Recentelijk voerde Israël meerdere aanvallen uit op Iraanse nucleaire faciliteiten, hooggeplaatste militairen en atoomwetenschappers. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu rechtvaardigde de aanvallen met het argument dat Iran dicht bij de productie van een kernbom was. Uit zelfverdediging moest Israël volgens hem tot de aanval overgaan. Is dat terecht?
Ja: ‘Israël maakt zich terecht zorgen om zijn veiligheid’
‘Stel, je hebt foto’s van twee militairen uit de Tweede Wereldoorlog: de ene in een SS-uniform, de andere in een Amerikaans uniform. Een kind dat net de wereld aan het ontdekken is, zal zeggen dat deze soldaten hetzelfde zijn, omdat ze allebei een militair uniform dragen. Een volwassen en verstandig persoon zal zeggen dat ze verschillend zijn, omdat de ene vecht voor tirannie en de andere voor vrijheid.’ Zo begint Alexander Podrabinek, een Moskouse mensenrechtenactivist, journalist en voormalig politiek gevangene, zijn opiniestuk in Radio Svoboda.
Dat er bepaalde uitwendige overeenkomsten zijn tussen de oorlog van Rusland met Oekraïne en die van Israël met Iran, is nog geen reden om te beweren dat Rusland en Israël in niets van elkaar verschillen. Wie dat denkt, bekijkt de wereld door de ogen van een kind, aldus Podrabinek. ‘Aangezien zowel Rusland als Israël als eerste hun tegenstanders heeft aangevallen, kunnen beide landen formeel gezien als agressors worden beschouwd. Maar Oekraïne en Israël zijn democratische staten die zich houden aan het internationaal recht en in grote lijnen de mensenrechten respecteren. Dat kan niet gezegd worden van Rusland en Iran.’
De oorlogen verschillen dus wel degelijk van elkaar, aldus de auteur. ‘Rusland heeft een deel van het grondgebied van Oekraïne geannexeerd en probeert nog meer te veroveren, vestigt zijn autoritaire regime in de bezette gebieden en bedreigt het voortbestaan van Oekraïne. Israël, in tegenstelling tot Rusland, maakt geen aanspraak op het grondgebied van zijn militaire tegenstander en bedreigt het voortbestaan van Iran niet.’
Israël maakt zich volgens de journalist terecht zorgen om zijn veiligheid. ‘De militaire steun van Iran aan anti-Israëlische terroristen en de herhaalde oproepen van Teheran om de staat Israël te vernietigen, vormen een argument om de Israëlische aanval op Iran te kwalificeren als preventieve zelfverdedigingsmaatregel (…). Voor Israël is de oorlog met Iran een verdediging tegen de nucleaire dreiging van gestoorde religieuze fanatici.’
‘Israël, in tegenstelling tot Rusland, maakt geen aanspraak op het grondgebied van zijn militaire tegenstander’
De mensenrechtenactivist is zich ervan bewust dat het excuus van ‘zelfverdediging’ ruimte biedt voor speculatie. De nazi’s ontketenden immers onder hetzelfde voorwendsel een oorlog om de Duitse bevolking in andere landen te beschermen en de communisten en hun volgelingen vielen om die reden andere landen binnen, want ‘als wij het niet doen, doet de NAVO het wel’. Volgens hem is er echter een groot verschil: de nazi’s en communisten duldden geen vrijheid van meningsuiting en brachten met hun massale staatspropaganda het volk een ‘kinderlijke kijk’ op politieke gebeurtenissen bij. Israël is daarentegen een democratisch land, waar de vrijheid van meningsuiting wordt beschermd door de wet en de overheid, en ‘daar werken dergelijke trucjes niet’, schrijft Podrabinek.
‘In een democratisch bestel staat het buitenlands beleid van de staat, zij het indirect, onder controle van de samenleving. In landen met een despotisch bewind is het tegenovergestelde het geval: de macht is in principe geen verantwoording verschuldigd aan de samenleving en kan alle mogelijke gruweldaden begaan zonder bang te hoeven zijn voor een rechtvaardige vergelding.’
