Tag: blogger

  • 8. Het fanatisme dat de islam vernietigt

    8. Het fanatisme dat de islam vernietigt

    Een woedende reactie op een Syrisch oppositieblog.

    Onder de daders van de aanslagen in Parijs waren Arabische moslims, aanhangers van het kalifaat, die in Frankrijk wonen, het land waarvan zij de nationaliteit hebben verworven. Door oorlog te voeren uit naam van IS menen zij de wereld tot de islam te kunnen bekeren. Wanneer begrijpen ze nu eens dat de islam in de versie van het kalifaat zich tegen de moslims zelf zal keren en de islam zal vernietigen? Wanneer zullen ze de godsdienst nu eens terzijde schuiven om een seculiere politieke strijd te voeren, zoals de rest van de wereld dat doet? Oorlog dient ertoe om de vrijheid, de soevereiniteit van een land te verdedigen en zijn fundamentele belangen, niet om de onwetendheid en de haat te doen zegevieren in de naam van de godsdienst. Alleen het gezamenlijk bestaan naast andere beschavingen in de wereld kan de islam uitzicht bieden op vooruitgang, op een verbetering van het bestaansniveau en op een culturele renaissance. Dat de moslims op hun eigen grondgebied kunnen leven, is dankzij de westerse uitvindingen. De auto’s die moslims gebruiken zijn gemaakt door ‘ongelovigen’, evenals het vliegtuig waarmee ze comfortabel op pelgrimstocht naar Mekka gaan. Zelfs de luidsprekers die zij daar tijdens het gebed gebruiken zijn ‘ongelovige producten’. Ze verbieden niet-moslims om Mekka binnen te gaan, maar het zijn de mobiele telefoons uit die ‘ongelovige landen’ die in hun plaats Mekka overstromen.

    Ze lijken zich er niet van bewust te zijn dat hun landen in woestijnen dreigen te veranderen, terwijl hun geboortecijfers op hol zijn geslagen

    De ergste oorlogen die op dit moment in de wereld woeden zijn die waarin moslims tegenover moslims staan – in Libië, Egypte, Somalië, Libanon, Syrië en in een aantal landen in Afrika. Maar ze lijken zich er niet van bewust te zijn dat hun landen in woestijnen dreigen te veranderen, terwijl hun geboortecijfers op hol zijn geslagen. Om zich te verzoenen met het moderne leven en de uitdaging van de ontwikkeling aan te kunnen gaan, dienen de moslims de hele geschiedenis te herzien. De olie van de Arabische landen zou geen stuiver waard zijn geweest als het Westen niet de industriële revolutie had ontketend. En als het Westen eenmaal de bronnen voor alternatieve energie heeft ontwikkeld, zullen de Arabieren zich geen raad meer weten. Een revolutie binnen de islam moet ons in staat stellen ons te verzoenen met het leven. Leven in vrede met andere volken, strijden tegen onderontwikkeling met dezelfde snelheid als het virus van het extremisme. Laten we ophouden met die religieuze instanties die God aanroepen om de onwetendheid te prediken. Laten de moslims eindelijk eens gaan geloven in burger-schap en in politieke strijd.

    Auteur: Habib Saleh
    Vertaler: Peter Bergsma

    Habib Saleh is blogger. In Syrië werd hij drie keer gearresteerd en veroordeeld tot gevangenisstraf, nog altijd verkondigt hij zijn onverbloemde mening op diverse platforms, waaronder syria4all en elaph, een pan-Arabische nieuwssite die in Syrië wordt gecensureerd. Zijn arrestaties werden aangevochten door mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International, die op hun site ook zijn tijdelijke vermissing in 2008 meldden.

    All4Syria
    Syrië, all4syria.info
    Voor een vrij en verbonden vaderland, tegen sektarisme, discriminatie en alle vormen van monopolie van mening.

  • 7. Nederlaag van de beschaving

    7. Nederlaag van de beschaving

    Een journalist van de Tunesische nieuwssite Leaders noemt de aanvallen op ‘de mooiste stad ter wereld’ een daad van onverbloemde barbarij.

