bedrijven, onderwijsinstellingen en ngo’s. Dat komt ongeveer overeen met de 350 miljard dollar aan herinvesteringen die de zeven toonaangevende Amerikaanse technologiebedrijven alleen al in 2024 deden. 

    De invloed van de tech-boom op de mondiale financiële markten is ondertussen ingrijpend. Het aandeel van de sector bedraagt bijna 30 procent van de S&P 500 – meer dan de twee daaropvolgende grootste sectoren (de S&P 500 is een index die door zijn brede samenstelling een betrouwbaar beeld geeft van de ontwikkelingen op de Amerikaanse aandelenmarkt). Deze extreme concentratie, die voortkomt uit stijgende waardebepalingen van de Magnificent Seven, heeft twee tegengestelde effecten: de animo van investeerders stijgt erdoor, maar tegelijkertijd nemen de zorgen over mogelijke risico’s toe.

    Optimisten en sceptici

    Al met al is het geen wonder dat er een hevig debat woedt over de snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie: hoe de verstorende effecten te beheersen? Je hebt tech-optimisten die denken dat AI uiteindelijk goed zal zijn voor de werkgelegenheid. Ze wijzen op eerdere technologische omwentelingen. Weliswaar maakten die sommige arbeid overbodig door automatisering, ze leidden ook tot nieuwe bedrijfstakken en beroepen die het banenverlies ruim compenseerden en in één moeite door de productiviteit en economische groei stimuleerden.

    De optimisten hebben misschien een punt. Aan het begin van de twintigste eeuw werkte 40 procent van de Amerikaanse beroepsbevolking in de landbouw. Nu is dat aandeel nog geen 2 procent. Toen het werk in de agrarische sector verdween, konden de mensen die brodeloos waren geworden terecht in nieuwe bedrijfstakken, die de ruggengraat van de moderne economie zouden gaan vormen. Het opvallendste voorbeeld is de dienstensector, die bijna 80 procent van de werkgelegenheid uitmaakt, tegen slechts 20 procent in de voorheen toonaangevende productie- en bouwsector tezamen.

    Er zijn echter ook tech-sceptici – met name onder beleidsmakers – die het niet zo rooskleurig inzien voor de werkgelegenheid. Ze vrezen dat AI een tijdperk van toenemende werkloosheid zal inluiden, waarbij steeds meer mensen overbodig worden in het arbeidsproces en de economische winst voornamelijk naar kapitaalbezitters vloeit.

    ‘wereldwijd staan arbeidsmarkten op het punt diepgaand te veranderen door AI’

    Goldman Sachs komt met wel heel verontrustende cijfers: volgens de bank kunnen door AI wereldwijd 300 miljoen voltijdsbanen verdwijnen. Het World Economic Forum is duidelijk optimistischer: dat voorspelt dat er 83 miljoen banen verloren gaan, maar 69 miljoen bij komen. Een nettoverlies dus van 14 miljoen banen, of slechts 2 procent van de huidige werkgelegenheid in bedrijfstakken die met AI te maken hebben.

    Eén ding staat vast: wereldwijd staan arbeidsmarkten op het punt diepgaand te veranderen door AI. Massale werkloosheid in de technologiesector zou de ongelijkheid kunnen vergroten, vooral tussen kapitaalbezitters en de miljoenen nieuwe werklozen. 

    Belastingen

    Ondertussen dient zich een dringende vraag aan: zullen de huidige winsten door AI leiden tot hogere belastingen in de toekomst? Beleidsmakers moeten immers nieuwe inkomstenbronnen zien aan te boren, willen ze de effecten van het banenverlies verzachten, sociale onrust voorkomen en essentiële overheidsdiensten, zoals nationale veiligheid, onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur behouden. Sommige overheden zien zich wellicht gedwongen om gaten in de begroting te dichten door de belastingen op de meest winstgevende sectoren te verhogen.

    Dat krijgen bedrijven en investeerders dan op hun bord, aangezien beleidsmakers zullen proberen de winst die voortkomt uit automatisering te herverdelen. Twee aspecten zijn van belang: ten eerste zijn bedrijven het primaire doelwit van belastingverhogingen, aangezien de fiscale basis krimpt vanwege banenverlies door technologische innovatie. In de tweede plaats kan de consumentenvraag dalen door lagere werkgelegenheid en minder besteedbaar inkomen, met nadelige gevolgen voor de economische groei.

    Hierdoor komen ondernemers in een lastig parket. Om belastingverhogingen te voorkomen, moeten ze de fiscale basis in stand houden en dus zorgen voor hoge werkgelegenheid. Maar hogere efficiëntie en meer winst bereik je alleen via automatisering – met het gevaar van hogere vennootschapsbelasting en een zwakkere consumentenvraag.

    Op korte termijn zal automatisering leiden tot meer efficiëntie en hogere winstmarges. Na verloop van tijd zullen deze winsten waarschijnlijk worden verminderd door hogere vennootschaps- en vermogensbelasting, aangezien overheden op zoek moeten naar nieuwe inkomsten om een universeel basisinkomen te financieren, dat essentieel is voor het waarborgen van de levensstandaard en het behouden van economische en sociale stabiliteit.

    Als de door AI veroorzaakte werkloosheid en extreme ongelijkheid niet worden aangepakt, kunnen ze grote schade toebrengen aan het sociale weefsel dat markten nodig hebben om te functioneren. Overheden zullen dan misschien genoodzaakt zijn de belastingen te verhogen, zodat de voordelen van automatisering niet ten koste gaan van de sociale cohesie op de lange termijn.

    Dambisa Moyo, internationaal econoom, schreef vier New York Times-bestsellers, waaronder Edge of Chaos: Why Democracy Is Failing to Deliver Economic Growth – and How to Fix It (Basic Books, 2018).

  • Moeten de superrijken meer belasting gaan betalen?

    Moeten de superrijken meer belasting gaan betalen?

    Alice Thomson pleit in The Times voor een pragmatische benadering waarbij we de economische voordelen van vermogende individuen erkennen, terwijl Dale Vince in The Guardian juist oproept tot hogere belastingen voor de ultrarijken – inclusief voor hemzelf.

    ‘We hebben de superrijken nodig’

    ‘De superrijken vertrekken massaal uit Groot-Brittannië, maar hun geld is van vitaal belang voor bedrijven, goede doelen en vooral voor de schatkist’, schrijft Alice Thomson in The Times. Ze haalt kunstenaar Grayson Perry aan, die onlangs in een interview zei: ‘Natuurlijk houd ik van de superrijken, zij kopen mijn werk.’ Hij voegde eraan toe dat, hoewel hij zich vaak aan de vermogenden ergert, hij hen tolereert omdat ze zijn rekeningen betalen, de musea financieren en Groot-Brittannië draaiende houden. Goede doelen en kunstorganisaties zouden volgens Perry een groot neonreclamebord boven zich moeten houden met de woorden ‘Waar de fuck denk je dat het geld vandaan komt?’ 

    Volgens Thomson mogen we een voorbeeld nemen aan Perry. ‘Nu tarieven een wereldwijde recessie dreigen te veroorzaken, kijken we jaloers naar de bevoorrechte groep die immuun lijkt voor moeilijkheden.’ Het lijkt erop dat de vermogenden de druk voelen. ‘Ze ruilen Londen in voor Milaan, Lissabon, Dubai en Abu Dhabi.’ Het afgelopen jaar heeft Londen meer dan elfduizend (dollar)miljonairs verloren –buiten Moskou lag dat aantal nergens anders zo hoog. Londen is nu niet langer een van de vijf rijkste steden ter wereld.

    ‘Ik snap wel waarom de superrijken zich hier niet gewenst voelen’, schrijft Thomson. Ten eerste kondigden de Tories vorig jaar aan dat ze de regeling voor non-doms wilden afschaffen. Een non-dom is iemand die in het Verenigd Koninkrijk woont, maar die zijn of haar officiële domicilie (vaste woonplaats voor belastingdoeleinden) in een ander land heeft. Rachel Reeves scherpte deze regels aan, waardoor de meeste non-doms vanaf deze maand voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk belasting moeten betalen over hun wereldwijde inkomsten. De minister van Financiën verscherpte ook de erfbelasting, inclusief op buitenlandse activa, en stelde een maximum in voor belastingverlagingen op bedrijfs- en landbouwgrond.

     ‘In tijden van wereldwijde instabiliteit is het verstandiger om de superrijken dichtbij te houden’

    ‘Andere landen hebben daarentegen duidelijk gemaakt dat de superrijken er welkom zijn en dat ze juist op zoek zijn naar de ultra-mobiele elite.’ Dubai en de Verenigde Staten hebben een gouden visum voor buitenlandse investeerders en Italië belooft de rijken onderdak te bieden voor tweehonderdduizend euro per jaar.

    We moeten dus pragmatisch zijn, vindt Thomson net als Grayson Perry, en de superrijken tolereren. Maar tolereren betekent niet dat we van ze moeten houden. ‘We mogen – en moeten – de superrijken naar hartenlust belachelijk maken.’ Neem de populaire HBO-serie The White Lotus. Na drie seizoenen is de formule duidelijk: belachelijk rijke families blijken nog meer ontspoord dan we al dachten. ‘Maar de publieke financiën profiteren van hun vrijgevigheid, net als de horeca en de detailhandel.’ 

    Alleen al in 2023 betaalden 74.000 geregistreerde non-doms in het Verenigd Koninkrijk 8,9 miljard pond aan belastingen, inclusief belasting op vermogen. Volgens nieuwe cijfers van het Adam Smith Institute zouden er met het vertrek van de non-doms 44.000 banen kunnen verdwijnen. ‘We mogen de rijken dan niet leuk vinden, maar we hebben deze energieke, gedreven en rijke ondernemers en investeerders nodig. In tijden van wereldwijde instabiliteit is het, als je groei wilt stimuleren, verstandiger om de superrijken dichtbij te houden.’


    ‘Belast de rijken – begin bij mij’

    ‘Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan zien we duidelijker dan ooit wat er gebeurt wanneer de extreme rijkdom van superrijke mannen (het zijn allemaal mannen) een aanval op het algemeen belang wordt’, schrijft Dale Vince in The Guardian. Hij heeft zich aangesloten bij meer dan 370 miljonairs uit 22 landen om een brief te ondertekenen die politiek leiders oproept om de kosten van extreme rijkdom aan te pakken door de superrijken te belasten – mensen zoals hij.

    Nadat hij een kwart miljard dollar in de verkiezingscampagne van Trump heeft gepompt, waarmee hij zijn rijkdom met 170 miljard dollar heeft vergroot, verlegt Elon Musk volgens Dale nu zijn aandacht van de Verenigde Staten naar het Verenigd Koninkrijk.

    ‘Vanaf zijn persoonlijke spreekbuis op X post hij eindeloze berichten, van zijn knipperlichtrelatie met Nigel Farage tot grooming gangs en een peiling over de vraag of de VS het VK zou moeten “bevrijden” van zijn “tirannieke regering”.’ Musk zou een van de vele miljonairs en miljardairs zijn die interesse tonen omgrote sommen geld aan Reform UK te doneren – en zolang hij dat via een van zijn in Groot-Brittannië gevestigde bedrijven doet, is het legaal. ‘We lopen het risico een Planeet Musk te worden,’ vreest Dale. ‘Dit is wat er gebeurt wanneer landen extreme rijkdom tolereren.’ In zijn afscheidsrede waarschuwde Joe Biden dat er een oligarchie vorm begon te krijgen in de VS. ‘Het lijkt erop dat het ook onze kant op komt.’

