Tag: Black Lives Matter

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    the sacrifice kopie 1
    © Andrei Tarkovsky, The Sacrifice, 1986 (still)

    Conferentie: hoe geven we een nieuwe wereld vorm?

    Nexus brengt revolutionaire sprekers bijeen

    CONFERENTIE | ‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

    Een van de sprekers die naar eigen zeggen ‘in momenten van crises ook kansen’ ziet, is barones Minouche Shafik, directeur van de London School of Economics. In haar laatste boek What We Owe Each Other: A New Social Contract for a Better Society (2021) bepleit ze dat ‘Het sociale contract van weleer (…) een soort sociaal superego [was]: in ruil voor het betalen van belastingen, dienen in het leger, zitting nemen in jury’s en dergelijke, leverde de staat bepaalde diensten, zoals defensie, wegen en onderwijs.’ Maar, aldus Shafik in The Guardian, een verzorgingsstaat moet dienen als een soort ‘spaarvarken’, en verlichting bieden waar nodig. ‘Binnen families is het sociale contract tussen generaties eenvoudig. Ouders willen hun kinderen de mogelijkheden en middelen geven om een goed leven te leiden; kinderen willen dat hun ouders een comfortabele oude dag hebben. Maar op maatschappelijk niveau ligt het complexer.’ Ze geeft niet zozeer de schuld aan het kapitalisme, noemt het ultrakapitalistische Singapore bijvoorbeeld ‘sociaal rechtvaardiger dan nominaal communistisch China’, waar er geen erfbelasting bestaat voor de rijken. ‘Het gaat uiteindelijk om het vergroten van de verantwoordelijkheid van onze politieke systemen’, vat Kirkus Review samen, dat haar boek ‘een welkome update van de rousseauiaanse idealen van plicht, verantwoordelijkheid en wederkerigheid’ noemt.

    Wie ook verandering nastreeft is Kehinde Andrews, woordvoerder van Black Lives Matter in het Verenigd Koninkrijk en hoogleraar Black Studies aan de Birmingham City University. Dit jaar publiceerde hij The New Age of Empire: How Racism and Colonialism Still Rule The World. Hoewel zijn bewering dat racisme in het VK alomtegenwoordig is in de Engelse pers de nodige weerstand opriep – volgens The Guardian voelt het boek ‘retro’ aan; het gratis blad Evening Standard noemt zijn bewering ronduit ‘belachelijk’ – vindt zijn oproep tot een grootschalige revolutie die Afrika en diaspora verenigt (The Spectator) internationaal gehoor.

    Andere sprekers zijn onder meer de Griekse denker en humanist Haris Vlavianos, vooral bekend om zijn poëzie die Times Literary Supplement prijst om zijn ‘echtheid’; advocaat, schrijver, onderzoeker en mensenrechtenactiviste Nadia Harhash, die ‘een actieve rol speelt in het transformeren en democratischer maken van de politiek van de Palestijnse Autoriteit’ (Jerusalem Post), en kunstenaar-activistist en revolutionaire geest Anand Patwardhan, die met zijn film Reason in 2019 een prijs won op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA).

    Zaterdag 20 november van 10 tot 16 in het Nationale Opera & Ballet & online

    Door Laura Weeda


    9789029094214 kopie

    Nachtelijke tochten langs de zelfkant 

    Onderklasse versus gentrificatie

    LITERATUUR | De hoofdpersonen in de boeken van de Amerikaanse auteur en singer-songwriter Willy Vlautin zijn meestal niet te benijden. In een mistroostige sfeer proberen ze zich te ontworstelen aan hun uitzichtloze situatie. Het bekendste personage is de vijftienjarige Charley uit de roman Lean on Pete (2010, verfilmd in 2018), die er na de dood van zijn vader op een renpaard vandoor gaat, op zoek naar een beter bestaan. 

    In Vlautins laatste boek The night always comes is het de dertigjarige Lynette die ’s avonds en ’s nachts de straten van Portland (Oregon, waar Vlautin vandaan komt) doorkruist om aan geld te komen en het huurhuis te kunnen afbetalen. Norah Piehl vindt in The Bookreporter dat Lynettes ‘chronische vermoeidheid als gevolg van haar dagelijkse routine’ voelbaar is op elke pagina. ‘Alsof je naar een video van een roekeloze chauffeur kijkt. Je weet dat er een ongeluk van komt, en toch blijf je kijken.’

    Volgens Cameron Woodhead van The Sydney Morning Herald fungeert ‘de affiniteit met de onderklasse’ als ‘brandstof voor Vlautins fictie’. Daarbij is het knap is dat hij zich niet laat verleiden tot het maken ‘ellendeporno’. ‘Daar is het hoofdkarakter veel te krachtig voor en heeft Vlautin haar pech te sterk voor uitgewerkt.’

    Publishers Weekly maakt melding van een ‘klassieke, zwarte roman waarin de hoofdpersoon door Amerika aan haar lot wordt overgelaten.’ (…) Een pittige pageturner, geschreven in toonvast proza, waarin de wanhoop van de hoofdfiguur tastbaar wordt.’  

    Alanna Bennett stelt in The New York Times dat het boek vooral ‘de gentrificatie en de gevolgen ervan voor de onderste sociale klasse in beeld brengt. Ze noemt de manier waarop Vlautin Portland en ook de overige personages neerzet, ‘wel wat overspannen’. ‘Maar het boek vindt zijn bestaansrecht in de beschrijving van de binnenwereld van hoofdpersoon Lynette. Zo wordt de neergang van een stad tot een diep persoonlijke tragedie.’ (Diederik Samwel)

    The night always comes van Willy Vlautin verscheen 24 oktober bij uitgeverij Meulenhoff, in de vertaling De nacht valt altijd door Dirk-Jan Arensman

    Door Diederik Samwel


    Riders of Justice st 1 jpg sd low Photo by Anders Overgaard 2
    Still uit Riders of Justice

    Amusante hoopjes ellende zinnen op wraak

    Cijfers en feiten brengen nog geen waarheid 

    FILM | Is het publiek nauwelijks bekomen van zijn hoofdrol in de film Druk, trekt acteur Mads Mikkelsen opnieuw alle registers open in een Deense film. Deze keer in Riders of Justice van Anders Thomas Jensen die bekend werd met onder meer de speelfilm Adam’s Appels (2005). Vanaf de eerste scène is het raak: in de ondergrondse van Kopenhagen vindt een gruwelijk ongeluk plaats met doden en gewonden. Kersvers weduwnaar Markus (Mikkelsen, getooid met woeste baard), een zwijgzame, verknipte militair, zint op wraak en vindt algauw drie hoogst merkwaardige nerds aan zijn zijde. 

    Recensent Sean Hermansen van de Deense krant Kristeligt haalt het geloof erbij om de film te duiden. Het verhaal zou existentiële vragen oproepen, zoals: ‘Is de gedachte aan God slechts valse hoop? Is het de taak van de mens om zich te wreken?’ Of hij daar antwoord op krijgt of niet, Hermansen heeft zich ‘uitstekend vermaakt met een geweldige Deense film en ijzersterke acteurs’.

    ‘De combinatie van onbesuisd geweld en satirische komedie’ komt niet overal even goed uit de verf, vindt Alistair Harkness van The Scotsman. Maar dat wordt ruimschoots vergoed door Mikkelsens hoofdrol: ‘Als je iemand met een posttraumatisch stressstoornis moet casten, heb je met Mikkelsen de gedroomde acteur. Haast hypnotiserend.’

    Over casting gesproken: Jessica Kiang verbaast zich in RollingStone over de rollen die Mikkelsen in Europa en in de VS krijgt: ‘In Hollywood speelt hij geheid een bloeddorstige psychopaat of geniale gek, terwijl Europese filmers hem veel meer gelaagdheid geven.’ Juist daarom past hij zo goed in Riders of Justice, waarin regisseur Jensen volgens Kiang soepel schakelt ‘van comedy en droge dialogen naar hartbrekende kwetsbaarheid of vilein maar fraai gechoreografeerd geweld’.   