    Woorden schieten tekort 
om uiting te geven aan de gevoelens van verdriet, opstandigheid en afschuw die de gebeurtenissen van afgelopen vrijdagavond in Parijs bij ons oproepen. Op de vraag naar het waarom valt op geen enkele manier antwoord te geven. 13 november 2015. In de geschiedenis zal deze datum vast en zeker op dezelfde manier worden geboekstaafd als die van de aanslag op het World Trade Center. Na 11 september 2001 dacht men dat deze agressie zich nooit ofte nimmer zou herhalen. Vrijdagavond heeft de mensheid een grote stap terug gedaan. Vergeleken met IS zijn de terroristen van Al-Qaida koorknaapjes. Dit betekent de terugkeer van de primitieve mens, van de wet van de jungle, van onverbloemde barbarij. Het is de neder
laag van de rede, van het denken, van de beschaving.

    De keuze voor Parijs was niet toevallig. Parijs is de mooiste stad van de wereld, de stad waar de mensen voor het eerst in de geschiedenis zijn opgestaan tegen tirannie en onderdrukking, waar de eerste verklaring van de rechten van de mens werd uitgevaardigd, waar de briljantste en meest vrije geesten zijn geboren of hebben geleefd. Parijs is de kwintessens van de universele beschaving. Het is tegen dit symbool dat de vijanden van de menselijke soort zich hebben gekeerd. De tientallen doden die zijn gevallen in Le Bataclan of in de straten van Parijs, slachtoffers van het meest abjecte terrorisme dat nota bene uit naam van een religie wordt bedreven, zijn vóór alles onze ‘broeders in menselijkheid’, net als de slachtoffers van 
het Bardomuseum en [de kustplaats] Sousse en die van het World Trade Center. Op vrijdag was niet alleen Parijs het doelwit, maar de hele mensheid.

    Eén vraag brandt op mijn lippen. De moslims hebben hem altijd ontweken. Maar nu is het tijd om zich er serieus over te buigen. Ik richt me zowel tot mijn landgenoten als tot al mijn geloofsgenoten op de wereld. Waarom baren onze samenlevingen, andere dan alle andere, zulke monsters?

    Auteur: Mustapha
    Vertaler: Peter Bergsma

    Leaders
    Tunesië, leaders.com.tn
    Nieuwssite voor m.n. Tunesische actualiteiten, sinds 2011 ook als maandblad verkrijgbaar.

  • Staatsvijand nummer één

    Staatsvijand nummer één

    Amos Yee is niet de enige Singaporese blogger die de strijd aanbindt met de regering. De 34-jarige Roy Ngerng, zelf ook politiek actief, geldt als een nog grotere bedreiging.

    Roy Ngerng Yi Ling (34), socioloog en politiek activist in Singapore, dreigt failliet te gaan doordat de premier van de stadstaat, Lee Hsien Loong, een proces wegens smaad tegen hem heeft aangespannen. Steen des aanstoots is het politieke blog dat Ngerng al geruime tijd bijhoudt en waarop hij in mei vorig jaar een stuk plaatste over het misbruik dat de regering zou maken van de verplichte pensioenpremies. 
Lee voelde zich daardoor beledigd en eiste verwijdering van het artikel, een openbaar excuus van Ngerng en een compensatie in geld.

    De beklaagde zwichtte voor die eisen en bood ter compensatie 5000 Singaporese dollar [3500 euro] aan. Dat vond de advocaat van Lee ‘een schijntje’. Hij spande een proces aan en de rechtbank veroordeelde Ngerng tot 29.000 dollar voor de proceskosten en een bedrag aan compensatie dat nog nader zal worden vastgesteld.

    Singapore is een land met zo ongeveer het hoogste bruto binnenlands product per inwoner ter wereld: 71.000 dollar. Maar de rijkdom is zeer onevenwichtig verdeeld, zegt Ngerng. ‘Er zijn bejaarden die nog steeds toiletten moeten schoonmaken of in etenskraampjes en koffiehuizen moeten werken om rond te komen, terwijl anderen zich over hun rug verrijken. Er klopt iets niet, en daarom ben ik gaan publiceren over de afschuwelijke waarheden in Singapore.’