    ‘We moeten de invloed van donoren uit de politiek houden – en ik zeg dat als politieke donor’

    Het vermogen van miljardairs steeg vorig jaar met 2 biljoen dollar, ongeveer 5,7 miljard dollar per dag, drie keer sneller dan het jaar daarvoor, terwijl het aantal mensen dat in armoede leeft nauwelijks is veranderd sinds 1990. ‘Het zijn cijfers die de meeste mensen niet kunnen bevatten, maar het is een duidelijke waarschuwing dat de kloof tussen de rijken en de rest groeit en dat de allerrijksten zowel de politiek als de media financieren – waarmee ze tegelijkertijd de democratie ondermijnen.’

    Er moet iets gedaan worden, vindt de ondernemer en activist. ‘We moeten de invloed van donoren uit de politiek houden – en ik zeg dat als politieke donor. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar ik ben dan ook een miljonair die wil dat miljonairs meer belasting betalen.’

    In het Verenigd Koninkrijk zou een belasting van slechts 2 procent op activa meer dan 24 miljard pond per jaar opleveren. ‘Het zou slechts twintigduizend mensen treffen en een groot bedrag opleveren dat we zouden kunnen investeren in een eerlijkere, duurzamere samenleving.’ Hij betoogt dat het niet meer dan juist is dat degenen met de diepste zakken – die het volgens hem nauwelijks zouden merken – hun deel moeten betalen. ‘In een wereld die steeds absurder aanvoelt, is dit een logische stap. Het is tijd om een einde te maken aan extreme rijkdom.’

  • Erven wordt bijna net zo belangrijk als werken

    Erven wordt bijna net zo belangrijk als werken

    De grote vermogens van babyboomers betekenen dat ze meer geld hebben om door te geven. Een groot aantal mensen in Europa kan al comfortabel leven van een erfenis en werken is zelfs niet altijd meer nodig. Dat vormt een gevaar voor het kapitalistisch systeem en het functioneren van onze samenleving.

    Als je hard werkt, zul je succes hebben, krijgen kinderen te horen. De afgelopen decennia heeft dit advies voor de getalenteerden en ijverigen onder ons goed uitgepakt. Veel mensen hebben zelf kapitaal vergaard en zitten er warmpjes bij, ongeacht de hoeveelheid geld die ze hebben geërfd. Maar tegenwoordig groeit het belang van overgeërfde rijkdom in rijke landen, en dat is problematisch. 

    In ontwikkelde landen wordt dit jaar rond de 6 biljoen dollar aan vermogen geërfd, ongeveer 10 procent van het bbp, terwijl dat halverwege de twintigste eeuw in een aantal rijke landen gemiddeld 5 procent was. Het aandeel in de nationale productie dat gevormd wordt door geldstromen afkomstig uit erfenissen is in Frankrijk sinds de jaren zestig verdubbeld, en in Duitsland sinds de jaren zeventig bijna verdrievoudigd. Of jonge mensen het zich kunnen veroorloven om een huis te kopen en in redelijke welvaart te leven wordt bijna in even grote mate bepaald door overgeërfde rijkdom als door hun carrière. Deze verandering heeft alarmerende economische en maatschappelijke gevolgen, omdat ze niet alleen het meritocratische ideaal, maar ook het kapitalisme zelf in gevaar brengt.

    Iedereen erft meer

    De erfenisexplosie is ten dele een weerspiegeling van een rijk geworden, vergrijzende samenleving. Naarmate economieën rijker werden, vergaarden ze kapitaal per werknemer: kapitaal dat iemand moet bezitten. Maar aangezien het tempo van de economische groei is afgenomen en de huizenmarkt is ontploft, is de omvang van dit vermogen ten opzichte van de inkomsten uit arbeid snel gestegen. Nergens is deze combinatie van enorme rijkdom en aanhoudende economische stagnatie zo duidelijk als in Europa, waar de productiviteitsgroei al tijden bedroevend laag is.

    Meer vermogen betekent meer geld voor babyboomers om door te geven. En aangezien vermogen veel oneerlijker verdeeld is dan inkomen uit arbeid, zien we nu een ‘erfocratie’ ontstaan.

    Kijk maar eens naar de ontwikkeling van de vermogens van de superrijken. Tijdens een groot deel van de twintigste eeuw gingen enorme familiefortuinen vaak verloren door slechte investeringen, of door oorlog en inflatie. Zo is weleens berekend dat als de rijkste Amerikaanse families in 1900 passief hadden belegd op de beurs, per jaar 2 procent van hun vermogen hadden uitgegeven en het gangbare aantal kinderen hadden gekregen, er nu ongeveer zestienduizend oudgeldmiljardairs in Amerika zouden zijn. In werkelijkheid zijn er nog geen duizend miljardairs, en de overgrote meerderheid daarvan heeft dat vermogen zelf vergaard.

    Vandaar dat je bankiers en advocaten nu tegen elkaar ziet opbieden om de huizen van overleden taxichauffeurs te kopen

    Maar deze trend wordt nu gekeerd, misschien omdat miljardairs niet alleen rijkdom vergaren, maar ook beter worden in het behouden ervan. Volgens cijfers van investeringsbank UBS werden in 2023 drieënvijftig mensen miljardair dankzij een erfenis, niet eens zo veel minder dan de vierentachtig nieuwe miljardairs die hun kapitaal zelf bij elkaar hadden verdiend. Dat komt wellicht doordat het tegenwoordig makkelijk is om je vermogen in een indexfonds onder te brengen en doordat de principes van vermogensbeheer nu beter worden begrepen. Bovendien zijn veel regeringen zo vriendelijk geweest om de erfbelasting te verlagen.

    Maar wat nog het meest opvalt aan de erfocratie, is dat het hierbij niet alleen om de superrijken gaat. De gemiddelde erfgenaam is iemand die een gewoon huis erft, of de opbrengsten uit de verkoop daarvan, niet een superjacht of een landgoed. En de waarde van woningen is de afgelopen decennia de lucht in geschoten, vooral in steden als Londen, New York en Parijs. Degenen die het geluk hadden om onroerend goed te kopen vóór de aanhoudende stijging van de huizenprijzen, hebben daar veel aan verdiend en hun erfgenamen heel wat meegegeven. Vandaar dat je bankiers en advocaten nu tegen elkaar ziet opbieden om de huizen van overleden taxichauffeurs te kopen. Nu woonruimte in steden als New York en Londen bijna niet meer te betalen is, kun je je daar met een gemiddeld inkomen geen gemiddelde levensstijl meer permitteren. Je hebt er een behoorlijk kapitaal voor nodig – of je dat nou erft of gewoon krijgt van je ouders.

    Rentenier werken niet

    Als je dit alles in ogenschouw neemt, wordt het groeiende belang van erfenissen duidelijk. In Groot-Brittannië zal naar schatting een op de zes mensen die in de jaren zestig zijn geboren een bedrag erven dat groter is dan tien jaar het gemiddelde jaarsalaris van die generatie. Bij degenen die in de jaren tachtig zijn geboren is dat aantal een op de drie. Ondertussen zijn er schrikbarend grote verschillen in de omvang van de erfenissen die mensen krijgen. Een vijfde van de 35- tot 45-jarigen zal naar verwachting minder dan 10.000 pond erven, terwijl een kwart naar verwachting meer dan 280.000 pond zal erven.

    Voor aanhangers van het vrijemarktdenken zou de opkomst van de nieuwe erfocratie zeer verontrustend moeten zijn. Om te beginnen ontstaat op deze manier een klasse van renteniers die aan een reeks negatieve drijfveren blootstaan. Een belastingsysteem vol mazen betekent dat de rijken veel tijd besteden aan het omzeilen van de regels; die tijd zouden ze beter kunnen gebruiken om hun kapitaal in te zetten voor productievere doeleinden. Om hun bezittingen te beschermen ontpoppen huiseigenaren zich als nimby’s, die de bouw van nieuwe woningen tegenhouden en woningen onbetaalbaar maken voor degenen die niet op een erfenis kunnen rekenen. In de wetenschap dat ze kunnen terugvallen op hun erfenis zullen renteniers bovendien weinig motivatie hebben om te werken of te innoveren.

    Nog grotere zorgen baart het feit dat een erfenisloze onderklasse achterblijft – en steeds ontevredener zal worden

    Nog grotere zorgen baart het feit dat een erfenisloze onderklasse steeds verder achterblijft – en steeds ontevredener zal worden. Als het almaar moeilijker wordt om een woning te kopen en een comfortabel leven te leiden, zullen jonge mensen die zich op de arbeidsmarkt begeven steeds minder gemotiveerd zijn om zich in te spannen. En als ze het gevoel krijgen dat het systeem ze geen kansen biedt, zal hun vertrouwen in politieke middenpartijen verdampen.

    Daarom moet het probleem zo snel mogelijk worden opgelost. Het zou idioot zijn om te hopen dat vermogens worden vernietigd door inflatie en oorlog, zoals in de twintigste eeuw is gebeurd. The Economist is al lange tijd van mening dat erfbelasting de beste manier is om de erfocratie mee aan te pakken. Maar er bestaat zo veel weerstand tegen deze belasting dat regeringen allerlei mazen in de wet hebben gecreëerd, de drempel waarboven de erfbelasting geldt hebben verhoogd of de belasting maar helemaal hebben afgeschaft.

    Gelukkig zijn er andere middelen voorhanden. Op de juiste plek genoeg huizen bouwen is de allerbelangrijkste actie die regeringen kunnen ondernemen om het verband tussen werk en vermogen te herstellen. Het heffen van voldoende onroerendezaakbelasting, vooral grondwaardebelasting, zou ook helpen, omdat dit tot een verlaging van de huizenprijzen zou leiden en de kloof tussen huizenprijzen en inkomen zou verkleinen. En alles wat de in Europa zo broodnodige economische groei aanzwengelt zou de verhouding tussen het vermogen en het nationale inkomen omlaag brengen. De hoogtijdagen van de meritocratie brachten sociale mobiliteit, groei en welvaart met zich mee. Met een beetje hard werken kan die tijd terugkeren.

  • We betalen allemaal te veel belasting – en niemand protesteert

    We betalen allemaal te veel belasting – en niemand protesteert

    Slechts weinig mensen zijn bekend met het fenomeen warme progressie. Maar het effect ervan zou ons wel aan het denken moeten zetten, aangezien het in feite een voortdurende belastingverhoging in de hand werkt.

    De afgelopen weken zijn ze weer binnengekomen: alle documenten voor het invullen van de belastingaangifte. Waar sommigen het vervelende klusje meteen ter hand nemen, vragen anderen om uitstel. Maar wat we ook doen, we kunnen er niet omheen om belasting te betalen. Wat echter zelfs voor veel deskundigen onbekend is, is dat de hoogte van onze belastingaanslag uiteindelijk wordt bepaald door een wiskundige truc.