    In Duitsland is de film uitgebracht onder de titel Helden der Warscheinlichkeit omdat twee van de vier hoofdpersonen zich vanuit hun werk als statisticus laten leiden door cijfers en kansberekening. ‘Zeker, het draait om wraak in de film, maar minstens zo goed om onverwerkte rouwgevoelens’, schrijft Bettina Peulecke op de site van de NDR. ‘Eigenlijk zijn het vier amusante hoopjes ellende die samen een onvrijwillige mannenzelfhulpgroep vormen.’ 

    Even stond Penelope Debelle van het Australische INDaily op het verkeerde been. Ging Mikkelsen hier collega Liam Neeson achterna als wraakzuchtige maniak? ‘Welnee, Riders of Justice is veel subtieler. Het is een fabel over de willekeur van het lot. Berusten opeenvolgende gebeurtenissen op toeval of hebben ze een oorzakelijk verband? Cijfers liegen nooit, maar of ze de waarheid aan het licht brengen is iets anders.’ [DS]

    Riders of Justice van Thomas Anders is vanaf 28 oktober te zien in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

  • Hoe sociale media de macht van de Verenigde Staten vergroten

    Hoe sociale media de macht van de Verenigde Staten vergroten

    Trends uit de Verenigde Staten worden vaak rechtstreeks overgenomen in andere landen, waar situatie heel anders is. De laatste jaren gaat dit zelfs op voor politieke overtuigingen en protesten. ‘In Hongarije, waar nog geen 0,1 procent van de bevolking van Afrikaanse afkomst is, wilden lokale politici een kunstwerk plaatsen als steunbetuiging aan Black Lives Matter.’

    Arthur do Val wilde gewoon iets betekenen in de wereld. Nu zit hij in het regionale parlement van São Paulo – gekozen met het op een na grootste aantal stemmen van alle kandidaten, zoals hij in zijn Twitter-bio pocht – nadat hij in eigen land bekendheid verwierf door bij betogingen spottend in discussie te gaan met linkse demonstranten. Een truc, zo legt hij uit, die hij heeft afgekeken van de Amerikaanse documentairemaker Michael Moore. 

    Do Val is uitgegroeid tot een begenadigd en productief bespeler van sociale media, waarop zijn team wekelijks honderden foto’s en filmpjes plaatst. De mensen willen vermaakt worden, vindt hij, dus moet je de politiek ook amusant maken. Zijn politieke standpunten brengt hij over met grappige memes en maffe filmpjes, waarin hij vooral het vrijemarktdenken uitdraagt en inhakt op links. ‘Ik heb geprobeerd een popster te worden, maar dat lukte niet. Ik heb geprobeerd een bokser te worden, een sporter, maar ik was niet meer dan een gefrustreerd zakenman. En toen zag ik via YouTube een kans om munt te slaan uit mijn verontwaardiging,’ vertelt hij. ‘Ik wilde gewoon opvallen, en dat heeft toevallig geresulteerd in een politieke carrière.’ 

    Soft power

    Het was even verrassend als indrukwekkend dat hij zich op zijn tweeëndertigste vanuit het niets wist op te werken tot parlementariër. Hij staat voor een geheel nieuwe internationale klasse van politiek ondernemers die hun boodschap overbrengen met memes, internetfilmpjes en hapklare leuzen. Ze kunnen putten uit een mondiale stroom van politieke ideeën, waaruit ze opvissen wat ze nodig hebben om dat vervolgens, toegesneden op hun lokale omstandigheden, in eigen land de ether in te slingeren. Het zijn vaak gewone burgers of activisten. En ze hebben vooral via sociale media invloed, op hun volgers en op elkaar. Dat leidt niet alleen tot een nieuwe klasse van onconventionele politici, maar tot de globalisering van politiek gedachtengoed, van ideeën die veelal hun oorsprong vinden in de Verenigde Staten.

    Amerikaanse muziek, films en tv-series zijn overal geliefd. Amerikaanse merken hebben al lang de wereld veroverd. Amerikaanse socialemediasterren zijn mondiale influencers. Als het machtigste land ter wereld, met een cultuur die mondiaal aanspreekt, hebben de VS altijd al grote invloed gehad op politieke trends in andere landen. Joseph Nye, politicoloog aan de Harvard-universiteit, muntte daarvoor in 1990 het begrip ‘soft power’, dat hij omschreef als ‘het vermogen om anderen te beïnvloeden en tot een gewenste uitkomst te bewegen door middel van verleiding en overreding, in plaats van betaling of dwang’. Hollywood, popmuziek, McDonald’s en Levi’s zijn allemaal uitingen van de soft power van Amerika.

    Je kunt de Amerikaanse argumenten in zo’n debat niet simpelweg kopiëren naar je eigen situatie

    Voor veel mensen in andere landen was de consumptie daarvan de enige manier om zich aan de Amerikaanse droom te laven. Bij de opening van de eerste McDonald’s-vestiging in Bombay stonden in 1996 duizenden Indiërs in de rij om de befaamde hamburger te proeven (maar dan een variant zonder rundvlees), net zoals dat zes jaar eerder in Moskou was gebeurd. (Bij de opening van een Starbucks-filiaal in Bombay zag je tien jaar geleden vergelijkbare taferelen.) De filmindustrie van Bombay, de grootste ter wereld, wordt Bollywood genoemd, naar haar tegenhanger in Los Angeles. Zo heeft Nigeria zijn Nollywood en Pakistan (in Lahore) zijn Lollywood.

    McDonald’s mag dan bijdragen aan het overgewicht in de wereld en Hollywood aan de onrealistische verwachtingen over forensisch onderzoek, voor politici gaat het er vooral om dat je, in de woorden van Nye, ‘veel gedaan kunt krijgen door aantrekkelijk te zijn voor anderen’. Waardering voor Amerikaanse merken gaat vaak samen met een positieve waardering voor Amerikaans beleid. Het nieuwe is dat het land inmiddels niet meer alleen zijn culturele, maar ook zijn politieke thema’s exporteert. En in de tijd van sociale media is het niet zozeer via McDonald’s als wel via memes dat de Verenigde Staten culturele invloed uitoefenen. 

    Sjablonen

    Neem Brazilië. Daar is de politiek vergeven van de youtubers en Facebook-influencers, variërend van aanhangers van president Bolsonaro tot critici van zijn regering zoals Felipe Neto, en tal van politieke contentmakers van allerlei pluimage daartussen. ‘Het openbare debat in Amerika heeft veel invloed, ook onbewust. Wat daar gebeurt, komt hiernaartoe,’ zegt Do Val, doelend op de discussies over mondkapjes en over racisme. Maar je kunt de Amerikaanse argumenten in zo’n debat niet simpelweg kopiëren naar je eigen situatie, waarschuwt hij. Het is eerder zo dat Amerika sjablonen levert die iedereen lokaal kan toepassen. 

    Volgens Whitney Phillips, mediawetenschapper aan de Universiteit van Syracuse, in de staat New York, heeft de Amerikaanse invloed op het politieke debat in andere landen niet alleen te maken met de waarden die de VS uitdragen. Het komt ook ‘door de culturele productie – de media en memes die het land voortbrengt,’ schrijft Phillips in You Are Here, haar nieuwe boek over mondiale informatiestromen. Een van de redenen waarom de Amerikaanse invloed nu groter is dan ooit, zegt ze, is dat ‘de sociale media mondiaal zijn. En er zijn buiten de Verenigde Staten nog veel meer mensen die Facebook gebruiken dan in de Verenigde Staten zelf.’ 

    Lees ook:

    Neem de protesten van de Amerikaanse Black Lives Matter-beweging in 2020. Die vormden de opmaat voor lokale protesten overal ter wereld, van Zuid-Korea, waar maar heel weinig mensen wonen die van Afrikaanse afkomst zijn, tot Nigeria, waar maar heel weinig mensen wonen die dat niet zijn. In Groot-Brittannië, waar de politie normaal gesproken geen vuurwapen draagt, hield een betoger een bord omhoog met de tekst ‘demilitariseer de politie’. In Hongarije, waar nog geen 0,1 procent van de bevolking van Afrikaanse afkomst is, wilden lokale politici een kunstwerk plaatsen als steunbetuiging aan Black Lives Matter. De gemeenteraad werd teruggefloten door de premier, die vorig jaar zelf een filmpje online zette met de slogan ‘All Lives Matter’.