    Ngerng besloot het rechtstreeks tegen de premier op te nemen door zich bij de verkiezingen op 11 september in diens eigen kiesdistrict kandidaat te stellen voor de Reform Party. [Verwacht werd dat Lee’s Popular Action Party (PAP) bij deze verkiezingen stevig zou verliezen. Maar dat pakte anders uit: de PAP won met 70 procent van de stemmen 83 van de 89 zetels in het parlement, waaronder alle zes zetels in Lee’s kiesdistrict. De Workers Party won de resterende zes en Ngerngs Reform Party kreeg geen enkele zetel.]

    Ashara Ashayagachat


  • Een gesprek met Amos Yee

    Een gesprek met Amos Yee

    De Singaporese schrijver Alfian Sa’at, begin oktober te gast op het festival Read My World in Amsterdam, ging op bezoek bij de zestienjarige blogger Amos Yee.

    Wie is Amos Yee?

    Amos Yee Pang Sang (1998) is bekend van zijn filmpjes op YouTube. Kort na de dood van de voormalige Singaporese premier Lee Kuan Yew op 23 maart plaatste hij een filmpje waarin hij Lee vergeleek met Jezus, en waarbij geen van beiden er goed van afkwam. Ook postte hij een foto van Lee en Margaret Thatcher die anale seks hadden. Hij werd gearresteerd vanwege het kwetsen van de christelijke gemeenschap, obsceniteit en bedreigende en/of beledigende communicatie. Begin juli kwam hij weer vrij, en diende bezwaar in tegen het hof en de straf die hem was opgelegd. Verschillende mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International, hielden zich vervolgens bezig met zijn zaak.

    Ik was niet van plan om over Amos Yee te schrijven, maar ik ben behoorlijk geschokt door de manier waarop hij door de media wordt afgeschilderd. Hij zou autistisch zijn, psychologisch zo in de war dat hij psychiatrische hulp nodig heeft, en kenmerken vertonen die je als ‘abnormaal’ zou kunnen kenschetsen.
    Ik had het genoegen te dineren met Amos en zijn familie. De moeder, Mary Yee, is een dame met fonkelende ogen die steeds vooroverboog om me beter te kunnen verstaan. Ze maakte een constant nieuwsgierige en aandachtige indruk, en keek steeds om zich heen terwijl ze haar tas met bloemmotief stevig tegen zich aandrukte. Je zou kunnen vermoeden dat ze iets van haar leergierigheid heeft overgedragen op haar enig kind.
    ‘Wist u dat Amos erover heeft gedacht om zijn naam te veranderen?’ zei ze.
    ‘Waarom?’
    ‘Omdat zijn volledige naam Amos Yee Pang Sang is. En op school werd hij steeds gepest door andere kinderen die hem “Anus Yee Pang Sai” noemden. U moet weten dat pang sai in het Hokkien zoveel betekent als “zich ontlasten”.’
    Ik wilde vragen of hij ‘Amos’ wilde veranderen, of ‘Pang Sang‘, of misschien allebei. Maar ik wierp een snelle blik op Amos, die afkeurend keek, en zag de denkbeeldige tekstballon boven zijn hoofd waarin te lezen stond: ‘Mam, zit me alsjeblieft niet zo belachelijk te maken waar deze mensen bij zijn.’ Dus ik besloot het daarbij te laten.
    De vader, Alphonsus Yee, stelde zich iets gereserveerder op. Hij is een stevig gebouwde man die motor rijdt en zich wat meer op de achtergrond houdt, en hij stond daar met zijn armen over elkaar geslagen. Het kwam me voor 
dat de moeder de streken van haar zoon nog steeds beschouwt als een voortdurende bron van geheimzinnigheid, terwijl voor de vader de grens wel was bereikt wat dat soort onoplosbare raadsels betreft. Ik probeerde het ijs te breken bij de vader met de opmerking: ‘Volgens mij is uw zoon zeer intelligent.’
    En de vader zei op vermoeide toon: ‘Ja, intelligent is hij zeker. Maar hij is niet verstandig.’

