Tag: big data

  • Robert Mercer: datamiljardair achter Donald Trump

    Robert Mercer: datamiljardair achter Donald Trump

    Robert Mercer, een computerwetenschapper die banden heeft met Donald Trump, Steve Bannon en Nigel Farage, is de spin in het web van 
een rechts propagandanetwerk. Zo is hij verbonden aan Cambridge Analytica, een bedrijfje dat kiezers gericht bestookt via Facebook. 
‘Het is hersenspoelen. Het is ongekend gevaarlijk.’

    Onlangs ontbood Donald Trump leden van 
de wereldpers, om hen vervolgens voor leugenaars uit te maken. ‘De pers is volkomen dolgedraaid,’ zei hij. ‘De mensen geloven jullie niet langer.’ CNN werd omschreven als ‘nepnieuws… het ene na het andere slechte artikel’. De BBC was ‘al niet veel beter’.

    Die avond heb ik twee dingen gedaan. Eerst heb ik ‘Trump’ ingetikt in het zoekvak van Twitter. Op 
mijn eigen feed viel te lezen dat Trump gestoord was, een gek, dat hij raasde en tierde. Maar niet overal werd het zo geïnterpreteerd. Ik zag een hele reeks berichten met: ‘Go, Donald!!!!’, of met: ‘Zeg ze maar eens flink de waarheid!!!!’ Ik zag emoji’s van de 
Amerikaanse vlag of opgestoken duimen, ik zag video’s waarin Trump van leer trekt tegen ‘de 
liegende mainstreammedia met hun NEPnieuws!’

    Trump had gesproken en zijn publiek had de 
boodschap opgepikt. Vervolgens deed ik wat ik nu 
al tweeënhalve maand doe: ik googelde ‘de mainstreammedia zijn…’ En daar kwam het. Google vulde automatisch aan: ‘de mainstreammedia zijn… dood, op sterven na dood, nepnieuws, nep, afgeschreven.’ Zijn de mainstreammedia inderdaad ten dode 
opgeschreven, vroeg ik me af? Is het nepnieuws 
als winnaar uit de strijd gekomen? Zijn wij nu 
nepnieuws? Zijn de mainstreammedia – wij, ik – 
op sterven na dood?

    Hedgefondsmiljardair

    Ik klik op de eerste link die Google geeft. Die leidt 
me naar een website van CNSnews.com, met daarop het volgende artikel: ‘De mainstreammedia zijn afgeschreven.’ Ze zijn afgeschreven, lees ik, omdat ze – wij, ik – ‘niet te vertrouwen zijn’. Hoe is het mogelijk dat een of andere duistere site waarvan ik nog nooit heb gehoord, Googles zoekalgoritme over dit onderwerp domineert? Onder de ‘Over ons’-knop staat te lezen dat CNS News onderdeel uitmaakt van het Media Research Center, en nog een klik later 
lees ik dat dit ‘de mediawaakhond van Amerika’ is, een organisatie die zich laat voorstaan op ‘zijn niet-aflatende inzet om een tegenwicht te bieden aan 
de linkse vooringenomenheid in nieuws, media en populaire cultuur’.

    Nog een paar klikken later kom ik tot de ontdekking dat de financiering van de site – en dan gaat het om meer dan 10 miljoen dollar in de afgelopen tien jaar – goeddeels afkomstig is van één enkele bron, 
en wel de hedgefondsmiljardair Robert Mercer. 
Voor wie de Amerikaanse politiek volgt zal dit geen onbekende zijn. Robert Mercer is het grote geld 
achter Donald Trump. Maar vervolgens zal ik tot de ontdekking komen dat Robert Mercer het grote geld is achter nog veel meer. Hij was Trumps belangrijkste geldschieter. Mercer steunde aanvankelijk Ted Cruz, maar toen Cruz zich terugtrok uit de race om het Witte Huis heeft Mercer zijn geld – 13,5 miljoen dollar – in de Trump-campagne gestoken.

    Het is geld dat hij heeft verdiend tijdens zijn carrière als briljante maar eenzelvige computerwetenschapper. Hij begon zijn loopbaan bij IBM, waar hij verantwoordelijk was voor ‘revolutionaire’ doorbraken op het gebied van programmeertalen – een vakgebied dat van essentieel belang is gebleken voor de ontwikkeling van de kunstmatige intelligentie zoals wij 
die nu kennen. Later werd hij een van de CEO’s van Renaissance Technologies, een hedgefonds dat zijn geld verdient met het opstellen van algoritmen voor de handel op de financiële markten. Een van zijn fondsen, Medallion, dat alleen het geld van de eigen werknemers beheert, behoort tot de meest succesvolle ter wereld – tot nog toe heeft het 55 miljard dollar gegenereerd. Sinds 2010 heeft Mercer 45 
miljoen dollar gedoneerd aan verschillende politieke campagnes – uitsluitend van Republikeinen – en 
nog eens 50 miljoen aan non-profitorganisaties – allemaal rechts en ultraconservatief. We hebben het hier over een miljardair die, zoals miljardairs gewoon zijn, probeert de wereld te vormen naar zijn eigen inzichten.

    Robert Mercer spreekt zelden in het openbaar en hij spreekt al helemaal nooit met journalisten, dus om een beeld te krijgen van zijn opvattingen moet je kijken waaraan hij zijn geld spendeert: een aantal jachten, allemaal Sea Owl geheten, een modeltreinemplacement van 2,9 miljoen dollar en initiatieven die de klimaatverandering 
ontkennen (hij financiert een denktank die zich daarmee bezighoudt, het zogeheten Heartland Institute). Tot slot steekt hij geld in wat misschien wel het 
ultieme speeltje is van de man die zwemt in het geld: het onderuithalen van de mainstreammedia. Hierin wordt hij bijgestaan door zijn bondgenoot Steve 
Bannon, Trumps campagnemanager en inmiddels chef-strateeg. Het geld dat Mercer schenkt aan het Media Research Center, dat een tegenwicht zou willen bieden aan ‘linkse vooringenomenheid’, is slechts 
een voorbeeld van zijn inmenging in de media. Er 
zijn bredere strategieën, die tevens doelgerichter 
zijn. De stralende ster die hoog aan het Mercer-
mediafirmament prijkt, is Breitbart.

    Vlnr. Rebekah Mercer, Robert Mercer en Diana Mercer tijdens het World Science Festival Gala in New York in 2014. – © Getty Images
    Vlnr. Rebekah Mercer, Robert Mercer en Diana Mercer tijdens het World Science Festival Gala in New York in 2014. – © Getty Images

    Dankzij 10 miljoen dollar van Mercer was Bannon destijds in staat Breitbart in het leven te roepen – 
een rechtse nieuwssite, die is opgezet vanuit de nadrukkelijke wens een rechtse Huffington Post het licht te doen zien. De site biedt regelmatig een 
podium aan mensen met een antisemitische of 
islamofobe visie. Na een campagne van activisten wordt Breitbart inmiddels geboycot door zo’n duizend verschillende merken.

    De vooraanstaande rechtse journalist Andrew Breitbart, die de site heeft opgezet maar in 2012 is overleden, zei destijds tegen Bannon dat ze ‘de maatschappij moesten terugveroveren’. Je zou kunnen zeggen dat Breitbart daarin is geslaagd, al lijkt de Amerikaanse maatschappij slechts het begin. In 2014 ging Breitbart London online, heel bewust vóór de 
Britse verkiezingen, liet Bannon The New York Times weten. Hij noemde Breitbart London het nieuwste front ‘in onze huidige culturele en politieke strijd’. Hierna zullen Frankrijk en Duitsland volgen.

    Cambridge Analytica

    Maar de naam Robert Mercer deed bij 
mij ook nog een ander belletje rinkelen. Mercer is verbonden aan Cambridge 
Analytica, een klein bedrijfje dat data analyseert. Naar verluidt heeft hij 10 miljoen dollar gestoken in het bedrijf, dat een dochteronderneming is van een groter Brits bedrijf, de SCL Group. Het bedrijf is gespecialiseerd in ‘verkiezingsmanagementstrategieën’ en ‘communicatie- en informatieprocessen’. In de afgelopen 25 jaar heeft het bedrijf in landen 
als Afghanistan en Pakistan de werkwijze verfijnd. In militaire kringen staan dit soort activiteiten bekend als psyops – psychologische operaties. (Massapropaganda die effect sorteert door in te spelen op de 
emoties van de mensen.)

    Cambridge Analytica werkte voor de Trump-
campagne en ook, las ik, voor de Leave-campagne 
in Groot-Brittannië. Toen Mercer zich achter Cruz schaarde, ging Cambridge Analytica met hem in zee. Toen Robert Mercer zich achter Trump schaarde, ging Cambridge Analytica mee. En waar Mercers geld opduikt, is Steve Bannon meestal niet ver weg: hij schijnt tot voor kort in de raad van bestuur te hebben gezeten.

    Afgelopen december schreef ik over Cambridge 
Analytica in een artikel over de zoekresultaten die Google geeft, en die bij sommige onderwerpen 
worden aangevoerd door rechtse en extremistische sites. Jonathan Albright, hoogleraar Communicatie aan Elon University in North Carolina, de man die het nieuwsecosysteem in kaart heeft gebracht, was op miljoenen verbindingen gestuit tussen verschillende rechtse sites die de mainstreammedia ‘aanvallen’. Hij vertelde me dat trackers van sites als Breitbart ook kunnen worden ingezet door bedrijven als 
Cambridge Analytica, om mensen te volgen op hun omzwervingen op internet en om hen vervolgens, 
via Facebook, te bestoken met advertenties.