    Ook QAnon, de complottheorie dat de macht in handen is van een netwerk van pedofiele kannibalen, begon in de loop van 2017 de ronde te doen in de VS. Sindsdien heeft de theorie daarbuiten veel aanhangers gekregen. Bij een kleine QAnon-betoging in Londen liepen vorig jaar mensen rond met teksten als ‘Stop met het beschermen van pedofielen’. In Frankrijk wordt de theorie vooral opgepikt door aanhangers van de gelehesjesbeweging. Volgens een schatting telt Duitsland het op een na grootste aantal QAnon-aanhangers. Zelfs in Japan is deze complottheorie al opgedoken, ondanks de radicaal andere politieke cultuur in dat land.

    Megafoon

    Culturele invloed is geen eenrichtingsverkeer. Er zijn ook Britse politieke influencers die een mondiaal publiek bereiken, tot in de VS. Vol trots wijst Do Val op de ‘confused lady’-meme, ooit in Brazilië begonnen en inmiddels mondiaal verspreid. Alleen beseffen maar weinig mensen dat deze meme oorspronkelijk uit Brazilië komt, en er zijn ook niet veel bewegingen in Brazilië of elders die op grote schaal tot zulke wereldwijde memes leiden. Het vermogen van een land om, al is het maar indirect, invloed uit te oefenen op de wereld is evenredig aan het cultureel gewicht dat zo’n land in de schaal legt (zie grafiek).

    Dit komt voor een groot deel door de sociale media. Die werken als een megafoon voor nieuwe stemmen, verhogen de snelheid waarmee ideeën worden verspreid en vergroten de schaal waarop zowel mensen als ideeën aan invloed kunnen winnen. De website van CNN is de op een na meest bezochte Engelstalige nieuwssite ter wereld, na die van de BBC; die van The New York Times is een goede derde. In november deed Emmanuel Macron bij die krant zijn beklag over de manier waarop er verslag was gedaan van een terroristische aanslag bij Parijs. Dat doet Macron niet bij iedere krant, maar online heeft The New York Times buiten de VS een lezerspubliek van zo’n vijftig miljoen mensen, verspreid over zo’n beetje alle landen ter wereld. Bijna een vijfde van de 5,2 miljoen digitale abonnees woont buiten de VS.

    Nieuwsmedia in andere landen nemen een voorbeeld aan de Amerikaanse media. Volgens een analyse van King’s College London waren verwijzingen naar een ‘cultuuroorlog’ in de Britse pers lange tijd een vierjaarlijks fenomeen, wat doet vermoeden dat deze samenhingen met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Maar de laatste jaren is het gebruik van dat woord scherp gestegen. ‘We hebben de taal van de cultuuroorlog onverkort in Groot-Brittannië geïmporteerd,’ zegt Bobby Duffy, hoofd van het Policy Institute, dat de analyse uitvoerde. Het zijn allemaal factoren die kunnen verklaren hoe het komt dat QAnon wereldwijde bekendheid heeft gekregen, waarom bij protesten tegen de lockdown Amerikaanse terminologie wordt overgenomen en waarom Black Lives Matter-betogingen zich over de hele wereld hebben verspreid. Zoals men overal ter wereld naar Hollywoodfilms kijkt, volgt men ook overal Amerikaanse kranten, tv-programma’s en sociale media. 

    Vanwege Amerika’s imago als natie van idealisme spreken protestbewegingen uit dat land des te meer aan

    Er is geen enkel ander land waarvan dat gezegd kan worden. Neem China. De protesten in Hongkong wekten gevoelens van sympathie en solidariteit, maar hebben nergens tot vergelijkbare demonstraties geleid. Buiten China krijgen maar weinig mensen een warm gevoel bij het kopen van een Huawei-telefoon of het shoppen op Alibaba. TikTok, de enige Chinese app die een wereldwijd succes is, is er in twee versies: de Chinese, Douyin, en de versie die de rest van de wereld gebruikt. De Great Firewall helpt China om de rest van de wereld buiten de deur te houden, maar verhindert ook dat Chinese ideeën doordringen in de buitenwereld.

    Daarbij leidt de openheid van de Amerikaanse politiek ertoe dat Amerikaanse beelden en symbolen gemakkelijk over te nemen zijn, zegt Craig Hayden, docent strategische studies aan de Marine Corps University in Virginia. Je zou denken dat beelden van rellen op straat het aanzien van de VS in de wereld schaden. Maar wat er volgens hem juist gebeurt, is dat mensen de onlusten in Washington of Minneapolis zien en denken: Amerika is ‘verwikkeld in een strijd die op de onze lijkt’. En vanwege Amerika’s imago als een natie van idealisme spreken protestbewegingen uit dat land des te meer aan. ‘Noem een willekeurig land dat kampt met racisme onder de eigen bevolking: de protesttweets die daar rondgaan, retweeten wij niet,’ aldus Hayden.

    Zo winnen politieke stoorzenders in deze tijd van sociale media niet alleen aan invloed in eigen land, ze krijgen ook steeds meer invloed op de politiek in verre landen. Gebruikers van sociale media in Minneapolis of Seattle kunnen als inspiratie dienen voor Instagrammers in São Paulo. Ideeën die voor het eerst naar voren komen op de campus van universiteiten in New England, kunnen opduiken in de woonkamers van het oude Engeland. De belofte van het internet was dat het informatie over de hele wereld zou verspreiden. Maar de sociale media en hun algoritmen versterken vooral de stem van Amerika.

    Lees ook:

  • Moordenaar George Floyd berecht | Raúl Castro treed af als leider Communistische Partij

    Moordenaar George Floyd berecht | Raúl Castro treed af als leider Communistische Partij

    ‘Een moment van catharsis’ voor de VS

    Derek Chauvin, die een mondkap droeg, ‘toonde geen emotie toen rechter Peter Cahill het vonnis voorlas’, schrijft Star Tribune, een lokale krant. Aan het einde van een drie weken durend, hoogoplopend proces in Minneapolis werd de voormalige politieagent dinsdag 20 april veroordeeld voor het doden van de Afro-Amerikaanse George Floyd, op 25 mei 2020.

    Na een beraadslaging van ongeveer tien uur, verdeeld over twee dagen, achtten de twaalf juryleden de verdachte schuldig op alle drie punten – moord, doodslag en mishandeling met de dood tot gevolg. De vijfenveertigjarige agent werd geboeid en onmiddellijk in hechtenis genomen. De veroordeling zal over ongeveer acht weken zal plaatsvinden. Chauvin kan tot veertig jaar gevangenisstraf krijgen. Drie andere politieagenten die bij de arrestatie betrokken waren, moeten in augustus terechtstaan voor ‘medeplichtigheid’.

    Het nieuws veroorzaakte een explosie van vreugde in Minneapolis, meldt CNN. De menigte, verzameld buiten het gerechtsgebouw en voor de Cup Foods-buurtwinkel waar George Floyd werd vermoord, scandeerde ‘gerechtigheid’ en ‘Black Lives Matter’. Na een interview met een witte man die tranen van vreugde huilde, sprak een verslaggever van de zender van een ‘teken van ongeloof’ onder de demonstranten ‘dat dit echt gebeurd is’.

    Het vonnis, zo schrijft The New York Times, ‘was een moment van catharsis voor velen in de stad (…) en van collectieve genoegdoening’. Soortgelijke taferelen waren overigens in het hele land te zien. ‘Voor sommige zwarte Amerikanen in het bijzonder, was het moment bijzonder aangrijpend, de bevestiging dat gerechtigheid was geschied voor meneer Floyd.’

    ‘Chauvins veroordeling is de uitzondering die de regel bevestigt’, merkt The Atlantic op. ‘Historisch gezien’, legt het tijdschrift uit, ‘zijn moordzaken tegen politieagenten uiterst zeldzaam, en van de weinige zaken die worden voorgeleid, zijn veroordelingen uiterst zeldzaam.’

    ‘Hoewel dit een opluchting is, valt er hier niet veel te vieren. Een man is zonder reden gestorven’, schrijft The Root, een site die als tagline heeft: The Blacker the Content the Sweeter the Truth.