    Amos Yee verlaat het gerechtsgebouw in Singapore in mei dit jaar. Hij werd veroordeeld tot vier weken cel wegens belediging van de overleden Vader des Vaderlands, oud-premier Lee Kuan Yew. © Then Chih Wey / Xinhua News Agency
    Amos Yee verlaat het gerechtsgebouw in Singapore in mei dit jaar. Hij werd veroordeeld tot vier weken cel wegens belediging van de overleden Vader des Vaderlands, oud-premier Lee Kuan Yew. © Then Chih Wey / Xinhua News Agency

    Puber

    En Amos zelf? Hij is een slordig uitziende puber. Hij is erg bleek, heeft zeer smalle schouders, en het lijkt alsof zijn slordige, uitbundige kapsel een poging is om enig gewicht toe te voegen aan zijn spichtige gestalte. Hij had de gewoonte langs zijn kin te wrijven voordat hij iets zei, wat ik nogal aandoenlijk vond omdat dat langs-je-kin-wrijven het gebaar 
is van kinderen die een poging doen serieus genomen te worden – als intellectueel. Ik vroeg Amos wie zijn favoriete filmregisseur was.
    ‘Ik ben dol op Stanley Kubrick,’ zei hij.
    ‘O ja? Die is inderdaad goed, ja. Hoewel ik Barry Lyndon niet geweldig vond,’ zei ik. ‘Te gekunsteld voor mij.’
    ‘O, maar heb je hem twee keer gezien?’
    ‘Is het de moeite waard om twee keer te zien?’
    ‘Absoluut.’
    Amos had zeer uitgesproken opvattingen, en hij deed me eerlijk gezegd denken aan een gewone, vroegrijpe puber: kalm, zelfverzekerd en zeer loyaal aan de 
dingen die hem dierbaar waren, maar niet in die mate dat hij zich afsloot voor het ontdekken van andere zaken.
    ‘Als je 2001: A Space Odyssey goed vond,’ zei ik, ‘dan moet je Solaris van Tarkovsky eens gaan zien.’ ‘Bedoel je dat er een sciencefictionfilm bestaat die net zo goed is als Space Odyssey?’
    ‘Misschien wel beter. Absoluut.’
    Hij knikte en wreef weer langs zijn kin. Toen kwamen we over de video te spreken. Ik zei: ‘Ik ben het eens met wat je zei over Lee Kuan Yew, maar moest je daar echt de christenen bij halen? Je had toch gewoon je punt kunnen maken door te zeggen dat degenen die zo tegen hem liepen te slijmen en zwijmelen, deden alsof ze lid waren van een cultus.’
    ‘Maar alle godsdiensten zijn cultussen.’
    ‘Oké, maar waarom moet je dan net de christenen hebben? Je had ook iets kunnen zeggen over godsdienstig fanatisme zonder zo specifiek te worden.’
    ‘Maar het christendom is de godsdienst die ik beste ken.’
    Daar was het weer: ‘maar’, het favoriete woord van iedere goedgebekte puber die volwassenen, met hun kritiekloze conventies, eigenlijk maar belachelijk vindt. ‘En al dat vloeken dan,’ zei ik 
terwijl ik een ouwelullentoon aansloeg. ‘Stel dat mensen daardoor afgeleid worden van de kern van je betoog?’
    ‘Zo druk ik mezelf nu eenmaal uit. Ik wil mezelf niet verloochenen.’
    ‘Je moet jezelf afvragen of het van belang is voor je boodschap. Volgens mij maak jij je video’s om iets te over te brengen op je publiek. Ik begrijp je behoefte om authentiek over te komen, maar soms struikelt je publiek over de krachttermen en dan luisteren ze niet meer naar je.’
    ‘Maar soms is het vloeken juist de boodschap.’
    ‘Jawel, Amos, ik heb genoeg Scorsese 
en Tarantino gezien om dat te weten.’
    ‘En dat zijn geweldige voorbeelden!’