Om deze redenen gaat een vergelijking tussen de strijd van Israël en die van Rusland mank. Israël voert een verdedigingsoorlog, Rusland een agressieoorlog, aldus Podrabinek. ‘De uiterlijke gelijkenis is een kinderachtig argument’, besluit hij.
Nee: ‘De aanval is een wanhopige poging om de wereld achter Israël te scharen’
Analist Ori Goldberg schrijft in Al-Jazeera dat Israëls aanvallen op Iran juridisch gezien niet onder zelfverdediging vallen. ‘De aanval van Israël was ongetwijfeld zorgvuldig gepland gedurende een lange periode. Een preventieve aanval moet een element van zelfverdediging bevatten, dat op zijn beurt voortkomt uit een noodsituatie. Een dergelijke noodsituatie lijkt zich niet te hebben voorgedaan.’
Om de aanvallen te rechtvaardigen, verwees Israël naar het rapport van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) van 12 juni, waarin Iran werd veroordeeld wegens schendingen van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens. ‘Maar zelfs het IAEA gaat daar niet in mee. Er stond niets in het rapport wat niet al bekend was bij de betrokken partijen.’
Goldberg weerlegt ook de claim dat Israël met de aanvallen het nucleaire programma van Iran wilde ‘onthoofden’. Wetenschappers en beleidsmakers zijn het er unaniem over eens dat Israël, zeker in zijn eentje, niet in staat is om het programma te vernietigen. Bovendien lijkt de aard van de campagne erop te wijzen dat het Israël nooit te doen was om het Iraanse atoomprogramma, aldus de analist.
Het Israëlische leger heeft verschillende militaire en gouvernementele doelen gebombardeerd, van raketbases tot een gasveld en een oliedepot. Het heeft ook een reeks moorden gepleegd op hoge Iraanse militaire leiders, onder wie naar verluidt oud-Defensieminister Ali Shamkhani. Hij zou de afgelopen maanden een leidende rol hebben gespeeld in de onderhandelingen met de Verenigde Staten. ‘De dood van Shamkhani kan worden opgevat als een poging om de gesprekken tussen Iran en de VS te saboteren.’
‘De aard van de campagne lijkt erop te wijzen dat het Israël nooit te doen was om het Iraanse atoomprogramma’
Een derde suggestie is dat Israël vastbesloten is om een ‘regimeverandering’ in Teheran op gang te brengen. Premier Benjamin Netanyahu zei dit openlijk toen hij het ‘trotse volk van Iran’ opriep om zich te ‘bevrijden van een kwaadaardig en onderdrukkend regime’. Een vreemde oproep, vindt Goldberg.
‘De veronderstelling dat Iraniërs gewoon zouden doen wat Israël wil terwijl het hen meedogenloos en eenzijdig bombardeert, doet denken aan de theorie dat de Palestijnen in Gaza, als Israël ze maar lang genoeg uithongert en uitroeit, in opstand zouden komen tegen Hamas en de groep zouden afzetten. Zelfs als dat het geval zou zijn, getuigt deze veronderstelling van een groot gebrek aan begrip van de patriottische krachten die de Iraanse politiek aansturen.’
Wat was dan de aanleiding voor de aanval? Volgens Goldberg heeft deze alles te maken met Netanyahu’s benarde positie. Zo hebben de internationale gemeenschap en regionale bondgenoten steeds meer openlijke kritiek op Israël en hangt Netanyahu onder meer een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof boven het hoofd.
De aanval op Iran is ‘een wanhopige poging om de wereld achter Israël te scharen, net nu voorbereidingen worden getroffen om het land de absolute straffeloosheid te ontzeggen die het sinds zijn oprichting heeft genoten. Iran wordt door veel leidende machten in het mondiale noorden nog steeds als een potentiële bedreiging beschouwd. Door een beroep te doen op de bekende clichés hoopte Netanyahu de status quo te herstellen: Israël kan nog steeds doen waar het zin in heeft.’
Met de oorlog in Iran hoopt Netanyahu volgens de analist ook voor elkaar te krijgen dat de Israëliërs hem zijn jammerlijke mislukkingen in eigen land en zijn gruwelijke misdaden in Gaza zullen vergeven. ‘Gezien de huidige jubelstemming in het publieke debat in Israël lijkt hij in die opzet geslaagd te zijn’, concludeert Goldberg.