    Tot mijn verbijstering las ik op de website van 
Cambridge Analytica dat het bedrijf er prat op gaat over de psychologische profielen te beschikken van 220 miljoen Amerikaanse kiezers, gebaseerd op 
vijfduizend separate gegevens – hun unique selling point is dat ze deze gegevens kunnen gebruiken om de diepste drijfveren van mensen te achterhalen en hen vervolgens gericht te bestoken. Dit systeem komt feitelijk neer op een ‘propagandamachine’, aldus Albright.

    Een paar weken later werd er een brief bezorgd 
bij The Observer. Cambridge Analytica is nooit ingeschakeld door de Leave-campagne, staat er te lezen. Cambridge Analytica ‘is een in de VS opgericht bedrijf dat is gevestigd in de VS. Het heeft zich niet actief beziggehouden met de Britse politiek.’


    Zo kwam het dat ik afgelopen week ineens in een koffietentje in de buurt van Westminster zat, met Andy Wigmore, de innemende man die hoofd 
Communicatie is van Leave.EU. We kijken naar 
snapshots van Trump op zijn telefoon. Wigmore is degene die het bezoek van Nigel Farage aan de Trump Tower heeft geregeld – de pr-stunt waardoor Farage als eerste buitenlandse politicus de aanstaande president de hand mocht schudden.

    Wigmore scrolt door de foto’s op zijn telefoon. ‘Deze heb ik gemaakt,’ zegt hij, en hij wijst op de inmiddels wereldberoemde foto van Farage en Trump voor de gouden liftdeuren, beiden met een opgestoken duim.

    Cambridge Analytica heeft voor hen gewerkt, zegt hij. Het bedrijf heeft hun geleerd hoe ze profielen moeten aanmaken, hoe ze mensen gericht kunnen benaderen en hoe ze allerlei data kunnen genereren op grond van Facebookprofielen.

    Facebook was de sleutel tot de hele campagne, vertelt Wigmore. Een like op Facebook, legt hij uit, was hun ‘krachtigste wapen’. ‘Want door gebruik te maken van kunstmatige intelligentie, zoals wij dat hebben gedaan, kom je van alles en nog wat aan de weet over mensen, en kom je erachter met wat voor advertentie je iemand over de streep kunt trekken. En je weet dat er ook andere mensen in hun netwerk zitten die wat zij leuk vinden ook weer leuk vinden, en zo kun je het verbreden. Je volgt al die mensen. De computer gaat continu door met leren en met volgen.’

    Klinkt griezelig, zeg ik. “Dat is het ook! Het is doodgriezelig! Daarom zit 
ik ook niet op Facebook!”

    Klinkt griezelig, zeg ik.

    ‘Dat is het ook! Het is doodgriezelig! Daarom zit 
ik ook niet op Facebook! Ik heb het op mezelf uitgeprobeerd om te kijken wat het systeem allemaal over me wist, en ik had echt zoiets van: “O, mijn God!” 
Het enge is dat mijn kinderen dingen op Instagram hadden gezet en dat dat ook was opgepikt. Het systeem wist waar mijn kinderen op school zitten.’

    Ze hebben Cambridge Analytica nooit ‘ingehuurd,’ zegt hij. Er is geen geld over tafel gegaan. ‘Ze wilden ons met alle plezier helpen.’

    Waarom?

    ‘Omdat Nigel een goede vriend is van de Mercers. En Robert Mercer heeft ze aan ons voorgesteld. Hij zei: “We denken dat jullie wel iets aan hun diensten 
kunnen hebben.” Er waren grote overeenkomsten tussen wat zij probeerden te doen in de Verenigde Staten en wat wij hier probeerden te doen. Samen beschikten we over ongekende hoeveelheden informatie. Dus waarom zouden we onze krachten niet bundelen?’ De mensen achter de Trump-campagne en de mensen van Cambridge Analytica waren ‘dezelfde mensen’, zegt hij. ‘Eén grote familie.’

    De afgelopen maand hebben eerst Zwitserse en 
vervolgens Amerikaanse media zich afgevraagd wat Cambridge Analytica precies met al die gegevens van Amerikaanse kiezers doet. Het bedrijf ging niet in op de vraag hoe het psychometrische model tot stand komt, geënt op onderzoek van het Psychometric 
Centre van de Universiteit van Cambridge, dat weer was gebaseerd op een persoonlijkheidstest op Facebook die viraal is gegaan. Uiteindelijk hebben meer dan zes miljoen mensen de vragenlijst ingevuld, 
wat een ontstellende schat aan data opleverde. Die Facebookprofielen – met name de ‘likes’ – kunnen worden gelinkt aan miljoenen andere, wat tot 
griezelig precieze resultaten leidt. Michal Kosinski, die aan het hoofd staat van het wetenschappelijk team van het Psychometric Centre, constateerde dat het centrum met de kennis van honderdvijftig likes meer over iemands persoonlijkheid kon zeggen dan zijn of haar partner. Met driehonderd likes begreep het centrum jou beter dan jij jezelf begrijpt. ‘Computers hebben een duidelijker omlijnd beeld 
van ons dan wijzelf,’ zegt Kosinski.

    Maar wat je met deze data kunt doen, is aan strikte ethische regelgeving gebonden. Had de SCL Group toegang tot het model of tot de data van de universiteit, vraag ik professor Jonathan Rust, de directeur van het centrum. ‘Als ze dat al hadden, dan was het niet via ons,’ zegt hij. ‘Wij hanteren daar heel strenge regels voor.’

    De beroemde foto van Donald Trump en Nigel Farage voor de gouden liftdeuren: Farages bezoek aan de Tower was een pr-stunt waardoor Farage als eerste buitenlandse politicus de aanstaande president de hand mocht schudden. – © Twitter Andy Wigmore
    De beroemde foto van Donald Trump en Nigel Farage voor de gouden liftdeuren: Farages bezoek aan de Tower was een pr-stunt waardoor Farage als eerste buitenlandse politicus de aanstaande president de hand mocht schudden. – © Twitter Andy Wigmore

    Aleksandr Kogan, een wetenschapper 
die ook aan het centrum is verbonden, is gevraagd een model te ontwikkelen voor SCL, en hij zegt dat hij zijn eigen data heeft vergaard. Professor Rust zegt niet te weten waar Kogan zijn data vandaan heeft. Maar Rust begrijpt als geen ander hoe het soort informatie dat mensen uit eigen vrije wil prijsgeven op social media kan worden gebruikt. ‘Het is duidelijk wat het gevaar is van 
het ontbreken van regelgeving omtrent het soort informatie dat je van Facebook en dergelijke kunt halen. Met deze gegevens kan een computer 
psychologisch inzicht verkrijgen, menselijk gedrag voorspellen en dat mogelijk sturen. Het is wat de Scientology Church probeert te doen, maar dan 
veel krachtiger. Het is de manier om mensen te 
hersenspoelen. Het is ongekend gevaarlijk.’

    ‘Het is niet overdreven om te zeggen dat je iemands gedachten kunt veranderen,’ vervolgt Rust. ‘Gedrag kan worden voorspeld en gestuurd. Ik vind het 
allemaal doodeng, echt. Maar niemand heeft echt goed nagedacht over de mogelijke consequenties. Mensen realiseren zich niet dat het ook voor hen geldt. Zonder dat ze het zich bewust zijn, wordt 
hun kijk op de dingen beïnvloed.’

    Dat Mercer heeft geïnvesteerd in Cambridge 
Analytica is volgens The Washington Post ‘deels 
vanuit een overtuiging dat rechts over onvoldoende moderne technologische middelen beschikte’. Maar wat het moederbedrijf van Cambridge Analytica doet, roept in zekere zin nog veel meer vragen op.

    Emma Briant, propagandaspecialist aan de Universiteit van Sheffield, schreef over de SCL Group in haar in 2015 verschenen boek Propaganda and Counter-Terrorism: Strategies for Global Change. Cambridge Analytica beschikt over de technologische middelen om 
veranderingen te bewerkstelligen in zowel denken als gedrag, zegt ze, maar het is SCL dat de technologie in kwestie ook echt strategisch inzet. SCL heeft zich op het hoogste niveau – denk aan de NAVO, het Britse ministerie van Defensie, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken – gespecialiseerd in het beïnvloeden van het gedrag van grote groepen 
mensen. Het brengt massapopulaties in kaart en verandert vervolgens hun overtuigingen.

    SCL is opgericht door ene Nigel Oakes, die destijds namens Saatchi & Saatchi aan het imago van 
Margaret Thatcher werkte, aldus Briant. Het bedrijf heeft ‘lange tijd goed verdiend aan de propagandakant van de war on terror. SCL heeft verschillende 
takken, maar in alle geledingen gaat het om bereik en om de mogelijkheid het debat te bepalen. Men probeert bepaalde politieke narratieven te versterken. En SCL is zeer selectief in voor wie er wordt gewerkt: dit doet men niet voor links.’

    Vrijwel de gehele Amerikaanse bevolking

    Tijdens de Amerikaanse verkiezingen legde Cambridge Analytica naar eigen zeggen een database aan die vrijwel de gehele Amerikaanse bevolking bestreek – 220 miljoen mensen. The Washington Post schreef onlangs 
dat SCL bezig is extra personeel te werven voor de vestiging in Washington, en dat het bedrijf op weg is een aantal lucratieve contracten met de regering-Trump in de wacht te slepen. ‘Het lijkt veelzeggend dat een bedrijf dat zich richt op het beïnvloeden van de uitkomst van een politiek proces garen spint bij het resultaat daarvan. Al helemaal wanneer het gaat om het manipuleren, en vervolgens consolideren, van angst,’ zegt Briant.