    ‘Ja, intelligent is hij zeker. Maar hij is niet verstandig’

    Ik glimlachte, maar zei niet dat hij in de verste verte geen gelijkenis vertoonde met een gangster of huurmoordenaar. Waarna het gesprek kwam op het onderwerp voorarrest en gevangenisstraf.
    Amos zei: ‘Waarom zouden we ons zorgen maken over de gevangenis? Neem nou Mandela, die vocht voor een goede zaak en ging ook de gevangenis in.’
    Op dat moment begon [acteur en theaterregisseur] Ivan Heng, die ook aan tafel zat, met zijn ogen te rollen. Hij zei: ‘Schat, jij bent Mandela niet. Dus als ik jou was zou ik zorgen dat ik niet in de problemen kwam.’
    Amos keek ietwat schuldbewust. Volgens mij besefte hij dat hij, door de analogie die hij aanhaalde, zichzelf wel eens zou kunnen afschilderen als iemand met grootheidswaan. Glen Goei [eveneens film- en theaterregisseur], die ook aan tafel zat (en het etentje betaalde), zei: ‘Misschien ben je niet bang voor jezelf. Maar denk eens aan je ouders. Denk je niet dat ze zich zorgen zullen maken als je naar de gevangenis moet?’
    ‘Maar we kunnen ons leven niet altijd leiden op basis van wat onze ouders van ons vinden.’
    ‘We vragen alleen maar of je jezelf in hun positie kunt verplaatsen,’ zei Glen.
    Amos wreef weer langs zijn kin. 
Ik voelde dat er een bijdehand weerwoord aan zat te komen – ‘als ik een kind had, dan zou ik willen dat hij 
dingen doet die hij met zijn geweten 
in overeenstemming kan brengen… 
dat hij leeft als een vrij mens met 
principes… dat hij de morele moed heeft om achter zijn eigen handelingen te staan’. Maar Amos zei niets.
    Dit is mijn visie op de hele absurde 
affaire: Amos Yee is net zo normaal 
als alle andere pubers. Ze ergeren 
zich aan elke vorm van gezag, ze zijn altijd op zoek naar ruimte om te manoeuvreren en te onderhandelen, hebben een vlijmscherp instinct om 
de tegenstrijdigheden en hypocrisie van volwassenen aan de kaak te stellen, en spreken een taal vol met ‘maar’ en ‘waarom niet?’ die bedoeld is om je geduld op proef te stellen. Elke poging om een puber te ‘disciplineren’ wordt een koppige, uitzichtloze strijd; 
je kunt het met hem op een akkoordje proberen te gooien, maar als hij vindt dat hij ten onrechte gestraft wordt 
(nog voordat hij veroordeeld is), dan kun je verzet verwachten. Met dat 
soort pubers kun je proberen redelijk 
te overleggen, maar je moet voorbereid zijn op hun stellingname dat je redelijkheid in werkelijkheid volstrekt onredelijk is. Wat abnormaal is, is dat vanwege de aanklachten tegen hem alles wordt uitgespeeld op een veel groter podium. En volgens mij is dat het tragische van de hele zaak: als zo’n puber zich begint te verzetten – en Amos kan natuurlijk enorm uitdagend zijn en puberaal doen – kun je hem het beste negeren en laten uitrazen tot hij er moe van wordt.
    Hysterisch
    Maar nee hoor, sommige mensen besluiten dan schijnheilig te gaan doen, en dan krijg je de sneue situatie van een volwassene die een 
kind genadeloos afranselt in een supermarkt. Op zo’n moment vinden wij dat kind absoluut niet onhandelbaar; nee, het is de volwassene die zijn zelfbeheersing heeft verloren. En zo beschouw ik deze kwestie ook: de mensen die de klachten hebben ingediend bij de politie, de acht politieagenten die Amos thuis kwamen arresteren, de hoofdaanklager, de man die Amos een klap gaf voor het gerechtsgebouw, Bertha Henson, Lionel de Souza, de journalisten 
die foute lezingen blijven geven van de zaak: jullie maken zo’n gewelddadige, hysterische, waanzinnige 
en zwakke indruk. Door te proberen het ‘probleem’ Amos op te lossen, hebben jullie alleen maar je eigen problemen en neuroses tentoongespreid: jullie kleingeestigheid, jullie wreedheid, jullie beestachtigheid 
en jullie onzekerheid.