    ‘Het valt nog te bezien of het vonnis zal leiden tot een grotere verantwoordingsplicht van de politie en het momentum zal consolideren dat door de tragedie is ontketend’, stelt Vox. Voor The Washington Post betekent het een ‘potentieel keerpunt’ voor Joe Biden, ‘die van rassengelijkheid en politiehervorming een kernpunt van zijn campagne had gemaakt, maar de thema’s nog niet op de voorgrond van zijn presidentschap plaatste’.


    Idriss Déby, president van Tsjaad, is gesneuveld op het slagveld

    Hij stond meer dan dertig jaar aan het hoofd van Tsjaad, en had zichzelf moeiteloos een zesde termijn in de wacht gesleept. Het nieuws dat op dinsdag 20 april om 12.00 uur op de nationale radio en televisie bekend werd gemaakt, kwam voor iedereen als een verrassing: Idriss Déby Itno is dood.

    Lees ook:

    ‘De president van de republiek, staatshoofd, opperbevelhebber van de strijdkrachten, Idriss Déby Itno, heeft zojuist zijn laatste adem uitgeblazen terwijl hij de territoriale integriteit op het slagveld verdedigde. Met diepe bitterheid kondigen wij het Tsjadische volk het overlijden aan, deze dinsdag 20 april 2021, van de maarschalk van Tsjaad’, kondigde legerwoordvoerder generaal Azem Bermandoa Agouna aan, in een verklaring voorgelezen op TV Tchad.

    ‘De grondwet is ontbonden. Dat geldt ook voor de regering en de Nationale Vergadering. Een militaire overgangsraad (CMT), onder leiding van zijn zoon, Mahamat Idriss Déby [37 jaar], is geïnstalleerd voor achttien maanden’, meldt Chad Infos.

    De president, die een van de befaamdste legers van het continent had opgebouwd, was gewend zich tussen de troepen te begeven. Volgens de eerste berichten zou hij gewond zijn geraakt tijdens gevechten tegen de opstand van rebellengroep FACT, die zijn doorgestoten vanuit Libië, in de regio Kanem, even ten noorden van N’Djamena. Op deze plek hebben de gevechten zich de afgelopen dagen geconcentreerd, met honderden doden tot gevolg.

    Strijd tegen terrorisme

    Met zijn 68 jaar, waarvan hij bijna de helft aan de macht heeft doorgebracht, is de man die zichzelf in 2020 uitriep tot ‘maarschalk voor het leven’, een van de alleenheersers die met ijzeren vuist regeren. Aan het hoofd van een van de meest doorgewinterde, best uitgeruste en best getrainde legers op het continent, was hij ook Europa’s en in het bijzonder Frankrijks beste bondgenoot. In de afgelopen jaren, toen Tsjaad werd bedreigd door zowel Boko Haram als jihadistische groeperingen uit de Sahel, toonde hij zich in deze gevechten onmisbaar.

    De Burkinese krant L’Observateur Paalga schrijft over de overleden president: ‘Déby is nu helaas des te onmisbaarder omdat iedereen zich van één ding bewust is: als na Libië ook de Tsjadische dam zou breken, zou de hele regio worden overspoeld door terrorisme.’ Na de dood van Idriss Déby is niet alleen Tsjaad in onzekerheid gedompeld, maar de gehele regio.



    Miguel Díaz-Canel krijgt de leiding in Cuba, maar Raúl Castro houdt de macht

    Miguel Díaz-Canel, president van Cuba – vandaag 61 jaar oud –, is op 19 april officieel eerste secretaris geworden van de Communistische Partij van Cuba (PCC), het centrum van de macht op het eiland. Een positie die tot nu toe was voorbehouden aan de broers Castro, eerst aan Fidel, tot zijn overlijden in 2016, en daarna aan zijn broer Raúl (89).

    De laatst overgebleven broer is nu al twee jaar bezig met het opzetten van deze overgang. Voor het eerst komt de achternaam Castro niet voor onder de vijftien leden van het Politbureau, het besluitvormingsorgaan van de PCC.

    ‘Castro gaat, castrisme blijft’

    Raúl Castro heeft niettemin vele loyalisten in het Politbureau en het Centraal Comité geplaatst, en er zijn maar weinigen die geloven dat hij het land niet op de achtergrond met ijzeren vuist zal blijven regeren.

    Hoewel hij na de revolutie van 1959 is geboren en dus geen deel uitmaakt van de ‘historische generatie’, heeft Miguel Díaz-Canel zich in de tijdperken van Fidel en Raúl als een goed apparatsjik gedragen. Hij is sinds 1997 zonder onderbreking lid van het Politbureau.

    In zijn toespraak aan het einde van de zitting waarin hij door het partijcongres werd bekrachtigd, liet hij zelf doorschemeren dat de ‘generaal van het leger’, Raúl, meer dan alleen aan zijn zijde zou blijven.

    ‘Raúl Castro blijft de enige en onbetwistbare leider, met een grenzeloze macht’

    Granma, het officiële dagblad van de PCC, citeert hem: ‘Kameraad Raúl (…) zal worden geraadpleegd over strategische beslissingen die van invloed zijn op het lot van de Cubaanse natie. Hij zal altijd aanwezig zijn, van alles op de hoogte worden gehouden. Hij zal energiek strijden, ideeën en voorstellen aandragen voor de revolutionaire zaak (…), en alert blijven om eventuele fouten of tekortkomingen te voorkomen.’

    Continuïteit: daar wijst ook de onafhankelijke Cubaanse pers op. De website Diario de Cuba kopt: ‘Niets absurder dan te praten over het einde van het Castro-tijdperk in Cuba’. En schrijft vervolgens: ‘Raúl Castro blijft de enige en onbetwistbare leider, met een grenzeloze macht. Van nu af aan zal hij zich tevreden stellen met het uitzetten van de strategische lijnen, het nemen van de belangrijke beslissingen en vooral het toezien op zijn nieuwe luitenants.’

    ‘Castro gaat, Castrisme blijft’, kopt de website 14ymedio, die eraan toevoegt: ‘Castrisme gaat verder dan een man en zijn clan. Het is een manier om politieke macht uit te oefenen, de media te controleren, de economie te beheren via het leger (…) en ideologische propaganda te structureren.’

    Lees ook:

  • Christiane Amanpour: ‘Ik strijd voor de waarheid’

    Christiane Amanpour: ‘Ik strijd voor de waarheid’

    CNN-verslaggever Christiane Amanpour en voormalig oorlogscorrespondent is zich meer dan ooit bewust van de verantwoordelijkheid die zij heeft als journalist.  ‘Mijn aanwezigheid in Bosnië was zinloos geweest als ik niet bereid en in staat was de waarheid te laten zien.’

    ‘Toen CNN veertig jaar geleden begon, was de Koude Oorlog op zijn hoogtepunt. Onze oprichter Ted Turner wilde een internationale nieuwsorganisatie opzetten om in een van de angstigste periodes van de wereld mensen bijeen te brengen. De grootste angst in die tijd was de dreiging van een kernoorlog. Ik kwam in 1983 bij het team, rechtstreeks uit de collegebanken. Toentertijd dacht ik: “Geweldig, hier kan ik al doende het vak leren en dan zoek ik daarna een fatsoenlijke baan bij een echt netwerk.” Wist ik veel dat CNN tot de allergrootste zou gaan horen.

    Teds motto bij CNN was: “Leid, volg of ga uit de weg”. En ik heb altijd geprobeerd me daaraan te houden. Mijn eerste grote proef als buitenlandcorrespondent kwam toen ik in de zomer van 1990 op pad werd gestuurd. Binnen een paar maanden viel Saddam Hoessein Koeweit binnen, wat tot de eerste Golfoorlog leidde.

    Niemand is er ooit op voorbereid als een gewoon leven omslaat in een extreem leven. En een bestaan als oorlogs- en rampenverslaggever, dat is extreem. Je verkeert op de rand van het leven en dus op de rand van de dood. Het duurde even voordat ik als kersverse correspondent gewend was te leven tussen mensen die onder vuur lagen, op een plek waar iedereen slachtoffer kon zijn. Maar ik moest mijn werk doen, dus stap voor stap leerde ik en paste ik me aan.

    koshu kunii 6m9F6QrJskY unsplash
    Met de leus ‘No justice, no peace’ eisen Black Lives Matter- demonstranten gerechtigheid voor politiegeweld tegen zwarte Amerikanen. – © Koshu Kunii / Unsplash

    Lockdown

    Mijn volgende oorlog was in Bosnië, waar ik verslag deed vanuit Sarajevo, dat toen in volledige lockdown was.