    Het is met name die database, en wat daar vervolgens mee kan gebeuren, die Paul-Olivier Dehaye zorgen baart. Deze Zwitserse wiskundige en 
data-activist doet al ruim een jaar onderzoek naar Cambridge Analytica en SCL. ‘Hoe gaat dit allemaal gebruikt worden?’ zegt hij. ‘Gaat dit gebruikt worden om mensen te manipuleren in de binnenlandse 
politiek? Of om conflicten tussen verschillende gemeenschappen aan te wakkeren? In potentie is 
het allemaal doodeng. Mensen realiseren zich niet hoe machtig deze data zijn, en hoe ze tegen hen gebruikt kunnen worden.’

    In theorie kunnen er twee dingen tegelijkertijd plaatsvinden: het manipuleren van informatie op massale schaal, en het manipuleren van informatie op strikt persoonlijk niveau. Dit alles gebaseerd op 
de nieuwste wetenschappelijke inzichten over hoe mensen in elkaar steken, en mogelijk gemaakt door technologische platforms die zijn bedoeld om ons nader tot elkaar te brengen.

    Leven we in een nieuw propagandatijdperk? vraag 
ik Emma Briant. Propaganda die we niet kunnen zien en die ons in zijn greep heeft op manieren die we niet kunnen bevatten? Waarin we niets anders kunnen, op emotioneel vlak, dan reageren op berichten? ‘Zonder meer. Door de technologie kan men dieper doordringen in ons bestaan, en het vergaren van data en het gebruik ervan gaat geraffineerder in zijn werk dan ooit. Het onttrekt zich volledig aan ons blikveld. Mensen hebben geen idee wat er speelt.’

    Zowel de publieke opinie als de politiek doorlopen cycli. Je hoeft geen aanhanger te zijn van complottheorieën, zegt Briant, om te zien dat er een enorme omwenteling plaatsvindt waar het de publieke 
opinie betreft. Of om te zien dat sommige van de technieken die worden gehanteerd rechtstreeks zijn ontleend aan de werkwijze van het leger of van SCL.

    Steve Bannon, Donald Trumps topstrateeg, bij de Conservative Political Action Conference in National Harbor, Maryland op 24 februari 2017. ‘Waar Mercers geld opduikt, is Bannon meestal niet ver weg.’– © HH
    Steve Bannon, Donald Trumps topstrateeg, bij de Conservative Political Action Conference in National Harbor, Maryland op 24 februari 2017. ‘Waar Mercers geld opduikt, is Bannon meestal niet ver weg.’– © HH

    Er zijn steeds meer bewijzen dat onze openbare podia – de social media, waar 
we onze vakantiekiekjes posten of 
commentaar leveren op het nieuws – een nieuw strijdtoneel vormen waar, in realtime, de internationale geopolitieke strijd wordt uitgevochten. Het is een nieuw tijdperk van propaganda. Maar wiens propaganda? Rusland heeft onlangs laten weten 
een nieuwe legereenheid te hebben opgericht: de ‘informatiestrijdtroepen’.

    Sam Woolley van de afdeling Computational Propaganda van het Oxford Internet Institute weet me te vertellen dat een derde van al het Twitterverkeer voorafgaand aan het Britse EU-referendum afkomstig was van geautomatiseerde ‘bots’ – accounts die zo zijn geprogrammeerd dat ze lijken op mensen, zich gedragen als mensen, de discussie een bepaalde kant op sturen, bepaalde topics trending maken. En die bots waren allemaal voor Leave. Voorafgaand aan de Amerikaanse verkiezingen waren vier op de vijf bots voor Trump – en daarvan waren er vele Russisch.

    Bio-psycho-social profiling, lees ik later, is een van 
de offensieven in wat wel ‘de cognitieve oorlog’ wordt genoemd. Er zijn nog veel meer offensieven, zoals cognitive casualty – een ‘morele shock’ die een ‘ontwrichtend effect zal hebben op de empathie 
en op hogere processen zoals het morele oordeelsvermogen en het vermogen tot kritisch denken.’

    Hoe verander je de manier van denken van een heel land? Je zou kunnen beginnen met het oprichten 
van een belangrijk nieuwskanaal om de bestaande mainstreammedia naar de achtergrond te dringen, zoals de website Breitbart. Je zou andere sites kunnen opzetten om bestaande bronnen van nieuws en informatie in diskrediet te brengen met je eigen definities van concepten als ‘vooringenomen linkse media’ – denk aan cnsnews.com. En je zou de overgebleven mainstreammedia, kranten zoals de ‘falende New York Times!’ kunnen geven wat ze willen: verhalen. Want de derde poot van het media-imperium van Mercer en Bannon is het Government Accountability Institute (GAI).

    Toen Trump later Mercer en Cambridge Analytica erbij haalde, lagen de kaarten weer even anders. 
‘Het draait allemaal om emoties,’ zegt Woolley. ‘Dat is het grote verschil met wat wij deden. Bio-psycho-social profiling wordt dit genoemd. Er wordt gekeken naar allerlei fysieke, mentale en lifestyleaspecten, 
en op grond daarvan wordt duidelijk hoe mensen in elkaar zitten, hoe ze emotioneel reageren.’

    ‘Vandaag de dag 
zul je geen Watergate meer zien, en geen Pentagon Papers, omdat niemand het zich meer kan veroorloven een journalist zeven maanden lang aan een verhaal te laten werken. Wij kunnen dat wel. Wij hebben een ondersteunende taak’

    Bannon is een van de medeoprichters van dit 
instituut, met 2 miljoen dollar van Mercer. Mercers 
dochter, Rebekah, werd benoemd in het bestuur. 
Vervolgens werd er geïnvesteerd in dure, diepgravende onderzoeksjournalistiek. ‘De moderne 
economie van de nieuwsredactie laat geen ruimte meer voor gedegen onderzoeksjournalistiek,’ zei Bannon tegen zakenblad Forbes. ‘Vandaag de dag 
zul je geen Watergate meer zien, en geen Pentagon Papers, omdat niemand het zich meer kan veroorloven een journalist zeven maanden lang aan een verhaal te laten werken. Wij kunnen dat wel. Wij hebben een ondersteunende taak.’

    Zie hier de toekomst van de journalistiek in het tijdperk van het platformkapitalisme. Nieuwsorganisaties zullen beter hun best moeten doen om nieuwe financiële modellen te ontwikkelen. Maar in de gaten die nu vallen hebben een vastberaden 
plutocraat en een briljante mediastrateeg kansen gezien om de journalistiek naar eigen inzicht te 
hervormen – en niet alleen hebben ze die kansen gezien, ze hebben ze ook gegrepen.

    In 2015 legde Steve Bannon aan Forbes uit hoe het 
GAI te werk gaat, met behulp van een datawetenschapper die het dark web afspeurt (in het artikel gaat hij er prat op te beschikken over supercomputers ter waarde van 1,3 miljard dollar) om zo materiaal naar boven te halen waar Google niet bij kan. Dat heeft onder meer een New York Times -bestseller 
opgeleverd: Clinton Cash: The Untold Story of How and 
Why Foreign Governments and Businesses Helped Make Bill and Hillary Rich, geschreven door Peter Schweizer, 
die aan het hoofd staat van het GAI. Van het boek is later een filmbewerking gemaakt, die is geproduceerd door Rebekah Mercer en Steve Bannon.

    Op deze manier, legde Bannon uit, kun je een 
narratief naar keuze ‘inzetten als wapen’. Met harde feiten, die zijn gecheckt. Dan kun je meteen doorstoten naar de voorpagina van The New York Times, zoals ook is gebeurd met het verhaal over het geld van Hillary Clinton. Dat bepaalde het nieuws, net als Hillary’s e-mails. En, misschien nog wel belangrijker, het verlegde de aandacht binnen de nieuwscyclus – ook een klassieke psyops-aanpak, het ‘strategisch smoren’ van andere berichten.
    Het is een strategisch spel, gericht op de lange 
termijn, en zonder meer perfect uitgevoerd. In de jaren negentig, aldus Bannon, waren de rechtse media niet in staat Bill Clinton onderuit te halen, omdat ze ‘uiteindelijk alleen maar tegen zichzelf 
aan het praten waren in een “echokamer”.’

    Waarschijnlijkheidsmodellen

    En dat geldt nu voor de linkse media, zo blijkt. 
We zijn uiteengedreven, op onszelf aangewezen, 
we lopen kriskras door elkaar heen en worden als schietschijven op de korrel genomen. Er ontstaat steeds meer het gevoel dat we tegen onszelf praten. En of het nou komt door de miljoenen van Mercer 
of door andere factoren, Jonathan Albrights kaart 
van het nieuws- en informatieecosysteem maakt duidelijk dat YouTube en Google en aanverwanten worden gedomineerd door rechtse sites – sites die stevig bijeen worden gehouden door miljoenen links.

    Zit daar een overkoepelend brein achter, vraag ik Albright. ‘Dat kan haast niet anders. Er moet een of andere vorm van coördinatie zijn. Kijk maar naar 
de kaart, kijk maar hoe het systeem in elkaar zit, 
dat kan geen toeval zijn. Het wordt duidelijk aangestuurd door geld en politieke belangen.’

    De afgelopen maanden is er in de echokamer heel wat afgepraat over Bannon, maar Mercer is degene die heeft gezorgd voor het geld om bepaalde delen van het medialandschap opnieuw vorm te geven. En Bannon mag dan verstand hebben van de media, Mercer heeft verstand van big data. Hij begrijpt hoe het internet werkt. Hij weet hoe algoritmen werken.