    Veel mensen weten dat ons belastingstelsel progressief is. Dit betekent dat naarmate het inkomen stijgt, een groter percentage van dat inkomen aan belasting betaald moet worden. Dit ontwerp is gemotiveerd door het sociale beleid, waarbij het argument gebaseerd is op het draagkrachtbeginsel: individuen met een lagere verdiencapaciteit moeten worden ontlast door individuen met een hogere verdiencapaciteit, met herverdeling tot doel. Tot zover niets nieuws. Maar op termijn levert dit allerlei problemen op.

    Een van die problemen is de zogeheten koude progressie [bracket creep in het Engels]. Dit verschijnsel wordt veroorzaakt door inflatie: de lonen stijgen, maar tegelijkertijd worden goederen en diensten duurder. Zelfs met de hogere lonen kunnen mensen niet langer rondkomen. Maar de hogere lonen zorgen er wel voor dat belastingbetalers in hogere belastingschijven terechtkomen. Om dit te voorkomen, compenseren de [Zwitserse] federale en kantonnale overheden de schijfverhoging in hun belastingtarieven. Op federaal niveau gebeurt dit sinds 2011 jaarlijks en automatisch.

    Economische prestaties

    Maar er is nog een ander, minder bekend probleem met ons belastingstelsel: warme progressie. Dit is een gevolg van technologische vooruitgang, en net als koude progressie heeft ook warme progressie ongewenste effecten. Omdat innovaties ons allemaal productiever maken, stijgt in de loop van de tijd ons inkomen. Daardoor komt de maatschappij als geheel in hogere belastingschijven terecht.

    Door dit effect wordt de herverdelende werking van het belastingstelsel afgezwakt, omdat de groep mensen die onder de hoge belastingtarieven valt, steeds groter wordt. Simpel gezegd: als dit proces lang genoeg doorgaat, eindigt uiteindelijk iedereen in de hoogste belastingschijf.

    Ondanks deze opvallende cijfers verzetten verschillende politici zich tegen het bijstellen van de warme progressie

    Een ander gevolg van warme progressie is dat economische groei automatisch leidt tot een hogere belastingdruk, omdat de belastinginkomsten onevenredig sterker stijgen dan de economische toegevoegde waarde van het land.

    Dit effect is zeker niet te verwaarlozen: volgens een modelberekening van Avenir Suisse zorgde de reële loongroei van 8,4 procent tussen 2010 en 2020 ervoor dat de Zwitserse belastingdruk met 13,3 procent omhoogging. Dit betekent dat de belastingdruk voor huishoudens in 2020 2,5 miljard Zwitserse frank [2,6 miljard euro] hoger zal zijn dan zonder de warme progressie het geval zou zijn geweest.

    Ondanks deze opvallende cijfers verzetten verschillende politici zich tegen het bijstellen van de warme progressie. Er wordt vaak betoogd dat bij warme progressie, in tegenstelling tot bij koude progressie, de ‘economische prestaties’ van huishoudens toenemen. De warme progressie zou dus geen foutje zijn, maar juist van toegevoegde waarde. Maar dit argument gaat niet op.

    Voortdurende verhoging

    Het draagkrachtbeginsel is altijd van toepassing op individuen, ook binnen een progressief belastingstelsel. Volgens dit principe moeten degenen met een hogere verdiencapaciteit een onevenredig grote bijdrage aan de staat leveren, zodat degenen met een lagere verdiencapaciteit worden ontlast. Maar op collectief niveau is dit principe niet logisch. Het zou betekenen dat als de samenleving als geheel productiever wordt – dus inclusief mensen met een lagere verdiencapaciteit – een onevenredig groot deel van die extra economische waarde aan de staat zou moeten worden afgedragen.

    Warme progressie is daarom niet te rechtvaardigen met een beroep op het draagkrachtbeginsel. Vooral politici met een sociaal-politieke inslag zouden moeten aandringen op een correctie van de warme progressie, omdat anders als gezegd het effect van de progressie op den duur juist zal verwateren. Ook degenen die zich zorgen maken over de groeiende rol van de overheid, moeten zich tegen dit fenomeen verzetten. Want een voortzetting ervan komt feitelijk neer op voortdurende belastingverhoging.

    Belangrijk om ons te realiseren is dat er geen bewuste politieke beslissing achter warme progressie zit. Er is eerder sprake van een ongewenst wiskundig mechanisme. Zoals de oplossing voor koude progressie laat zien, kan dit eenvoudig worden gecorrigeerd. Ook na die correctie zal het heus geen pretje zijn om in het weekend aan je belastingaangifte te zitten, maar je hoeft in ieder geval niet het gevoel te hebben dat je door een wiskundig trucje benadeeld wordt.

  • De prijs van een duurzame verzorgingsstaat. ‘Btw is hard nodig’

    De prijs van een duurzame verzorgingsstaat. ‘Btw is hard nodig’

    Met stijgende kosten voor pensioenen, zorg en sociale zekerheid worstelen overheden in welvarende landen om hun begrotingen rond te krijgen. Een hogere btw biedt een haalbare oplossing.

    Terwijl overheden in welvarende landen steeds verder groeien, neemt hun effectiviteit af. Devoorzaken hiervan zijn niet eenvoudigvterug te draaien. Het bieden van zorg voor een vergrijzende bevolking, het aanpakken van loonongelijkheid en toenemende uitgaven aan pensioenenen uitkeringen zijn moeilijk verenigbaar. Tussen 1980 en 2022 stegen de sociale uitgaven in deze landen, voor zover meetbaar, van 14 naar 21 procent van het bbp.

    Toch zijn politici terughoudend om fiscale maatregelen te nemen die deze kostenstijgingen kunnen ondervan-gen. In veel gevallen hebben ze belas-tingen zelfs verlaagd. Dit heeft geleid tot hogere leningen en het bezuinigen op publieke diensten om de begroting rond te krijgen, waardoor veel overheidsdiensten op het punt van instorten staan. In delen van Canada wachten kinderen net zo lang op een plek inde crèche als dat ze daadwerkelijk in de crèche zullen doorbrengen. In Groot-Brittannië worden gevangenen vervroegd vrijgelaten door een tekort aan capaciteit. In Duitsland rijdt minder dan twee derde van de langeafstandstreinen op tijd.

    Minst schadelijk

    Politici proberen krampachtig het sociale zekerheidsstelsel in toom te houden, maar om een instorting van openbare diensten of fiscale crises te voorkomen, lijkt een belastingverhoging onvermijdelijk. Een haalbare en economisch minst schadelijke optie zou dan een verhoging van de btw zijn, oftewel een hogere belasting op consumptie. Het goede nieuws is dat meer herverdeling geen mokerslag voor het kapitalisme hoeft te betekenen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld uitbreiding van de ambtenarij of nationalisering van de industrie is het weghalen van geld bij Jan om Piet te betalen een betrekkelijk lichte economische ingreep.

    Als de helft van de overheidsbegroting bestaat uit uitkeringen, is het voor te stellen dat 40 procent van het bbp aan uitgaven opgaat, maar dat slechts 20 procent van de beroepsbevolking bestaat uit ambtenaren. Vanuit een puur economisch perspectief is het herverdelingssysteem kostbaar in die zin dat het prikkels verstoort, vooral door de belastingdruk op arbeid en ondernemingen. Herverdeling en vrije markten kunnen prima naast elkaar bestaan, mits het systeem voorkomt dat potentiële werknemers afhankelijk worden van bijstand en gebruik maakt van ‘effciënte’ belastingen die de prikkels grotendeels intact laten.

    Een grondbelasting zou de beste optie zijn. Helaas gruwen kiezers van dit idee

    Helaas hebben overheden tegenwoordig geen oog voor dit principe. De nieuwe Britse Labour-regering zal naar verwachting volgende maand de belastingen op sparen en investeren verhogen, wat nadelig zal zijn voor de groei. Canada heeft de vermogenswinstbelasting verhoogd, en de nieuwe Franse regering overweegt nieuwe heffingen op bedrijven. In de VS, waar een onverantwoord jaarlijks tekort van 7,3 procent van het bbp bestaat, ontwijken presidentskandidaten de noodzaak om belastingen te verhogen of efficiënter te maken. In plaats daarvan beloven ze verschillende geforceerde maatregelen, zoals het vrijstellen van fooien en, in het geval van Donald Trump, ook overuren van de inkomstenbelasting. Trump wil bovendien het belastingstelsel aanpassen met tarieven die schadelijk zijn voor de internationale handel.

    Politici zouden een andere koers moeten varen en proberen een efficiënter belastingstelsel op te zetten. Een grondbelasting zou de beste optie zijn. Helaas gruwen kiezers van dit idee, mogelijk omdat onroerendgoedbelasting grote, regelmatige betalingen met zich meebrengt. Dan maar de belasting op toegevoegde waarde (btw), een heffing op consumptie die prikkels alleen verstoort doordat bepaalde goederen en diensten zijn vrijgesteld.

    Hoge btw

    De ervaring toont aan dat het eenvoudiger is om de btw te verhogen dan andere efficiënte belastingen – zozeer zelfs dat de Amerikaanse Republikeinse Partij traditioneel tegen deze belasting is, omdat deze de ontwikkeling van een verzorgingsstaat vergemakkelijkt. (In de VS bestaan, opmerkelijk genoeg, alleen staatsbelastingen.) In 2011 verhoogde Groot-Brittannië zijn btw-tarief van 17,5 procent naar 20 procent. Publieke protesten bleven goeddeels uit. Een hoge btw heeft Scandinavische landen lange tijd geholpen om een grote overheid te combineren met bloeiende markteconomieën, met tarieven van 24 of 25 procent, die tot de hoogste in de welvarende wereld behoren. Estland verhoogt zijn btw in vergelijkbare mate om meer defensie-uitgaven te kunnen dekken.

    Een overheid die aan obesitas lijdt, heeft de btw hard nodig

    Een veelgehoord argument tegen de btw is dat deze regressief is, omdat de armen een groter deel van hun inkomen besteden dan de rijken. Maar de armen hebben ook het meest te winnen bij betere openbare diensten en snellere economische groei. Bovendien is btw minder regressief wanneer ze wordt afgezet tegen levenslang inkomen in plaats van het jaarlijkse inkomen; belastingverhogingen treffen rijke gepensioneerden die hun vermogen uitgeven en geen belasting meer betalen op arbeid.

    Een ander bezwaar tegen een verhoging van de btw is dat dit leidt tot prijsstijgingen en dus inflatie. Maar de inflatie is aanzienlijk afgenomen, en bij een geleidelijke verhoging zijn de effecten goed te beheersen. Wanneer publieke diensten in elkaar storten en schulden de pan uit rijzen, is er geen houden meer aan. Dan wordt de kiezerswoede onvermijdelijk en komen economieën in zwaar weer. De btw is geen wondermiddel, maar in vergelijking met weinig andere belastingen kan het helpen om publieke diensten te behouden nu de bevolking veroudert, en om een omvangrijke overheid te financieren zonder het vrije ondernemerschap te beperken. Een overheid die aan obesitas lijdt, heeft de btw hard nodig.