    Je was ofwel aan het werk of je sliep in een soort slaapzaal in het enige hotel dat open was. Je kon elk moment door een sluipschutter op de korrel worden genomen of in een bombardement terechtkomen. En omdat de wereld niet wilde ingrijpen om een eind aan het geweld te maken, zeiden grootmachten als de Amerikanen, de Britten en de Fransen: “Alle strijdende partijen zijn even schuldig. En wij kunnen er niets aan doen.” Nou, ik kon ter plaatse met eigen ogen zien dat dat niet waar was. Er was een agressor en er waren slachtoffers. En ik realiseerde me al snel dat mijn aanwezigheid daar zinloos was als ik niet bereid en in staat was de waarheid te laten zien.

    Op dat moment heb ik geleerd dat het in de journalistiek niet om neutraliteit gaat. Je kunt niet neutraal zijn wanneer je getuige bent van iets als genocide. Het gaat om objectiviteit, bereid zijn alle kanten te onderzoeken. Maar je kunt niet alle partijen gelijk behandelen, als die duidelijk niet gelijk zijn. Het veranderde mijn hele kijk op mijn verantwoordelijkheid als verslaggever. En sindsdien is mijn mantra altijd gebleven: “wees waarheidsgetrouw, niet neutraal”.

    Deze manier van verslaggeving is niet zonder risico. Ik ben op plekken geweest waar werd geschoten, ik heb in malariagebieden gewoond, ik was in Rwanda toen daar de volkerenmoord plaatsvond en zwaar gedrogeerde mensen als gekken met machetes in het rond sloegen. En ook journalisten zijn soms doelwit.

    Lichtpuntjes

    Ja, het was vaak gevaarlijk, maar de andere kant van de medaille is dat ik heb geleerd om uit te kijken naar lichtpuntjes. Waar ik ook was, ik heb altijd geprobeerd dat kleine beetje menselijkheid te vinden. Ik put vreugde en troost uit de manier waarop mensen in tijden van narigheid bij elkaar komen. En zeker nu, met de coronapandemie, zien we dat volop gebeuren.

    In bepaalde opzichten is het alsof de ervaringen die ik als buitenlandverslaggever heb opgedaan een soort training waren voor de moeilijke omstandig-heden waarmee we nu te maken hebben. Het was training voor een lockdown, voor noodmaatregelen, en voor het op afstand per telefoon vergaren van feiten en informatie. Die overlevingstactieken zijn des te belangrijker omdat we nu te maken hebben met een ander soort vijand, die misschien nog wel verwoestender is, aangezien hij ervoor heeft gezorgd dat de hele wereld knarsend tot stilstand is gekomen.

    Dit is iets totaal anders dan alle oorlogen, rampen, epidemieën en andere ellende waarvan ik verslag heb gedaan. Het is altijd mijn instinct geweest om snel op pad te gaan naar wat er ook gaande was. Maar dit is anders dan een oorlog of terrorisme, waarbij je zorgt dat je ter plaatse bent en laat zien dat je niet bang bent. Nu zitten we allemaal achter gesloten deuren. Ik woon alleen en werk vanuit huis, dus ik begrijp de stress die veel mensen nu doormaken. En als journalist in het tijdperk-Trump, dat één eindeloze aanval vanuit het Witte Huis op de media is, ben ik scherper dan ooit op waarheid en feiten.

    Mensen hebben hun vertrouwen in deskundigen en instituties verloren.
    Er zijn zelfs mensen die vraagtekens plaatsen bij de wetenschap. Dat is in mijn ogen verschrikkelijk gevaarlijk. Juist nu is wetenschap het verschil tussen leven en dood. De afgelopen jaren hebben gewetenloze leiders onophoudelijk campagne gevoerd om de journalistiek verdacht te maken, om feiten verdacht te maken, maar we hebben nu meer dan ooit deskundigen nodig. Ik strijd voor de waarheid. Dat zal ik absoluut blijven doen. Het kan me niet schelen of de machthebbers me aardig vinden. Ik zal tot mijn laatste snik blijven vechten.

    Gerechtigheid

    Als buitenlandcorrespondent heb ik ook talloze demonstraties, manifestaties en revoluties verslagen. Toen ik tijdens de Arabische Lente reportages maakte over de protesten in landen als Libië, Irak en Libanon, benoemde ik wat er gaande was: een beweging van mensen die de straat op gingen tegen onrecht en voor gelijkheid en vrijheid. En dat is precies wat we op dit moment, sinds de brute moord op George Floyd, in de Verenigde Staten en over de hele wereld zien: een opstand voor gerechtigheid en tegen het straffeloos vermoorden van zwarte mensen.

    Mijn hele carrière lang ging het erom mensen rekenschap te laten afleggen: voor oorlogsmisdaden, voor mensenrechtenschendingen, voor ongelijkheid van ras en gender. Vandaar dat ik me altijd sterk met het rechtssysteem heb beziggehouden. En in mijn ogen is de protestleus “No justice, no peace” niet zomaar een kreet. Hij is van groot, wezenlijk belang. En hij drukt precies uit waar dit moment in de geschiedenis om gaat.

    Deze protesten bevatten een zeer belangrijk politiek element. Ze zijn bedoeld om tot verandering te leiden, dus we moeten doorgaan en we moeten de grote vragen stellen.

    Institutioneel racisme bestaat en het moet worden uitgeroeid. Dit is daarvoor het moment. En onze politieke leiders moeten luisteren.

    Eindelijk zien we dat landen hun verantwoordelijkheid nemen voor hun racistische slavernijverleden. Sinds de moord op George Floyd heb ik veel mensen uit de zwarte gemeenschap geïnterviewd, maar ook vooraanstaande witte leiders die zeggen: “Wij hebben dit veroorzaakt, dus wij moeten ook deelnemen aan het oplossen ervan.” Die samenwerking is uiterst belangrijk, want gerechtigheid bereik je niet met maar één groep of met een andere, dit gaat de hele samenleving aan.

    Ik zal mijn schijnwerper blijven richten op de Black Lives Matter-beweging, want ik wil niet zien dat politici, bedrijven of individuen slechts een “hashtagmoment” hebben. Dit is geen kwestie van “en nu weer over tot de orde van de dag”. We moeten onze wereld verbeteren. Politiegeweld is een symptoom van structureel racisme, gebaseerd op structurele armoede.

    Het systeem is zo ingericht dat de ene groep wordt onderdrukt zodat een andere kan bloeien. Ik vind dat we op alle maatschappelijke terreinen onze deuren moeten openzetten en onderwijs-, economische en professionele kansen toegankelijker moeten maken. Anders is het allemaal alleen maar lippendienst. En we kunnen het ons niet veroorloven om dit moment onbenut te laten.

    De twee pandemieën, die van het coronavirus en die van het racisme, hebben ons een enorme kans geboden. Nu moeten we intelligent genoeg, dapper genoeg, empathisch genoeg en eerlijk genoeg zijn om die kans te grijpen en te doen wat nodig is. We moeten weer ergens zien te komen waar deze hyperpartijpolitieke polarisatie, die zo giftig is, begint te vervagen.

    Ik hoop dat er licht is na dit alles. Ik hoop dat we de uitdaging aankunnen. En ik hoop echt dat we dankzij deze periode onze menselijkheid met andere ogen gaan bezien, of het nu gaat om klimaatverandering, mensenrechten, kapitalisme of gewoon de kwaliteit van het leiderschap dat we kiezen. De waarheid is dat de donkerste dagen soms de juiste soort verandering brengen.’

  • Diversiteit als rancuneleer

    Diversiteit als rancuneleer

    In de westerse samenlevingen is een nieuw totalitarisme in opkomst, aldus de conservatieve essayist Theodore Dalrymple. Wie de doelen van bepaalde sociale bewegingen zoals Black Lives Matters niet steunt, wordt bestempeld als vijand en ziet zijn carrière gevaar lopen.