    Nick Patterson, een Engelse codeur die 
in de jaren tachtig voor Renaissance 
Technologies werkte en zich nu aan het MIT bezighoudt met computergenetica, vertelt me dat hij als eerste Mercers talent heeft onderkend. 
‘In de jaren tachtig was er een zeer select gezelschap bezig met spraakonderzoek en spraakherkenning, 
en toen ik bij Renaissance kwam werd me duidelijk dat de wiskundige modellen die wij op de financiële markten probeerden toe te passen, zeer vergelijkbaar waren.’

    Patterson noemt Mercer ‘zeer conservatief’. ‘Hij moest echt niets hebben van de Clintons. In zijn ogen was Bill Clinton een misdadiger. En zijn politieke opvattingen komen er volgens mij uiteindelijk op neer dat hij een rechtse libertair is; hij duldt 
geen enkele inmenging van de overheid.’ Patterson vermoedt dat Mercer zijn briljante computervaardigheden, die hij op de financiële wereld heeft toegepast, nu op een heel ander terrein zal inzetten. ‘Wij ontwikkelen wiskundige modellen voor de financiële markten. Dat zijn waarschijnlijkheidsmodellen, en op grond daarvan proberen we voorspellingen te doen. Ik vermoed dat Cambridge Analytica probeert waarschijnlijkheidsmodellen voor het stemgedrag 
te ontwikkelen. En vervolgens gaan ze kijken hoe ze dat kunnen beïnvloeden.’

    Kwantitatief analisten, ofwel quants, zoeken naar informatievoorsprong. Ze bouwen kwantitatieve modellen om het proces van het aankopen en verkopen van aandelen te automatiseren, en dan gaan ze op zoek naar kleine lacunes in kennis waar ze geweldige bedragen mee binnenhalen. Renaissance Technologies was een van de eerste hedgefondsen die investeerden in kunstmatige intelligentie. Maar wat het daarmee doet, hoe het is geprogrammeerd, dat is volkomen duister.

    Voormalig Breitbart-redacteur en Trump-supporter Milo Yiannopoulos, die in februari de site verliet na controversiële uitspraken over pedofilie. – © HH
    Voormalig Breitbart-redacteur en Trump-supporter Milo Yiannopoulos, die in februari de site verliet na controversiële uitspraken over pedofilie. – © HH

    Johan Bollen, hoogleraar aan de School of Informatics and Computing van Indiana University, vertelt me hoe hij een mogelijke manier om informatievoorsprong te behalen op het spoor is gekomen: hij heeft onderzoek gedaan waaruit is gebleken dat je op grond van Twitter koersschommelingen kunt voorspellen. Je kunt de stemming onder het publiek peilen en vervolgens in kaart brengen. ‘De maatschappij wordt aangedreven door emoties, die collectief altijd lastig te meten zijn. Maar er zijn nu programma’s die teksten kunnen lezen en kunnen taxeren, en die ons een kijkje kunnen geven in die collectieve emoties.’

    Het onderzoek bracht nogal wat beroering teweeg 
bij twee heel verschillende doelgroepen. ‘We kregen heel veel belangstelling van hedgefondsen. Zij 
zoeken overal naar aanwijzingen, en dit is een zeer interessant signaal. Ik heb de indruk dat hedgefondsen beschikken over deze algoritmen die sociale feeds scannen. De flash crashes die we hebben gezien – waarbij de aandelenkoersen ineens kelderden – duiden erop dat deze algoritmen op grote schaal worden gebruikt. Men is verstrikt in een soort wapenwedloop.’

    De andere groep die is geïnteresseerd in Bollens werk, wil niet alleen in kaart brengen wat er onder de 
mensen leeft, maar wil dat ook veranderen. Bollens onderzoek laat zien hoe dat kan. Kun je de landelijke, of zelfs mondiale stemming doen kenteren? Deze in kaart brengen en vervolgens veranderen? ‘Dat lijkt mogelijk,’ zegt Bollen, ‘en dat baart me zorgen. Er zijn diverse onderzoeken waaruit blijkt dat als je iets maar vaak genoeg herhaalt, mensen het onwillekeurig gaan geloven. En dat kun je inzetten, of zelfs als wapen gebruiken, voor propagandadoeleinden. 
We weten dat er duizenden geautomatiseerde bots 
op het net zitten, met precies dat oogmerk.’

    De strijd der bots is een van de meest krankzinnige aspecten van de verkiezingen van 2016. Op de 
afdeling Computational Propaganda van het Oxford Internet Institute laten directeur Phil Howard en onderzoeksleider Sam Woolley me zien op welke manieren de publieke opinie kan worden gemasseerd en gemanipuleerd. Maar is er ook hard bewijs, vraag ik, is het duidelijk wie hierachter zit? ‘Er is zat bewijsmateriaal,’ zegt Howard. ‘Bewijs te over. Kijk zelf maar,’ zegt hij, en hij laat me zien hoe, voorafgaand aan de Amerikaanse verkiezingen, honderden websites zijn aangemaakt enkel en alleen om een paar links het net op te slingeren, links naar pro-Trump-artikelen. ‘Dat wordt gedaan door mensen die verstand hebben van informatiestructuren, 
mensen die grote hoeveelheden domeinnamen opkopen en vervolgens geautomatiseerd een bepaald bericht verspreiden. Om de indruk te wekken dat Trump brede steun geniet.’

    En daar is geld voor nodig?

    Breitbart-mokken en andere prullaria op de Conservative Political Action Conference in National Harbor, Maryland. – © Getty Images
    Breitbart-mokken en andere prullaria op de Conservative Political Action Conference in National Harbor, Maryland. – © Getty Images

    ‘Daar is geld voor nodig, en er is een organisatie 
voor nodig. En als je maar genoeg bots en mensen inzet, en die op een slimme manier met elkaar 
verbindt, krijg je vanzelf bestaansrecht. Dan creëer 
je de waarheid.’

    Je kunt een bestaand trending topic nemen, zoals nepnieuws, en dat dan als wapen gebruiken. Je kunt het inzetten tégen de media die het aan het licht hebben gebracht. Vanuit een bepaald perspectief 
is nepnieuws een bomgordel in het hart van ons informatiesysteem. En die is om óns lichaam gegord – het levende lichaam van de mainstreammedia.

    Een van de dingen die Howard nog het meest verontrusten, zijn de honderdduizenden ‘slapende’ bots die ze hebben aangetroffen. Twitteraccounts die slechts een of twee tweets hebben verzonden en die nu in stilte wachten op een trigger: een of andere crisis die hen tot leven wekt, waarna ze met zijn allen alle andere informatiebronnen kunnen verdringen.

    Als zombies?

    ‘Als zombies.’

    Alternatieve werkelijkheid

    Veel van die technieken zijn geperfectioneerd in Rusland, zegt Howard, en vervolgens naar elders geëxporteerd. ‘We hebben het over ongekende propagandamiddelen die tot 
ontwikkeling zijn gekomen onder een autoritair bewind en zich dan ineens in een vrijemarkteconomie begeven, in een regelgevingsvacuüm.’

    Dit is de wereld waarin we ons dagelijks bewegen, op onze laptop en onze smartphone. Dit is het slagveld waar de ambities van landen en ideologen de strijd met elkaar aanbinden – en daar gebruiken ze ons voor. Wij zijn de buit: onze social media-feeds, onze gesprekken, onze emoties en meningen. Onze stemmen. Bots beïnvloeden trending topics en trending topics hebben een krachtig effect op algoritmen, legt Woolley uit, op Twitter, op Google, op Facebook. Wie in staat is de informatiestromen te manipuleren, is in staat de realiteit te manipuleren.

    We leven nog niet echt in de alternatieve werkelijkheid waarin het echte nieuws ‘NEPnieuws!!!’ is geworden. Maar het scheelt niet veel.

    Auteur: Carole Cadwalladr
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    The Observer
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000

    Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.

    thierry baudet portret

    Ook de Nederlandse politicus Thierry Baudet keek bij zijn succesvolle campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen goed naar de methodes van Cambridge Analytica, vertelde hij onlangs.

    ‘We doen het net als Trump,’ verklaarde hij nog tijdens de verkiezingsrace tegen website Follow the Money. Later zei hij in de Volkskrant: ‘Cambridge Analytica werkte niet voor ons, maar we hebben wel hun methode gebruikt. Die methode gaat uit van de informatie die Facebook heeft over gebruikers en die heel nuttig is bij het vinden van potentiële kiezers. Laat ik een voorbeeld geven. Bij Forum hebben wij een standpunt over de transportsector. We vinden dat er sprake is van uitbuiting van vrachtwagenchauffeurs en dat valse concurrentie moet worden tegengegaan. Vroeger zou je een advertentie met die boodschap in een magazine over de transportsector zetten. Nu richt je je op Facebook direct op mensen die in de transportsector actief zijn. Dat is heel effectief.’

  • Big data

    Big data

    De rumoerige entree van Donald Trump in het Witte Huis op 20 januari, en zijn vertrek over acht jaar (of over drie maanden), speelt zich af tegen de achtergrond van een betrekkelijk nieuw fenomeen: de ‘big data’, de gedigitaliseerde versie van Orwells Big Brother.

    In onze numerieke samenleving is de eenling op administratief niveau gereduceerd tot een cijfercode, die afwijkt van of correspondeert met andere cijfercodes, waaruit machines met bijna de snelheid van het licht een heel individueel mensbeeld samenstellen, compleet met alle afwijkingen en voorkeuren, gewoonten, leefomstandigheden, burgerlijke staat, inkomen, opleidingen, competenties, gedragingen in verleden en heden, meningen, lidmaatschappen, abonnementen, familieverbanden – kortom, met alles wat het individu uniek maakt, en vooral ook met alles waarin dit individu afwijkt van dan wel overeenkomt met anderen.