  • Autoriteiten doen inval in Netflix-kantoren in Parijs en Amsterdam

    Autoriteiten doen inval in Netflix-kantoren in Parijs en Amsterdam

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël: duizenden mensen demonstreren tegen ontslag defensieminister

    » Donald Trump claimt overwinning van de presidentsverkiezing in speech

    Ze doen onderzoek naar belastingfraude bij Netflix

    De kantoren van Netflix in Parijs en Amsterdam de hoofdkantoren van het bedrijf dat gevestigd is in Europa, het Midden-Oosten en Afrika zijn doorzocht door de Franse en Nederlandse autoriteiten in het kader van een onderzoek naar belastingfraude.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Autoriteiten in beide landen hebben samengewerkt in de zaak sinds het onderzoek werd gestart in november 2022, meldt de BBC. De streaminggigant heeft nog geen specifiek commentaar gegeven op de huiszoekingen, maar houdt vol dat het de belastingwetten naleeft, aldus de Britse nieuwszender.

  • EU gaat elektrische auto’s uit China belasten met 35 procent extra heffingen

    EU gaat elektrische auto’s uit China belasten met 35 procent extra heffingen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne mobiliseert 160.000 mannen om Russische opmars in te dammen

    » Gaza: Israëlische aanval in het noorden kost aan 93 mensen het leven

    Het doel is om gelijke concurrentievoorwaarden te creëren

    De Europese Commissie heeft dinsdag een verordening aangenomen die extra douanerechten oplegt aan elektrische auto’s uit China, die ervan worden beschuldigd oneerlijke concurrentie te stimuleren. Het besluit, dat geldt voor een periode van vijf jaar, werd dinsdagavond gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU en treedt woensdag in werking. Het doel is om weer gelijke concurrentievoorwaarden te creëren om gelijke tred te houden met fabrikanten die ervan worden beschuldigd te profiteren van massale overheidssubsidies.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    China heeft al op het besluit gereageerd. ‘China keurt dit besluit niet goed en accepteert het evenmin. Het heeft een klacht ingediend bij het systeem voor geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie’, aldus een woordvoerder van het Chinese ministerie van Handel dinsdag in een verklaring.

    ‘Voor de EU, en in het bijzonder voor Ursula von der Leyen, zendt deze affaire een sterk politiek signaal uit naar China. Daarmee zegt ze eigenlijk: “we kunnen jullie model van het voeden van overcapaciteit in staal, mineralen, productie en andere sectoren niet langer negeren”’, concludeert Politico.

  • Kenia: president Ruto trekt zijn begrotingsplan in

    Kenia: president Ruto trekt zijn begrotingsplan in

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rishi Sunak wint met verve slotdebat tegen Labour Party

    » Julian Assange voor het eerst in vijftien jaar weer terug in Australië

    De begroting maakte veel woede los bij duizenden Kenianen

    Na de dodelijke rellen van de afgelopen dagen heeft de president van Kenia William Ruto besloten om de begrotingswet, die de bron was van de woede van de demonstranten, in te trekken. Hij ‘boog voor de druk van het volk’, aldus het Keniaanse dagblad The Standard. ‘Ik regeer, maar ik leid ook. De stem van het volk is gehoord’, verklaarde de president.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zijn oorspronkelijke begroting voorzag in de invoering van nieuwe belastingen om de staatsschuld af te betalen. Een beslissing die werd afgewezen door duizenden Kenianen, die de afgelopen dagen lucht gaven aan hun onvrede door het parlement aan te vallen en geweld te gebruiken. Als gevolg van het hardhandige politieoptreden dat daarop volgde zijn minstens tien demonstranten om het leven gekomen.

  • Kenia: president Ruto belooft hard te zullen optreden tegen ‘anarchie’

    Kenia: president Ruto belooft hard te zullen optreden tegen ‘anarchie’

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië: Hooggerechtshof stemt voor het decriminaliseren van cannabisbezit

    » Noord-Korea vuurt weer ballistische raket af, maar lancering mislukt

    In Kenia braken protesten uit naar aanleiding van belastingverhogingen

    De Keniaanse president William Ruto heeft beloofd hard op te zullen treden tegen de ‘anarchie’ die losbarstte na de dodelijke protesten die gisteren uitbraken, meldt The Star. Mensen gingen de straat op om te demonstreren tegen de verhoging van de belasting op producten als brandstof en kookolie, maar Ruto ging niet mee in hun kritiek. Er zijn bij het politieoptreden al minstens tien mensen om het leven gekomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dinsdag gaf de president ‘een strenge waarschuwing af aan de vermoedelijke aanstichters van de chaos’ die eerder op de dag te zien waren tijdens demonstraties tegen de ontwerpbegroting voor 2024-2025 en de nieuwe belastingen, meldt het Keniaanse dagblad. In een toespraak beloofde hij streng te zullen optreden tegen ‘geweld en wetteloosheid’.

    In een ander artikel meldde de krant dat er minstens drie lichamen waren gevonden in de buurt van het parlementsgebouw in de hoofdstad Nairobi. De regering kondigde ‘s avonds aan dat ze het leger had opgeroepen om de situatie aan te pakken. De onlusten braken uit in een week waarin een commando van vierhonderd politieagenten naar Haïti zal gaan in een poging de orde in dat land te herstellen.

  • ‘Rijke filantropen ontwijken belastingen via goede doelen – dat moet aangepakt worden’

    ‘Rijke filantropen ontwijken belastingen via goede doelen – dat moet aangepakt worden’

    Filantropen staan te boek als gulle mensen, maar ze halen enorm veel belastingvoordeel uit hun schenkingen en slechts het kleinst mogelijke deel daarvan gaat naar goede doelen. Hoog tijd dat ze eerlijk worden belast, aldus de directeuren van Transition Resource Circle, een ngo die zich inzet voor een eerlijkere liefdadigheidssector.

    We hebben weer een roerig jaar achter de rug, waarin allerlei gemeenschappen in de wereld getroffen zijn door oorlogen en natuurrampen. Rampspoed die het leed vergroot van mensen die toch al zuchten onder grote ongelijkheid, klimaatchaos, onteigening en marginalisatie. Zoals altijd bestond de mondiale reactie op deze crises onder meer uit ‘gulle giften’ van verschillende filantropen. Hun vertegenwoordigers schoven zelfs aan bij staatshoofden, CEO’s, beroemdheden, royalty en hoge ambtenaren op de jaarlijkse Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september, en daarna op de VN-klimaattop COP28 in november, om samen naar ‘oplossingen’ te zoeken. En velen van hen kwamen deze maand onder datzelfde mom opnieuw bijeen op het World Economic Forum in Davos.

    Maar de uitkomst van deze bijeenkomsten lijkt elk jaar te zijn dat er niets verandert. Dat komt onder meer doordat de elites in hun kijk op problemen en oplossingen beperkt worden door hun eigen wereldbeeld – een wereldbeeld dat deze crises veroorzaakt en in stand houdt. Bovendien zijn zulke bijeenkomsten vruchteloos omdat dat hun doel is: ze zijn niet opgezet om tot systemische verandering te leiden, maar om de status quo te behouden. De hele filantropische sector is evenmin opgezet om de oorzaken van systemische problemen bij de wortel aan te pakken, maar dient in plaats daarvan om particuliere financiële belangen te beschermen. Het wordt tijd dat dit eens tot de wereld doordringt. Hoe sneller we dit beseffen, des te sneller we betere manieren kunnen vinden om filantropie werkelijk in te zetten voor het belangrijke en moeizame werk van echte maatschappelijke verandering.

    ‘Iets terugdoen’

    We weten allemaal dat de rijken rijker worden en een gigantisch percentage van alle rijkdom op aarde in handen hebben. Volgens een recent rapport over de mondiale ongelijkheid van Oxfam is bijna twee derde van al het nieuwe vermogen sinds 2020 terechtgekomen bij de rijkste 1 procent van de mensheid, dus bijna tweemaal zoveel als bij de armste 99 procent. De rijken betalen bijna geen belasting (vaak nog geen 3 procent van hun inkomen) en door de rente op rente die ze over hun miljarden krijgen, blijft hun vermogen maar groeien. In de komende twintig jaar zal het grootste deel van dat vermogen overgaan op familieleden binnen de rijkste 1 procent. Alleen al in de VS zal naar schatting tussen de 36 en de 70 biljoen dollar aan vermogen van de ene op de andere generatie overgaan.

    De roep om de rijken te belasten zwelt wereldwijd aan en zal nog luider worden als deze enorme overdracht plaatsvindt. Een van de belangrijkste methoden van de rijken om die druk af te wenden is liefdadigheid. Je geld besteden aan goede doelen wordt aangemoedigd als een manier om ‘iets terug te doen’. Wereldwijd wordt er naar schatting 2,3 biljoen dollar aan liefdadigheid besteed, ongeveer 2 procent van het mondiale bbp. Dat is meer dan het jaarlijkse bbp van landen als Canada en Brazilië.

    Als filantropie per definitie iets goeds is en alleen maar zal groeien, waar maken we ons dan druk om? Laten we eens kijken hoe filantropie in de praktijk werkt.

    Eén aspect van filantropie in de VS is bijvoorbeeld de 5-procentregel die daar sinds 1976 in de belastingwet is verankerd. Deze houdt in dat een liefdadige instelling jaarlijks maar 5 procent van de geschonken fondsen hoeft te besteden aan beurzen of projectgerelateerde investeringen om de status van non-profitorganisatie te behouden. In de praktijk is die 5 procent nu niet de bodem, maar het plafond voor de bestedingen van filantropische instellingen. De overige 95 procent van het geld wordt behandeld als een belastingvrij investeringsfonds, dat de meeste stichtingen voortdurend verder laten groeien.

    Laten we dat concreter maken. Het gemiddelde rendement voor het kapitaal van liefdadige instellingen bedroeg in 2020 13,1 procent. Neem als voorbeeld een stichting met een fonds van 100 miljoen dollar: die stichting hoeft in een jaar maar 5 miljoen dollar aan goede doelen te besteden. Het vermogen groeit in dat jaar tot 113 miljoen dollar, en na aftrek van die 5 miljoen blijft er 108 miljoen over. Het jaar daarop groeit die grotere taart van 108 miljoen uit tot 122 miljoen, wat met aftrek van pakweg 5,4 miljoen aan liefdadige bestedingen resulteert in circa 117 miljoen. Zo is die 100 miljoen in twee jaar tijd dus al 117 miljoen geworden, en dat blijft maar groeien. Dat geld, in feite onbelast investeringskapitaal, belandt vervolgens bij de gebruikelijke aanjagers van het extractiekapitalisme: aandelen, obligaties, vastgoed, fossiele-brandstofbedrijven enzovoort. Wat weer resulteert in verdere vermogensaccumulatie. 

    Leeuwendeel

    De 5-procentregel is ooit ontstaan in de VS, maar heeft zich over de wereld verspreid en wordt nog steeds aanbevolen als model voor filantropische instellingen: het eigen fonds zo veel mogelijk laten groeien en de bestedingen tot het minimum beperken. Zo groeit het vermogen en groeit de macht van de betreffende instellingen, terwijl het geld mondjesmaat doorsijpelt naar degenen die het harde werk doen. Je hoeft geen boekhouder of econoom te zijn om de gevolgen van dit model te begrijpen. Slechts een fractie van de onbelaste schenkingen wordt daadwerkelijk ingezet voor het oplossen van maatschappelijke en klimatologische problemen, het leeuwendeel wordt opnieuw geïnvesteerd in de levensvernietigende activiteiten van extractieve markten met een hoog doorlopend rendement op investeringen.