    In 1977 publiceerde de Franse essayist Jean-François Revel een traktaat met de titel De totalitaire verleiding. Daarin hekelde hij de faiblesse – het zwak – van de westerse intelligentsia voor stalinistisch getinte dictaturen, dat hij als oneerlijk, aanmatigend, stompzinnig en kwaadaardig bestempelde.

    Je had kunnen denken – ík in elk geval wel – dat met de ondergang van de Sovjet-Unie de totalitaire verleiding voor eens en voor altijd was bezworen. Dat was natuurlijk een bijzonder oppervlakkige zienswijze. In plaats van te verdwijnen, balkaniseerde de verleiding, bij wijze van spreken, en werd ze ook gerepatrieerd. Het totalitarisme was vrij overtuigend aan de kaak gesteld als iets wat inherent absurd was, intellectueel van generlei waarde en met een catastrofale uitwerking. Maar dat was niet voldoende om het minder verleidelijk te maken, althans niet voor wie een volledige oplossing wil voor alle kleine problemen des levens, zoals hoe en waarvoor wij moeten leven. Wat theoretisch een oplossing lijkt, kan in de echte wereld een duizendtal rampen veroorzaken.

    Natuurlijk vergt het een zeker opleidingsniveau om zich door het totalitarisme te laten verleiden: het spreekt bijvoorbeeld geen ongeletterden aan, maar alleen intelligentsia. Die laatsten zijn door de uitbreiding van het hoger onderwijs, of in elk geval door het volgen daarvan, bijna exponentieel in aantal toegenomen. Achteraf gezien is het niet verwonderlijk dat het totalitarisme zijn sirenenzang voortzet in voorheen liberale samenlevingen, vooral wanneer de jongeren, altijd in voor radicale ideeën, zich geconfronteerd zien met reële maar hardnekkige problemen die schijnbaar erger zijn dan die van de vorige generatie.

    jon tyson ekJvnSMahh0 unsplash 1
    Dit jaar overleed Ruth Bader Ginsburg, rechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Haar handelsmerk was een kanten kraagje; ze droeg een speciale kraag als ze het niet eens was met een uitspraak. – © Jon Tyson / Unsplash

    Intellectuele conformiteit

    We moeten natuurlijk ook weer niet overdrijven. We leven nog niet in een Sovjet-achtige tirannie waarin men in elke universitaire verhandeling, hoe zweverig het onderwerp ook was, verplicht was Lenin te citeren. Het is nog altijd mogelijk, zij het verre van eenvoudig, om als geleerde in de wereld buiten de universiteitsmuren te leven. Maar er is geen tirannie van de volledige politiestaat voor nodig om een hoge mate van intellectuele conformiteit te bereiken, zoals we nu alom kunnen zien. Ik hoor van jonge academici in diverse landen dat ze niet meer vrijuit durven te spreken, niet omdat ze voor hun leven vrezen, maar voor hun promotie. Dat is niet hetzelfde, of even verschrikkelijk, als vrezen voor je leven, maar het ligt wel mijlenver af van John Stuart Mills ideaal van vrijheid van meningsuiting.

    Ik hoor van jonge academici dat ze niet meer vrijuit durven te spreken

    Maar het is nog veel erger. Ze zijn niet alleen genoodzaakt hun mond te houden en niet te zeggen wat ze denken, wat op zichzelf al erg genoeg is voor mensen die voor het leven van de geest hebben gekozen; ze moeten ook dingen onderschrijven die naar hun mening slecht of onwaar zijn. En dat is een kenmerk van totalitarisme. Ze moeten doctrines onderschrijven die ze als absurd beschouwen, bijvoorbeeld door bij een sollicitatie uit de doeken te doen hoe ze de zogeheten diversiteit denken te gaan bevorderen. Door van het verkondigen van onwaarheden een voorwaarde voor het krijgen van een aanstelling te maken, wordt iedere vorm van integriteit bij voorbaat de kop ingedrukt. Wie niet integer is, is gemakkelijker in de hand te houden.

    Steeds vaker dulden sociale bewegingen geen enkele neutraliteit meer ten aanzien van de doelen die ze nastreven. Wie die doelen niet steunt is een regelrechte vijand, wie ertegen zondigt is slecht: als je geen deel bent van de oplossing, ben je deel van het probleem. Als je bijvoorbeeld aanvoert dat je belangstelling elders ligt, zoals bij de taxonomie van sprinkhanen, de biochemie van eikels of de bibliografie van Alexander Pope, dan is er nog altijd één onderwerp dat belangrijker is dan alle andere, en is daarover maar één mening toegestaan. Je moet een loyaliteitstest afleggen.

    Black Lives Matter

    De nieuwste beweging op dit gebied is natuurlijk Black Lives Matter, en de manier waarop de boegbeelden daarvan zo’n groot deel van de intelligentsia hebben weten te intimideren is in zekere zin bewonderenswaardig, en een voorbeeld voor toekomstige politieke organisaties, al moeten we dan het ergste vrezen. Door te beweren dat zwijgen gewelddadig is, hebben ze het handenwringen (om te voorkomen dat er een banvloek over wordt uitgesproken) bijna tot het toonbeeld van deugdzaamheid verheven. Ze zijn erin geslaagd de doelstelling van Martin Luther King zodanig om te draaien dat iemands huidskleur weer belangrijker is dan zijn karakter, en ze hebben het meest stalinistisch-maoïstische van alle ideeën weer in ere hersteld, namelijk dat mensen beloond moeten worden op grond van hun sociale (in dit geval raciale) herkomst. En iedereen die het daar niet mee eens is, is een Vijand van het Volk, waarbij het woord ‘Volk’ in streng technische zin wordt gebruikt, namelijk als de scheidsrechter die beloningen toekent.

    De flagrante onverenigbaarheid van dit alles mag ons niet blind maken voor de populariteit van de beweging bij het inmiddels zeer grote aantal mensen dat is opgeleid, of getraind, in de diverse takken van de rancunestudies. Totalitarisme biedt carrièreperspectieven aan hen die over apparatsjik-achtige neigingen en capaciteiten beschikken, terwijl het appelleert aan de rancune van in elk geval een deel van de bevolking, dat degenen die vroeger een fortuinlijker positie bekleedden dan zijzelf maar al te graag vernederd ziet worden.

    Het is al vele jaren gebruikelijk dat universiteiten in hun colleges politieke filosofie meer aandacht aan macht besteden dan aan vrijheid, omdat de laatste alleen maar als een sluier of rookgordijn wordt beschouwd voor de ongelijke verdeling van de eerste. De enige vraag die het stellen waard is, is Lenins ‘Wie wie?’, oftewel wie doet wie wat aan? De rest is persiflage: en daarmee is de weg vrij voor een sociaal conflict dat alleen kan worden beslecht door almachtige, filosoof-koningen.

  • Doorgeschoten politieke correctheid

    Doorgeschoten politieke correctheid

    Volgens de conservatieve Wall Street Journal zijn de studentenprotesten een bedreiging voor het recht op vrije meningsuiting.

    Het oproer aan Yale University en de Universiteit van Missouri zich heeft uitgebreid naar andere campussen, van Californië tot New Hampshire. De klachten van de studenten en hun roep om ‘een veilige plek’ [safe space] variëren, maar de kwaal is dezelfde: faculteiten en bestuurders die rassen- en genderdiversiteit boven alle andere waarden stellen, inclusief de vrijheid van meningsuiting.

    De rondgang begint bij Yale, waar het een paar weken geleden tot een uitbarsting kwam nadat een faculteitslid opperde dat het niet aan het bestuur was om uit te maken wat een passend kostuum voor Halloween is. In betere tijden zou ze op elk campusfeestje gratis bier hebben gekregen, maar dit keer leidde het tumult ertoe dat een student de socioloog van Yale uitschold omdat ze ‘gevoelloos’ zou zijn.

    De reactie? ‘Ik heb me nog nooit tegelijkertijd zo ontroerd, uitgedaagd en bemoedigd gevoeld door onze gemeenschap,’ schreef bestuursvoorzitter Peter Salovey van Yale in een brief aan de hele universiteit. Hij beloofde een centrum dat onderzoek zou doen naar ‘ras, 
etniciteit en andere aspecten van sociale identiteit’, meer aandacht voor deze onderwerpen, meer training in het onderkennen van racisme op wat ongetwijfeld een van de meest rassengevoelige plekken op aarde is. Salovey beloofde 50 miljoen dollar in te zetten voor diversificatie van zijn universiteit – en je kunt er donder op zeggen 
dat hij geen intellectuele diversificatie bedoelde.