    Die big data verstrekken wij voor het overgrote deel zelf, misschien onbewust maar uit vrije wil, en in steeds overvloediger mate, voornamelijk, maar niet uitsluitend, via 
‘sociale’ media. Kijk om u heen, in de trein, in de wachtkamer bij de dokter, in het café, op het werk, kijk naar voorbijgangers, te voet, in de auto, op de fiets, iedereen kijkt vroeg of laat naar een oplichtend schermpje.

    Politico-journalist Jack Shafer noemde de vernieuwde verhouding tussen politiek en 
journalistiek “het grootste cadeau sinds de uitvinding van 
het declaratieformulier”

    Het beschikken over al die gegevens kan zijn nut hebben. In het medisch-wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld, en 
bij uitstek in de reclame zijn individuele gegevens, gebundeld tot consumentenclusters, goud waard – en dus ook in de 
politieke marketing, het aan de man/vrouw brengen van een 
partij of een kandidaat. In de Verenigde Staten, waar ondanks het tijdsverschil alles nog steeds een halfuur eerder gebeurt dan elders, bestaat een bedrijf dat beschikt over big data 
van 220 miljoen van de 320 miljoen Amerikaanse burgers. Directeur is grootste geldschieter en vriendje van de 
Amerikaanse president.

    Daar begint het griezelig te worden. Data kan worden (en wordt) gebruikt voor het beïnvloeden van de uitkomst van een politiek proces. Het kan conflicten tussen verschillende gemeenschappen aanwakkeren en 
het nieuws bepalen. Al was het maar om de aandacht te verleggen.

    Brrr. Gelukkig is de journalistieke lente aangekondigd. Oplagen stijgen. We willen niks missen. Politico-journalist Jack Shafer noemde de vernieuwde verhouding tussen politiek en 
journalistiek ‘het grootste cadeau sinds de uitvinding van 
het declaratieformulier’. Boven zijn artikel stond: ‘Trump Is Making Journalism Great Again’.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • 2. Geheim agent van morgen is data-analist

    2. Geheim agent van morgen is data-analist

    Goodbye Mr. Bond. Inlichtingendiensten als het Britse MI6 en de Amerikaanse CIA moeten zichzelf compleet heruitvinden om te overleven in de wereld van de big data.

    Je kunt je voorstellen dat de chef van MI6 – kortweg ‘C’ genoemd – even huiverde toen hij de Bondfilm Spectre zag. Niet bij de scène waarin het hoofdkantoor van MI6 wordt opgeblazen, maar bij de verontrustende verhaallijn waarin zijn inlichtingendienst moet opgaan in een nieuwe overkoepelende dienst die helemaal om data-analyse draait. Waarom dat een huivering veroorzaakt? Omdat het gevaarlijk dicht bij de werkelijkheid komt. De spion mag dan een van de oudste beroepen ter wereld hebben en MI6 kan dan bogen op nog zo’n roemrijk verleden, momenteel moet de dienst vechten voor zijn voortbestaan. En de reden daarvoor is data.

    De huidige ‘C’, Alex Younger (52), spreekt van een technologische ‘wapenwedloop’. Een inlichtingendienst die goed is in data-analyse is beter opgewassen tegen zijn tegenstanders. Wie daar niet in mee kan, belandt automatisch op een zijspoor. Om dat te voorkomen zoekt MI6 nu antwoord op twee vragen: wat is er nog geheim in het digitale tijdperk? En hoe kun je die geheimen beschermen?

    Cyberspionage

    Spionage draait om het stelen van geheimen. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door het onderscheppen en decoderen van elektronische communicatie, zogenaamde SIGINT (signals intelligence): het werk van diensten als het Britse GCHQ (Government Communications Headquarters) en de Amerikaanse NSA. Je hebt ook HUMINT (human intelligence), waarbij je informatie probeert los te krijgen van mensen die daarover beschikken. Die mensen worden ‘agenten’ genoemd (de medewerkers van MI6 zelf zijn geen ‘agent’ maar ‘inlichtingenofficier’).

    Tijdens de Koude Oorlog speelde apparatuur bij deze vorm van spionage nauwelijks een rol. Als inlichtingenofficier was je vooral bezig om KGB-agenten af te schudden op weg naar afspraken met informanten in schimmige steegjes in Wenen of Berlijn. Maar de opkomst van computernetwerken heeft 25 jaar geleden grote veranderingen ingeluid. Bij de KGB, en vervolgens ook bij GCHQ en de NSA, groeide het besef dat er waardevolle overheidsinformatie op computers stond die met het internet waren verbonden. Tot ontsteltenis van MI6 kon GCHQ ineens aan documenten komen die je vroeger alleen kon bemachtigen door een buitenlandse agent stiekem foto’s te laten maken van materiaal dat in een kluis lag opgeslagen.

    Cyberspionage veroorzaakte een revolutie in het vak. Je kon op afstand enorme hoeveelheden informatie in handen krijgen zonder gevaar voor mensenlevens. Maar wat is dan de taak van de ouderwetse spion? Op die vraag moet veteraan Younger een antwoord vinden. De strategie? Kort gezegd: data analyseren, onder de radar blijven en overal actief kunnen zijn.

    Technologie biedt zowel kansen als bedreigingen. De eerste stap bij het ronselen van buitenlandse agenten is het kiezen van de juiste persoon. Stel dat je wilt weten of een land een geheim nucleair wapenprogramma heeft. Een goede bron zou dan een zakenman zijn die onderdelen voor dat programma kan leveren. De inlichtingendienst moet dus uitzoeken wie er allemaal toegang tot de geheimen hebben, wie een motief zou kunnen hebben om uit de school te klappen en hoe je die persoon kunt benaderen. Dat gebeurt nu allemaal met behulp van computerdata. Dat kunnen openbare data zijn, zoals informatie over wie voor welk bedrijf werkt. En sociale media kunnen een rol spelen bij het vaststellen van iemands interesses en kennissenkring. Zo bouw je een beeld op van iemands leven. Om de beoogde agent te begrijpen moet je tegenwoordig niet alleen naar diens echte maar ook naar zijn onlineleven kijken. Een discrepantie tussen iemands ‘echte’ wereld en zijn onlinegedrag kan op zichzelf veelzeggend zijn.

    Ook grote dataverzamelingen worden steeds belangrijker. MI6 heeft gezegd dat die ‘steeds meer worden gebruikt voor het vinden van mensen die interessant voor ons kunnen zijn, en het vinden van mogelijke banden met het Verenigd Koninkrijk die wij kunnen gebruiken’. Om welke dataverzamelingen het precies gaat, is geheim. Dat kan het personeelsbestand van een vreemde overheid zijn, het klantenbestand van een hotel of het abonneebestand van een tijdschrift. Het gaat vaak om data van miljoenen, veelal onschuldige mensen. Volgens Britse spionnen is zowel de vergaring als de verwerking van deze data aan strikte regels gebonden. Elke zoekopdracht in zo’n bestand moet voldoen aan de Britse Human Rights Act: het moet als opsporingsmiddel wettig, noodzakelijk en proportioneel zijn. Dat laatste betekent dat een zoekopdracht die te veel resultaten oplevert niet alleen niet onproductief is, maar mogelijk ook tegen de regels.

    Stel dat zo’n zoekopdracht uitwijst dat een ingenieur in geldnood zit; de volgende stap is dan om hem te benaderen. Er zijn systemen die een seintje kunnen geven als hij een hotel boekt. Dan zal een inlichtingenofficier hem daar opwachten in de lobby – want persoonlijk contact is in die fase vaak nog cruciaal.

    Het kwetsbaarste moment in de hele spionageketen was altijd de overdracht van informatie van een agent aan een inlichtingenofficier. De overhandiging van een envelop was een uitgelezen moment voor een ‘heterdaadje’. Maar die overdracht kan met behulp van speciaal ontwikkelde technologie nu ook op afstand plaatsvinden. In 2006 beweerde de Russische veiligheidsdienst een door Britten gebruikte ‘spionagesteen’ te hebben ontdekt: een nepsteen waarin communicatie-apparatuur verborgen zat. Een buitenlandse agent zou daar informatie op kunnen zetten terwijl hij er langsliep. MI6 reageerde niet op de aantijging, maar een voormalig Brits regeringslid erkende later dat ze door de Russen ‘waren betrapt’. Inmiddels kan deze techniek waarschijnlijk veel grotere afstanden overbruggen, zodat de pakkans nog kleiner is.

    Vroeger wilden spionnen niet dat hun foto’s en persoonsgegevens openbaar werden. Maar welk mens van onder de dertig heeft tegenwoordig geen profiel op sociale media?

    ‘Gebruik van data is een waardevolle kans om veel bewuster en doelgerichter te werken en onze agenten en ons land dus beter te beschermen,’ zei Younger in zijn eerste openbare toespraak in maart 2015. ‘Dat is goed nieuws. Het slechte nieuws is dat tegenstanders met diezelfde technologie ook kunnen zien wat wij doen en onze mensen en buitenlandse agenten in gevaar kunnen brengen.’ Technologie helpt onze spionnen om bronnen te vinden, maar helpt vreemde mogendheden ook om Britse spionnen en hun informanten te ontmaskeren.