    Alfian Sa’at
    Alfian Sa’at is schrijver van fictie en toneel, en tevens dichter. Op Read My World ensceneert hij onder meer de theatrale keynote speech van de auteurs Tash Aw en Laksmi Pamuntjak. Tijdens het Literair Café op 2 oktober draagt hij voor uit zijn werk en gaat hij in gesprek met dichter en programmamaker Frank Keizer.

  • Waar blijft de verontwaardiging?

    Waar blijft de verontwaardiging?

    Na de enorme explosie in Tianjin, die aan 123 mensen het leven kostte, komt een Chinese blogger met scherpe kritiek – die onmiddellijk wordt gecensureerd – op zijn landgenoten.

    In dit internettijdperk hebben de Chinezen een nieuwe passie gevonden: virtueel kaarsjes opsteken via acties op WeChat [de Chinese versie van WhatsApp] of Weibo [de Chinese versie van Twitter]. Twee kaarsjes voor een aardbeving en evenzoveel voor een treinongeluk. Voor een schipbreuk (die nooit voorkomt!) moet je er vier opsteken en acht voor een explosie in een chemische fabriek (want dat is 
pas echt verschrikkelijk!) Volgens de Chinese overheid maakt tegenspoed een natie sterker; intussen zijn de kaarsenverkopers door hun voorraad heen… Maar ondanks al die opgestoken kaarsjes is er in China nog niets veranderd. Elke grote ramp roept veel emoties op: iedereen is diep onder de indruk van wat de reddingswerkers doen, van de lokale 
leiders die hen naar de rampplek dirigeren, van de regering 
die meteen troepen heeft gestuurd, van een land als het onze, dat het leven van gewone mensen zo belangrijk vindt… Iedereen is geraakt door het lot van die ene man die bij de ramp is omgekomen terwijl hij de volgende dag zou gaan trouwen, of die andere die per se naar de rampplek wilde komen terwijl zijn vader net thuis was overleden. Iedereen leeft mee met de degenen die als kanonnenvlees de vuurzee zijn ingestuurd door leiders met een totaal gebrek aan gezond verstand.

    Zeven stappen

    De emoties bespelen – want via emoties kun je een drama omzetten in een positieve gebeurtenis – is stap één in het proces van damage control na rampen, een proces dat de Chinese autoriteiten tot in de finesses beheersen. Stap twee is het breidelen van pers en media, stap drie is de bevolking troost bieden om de onvrede bij de familie van de slachtoffers weg te nemen. Stap vier is het vinden van helden onder de honderden of duizenden slachtoffers, zodat de rouwzaal kan worden omgetoverd tot een ruimte voor het uitreiken van onderscheidingen. Stap vijf is het op één lijn brengen van de geheimzinnigste afdelingen van China, de ‘betrokken’ afdelingen, en de geheimzinnigste leiders van China, de ‘betrokken’ leiders.
    Stap zes is het afkondigen van een moment van nationale bezinning ter herdenking van de slachtoffers op de zevende dag na het drama [in de Chinese begrafenisrituelen is de zevende dag na de dood erg belangrijk]. De zevende stap is verklaren dat de tijd gekomen is om alles te vergeten, en bij de achtste, negende en tiende stap begint alles weer van voren af aan…
    Zelf voel ik alleen maar verontwaardiging, ik word niet emotioneel. Emotioneel worden is zinloos in een land dat niet tot verontwaardiging in staat is. Die emotie kan alleen een instrument zijn dat de autoriteiten gebruiken om iedereen te hersenspoelen, zich zo aan hun verantwoordelijkheid te onttrekken en meteen een positieve draai aan rampen te geven. Dat hebben ze bij de vele drama’s van de laatste jaren steeds gedaan.