    Het is ook hommeles in Missouri, waar studenten de bestuursvoorzitter wegjoegen vanwege beschuldigingen dat hij rassenincidenten op de campus niet adequaat zou hebben opgelost. Groepen studenten van naar schatting honderd andere universiteiten volgden hun voorbeeld, allemaal omdat er sprake zou zijn van systematische rassen‑
ongelijkheid. Een dieptepunt was de universiteit in Dartmouth, waar demon‑
stranten de bibliotheek bestormden 
en andere studenten voor racistische onderdrukkers uitmaakten omdat ze liever wilden studeren. Bestuursvoorzitter Phil Hanlon zou de oproerkraaiers moeten wegsturen wegens overtreding van de gedragscode van de universiteit en hen moeten vervangen door enkelen van de duizenden afgewezen gegadigden die de doelstellingen van een universiteit misschien wel onderschrijven.

    Studenten willen de Amerikaanse geschiedenis herschrijven als die niet aansluit bij de huidige politieke mores

    Maar wel heel bont maakte Princeton University het. Daar drongen studenten het kantoor van de bestuursvoorzitter binnen en eisten dat de universiteit iedere verwijzing naar wijlen president Woodrow Wilson zou schrappen, omdat deze een racist was die de segregatie steunde. Wilson was bestuursvoorzitter van Princeton voordat hij opklom tot het Witte Huis. De huidige bestuursvoorzitter van Princeton, Christopher Eisgruber, beloofde naast andere concessies een discussie in gang te zetten over de nalatenschap van Wilson. Vroeger waren universiteiten trots op de prestaties van hun alumni, maar nu willen studenten de Amerikaanse geschiedenis herschrijven als die niet aansluit bij de huidige politieke mores. Maar als men ziet op welk een gepolitiseerde manier Amerikaanse geschiedenis tegenwoordig wordt onderwezen, kan men dit vak misschien maar beter schrappen. Eisgruber moest zich schamen dat hij de kapers van zijn campus hun zin heeft gegeven.

    Studenten in Missouri gingen in hongerstaking. – © Michael B. Thomas / Getty Images
    Studenten in Missouri gingen in hongerstaking. – © Michael B. Thomas / Getty Images

    De voorbeelden zijn eindeloos, met een speciale oneervolle vermelding voor de Smith University: daar verhinderden studenten journalisten om verslag te doen van de demonstraties als ze niet op voorhand bereid waren dat ‘op een positieve manier’ te doen. ‘Journalisten en media die een neutraal standpunt innemen, schaden onze strijd,’ aldus een organisator tegenover een nieuwszender in Massachusetts.

    De capitulerende bestuursvoorzitters zeggen allen pal te staan voor ‘de vrije en open uitwisseling van ideeën’ – om Salovey van Yale te citeren. Misschien moet hij Orwell eens herlezen. De demonstranten en hun vrienden binnen de media zeggen dat bezorgdheid over de vrijheid van meningsuiting een tactiek is om hun het zwijgen op te leggen en de aandacht af te leiden van klachten over rassendiscriminatie. Maar juist dankzij een samenleving die vrijheid van meningsuiting garandeert, kan iedereen zijn klachten uiten. Er zijn maar weinig betere tactieken om 
mensen het zwijgen op te leggen dan een dreigende meute.

    De progressievelingen van na 1960 
die tegenwoordig de universiteiten besturen, roemden in hun hoogtij‑
dagen de vrijheid van meningsuiting, dus waarom doen ze dat ook nu dan niet? Wellicht omdat het opkomen 
voor het Eerste amendement op de Amerikaanse grondwet de erkenning inhoudt dat de westerse beschaving, die de luxe van het leven op de campus heeft voortgebracht, het verdedigen waard is.

    Vertaler: Peter Bergsma

    The Wall Street Journal
    VS | oplage 2.000.000

    Van Dow Jones & Co. Lezers zijn voor 60 procent topmanagers van gemiddeld 55 jaar, met een gemiddeld inkomen van $ 191.000.

    BEGRIPPENLIJST

    Safe space
    ‘De gedachte achter de safe spaces is dat iedereen, met welke identiteit dan ook, recht heeft op een tolerante omgeving om zich te kunnen gedragen naar eigen aard’, zo vat The Guardian het samen. Het idee 
is ontstaan in kringen van de 
LHBT-beweging. Het gaat erom 
alles te vermijden wat sommige leden van een gemeenschap zouden kunnen opvatten als gewelddadig, ook verbaal of symbolisch.

    Trigger Warnings
    Een waarschuwing vooraf die betrekking heeft op een gevoelig onderwerp, waarbij sommige 
leerlingen zich ongemakkelijk zouden kunnen gaan voelen, of dat bij hen pijnlijke herinneringen zou kunnen wekken. Het gaat soms 
om onschuldige zaken als het werkwoord ‘schenden’ in de betekenis van ‘een wet schenden’.

    Microagressie
    Elk gezegde, elke uitdrukking of verbale agressie, vaak herhaald, 
die een persoon of groep denigreert of omlaaghaalt.

    ‘Let op je woorden’
    In september wijdde The Atlantic het omslagverhaal aan de vrijheid van meningsuiting op de universiteit. In een lang artikel onderschreef het blad de stelling dat ‘politieke correctheid bezig is het onderwijs te ruïneren’. Volgens The Atlantic vragen studenten steeds vaker van de docenten om ‘microagressie’ ten koste van alles te vermijden. De docenten dienen vooraf te waarschuwen dat zij een gevoelig onderwerp gaan aansnijden waarbij studenten zich slecht op hun gemak zouden kunnen gaan voelen of dat bij hen pijnlijke herinneringen zou kunnen wekken. Volgens de schrijvers van het artikel – een sociaal psycholoog en een advocaat gespecialiseerd in onderwijs – is deze tendens om studenten overmatig in bescherming te nemen gevaarlijk. Jonge Amerikanen worden erdoor belemmerd een kritische geest te ontwikkelen en om te gaan met nieuwe ideeën.

  • Op Amerikaanse campussen kraait het oproer weer

    Op Amerikaanse campussen kraait het oproer weer

    Een halve eeuw na de strijd om gelijke burgerrechten staan de Amerikaanse universiteiten weer in vuur en vlam.
De inzet dit keer: racisme, diversiteit en vrijheid van meningsuiting. Onze zwartepietendiscussie is er kinderspel bij.

    Keuze uit het archief

    Al wekenlang vinden er op verschillende universiteiten in de Verenigde Staten protesten plaats tegen de oorlog in Gaza. De afgelopen week sloegen de demonstraties ook over naar de campussen van de Universiteit van Amsterdam en Utrecht. Studenten protesteerden tegen de oorlog in de Gazastrook en riepen op tot vrede. Maar het protest mondde uiteindelijk uit in een confrontatie met de politie.
    Er wordt verschillend tegen deze protesten aangekeken. Demonstreren? Prima, maar hou je gedeisd, zullen sommigen denken. Anderen zullen weer van mening zijn dat de urgentie van de situatie in Gaza om drastische maatregelen vraagt.
    In dit artikel van New Republic uit 2015 over de studentenprotesten in de VS van tien jaar geleden, breekt journalist Roxane Gay een lans voor kritische studenten die hun stem laten horen, een fenomeen dat al teruggaat op de jaren zestig. ‘Studenten begrijpen dat dit heel goed de laatste keer in hun leven kan zijn dat ze echte problemen kunnen aanpakken.’

    Studentenactivisme is niets nieuws. Soms is het ondoordacht, soms wordt het van tafel geveegd, maar het is altijd oprecht. In 1960 vormden jonge zwarte studenten, die genoeg hadden van rassenongelijkheid en de inbreuk op hun burgerrechten, de Student Nonviolent Coordinating Committee (SNCC), een geweldloze studentenbeweging. Uiteindelijk werden ze de radicale tak van de Amerikaanse beweging voor gelijke burgerrechten en coördineerden ze de zogenoemde Freedom Rides tegen de segregatie in het openbaar vervoer
en campagnes voor een betere kiezersregistratie. Ze waren gepassioneerd.
Ze waren provocerend. Ze zetten hun leven op het spel. De SNCC toonde aan dat jonge mensen een integraal onderdeel zijn van een participatiedemocratie.