    Als je geheimen wilt stelen, moet je ze zelf ook geheim kunnen houden. En dat wordt steeds moeilijker. De eerste tekenen zagen we zo’n tien jaar geleden, toen de douane steeds meer gebruik ging maken van biometrische gegevens. Vroeger had een MI6-officier voor een buitenlandse afspraak met een agent genoeg aan een vals paspoort. Even snel de grens over, gesprek voeren met de agent en weer terug. Maar zodra er sprake is van een irisscan of vingerafdrukken, worden zulke gegevens aan die valse naam gekoppeld. Word je dan niet herkend als spion? Het werd een stuk ingewikkelder om buitenlandse agenten te ontmoeten.

    Het volgende struikelblok werden de sociale media. Vroeger wilden spionnen niet dat hun foto’s en persoonsgegevens openbaar werden. Maar welk mens van onder de dertig heeft tegenwoordig geen profiel op sociale media? Wie laat geen digitale sporen na? Zoiets is al genoeg om op te vallen als iemand die zijn privacy uitzonderlijk goed bewaakt, en dus als mogelijke spion. Een paar jaar geleden deed MI6 een test: hoelang duurde het om iemands dekmantel door te prikken met behulp van een paar gerichte zoekacties op Google? De uitslag: ongeveer een minuut.

    Ouwe rotten in het vak zeggen dat veel collega’s aanvankelijk de ogen sloten voor de nieuwe gevaren. Tot ze met hun neus op de feiten werden gedrukt. Zo werd in februari 2003 een CIA-team naar Milaan gestuurd voor de ‘buitengewone uitlevering’ van de van moslimextremisme verdachte Abu Omar. Die werd in Italië van straat geplukt en op transport gezet naar Egypte. Drie jaar later was een Italiaanse aanklager er dankzij de analyse van belgegevens, hotelreserveringen en gegevens van autoverhuurders en creditcardbedrijven in geslaagd om een twintigtal leden van het CIA-team te identificeren en bij verstek te vervolgen.

    De Russische veiligheidienst ontdekte deze Britse ‘spionagesteen’, waarin communicatie- apparatuur verborgen zat. – © AP
    De Russische veiligheidienst ontdekte deze Britse ‘spionagesteen’, waarin communicatie- apparatuur verborgen zat. – © AP

    En grote dataverzamelingen? De angst voor wat daarmee mogelijk is, klonk sterk door in Washingtons hysterische reactie toen in 2015 het personeelsbestand van de federale overheid werd gehackt. Daarbij werden de persoonsgegevens gestolen van 21 miljoen werknemers in overheidsdienst. De gegevens van CIA-officieren en andere spionnen zaten daar niet bij, maar dat was juist het probleem: als een ambassademedewerker niet in dit bestand voorkomt, snapt een slimme inlichtingendienst meteen dat die dus voor de inlichtingendienst werkt. Na die hack kreeg de Britse regering de verzekering dat er in Groot-Brittannië niet één enkele database is die zo veel details bevat.

    Ontmoetingen met agenten zijn tegenwoordig riskanter. Elkaar in het voorbijgaan op straat iets overhandigen, even kort smoezen in een steegje: vroeger was het niet te traceren zolang je niet werd geschaduwd. Maar nu hangen overal bewakingscamera’s en verzamelen smartphones en andere digitale apparaten allerlei data over je locatie. Sterker nog, die data worden opgeslagen. Dat digitale rookspoor heeft ingrijpende gevolgen voor de werkwijze van spionnen.

    Landen leggen steeds vaker grote biometrische bestanden aan met data over hun eigen bevolking. ‘Toen ik bij MI6 ging werken, werd me geleerd hoe ik kon merken of ik werd geschaduwd en of mijn telefoon of radioverkeer werd afgetapt,’ zei John Sawers (van 2009 tot 2014 het hoofd van MI6) in januari 2015. ‘Tegenwoordig worden die arbeidsintensieve technieken ondersteund met geavanceerde software: gezichtsherkenning, voetstapherkenning, enzovoort.’

    Sawers, die eind jaren zeventig bij MI6 was begonnen, keerde er na een lange carrière bij Buitenlandse Zaken in 2009 terug om de dienst te moderniseren. Dat hield onder meer in dat de afdeling technologie beter in de operationele activiteiten moesten worden geïntegreerd. Technici en data-analisten worden tegenwoordig dus vanaf het begin bij de planning van een operatie betrokken en niet meer alleen op het laatste moment geraadpleegd. De inlichtingenofficier die agenten rekruteert is nu één gelijkwaardig lid van een team, in plaats van een soort ‘straaljagerpiloot’ aan wie alle andere teamleden ondergeschikt zijn. De input van de data-analist is nu even belangrijk als die van de inlichtingenofficier.

    Middeleeuws

    Een tijdperk waarin alles wordt vastgelegd en digitale sporen nalaat, vereist andere werkwijzen. Soms betekent het dat je, zoals MI6 het noemt, juist ‘middeleeuws moet gaan’: offline blijven en ouderwetse communicatiemethoden gebruiken. Sommige landen grepen na de onthullingen van Edward Snowden terug op ouderwetse typemachines, en ook technieken als onzichtbare inkt schijnen een comeback te maken.

    De volgende fase van de technologische transformatie is de opkomst van inlichtingen uit openbare bronnen, big data en voorspellende analyse. Tien jaar geleden werd in de spionagewereld nog neergekeken op informatiewinning uit openbare bronnen. Inlichtingenwerk was een kwestie van list en bedrog, niet van een zoekopdracht op internet. ‘Het zoeken in open bronnen beperkte zich toen tot het bijhouden van buitenlandse kranten en tv-journaals,’ zegt Cameron Colquhoun, voormalig data-analist bij de Britse inlichtingendiensten en oprichter van Neon Century, een particulier bedrijf dat is gespecialiseerd in informatiewinning uit openbare bronnen. De omslag kwam met de Groene Beweging in Iran in 2009 en de Arabische lente in 2011, die deels via sociale media waren georganiseerd. ‘Vanwege de rijkdom van die data – allemaal verifieerbaar en voorzien van een precieze locatie en tijdstip – was dit niet langer iets om alleen maar een beetje bij te houden, maar iets waarop je complete onderzoeken kunt baseren.’

    Volgens een Britse generaal komt naar schatting 85 procent van alle militaire inlichtingen nu al uit openbare bronnen. Geografische informatie is makkelijk te vinden. En wat er onder de bevolking leeft, kun je analyseren met speciale software die de stemming van mensen peilt. Dus waarom zou je nog veel geld uitgeven en risico’s nemen om geheimen te bemachtigen als er zo veel informatie voor het oprapen ligt? Ook de opkomst van IS onderstreept het belang van sociale media: Britse jihadisten gebruiken sites als Facebook voor het ronselen van nieuwe volgelingen.

    De analisten van inlichtingendiensten hebben moeite om hierin hun draai te vinden. Hun werkcomputers zijn tenslotte hermetisch afgesloten van internet, gebruik van sociale media is altijd ontmoedigd en ze mogen hun eigen smartphone doorgaans niet meenemen naar het werk. Internet is immers een ideaal achterdeurtje: een potentiële manier voor buitenlandse spionnen om in te breken in de systemen van MI6. 
En ook het koppelen van grote databestanden en het combineren van allerlei gegevens draagt grote risico’s van virusbesmetting met zich mee. Dé uitdaging waar de techneuten voor staan, is hoe je het internet kunt benutten zonder het je hoofdkwartier binnen te laten.

    Volgens een Britse generaal komt 85 procent van alle militaire inlichtingen uit openbare bronnen

    Technieken voor data-analyse worden tegenwoordig eerder ontwikkeld door de privésector dan door de overheid. De meest geavanceerde tools komen van start-ups die voor commerciële doeleinden de stemming van consumenten analyseren. Net zoals inlichtingendiensten willen weten wie er positieve en invloedrijke meningen verspreiden over een gruwelijk filmpje van IS, zo kan een fabrikant benieuwd zijn welke mensen op sociale media promotie kunnen maken voor zijn product. Het Amerikaanse Palantir, oorspronkelijk opgericht door In-Q-Tel, de investeringstak van de CIA, levert zowel inlichtingenprogramma’s voor het leger en de veiligheidsdiensten als analysesoftware voor commerciële bedrijven.

    De Britse start-up Ripjar doet iets vergelijkbaars. ‘Het verzamelen van data is cruciaal voor het opsporen en blootleggen van crimineel gedrag,’ zegt CEO Tom Griffin. ‘Dat lijkt op het bedrijfsleven, waar de echte waarde van data pas evident wordt als je je zakelijke kennis combineert met analytisch denken en een hele hoop verschillende dataverzamelingen.’ Het gebruik van kunstmatige intelligentie en natuurlijke taalverwerking zal de inbreng van menselijke analisten volgens hem niet overbodig maken, maar het zal die analisten wel in staat stellen patronen te vinden in grote hoeveelheden data, zoals tweets uit het IS-kamp.

    De diensten hopen dat big data zullen leiden tot betere analyses, minder ‘strategische verrassingen’ en beter inzicht in de vroege stadia van een dreiging. Hoge CIA-functionarissen zeggen te verlangen naar meer ‘anticiperend inlichtingenwerk’. Bij software die de stemming onder een bevolking peilt, wordt gekeken naar vroege voortekenen van politieke en sociale crises, onlusten en rellen, en tekenen van economische instabiliteit of dreigende tekorten. Het nieuwe Alan Turing Institute van de British Library is een samenwerkingsverband van bedrijfsleven, overheid en wetenschap dat onderzoek doet naar datagestuurde oplossingen voor allerlei nationale bedreigingen, ook voor de nationale veiligheid.