    In de meeste landen zijn schenkingen aan liefdadige instellingen aftrekbaar van de belasting. Filantropie speelt daardoor een grote rol in strategieën voor het minimaliseren van de belastingafdracht en draagt verder bij aan de vermogensconcentratie. Volgens een recent onderzoeksrapport van tijdschrift The Nation krijgt Bill Gates misschien wel meer geld terug via belastingvoordelen dan hij met de activiteiten van de Gates Foundation aan schenkingen besteedt. Een ander voorbeeld is MacKenzie Scott, een van de grootste weldoeners in de VS. Haar is de afgelopen jaren lof toegezwaaid vanwege de omvang, aard en snelheid waarmee ze goede doelen heeft gefinancierd. Maar volgens de Billionaires Index van Bloomberg is ondanks al die schenkingen haar eigen vermogen in 2023 toch gegroeid. 

    Hoewel ze dus enorm veel belastingvoordeel uit hun schenkingen halen en slechts het kleinst mogelijke deel daarvan echt aan goede doelen besteden, staan filantropen in onze samenleving toch te boek als goede, gulle en grootmoedige mensen. Het is tijd om op te houden met die heldenverering van filantropen en de oproep om de rijken te belasten om te zetten in daden. We moeten de schenkingen gaan belasten. Ga maar na wat je zou kunnen doen met een belasting op die enorme filantropische fondsen. Met de opbrengst daarvan kun je democratisch beheerde burgerfondsen opzetten die miljarden dollars kunnen herverdelen onder gemeenschappen die direct door de klimaatverandering worden getroffen, inheemse volkeren, klimaatvluchtelingen en zelfs de ecosystemen die het zwaarst onder de winning van grondstoffen hebben geleden.

    Dit kan het begin zijn van ingrijpende structurele veranderingen in de filantropie. Wat hier vereist is, is niets minder dan een ander wereldbeeld, een andere aanpak die gebaseerd is op een economie die het leven op aarde centraal stelt en een oprecht verlangen de mondiale polycrisis aan te pakken. Het is tijd om van systemen die individuele en institutionele belangen beschermen over te stappen op systemen die de rijkdom herverdelen in collectieve investeringen in een toekomst die het leven waard is.

  • De regering-Meloni belooft Italianen een grote belastingklapper

    De regering-Meloni belooft Italianen een grote belastingklapper

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Polen: moordenaar burgemeester Adamowicz tot levenslang veroordeeld

    » Wall Streets grootste banken redden First Republic Bank

    Belastingdruk voor burgers en bedrijven wordt verlaagd

    De grote lijnen van een omvangrijke belastinghervorming zijn donderdag door de Italiaanse ministerraad goedgekeurd, meldt Corriere della Sera. De Italiaanse premier, Giorgia Meloni, sprak van ‘een noodzakelijk keerpunt voor het land’.

    Volgens de minister-president is de hervorming gebaseerd op drie hoofdbeginselen: ‘de verlaging van de belastingdruk voor burgers en bedrijven, een nieuwe relatie tussen de staat en de belastingbetaler (…) en een echte strijd tegen belastingontduiking’. De nieuwe regels zouden binnen vierentwintig maanden operationeel moeten zijn.

    ‘De oppositie is echter niet blij met het wetsvoorstel’, aldus de krant. ‘Belastingverlaging voor iedereen betekent ook belastingverlaging voor de rijken en het onthouden van diensten aan de armen’, aldus Elly Schlein, leider van de Democratische Partij.

    Lees ook:

  • Piketty: ‘Om de klimaatcrisis te stoppen moeten de rijksten drastisch inleveren’

    Piketty: ‘Om de klimaatcrisis te stoppen moeten de rijksten drastisch inleveren’

    De opwarming van de aarde kan niet worden aangepakt zonder een ingrijpende herverdeling van de rijkdom. ‘Wie het tegendeel beweert, liegt tegen de planeet’, waarschuwt econoom Thomas Piketty.


    Laten we er maar geen doekjes om winden: de opwarming van de aarde kan niet serieus worden aangepakt zonder een ingrijpende herverdeling van de rijkdom, zowel binnen landen als op internationaal niveau. Wie het tegendeel beweert, liegt tegen de planeet. En mensen die beweren dat een herverdeling natuurlijk wenselijk, sympathiek et cetera is, maar helaas technisch of politiek onmogelijk, liegen even hard. Ze zouden beter datgene kunnen verdedigen waarin ze geloven (als ze nog ergens in geloven) dan dat ze conservatieve onzin verkondigen.

    De overwinning van Lula in Brazilië geeft sommigen weer een beetje hoop. Maar de recente verkiezingen in Zweden en Italië hebben laten zien dat zowel in het noorden als het zuiden tal van kiezers nog altijd sceptisch staan tegenover sociaal-ecologisch links en de voorkeur geven aan een nationalistisch rechts dat wars is van immigratie. De reden daarvoor is simpel: zonder een fundamentele transformatie van het economisch systeem en een herverdeling van de rijkdom dreigt het sociaal-ecologische programma zich tegen de middenklasse en de arbeidersklasse te keren. Het goede nieuws (als we het zo mogen noemen) is dat de rijkdom zich zozeer beperkt tot de maatschappelijke bovenlaag, dat als we ons maar blijven beijveren voor een ambitieuze herverdeling, we tegelijkertijd tegen klimaatverandering kunnen strijden en voor verbetering van de levensomstandigheden van de overgrote meerderheid van de bevolking.

    Het blijft mogelijk om de middenklasse en de arbeidersklasse voor klimaatmaatregelen te compenseren

    Met andere woorden, iedereen zal zijn manier van leven natuurlijk grondig moeten veranderen, maar het blijft mogelijk om de middenklasse en de arbeidersklasse voor deze verandering te compenseren, zowel financieel als door goederen en diensten toegankelijk te maken die minder energie-intensief zijn en beter verenigbaar met het voortbestaan van de aarde (onderwijs, gezondheid, huisvesting, transport et cetera). Dit zal gepaard moeten gaan met een drastische inperking van het vermogen en de inkomsten van de allerrijksten, wat overigens de enige manier is om politieke meerderheden te vinden voor het redden van de planeet.

    Lees ook dit artikel van Thomas Piketty:

    Vijf procent miljardairsbelasting

    Feiten en cijfers liegen er niet om. De stratosferische vermogenstoename waarin miljardairs zich sinds de crisis van 2008 wereldwijd mogen verheugen heeft tijdens de covid-19-pandemie een ongekend niveau bereikt. Volgens het World Inequity Report 2022 bezit de rijkste 0,1 procent van de wereld zo’n tachtigduizend miljard euro aan financiële middelen en vastgoed, oftewel meer dan 19 procent van het wereldwijde totaal en het equivalent van het mondiale bnp van een jaar. Het aandeel van de rijkste 10 procent bedraagt 77 procent van het totaal, en dat van de armste 50 procent slechts 2 procent. In Europa, dat door de economische elite graag als een oase van gelijkheid wordt afgeschilderd, bedraagt het aandeel van de rijkste 10 procent 61 procent van het totaal, en dat van de armste 50 procent slechts 4 procent.

    In Frankrijk stegen de allergrootste vermogens alleen al tussen 2010 en 2022 van tweehonderd miljard naar duizend miljard, dat wil zeggen van 10 procent van het bnp naar bijna 50 procent van het bnp (oftewel twee keer zoveel als het totale bezit van de armste 50 procent). Volgens de beschikbare gegevens bedraagt de totale inkomstenbelasting die in deze hele periode door de vijfhonderd rijkste Fransen is afgedragen nog geen 5 procent van deze vermogenstoename van achthonderd miljard. Dat komt overigens overeen met de belastingaangiften van Amerikaanse miljardairs die in 2021 door de non-profitorganisatie ProPublica zijn onthuld en een overeenkomstig belastingtarief laten zien. Door bij wijze van uitzondering 50 procent belasting over deze vermogenstoename te heffen, wat verre van excessief zou zijn in een tijd waarin kleine spaarders jaarlijks een inflatiebelasting van 10 procent over hun zuurverdiende centen betalen, zou de Franse regering vierhonderd miljard euro kunnen innen.

    Welvaart is absoluut niet gediend met stratosferische ongelijkheid

    Er zijn andere formules denkbaar, maar het blijft een feit dat het om duizelingwekkende bedragen gaat: wie beweert dat er bij deze groep niets substantieels te halen valt, kan gewoon niet rekenen. Voor de goede orde, de zittende Franse regering heeft afgelopen week een veto uitgesproken over een motie van het parlement voor het verhogen van de investeringen in het isoleren van gebouwen (twaalf miljard euro) en het spoorwegnet (drie miljard) omdat daarvoor de middelen zouden ontbreken. Vandaar de vraag of de regering kan rekenen of liever de belangen van een kleine groep laat prevaleren boven die van de planeet en de bevolking, die zo gebaat zouden zijn bij gerenoveerde woningen en op tijd rijdende treinen.

    Afgezien van deze uitzonderlijke belasting over de vijfhonderd grootste vermogens moet natuurlijk het hele Franse belastingstelsel op de schop worden genomen, net als in de rest van de wereld. In de loop van de twintigste eeuw heeft de progressieve inkomstenbelasting zich als een groot succes ontpopt. In de Verenigde Staten vielen de belastingtarieven voor de allerhoogste inkomens tijdens het bewind van Roosevelt en de halve eeuw daarna (gemiddeld 81 procent in de periode 1930-1980) samen met een periode van welvaart, innovatie en maximale groei. De reden was simpel: welvaart hangt in de eerste plaats samen met onderwijs (en op dat gebied hadden de Verenigde Staten in die periode een grote voorsprong op de rest van de wereld) en is absoluut niet gediend met stratosferische ongelijkheid.

    In de eenentwintigste eeuw zal deze erfenis moeten worden uitgebreid tot een progressieve vermogensbelasting, met tarieven van 80 tot 90 procent voor miljardairs, zodat ook de rijkste 10 procent haar steentje bijdraagt. Ook en vooral zal een substantieel deel van de belasting die de allerrijksten dan betalen rechtstreeks aan de allerarmste landen moeten worden uitgekeerd, al naargelang de omvang van hun bevolking en hun blootstelling aan klimaatverandering. De zuidelijke landen kunnen niet elk jaar wachten tot het noorden zich verwaardigt zijn verplichtingen na te komen. Het wordt tijd om na te denken over de volgende wereld, anders wordt die een nachtmerrie.

    Thomas Piketty is decaan aan de Ecole des hautes études en sciences sociales (EHESS) en hoogleraar aan de Ecole d’économie, beide in Parijs.

    Lees ook dit artikel van Thomas Piketty:

  • ‘Rijk, ik?’ Zolang de bovenklasse ontkent, ontstaat er nooit een eerlijke verdeling

    ‘Rijk, ik?’ Zolang de bovenklasse ontkent, ontstaat er nooit een eerlijke verdeling

    In Duitsland wordt elk jaar ongeveer 400 miljard euro nagelaten. Erfgenamen ontvangen vaak een bedrag dat hoger is dan wat zij zelf gedurende hun leven verdienen. Hoe zou vermogen eerlijker verdeeld kunnen worden?