    Chinezen hebben de onuitroeibare gewoonte zich nooit betrokken te voelen

    Onbeduidend

    Bij de grote brand in Karamay [in 1994 in de regio Sinkiang, waarbij ruim driehonderd kinderen omkwamen] werden de communistische leiders als eersten geëvacueerd, bij die in Tianjin zijn er eerst simpele brandweerlieden op afgestuurd. Wat is er in die twintig jaar tussen beide rampen eigenlijk 
veranderd? Beide keren raakten honderdduizenden Chinezen zeer geëmotioneerd door al die onbeduidende slachtoffers wier levens niet telden. Waarna die werden gepresenteerd als mensen die in alle opzichten geweldig waren! Telkens als zich in dit land met een IQ van nul een ramp voordoet, blijkt zelfs 21 ton TNT [dat was de kracht van de explosie van chemische stoffen in de haven van Tianjin] niet genoeg om een einde te maken aan de schaamteloze arrogantie van de hoge ambtenaren; ook is het niet genoeg om de bevolking wakker te schudden die niets anders kan dan emotioneel worden en bidden.

    De moeder van een brandweerman die werd vermist na de explosie in Tianjin, schreeuwt het uit nadat ze vergeefs informatie heeft proberen te krijgen over haar zoon. – © Jason Lee / Reuters
    De moeder van een brandweerman die werd vermist na de explosie in Tianjin, schreeuwt het uit nadat ze vergeefs informatie heeft proberen te krijgen over haar zoon. – © Jason Lee / Reuters

    Doodnormale rechten

    Het probleem is dat de Chinezen (die de onuitroeibare gewoonte hebben zich nooit betrokken te voelen) niet hadden verwacht dat er onder zo’n bloeiend bewind zulke ernstige, de eenheid verstorende dingen konden gebeuren. Maar nu zijn er enkel en alleen dankzij paraxyleen in Dalian, Qingdao, Ningbo, Kunming, Zhangzhou en Chengdu toch talloze protestgroepen van tienduizenden mensen ontstaan [die zich verzetten tegen de bouw van productiefaciliteiten voor dit chemische product]. Om te voorkomen dat hun geboortestreek vervuild raakt, deinsden de betogers er niet voor terug hun leven te wagen en het traangas en de met schilden gewapende speciale politie-eenheden te trotseren. Maar hoeveel van dergelijke zaken zijn ons echt bijgebleven? Afgezien dan van de incidenten in Wukan [protesten tegen de corruptie onder plaatselijke ambtenaren in 2011], de kwesties rond Chen Guangcheng [advocaat en mensenrechtenactivist die huisarrest had en in 2012 naar de VS is gevlucht], rond Yu Jie [dissident en schrijver die naar de VS vluchtte om aan de intimidatiepraktijken van de overheid te ontkomen] en rond Xu Chunhe [doodgeschoten door een politieagent]. Ik durf wel te stellen dat deze namen de meeste Chinezen niets zeggen. Want deze mensen hebben niets met ons te maken en wij geven niet om die doodnormale rechten die ze voor ons proberen te bevechten. Deze mensen staan ver van ons af, ze zijn niet zoals wij geïnteresseerd in goed eten, kleding en reizen en evenmin in het liefdesleven van de beroemde Sister Milk Tea [de bijnaam van een studente aan de Tsinghua-universiteit in Beijing die getrouwd is met Liu Qiangdong, CEO van de Chinese webwinkel JD.com; hun leeftijdsverschil van negentien jaar leidde op internet tot veel buzz]. Ik weet best dat u dat soort dingen niet zo belangrijk vindt. Toch beweerden sommigen gisteren van wel. Mijn antwoord was dat we na dit schandaal niet langer kunnen bidden voor geluk. Geïrriteerd antwoordden ze: ‘Heel mooi om na te denken over je verantwoordelijkheden, maar dat is de taak van het politieke establishment, gewone mensen hebben daar geen invloed op! Wat heeft het dan voor zin om me daar druk over te maken? Waar halen mensen als jij het recht vandaan om tegen anderen te zeggen dat ze niet emotioneel mogen worden? Zelfs al zou dat slecht zijn, het geeft ook positieve energie. En ook al is jouw verontwaardiging misschien wel terecht, maar die geeft veel negatieve energie!’

    Li Honghao