    Ben Whishaw als Q in Skyfall. – © Columbia
    Ben Whishaw als Q in Skyfall. – © Columbia

    Maar is het, gezien de enorme hoeveelheid data en de onvoorspelbaarheid van mensen, überhaupt mogelijk om voorspellende analyses uit te voeren waar inlichtingendiensten echt iets aan hebben? Na de aanslagen van 9/11 nam data-analyse een hoge vlucht. Zo werden in Irak bijvoorbeeld bommenfabrieken opgespoord door het telefoongebruik van opstandelingen te analyseren.

    In Groot-Brittannië werken GCHQ en MI6 nauw samen. Met behulp van grote dataverzamelingen worden eerst ‘doelwitten’ opgespoord, op wie vervolgens meer gespecialiseerde technieken worden losgelaten. Dat is nu veel moeilijker dan vroeger. Vroeger kon één analist van GCHQ een tiental mensen volgen. Nu heb je soms tien analisten nodig voor het volgen van één verdachte, als die persoon een beetje weet wat hij doet. Daarom blijft ook het oude handwerk belangrijk. Als je in een groep zoals Al-Qaida een spion hebt, kan die je vertellen wie iedereen is en wie zijn communicatie sterk beveiligt en wie niet. Er wordt dus vaak gewerkt met een combinatie van technische en menselijke middelen: analisten van GCHQ speuren naar patronen in de online-activiteit en inlichtingenofficieren van MI6 proberen agenten ter plaatse te rekruteren.

    De samenwerking wordt steeds hechter. GCHQ heeft soms een spion nodig om een operatie mogelijk te maken. Denk maar aan het Amerikaans-Israëlische Stuxnet-virus, dat het nucleaire programma van Iran platlegde: er was een technicus voor nodig die de usb-stick in het systeem stopte. Bovendien kan een spion soms informatie vinden die je niet uit de data kunt halen. Maar de balans is aan het verschuiven. GCHQ is nu ongeveer tweemaal zo groot als MI6. Binnen MI6 heerst het besef dat er behoefte is aan een nieuw soort spionnen en dat iedereen digitaal vaardig moet zijn.

    Het wordt steeds moeilijker om geheimen te bewaren. Spionnen moeten zich bezinnen op wat ze precies doen, alle zwaktes en mogelijkheden analyseren en op zoek gaan naar nieuwe bronnen van informatie en de nieuwste softwaretools om die data te ontginnen. Elke nieuw middel om iemand te bespioneren moet eerst goed worden getest om er zeker van te zijn dat de ander het niet tegen je kan gebruiken. In deze nieuwe wapenwedloop van hoogtechnologische spionage zijn alle landen hard bezig om te kijken wat data-analyse oplevert. De winnaar zal er met de buit vandoor gaan. De verliezer trekt – net als overal in de nieuwe wereld van technologie, maar nu met ernstiger gevolgen – aan het kortste eind.

    Auteur: Gordon Corera
    Vertaler: Frank Lekens

    Gordon Corera is Security Correspondent van de BBC.

    Wired
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 750.000

    Wired bericht in print en online over de verbanden tussen technologische ontwikkelingen en cultuur, politiek en economie. Absolute referentie voor internationale technologie. Spraakmakende covers, ongeëvenaarde inhoud.

  • Datajournalistiek maakt Nigeriaan financieel wegwijs

    Datajournalistiek maakt Nigeriaan financieel wegwijs

    De Nigeriaanse website BudgIT gebruikt grafieken en andere datavisualisaties om complexe overheidsgegevens, zoals budgetten, toegankelijk te maken voor de bevolking. ‘We vinden dat elke burger recht heeft op die informatie.’

    Toen de Nigeriaanse president Muhammadu Buhari op 18 november bevel gaf om de voormalige Nationale Veiligheidsadviseur, kolonel Sambo Dasuki, te arresteren, werd daar één belangrijke reden voor gegeven: Dasuki en diverse anderen waren aangeklaagd wegens mismanagement van miljarden dollars, geld dat bedoeld was om wapens te kopen voor de strijd van het Nigeriaanse leger tegen de terreurgroep Boko Haram. 
In de verklaring waarin de president 
de arrestatie aankondigde, werden bedragen voor diverse transacties genoemd, zo veel zelfs dat de Nigeriaanse media moeite hadden alle details uit 
te leggen. De meest gelezen krant van Nigeria, Punch, zette als kop boven zijn artikel ‘Dasuki beloond met 333 miljard naira [1,53 miljard euro] voor valse wapencontracten’, maar schreef in het verhaal dat ‘de ex-Veiligheidsadviseur, nog afgezien van andere zware beschuldigingen van het comité, in totaal 482 
miljard naira [2,21 miljard euro] voor valse contracten had opgestreken’. 
Ook Nigeria’s meest gelezen onlinekrant, Premium Times, schreef over de diverse sommen die de president had genoemd. Het zou de geïnteresseerde lezer waarschijnlijk vele uren kosten om de details van de verschillende transactiebedragen te reconstrueren, laat staan er wijs uit te worden.

    Simpele grafieken

    De enige website waarop lezers een eenvoudige uitleg van deze controversiële cijfers zouden kunnen verwachten, is BudgIT. En die stelde niet teleur. Met behulp van simpele grafieken splitste de website de details uit van 
de 3,8 triljoen naira [ongeveer 17 miljard euro] die, inclusief de bedragen waarmee is gesjoemeld, tussen 2007 
en 2015 zouden zijn uitgegeven aan wapenaankopen.

    Het was niet de eerste keer dat BudgIT dergelijke complexe sommen ontleedde. Nadat de Nigeriaanse regering in september haar goedkeuring had verleend aan een pakket leningen om een groot aantal van Nigeria’s 36 deelstaten te behoeden voor een faillissement, werden er eveneens verschillende bedragen genoemd. Ook toen versimpelde BudgIT het leningenpakket met behulp van grafieken, zodat de gemiddelde Nigeriaan het kon begrijpen.


    Al drie jaar probeert de vernieuwende website complexe regeringsinformatie te vereenvoudigen. BudgIT, dat in 2012 van start ging, heeft als belangrijkste doel ‘het Nigeriaanse budget simpel te verklaren’. Dat doet de site met behulp van grafieken en andere eenvoudige visualisaties, want de eigenaars vinden dat ‘elke burger het recht heeft om toegang te hebben tot openbare budgetten, en die ook te kunnen begrijpen’.

    De website helpt burgers dus door de begroting in simpele bewoordingen 
uit te leggen, maar controleert ook de overheidsuitgaven. De site meent dat ‘budgetten efficiënt moeten worden toegepast voor het welzijn van het volk’. Door overheidsbudgetten, kosten van wetgevende instanties en uitgaven van diverse Nigeriaanse staten en instellingen te vereenvoudigen, hopen de eigenaren te bereiken dat de staat wordt verplicht om rekenschap af te leggen aan de Nigeriaanse burgers. In een land dat volgens Transparency International tot een van de corruptste ter wereld behoort – ondanks het feit dat het Afrika’s grootste economie is en een van de belangrijkste producenten van ruwe aardolie – moet zo’n platform als essentieel worden beschouwd.

    Toegang tot internet, tien jaar geleden nog voorbehouden aan de elite, bestaat nu overal in Nigeria, vooral dankzij de toename van het aantal mobiele telefoons

    Je zou verwachten dat Nigerianen veel gebruik zouden maken van de site, die uniek is voor een West-Afrikaans land. Toegang tot internet, tien jaar geleden nog voorbehouden aan de elite, bestaat nu overal in Nigeria, vooral dankzij de toename van het aantal mobiele telefoons. Uit officiële cijfers blijkt dat meer dan negentig miljoen Nigerianen toegang tot internet hebben, en van hen hebben vijftien miljoen mensen een Facebook-account.

    Maar ondanks de groei van het internet en de versteviging van de democratie 
in het land moeten websites als BudgIT nog ontdekt worden door de inwoners. Daar kunnen diverse redenen voor worden aangevoerd, zoals onbekendheid met de dienst of gebrek aan belangstelling voor politieke kwesties. Maar Seun Onigbinde, medeoprichter van de organisatie, legt uit wat hun grootste probleem is: ‘Het is moeilijk om aan geld 
te komen. We hebben steun nodig om onze bevindingen te publiceren.’


    Maar geld is niet het enige obstakel. Ondanks de miljoenen Nigerianen die wel online zijn, heeft nog steeds meer dan een derde van de 170 miljoen inwoners geen toegang tot internet. Om te zorgen dat deze categorie ook de kans heeft om de financiën van hun overheid te begrijpen, organiseert BudgIT allerlei activiteiten. ‘We zetten de conversatie offline voort,’ zegt Seun.

    Je zou verwachten dat de Nigeriaanse media graag zouden samenwerken met BudgIT. Maar dat is helaas niet het geval. ‘Ze behandelen ons niet als partners,’ aldus elektrotechnisch ingenieur Seun. Toch toont de reportage over het Dasuki-corruptieschandaal aan waarom traditionele Nigeriaanse media zouden moeten samenwerken met BudgIT. Nu de ex-Veiligheidsadviseur terechtstaat wegens corruptie, en 
terwijl de slachtingen van Boko Haram in Noord-Nigeria doorgaan, kunnen de Nigeriaanse media nog veel van BudgIT leren. Bijvoorbeeld hoe ze Nigerianen op een eenvoudige manier kunnen uitleggen waarom corruptie ten grondslag ligt aan de opstand van Boko Haram 
en talloze andere problemen waarmee de ‘Reus van Afrika’ te kampen heeft.