    I hob da wos übawiesn (‘Ik heb wat naar je overgemaakt’), bromde mijn vader door de telefoon en dat was niet echt een verrassing. Mijn vader is geen man die van bankbiljetten vlinders vouwt en tussen een bosje bloemen steekt. Zijn verjaardagscadeaus rollen via BIC en IBAN naar mij toe, meestal enkele honderden euro’s waarvoor ik dan nieuwe schoenen koop of op vakantie ga. Maar dit keer was het 5000 euro. Vet. Veel. Geld. Zo veel geld dat de salarisoverschrijving van de Süddeutsche Zeitung die direct daaronder op mijn rekeningafschrift stond haast een lachertje leek en ik me afvroeg of ik in plaats van te werken voortaan niet gewoon elke drie maanden mijn verjaardag moest vieren.

    Dat was tien jaar geleden en voor het eerst drong het tot mij door dat mijn vader misschien wel geld te veel had. Een andere aanwijzing was het mij toegebromde Wenns eich wos Eigenes kaffa woits, dann gib i eich scho wos dazu (‘Wanneer jullie iets voor jezelf willen kopen, dan geef ik jullie er wel wat bij’). Niet veel later kochten we een woning in München en mijn vader maakte de daarvoor noodzakelijke eigen inleg naar mij over. Een bedrag dat hoger was dan al mijn salarissen en honoraria tot op dat moment tezamen.

    Niet iedereen krijgt dus iets. De helft van de Duitsers heeft niets en erft niets

    Wat doet dat met mij? En wat doet het met onze samenleving dat het zo gaat – en dat niet alleen bij mij? Naar schatting wordt elk jaar in Duitsland wel 400 miljard euro nagelaten. In Frankrijk ontvangt 12 tot 15 procent van de erfgenamen een bedrag dat hoger is dan wat zij zelf gedurende hun leven verdienen. Momenteel berekent econoom Timm Bönke die cijfers voor Duitsland, hij verwacht soortgelijke uitkomsten. Niet iedereen krijgt dus iets. De helft van de Duitsers heeft niets en erft niets. 

    ‘De mensen bij mij in de straat haten alles wat grof, dom en luidruchtig is, ze willen in het journaal niet worden lastiggevallen met wat onbehouwen types – vooruit, laten we ze medeburgers noemen – van dit land vinden. Dat komt doordat zij een beetje meer in Duitsland opgegroeid zijn dan de anderen, de ziekenhuizen en scholen waren altijd al meer van hen, hun hele leven is één Leeuwenkoning, dit alles zal eens van jou zijn. Alles, Simba.’ 

    Zo schrijft Sophie Passmann over haar en mijn milieu in haar vorig jaar verschenen boek Komplett Gänsehaut. Dat milieu is welgesteld, stedelijk en beschaafd. Het koopt fair en organic, woont in de schil rond de binnenstad in een vooroorlogs huis, eet pizza met fior di latte. Ze zijn politiek links-groen-liberaal, maar als het erop aankomt handelen ze conservatief, kopen ze aandelen, beleggen ze in onroerend goed en nemen ze een belastingadviseur in de arm om er voor zichzelf nog wat meer uit te halen. Ze zien zichzelf als het politieke en economische midden, geen van beide is waar, en dat is het probleem.

    Foutief zelfbeeld

    In enquêtes is slechts 1,2 procent van de mensen van mening dat ze tot de bovenste 10 procent behoren, zelfs [kanselier] Olaf Scholz (maandsalaris: 15.500 euro) en [Bondsdaglid] Friedrich Merz (jaarsalaris met vijf nullen en een miljoenenvermogen) rekenen zich tot de middenklasse. Daarom deze definitie om het eigen buikgevoel te onderzoeken: tot de 10 procent best betaalden behoren diegenen die als single ongeveer 3500 euro netto per maand verdienen, bij een stel is dat 5300 euro. Tot de meest vermogende 10 procent behoort iedereen die meer dan 477.200 euro bezit (beleggingen in onroerend goed en aandelen tellen natuurlijk ook mee).

    Het foutieve zelfbeeld van de bovenklasse is een probleem, omdat zij het is die in bedrijven de besluiten neemt, de wetten schrijft en uitlegt hoe de wereld in elkaar steekt. Wie beweert dat hij middenklasse reist en vervolgens alle medereizigers het uitzicht vanaf het bovendek beschrijft, geeft alle anderen het gevoel simpelweg te stom te zijn om uit het raam te kijken. Voor dit artikel spreek ik met veel mensen over geld, bijvoorbeeld met een echtpaar, beiden bedrijfsadviseur, dat samen een kwart miljoen per jaar verdient, met een grafisch kunstenaar die in het huis van haar oma woont en met een gepensioneerde man die zijn huisje in een dure buurt van München heeft afbetaald. Allemaal protesteren ze verontwaardigd als ik hen rijk noem.

    Rijk? Wij toch niet! De rijken, dat zijn in veel hoofden mensen als Kim Kardashian, die oorbellen van 75.000 dollar in zee verliest, of de mensen die ruim 9 miljoen euro neertelden voor de duurste woning van München, met uitzicht op het Maximilianeum. Het goedverdienersechtpaar ziet zichzelf niet als rijk, omdat zij geen vermogen hebben en drie kinderen moeten onderhouden. De grafisch kunstenaar vindt zichzelf als zzp’er ook niet rijk, de maandelijkse honoraria zijn karig en onzeker. En grootvader in zijn afbetaalde eengezinswoning? Die heeft toch zeker hard voor zijn geld gewerkt.

    Welvaart hangt veel minder af van eigen prestaties dan van wat hun vaders en groot-vaders bij elkaar hebben gebracht

    Het probleem van de generatie van Sophie Passmann (1994) is dat hun welvaart veel minder afhangt van eigen prestaties dan van wat hun vaders en grootvaders (meestal waren het mannen) bij elkaar hebben gebracht. Nog maar de helft van wat de Duitsers tegenwoordig aan eigen vermogen bezitten, hebben zij met werken vergaard; de rest werd geërfd of kregen ze cadeau. Voor mijzelf geldt dat momenteel ook min of meer. Zonder schenkingen van mijn vader had ik een heel andere levensstandaard gehad; ik zou in een huurhuis wonen en in plaats van naar de biomarkt zou ik naar de discounter gaan. Mijn ongemak hierover snapt hij niet echt. Vroeger heeft hij voor zijn koophuis ook wat startkapitaal van zijn schoonouders gekregen. Bovendien heeft hij hard voor zijn geld gewerkt, hij heeft het zelf nu eenmaal niet nodig en geeft het aan mij. En ik werk toch zeker ook hard – waarom dan die schaamtegevoelens?

    Maar veel mensen van mijn generatie die even hard werken, krijgen niets en dat scheidt ons. De een betrekt op zijn gemak een eigen huis, de ander zwoegt om de huur te betalen. Ondertussen vertellen de boomers nog altijd het sprookje van vooruitkomen door hard werken – het verhaal van de middenklasse – en preken zij de mythe van gelijke kansen. Maar het Duitsland waarin mensen op eigen kracht  welvaart konden vergaren, dat Duitsland bestaat niet meer, zoals Julia Friedrichs in haar recente boek Working Class laat zien. 

    De waarde van grond blijft altijd veranderlijk

    Het begrip ‘grootgrondbezitter’ is sinds mensenheugenis zo’n beetje synoniem aan rijk en machtig.
    In de Middeleeuwen bijvoorbeeld kon adel in bezit van grond de rest van de bevolking uitknijpen, omdat grondbezit letterlijk van levensbelang was: er groeide voedsel op. En als je nergens anders je voedsel vandaan kunt halen, ben je bereid om jezelf als slaaf te onderwerpen in ruil voor een appel en een ei. Gelukkig is die feodale wereld grotendeels verdwenen en tegelijkertijd zijn de betekenis en de waarde van grootgrondbezit veranderd.
    Natuurlijk is het nog steeds prettig om als miljardair een groot stuk grond te kunnen aanschaffen, of liever nog: een compleet eiland, om pottenkijkers buiten de deur te houden. Maar het bezit van veel grond is niet langer per definitie een teken van rijkdom. Het is zelfs de vraag of het een zegen is. Vraag maar eens aan boeren in bijvoorbeeld het verpauperde deel van Noord-Frankrijk. Al die hectares leveren hun niet of nauwelijks iets op, maar ze staan dagelijks wel met gebogen rug te ploeteren om de boel een beetje bij te houden. Ondertussen denkt iemand die daarentegen ‘slechts’ 50 of 100 vierkante meter bezit in het centrum van een populaire stad vrolijk fluitend aan zijn oude dag in een zonnig oord.

    Grond is een raar iets, want er zal nooit meer van komen, maar de waarde blijft altijd veranderlijk. Dezelfde stukken peperdure grond in binnensteden, waar momenteel prinsen met hippe brillen op afkomen als vliegen op stroop, waren plekken waar je 150 jaar geleden ver weg van bleef vanwege cholera en andere narigheid; de spekkopers zaten toen in Noord-Frankrijk.

    Schaamte

    Dus voelt iedereen schaamte. De een omdat hij geen geld heeft en meent zelf schuldig te zijn aan zijn misère. De ander omdat hij geld heeft en het vage gevoel dat het ergens niet klopt. Maar omdat men niet graag toegeeft te profiteren van de situatie, wordt de eigen welvaart gebagatelliseerd. In smalltalk is de eigen woning dan zo’n 100.000 euro minder waard, waarmee de ander het gevoel krijgt de vastgoedmarkt niet goed te begrijpen. Die designbank? Was heel goedkoop, liep ik toevallig tegenaan. Die vakantiewoning in Kitzbühel? Hebben mijn ouders al eeuwen, vroeger was het immers nog prima betaalbaar daar. Die pseudobescheidenheid is vaak aardig bedoeld. Maar de facto doet zulk soort zinnen de minder bevoorrechten wanhopen. Over hun eigen arbeidskracht, hun eigen handigheid, 
    hun eigen waarde. Waarom slagen zij wel en ik niet? Misschien zou je beter kunnen zeggen: ik heb een kwart miljoen geërfd en kan het me permitteren, jij nou eenmaal niet, sorry.

    Juist in de bovenklasse ontbreekt het bewustzijn van de eigen welvaart

    Absoluut, zegt Julia Friedrichs. Eerlijkheid inzake geld is belangrijk, ook tegenover jezelf. Maar juist in de bovenklasse ontbreekt het bewustzijn van de eigen welvaart. ‘Daar groeien kinderen vaak op met de verkeerde gedachte “zoals het bij ons is, is het overal”,’ zegt Friedrichs. Daardoor voelen zij zich dan als volwassene al net zomin verantwoordelijk voor sociale ongelijkheid. 