    Nu, na de gelijktijdige en vergelijkbare studentenprotesten aan de Universiteit van Missouri (Mizzou) en Yale University, hebben we opnieuw reden om na te denken over studentenactivisme, ras en de voortzetting van de beweging voor burgerrechten. Er is de laatste tijd veel geschreven over studenten en hun eigenaardige gewoonten, over het feit dat ze uiterst politiek correct zijn, overdreven gevoelig en verwend. Sommigen hebben gesuggereerd dat studenten pietluttige activisten zijn, dat ze geen gevoel voor humor meer hebben en dat het liberalisme op hol is geslagen op de campussen, en dat dit de studenten noodlottig is geworden.

    Dat is een kleinerende en nogal luie kijk op het studentenactivisme. Tijdens de protesten op Mizzou en Yale en ook elders hebben studenten duidelijk gemaakt dat de huidige situatie onverdraaglijk is. Of we het nu met ze eens zijn of niet, we moeten wel luisteren.

    Op 7 november werd bekend dat de zwarte leden van het footballteam 
van Mizzou van plan waren te staken. Ze schaarden zich als laatsten achter promovendus Jonathan Butler, die in hongerstaking was gegaan, en de activistische groepering Concerned Student 1950, die aandrongen op het vertrek van universiteitsbestuurder Timothy Wolfe. Hun protest was het gevolg van Wolfes laksheid en vermeende onverschilligheid ten aanzien van een aantal rassenincidenten op de campus van Mizzou, waaronder een met menselijke uitwerpselen getekend hakenkruis op een muur. Toen de footballspelers zich eenmaal achter zaak hadden geschaard, ging het snel. Er kwamen meer promovendi in opstand. Op 9 november nam zowel Wolfe als R. Bowen Loftin, de bestuursvoorzitter van Mizzou, ontslag. De overige bestuurders kondigden een reeks initiatieven aan om een beter rassenklimaat op de campus te scheppen.

    Halloween

    Bij Yale stuurde de Commissie voor Interculturele Zaken, bestaande uit diversiteitsbestuurders van alle geledingen van de universiteit, vlak voor Halloween een e-mail aan de studenten waarin ze hun smeekten beter na te denken over de keuze van hun kostuums tijdens Halloween, om daarmee beledigende cultuuruitingen of onjuiste voorstellingen van zaken te voorkomen. ‘Halloween is helaas ook een tijd waarin de gebruikelijke bedachtzaamheid en gevoeligheid van de studenten soms uit het oog worden verloren en er betreurenswaardige beslissingen kunnen worden genomen, zoals het dragen van verentooien, tulbanden, “oorlogsverf”, het aanbrengen van een andere huidskleur dan wel zwarte of rode schmink op het gezicht’, aldus een deel van de mail.

    Dit advies doet misschien paternalistisch aan, maar als je bedenkt hoeveel studenten zich in het verleden met zwarte gezichten hebben getooid en op andere manieren culturen en het gezond verstand met voeten hebben getreden, was de mail ongetwijfeld goed bedoeld en niet zo buitengewoon. Desondanks waren er studenten die klaagden.

    Studenten van de Universiteit van Missouri vieren het aftreden van universiteitspresident Tim Wolfe, die werd beschuldigd van racisme. © Michael B. Thomas / Getty Images
    Studenten van de Universiteit van Missouri vieren het aftreden van universiteitspresident Tim Wolfe, die werd beschuldigd van racisme. © Michael B. Thomas / Getty Images

    Erika Christakis, bestuurder van het Silliman College van Yale, schreef een e-mail waarin ze betoogde dat studenten het recht hebben om studenten te zijn en fouten te maken – met andere woorden, om kinderen te zijn. ‘Ik vraag me af, en ik probeer niet te provoceren, of er geen ruimte meer is voor een kind of jongere om een klein beetje aanstootgevend te zijn, een klein beetje ongepast of provocerend, of zelfs beledigend. Amerikaanse universiteiten waren ooit een veilige haven, niet alleen om volwassen te worden maar ook om enige regressieve of zelfs grensoverschrijdende ervaring op te doen. Nu lijken ze steeds meer plekken te zijn geworden waar censuur en verbods‑
bepalingen de boventoon voeren.’


    Theoretisch is het verleidelijk: waarom zouden mensen hun kwalijke oprispingen níét mogen botvieren?

    Maar Christakis las de e-mail van de Commissie voor Interculturele Zaken opzettelijk verkeerd. De commissie 
verbood helemaal niets, en suggereerde evenmin dat ze dat wilde. Ze deed alleen een aantal suggesties om voor Yale-studenten een betere wereld te scheppen dan die waarin we leven.

    Toen ik aan Yale studeerde, werd ik als zwarte vrouw als een indringer op heilige grond beschouwd

    Ik heb van 1992 tot 1994 aan Yale gestudeerd. Toen ik daar was, begreep ik dat ik als zwarte vrouw als een indringer op heilige grond werd beschouwd. Niemand kon geloven dat ik daar alleen maar was, net als de anderen, om te leren. Het was niet ongewoon om het doelwit van racistisch gemompel te zijn, van gefluister over positieve discriminatie, en om elke dag minuscule uitingen van agressie [microagressie] te ondergaan. De campuspolitie maakte er een sport van om mij en andere zwarte studenten naar onze studentenkaart te vragen. Mijn ervaring was allesbehalve uniek.



    De huidige protesten zijn het symbool van een veel ingewikkelder probleem: een verstoord rassenklimaat op de campus van Yale dat al vele jaren domineert. De meeste andere overwegend blanke campussen in de Verenigde Staten hebben daar ook last van. Ik heb het grootste deel van mijn volwassen leven op universiteitscampussen doorgebracht, eerst als student en later als docent. Op elke campus was het rassen‑
klimaat altijd gespannen – in het gunstigste geval. Wat er op Yale gebeurt verbaast me niets.

    Op Mizzou is een banale en voorspelbare tegenbeweging op gang gekomen. De studenten zijn door de conservatieve media afgeschilderd als laffe baby’s, kwezels of regelrechte leugenaars. Ze zijn ondankbaar, onverantwoordelijk. Als het om racisme gaat, moeten mensen met een kleurtje kennelijk alles maar zonder klagen slikken.

    Uiterste grens

    Er wordt vaak neerbuigend gedaan over deze zogenaamd kwetsbare jongeren die de echte wereld niet begrijpen. Maar studenten begrijpen de echte wereld wel degelijk, want ze zijn niet alleen maar studenten: ze laten hun sociale achtergrond, seksualiteit, ras
of etniciteit niet achter zich als ze zich aanmelden als student, en hun problemen verdwijnen niet wanneer ze zich inschrijven voor colleges. We mogen hun terechte zorgen niet van tafel vegen. Amerikaanse universiteiten zijn altijd kraamkamers voor de bevoorrechten geweest, en de enigen wier fysieke en emotionele veiligheid daar enigszins is gegarandeerd zijn blanke, heteroseksuele mannen. Is het dan verwonderlijk dat studenten een minimale veiligheidsgarantie eisen? We moeten niet vergeten dat voor de zwarte studenten op zowel Mizzou als Yale de uiterste grens is bereikt. Zij kunnen niet langer verdragen wat ondraaglijk is. Ze zeggen: het is genoeg geweest.



    Studentenactivisme is wijdverbreid omdat sommige studenten hun universitaire ervaring ten volle benutten. Ze begrijpen dat dit heel goed de laatste keer in hun leven kan zijn dat ze echte problemen kunnen aanpakken in een omgeving waar ze gedwongen zijn mensen te ontmoeten die er anders uitzien dan zij, die anders denken dan zij, een omgeving waar verandering nog mogelijk is. De SNCC en de demonstranten op campussen in het hele land, inclusief Yale en Mizzou, maken deel uit van een krachtige, vitale traditie die we niet over het hoofd mogen zien.
De huidige studentenactivisten 
verrichten het noodzakelijke werk om ervoor te zorgen dat de volgende generatie die deelneemt aan de traditie van studentenactivisme een andere strijd zal voeren.