    Auteur: Idris Akinbajo

    Idris Akinbajo is een Nigeriaanse onderzoeksjournalist die o.a. werkt voor Premium Times. Hij won verschillende prijzen (Nigeriaanse onderzoeksjournalist van het jaar, beste onderzoeksreportage) voor zijn serie over fraude en vriendjespolitiek in de Nigeriaanse oliesector.

    Newsnext
    Nederland | newsnext.socsi,uva.nl

    Internationaal gerichte site over ontwikkelingen binnen de journalitsiek. Geeft inzicht in verdienmodellen, technologische ontwikkelingen en nieuwe ideeën en initiatieven.

    Een infographic van BugdIT over olieprijzen.
    Een infographic van BugdIT over olieprijzen.
  • 8. Het restaurant 
dat alles van je weet

    8. Het restaurant 
dat alles van je weet

    Een hapje eten buiten de deur, daaraan zal niet zoveel veranderen, toch? Mis, aldus de Amerikaanse restaurantsite Eater.com.

    We schrijven 2040. De vernieuwende Generatie Y loopt tegen de vijftig, de milieuvriendelijke Generatie Z begint ook over haar hoogtepunt heen te raken, en nu stort de marketingwereld zich op de scholieren en studenten van ‘Generatie Alfa’ met al hun eigenaardigheden.

    Je staat voor een van de nieuwste fast-casual broodjes- en pastazaken in de stad, met een vriendin die wel vaker bij deze keten komt. Zij gaat je voor door de automatische deuren, en eenmaal binnen valt je op dat de zaak hypermodern is ingericht, met een aardse, ecologische touch: wanden die uit planten lijken te bestaan, panelen van bamboe, vloeren van kurk en verlichting op zonne-energie, met flikkerende ledlampjes in vrolijke kleuren. Prachtig hoor – alleen heb je dit schaamteloze geflirt met de milieubewuste Generatie Z al tig keer eerder gezien in dit soort zaken. Geruststellender is de kakofonie van geroezemoes en elektronische bliepjes die de ritmische klanken van de retro-hiphop overstemt.

    Smartpad

    Je vriendin haalt haar smartpad (zo’n ding dat vroeger een telefoon heette) uit haar broekzak en ontgrendelt het scherm. ‘Welkom, fijn dat je weer bij ons bent’, staat te lezen op het apparaat. Dat berichtje krijgt ze als deelnemer aan het vasteklantenprogramma van deze keten, een fenomeen dat steeds gebruikelijker wordt. Je kijkt om je heen of je ergens de zwarte beacon-paal ziet die de smartpad van je vriendin heeft gedetecteerd en haar nu die automatische berichtjes stuurt. ‘Je krijgt 10 spaarpunten! Nog 50 en je hebt recht op een gratis broodje.’

    Tijd om een plekje te zoeken. Onderweg naar het zitgedeelte achterin zie je rechts van je een paar 
zelfbedieningsautomaten staan. Onwillekeurig denk je terug aan 2015, toen fastfoodketens als McDonalds in reactie op de protestacties tegen het lage minimum‑
loon dit soort automaten introduceerden.

    Nu merk je dat die rare elektronische bliepjes die je net al hoorde, afkomstig zijn van die automaten, waar een paar haastige yuppentypes een snelle hap bestellen en afrekenen. Je ziet een jonge vrouw haar smartpad langs de automaat halen. ‘Dank je wel. Je betaling is geslaagd.’ Dan verschijnt het cijfer 34 op het scherm.

    Nu loopt de vrouw jullie voorbij, naar een groene, met mos begroeide muur met een stuk of vijftig luikjes erin. Zo’n luikjesmuur ken je van ketens als Eatsa, die een kwarteeuw geleden personeelloze restaurants openden geïnspireerd op de aloude Nederlandse automatiek. De vrouw gaat naar luikje 34, dat voorzien is van een touchscreen. Als ze ertegenaan tikt, gaat het open en haalt ze er een bruin papieren zakje uit.

    Het tafelblad, ook al een touchscreen, splitst zich in tweeën en je krijgt een menu te zien

    Intussen hebben jullie een tafeltje achterin gevonden. Je wilt al gaan zitten als je vriendin je tegenhoudt. ‘Bah, het is vies,’ zegt ze. En inderdaad, de tafel ligt vol kruimels. Je vriendin tikt op het tafelblad, dat ook al een touchscreen blijkt te zijn. Als de tafel uit zijn sluimerstand ontwaakt, tikt je vriendin op een knop met het woord ‘schoonmaken’. Meteen komt er iemand van het personeel opdraven, die volgens zijn naamplaatje Jaime heet. Jaime is gewapend met een doekje en een aluminium spuitbus. Je vraagt je af hoe lang hij hier nog zal werken, want 90 procent van de restaurants wordt tegenwoordig op afstand aangestuurd vanuit een ver computercentrum, waardoor er ter plaatse nog hooguit drie tot vijf mensen nodig zijn. Jaime heeft hier een van de weinige overgebleven minimumloonbaantjes, realiseer je je, en je denkt even terug aan je eigen eerste baantje in een fastfoodtent, toen je nog op de middelbare school zat.

    Dan valt je oog op Jaimes neongroene smartwatch. Het ding trilt en knippert terwijl hij de tafel schoonveegt. Als hij klaar is, kijkt hij naar het schermpje van zijn smartwatch, dat ‘tafel 7’ aangeeft. Voordat Jaime zich naar tafel 7 spoedt, waar dat ook wezen mag, bedank je hem voor de moeite.

    Allang geen toekomstmuziek meer: robotserveerster ‘Little Peach’ brengt de bestellingen rond in een restaurant in Yiwu, Zhejiang, China. Ze zegt:  ‘Here’re your meals, please enjoy’. – © Getty Images
    Allang geen toekomstmuziek meer: robotserveerster ‘Little Peach’ brengt de bestellingen rond in een restaurant in Yiwu, Zhejiang, China. Ze zegt: ‘Here’re your meals, please enjoy’. – © Getty Images

    ‘Waar heb je zin in?’ vraagt je vriendin, en ze legt haar smartpad op tafel. Weer komt de smarttable tot leven: ‘Welkom, fijn dat je weer bij ons bent! We bevelen je de volgende selectie aan, op basis van je vorige bezoek.’

    Om duidelijk te maken dat je vriendin ditmaal gezelschap heeft, tik je op jouw kant van het tafelblad. 
Nu splitst het scherm zich in tweeën en krijg je een menu te zien. Al swipend bekijk je het aanbod van biologische volkorenpasta’s en verse broodjes ‘in ambachtelijke stijl’ die duurzaam zijn bereid met lokale ingrediënten. Vroeger werd met ‘ambachtelijk’ nog bedoeld dat iets daadwerkelijk met de hand was gemaakt, bedenk je met een wrang lachje; nu betekent het dat het in elkaar is geflanst door robots die recepten van beroemde koks kopiëren – en die duur keukenpersoneel vervangen.
    Als je op verschillende gerechten tikt om de voedings‑
waarde en ingrediëntenlijstjes te bekijken, merk je dat praktisch alles is afgestemd op het vegetarische dieet van je gezelschap, dus swipe je door naar het complete menu. Na enig wikken en wegen zijn jullie zover om jullie keuze aan te geven.

    ‘Hoe wil je betalen?’ Je vriendin veegt met haar smartpad over het tafelblad. De menu’s verdwijnen en er komen nieuwe vensters voor in de plaats. Een nieuwslezer somt de hoofdpunten op uit het nieuws van de dag, maar dat kan je weinig boeien. Je vriendin ziet je verveeld kijken en swipet naar links. Op het scherm verschijnt een of ander dom quizje. Nu swipe je zelf naar links en krijg je een soort Zeeslagje voorgeschoteld.

    Dan ontdek je het oplaadpunt naast de tafel en besluit je meteen maar je smartpad op te laden. Je steekt de stekker van het ding in de universele oplader op zonne-
energie en stort je op het spel op het tafelblad.


    Na een minuut of vijf krijg je een melding dat je bestelling klaar is. Aan jouw kant van de tafel verschijnt nummer 21 in beeld. Je loopt naar de groene muur met de luikjes en zoekt naar nummer 21. Daar moeten je broodje en je drankje klaarstaan. Je tikt tegen het luikje, maar het gaat niet open. In plaats daarvan krijg je een berichtje te zien: ‘Download de app van ons vasteklantenprogramma en krijg 2 dollar korting bij je volgende bezoek.’ Je ziet af van de optie ‘Nee dank je’ en veegt met je smartpad langs het scherm, waarna het ding trillend de app downloadt. Nu gaat het luikje open en kun je je dienblad pakken. Je loopt terug naar je tafeltje, waar je vriendin al klaarzit met haar eigen dienblad. Het volgende uur zitten jullie gezellig te eten en spelletjes te doen, genietend van de lekker ouderwetse hiphop.

    ‘Zullen we gaan?’ vraagt je vriendin ten slotte, en ze logt de smarttable alvast uit. Jullie gaan met de dienbladen naar het recyclepunt bij de plantenwand en kieperen het grotendeels papieren afval in de recycle‑
bakken, die ook al op zonne-energie werken. Als je naar buiten loopt, voel je je smartpad trillen. ‘Was alles naar wens? Geef je bezoek een beoordeling.’ Het berichtje is verstuurd via de app die je net hebt gedownload. Je geeft vijf sterren, neemt afscheid van je vriendin en gaat naar huis, zonder je te realiseren dat dit hightechrestaurant al is voorbereid op je volgende bezoek – exact op de hoogte van je favoriete menu, tijdverdrijf en eetgezelschap.

    Auteur: Vince Dixon

    Eater.com is een Amerikaanse restaurantsite