    Natuurlijk kun je hun dat ook niet kwalijk nemen. Die verdedigingsreflex – ‘ik heb toch niemand iets afgepakt?’ – steekt onmiddellijk de kop op wanneer je met welgestelden over geld en rechtvaardigheid spreekt. Dat vermogen zich vandaag de dag vrijwel niet meer laat vergaren met werk, ligt aan een belastingwetgeving die arbeid en consumptie steeds meer en bedrijf, kapitaal en vermogen steeds minder belast. Aan een arbeidsmarktbeleid dat een levenslange vaste aanstelling meer en meer laat vervangen door tijdelijke contracten, uitzendwerk, onderaannemers en zzp’ers. Aan bedrijfsmanagers zoals Thomas Middelhoff, die zichzelf schaamteloos hoge bonussen laten uitbetalen voor het fileren, verpatsen en liquideren van ondernemingen. Enzovoorts. Bij twijfel ligt het altijd aan ‘het systeem’, maar daar maken wij allemaal deel van uit. Daarom is het mij te goedkoop om alleen maar naar de regering of naar directie-etages te wijzen en te zeggen: maak dat weer in orde, ik was het niet. Wie geld heeft, heeft verantwoordelijkheid. Maar wat doe ik daarmee?

    Het werkt als een soort aflaathandel met de hele maatschappij: overal keurig te veel betalen om zich vervolgens volkomen superieur te voelen

    Om in elk geval niets naars met dat fijne geld aan te richten dumpt de bovenklasse haar geld bij voorkeur op de biomarkt, koopt uitsluitend fair geproduceerde kleding, steunt lokale producenten, geeft de pakketbezorger, de werkster en de taxichauffeur een overdreven fooi en kiepert het resterende muntgeld in het kartonnen bekertje van de bedelaar voor de discounter. Het werkt als een soort aflaathandel met de hele maatschappij: overal keurig te veel betalen om zich vervolgens volkomen superieur te voelen. Bij verjaardagsfeestjes laat je weten geen cadeaus te willen (‘we hebben alles al, we hebben niets nodig’) en vraag je in plaats daarvan om donaties voor bootvluchtelingen of voor de kampen op Lesbos. 

    Dit mechanisme wordt behoorlijk meedogenloos beschreven door Anke Stelling in haar romans Schäfchen im Trockenen en Bodentiefe Fenster. Ze verhaalt van vrouwen die hun werkster de afgedankte Gucci-jurk cadeau doen omdat het zo slecht bij hun feministische multiculti-zelfbeeld past dat ze hun huis laten opruimen door migrantenvrouwen. Maar het is wel een afgedankte jurk. De geefster zelf ontbreekt het aan niets. Met al deze moreel correcte consumptie en het royaal doorgeven van gebruikte zaken ga je immers nooit over je eigen pijngrens heen. Ook ik niet.

    Dat het de consument van bioproducten en faire kleding om een betere wereld te doen is, gelooft Friedrichs niet echt. Ze ziet in de labels een herkenningsteken waarmee de bovenklasse zich kenbaar maakt en onderscheidt. En als we het toch over fair hebben: ze kent niemand die haar werkster werkelijk behoorlijk betaalt, maar wel veel mensen die zich dat goed zouden kunnen permitteren.

    Op de vraag welk uurloon ze juist zou vinden, antwoordt ze: 20 à 25 euro. En dat, ja dat zijn de hefbomen waarmee welgestelden echt iets ten goede zouden kunnen veranderen, meer dan met moreel shoppen en een egocentrische schaamteshow op Instagram. Wereldverbeteraars uit de bovenklasse zouden hun vastgoed betaalbaar moeten verhuren, zich in hun bedrijf hard moeten maken voor een rechtvaardige beloning (ook wanneer zijzelf het geld helemaal niet zo hard meer nodig hebben) en hun medewerkers en dienstverleners behoorlijk betalen. Maar je inzetten voor politieke verandering, dat zou het allerbelangrijkst zijn. Allereerst voor een hogere succesiebelasting en een vermogensheffing. En dan zegt Friedrichs nog: ‘Het ministerie van Financiën heeft een giftenrekening.’

    Rijk? Ik toch niet

    Ja, dus? Het geld dat ik geschonken kreeg lag ruim onder de vrijstellingsgrens voor de successiebelasting. Ik vind dat natuurlijk niet goed, ik vind de successiebelasting te laag, de vrijstellingsgrens te hoog, maar dat vind ik ook van het reiskostenforfait of de gunstige fiscale behandeling van partners. Dat mag ik dan allemaal niet goed vinden, ze komen wel allemaal terug in mijn belastingaangifte en ik betaal aan de fiscus geen euro te veel. Is dat niet wat goedkoop? Een hogere successiebelasting in theorie juist vinden maar in de praktijk niets vrijwillig afstaan zolang de politiek mij daar niet toe dwingt? In gedachte rechtvaardig ik me voor mijzelf: ik ga toch niet vrijwillig successiebelasting betalen aan een staat die daarmee vervolgens zijn schulden betaalt? Dan geef ik het geld toch liever zelf uit. Of: laten de superrijken eerst maar eens beginnen met vrijwillig belasting  betalen, de BMW-erfgenamen Susanne Klatten en Stefan Quandt bijvoorbeeld, die alleen al afgelopen jaar 800 miljoen euro aan dividend opstreken.

    Daar gaan we weer: rijk? Ik toch niet! En zo ja, dan jij ook, dan wij allemaal. Met zulke cirkelredeneringen om jezelf te rechtvaardigen kan iedereen eeuwig niets blijven doen. De bescheiden financiële injecties die sommigen van de naoorlogse generatie aan hun kinderen konden doorgeven, is in veel voormalige middenstandsgezinnen uitgegroeid tot een flink vermogen. Ze waren als het gist dat het deeg van economische bloei en individuele vlijt deed rijzen. Vandaag worden daarentegen gelijk de koeken nagelaten.

    De Bewegunsstiftung deelt geen brood uit, maar helpt het gist rijzen

    In plaats van die gewoon op te eten zouden erfgenamen via de Bewegungsstiftung ook iets heel nieuws kunnen bakken. In 2002 stichtten Christoph Bautz en Jörg Rohwedder met kennissen deze stichting op met een startkapitaal van 250.000 euro. Inmiddels hebben via de stichting bijna tweehonderd mensen ettelijke miljoenen euro in diverse projecten geïnvesteerd. Bijvoorbeeld in de Seebrücke (project voor het redden van bootvluchtelingen), in meer sociale woningbouw en in meer verplegend personeel in ziekenhuizen. Het verschil met andere liefdadigheidsprojecten: de Bewegungsstiftung ondersteunt uitsluitend projecten die maatschappelijke verandering bevorderen. Zij deelt geen brood uit, maar helpt het gist rijzen.

    Een ander idee is om op z’n minst een deel van de enorme nalatenschap (weet u het nog: 400 miljard euro per jaar) rechtvaardiger te verdelen. Dat vergt een hogere successiebelasting, een hogere vermogensheffing, logisch. Maar dan moeten die gelden niet simpelweg naar de rijksbegroting vloeien, maar direct weer worden uitgekeerd: als startkapitaal voor iedereen die meerderjarig wordt. ‘Sociale nalatenschap’, noemt Julia Friedrichs dit voorstel van liberale wetenschappers in haar boek; het zou een soort gist zijn voor iedereen. Mij spreekt dit idee het meeste aan en als het ministerie van Financiën daartoe een rekening zou openen, zou ik wel wat overmaken.

  • Thomas Piketty over de Pandora Papers: ‘Het is hoog tijd om in actie te komen’

    Thomas Piketty over de Pandora Papers: ‘Het is hoog tijd om in actie te komen’

    De Franse stereconoom Thomas Piketty roept naar aanleiding van de Pandora Papers op tot een openbaar financieel kadaster. Door het vrije verkeer van kapitaal zijn grote vermogens ongrijpbaar voor de fiscus, en dat moet volgens hem zo snel mogelijk veranderen.

    Na de LuxLeaks in 2014, de Panama Papers in 2016 en de Paradise Papers in 2017 tonen de onthullingen in de Pandora Papers, afkomstig van een nieuw lek van twaalf miljoen documenten over financiële offshoreconstructies, in welke mate de allerrijksten belasting blijven ontduiken. In tegenstelling tot wat soms wel wordt beweerd zijn er geen betrouwbare aanwijzingen dat de situatie de afgelopen tien jaar is verbeterd.

    Vóór de zomer had de site ProPublica al onthuld dat miljardairs in de Verenigde Staten praktisch geen belasting betalen in verhouding tot hun vermogen en tot wat de rest van de bevolking betaalt. Volgens Challenges is het vermogen van de vijfhonderd rijkste Fransen toegenomen van 210 miljard euro in 2010 tot ruim 730 miljard in 2020, en alles wijst erop dat de belasting die over deze enorme vermogens wordt betaald (in feite uiterst simpel te achterhalen informatie die de overheid echter nog altijd weigert te publiceren) buitengewoon gering is. Moeten we lijdzaam wachten op de volgende uitgelekte documenten, of wordt het tijd dat media en burgers met een actieplatform komen en regeringen onder druk zetten om deze kwestie op een systemische manier op te lossen?

    Ieder voor zich

    Het wezenlijke probleem is dat vermogens aan het begin van de eenentwintigste eeuw [in Frankrijk] nog altijd alleen worden belast op basis van onroerend goed, waarbij methodes en kadasters worden gebruikt die dateren uit het begin van de negentiende eeuw. Als we onszelf geen middelen verschaffen om deze stand van zaken te veranderen, zullen de schandalen zich blijven voordoen, met als risico een langzaam uiteenvallen van ons sociale en fiscale pact en een onontkoombare groei van het ieder-voor-zich.

    Belangrijk hierbij is dat het registreren en belasten van bezit historisch gezien altijd nauw met elkaar verbonden is geweest. Allereerst omdat het registreren van bezit de bezitter voordeel oplevert, namelijk bescherming door het rechtssysteem, en ten tweede omdat alleen een minimale belasting de registratie echt verplicht en systematisch kan maken. Daar komt bij dat bezit ook een indicator is voor de hoeveelheid belasting die mensen kunnen betalen, wat verklaart waarom inkomsten uit vermogen altijd een belangrijke rol hebben gespeeld in de moderne fiscale systemen, boven op de inkomstenbelasting (die soms flink kan worden gedrukt, vooral bij mensen met een zeer groot vermogen, zoals ProPublica heeft aangetoond).

    Door een gecentraliseerd kadaster in het leven te roepen voor alle onroerend goed, zowel met een woon- als bedrijfsbestemming (landbouwgrond, winkels, fabrieken et cetera), heeft de Franse Revolutie in één klap ook een belastingsysteem ingevoerd dat is gebaseerd op transacties (de nog altijd bestaande overdrachtsbelasting) en vooral op bezit (via de taxe foncière, de onroerendgoedbelasting).

    Het resultaat is een uitermate onrechtvaardig systeem dat grote ongelijkheid schept

    Zowel in Frankrijk als de Verenigde Staten en vrijwel alle andere rijke landen blijft de onroerendgoedbelasting, of de Angelsaksische variant daarvan, de property tax, de belangrijkste heffing op bezit (in Frankrijk rond de 2 procent van het bnp, oftewel zo’n 40 miljard euro per jaar). Het ontbreken van een dergelijk registratie- en belastingsysteem voor onroerend goed met een woon- of beroepsbestemming verklaart daarentegen de buitensporig grote omvang van de informele sector in veel zuidelijke landen en de daaruit voortvloeiende problemen bij het heffen van inkomstenbelasting.

    Het probleem is dat dit systeem van vermogensregistratie en -belasting de afgelopen twee eeuwen vrijwel ongewijzigd is gebleven, terwijl financiële activa tegenwoordig het grootste vermogensbestanddeel vormen. Het resultaat is een uitermate onrechtvaardig systeem dat grote ongelijkheid schept. Als u een woning of een bedrijfsruimte bezit met een waarde van 300.000 euro, en u hebt een schuld van 290.000 euro, dan betaalt u evenveel onroerendgoedbelasting als iemand die een pand met dezelfde waarde heeft geërfd en ook nog eens 3 miljoen euro aan financiële tegoeden bezit.

    Politieke keuze

    Geen enkel principe, geen enkel economisch argument kan een belastingsysteem rechtvaardigen dat zo genadeloos regressief is (de facto is de effectieve rente die mensen met weinig onroerend goed betalen structureel hoger dan die van mensen met veel onroerend goed), nog afgezien van het feit dat ervan wordt uitgegaan dat het onmogelijk zou zijn financieel bezit te registreren. Het gaat hier echter niet om een technische onmogelijkheid, maar om een politieke keuze: er is voor gekozen de registratie van effecten te privatiseren (via privaatrechtelijke dienstverleners als Clearstream of Eurostream) en vervolgens het vrije verkeer van kapitaal te introduceren dat gegarandeerd wordt door de staten, zonder enige voorafgaande fiscale coördinatie.

    De Pandora Papers herinneren ons er ook aan dat de allerrijksten erin slagen belasting over hun onroerend goed te ontduiken door het in belastingparadijzen als effecten te registreren, zoals in het geval van het echtpaar Blair en hun huis van 7 miljoen euro in Londen (waarmee 400.000 euro aan overdrachtsbelasting werd ontdoken) of dat van de villa’s aan de Côte d’Azur die via brievenbusfirma’s in het bezit zijn van de Tsjechische premier Babis (die ook wordt verdacht van verduistering van Europese gelden).

    Wat moet er gebeuren? De prioriteit moet de oprichting zijn van een openbaar financieel kadaster en het heffen van een minimale belasting op alle bezit, al was het maar om er objectieve informatie over te verkrijgen. Elk land kan daar onmiddellijk toe overgaan door van alle bedrijven die tegoeden op zijn grondgebied beheren of exploiteren te eisen dat ze de identiteit van de eigenaars onthullen, en die eigenaars vervolgens op volstrekt transparante wijze een belastingheffing op te leggen die overeenkomt met die voor gewone belastingbetalers, niet meer en niet minder. Als we iedere ambitie op het gebied van fiscale soevereiniteit en sociale rechtvaardigheid laten varen, moedigen we het separatisme van de allerrijksten en onze eigen in-onszelf-gekeerdheid alleen maar aan. Het is hoog tijd om in actie te komen.

    Thomas Piketty

    De Franse econoom en historicus Thomas Piketty verwierf in 2014 een rocksterstatus met de Engelse vertaling van Le capital au XXIe siècle door Harvard University Press. Hij is de wegbereider van Rethinking Economics, een herbezinning over de verdeling van kapitaal, concentratie van welvaart en economische groei; de grote vraagstukken van deze tijd.

  • Wereldnieuws: Thailand lokt rijke buitenlanders & Meer

    Wereldnieuws: Thailand lokt rijke buitenlanders & Meer

    Thailand lokt rijke buitenlanders

    Thailand wil met een economisch stimulerings- en investeringspakket rijke wereldburgers, gepensioneerden en hoogopgeleide professionals uit het buitenland aantrekken om de economie na de pandemie nieuw leven in te blazen. Lokkertjes zijn onder meer een tienjarig Thais visum voor het hele gezin. Daarnaast hoopt Thailand buitenlanders over de streep te trekken met automatische werkvergunningen, dezelfde inkomstenbelasting als Thaise burgers en belastingvrijstelling voor elders verworven inkomsten en eigendommen, meldt The Bangkok Post.

    De regering hoopt in de komende vijf jaar meer dan een miljoen professionals naar Thailand te trekken

    De regering hoopt zo in de komende vijf jaar meer dan een miljoen gekwalificeerde mensen naar Thailand te trekken, aldus regeringswoordvoerder Thanakorn Wangboonkongchana. ‘De regering verwacht dat deze buitenlanders gemiddeld een miljoen baht, circa 25.520 euro, per persoon per jaar uitgeven gedurende hun verblijf in Thailand, oftewel ongeveer een biljoen baht in de komende vijf jaar.’ Daarnaast rekent de regering erop dat de bezoekers met langetermijnvisa zeker zo’n 540 miljard baht aan belastingen zullen afdragen.


    Vervuilende bitcoins

    Een enkele bitcointransactie genereert dezelfde hoeveelheid elektronisch afval als wanneer je twee iPhone 12 mini’s in de prullenbak mikt, zo blijkt uit een analyse van economen van De Nederlandsche Bank en MIT. De ecologische voetafdruk van bitcoin is inmiddels goed bestudeerd, maar er is minder bekend over het grootschalige verbruik van de benodigde hardware, aldus The Guardian.

    Voor het minen van cryptomunten worden gespecialiseerde computerchips gebruikt, ASIC’s genaamd, maar omdat alleen de nieuwste chips energiezuinig genoeg zijn om winstgevend te kunnen blijven minen, moeten ASIC’s voortdurend worden vervangen door nieuwe, krachtiger versies. Als gevolg hiervan wordt geschat dat het hele bitcoinnetwerk momenteel 30,7 metrische kiloton apparatuur per jaar verbruikt. Dat is vergelijkbaar met de hoeveelheid klein afval aan IT- en telecommunicatieapparatuur die door een land als Nederland wordt geproduceerd, volgens onderzoekers Alex de Vries en Christian Still.


    Palestijnse attractie

    In Nablus op de Westelijke Jordaanoever staat een oude Boeing 707, geschilderd in de kleuren van Palestina en Jordanië. Het vliegtuig kwam er terecht na inspanning van tientallen jaren door een 60-jarige Palestijnse tweeling die opgroeide in een vluchtelingenkamp en jarenlang de kost verdiende met de handel in schroot, schrijft South China Morning Post.

    De tweeling droomde ervan om geld te verdienen met toerisme en entertainment. Toen ze in 1999 hoorden over een passagiersvliegtuig dat geparkeerd stond in Tiberias, Israël, kochten ze het om er een restaurant van te maken. Na allerlei tegenslagen en Israëlische tegenwerking heeft het vliegtuig nu zijn beoogde plek bereikt, na 22 jaar en een investering van 2 miljoen sjekel, zo’n 530.000 euro.

    Aangezien de Westelijke Jordaanoever amper toeristische trekpleisters kent, hopen de broers op bruiloften, feesten en op gasten die willen dineren in een ongebruikelijke omgeving.


    Italiaanse pastoor in ongenade

    De veertigjarige Italiaanse geestelijke Don Francesco Spagnesi, die halverwege september zijn post als pastoor van de Annunciatie-parochie in Prato in handboeien moest verlaten omdat hij ervan wordt beschuldigd cocaïne en de ‘verkrachtingsdrug’ GBL (de grondstof voor GHB) te hebben ingevoerd en verhandeld, wordt inmiddels verdacht van nog meer kwalijke zaken. Hij zou niet alleen zeker 200.000 euro hebben verduisterd door een greep te doen in de offergaven van zijn gelovigen en in de kas van de Curie, dit alles om zijn drugshandel te financieren, maar het Openbaar Ministerie van Prato onderzoekt nu ook of de priester het toebrengen van zwaar fysiek leed dan wel verwijtbaar onzorgvuldig handelen ten laste kan worden gelegd, bericht Corriere della Sera.

    Don Francesco is namelijk hiv-positief en hij zou seks- en drugsfeesten hebben georganiseerd waaraan hij zelf ook deelnam, zonder dat de medefeestvierders van zijn besmetting op de hoogte waren. Zijn ‘verloofde’ Alessio Regina, die eveneens is gearresteerd voor drugshandel, heeft dit aan het OM laten weten.

    De van cocaïne en GLB vergeven feesten van Don Francesco en Alessio werden bezocht door artsen, managers, ondernemers en bankiers die online werden geronseld, ook al beweert het tweetal dat het slechts om ‘intimi’ ging. De feesten vonden frequent plaats en telden soms meer dan 200 deelnemers.

    Don Francesco zou, ondanks dat hij hiv-positief is, aan onbeschermde seks hebben gedaan

    Op de vraag aan Don Francesco of hij, ondanks dat hij hiv-positief is, aan onbeschermde seks had gedaan, zou hij ja hebben gezegd tegen het OM. Het is nog niet bekend of Spagnesi daadwerkelijk iemand heeft besmet, maar het lijkt erop dat enkele van de deelnemers aan de feesten positief hebben getest op hiv. Onderzocht wordt nu of die besmettingen te traceren zijn naar Spagnesi.

    Federico Fabbo, de advocaat van de in ongenade gevallen pastoor, ziet vooralsnog alleen maar ‘hypothesen’ over de handel en wandel van zijn cliënt en wijst erop dat de hiv-status van Don Francesco een bekend feit was.


    7000 stappen per dag voor een langer leven

    Om kansen op een lang leven te vergroten moeten we minstens 7000 stappen per dag zetten of meer dan 2,5 uur per week sporten beoefenen als tennis, fietsen, zwemmen, joggen of badminton, zo blijkt uit twee grootschalige nieuwe onderzoeken. De twee onderzoeken, die samen meer dan 10.000 mannen en vrouwen decennialang volgden, tonen aan dat de juiste soort en hoeveelheid lichaamsbeweging het risico op vroegtijdig overlijden met maar liefst 70 procent vermindert. Activiteit boven een bepaald plafond voegt waarschijnlijk geen jaren aan onze levensduur toe en kan in extreme gevallen zelfs schadelijk zijn, schrijft The New York Times

    Eerder onderzoek suggereerde al dat actieve mensen langer leven dan degenen die zelden bewegen. Maar wetenschappers stelden niet eerder vast hoeveel, of weinig, beweging kan worden geassocieerd met een langere levensduur.

    De sterfterisico’s bleven dalen naarmate het aantal stappen steeg

    Mannen en vrouwen die ten minste 7000 dagelijkse stappen zetten toen ze aan het onderzoek deelnamen, hadden ongeveer 50 procent minder kans om te overlijden dan degenen die minder dan 7000 stappen zetten. De sterfterisico’s bleven dalen naarmate het aantal stappen steeg, tot wel 70 procent minder kans op vroegtijdig overlijden bij degenen die meer dan 9000 stappen zetten. Bij 10.000 stappen vlakken de voordelen af. ‘Er was een punt van afnemende meeropbrengst,’ zegt Amanda Paluch, universitair docent kinesiologie aan de Universiteit van Massachusetts Amherst, die een van de twee studies leidde. Mensen die meer dan 10.000 stappen per dag zetten, leefden zelden langer dan degenen die minstens 7000 stappen deden.